Agendabundel
Tekst van het document
8 De vraag of het Oostzanerveld op p.37 het juiste label heeft gekregen. Het is beschermd natuurgebied en dat moet het vooral ook blijven.
Het Oostzanerveld staat in de legenda aangegeven als Natura 2000 gebied conform de aanwijzing. Het is daarmee inderdaad een beschermd natuurgebied.
1 De Verstedelijkingsstrategie heeft een relatief hoog abstractieniveau en integreert het beleid van de afzonderlijke gemeenten, de provincies, de waterschappen en het Rijk. Voornoemde betekent dat onder andere de ‘nieuwe’ Omgevingsverordening van de provincie Noord-Holland, ofwel Omgevingsverordening NH2020, is gebruikt als onderlegger bij het opstellen van de Verstedelijkingsstrategie. De Omgevingsverordening leidt in de gemeente Landsmeer tot een
De gemeente Landsmeer is bezorgd over het ontbreken van mogelijkheden tot woningbouw binnen de gemeentegrenzen. De Verstedelijkingsstrategie is niet het instrument om deze mogelijkheden te kunnen verruimen. In de Verstedelijkingsstrategie zijn de 'Bijzonder provinciale landschappen' overgenomen. De Omgevingsverordening biedt het wettelijk kader voor deze gebieden. De zeggenschap over de regelgeving ten aanzien van het Bijzonder Provinciaal landschap ligt bij de Provincie Noord-Holland. Ten aanzien van kleinschalige ontwikkelingen in het landelijk gebied heeft de Verstedelijkingsstrategie een te hoog
12
verdere minimalisering van het aantal (potentiële) abstractieniveau door het hoofdlijnenkarakter. Dit soort ontwikkelingen zijn aan de provincies woningbouwlocaties. Dit komt vooral doordat een groot en de desbetreffende gemeenten gedeelte van het grondgebied van Landsmeer is opgenomen binnen de werkingsgebieden Bijzonder Provinciaal Landschap en (MRA) Landelijk Gebied. Een combinatie van voornoemde werkingsgebieden sluit woningbouw in de praktijk uit. In de Verstedelijkingsstrategie wordt hier helaas niet op ingegaan. Dit terwijl binnen de gemeente Landsmeer de vraag naar woningen groot is en niet aansluit op het woningaanbod.
1d
Gemeente EdamVolendam
2 In de Verstedelijkingsstrategie wordt duidelijk gesteld dat de urgentie hoog is en er veel woningen moeten worden gebouwd binnen de MRA. Daarbij wordt gesteld dat voornamelijk wordt ingezet op binnenstedelijk bouwen en het realiseren van woningen rond OV-knooppunten. Daarentegen wordt in het document weinig tot geen rekening gehouden met de lokale situatie en woonvraag van kleine gemeenten. Zoals eerder aangegeven kent de gemeente Landsmeer een grote vraag naar woningen en heeft de gemeente te maken met lokale knelpunten. Zo beschikt de gemeente Landsmeer over weinig binnenstedelijke locaties om woningen te realiseren. Resumerend verzoeken wij u middels voorliggend schrijven om bij de verdere ontwikkeling van de Verstedelijkingsstrategie aandacht te besteden aan de lokale situatie en knelpunten van kleine gemeenten. De gemeente Landsmeer wordt momenteel vooral geduid als gemeente binnen de groene schil rond Amsterdam. Dit terwijl de gemeente Landsmeer ook een lokale woonvraag kent waar rekening mee dient te worden gehouden.
Dit sluit aan op het vorige punt van de gemeente Landsmeer. In de provincie Noord-Holland maakt de provincie per regio afspraken met gemeenten over het aantal te bouwen woningen, met aandacht voor de regionale én lokale woningbehoefte. Deze afspraken dienen vervolgens als basis voor de Verstedelijkingsstrategie.
1 In het verstedelijkingsconcept wordt o.a. een mogelijke vernatting van de veenweidegebieden voorgesteld. De provincie Noord-Holland heeft onderzoek gedaan naar de bodemdaling in veenweidegebieden. Uit dit onderzoek blijkt dat er binnen onze gemeente geen sprake is van een urgent probleem met betrekking tot de bodemdaling. Aangezien het probleem van bodemdaling c.q. inklinking van het veen niet zozeer aan de orde is binnen de gemeente Edam-Volendam, wordt vanwege het huidige agrarische beheer en onderhoud van de gronden en daarmee het behoud van het Agrarische Cultuurlandschap van onze gemeente, een vernatting (het onder water zetten) niet voorgestaan. Indien bodemdaling zich in de toekomst in toenemende mate zal voordoen, heeft onderzoek naar andere technische oplossingen (zoals onderwaterdrainage e.d.) de voorkeur.
De voorgestelde integrale aanpak veenweidegebieden zal op basis van diverse onderzoeken invulling krijgen, waaronder het door de gemeente Edam-Volendam genoemde onderzoek. Per gebied zal worden bepaald wat passende maatregelen zijn. Gemeenten die het betreft zullen vanzelfsprekend bij de uitwerking van de integrale aanpak betrokken worden.
2 Verder wijzen wij u op een tegenstrijdigheid van de aanduiding In Versie 3 zijn de kaartbeelden aangepast. ontwikkellocatie Lange Weeren op verschillende kaarten. Op de voorpagina van het verstedelijkingsconcept wordt het gebied de Lange Weeren als groen aangeduid. Op de kaart op blz 16 met de aanduiding Verstedelijkingsconcept 2050 en de kaart op blz 22 (Meerkernige metropool) staat de genoemde woningbouwlocatie wel genoemd. Daarentegen staat op de
13
kaart op blz 37 (Waardevol en verbindend landschap) het gebied weer aangeduid als groen veengebied. Dit is tegenstrijdig met elkaar. Wij verzoeken u de laatstgenoemde kaart en de voorpagina aan te passen conform de juiste kaart op blz 16 en 22. 3 Vanuit onze gemeentelijke beleving wordt in hoofdstuk 4.2 (blz Terecht wijst de gemeente Edam-Volendam erop dat de gebiedsbeschrijvingen alle grote 62/63) alleen aandacht gevraagd voor de opgaven in de opgaven herkenbaar moeten bevatten. Daarom zijn in Versie 3 deze gebiedsbeschrijvingen veenweidegebieden en sociaal maatschappelijke vraagstukken. aangepast, waarmee alle grote opgaven die in een gebied spelen worden beschreven. Het gaat de bewoners juist met name om verbetering van de mobiliteit (filedruk) en aandacht voor de hoge woningnood (vergroting woningbouwopgave, met name starterswoningen en sociale woningen). Dit wordt door onze inwoners als een groot probleem ervaren. Vanuit gemeentelijk oogpunt wordt dus gevraagd aandacht te schenken aan de woningbouwopgave in en bij de huidige kernen en een verbetering van de mobiliteit. 4 Verder vragen wij aandacht voor de toekomstige toepassing van Deze inbreng van de gemeente Edam-Volendam sluit aan op opmerkingen van andere de verstedelijkingsstrategie. Voor de leesbaarheid/helderheid indieners.
Wij hebben ons deze ter harte genomen door in versie 3 extra aandacht te zou het stuk korter moeten zijn voor een meer concretere en besteden aantoon, leesbaarheid en aantrekkelijkheid. duidelijker toepassing daarvan. Al gedurende jaren worden wij geconfronteerd met een groot aantal beleidsstukken vanuit het MRA, zonder dat veel aandacht bestaat en wordt gevraagd voor een concrete/praktische toepassing daarvan met ook als gevolg dat het overzicht op het geheel verloren gaat. Ook nu wordt op een hoog abstractie niveau geschreven c.q. beleidsmatig ingestoken, waardoor een meer concretere visie/zicht en strategie op de toekomst (en daarmee echt noodzakelijke investeringen) ontbreekt. Verzocht wordt hieraan meer aandacht te besteden. 5 Daarnaast vervult onze gemeente/regio in dit stuk beleidsmatig gezien een nogal ondergeschikte rol. Het landschap van ons wordt als zeer waardevol gezien, maar gelijktijdig moet gewaakt worden voor invloeden die juist voor het waardevolle cultuur landschap gevaar kunnen opleveren zoals transitie (waaronder ook vernatting, ander agrarisch gebruik van gronden) en toenemende recreatiedruk (incl. mobiliteit) e.d. Er moet voor gewaakt worden dat het kind niet met het badwater wordt weggegooid.
