Agendabundel
Tekst van het document
Ja
Wij delen uw argumenten om de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ naar ‘Tuin’ te wijzigen voor de resterende gronden van de kadastrale percelen G6820 en G6821. Voor het resterende deel zullen geen bouwrechten voor bijbehorende bouwwerken gelden. De mogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken liggen in de zone direct langs de woonarken zodat het geheel aan bebouwing een ruimtelijk ensemble blijft. Tevens zal de bestemming ‘Tuin tot de nieuwe waterlijn lopen. Dit betekent dat de aangrenzende bestemming ‘Water’ iets wordt verbreed.
Ja
D19-332556 a.
Indiener verzoekt de gemeente om kadastrale percelen 6820 en 6821 (behorend bij Oosteinderweg 319 ws 1 en ws 2) te bestemmen als ‘Tuin’. Het is niet meer aannemelijk dat de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ doelmatig is. In algemeenheid hebben de gronden bij woonarken een bestemming ‘Tuin’ en is het omzetten van agrarisch naar tuin is een gewenste ontwikkeling die geen extra druk op de omgeving tot gevolg heeft. Deze in andere gevallen gebruikte argumenten zin hier ook van toepassing.
10.
Stichting De Bovenlanden (ontvangen 17 december 2019) D19-332645
Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560
Pagina 17
a.
Stichting De Bovenlanden bezit 10 percelen met kadastrale nummers G4846, 4561, 2030, 6062, 5261, 5131, 4887, 5246, 1216 en 4276. Deze percelen hebben de bestemming ‘Natuur’ in het ontwerpbestemmingsplan Oosteinderweg 2020. Verzocht wordt op deze percelen de bestemming ‘Agrarisch’ te behouden.
De gronden welke in eigendom zijn bij de Stichting De Bovenlanden hebben in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Natuur’ gekregen. Dit in lijn met de doelstelling van de stichting, namelijk het bevorderen en in stand houden van een ecologische verbindingszone langs de zuidzijde van de Ringvaart. Dit hoeft niet te betekenen dat alle gronden als ‘Natuur’ bestemd hoeft te worden. Ook met het beschermen en ontwikkelen van cultuurakkers, of clusters daarvan, kunnen de kenmerkende natuurwetenschappelijke, cultuurhistorische en landschappelijke waarden binnen het gebied behouden blijven. Daar waar de gronden nu nog gebruikt worden ten behoeve van teelt, zal de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ worden. Binnen deze bestemming is open teelt, maar ook de ontwikkeling van natuur en landschap zijn toegestaan. Dit zal ook gelden voor de door u aangegeven kadastrale percelen.
Ja
Een bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ met daarin meerder mogelijkheden voor gebruik, in dit geval uitoefening van een tuinbouwbedrijf èn ontwikkeling en beheer van natuur en landschap, maakt het mogelijk het gebruik te wijzigen zonder dat daarvoor een ruimtelijke procedure nodig is. Het is verlaten van het agrarisch gebruik ten behoeve van natuur- en landschapsinrichting is mogelijk omdat dit gebruik geen externe werking heeft. Dit betekent dat een dergelijk gebruik geen negatieve invloed heeft op haar omgeving (zolang dit niet behoort tot Natura2000-gebied, wat hier niet het geval is). 11.
Zienswijze 11 (ontvangen 20 december 2019) D19-336432 en D20-153382
a.
Indiener stelt dat op bestemmingsplan Oosteinderweg 2005 geen bouwvlak staat aangegeven op het perceel behorende bij
Voor de woning is op 1 juli 1993 vergunning verleend voor de meest recente uitbreiding. Op basis daarvan hebben wij in het ontwerpbestemmingsplan ter plaatse van deze woning een
Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560
Pagina 18
b.
Oosteinderweg 313a terwijl hier wel een woning staat. In het ontwerpbestemmingsplan is dit herstelt en is ter plaatse van nr. 313a een bouwvlak toegevoegd.
bouwvlak opgenomen.
Nu beide adressen een bouwvlak hebben gekregen verzoekt de indiener de gemeente om de maximale goot- en nokhoogtes bij de bouwvlakken op percelen Oosteinderweg 313 en 313A aan te passen naar 6 meter respectievelijk 11 meter, in lijn met de omliggende gebouwen (Oosteinderweg 305 t/m 318). In het ontwerp is dat voor nr. 313 nu een goot- en nokhoogte van 4,5 resp. 9 meter, voor 313a is dat slechts 3 resp. 4,5 meter. Hierdoor wordt wat betreft de goot- en nokhoogten weer aansluiting gezocht bij het geldende bestemmingsplan uit 2005 en is er stedenbouwkundig meer harmonie met de naastgelegen voormalige school en schoolmeesterswoning.
Een vergelijk met de bouwhoogte van het karakteristieke schoolgebouw en schoolmeesterswoning (1925) gaat in die geval mank. Juist de afwijkende uitstraling, bouwhoogten en functie ten opzichte van de belendende woonbebouwing maakt dat het ensemble zich in positieve zin onderscheid. De gevraagde goot- en nokhoogten zijn ook niet in overeenstemming met de uitgangspunten van het lintenbeleid, zeker niet op een afwijkende kavel waarbij de woningen schuin achter elkaar liggen.
