CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

2b.Commissie Maatschappij en Bestuur oordeelsvormend 24 oktober 2024, gemeente aalsmeer33.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Vanwege het open karakter van dit artikel vraagt dit in concrete gevallen om een bewuste afweging, rekening houdend met o.a. aard, schaal en reikwijdte van het onderwerp. Artikel 4 procedure inspraak In het eerste lid is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de inspraak. In de artikelen 3:10 tot en met 3:17 Awb is de inspraakprocedure te vinden (zie bijlage). Na de terinzagelegging en de bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste gevallen zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan op grond van het tweede lid de inspraakprocedure worden aangepast. Het is mogelijk een (of meer) standaardprocedure(s) te ontwikkelen die wanneer nodig kan (kunnen) worden ingezet. Het kan zijn dat bijvoorbeeld de genoemde termijn van zes weken door het college te lang wordt bevonden. Deze termijn kan op grond van het tweede lid door het college worden aangepast. Artikel 5 eindverslag inspraak In dit geval is niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 Awb, waarin slechts wordt bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen tijdens de inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht.

Onder het in het tweede lid, onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde inspraakprocedure wordt verstaan: Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast? Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage gelegd enz.?

Onderdeel b betekent dat de eindrapportage een volledig overzicht dient te bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De schriftelijke inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In het verslag kan worden volstaan met een korte zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. Onder c wordt als het sluitstuk van inspraak voorgeschreven dat het bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan. In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het eindverslag op de gebruikelijke wijze, bij voorkeur digitaal, openbaar maakt. De bekendmaking van de resultaten van de inspraak is uitermate belangrijk. Het ligt voor de hand om degenen die hebben ingesproken bij voorkeur een exemplaar van het eindverslag digitaal beschikbaar te stellen. Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd op de gemeentelijke website. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is belangrijk om tijdens de inspraakavond al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen. Artikel 6 procedure participatie Ondanks het open en flexibele karakter van participatie dient omwille van de duidelijkheid hiervoor ook een procedure te worden opgesteld.

Deze dient in ieder geval onderwerp en participatiegerechtigden aan te geven, en voor zover in de fase van gedachtevorming al mogelijk is de overige elementen, zoals bedoeld in lid 3. Het kan gewenst zijn om participatie aan een trede van de participatieladder op te hangen. Dit is niet altijd het geval. De participatietreden maken deel uit van de participatieladder, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de mate waarin deelnemende partijen ruimte hebben om eigen visies en ideeën in te brengen en de mate van invloed die ze hebben op de beleidsvorming. D trede 1 = informeren: hier is geen sprake van ruimte of invloed. De gemeente geeft informatie of voorlichting over beleid, maar betrekt burgers niet bij de beleidsvorming. D trede 2 = raadplegen: hier raadpleegt de gemeente burgers en instellingen over beleid en luistert naar wat zij hierover te zeggen hebben. De gemeente hoeft de ingebrachte suggesties en ideeën echter niet te gebruiken. D trede 3 = adviseren: hier vraagt de gemeente advies aan burgers en instellingen over beleid. De gemeente kan alleen goed gemotiveerd afwijken van een gegeven advies. D trede 4 = coproduceren: hier wordt, zonodig binnen taakstellende kaders, bij de beleidsvorming samengewerkt tussen gemeente en burgers of instellingen. D trede 5 = meebeslissen: waar burgers meebeslissen over beleid is sprake van de grootst mogelijke invloed.

De ruimte en invloed, die aan participanten geboden wordt, is in de eerste trede het kleinst en in trede 5 het grootst. Het is niet altijd mogelijk een duidelijke grens tussen de treden te leggen. Er zijn in feite twee uitersten, informeren en meebeslissen. Voor adviesraden, buurtpanels, klankbordgroepen en platforms kan de participatieprocedure, in overleg met hen, voor (on)bepaalde tijd wordt vastgelegd in een aparte verordening of in een convenant worden neergelegd. De verordening is kaderstellend voor deze participatieprocedure. Uit het vijfde lid volgt dat ook in geval van participatie het college de procedure, indien noodzakelijk, kan wijzigen. De participatiegerechtigden worden hierover geïnformeerd. Aan het eind van iedere participatieprocedure kan formele inspraak worden georganiseerd volgens de regeling van deze verordening. In spoedeisende gevallen kunnen inspraak en participatie tegelijkertijd plaatsvinden. Artikel 7 voorbereiding participatie In dit artikel zijn enkele richtlijnen ten aanzien van de voorbereiding opgenomen. In tegenstelling tot inspraak is voor participatie geen minimale voorbereidingstijd van zes weken opgenomen, teneinde de flexibiliteit van participatie niet te beperken. Afhankelijk van het onderwerp dient in concrete gevallen en bij voorkeur in overleg met belanghebbenden bepaald te worden wat voldoende voorbereidingstijd is.

