CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

3.Raad (besluitvormend) 1 februari 2022, gemeente aalsmeer46.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Bundel - 3.Raad (besluitvormend) van 1 februari 2022

0.1

Vastgesteld verslag raadsvergadering 1 februari 2022 20220201 Vastgesteld verslag raadsvergadering.pdf

1 2

Heropening van de raadsvergadering van 27 januari 2022 Vervangen tijdelijke lokalen Jozefschool Raadsvoorstel vervangen tijdelijke lokalen Jozefschool.docx 20220125 Raadsbrief inzake stand van zaken specifieke uitkering ventilatie in scholen -SUVIS.pdf 8a_motie_kerkrade_onderwijshuisvesting_ventilatie.pdf

3

Onderschrijven MRA Verstedelijkingsconcept versie 3 20211207 Raadsvoorstel Aalsmeer Onderschrijven Verstedelijkingsconcept Versie 3.docx brief VC MRA voor raden en Staten 8 november 2021.pdf 211103 Nota van Beantwoording wensen en opvattingen op VS.pdf 211108_MRA_Verstedelijkingsconcept VERSIE_IV.pdf 20211207 Brief Raad Aalsmeer MRA Verstedelijkingsconcept Versie 3.docx 20220125 Memo 03 Beantwoording vraag uit de Commissie Ruimte en Economie van 13 januari 2022 inzake Verstedelijkinsstrategie.pdf

4

Motie Vreemd aan de orde van de dag Motie van afkeuring warmtevisie v3.docx

5

Vragenkwartier 20220125 Vragen CDA vragenkwartier 27-01-2022 inzake babbelbankjes.pdf

6

Sluiting

0.1 Vastgesteld verslag raadsvergadering 1 februari 2022 1 20220201 Vastgesteld verslag raadsvergadering.pdf

2 Vervangen tijdelijke lokalen Jozefschool 1 Raadsvoorstel vervangen tijdelijke lokalen Jozefschool.docx

RAADSVOORSTEL

Raadsvoorstel nr Datum B&W-besluit

Portefeuillehouder

7 december 2021

Afdeling

wethouder mr. L.B. Kabout

Projecten en Advies

Behandelend ambtenaar (voor technische vragen)

A. van Leeuwen 020-540 41 81; 06-11 56 04 09 a.van.leeuwen@amstelveen.nl

Voor de vergadering van raad d.d.

27 januari 2022 Behandelen in de raadscommissie op

Maatschappij en Bestuur

13 januari 2022

Onderwerp

Vervangen tijdelijke lokalen Jozefschool Gevraagd besluit

1. 2. 3.

Een krediet van € 2,4 miljoen beschikbaar te stellen voor de vervanging van de tijdelijke lokalen voor permanente huisvesting aan de hoofdlocatie van de Jozefschool. Het in het investeringsplan opgenomen krediet van € 2,1 miljoen te verhogen met € 300.000 (inclusief btw). De begroting van 2022 aan te passen, alsmede de kapitaallasten te verhogen per 2024 ten laste van de stelpost kapitaallasten economisch nut.

WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)

De tijdelijke lokalen in Kloostertuin vervangen voor permanente huisvesting aan de hoofdlocatie van de Jozefschool. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)

De permanente huisvesting wordt als uitbreiding aan de hoofdlocatie van de Jozefschool gevoegd. Om hiervoor ruimte te creëren worden de oude fietsenstallingen gesloopt. Een deel van het schoolplein moet plaats maken voor de nieuwbouw. Na realisatie worden de tijdelijke lokalen gesloopt en afgevoerd. Het schoolplein wordt hersteld en gedeeltelijk richting Kloostertuin uitgebreid. Aan de rand van het schoolplein wordt een fietsenstalling teruggeplaatst. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)

2.2 Onderwijs en ontplooiing; 2.2.2 Onderwijshuisvesting Aanleiding

Het schoolbestuur heeft voor 1 februari 2020 een aanvraag onderwijshuisvesting ingediend voor het vervangen van de tijdelijke lokalen in de Kloostertuin voor permanente huisvesting. De aanvraag is opgenomen op het programma onderwijshuisvesting 2021 en dit programma is in december 2020 vastgesteld. Voor het uitwerken van het bouwplan is een voorbereidingskrediet van € 100.000 beschikbaar gesteld. Inmiddels is het bouwplan uitgewerkt in een definitief ontwerp (DO). Het doorgerekende DO is het vertrekpunt voor het beschikbaar stellen van het uitvoeringskrediet. Argumenten

Momenteel gebruikt de school drie locaties: de hoofdlocatie aan de Gerberastraat, het noodgebouw in de Kloostertuin en het schoolgebouw aan de Baccarastraat 3. De Jozefschool plaatst jaarlijks eenzelfde hoeveelheid leerlingen, waardoor het leerlingenaantal op hetzelfde niveau blijft, ca. 440

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 3

leerlingen. Volgens de leerlingenprognose blijft de school voor de aankomende 20 jaar op hetzelfde leerlingenaantal, zodat permanente huisvesting gerechtvaardigd is. Het spreekt voor zich dat het voor het personeel en de leerlingen prettiger en overzichtelijker is om vanuit twee goed onderhouden locaties het onderwijs aan te bieden. De tijdelijke lokalen bestaan uit twee lesruimten, een speellokaal en spreekruimten. De lokalen worden gekoppeld aan de hoofdlocatie van de Jozefschool, Gerberastraat 2, in dezelfde bouwstijl, zodat het een geheel wordt. Hiervoor wordt een deel van het schoolplein gebruikt. De tijdelijke lokalen worden gesloopt en afgevoerd. Het schoolplein wordt richting Kloostertuin uitgebreid, zodat er weer voldoende vierkante meters buitenspeelruimte beschikbaar komt. De bestaande erfpachtovereenkomst met de Kloosterorde blijft gehandhaafd en wordt niet gewijzigd. De hoofdlocatie is onder architectuur gebouwd en heeft een opvallende interieur. De Jozefschool wil graag dat de uitbreiding in dezelfde stijl gerealiseerd wordt, zodat het een geheel wordt. De meerkosten die dat met zich meebrengt, komen voor rekening van de school. In het kader van de duurzaamheid voldoet de uitbreiding aan label A. Er komt een luchtbehandelingskast met warmteterugwinning en een warmtepomp. De lokalen krijgen een CO2regeling.

Er wordt gewerkt met een lage temperatuurverwarming in de vorm van vloerverwarming. De verlichting wordt uitgevoerd in Led en er komen bewegingssensors. Kanttekeningen

In de initiatieffase is een bewonersbijeenkomst georganiseerd met het doel te informeren over de aanstaande veranderingen. Met twee bewoners uit het appartementencomplex aan de Baccarastraat, dat het dichtste bij de school staat, is daarna meermalen overleg geweest. Dit heeft geresulteerd in een aanpassing aan het oorspronkelijk concept in het voordeel van de bewoners van de Baccarastraat. Hoewel de uitbreiding binnen het vigerende bestemmingsplan past, bestaat de mogelijkheid dat alsnog bezwaar wordt gemaakt op de aanvraag omgevingsvergunning, hetgeen vertraging van het project oplevert. Financiën

In de Kadernota 2022 is voor deze voorziening een investering van totaal € 2.155.000 opgenomen. In de onlangs vastgestelde begroting 2022 (pag. 22) is aangekondigd dat als gevolg van de verhoging van de grondstoffenprijzen rekening gehouden moet worden met een verhoging van het benodigde krediet met ca. € 300.000, zodat € 2,4 miljoen benodigd is. In het tweede deel van 2022 ligt het zwaartepunt van de werkzaamheden en is een bedrag van € 1,9 miljoen nodig. Voor het afronden van de werkzaamheden in het eerste gedeelte van 2023 is € 500.000 nodig. Communicatie

Na besluitvorming ontvangt de directeur-bestuurder van de Jozefschool schriftelijk bericht. De bewoners van de Baccarastraat worden schriftelijk van het besluit op de hoogte gebracht. Procedure

In november is de omgevingsvergunning aangevraagd. De doorlooptijd is maximaal 8 weken, tenzij bezwaar wordt gemaakt, dan duurt het langer, mogelijk tot eind januari. Na besluitvorming wordt de aanbesteding van het werk in gang gezet. Dit zal 1,5 maand in beslag nemen. Gunning van het werk volgt daarna, waarna de aannemer het werk moet voorbereiden. In de tweede helft van 2022 wordt gestart met de uitvoering, die zal doorlopen in het eerste kwartaal van 2023. Oplevering van het werk is te verwachten in het tweede kwartaal van 2023. Bijlagen

De secretaris,

De voorzitter,

Pagina

drs. Sj. Vellenga

3 van 3

mr. G.E. Oude Kotte

BEHANDELING RAAD Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie

Het voorstel aan de raad is

Aanvaarde amendementen / moties

Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen

RAADSBESLUIT Besluit

1. 2. 3.

