CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bp Kudelstaart 2020.pdf

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 31 augustus 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Bestemmingsplan Kudelstaart37.263 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Het vullen van gasflessen en de opslag van propaan in een bovengronds reservoir moeten voldoen aan de eisen zoals gesteld in de PGS 23 ‘Vulstations van butaan­ en propaanflessen’. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen is niet van toepassing op de activiteiten die plaatsvinden op dit adres. Onderzoek naar externe veiligheid in het kader van buisleidingen en risicovolle inrichtingen is daarmee niet aan de orde. Ten zuidoosten van het plangebied is de provinciale weg Legmeerdijk gelegen, ook wel de N231. Uit de Risicokaart wegtransport gevaarlijke stoffen blijkt dat deze weg geen risicocontour heeft. De uiterst zuidwestelijke hoek van het plangebied is gelegen binnen zone 3 van het Luchthavenindelingbesluit. Binnen deze zone zijn met het oog op de externe veiligheid geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toegestaan, behoudens bestaand gebruik. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten met een kantoor­ of bedrijfsfunctie zijn toegestaan, mits het aantal werknemers dat er verblijft niet meer dan 22 per hectare bedraagt. Binnen deze zone zijn bedrijfsgebouwen en kassen reeds aanwezig.

Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 85 van 91

Explosieven In een deel van het plangebied is sprake van een verhoogde kans op het aantreffen van achtergebleven Niet­Gesprongen Explosieven (NGE). Het NGE­risicogebied is vastgesteld op basis van een gemeentebreed historisch vooronderzoek (REASeuro, NGE­risicokaart Aalsmeer, RO­170098, 2017). Op basis van dit onderzoek is gebleken dat verschillende oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden in de gemeente Aalsmeer, waaronder diverse bombardementen, de aanleg van verdedigingswerken en mijnenvelden en het dumpen van munitie. Enkele oorlogshandelingen hebben geleid tot het afbakenen van NGE­risicogebieden waarbinnen een verhoogd risico geldt door mogelijke aanwezigheid van NGE in de bodem. Binnen het plangebied is Fort Kudelstaart het enige aangewezen NGE­risicogebied. Het fort diende ter afsluiting en verdediging van de Westeinderplassen. Het maakte deel uit van de zogenaamde Vuurlinie, waaruit ook de nabijgelegen forten Fort bij Aalsmeer en Fort bij De Kwakel bestaan. Het is gebleken dat via het toegangskanaal en de sluiskom munitieoverslag heeft plaatsgevonden van en naar Fort Kudelstaart. Daarnaast is er in 1946 een dekschuit met munitie omgeslagen, waardoor er NGE in het water zijn terechtgekomen. Tevens blijkt dat er munitie is terechtgekomen in het water van de fortgracht.

Poolse krijgsgevangenen en Nederlandse burgers hebben vanaf de tweede brug over de gracht NGE in het water gegooid. In het risicogebied zijn mogelijk NGE achtergebleven van KKM, hand­ en geweergranaten, geschutmunitie, mijnen, ontstekingsinrichtingen, vernielingsmiddelen, vuurwerken en explosieve stoffen. Binnen het bestemmingsplan is de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone ­ niet gesprongen munitie' opgenomen. Binnen deze bestemming zijn regels opgenomen die het risico op het ontploffen van munitie moet voorkomen.

7.8 Natuur 7.8.1 Beleid en regelgeving Wet natuurbescherming De op 1 januari 2017 in werking getreden Wet natuurbescherming (Wnb) dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet, de Flora­ en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. Wanneer geen specifieke natuurbescherming in de Europese regelgeving is voorzien worden op rijksniveau regels vastgelegd, zodat een consistent, samenhangend en transparant stelsel van regels op het gebied van natuur ontstaat. Gebiedsbescherming Net als onder de hiervoor geldende wetgeving (Natuurbeschermingswet 1998) zijn in de Wnb gebieden aangewezen die onderdeel uitmaken van de Europese ecologische hoofdstructuur (Natura 2000­gebieden). Indien een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in of in de nabijheid van een Natura 2000­gebied (externe werking) moet worden onderzocht of de ontwikkeling de kwaliteit van het gebied kan verslechteren of verstoren. Indien het bestemmingsplan, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van een Natura 2000­gebied verslechtert of een significant verstorend effect heeft (dit wordt de verslechterings­ en verstoringstoets genoemd) dient een vergunning op grond van de Wnb te worden aangevraagd.

