Agendabundel
Tekst van het document
ook mensen die het allemaal zelf gaan organiseren. Voorzitter, ik ga afronden. Het CDA was voornemens om twee moties in te dienen. Eentje ging over de schuldhulpverlening voor gezinnen. Het CDA zou deze graag naar 125 procent van het sociale minimum brengen. Maar wij wachten hier nog even mee. Wij willen graag eerst het advies afwachten van het college wat voor gevolgen dit voor de financiën zouden hebben. Wel dienen wij een motie in over de openbare toiletten in Aalsmeer. Met uw goedvinden dien ik die straks meteen na deze beschouwing in. Maar dat hebben we al aangegeven. Aalsmeer is ambitieus en er zijn heel veel zaken die ingewikkeld zijn, dus wordt er veel van de kernorganisatie en ook van de AAorganisatie verwacht. Dus vanaf deze plaats wensen wij hen allen veel wijsheid toe. En dat wensen wij ook alle ondernemingen, verenigingen, stichtingen en vrijwilligers toe. Voorzitter, ook dit jaar wil ik eindigen met de mooie woorden van onze voormalige koningin Beatrix. Ik wens u daar allen Gods zegen bij. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Daarbij is de motie openbare toiletten in Alsemeer ingediend. U wilde nog wat zeggen? De heer Van Willegen: Dictum over voorlezen, of is dat helemaal niet nodig? De voorzitter : Nee hoor, deze korte, krachtige indiening was meer dan voldoende. Ik wil nog wel even aangeven dat u in 2023 ook een motie heeft ingediend, hoge nood.
En dit is daar een vervolg op. Mag ik het zo zien? Ja. Oké. Dan gaan wij door naar de VVD, mevrouw Mijwaart. Mevrouw Mijwaart: Dank u wel, voorzitter. Wij willen als VVD ook graag reageren op de ingezonden lezerspost van de PvdA. Voorzitter, vandaag heeft de PvdA-fractie in een ingezonden brief bij Aalsmeer Vandaag laten weten niet meer mee te willen doen met de behandeling van de kadernota. De PvdA-fractie schittert hier dan ook door afwezigheid. Voorzitter, vandaag is één van de belangrijkste dagen uit het politieke jaar. Een dag waarop de gemeenteraad inhoudelijk en financieel wordt gerapporteerd over het lopende politieke jaar en een inkijkje geeft in de plannen voor het komende jaar. Door niet te komen verzuimt de PvdA hun kerntaak, het vertegenwoordigen van hun eigen kiezers en de inwoners van Aalsmeer. Deze houding vindt de VVD politiek onwaardig. Het valt de VVD op dat de PvdA het belangrijker vindt om via de krant politiek te bedrijven in plaats van in de daarvoor bestemde vergaderingen op te komen. Wij betreuren dit dan ook ten zeerste. Dank u wel. Dan wil ik nu graag beginnen met de beschouwing van de VVD. De voorzitter: Dan gaat uw tijd nu in. Mevrouw Mijwaart: Dank u wel, waarvan akte. Ik denk dat ik binnen de tijd blijf. Geachte raadsleden, college van B&W, aanwezigen en vooral de kijkers thuis.
Allereerst wil de VVD het college en de ambtelijke organisatie bedanken voor hun inzet en prettige samenwerking van het afgelopen jaar. Op de agenda staan vandaag de algemene beschouwingen, vaststellen eerste bestuursrapportage 2025, het vaststellen van de kadenota 2026 en de jaarrekening 2024 en als laatste de meicirculaire 2025. Wat opvalt is dat wij te maken hebben met een beleidsarme kadenota. Komend jaar zijn de gemeenteverkiezingen en zijn er helaas weinig voorstellen voor nieuw beleid. De eerste bestuursrapportage 2025. De VVD is positief over de bestemmingsreserves. Het is prima om de reserves te voeden en het is goed dat de handhaving op de Westeinder wordt aangepakt. Op bladzijde 12 staat het puntje mantelzorg. Mantelzorg wordt steeds belangrijker, ook in onze dorpen. Wij zijn dan ook heel erg benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek mantelzorgbeleid en vinden het jammer dat dit vertraging heeft opgelopen. Wij zijn zeer benieuwd naar de reden van deze vertraging. Op bladzijde 21 punt 5 staat de renovatie verduurzaming van de Jozefschool en dat er geen prioriteit vanuit het schoolbestuur is gevonden. Waar heeft het bestuur dan wel prioriteit aan gegeven? De bouwkosten worden namelijk nu alleen maar hoger. Op bladzijde 28 staat vermeld, de aanpak van het bedrijventrein Hornmeer, dat het doorgeschoven is wegens capaciteitsgebrek.
Wij vragen ons af of dit wel verstandig is. Op bladzijde 28, de omgevingsvergunning Westeinderhage heeft helaas ook vertraging opgelopen doordat de aanvragen niet passen in het omgevingsplan. Hoe kan dit weer vlot getrokken worden? Op bladzijde 39, de pilot Pagina 6 van 33
doorstroming is vertraagt. Dit zou toch zeker prioriteit moeten hebben. Wat is de reden van vertraging? Dan gaan we naar de kadernota 2026. Het financieel perspectief ziet er beter uit dan afgelopen jaar en wordt vooral veroorzaakt doordat het Rijk toch nog met geld over de brug is gekomen in verband met het ravijnjaar. Anderzijds lijkt het ravijnjaar nu te zijn doorgeschoven naar 2029. Helaas stijgen de rentekosten. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de toekomstige bouw van het zwembad en de brandweerkazerne. De fractie maakt zich al jaren zorgen om de continue kostenstijging van de jeugdhulp en we merken gelukkig dat de wethouder hier ook zeker een vinger aan de pols houdt. Onze gemeente beschikt over zeer goede financiële mensen, waaronder onze wethouder Sven Spaargaren en de afdeling is solide en goed bezig. Op bladzijde 52 8.3 staat dat wij in beide gemeenten een veilige en gezonde fysieke leefomgeving in stand willen houden. Hier kunnen wij ons helemaal in vinden. Wordt met beide gemeenten Aalsmeer en Amstelveen bedoeld? Zo ja, wat is dan de verdeling van de kosten? De invoering van de nieuwe Omgevingswet heeft geleid tot extra werkzaamheden en daarom dienen er twee extra krachten aangetrokken te worden.
Terechte vraag is dan ook, gaan de kosten bij de omgevingsdienst dan omlaag? Bladzijde 56 punt 4, voor het opleidingsbudget is er het voorstel om het huidige budget van 1500 euro naar 4000 euro te verhogen. Wij vragen ons af, is dit niet een beetje veel? Het is een behoorlijke verhoging, mede gelet op het huidige e-learning aanbod. De jaarrekening. Wij lezen dat er een fors overschot van acht miljoen is. Maar gezien alle onzekerheid vanaf 2027 en 2028 lijkt het de VVD verstandig om dit toe te voegen aan de algemene reserves. Dit is hard nodig om een beetje vet op de botten te krijgen en dat is in deze tijd zeker aan te bevelen. Bovendien is het, mede gezien de komende gemeenteraadsverkiezingen, goed om een buffer aan te brengen voor mogelijke nieuwe ambities en plannen van de nieuwe raad. De meicirculaire. Deze valt voor 2025 mee. Een eenmalige plus, zullen we maar zeggen. Want vanaf 2026 valt het weer tegen. Iedereen moet zeer alert blijven. Alles overziend is Aalsmeer financieel goed bezig. Maar wat de toekomst en met name de uitkomst van de landelijke verkiezingen gaat brengen is nog een verrassing. De VVD heeft nog wel wat zorgen en vragen en gaat ervan uit dat het college deze zorgen deelt en een reactie op onze vragen kan geven. De VVD zou het zeer waarderen als het college terughoudend wil zijn met het verhogen van de verblijfsbelasting.
