CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

3.Raad (besluitvormend) 1 februari 2022, gemeente aalsmeer46.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Wij pleiten daarom voor een vervolg van het MIRT-onderzoek Oostkant Amsterdam, zowel in maatregelen als nader onderzoek naar de langere termijn via een integraal MIRTonderzoek A1 (multimodaal, incl Gooicorridor). + Moties gem. Laren en Gooise Meren met wens dat hierbij de ondergrondse variant wordt meegenomen, ihkv leefbaarheid en mogelijk te creëren nieuwbouwlocaties en verbindingen. 9 Daarnaast willen we aandacht vragen voor doorwerking op het onderliggend wegennet bij het Re-design van het wegennet, in relatie tot de belasting van de A9. Het effect op onderliggend wegennet moet breder worden onderzocht dan nu onder het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid wordt gedaan. Effecten kunnen ook verderop op het wegennet doorwerking hebben. Om dit uit te kunnen sluiten of beter rekening mee te houden pleiten we ervoor ook hier de N201 en N236 in mee te nemen. Wij willen negatieve effecten voor de leefbaarheid of natuurwaarden voorkomen, zoals in Wijdemeren en Hilversum, waar de N201 door de stad aansluiting vindt op de A27/A1, of langs de N236.

In Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB) wordt het herontwerp van het wegennet onderzocht in het traject Multimodaal toekomstbeeld. Daarbij wordt, naast naar effecten elders in het hoofdwegennet, ook gekeken naar effect op het onderliggend wegennet van N-wegen. Bij een mogelijke verdere uitwerking komen thema's als leefbaarheid en natuurwaarden nadrukkelijk ook aan bod.

10 Verder missen wij in het verstedelijkingsconcept op de kaart in het hoofdstuk mobiliteit de gewenste HOV route GooiAmsterdam Zuid (via Muiden P+R). Het inpassen van ruimte voor haltering op Amsterdam Zuid is hiervoor van belang. Zeker met de keuze voor Amsterdam Autoluw is dit een belangrijke aanvullende kansrijke verbinding. Daarnaast is doorontwikkeling van de HOV-verbinding tussen Almere, Gooi en Utrecht langs de A27 een kans.

Dit betreft een buslijn (321) die op dit moment al rijdt hij als spitslijn (221). Met de Vervoerregio Amsterdam is besproken dat de uiteindelijke route van de bus langs het busstation bij Zuid zal zijn. Hier is momenteel nog geen ruimte voor en tijdens de verbouwing ook niet. Er zijn op dit moment daarvoor een aantal tijdelijke haltes aangelegd. Sinds augustus rijdt lijn 200 van Huizen busstation naar Utrecht Science Park. Op halte Blaricum Carpoolplaats kan op dit moment overgestapt worden van lijn 326 uit Almere naar lijn 200. Er zijn bij de provincie Noord-Holland op dit moment geen plannen om daar iets op aan te

26

passen. Wel staat de doorontwikkeling van de HOV-verbinding tussen Almere, Gooi en Utrecht langs de A27 opgenomen in het OV Toekomstbeeld.

11 Tot slot een opmerking over kaartbeeld mobiliteit op p.22. Hier Het kaartbeeld is op deze reactie aangepast. is Naarden-Bussum onterecht niet als halte gemarkeerd. Dit zien wij graag juist opgenomen in de volgende versie van het verstedelijkingsconcept. 12 Landschap en recreatie is niet alleen een tegenhanger van verstedelijking, ook een zeer belangrijke randvoorwaarde voor verstedelijking als we dat inderdaad op een manier willen doen die bijdraagt aan de leefbaarheid. En leefbaarheid is immers een belangrijk uitgangspunt van het verstedelijkingsconcept. Wij kunnen ons goed vinden in het voorstel op p.36. Behoud van waardevolle cultuurlandschappen in onze regio, maar ook de gehele MRA is een urgente opgave. Daar zou ook het Rijk zich meer aan moeten committeren. Op dit moment ontbreekt een adequaat wettelijk en financieel kader voor beheer van recreatieve voorzieningen, waardoor feitelijk dit vraagstuk vooral bij gemeenten en terreinbeheerders landt. We willen het belang benadrukken om het Rijk vanuit de MRA om hun verantwoordelijkheid hierin te wijzen en vragen aan het Rijk een structurele financiële bijdrage hieraan te gaan leveren.

Het ministerie van OC&W wil dat iedereen cultuur kan beleven. Het stelt ook middelen beschikbaar voor behoud van waardevol cultuurlandschap, bijvoorbeeld via de erfgoeddeal. Het beheer van recreatieve voorzieningen valt in de huidige verdeling van taken niet onder Rijksverantwoordelijkheid, daarom is er hiervoor geen Rijksbudget beschikbaar. Indien er door het beheer aan Rijksdoelen bij wordt gedragen kan er mogelijk aansluiting worden gezocht bij bijbehorende Rijksinstrumenten. Volledig in lijn met deze suggestie van regio Gooi en Vechtstreek willen we vanuit de VS MRA de situatie m.b.t. de beheertekorten in kaart brengen om te agenderen bij het nieuwe kabinet en aan te sturen op het gezamenlijk oplossen ervan.

13 We zijn tevreden over de aandacht die het onderwerp water krijgt in het verstedelijkingsconcept. Dat is immers een belangrijke randvoorwaarde voor verdere verstedelijking, leefbaarheid en natuurwaarden. Wij dragen graag bij aan het voorgenomen Rijk-regio onderzoek naar een waterrobuuste inrichting van Gooi en Vechtstreek en de tijdelijke waterbufferlocaties. Op pagina 40/41 worden de benodigde acties benoemd voor een water robuuste inrichting en klimaatadaptatie. Graag vragen wij daar in het bijzonder de aandacht voor drinkwater, waarvan de noodzaak om voldoende te hebben evident is. Daarnaast speelt hier in het bijzonder de integratieslag met de gebieden, dit wordt ook onderkend. Ook kan de keuze voor een gebied consequenties hebben voor een ander (zoals het Oer IJ en het Amsterdam Rijnkanaal qua waterberging of het IJmeer en onze drinkwaterwinning). Mocht het noodzakelijk zijn dat er ruimte gevonden moet worden in onze regio dan zullen we meedenken wat een meest geschikte plek is. Daarbij dient dan wel gezocht te worden naar passende oplossingen voor de huidige functies in dat gebied. Als lokale overheden hebben wij hier uiteraard een belangrijke stem in....(p9 reactie inz Noordzeekanaalgebied) De keuzevraagstukken die ons gebied wel indirect raakt is de keuze voor waterbuffering in het Oer IJ.

Keuze hierop beïnvloedt de noodzaak van een tijdelijke piekwaterberging in de Vechtstreek. Wij zijn niet tegen een tijdelijke waterberging in het Oer IJ en zien de noodzaak de mogelijkheden daar eerst goed te

We waarderen de ondersteuning van de Gooi en Vechtstreek voor de aandacht in het verstedelijkingsconcept voor het onderwerp water. In Versie 3 is een verdere integratieslag uitgevoerd als het gaat om de verbinding van de wateropgave met andere opgaven. In de uitwerking van het onderzoek naar een waterrobuuste inrichting van Gooi en Vechtstreek en klimaatadaptatie kunnen de benoemde aandachtspunten een plek krijgen, waarbij uiteraard een rol is voor de betrokken gemeenten.

27

onderzoeken. Tevens zullen we niet weglopen voor verantwoordelijkheid voor het zoeken naar een piekwaterberging in de Vechtstreek, waar nodig. Echter dient wel rekening te worden gehouden met beïnvloeding op aanwezige functies en dienen de gemeenten waar gezocht wordt vanaf het begin nauw aangehaakt te worden in het traject. 14 Wij kunnen ons goed vinden in het belang dat het ecologisch systeem goed op orde is. Wij leveren hier als gebied een belangrijke bijdrage aan met een grote hoeveelheid waardevolle natuur. Specifieke opmerking in deze betreft ecologische verbindingen. Dit is een cruciaal onderdeel voor het functioneren van het Nederlandse Natuurnetwerk. Er wordt gesproken over zones, maar daarnaast zijn concrete maatregelen voor ontsnippering minstens zo van belang, zeker als de hoeveelheid infrastructuur toeneemt of verbreed. Deze verbindingen zijn ook niet zo helder aangewezen als het stuk suggereert. In Noord-Holland zijn deze wel met een lijn in de verordening aangeduid, maar hier zit geen aangewezen (wettelijke) taak voor realisatie aan vast en het is dus geen gegeven dat deze er ook komen. Voorbeeld is de verbinding tussen de oostkant van het Gooi en Flevoland langs de A27. Er is en wordt ook veel geïnvesteerd om tussen het Naardermeer en het IJmeer de barrières door wegen te doorbreken voor de natuurverbinding 'Waterlandtak'.

