CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 9 februari 2021, gemeente aalsmeer27.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Borging

Kosten

1.1

Een klimaattoets invoeren

1.2

Borgen binnen vergunningen

2.1

MeerjarenProjectenPlan (MPP) en meekoppelkansen

Onderdeel van reguliere beleidstaken Onderdeel van reguliere beleidstaken Opslag KA in GRP voor de periode 2021 – 2026: € 1.040.000 (€ 175.000 gemiddeld per jaar)

2.2

Jaarprogramma en afdelingsplannen Jaarprogramma en afdelingsplannen Jaarplanning en budgettering MPP. Kosten voor klimaatadaptatie als opslagpercentage meegenomen in de begroting van het GRP Projectexploitatie

Stedelijke Ontwikkeling en Meekoppelkansen Verdiepingsonderzoek diverse gebieden GRP in relatie tot wateroverlast en grondwateroverlast Verdiepingsonderzoek naar grondwater- GRP onderlast en droogte: - Droogte kwetsbare objecten - Functioneren huidige drainage - Houten paalfunderingen - QuickScan kansen opslag regenwater in de (diepere) ondergrond

3.1

3.3

Onderdeel van projectexploitatie € 340.000

Zie factsheet 3.1

€ 1.380.000

Totaal

52

Aanvullende middelen Het aanvullende budget is nodig om de opgave voor klimaatadaptatie specifiek in de gemeentelijke organisatie te verankeren. Voor de uitwerking zijn extra middelen geraamd. De kosten betreffen onderzoekskosten, communicatie acties om bewustwording bij bewoners te versterken, en het actualiseren van beleidsplannen (opnemen van de klimaatadaptie component). Er moeten instrumenten ontwikkeld worden en er is extern advies benodigd voor technische innovatieve oplossingen bij renovatieprojecten en nieuwe inrichtingen. Belangrijk is ook de extra benodigde ondersteuning en samenwerking in de komende periode met partners zoals de waterschappen, de veiligheidsregio, ondernemers en bewoners. In onderstaande tabel zijn de aanvullende benodigde middelen weergegeven.

Onderdeel

Kosten Totaal 2021-2026 € 240.000

1.3 Bewoners- en ondernemersagenda klimaat. Ondersteuning van een website, apps, social media, communicatiekosten en groene klimaatacties om bewoners d.m.v. diverse acties te motiveren mee te doen aan de klimaatopgave. 3.2

€40.000

Verdiepingsonderzoek kwetsbare verblijfsplekken in relatie tot hittestress en verkoeling Totaal

Kosten per jaar

2021-2026

€40.000 (per jaar)

2022 € 40.000

2021-2026

€ 280.000

De genoemde middelen voor het borgen van klimaatadaptatie in beleidsplannen zijn geraamd voor het actualiseren van deze plannen. De uitvoering van eventuele maatregelen volgend uit deze plannen is hierin niet meegenomen, maar wordt zoveel mogelijk meegenomen in het meekoppelen met projecten.

8.2 Baten Investeren in klimaatadaptatie levert baten op voor de lange termijn. Allereerst zorgt klimaatadaptatie voor verlaging van de potentiële schade door hitte, wateroverlast, droogte en waterveiligheid (overstromingen). Daarnaast zorgt klimaatadaptatie voor een koppeling van thema’s en belangen, waardoor er meer draagvlak en financiering is voor oplossingen. Zo leidt klimaatadaptatie tot een verhoging van de kwaliteit en leefbaarheid van de openbare ruimte en gebouwen.

53

Bijlage 1

Uitleg risicocategorieën lage en hoge grondwaterstanden Kans en effect risicocategorieën lage en hoge grondwaterstanden

Kans op lage grondwaterstanden

Ontwatering (GLG) dieper dan 1,5 m onder maaiveld Groot

criterium Ontwatering (GLG) tussen 1,2 m en 1,5 meter onder maaiveld Gemiddeld

Ontwatering (GLG) ondieper dan 1,2 meter onder maaiveld Klein

Effect lage grondwaterstanden

Hoog

criterium Zettingsgevoelige bodemlagen én ouderdom bebouwing 19451980 Gemiddeld

Kans op hoge grondwaterstanden

Ontwatering (GHG) ondieper dan 0,7 m onder maaiveld Groot

criterium Ontwatering (GHG) tussen 0,7 m en 1,0 meter onder maaiveld Gemiddeld

Ontwatering (GHG) dieper dan 1,0 meter onder maaiveld Klein

Effect hoge grondwaterstanden

Ouderdom bebouwing vóór 1970 Hoog

criterium Ouderdom bebouwing 1970-1992 Gemiddeld

Ouderdom bebouwing na 1992 Laag

Zettingsgevoelige bodemlagen én ouderdom bebouwing vóór 1945

54

Ouderdom bebouwing na 1980 Laag

55

Bijlage 2

Begrippenlijst

Begrippenlijst Agenda en actieplan klimaatadaptatie 2021-2026 Term

Omschrijving

Basisrioleringsplan (BRP)

Gemeentelijke rioolmodellen voor bepaling van het afvoergedrag van de riolering onder verschillende “belastingen” (regenbuien). Onderlegger bij het GRP. Juridisch en planologisch kader voor de ruimtelijke ordening in de gemeente. Wordt “omgevingsplan” na invoering van de Omgevingswet. Nieuwe normering voor de energieprestatie van gebouwen

Bestemmingsplan Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie (DPRA) Gemeentelijk rioleringsplan (GRP)

Gevoelstemperatuur (hittestress) GHG

GLG Grondwaterzorgplan

ISARIZ

Klimaatadaptatieagenda Klimaatatlas Metropoolregio Amsterdam (MRA) Klimaateffectatlas Klimaatschadeschatter Klimaatstresstest-light

Leidraad inrichting openbare ruimte (LIOR)

Loopafstand Tot Koelte (hittestress) Meekoppelen

MeerjarenProjectenPlan (MPP – Openbare Ruimte)

Nationaal beleidsplan met voorstellen voor aanpak van klimaatadaptatie. In 2017 in werking getreden. Wettelijke verplicht gemeentelijk beleidsplan met visie, beleid, projecten en maatregelen. Het GRP is de wettelijke basis voor het bepalen van de jaarlijkse hoogte van de rioolheffing. Loopt meestal over een periode van 5 jaar. De wettelijke verplichting komt met de Omgevingswet op termijn te vervallen . Waarschijnlijk de best mogelijke indicator voor de impact van hitte op de gezondheid. Berekende indicator op basis van metingen. Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand. In Nederland algemeen aanvaarde indicator voor de gemiddeld jaarlijks hoogste grondwaterstanden die ergens voorkomen. Wordt veel gebruikt om grondwaterstandseisen van verschillende grondgebruiksfuncties te formuleren. Gemiddeld Laagste Grondwaterstand. Als GHG, maar dan voor de laagste grondwaterstanden. Gemeentelijk beleidsplan voor grondwater. Visie, beleid en strategie met kostenindicaties om grondwaterproblemen in de gemeente te bestrijden. Geen zelfstandig vastgesteld plan. Onderlegger bij het GRP. Intergemeentelijke Samenwerking in de RioleringsZorg. Samenwerkingsverband tussen 15 gemeenten grotendeels binnen het werkgebied van het waterschap AGV/Waternet.

Gemeentelijke agenda voor de korte en lange termijn voor uitvoering van klimaatadaptieve maatregelen (2021-2050) Verzameling klimaatstresstesten die uitgevoerd zijn voor de MRA (https://mra.klimaatatlas.net). Openbare informatie. Landelijk platform met kaarten over klimaateffecten. Vergelijkbaar met de stresstesten-light. (https://www.klimaateffectatlas.nl/nl) Experimentele landelijke methodiek om kosten van klimaatverandering te berekenen Methodiek om impact van klimaatverandering te berekenen en te visualiseren voor de 4 afzonderlijke klimaattrends. De stresstesten bevatten openbare informatie en worden regelmatig bijgesteld/vernieuwd. De getoonde informatie is een combinatie van metingen en berekeningen. Gemeentelijk handboek met eisen voor ontwerp en inrichting van de openbare ruimte. Leidend ten aanzien van de uitvoering. Door de MRA normeringen klimaatadaptatie op te nemen in de actualisatie van de LIOR wordt een vervolgstap gezet richting een D (duurzame) IOR. Recent ontwikkelde veelbelovende indicator om aan te geven in hoeverre de hittestress effectief kan worden bestreden. Beleidsbegrip. Het meenemen van klimaatadaptieve maatregelen volgens de planningen van het MPP Openbare Ruimte en andere werkzaamheden zoals m.b.t. de energietransitie.