Ja
De goot- en bouwhoogte in het ontwerp zijn vastgesteld op basis van de bestaande situatie. Voor de woning nr. 313a is geen concrete aanvraag bekend op basis waarvan er een andere goot- en bouwhoogte zou moeten worden vastgelegd. De situatie en de ligging van deze woning is ook afwijkend ten opzichte van een gebruikelijke lintwoning. Indien herbouw van deze woning gewenst is, zullen we beoordelen welke hoogte hier aanvaardbaar zijn. Op 14 september 2020 heeft u een omgevingsvergunning gekregen voor het vervangen van de woning op nr. 313. Deze vergunning voorziet in een woning met goot- en bouwhoogte van 3,16 resp. 8,43 meter welke iets buiten het bouwvlak is gesitueerd. Wij zullen deze vergunning overnemen in dit bestemmingsplan door een aangepast bouwvlak. De goot- en nokhoogte hoeven hiervoor niet te worden aangepast.
12.
Zienswijze 12 (ontvangen 19 december 2019)
Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560
Pagina 19
D19-336441 en D19-336596 a.
Indiener stelt dat onterecht de mogelijkheid is geboden de schuur achter het pand aan de Oosteinderweg 208 te bewonen en geeft aan dat het niet wenselijk is om de schuur te gebruiken als woning.
Deze zienswijze heeft dezelfde strekking als uw inspraak (in de Nota van Inspraak als nr. 36 onder a en 37). Wij verwijzen dan ook naar de beantwoording daarvan.
Ja
De schuur mag als bijgebouw slechts gebruikt worden ten dienste van de woonfunctie. De schuur behoort bij de bovenwoning boven de horecagelegenheid. De schuur hoort buiten het bouwvlak te liggen. Het bouwvlak ligt dan slechts rondom het hoofdgebouw. Dit wordt aangepast in de planverbeelding. Het gebruik van bijgebouwen voor bewoning valt onder zogenaamd strijdig gebruik. Het is dus niet mogelijk om ook deze ruimten te verhuren als woonruimte. Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan is het bouwvlak voor het hoofdgebouw te groot weergegeven. Dit zal in het ontwerp worden aangepast. Abusievelijk is het bouwvlak in het ontwerp niet aangepast. Wij zullen dit in het vast te stellen bestemmingsplan aanpassen.
13.
Zienswijze 13 (ontvangen 20 december 2019) D19-336442 en D20-000366
a.
Indiener is eigenaar van percelen die zich ontwikkelen tot recreatief steunpunt. Hiervoor heeft zij de afgelopen jaren een aantal vergunningen voor verbouwingen en functiewijzigingen gekregen. Indiener ziet dat de nieuwe bestemming ‘Recreatie’ bij deze ontwikkeling aansluit. Een deel van kadastraal perceel G5268 heeft echter de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ gekregen. Het verzoek is om voor dit gedeelte van perceel G5268 de bestemming om te zetten in de bestemming
In het verlengde van de beantwoording van uw inspraakreactie onder 33 c. nemen wij met betrekking tot het perceeldeel G5268 hetzelfde standpunt in. Ons college heeft op 13 juli 2013 een quickscan vastgesteld op basis waarvan verdere planontwikkeling vorm gegeven kan worden. Het onderhavige gedeelte van het perceel is hierin onvoldoende concreet gemaakt. Verdere ontwikkeling van het recreatieve steunpunt zullen worden bezien binnen het kader van de structuurvisie
Nee
Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560
Pagina 20
‘Recreatie’. Dit gedeelte biedt namelijk geen mogelijkheden voor agrarisch gebruik.
‘Bovenlanden Oosteinderweg’. Op 20 maart 2020 heeft u een omgevingsvergunning gekregen voor het beplaten van de kas op het perceeldeel. Deze vergunning heeft geen betrekking op het wijzigen van het gebruik. Van een concrete invulling van het panden was nog geen sprake. Wij zien voor het beoogde gebruik graag een concrete uitwerking tegemoet waarbij de impact op de omgeving inzichtelijk wordt gemaakt en de samenhang als recreatiesteunpunt kan worden beoordeeld. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat een agrarisch gebruik op het onderhavige perceeldeel nu niet realiseerbaar zou zijn. Het is niet aangetoond dat bijvoorbeeld aangrenzende kwekerijen een dergelijk perceel niet bij hun bedrijfsvoering kunnen betrekken. Het perceel zal voor nu de agrarische bestemming houden.
14.
Zienswijze 14 (ontvangen 22 december 2019)
Bekende appellant (reactie nummer 20), nieuwe onderwerpen
D19-336597 en D19-340958 a.
Indiener is van mening dat artikel 3.1 lid a. ‘AgrarischTuinbouw’ aangepast moet worden. Ook niet hoofdzakelijk grondgebonden agrarische bedrijfsvoering moet mogelijk zijn.
Het hoofdzakelijk grondgebonden karakter van de agrarische bedrijfsvoering duidt volgens de begripsbepaling op een bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt. Binnen de bestemming ‘Agrarisch – Tuinbouw’ zijn tuinbouwbedrijven toegestaan. Een tuinbouwbedrijf is volgens de begripsbepaling ‘een bedrijf, dat gericht is op het voortbrengen van producten doormiddel van het telen van gewassen, door gebruik te maken kassen en/of van open (onbebouwde) grond. Er zit dus een discrepantie in de regeling. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling teelt in kassen uit te sluiten. De passage ‘hoofdzakelijk’ en de
Ja
Nota van Beantwoording, Oosteinderweg 2020, januari 2021 Z-2017/052407 D21-011560
Pagina 21