Artikel 8 verslaglegging van participatie Deze richtlijnen zijn bedoeld ter bevordering van de duidelijkheid, herkenbaarheid en transparantie van de verwerking van de opbrengst van participatie. De artikelen 3:10 tot en met 3:17 van de Algemene wet bestuursrecht Afdeling 3.4 Uniforme openbare voorbereidingsprocedure Artikel 3:10 •

1. Deze afdeling is van toepassing op de voorbereiding van besluiten indien dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan is bepaald;

•

2. Tenzij bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan anders is bepaald, is deze afdeling niet van toepassing op de voorbereiding van een besluit inhoudende de afwijzing van een aanvraag tot intrekking of wijziging van een besluit;

•

3. Afdeling 4.1.1 is mede van toepassing op andere besluiten dan beschikkingen, indien deze op aanvraag worden genomen en voorbereid overeenkomstig deze afdeling.

Artikel 3:11 •

1. Het bestuursorgaan legt het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage

•

2. Artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur is van overeenkomstige toepassing. Indien op grond daarvan bepaalde stukken niet ter inzage worden gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan;

•

3. Tegen vergoeding van ten hoogste de kosten verstrekt het bestuursorgaan afschrift van de ter inzage gelegde stukken;

•

4. De stukken liggen ter inzage gedurende de in artikel 3:16, eerste lid, bedoelde termijn.

Artikel 3:12 •

1. Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het bestuursorgaan in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud.

•

2 Indien het een besluit van een tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan betreft, wordt de kennisgeving in ieder geval in de Staatscourant geplaatst, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.

•

3. In de kennisgeving wordt vermeld o

a. waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen;

o

b. wie in de gelegenheid worden gesteld om zienswijzen naar voren te brengen;

o

c.

op welke wijze dit kan geschieden; o

d. indien toepassing is gegeven aan artikel 3:18, tweede lid: de termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen.

Artikel 3:13 •

1. Indien het besluit tot een of meer belanghebbenden zal zijn gericht, zendt het bestuursorgaan voorafgaand aan de terinzagelegging het ontwerp toe aan hen, onder wie begrepen de aanvrager.

•

2. Artikel 3:12, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3:14 •

1. Het bestuursorgaan vult de ter inzage gelegde stukken aan met nieuwe relevante stukken en gegevens.

•

2. Artikel 3:11, tweede tot en met vierde lid, is van toepassing.

Artikel 3:15 •

1. Belanghebbenden kunnen bij het bestuursorgaan naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen.

•

2. Bij wettelijk voorschrift of door het bestuursorgaan kan worden bepaald dat ook aan anderen de gelegenheid moet worden geboden hun zienswijze naar voren te brengen 3. Indien het een besluit op aanvraag betreft, stelt het bestuursorgaan de aanvrager zo nodig in de gelegenheid te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen.

•

4. Indien het een besluit tot wijziging of intrekking van een besluit betreft, stelt het bestuursorgaan degene tot wie het te wijzigen of in te trekken besluit is gericht zo nodig in de gelegenheid te reageren op de naar voren gebrachte zienswijzen.

Artikel 3:16 •

1. De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen en het uitbrengen van adviezen als bedoeld in afdeling 3.3, bedraagt zes weken, tenzij bij wettelijk voorschrift een langere termijn is bepaald.

•

2. De termijn vangt aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd.

•

3. Op schriftelijk naar voren gebrachte zienswijzen zijn de artikelen 6:9 en 6:10 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3:17 Van hetgeen overeenkomstig artikel 3:15 mondeling naar voren is gebracht, wordt een verslag gemaakt. Participatiewijzer gemeente Aalsmeer Participatie is het deelnemen door burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven aan beleidsprocessen gericht op de publieke zaak bij de voorbereiding, bepaling, uitvoering en/of evaluatie van beleid. De onderwerpen die voor participatie in aanmerking komen zijn zeer gevarieerd, maar als vuistregel kan worden gezegd dat alle plannen, projecten die de gemeente Aalsmeer ontwikkelt en die direct van belang zijn voor de burger, voor participatie van de burger in aanmerking komen. In de regel komen de volgende concrete beleidsterreinen direct in aanmerking voor participatie: welzijn, onderwijs, openbare ruimte, stadsvernieuwing, milieu, Wmo en volksgezondheid. Voor een goede participatie is het van belang al in het begin van het beleidsproces na te denken over de vraag of het onderwerp geschikt is voor participatie. Denk daarbij ook aan het betrekken van de diverse adviesraden en aan met name jongeren bijvoorbeeld via de middelbare scholen. Onderstaande punten maken duidelijk of een onderwerp zich wel of niet leent voor participatie. Wel participatie In de volgende situaties kies je voor een interactief proces: •

1.