Om onderscheid te maken met uitvoeringsplannen van alléén klimaatadaptieve maatregelen Gemeentelijke meerjarenplanning van uitvoeringsprojecten in de openbare ruimte, meestal voor een periode van 4 jaar.

56

Metropoolregio Amsterdam (MRA) Nationale adaptatiestrategie (NAS) Omgevingsvisie

Samenwerkingsverband tussen gemeenten in de Regio Amsterdam. Actief op het gebied van onder andere klimaatadaptatie. Nationale strategie voor de adaptatie van klimaatmaatregelen in Nederland

Risico

Het product van indicaties van de ernst van een effect, de omvang en verbreiding van een effect en de kans van optreden van een effect. Methodiek om klimaatrisico’s in beeld te brengen, te prioriteren en te verhelpen. Leidend in het proces om te komen tot klimaatadaptatie beleid. Korte termijn programma (2021-2026) om concrete projecten met klimaatadaptatie in de gemeente uit te voeren Voorzieningen, functies en gebouwen, die kritisch zijn binnen het maatschappelijk functioneren, bijvoorbeeld de zorgsector en nutsvoorzieningen. Kernbegrip in het klimaatadaptatiebeleid van de MRA.

Risicodialoog Uitvoeringsprogramma “Vitaal & Kwetsbaar”

Integrale visie op de gemeente vanuit het perspectief van de nieuwe Omgevingswet

57

Bijlage 3

Leeslijst

1. 2. 3. 4.

Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, Min VWS, Den Haag, 2017 Nationale Adaptatie Strategie NAS, ministeries van IenW, VWS, LNV en BZK, 2016/2017 Handreiking decentrale regelgeving klimaatadaptief bouwen en inrichten v1.0, Min. BiZa, 2020 Bouwstenen waterketen Omgevingswet SWR2. Samenwerking Waterketen regio Rijnland, subregio Kennemerland, Ambient / Colibri Advies, 2020 5. Klimaatbestendige Nieuwbouw. Basisveiligheidsniveau. MRA, 2020 6. Grondwaterzorgplan Aalsmeer 2020-2025, Wareco 2020 7. Risico-inventarisatie grondwater Aalsmeer, Wareco, 2019 8. Analyse droogte-effecten grondwater ‘2018’ gemeenten Amstelveen en Aalsmeer, Wareco, 2020 9. Concept Gemeentelijk Rioleringsplan Aalsmeer 2021-2026, Arcadis, 2020 10. Website KNMI, informatie klimaattrends, 2020 11. Klimaatstresstesten a. Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, https://agv.klimaatatlas.net b. Hoogheemraadschap van Rijnland https://rijnland.klimaatatlas.net c. Metropoolregio Amsterdam MRA, https://mra.klimaatatlas.net d. Prov. Zuid-Holland, https://zuid-holland.klimaatatlas.net e. Klimaateffectatlas, https://www.klimaateffectatlas.nl/nl

58

5 Vaststellen bestemmingsplan 'Oosteinderweg 2020' 1 Dossier 209 voorblad.pdf

1.Commissie Ruimte en Economie Dossiernummer

209

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

9 februari 2021

Agendapunt

5

Omschrijving

Vaststellen bestemmingsplan 'Oosteinderweg 2020'

Geagendeerd

Vergaderdatum

1.Commissie Ruimte en Economie

9 februari 2021

1 20210113 Raadsvoorstel vaststellen BP Oosteinderweg.docx

RAADSVOORSTEL

Raadsvoorstel nr

Z2017-052407

Datum B&W-besluit

19 januari 2021

Portefeuillehouder Afdeling

Wethouder mr. L.B. Kabout

Stedelijke Ontwikkeling

Behandelend ambtenaar (voor technische vragen)

R. Luijendijk 4183 r.luijendijk@amstelveen.nl

Voor de vergadering van raad d.d.

4 maart 2021 Behandelen in de raadscommissie op

Ruimte en Economie

9 februari 2021

Onderwerp

Vaststellen bestemmingsplan 'Oosteinderweg 2020' Gevraagd besluit

1. de Nota van Beantwoording ontwerpbestemmingsplan Oosteinderweg 2020 vast te stellen; 2. op grond van artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan vast te stellen; 3. voornoemd bestemmingsplan, met bijbehorende toelichting en bijlagen, als vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0358.14-VG01, ten opzichte van het ontwerp gewijzigd vast te stellen overeenkomstig de bijgevoegde Staat van Wijzigingen; 4. te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) met datum 27 oktober 2017. WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)

Voor het plangebied Oosteinderweg geldt dat het voorgaande bestemmingsplan ‘Oosteinderweg e.o. 2005’ nog een analoog (PDF) plan is. De planvorm, systematiek en de inhoud van de regels zijn achterhaald. Het bestemmingsplan moet in overeenstemming worden gebracht met de meeste actuele ruimtelijke beleidskaders en standaarden en afwijkingen (vrijstellingen) van dit plan moeten worden voorzien van een actueel beheerkader in de vorm van een nieuw, in beginsel conserverend, bestemmingsplan. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)

Het ontwerpbestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’ heeft ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. Ons college stelt uw gemeenteraad voor het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen conform de beantwoording van deze zienswijzen en de Staat van Wijzigingen. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)

Programma 5: Ruimtelijke Ordening Aanleiding

Artikel 3.1 lid 2 Wet ruimtelijke ordening schrijft voor dat de bestemming van gronden met de daarbij horende regels binnen een periode van 10 jaar telkens opnieuw moet worden vastgesteld. Per 1 juli 2018 geldt de actualisatieplicht niet meer voor bestemmingsplannen die elektronisch raadpleegbaar zijn (art. 3.1a). Dit bestemmingsplan ‘Oosteinderweg e.o. 2005’ is als PDF-bestand via de vereiste weg raadpleegbaar gemaakt. Met de komst van de Omgevingswet in 2022 moet een bestemmingsplan voldoen aan de digitale

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 6

RO-standaarden. Pas dan kan een bestemmingsplan door gaan als omgevingsplan. Het geldende bestemmingsplan ‘Oosteinderweg e.o. 2005’ is nog een analoog plan en dient zodoende geactualiseerd te worden in digitale vorm. De actualisatie is eveneens noodzakelijk om het meest actuele ruimtelijk beleid planologisch te verankeren en aansluiting te zoeken met de gangbare standaarden. Er is geen aanleiding nu verregaande wijzigingen van bestemmingen door te voeren die gericht zijn op eventuele toekomstige ontwikkelingen. Het plan is overwegend conserverend van aard, bestaande legale functies worden in beginsel positief bestemd. Voorafgaand aan de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft uw gemeenteraad op 3 december 2020 de structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’ vastgesteld. Deze visie geeft inzicht in de mogelijke toekomstige ontwikkelingen en dient als toetsingskader voor initiatieven. Argumenten

Ad. 1, 2 en 3a Zienswijzen Het ontwerp ‘Oosteinderweg 2020’ heeft van 15 november t/m 27 december 2019 ter inzage gelegen. Binnen deze periode zijn er 31 zienswijzen ontvangen. Twee zienswijzen zijn buiten de wettelijke termijn ontvangen. De onderwerpen van de zienswijzen zijn zeer divers en zijn vaak specifiek gericht op de bestemmingslegging op de eigen kavel. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de Nota van Beantwoording Zienswijzen. Hierbij is tevens aangegeven of de reactie aan leiding geeft tot een wijziging in het vast te stellen plan. De voor te stellen wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen én de ambtelijk wijzigingen treft u aan in de Staat van Wijzigingen. Wat opvalt is dat een aantal zienswijzen betrekking heeft op de wens de agrarische bestemming te wijzigen of te verruimen naar aanleiding van toekomstige ontwikkelwensen. Over het algemeen zijn deze ontwikkelwensen nauwelijks concreet gemaakt of wordt de uitvoerbaarheid niet of onvoldoende aangetoond. Met de vaststelling van de Structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’ is er beleidsmatig wel houvast om over verschillende ontwikkelwensen een standpunt in te nemen. Alhoewel in deze fase een bestemmingswijziging nog niet aan de orde kan zijn, is in de beantwoording van de zienswijze waar dit kon een globale toets aan de structuurvisie gedaan.