En het raakt de VVD dat Aalsmeer qua woonlasten de 276ste plaats inneemt van de 342 gemeenten in Nederland en vraagt of deze trend te keren is. Aalsmeer is nu bijna het slechtste jongetje van de klas. Zo ook de afvalstoffenheffing, deze is sinds 2024 hoger dan het landelijk gemiddelde. De VVD maakt zich hard voor een lastenvermindering en vraagt het college om dit nog eens nader te bekijken of er mogelijkheden zijn dat dit bedrag naar beneden bijgesteld kan worden. De komende periode zullen wij de kadernota verder behandelen in de raad. De VVD kijkt uit naar uw input en opmerkingen. Samen kunnen wij ervoor zorgen dat Aalsmeer en Kudelstaart een prachtige plek blijven om te wonen, werken en fijn te leven. Wij wensen u dan ook een hele mooie zomer toe en zien elkaar graag weer op 29 augustus in goede gezondheid en gaan dan gemotiveerd aan de slag met alle onderwerpen. Dank u wel voor uw aandacht. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we door naar Absoluut Aalsmeer, mijnheer Koster. De heer Koster: Dank u, voorzitter. Voor ons liggen lijvige stukken vandaag. Bestuursrapportage, jaarrekening, kadernota, meicirculaire. Heel wat pagina's om te lezen. En hoog over is het niet heel ingewikkeld. De jaarrekening is voorzien van een positief advies van de auditcommissie en door de accountant inmiddels goedgekeurd.
In de bestuursrapportage staat dat de beleidsuitvoering op schema ligt, waarvoor de afronding in 2025 te verwachten is en er komen drie nieuwe bestemmingsreserves. En de kadernota is beleidsarm vanwege de verkiezingen in 2026. En het college trekt ook geen wissel op de komende coalitie. Een zaak die wel ingewikkeld is, merkten we in de voorbereiding van deze dag. Nadat alle fractieleden hun deel van de stukken hadden gelezen, reageerden de meesten met de vraag, wat moet ik hier nu mee? Is dit alles overziend en alles gelezen hebbend het hele circus op 3 juli wel nodig? En voor wie doen we dit? De voorzitter: Mag ik u heel even onderbreken? Kunt u iets beter in de microfoon praten? Dan bent u net iets beter te verstaan. Excuses dat ik u onderbrak.
Pagina 7 van 33
De heer Koster: Enkele weken geleden heeft even de overweging gespeeld om als oppositiepartijen gezamenlijk met één reactie te komen op de stukken. En wel een hele korte, geacht college, we geven er een klap op en gaan door. Geen pleidooi of discussies over indexering, reserves, geld voor de midgetgolfclub of de ontwikkelingen in Den Haag of de kinderboerderij. En die overweging begrijp ik wel en leidde bij onze fractie tot de conclusie dat er sprake is van verzadiging. De oppositie is verzadigd omdat ze de laatste maanden een potje powerplay van de coalitie heeft mogen aanschouwen met weinig tot geen ruimte voor extra overleg over grote onderwerpen, zoals de gebiedsvisie Kudelstaart of het verkeerscirculatieplan. En het meest recente voorbeeld is de diskwalificatie die de fractie van de VVD meegaf aan de motie ingediend door de oppositiepartijen. Kolder, doen we niet aan mee. Een onbeleefde reactie, omdat die fractie heel goed wist dat we publiekelijk niet over alle aspecten van de kwestie mochten spreken vanwege de geheimhouding op onderdelen. En de weerstand tegen deze manier van werken neemt toe. En dat merken we allemaal ook aan de keren dat we een beroep doen op onze eigen gedragscode. Inhoudelijk had Absoluut Aalsmeer het natuurlijk graag anders gezien. Socialer, groener, veiliger, duurzamer en een steviger verweer tegen Schiphol.
En Absoluut Aalsmeer heeft ook nog zorgen. Er is een belangrijke eerste stap gezet in de energietransitie. Maar op dit dossier blijven we aandacht vragen voor energiearmoede, zijnde huishoudens met een laag inkomen in combinatie met een hoge energierekening en/of in combinatie met een woning van slechte energetische waarde. En in Aalsmeer is de energiearmoede in 2023 vastgesteld op 3,7 procent. En deze huishoudens geven gemiddeld 8,5 procent van het inkomen uit aan energiekosten. Aanzienlijk meer dan de 5,2 procent die een gemiddeld gezin hieraan uitgeeft. Hoe zorgen we ervoor dat ook deze huishoudens aanhaken? Aanhoudende zorgen ook over de kosten in de zorg en met name de jeugdzorg. Op dat vlak ligt het voor de hand om samen met de VNG druk uit te blijven oefenen op de centrale overheid om voldoende middelen te krijgen voor deze taak. En waarom zetten we niet extra stappen in het aantrekken van praktijkondersteuners GGZ-jeugd voor de huisartsen als dit evident bijdraagt aan de verlaging van de wachtlijsten en ontlasting van de huisarts? En gaan we doorpakken op een efficiënte verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid op basis van het nieuwe verkeerscirculatieplan voor alle verkeersdeelnemers? Valide en minder valide, jong en oud. Met een accent op beïnvloeding van gedrag en misschien handhaving.
Een mooi voorbeeld van samenwerking en geleidelijke besluitvorming is de installatie van de jongerenraad. Hier is echter één aspect dat onderbelicht is gebleven, dat we vooral moeten stimuleren dat er voldoende contacten zijn tussen de ambtenaren in dit pand en de jongeren. Simpelweg omdat het leuk is voor ambtenaren om met jongeren te werken en het leerzaam is voor de jongeren. In het licht van de eerder gemaakte opmerkingen over het gedrag in deze raad haak ik graag nog even aan bij een recent verschenen essay over de kracht van lokale politieke partijen en de beleving van de lokale democratie. Waar de lokale partijen ooit marginaal waren, zijn deze de afgelopen twintig jaar gegroeid naar een bezetting van ruim één derde van alle gemeenteraadzetels in Nederland. En die trend zet zich voort. In dat opzicht ziet Absoluut Aalsmeer de verkiezingen in ‘26 met vertrouwen tegemoet. De centrale vraag die deze trend oproept is wat dit ons vertelt over de manier waarop inwoners de vertegenwoordiging door ons als raadsleden ervaren. En vooropgesteld twee opmerkingen. Ten eerste, er valt niets te zeggen over de kwaliteit van de fractie of de fractieleden. Grosso modo hebben alle fracties sterke en minder sterke leden. Actieve en passieve leden. Opportunisten, populisten. En mensen die de politiek helemaal niet leuk vinden.
Ten tweede, het betekent ook niet dat lokale partijen de kiezers beter vertegenwoordigen. Maar het zegt wel iets over de inrichting en beleving van onze democratie. De macht in Nederland ligt bij de gekozen organen, de gemeenteraad, provinciale staten en bij de Tweede Kamer. En hier in ons dorp vertegenwoordigt de gemeenteraad alle inwoners. Niet alleen de mensen die gestemd hebben of de eigen achterban, maar iedereen die onder het bestuur valt. Dit is essentieel omdat het de vertegenwoordiging tot een ondeelbare en gezamenlijke verantwoordelijkheid maakt. Niet de burgemeester, niet het college en zeker niet alleen de coalitie, maar de raad als geheel is zowel de vertegenwoordiging als het hoogste bestuursorgaan. En het vertrouwen van de inwoners is gebaseerd op het functioneren van dit geheel. Op het idee dat hier belangen worden afgewogen, dat er openheid is over keuzes en dat gesprekken in deze raad voor mensen begrijpelijk en te volgen zijn. En het vertrouwen van de inwoners in deze raad is uiterst kwetsbaar. Veel inwoners weten niet exact waar een partij voor staat of kennen de raadsleden niet of deels. En politiek wordt vaak als ver weg ervaren. En dit Pagina 8 van 33
gevoel wordt versterkt doordat mensen zich niet herkennen in de taal, het gedrag of de besluiten van de raad. En daar zit wat Absoluut Aalsmeer betreft de crux wat onze rol betreft. Iedere zetel in deze zaal is in democratisch opzicht in principe leeg. Een lege zetel die tijdelijk wordt bezet, maar nooit definitief van iemand is. Ook al zit je acht of achttien jaar op die zetel. Niemand neemt permanent plaats. Iedereen draagt tijdelijk verantwoordelijkheid en legt hier openbare verantwoording over af. En dan loop je het risico dat je de weg kwijtraakt als het gaat om macht en gezag. Macht kun je krijgen of grijpen en geeft je het recht om besluiten te nemen. Gezag is het vermogen om gehoord te worden. Gezag moet je verdienen, moet je waarmaken en daarvoor moet je hier ook aanwezig zijn. En precies op dat vlak leveren de lokale partijen een belangrijke bijdrage. Het is zelden de taal of de toon vanuit het machtsdenken. Het is soms onbeholpen of zelfs naïef, maar het straalt wel betrokkenheid en empathie uit. Niet door ideologisch scherp te slijpen, maar door bij te dragen aan begrijpbare besluiten. Aldus, voorzitter, om die reden doe ik nogmaals een dringend appel aan dit college en deze raad.
