CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1c.Commissie Ruimte en Economie - historie tot 10-03-2022 9 februari 2021, gemeente aalsmeer27.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Knelpunten hitte

1 2

Dorpskern Aalsmeer Woonwijk Nieuw Oosteinde

3

Omgeving Einthovenhof Kudelstaart

Verhoogd risico op hittestress. Verhoogd risico op hittestress. Uitbreidingswijk met relatief jong, nog niet uitgegroeid groen. Verhoogd risico op hittestress. Woonwijk nader onderzoeken.

Tabel 4.3 Aandachtspunten hittestress

Er zijn ook koelere gebieden in Aalsmeer, zoals de Westeinderplassen, het Schinkelbos, natuurgebied Oosteinderpoel, de Bovenlanden, het Hornmeerpark, het Stokkenland en groene monumenten, waaronder het Seringenpark en de Boomkwekershof.

19

Droogte Edisonstraat zomer 2020

Figuur 4.4 Hittestresskaart Gevoelstemperatuur (bron: stresstest MRA – Nelen & Schuurmans 20

4.3 Droogte Wat is droogte? Droogte treedt op als er substantieel meer water verdampt dan de hoeveelheid neerslag die valt: er is dan een tekort aan neerslag. De zomers van 2018, 2019 en 2020 waren uitzonderlijk droog. In 2018 was het neerslagtekort bijvoorbeeld 300 mm tegen ongeveer 100 mm in een gemiddeld jaar. Het aantal droge zomers neemt naar verwachting tot 2050 verder toe. Het neerslagtekort zorgt met name voor diepere grondwaterstanden. Dit kan leiden tot schade aan gebouwen, woningen, infrastructuur, natuur en landbouw. Droogte is meetbaar als (te) diepe grondwaterstanden en slechtere waterkwaliteit ontstaan. De gevolgen hiervan zijn breed merkbaar: - Bodemdaling en verzakking: in veen- en kleigebieden versnelt de uitdroging van de bodem het proces van bodemdaling. Bodemdaling ontstaat door krimp, oxidatie (veengrond) en het samendrukken van grond. De gevolgen zijn verzakte wegen en hogere onderhoudskosten voor bebouwing, groen en infrastructuur. - Funderingsproblemen: kwetsbare houten paalfunderingen van oudere gebouwen (vóór 1970) vallen droog tijdens droge periodes. Dit veroorzaakt snelle aantasting van de houten palen. - Slechtere waterkwaliteit: in droge periodes worden de concentraties van meststoffen in oppervlaktewater hoger, omdat er geen regenwater is voor verdunning.

Schadelijke (blauw)algen en een lager zuurstofgehalte kunnen leiden tot vissterfte en ongezond zwemwater. De klimaatstresstest droogte Er zijn nog geen expliciete landelijke getalsmatige richtlijnen om droogte te kwantificeren in de droogtestresstest. Voor de klimaatstresstest droogte is het effect ervan in Aalsmeer in kaart gebracht als bodemdaling in centimeters. De risicokaart grondwateronderlast In het Grondwaterzorgplan Aalsmeer 2021-2026 (Wareco, 2020) en de Grondwaterrisico inventarisatie Aalsmeer (Wareco, 2019) is het risico op grondwateronderlast (te diep grondwater) ingedeeld in vier categorieën van ‘klein’ tot ‘zeer groot’. De achterliggende onderbouwing van deze informatie is te vinden in bijlage 2. Analyse droogte en grondwateronderlast in Aalsmeer De stresstest droogte laat zien dat de ruimtelijke impact verschilt van locatie tot locatie binnen de gemeente. De werkwijze is als volgt. De categorieën grootste bodemdaling zijn gecombineerd met:  De locaties van kwetsbare gebouwen en gebouwen met een vitale maatschappelijke functie.  De gebieden met het grootste risico op grondwateronderlast Waar dit gecombineerd voorkomt is dit als een knelpunt locatie opgenomen. locatie

Knelpunten droogte en grondwateronderlast

1

Aalsmeer dorp

2

Bovenlanden Aalsmeer

Zeer hoog risico op grondwateronderlast. Bodemdaling en schade aan gebouwen Algemeen knelpunt: bodemdaling door slappe veengrond

4.5 Aandachtspunten droogte en grondwateronderlast

21

Figuur 4.6 Droogtestresskaart bodemdaling (bron: stresstest MRA – Nelen&Schuurmans aangevuld met grondwaterrisicokaart Wareco 2020)

4.5.

Waterveiligheid

Wat is waterveiligheid? Om wateroverlast als gevolg van overstromingen te voorkomen, zijn in Nederland vele kilometers waterkeringen aangelegd, en zijn voorzieningen getroffen om rivieren de ruimte te geven om zo het land te beschermen. Deze maatregelen zorgen ervoor dat de kans op een overstroming in Nederland klein is. In het algemeen geldt: hoe groter de gevolgen zijn als een kering doorbreekt, hoe kleiner de kans mag zijn dat dit gebeurt.

Voor overstromingen is het beleid met betrekking tot de meerlaagse veiligheid van belang. Dit beleid (meerlaagse veiligheid) is gebaseerd op 3 pijlers: 1. Preventie (waterschappen en Rijkswaterstaat) 2. Duurzame ruimtelijke planning en inrichting (provincie, gemeente, bedrijven en ontwikkelaars) 3. Crisisbeheersing op orde (gemeente en veiligheidsregio)

22

Figuur 4.7 Schematische weergave meerlaagse veiligheidsniveaus Waterveiligheid

De waterschappen en het Rijk zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van de dijken. Het uitgangspunt voor waterveiligheid (overstromingen) is dat de primaire en regionale keringen nu en in de toekomst aan de getalsmatige normen voldoen en daarmee de kans op een overstroming beperken. Deze normering voor de primaire keringen is zelfs wettelijk vastgesteld. De huidige normering voor primaire keringen ligt vast op het beschermingsniveau van een overstroming van 1x per 10.000 jaar. De provincie Noord-Holland stelt de normering van de regionale keringen vast. De overschrijdingskans voor de regionale keringen is maximaal 1x per 300 jaar. De gemeente is niet verantwoordelijk voor deze waterkeringen en gaat uit van deze landelijke en regionale normen. Naast preventie/dijkversterking, de eerste laag in het beleid, is er steeds meer aandacht voor de gevolgbeperking van overstromingen. Gevolgbeperking houdt in dat rekening wordt gehouden met de impact van een dijkdoorbraak door middel van ruimtelijke inrichting en crisisbeheersing. Met name de tweede laag (ruimtelijke inrichting) is in dit geval van belang. Deze laag is erop gericht overstromingsrisico's expliciet mee te wegen bij de locatiekeuze en de inrichting van gebieden, infrastructuur en gebouwen.

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen bieden juist kansen om veiligheidsmaatregelen door te voeren; en in bestaand bebouwd gebied liggen kansen om mee te koppelen met herstructurering. De gemeente is leidend bij de ruimtelijke inrichting en stelt kaders voor voldoende wateropvang in gebieden. De derde laag, de crisisbeheersing, is primair de verantwoordelijkheid van de gemeente en de Veiligheidsregio. De klimaatstresstest gevolgbeperking overstromingen De klimaatstresstest gevolgbeperking overstromingen brengt in kaart wat er gebeurt bij een dijkdoorbraak. Het overstromingsbeeld voor Aalsmeer is met verschillende aspecten in beeld gebracht. De opgenomen kaart in dit rapport is een samenvatting van de overstromingskansen in de gemeente voor:   

doorbraak van de primaire waterkeringen doorbraak van de regionale waterkeringen de plaatsgebonden overstromingskans

23

Voor Aalsmeer is de doorbraak van de regionale keringen maatgevend. De kans dat een dijkdoorbraak plaatsvindt is relatief klein, maar het effect ervan is groot: de waterdiepte is aanzienlijk groter en de veiligheidsnorm lager dan bij de primaire keringen. Waterveiligheid in Aalsmeer De stresstest ‘gevolgbeperking overstromingen’ laat het belang van de dijken rondom Aalsmeer zien. De normen voor deze waterkeringen zijn streng waardoor de kans op een dijkdoorbraak klein tot erg klein is (overstromingskansen zijn in deze stresstest berekend, variërend van 1x per 300 per jaar tot 1x per 30.000 jaar). Ondanks een overstromingskans van 1x per 300 jaar, kan een overstroming altijd een keer optreden. Hier moet de gemeente zoveel mogelijk op zijn voorbereid om de gevolgen te beperken. Onder andere voldoende opvang voor water is hierbij van belang. Bij nieuwe ontwikkelingen, herstructureringen, groot onderhoud en ook grote investeringen van derden in de gemeente moeten nu al de juiste keuzes worden gemaakt om slim mee te koppelen en de overstromingsrisico’s in de afweging mee te nemen. Hierdoor worden de gevolgen van een eventuele overstroming verkleind.