Zodoende is inzicht gegeven in welk type ontwikkeling kansrijk is en welk niet. Met de vaststelling van deze structuurvisie is duidelijk geworden binnen welke kaders transformatie tot uitvoering kan worden gebracht. Door de Stichting De Bovenlanden en verschillende actieve kwekers is aangegeven dat een aantal percelen welke bestemd zijn als ‘Natuur’ en in de toekomst ook als zodanig worden ingericht, tot die tijd nog in gebruik worden gegeven voor open teelt. We stellen voor deze percelen weer als ‘Agrarisch – Tuinbouw’ te bestemmen om de sierteelt hier mogelijk te houden. Binnen deze bestemming is ook een natuurontwikkeling mogelijk. Sommige zienswijzen wijzen op een omissie in het ontwerp waarbij de bestaande situatie niet juist is bestemd. Voor zover dit gebruik of bouwwerk legaal aanwezig is heeft dit geleid tot een aanpassing in het ontwerp. Situaties waarvoor geen vergunning blijkt te zijn verleend en dus in strijd met het geldende plan aanwezig zijn, zijn beoordeeld op wenselijkheid. Bij het overgrote deel blijkt legalisatie niet direct aan de orde en is dit dus niet in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. In veel gevallen waren dit overigens al handhavingszaken. Het streven is deze gevallen te bewegen om te kiezen voor ontwikkelingen die passen binnen de structuurvisie. Ad.

3c Vast te stellen bestemmingsplan Uw gemeenteraad heeft op 3 december 2020 de Structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’ vastgesteld. Deze visie geeft aan welke ontwikkel- en transformatiemogelijkheden er passend zijn binnen verschillende zones en binnen welke randvoorwaarden deze kunnen plaatsvinden. De visie geldt als toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen zodra deze zich concreet aandienen. De visie leent zich er niet voor deze direct in dit bestemmingsplan tot uitvoering te brengen. De rand voorwaarden zijn hiervoor te specifieke en locatie- en situatieafhankelijk. Bovendien dienen over de

Pagina

3 van 6

specifieke ontwikkelingen nadere (financiële) afspraken gemaakt te worden. Er hebben zich nog geen initiatieven aangediend die én voldoende concreet zijn én waarbij de uitvoerbaarheid is aangetoond. Het bestemmingsplan past binnen het geldende beleid en frustreert de uitvoering van de structuurvisie niet. Ten aanzien van een aantal thema’s is de volgende rode draad doorgevoerd: Wonen: Voor wonen in woongebouwen wordt onderscheid gemaakt in woningen in het lint en buiten het lint. Voor woningen in het lint geldt het lintenbeleid. Dit recent herziene lintenbeleid is vertaald in een bestemming ‘Wonen – Lintbebouwing’. Vooral de regels voor bijbehorende bouwwerken zijn door de (landelijke) vergunningsvrije bouwmogelijkheden sterk versimpeld ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Overige woningen krijgen met de reguliere bestemming ‘Wonen’ een maatbestemming en passend bouwvlak waarmee de bestaande situatie wordt vastgelegd. Woningen aan de Mr. Jac. Takkade en op het bovenland hebben vervolgens een beperktere inhoud (max. 450 m3) conform de geldend planregeling. Detailhandel: Beleidsmatig is detailhandel buiten winkelcentra ongewenst. Voor perifere detailhandel dient ruimte gezocht te worden op bedrijventerreinen. In het vast te stellen bestemmingsplan is legaal aanwezige detailhandel specifiek bestemd met functieaanduidingen binnen gewenste hoofdbestemmingen.

Daarnaast voorziet het plan in wijzigingsbevoegdheden om deze functieaanduidingen bij leegstand te verwijderen. Bedrijven: Beleidsmatig is de Oosteinderweg geen gebied waar economische groei is voorzien. Verschillende bedrijven zijn echter legaal aanwezig. In het plan zijn deze bedrijven overeenkomstige bestemd. Groothandelsbedrijven worden specifiek aangeduid binnen ‘Bedrijf’. Bij Perry Sport wordt de aanwezige m2 kantoor vastgelegd zoals deze in afwijking van het geldende plan is vergund. Groothandelsbedrijven vallen niet binnen de bestemming ‘Bedrijf’ tenzij nader aangeduid. Zodoende kunnen er geen nieuwe groothandelsbedrijven gevestigd worden. Recreatiekavels: Beleidsmatig zijn deze gewenst, onder voorwaarde van zeer beperkte bebouwingsmogelijkheden. In het vigerend plan zit hiervoor binnen de bestemming ‘Agrarisch’ een afwijkingsbevoegdheid. In het plan zullen recreatiekavels worden bestemd als ‘Recreatie’ (geen verblijfsrecreatie) voor zover deze in het voorgaande plan als zodanig waren aangeduid. Recreatiekavels op agrarische bestemmingen zijn bestemd als ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met aanduiding ‘recreatie’. Naast het agrarisch gebruik is hier dus tevens recreatief gebruik toegestaan. Natuur: In het vigerende plan is ‘Natuur’ en ‘Natuurontwikkeling’ bestemd en ligt er een strook van 30 meter met aanduiding ‘Natuurontwikkeling’.

Beleidsmatig is het voltooien van de Groene As (Natuurnetwerk Nederland en natuurverbindingen) gewenst. Stichting de Bovenlanden koopt hier toe gronden aan met omzetten naar natuur tot doel. In het plan zullen de gronden als ‘Natuur’ worden doorbestemd. Gronden van Stichting de Bovenlanden worden hieraan toegevoegd, tenzij deze gronden in gebruik worden gegeven ten behoeve van open teelt. Deze gronden zijn bestemd als ‘Agrarisch – Tuinbouw’, maar hier is tevens natuurontwikkeling binnen deze bestemming toegestaan. Hierdoor is een eventuele omzetting naar natuur in de toekomst mogelijk. Woonarken: In het geldende bestemmingsplan Woonarken zijn de ligplaatsen en oeverbebouwing nabij de ark vastgelegd. Materieel verandert er in dit plan niets. Ligplaatsen worden bestemd als ‘Water – Permanent Wonen’ of ‘Water – Verblijfsrecreatie’ met binnen de bestemming ‘Tuin’ de aanduiding voor de oeverbebouwing. In dit plan zijn de begrippen ten aanzien van woonarken, permanent bewoning en niet-permanent bewoning in overeenstemming gebracht met de Ligplaatsen verordening.

Binnen de bestemming ‘Water’ zijn in het ontwerp extra regels opgenomen om het aanleggen van

Pagina

4 van 6

pleziervaartuigen (waaronder kajuitboten) te reguleren. Hierbij is de systematiek uit de APV overgenomen. Ad 3b Er hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld Het bestemmingsplan voor Oosteinderweg 2020 maakt geen bouwwerken mogelijk die behoren tot de categorieën van bouwwerken waarvoor in het Besluit ruimtelijke ordening een exploitatieplan is voorgeschreven. In dit geval kan worden afgezien van het opstellen van een exploitatieplan. Een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening geldt derhalve niet als voorwaarde voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Ad 3d en 4 Wettelijke procedure en ter inzagelegging Het bestemmingsplan is conform de verplichte standaarden van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 opgesteld. Op grond van artikel 1.2.4. van het Bro moet in het vaststellingsbesluit ook bepaald worden van welke ondergrond gebruik is gemaakt. Voor het voorliggende bestemmingsplan is dat de ondergrond welke is ontleend aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) van 27 oktober 2017. In artikel 3.8, lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening is geregeld dat de bekendmaking van het bestemmingsplan plaatsvindt binnen twee weken na de vaststelling in de Staatscourant en langs elektronische weg (Gemeenteblad).