Met de Verstedelijkingsstrategie worden de verschillende opgaven die raken aan het landschap met elkaar in samenhang gebracht. Uitgangspunt daarbij is om landschappelijke kwaliteiten te beschermen en waar mogelijk te versterken. Dat neemt niet weg dat veranderingen soms noodzakelijk zijn, waarbij goed naar de effecten moet worden gekeken die ten koste kunnen gaan van het landschap en hoe die kunnen worden voorkomen dan wel geminimaliseerd. Een grote rol is hierbij weggelegd voor de lokale overheden.
6 Gezien het feit dat het concept ook een doorkijk geeft naar 2050 zien wij een doortrekking van de Noord/Zuidlijn richting het noorden (naar Purmerend en/of Edam-Volendam) als gemiste kans. Wij verzoeken u dit als financieringsonderdeel mee te nemen in de nog op te stellen investeringsstrategie. In het verstedelijkingsconcept versie 2 wordt echter alleen gesproken van een mogelijke doortrekking richting Hoofddorp (een heel andere kant op), terwijl een aantakking en doortrekking op het (metro)station Noord een logische voorkeur heeft. Gezien de huidige druk op de mobiliteit (fileprobleem), de aanzienlijke aantrekkingskracht die onze regio op het toerisme en recreatie uitoefent, de vergroting van het industrieterrein
Het Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB) bereidt de grote Rijk-regioopgaven op het gebied van mobiliteit voor. Momenteel is uit onderzoeken geen noodzaak gebleken voor het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Purmerend/Edam-Volendam. In Versie 3 zijn de vanuit de regio gewenste mobiliteitsinvesteringen voor de lange termijn wel opgenomen als stip op de horizon. Voor de verbinding Amsterdam-Purmerend is dat geformuleerd als "een verbetering van de bus-corridor". Daarbij wordt ook rekening gehouden met de groei van werkgelegenheid, zoals de terecht door de gemeente Edam-Volendam genoemde mogelijke extra ontwikkelingen bij Baanstee-Noord.
14
Baanstee-noord /Purmer (ook in relatie tot het vraagstuk opvang NZKG), de corridor Amsterdam/Hoorn (deze corridor vormt een as voor geclusterde economische ontwikkeling, ook buiten de MRA richting het noorden op locaties als de Poort van Hoorn) en een mogelijke verbreding van onderwijsvoorzieningen in de regio (technisch/ict) in relatie tot de in onze regio te vestigen bedrijven, vragen wij hiervoor opnieuw de aandacht. 7 Voor wat betreft het Energiesysteem en de gekozen ontwikkelrichting wordt als vastgestelde ordeningsprincipes het volgende gehanteerd: •concentreren op locaties waar capaciteit beschikbaar is in het net en op korte afstand van de opweklocaties voor duurzame energie (energy oriented development), waardoor de energie-infrastructuur een aanknopingspunt vormt om nieuwe ontwikkelingen te faciliteren;•concentreren verstedelijking bij knopen in het energienet, waarmee we de energieleverantie het minst afhankelijk maken van een specifieke bron. Als gemeente vinden wij het lastig op dit moment de gevolgen hiervan te kunnen inschatten voor de komende woningbouwopgave en mogelijkheden binnen onze gemeente/regio. Wij vragen u hierover meer concretere duidelijkheid voor de gevolgen op de langere termijn aan te geven.
Daarbij geven wij u in overweging mee, dat vanwege de hoge agrarische cultuurwaarde van de veenweidegebieden grote opweklocaties voor duurzame energie relatief beperkt kunnen zijn. 2a
Deelregio IJmond
De gemeente Edam-Volendam verzoekt om de consequenties van de ordeningsprincipes ten aanzien van het energiesysteem duidelijker te maken. Daartoe zijn in Versie 3 de vier eerdere abstracte scenario's over de toekomstige energiesystemen vervangen door regionale scenario’s, gebaseerd op de nationale scenario’s van de netbeheerders (II3050) en aangevuld met lokale informatie. In die regionale scenario's zijn de mogelijke ruimtelijke gevolgen inzichtelijk gemaakt. Daarbij is gekeken naar de koppeling tussen verstedelijking, zowel op toevoeging woningbouw als industrie en datacenters. Uit de scenario's is een aantal onmisbare elementen gedestilleerd die hoe dan ook noodzakelijk zijn om ook in de toekomst een robuust energienetwerk te hebben in de MRA en in Nederland: no-regret maatregelen. Deze elementen zijn opgenomen in hoofdstuk 3.3, systemen van de toekomst. De scenario’s vormen de hoeken van het speelveld: niet om uit te kiezen, maar om van te leren. In de komende jaren moet gekoppeld aan de discussie over regionale en landelijke hoofdstructuur voor energie besloten worden welke invulling gekozen wordt. Voor de hoofdstructuur van het energienetwerk in Nederland verloopt dat via het landelijke programma's Energie Hoofdstructuur.
In het kader van de Verstedelijkingsstrategie is tussen Rijk en regio afgesproken bij deze uitwerking ook de ruimtelijke inpassing en ruimtelijke ordening te betrekken.
1 Het voorliggende concept van een verstedelijkingsstrategie MRA Wij zijn erkentelijk voor het onderschrijven van het concept op hoofdlijnen en de geuite 2050 is een goed leesbaar, en tevens een doorwrocht, complimenten. kwalitatief hoogstaand, product met veel aanknopingspunten om richting te geven aan de toekomst van de MRA. Dit wat betreft de ruimtelijke inrichting en de grote opgaven die daarin spelen. Dat er nog onzekerheden zijn bij de grote opgaven is logisch en daarmee moeten we zo goed mogelijk zien om te gaan. 2 In het concept is de IJmond ingedeeld in het Noordzeekanaalgebied, waardoor het erop lijkt dat dit de enige identiteit is van de IJmond. Dat is uiteraard niet het geval. De “verticale dynamiek” met Noord-Holland/Noord en ZuidKennemerland is bijvoorbeeld ook groot. Binnen het Noordzeekanaalgebied wordt de IJmond in het concept vooral benaderd als een onderdeel van de vraagstukken op het gebied van energie, circulaire economie, haveneconomie en landschap. Maar er zijn ook andere invalshoeken, zoals woningbouw en mobiliteit. De kwaliteit van de leefomgeving en gezondheid wordt wel nadrukkelijk en terecht als aandachtspunt gezien.
Terecht geeft de regio IJmond aan dat de IJmond ook een duidelijke noord-zuid oriëntatie heeft. In Versie 3 is dit toegevoegd. Verder is in Versie 3 het Noordzeekanaalgebied als apart integraal te ontwikkelen gebied opgenomen. De beschrijving van de opgaven in IJmond en Zuid-Kennemerland worden daarmee minder gedomineerd door de opgaven in het Noordzeekanaalgebied
3 De ontwikkeling van de woningbouw in de IJmond, waaronder de Spoorzone Beverwijk, IJmuiden centrum en het spoorgebied van Heemskerk, is een gegeven. In het verstedelijkingsconcept wordt aangegeven dat de zogenaamde stadsharten in de MRA
Het benoemen van de 7 (+2 buiten de MRA gelegen Hoorn en Alkmaar) stadsharten, is een uitwerking van de eerdere keuzes die zijn gemaakt in de MRA door platform Ruimte op basis van de Sleutelgebieden (en onderdeel Woondeal MRA – Rijk). Het gaat om gemengde woon-
15
delen in “10%-werkgelegenheidsspreiding” van de verwachte groei van Amsterdam. De IJmond heeft echter geen “stadshart” zoals bedoeld in het concept. De IJmond deelt daarmee ten onrechte niet mee in de 10%-werkgelegenheidsspreiding. In die zin is de meerkernige ontwikkeling van de MRA, waar de IJmond een sterk voorstander van is, niet evenwichtig genoeg.
werk ontwikkelingen gelegen aan Intercity stations. In dat traject zijn de regionale MRA centra Beverwijk en Amstelveen niet meegenomen. Tegelijkertijd onderkennen we in de Verstedelijkingsstrategie de regionale verzorgingsfunctie en vergelijkbare opgaven in Beverwijk en Amstelveen. Om die reden zijn deze twee regionale centra wel op de kaart als zodanig aangemerkt. Met de inzet op spreiding van de werkgelegenheidsgroei, waarbij geschat wordt dat 10% daarvan door de overheid beïnvloedbaar is, gaat specifiek aandacht uit naar de steden waar een groot deel van de regionale woningbouwopgave landt. In een deel van die gebieden is nu al sprake van een scheve woon-werkbalans. De woningbouwopgave in de IJmond is vergeleken bij die in andere delen van de MRA relatief beperkt. Daar komt bij dat zowel Velsen als Beverwijk een bovengemiddelde hoeveelheid werkgelegenheid ten opzichte van de beroepsbevolking heeft. Voor de IJmond wordt met de inzet op de omschakeling naar een circulaire economie in het Noordzeekanaalgebied op een andere manier werk gemaakt van toekomstbestendige werkgelegenheid in de IJmond.