Bovendien is het de taak van de gemeente, conform de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), dat nieuwe ontwikkelingen niet tot een toename van het overstromingsrisico leiden (op basis van het uitgangspunt van meer mensen en kapitaal achter de dijken). Als de regionale keringen falen, stromen één of meerdere van de polders in Aalsmeer onder (Schinkelpolder, Hornmeer-/Stommeer-/Oosteinderpoel-polder) en Kudelstaart (Zuiderlegmeerpolder), met onderwaterdiepten van 0,5 meter tot wel meer dan 4 meter, zie figuur 4.8.

Figuur 4.8. Overstromingskaart falen regionale keringen. Bron: Klimaatatlas MRA.

24

Figuur 4.9. Overstromingskaart Aalsmeer falen primaire keringen. Bron: Klimaatatlas MRA.

Figuur 4.10. Plaatsgebonden overstromingskans Aalsmeer bij een waterdiepte >20 cm. Bron klimaatatlas MRA.

25

Als de primaire keringen falen stroomt de gehele Zuiderlegmeerpolder (Kudelstaart) onder, zie figuur 4.9. Ook elders in Aalsmeer zijn gebieden kwetsbaar (figuur 4.10). Maar als de regionale keringen falen, is de overstromingsnood in het stedelijk gebied van Aalsmeer juist enorm. Het is daarom zo belangrijk om het risico op dijkdoorbraak van met name de regionale keringen en de gevolgen van overstromingen zo klein mogelijk te houden. Hiervoor is overleg met de waterschappen en de Veiligheidsregio noodzakelijk zoals over onderhoud en beheer (waterschap) en het oefenen met rampenplannen (o.a. veiligheidsregio)

26

5. Willen: risicoanalyse en prioritering van kwetsbaarheden Om de gemeentelijke ambitie voor klimaatadaptatie van de gemeente Aalsmeer te bepalen zijn de eerste risicodialogen gevoerd (zie figuur 5.1 en het tekst vak). Tijdens deze dialogen zijn door belanghebbende partijen de effecten gewaardeerd: welke risico’s vindt de gemeente onacceptabel, onwenselijk en wat is acceptabel? Deze risicodialogen zijn op verschillende lagen in de organisatie gevoerd: met de ambtelijke organisatie, het bestuur en de Raad van Aalsmeer. Ook het Waterschap AGV/Waternet, het Hoogheemraadschap van Rijnland, Doorlopen proces risicoanalyse: de Veiligheidsregio Am- Beheerderstoets klimaatstresstesten: 23 oktober 2019 stelland en de GGD zijn - Dialoog hitte en droogte: 6 november 2019 bij de sessies betrokken - Dialogen waterveiligheid en wateroverlast: 13 november 2019 geweest.

Figuur 5.1 Dialoog over prioritering met veldkennis van beleid en beheer

27

5.1 Werkwijze: Indeling in categorieën en op de kaart Risico’s zijn geprioriteerd in drie categorieën. Niet acceptabel Dit zijn situaties die de gemeente Aalsmeer urgent vindt, met dusdanig grote gevolgen, dat de situaties op korte termijn (tot en met 2026) moeten worden aangepakt, geprioriteerd vanuit klimaatadaptatie. Meekoppelen met projecten is daarbij leidend, maar als de urgentie het vereist worden maatregelen vanuit klimaatadaptatie uitgevoerd. Onwenselijk Dit zijn situaties die de gemeente Aalsmeer minder urgent vindt, maar op de (middel)lange termijn (tot 2030) moeten worden opgelost. Maatregelen worden meegekoppeld met het MeerjarenProjectenPlan (MPP). Acceptabel De gemeente Aalsmeer vindt deze situaties acceptabel en richt zich vooral op bewustwording (communicatie en voorlichting), zodat ieder zich van de gevolgen bewust is en eventueel zelf maatregelen kan ondernemen, indien gewenst. De resultaten van de dialogen zijn vertaald naar een kaart voor de gemeente Aalsmeer. Op deze kaart zijn de kwetsbare locaties binnen de gemeente Aalsmeer voor hitte, droogte en wateroverlast aangegeven, omdat de gemeente voor deze klimaattrends een primaire verantwoordelijkheid draagt en kan ingrijpen. Ook is met verschillende kleurtinten aangegeven welke locaties prioriteit hebben vanuit klimaatadaptatie. In de bijlage is de kaart op volledige grootte opgenomen.

Bij de klimaattrends zijn de locaties ingezoomd weergegeven.

5.2 Prioritering per klimaattrend Wateroverlast Traditioneel richt de gemeente Aalsmeer zich op het beperken van wateroverlast door maatregelen te treffen aan de riolering. De waterschappen beheren het oppervlaktewater van Aalsmeer. Omdat extreme buien toenemen, is het belangrijk en mogelijk om de openbare ruimte en gebouwen bij de wateroverlastanalyses te betrekken. Knelpunten: generiek en locatie specifiek Tijdens de risicodialoog is bepaald dat Aalsmeer het niet acceptabel vindt dat extreme neerslag (groter dan de capaciteit van de riolering (20 mm)) leidt tot:  Niet begaanbare routes (waterdiepte >20 centimeter) voor nood- en hulpdiensten;  Schade in gebouwen door wateroverlast vanuit de openbare ruimte;  Schade en uitval van kritische en vitale functies zoals de stroomvoorziening;  Langdurig water uit het gemengd riool (afvalwater) op straat;  Opdrijvende putdeksels die leiden tot onveilige situaties.  Kwetsbare en vitale functies als ziekenhuizen krijgen extra prioriteit op een hoger veiligheidsniveau.

28

Uit de input van de risicodialogen en een eerste analyse van de beschikbare kaarten komen een aantal mogelijke knelpunten naar voren die nader moeten worden onderzocht. Voorbeelden hiervan zijn: Figuur 5.2 Einsteinstraat, Mijnsherenweg, waterdiepte tot meer dan 20 cm, middelhoog risico op water in panden en onbegaanbare wegen bij bui 70mm in één uur.

Figuur 5.3 Er zijn binnen de gemeente wijken en buurten met een hoog tot zeer hoog risico op hoge grondwaterstanden. Bron: Wareco 2019, Grondwaterrisico-inventarisatie Aalsmeer

Handelingsperspectief Een belangrijke opgave is dat de gemeente de plannen voor nieuwbouw en de openbare ruimte gaat ontwerpen en toetsen op extreme buien. Daarbij kan de gemeente zelf maatregelen nemen in de openbare ruimte, maar kan ook samenwerken met het waterschap, de inwoners en de bedrijven.

29

Figuur 5.4 Wateroverlast in de Zijdstraat in Aalsmeer

Naast wateroverlast door hevige neerslag is grondwateroverlast een belangrijke opgave binnen Aalsmeer. In verschillende wijken zorgt verhoogd en fluctuerend grondwater voor schade en vochtproblematiek in woningen. Dit onderwerp staat hoog op de agenda bij de bewoners en de Raad. Op eigen terrein hebben inwoners een eigen verantwoordelijkheid. De inwoners kunnen invloed uitoefenen op de grondwaterstand door de mate van verharding op het perceel. Wanneer het gaat om externe invloeden op grondwater zoals waterpeilbeheer (waterschap) of de drainerende werking van het riool ligt hier een verantwoordelijkheid bij de gemeente en/of het waterschap. Communicatie met bewoners is een belangrijk middel. Hitte Hitte heeft impact op de gezondheid van mensen, planten en dieren in Aalsmeer. Gebouwen en de openbare ruimte zijn niet altijd ontworpen op (extreme) hitte. Hitte heeft vooral impact op kwetsbare groepen (gezondheidsproblemen en sterfte) en de verblijfskwaliteit in gebouwen en (winkel)gebieden.