Er zijn grote belangen van burgers mee gemoeid en het is een politiek en maatschappelijk gevoelig onderwerp. Zorgvuldigheid is voor het proces belangrijker dan snelheid. •

2. Het gaat om een ingewikkeld onderwerp dat geleidelijk ontrafeld moet worden. We hebben onvoldoende inzicht in de problematiek en/of oplossingsmogelijkheden en hebben de burgers nodig om tot beter inzicht te komen.

•

3. We moeten ingrijpen in de directe leefomgeving van burgers. Bij de keuze welke maatregelen het beste zijn, betrekken we de betrokken bewoners.

•

4. We hebben partners nodig om het beleid tot een succes te maken, zowel organisaties als burgers of vooral organisaties. Dan is het verstandig om samen met de partners het beleid voor te bereiden (zorgen voor draagvlak).

•

5. Er is een goede kans dat burgers de kwaliteit van de beleidsvoorstellen beter kunnen maken, bijvoorbeeld omdat ze meer creativiteit kunnen aanboren.

•

6. Bestuurders willen graag in contact treden met de burgers, zijn bereid daar tijd in te investeren en het onderwerp leent zich daar goed voor.

Wel een interactief proces volgen, betekent: burgers en organisaties betrekken bij de beleidsvoorbereiding. Dat hoeft niet altijd heel uitgebreid, er zijn ook simpele vormen van interactie en situaties die zich daarvoor lenen. Geen participatie In de volgende situaties kies je niet voor participatie: •

1. De kaders zijn zo beperkend dat er geen werkelijke ruimte is voor de inbreng en invloed van burgerparticipanten.

•

2. Het probleem is helder en de oplossing ligt voor de hand: gewoon daadkrachtig besturen.

•

3.

Er is niet voldoende tijd en geld om een interactief proces op een zorgvuldige manier te doen. De nadelen van uitstel van het beleid zijn groter dan de nadelen van het niet betrekken van de burgers bij de voorbereiding (onder andere voldoende tijd en geld). •

4. De beleidskeuzes zijn in feite al gemaakt, het besluit is voorspelbaar. Er zijn echter vaak nog onderdelen waarbij je burgers wel invloed kunt geven bij de voorbereiding.

•

5. Het gaat niet lukken om het onderwerp transparant en open te bespreken. Er is geen ruimte voor professionele en/of onafhankelijke procesbegeleiding terwijl de situatie daar wel om vraagt.

Indien van toepassing wordt bij punt 3 en 5 het college geïnformeerd. Geen interactief proces volgen, betekent: eerst het beleidsvoorstel of beleidsplan uitwerken en daarna vrijgeven voor inspraak. Dat betekent niet dat burgers dan pas geconfronteerd worden met de plannen. Het blijft belangrijk om tussentijds te communiceren. Houd burgers op de hoogte van de voortgang, nadat je vooraf hebt duidelijk gemaakt wat het proces zal zijn. Zeker als daarmee de problemen scherper in beeld komen. Kom je er met bovenstaande punten niet uit dan kun je ter verduidelijking nog de volgende vragen stellen: 1. Raakt het onderwerp voldoende aan de belevingswereld van burgers? Als belanghebbenden het onderwerp niet hip of interessant genoeg vinden om erover mee te praten en mee te denken, is het beter ze niet om een mening te vragen en de normale democratische route te volgen. 2. Levert het eindresultaat van het participatieproces een voor de burger merkbaar effect op? Als het te maken plan of beleid niet of nauwelijks van invloed zal zijn op de beleving, woonomstandigheden en het leven van de burgers, dan heeft het weinig zin om ze mee te laten praten. Participatie moet wat opleveren, het moet waard zijn om je ervoor in te zetten. 3.

Is het onderwerp begrijpelijk (te maken) voor burgers? Onderwerpen waar veel achtergrondkennis of een technische achtergrond voor nodig is, zijn niet geschikt voor participatie. 4. Is er de verwachting dat burgerparticipatie tot een hogere kwaliteit, draagvlak, bondgenootschap en een versterkt imago zal leiden? Concreet betekent dit dat er zicht moet zijn op een plan of besluit aan het eind van het proces, dat beter aansluit bij de wensen van de inwoners en de gemeente dan wanneer er geen participatieproces wordt gehouden.