Een krediet van € 2,4 miljoen beschikbaar te stellen voor de vervanging van de tijdelijke lokalen voor permanente huisvesting aan de hoofdlocatie van de Jozefschool. Het in het investeringsplan opgenomen krediet van € 2,1 miljoen te verhogen met € 300.000 (inclusief btw). De begroting van 2022 aan te passen, alsmede de kapitaallasten te verhogen per 2024 ten laste van de stelpost kapitaallasten economisch nut.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 januari 2022. De griffier,

De voorzitter,

O. van Kolck

mr. G.E. Oude Kotte

1 20220125 Raadsbrief inzake stand van zaken specifieke uitkering ventilatie in scholen -SUVIS.pdf

1 8a_motie_kerkrade_onderwijshuisvesting_ventilatie.pdf

Domein Bestuur Bezoekadres

Markt 1

Algemene Ledenvergadering VNG

Ambtenaar

D. Broeders Telefoonnummer

+14 045 Telefax

0455676395 Zaaknummer

Uw brief van

Uw kenmerk

Nee

Ons kenmerk

Datum

21u0039806

17 december 2021

Onderwerp

Motie Onderwijshuisvesting (ventilatie) Bijlage(n)

0

De Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten bijeen op 13 januari 2022. Constaterend dat: • Zeker in deze tijden, het van groot belang is dat kinderen in een gezonde en dus goed geventileerde omgeving lessen kunnen volgen. • Recent onderzoek van het RIVM heeft uitgewezen dat ventileren helpt om besmettingen met het coronavirus via de lucht te beperken. • Gemeenten vanaf 1 oktober 2021 tot en met 31 januari 2022 nieuwe aanvragen kunnen indienen voor de Specifieke Uitkering Ventilatie in Scholen (SUViS) waarvoor € 100 miljoen beschikbaar is gesteld voor het verbeteren van de ventilatie in schoolgebouwen. • Via de SUViS-regeling het rijk maximaal 30% financiert van de totale kosten voor het verbeteren van de ventilatie. • Voor de overige 70% in principe de gebouweigenaar verantwoordelijk is. • Het aanbrengen van een ventilatiesysteem bij benadering € 25.000 per klaslokaal kost. Voor een groot schoolgebouw zou dat leiden tot een investering van ruim € 600.000 voor een kleinere school is een investering van ruim € 300.000 vereist. • Deze installaties ook extra exploitatiekosten vergen zoals onderhoud en energie. • De PO-Raad en de VO-raad samen met de VNG minister Slob eerder hebben laten weten dat het voor zowel schoolbesturen als gemeenten Postbus 600 6460 AP Telefoon 045 5676767 Telefax 045 676395

Email gemeentehuis@kerkrade.nl IBAN NL49 BNGH 0285 0044 84 BIC BNGHNL2G

• • •

lastig is, zo niet onmogelijk, om de benodigde 70% uit eigen financiering op te brengen. De landelijke subsidieregeling kortom onvoldoende mogelijkheden biedt voor het grootschalig verbeteren van het binnenklimaat. Hetgeen op tal van plekken in het land inmiddels is vastgesteld en geconcludeerd. Naast investeringen in het binnenklimaat van scholen, waaronder ventilatie, het noodzakelijk is om stappen te zetten voor kwaliteitsverbetering en verduurzaming van schoolgebouwen. Gemeenten wel bereid willend zijn, maar dat het subcluster onderwijshuisvesting van het gemeentefonds op dit onderdeel achterblijft.

Draagt het VNG bestuur op met hoge prioriteit met het kabinet en parlement in gesprek te gaan over financiële maatregelen passend bij de gestelde subsidievoorwaarden en de brede klimaatdoelen die gesteld zijn, zodat gemeenten in overleg met het onderwijs op een verantwoorde manier uitvoering kunnen geven aan de te nemen stappen voor frissere en duurzamere schoolgebouwen. En gaat over op de orde van de dag. Namens gemeente Kerkrade,

Het College,

De secretaris,

dr. T.P. Dassen Housen

R.M.J.S. Stijns

Postbus 600 6460 AP Telefoon 045 5676767 Telefax 045 5676395

Email gemeentehuis@kerkrade.nl IBAN NL49 BNGH 0285 0044 84 BIC BNGHNL2G

3 Onderschrijven MRA Verstedelijkingsconcept versie 3 1 20211207 Raadsvoorstel Aalsmeer Onderschrijven Verstedelijkingsconcept Versie 3.docx

RAADSVOORSTEL

Raadsvoorstel nr

Datum B&W-besluit

Portefeuillehouder

14 december 2021

Afdeling

wethouder mr. R.K. van Rijn, MBA

Stedelijke Ontwikkeling

Behandelend ambtenaar (voor technische vragen)

C. Jager (020) 540 43 85 c.jager@amstelveen.nl

Voor de vergadering van raad d.d.

27 januari 2022 Behandelen in de raadscommissie op

Ruimte en Economie

11 januari 2022

Onderwerp

Onderschrijven MRA Verstedelijkingsconcept Versie 3 Gevraagd besluit

In te stemmen met de Raadsbrief “Onderschrijven MRA Verstedelijkingsconcept Versie 3”. WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)

Onze reactie geven op het MRA Verstedelijkingsconcept Versie 3, conform het verzoek vanuit de MRA. Specifiek wordt gevraagd het document te onderschrijven, wat wij grotendeels kunnen. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)

Een brief vanuit de Raad te versturen aan het Bestuurlijk Kernteam MRA Verstedelijkingsstrategie waarin wij aangeven dat wij het MRA Verstedelijkingsconcept versie 3 grotendeels kunnen onderschrijven. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)

Programma 5, Ruimtelijke Ontwikkeling. Aanleiding

Raden en staten in de MRA wordt gevraagd het MRA Verstedelijkingsconcept Versie 3 (de eindversie) uiterlijk 11 februari 2022 te onderschrijven. Dit is het eerste van de drie onderdelen die samen de MRA Verstedelijkingsstrategie vormen. De overige twee onderdelen zijn de Fasering en de Investeringsstrategie. In de derde versie zijn de eerder door raden en Staten gedane wensen en opvattingen op Versie 2 verwerkt en er is ook een veelheid aan nieuwe informatie toegevoegd. Dit laatste bijvoorbeeld op het sociaal-maatschappelijke thema. De belangrijkste basiskeuzes en uitgangspunten (zie hieronder) zijn gelijk gebleven, er zijn echter op een aantal onderwerpen wat teksten veranderd. Op 3 november 2021 heeft de Rijk-regio Stuurgroep versie 3 (eindversie) van het Verstedelijkingsconcept MRA en daarmee de volgende ambities voor de ontwikkeling van de MRA vastgesteld: • De hele metropoolregio laten profiteren van de groei. • Voldoen aan de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan woon- en werkmilieus. • Diversiteit en verbondenheid in de economie versterken. • Meer balans brengen in wonen en werken. • Zorgen voor een gezonde leefomgeving. • Bereikbaarheid en bereisbaarheid in de MRA bevorderen.

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

• • • •

2 van 3

De uitstoot van broeikasgassen terugdringen. Doorontwikkelen van het metropolitane landschap. De regio klimaatadaptief inrichten. De biodiversiteit vergroten.