Verder is de verbinding tussen de Vechtstreek (inclusief Diemerscheg) en Waterland erg kwetsbaar, deze missen wij expliciet benoemd....(p.8 reactie) Hierboven hebben wij al het belang van ecologische verbindingen benoemd. Dit speelt zeker in onze regio, waar bijvoorbeeld de verbinding tussen alle heidegebieden afhangt van een ecoduct over de A1. Er is ook een sterke afhankelijkheid van de natte natuur in de Vechtstreek met de droge natuur op de Heuvelrug door het watersysteem. Hierbij kan worden verwezen naar het onderzoek naar dit systeem.

In de provinciale verordening zijn de maatregelen om ecologische barrières te slechten benoemd. Het verstedelijkingsconcept gaat over de hoofdlijnen van inrichtingsvraagstukken en dit meer algemene karakter betekent dat zulke maatregelen daarin niet zijn opgenomen. In de uitwerking van het NOVI-gebied Groene Hart, de groene zones en de uitwerking van de integrale aanpak van het watersysteem komen deze wel concreet aan bod.

15 Wat wij nog missen in het stuk is verbetering van Natura 2000 in tot verstedelijking. Zo wordt weinig gesproken over stikstof. Compensatie van stikstof kan een belangrijke showstopper worden voor de verstedelijkingsopgave, hier zou meer aandacht naar uit moeten gaan in het stuk. Dit geldt ook voor de Kaderrichtlijn water. Wij merken nu al dat beoogde (recreatieve) ontwikkeling stuit op de waterkwaliteit.

In lijn met deze inbreng is in Versie 3 meer expliciet aandacht besteed aan de stikstofproblematiek en de invloed ervan op de verstedelijkingsopgave. Voor wat betreft de Kaderrichtlijn water en de waterkwaliteit is al afdoende aandacht in het verstedelijkingsconcept, zowel in relatie tot het watersysteem als tot ecologie.

16 Daarnaast missen wij voldoende aandacht voor behoud van de leefbaarheid in bestaande kleinere kernen. Inzet op bereikbaarheid (OV, fiets, waar nodig uitbreiding P+R bij OV knooppunten) van deze kleinere kernen naar de regiokernen en (H)OV knooppunten is een gezamenlijke opgave die volgt op de keuze voor met name verstedelijken rondom de regiokernen en overstap op deze OV knooppunten. Ook moet meer aandacht uitgaan naar het op peil kunnen houden van voorzieningen en

Mede naar aanleiding van deze reactie wordt Versie 3 in de tekst expliciet aandacht besteed aan de leefbaarheid in kleine kernen. Vanuit de Provincie Noord-Holland is er inzet op het versterken van de leefbaarheid van kleine kernen, zoals door het tegengaan van winkelleegstand. Ook werkt de provincie aan het versterken van het HOV. De MRA werkt daarnaast met het programma Metropolitane fietsroutes ook in het Gooi aan het verbeteren van de fietsbereikbaarheid.

28

de leefbaarheid in deze kernen. Verdere uitwerking, mede in het licht van voorgaande alinea, verdient de paragraaf over een sociaal sterke metropool. 17 Wat in het stuk gemist wordt is het goed verder kijken over de MRA grenzen heen. De MRA is in verbinding met Utrecht, ZuidHolland, Noord-Holland Noord. De afstemming en verbinding met deze regio's komt weinig terug. Aanvullend op eerdere opmerkingen in deze brief van benodigde aandacht voor verbinding met buiten de MRA (zoals dit ook geldt voor de A1 corridor en Gooicorridor (trein), is dat daarbij juist afstemming goed gezocht moet worden. De verstedelijkingsstrategie MRA komt volgend jaar samen met die van Utrecht in landsdeel NW Nederland. Laat in de verstedelijkingsstrategie het belang van deze corridors sterker terugkomen en zo goed samenvallen met de (gezamenlijke) opgaven van Utrecht. Van belang daar nu al goed op voor te sorteren in dit verstedelijkingsconcept en juiste prioritering aan te geven.

In Versie 3 is de relatie van de MRA met omliggende regio's meer uitgewerkt.

18 Overigens vinden wij dat het relevant dat in het verstedelijkingsconcept de bodem als randvoorwaarde aan de orde wordt gesteld. Deze is randvoorwaardelijk voor veel ruimtelijk te maken keuzes, zoals verstedelijking, waterhuishouding en biodiversiteit.

In Versie 3 is de bodem en ondergrond meer expliciet benoemd als randvoorwaarde voor verstedelijking.

19 Markermeer en IJmeer(kusten) behoren in veel opzichten tot de grote ruimtelijke kwaliteiten van de MRA. Dat wordt ook genoemd in het verstedelijkingsconcept (o.a. p. 67). Het verstedelijkingsconcept laat de grote druk in dit gebied zien. Wij willen in het bijzonder wijzen op de opstapeling van mogelijke ingrepen op dit waardevolle landschap, zoals een mogelijke 380kV leiding en een IJmeerverbinding. De noordelijke Vechtstreek en Diemerscheg zijn al sterk versnipperd en het landschap in dit Unescowerelderfgoed heeft zijn laadvermogen al aardig bereikt. Tegenstrijdig met wat later in de alinea staat: Als nut en noodzaak vaststaan kunnen tracévarianten worden uitgewerkt, al dan niet deels ondergronds. Wij zijn zeer tegen een bovengrondse IJmeerverbinding in het IJmeer. Wat ons betreft zou deze zeker ondergronds moeten worden aangelegd als belangrijke randvoorwaarde. Wij zijn ervan overtuigd dat je bij verstedelijking rond het IJmeer alleen het kwalitatieve ambitieniveau kunt waarmaken als dit niet ten koste gaat van de landschappelijke en ecologische kwaliteit van dit gebied.

Wij zijn het met u eens dat Markermeer en IJmeer(kusten) een stapeling kennen van opgaven en mogelijke ingrepen. De versterkt de noodzaak voor een integrale visie en samenhangende realisatie. Het onderzoek naar de mogelijke komst van een IJmeerverbinding en de ruimtelijke inpassing daarvan verloopt via het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB). Daarbij wordt gekeken naar alle relevante belangen.

20 Verder valt op dat het ontwikkelen van de oevers van het Gooimeer gezien wordt als regionale opgave. Wij zien betrokkenheid van het Rijk hier echter ook van essentieel belang. Dit zou een Rijk-regio opgave moeten zijn. Een onderdeel is de waterplantenproblematiek die zowel de waterkwaliteit (Kaderrichtlijn water) als de mogelijkheid tot recreatie beïnvloeden aan beide zijden van het Gooimeer.

De tekst in Versie 3 is hierop aangepast en aangegeven is nu dat dit om een Rijk-regio opgave gaat. Er staan in dit gebied vanuit het Rijk in ieder geval maatregelen vanuit de Kaderrichtlijn Water geprogrammeerd.

29

Behoud van de waarden van dit N2000 gebied is niet alleen een regionale opgave. 21 We erkennen het belang van Almere om te komen tot een eigen economisch profiel. Gezien wordt de urgentie dat het economisch te ontwikkelen profiel niet concurreert met andere profielen in de MRA.

Het is goed om te zien dat de achterliggende analyses breed worden gedeeld.. Binnen de MRA wordt met de regionale economische strategie uitgewerkt wat de huidige en kansrijke economische profielen van de deelgebieden binnen de MRA zijn en hoe die elkaar kunnen versterken. Deze profielen zijn overgenomen in de Verstedelijkingsstrategie.

22 We zijn tevreden over de uitwerking van stadshart Hilversum in het stuk. Wat betreft dit hoofdstuk dat meer inzoomt op het gebied wordt gemist dat dat naast Hilversum er ook aandacht uitgaat naar de andere gemeenten in deze regio. Aanvullende opmerking is op zijn plaats dat naast Hilversum, dat zeker de grootste stempel drukt, ook de hele regio bijdraagt aan werkgelegenheid op het economisch profiel. Dit komt niet sterk tot uiting in de tekst (p70). Het klopt dat de meeste banengroei en woningbouw in Hilversum kan plaatsvinden, echter elders in de regio zijn ook veel kansen voor binnenstedelijke ontwikkelingen, m.n. rondom (H)OV knooppunten.