4 Wat betreft het energiesysteem ziet de IJmond met belangstelling uit naar de resultaten van de onderzoeken naar de consequenties van drie scenario’s: het concentreren van verstedelijking op plekken waar netcapaciteit beschikbaar is en duurzame opweklocaties dichtbij zijn, het concentreren van verstedelijking bij knopen in het energienet en het concentreren van energievragers in zelfvoorzienende clusters. De IJmond toetst nieuwe initiatieven ook op het gebied van de energietransitie aan eventuele voordelen voor de leefbaarheid en gezondheid, spin off voor schone en innovatieve economie en een beter imago van het IJmond-gebied.
De regio IJmond vraagt naar de resultaten van onderzoeken naar consequenties van ordeningsprincipes ten aanzien van het energiesysteem. Op basis van wat nu bekend is, zijn in Versie 3 de vier eerdere abstracte scenario's over de toekomstige energiesystemen vervangen door regionale scenario’s, gebaseerd op de nationale scenario’s van de netbeheerders (II3050) en aangevuld met lokale informatie. In die regionale scenario's zijn de mogelijke ruimtelijke gevolgen inzichtelijk gemaakt. Daarbij is gekeken naar de koppeling tussen verstedelijking, zowel op toevoeging woningbouw als industrie en datacenters. Uit de scenario's is een aantal onmisbare elementen gedestilleerd die hoe dan ook noodzakelijk zijn om ook in de toekomst een robuust energienetwerk te hebben in de MRA en in Nederland: no-regret maatregelen. Deze elementen zijn opgenomen in hoofdstuk 3.3, systemen van de toekomst. De scenario’s vormen de hoeken van het speelveld: niet om uit te kiezen, maar om van te leren. In de komende jaren moet gekoppeld aan de discussie over regionale en landelijke hoofdstructuur voor energie besloten worden welke invulling gekozen wordt. Voor de hoofdstructuur van het energienetwerk in Nederland verloopt dat via het landelijke programma's Energie Hoofdstructuur.
In het kader van de Verstedelijkingsstrategie is tussen Rijk en regio afgesproken bij deze uitwerking ook de ruimtelijke inpassing en ruimtelijke ordening te betrekken.
5 Op het gebied van mobiliteit en de genoemde schaalsprong daarin, is de IJmond niet tevreden. Onduidelijk is wat de negatieve gevolgen zijn (bereikbaarheid, leefbaarheid, luchtkwaliteit) van de zgn. redesign van het ringwegennet, door de A5 en de A9 onderdeel te maken van de ring rond Amsterdam (MRA programma “Samenwerken aan bereikbaarheid”). Omdat de IJmond niet rechtstreeks in het zgn. platform mobiliteit van de MRA zit, zijn de belangen van de IJmond onvoldoende in beeld, ook in deze verstedelijkingsstrategie.
De IJmond-regio wijst op serieuze mobiliteitsknelpunten, maar we wijzen erop dat deze slechts gedeeltelijk in de Verstedelijkingsstrategie een plaats kunnen krijgen. Een mogelijke 'redesign' van het wegennet is momenteel in onderzoek binnen het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB). Daarbij worden de gevolgen voor het hele wegennet in de gehele regio in ogenschouw genomen. Voor wat betreft de concreet genoemde gewenste maatregelen zijn enkele maatregelen primair de verantwoordelijkheid van de gemeente: het verbeteren/aanleggen van langzaam verkeer routes, doorgaande fietsroutes, verkeersmaatregelen spoorzone Beverwijk, verbetering Pontplein IJmuiden en het station Beverwijk toegankelijker maken aan de Oostkant. Als het gaat om regionale fietsroutes zijn er onder het MRA programma Metropolitane Fietsroutes de afgelopen paar jaar 9 projecten gerealiseerd in de IJmond en staan er nog 6 in de planning. Het organiseren van financiering waar die nog ontbreekt, loopt via de Vervoerregio en Platform Mobiliteit, niet via de Verstedelijkingsstrategie. De realisatie van de A8-A9 verbinding is momenteel in voorbereiding onder verantwoordelijkheid van de provincie Noord-Holland, vooralsnog wordt start realisatie voorzien voor 2025. Het ministerie van IenW heeft eerder aangegeven niet in te kunnen stemmen met een verlaging van de snelheid op de A22.
De Velserverbinding is eerder onderzocht, waarbij nut en noodzaak onvoldoende zijn aangetoond. De OV-verbinding met Schiphol en Amsterdam Zuid zal verbeterd worden met de verbetering van de HOV-verbinding tussen deze stations en Haarlem.
De bereikbaarheid en de leefbaarheid van de IJmond staan nu al zeer onder druk. De IJmond heeft niet alleen te maken met een toekomstige situatie, maar staat nu reeds voor complexe opgaven, voornamelijk van regionaal-, en Rijksbelang. De IJmond is van mening dat er maatregelen moeten worden aangekondigd en genomen om tot een verbetering te komen van de situatie in de IJmond: - het verlagen van de maximumsnelheid op de A22,
16
- de verbinding A208-A9 (“Velserverbinding”), - de verbinding A8/A9, - rechtstreekse en snelle verbinding OV naar Amsterdam, Schiphol en Zuidas (30 minuten, evt. light rail), - verbeteren/aanleggen langzaam verkeer routes, - doorgaande fietsroutes, - verkeersmaatregelen spoorzone Beverwijk, - verbetering Pontplein IJmuiden, - het station Beverwijk toegankelijker maken aan de Oostkant. 6 Reactie keuzevraagstuk NZKG
Wat het NZKG betreft zijn in het Verstedelijkingsconcept in Versie 3 alleen die onderdelen opgenomen die als onmisbaar element zijn geïdentificeerd. De verduurzaming van Tata, een Energietransitie: De IJmond realiseert zich dat NZKG en de MRA zoekgebied voor tijdelijke piekwaterberging en het hebben van een backbone voor niet zelfvoorzienend kunnen zijn en is bereid naar andere waterstoftransport zijn van die onmisbare elementen. Elementen waar geen overeenstemming locaties (buiten NZKG) te kijken, zoals Flevoland en buiten de over is of die nader onderzoek vergen, zijn als zodanig aangegeven en zullen in het MRA, zoals Groningen en Den Helder en naar andere trace’s gezamenlijk proces in het NOVI-gebied NZKG verder worden onderzocht en besproken. Een voor de 380KV kabel, zoals in het concept geschetst. Eventuele procesafspraak daarover zal onderdeel uitmaken van het bij het aan de extra aanlanding van wind op zee wordt in de IJmond getoetst Verstedelijkingsstrategie verbonden Verstedelijkingsakkoord. aan economische spin off, leefbaarheid, gezondheid en verbetering imago. Kortom, voordeel voor de IJmond is voorwaarde en in dat licht staat de IJmond open voor een gesprek hierover. Daarbij is het belangrijk dat er een directe relatie is met verduurzaming van Tata en versnelling van de energietransitie van Tata.