Knelpunten: generiek en locatiespecifiek Binnen Aalsmeer zijn de volgende situaties in generieke zin als niet acceptabel aangemerkt: Locatie

Knelpunten

1 2

Dorpskern Aalsmeer Woonwijk Nieuw Oosteinde

3

Omgeving Einthovenhof Kudelstaart

Verhoogd risico op hittestress. Verhoogd risico op hittestress. Uitbreidingswijk met relatief jong, nog niet uitgegroeid groen. Verhoogd risico op hittestress. Woonwijk nader onderzoeken.

Figuur 5.5 Overzicht knelpunten Hittestress

30

Figuur 5.6 Gevoelstemperaturen (hittestress) Aalsmeer Dorpskern met Praamplein. Bron: MRA klimaatatlas

Figuur 5.7 Gevoelstemperaturen (hittestress) Aalsmeer wijk Nieuw Oosteinde. Bron: MRA klimaatatlas

31

Figuur 5.8 Gevoelstemperaturen (hittestress) Aalsmeer omgeving Einthovenhof, Kudelstaart. Bron: MRA klimaatatlas

Een té hoge binnentemperatuur (> 26 ºC) binnen gebouwen met vitale functies, zoals bij ziekenhuizen en zorgcentra, bij kantoren en (basis)scholen leidt tot hittestress, gekenmerkt door té hoge gevoelstemperaturen. Ook als de hitteperiodes te lang duren en zorgen voor té veel, té warme nachten, leidt dit tot hittestress met risico’s voor de volksgezondheid Verlies van de verkoelende functie van bomen gedurende meerdere jaren. Als het zodanig warm is, dat onder de bomen nog weinig verkoeling is te vinden, wordt het onaangenaam voor de leefbaarheid. Tijdens de risicodialogen zijn daarom de volgende, algemene niet-acceptabele knelpunt categorieën benoemd: 1. Schoolpleinen en tehuizen. Deze problematiek speelt bij meerdere schoolpleinen in de gemeente en vraagt om nader onderzoek. 2. Hittestress nabij zorgcentra komt verspreid voor en wordt nader onderzocht. 3. Hittestress komt ook voor bij winkelcentra (relatief veel verharding). Hoewel ongewenst is het handelingsperspectief voor deze locaties beperkt.

Handelingsperspectief Hitte vraagt voor een belangrijk deel om gedragsaanpassing. De gemeente ziet het als haar taak om bij nieuwbouw, herinrichting en onderhoud eisen te stellen aan het ontwerp en de inrichting. De gemeente gaat de hitteopgave niet oplossen voor bestaande gebouwen, maar gaat dit wel agenderen bij eigenaren en corporaties. De gemeente kan maatregelen in de openbare ruimte meenemen, zoals het plaatsen van extra bomen die zorgen voor verkoeling. Daarnaast is het belangrijk hitte te koppelen aan de energietransitie. Koeling is een belangrijk onderdeel in de nieuwe energienormering voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG).

32

Droogte Droogte heeft een brede impact in Aalsmeer: schade aan groen, een slechtere waterkwaliteit in oppervlaktewater, waterschaarste, lagere grondwaterstanden en bodemdaling. Daarnaast nemen kosten voor het beheer en onderhoud van de infrastructuur toe.

Knelpunten: generiek en locatie specifiek Voor Aalsmeer is in generieke zin het niet acceptabel dat droogte zorgt voor:  Sterfte van (monumentale) bomen en waardevol groen gedurende meerdere jaren.  Verlies van de koelende functie van bomen gedurende meerdere jaren.  Grondwateronderlast rondom en schade aan houten paalfunderingen van woningen Tijdens de risicodialogen zijn de volgende niet acceptabele knelpuntlocaties benoemd: locatie

Onacceptabele knelpunten droogte en grondwateronderlast

1

Aalsmeer Dorp

2

Knelpuntlocaties in Bovenlanden (veengronden)

Zeer hoog risico op grondwateronderlast. bodemdaling waardoor schade aan gebouwen kan optreden. Hier is bodemdaling ook een risicofactor. Locaties met zeer hoog risico op verzakkende wegen.

Figuur 5.9 Overzicht knelpuntendroogte en grondwateroverlast

Handelingsperspectief Het gemeentelijk handelingsperspectief voor droogte in de bestaande stad is beperkt. Het is niet mogelijk om het grondwater structureel tijdens droogte aan te vullen. Wel is een droogtebestendige en zettingsarme inrichting mogelijk door meer water in de bodem te infiltreren en droogtebestendige beplanting toe te passen. Bij nieuwbouw kan de gemeente middels een waterbergende inrichting sturen op het vasthouden van water in het gebied, zodat grondwaterstanden aangevuld kunnen worden. Een goede maatschappelijke kosten-baten analyse van maatregelen om droogte tegen te gaan en inzicht te krijgen in benodigd budget is belangrijk. Dit maakt een keuze tussen probleemgestuurd onderhoud of structurele oplossingen met hogere kosten mogelijk. Hierbij is het essentieel te onderzoeken of andere materialen en/of oplossingen mogelijk zijn om bodemdaling en zettingen te beperken. Verkeersveiligheid is één van de belangrijkste aspecten te beschouwen in het droogte probleem; verzakte wegen en trottoirs kunnen onveilige situaties opleveren met hoge beheerkosten. Snelheidsverlagende maatregelen kunnen worden genomen, mits dit niet ten koste gaat van de bereikbaarheid.

33

Waterveiligheid Het beschermingsniveau van de primaire en regionale keringen is een uitgangspunt voor Aalsmeer. De berekende plaatsgebonden overstromingskans is tussen 1× per 30.000 jaar en 1× per 300 jaar, waarbij de kansen en gevolgen van een doorbraak van regionale keringen groter zijn dan voor primaire keringen.

Zoals genoemd in paragraaf 4.5 is voor het beleid met betrekking tot de meerlaagse veiligheid voor overstromingen de tweede laag, duurzame ruimtelijke planning en inrichting, van belang. Deze tweede laag is in dit geval van belang, omdat deze laag erop gericht is overstromingsrisico's expliciet mee te wegen bij de locatiekeuze en de inrichting van gebieden, infrastructuur en gebouwen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen bieden kansen voor veiligheidsmaatregelen en in bestaand bebouwd gebied liggen kansen om mee te koppelen met herstructurering. Om inzicht te krijgen in de risico’s en te bepalen welke maatregelen genomen kunnen worden is er een digitaal hulpmiddel: de Meerlaagsveiligheid Verkenner. Deze Verkenner biedt een QuickScan voor de te nemen maatregelen binnen de tweede laag.

Figuur 5.10 Overzicht QuickScan maatregelen tweede veiligheidslaag Waterveiligheid.

Knelpunten: generiek en locatiespecifiek Er zijn geen specifieke knelpunten benoemd tijdens de risicodialogen. Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en het hoogheemraadschap Rijnland voeren hun eigen beleid uit om de keringen op orde te houden. Handelingsperspectief Waterschappen en de provincie zijn primair verantwoordelijk voor de eerstelaags veiligheid: preventie en crisisbeheersing. Het handelingsperspectief voor de gemeente is met name gericht op de tweede laag, duurzame ruimtelijke planning en inrichting.

34

De gemeente is volgend bij waterveiligheid. In ruimtelijke plannen dient de gemeente een watertoets uit te voeren. Daarmee beoordeelt de gemeente de plannen op klimaatadaptatie en stelt randvoorwaarden aan de betreffende ontwikkeling om wateroverlast te beperken (denk daarbij aan minimale vloerhoogten, inrichting buitenruimte, invulling klimaatadaptatie, aanleg waterbergingen, etc.). Dit wordt de tweedelaags veiligheid genoemd. Om de waterveiligheid te borgen zijn er diverse regionale en bovengemeentelijke programma’s. Met name de waterbeheerders en de veiligheidsregio zijn eigenaar van deze programma’s, gericht op het voorkomen van en het bestrijden van (water)crises en het herstel van schade (derdelaags veiligheid). De waterbeheerders en de Veiligheidsregio betrekken daarin de betrokken gemeenten, waaronder Aalsmeer. Vanuit de regionale crisisorganisatie richt het thema ‘water en extreme weersomstandigheden’ de aandacht op opleiden, trainen en oefenen (RTMOTO). Met betrekking tot de crisisorganisatie wordt, zowel op operationeel als bestuurlijk niveau de kennis op niveau gehouden, door het organiseren en volgen van een lesmodule IBP NZK, kennissessies, oefeningen en themasessies. Voor de gevolgbeperking bij een dijkdoorbraak van de keringen heeft de Veiligheidsregio de leiding en verantwoordelijkheid, in afstemming met de waterschappen.