Naar aanleiding van deze reactie van de Gooi en Vechtstreek is de tekst in Versie 3 aangepast.

23 Keuzes voor dit deel van de MRA zijn ruimtelijk gezien zeer complex. Afweging van lokale overheden uit dit gebied moeten zeer serieus genomen worden. De toekomst/doorontwikkeling van Tata aan de ene kant staat tegenover verhoogde druk bij extra woningen in Amsterdam westelijk Havengebied die de industrie verder de stad uit duwen. Urgent is dat naast aandacht voor economie en wonen ook de leefbaarheid voor bestaande bewoners in het Noordzeekanaalgebied zeer goed worden meegenomen in de afweging bij te maken keuzes.

In versie 3 is een paragraaf over leefkwaliteit en gezondheid opgenomen.

24 Zuidflank: Het is positief dat met de ontwikkelingen rondom We zijn blij dat u de in uw brief geschetste ontwikkelingen onderschrijft. Amsterdam Oost/ Duivendrecht ook aanvullend ingezet wordt op het opvangen van de daarmee toenemende recreatiedruk en daarmee de druk in andere delen van onze metropoolregio (bijvoorbeeld Diemerscheg en Gooi en Vechtstreek) te verlichten 25 Aan de orde komt dat rond Schiphol in een integrale aanpak gekeken wordt naar de leefkwaliteit in het gebied dat onder de invloed van Schiphol ligt, waarin de ruimtelijk economische ontwikkelingen rond Schiphol en de ontwikkeling van Schiphol zelf (in samenhang met de Luchtvaartnota) in samenhang worden bekeken(p77). Wij willen benadrukken dat bij de verdere ontwikkeling van Schiphol en besluitvorming rondom de luchtvaartnota ook goed gekeken (blijft) worden naar bestaand stedelijk gebied ook verder in onze regio waaronder ook de Gooi en Vechtstreek waarover gevlogen wordt. Aanvullende verstedelijking onder de rook van Schiphol kan ook van invloed zijn op toekomstige vliegbewegingen. Deze mogen niet ten nadele gaan van andere gebieden in de metropoolregio waarvan het belang van de leefbaarheid in het kader van de geluidshinder goed moet worden meegenomen in de afwegingen.... (p9 reactie) Zoals al eerder in deze brief aangegeven vinden we de leefbaarheid van inwoners onder de

Een van de uitwerkingsopgaven van het Verstedelijkingsconcept is het uitwerken van een integrale gebiedsaanpak met als doel het verbeteren van de balans tussen leefkwaliteit in het invloedsgebied van Schiphol in de MRA met inzet op vermindering overlast en meer ruimte voor ruimtelijke ontwikkelingen. De wensen van de Gooi en Vechtstreek kunnen hierbij ingebracht worden. Daarnaast kunnen de gemeenten in de Gooi en Vechtstreek hun opstelling kenbaar maken bij de Bestuurlijke Regie Schiphol, het samenwerkingsverband van gemeenten en provincies in de Schipholregio.

30

rook van Schiphol van belang. Zo ook iets verder van Schiphol vandaan waaronder in de Gooi en Vechtstreek. Wij zien Schiphol als een belangrijke motor van Nederland en de MRA. Aanvullend denken we dat verdere verstedelijking mogelijk moet zijn rondom Amsterdam om de bestaande druk en vraag daar deels op te kunnen vangen. Wel is het belangrijk dat hierdoor ook goed naar de belangen van al bestaand stedelijk gebied verder in de MRA waarover gevlogen wordt gekeken of daar de geluidshinder en daarmee de leefbaarheid niet achteruit gaat. Keuze om vliegen te beperken kan een optie zijn, of uit te wijken naar Lelystad Airport. 26 Wij begrijpen het belang van het bevorderen van autoluwe stad voor behoud en versterking van de leefbaarheid in Amsterdam. Meer aandacht zou moeten uitgaan in het verstedelijkingsconcept naar de consequenties voor de andere delen van de metropoolregio, waaronder Gooi en Vechtstreek, omdat dit zal leiden tot een waterbedeffect. Hiervoor hebben de gemeenten in de Gooi en Vechtstreek ook al aandacht gevraagd in de zienswijzereactie op de Omgevingsvisie van Amsterdam. Het wordt lastiger om met de auto locaties binnen Amsterdam te bereiken of er te kunnen parkeren. Om mensen eerder uit de auto op het OV te kunnen laten stappen zijn opvanglocaties nodig, zoals benodigde uitbreiding van P+R locaties bij OV knooppunten elders in de MRA.

Keuzes voor opvanggebieden raken de gebieden rondom Amsterdam. Naast dat dit extra financiële middelen vereist die niet (alleen) door de gemeenten rondom Amsterdam zouden moeten worden betaald, is het ook urgent om in samenspraak met deze gebieden de plekken voor afvang van reizigers te maken. Wij vragen aandacht voor afstemming met Utrecht dat ook autoluwer wordt. Opvang in onze deelregio werkt beide kanten op naar zowel Amsterdam als Utrecht. Wij zien dat het autoluwer maken van Amsterdam ook kansen biedt voor versterking van gebruik van bestaande en nieuwe (H)OV verbindingen op de stad Amsterdam en het urgenter worden van aanleg van het snel- en doorfietsroutenetwerk.

In Versie 3 is meer aandacht besteed aan de consequenties van autoluw-beleid. Binnen de MRA wordt onder Platform Ruimte gewerkt aan verdere ontwikkeling van P+R-locaties, (H)OV-verbindingen en regionale (snel)fietsverbindingen. Waar sprake is van samenwerking met het Rijk, vindt afstemming plaats in Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB).

27 Het is goed dat er al een eerste schets gemaakt wordt van een mogelijke fasering, zodat raads- en statenleden hier ook op kunnen reageren vooraf aan het BO MIRT dit najaar. Zeer positief zijn de raadsleden over de inzet op de integrale aanpak van de veenweidegebieden en van het watersysteem in Gooi en Vechtstreek en in de fasering dit te plaatsen om de komende jaren al verder vorm te geven, naast het verder werken aan de integrale systeemvisie ten behoeve van een klimaatrobuuste regio. Ook de inzet voor stadsharten verspreid over de MRA tot 2030 (en verder) zien wij positief en sluit goed aan bij het daadwerkelijk uitvoeren van het polycentrisch model. Wij begrijpen de keuze voor inzet voor de Noord-Zuidlijn en ontwikkeling van Zuidasdok, wat effecten heeft op het gehele OV en spoorsysteem en daar profiteert iedereen in de regio (en

De fasering in Versie 3 omvat de ideale fasering van ontwikkelingen in de regio. De komende maanden wordt deze verder aangescherpt op basis van onderzoek en mede op basis van samenwerking tussen de programma's MRA Verstedelijkingsstrategie en Programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid. Het onderzoek naar de mogelijke komst van een IJmeerverbinding en de ruimtelijke inpassing daarvan verloopt via het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB). De uitkomsten worden meegenomen in de fasering van stedelijke ontwikkelingen in de MRA.

31

zelfs landelijk) van mee. Wel zien we dat, althans bij mobiliteit, het ingezette polycentrisch model minder goed uit de verf komt en in prioritering de aders naar en van de deelregio's niet goed aan bod komen. Waar we van schrikken is dat bij de fasering de A1 totaal niet genoemd wordt. Meer inzet voor de A1 is zeer op zijn plaats. We willen de inzet te komen tot uitvoering van een MIRT onderzoek A1 (multimodaal) opgenomen zien in de fasering tot 2030. Wat betreft fasering voor een mogelijke IJmeerverbinding is het noodzakelijk dat bij eerdere verstedelijking er versneld de nodige maatregelen worden getrokken in het mobiliteitssysteem in de tussentijd, waarbij de bereikbaarheid van de Gooi en Vechtstreek geen nadeel mag ondervinden. Daarnaast moet het ook niet zijn dat de wens om een IJmeerverbinding versneld aan te leggen ertoe leidt dat het een bovengrondse verbinding wordt. Behoud van de kwaliteiten van het IJmeer mogen niet ondergesneeuwd worden. 28 Voor de keuze van het tracé van het 380 kV-netwerk dient goed te worden meegewogen dat verrommeling in waardevolle natuur en landschappen zoveel mogelijk wordt voorkomen. Kijk waar het niet mogelijk is dit uit de weg te gaan en waar mogelijk een tracé deels ondergronds kan lopen. Ook moet worden gerealiseerd dat een 380 kV lijn andere ontwikkelingen beperkt.