In dit artikel is tevens geregeld dat het bestemmingsplan digitaal beschikbaar wordt gesteld op www.ruimtelijkeplannen.nl. Ten slot dient de kennisgeving van de vaststelling via elektronische weg toegezonden te worden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan de betrokken waterschapsbesturen en aan de besturen van bij het plan een belanghebbende gemeenten. Kanttekeningen

Uit dit bestemmingsplan vloeit een handhavingsopgave voort. Deze opgave kan niet binnen de daarvoor beschikbare handhavingscapaciteit worden opgepakt. Dat betekent de gebiedsgerichte handhaving plaats zal moeten krijgen in een van de komende uitvoeringsprogramma's en daar eventueel extra budget voor vrijgemaakt moet worden. Overigens is deze opgave een verzameling handhavingsdossiers die ook al onder het geldende bestemmingsplan bekend was. Op 19 juni 2020 heeft uw gemeenteraad de motie integraal lintenbeleid aangenomen, waarin zij uw college oproept zo spoedig mogelijk een integrale samenhangende visie voor alle gebieden ten aanzien van de Linten te ontwikkelen. Naar aanleiding van deze motie wordt separaat aan de structuurvisie en dit bestemmingsplan een werkwijze ontwikkeld die kijkt naar de regels en voorschriften die gelden voor de linten. Het doel is door middel van een “ja, mits” benadering (langlopende) handhavingszaken af te handelen. Deze benadering kan mogelijk leiden tot andere inzichten met betrekking tot bestaand beleid en regelgeving, o.a. ten aanzien van het bewonen en gebruiken van (bij)gebouwen, maar ook ten aanzien van verhardingen, steigers en recreatief gebruik. Uitgangspunt van deze benadering zal zijn dat bij (brand)onveilige situaties altijd direct handhaving zal plaatsvinden.

De bekende illegale (woon)situaties zullen worden onderzocht op de mogelijkheden voor legalisatie. Hierbij zullen onder andere de volgende vragen worden onderzocht:  Is er sprake van strijdigheid met hogere wet- en regelgeving, zoals het Luchthavenindelingsbesluit ?  Is er sprake van wonen in een onveilig gebouw ?  Vormt de legalisatie een belemmering voor ontwikkel- en transformatiemogelijkheden ? - Kan de legalisatie de belangen van derden schaden ? Bij de ontwikkeling van dit beleid worden ook de uitgangspunten van deze structuurvisie betrokken zodat een gelijk speelveld ontstaat voor initiatiefnemers in dit gebied. Financiën

Er zijn geen aanvullende middelen benodigd voor deze bestemmingsplanherziening. Uit het bestemmingsplan vloeien geen kosten voor de gemeente.

Pagina

5 van 6

Communicatie

De terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zal, naast digitaal in de Staatscourant en het Gemeenteblad, eveneens worden gepubliceerd in de Nieuwe Meerbode. Daarnaast zal het bestemmingsplan digitaal beschikbaar worden gesteld via de landelijke voorziening (www.ruimtelijke plannen.nl) en de gemeentelijke viewer RO-Publiceer. De analoge versie van het plan zal ter inzage worden gelegd op het gemeentehuis van Aalsmeer en Amstelveen. In verband met de maatregelen ten gevolge van het coronavirus zal moeten worden bezien op welke wijze dat verantwoord is. Een ieder die een zienswijze heeft ingediend krijgt schriftelijk bericht van de wijze waarop hun zienswijze is behandeld en wordt op de hoogte gesteld van de kennisgeving, ter inzagelegging en mogelijkheid tot beroep. Procedure

Tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan en besluit om geen exploitatieplan vast te stellen staat rechtstreeks beroep open bij de Raad van State. De vaststelling van een bestemmingsplan en een besluit om geen exploitatieplan vast te stellen voor een bestemmingsplan worden voor de mogelijkheid van beroep aangemerkt als één besluit. Beroep kan worden ingesteld door: - belanghebbenden die tijdig een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan hebben ingediend; - belanghebbenden die kunnen aantonen dat zij redelijkerwijs niet in staat zijn geweest tijdig een zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan te maken; - iedere belanghebbende, voor zover beroep wordt ingesteld tegen wijzigingen die bij de vaststelling van het bestemmingsplan zijn aangebracht. Het bestemmingsplan treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt. Bij de voorzitter van de Afdeling kan tegelijkertijd, naast het indienen van beroep, een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend. In dat geval treden de besluiten pas in werking nadat op dat verzoek is beslist. Bijlagen

- Nota van Beantwoording Zienswijzen & Staat van Wijzigingen (geanonimiseerd) - Bestemmingsplanregels; - Bestemmingsplantoelichting; - Bestemmingsplanverbeelding (2 kaarten en een legenda). - Bijlagen bij regels; - Bijlagen bij toelichting. De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Pagina

6 van 6

BEHANDELING RAAD Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie

Het voorstel aan de raad is

Aanvaarde amendementen / moties

Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen

RAADSBESLUIT Besluit

1. de Nota van Beantwoording ontwerpbestemmingsplan Oosteinderweg 2020 vast te stellen; 2. op grond van artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan vast te stellen; 3. voornoemd bestemmingsplan, met bijbehorende toelichting en bijlagen, als vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0358.14-VG01, ten opzichte van het ontwerp gewijzigd vast te stellen overeenkomstig de bijgevoegde Staat van Wijzigingen; 4. te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke is ontleend aan de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) met datum 27 oktober 2017. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 4 maart 2021. De griffier,

De voorzitter,

O. van Kolck

mr. G.E. Oude Kotte

1 Nota van beantwoording en Staat van Wijzigingen (anoniem).pdf

Nota van Beantwoording Zienswijzen & Staat van Wijzigingen Ontvangen zienswijzen en beantwoording van zienswijzen op

Oosteinderweg 2020 (Ontwerp) Aalsmeer, januari 2021

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 1

Wijze van beantwoording

De Nota van Beantwoording wordt gehanteerd voor de beantwoording van zienswijzen op onder andere ontwerpbestemmingsplannen. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2020’ heeft van 15 november t/m 27 december 2019 ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn er 31 zienswijzen ingediend, 2 zienswijzen zijn buiten de termijn ontvangen. Alle reacties zijn hierna samengevat weergegeven. Dit betekent niet, dat die onderdelen van de reacties die niet expliciet genoemd worden niet bij deze beoordeling zijn betrokken. De reacties zijn in zijn geheel beoordeeld. De ontvangen zienswijzen worden puntsgewijs behandeld. Links staat naast de nummering een beknopte opsomming van de aangevoerde punten en in de kolom daarnaast vindt per punt de beantwoording plaats. In de rechterkolom wordt aangegeven of de reactie leidt tot aanpassing van het voorstel met indien van toepassing een korte toelichting daarop. De (ambtshalve) aanpassingen zijn aansluitend verzameld in de Staat van Wijzigingen.

Samenvatting ingediende reacties per indiener

Beantwoording reacties per punt

1.

Zienswijze 1(ontvangen 15 november 2019) en

en

Zienswijze 2 (ontvangen 20 december 2019)

Beide zienswijze zijn samengevoegd tot bezwaaronderdelen en argumenten met gelijke strekking en als zodanig behandeld.

2.

D19-300427 en D19-336213

a.

Indiener stelt dat op de inspraakreactie is nooit inhoudelijk een reactie is ontvangen, maar slechts ontvangstbevestiging na telefoongesprek. Verzocht wordt om een schriftelijke reactie op dit bezwaar.

De Nota van Inspraak is verzonden naar het huisadres van de appellant. De vervolgcorrespondentie zullen we versturen naar de bedrijfsvestiging.

b.