Voor de gevolgbeperking bij een doorbraak van de keringen heeft de Veiligheidsregio de leiding en verantwoordelijkheid.

Figuur 5.11 Sluitbare waterkering in Aalsmeer

35

6. Willen: ambities en richtlijnen voor een klimaatbestendig Aalsmeer In 2050 wil de gemeente Aalsmeer klimaatbestendig ingericht zijn. Dit hoofdstuk gaat eerst in op de rollen die de gemeente kiest om dit te bereiken. Daarnaast zijn de ambities en de richtlijnen beschreven om de gemeente klimaatadaptief te maken. Vanuit de invalshoeken openbare ruimte, private ruimte en nieuwbouw is hier invulling aan gegeven. Het startpunt voor het bepalen van de ambities was de bijeenkomst met een vertegenwoordiging van de gemeenteraad op 3 maart 2020. De ambities en richtlijnen zijn tijdens een interne actiedialoog op 22 juni 2020 verder besproken en uitgewerkt. Door de ambities te toetsen met de uitkomsten van de stresstesten kan veel waardevolle informatie verkregen worden. Om een indruk te krijgen van enkele aspecten zijn de ambities voor hitte en wateroverlast getoetst aan de stresstesten en vertaald naar twee kaarten; voor hitte een vertaling naar loopafstanden-naar-koelteplekken en voor wateroverlast een vertaling naar kwetsbare wegen en kwetsbare gebouwen.

Figuur 6.1 Foto raadssessie 3 maart 2020

6.1 De sturingsfilosofie Afhankelijk van de situatie kan de gemeente Aalsmeer verschillende rollen aannemen. Een gekozen rol geeft richting aan de acties en de bijbehorende kosten die de gemeente wil ondernemen. Zie figuur 6.2. voor een overzicht.

36

Figuur 6.2 De vier overheidsrollen (bron: afbeelding Tauw, geïnspireerd op Nederlandse school voor openbaar bestuur NSOB)

Uitgewerkt betekent dit het volgende: 

De realiserende / regisserende overheid - bij deze rol onderneemt de gemeente zelf actie. Deze rol past goed bij de gemeente wanneer zij zelf verantwoordelijk is en zelf handelingsperspectief heeft. De gemeente is bijvoorbeeld sturend in de openbare ruimte. De regulerende overheid – bij deze rol dwingt de gemeente af dat anderen maatregelen treffen. Dit kan met een verordening of omgevingsplan, maar ook door kaders te stellen in de omgevingsvisie, in beleid en daaruit voortvloeiende programma’s. De samenwerkende overheid – bij deze rol werkt de gemeente bij klimaatadaptatie samen met stakeholders. Bijvoorbeeld door bewoners te betrekken bij wijkreconstructies en door ambities en richtlijnen te bespreken met projectontwikkelaars en overeen te komen in een ontwikkelovereenkomst. De ondersteunende overheid – bij deze rol zet de gemeente in op het stimuleren en het informeren van derden. Bijvoorbeeld door subsidieverlening als een groene dakensubsidie.

Samenwerking als leidend principe Klimaatadaptatie in Aalsmeer is een maatschappelijke opgave, waarbij samenwerking onmisbaar is om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Daarnaast zijn de verantwoordelijkheden en taken van de gemeente en andere partijen bepalend in hun handelingsperspectief. De gemeente is verantwoordelijk voor o.a. de riolering, de openbare orde en veiligheid en de bereikbaarheid. Andere verantwoordelijkheden liggen bij de waterschappen, de provincie, het rijk, de bedrijven, de inwoners zelf of andere instanties. Dubbel werk moet worden voorkomen, maar problemen mogen ook niet verergeren, omdat niemand zich verantwoordelijk voelt.

6.2 Ambities en richtlijnen Ambities en richtlijnen geven de gemeente en haar partners inhoudelijk richting voor een klimaatbestendig Aalsmeer. Deze ambities en richtlijnen gelden voor elk project vanaf vaststelling van dit beleid. Ze zijn het kompas voor de komende decennia. Indien de ambities onvertraagd navolging krijgen, is het resultaat dat Aalsmeer in 2050 volledig klimaatbestendig is ingericht.

37

Op 3 maart 2020 is een informatieve sessie met de gemeenteraad georganiseerd over klimaatadaptatie. De bijeenkomst vond plaats halverwege het klimaatadaptatieproces en heeft richting gegeven aan de prioritering en ambities voor de aanpak van klimaatadaptatie. Er is met de raad gesproken over:   

De rol van de gemeente bij de klimaatopgaven (realiseren, reguleren, samenwerken, faciliteren) Welke opgaven en gebieden prioriteit hebben om aangepakt te worden Snelheid in de aanpak van klimaatadaptatie en de investeringsbehoefte (de financiële dekking)

Met stellingen is discussie gevoerd over de prioritering van de klimaatimpact in Aalsmeer. Per stelling is de discussie en de vertaling naar de strategie beschreven. Het tweede deel van de avond draaide om de ambitie en de kaders. Centraal stond wat de stip op de horizon moet zijn en hoe deze bereikt kan worden. De Raad wil inzetten op samenwerken en faciliteren. Het uitgangspunt is de opgave te realiseren binnen de huidige budgetten en rioolheffing. Juist het samenwerken met eigenaren en bedrijven is belangrijk voor het bereiken van klimaatbestendige resultaten, omdat Aalsmeer betrekkelijk weinig openbare ruimte heeft. Voor Aalsmeer is het belangrijk aan te sluiten bij de normeringen die in de hele regio worden toegepast. Daarom sluiten we aan bij de MRA normeringen, ook voor Aalsmeer. De input van deze informatieve raadssessie is vertaald in de ambitie en aanpak van dit voorliggende rapport. Deze ambities zijn gekoppeld aan de vier klimaattrends (wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen, ook wel waterveiligheid) en zoveel mogelijk uitgewerkt in kwalitatieve en getalsmatige richtlijnen voor nieuwbouw, openbare ruimte en privaat terrein. Daarbij dienden de richtlijnen voor klimaatbestendige nieuwbouw van de Metropool Regio Amsterdam als basis.

Naar aanleiding van de input van de raadsessie op 3 maart 2020 zijn tijdens de actiedialoog op 22 juni 2020 de ambities en richtlijnen aangescherpt tot de opgave voor Aalsmeer. De nieuwe richtlijnen voor het beperken van de wateroverlast, hittestress, droogte en overstroming (waterveiligheid) voor nieuwbouw, bestaande openbare ruimte en privaat terrein zoals weergegeven in hoofdstuk 6.2 worden opgenomen in de actualisatie van de LIOR. Dit is een opmaat richting een Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR). 6.2.1.

Wateroverlast: inrichten voor op extreme buien Ambitie: bij een bui van 70 mm in één uur stroomt er vanuit de openbare ruimte geen water gebouwen in; daarnaast blijven nutsvoorzieningen en vitale objecten functioneren bij een bui van 90 mm in één uur. Op openbaar en privaat terrein streeft de gemeente ernaar dat regenwater als waardevol product wordt gezien. De gemeente streeft ernaar dat regenwater zoveel mogelijk opgevangen wordt waar het valt, hergebruikt wordt (groen, grondwater, toilet) of vertraagd wordt afgevoerd.

Nieuwbouw: voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen geldt een waterbergingseis van 70 mm voor het te ontwikkelen gebied. Deze waterberging moet primair een plaats vinden in oppervlaktewater (minimaal 10% van het plangebied). De openbare ruimte in combinatie met het privaat terrein moeten zo zijn ontworpen en ingericht dat de resterende berging hier plaatsvindt en het water zonder schade kan

38

worden vastgehouden, geborgen en vertraagd afgevoerd. Dit moet worden aangetoond in het ontwerp. Het bereiken van de opgave is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle partijen (privaat en openbaar). Openbare ruimte bestaande stad: bij de herinrichting van de openbare ruimte streeft de gemeente ernaar dat een bui van 70 mm in één uur door een gebied/wijk verwerkt kan worden. De gemeente hanteert hierbij de volgorde: water vasthouden op locatie, berging in het gebied en indien nodig afvoeren. Voor de riolering geldt een bergingseis van 20 mm; de overige waterberging moet in het gebied worden gecreëerd. Dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en private partijen. Privaat terrein: Eigenaren van privaat terrein zijn zelf verantwoordelijk voor het voorkomen of beperken van schade door wateroverlast vanuit hun eigen terrein. De gemeente streeft naar meer bergend of vertragend vermogen in de private ruimte ten opzichte van 2020. De gemeente ondersteunt dit met stimuleringsmaatregelen en door het geven van informatie. Eventueel maken kavelpaspoorten het mogelijk om maatregelen meer af te dwingen.