Laten we ons concentreren op het nut en de noodzaak van het gezag van deze gemeenteraad als gemeenschappelijke taak, dat er een eerlijke en herkenbare afweging van belangen wordt gemaakt, dat we het gevoel bevorderen dat de raad van ons allemaal is en dat er ruimte is voor verschillen van mening en dat besluiten met respect worden genomen. Mensen accepteren besluiten eerder als ze zien dat het proces eerlijk is verlopen en dat de afgewogen belangen ook de hunne hadden kunnen. En we gaan over tot de orde van de dag. Dank. De voorzitter: Hartelijk dank. Dat brengt ons bij GroenLinks, mevrouw… Sorry, D66. U dacht even, ik ben een zetel kwijt. Nee hoor. D66, mevrouw Geisler. Mevrouw Geisler: Hij doet het. Dank u wel, voorzitter. Ik zou willen beginnen met het uitspreken van mijn spijt dat de PvdA niet hier is. Het verdriet ons zeer dat zij de discussie, nee, dat ze willen zenden via de pers. En dat ontneemt hun en ook ons de mogelijkheid om in gesprek te gaan met over alles wat ze zeggen. Het had veel beter geweest als ze hier waren geweest. Alhoewel ik denk dat dat ook niet een leuk gesprek geworden zou zijn. Maar dan was er in ieder geval wel een gesprek. En ik denk dat dat veel beter geweest zou zijn. Het past wonderwel bij het hart van het betoog wat ik wil houden vandaag. Dus daar ga ik maar gewoon mee beginnen. Het gaat onder andere over compromis.
Ooit was het compromis de vanzelfsprekende basis voor vertrouwen. De wil om eruit te komen. En een noodzakelijke basis voor samenwerking. Waar is dat compromis gebleven? Vandaag de dag is er verharding en polarisatie te zien. Burgers lijken hun eigen partij aanzienlijk betrouwbaarder te vinden als die bij de onderhandelingen vasthoudt aan haar standpunten. Zelfs als dat de resultaten en vooral de toekomst in gevaar brengt. Dit komt verrassend genoeg niet uit een afwijzing van samenwerking, maar uit een verlangen naar politieke duidelijkheid. En overigens horen we het meest vocale deel van deze burgers. Degenen die de polarisatie niet steunen en die meer voor dat compromis zijn, die horen we veel minder. Maar als je iets maar genoeg hoort, dan wordt het vanzelf waarheid. En dat is dus nu de polarisatie. Grote extreme ideeën, realistisch of niet, die zorgen voor een achterban die gevoed wordt met luchtkastelen. En het resultaat is teleurstelling bij burgers en inwoners als die bouwwerken niet uitvoerbaar blijken. De polarisatie is dan ondertussen wel weer verhard en de kloven tussen de standpunten van de politieke partijen zijn weer groter geworden. Een compromis is een brug tussen belangen. De mogelijkheid voor iedere politieke partij om haar eigen kleur te behouden en de belangen van haar kiezers te bedienen en toch constructief een stap voorwaarts te doen.
Een mogelijkheid om te luisteren naar een ander en te overwegen, daar zit wat in. Net zo goed als een college haar best doet om met een goed raadsvoorstel te komen, zou een raad kunnen reageren niet alleen met nee of een maar, met een nee tenzij. Niet met een hersenloos ja of ja maar, maar met een ja en of ja, mits. Het compromis werkt toe naar samenwerking. De wil om er samen uit te komen. Waarbij in het luisteren naar elkaar alle betrokken belangen worden afgewogen en elkaar in die samenwerking een beetje toe te geven. Dat zou de besluitvorming kwalitatief verbeteren en moeten sturen. Het is mijn eerste periode in de gemeenteraad van Aalsmeer. Ik heb veel, nee, want gehoord. Ik heb me erover verbaasd over hoe lang het daardoor duurt voordat de stemmen dan weer bij elkaar komen om iets te besluiten waarop kan worden voortgeborduurd. Ondanks dat zijn er toch zeventig besluiten genomen in de afgelopen periode. Waaronder niet de minste. Nieuwbouw van het zwembad, een nieuwe brandweerkazerne, Pagina 9 van 33
herbenoeming van onze burgemeester, gebiedsvisie Kudelstaart, nieuwbouw Westeinderhage en Oosteindedriehoek. En over die andere naam moeten we het nog maar eens hebben. Masterplan energie en ik kan zo nog wel even doorgaan. Vooral de nieuwbouw van Westeinderhage heeft mij verbaasd. Ook in Kudelstaart moesten we bouwen, bouwen, bouwen. Er waren geen woningen beschikbaar. Er werd helemaal niks gebouwd. Alle beschikbare huizen zouden naar Amsterdammers en meer van dat volk van buiten gaan en al onze eigen inwoners werden uit de gemeente gedrukt, inclusief jeugd en ondernemers. Ik overdrijf, dat hebt u door. Maar dit is precies het soort van taal waarvan ik denk dat het het resultaat niet helpt. Westeinderhage heeft maar liefst drie onderzoeken moeten afwachten om te constateren dat de gewenste rotonde gewoon helemaal niet paste. Terwijl als je daar op de kruising gaat staan dan kan je dat gewoon zien. En dat stond al in het rapport van ervoor. Het is heel belangrijk dat we zorgvuldig te werk gaan. Dus ik ben voor onderzoeken en precies uitvinden waar het allemaal over gaat. Wat nodig is, is nodig. Maar niet nog een onderzoek als de resultaten van dat onderzoek op voorhand al bekend zijn en de bouw weer met minimaal een jaar wordt vertraagd. Mensen houden van succes. En ze houden nog meer van succes als ze er samen aan hebben bijgedragen.
Denk aan de samenwerking met partijen uit onze gemeente voor het masterplan energie en ook voor het verkeerscirculatieplan. Mensen worden zo blij van het meedoen aan die projecten. Ze worden blij van samen succes maken. Ze zijn meer bereid tot het luisteren naar elkaar. Meer bereid tot samenwerking en de ander iets gunnen. Er ontstaat verbinding en overleg waardoor we elkaar ook op andere manieren beter kunnen vinden. Volgens mij willen we allemaal hetzelfde, een fijne plek om te wonen voor al onze inwoners, onze dierbaren en naasten waarbij de eigenheid van Aalsmeer en Kudelstaart blijft bestaan. Een zo schoon mogelijke plek, op een zo welvarend mogelijke plek, op een zo gezond mogelijke plek, op een zo stil mogelijke plek. En daar waar de een meer nadruk hier legt, zorg en leefbaarheid, en de andere ergens anders, woningen, onderwijs, het zijn allemaal puzzelstukjes van dezelfde puzzel, het is maar waar je er naar kijkt. Het grote geheel komt neer op wat ik net beschreef. D66 wil een sociale gemeente. We geloven in de kracht van mensen en we geven steun in de rug aan iedereen die het nodig heeft. We willen een welvarende, groene en rechtvaardige samenleving. We brengen voorzieningen terug in de wijken, omdat we geloven dat de toegankelijkheid en de sociale samenhang begint op het niveau van een wijk of buurt. D66 is toekomstgericht.
Niet blijven hangen in het verleden, maar werken aan een leefomgeving die beter is voor onze kinderen en kleinkinderen. Of zoals kinderburgemeester Vera Keessen het in het kader van het masterplan energie heeft gezegd, later wil ik ook nog kunnen leven zonder elke dag een natuurramp. En dergelijke uitspraken over zorgen nemen we serieus. We zoeken naar innovatieve mogelijkheden om de toekomst beter te maken voor onze kinderen en kleinkinderen. D66 gaat uit van de menselijke maat. We geloven in de creativiteit, de verbeeldingskracht en de zelfredzaamheid van mensen. Geen betutteling, maar ondersteuning, als dat nodig is. We gaan in gesprek met inwoners over wat er precies nodig is en we zorgen voor een politiek die hier ruim baan aan geeft. Dat betekent dat ieders stem ertoe doet. Macht moet altijd integer worden uitgeoefend en kritisch kunnen worden bevraagd. Wij willen dat de overheid er is als je haar nodig hebt. Een overheid die luistert en eerlijk is over de keuzes die ze maakt. We zijn onderdeel van een overheid die de mens ziet en de menselijke maat terugbrengt. Als we alle stukjes van de puzzel combineren, komen we tot de kracht van samen. Laten we, en dit heb ik al eens eerder gezegd, laten we het hartgrondig met elkaar oneens zijn. Laten we heel goed daarin naar elkaar luisteren. Met respect en vanuit de intentie dat iedereen het goede bedoelt.