Argumenten

Het Verstedelijkingsconcept versie 3 kunnen wij grotendeels onderschrijven. Grotendeels omdat wij op de uitwerking van twee onderwerpen, het sociaal-maatschappelijke en Schiphol, bezwaren hebben. Het sociaal-maatschappelijke thema krijgt én een te grote rol in het Verstedelijkingsconcept én teksten hierover (en onderzoeken waar deze teksten uit voortkomen) zijn niet breed afgestemd en er zijn ook al enkele richtinggevende uitspraken opgenomen rond woon-werkbalans en woningbouw. Bij Schiphol zien wij teksten waar wij het niet over eens zijn, specifiek rond transitie van Europese bestemmingen van lucht naar spoor. Wij kunnen ons wel vinden in deze transitie, maar niet in de opmerking dat de vrijgekomen vliegruimte gelijk ingevuld kan worden door lange-afstandvluchten. Naast inhoudelijke argumenten hebben wij ook procesmatig onze zorgen en bedenkingen. Van zorgvuldigheid, transparantie en een goede (ambtelijk en bestuurlijke) afstemming is nog altijd geen sprake. Het verzoek is (wederom) om in de komende fase wél te zorgen voor een goed proces. Kanttekeningen

Vanuit de MRA wordt gevraagd om versie 3 van het Verstedelijkingsconcept te onderschrijven, dit is geen officiële reactie. Hoewel wij het eens zijn met de basiskeuzes, geven wij toch aan het concept niet geheel te kunnen onderschrijven. De MRA zal niets concreets met onze opmerkingen gaan doen waar het gaat om verwerking in het concept, maar in de verdere uitwerking kunnen wij onze punten wel inbrengen. Financiën

Geen Communicatie

Geen Procedure

Na akkoord Raad de brief per mail versturen aan de voorzitter van het bestuurlijk kernteam Verstedelijkingsstrategie. Bijlagen

1. 2. 3. 4.

Raadsbrief “Onderschrijven MRA Verstedelijkingsconcept Versie 3” Informatiebrief MRA raden en Staten Verstedelijkingsstrategie Nota van beantwoording Verstedelijkingsconcept MRA Rijk regio MRA Verstedelijkingsconcept Versie 3

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Pagina

3 van 3

BEHANDELING RAAD Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie

Het voorstel aan de raad is

Aanvaarde amendementen / moties

Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen

RAADSBESLUIT Besluit

in te stemmen met de Raadsbrief “Onderschrijven MRA Verstedelijkingsconcept Versie 3”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 27 januari 2022. De griffier,

De voorzitter,

O. van Kolck

mr. G.E. Oude Kotte

1 brief VC MRA voor raden en Staten 8 november 2021.pdf

Retouradres: Strawinskylaan 1779, 1077 XX Amsterdam

Aan: Colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden Colleges van Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten Dagelijks bestuur Vervoerrregio en Regioraad

8 november 2021 Behandeld door P.A. Menting Datum

Onderwerp

Verstedelijkingsstrategie 2030/2050 Metropoolregio Amsterdam: Verzoek tot onderschrijven Verstedelijkingsconcept MRA

Geachte deelnemers van de Metropoolregio Amsterdam, Wij informeerden u eerder dit jaar via brieven op 5 maart, 31 maart en 12 mei jongstleden over het Rijk-regio-project Verstedelijkingsstrategie, waarmee gezamenlijk de koers wordt uitzet voor de ruimtelijke ontwikkeling van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) op de middellange (2030) en lange termijn (2050). De Verstedelijkingsstrategie omvat diverse onderdelen: 1. het Verstedelijkingsconcept (de inhoudelijke basis); 2. de fasering; 3. de investeringsstrategie. In deze brief informeren wij u over de stand van zaken van het eerste onderdeel en verzoeken wij u of u het Verstedelijkingsconcept kunt onderschrijven. Deze wordt aangeduid als versie 3 (eindversie). Verstedelijkingsconcept als gemeenschappelijke basis Met genoegen sturen wij u versie 3 (eindversie) van het Verstedelijkingsconcept (voorzien van een samenvatting). Dit is de afgelopen twee jaar tot stand gekomen met inbreng van alle MRA-deelnemers en diverse departementen. Het vormt een gemeenschappelijke basis voor het maken van afspraken tussen Rijk en regio als input voor op lokaal en regionaal niveau op te stellen beleid voor de toekomst van de MRA. Het Verstedelijkingsconcept is integraler van aard dan de koers die we regionaal voorheen zijn ingeslagen met het Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040.

Strawinskylaan 1779 (WTC, I-toren)

info@metropoolregioamsterdam.nl

1077 XX Amsterdam

www.metropoolregioamsterdam.nl

Belangrijke wijziging is de nadrukkelijke inzet op de evenwichtige ontwikkeling van onze regio als meerkernige metropool. En de aandacht die er naast wonen, werken en mobiliteit is voor de grote maatschappelijke opgaven en transities waar we voor staan zoals klimaatadaptatie, energietransitie, landschap en gezondheid. Anders is ook dat de koers in dit proces van begin af aan samen met het Rijk ontwikkeld is. Draagvlak voor het Verstedelijkingsconcept onder de gekozen volksvertegenwoordigers is essentieel, zodat we als MRA met een sterke positie eensgezind en gezamenlijk met het Rijk kunnen werken aan de realisatie van de grote opgaven die voor ons liggen. Eerdere wensen en opvattingen raden/Staten De voor het zomerreces door raden en Staten ingediende wensen en opvattingen op voorgaande versie van het Verstedelijkingsconcept (versie 2) vormden belangrijke inbreng bij de totstandkoming van versie 3 (eindversie) van het Verstedelijkingsconcept, dat nu voorligt. De nota van beantwoording op uw wensen en opvattingen op de voorgaande versie treft u hierbij aan. Resultaten Rijk-regio samenwerking Verstedelijkingsconcept Op 3 november jl. heeft de Rijk-regio Stuurgroep versie 3 (eindversie) van het Verstedelijkingsconcept MRA en daarmee de volgende ambities voor de ontwikkeling van de Metropoolregio Amsterdam vastgesteld: 

De hele metropoolregio laten profiteren van de groei.

Voldoen aan de kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan woon- en werkmilieus.

Diversiteit en verbondenheid in de economie versterken.

Meer balans brengen in wonen en werken.

Zorgen voor een gezonde leefomgeving.

Bereikbaarheid en bereisbaarheid in de MRA bevorderen.

De uitstoot van broeikasgassen terugdringen.

Doorontwikkelen van het metropolitane landschap.

De regio klimaatadaptief inrichten.

De biodiversiteit vergroten.

Strawinskylaan 1779 (WTC, I-toren)

info@metropoolregioamsterdam.nl

1077 XX Amsterdam

www.metropoolregioamsterdam.nl

Essentieel is de nadrukkelijke inzet op de verdere ontwikkeling van onze regio als een toekomstbestendige, evenwichtige meerkernige metropool. Met deze koers wordt ruimte gegeven aan 325.000 extra woningen tot 2050, waarvan minimaal 175.000 tot 2030 en ongeveer evenveel aan banen. En met de integrale aandacht die er is voor de grote maatschappelijke opgaven en transities waar we voor staan, bouwen we niet alleen woningen, maar duurzame steden en samenlevingen in een aantrekkelijk en vitaal landschap. Daarmee versterken de afzonderlijke gebieden van de MRA elkaar en de regio als geheel. We hebben binnen onze regio en met het Rijk overeenstemming bereikt over hoe de veelheid aan onderwerpen in samenhang ‘landen’ in het Verstedelijkingsconcept. Kortheidshalve verwijzen wij u naar de samenvatting. De Stuurgroep kan zich vinden in de eindversie van het Verstedelijkingsconcept. Verzoek tot onderschrijven eindversie Verstedelijkingsconcept Gemeentesecretarissen en griffiers zijn reeds verzocht om ruimte te reserveren in uw agenda’s voor behandeling van het Verstedelijkingsconcept. Wij verzoeken uw college/dagelijks bestuur en raad/Staten de eindversie van het Verstedelijkingsconcept MRA te onderschrijven.

Uw college/dagelijks bestuur wordt verzocht ons uiterlijk vrijdag 11 februari 2022 schriftelijk op de hoogte te brengen: Metropoolregio Amsterdam, Voorzitter bestuurlijk kernteam Verstedelijkingsstrategie, t.a.v. projectsecretaris Femke Kaptein (femke.kaptein@haarlemmermeer.nl). Uiteraard hopen wij dat het Verstedelijkingsconcept een breed draagvlak zal krijgen. Vervolgproces Indien het Verstedelijkingsconcept wordt onderschreven gaan we een nieuwe fase in. Daarin worden verstedelijkingsopgaven in onze regio geagendeerd die we verder gaan oppakken in het vervolgproces. We willen in de MRA met elkaar en met het Rijk concretere uitwerking van de opgaven, oplossingen en de fasering opnemen in de investeringsstrategie (bekostiging en financiering). In een uitvoeringsprogramma gaan we met het Rijk hierover afspraken maken.