Momenteel wordt in het Programma Energiehoofdstructuur onderzoek gedaan naar de behoefte aan uitbreiding van het 380kV-net. Bij uiteindelijke uitbreiding worden voor tracékeuzes verschillende belangen, zoals de genoemde, afgewogen. In het kader van de Verstedelijkingsstrategie hebben Rijk en regio afgesproken intensiever samen te werken ten behoeve van een integrale besluitvorming op nationaal en regionaal niveau over ruimtelijke en economische ontwikkeling aan de ene kant en een robuust en duurzaam hybride energiesysteem aan de andere kant. Op basis van verder onderzoek zijn de 4 abstracte scenario's over de toekomstige energiesystemen vervangen. Door middel van regionale scenario’s, gebaseerd op de nationale scenario’s van de netbeheerders (II3050) en verrijkt met lokale informatie, zijn ruimtelijke gevolgen inzichtelijk gemaakt. Daarbij is gekeken naar de koppeling tussen verstedelijking, zowel op toevoeging woningbouw als industrie en datacenters. Uit de scenario’s is een aantal onmisbare elementen gedestilleerd die hoe dan ook noodzakelijk zijn om ook in de toekomst een robuust energienetwerk te hebben in de MRA en in Nederland: no-regret maatregelen. Verder wordt gekeken naar de mogelijkheden tot het plaatsen van lokale (wijk) opslag voor elektriciteit om het netwerk te ontlasten.

Wanneer elektriciteit lokaal (voor een korte tijd) wordt opgeslagen in batterijen, kan dit zorgen voor een ontlasting van het elektriciteitsnetwerk. Deze en meer elementen zijn opgenomen in hoofdstuk 3.3, systemen van de toekomst. In de komende jaren moet gekoppeld aan de discussie over regionale en landelijke hoofdstructuur voor energie besloten worden welke invulling gekozen wordt

29 Vooraf aan definitieve keuze voor de voorkeurslocatie van een vierde hyperconnectiviteitscluster bij Almere/Zeewolde dient te worden bekeken wat dit vraagt aan benodigd water voor koeling en welke effecten dat heeft voor benodigd water in het Gooimeer of IJmeer. Daarnaast benadrukken we dat een hyperconnectiviteitscluster een nationaal belang is, waardoor afwegingen voor het plaatsen elders buiten de MRA ook een optie kan zijn. Verder zouden investeringen ook vanuit het Rijk moeten komen.

Momenteel wordt voor de eventuele vestiging van een vierde hyperconnectiviteitscluster bij Almere-Zeewolde een inpassingsonderzoek uitgevoerd, waar de behoefte aan water voor koeling en de consequenties daarvan ook aan bod komen. Ook financiering is onderdeel van dit onderzoek. Het Rijk laat de inpassing van datacenters, ook hyperconnectiviteitsclusters, conform de NOVI aan de regio en speelt alleen een faciliterende rol waar dat nodig is. Rijksinvesteringen zijn daarmee ook niet te verwachten.

30 Tenslotte, en dat geldt voor ieder keuzevraagstuk, hechten wij zeer aan de Unescostatus van de Stelling van Amsterdam (en hopelijk binnenkort Nieuwe Hollandse Waterlinie). Behoud van

Deze reactie onderschrijft het Verstedelijkingsconcept, waarin behoud van erfgoedwaarden, waaronder UNESCO-status, reeds zijn opgenomen. En we zijn natuurlijk met Gooi en Vechtstreek verheugd dat Nieuwe Hollandse Waterlinie inderdaad de Unescostatus heeft verkregen.

32

deze status is wat ons betreft randvoorwaarde en ontwikkelingen dienen zich daartoe te verhouden. 31 Reactie Gemeente Hilversum: In het verstedelijkingsconcept hebben wij een aantal foutieve kaartbeelden geconstateerd: • Pagina 22: hier staat onterecht een rode bol geprojecteerd op Hilversum Noord. Zulke plannen heeft de gemeente Hilversum niet. • Pagina 26: de `stadshartontwikkeling' is ingetekend bij het verkeerde station (Mediapark). Dit moeten de stations Hilversum en Sportpark zijn. • Pagina 37: de Utrechtse Heuvelrug mist als waardevol landschap.

We betreuren het zeer dat door de door de gemeente Hilversum genoemde fouten een beeld van ‘doordrukken’ is ontstaan, want dat is beslist niet onze werkwijze of intentie. In Versie 3 zijn de fouten in het kaartbeeld nu volledig hersteld.

Met name over de eerste twee genoemde kaartbeelden zijn wij buitengewoon ontstemd, omdat zij de politieke realiteit in Hilversum niet lijken te erkennen. In het afgelopen jaar is de MRA bestuurlijk en ambtelijk meermaals op deze fouten gewezen. Wij zijn zeer teleurgesteld dat deze fouten niet gerepareerd zijn en onze gemeenteraad opnieuw met een document is geconfronteerd dat het een bestaand sentiment dat `de MRA-organisatie zaken doordrukt' lijkt te bevestigen. Het niet herstellen van zulke fouten is schadelijk voor het vertrouwen in de bovenregionale samenwerking. De gemeenteraad heeft duidelijk uitgesproken dat als deze fouten niet worden hersteld, de gemeenteraad van Hilversum in 2022 in geen geval zal instemmen met de uiteindelijke verstedelijkingsstrategie MRA. Met andere woorden: herstel van deze fouten is een noodzakelijke voorwaarde om in 2022 vaststelling van de uiteindelijke verstedelijkingsstrategie MRA te willen overwegen. 32 Reactie gemeente Hilversum • Te constateren dat het verstedelijkingsconcept de bestaande ambities, beleid en projecten van Hilversum en Gooi en Vechtstreek in de teksten en verbeelding `verstedelijkingsconcept 2050' op pagina 16 op een juiste manier weergeeft. • Op korte termijn meer helderheid te geven hoe de investeringsstrategie er uit kan zien.

• Dat een zienswijzeprocedure voor gemeenteraden en Provinciale Staten nodig is voor de fasering en investeringsstrategie en deze zienswijzeprocedure voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 of te ronden. • Dat er voldoende tijd moet worden ingeruimd in het besluitvormingsproces na het BO MIRT van 25 november 2021 voor regionale onderlinge afstemming op het niveau van gemeenteraden, voor een toets aan de opbrengst van fase 2 (denkrichtingen) van het proces van de Omgevingsvisie en dat daarvoor naar onze inschatting een kwartaal extra voor nodig is.

De investeringsstrategie werkt verschillende financieringsmogelijkheden voor de benoemde opgaven uit en bestaat daarnaast uit een investeringsagenda die in samenhang met de fasering op regelmatige basis wordt geactualiseerd. In het vigerende convenant 'Versterken Samenwerking in de Metropoolregio Amsterdam' (2016) is afgesproken dat raden en Staten worden geconsulteerd over regionale afspraken, in ieder geval over de MRA Agenda, het werkplan, de begroting en wijzigingen aan het convenant. Daarnaast leggen "de vertegenwoordigers van deelnemers betrokken bij de uitvoering van het convenant aan het eigen college en het vertegenwoordigend orgaan verantwoording af over de door hen in het kader van de MRA gemaakte afspraken. Zij geven daartoe op verzoek van het college of het vertegenwoordigend orgaan alle informatie die zij nodig achten voor de uitoefening van hun taak." De Verstedelijkingsstrategie is niet expliciet benoemd in het convenant. Voor de Verstedelijkingsstrategie is besloten tot een ronde wensen en opvattingen op het verstedelijkingsconcept, aangezien dat raakt aan de gemeentelijke/provinciale omgevingsvisies. De fasering en de investeringsagenda betreffen de onderdelen van de verstedelijkingsstrategie gericht op uitvoering, waarbij sprake is van bovenlokale belangenafwegingen.