Circulaire economie: Gezien de geschetste onduidelijkheid van deze ruimteclaim (wanneer wordt dat duidelijker?) en de druk op de ruimte voor andere functies, ligt het op dit moment niet voor de hand hiervoor significante additionele ruimte te reserveren. Eventuele toekomstige ruimteclaims die substantieel bijdragen aan de circulaire economie worden integraal getoetst aan alle ruimtelijke thema’s. Transformatie: in de IJmond is nauwelijks uitgeefbare ruimte op droge bedrijventerreinen (vgl. monitor NZKGUitvoeringsprogramma). De IJmond vindt het een goed idee als wordt verkend of dit buiten NZKG zou kunnen of buiten de MRA. Wijkermeerpolder: Om andere locaties in de regio bij dit vraagstuk te betrekken, zoals Baanstee Noord/De Purmer in Purmerend en/of Boekelermeer in Alkmaar of Almere en Lelystad, vindt de IJmond een goede richting. Een deel van de Wijkermeerpolder hiervoor benutten (welk deel?) ligt niet voor de hand gelet op alle provinciale beschermingsregimes, het zoekgebied waterbuffers langs het Noordzeekanaal en het belang van de groene buffer tussen de verstedelijkingsgebieden in de IJmond en Zaanstad. De IJmond staat nog steeds achter de afspraken gemaakt over de Houtrakpolder in NZKG visie 2040... [en verder]
17
3a
Gemeente Haarlem
7 Reactie keuzevraagstuk Schiphol: Wettelijke- en beleidsontwikkelingen, alsook de mogelijke groei van de luchtvaart hebben een grote impact op allerlei vraagstukken en ambities in deze regio die elkaar beconcurreren in ruimte, zoals de woningbouwopgave, bereikbaarheid en de energietransitie. Het gaat hierbij niet alleen om regionale of lokale ambities, maar ook om gezamenlijke ambities die Rijk en de regio hebben. Ontwikkelingen die ook nadrukkelijk aandacht vragen voor de bescherming van het leefklimaat enerzijds en oog voor samenhang tussen de landzijdige ambities en de belangen in de lucht anderzijds. De IJmond wil dat het leefklimaat, dat nu al onder druk staat, voldoende wordt beschermd, waarbij de aandacht uitgaat naar een herijking van het normenkader voor de luchtvaart. Waar het nu nog te vaak gaat over aantallen ‘ernstig gehinderden’ (volgens een bepaalde definitie), moet er een betere definiëring komen van hinderbeleving. Uiteindelijk moet het normenkader bijdragen aan de bescherming van een basisleefomgeving.
Rijk en regio staan de integrale benadering van het vraagstuk verhogen leefkwaliteit en een duurzame en robuuste ontwikkeling van Schiphol voor. Dit vergt een nadere uitwerking die we als Rijk en regio gezamenlijke willen oppakken. Daartoe wordt een afspraak aan de Verstedelijkingsstrategie gekoppeld die zal worden opgenomen in het Verstedelijkingsakkoord MRA. De wensen van de regio IJmond kunnen hierbij ingebracht worden. Daarnaast kan de regio IJmond haar opstelling kenbaar maken bij de Bestuurlijke Regie Schiphol, het samenwerkingsverband van gemeenten en provincies in de Schipholregio.
8 In de raad van Beverwijk is bij de bespreking van de reactie unaniem een motie aangenomen: "Verzoekt het college om in de begeleidende brief te benadrukken dat voor Beverwijk verbetering van de leefomgeving en van de gezondheid van de inwoners van Beverwijk een absolute vereiste is bij de uitwerking van de opgaven in de verstedelijkingstrategie van de MRA; Dit kracht bij te zetten in de verschillende gremia door uit te dragen dat voor Beverwijk de verbetering van de leefomgeving en de gezondheid van de inwoners van Beverwijk absolute prioriteit heeft "
Het zorgen voor een gezondere leefomgeving is expliciet een van de uitgangspunten van de Verstedelijkingsstrategie. Het is een belangrijke opgave. Met de Verstedelijkingsstrategie agenderen we de opgave op dit vlak in de IJmond en worden afspraken gemaakt die verder worden uitgewerkt in de samenwerking onder het NOVI-gebied Noordzeekanaalgebied en het Bestuursplatform Noordzeekanaalgebied. De Verstedelijkingstrategie vormt zo dan ook een ondersteuning voor de door de gemeenteraad van Beverwijk gewenste verbetering van de leefomgeving en gezondheidsbevordering.
1 De Haarlemse raad vindt de aandacht voor bereikbaarheid in Zuid-Kennemerland in de verstedelijkingsstrategie onderbelicht. De raad wil met deze zienswijze specifiek aandacht vragen voor de mobiliteitstransitie en de ketenmobiliteit. Het gaat om een aantal bovenregionale projecten die opgenomen zijn in het MRA OV Toekomstbeeld, in relatie staan tot de verstedelijking in het westelijk deel van de MRA en een bovenregionale impact hebben op A9, spoor en de OV schaalsprong in het algemeen: • OV knooppunt Nieuw-Zuid, Oostpoort, Haarlem Centrum • De HOV Corridor Amsterdam-Schiphol-Haarlem (lightrail) • Velserverbinding A9-N208 • MRA fietsroutenetwerk voltooien
We zijn blij met de waardering van de Haarlemse gemeenteraad voor de wijze waarop de ontwikkeling van de HOV-knooppunten Nieuw-Zuid, Oostpoort en Haarlem Centrum in de Verstedelijkingsstrategie zijn geagendeerd. Deze ontwikkeling is ook onderdeel van een paralleltraject waar de investeringen in deze en andere knooppunten worden voorbereid. Het kan zijn dat Rijk en regio niet voor alle gewenste ontwikkelingen op korte termijn afspraken kunnen maken. Voor de HOV-corridor Amsterdam-Schiphol-Haarlem wordt momenteel onderzoek gedaan naar de manier waarop de huidige capaciteit van het hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) verder uitgebreid moet worden, rekening houdend met de toekomstige ontwikkelingen in de regio, zoals de woningbouwopgave. De resultaten worden eind 2021 verwacht. De uitkomsten hiervan kunnen leiden tot Rijk-regio samenwerking op deze corridor, maar vooralsnog is hier geen sprake van. De Velserverbinding is eerder onderzocht, waarbij nut en noodzaak onvoldoende zijn aangetoond. De werkzaamheden aan het MRA fietsnetwerk worden komende jaren voortgezet.
De ontwikkeling van de OV-knooppunten wordt in de Verstedelijkingsstrategie goed geagendeerd, ook in het licht van de noodzakelijke mobiliteitstransitie en de ontwikkeling van nieuwe werkfuncties. Dit geldt zeker voor het nieuwe bovenregionale OV-knooppunt HaarlemNieuw-Zuid, maar ook voor stationsgebied Haarlem centrum en Oostpoort.
18
2 • De Haarlemse raad is positief over de rijk-regio samenwerking De constatering dat de lijn in het Verstedelijkingsconcept MRA goed aansluit op uw inzet, in de Verstedelijkingsstrategie sterkt ons in de opzet en uitwerking van het Verstedelijkingsconcept MRA. Van deze • Het concept van de poly-centrische metropool sluit goed aan constatering is met waardering kennis genomen. op de ambities die Haarlem heeft en de positie van Haarlem in de MRA • Het is goed dat de complexiteit van ruimtelijke ontwikkelingen integraal wordt aangepakt 3 Ondanks dat de Koepel en het C-district vermeld worden in de gebiedsbeschrijving vraagt de raad wel meer aandacht voor de uitwerking van de economische functie. De onderbouwing van de spreiding van werkgelegenheid over de regio is nog mager. De economische ambitie van Haarlem is steviger dan nu in het Verstedelijkingsconcept staat verwoord. Redenerend vanuit het idee van de poly-centrische ontwikkeling van de metropool zou het uitgangspunt moeten zijn dat in de deelregio's de groei van het aantal banen minimaal gelijke tred houdt met de toename van het aantal inwoners. Dit ter voorkoming van het verder scheef trekken van de woonwerkbalans en de hieraan gerelateerde benodigde mobiliteitsinvesteringen. Het toevoegen van werkfuncties rondom de eerdergenoemde drie Haarlemse ov-knooppunten is daarbij cruciaal om deze woon-werkbalans te behouden.
Hierbij is de mate van kwaliteit van de openbare ruimte en de hoogstedelijkheid van deze knooppunten essentieel voor het succes ervan.