Strawinskylaan 1779 (WTC, I-toren)

info@metropoolregioamsterdam.nl

1077 XX Amsterdam

www.metropoolregioamsterdam.nl

Vooruitlopend daarop willen we als MRA over de opgaven uit de Verstedelijkingsstrategie met het nieuwe kabinet afspraken maken in een Verstedelijkingsakkoord. Mede op basis daarvan kunnen alle overheidspartners op de diverse schaalniveaus de komende jaren ook zelf handen en voeten geven aan de verstedelijking, ieder vanuit de eigen bevoegdheden en instrumenten. Het Rijk beoogt de Verstedelijkingsstrategie op te nemen in de Omgevingsagenda Noordwest Nederland en daarmee in het rijksbeleid. Binnen de MRA zal het Verstedelijkingsconcept doorwerken in de relevante lopende uitvoeringslijnen. Bestuurlijke gesprekken daarover vinden plaats in de diverse MRA-platforms. Uiteraard blijven de bevoegdheden van alle MRA-deelnemers en de betrokkenheid van raden en Staten in het vervolgproces volkomen overeind. Onder andere in de MRA Raadtafel zal worden besproken wanneer en hoe het vervolgproces vorm kan worden gegeven. Wij verwachten u in het voorjaar van 2022 over gezamenlijke MRAen Rijk-regio vervolgacties nader te kunnen informeren. Contact en informatie We houden de MRA-website actueel, inclusief de bijlagen die u ook kunt downloaden: www.metropoolregioamsterdam.nl/project/Verstedelijkingsstrategie Voor eventuele vragen naar aanleiding van deze brief kunt u contact opnemen met projectsecretaris Femke Kaptein (femke.kaptein@haarlemmermeer.nl).

Hoogachtend, Namens het Bestuurlijk Kernteam MRA Verstedelijkingsstrategie,

Marieke van Doorninck,

Strawinskylaan 1779 (WTC, I-toren)

info@metropoolregioamsterdam.nl

1077 XX Amsterdam

www.metropoolregioamsterdam.nl

Voorzitter Rijk-regio Stuurgroep en Bestuurlijk Kernteam MRA Verstedelijkingsstrategie Samenstelling Bestuurlijk Kernteam MRA Verstedelijkingsstrategie Marieke van Doorninck (voorzitter), MRA platform Ruimte Jan de Reus, MRA platform Mobiliteit en platform Ruimte Maaike Veeningen, MRA platform Economie en platform Ruimte Marja Ruigrok, MRA platform Economie en platform Mobiliteit Songül Mutluer, MRA platform Ruimte, Portefeuillehoudersoverleg Bouwen en Wonen Een afschrift van deze brief wordt verstuurd aan de dagelijks besturen van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, het Hoogheemraadschap van Rijnland, het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en het Waterschap Zuiderzeeland.

Strawinskylaan 1779 (WTC, I-toren)

info@metropoolregioamsterdam.nl

1077 XX Amsterdam

www.metropoolregioamsterdam.nl

1 211103 Nota van Beantwoording wensen en opvattingen op VS.pdf

Nota van beantwoording Verstedelijkingsconcept MRA Rijk regio 3 november 2021

1

Inhoudsopgave Leeswijzer Beknopte samenvatting Lijst indieners wensen en opvattingen Verstedelijkingsconcept MRA Rijk regio Beantwoording per indiener en wens/opvatting

2

Leeswijzer Voor u ligt de Nota van beantwoording behorend bij het Verstedelijkingsconcept MRA Rijk regio. Versie 2 van het Verstedelijkingsconcept MRA Rijk regio is tussen 17 mei en 12 juli 2021 voorgelegd aan gemeenteraden en waterschappen in de MRA en provinciale staten van Noord-Holland en Flevoland. In deze nota zijn alle 23 binnengekomen brieven met wensen en opvattingen van een antwoord voorzien. Wensen en opvattingen zijn soms per deelregio, soms vanuit de deelregio en aanvullend met een verbijzondering per gemeente ingediend. Daarnaast zijn wensen en opvattingen soms ook individueel per gemeente ingediend. Waterschapen hebben een gebundelde reactie gegeven. De wensen en opvattingen leiden tot wijzigingsvoorstellen, zowel in tekst als op kaart. Op deze manier hebben raden, Staten en waterschappen een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van het Verstedelijkingsconcept MRA Rijk regio. Het resultaat, versie 3 van het Verstedelijkingsconcept MRA Rijk regio, wordt ter vaststelling voorgelegd aan raden, Staten en waterschappen en daarna aan het bestuurlijk overleg tussen Rijk en regio. Pas dan is het Verstedelijkingsconcept definitief en vormt het de gezamenlijke koers voor de MRA van Rijk en regio. Deze Nota van beantwoording bevat een volledig overzicht van alle wensen en opvattingen en per wens en opvatting het antwoord daarop.

In totaal gaat het om 212 wensen, opvattingen en suggesties. Deze staan uitgesplitst per indienende organisatie in de linker kolom op de pagina. In de rechterkolom staan de antwoorden op de betreffende wens, opvatting of suggestie. Daarin staan ook indien van toepassing, de voorgestelde wijzigingen opgenomen met indien mogelijk een verwijzing naar het betreffende hoofdstuk waar de wijziging is doorgevoerd. Een aantal wijzigingsvoorstellen en suggesties heeft betrekking op het kaartmateriaal. Indien dit aanleiding is voor een wijziging in het kaartmateriaal, is dit in de beantwoording aangegeven.

3

Beknopte samenvatting Nota van beantwoording Verstedelijkingsconcept MRA De wensen en opvattingenperiode liep van 17 mei tot 12 juli 2021. Er zijn 23 reacties op het Verstedelijkingsconcept versie 2 binnen gekomen van raden, Staten en waterschapsbesturen. Soms gebundeld per deelregio met een verbijzondering per gemeente, in andere gevallen individueel met uiteenlopende wensen per gemeente. In de zomerweken is een conceptnota van beantwoording geschreven zodat voor iedereen navolgbaar is wat er is ingebracht en wat en waarom hiervan iets is verwerkt in versie 3. Proces Raden, staten en waterschappen willen voor definitieve besluitvorming Rijk en regio over het Verstedelijkingsconcept zich kunnen uitspreken over Versie 3 van het Verstedelijkingsconcept. Hiervoor wordt een extra processtap ingebouwd. Inhoud Algemene indruk is dat er op hoofdlijnen inhoudelijk veel steun voor het verstedelijkingsconcept van tussenproduct versie 2 is. Met als belangrijkste inhoudelijke aandachtspunten: Noordzeekanaalgebied (NZKG): o Wijkermeerpolder; verzoek allen: ‘niet benutten’ voor droog bedrijventerrein o Tijdelijke piekwaterberging in de Wijkermeerpolder is mogelijk wel bespreekbaar. Als alternatieve locaties voor de vraag naar bedrijventerrein worden in Flevoland in De Vaart en Haven Flevokust genoemd.

o Houtrakpolder; eerst huidige terrein intensiveren en terughoudendheid over benutting reservering, zoals ingebracht door gemeente Haarlemmermeer conform overgenomen standpunt van gemeente Haarlemmerliede Spaarnwoude tegen havenontwikkeling in Houtrakpolder) o Circulaire economie en energietransitie; meer grip op ruimteclaims nodig o Aandacht nodig voor milieu- en veiligheidscontouren voor nieuwe functies rond energietransitie en circulaire economie in relatie tot binnenstedelijke transformaties -

Leefkwaliteit rondom Schiphol in relatie tot toekomstige ontwikkeling luchthaven: redeneerlijn vanuit AM-regio wordt herkend, hoewel men de tekst nog niet helemaal in balans vindt. Vanuit de AM-regio is er een pleidooi om de door Rijk en regio gewenste integrale gebiedsuitwerking de status van MIRTonderzoek te geven.

-

Mobiliteit: in algemene is gebruik gemaakt van SBAB inbreng, er wordt meer aandacht gevraagd voor mobiliteitsonderwerpen die niet onder SBAB vallen. Hierbij worden veel mobiliteitswensen geuit, sommige Rijk-regio relevant, maar ook veel regionale wensen. Daarnaast een meermaals geuite zorg en ergernis over het te veel vooruitlopen op de uitkomsten van het onderzoek Redesign wegennet, waarbij het verschuiven van de functie van de ring A10 wordt onderzocht en gekeken wordt of de A5/A9 deze functie kan overnemen. Hier zitten potentieel negatieve effecten voor gemeenten rondom A5/A9 aan vast en op het onderliggende wegennet.