Eventuele onderhandelingen hierover in regionaal verband zullen plaats moeten vinden via de bestuurlijke platforms van de MRA. De wens het proces van de verstedelijkingsstrategie af te stemmen de eigen Omgevingsvisie is begrijpelijk. Het regionale proces kan echter niet wachten op lokale beleidsprocessen, wel kan de wisselwerking

33

georganiseerd worden, bijvoorbeeld door deelregio-bijeenkomsten. In het proces tot de vaststelling van het verstedelijkingsconcept door raden en Staten zal aandacht worden besteed aan het informeren en betrokken houden van raden en Staten. Er wordt onder meer een extra processtap ingebouwd voor bespreking van versie 3 in de raden en Staten.

5

Gemeente Amsterdam

33 Reactie Gemeente Hilversum: Aanpassen van de eerste zin op pagina 4 van de inleiding door het toevoegen van de woorden `de gemeenteraden en Provinciale Staten'.

De tekst is conform de wens van Hilversum aangepast.

34 Reactie gemeente Hilversum: Toevoegen van het begrip `kringlooplandbouw' in verband met N2000 gebieden en stikstof.

De tekst is conform de wens van Hilversum aangepast.

35 Reactie gemeente Hilversum: Duidelijker toelichten dat het in de regionale zienswijze aangegeven aantal van 11.500 woningen voor de Gooi en Vechtstreek uit de Regionale Woonvisie komt en dat deze woningen binnen de bestaande plancapaciteit gerealiseerd kunnen worden.

In de gebiedsbeschrijving in Versie 3 is dit nu toegelicht.

1 We zijn zeer tevreden met deze tweede versie met de We zijn blij met deze ondersteuning en waarderen de complimenten. belangrijke boodschap: We bouwen niet alleen woningen maar complete steden. Er is gezamenlijk met het Rijk en de regio veel uitgezocht en er ligt een goed inhoudelijk concept met inzicht in en ambities op de meest prangende ruimteclaims voor de komende 30 en 50 jaar: de enorme woningbouwopgave, de benodigde infrastructuur, de transities op het gebied van energie, (circulaire) economie en de knelpunten op het gebied klimaat en ecologie. 2 De MRA Verstedelijkingsstrategie sluit ook goed aan bij onze eigen Amsterdamse (concept) Omgevingsvisie en ambities. • De 150.000 woningen uit de Omgevingsvisie passen naadloos in de woningbouwambitie van de Verstedelijkingsstrategie • Het Verstedelijkingsconcept is een integraal concept met zowel aandacht voor de enorme woningbouwopgave als de benodigde voorwaarden op het gebied van mobiliteit, energie, klimaat, landschap. • Het polycentrische model voor de regio sluit aan bij de beoogde meerkernigheid binnen de gemeente Amsterdam. De gemeente Amsterdam ondersteunt het streven om een betere spreiding van de economische groei in de regio krijgen. We willen hier graag regionaal in optrekken.

• De sociaal-maatschappelijke achterkant van het succes van stad en metropool (segregatie, ongelijkheid, verdringing, vervoersarmoede etc.) wordt in deze versie goed beschreven. Amsterdam wil met de verstedelijkingsstrategie ook de sociaalmaatschappelijke structuur van de regio versterken. • Amsterdam is blij met de regionale inzet om de landschappen en de scheggen open te houden en te verbeteren, zoals de Westereinderscheg. Dit gaat samen met de regionale inzet om zoveel mogelijk te bouwen binnen bestaand stedelijk gebied door het maken van keuzes en/of transformatie. Met de MRA Verstedelijkingsstrategie kunnen we de beperkte ruimte in de

De constatering dat de lijn in het Verstedelijkingsconcept MRA goed aansluit op de Amsterdamse Omgevingsvisie en ambities sterkt ons in de opzet en uitwerking van het Verstedelijkingsconcept MRA. Van deze constatering is met waardering kennis genomen.

34

MRA zo goed mogelijk benutten door gezamenlijk met zowel de regio als het Rijk ruimtelijke keuzes te maken. 3 De Verstedelijkingsstrategie onderstreept de noodzaak om niet alleen met de regio maar ook met het Rijk samen te werken. Er is in het BO MIRT van vorig jaar afgesproken dat een deel van woningbouwopgave versneld gerealiseerd moet worden. In het BOL van dit jaar is bevestigd dat MRA hier graag aan bijdraagt, maar dat deze opgave alleen (versneld) gerealiseerd kàn worden als het Rijk eveneens inzet pleegt op knelpunten zoals de aanpak van stikstof en geluidscumulatie en de investeringscapaciteit van corporaties en voorwaarden zoals bereikbaarheid (OVschaalsprong), energietransitie, klimaatadaptatie en landschappelijke ontwikkeling. De gemeente Amsterdam is erkentelijk voor de reservering van het Groeifonds, maar er is meer nodig. Als in het komende BO MIRT geen invulling wordt gegeven aan bovenstaande randvoorwaarden en er geen extra financiële middelen (of benodigde regelgeving) beschikbaar komen, dan loopt niet alleen de woningbouwopgave, maar ook de benodigde transities op het gebied van mobiliteit, klimaat en energie onherroepelijk vast.

Wij zijn het eens dat samenwerking tussen Rijk en regio onontbeerlijk is. We zullen ons gezamenlijk in moeten spannen om noodzakelijke randvoorwaarden rond transities, woningbouwambities én het invullen van de daarbij benodigde randvoorwaarden waar te maken. Dit vraagt om een langjarig commitment op een gezamenlijke koers voor de ontwikkeling van de MRA en om afspraken over hoe we aan die gezamenlijke inspanning vormgeven. Deze afspraken leggen we vast in een Verstedelijkingsakkoord tussen Rijk en regio.

4 Van versie 2 naar 3: fasering van het Verstedelijkingsconcept. In deze versie zit al een goede aanzet voor de fasering. Alle systemen zijn benoemd in deze fasering, maar het is nog geen integrale afweging van alle opgaven. Tot 2030 lijken de woningbouwopgave en de infrastructuur bepalend voor de fasering. Mogelijk komt dit omdat er nog veel onzekerheden zijn over opgaven en ruimtelijke consequenties van de energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie. Wij adviseren in de 3e versie duidelijk aan te geven waar onzekerheden zitten, waar onderzoek nodig is, en hoe, ook bij onvolledige informatie, toch keuzes gemaakt kunnen worden.

In versie 3 is fasering verder uitgewerkt ten opzichte van versie 2. Per samenhangend gebied is inzichtelijk gemaakt welke ontwikkelingen samenhangen zowel functioneel als in de tijd. Het gaat om een zogenaamde ideale fasering. Deze fasering dient als een startpunt om na vaststelling van de Verstedelijkingsstrategie als Rijk en regio samen de uitvoering ter hand te nemen. Al naar gelang de (on-)mogelijkheden die er zijn, kunnen Rijk en regio samen bijsturen in tempo en prioritering van de gewenste ontwikkelingen.

5 Uitwerken sociale maatschappelijke effecten van de De sociaal-maatschappelijke onderwerpen uit versie 2 zijn mede naar aanleiding van de verstedelijkingsstrategie. reactie van de gemeente Amsterdam in versie 3 nu voorzien van een handelingsperspectief. De 2e versie van het verstedelijkingsconcept geeft een goed Ze zijn opgenomen in verschillende onderdelen van het verstedelijkingsconcept. inzicht in wat de sociaal-maatschappelijke effecten zijn van de verstedelijking en aandachtspunten zoals een betaalbaar vervoer en woningen, leefbaarheid en veiligheid. Dit inzicht leidt echter nog niet tot een integrale afweging met de andere opgaven en is ook geen onderdeel van de fasering. Wij adviseren deze opgave beter uit te werken in de verstedelijkingsstrategie. Tevens vragen we aandacht om inzicht te geven in de benodigde sociaal-maatschappelijke voorzieningen bij de verstedelijking. 6 Zelfbewoonplicht en anti-speculatiebeding De bouwopgave moet leiden tot betaalbare huur- en koopwoningen. In de MRA wordt veel gespeculeerd. Wij gaan daarom graag met u in overleg over de mogelijkheden voor een anti-speculatiebeding en een zelfwoonplicht voor

De wens van de Amsterdamse gemeenteraad om te komen tot een anti-speculatiebeding en zelfbewoonplicht zijn gericht op het betaalbaar maken én houden van woningen. Voor de MRA is dit een belangrijke inzet om in lijn met de Woondeal als Rijk en regio tot gezamenlijke maatregelen hiervoor te komen, zodat woningen bereikbaar blijven voor alle doelgroepen. Via het MRA programma bouwen en wonen wordt kennis en ervaring uitgewisseld en

35

nieuwbouwwoningen. Zie ook bijgaande Amsterdamse raadsmoties 620 en 621.

samengewerkt op gebied van maatregelen die bijdragen aan de betaalbaarheid van het wonen.