5. Roept het onderwerp klachten en bezwaarschriften op? Dan is het bij uitstek geschikt om een participatieproces mee door te lopen. 6. Hoe vaak is deze groep burgers al met participatie geconfronteerd? Wanneer te vaak dezelfde groep burgers wordt gevraagd te participeren, dreigt participatiemoeheid. Participatieprocessen die de hele gemeente aangaan, zouden in de regel niet vaker dan 1, maximaal 2 keer per jaar voor mogen komen. In wijken is het afhankelijk van het onderwerp of participatiemoeheid een obstakel kan zijn 7. Is er voldoende capaciteit en budget om het proces op een adequate manier in te vullen? Zo nee, niet doen. 8. Is er voldoende tijd voor participatie? Sommige projecten zijn onderworpen aan een grote tijdsdruk, opgelegd door rijk, provincie of andere partijen. 9. Kunnen de verwachtingen die bij aanvang van het proces worden gewekt wel waargemaakt worden? Zo nee, niet doen. Het is overigens niet zo dat alle vragen met ja beantwoord hoeven te worden. De keuze voor participatie is ook een politieke afweging. Participatieladder Bij interactief werken is het belangrijk om te bepalen hoeveel invloed de gemeente de participanten van het interactieve proces wil geven. Hiervoor is de participatieladder een geschikt instrument. In deze participatieladder is een aantal participatievarianten opgenomen. Hoe hoger op de ladder, des te groter de invloed.

Bij de treden 3 t/m 5 is sprake van interactieve beleidsvorming. •

1. Informeren: op deze trede stelt de gemeente de inwoner op de hoogte van haar plannen.

• •

Men kan vragen stellen, maar de gemeente vraagt niet om een mening. Bij alle hogere treden is dit wel het geval. 2. Raadplegen: op deze trede wil de gemeente graag de mening horen van de Aalsmeerders.

• •

Wat leeft er, zijn er nieuwe ideeën? De gemeente is niet verplicht de ideeën over te nemen of de plannen aan te passen, maar houdt er wel zoveel mogelijk rekening mee. 3. Adviseren: bij de derde trede krijgen de inwoners alle gelegenheid om problemen en oplossingen aan te dragen. Hun mening speelt een volwaardige rol bij de ontwikkeling van beleid. College en raad moeten goede argumenten hebben om hun adviezen niet op te volgen.

•

4. Coproduceren: bepaalde op de eerste drie treden de politiek de inhoud, hier hebben alle betrokkenen samen de touwtjes in handen. De partijen zoeken samen met de gemeente naar oplossingen. Het college houdt zich aan deze oplossingen. De gemeenteraad neemt de uiteindelijke beslissing.

•

5. Meebeslissen: op deze trede is de invloed van betrokkenen het grootst. De gemeente laat het maken van keuzes - binnen de gestelde kaders - aan de betrokken partners (zoals bewonersorganisaties) over. De ambtenaren hebben een adviserende rol. College en raad doen deze besluitvorming niet nog eens over.

Het is niet gewenst om een vaste procedure voor inspraak/ interactief werken door het gemeentebestuur op te zetten. Er moet per situatie, per voornemen of per project kunnen worden bepaald of men (op onderdelen) interactief wil werken. Er moet maatwerk geleverd worden. Wanneer interactieve beleidsontwikkeling wordt toegepast en wanneer niet, is sterk afhankelijk van de aard en omvang van het beleidsvoornemen. In onderstaande tabel zijn de vijf treden van de participatieladder aangegeven en daaraan gekoppeld per trede de in te zetten communicatie-instrumenten. participatieladder.rtf (versie geldig sinds: 26-08-2010; RTF-bestand; grootte: 1.42 MB)

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl 25/09/2024 11:10:58 CEST ID: 3f3841ae-67d4-45e3-b715-1e1dcceb35d9 Auth: Scribble

RAADSVOORSTEL

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> 25/09/2024 11:11:17 CEST ID: 3f3841ae-67d4-45e3-b715-1e1dcceb35d9 Auth: Scribble

Zaaknummer:

Z24-027567

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

Inge Harmsen 06-34559876 inge.harmsen@aalsmeer.nl Kernorganisatie Aalsmeer

24 september 2024 wethouder ing. S.A.S. Spaargaren

Onderwerp

Programmabegroting 2025 gemeente Aalsmeer Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

a. b. c.

d. e.

De programmabegroting 2025 vast te stellen en kennis te nemen van de meerjarenraming 20262028. De in de programmabegroting 2025 opgenomen budgetten 2025 per programma. te autoriseren op het niveau van lasten, baten en saldo per programma. Voor de voorgestelde investeringen 2025 conform paragraaf 4.2 van de programmabegroting 2025 de benodigde kredieten beschikbaar te stellen, met uitzondering van de kredieten voor IKC Oosteindedriehoek en noodstroomvoorziening. Akkoord te gaan met de notitie strategische aankopen. In afwijking van de uitgangspunten voor tariefsverhoging uit de Kadernota 2025 de afvalstoffenheffing in 2025 met 11% te verhogen.