-

Stadsharten: Beverwijk en Amstelveen bepleiten ook de status als stadshart. Dit wordt beargumenteerd vanuit het benutten van de meerkernige metropool én de regioverzorgende functie die beide plaatsen hebben. Bij Beverwijk speelt ook de werkgelegenheidsontwikkeling als argument een rol. Bij Amstelveen is het gekoppeld aan mogelijke afspraken met het Rijk.

-

Woonwerkbalans: Meerdere gemeenteraden doen een beroep op inspanningen om de scheve woonwerkbalans in positieve zin te beïnvloeden.

4

Lijst indieners wensen en opvattingen Verstedelijkingsconcept MRA Rijk regio Deelregio Zaanstreek-Waterland Gemeente Zaanstad Gemeenten Oostzaan en Wormerland (gezamenlijke reactie) Gemeente Landsmeer Gemeente Edam-Volendam Deelregio IJmond Gemeente Uitgeest Gemeente Haarlem Gemeente Bloemendaal Gemeente Zandvoort Gemeente Heemstede Deelregio Gooi en Vechtstreek Gemeente Amsterdam Deelregio Amstelland Meerlanden Gemeente Aalsmeer Gemeente Amstelveen Gemeente Diemen Gemeente Haarlemmermeer Gemeente Ouder-Amstel Gemeente Uithoorn Deelregio Almere-Lelystad (incl. provincie Flevoland) Provincie Noord-Holland Waterschappen Vervoerregio Amsterdam

5

Nota van beantwoording Periode wensen en opvattingen MRA Verstedelijkingsstrategie, verstedelijkingsconcept versie 2 (17 mei - 12 juli 2021) Verseon Indiener nummer 1

Deelregio ZaanstreekWaterland

#

Beschrijving

1 Het concept stelt het Rijk-regio-verband centraal, waardoor te veel(deel)regionale vraagstukken achterwege blijven. Hoewel wij niet verwachten dat de strategie een tijdloze, uitputtende beschouwing van de MRA biedt, achten wij een stappenplan, waarin duidelijk wordt hoe de keuzes op macroniveau het microniveau (lokaal/gemeentelijk) beïnvloeden en vice versa,een pre. Wij kunnen het ons nu niet veroorloven om dit soort langetermijnkeuzes aan het toeval over te laten, temeer gezien het huidige proces reeds zoveel tijd, kennis en betrokkenheid van alle partners heeft vereist.

Antwoord Het Verstedelijkingsconcept zet op hoofdlijnen de koers neer voor de ontwikkeling van de Metropoolregio Amsterdam. Het geeft richting aan samenwerking met het Rijk en ook aan de samenwerking binnen de MRA. In de verdere uitwerking en uitvoering van de koers in MRAverband en in samenwerking met het Rijk zal de wisselwerking tussen micro- en macroniveau moeten worden opgepakt. Ook zal de koers gemonitord worden en kan deze waar nodig bijgesteld worden.

2 Wij stellen voor om de strategie een positiever perspectief te Deze inbreng van de deelregio Zaanstreek-Waterland sluit aan op opmerkingen van andere geven. Hoewel het voorliggende concept de urgentie en indieners. Wij hebben ons deze ter harte genomen door in versie 3 extra aandacht te verantwoordelijkheid om tot keuzes en acties te komen duidelijk besteden aantoon, leesbaarheid en aantrekkelijkheid. maakt, dient het definitieve document de kansen als uitgangspunt te nemen. 3 De strategie zet in op binnenstedelijke verdichting ergo het buitenstedelijke landschap te sparen waar mogelijk. Dit betekent dat het tekort aan woningen, zowel in aantallen als in kwaliteit/ diversiteit en betaalbaarheid, deels opgelost moet worden via de transformatie van bedrijventerreinen naar een nieuw stedelijk gebied met wonen, werken en voorzieningen.

Dit is een juiste constatering.

4 ZaWa wordt als een integraal te ontwikkelen gebied beschouwd in de strategie. Daarbij onderscheidt de strategie onderwerpen en ontwikkelingen die de regio samen met het Rijk moet oppakken en welke door de (deel)regio zelf moet worden uitgewerkt. Hierdoor worden bepaalde mobiliteitsontwikkelingen achterwege gelaten, waaronder de HOVZaanIJ. Gezien ontwikkelingen zoals voorgenoemde essentieel zijn voor en integraal zijn aan de stedelijke ontwikkelingen die in samenwerking met het rijk worden uitgevoerd (SBaB, Bereikbare Steden) is het voor ons onbegrijpelijk dat dit ontkoppeld is. Hoewel wij hiermee een glijdende schaal riskeren, achten wij het verstandig om deze afbakening te herzien.

Momenteel wordt binnen Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid onderzocht of de mobiliteitsopgave HOV ZaanIJ de aard heeft van een gedeelde Rijk-regio-opgave. Bij een bevestigende conclusie zal HOV ZaanIJ als Rijk-regio-opgave in het verstedelijkingsconcept worden opgenomen.

5 De nadruk voor ZaWa ligt op de woningbouwontwikkelingen/werkgelegenheid, de mobiliteit en de landschapsontwikkeling, alsook de interactie tussen deze dossiers. Ondanks de inherente complexiteit zien wij het streven om tot samenhang te komen. De volgende stap is om de verschillende oplossingsrichtingen oftewel de keuzes voor te leggen. Dit hangt samen met het volgende punt. -> Wij zien uit naar het derde concept, ervan uitgaande dat deze versie meer

Mede naar aanleiding van deze reactie van de regio Zaanstreek-Waterland is in Versie 3 meer samenhang aangebracht tussen de verschillende opgaven en is een fasering in hoofdlijnen opgenomen. Verdere aanscherping van de fasering gekoppeld aan investeringsmogelijkheden heeft in verband met de kabinetsformatie en het organiseren van bestuurlijk draagvlak binnen de regio langer de tijd nodig.

6

duidelijkheid over de fasering en investeringen zal geven. Dit is voorwaardelijk voor de werkelijke uitvoering van destrategie door gemeenten. 6 De deelregio ZaWa is op dit moment bezig een verdieping op te De voorziene hoofdpunten uit de Samenwerkingsagenda Zaanstreek-Waterland lijken goed stellen met een overzicht van ‘vraag en aanbod’, die een aan te sluiten op de Verstedelijkingsstrategie. In de uitwerking zullen beide trajecten elkaar aanscherping en duidelijkere prioritering zal kunnen versterken. opleveren(propositie) van de Samenwerkingsagenda ZaWa. Hiermee duidt de deelregio hetgeen het voor de MRA wilt betekenen alsook wat de inliggende gemeenten daarvoor nodig hebben. Het sluit dan ook nauw aan bij de Verstedelijkingsstrategie. De hoofdpunten zijn:-Een schaalsprong in de woningbouw op grote en kansrijke locaties waarbij de MRA Sleutelgebieden centraal staan; -Ruimte voor bedrijvigheid en een betere match tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt; -Een mobiliteitstransitie met goede noord-zuid OV-verbindingen en een beter oost-west fietsnetwerk; -Een transitie in het landelijk gebied en het behoud en de versterking van het landschap; -Het versterken van de kwaliteit en/of toegankelijkheid van water, groen en recreatiegelegenheden, en van de natuurwaarden in de beschermde gebieden.

Wij delen dit document, op een daartoe geëigend moment, graag met u opdat het mogelijk bijdraagt aan de uitwerking van de Verstedelijkingsstrategie.

1a

Gemeente Zaanstad

7 Daarnaast vragen wij aandacht voor het blijven informeren en betrekken van de raden voor het besluitvormingsproces in januari/februari 2022, wanneer versie 3 ter besluitvorming aan de raden en staten wordt aangeboden. Het is cruciaal dat er nog een bijeenkomst komt, b.v. in de vorm van een regionale raadsleden bijeenkomst, om draagvlak en commitment te behouden. Wij zouden dat zeer op prijs stellen ondanks dat de planning daar nagenoeg geen ruimte voor laat.

We onderschrijven het grote belang om de raden en Staten aangehaakt te houden om zo draagvlak, commitment en democratische legitimatie te borgen. Mede naar aanleiding van de reactie van de deelregio Zaanstreek-Waterland zal daarom een extra processtap worden ingebouwd voor bespreking van versie 3 in de raden en Staten, voordat tot definitieve besluitvorming tussen Rijk en regio zal worden overgegaan. Deze stap is voorzien in de periode november 2021-januari 2022, de exacte planning voor het vaststellen van het verstedelijkingsconcept door raden en Staten wordt voorgelegd aan de Stuurgroep.