7 Keuzevraagstukken energietransitie, circulaire economie en transformatie van bedrijven. In deze keuzevraagstukken wordt gevraagd of er bereidheid is ten aanzien van de energietransitie, circulaire economie en transformatie extra ruimte te reserveren, deels binnen de MRA, waaronder de Wijkermeerpolder, deels buiten de MRA. Conform haar (concept) Omgevingsvisie wil Amsterdam de bestaande landschappen openhouden en verbeteren. Over een mogelijke uitbreiding van het Havenareaal in de Noordelijke Houtrakpolder zijn afspraken gemaakt in de visie NZKG 2040. Dit geldt niet voor de Wijkermeerpolder. De transformatie van de Houtrakpolder is ook een nee, tenzij. Deze polder komt pas in beeld na maximale intensivering van bestaande terreinen en afstemming met ruimte op terreinen binnen, en buiten, de MRA. Daarnaast zal de uitbreiding samen moeten kunnen gaan met de woningbouwopgave die er ligt in Haven Stad. Tot slot adviseren we inzake de circulaire economie en de energietransitie nadrukkelijk om meer gezamenlijk onderzoek te doen om te komen tot reële, goed onderbouwde ruimteclaims. Er zijn nog te veel onzekerheden. Keuzevraagstuk gezonde leefomgeving nabij NZKG Wij zijn niet zonder meer bereid om de hogere grenswaarden voor geluid en risico maximaal uit te nutten voor nieuwe woningen.

De nieuwe woningen, hoe groot ook in aantal, moeten in principe alle komen te staan in gebieden waar een goede leefkwaliteit gewaarborgd is. Bij twijfel over de leefkwaliteit, bijvoorbeeld in gemengde woonwerkgebieden, moet worden onderzocht hoe de kwaliteit van de leefomgeving alsnog op het gewenste niveau kan worden gebracht.

Voor het keuzevraagstuk rondom het NZKG is nader onderzoek verricht om meer inzicht te krijgen in keuzes en effecten van keuzes in samenhang. Tevens zijn de wensen en opvattingen van raden en staten betrokken bij de voorgestelde wijzigingen in versie 3. Dit heeft ertoe geleid dat het voorstel voor het NZKG in versie 3 als volgt luidt: De Wijkermeerpolder wordt gereserveerd als zoekgebied voor tijdelijke piekwaterberging (en dus niet voor bedrijventerrein). Voor bedrijven die door transformatie een andere plek zoeken wordt een aantal bedrijventerreinen in en net buiten de MRA betrokken (Boekelermeerpolder Alkmaar, Baanstee Noord Purmerend, Flevopolder). Conform de wens van de gemeente Amsterdam en overigens ook de gemeente Haarlemmermeer blijven de afspraken over de Houtrakpolder onveranderd. Dit betekent eerst maximaal intensiveren van het huidige haventerrein en het betrekken van andere locaties binnen en buiten de MRA waaronder Almere en Lelystad. Er wordt ruimte gereserveerd voor nationale en regionale waterstofleidingentracés. Waterstof wordt grotendeels geïmporteerd via deze leidingen van elders in Nederland en via de internationale scheepvaart. Tata verduurzaamt. In het kader van Het Novigebied NZKG wordt nader onderzoek uitgevoerd naar exactere ruimteclaims van energietransitie en circulaire economie

8 Omgeving Schiphol, Zuidflank: Keuzevraagstukken leefkwaliteit en verrommeld glas (Westeinderscheg). De vraag wat de juiste balans is tussen woningbouw, leefomgevingskwaliteit, gezondheid en de ruimte voor luchtvaart in de Zuidflank van de MRA is een nogal academische. Niettemin staat het buiten kijf dat het een uiterst belangrijk gebied is om in te investeren, met name in allerlei landschapsaspecten. De leefkwaliteit staat er sterk onder druk door Schiphol, maar ook door de aanwezigheid van rijkswegen en bedrijventerreinen met logistieke en aan de luchthaven verbonden functies (‘dozenlandschap’) en het verrommeld glas van de tuinbouw. Dat neemt niet weg dat een kwalitatieve impuls geven aan dit gebied een kostbare en ingewikkelde operatie is. Ook liggen hier verantwoordelijkheden van betrokken gemeenten, provincie en het Rijk. Om zicht te krijgen op de mogelijkheden en consequenties van deze investering, adviseren wij voor dit gebied een nadere uitwerking te maken over de mogelijke financiering, regelgeving en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen in dit gebied (Schiphol, bedrijven, Rijk, Provincie en betrokken

Het advies van de gemeente Amsterdam voor een nadere uitwerking wordt overgenomen en zal worden opgenomen in de bij de Verstedelijkingsstrategie behorende afspraken in het Verstedelijkingsakkoord. Het belang van de multimodale knoop Schiphol voor (inter)nationaal treinverkeer wordt onderkend en zal mede bijdragen aan de ambitie voor een substitutie van middellang vliegverkeer naar het spoor. Reeds gemaakte afspraken over het versterken van de multimodale knoop Schiphol en de voorgenomen doortrekking van de NoordZuidlijn onderstrepen dit belang.

36

gemeenten). Het recent opgeleverde Toekomstperspectief Oostflank Haarlemmermeer kan hierbij benut worden. Ten aanzien van mobiliteit willen we voor dit gebied het volgende meegeven. De trend van substitutie draagt bij duurzaamheidsdoelen en minder overlast voor de leefomgeving. Ook voor het treinverkeer zien wij Schiphol daarom in toenemende mate als het internationale knooppunt (en niet meer als een eindpunt). 9 Keuzevraagstuk waterbuffering: Door de klimaatverandering zijn extra mogelijkheden voor waterberging in de MRA vereist. Allereerst moeten hiertoe de lokale bergingsmogelijkheden worden geoptimaliseerd of daar waar mogelijk gerealiseerd (op daken, in de haarvaten van veenweidegebieden in combinatie met tegengaan bodemdaling). Dit is waarschijnlijk niet voldoende, dus daarnaast moet rekening gehouden worden met ruimteclaims voor grootschalige extra waterbuffering. Onderzoek of het Oer-IJ gereserveerd kan worden voor waterbuffering. Daarnaast is Vechtplassengebied (nabij het Amsterdam-Rijnkanaal)een goed zoekgebied. Beide opties bieden goede mogelijkheden om de opgaven inzake water en landschap met elkaar te combineren en om water beschikbaar te hebben in drogere perioden. Een laatste, maar beduidend minder wenselijke keuze, is een peilverhoging van Noordzeekanaal en Amsterdam-Rijnkanaal.

Deze optie heeft verstrekkende gevolgen voor doorvaarthoogten van zowel het Amsterdam-Rijnkanaal, IJ en Noordzeekanaal als op de Amstel en hiermee verbonden waterwegen zoals de grachten binnen Amsterdam. Daarnaast werkt een hoger waterpeil door op de bebouwing en gebiedsontwikkelingen direct langs het IJ en Noordzeekanaal. Voordat kan worden overgegaan tot besluitvorming over waterbuffering en bijhorende locaties, zullen de ruimtelijke en economische effecten in beeld moeten worden gebracht. Zolang deze nog niet duidelijk zijn, adviseren we om voor locaties die onder druk staan (zoals de Houtrakpolder en Wijkermeerpolder) nog geen onomkeerbare besluiten te nemen die eventuele waterbuffering in de weg staan. De waterbuffering dient ook meegenomen worden in de fasering.

De steun voor het aanwijzen van zoekgebieden van onder meer Amsterdam heeft geresulteerd in het aanwijzen van een tweetal zoekgebieden voor waterbuffering in versie 3, opgenomen in hoofdstuk 3.3 onder watersysteem en hoofdstuk 4.1 Noordzeekanaalgebied. Peilverhoging als mogelijke oplossing en de voor- en nadelige effecten daarvan worden meegenomen in het onderzoek van het project Toekomstbestendig watersysteem NKG/ARK.

10 Keuzevraagstuk Hyperconnectiviteitshub. Ten aanzien van de Vierde Hyperconnectiviteitshub (in samenhang met onderzoek 4e HCH/datacenterstrategie MRA) sluiten wij aan bij de MRA Datastrategie.