Mede naar aanleiding van deze inbreng van de gemeente Haarlem zijn in Versie 3 van het verstedelijkingsconcept de economische profielen van de verschillende deelgebieden van de MRA aangescherpt. Deels bij de algemene teksten van het verstedelijkingsconcept, deels bij de gebiedsspecifieke beschrijvingen. Ten aanzien van de ambitie in te zetten op spreiding van de werkgelegenheidsgroei is de inschatting dat 10% daarvan door de overheid beïnvloedbaar is. Om de spreiding te bewerkstelligen, wordt ingezet op ontwikkeling van de stadsharten – d.w.z. gemengde stedelijke milieus rond ov-knooppunten – van de gemeenten die een fors aandeel hebben in de woningbouwopgave.
4 Veel bestaande bedrijventerreinen worden getransformeerd tot gemengde woonwerklocaties. Het behouden van gezoneerde bedrijventerreinen zoals Waarderpolder Haarlem Business Park is belangrijk om voldoende ruimte voor bedrijvigheid te blijven bieden. Het versterken van de economische samenwerking aan de westflank van de MRA (Zuid-Kennemerland, IJmond, Haarlemmermeer) is belangrijk en biedt kansen. Haarlem en Zuid-Kennemerland zijn meer dan een fijne woon-, leef- en bezoekregio.
Deze reactie onderschrijft de met het Verstedelijkingsconcept ingeslagen koers. We waarderen deze ondersteuning.
5 In de verstedelijkingsstrategie is meer aandacht voor de impact van recreatie en toerisme gewenst. Deze onderwerpen hebben niet alleen een grote economische impact, maar ook effect op de ruimte en op de leefkwaliteit van de inwoners. Voor de coronacrisis was er sprake van een hoge groeiverwachting van het aantal (internationale) toeristen. Nu leidt de groei van het aantal woningen en aantal inwoners en banen ook tot een groei van de recreatiebehoefte, zowel in de steden als in het buitengebied.
Deze reactie van de Haarlemse gemeenteraad is opgepakt door in Versie 3 ook aandacht te schenken aan recreatie en toerisme in het stedelijk gebied, naast de aandacht die in het verstedelijkingsconcept al uitging naar recreatiedruk en verbeteringen van de recreatieve structuren en voorzieningen in het landschap Daarbij is de algemene lijn van het MRA Programma Toerisme leidend: het opvangen van de groei door het ontlasten van drukke plekken en het spreiden van toeristen en de economische voordelen over de regio.
6 Naarmate de verstedelijking toeneemt, is het des te belangrijker te investeren in natuur en recreatie. Dit is bij uitstek een bovenlokale opgave en het is goed dat zowel de investeringskant als de beheerkant in de Verstedelijkingsstrategie worden geagendeerd. Minder duidelijk is tot welke concrete acties dit gaat leiden.
In het verstedelijkingsconcept wordt het belang van investeren in natuur en recreatie in relatie tot verdere verstedelijking geagendeerd. De Verstedelijkingsstrategie beschrijft de gezamenlijke koers voor de ontwikkeling van de MRA op hoofdlijnen, inclusief voor de komende jaren de bijbehorende samenwerking en investeringsagenda. De uitwerking in concrete acties is een vervolgstap. Tegelijkertijd wordt daar soms al aan gewerkt, bijvoorbeeld aan het versterken van het Natuurnetwerk Nederland. Op een aantal concrete
19
projecten volgen mogelijk Rijk-regio afspraken die dan opgenomen zullen worden in het bij de Verstedelijkingsstrategie behorende Verstedelijkingsakkoord.
3b
Gemeente Bloemendaal
7 In het kader van het "keuzevraagstuk Noorzeekanaalgebied" wil de raad meegeven dat de Houtrakpolder een belangrijk onderdeel is van de groene buffer tussen Amsterdam en Haarlem. Gelet op het voorgaande punt is de gewenste lijn hier een versterking van de natuurwaarden en de recreatieve mogelijkheden
Wat het NZKG betreft zijn in het Verstedelijkingsconcept in versie 3 alleen die onderdelen opgenomen die als onmisbaar element zijn geïdentificeerd. Elementen waar geen overeenstemming over is of die nader onderzoek vergen, zijn als zodanig aangegeven en zullen in het gezamenlijk proces in het NOVI-gebied NZKG verder worden onderzocht en besproken. Een procesafspraak daarover zal onderdeel uitmaken van het bij het aan de Verstedelijkingsstrategie verbonden Verstedelijkingsakkoord. De Haarlemse raad vraagt in het bijzonder aandacht voor de Houtrakpolder. Ten aanzien van deze polder houdt de Verstedelijkingsstrategie vast aan eerdere afspraken uit de visie NZKG 2040. Dit betekent dat eerst intensiever gebruik moet worden gemaakt van het huidige haventerrein. Eventuele discussie over anders inzetten van gronden verloopt via het Bestuursplatform conform diezelfde afspraken uit de Visie NZKG 2040.
8 Het abstractieniveau van de Verstedelijkingsstrategie en de hieruit voortvloeiende afspraken met Rijk en regio is hoog. De genoemde thema's en opgaven vragen om een degelijke uitwerking in programma's en projecten. De Haarlemse raad blijft graag betrokken bij deze uitwerking.
Ook de MRA wil de Haarlemse raad, net als de andere raden en Staten graag betrokken houden bij het vervolg. In het proces tot de vaststelling van het verstedelijkingsconcept door raden en Staten zal aandacht worden besteed aan het informeren en betrokken houden van raden en Staten. Voor de verdere uitwerking van de Verstedelijkingsstrategie wordt de komende maanden een voorstel uitgewerkt voor de samenwerking met het Rijk. Voor de hand ligt dat hierin, net als tot nu toe, een grote rol is weggelegd voor MRA Platform Ruimte. MRAbestuurders kunnen hierin, met ruggenspraak van hun raden, de belangen van de deelregio naar voren brengen. Daarnaast zullen raden en Staten geïnformeerd worden over de voortgang van en verdere uitwerking van de verstedelijkingsstrategie en zullen belangrijke besluiten aan hen worden voorgelegd.
1 De gemeente Bloemendaal onderschrijft de centrale gedachte De constatering dat de lijn in het Verstedelijkingsconcept MRA goed aansluit op uw inzet, achter de verstedelijkingsstrategie van een polycentrische sterkt ons in de opzet en uitwerking van het Verstedelijkingsconcept MRA. Van deze ontwikkeling. De MRA bestaat uit veel verschillende en krachtige constatering is met waardering kennis genomen. kernen, die elkaars kwaliteiten versterken, Ze liggen in een landschap dat al even gevarieerd is. Het dorpse en groene karakter van Bloemendaal, met de afzonderlijke kernen, is een te behouden kwaliteit voor de metropoolregio. In de verstedelijkingsstrategie wordt ingezet op een goede verdeling van de werkgelegenheid in de MRA en balans in woon- en werklocaties. In de doorontwikkeling van de MRA regio wordt daarnaast niet enkel ingezet op het toevoegen van woningen, maar nagedacht hoe de MRA leefbaar blijft met ook aandacht voor klimaatadaptatie en landschap. Dit zijn logische keuzes en sluiten goed aan op de ambities die de regio ZuidKennemerland heeft en de positie van Zuid-Kennemerland in de MRA. 2 Het verbeteren van de bereikbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de regio Zuid-Kennemerland.
In de regio wordt stevig ingezet op een mobiliteitstransitie en hiervoor zijn een schaalsprong van het regionale OV, het versterken van het regionale fietsroutenetwerk en het verbeteren van de voorzieningen voor ketenmobiliteit onontbeerlijk. De ontwikkeling van de OVknooppunten wordt in de verstedelijkingsstrategie goed geagendeerd, ook in het licht van
Deze reactie onderschrijft de inzet op het thema mobiliteit van het Verstedelijkingsconcept. We waarderen deze ondersteuning.