1 Het moment van de uitvraag om wensen en opvattingen uit te spreken door de raad van Zaanstad ten aanzien van het conceptverstedelijkingsconcept MRA valt samen met het maakproces van de Zaanse Omgevingsvisie. Hierin maakt Zaanstad keuzes voor onze stad en landschap die een sterke relatie hebben met de voorgestelde ontwikkelingen en keuzevraagstukken in de verstedelijkingsstrategie van de MRA. Het gaat dan om onder andere de keuze om de MRA evenwichtig en polycentrisch te ontwikkelen, de toekomst van het landschap en het versterken van de stadsharten in Bereikbare Steden. Het oplossen van de vraagstukken bijvoorbeeld in Zaandam Oost en de daarvoor noodzakelijke verbinding naar de Achtersluispolder kunnen alleen succesvol aangepakt worden in relatie en samenwerking met de regio. Voor een evenwichtige metropool is het van het grootste belang dat kansengelijkheid wordt bevorderd. Zaanstad vindt dat dit voortvarend moet worden opgepakt. Verstedelijking in Zaanstad gaat hand in hand met een evenwichtige verdeling van lusten

De constatering dat de lijn in het Verstedelijkingsconcept MRA goed aansluit op de inzet zoals in het maakproces van de Omgevingsvisie van Zaanstad naar voren komt, sterkt ons in de opzet van het Verstedelijkingsconcept MRA. De genoemde opgaven en ambities vanuit Zaanstad illustreren de complexiteit en omvang van de vraagstukken waar we gezamenlijk aan werken.

7

en lasten binnen de regio. Hoe beter de metropoolregio functioneert als één samenhangend netwerk, hoe groter de economische kansen voor Zaanstad. Voor vraagstukken omtrent verbeteren bereikbaarheid, evenwichtige woningmarkt en energietransitie heeft Zaanstad de regio hard nodig. De keuze van de MRA om voornamelijk in te zetten op binnenstedelijke verdichting en daarmee te kiezen om niet te bouwen in het metropolitane landschap sluit aan op hoe Zaanstad de ontwikkeling van de stad ziet. De grote woningbouwopgave in de regio is in lijn met de opgave die Zaanstad hierin heeft: er is een tekort aan woningen, zowel in aantallen als in kwaliteit/ diversiteit en betaalbaarheid. In Maak. Zaanstad heeft de stad en de raad zich hier duidelijk over uitgesproken: Zaanstad groeit de komende jaren met 15 tot 20 duizend woningen op binnenstedelijke locaties en wil daarmee de kwaliteit in de stad versterken. 2 Naast de grotere woningbouwlocaties zijn ook kleine De vraag van de gemeenteraad van Zaanstad is herkenbaar en begrijpelijk, maar kan niet woningbouwontwikkelingen belangrijk voor de stad. Daarin wil binnen de Verstedelijkingsstrategie worden opgepakt. De zeggenschap over het regime voor de gemeenteraad van Zaanstad beleidsruimte om zelf een Bijzonder Provinciaal Landschap ligt bij de Provincie Noord-Holland.

afweging te maken bij het wel of niet toestaan van kleinschalige ontwikkelingen in het Bijzonder Provinciaal Landschap. Zaanstad heeft een visie op linten, dijken en paden opgesteld die voldoende waarborgen in zich heeft om de juiste afweging te maken. De gemeenteraad van Zaanstad vraagt dringend om in de Verstedelijkingsstrategie versie 3 mee te nemen dat het regime binnen de MRA voor Bijzonder Provinciaal Landschap verruimd wordt. 3 Zaanstad herkent en onderschrijft de ontwikkelrichtingen In de Verstedelijkingsstrategie van de MRA ten aanzien van verstedelijking, maar ziet zich ook gesteld voor het dilemma of aanvullend op de vastgestelde ambities van Maak.Zaanstad nog verdere groei mogelijk is. Zaanstad is van oudsher een industriestad waar de combinatie van wonen en werken kansen biedt, maar ons ook voor complexe opgaven stelt om de leefbaarheid te verbeteren. Verdere verstedelijking binnen de bestaande stad maakt deze opgave nog groter. Een belangrijk deel van de oplossing voor de woningbouwopgave ligt voor Zaanstad (en de regio) in het transformeren van bedrijventerreinen naar een nieuw stedelijk gebied met wonen, werken en voorzieningen. Voor Zaanstad is de transformatie van de Achtersluispolder en het Hembrugterrein dan ook een vast gegeven binnen de Verstedelijkingsstrategie van de MRA.

Tegelijkertijd wil de gemeenteraad van Zaanstad economie een prominente rol geven in een op te stellen afwegingskader. Door per gemeente een goede duiding te maken over welk profiel een bedrijfsterrein heeft en breed te kijken naar welke sterke punten er zijn en welke toegevoegde waarde een bedrijfsterrein heeft in de gemeente en regio. Pas na het opstellen van het profiel per gemeente en per bedrijfsterrein, en na instemming van de gemeenteraden, keuzes voor te leggen in de

Zaanstad wijst op een van de grote dilemma's waarmee we ons geconfronteerd zien: meer woningen, bedrijvigheid en voorzieningen in een gebied waar ruimte schaars is en de leefbaarheid onder druk staat. Waar het gaat om ruimte voor bedrijvigheid in relatie tot de transformatieopgave en de energietransitie schetst het Verstedelijkingsconcept een hoofdrichting die verder uitgewerkt moet worden. Een van de acties voor de korte termijn, voortvloeiend uit het Verstedelijkingsconcept, is het opstellen van een bedrijventerreinenstrategie met bijbehorende bestuurlijke afspraken. Gemeente Zaanstad wordt hier als vanzelfsprekend nauw bij betrokken.

8

Verstedelijkingsstrategie 3.0 over de inzet van een bedrijfsterrein in het behalen van doelstellingen uit de Verstedelijkingsstrategie. De komende maanden nemen we de tijd en de ruimte om over bovenstaand dilemma (nog meer woningen, werken en voorzieningen, maar de ruimte is schaars en de leefbaarheid staat onder druk) nog na te denken en de koers te bepalen hoe we met verstedelijken de kwaliteit van de stad kunnen verbeteren. Dit doen we in het kader van de Zaanse omgevingsvisie. 4 Dit geldt ook voor de keuzes voor toekomst van het Noordzeekanaalgebied. Het Noordzeekanaalgebied is voor Zaanstad van groot belang. De lastige keuzes die hier gemaakt moeten worden ten aanzien van transformatie, energietransitie, ruimte voor bedrijvigheid enzovoort zien we ook terug in de VS MRA. De impact van de energietransitie op onder andere ruimtegebruik en milieucontouren hebben we onvoldoende in beeld en dat maakt een duidelijke koers uitstippelen ingewikkeld. Ook de samenhang met bijvoorbeeld transformatie van bedrijventerreinen in relatie tot voldoende ruimte voor bedrijvigheid is voor Zaanstad een puzzel waar nog volop over gesproken moet worden de komende weken en maanden.

Ook hierbij speelt het door Zaanstad genoemde dilemma rondom ruimtegebruik, waarvoor in het Verstedelijkingsconcept ten aanzien van de ruimte voor bedrijvigheid in relatie tot de transformatieopgave en de energietransitie een verder uit te werken hoofdrichting is geschetst. Een van de acties voor de korte termijn, voortvloeiend uit het Verstedelijkingsconcept, is het opstellen van een bedrijventerreinenstrategie met bijbehorende bestuurlijke afspraken. Gemeente Zaanstad wordt hier als vanzelfsprekend nauw bij betrokken. Dit zal tevens onderdeel zijn van de samenwerking onder het NOVI-gebied Noordzeekanaalgebied en het Bestuursplatform Noordzeekanaalgebied. Wat het NZKG betreft zijn in het Verstedelijkingsconcept in versie 3 alleen die onderdelen opgenomen die als onmisbaar element zijn geïdentificeerd. Elementen waar geen overeenstemming over is of die nader onderzoek vergen, zijn als zodanig aangegeven en zullen in het gezamenlijk proces in het NOVI-gebied NZKG verder worden onderzocht en besproken. Een procesafspraak daarover zal onderdeel uitmaken van het bij het aan de Verstedelijkingsstrategie verbonden Verstedelijkingsakkoord.