Indiener stelt dat het achterste gedeelte van het perceel van Oosteinderweg 125A bestemd is als ‘Recreatie’ en gedeeltelijk als ‘Natuur’, terwijl dit al 40 jaar een jachthaven is. Indien

Deze bezwaargrond is gedeeltelijk een herhaling van de eerder ingediende inspraakreactie (nr. 39a). Wij verwijzen dan ook

planaanpassing

Nee

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 2

uitgegaan zou worden van de feitelijke situatie zal er meer dan enkel luchtfoto’s geraadpleegd moeten worden. Deze geven slechts een momentopname weer.

naar de beantwoording daarvan, waar nodig aangevuld: De gronden achter Oosteinderweg 125a, voor zover deze zijn gelegen in een strook van circa 90 meter van de Ringvaart, hebben in het geldende plan de bestemming ‘Agrarische doeleinden’. De achterste 30 meter is hierbij aangeduid als zone voor natuurontwikkeling. De agrarische bestemming voorziet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor het realiseren van recreatiekavels. Dit geldt niet voor gronden met de medebestemming ‘zone voor natuurontwikkeling’. Op basis van een inventarisatie door middel van luchtfoto’s is het gebruik als recreatiekavels het feitelijke gebruik. Deze jaarlijks geactualiseerde luchtfoto’s onderschrijven dit gebruik voor een langer periode dan enkel een momentopname. Het gebruik als recreatiekavels vindt blijkens de zienswijze plaats als onderdeel van de exploitatie van de jachthaven. Het gebruik manifesteert zich als een ligplaats inclusief een stukje recreatiegrond (tuintje), zo blijkt uit de website van het jachthavenbedrijf. Op basis van deze geraadpleegde informatie hebben wij in het ter inzage gelegde ontwerp voor die gronden die niet voor natuurontwikkeling in aanmerking komen een passende bestemming, zijnde ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met een functieaanduiding ‘recreatie’, gekozen. Hierbinnen zijn deze recreatiekavels toegestaan.

Gebruik als jachthaven (dat wil zeggen, alle gebruiksmogelijkheden binnen ‘Recreatie-Jachthaven’) is niet vergund en vooralsnog niet gewenst. Binnen deze bestemming zijn ruime mogelijkheden voor jachthavenexploitatie waaronder reparatie- en herstelwerkzaamheden van vaartuigen en stalling. Hiervoor ontbreekt nu een uitvoerbaar initiatief. Om deze reden is een bestemming ‘Recreatie –

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 3

Jachthaven’ niet gepast. c.

Indiener stelt dat de agrarische bestemming welke in het ontwerp aan het perceel is gegeven niet meer realiseerbaar is. Het perceel ligt ingesloten tussen water en de jachthaven en heeft geen ontsluiting. Weliswaar is recreatief dagverblijf hierbinnen mogelijk, maar dit is te beperkend omdat een overnachting op een boot niet is toegestaan.

In beginsel is een agrarisch gebruik op het onderhavige perceel realiseerbaar. Het type teelt op de Bovenlanden richt zich juist op verspreid liggende akkers voor de trekheestercultuur. Dergelijke akkers hebben doorgaans geen eigen ontsluiting omdat dit juist via het water plaatsvindt. Dergelijk akkers maken ook deel uit van de karakteristieke landschappelijke identiteit. Wel is het zo dat het bedrijfseconomisch gunstiger wordt de akkers in clusters te gebruiken, al is in dit geval niet aangetoond dat aangrenzende kwekerijen een dergelijk perceel niet bij hun bedrijfsvoering kunnen betrekken.

Nee

Binnen de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ zijn ter plaatse van de aanduiding ‘recreatie’ tevens recreatiekavels voor dagrecreatie toegestaan. Op deze recreatiekavels is overnachten niet toegestaan. In de bestemming ‘Water’, voor zover grenzend aan deze bestemde recreatiekavels, mag het water binnen het recreatieseizoen gebruikt worden als aanlegplaats voor pleziervaartuigen. Op deze pleziervaartuigen mag wel overnacht worden. Wij zien in dit argument geen reden aan te nemen dat de gekozen bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met aanduiding ‘recreatie’ onvoldoende aansluit op het doelmatige gebruik. d.

Indiener stelt dat een gebruik als natuur niet realiseerbaar is. Het is onduidelijk waaruit blijkt waarin de natuurwetenschappelijke en landschappelijke waarden zijn gelegen en wat met dit gebruik wordt beoogd. Het weren van de aanleg van boten draagt niet bij aan het behouden van de natuur. Dit gebruik schaadt de bescherming van het groen niet.

Het kopeinde van het perceel grenst/maakt deel uit van de provinciaal aangewezen natuurverbinding ANV1. Deze natuurverbinding beoogt de ‘stepping stones’ binnen het NNNgebied ‘Westeinderplassen, Oosteinderpoel, Schinkelbos’ ruimtelijk te verbinden. De Wezenlijke kenmerken en Waarden (WKW) van deze natuurverbinding en het NNN-gebied staat

Nee

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 4

beschreven in de plantoelichting paragraaf 5.1.3 en 7.8.2 en bijbehorende bijlage. Langs deze natuurverbindingen zijn projecten voorzien die bijdragen aan de algemene natuur- en landschapskwaliteit. In het programma ‘De Groene As’ liggen kansen uitwisseling van planten en dieren tussen natuurgebieden te bevorderen maar ook het borgen van een realisatie van een groen aanzicht vanaf de Ringvaart. Deze uitgangspunten vinden ook haar weg in de door de gemeenteraad vastgestelde structuurvisie Bovenlanden Oosteinderweg (zie Ringvaartzone). De gemeente wenst de koppen van de aan de Ringvaart grenzende percelen beschikbaar te houden voor de realisatie van de doelen uit de structuurvisie. Dit is overigens onder het geldende bestemmingsplan al in gang gezet met de aanduidingszone voor natuurontwikkeling. Het bestemmen van deze natuurontwikkeling en tegengaan van storende functies en bebouwing is passend, zeker gezien de kansen die de structuurvisie in de hier achterliggende zone (Groene Zone) biedt. Legaal aanwezig beperkt dagrecreatief gebruik, waaronder het aanleggen van pleziervaartuigen wordt gerespecteerd en wordt niet als significant storend gezien (zie onder e). d.

Indiener stelt dat het perceel op Oosteinderweg 123 juist wel bestemd is als ‘Recreatie – Jachthaven’, terwijl dit tot voor kort een agrarische bestemming had. Om de locatie heen zijn verschillende locaties waar de jachthaven tot aan de Ringvaart bestemd is. Hetzelfde geldt voor het perceel aan de Oosteinderweg 287 dat ook een wijziging van de bestemming ‘Agrarisch’ naar ‘Jachthaven’ heeft gekregen.

Een vergelijking met het naastgelegen perceel nr. 123. Dit perceel heeft in tegenstelling tot nr. 125A in het geldende bestemmingsplan een bestemming ‘Jachthaven’ (tot aan de zone voor natuurontwikkeling). Dat geldt ook voor de andere gevallen waarbij de jachthavenbestemming zit uitstrekt tot aan de Ringvaart.

Nee

De locatie Oosteinderweg 287 heeft in het Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 5

ontwerpbestemmingsplan een bestemming ‘Recreatie’ met functieaanduiding ‘gemengd’ gekregen. Dit naar aanleiding van de recentelijk verleende afwijkingsbesluiten (zie ook plantoelichting paragraaf 2.3.1). Daarnaast maakt deze locatie geen deel uit van de natuurverbinding langs de Ringvaart. Deze gevallen zijn niet vergelijkbaar in die zin dat dit precedenten zijn voor uw perceel. e.

Indiener verzoekt voor de percelen een bestemming ‘Recreatie – Jachthaven’. Een bouwvlak is niet nodig en daardoor gaat het om een ruimtelijke wijziging van beperkte omvang.

Het voorafgaande onder a t/m c in ogenschouw nemende is uit archiefonderzoek het volgende gebleken. Op 21 augustus 2007 heeft u met vrijstelling van de geldende bestemmingsplanregels een vergunning verkregen voor het realiseren van een steiger en meerpalen voor aanlegplaatsen. Uit de bijbehorende stukken bleek in de bestaande situatie reeds sprake van recreatiekavels tot aan de Ringvaart. Ook de nieuwe situatie gaat hier gedeeltelijk van uit. Van de vergunning is weliswaar nooit gebruik gemaakt. Omdat de feitelijk aanwezige situatie deel uit maakt van de door de gemeente gewaarmerkte stukken bij vergunning, beschouwen wij de situatie als legaal aanwezig. Uit de aanvraag, de vergunning en de website van het jachthavenbedrijf blijkt daarnaast dat de aanlegplaatsen en recreatiekavels bedrijfsmatig worden geëxploiteerd door de jachthaven. Aangezien de bestemming ‘Recreatie –Jachthaven’ tevens de bedrijfsmatige verhuur van recreatiekavels en aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen mogelijk maakt, is om die reden deze bestemming gepast.