Samenvatting

De Gemeentewet schrijft voor dat gemeenten een begroting (voor het eerstvolgende boekjaar) en meerjarenraming (voor de drie jaren daarop volgend) maken. De begrotingskaders 2025 zijn vastgelegd in voorliggend document. De programmabegroting 2025 is een nadere uitwerking van de in de kadernota 2025 opgenomen uitgangspunten en nadien bekend geworden autonome ontwikkelingen en besluiten. Het voorstel aan de raad is de programmabegroting 2025 vast te stellen, alsmede voor de daarin opgenomen investeringen een krediet beschikbaar te stellen. Na vaststelling door de gemeenteraad dient de vastgestelde begroting vóór 15 november te worden ingezonden aan Gedeputeerde Staten. Doel

Uitvoering geven aan de artikel 191 lid 1 Gemeentewet: de gemeenteraad stelt een programmabegroting 2025 vast, waarin de bestuurlijke en financiële kaders voor het komende begrotingsjaar zijn opgenomen. Dit doet recht aan de uitoefening van het budgetrecht van de gemeenteraad zodat de gemeentelijke dienstverlening in 2025 voortgang kan vinden en het beleid in uitvoering kan worden genomen. Prestatie

In de programmabegroting zijn de doelstellingen voor 2025 opgenomen, datgene wat we daarvoor gaan doen en welke budgetten we daarvoor beschikbaar hebben. Na vaststelling van de programmabegroting vormt deze de basis voor de opdrachtformulering aan de AA organisatie die als gevolg van de afgesloten centrum regeling Amstelveen Aalsmeer de opdracht heeft de dienstverlening aan het bestuur van Aalsmeer te verzorgen.

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 9

De voortgang op de uitvoering van de programmabegroting wordt vastgelegd in de twee bestuursrapportages die het college gedurende het lopende jaar de gemeenteraad aanbiedt. De beleidsmatige en financiële eindverantwoording gebeurt in de jaarstukken. Voorgeschiedenis en context

De programmabegroting 2025 is gebaseerd op het raadsprogramma 2022 - 2026 'Aan de slag voor Aalsmeer' en het collegeprogramma 2022 - 2026 'Samenwerken aan Aalsmeer'. Vertrekpunt voor de begroting is het laatst door de raad vastgestelde meerjarenperspectief. De raad heeft de vrijheid ten aanzien van de voorgestelde ontwikkelingen een eigen afweging te maken. Voorwaarde is dat de begroting structureel en reëel sluitend is. Daarnaast dient de gemeente een positieve algemene reserve te hebben. De wettelijke basis voor de begroting bestaat uit: • Artikel 189 tot en met 195 en artikel 203 Gemeentewet; • Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten; • Financiële verordening 2023 gemeente Aalsmeer; • Kaderbrief Financieel toezicht 2025 Provincie Noord Holland. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

Beslispunt a en b Op grond van artikel 191 lid 1 van de Gemeentewet stelt de gemeenteraad de begroting vast en heeft de autorisatiefunctie (artikel 189 lid 3 Gemeentewet). Daarmee is er een geldige titel voor het rechtmatig doen van uitgaven ter uitvoering van de gemeentelijke taken. De programmabegroting 2025 bevat de vertaling van de bestuurlijke kaders zoals door de raad op 4 juli 2024 vastgesteld met de besluitvorming over de Kadernota 2025 en het raadsvoorstel meicirculaire 2024 en Meerjarenprojectenplan Buitenruimte (MPP) 2024-2027. De programmabegroting laat voor 2025 een positief saldo zien van € 1,686 miljoen. Dit is een verbetering van het meerjarenperspectief met € 0,446 miljoen na het raadsvoorstel over de meicirculaire 2024. In de paragraaf Financiën van dit raadsvoorstel lichten wij de redenen daarvan toe. Artikel 191 lid 1 Gemeentewet bepaalt dat de gemeenteraad alleen de begroting vast voorafgaande aan het jaar waarvoor het dient. De Gemeentewet verplicht gemeenten wel om inzicht te geven in de meerjarenraming (Gemeentewet artikel 190 lid 1). De meerjarenraming 2026 – 2028 is daarmee ter kennisname. Beslispunt c en d Onderdeel van de programmabegroting 2025 is het beschikbaar stellen van de kredieten voor het jaar 2025. De autorisatie van de kredieten voor het MPP heeft plaatsgevonden tijdens de besluitvorming over dat plan op 4 juli jl.