Vanuit de intentie van samenwerken voor het grote geheel, voor het doel wat we gezamenlijk hebben en dat zijn de inwoners van onze gemeente. Laten we elkaar met respect daarin benaderen, zonder lelijke beschuldigingen die ook vaak door hun beperkte weergave niet eens waar zijn. Zo kunnen we als gemeenteraad slagkracht laten zien naar de inwoners en zorgen voor een schone, gezonde, stille, veilige en leefbare gemeente. We bedanken u, collega raadsleden. We bedanken het college en de ambtelijke ondersteuning voor de collegialiteit en de inspanning die door een ieder is geleverd op de mooie resultaten van de afgelopen periode. Ondanks mijn pleit voor meer samen, hadden we deze resultaten zonder samenwerking niet kunnen bereiken. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we nu naar GroenLinks, mevrouw Lakerveld.
Pagina 10 van 33
Mevrouw Lakerveld: Dank u wel, voorzitter. Algemene beschouwing is namens GroenLinks Aalsmeer. In het laatste jaar van deze bestuursperiode staan we voor een duidelijke opdracht. Niet achterover leunen, maar doorpakken. GroenLinks wil dat dit jaar telt. Niet alleen financieel, maar vooral maatschappelijk. Want een sluitende begroting is mooi maar het gaat erom of we de juiste keuzes maken. De jaarrekening laat zien dat Aalsmeer er financieel sterk voor staat. Dat biedt kansen. Kansen om plannen om te zetten in daden. Onze gemeente nog socialer, groener en leefbaarder maken. GroenLinks wil dat we nu doorpakken. Met minder papierwerk, maar meer zichtbaar resultaat. Voortgang betekent ook bescherming. De overlast van Schiphol is een duidelijk pijnpunt. Al jaren horen we behoeften over stillere vliegtuigen, maar de hinder blijft. Voor ons is duidelijk, krimp is noodzakelijk. Als juridische stappen nodig zijn om onze inwoners te beschermen, dan moeten we dat durven doen. Duurzaamheid moet voelbaar worden. Het masterplan energie is een goed begin, maar inwoners moeten vergroening en klimaatmaatregelen ook echt gaan merken in hun wijken. Woorden zijn niet genoeg. Het moet zichtbaar worden. Wonen blijft wel een uitdagend knelpunt. Te veel woningen zijn gericht op mensen van buitenaf, terwijl onze eigen jongeren en starters nauwelijks aan bod komen. Dat moet anders.
Met eenvoudigere procedures, actieve grondbeleid, kunnen we bouwen voor wie het hardst nodig heeft in Aalsmeer. De zorg verdient een blijvende aandacht. Zeker voor mensen die niet digitaal vaardig zijn, moet ondersteuning toegankelijk blijven. Niemand mag tussen wal en schip vallen. Een gezonde wijk begint bij toegankelijke zorg. Laten we in onze gemeente onze verantwoordelijkheid nemen en samen met zorgprofessionals bouwen aan een sterk fundament voor de toekomst. Een eerlijke verdeling van lasten is essentieel. We steunen de verhoging van de toerismebelasting. Toerisme brengt kosten met zich mee. Het is eerlijk dat die niet alleen op schouders van onze inwoners komen. Tegelijk willen we dat het college scherp blijft op de balans. En als we kiezen voor 30 kilometer per uur op veel wegen, dan moet dat ook voelbaar zijn. Niet alleen met bordjes, maar met een inrichting die uitnodigt tot veilig rijden. Voorzitter, wij staan voor een gemeente die er echt is voor haar inwoners. Sociaal, groen en leefbaar. Dat vraagt om lef, duidelijke keuzes en aandacht. Laten we dit laatste jaar benutten om samen met heel gemeenteraad het verschil te maken. Nu is het moment. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan, als u nog even de microfoon kunt uit klikken. Dan gaan we naar de laatste spreker van de algemene beschouwingen, FlorAalsmeer, mevrouw Keessen.
Mevrouw Keessen: Voorzitter, vandaag bespreken we de jaarstukken over 2024 en de kadernota voor 2026. Het zijn documenten met grote woorden, lange zinnen en veel ambities. Maar achter al deze beleidsregels en grafieken schuilt één simpele vraag, is het leven van onze inwoners er echt beter op geworden? Want daar draait het om. Niet om vinkjes op papier, maar om vertrouwen in het bestuur. Niet om begrotingsresultaten, maar om bestaanszekerheid. Woningen, zorg en veiligheid voor mensen hier in Aalsmeer en Kudelstaart. In zekere zin is dit een moment van balans, maar ook van waarheid. Wat heeft dit college de afgelopen jaren bereikt? Wat zijn de lessen? En vooral, hoe ziet Aalsmeer en Kudelstaart eruit onder dit bestuur? Als oppositiepartij gaan wij daar vandaag eerlijk over zijn. Want terwijl het college zichzelf feliciteert met een gezonde financiële positie en ambitieuze plannen, zien wij in de praktijk een ander beeld. Een beeld van goede bedoelingen zonder borging. Van geld dat rolt, maar waarvan niemand weet of het goed terechtkomt. Van papieren doelen zonder controle op effect. We zien een college dat zijn werk beschrijft in termen van inzet en intenties, maar niet in resultaten. We lezen dat doelen grotendeels zijn gerealiseerd, maar nergens wordt uitgelegd hoe, voor wie, en met welk meetbaar resultaat. Als raad zouden wij ons moeten kunnen baseren op feiten, op effect.
Maar als we vragen naar effectmeting, blijven de antwoorden vaag. Dat is niet alleen frustrerend, dat is bestuurlijk onvolwassen. Als je als gemeente miljoenen uitgeeft aan jeugdzorg, Wmo en participatie, dan moet je weten, werkt het? Waar komt het geld terecht? Helpt het? Dat is geen wantrouwen, dat is gezonde, democratische controle. Wat we nu doen, is gemeenschapsgeld uitgeven en hopen dat het goed komt. Het college stelt doelen, maar meet nergens of ze behaald zijn. Beleid zonder effectmeting is beleidsblindheid. Voorzitter, dat kan en moet anders. Wij onderschrijven dan ook de adviezen van de accountant en de aanbevelingen van de auditcommissie. Daarom stellen we vandaag voor dat we structureel vastleggen en de raad structureel actief informeren hoe we meten en of het beleid werkt. Niet alleen mooie voornemens, maar harde cijfers. Wat ons betreft gebeurt Pagina 11 van 33
dat met duidelijke prestatie-indicatoren per programma. Het sociaal domein. Het percentage jongeren met jeugdhulp, daalt dat dankzij preventie? De kosten per cliënt, blijven die onder het regionaal gemiddelde? En de wachttijden Wmo, worden die korter? Het wonen. Hoeveel woningen zijn er echt gebouwd? En klopt de verdeling, 35, 30, 35? Hoeveel Aalsmeerse en Kudelstaartse ouderen stromen daardoor door? En hoeveel starters hebben een woning kunnen kopen of huren? En de openbare ruimte. Is het groenonderhoud op het afgesproken niveau? Zijn inwoners daadwerkelijk tevredener over hun buurt? De duurzaamheid. Wat is de ecologische impact? Het masterplan energie bevat geen ecologische impact analyse, geen aandacht voor biodiversiteit en geen heldere kostenraming voor inwoners. Het biedt vooral voordeel voor bedrijven, maar laat bewoners in de kou staan. Dan de financiën. Het jaar wordt afgesloten met een positief resultaat, maar dat komt vooral door incidentele meevallers van het Rijk. Structureel gaat het beeld na 2027 omlaag. Kosten zullen stijgen, belastingen zullen moeten stijgen. Er is nog geen sluitende strategie voor structurele tekorten. En hoe weerbaar zijn wij als gemeente als de incidentele meevallers opdrogen? Zonder meetbare resultaten blijft alles bij mooie verhalen.