20
de noodzakelijke mobiliteitstransitie en de ontwikkeling van nieuwe werkfuncties. 3 In de verstedeliikingsstrategie is meer aandacht voor de impact van recreatie en toerisme gewenst. Deze onderwerpen hebben niet alleen een grote economische impact, maar ook effect op de ruimte, op de natuurwaarden en landschappelijke kwaliteit en op de leefkwaliteit van de inwoners. voor de coronacrisis was er sprake van een hoge groeiverwachting van het aantal (internationale) toeristen. Nu leidt de groei van het aantal woningen, aantal inwoners en banen ook tot een groei van de recreatiebehoefte, zowel in de steden als in het buitengebied. Naarmate de verstedelijking het toeneemt is des te belangrijker te investeren in natuur en recreatie. Dit is bij uitstek een bovenlokale opgave en het is goed dat zowel de investeringskant als de beheerkant in de verstedelijkingsstrategie worden geagendeerd. Minder duidelijk is tot welke concrete acties dit gaat leiden.
In het verstedelijkingsconcept wordt het belang van investeren in natuur en recreatie in relatie tot verdere verstedelijking geagendeerd. De Verstedelijkingsstrategie beschrijft de gezamenlijke koers voor de ontwikkeling van de MRA op hoofdlijnen, inclusief voor de komende jaren de bijbehorende samenwerking en investeringsagenda. De uitwerking in concrete acties is een vervolgstap. Tegelijkertijd wordt daar soms al aan gewerkt, bijvoorbeeld aan het versterken van het Natuurnetwerk Nederland. Op een aantal concrete projecten volgen mogelijk Rijk-regio afspraken die dan opgenomen zullen worden in het bij de Verstedelijkingsstrategie behorende Verstedelijkingsakkoord.
4 Met betrekking tot de kwaliteitsimpuls van de Noordzeekust Naar aanleiding van deze wens van de gemeente Bloemendaal is de beschrijving in versie 3 vinden wij het belangrijk om in te gaan op de zonering van de aangevuld in hoofdstuk 4.2. verschillende kustplaatsen. In de omschrijving van de opgaven van Zuidprofiel Kennemerland wordt omschreven dat de kustplaatsen een sterk toeristisch profiel hebben en dat dit onder de noemer Amsterdam Beach wordt versterkt. De verscheidenheid van de Noordzeekust komt hier onvoldoende in naar voren, terwijl dit een belangrijke kwaliteit is in de regio die geborgd moet worden. Naast het ontwikkelen van jaarrondvoorzieningen op de recreatiestranden (Zandvoord en IJmuiden aan Zee) is het voor een kwaliteitsimpuls belangrijk dat de verscheidenheid van de kustplaatsen behouden blijft. Dit is van belang voor de leefkwaliteit in de regio en de verschillende doelgroepen die de Noordzeekust bedient. 5 Betreffende het "keuzevraagstuk Noorzeekanaalgebied" zijn wij van mening dat de Houtrakpolder een belangrijk onderdeel is van de groene buffer tussen Amsterdam en Haarlem. Gelet op de recreatieve druk in het buítengebied is de gewenste lijn hier een versterking van de natuurwaarden en de recreatieve mogelijkheden.
Wat het NZKG betreft zijn in het Verstedelijkingsconcept in versie 3 alleen die onderdelen opgenomen die als onmisbaar element zijn geïdentificeerd. Elementen waar geen overeenstemming over is of die nader onderzoek vergen, zijn als zodanig aangegeven en zullen in het gezamenlijk proces in het NOVI-gebied NZKG verder worden onderzocht en besproken. Een procesafspraak daarover zal onderdeel uitmaken van het bij het aan de Verstedelijkingsstrategie verbonden Verstedelijkingsakkoord. De raad van Bloemendaal vraagt in het bijzonder aandacht voor de Houtrakpolder. Ten aanzien van deze polder houdt de Verstedelijkingsstrategie vast aan eerdere afspraken uit de visie NZKG 2040. Dit betekent dat eerst intensiever gebruik moet worden gemaakt van het huidige haventerrein. Eventuele discussie over anders inzetten van gronden verloopt via het Bestuursplatform conform diezelfde afspraken uit de Visie NZKG 2040.
6 De onderbouwing van de spreiding van werkgelegenheid over de MRA-regio is nog mager. De economische ambitie van ZuidKennemerland is steviger dan nu in het verstedelijkingsconcept staat verwoord. Redenerend vanuit het idee van de polycentrische ontwikkeling van de metropool zou het uitgangspunt moeten zijn dat in de deelregio's de groei van het aantal banen minimaal gelijke tred houdt met de toename van
Mede naar aanleiding van deze inbreng van de gemeente Bloemendaal zijn in Versie 3 van het verstedelijkingsconcept de economische profielen van de verschillende deelgebieden van de MRA aangescherpt. Deels bij de algemene teksten van het verstedelijkingsconcept, deels bij de gebiedsspecifieke beschrijvingen. Ten aanzien van de ambitie in te zetten op spreiding van de werkgelegenheidsgroei is de inschatting dat 10% daarvan door de overheid beïnvloedbaar is. Om de spreiding te bewerkstelligen, wordt ingezet op ontwikkeling van de stadsharten –
21
het aantal inwoners. Dit ter voorkoming van verdere scheefgroei van de woon-werkbalans en de hieraan gerelateerde benodigde mobiliteits-investeringen. Het toevoegen van werkfuncties rondom de ov-knooppunten is daarbij cruciaal om deze woon-werkbalans te behouden.
3c
Gemeente Zandvoort
dwz gemengde stedelijke milieus rond ov-knooppunten – van de gemeenten die een fors aandeel hebben in de woningbouwopgave.
7 Veel bestaande bedríjventerreinen worden getransformeerd tot gemengde woonwerklocaties. Het behouden van voldoende gezoneerde bedrijventerreinen zoals waarderpolder Haarlem Business park is belangrijk om voldoende ruimte voor bedrijvigheid te blijven bieden. Het versterken van de economische samenwerking aan de westflank van de MRA (Zuid-Kennemerland, IJmond, Haarlemmermeer) is belangrijk en biedt kansen, Zuid-Kennemerland is meer dan fijne woon-, leef- en bezoekersregio.
Deze reactie onderschrijft de met het Verstedelijkingsconcept ingeslagen koers. We waarderen deze ondersteuning.
8 Het abstractieniveau van de verstedelijkingsstrategie en de hieruit voortvloeiende afspraken met Rijk en regio is hoog. De genoemde thema's en opgaven vragen om een degelijke uitwerking in programma's en projecten. Wij blijven graag betrokken bij deze uitwerking.
Ook de MRA wil de Bloemendaalse raad, net als de andere raden en Staten graag betrokken houden bij het vervolg. In het proces tot de vaststelling van het verstedelijkingsconcept door raden en Staten zal aandacht worden besteed aan het informeren en betrokken houden van raden en Staten. Voor de verdere uitwerking van de Verstedelijkingsstrategie wordt de komende maanden een voorstel uitgewerkt voor de samenwerking met het Rijk. Voor de hand ligt dat hierin, net als tot nu toe, een grote rol is weggelegd voor MRA Platform Ruimte. MRAbestuurders kunnen hierin, met ruggenspraak van hun raden, de belangen van de deelregio naar voren brengen. Daarnaast zullen raden en Staten geïnformeerd worden over de voortgang en verdere uitwerking van de verstedelijkingsstrategie en zullen belangrijke besluiten aan hen worden voorgelegd.
1 De Zandvoortse raad is in beginsel positief over de rijk-regio samenwerking in de Verstedelijkingsstrategie. Wel is de raad kritisch op de (wederom) korte reactietermijn die vanuit het MRA-bureau geboden wordt voor de bestuurlijke behandeling. Graag een volgende keer een realistisch tijdspad aanhouden.
Conform het convenant Versterken Samenwerking in de Metropoolregio Amsterdam (2016) is de reactietermijn van 8 weken gehanteerd.
2 Het concept van de polycentrische metropool sluit goed aan op de waarde die de afzonderlijke deelregio's hebben voor de MRA. Er komen de komende decennia complexe ontwikkelingen op ons af en het is goed dat erop regionale schaal, samen met het Rijk, integraal nagedacht wordt over de ruimtelijke consequenties hiervan.
De constatering dat de lijn in het Verstedelijkingsconcept MRA goed aansluit op uw inzet, sterkt ons in de opzet en uitwerking van het Verstedelijkingsconcept MRA. Van deze constatering is met waardering kennis genomen.