Voor de overige kredieten 2025 wordt u voorgesteld om deze met het vaststellen van de programmabegroting 2025 beschikbaar te stellen, zodat deze in uitvoering kunnen worden genomen. De kredieten 2026 tot en met 2028 zijn ter kennisname. Voor de nieuwbouw van het zwembad (gepland in 2026), het IKC Oosteindedriehoek en de noodstroomvoorziening volgt eveneens een apart raadsvoorstel en – besluit. Onderdeel van de investeringen 2025 is ook het krediet voor strategische aankopen. De bijbehorende notitie met daarin de toelichting op dit krediet en de kaders waaronder het college hiervan gebruik kan maken is onderdeel van dit raadsvoorstel en – besluit. Beslispunt e In de Kadernota 2025 zijn de uitgangspunten opgenomen voor de verhoging van de belastingen en de heffingen. Deze zijn overeenkomstig het besluit zoals genomen bij de Kadernota verwerkt. Voor wat betreft de kostendekkende heffingen is daarbij tevens aangegeven dat mocht uit de tariefberekeningen 2025 een aanleiding volgen voor een bijstelling hiervan wij hierop bij de programmabegroting

Pagina

3 van 9

De kostenopbouw, gekoppeld aan maximaal 100% kostendekkendheid resulteert voor de afvalstoffenheffing in een tariefstijging met 11% in 2025 (naar € 410,70 voor een meerpersoonshuishouden). Dat is 6,75% meer dan de algemene tariefsverhoging voor heffingen uit de Kadernota 2025. Deze tariefstijging is noodzakelijk om de eerder, in de programmabegroting 2024, toegelichte stijging van de kosten op te kunnen vangen en toe te werken naar het uitgangspunt van kostendekkende tarieven. Na dit voorstel stijgt de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing 2025 met 5% ten opzichte van 2024 tot 94,2%. Hieronder onder Financiën alsmede in de aanbiedingsbrief van de programmabegroting is de ontwikkeling van de woonlasten 2025 nader toegelicht. Keuzemogelijkheden/alternatieven

In het hoofdlijnenakkoord van het begin juli aangetreden kabinet is geen voorstel opgenomen voor de oplossing van de korting op het gemeentefonds vanaf 2026. Op 19 augustus vond het eerste overhedenoverleg plaats met het nieuwe kabinet. Tijdens dat overleg is gebleken dat het kabinet de korting op het gemeentefonds in de Miljoenennota 2025 niet gaat terugdraaien. De afspraken met het vorige kabinet over Wmo en Hervormingsagenda Jeugd worden wel gerespecteerd. Met de ministers en staatssecretarissen is afgesproken dat de komende maanden in deelstudies onderzoek plaatsvindt of de taken en middelen rond de thema’s bestaanszekerheid, versterking voorzieningenniveau in alle gemeenten, aandacht voor de relatie tussen het zorgdomein en het sociaal domein en het versnellen van de woningbouwopgave in balans zijn. Wanneer dat niet het geval is, wordt bepaald welke stappen er moeten worden gezet om dat te herstellen. Eind oktober/ begin november moet de uitkomst van het onderzoek bekend zijn. Om niet vooruit te lopen op de uitkomst van de onderhandelingen met het kabinet over de gemeentefinanciën nemen we nu nog geen aanvullende ombuigingsvoorstellen op voor 2027 en 2028. In de komende periode bereiden wij ons verder voor om ons op de toekomst voor te bereiden.

In de programmabegroting hebben wij daartoe actiepunten geformuleerd, zoals het onderzoek naar de mogelijkheid om bestaande maatregelen uit te breiden en/ of nieuwe maatregelen te treffen. De mate waarin is mede afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek door BZK. Zodra wij daarover meer informatie hebben komen wij daarop bij u terug. Participatie

Niet van toepassing. Net als voorgaande jaren wordt er over de programmabegroting 2025 nog een zogenaamde ‘Begroting in één oogopslag’ opgesteld. Deze wordt nog voor de raadsvergadering gepubliceerd in de lokale media zodat ook inwoners, instellingen en ondernemers van Aalsmeer hiervan kennis kunnen nemen. Digitaal is de programmabegroting 2025 voor iedereen beschikbaar via de P&C portal aalsmeer.pcportal.nl. Kantekeningen en risico’s

In de Kadernota 2025 zijn, naast het onderzoek over de kostprijsdekkende tarieven Wmo, de volgende risico’s benoemd met een mogelijke financiële impact: Jeugdzorg In de commissievergadering van 6 juni bent u geïnformeerd over de inhoudelijke en financiële resultaten jeugdhulp 2024. Uit de presentatie bleek dat wij een tekort verwachtten over 2024, maar ook dat de kostenbesparende maatregelen naast degene die al getroffen waren worden uitgebreid. Nu een aantal maanden verder hebben wij de maatregelen doorgevoerd, maar zien wij helaas dat er een tekort ontstaat over 2024 bovenop het effect dat wij al in de 1e bestuursrapportage hebben meegenomen. Onze verwachting is dat een deel hiervan structureel is. Op basis van eerste grove berekeningen is de inschatting dat ondanks de maatregelen er een bijstelling moet plaatsvinden in de programmabegroting 2025 (bandbreedte tussen