Door dit vast te leggen in de programmabegroting 2026 sturen we niet alleen op papier, maar ook in de praktijk. Ons heldere voorstel is dan ook, meten wat je zegt te doen of te hebben gedaan. En dan de woningmarkt. Er zijn ruim 14 duizend woningzoekenden, zo gaf Eigen Haard aan. Maar de woningen die gebouwd worden zijn te duur en verdwijnen naar mensen van buiten. Starters en senioren blijven op wachtlijsten staan, gemiddeld zo’n dertien jaar. En dat is bouwen voor de markt, niet voor onze inwoners. Laat ik een schrijnend voorbeeld noemen. Vorig jaar diende FlorAalsmeer een initiatiefnota in, gericht op knarrenhofjes voor ouderen en appartementen voor jongeren. Een concreet plan, passend binnen de woonvisie, met brede steun en duidelijke locaties op het oog. En de wethouder deed toezeggingen. Maar gesprekken met grondeigenaren zijn nooit gevoerd. Sterker nog, het initiatief is stelselmatig geblokkeerd, met name door de coalitie. En waarom? Omdat men schermde met het behoud van het tuinbouwconcentratiegebied en de Greenport-status. Het zou allemaal niet kunnen. Maar nu blijkt dat in het Uithoornse deel van exact dat gebied, gewoon een verblijf voor arbeidsmigranten gebouwd mag worden. Dat kan dus blijkbaar wel. Zo zie je, wanneer het om goede huisvesting voor eigen inwoners gaat, is alles ineens onmogelijk. Maar als het politiek beter uitkomt, verdwijnen de bezwaren.
En dat geldt ook voor verdwijnend historisch erfgoed, dat plaats moet maken voor appartementen die alleen de markt dienen. FlorAalsmeer noemt dat, meten met twee maten. Voorzitter, hetzelfde patroon zien we bij de gebiedsvisie Kudelstaart, waar zonneparken en windmolens op tafel liggen. De coalitie beweert tegen te zijn, maar stemde toch voor die plannen. En als je dan vraagt, kunnen wij als gemeente dat tegenhouden, zegt de wethouder, de provincie beslist, daar kunnen wij niets aan doen. Maar vorige week zagen we bij de kwestie paraplubestemming Hornmeer ineens het tegenovergestelde. Daar probeert dit college wel het provinciaal deel te omzeilen door een bestemmingsplan kunstmatig op te knippen. Niet voor iedereen, maar voor één partij. Met een zwakke juridische onderbouwing en een uitzondering die rechtsongelijkheid creëert. Dat is meten met twee maten. Provinciale regels gelden als het uitkomt en worden opgerekt als het beter past. Zo creëer je geen vertrouwen, maar willekeur. Voorzitter, rechtsgelijkheid is een fundament van behoorlijk bestuur. Maar dit college gaat daar lichtvaardig mee om. Neem het voorbeeld van een sportclub die via een omweg geld kreeg uit het representatiebudget. Geen aanvraag, geen gelijke behandeling, geen transparantie. Andere verenigingen? Die krijgen nul op het rekest. En dat is willekeur.
En als je willekeur toestaat, verlies je niet alleen grip, maar ook vertrouwen. Om deze reden hebben wij naar aanleiding van de beantwoording op onze vragen een aantal aanvullende en gerichte vragen aan het college over de zogenoemde subsidie aan handbalvereniging Aalsmeer. Allereerst, het college noemt dit een subsidie, maar in de beantwoording blijkt dat dit geld is geboekt via het representatiebudget en dat er sprake is van shirtsponsoring. Vraag, begrijpt het college dat dit juridisch eerder een sponsorbijdrage is dan een formele subsidie? En waarom is dan toch de term subsidie gebruikt? Ten tweede, de algemene subsidieverordening stelt duidelijk eisen aan het verstrekken van subsidies. Een aanvraag, een toetsing, een beschikking en een onderbouwing. Vraag, kan het college bevestigen dat deze stappen in dit geval niet of slechts deels zijn gevolgd? En ten derde, bij sponsoring hoort een tegenprestatie. Vraag, is er een schriftelijke overeenkomst gesloten over de zichtbaarheid van de sponsoring op de shirts en kan de raad die overeenkomst inzien? En ten vierde, in de beantwoording wordt niet duidelijk hoe deze constructie zich verhoudt tot de Pagina 12 van 33
precedentwerking. Vraag, welke kaders stelt het college om te voorkomen dat sportclubs voortaan via het representatiebudget een subsidie aanvragen? En tot slot, het college schrijft dat het waar van toepassing zal reflecteren op de gevolgde werkwijze. En de vraag is dan ook, wanneer vindt die reflectie concreet plaats en krijgt de raad daar inzicht in? Transparantie en zorgvuldigheid zijn geen papieren principes, maar de basis van ons budgetrecht. Het gebruik van een representatiebudget voor een subsidie of eigenlijk sponsoring vraagt om veel scherpere kaders en daarom vraagt FlorAalsmeer het college hierover helderheid te scheppen. Voorzitter, tot slot, wij realiseren ons dat er het afgelopen raadsjaar meer beleidsvelden zijn gepasseerd dan we in dit betoog kunnen behandelen. Onderwerpen als onderwijs, cultuur, verkeer en economie verdienen ook aandacht. Maar onze bijdrage richt zich op de thema's waar volgens FlorAalsmeer het verschil wordt gemaakt, of misschien juist wel wordt gemist, wonen, zorg, duurzaamheid, rechtsgelijkheid en bestuurlijke transparantie. Daar worden de keuzes gemaakt die het dagelijks leven van onze bewoners bepalen. En daarop beoordelen wij deze jaarstukken en de kadernota. Dit college vraagt vertrouwen voor de toekomst. Maar vertrouwen verdien je niet met mooie woorden alleen.
Vertrouwen verdien je met daden, met heldere cijfers en met het nakomen van afspraken. FlorAalsmeer kiest voor resultaatgericht beleid. Woningbouw voor eigen inwoners. Participatie met inhoud. En duurzaamheid met ecologie. Met duidelijke meetpunten. Met openheid en respect voor iedereen. Want dat is wat Aalsmeer en Kudelstaart verdienen. Dank u wel. De voorzitter: Hartelijk dank voor uw bijdrage. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de algemene beschouwingen, de eerste termijn zogezegd. Ik stel voor dat we gaan schorsen voor in ieder geval twintig minuten met de optie om dat iets te verlengen. Er zijn toch nog best wel aardig wat vragen gesteld die om een goede reactie vragen. Dus we schorsen nu voor in ieder geval twintig minuten. Wij heropenen de vergadering en we zijn aangekomen van het behandelen van de vragen in eerste termijn. Daarvoor is het college aan het woord. En als eerste mag ik het woord geven aan de portefeuillehouder financiën, wethouder Spaargaren. De heer Spaargaren: Voorzitter, dank. Ik heb van u een aantal dankbetuigingen mogen noteren. Die dankbetuigingen geef ik graag door aan onze ambtelijke organisatie. Die heeft ook dit jaar weer keihard gewerkt aan de stukken die voor ons liggen. Dus die geef ik heel graag door, bij deze. Dan ga ik naar de vragen. Ik ga even het rijtje af van de vraagstellers. Te beginnen met het CDA.
Een vraag over Meerlanden en de eventuele verrekening daarvan. Zoals u weet, we hebben een frequentiebestek afgesproken met Meerlanden. En we hebben geconstateerd dat de frequentie die is wel uitgevoerd. Dus in die zin kunnen wij niet zeggen dat ze minder de zaak hebben gemaaid dan we hebben afgesproken. In die zin valt er ook niks te verrekenen. Qua frequentie. Uw andere vraag gaat over de natuurbegraafplaats en met name de dekking daarvan. We hebben gekeken naar andere natuurbegraafplaatsen in Nederland ook vanaf de start en hoe zich dat ontwikkelt. Het blijkt dat een natuurbegraafplaats, en er zijn er niet zoveel van in Nederland, een vrij hoge belangstelling hebben. En dat die vrij veel worden uitgegeven in een korte tijd. Die ervaring hebben we meegenomen met de conceptberekeningen voor een eventuele natuurbegraafplaats in Aalsmeer. En op basis daarvan hebben wij bedacht dat qua kostendekkendheid moeten wij daar uitkomen. Het tarief zal niet hoger of lager zijn dan wat nu wordt gevraagd. Dan de reserve afvalstofverheffingen. De voorzitter: We hebben een interruptie van de heer Winkels. Een verduidelijkende vraag volgens mij. De heer Winkels: Zeker, dank u wel. Ik heb even tot tien geteld. Het gaat nog even over de Meerlanden. En dan geeft u aan dat de frequentie, die hebben ze allemaal goed bijgehouden in het bestek, waar wij niks van af wisten.