Ja

Nu alleen voor recreatiekavels en aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen vergunning is verleend zullen de overige jachthavenactiviteiten op dit perceel (in het ontwerp bestemd als ‘Agrarisch – Tuinbouw’), alsmede bedrijfsgebouwen worden Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 6

uitgesloten door binnen de functieaanduiding ‘recreatie’ uitsluitend recreatiekavels toe te staan. Deze activiteiten zijn beleidsmatig ook niet verder gewenst in de zone zo dicht aan de Ringvaart. De aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen zijn binnen ‘Water’ toegestaan. Het kopperceel behoudt daarentegen haar bestemming ‘Natuur’ als primaire bestemming. Aanvullend zal door middel van een functieaanduiding ‘recreatie’ de aanwezige recreatiekavels worden mogelijk gemaakt. Nieuwe bouwmogelijkheden worden hier vanzelfsprekend niet mogelijk gemaakt. 3.

Zienswijze 3 (ontvangen 27 november 2019) D19-311705

a.

Indiener verzoekt de gemeente Oosteinderweg 315, kadastraal bekend G5430) opnieuw te bestemmen als een woonfunctie, gecombineerd met werken, zoals in het vigerende bestemmingsplan het geval is. Nu heeft het perceel slechts een kantoorfunctie gekregen.

De strekking van de bezwaargrond komt overeen met de eerder ingediende inspraakreactie (nr. 21 onder a). Er zijn geen nieuwe argumenten naar voren gebracht. Wij verwijzen dan ook naar de beantwoording hiervan:

Ja

Het pand heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Woondoeleinden – gestapeld’. Hierbinnen is wonen en een zelfstandig kantoor toegestaan. Het geldende bestemmingsplan is in overeenstemming gebracht met de regels van het Luchthavenindelingsbesluit (art. 39 lid 4 van het bestemmingsplan). Binnen LIB-zone 4 worden alleen woningen toegestaan die op het moment van ter inzagelegging van dat ontwerpplan (oktober 2006) aanwezig waren. Van de aanwezigheid van woningen in dit pand was destijds geen sprake. Ook op dit moment is er geen bewoning aanwezig. Wij concluderen dan ook dat het realiseren van woningen in dit Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 7

pand in strijd is met het bestemmingsplan. Het zondermeer bestemmen van het pand ten behoeve van (ook) de woonfunctie zoals deze was opgenomen in het geldende bestemmingsplan, is op basis van huidige wet- en regelgeving niet toegestaan. Concreet doelen wij daarmee op het Luchthavenindelingbesluit. Op dit moment het LIB art. 2.2.1c, 2.2.1d en de overgangsregeling van gevallen als benoemd in art. 2.2.1e. Een onbegrensde woonfunctie voldoet niet aan een van deze gevallen. Geluidgevoelige gebouwen zijn zondermeer toegestaan wanneer sprake is van bestaand gebruik. We constateren dat van bewoning op dit moment geen sprake is. Uw verzoek om het pand mede te bestemmen ten behoeve van de woonfunctie, moeten wij dan ook beschouwen als ware het een nieuwe situatie. Voor dit gebied hebben wij de structuurvisie Bovenlanden vastgesteld. Hierin zijn verschillende zones opgenomen met verschillende ontwikkelingsmogelijkheden. De Oosteinderweg beschouwen wij als een zogenaamd ‘vitaal lint’ waarbij het accent ligt op de woonfunctie. In dat opzicht is de woonfunctie beleidsmatig gezien verdedigbaar. Wat het eerdergenoemde Luchthavenindelingbesluit betreft valt de locatie zowel binnen zone 4 als zone 5. Binnen zone 4 valt het toestaan van maximaal 25 woningen per bouwplan binnen de beslissingsbevoegdheid van ons college.

In zone 5 zijn wij verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan rekenschap te geven van het feit dat binnen een door de luchtvaart beperkt gebied woningen worden gerealiseerd (zie hiervoor paragraaf 6.2.2 en 6.3.2 van de plantoelichting). Gelet op de lage bebouwingsdichtheid in het gebied, het beperkt aantal appartementen en daarmee het beperkt aantal bewoners dat zich in het pand zal bevinden, de bereikbaarheid Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 8

via de Oosteinderweg, het feit dat bluswater ruimschoots aanwezig is, maakt dat wij de woonfunctie op deze locatie wat dit aspect betreft in beginsel aanvaardbaar vinden. Los hiervan merken wij nog wel het volgende op. De locatie ligt in geluidsbelast gebied. Niet alleen is sprake van vliegtuiglawaai, de locatie bevindt zich ook binnen de ‘Geluidzone – Industrie 50 dB(A)’. Het gebruik van een nietgeluidgevoelig gebouw (kantoor) ten behoeve van een geluidgevoelige functie (wonen) kan worden toegestaan indien de geluidsbelasting op de gevels niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere grenswaarde. In combinatie met het luchtvaartlawaai kan hier sprake zijn van cumulatie van geluid waarbij in dat geval beoordeeld zal moeten worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ook isolatie van gevels speelt dan bijvoorbeeld een rol. Op dit moment ontbreekt een concreet initiatief voor de transformatie naar woningbouw en kunnen wij bij het ontbreken van relevante onderzoeken het pand niet direct positief bestemmen ten behoeve van de woonfunctie. Wel bieden wij u deze mogelijkheid door middel van een wijzigingsbevoegdheid. Woningbouw is daarmee onder voorwaarden planologisch mogelijk.

De voorwaarden hebben betrekking op de akoestische situatie, het aantal wooneenheden, het rekenschap geven zoals bedoeld in het LIB, het parkeren en kostenverhaal. Wij willen u er wel op wijzen dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2022 mogelijk gevolgen kan hebben voor de uitvoerbaarheid van een dergelijke wijzigingsbevoegdheid. Deze zienswijze geeft ons daarmee aanleiding het Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 9

bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen, in die zin dat wij de bestemming ‘Kantoor’ voor het perceel Oosteinderweg 315 voorzien van een wijzigingsbevoegdheid naar ‘Wonengestapeld’. 4.

Zienswijze 4 (ontvangen op 6 december 2019) D19-321303

a.

Indiener is het er niet mee eens dat de bestemming op het perceel achter de Oosteinderweg 90, kadastraal bekend als B6962, wordt gewijzigd van een agrarische naar een natuurbestemming. Indiener is hier nooit eerder van op de hoogte gebracht.

Het in niet gebruikelijk dat elke eigenaar/gebruiker van gronden persoonlijk op de hoogte wordt gebracht van eventuele wijzigingen. Dit gebeurt in algemene zin door middel van publicatie van het voorontwerp of ontwerpbestemmingsplan.

b.

Indiener is betrokken geweest bij de totstandkoming van de ‘Visie Bovenlanden Oosteinderweg’. Zij zijn enthousiast in het voornemen het deelgebied aan de Hogedijk te ontsluiten voor kleinschalige watersport en recreatie en hebben interesse het onderhavige perceel als zodanig in gebruik te nemen. Een wijziging naar de bestemming ‘Natuur’ beperkt deze mogelijkheid. een Enige alternatief zou een recreatieve bestemming zijn.

Wij zijn blij te horen dat u tevreden bent met het perspectief dat de structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’ biedt en danken u voor uw bijdrage in dit proces. Indien u uitvoering wenst te geven aan de mogelijkheden die de visie biedt dient u hiervoor een concreet initiatief uit te werken. Dit bestemmingsplan zal op deze potentiele initiatieven niet vooruit kunnen lopen. Op termijn zal er een bestemmingswijziging nodig zijn voor deze initiatieven. Een bestemming ‘Natuur’ brengt echter wel beperkingen met zich mee. Zie verder onder d.