Pagina

-

-

4 van 9

de € 0,8 en € 1,4 miljoen). Deze uitkomsten hebben wij echter nog niet volledig kunnen analyseren. Daarom geven wij op zijn plaats alvast een winstwaarschuwing af. In het raadsvoorstel over de septembercirculaire 2024 komen wij hierop terug en leggen wij u een voorstel voor om de programmabegroting hiervoor te wijzigen. Daarnaast is ook voor de jeugdhulp in juli een algemene maatregel van bestuur ingegaan die gemeenten meer houvast bieden bij het vaststellen van ‘reële tarieven’ voor jeugdhulpaanbieders. Discussie oude openstaande AA-posten (€ 164.000) Extra middelen voor de uitvoering van de jeugdhulp. Er zijn budgetten toegekend tot en met 2025. Voor de jaren erna is op een stelpost budgettaire ruimte voor het eventueel structureel maken van deze formatie van € 244.000 opgenomen. Of dat noodzakelijk is en zo ja deze middelen voldoende zijn moet nog blijken. Inventarisatie areaal buitenruimte i.v.m. beheerkosten De inventarisatie van het areaal buitenruimte is nog niet afgerond. Inflatie in gemeentefonds in relatie tot werkelijke prijsontwikkeling Nog niet alle ambities zijn financieel vertaald Nieuwe wettelijke taken waarvoor Rijk onvoldoende budget beschikbaar stelt Taakstellingen Naast de taakstellingen die volgen uit de ombuigingsvoorstellen (besluitvorming Kadernota 2025, ter grootte van ca.

€ 1,5 miljoen structureel) zijn op basis van eerdere besluitvorming bij de programmabegroting 2023 en 2024 taakstellingen opgenomen voor: o Milieubeleid - € 100.000 o Besparingen op jeugdhulp - € 192.000 (in 2025) en € 592.000 (vanaf 2026) o Besparingen op Wmo (€ 150.000, 2025 oplopend tot € 300.000 vanaf 2027, exclusief korting gemeentefonds als gevolg van afschaffing abonnementstarief (€ 280.000). Daarmee is de totale taakstelling na afschaffing abonnementstarief € 580.000 vanaf 2027) Ten behoeve van de realisatie van deze taakstellingen zijn eerder al keuzes gemaakt. Omdat effectueren ervan tijd kost blijft het onzeker of deze volledig gerealiseerd worden totdat dit een feit is.

Daarbij hebben wij ook aangegeven nog een aantal kansen te zien: Objectieve indexering en fondsvorming Wmo uit de Voorjaarsnota van het Rijk vanaf 2026 Vooruitlopend op een andere financiering van de Wmo wordt een bedrag van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd en bij de Miljoenennota overgeheveld naar het Gemeentefonds. In het raadsvoorstel over de septembercirculaire geven wij aan wat dit betekent voor Aalsmeer. Aflopende erfpachtovereenkomst Eigen Haard In 2024 worden naar verwachting de onderhandelingen over de erfpachtovereenkomst met Eigen Haard afgerond. Hieruit worden hogere inkomsten verwacht dan nu in de programmabegroting zijn opgenomen. Stelposten loon-en prijs, behoedzaamheid en nieuw beleid als onderdeel van de programmabegroting Areaaluitbreiding en/ of extra tariefstijgingen waardoor hogere inkomsten Financiën

In dit onderdeel van ons voorstel gaan we in op het meerjarenperspectief dat in deze programmabegroting wordt gepresenteerd. In de tabel hieronder is de ontwikkeling van het meerjarig begrotingsresultaat opgenomen. De tabel begint met de stand zoals die is vastgesteld bij de Kadernota 2025. Vanaf dat punt worden de wijzigingen toegelicht. Hierbij wordt een uitsplitsing gemaakt op de reeds genomen raadsbesluiten, onderdelen waar geen keuze mogelijk is (autonome ontwikkelingen) en overige ontwikkelingen.

Pagina

5 van 9

Ook worden in deze hoofdlijnen van de financiële ontwikkeling enkele belangrijke financiële kengetallen besproken. We kijken dan naar de weerstandsratio, de schuldpositie en het structurele begrotingsresultaat (het resultaat waaruit de incidentele baten en lasten zijn gefilterd). Ook gaan we in op de ontwikkeling van de lokale heffingen. Meerjarenperspectief programmabegroting 2025 Het meerjarenperspectief 2025 – 2028 ziet er als volgt uit: bedrag x € 1.000