En dat allemaal goed uitgevoerd. Ze hebben hier zelf in deze zaal toegegeven dat zij in een bepaalde periode ondergepresteerd hebben. Dat hebben ze zelf toegegeven. Die mevrouw en nog een heer was daar hier, die zaten daar in die hoek. Dan is het toch wel vanzelfsprekend dat je dat ook gaat verrekenen. Als je dan hebt over het inhalen van kosten van voorgaande jaren, dat je dat toch nog wel even wilt vangen, dan gaan we ook nog even kijken naar datgene wat ze niet hebben gedaan. En dat hebben ze zelf toegegeven. Dat was alles. Pagina 13 van 33
De voorzitter: De portefeuillehouder. De heer Spaargaren: Bij dat overleg was ik ook aanwezig. Dat heb ik ook genoteerd. Frequentie is één, de kwaliteit die je levert is twee. Daar hebben we inderdaad het gesprek ook over gevoerd zoals u weet en daar hebben we ook nadere afspraken gemaakt voor de komende jaren. De voorzitter: Mijnheer Winkels. De heer Winkels: Blijft toch staan, is allemaal fijn dat er voor de komende jaren wat verbetering is. En oké, die verbetering zien we ook links en rechts in Aalsmeer ontstaan. Dat is een feit. Maar er is minder gepresteerd. En dan kan je dat wel als leidraad nemen, dan gaan we in de toekomst verbeteringen aanbrengen. Dat is leuk, maar ik wil verrekenen. Ik zou graag als gemeente met de Meerlanden gaan verrekenen. De voorzitter: De portefeuillehouder. De heer Spaargaren: Voorzitter, ik denk dat ik dit gesprek graag nog met de heer Winkels op een ander moment voer, hoe hij dat dan precies ziet. De voorzitter: Kijk, daarmee beëindigend. Volgens mij was namelijk de vraag, is er verrekend? Het antwoord is daar nee. En mocht er verder een vervolg komen, dan weet u elkaar te vinden. De portefeuillehouder. De heer Spaargaren: Uw andere vraag ging over de reserve afvalstoffenheffing. 2,4 miljoen, is dat niet te hoog? Ja, wat ons betreft is dat zeker een, laten we zeggen, het plafond.
Wij hebben daar al op geacteerd door voor komend jaar de tarieven, maar daar komen we nog bij u terug, niet te willen gaan verhogen. Dus om in te teren op die reserve. En dat willen ook de komende jaren, willen wij ook kijken of we dat grote bedrag in de reserve verder kunnen afbouwen. En ik vrees dat we daar ook sowieso naartoe gaan, omdat er ook een landelijke discussie gaande is om een soort plasticbelasting te verdubbelen en die niet bij de fabrikanten neer te leggen, dat schijnt moeilijk te liggen, maar bij de afvalstoffenverwerkers. Daar is het laatste woord nog niet over gesproken, maar dat kan een potentiële verhoging van de afvalstoffenheffing betekenen die wij als gemeente moeten betalen. Maar goed, dat gesprek loopt nog. Even kijken, dan de VVD. Oh, het CDA heeft die vraag ook gesteld, over de verblijfsbelasting. Ik heb uw punt genoteerd. We komen uiteraard nog als college, dat hebben we ook eerder toegezegd, naar u toe als raad met een voorstel hoe dat eruit zou kunnen zien. En dan ga ik er wel vanuit dat u daar weer de volle inbreng gaat leveren. Maar goed, daar komen we nog op terug. VVD vroeg ook de lasten, kunnen die niet verminderd worden? U heeft ook een doorkijkje gekregen in de kadernota na de komende vier jaren. En dat is ook genoemd in deze zaal, in 2028 en 2029 gaan wij de rode cijfers in. En diep de rode cijfers in.
Dus met dat nog voor oog hebbende lijkt het ons nog niet het moment om over lastenverlagingen te spreken op dit moment. Zolang dat financiële ravijnjaar nog in beeld is. De gesprekken daarover lopen natuurlijk nog met de Rijksoverheid om gemeenten gewoon een adequaat budget te geven. In ieder geval de kosten die we maken voor medebewindstaken 100 procent te vergoeden. Dus dat gesprek loopt nog. Maar u weet ook, de landelijke politiek is vrij dynamisch. Dus laat ik zeggen, wij gaan even op de voorzichtige stoel zitten dat zolang die discussie nog niet afgelopen is, we nog geen zicht hebben op betere financiën, dat wij niet komen met voorstellen voor lastenverlaging. Maar goed, we kunnen wel de belasting even een jaar op nul zetten met afvalstoffenheffing. Misschien beantwoordt dat een beetje aan uw verzoek. Even kijken. U vroeg ook naar het opleidingsbudget, 1500 dat het verhoogd is naar 4000. Daar zit een verhaal achter. Eerst hebben wij een soort van coalitieafspraken gemaakt, waaronder, daar zijn vier jaar budgetten voor opgenomen. Die houden op een gegeven moment een keer op als deze collegeperiode eindigt. En er is een voorstel gedaan om dat toch structureel te bestemmen voor de werknemers. Vanuit de gedachte van, we willen onze werknemers, we hebben natuurlijk een kernorganisatie met werknemers en die moeten toch wel up-to-date blijven. Ook van alle Pagina 14 van 33
nieuwe regels en waar we aan moeten voldoen als gemeente, daar moeten zij ook in bijgeschoold worden. En je wilt ook een aantrekkelijke werkgever blijven. Dus een beetje een totaalsom van dat, hebben wij gemeend dat die 4000 euro opleidingsbudget, dat we daarmee uit de voeten kunnen. Dat is de gedachte die erachter zit. Om dat voort te zetten op structurele basis. Mevrouw Mijwaart: Dat klinkt inderdaad heel goed. Een goede werkgever is heel belangrijk. Maar we vinden nog steeds die verhoging te hoog. En ik gaf al de optie e-learning. Dat zijn meestal gewoon van die modules en dat kost eigenlijk niks. Dus dat geven we toch nog even mee. De voorzitter: De portefeuillehouder. De heer Spaargaren: Ik wil niet op de stoel gaan zitten van de gemeentesecretaris, maar er zijn opleidingen, en dat is specifiek voor bepaalde wettelijke taken, die kun je niet even van tien aanbieders tegelijk uitzoeken. Dus dat zijn wel specifieke opleidingen en dus helaas soms prijzig. Maar goed, uw signaal is denk ik helder. Als het minder kan, doe het minder. Maar zo zit ik er ook al in. Ik zie de gemeentesecretaris ja knikken. Even kijken, Hornmeer. Het bedrijventerrein Hornmeer, bedoelde u? Ja. Uitstel, waarom uitstel? In die zin hebben we dat toegelicht. Kijk, we hebben natuurlijk Schinkelpolder, Kudelstaart. Dat vroeg heel veel capaciteit om dat als organisatie goed te begeleiden.
We hebben gezien, we hebben ook bij ons een gebrek aan capaciteit om alles tegelijk te kunnen oppakken. Dus we hebben als gemeente prioriteiten moeten stellen en Hornmeer bedrijventerrein even in de toekomst te plaatsen, zodat we eerst Schinkelpolder en Kudelstaart op een nette manier kunnen behandelen en kunnen afronden. Dus het is even een prioriteitenstelling mede met een gebrek aan capaciteit. Dan denk ik dat ik mijn deel van de vragen beantwoord heb, voorzitter. De voorzitter: Hartelijk dank. Dan gaan we naar de volgende portefeuillehouder en dat is wethouder Kabout. De heer Kabout: Dank u wel, voorzitter. Als eerste de vragen vanuit het CDA. Het CDA maakt een opmerking over kunstgrasvelden. In de financiële stukken hebben wij een flink budget opgenomen om volgend jaar een aantal kunstgrasvelden te gaan vernieuwen, vervangen. En dat is inderdaad uitgaande van vier velden, maar dat zou ook zomaar drie kunnen worden. Want u geeft aan, moeten we dat wel doen als dat niet nodig is? Dat is denk ik een hele terechte vraag. We hebben hier ook met u als gemeenteraad eerder de nota activa vastgesteld, met ook nadrukkelijk daarin opgenomen dat het enkele feit dat een afschrijvingstermijn is verstreken nog niet betekent dat we het dus ook gaan vervangen.