Nee

c.

Indiener stelt dat een bestemmingswijziging naar ‘Natuur’ planschade tot gevolg heeft.

Indien een planologisch besluit in uw ogen negatieve financiële gevolgen heeft voor de waarde van uw perceel kunt u vanaf het moment dat het bestemmingsplan onherroepelijk is een planschadeverzoek indienen. Hiervoor biedt de Wet ruimtelijke ordening in artikel 6.1 een separate procedure.

Nee

d.

Indiener stelt dat de bestemming ‘Natuur’ daarom niet gewenst is. Een alternatief zal kunnen zijn om nu al vooruit te lopen

Zoals onder b. verwoordt ontbreekt op dit moment een voldoende concreet initiatief om aan het perceel nu een

Ja

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 10

door aan het perceel met een recreatieve bestemming toe te kennen.

5.

bestemming ‘Recreatie‘ te geven. Wij zien ook dat een natuurbestemming niet overeenkomstig het door u gewenste gebruik is en u mogelijk onnodig beperkt in de toekomstige realisatie van eventuele initiatieven. Echter, de geldende bestemming van het perceel is ‘Natuurontwikkeling’. Hierbinnen is open teelt én natuurontwikkeling toegestaan. Deze bestemming maakt duidelijk dat aan het perceel een potentiele landschappelijke/natuurwaarde is toegekend ter vervolmaking van de provinciaal aangewezen natuurverbindingen. De nieuwe bestemming zal de ontwikkeling van deze natuurverbinding niet mogen frustreren. Zodoende hebben we het bestemmingsplan gewijzigd t.o.v. het ontwerp en aan het perceel de bestemming ‘AgrarischTuinbouw’ gegeven. Binnen deze bestemming worden dezelfde mogelijkheden geboden als binnen de nu nog geldende bestemming ‘Natuurontwikkeling’, namelijk de uitoefening van een tuinbouwbedrijf (zonder bebouwing) én de ontwikkeling van de natuurverbindingen.

Zienswijze 5 (ontvangen 06 december 2019) D19-321309 en D20-008370

a.

Indiener wijst nogmaals op een fout in paragraaf 5.2.5. van de plantoelichting. Op Oosteinderweg 335 is geen verloskundige gevestigd maar een autoverkoop.

Deze bezwaargrond is een herhaling van de eerder ingediende inspraakreactie (nr. 47a). Destijds is de aanpassing abusievelijk niet verwerkt. Wij verwijzen dan ook naar de beantwoording daarvan:

Ja

Dank voor de correctie. Controle heeft uitgewezen dat hier geen verloskundige meer staat ingeschreven in de Kamer van Koophandel. Dit zal worden hersteld in de plantoelichting. b.

Indiener wijst op een niet verwerkte verleende vergunning op

Deze bezwaargrond is een herhaling van de eerder ingediende

Ja

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 11

de verbeelding onder kadastrale nummers G5964 en G849.

inspraakreactie (nr. 47b). Destijds is de aanpassing abusievelijk niet verwerkt. Wij verwijzen dan ook naar de beantwoording daarvan: De omgevingsvergunning is op 27 september 2018 verleend. Deze zal in het bestemmingsplan verwerkt worden.

c.

Indiener stelt dat de woonbestemming achter de woningen aan de Oosteinderweg 331 en 333 is teruggebracht ten opzichte van bestemmingsplan Oosteinderweg e.o. 2005. Het verzoek is de woonbestemming ook op dit gedeelte terug te brengen. Uit navraag blijkt het feitelijke gebruik van deze gronden en opstallen nog steeds ten behoeve van de seringenkwekerij te zijn.

Het woonperceel in het geldende bestemmingsplan is inderdaad dieper dan in het ontwerpbestemmingsplan zoals dat ter inzage lag. Op een groot deel van dit achter de woningen gelegen perceel staat een kas. Voor deze kweekkas/werkruimte is in 1987 een vergunning verleend. Wij constateren dat het agrarische gebruik van de aanwezige kas door de woonbestemming in bestemmingsplan ‘Oosteinderweg 2005’ onder het overgangsrecht is komen te vallen. Op de woonbestemming is immers geen agrarisch gebruik toegestaan. Het feitelijke gebruik is echter nog steeds ten behoeve van de seringenkwekerij. Dit zal de komende jaren nog het geval zijn totdat de bedrijfsactiviteiten worden beëindigd. Wij zullen de woonbestemming (bijbehorend erf) zoals in het geldende bestemmingsplan respecteren. Een ruimer woonkavel voor de twee aanwezige lintwoningen na beëindigen van de kwekerij is in lijn met het beleidsuitgangspunt het woonlint van de Oosteinderweg te versterken, mits de oppervlakte van bij de woning behorende bouwwerken voldoet aan het maximaal toegestane. Het aanwezige agrarische gebruik zal binnen de bestemming ‘Wonen – Lintbebouwing’ als specifiek gebruik worden bestemd zolang de aanwezige kwekerij in bedrijf is.

Ja

d.

Indiener is huurder van een akker met kadastraal nummer G2030. Aangegeven wordt dat verschillende cultuurakkers zijn bestemd als ‘Natuur’. Verzocht wordt deze akker weer te

Voor de beantwoording verwijzen wij naar zienswijze 9 onder a. Het kadastrale perceel G2030 zal bestemd worden als

Ja

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 12

bestemmen ten behoeve van de trekheesterteelt.

‘Agrarisch – Tuinbouw’.

e.

Indiener stelt dat reageren op verwijzingen naar de Visie Bovenlanden lastig is aangezien deze nog niet klaar is.

Het opstellen van de structuurvisie en deze bestemmingsplanactualisatie zijn parallelle processen. U heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid een zienswijze op deze visie ingediend, welke in dat kader beantwoord zal worden. De gemeenteraad heeft op 3 december jl. de structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’ vastgesteld. Paragraaf 6.4.2 van de plantoelichting is aangepast en geeft inzicht in de hoofdlijnen van de vastgestelde visie.

Ja

f.

Indiener is van mening dat bestemmingsplan Oosteinderweg een optie moet bieden de bestemming behorende bij trekheesterkwekerijen te wijzigingen in andere bestemmingen zodat bijvoorbeeld diverse woonvormen mogelijk worden gemaakt. Op eigen terrein gaat het om kadastrale percelen G5964, G849 en G836.

Dit bestemmingsplan voorziet niet in mogelijkheden de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ te wijzigen (zogenaamde wijzigingsbevoegdheid) omdat voor eventuele wijzigingen de uitvoerbaarheid niet kan worden aangetoond. Indien u uitvoering wenst te geven aan de mogelijkheden die de visie biedt dient u hiervoor een concreet initiatief uit te werken. Dit bestemmingsplan zal op deze potentiele initiatieven niet vooruit kunnen lopen. Op termijn zal er een bestemmingswijziging nodig zijn voor deze initiatieven. Wij merken op dat gemeente met de structuurvisie een ontwikkelingsperspectief schets, maar geen grondposities heeft. De gemeente neemt geen initiatief tot uitwerking van de visie, maar zal hier faciliterend optreden.

Nee

6.

Zienswijze 6 (ontvangen 10 december 2019)

Deze bezwaargrond is een herhaling van de eerder ingediende inspraakreactie (nr. 38a). Wij verwijzen dan ook naar de

‘Nee’

D19-324927 a.

Indiener verzoekt de gemeente om ten behoeve van de woningen Oosteinderweg 268 en Oosteinderweg 268B en woonstudio’s op Oosteinderweg 270 A t/m E het bouwvlak

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 13

alsnog te vergroten, zodat deze bebouwing volledig binnen het bouwvlak gelegen is. Indiener draagt hier een zevental nieuwe argumenten voor aan, zie verder.

beantwoording daarvan:

b.

Indiener stelt dat legalisatie van de woning onder a. gewenst is omdat de bouwwerken niet meer worden gezien als bedrijfsruimten en zijn gelegen in het woonlint.