Figuur 6.3 Voorbeeld van een informatieblad over mogelijke maatregelen, in dit geval tegen wateroverlast

6.2.2. Hitte: beperken van de impact Ambitie: de hitte impact is in 2050 niet erger dan in 2020; knelpunten van kwetsbare groepen uit de stresstest zijn onderzocht en waar nodig maatregelen getroffen. De negatieve gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind; de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies worden hittebestendiger ingericht.

Om de ambitie te koppelen aan een exacte maximale gevoelstemperatuur is niet haalbaar. De temperaturen binnen en buiten de gebouwen lopen de komende jaren op. Zeker op doorgaande wegen, omdat positief te beïnvloeden is aanplant van bomen en het groen noodzakelijk. Echter, bomen moeten eerst nog groeien voor zij voldoende schaduw kunnen geven. De gemeente kiest ervoor om hitte te duiden in afstanden tot koelte, schaduw en groen. •

Nieuwbouw: bij nieuwbouwontwikkeling streeft de gemeente naar een zodanige inrichting van het gebied dat de gevoelstemperatuur binnen aanvaardbare normen blijft. Koele verblijfsplekken van minimaal 200 m 2 zijn aanwezig op maximaal 300 m loopafstand om (de gevolgen van) hitte voor 39

•

•

mens en natuur te beperken. Verblijfsplekken worden met minimaal 50% groen en 30% schaduw ingericht (bomen tellen voor beide). Daarbij is het van belang dat er rekening wordt gehouden met de bestaande flora en fauna en voor nieuwe beplanting keuzes worden gemaakt voor gebiedseigen flora en fauna. Openbare ruimte bestaande stad: bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad toetst de gemeente ontwerpen op schaduw, groen en hitte en zet de gemeente in op koele verblijfsplekken van minimaal 200 m 2 op maximaal 300 m afstand om (de gevolgen van) hitte voor mens en natuur te beperken. Privaat terrein: Inwoners, bedrijven en instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen om schade en gezondheidsimpact van hitte in gebouwen en op privaat terrein te beperken. Voorbeelden zijn: het toevoegen van groen, het aanbrengen van een warmtewerend of verkoelend dak, aanbrengen van schaduw en koele plekken. De gemeente ondersteunt met informatievoorziening en communicatie.

6.2.3.

Droogte: vergroten sponswerking Ambitie: Droogte leidt niet tot onomkeerbare schade aan gebouwen, infrastructuur en natuur.

•

•

•

Nieuwbouw: • Een gebied bij een nieuwbouwontwikkeling wordt neerslag bergend en afvoer vertragend ingericht. Zodanig dat bij droogte bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water worden voorzien. Daarom wordt het principe van de drietrapsstrategie gehanteerd: vasthouden, bergen en afvoeren. • Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kostenefficiënt zijn over een levensduur van 30 jaar worden in het ontwerp opgenomen, zoals langdurige voorbelasting om restzetting te beperken. Openbare ruimte bestaande stad: Bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treft de gemeente maatregelen om de gevolgen van droogte en bodemdaling structureel te beperken. Deze maatregelen moeten over de levensduur van 30 jaar kostenefficiënt zijn. Hierbij kan gedacht worden aan bergingsvoorzieningen om water vast te houden, maar ook lichtgewicht ophoogmaterialen voor het beperken van bodemdaling. Door het langer vasthouden en vertraagt afvoeren van hemelwater wordt het watersysteem ook minder afhankelijk van het inlaten van water in de polder. Inlaten van water in droge periode levert juist problemen op met de waterkwaliteit en kwantiteit. Privaat terrein: Op privaat terrein zijn eigenaren zelf verantwoordelijk voor het droogtebestendig maken van hun bezit (zoals funderingen en beplanting) of voor het beperken van de gevolgen.

De gemeente ondersteunt met informatievoorziening en communicatie.

6.2.4. Overstroming: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking Ambitie: Om de waterveiligheid blijvend te borgen draagt de gemeente actief bij aan de regionale samenwerking. Het waterschap is leidend bij dijkversterkingen. De Veiligheidsregio is leidend bij gevolgbeperking van overstromingen. •

Nieuwbouw: Treffen van voorzieningen voor gevolgbeperking van overstromingen en inpassen van waterkeringen zijn onderdeel van het ontwerpproces van de gebouwen en nieuwe inrichting van gebieden; en moeten voldoen aan de door waterschappen gestelde eisen.

40

•

Openbare ruimte bestaande stad: Bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad houdt de gemeente rekening met het nemen van maatregelen om de gevolgen van overstromingen te beperking. Privaat terrein: voor privaat terrein worden geen aanvullende ambities en/of richtlijnen opgesteld. Bewoners en bedrijven dienen vooral geïnformeerd te zijn over de risico’s op overstroming, te nemen maatregelen om de gevolgen van overstromingen te beperken en op welke manier evacuatie plaats vindt.

•

6.3 Toetsing ambities Tijdens het klimaatadaptatietraject zijn ambities geformuleerd. Met informatie uit stresstesten is onderzocht, in hoeverre Aalsmeer al aan deze ambities voldoet. Dit is gedaan voor wateroverlast en hitte, omdat hierover voldoende gedetailleerde informatie beschikbaar is. Voor hitte is een vertaling naar loopafstanden-naar-koelteplekken gemaakt en voor wateroverlast een vertaling naar kwetsbare wegen en kwetsbare gebouwen. Wateroverlast Ambitie: bij een bui van 70 mm van één uur stroomt er vanuit de openbare ruimte geen water de gebouwen in; daarnaast blijven nutsvoorzieningen en vitale objecten functioneren bij een bui van 90 mm in één uur. Op openbaar en privaat terrein streeft de gemeente ernaar dat regenwater als waardevol product wordt gezien. De gemeente streeft ernaar dat regenwater zoveel mogelijk opgevangen wordt waar het valt, hergebruikt wordt (groen, grondwater, toilet) of vertraagd wordt afgevoerd. Dit betekent dat er geen water in panden mag komen, en dat hoofdwegen tijdens een calamiteit blijven functioneren voor hulpdiensten (niet meer dan 20 cm water op de weg, zoals bepaald in de risicoanalyse). Bijgevoegde kaart laat zien op welke wegen er meer dan 20 cm water blijft staan en bij welke gebouwen er kans bestaat dat het water naar binnen stroomt, doordat het water tegen de gevel aan staat.

Als de maximale waterdiepte hoger is dan het vloerpeil bestaat een risico op instroom van regenwater en schade in het pand. De volgende klasse-indeling1 is gehanteerd:  Laag risico: 0-10 centimeter waterdiepte tegen de gevel;  Middelgroot risico: 10-25 centimeter waterdiepte tegen de gevel;  Hoog risico: meer dan 25 centimeter waterdiepte tegen de gevel. De centimeters zijn ter indicatie bedoeld, om aan te geven op welke panden relatief meer gelet kan worden ten aanzien van wateroverlast door hevige neerslag. De volgende knelpunten vallen op: Nr.

locatie

Problematiek wateroverlast (70 mm/uur) en zeer hoog grondwaterrisico.

1

Einsteinstraat

2

Hornmeer (Vogelbuurt)

Hoog risico wateroverlast (tot >20 cm waterdiepte). Bereikbaarheidsproblemen toegangswegen door grote waterdiepte. Hoog risico op grondwateroverlast (grote kans op hoge grondwaterstanden met stijgingen tot 50 cm: natte kruipruimtes en kelders. Blank staande straten tot >20 centimeter waterdiepte.