5 Naast het vraagstuk van de energietransitie willen we specifiek het keuzevraagstuk rondom de toekomstige betekenis van de Wijkermeerpolder benoemen. Op dit moment ziet Zaanstad geen reden om af te wijken van de afspraken die gemaakt zijn in de Visie Noordzeekanaalgebied 2040. Zaanstad meent dat eerst het huidige gebruik van het havengebied geoptimaliseerd moet worden en de terreinen die nu al aangewezen zijn als reserveringen voor bedrijvigheid in het Noordzeekanaalgebied en regionaal (bijvoorbeeld Edam/ Volendam, Purmerend). De komende maanden bekijken we vanuit ons eigen perspectief de kernkwaliteiten van de Wijkermeerpolder (bijvoorbeeld aanwezigheid Stelling van Amsterdam, groene verbindingen. water) en de belangen van omwonenden. Het gebruik van de Wijkermeerpolder als bedrijventerrein past niet binnen onze visie en wordt nadrukkelijk als ongewenst beschouwd.

In het Verstedelijkingsconcept zijn voor het NZKG in versie 3 alleen die onderdelen opgenomen die als onmisbaar element zijn geïdentificeerd. Elementen waar geen overeenstemming over is of die nader onderzoek vergen, zijn als zodanig aangegeven en zullen in het gezamenlijk proces in het NOVI-gebied NZKG verder worden onderzocht en besproken. De Wijkermeerpolder is in het Verstedelijkingsconcept dan ook niet opgenomen als mogelijke bedrijventerreinlocatie. Wel is deze polder gedeeltelijk aangegeven als zoekgebied voor tijdelijke piekwaterberging, aangezien een tijdelijke piekwaterberging als onmisbaar element is geïdentificeerd. Een procesafspraak over hoe verder en waarover verder onderzoek en uitwerking nodig is, zal onderdeel uitmaken van het bij het aan de Verstedelijkingsstrategie verbonden Verstedelijkingsakkoord.

6 In de Verstedelijkingsstrategie voor de MRA heeft Schiphol grote invloed nu en in de toekomst. Zaanstad vindt een verdere uitbreiding van het aantal vliegbewegingen onwenselijk en dringt aan op stopzetting van de nachtvluchten. De luchthaven Schiphol veroorzaakt ernstige gezondheidsschade en vormt tevens een belemmering voor de woningbouw in het MRA gebied.

Rijk en regio staan de integrale benadering van het vraagstuk verhogen leefkwaliteit en een duurzame en robuuste ontwikkeling van Schiphol voor. Dit vergt een nadere uitwerking die we als Rijk en regio gezamenlijke willen oppakken. Daartoe wordt een afspraak aan de Verstedelijkingsstrategie gekoppeld die zal worden opgenomen in het Verstedelijkingsakkoord MRA. De wensen van gemeente Zaanstad kunnen hierbij ingebracht worden. Daarnaast kan de gemeente Zaanstad haar opstelling kenbaar maken bij de Bestuurlijke Regie Schiphol, het samenwerkingsverband van gemeenten en provincies in de Schipholregio.

7 In de gezamenlijke reactie vanuit Zaanstreek Waterland komt ook de voor Zaanstad essentiële HOV ZaanIJ aan de orde. Zaanstad onderschrijft nadrukkelijk deze inbreng. In het concept verstedelijkingsverstedelijkingsstrategie is Zaanstad

Het grote belang dat Zaanstad hecht aan de HOV lijn ZaanIJ is hier nog eens duidelijk onderstreept. Momenteel wordt binnen Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid onderzocht of de mobiliteitsopgave HOV ZaanIJ de aard heeft van een gedeelde Rijk-regio-

9

onderdeel van het integraal te ontwikkelen gebied Zaanstreek Waterland. In deze deelregionale uitwerking maakt de verstedelijkingsstrategie onderscheid in onderwerpen en ontwikkelingen die de regio samen met het Rijk moet oppakken en welke in de (deel)regio zelf moet worden uitgewerkt. Opvallend hierin is dat de HOV lijn ZaanIJ hierin niet in de lijst met Rijk/ regio ontwikkelingen staat maar als ontwikkeling die opgepakt moet worden in de regio. Dat is onbegrijpelijk. Deze HOV lijn is de ruggengraat van een groot aantal ontwikkelingen die ook in samenwerking met het Rijk worden opgepakt: SBaB, Bereikbare Steden, aanpak Zaandam Oost (programma Leefbaarheid en Veiligheid), versnelling van 4 woningbouwlocaties (Achtersluispolder). Voor Zaanstad geldt nog steeds dat op deze HOV lijn op termijn een metro zou moeten gaan rijden. De HOV Lijn ZaanIJ hoort dan ook in de lijst met Rijk/regio trajecten. 1b

Gemeenten Oostzaan en Wormerland

opgave. Als de conclusie positief is, zal HOV ZaanIJ als Rijk-regio-opgave in het verstedelijkingsconcept worden opgenomen.

1 In Oostzaan heeft de commissiebehandeling plaatsgevonden. Het onderwerp stond vervolgens geagendeerd voor de raadsvergadering van 5 juli 2021maar is daar vanwege tijdsgebrek niet behandeld zodat formeel vanuit Oostzaan geen wensen en opvattingen kunnen worden meegegeven aan het Projectteam Verstedelijkingsstrategie. Voor de commissiebehandeling kan wel worden verwezen naar: https://ris2.ibabs.eu/Agenda/Details/oostzaan/c2ea8c8a-b8b048ce-9f44-ccf7eefe3ff9(van1:48:35 -2:04:12).

Bij ontbreken van schriftelijke reactie hebben wij gebruik gemaakt van de verslaglegging van de commissiebehandeling om zodoende de inbreng van de gemeente Oostzaan Wormerland toch mee te kunnen wegen.

2 In het Verstedelijkingsconcept dient expliciet te worden vermeld dat het toevoegen van woningen in de kernen en linten, onder meer door bouwen in de tweede lijn, ook kan bijdragen aan de invulling van de woningbouwopgave en bovendien van belang is met het oog op de leefbaarheid in de kernen en linten. Dit geldt ook voor de ontwikkeling van de Zaanoever. TOELICHTING | P. 8: Er wordt hier vermeld dat de inzet op versnelde woningbouw gepaard zal moeten gaan met het versterken van de meerkernige opzet van de metropoolregio doordat er in alle kernen in de MRA gebouwd moet gaan worden om aan de vereiste aantallen te komen. Op p.19 wordt daaraan nog toegevoegd dat er sprake moet zijn van spreiding van woningbouw over de regio. Er kan worden ingebracht dat deze stellingname kan worden onderbouwd door in het Verstedelijkingsconcept expliciet te vermelden (bijvoorbeeld op p.20) dat het toevoegen van woningen in de kernen en linten ook kan bijdragen aan de invulling van de woningbouwopgave en bovendien van belang is met het oog op de leefbaarheid in de kernen en linten. Zonder zo’n passage blijft de meerkernige opzet van de MRA een holle frase.

Naar aanleiding van deze reactie van de gemeenten Oostzaan en Wormerland is in Versie 3 explicieter vermeld dat woningbouw verspreid in de MRA wordt gerealiseerd en binnen de geldende regels en afspraken ook in de kleine kernen. Daarbij is verder opgenomen dat bouwen in kleine kernen ook bijdraagt aan invulling van de woningbouwopgave én van belang is met het oog op de leefbaarheid van kleine(re) kernen. Het zwaartepunt voor de woningbouw blijft echter liggen bij het bouwen in de steden, op goed bereikbare plekken nabij voorzieningen en werk.

3 In het Verstedelijkingsconcept zou expliciet melding moeten worden gemaakt van de doorontwikkeling van de recreatieve structuur in Zaanstreek-Waterland. Daarbij moet worden gedacht aan het versterken van de recreatieve mogelijkheden in

Deze wens van de gemeenten Oostzaan en Wormerland is al onderdeel van het Verstedelijkingconcept. In de algemene teksten die de koers voor de MRA als geheel beschrijven, gaat het om de hoofdlijnen van de koers. De uitwerking van thema's en opgaven in de deelgebieden wordt beschreven bij de integraal te ontwikkelen gebieden. Als een van de

10

de veenweidegebieden. TOELICHTING | P.9: Er wordt hier vermeld dat ook wordt geïnvesteerd in het landschap. Op p.23 wordt zelf aangegeven dat een aantrekkelijke landschappelijke omgeving bijdraagt aan de internationale aantrekkingskracht van de MRA. Op p.34 e.v. wordt ook ingegaan op de waarden van het landschap. Er wordt aangegeven dat functionele ingrepen in het landschap om het landschap te versterken ook de beleving moeten vergroten en moeten bijdragen aan de toegankelijkheid (p.35). Een schaalsprong in het recreatieve netwerk is nodig (p.36) waarbij de recreatieve structuur wordt versterkt en doorontwikkeld. De doorontwikkeling van de recreatieve structuur in Zaanstreek-Waterland ontbreekt hier als voorbeeld. Daarbij moet worden gedacht aan het versterken van de recreatieve mogelijkheden in de veenweidegebieden, de droogmakerijen en langs de Zaanoever zouden hier als voorbeeld niet misstaan. Op p.36 wordt verder terecht aangegeven dat de bereikbaarheid van recreatie-en natuurgebieden moet worden verbeterd. Op p.18 wordt immers ook al aangegeven dat het landschap in de MRA zorgt voor een uitgestrekt recreatiegebied dat voor iedereen in de regio dichtbij is, maar dat het op dit moment niet altijd toegankelijk is. Daarbij gaat het echter niet alleen om de OV-bereikbaarheid zoals het Verstedelijkingsconcept het nu verwoord op p.36.