We gaan altijd zorgvuldig kijken, is het ook echt nodig? En dat lijkt me ook een heel gezond uitgangspunt, dat als spullen die nog goed zijn, dat we die niet zomaar weggooien, maar gewoon blijven gebruiken. Dus dat principe, daar staan we helemaal achter. En we zijn er gewoon in goed overleg over met de clubs. En het zou zomaar kunnen dat u richting de begroting nog ziet dat daar een aanpassing op komt. Want het gaat allemaal over volgend jaar. En dat moet natuurlijk goed voorbereid worden en dat loopt nu allemaal. Dus dat in reactie op uw vraag over de kunstgrasvelden. Dan had het CDA ook nog een vraag over het busstation. Ja, daar heeft de gemeente een rol in. Dus dat klopt. We hebben met de betreffende persoon, die laatst die vraag had ingestuurd, uiteraard ook contact gehad. En we zijn nu in contact met de Vervoersregio over hoe dat bij andere busstations wordt aangepakt, wat voor mogelijkheden er zijn. En we hebben ook advies gevraagd van de mensen vanuit de openbare orde en veiligheid wat bijvoorbeeld de voor- en nadelen van cameratoezicht bijvoorbeeld zijn. Dus daar zijn we mee bezig. We hebben die antwoorden nu nog niet, maar dan weet u in ieder geval dat we daar als gemeente wel een rol hebben en dat we onderzoeken wat we daar eventueel kunnen betekenen. Even kijken. Dan ga ik naar mevrouw Mijwaart.
Die maakt een opmerking over de Jozefschool, maar het was me niet helemaal duidelijk wat de vraag precies was. Maar misschien dat ze zo… Kijk, ik zie al… De voorzitter: Mevrouw Mijwaart.
Pagina 15 van 33
Mevrouw Mijwaart: Ik gaf aan dat het schoolbestuur had aangegeven prioriteiten aan andere zaken te geven. We zijn benieuwd wat dat dan is, omdat als de bouw of de verduurzaming vertraging oploopt, dat de kosten ook stijgen. De voorzitter: De portefeuillehouder. De heer Kabout: Laat ik daar in algemene zin over zeggen dat, we hebben natuurlijk heel goed samengewerkt met de Jozefschool. Met ook het krediet wat u een paar jaar geleden gegeven heeft voor de nieuwbouw. Dat is allemaal heel mooi en netjes uitgevoerd. Daarnaast speelt bij schoolgebouwen, zeker ook bij bijvoorbeeld de Jozefschool, de bestaande bouw die natuurlijk al van heel wat jaar geleden is, maar ook mooi, juist ook een heel mooi gebouw is, daar zijn wij over in overleg. Met onze onderwijshuisvestingambtenaar hebben we daar met enige regelmaat overleg met de schoolbesturen over. Maar als u daar specifieke vragen over heeft, dan is dat meer denk ik om bij het schoolbestuur eerst na te vragen dan dat ik dat hier voor hun ga invullen. In algemene zin willen wij natuurlijk als gemeente daar natuurlijk goed en zorgvuldig mee om gaan. Dus ik zou niet zo goed weten hoe we dat anders op dit moment moeten beantwoorden dan dat. Als ik dan verder ga, dan was er een vraag over de omgevingsvergunning voor Westeinderhage. U vroeg van, hoe zit dat met vertraging.
Het is zo dat voor wat betreft de omgevingsvergunning was inderdaad, zoals u zelf al noemt, een aanvraag die wat afweek van het bestemmingsplan. Dat geeft per definitie, kost het dan tijd om dat af te stemmen, hoe dat op te lossen. En er speelde ook nog het een en ander met het Waterschap. Er moet een zogenaamd peilbesluit worden genomen. De wijk ligt meer dan vier meter onder NAP, zoals u weet. De verschillende waterpeilen moeten dan worden afgestemd. Er moeten contracten over worden gesloten tussen gemeente, waterschap, ontwikkelaar. Daar ging tijd in zitten. Maar het goede nieuws is wel dat de vergunningen voor fase 1 inmiddels al verleend zijn. Dat heeft u wellicht in de krant gezien. Dat is in ieder geval het mooie nieuws, dat de omgevingsvergunning voor de eerste fase, voor de woningen in Westeinderhage nu ook verleend is. Dus daar zijn we heel blij mee. Dan had u ook nog een vraag over de Omgevingswet. Volgens mij, als we het goed gehoord hebben, noemde u dat er wat extra kosten of extra personeelskosten worden gemaakt bij onze eigen organisatie vanwege de Omgevingswet. Volgens mij was uw vraag, betekent dat dat onze bijdrage aan de omgevingsdienst dan omlaag kan. Ik zie u knikken, dan heb ik hem goed begrepen. Nee, want dat zijn twee verschillende dingen. Er zijn bepaalde taken die wij hebben uitbesteed aan de omgevingsdienst.
Maar daarnaast hebben wij als gemeente zelf ook heel veel werk te verrichten in het kader van de Omgevingswet. En op die werkzaamheden hebben deze personeelskosten betrekking. Dus dat staat los van elkaar. Even kijken, dan had ik nog de vragen van mevrouw Keessen over de handbal. Even kijken hoor. Op zich denk ik terecht en gezond dat u daar kritische vragen over stelt, want het is een manier van subsidie verlenen die we zeg maar, in dit geval op een situatie die was ontstaan, op deze manier hebben toegepast. Ik denk dat het goed is om voor de toelichting, de handbalvereniging had een hoofdsponsor Green Park, Green Park Aalsmeer was het toen. En inmiddels hebben ze, zoals u waarschijnlijk heeft meegekregen, een nieuwe hoofdsponsor, RoyalFloraHolland. En in die tussengelegen periode hebben wij eigenlijk in overleg met de handbalvereniging hen kunnen steunen. En dat heeft het college binnen de bestaande budgetten gedaan. Dus we hebben een budget van economische zaken ingezet, Visit Aalsmeer, daar is ook een sponsorcontract voor. We hebben, even kijken hoor, via het sportbudget en we hebben ook het collegebudget ingezet, wat ook het college daarvoor kan inzetten voor dit soort zaken. Dus we hebben dat binnen de, ik ben ook bijna klaar, dus wat u wilt, ik kan het ook afronden. De voorzitter: Maak het punt heel even af en dan krijgt u de interruptie.
De heer Kabout: Dus we hebben dat binnen, gewoon die budgetten hebben we dat als college ingezet. En u had ook nog een vraag over of dat volgens de subsidieverordening is gedaan. Ja, die subsidie die u noemt is ook gewoon beschikt door de afdeling onder die regels. Dus dat in antwoord op uw vraag. En wij zijn blij dat we als college de handbalvereniging in die tussenliggende periode zo hebben kunnen helpen. Tot zover.
Pagina 16 van 33
De voorzitter: Interruptie van mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter en dank u wel voor uw antwoorden. Het lijkt nu alsof het onderwerp expliciet gaat over de handbalvereniging. En dat wil ik wel even corrigeren, want daar gaat het ons helemaal niet om. Wij gunnen de handbalvereniging natuurlijk alles. Waar het ons om gaat is dat er een subsidie is verleend vanuit het representatiebudget. En wij hebben vragen gesteld hierover. Wij hebben ook gevraagd of dit volgens de regels is gegaan. Daar hebben we geen antwoord op gekregen. Want wij denken dan dat dit eerder een gift is geweest dan een subsidie. Want aan subsidie hangen gewoon regels vast. Er zit een aanvraag aan vast en er zit ook een tegenprestatie aan vast. En tijdens uw afwezigheid bij de commissie heeft uw plaatsvervanger gezegd op een vraag van ons, hebben andere verenigingen dan ook recht op een dergelijke steun, was het antwoord nee. En daar zit ons punt. Want als er een andere noodlijdende vereniging is, en we zijn in Aalsmeer allemaal beretrots op alle verenigingen die we hebben. We hebben er een groot aantal van, het is al eerder genoemd, met heel veel vrijwilligers. Dan kan het niet zo zijn dat die daar geen recht op hebben. En daar gaat het ons om.