In het geval dat de ruimten niet meer in gebruik zijn als bedrijfsruimte betekent niet dat hier dan automatisch bewoning moet plaatsvinden. De gebouwen buiten het bouwvlak zijn bij het hoofdgebouw behorende bouwwerken en kunnen op grond van het bestemmingsplan bijvoorbeeld ook in gebruik genomen worden als ruimte voor aan-huis-verbondenberoep/bedrijf.

Nee

c.

Indiener stelt dat legalisatie van de woning onder a. gewenst is op basis van het gelijkheidsbeginsel. Op Oosteinderweg 261 het bouwvlak vergroot en er is vergunning verleend dit pand te verbouwen tot 6 appartementen, waarvan er 3 achter het lint zijn gelegen.

In de uitspraak van de rechtbank op de LOD is geoordeeld dat de situatie op Oosteinderweg 261 geen geval betreft op basis waarvan u een beroep op het gelijkheidsbeginsel kunt doen.

Nee

d.

Indiener stelt dat legalisatie van de woning onder a. gewenst is omdat het LIB zich niet meer verzet tegen legalisatie van

In de last onder dwangsom (LOD) en de uitspraak van de rechtbank op uw beroep is aan de orde geweest of de ruimere mogelijkheden van het LIB (per 1 januari 2018) zich tegen de

Nee

De adressen Oosteinderweg 268B en D en Oosteinderweg 270A t/m E zijn niet vergund als woonruimte. Deze ruimten zijn in 1971 vergund als bedrijfsruimte en kunnen op grond van het geldende bestemmingsplan in gebruik worden genomen als bij de woningen (nr. 268 en 270) behorende bouwwerken. In het voorontwerp valt binnen de bestemming ‘Wonen’ het gebruik van bijgebouwen voor bewoning onder zogenaamd strijdig gebruik. Het is dus niet mogelijk om ook deze ruimten te verhuren als woonruimte. Het is ook niet wenselijk dit gebruik te legaliseren. Wij verwijzen hiervoor naar de last onder dwangsom (Z-2013/004746) en geweigerde aanvraag omgevingsvergunning voor het tijdelijk huisvesten van arbeidsmigranten (HZ_WABO-2019-2306).

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 14

woningen.

bewoning de onderhavige ruimten verzet. Het LIB doet niets af aan het besluit en het standpunt dat de gemeente niet wenst mee te werken aan legalisatie van de bewoning. Wij verwijzen dan ook naar de motivering hieromtrent in het legalisatieonderzoek in de LOD. Er doen zich nu geen omstandigheden voor op grond waarvan wij daarover anders zouden moeten oordelen.

e.

Indiener stelt dat de woningen die als 23 jaar bestaan slechts gedeeltelijk buiten het bouwvlak vallen. Het bouwvlak 5 meter vergroten lost dit probleem op.

Het dieper maken van het bouwvlak is in strijd met het gemeentelijk lintenbeleid en schept een ongewenst precedent. Om de kenmerkende kwaliteiten van de lintstructuren te behouden mag de bouwdiepte van een hoofdgebouw (woning) niet meer dan 15 meter bedragen. Daarnaast lost enkel een dieper bouwvlak de illegale situatie niet op. Het aantal woningen binnen het bouwvlak mag immers niet toenemen.

Nee

f.

Indiener verwijst naar de collegebrief van 9 november 2019 aan de gemeenteraad waarin zij transformatiemogelijkheden achter het lint van de Oosteinderweg voorrang wenst te geven aan woningbouw. Indiener ziet voor haar panden een transformatie naar jongeren/arbeidsmigranten mogelijk.

Deze brief heeft betrekking op het onderzoek naar alternatieve woonvormen en starterswoningen. Uw locatie valt binnen het transformatiegebied ‘achter het lint van de Oosteinderweg’. Voor dit gebied (globaal tussen de Hoge Dijk en de Ringvaart) heeft de gemeenteraad op 3 december jl. de structuurvisie ‘Bovenlanden Oosteinderweg’ vastgesteld. Het LIB blijkt hier ook leidend, daarom geven we in beginsel voorrang aan andere transformatiemogelijkheden dan woningbouw (of functiewijzigingen naar wonen) omdat dit als toevoeging van een geluidsgevoelige functie niet gewenst is in een dergelijk beperkt gebied.

Nee

g.

Indiener stelt dat het college en de gemeenteraad het creëren van woonruimte voor kleine huishoudens breed steunt.

Dat neemt niet weg dat de locatie waar woonruimten worden gecreëerd een goed woon- en leefklimaat moet garanderen en passend moet zijn binnen de ruimtelijke context van haar omgeving. Dat is hier niet het geval.

Nee

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 15

h.

Indiener stelt dat de gemeenteraad in de Nota van uitgangspunten van 13 december 2018 vindt dat wonen achter het lint bespreekbaar moet worden.

7.

Liander Infra N.V. (ontvangen 11 december 2019)

Hiervoor geldt hetzelfde als onder g.

Nee

Deze bezwaargrond is een herhaling van de eerder ingediende inspraakreactie (nr. 35a). Wij verwijzen dan ook naar de beantwoording daarvan:

Nee

D19-325937 a.

Liander is eigenaar van twee 50kV kabelverbindingen in het plangebied. Zij wensen dat een dergelijke leiding planologisch wordt veiliggesteld. Daarnaast dient de leiding gevrijwaard te blijven van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en activiteiten die van negatieve invloed kunnen zijn op de functionaliteit van de kabelverbinding. De specifieke verbinding ligt in gronden met de bestemming ‘Water’ en ‘Natuur’. Binnen ‘Water’ zijn nutsvoorzieningen niet toegestaan. Daarnaast is het leidingtracé niet voorzien van een dubbelbestemming waarbij gebruiksbeperkingen kunnen worden gesteld aan de grond. Verzocht wordt de gronden, niet in eigendom van Liander Infra N.V., waarin de twee verbindingen liggen, een dubbelbestemming te geven.

Vanuit het belang van externe veiligheid is er soms aanleiding kabels en leidingen in een bestemmingsplan op te nemen en met een dubbelbestemming te beschermen. Doorgaans, en ook in dit geval, is dit echter niet aan de orde. In die gevallen is bestemmen van het tracé in een bestemmingsplan niet doelmatig en ook niet in het belang van de leidingeigenaar, omdat het uitvoeren van werken aan de leidingen dan omgevingsvergunningplichtig wordt en voor het verleggen van leidingen zelfs een planologische procedure noodzakelijk is. De belangen van de eigenaar zijn voldoende gewaarborgd door het doorgaans op de betreffende gronden gevestigde zakelijke recht. Gelet op het dichte netwerk van kabels en leidingen in de grond dient uiterste terughoudendheid te worden betracht bij het bestemmen van tracés van kabels en leidingen. Conform de standaardbestemmingen, vormgegeven in SVBP2012, worden kabeltracés niet bestemd binnen de gemeente Aalsmeer. Binnen de bestemming ‘Water’ en ‘Natuur’ zijn de aanwezige leidingen toegestaan. Daarnaast is het niet aannemelijk dat binnen deze bestemmingen ontwikkelingen plaatsvinden die de functionaliteit van de leidingen kunnen schaden. Het perceel

Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560

Pagina 16

waarin de leidingen zijn gelegen zijn eigendom van Stichting Landschap Noord-Holland en maken deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Een wettelijk verplichte KLICmelding bij grondwerkzaamheden voorkomt ook dat er eventuele schade aan de leiding wordt veroorzaakt. 8.

Zienswijze 8 (ontvangen 11 december 2019) D19-327048

a.

Indiener is huurder van een akker (kadastraal nummer G4846) van Stichting De Bovenlanden. Verzocht wordt de bestemming ‘Natuur’ om te zetten in een bestemming ten behoeve van de akker.

9.

Zienswijze 9 (ontvangen 17 december 2019)

Stichting De Bovenlanden heeft een soortgelijke zienswijze ingediend, onder andere betrekking tot het kadastrale perceel G4846. Wij verwijzen naar de beantwoording van zienswijze 10 onder a. De bestemming van het perceel zal gewijzigd worden naar ‘Agrarisch – Tuinbouw’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=4b3a5181-03b3-47c1-92eb-f41c1be50c47