Het bevoegd gezag voor deze vergunning is Gedeputeerde Staten van de provincie waarin het Natura 2000­gebied is gelegen. Indien het plan mogelijk significante negatieve gevolgen heeft voor deze gebieden dient bovendien een passende beoordeling te worden gemaakt. Significant negatieve

Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 86 van 91

gevolgen treden op als de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000­gebied worden aangetast. Is dit het geval, dan kan alleen een vergunning worden verkregen indien wordt voldaan aan de zogenaamde ADC­criteria. Dat wil zeggen dat voor het plan geen alternatieven zijn, sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en is voorzien in compenserende maatregelen. Soortenbescherming De Wnb beschermt net als de hiervoor geldende wet­ en regelgeving (o.a. Flora­ en faunawet) vele in het wild en van nature in Nederland voorkomende dieren. De wet kent verschillende beschermingsregimes voor diverse soorten. De Wnb bevat verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde diersoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings­ of vaste rust­ en verblijfsplaatsen. Voor van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels geldt dat het verboden is om nesten, rustplaatsen of eieren te vernielen. Ook is het verboden om vogels te verstoren, tenzij de verstoring geen wezenlijke invloed heeft op de staat van instandhouding van de soort. Voor algemene soorten, geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen of beheer en onderhoud en op grond van de Verordening vrijstellingen soorten Noord­Holland vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wnb.

Voor overige soorten is geen ontheffing nodig indien de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) of de provincie een gedragscode heeft goedgekeurd voor het uitvoeren van de werkzaamheden. De gemeente Amsterdam heeft een gedragscode opgesteld die de minister van (destijds) LNV heeft goedgekeurd. Hoewel de gedragscode zijn basis vindt in de Flora­ en faunawet, die inmiddels is vervallen, is de werking van de gedragscode door de staatssecretaris van Economische Zaken ambtshalve verlengd. Bij naleving van deze gedragscode geldt dan ook een vrijstelling voor de uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Ontheffingen mogen slechts worden verleend wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat, geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan en de ontheffing nodig is met het oog op in de Wnb bepaalde belangen. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wnb aan de uitvoering van het bestemmingsplan in de weg staat. Dit zal zich voordoen wanneer de uitvoering van het bestemmingsplan tot ingrepen noodzaakt waarvoor geen vrijstelling geldt of geen ontheffing op grond van de Wnb kan worden verleend.

Natuurbeheerplan 2019 Provincie Noord-Holland Het Natuurbeheerplan beschrijft waar in Noord­Holland natuur is en kan komen, welk soort natuur en beheer daar gewenst is en voor welke locaties, agrarische collectieven, grondeigenaren en natuurbeherende organisaties subsidie voor natuurbeheer kunnen aanvragen. Het Natuurbeheerplan bevat de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Natuurverbindingen. De natuurdoelen strekken verder verder dan enkel de gronden die zijn aangewezen als NNN. Het is dus niet zo dat een Natuurbeheerplan de daadwerkelijke natuurwaarden vastlegt. Een Natuurbeheerplan heeft geen planologische werking zoals de PRV. De natuur­ en beheerdoelen buiten het NNN worden behaald door middel van bijvoorbeeld agrarisch natuurbeheer. Dit is gericht op de verbetering van leefgebieden. Er wordt onderscheid gemaakt in vijf typen leefgebieden.

Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 87 van 91

Afbeelding 'Droge dooradering'

Delen van het agrarisch gebied aan de westzijde van Kudelstaart behoort toe aan het leefgebied ‘droge dooradering’. Het leefgebied droge dooradering is een half­open tot besloten landschap met aan elkaar grenzende (kleinschalige) akkers, graslanden, laanbeplanting, singels, hout­ en tuinwallen, heggen en hagen, struweelranden, dijken en slaperdijken, bermen van wegen en paden, steilrandjes en ruigtezomen. In de herfst, winter en het vroege voorjaar zijn stoppelvelden aanwezig. Kleinere, geïsoleerde wateren die verspreid in deze gebieden voorkomen (poelen, kleine vennen en kleine doorbraakkolken) worden ook gerekend tot dit leefgebied. De aanwezigheid hiervan is van belang voor amfibieën (kikkers, salamanders en padden) en libellen. Het leefgebied herbergt soorten die er foerageren, maar ook broedvogels die er broeden maar buiten het leefgebied foerageren. Het agrarisch natuur­ en landschapsbeheer in dit leefgebied is gericht op het geschikt houden/maken van het leefgebied voor de doelsoorten. Van belang hierbij zijn opgaande landschapselementen (ruigte en struweel) en waterelementen, zodat ongestoord uitwisseling tussen de deelgebieden kan optreden. Daarnaast ligt Kudelstaart binnen het leefgebied "Categorie water" (agrarisch waterbeheer).

Het agrarisch waterbeheer is gericht op het bereiken van een goede toestand van al het water conform de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het realiseren van een robuust, duurzaam en klimaatbestendig watersysteem. Hoewel de opgaven per waterschap verschillen, zijn de volgende doelen in alle gevallen relevant: <0000> het beschikbaar stellen van agrarische gronden voor waterberging bij veel neerslag en het vasthouden van water bij droogte, om waterproblemen elders in het watersysteem te voorkomen; <0000> het op een zodanige wijze inrichten en/of beheren van waterlopen en oevers ­afgestemd op de gebiedsfuncties­ dat een toekomstbestendig, duurzaam watersysteem ontstaat; <0000> het op een zodanige wijze beheren van het grond­ en/of oppervlaktewaterpeil, dat een optimale situatie ontstaat voor waterkwantiteit en waterkwaliteit. Het gaat hierbij om drie hoofddoelstellingen: 1) het vergroten van het bergend vermogen in de bodem of in het oppervlaktewatersysteem; 2) het realiseren van een optimaal peilbeheer; 3) het verbeteren van de waterkwaliteit; <0000> groene zuivering: het beperken van de belasting van grond­ en oppervlaktewater met verontreinigende stoffen vanuit de agrarische sector, zowel door het nemen van maatregelen aan de bron als end of pipe­maatregelen;

Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 88 van 91

<0000>

duurzaam bodembeheer: het beperken en voorkomen van af­ en uitspoeling van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het grond­ en oppervlaktewater.

De begrenzing van dit leefgebied is ruim vastgesteld en is een zoekgebied. 7.8.2 Relevantie plangebied Natuurverbindingen In het plangebied is een natuurverbinding gelegen op de Bilderdammerdijk, gelijklopend met de provincie­ en gemeentegrens. Natuurverbindingen moeten de uitwisseling van planten en dieren tussen de natuurgebieden bevorderen. Natuurverbindingen zijn de “snoeren” waarlangs projecten worden uitgevoerd die vooral bijdragen aan verhoging van de algemene natuur­ en landschapskwaliteit. Bijvoorbeeld aanleg van natuurlijke oevers, gevarieerd riet­ en dijkbeheer, waterberging met oog voor ecologische aspecten, plas­dras bermen en aanleg van bosjes en struiken. Kortom de groenblauwe dooradering van het landschap. De Bilderdammerdijk is in de huidige situatie vrij van bebouwing en wordt gebruikt voor begrazing door schapen en rundvee. De Bilderdammerdijk heeft in dit bestemmingsplan de bestemming 'Groen' met de dubbelbestemming 'Waarde ­ Ecologie' gekregen. Ten behoeve van het behoud van de ecologische waarden is in het bestemmingsplan een aanlegvergunningsstelsel opgenomen. Natura 2000 gebieden De dichtstbijzijnde Natura­2000 gebieden Botshol en Nieuwkoopse Plassen & De Haeck liggen op een afstand van circa 9 kilometer van het plangebied. Gelet op deze afstand zijn effecten bij eventuele ontwikkelingen voor deze gebieden uitgesloten.

Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die een negatief effect kunnen hebben op de Natura­2000 gebieden.

7.9 Verkeer en parkeren In deze paragraaf wordt de bereikbaarheid / ontsluiting van het gebied als gevolg van het plan globaal beschreven, voor: de auto, OV, fiets en voetganger. Ook het auto­ en fiets parkeren wordt kort in beeld gebracht. 7.9.1 Verkeer Autoverkeer De randweg om Kudelstaart (Ambachtsheerweg­Hoofdweg­Legmeerdijk) is een belangrijke route van en naar de bloemenveiling Aalsmeer. De randweg is vooral bedoeld voor doorgaand verkeer. De Bachlaan, de Mijnsherenweg en de Bilderdammerweg en in mindere mate het Robend, de Kudelstaartseweg en de Herenweg vormen de ontsluitingswegen van Kudelstaart. De overige wegen en straten zijn in gebruik als woonstraat. Binnen het plangebied zijn de Legmeerdijk en Ambachtsheerweg 80 km/u wegen. De Hoofdweg vanaf de Ambachtsheerweg tot aan de grens van het plangebied is een 60 km/u weg. De Mijnsherenweg (tot circa 50 meter voor de Einsteinstraat), Hoofdweg, Bilderdammerweg (tussen Ambachtsheerweg en Calslagen Bancken), en een deel van de Kudelstaartseweg (tussen Madame Curiestraat en de Bachlaan) zijn 50 km/u wegen. Voor de overige wegen en straten geldt een snelheid van 30 km/u of is er sprake van woonwijken. Openbaar vervoer Het plangebied wordt doorkruist door buslijn 358. Deze buslijn rijdt tussen Amsterdam Station Zuid en de Bilderdammerweg Kudelstaart (ter hoogte van de Wim Kan Dreef).

Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 89 van 91

Langzaam verkeer In het plangebied zijn fietspaden en fietsroutes aanwezig. Langs de Legmeerdijk, Hoofdweg en Ambachtsheerweg liggen vrijliggende fietspaden. Deze behoren tot de primaire fietsroutes. De secundaire fietsroutes lopen over de Kudelstaartseweg, Herenweg, Mijnsherenweg, Bachlaan. Madame Curiestraat, Bilderdammerweg en Corry Vonkpad. In de wijk Proosdij is een aantal fietspaden en is er een fietsroute door cluster I en II richting de Romeijnstraat (uitkomend op het Robend, vlakbij de Proosdijhal). Langs de dijksloot achter de Kudelstaartseweg is een wandelpad aanwezig. De Bilderdammerdijk is toegankelijk voor voetgangers en maakt onderdeel uit van de wandelroute “Landscheidingspad”. De Geniedijk is onderdeel van de wandelroute “Pelgrimspad”. Op de Bilderdammerweg is vanaf de Spiegelstraat een eenzijdig fietspad aangelegd. Op de rest van de Bilderdammerweg zijn fietsstroken aangebracht. Vanaf het pleintje in het winkelcentrum is een recreatieve route aangelegd richting het recreatiegebied Loswal. Vanuit de wijk De Rietlanden is een fietsverbinding naar de Kudelstaartseweg gerealiseerd. 7.9.2 Parkeren In de bestaande situatie vindt het parkeren in de dorpskern hoofdzakelijk plaats in parkeervakken op straat en in een deel van de voortuinen. In de woonwijken vindt het parkeren hoofdzakelijk op de openbare weg in parkeervakken plaats.