3 De raad vraagt meer aandacht voor de uitwerking van de economische functie. De onderbouwing van de spreiding van werkgelegenheid over de regio is nog mager. De economische en toeristische ambitie van Zandvoort is steviger dan nu in het Verstedelijkingsconcept staat verwoord. Voor ZuidKennemerland en in het bijzonder voor Zandvoort is recreatie en toerisme een hele belangrijke economische pijler. Dit verdient in de Verstedelijkingsstrategie meer aandacht. Zandvoort heeft de ambitie om als dé badplaats van de MRA "werken aan zee" te stimuleren als onderscheidend werkmilieu in de MRA. Deze ontwikkeling hangt sterk samen met de aanwezigheid van het station. Graag zou Zandvoort ook zien dat voor de knooppuntontwikkeling naar de stationsomgeving van Zandvoort wordt gekeken. De omgeving van het station
Mede naar aanleiding van deze inbreng van de gemeenteraad van Zandvoort zijn in Versie 3 van het verstedelijkingsconcept de economische profielen van de verschillende deelgebieden van de MRA aangescherpt. Deels bij de algemene teksten van het verstedelijkingsconcept, deels bij de gebiedsspecifieke beschrijvingen. Ten aanzien van de ambitie in te zetten op spreiding van de werkgelegenheidsgroei is de inschatting dat 10% daarvan door de overheid beïnvloedbaar is. Om de spreiding te bewerkstelligen, wordt ingezet op ontwikkeling van de stadsharten – d.w.z. gemengde stedelijke milieus rond ov-knooppunten – van de gemeenten die een fors aandeel hebben in de woningbouwopgave.
22
Zandvoort aan Zee met het Entreegebied en Badhuisplein biedt kansen voor het toevoegen van werk- en commerciële functies. Hier wordt de uitstraling van Zandvoort de komende jaren fors verbeterd. Het belang van recreatie wordt de komende jaren steeds groter. Voor Zandvoort is naast de kustrecreatie ook de natuurrecreatie van belang. Om in de toenemende recreatieve en toeristische vraag in de MRA te kunnen voorzien gaat Zandvoort graag regionaal het gesprek aan over de ontwikkeling van meer jaarrond voorzieningen aan de kust. 4 Een ander belangrijk punt dat onvoldoende in het Verstedelijkingsconcept naar voren komt is de bereikbaarheid van de kust voor alle modaliteiten. Deze modaliteiten zijn gelijkwaardig en de auto blijft ook in komende jaren belangrijk voor een goede bereikbaarheid; investeringen in infrastructuur kunnen niet achterwege blijven. Eén van de maatregelen die leidt tot een verbetering van de bereikbaarheid van de kust is de aanleg van de verbinding A208-A9 (de zogenaamde "Velserverbinding").
De gemeenteraad van Zandvoort wijst op het belang van de zogeheten Velserverbinding voor de bereikbaarheid. De Velserverbinding is eerder onderzocht, waarbij nut en noodzaak onvoldoende zijn aangetoond. Daarom is deze verbinding niet in de Verstedelijkingsstrategie opgenomen.
5 Uitbreiding van het Nationaal Park is een goede zaak, maar mag Het plan voor uitbreiding van Nationaal Park Zuid-Kennemerland zal worden uitgewerkt in er niet toe leiden dat aan de samenspraak met betrokken gemeenten, waaronder Zandvoort. Deze gemeenten hebben ook kust de ruimte voor economische en toeristische ontwikkeling een rol in de uiteindelijke besluitvorming over uitbreiding. verder ingeperkt wordt.
4
Deelregio Gooi en Vechtstreek
6 Het is een goede zaak dat, in het licht van de klimaatveranderingen, de noodzaak tot versterking van de kustverdediging wordt onderzocht. Zandvoort wil graag met het rijk en de regio verkennen wat dit kan betekenen voor Zandvoort en de ontwikkeling van de boulevardzone.
Dit onderzoek vindt plaats binnen het deltaprogramma voor Nederland. Hierin wordt de kustverdediging in zijn totaliteit beschouwd en gezocht naar mogelijke oplossingen: https://www.deltaprogramma.nl/deltaprogramma/kennisontwikkeling/zeespiegelstijging
1 De raden realiseren zich dat het traject van de Verstedelijkingsstrategie MRA van groot belang is voor het agenderen van agendapunten waarop de samenwerking met het Rijk de komende jaren essentieel is. De afstemming op MRA schaal is daar een belangrijk (lobby) middel voor, mede doordat het Rijk zelf de keuze heeft gemaakt via verstedelijkingsconcepten tot prioriteringen van Rijks inzet te komen. We pleiten voor een zo nauw mogelijke betrokkenheid van de raden en Staten in dit proces. Graag zien we deze democratische legitimiteit ook in het vervolgtraject voldoende geborgd. We vinden de timing van het vaststellen van het verstedelijkingsconcept begin 2022 zo vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen onhandig gepland. Dit had of veel eerder of juist over de verkiezingen heen getild moeten worden.
We onderschrijven het grote belang om de raden en Staten aangehaakt te houden om zo draagvlak, commitment en democratische legitimatie te borgen. Mede naar aanleiding van de reactie van de Gooi en Vechtstreek zal daarom een extra processtap worden ingebouwd voor bespreking van versie 3 in de raden en Staten, voordat tot besluitvorming tussen Rijk en regio zal worden overgegaan. Deze stap is voorzien in de periode november 2021-januari 2022, de exacte planning voor het vaststellen van het verstedelijkingsconcept door raden en Staten wordt voorgelegd aan de Stuurgroep. Het signaal van de regio Gooi en Vechtstreek over de timing in relatie tot de raadsverkiezingen zal daarbij kenbaar gemaakt worden.
2 Wij vinden het een positieve ontwikkeling dat gezamenlijk met het Rijk wordt gewerkt aan de opgaven in het gebied. Als metropool kunnen we een belangrijke bijdrage leveren aan de doelstellingen van de Nationale Omgevingsvisie, zowel op stedelijke als landschappelijke ontwikkeling. Inzet van het Rijk is
In Versie 3 zijn de belangrijkste opgaven in de gebieden en op de verschillende thema's benoemd, waarbij er minder nadruk ligt op het onderscheid tussen Rijk-regio opgaven en regio-opgaven. Op basis van het Verstedelijkingsconcept maken Rijk en regio afspraken om samen te werken aan de ontwikkeling van de regio. In het geval er in de toekomst
23
echter ook onmisbaar voor realisatie van deze doelen. Zeker in Rijksmiddelen voor landschap beschikbaar komen, kunnen mogelijk afspraken gemaakt het licht van de druk die al bij gemeenten aanwezig is door worden over Rijk-regio samenwerking op dat thema. decentralisatie van diverse taken. Daarom willen wij als aandachtspunt meegeven goed te letten op onderwerpen waarop in het verstedelijkingsconcept wordt aangegeven dat dit wel of juist geen Rijk-regio opgave zou zijn. Een belangrijk voorbeeld is de urgentie voor meer Rijksinzet voor landschap. Hier komen wij verder in deze brief op terug. 3 Wij zijn voorstander van het uitwerken van een polycentrisch De constatering dat de lijn in het Verstedelijkingsconcept MRA goed aansluit op uw inzet, model. Een sterke metropool heeft baat bij zowel een kernstad sterkt ons in de opzet van het Verstedelijkingsconcept MRA. Van deze constatering is met als een krachtige regio met kernen daaromheen. Dat draagt bij waardering kennis genomen. aan zowel de leef kwaliteit in Amsterdam, onze regio Gooi en Vechtstreek als ook van de andere gebieden in de metropool. Het versterken van de identiteit van de verschillende gebieden in de metropool complementair aan elkaar helpt om samen de hele metropoolregio te versterken.