Er dient op aan te worden gedrongen dat aanvullende teksten hier op z’n plaats zijn. Nu wordt alleen op p.28 aangegeven dat fietsroutes moeten worden aangelegd voor woon-werkverkeer waarbij overigens zou moeten worden aangegeven dat dit in Zaanstreek-Waterland vooral op oost-west fietsroutes betrekking heeft hetgeen bijvoorbeeld kan worden vermeld op p.52.

opgaven voor Zaanstreek-Waterland is benoemd de integrale aanpak van het veenweidegebied. Het toegankelijker maken voor recreatief bezoek en het versterken van de verbindende functie van Zaanstreek en Waterland voor recreatie zijn onderdeel van deze aanpak. De beschrijving voorziet zodoende al in de wens van gemeenten Oostzaan en Wormerland.

4 Er dient op aan te worden gedrongen dat bij de versterking van de groene scheggen ook de groene scheggen in ZaanstreekWaterland nadrukkelijk worden genoemd. TOELICHTING | Er dient op aan te worden gedrongen dat bij de versterking van de groene scheggen op p.9 ook de groene scheggen in ZaanstreekWaterland nadrukkelijk worden genoemd. Een groene scheg (afgeleid van het woord ‘wig’) is een groen gebied van formaat dat vanaf het buitengebied, via de stadsrand doordringt in stedelijk gebied. De stellingname op p.17 dat landschap de MRA verbindt is dan ook uitstekend geformuleerd.

In lijn met wat de gemeenten Oostzaan en Wormerland benadrukken, ligt de essentie van het Verstedelijkingsconcept in het behouden dan wel versterken van een verbindend landschap in de MRA. De veenweidelandschappen rond Zaanstreek-Waterland krijgen in het Verstedelijkingsconcept dan ook veel aandacht, inclusief de daarbij horende betere stad-land verbindingen en de oost-west zone tussen duinen-veenweiden en Markermeer. De specifieke term 'groene scheg' wijst op robuuste groene structuren die vanuit het omringend landschap doorlopen tot diep in het stedelijk gebied. In Zaanstreek-Waterland is vrijwel geen sprake van dit soort landschapselementen.

5 Hoe verhoudt de stellingname dat de afstand en reistijd tussen wonen en werken optimaal in balans moet zijn, zodat mobiliteit ook voor praktisch en middelbaar opgeleiden betaalbaar blijft zich tot de ervaringen die zijn opgedaan met werken op afstand in Coronatijd en tot de enorme druk op de woningmarkt en de beperkt beschikbare potentiele bouwlocatie. TOELICHTING | De passages in het Verstedelijkingsconcept over de aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt sluiten goed aan bij de agenda en Propositie van Zaanstreek-Waterland. Op p.5 wordt echter ook aangegeven dat de afstand en reistijd tussen

Met de Verstedelijkingsstrategie wordt ingezet op het zoveel als mogelijk in elkaars nabijheid realiseren van wonen en werken, ook voor praktisch en middelbaar geschoolden. Juist voor deze groep is thuiswerken tijdens de coronacrisis minder een optie geweest en liepen mensen meer risico op besmetting, waarmee de urgentie van het streven naar nabijheid en kortere reisafstanden toeneemt. De druk op de woningmarkt maakt dat het realiseren van betaalbare woningen nabij werkgelegenheid een opgave is. Dat ligt niet aan de beperkte beschikbaarheid van potentiële bouwlocaties, die zijn er voldoende in de MRA. Wel is de vraag vele malen groter dan het huidige productietempo en vanuit de bestaande voorraad is het betaalbare aanbod bovendien sterk afgenomen. Onder de zogenoemde Woondeal werkt de MRA samen met het Rijk aan versnelling van de woningbouw en betaalbaarheid van het wonen.

11

wonen en werken optimaal in balans moet zijn, zodat mobiliteit ook voor praktisch en middelbaar opgeleiden betaalbaar blijft. De vraag kan worden gesteld hoe dit uitgangspunt zich verhoudt tot de ervaringen die zijn opgedaan met werken op afstand in Coronatijd en tot de enorme druk op de woningmarkt en de beperkt beschikbare potentiele bouwlocatie.

1c

Gemeente Landsmeer

6 De veenweidegebieden, de droogmakerijen en de Zaanoever zijn vanuit toeristisch/recreatief oogpunt interessante gebieden die kunnen bijdragen aan een spreiding van het toerisme over de regio. TOELICHTING | P.25: Hier wordt ingegaan op toerisme. De stellingname dat het toerisme meer over de regio zou moeten worden gespreid kan beter worden onderbouwd. Het versterken van de recreatieve mogelijkheden in de veenweidegebieden, de droogmakerijen en langs de Zaanoever kan bijdragen aan deze gewenste spreiding van het toerisme.

Unaniem gedeeld wordt de visie dat het toerisme meer over de regio gespreid moet worden, zoals ook de gemeenten Oostzaan en Wormerland hier benadrukken. De koers van de Verstedelijkingsstrategie is hierop gericht, met de inzet op het toegankelijker maken voor recreatief bezoek en versterken van de verbindende functie van Zaanstreek-Waterland voor recreatie. Spreiding van toerisme over de regio is daarnaast de centrale doelstelling van het MRA-programma Toerisme. Het programma werkt daaraan met marketing en promotie, het vergroten van de mobiliteit van bezoekers en het aanjagen van hotelontwikkeling in de regio.

7 Op p.61-63 wordt het Verstedelijkingsconcept uitgewerkt voor MRA-deelregio Zaanstreek-Waterland. In de eerste plaats zou ook hier expliciet dienen te worden vermeld dat het toevoegen van woningen in de kernen en linten, onder meer door bouwen in de tweede lijn, ook kan bijdragen aan de invulling van de woningbouwopgave en bovendien van belang is met het oog op de leefbaarheid in de kernen en linten. Bij de gebiedsopgaven ontbreekt in dit verband ook de ontwikkeling van de Zaanoever. In de tweede plaats ontbreekt ook hier de eerder vermelde doorontwikkeling van de recreatieve structuur in ZaanstreekWaterland c.q. de veenweidegebieden, de droogmakerijen en de Zaanoever. Dit geldt ook voor het verbeteren van de bereikbaarheid en de toegankelijkheid van deze recreatieve gebieden en toeristische trekpleisters. Het is opvallend dat het landelijk gebied in de regio Zaanstreek-Waterland op deze pagina’s vooral als problematisch wordt gezien vanwege de problematiek van de bodemdaling. Terwijl juist het landelijk gebied van Zaanstreek-Waterland zo veel kansen biedt. De natuur-en landschapsontwikkeling zoals die bijvoorbeeld ook op p.81 wordt genoemd zou eveneens moeten worden genoemd bij de Rijk-Regio-afspraken voor Zaanstreek-Waterland. In de derde plaats zou hier ook aandacht moeten worden gevraagd voor het verbeteren van de oost-west fietsroutes.

Mede naar aanleiding van deze wensen en opvattingen van de gemeenten Oostzaan en Wormerland zijn de kwaliteiten van het landschap van Zaanstreek-Waterland in de tekst van Versie 3 sterker benoemd. Zie in dit verband ook de antwoorden op wensen en opvattingen bij de punten 2 en 6 uit de inbreng van de gemeenten Oostzaan en Wormerland. De natuuren landschapsontwikkeling is voorts onderdeel van de integrale aanpak door Rijk en regio van de veenweidegebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=d288b6de-e7a8-4620-abad-af3dc850aa9f