41

3

Zwarteweg Baccarastraat

4

Aalsmeer centrum

5 6

Uiterweg Polderzoom

7

Tussen de Linten Oosteinderdriehoek Linneauslaan – AH Blauwstraat

8 9

Hoog risico op grondwateroverlast (grote kans op hoge grondwaterstanden met stijgingen tot 50 cm: natte kruipruimtes en kelders. Blank staande straten tot >20 centimeter waterdiepte Hoog risico op grondwateroverlast (grote kans op hoge grondwaterstanden met stijgingen tot 50 cm: natte kruipruimtes en kelders. Blank staande straten tot >20 centimeter waterdiepte Bereikbaarheidsproblemen/wateroverlast Hoog risico op grondwateroverlast en water op maaiveld tot >20 centimeter waterdiepte water op maaiveld tot >20 centimeter waterdiepte water op maaiveld tot >20 centimeter waterdiepte Blank staande straten tot >20 centimeter waterdiepte.

6.4 Tabel Aandachtspunten problematiek Wateroverlast

In de uitwerking is het ook belangrijk gebouweigenaren te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid als het gaat om de kwetsbaarheid van het gebouw. Bijvoorbeeld het plaatsen van kwetsbare installaties in kelders in relatie tot risico op wateroverlast. Het Raadhuis is tijdens crisisbeheersing een belangrijke locatie. Daarom nemen we het Raadhuis ook op in de lijst van kwetsbare gebouwen.

Figuur 6.5 Kwetsbare panden en wegen (bron: Tauw op basis van Nelen&Schuurmans)

42

Hitte Ambitie: de hitte impact is in 2050 niet erger dan in 2020; knelpunten van kwetsbare groepen uit de stresstest zijn onderzocht en waar nodig maatregelen getroffen. De negatieve gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind; de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies worden hittebestendiger ingericht. De loopafstand tot een koele plek is een belangrijke indicator van de hittebestendigheid van Aalsmeer. De kaart in figuur 6.6 laat de loopafstand tot een koele plek zien. Koele verblijfsplekken zijn plekken waar o.a. de temperatuur lager is dan het buitengebied, die niet langs een drukke weg liggen en die minimaal 200 m2 zijn. Voor het bepalen van de looptijd (in minuten) is gerekend met de loopafstand en een loopsnelheid van 2 km/uur. Bij deze loopsnelheid bedraagt de looptijd in een groot deel van de gemeente minder dan 2 minuten (groen). Er zijn locaties die opvallen omdat koele plekken zich op 4-5 minuten (geel) of zelfs 5-10 minuten (oranje) loopafstand bevinden. De koele verblijfsplekken waar mee gerekend is zijn in lichtblauw op de kaart aangegeven. De afstand tot koelte is te verkleinen door meer koele verblijfsplekken aan te leggen. Ruimte voor nieuwe koele plekken is te vinden in het vergroenen van bijvoorbeeld schoolpleinen en bestaande pleinen.

Figuur 6.6 Loopafstand tot koelteplekken Aalsmeer

43

7. Werken: klimaatadaptatieagenda De eerste twee stappen van klimaatadaptatieproces zijn doorlopen, het “weten” door het uitvoeren van de stresstesten en het “willen” door het voeren van de risico- en actiedialogen. De laatste stap, het “werken”, bestaat uit twee onderdelen, de klimaatadaptatieagenda (hoofdstuk 7) en de financiële gevolgen (hoofdstuk 8). De klimaatadaptatieagenda is erop gericht dat de gemeente met alle werkprocessen en projecten Aalsmeer klimaatbestendig inricht. De gemeente handelt als organisatie klimaatadaptief door de ambities en richtlijnen te borgen in beleid en plannen en leert over klimaatadaptatie door mee te koppelen met projecten. Tevens onderzoekt de gemeente de niet acceptabele knelpuntlocaties uit de risicodialogen en pakt deze aan. De klimaatadaptatieagenda is concreet gemaakt in factsheets. Per factsheet is in beeld gebracht om welke actie(s) het gaat, wie de eigenaar is, welke partijen moeten worden betrokken, en binnen welke termijn dit wordt opgepakt. Tot slot is waar mogelijk een inschatting gemaakt van de kosten.

7.1 Algemeen geldende principes Als basis voor de klimaatadaptatieagenda hanteert de gemeente Aalsmeer een aantal algemeen geldende principes. Deze bepalen de hoofdlijnen van de Aalsmeerse koers om klimaatadaptief te worden:  We maken (letterlijk) ruimte voor een klimaatbestendige inrichting.  We werken samen in een netwerksamenleving met gedeelde verantwoordelijkheid.  Knelpunten lost de gemeente samen met partners binnen 10 jaar op.  Voor de uitvoering van projecten wordt in principe aangehaakt bij bestaande processen en investeringen.  Werken aan klimaatadaptatie is een continu leerproces, waarin evaluatie

7.2 Overzicht klimaatadaptatieagenda 2021-2026 De tabel geeft een overzicht van de maatregelen die in factsheets zijn opgenomen. Voor de uitwerking van de factsheets zijn vele praktische voorbeelden te vinden op www.ruimtelijkeadaptatie.nl. De factsheets zijn geclusterd in drie categorieën: 1. Klimaatadaptieve gemeente en organisatie 2. Meekoppelen in projecten 3. Onderzoeken en aanpakken knelpunten

44

Onderdeel 1 1.1 1.2 1.3

Klimaatadaptieve gemeente en organisatie Een klimaattoets met bijbehorende criteria invoeren in beleid, LIOR en projecten als uitwerking van de klimaatambities Borgen van klimaatrichtlijnen binnen bestemmingsplannen en vergunningentrajecten Bewonersagenda klimaat

2 2.1 2.2

Meekoppelen in projecten MeerjarenProjectenPlan (MPP) en meekoppelkansen Klimaatkansen in grootstedelijke ontwikkelingen (nieuwbouw projecten)

3 3.1 3.2 3.3

Onderzoeksagenda Verdiepingsonderzoek diverse gebieden in relatie tot wateroverlast en grondwateroverlast Verdiepingsonderzoek kwetsbare verblijfsplekken tot hittestress en verkoeling Verdiepingsonderzoek diverse gebieden in relatie tot droogte en grondwateronderlast

7.3 Klimaatadaptieve gemeente en organisatie De gemeente Aalsmeer maakt klimaatadaptatie standaard onderdeel in alle projecten en werkprocessen van de organisatie. Dit gebeurt via borging in beleid en werkprocessen, via draagvlak en bewustwording en via monitoring en leren. Het klimaatbestendig maken van de wijken kan de gemeente echter niet alleen. Dit moet samen met de bewoners. Het monitoren van resultaten en het overdragen van kennis en inzichten en het leren daarvan is daarom een essentieel onderdeel van de verandering. Activiteit/Project 1.1 Toelichting

Eigenaar Rol gemeente Samen met

Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning Financiële gevolgen en borging Effect

Invoeren klimaattoets in beleid, LIOR en projecten Om klimaatambities te verankeren in de werkprocessen en uitvoering is een verdere concretisering en uitwerking van de ambities nodig. Deze implementatie kan met een klimaattoets plaatsvinden met bijbehorende criteria binnen beleid, LIOR, GPR stedenbouw, onderzoeksprogramma GRP en projecten. Team Projecten en Advies Reguleren, Realiseren, Samenwerken Onder andere met partijen als:  Omgevingsdienst  Stedenbouw  Gemeentelijke vakafdelingen Riolering, Water, Groen, Wegen  Ontwikkelaars Energietransitie Circulaire economie 2021-2022  Budget uit reguliere beleidstaken  Opnemen in het jaarprogramma en de afdelingsplannen Door de implementatie van de klimaattoets en de bijbehorende criteria worden negatieve klimaateffecten op de vier thema’s (wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingen (waterveiligheid) beheerst en gereduceerd.

45

Bij de voorbereiding van projecten wordt getoetst of het project aan de beleidsambities voldoet. We streven ernaar in 2035 50% van de gemeente klimaat robuust te hebben ingericht. In 2050 is de gemeente Aalsmeer klimaat robuust ingericht.

Activiteit/Project 1.2

Klimaatadaptatie nieuwbouw borgen in bestemmingsplannen en vergunningentrajecten Bij verbouw en nieuwbouw verklaart de gemeente haar klimaatadaptatienormen en -ambities bindend in trajecten voor bestemmingsplannen en vergunningen. Team Projecten en Advies Reguleren

Toelichting Eigenaar Rol gemeente Samen met

Onder andere met partijen:  Stedelijke Ontwikkeling  Waterschappen  Vergunningen  Projecten en Advies Omgevingsvergunning en omgevingsplan

Relatie met andere programma’s/projecten Planning; financiële gevolgen; borging. Effect

Activiteit/Project 1.3 Toelichting

2021-2023 Omgevingsvergunningen voldoen aan de klimaateisen.