Het is dan ook sterk en logisch dat in het stuk de aandacht goed verdeeld is over de verschillende deelgebieden die onze metropool beslaat, o.a. via de uitwerking van verschillende integraal uit te werken gebieden. Als Gooi en Vechtstreek dragen wij bij aan de gehele metropool. We hebben een aantrekkelijk woon- en werkgebied in de metropool met hoge natuur- en recreatieve waarde en een sterk economisch profiel. De regio ontwikkelt zich steeds verder, zoals langs de Gooicorridor en HOV-lijnen (zie het recent gesloten woonakkoord met de provincie) en het landschap (bijvoorbeeld het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen). 4 Doel van de verstedelijkingsstrategie is dat 'in internationaal perspectief de regio zich niet alleen moet (blijven) onderscheiden door economische groeimogelijkheden, maar ook door de goed opgeleide beroepsbevolking, het sociaal evenwicht en de hoge kwaliteit van de leefomgeving'. Het onderdeel sociaal evenwicht of ook wel de inclusiviteit van de regio is misschien wel de lastigste en moeilijkste, maar tegelijk ook de meest essentiële opgave voor de komende jaren. Meer nog dan in de afgelopen periode zal deze pijler, die o.a. vorm en inhoud moet krijgen onder de paraplu van bereikbare steden, de komende tijd volop ontwikkeld moeten worden.
Zo kunnen bijvoorbeeld niet alleen voldoende, maar ook voldoende betaalbare woningen op goed bereikbare plekken voor voldoende praktijkgeschoolde werknemers, de toekomstige welvaart en welzijn in onze regio borgen. Dit onderdeel zou nog verder uitgewerkt moeten worden in het verstedelijkingsconcept.
Het verstedelijkingsconcept is mede naar aanleiding van deze reactie van de deelregio Gooien Vechtstreek aangepast. In Versie 3 zijn de handelingsperspectieven op de sociaalmaatschappelijke verstedelijkingsopgaven daartoe verder uitgewerkt. In de latere uitwerking en uitvoering van de verstedelijkingsstrategie zal hier verder invulling aan worden gegeven. Verder zijn ook in Woondeal tussen Rijk en Regio afspraken gemaakt over de inzet voor voldoende betaalbare woningen. Binnen het traject Bereikbare Steden worden voorts per stadshart integrale gebiedsplannen opgesteld. Betaalbaar wonen zal hier ook een thema in zijn.
5 Wij zijn voorstander van het uitwerken van een polycentrisch model met sterke deelgebieden die economisch complementair zijn aan elkaar. Het genoemde en al bestaande economisch profiel van Media, ICT, zorg en vrijetijdseconomie voor onze regio is sterk. Versterken van het economisch profiel Gooi en Vechtstreek op media met het perspectief van een AI-campus is
In Versie 3 van het verstedelijkingsconcept zijn de economische profielen van de verschillende deelgebieden van de MRA aangescherpt. Deels bij de algemene teksten van het verstedelijkingsconcept, deels bij de gebiedsspecifieke beschrijvingen. De kwalitatieve beschrijving van het economisch profiel van Gooi en Vechtstreek en ambities voor de toekomst zijn hierin meegenomen. Als het gaat om Rijksbetrokkenheid bij lokale/regionale
24
een belangrijke ontwikkeling dat wet degelijk ook inzet en economische ontwikkeling, dan zitten hier voorwaarden aan: de opgave moet van nationaal betrokkenheid van het Rijk vraagt en wij dan ook graag zo zien belang zijn, grote urgentie kennen en niet zonder Rijksinzet kunnen. terugkomen op p.71. Doel is het verder benutten, versterken en verbreden van het bestaande ecosysteem door cross-sectorale vervlechting met ICT, CI en Tech (AI, AR, VR en Gaming), en toepassen vaardigheden in het ecosysteem voor maatschappelijke uitdagingen in bijv. zorg, onderwijs en het verrijken van de mediawijsheid van de Nederlandse bevolking. Het waardevolle landschap is een stevige pijler onder vestigingsvoorwaarden van werkgelegenheid. Ondanks beperkte ruimte in onze regio door het waardevolle landschap is er zeker plaats voor meer werkgelegenheid. Een goede woonwerkbalans en versterkte focus op behoud van praktijkgeschoold werk is relevant voor behoud en versterking van de leefbaarheid.....(p.8 reactie) Wat betreft de opgave van de ontwikkeling van een AI-Campus wordt dit in het verstedelijkingsconcept als regionale opgave gezien. Dat klopt grotendeels, echter wordt ook urgentie van betrokkenheid van de ministeries van BZK en OCW op onderdelen gezien. 6 Een aanvullende opmerking over de kaart op p.26 Het algemene kaartbeeld wordt aangepast op deze reactie van de Gooi- en Vechtstreek.
Per (veerkrachtige, schone en inclusieve economie) wat betreft deelgebied is in Versie 3 tevens een meer gedetailleerd kaartbeeld toegevoegd waarbij het ontwikkelingen rondom knooppunten Hilversum en Hilversum onderscheid tussen Mediapark en station Hilversum duidelijker is. Mediapark: Hoewel het bolletje overlappend op beide knooppunten staat lijkt de kaart te suggereren dat (geplande) economische ontwikkeling rondom station Hilversum wegvallen en alles zich concentreert rondom het Hilversum Mediapark. Dat klopt niet. Hoewel inderdaad kansen worden gezien voor veel banengroei rondom het Mediapark, zijn er ook ontwikkelingen en kansen voor werkgelegenheidsgroei rondom station Hilversum. Wij gaan er vanuit dat deze bollen nu samen zijn genomen en dit niet alleen gaat om ontwikkeling van Mediapark en zien in de volgende versie dit graag verduidelijkt terugkomen in de legenda of met aparte bollen op de kaart. 7 Het valt op dat de mobiliteitsoplossingen voortkomen uit het programma Samen bouwen aan Bereikbaarheid. Dit programma heeft echter niet exact dezelfde doelen en reikwijdte als de Verstedelijkingsstrategie. Ook zijn niet alle deelregio's direct vertegenwoordigd in de besluitvormende gremia in dit programma. Dit vraagt daarom extra aandacht bij de integratieslag.
Het Rijk-regio Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) bereidt de grote Rijkregio-opgaven op het gebied van mobiliteit voor. Gooi en Vechtstreek is in dit programma vertegenwoordigd via de provincie Noord-Holland. Er wordt intensief afgestemd tussen de Verstedelijkingsstrategie en SBaB.
8 De doorstroom op de A1, A27 en Gooicorridor is essentieel voor ontwikkelingen en de leefbaarheid in onze regio. We zien deze urgentie met inzet op knelpunten op de doorstroming op de A1 en Gooicorridor in de volgende versie graag nadrukkelijker terug.
De beschrijving van de opgaven in het mobiliteitssysteem is in Versie 3 aangepast op het oplossen van knelpunten in de doorstroming A1, A27, Gooicorridor waar Gooi- en Vechtstreek op wijst.. Ook is de relatie van de opgave op de A1 met de Gooicorridor benoemd in de deelgebied-beschrijving. Het functioneren van de corridors in de MRA is onderdeel van het Multimodaaltoekomstbeeld dat binnen Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB) wordt opgesteld, waarbij ook ontwikkelingen van buiten de MRA worden meegenomen.
De A1 en Gooicorridor zijn van essentieel belang voor de verbindingen met andere metropolen en het oosten van NL. Onterecht is dat de A1 niet wordt genoemd in het
25
systeemvraagstuk mobiliteit en de fasering. Daarnaast is ook de Gooicorridor (trein) een belangrijke ader voor onze regio en een belangrijke verbinder met de regio Amersfoort en verder richting het Oosten. Versterking van de Gooicorridor kan een belangrijke bedrage leveren aan vermindering van NMCA knelpunt A1. De Gooicorridor moet daarom benoemd worden als Rijk-MRA opgave op p.71 en de tekst op p.52 moet hierop worden aangepast. Relevant is de afgesproken (BO MIRT 2020) vervolgstudie naar de gevolgen van besluitvorming OV SAAL voor de trajecten die reistijdverlies ondervinden en waar aanvullende maatregelen mogelijk en nodig zijn, zoals voor de verbinding Hilversum-Amsterdam CS. Voor A1 en Gooicorridor, de verbinding van Oost NL met de MRA, is het belangrijk de opgaven langs deze as bij elkaar op te tellen. De prognose tot 2040 is dat naast de 11.500 woningen en 115.000 banen in de Gooi en Vechtstreek, opgeteld nog eens 62.000 woningen en 367.000 arbeidsplaatsen extra aan deze corridor in de regio Amersfoort en Foodvalley en de Cleantechregio met de MRA worden verbonden. Daar komt bij dat met oog op toename van thuiswerken steeds meer mensen verder van hun werk verhuizen.