Het gaat ons niet specifiek om de handbalvereniging, maar om het feit dat er hier een financiële steun is verleend waarvan wij denken, dit had op een andere manier gemoeten. Want u noemt het een subsidie, maar het is een gift uit het representatiebudget. En als er een andere noodlijdende vereniging is dan krijgen die gewoon dat niet. En dat vinden wij gewoon niet correct. En dat willen wij dat u daar antwoord op geeft. Want heel eerlijk gezegd, de antwoorden die wij kregen zijn niet… De voorzitter: Uw punt is helder. Uw interruptie is helder. De portefeuillehouder. De heer Kabout: Dank u wel, voorzitter. Het representatiebudget, zoals het in de stukken is genoemd, het college heeft gewoon een budget van uit mijn hoofd 100 duizend euro, die zij gedurende het jaar kan inzetten, juist voor onvoorziene zaken, zodat ze snel kan acteren wanneer dat nodig is. Dat even als toelichting. En nogmaals, de subsidie die hier is toegekend, is gewoon volgens de subsidieverordening met de normale subsidiebeschikking gewoon afgehandeld. Dus dat gaat volgens mij allemaal goed. Maar het meer algemene punt wat u maakt, dat snap ik, van is het wel wenselijk dat je op dit soort manieren subsidie geeft? Nee, als regel niet, als uitzondering wel. Kijk, wat een andere, denk ik, ook mooie uitzondering is, dan denk ik aan het Oosterbad.
Wij zijn bijvoorbeeld met u als gemeenteraad bij het Oosterbad geweest. Daar hebben we als college ook steun aan gegeven binnen budgetten die we hebben gevonden. Daar ging het om een bijdrage aan de brug ernaartoe. We hebben het project Red Je Vriendje, waar alle basisscholen de afgelopen weken heel mooi van gebruik hebben gemaakt. Dus dat zijn voorbeelden van partijen die bij ons komen en op dat moment steun van ons vragen. En wij vinden het heel mooi als we dat kunnen doen. Maar als u het hebt over zaken als, hoe gaan we structureel met alle verenigingen voor bepaalde thema's mee om, dan is uiteraard, daar zijn kadernota, begroting en alles voor, hoe wij de lijnen meerjarig met elkaar uitzetten. Maar ik denk dat dit allebei hele mooie voorbeelden zijn hoe wij als college kunnen inspelen op situaties zoals ze zich gedurende een jaar kunnen voordoen. Tot zover. De voorzitter: Mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Ik had het niet over structureel, maar ik had het wel over een precedentwerking. Want door dit te doen loopt u dat risico. En daar hebben wij geen antwoord op.
Ik heb het niet over structureel, maar als er een andere noodlijdende vereniging is, kunnen zij dan ook op deze wijze financiële steun krijgen vanuit het college, vanuit het representatiebudget? De voorzitter: Dus eigenlijk vraagt u aan het college, wat maakt dit nou zo uitzonderlijk? De portefeuillehouder. De heer Kabout: Ik vind eerlijk gezegd de twee voorbeelden zelf evident. We hebben in Aalsmeer maar één topsportclub, dat is nou eenmaal de handbalvereniging. Ik heb de situatie geschetst, ze hadden altijd een hoofdsponsor, die viel weg, ze hadden nog geen nieuwe, Pagina 17 van 33
inmiddels wel en in die tussenliggende periode zijn wij als college ingestapt om hen daarbij te helpen. Dat is eigenlijk de situatie en dat vind ik in die zin een goed voorbeeld. En dat geldt ook voor het Oosterbad, die eigenlijk op de lijn komen van, we hebben eigenlijk steun nodig, zouden jullie ons willen helpen? Dan kun je altijd nee zeggen en naar de kadernota verwijzen. Wij hebben gezegd, we zien wel mogelijkheden en we gaan jullie alvast helpen. Dus dat is, meer dan dat zou ik niet kunnen zeggen. Het staat een ieder vrij om een verzoek te doen en wij zullen dat zo goed mogelijk proberen te beoordelen. De voorzitter: Hartelijk dank. We gaan over naar de volgende portefeuillehouder, wethouder De Vries. De heer De Vries: Dank, voorzitter. Ik weet niet of dit mijn maidenspeech is. Volgens de heer Van Willegen heb ik die al gehouden de vorige keer door het simpele antwoord ja te geven, geloof ik. Ik weet dus ook niet of er nog heel veel ruimte is om daar nog verder op over te wijden. Ik heb nog wel een… De voorzitter: U heeft alvast een interruptie te pakken. Mijnheer Van Willegen. De heer Van Willegen: Voorzitter, kan u voorstellen dat de heer De Vries het antwoord alleen ja gegeven heeft en dat we dan verder gaan met de zaken? Nee, toch zeker? De voorzitter: De portefeuillehouder. De heer De Vries: Ik zal een middenweg proberen te vinden.
En dat betekent dat ik niet een volledige maidenspeech zal geven zoals u die van mij gewend bent, die misschien het kwartier gaat raken. Maar ik denk toch wel even, wat ik mee wil geven, denk ik, is mijn eerste ervaring hier als wethouder. Ik ben nu ruim een maand wethouder. Ik heb al eerder aangegeven toen ik hier begon in deze raad als raadslid, hoe belangrijk het is om lokale democratie te hebben en om allemaal mee te doen en dat het een voorrecht is om mee te kunnen doen. Dat het een enorm inzicht verschaft aan ieder wie hier aan meedoet. En dat is wat mij betreft ook een oproep om aan lokale democratie mee te doen. Dat het een inzicht verschaft wat er allemaal in de gemeente speelt, wat erbij komt kijken. Dat het voor een groter begrip zorgt in de samenleving voor jezelf als je eraan meedoet. En dat je het ook kan uitdragen. En ik wil dat volledig ondersteunen. Als ik nu kijk naar ruim een maand dat ik bezig ben als wethouder, moet me ook van het hart dat het een heel nieuw perspectief biedt. Het is niet zozeer heel anders, maar er wordt eigenlijk nog een groter inzicht gegeven. Je wordt bij nog meer zaken betrokken. Het is een enorme berg informatie die naar je toe komt. Maar ik moet ook zeggen dat we een geweldige ondersteuning hebben. Zowel trouwens in Aalsmeer als Amstelveen, maar in het bijzonder in Aalsmeer.
Ik ben geweldig opgevangen en ondersteund door alle fijne collega's die we hebben rondlopen. Die jullie ook kunnen benaderen, die heel veel kennis hebben. En ik heb eigenlijk heel weinig tijd gehad om mij af te vragen, wat gebeurt hier allemaal? De weddenschap die ik had lopen is dat ik niet zou kunnen zeggen van, I know nothing. Maar dat is eigenlijk wel waar ik mee begon. Zo kwam het namelijk de eerste dagen echt over. En op zich is dat ook geen slechte grondhouding om te houden natuurlijk. Ik bedoel, als je diep in de Oudgriekse of Romeinse filosofie duikt, is dat eigenlijk de grondhouding die een ieder zou moeten hebben, permanent, ga ervan uit dat je niets weet. Dat is de enige manier om met de werkelijkheid om te gaan. Dus dat ga ik ook steeds blijven proberen om te blijven herhalen, I know nothing. Dank u wel. De voorzitter: En dan had u ook nog een paar vragen gesteld vanuit de raad gekregen. De heer De Vries: Pardon? De voorzitter: U had ook nog een paar vragen vanuit de raad. De heer De Vries: Daarom zeg ik, we zijn nu denk ik ongeveer vijf minuten op weg. Voor mijn doen is dat vrij kort, dus dan laat ik hierbij mijn maidenspeech brengen tot ten einde. En dan ga Pagina 18 van 33
ik over tot de vragen, dan wel opmerkingen. Want er ligt natuurlijk gewoon als eerste de motie van het CDA, de motie openbare toiletten. Ik kan met veel plezier zeggen dat die uitvoerbaar is. Dus ik zou op elk punt kunnen ingaan van het dictum, dat is niet per se nodig, hoop ik. Hij is uitvoerbaar, in het grote lijnen zijn we er al mee bezig. Maar het is een mooi steuntje in de rug. U heeft ook aangegeven waarom u hem indient. Het is toch weer ter sprake gekomen in de landelijke media. U hebt naar de lijstjes gekeken waar Aalsmeer op staat. Het staat er niet best voor. Maar we zijn in gesprek met de betrokkenen, met de winkeliers. Dat is geen makkelijke, want we zijn afhankelijk van de vrijwillige bijdrage van de ondernemers. Niet alle ondernemers hebben de mankracht ervoor om hun ruimte beschikbaar te stellen. De ruimtes zijn niet altijd ingericht als zodanig. We hopen met name dat de horecagelegenheden heel erg mee zullen werken om het voor elkaar te krijgen. En dan komen we een beetje op het punt van bewegwijzering. Dat gaat een moeilijke worden, want als we de wegwijzers gaan neerzetten, dan zouden we in alle richtingen moeten wijzen. Want als iedereen meedoet, dan hebben we plotseling heel veel openbare toiletten. Dus die bewegwijzering wordt waarschijnlijk een dingetje, gaan we wel onderzoeken.