Bewoners- en ondernemersagenda klimaat Een belangrijk deel van de klimaatopgave zal binnen het particulier bezit, woningen, bedrijven en woningbeheerders zoals woningcorporaties, VVE’s en stichtingen, moeten worden gerealiseerd. Voor het bevorderen van de bewustwording en actiebereidheid bij bewoners en bedrijven is een goede communicatie aanpak nodig. Vergelijkbaar met successen in andere gemeenten kan een community aanpak worden gecreëerd en kunnen klimaatplatforms worden opgezet. Hiervoor is samenwerking met externe partijen als dorpsraden, groene verenigingen en bedrijvenverenigingen noodzakelijk. De gemeente nodigt uitdrukkelijk bewoners en ondernemers uit om samen op te trekken met klimaatadaptieve innovaties en acties. Ideeën voor acties zijn bijvoorbeeld: - Website Aalsmeer Rainproof inrichten om als basis te dienen voor bewonersinformatie. - Communicatieaanpak met ICT ondersteuning, apps en social media. - Op tuinen van bewoners gerichte acties als ‘Tegel eruit, plantje erin’. - Stimuleringsmaatregelen voor groene daken en geveltuintjes.

Eigenaar Rol gemeente

Team Projecten en Advies Ondersteunen, Stimuleren, Realiseren

Samen met

     

Bewoners Communicatie Wijkbeheer Groene verenigingen. Stakeholders intern Woningbeheerders zoals woningcoöperaties, VVE’s en stichtingen. 46

Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning, financiele gevolgen en borging. Effect

Programma Duurzaamheid Plan van Aanpak 2019-2021 Aalsmeer Fossiel Onafhankelijk 2040 2021-2026 (€40.000 per jaar); aan te vragen uit algemene reserve Perspectiefnota  Capaciteit uit reguliere budgetten Door communicatie en voorlichting naar bewoners, ondernemers en bedrijven nemen bewoners, ondernemers en bedrijven klimaatadaptatieve maatregelen op eigen terrein, zodat de gemeente Aalsmeer op het privaat terrein klimaat robuust wordt ingericht. Bewoners en bedrijven denken actief mee met de plannen voor klimaatadaptatie op privaat terrein.

7.4 Meekoppelen met andere projecten Vanuit diverse programma’s, zoals stedelijke ontwikkeling, vervanging riolering en wegen, wonen, energietransitie en groen wordt de openbare ruimte de komende jaren aangepakt. Om de ambities te kunnen behalen moet klimaatadaptatie een standaard, een vanzelfsprekend onderdeel worden in de projecten voor de openbare ruimte en stadsontwikkeling. Dit betekent dat voor ieder project een klimaattoets moet worden uitgevoerd. Een klimaattoets laat zien in welke mate de klimaat ambities kunnen worden behaald en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. Het uitvoeren van maatregelen zelf gebeurd voornamelijk door mee te koppelen in projecten. Enerzijds is dit een logisch moment, want vanuit het project zijn er al ontwikkelingen in een gebied als geheel of meer specifiek de openbare ruimte. Anderzijds scheelt meekoppelen met projecten financiële middelen. Er is wel verschil in het meekoppelen met nieuwbouw ontwikkelingen en bij herinrichting van de openbare ruimte. Voor nieuwbouw geldt dat er nieuwe eisen zijn ten behoeve van klimaatadaptatie. Deze worden middels beleid, LIOR en (interne) opdrachtverlening meegegeven aan de projectontwikkelaar en de ontwikkelende afdeling binnen de gemeente. Voor herinrichting van de openbare ruimte geldt dat gekeken moet worden wat mogelijk is binnen de bestaande contouren.

Belangrijk is dat de criteria, de onderzoeken en de uitvoerende mogelijkheden voor klimaatmaatregelen geïntegreerd worden in ieder project; zowel in ontwerp als uitvoering. Met behulp van trainingen en evaluaties van projecten wordt de kennis van klimaatadaptatie opgebouwd en kennisuitwisseling gestimuleerd. 1. Nieuwbouw: nieuwe vastgoedontwikkelingen en gebiedsontwikkelingen houden in hun ontwerp en uitvoering rekening met het toekomstig klimaat. De ambities en richtlijnen uit hoofdstuk 6 zijn hierin kader stellend voor openbaar en privaat terrein. De borging vindt plaats in de klimaattoets en het gemeentelijk beleid. 2. Herinrichting openbare ruimte: de gemeente heeft zelf de regie bij de herinrichting van de openbare ruimte. Dit is voor de gemeente de kans om de openbare ruimte stapsgewijs klimaatbestendig in te richten en bewoners en bedrijven te stimuleren ook op privaat terrein maatregelen te nemen. De borging vindt plaats in de LIOR en de klimaattoets. De onderhouds- en vervangingsprojecten zijn opgenomen in het MeerjarenProjectenPlan.

47

Activiteit/Project 2.1 Toelichting

Eigenaar Rol gemeente Samen met

Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning Financiële gevolgen en borging

Meekoppelkansen en MeerjarenProjectenPlan (MPP) 2021-2026 In het MPP zijn onderhouds- en vervangingsprojecten opgenomen vanuit het beheer van de openbare ruimte. Deze grootschalige ingrepen vinden eens in de 25 tot 50 jaar plaats. Het MPP wordt jaarlijks vastgesteld en blikt 5 jaar vooruit. Daarom heeft de gemeente nu de mogelijkheid om middels deze projecten bij te dragen aan haar klimaatdoelen voor de korte termijn, de zogenaamde meekoppelkansen. Team Projecten en Advies Realiseren Onder andere met partijen als:  Stedelijke Ontwikkeling  Wijkbeheer, CBT  Externe stakeholders  Team Energietransitie

2021-2026  Reguliere budgetten via de jaarplanning

Effect

De klimaatdoelen worden gehaald door de meekoppelkansen in het MPP. Bij renovatieprojecten worden, gebruik makend van een klimaattoets, ruimtelijke en technische maatregelen in projecten uitgevoerd, zodanig dat onze leefomgeving klimaatrobuust wordt ingericht, zodat de negatieve gevolgen van klimaatveranderingen voor wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen (waterveiligheid) worden beperkt.

Activiteit/Project 2.2 Toelichting

Klimaatkansen in grootstedelijke ontwikkelingen 2021-2050 Binnen de gemeente vinden diverse grootstedelijke ontwikkelingen en nieuwbouwprojecten plaats zoals Westeinderhage, Oosteindedriehoek, Tussen de Linten en Polderzoom. De uitdaging is om met een juiste inrichting en vergroening deze ontwikkelingen klimaatadaptief te maken. Team Stedelijke Ontwikkeling Regisseren, Reguleren

Eigenaar Rol gemeente Samen met

Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning Financiële gevolgen en borging Effect

  

Stedelijke Ontwikkeling Projecten en Advies Wijkbeheer

2021-2050  Onderdeel van projectexploitatie De klimaatdoelen en klimaateisen worden toegepast bij het realiseren van projecten bij grootstedelijke ontwikkelingen.

48

7.5 Onderzoeks- & maatregelagenda De onderzoeks- en maatregelagenda gaat in op de activiteiten die niet-acceptabele en onwenselijke situaties onderzoeken en maatregelen ontwikkelen. Activiteit/Project 3.1 Toelichting

Eigenaar Rol gemeente Samen met

Verdiepingsonderzoek voor wateroverlast en grondwateroverlast Uit de eerste analyse van de stresstestkaarten zijn gebieden als Einsteinstraat, Hornmeer (o.a. Vogelbuurt), Zwarteweg-Baccarastraat, Aalsmeer Centrum, Uiterweg, Polderzoom, Tussen de Linten, Oosteinderdriehoek en Linneauslaan-Blauwstraat als aandachtspunten voor wateroverlast en hoog grondwaterrisico naar voren gekomen. Een andere analyse laat diverse kwetsbare gebouwen van de gemeente zien. Verdiepingsonderzoek voor deze gebieden en locaties moet uitwijzen in welke mate er sprake is van een knelpunt, welke risico’s daarbij spelen en welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Team Projecten en Advies Regisseren Onder andere met partijen als:  Waterschappen  Woningcorporaties  Eigenaren  Stakeholder intern

Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning Financiële gevolgen en borging

2021-2026  Onderzoekskosten: € 340.000 (GRP)  Uitvoeringskosten: p.m. (GRP)

Effect

Activiteit/Project 3.2

Verdiepingsonderzoek kwetsbare verblijfsplekken in relatie tot hittestress en verkoeling Een aantal verblijfsplekken, gebouwen en wijken komen uit de hittestresskaart als aandachtspunt naar voren als het gaat om hittestress. Het gaat hierbij om: - Aalsmeer dorp; - wijken omgeving Einthovenhof Kudelstaart en Nieuw Oosteinde; - omgeving verzorgingstehuizen; - scholen, winkelcentra en sportparken.