In enkele gevallen zijn parkeervoorzieningen in de tuin aanwezig. Bij diverse woningen zijn ook (gebouwde) parkeervoorziening in de tuin aanwezig en verder zijn er een aantal autoboxen aanwezig. In het agrarische gebied vindt het parkeren plaats op eigen erf. Het beleid van de gemeente Aalsmeer is erop gericht om in nieuwe woon­ en werkgebieden voldoende parkeerplaatsen aan te leggen. Voldaan moet worden aan de parkeernorm zoals opgenomen in de op moment van ontwikkeling geldende nota parkeernormen Aalsmeer.

7.10 Duurzaam bouwen en energie De kaders duurzaamheid Aalsmeer zijn vastgesteld door de gemeenteraad in december 2016. Hiermee heeft de gemeenteraad aangegeven dat Aalsmeer streeft naar duurzaam beleid in alle keuzes die zij maakt. Hierbij zijn drie focusgebieden benoemd: 1. Aalsmeer is fossielonafhankelijk in 2040; 2. Aalsmeer heeft een circulaire economie in 2040; 3. en iedereen kan meedoen in Aalsmeer (inclusieve stad). Voor nieuwe ontwikkelingen is met deze focusgebieden op verschillende wijzen rekening te houden. Een duurzaam gebouw verbruikt onder andere minder energie, is ecologisch verantwoord en maakt gebruik van duurzame materialen. Bij nieuwbouw is een belangrijk aandachtspunt, dat energiegebruik zoveel mogelijk wordt gereduceerd door o.a. isolatie en het efficiënt inzetten van installaties. Daarnaast is aandacht voor duurzame energie­opwek gewenst. Dit wordt door middel van het Bouwbesluit getoetst. De gemeente hecht er aan dat (toekomstige) bewoners de mogelijkheid wordt geboden zelf verdergaande maatregelen te treffen waarmee energieneutraliteit te bereiken is. Aansluiting op een collectieve WKO of een all­electric uitvoering van het plangebied door middel van individuele bodemenergiesystemen dragen bij aan het behalen van de ambitie fossielonafhankelijk. Binnen het plangebied zijn hiervoor geen belemmeringen voorzien.

Het (wijzigings)besluit Bodemenergie en de Waterwet vormen bij toepassing van bodemenergie het wettelijk kader.

Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 90 van 91

Daarnaast stimuleert de gemeente het realiseren van duurzame en energiezuinige gebouwen door middel van de Gemeentelijke Praktijk Richtlijn voor duurzaam bouwen (GPR). GPR­gebouw is een digitaal instrument dat ontwerpgegevens omzet in prestatiegetallen per module. Aalsmeer streeft naar nieuwbouwontwikkelingen met een gemiddelde GPR van 7,5 met een score van 10 op de module energie. De gemeente stelt haar licentie beschikbaar aan ontwikkelaars waarmee zij op basis van een voorlopig ontwerp kunnen toetsen waar nog verbeteringen mogelijk zijn. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moet met een berekening aangeven wat het duurzaamheidgehalte van het te realiseren bouwwerk is (artikel 5.9 het eerste en tweede lid van het Bouwbesluit 2012). Het thema milieu van de GPR voldoet aan de indieningsvereisten bepaald in het Bouwbesluit. Sinds 1 januari 2015 is op grond van het Bouwbesluit voor nieuwbouwwoningen een energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van maximaal 0,4 vereist. Een hogere ambitie kan worden bereikt door extra isolatie, energiezuinige systemen, warmte ­ koude opslag gecombineerd met lage temperatuurverwarming en het benutten van de zon als energiebron. Gemeente Aalsmeer zoekt graag met de ontwikkelaar en (toekomstige) bewoners naar opties waarmee voor de nieuwe woningen een lagere EPC kan worden gehaald.

Ten slotte kan, vanwege toename van warme periodes, een toenemende behoefte aan koeling ontstaan. Door middel van toepassing van groendaken in combinatie met goede isolatie is dit effect te verminderen. Bovendien dragen groene daken bij aan vertraagde afvoer van hemelwater.

Toelichting bestemmingsplan Kudelstaart 2020

pagina 91 van 91

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=42564c34-7a73-4e41-b58f-2dc9dbd06ff8