Amsterdam onderschrijft de met het Verstedelijkingsconcept ingeslagen koers ten aanzien van de datastrategie. We waarderen deze ondersteuning. De voorlopige resultaten zijn reeds verwerkt in het Verstedelijkingsconcept versie 2. Het Rijk is blij met de inzet van de MRA op de datacenterstrategie, staat daarover in contact met de MRA en is ermee akkoord dat dit document leidend is in de regionale keuzes.

11 De Verstedelijkingsstrategie bevat een goede samenhang tussen verstedelijking en mobiliteit voor de hoofdstructuren. Wij benadrukken het belang van een MRA-brede duurzame mobiliteitstransitie van regio en Rijk om de druk op het verkeerssysteem te verlichten. Een belangrijk onderdeel hiervan is het doortrekken van de Noord Zuidlijn en het sluiten van de

We ontvangen het uitgesproken compliment met waardering. Overige benodigde investeringen voor stedelijke mobiliteit worden meegenomen in het programma Samen Bouwen aan bereikbaarheid (SBAB) bij het onderdeel Bereikbare steden. Daarnaast zal dit onderwerp onderdeel uitmaken van de gezamenlijke inspanning richting uitvoering na vaststelling van de verstedelijkingsstrategie.

37

kleine ring. We zijn erkentelijk voor de reservering hiervoor in het Groeifonds. Daarnaast vragen wij aandacht voor overige benodigde investeringen in stedelijke mobiliteit. Met name die bijdragen aan de grote woningbouwopgave in de MRA.

6

Deelregio Amstelland Meerlanden

12 Publieksversie: Het verreist specifieke kennis om het verstedelijkingsconcept te lezen. Wij adviseren om van de 3e versie ook een publieksversie te maken, die de toegankelijkheid van de informatie verder vergroot.

Deze suggestie nemen we graag over. Van het definitieve verstedelijkingsconcept zal een (digitale) publieksversie worden gemaakt.

13 Overwegende dat er binnen de MRA veel gespeculeerd wordt met woningen; speculatie leidt tot minder kansen voor starters en middeninkomens op een eigen woning, verzoek om met andere gemeenten binnen de MRA in gesprek te gaan over de invoering van een anti-speculatiebeding voor nieuwbouwwoningen en indien gewenst de mogelijkheden voor de invoering van een anti-speculatiebeding gezamenlijk te verkennen.

Deze wens sluit direct aan op wat in punt 6 van de reactie van de gemeente Amsterdam staat. We zetten in lijn met de Woondeal als rijk en regio gezamenlijk in op maatregelen om woningen betaalbaar te maken én te houden, voor alle doelgroepen. Via het MRA programma bouwen en wonen wordt kennis en ervaring uitgewisseld en samengewerkt op gebied van maatregelen die bijdragen aan de betaalbaarheid van het wonen.

14 overwegende dat er in de MRA veel wordt gespeculeerd op vastgoed; speculatie leidt tot verminderde kansen voor starters en middeninkomens op de woningmarkt. Verzoek om met gemeenten in de MRA in gesprek te gaan over een zelfwoonplicht voor nieuwbouw; met gemeenten in de MRA te lobbyen bij het Rijk voor een zelfwoonplicht voor nieuwbouw.

Er bestaat al de mogelijkheid voor een zelfbewoningplicht voor nieuwbouw. Een aantal gemeenten hebben dit ook al ingevoerd, voor betaalbare nieuwbouw (grenzen verschillen) of specifiek project. Nieuw is de zelfbewoningsplicht – opkoopbescherming- in (een specifiek deel van) de bestaande voorraad die per 1 januari 2022 mogelijk wordt gemaakt door het ministerie van BZK. Gemeenten zijn nu bezig met de voorbereiding. We zijn van plan komende tijd te inventariseren of gemeenten in de MRA bezig zijn of interesse hebben in opkoopbescherming, en of we hierin samen kunnen optrekken.

1 verzoek om mee betrokkenheid van de gemeenteraden in de stap van versie 2 naar versie 3

We onderschrijven het grote belang om de raden en Staten aangehaakt te houden om zo draagvlak, commitment en democratische legitimatie te borgen. Mede naar aanleiding van de reactie van de deelregio Amstel Meerlanden zal daarom een extra processtap worden ingebouwd voor bespreking van versie 3 in de raden en Staten, voordat tot besluitvorming tussen Rijk en regio zal worden overgegaan. Deze stap is voorzien in de periode november 2021-januari 2022, de exacte planning voor het vaststellen van het verstedelijkingsconcept door raden en Staten wordt voorgelegd aan de Stuurgroep. Daarbij merken we op dat de Verstedelijkingsstrategie en het daarbij behorende Verstedelijkingsconcept voor de MRA van begin af aan mét de Rijksoverheid wordt opgesteld. De grondgedachte bij de start van de opdracht is om niet over maar met elkaar te praten over mogelijke gezamenlijke inspanningen van Rijk en regio om de MRA-ontwikkelingen te ondersteunen. Dat betekent dat alle versies, dus ook deze Versie 3, samen met het Rijk worden opgesteld.

Nogmaals dank dat de raden en staten in de MRA de kans krijgen om wensen en opvattingen in te dienen op Verstedelijkingsconcept 2 van de MRA Verstedelijkingsstrategie. Hiermee kunnen de raden hun mening geven op versie 2, maar in het proces is nog geen stap opgenomen dat Raden ook betrokken worden bij versie 3 vóórdat deze met het Rijk besproken wordt. Wij zijn uiteraard benieuwd wat er met de ingediende opmerkingen gebeurt en of dat al dan niet tot wijzigingen leidt in de derde versie. De aangekondigde Reactienota helpt daarbij, maar deze dient ter informatie terwijl mogelijk juist discussie of reflectie/toelichting nodig is. Vaststelling van de derde versie ná het BO MIRT zonder tussentijds betrekken van de Raad, zoals nu voorgesteld is, kan dan ook niet op onze goedkeuring rekenen. Graag dus procesmatig een extra stap inbouwen. 2 versie 2 is nog niet compleet, er is ook nog geen investeringsstrategie: hoe worden gemeenteraden hierbij betrokken? In aansluiting op het vorige punt merken wij op dat wij nu reageren op een Verstedelijkingsconcept dat nog niet compleet is. In het tweede concept mist bijvoorbeeld de uitwerking van de sociale component. Er zijn hier weliswaar een aantal

Aan het begin van het proces is met raden en Staten afgesproken dat zij tijdens het maakproces op tussenproducten kunnen reageren. Dat betekent dat er een onvoltooid product wordt voorgelegd met de idee dat via wensen en opvattingen invloed kan worden uitgeoefend op het definitieve product. In de nu voorliggende Versie 3, zijn naast de wensen en opvattingen ook de laatste onderzoeksresultaten meegenomen op de door AmstellandMeerlanden genoemde onderwerpen sociaal en economie alsmede energie. Zoals aangegeven bij de reactie van Amstelland Meerlanden onder 1 wordt deze versie in een extra processtap aan de raden en Staten voorgelegd.

38

keuzevraagstukken genoemd, maar nog niet bekend is tot welke (concrete) afspraken dit gaat leiden. Ook voor het onderwerp economie volgt een inhoudelijk uitwerking, zoals in versie 2 is aangekondigd “De MRA is dit jaar gestart met het opstellen van economische profielen”. De uitwerking betreft een kwalitatief economische bouwsteen in aanvulling op de (reeds ingebrachte) kwantitatief economische bouwsteen. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande informatie zoals (economische) onderzoeken en gemeentelijke visies. Ander aandachtspunt betreft het maken van afspraken. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over afspraken over verdeling van ruimte voor wonen en werken. Deze afspraken kunnen op MRAschaalniveau niet gemaakt worden, dat is aan de gemeenteraden. De MRA stelt immers niks vast, die bevoegdheid is aan de raden en staten. Daarnaast ontbreekt de Investeringsstrategie nog volledig. Dit document zouden wij ook graag nog beoordelen alvorens dit met het Rijk besproken wordt. 3 Uitwerking keuzevraagstuk Leefkwaliteit Schiphol

De hier onder de punten 3, 4, 5 en 6 weergegeven wensen en opvattingen van de deelregio Amstel-Meerlanden hebben betrekking op de samenhang van complexe vraagstukken als Wij zijn blij te vernemen dat het keuzevraagstuk Leefkwaliteit leefkwaliteit, woningbouw, mobiliteit en economie. In de Verstedelijkingsstrategie worden Schiphol als één van de belangrijke keuzevraagstukken wordt deze vraagstukken in hun onderlinge verwevenheid bezien. Rijk en regio staan de integrale genoemd in de MRA Verstedelijkingsstrategie. Schiphol levert de benadering van het vraagstuk verhogen leefkwaliteit en een duurzame en robuuste gemeenten in de AM-regio lusten, maar ook lasten. Wij hebben ontwikkeling van Schiphol voor. Dit vergt een nadere uitwerking die we als Rijk en regio de afgelopen jaren gemerkt dat het luchtvaartbelang regelmatig gezamenlijke willen oppakken. Daartoe wordt een afspraak aan de Verstedelijkingsstrategie voor het bredere integrale ruimte-, milieu- en gekoppeld die zal worden opgenomen in het Verstedelijkingsakkoord MRA. De wensen van de gezondheidsbelang wordt gesteld. We zien de MRA deelregio Amstelland Meerlanden kunnen hierbij ingebracht worden.