Toelichting

Eigenaar Rol gemeente Samen met

De resultaten van het onderzoek geven inzicht in de te nemen maatregelen en op welke termijn.

Verdiepingsonderzoeken voor deze locaties/omgevingen moeten uitwijzen in welke mate er sprake is van een knelpunt, welke risico’s daarbij spelen en welke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn en gekoppeld kunnen worden aan renovatie projecten. Team Projecten en Advies Regisseren, Faciliteren, Stimuleren Onder andere met partijen als:  Woningcorporaties  Scholen

49

Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning Financiële gevolgen en borging

 Vastgoed  Sociale beleidsmedewerker  Sociaal domein  Sociale wijkteams Energietransitie Uitvoerende maatregelen via meekoppelen. 2022  Onderzoekskosten: € 40.000  Uitvoeringskosten: p.m. of via reguliere budgetten

Effect

Activiteit/Project 3.3 Toelichting

Onderzoek naar de effecten van grondwateronderlast en droogte Uit de eerste analyse van de stresstestkaarten zijn de gebieden Aalsmeer dorpskern en de Bovenlanden als aandachtspunt naar voren gekomen als het gaat om risico’s voor schade als gevolg van droogte en grondwateronderlast. De gemeente heeft een verkennend onderzoek uit laten voeren door Wareco naar de effecten van de droogte in 2018; waarbij onder andere gekeken is naar houten paalfunderingen, bodemdaling, grondwaterstanden en mogelijke schadebeelden. Op basis van dit algemeen verkennend onderzoek is locatie specifiek vervolgonderzoek nodig om de risico’s verder in beeld te brengen en een aanpak en maatregelpakket op te stellen.

Eigenaar Rol gemeente Samen met

Relatie met andere programma’s/projecten Tijdplanning Financiële gevolgen en borging Effect

De resultaten van het onderzoek geven inzicht in de te nemen maatregelen en op welke termijn.

In het GRP zijn de volgende onderzoeken hiervoor opgenomen. - Gemeente brede grondwatermodellen klimaatadaptief - Analyse droogterisico’s kwetsbare objecten met oplossingen met plan van aanpak - Onderzoek functioneren huidige drainage i.r.t. droogterisico funderingen - Onderzoek naar houten funderingen in Aalsmeer - QuickScan kansen opslag regenwater in de (diepere) ondergrond voor gebruik bij droogte Team Projecten en Advies Samenwerken, Ondersteunen, regisseren  Waterschappen  Adviesbureau  Intern: Dagelijks Beheer en Onderhoud, CBT, Geo, Databeheer Meerjarenprogrammering Wegen en Riolering, Assetmanagement, Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026  Onderzoekskosten: zie factsheet 3.1 (GRP)  Uitvoeringskosten: p.m. of via reguliere budgetten 

De resultaten van het onderzoek geven inzicht in de te nemen maatregelen en op welke termijn.

50

8. Werken: financiële gevolgen De financiële paragraaf brengt de financiële gevolgen van klimaatadaptatie voor de gemeente Aalsmeer in beeld. Hierbij wordt aangegeven welke kosten passen binnen de bestaande reguliere gemeentelijke capaciteit (klimaattoets voor projecten), binnen het GRP 2021-2026 (nog vast te stellen in de gemeenteraad) en de MeerjarenProjectenPlan (meekoppelen). Kostenneutraal realiseren van de verandering is niet mogelijk. Voor de uitwerking en borging in beleidsplannen en de implementatie van klimaatadaptief denken en handelen in de werkprocessen zijn extra middelen geraamd. Ook geven we, weliswaar tegen een experimentele achtergrond, inzicht in de kosten van klimaatadaptatie als we niets doen. Dit om te laten zien dat in actie komen een betere optie is, niet alleen voor de benodigde middelen, maar ook voor de leefbaarheid in onze omgeving.

8.1 Benodigde middelen Lange termijnperspectief Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie gaat ervan uit dat Nederland, en dus Aalsmeer, in 2050 klimaatbestendig is ingericht. Het beleid en de werkprocessen van de gemeente Aalsmeer worden hierop ingericht. Dit betekent dat klimaatadaptatie een standaard onderdeel wordt in de projecten in de openbare ruimte en stadsontwikkeling. Voor ieder project moet een klimaattoets worden uitgevoerd. Maatregelen voor klimaatadaptatie in projecten in de openbare ruimte kunnen zorgen voor meerkosten en een kostenverschuiving in aanleg en beheer. Omdat klimaatadaptatie een lerend proces en project specifieke opgave is, is de omvang van de eventuele meerkosten in projecten nog niet eenduidig aan te geven. Het streven is om kostenneutraal mee te koppelen binnen de projecten. Ter vergelijk zijn ook inzichten van andere gemeenten in dit rapport opgenomen. Benchmark kosten in projecten Inzichten van adviesbureau Tauw laten elders in Nederland het volgende zien:  Utrecht: het meekoppelen van klimaatadaptatie (afkoppelen, extra groen of aanpassen van het wegprofiel) wordt geschat met meerkosten van EUR 25,00 per m 2 verhard oppervlak in een project in de openbare ruimte.  Leiden: bij de klimaatadaptieve herinrichting van een wijk is een inschatting van de beheerkosten voor en na herinrichting qua orde-grootte vergelijkbaar.

De beheerkosten verschuiven van wegen naar groen door het verminderen van verharding en toename aan groen en bomen.  Haarlem: bij een aantal projecten in de openbare ruimte zijn in 2017 de extra kosten van het klimaatbestendig maken, gelijktijdig met de uitvoering van het project, berekend. Extra kosten zijn bijvoorbeeld het aanleggen van wadi’s en plaatsen van extra (grote) bomen. In het Haarlemse GRP 20182023 houdt de gemeente rekening met EUR 1.250.000 kosten per jaar voor klimaatadaptatie. Dit is 10-15 % van het totale vervangingsbudget in het GRP. Bestaande middelen Klimaatadaptatie is en wordt voor een belangrijk deel onderdeel van huidige werkprocessen en plannen en projecten binnen de gemeente. Eerst volgt een korte uitleg over wat meekoppelen betekent en welke middelen in het GRP zijn voorzien. Vervolgens vat de tabel samen welke bestaande middelen gekoppeld zijn aan klimaatadaptatie. Deze kosten betreffen dus geen meerkosten.

51

Meekoppelen in projecten Naar aanleiding van de uitgevoerde analyses op de stresstesten zijn er nog geen knelpunten gesignaleerd die een acute aanpak noodzakelijk maken. Na uitvoeren van de voorgestelde onderzoeken zou dit overigens nog wel kunnen gebeuren. Het verdiend derhalve de voorkeur om klimaatmaatregelen uit te voeren tegelijk met Groot Onderhoud wegen (25-30 jaar na aanleg) of tegelijk met de vervanging van de openbare ruimte en de riolering bij einde levensduur (50 jaar na aanleg). En met energietransitie projecten, zoals de aanleg van warmtenetten of het verzwaren van het elektriciteitsnet. Middelen in GRP Aalsmeer 2021-2026 Bij klimaatadaptatie in Aalsmeerse projecten is het belangrijk om de meerkosten in beeld te brengen en afwegingen te maken welke maatregelen de meeste waarde toevoegen tegen acceptabele (meer)kosten. Om extra maatregelen te nemen is in het GRP een klimaatadaptatiebijdrage opgenomen van 10% voor de periode 2021-2026. Hieronder is weergegeven welke acties gedekt worden uit reguliere budgetten. Onderdeel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=4b3a5181-03b3-47c1-92eb-f41c1be50c47