Daarnaast kan de Verstedelijkingsstrategie als een goed podium om de wonendeelregio haar opstelling kenbaar maken bij de Bestuurlijke Regie Schiphol, het vliegen discussie integraal en vanuit wederkerigheid te voeren, samenwerkingsverband van gemeenten en provincies in de Schipholregio. inclusief de afwegingen ten aanzien van leefkwaliteit. De teksten in het tweede concept bieden hier al eerste aanzetten toe, maar wij zien de balans toch regelmatig uitslaan richting de luchtvaart en een groei van Schiphol. Dat is voor ons geen gegeven. Wij gaan uit van een integrale aanpak leidend tot vergroting van de leefkwaliteit in de AM-regio (vermindering overlast, meer ruimte voor ruimtelijke ontwikkelingen, kansen voor opruimen verrommeld glas en vergroening) én een duurzame en robuuste ontwikkeling van Schiphol. De Corona crisis en de (harde) gevolgen voor de luchtvaart geeft hiervoor ook kansen. Inwoners moeten weer centraal staan.

4 De grote opgaven in onze regio op het gebied van woningbouw, Zie de reactie op punt 3 hiervoor. economie, mobiliteit, energietransitie en groen vragen om een brede belangenafweging en een zorgvuldige toedeling van functies aan de schaarse ruimte. Drie cruciale en soms conflicterende factoren spelen in dit keuzevraagstuk een rol: (1) de nodige verbetering van de leefkwaliteit voor onze inwoners, o.a. op het gebied van geluidhinder, luchtkwaliteit en gezondheid, (2) de grote bouwopgave in de regio en (3) de ontwikkeling van Schiphol. De luchthaven is van waarde voor de regio, net zoals woningbouw van waarde is voor het versterken

39

van het vestigingsklimaat en als bijdrage aan de bouwopgave. De luchtvaart is in beweging, net zoals ontwikkelingen op de grond. Uitgangspunt voor de regio is het principe van wederkerigheid tussen ‘de lucht’ en ‘de grond’: Schiphol houdt rekening met ruimtelijke ontwikkelingen op de grond en vice versa. Bovendien staat vanuit de regio leefkwaliteit centraal. Bewoners van onze regio moeten daar van op aan kunnen, rechtszekerheid op dit punt is noodzakelijk. Uiteraard verliezen wij ook het economische en luchtvaartbelang niet uit het oog. De belangen van de luchtvaart, de ruimtelijk-economische ontwikkeling en de leefkwaliteit moeten met elkaar in evenwicht zijn. Dat vergt een integrale afweging. Ook de Commissie m.e.r. heeft recentelijk in haar adviezen met betrekking tot de LVB en Luchtruimherziening weer het belang van een integrale afweging en transparante keuzes tussen verschillende belangen benadrukt. 5 Deze afwegingen moeten voor de korte en middellange termijn (tot 2030 en daarna) worden uitgewerkt. Vragen die daarbij spelen zijn onder andere:

Zie de reactie op punt 3 hiervoor.

hoe kan de luchtvaart de ruimte geven aan de leefkwaliteit in de regio? Alleen innovatie en vlootvernieuwing geven onvoldoende perspectief op de noodzakelijke verbetering van de leefkwaliteit, daar is meer voor nodig. welke basisleefkwaliteit hanteert de rijksoverheid als norm (normstelling), voldoet de leefsituatie van omwonenden hier ook inderdaad aan (monitoring), waarop kunnen de betreffende omwonenden aanspraak maken indien hun leefsituatie hier niet aan voldoet (wat) en waar kunnen zij zich daarvoor melden (hoe)? Conform het advies van Van Geel. of en zo ja hoe stedelijke ontwikkelingen met maatwerk en een brede belangenafweging vorm kunnen krijgen ondanks de beperkingen die de luchtvaart in beginsel met zich meebrengt? hoe wij in een gezamenlijke rijk-regio inspanning de leefkwaliteit versterken door vergroening? In gebieden waar geen woningen gebouwd kunnen worden wegens veiligheid of te veel hinder vanuit de lucht(haven), zou versterking van groen, recreatie en natuur bij kunnen dragen aan de leefkwaliteit in de regio. Hier ligt wel een gezamenlijke verantwoordelijkheid van partijen.

hoe geven we, met ook hier wederkerigheid als vertrekpunt, vorm aan nieuwe rekenregels voor cumulatie van vliegtuiggeluid in combinatie met een gewijzigde omvang van het werkingsgebied voor die cumulatie? Het zondermeer verzwaren van de bijdrage van luchtvaart in het gecumuleerde geluidniveau (zoals werd voorgesteld in de Aanvullingsregeling

40

geluid) zet de woningbouwopgave in de regio gevaarlijk onder druk. Naast verhoogde procesrisico’s gaat het om vertraging en zelfs uitval van (delen van) belangrijke locaties. 6 Alleen het keuzevraagstuk Leefkwaliteit Schiphol noemen in de Verstedelijkingsstrategie leidt nog niet tot actie. Dit keuzevraagstuk moet leiden tot een concrete Rijk-regio afspraak in het BO MIRT van november 2021. Het MIRT zien wij als de plek waar op een integraal vlak rijk-regio belangen samenkomen en vanuit AM stellen wij dan ook het volgende besluit voor:

Zoals aangeven in de reactie bij punt 3 zal de integrale aanpak van het vraagstuk verhogen leefkwaliteit en een duurzame en robuuste ontwikkeling van Schiphol door Rijk en regio gezamenlijk worden uitgewerkt. Bezien zal worden welke systematiek het meest passend is voor deze gezamenlijke uitwerking. Centraal staat in ieder geval de gezamenlijke integrale afweging.

Rijk en regio spreken af voor het keuzevraagstuk Leefkwaliteit Schiphol een MIRT Onderzoek te starten met als doel de vraagstukken rond dit keuzevraagstuk integraal op te pakken. Dit MIRT Onderzoek start eind 2021 en de resultaten worden besproken in het BO MIRT van het najaar 2022. Vanuit het ministerie van IenW is in 2020 al een visie neergelegd in de Luchtvaartnota waarbij een bijbehorende Uitvoeringsagenda is opgesteld. Deze stukken en de rijk-regio overleggen, bijvoorbeeld met de BRS, worden bij het MIRT traject betrokken. Het MIRT traject kan het vraagstuk echter breder trekken in een integraal ruimtelijk onderzoek, zodat een brede en transparante belangenafweging tot zijn recht komt. 7 Onderzoek naar afwaarderen A10 Om de autobereikbaarheid in de MRA te behouden, is het van belang dat de draaischijf (de ring A10) draaiende blijft. Daar zijn wij het over eens. Eén van de opties is om het doorgaand verkeer meer via de A5 en de A9 te leiden als “tweede ring” om Amsterdam heen. Hier wordt komende maanden binnen het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) onderzoek naar verricht. Het is van belang dat dit in het Verstedelijkingsconcept ook als onderzoek wordt genoemd en er niet vooruit wordt gelopen op nog te nemen besluiten. In het kaartmateriaal zien wij bijvoorbeeld al de tweede ring ingetekend en de huidige Ring A10 wat vager, nauwelijks zichtbaar gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=d288b6de-e7a8-4620-abad-af3dc850aa9f