Meerjarenraming 2025

Perspectief volgens Kadernota Raadsbesluiten na Kadernota

193

2026

2027

2028

811 -1.932 -3.035

1.047

342

341

341

Nominale ontwikkelingen

0

0

0

0

Kapitaallasten

10

6

7

18

Kostentoerekening

0

0

0

0

Overige besluitvorming

156

711

396

396

Neutrale aanpassingen

0

0

0

0

Meerjarenbegroting

Totaal

1.406

1.870 -1.189 -2.280

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de begroting 2025 sluit met een positief begrotingsresultaat van € 1,406 miljoen. In de Kadernota 2025 werd een positief resultaat gepresenteerd voor 2025 van € 0,193 miljoen. Na het besluit over de Kadernota is ook de meicirculaire 2024 ter besluitvorming aan u voorgelegd (raadsvergadering 4 juli 2024). Het besluit hierover heeft geresulteerd in een nieuw vertrekpunt voor de programmabegroting 2025 van € 1,240 miljoen. Zoals ieder jaar vindt na het vaststellen van de Kadernota een per saldo budgetneutrale mutatie over de verschillende programma’s plaats waarbij de programmabudgetten binnen de diverse programma’s worden bijgesteld voor inflatie (nominale ontwikkelingen), de kapitaallasten worden geactualiseerd op basis van o.a. de realisatie uit de jaarstukken 2023 en vindt er een per saldo budgetneutrale verdeling plaats van de dienstverleningsbijdrage over de programmabudgetten binnen de diverse programma’s (kostentoerekening). De volgende ontwikkelingen uit het actualiseren van de cijfers ten behoeve van de (meerjaren)begroting, hebben impact op het voorliggende (meerjaren)perspectief: • Wmo In de Kadernota 2025 hebben wij u geïnformeerd over een onderzoek dat wij zijn gestart naar de reële kostprijzen (tarieven) Wmo die wij betalen aan de zorgaanbieders voor de uitvoering (o.a.

huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding), om te voldoen aan de AMvB reële kostprijzen. Dit onderzoek bevindt zich in een afrondende fase, maar een definitieve uitkomst verwachten wij pas nadat de programmabegroting aan u is aangeboden. Gelet op de voorlopige uitkomsten van het onderzoek verwachten wij dat wij in ieder geval een tariefverhoging door te moeten voeren. Hiervoor is, rekening houdend met een structurele onderuitputting 2024, een budget van € 280.000 voor 2025 in de programmabegroting opgenomen. Uit dit onderzoek komen ook mogelijkheden om bij de aanbesteding, die wij in 2025 gaan doen (en waarvan de contracten ingaan per 2026), aanvullende voorwaarden te formuleren waardoor wij verdere kostenstijging zo veel als mogelijk proberen te beperken.

Pagina

6 van 9

• Afvalstoffenheffing In de paragraaf lokale heffingen wordt voorgesteld in het tarief voor de afvalstoffenheffing in 2025 met 11% (€ 41 voor een meerpersoonshuishouden) te laten stijgen. Deze tariefstijging is noodzakelijk om de in programmabegroting 2024 al toegelichte stijging van de kosten op te kunnen vangen en toe te werken naar het uitgangspunt van kostendekkende tarieven. Daarnaast neemt met dit voorstel de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing in 2025 toe tot 94% (2024 89%) waardoor het begrotingsresultaat structureel verbetert met € 288.000. Hiermee geven wij ook gehoor aan de eerdere constatering van de gemeenteraad dat het uitgangspunt van kostendekkende tarieven nog niet volledig is doorgevoerd. Verderop gaan we onder lokale heffingen in wat dit betekent voor de ontwikkeling van de lokale woonlasten in 2025. • Overige mutaties Daarnaast is in deze programmabegroting een aantal mutaties opgenomen met een per saldo impact op het begrotingsresultaat van € 0,140 miljoen structureel voordelig en € 0,016 miljoen incidenteel voordelig. Deze worden in het hoofdstuk Financiën per programma van deze begroting nader toegelicht. Tegelijk met het vaststellen van deze programmabegroting bieden wij u ook de eindrapportage over zwembad de Waterlelie aan.

Wij hebben als college de voorkeur uitgesproken voor scenario 2, dat is ook het voorkeursscenario van de ESA en ons adviesbureau Drijver en Partners. In de Kadernota 2025 hebben wij op basis van voorlopige cijfers ten behoeve van de nieuwbouw van het zwembad een krediet opgenomen van € 28,2 miljoen. Met het uitspreken van het voorkeursscenario is bekend dat hiervoor een krediet van € 25,5 miljoen benodigd is. Door het samenvallen van de besluitvorming over ons voorkeursscenario toekomstige nieuwbouw zwembad en deze programmabegroting konden wij dat - gelet op de gedane toezeggingen aan u over de aanlevering van deze programmabegroting en de geplande technische toelichting daarover - niet meer in voorliggend document verwerken. In december 2024 leggen wij u het raadsvoorstel over het beschikbaar stellen van het krediet voor. Het financiële effect op de afschrijvingskosten naar aanleiding van deze bijstelling van het krediet ten opzichte van dat in de Kadernota 2025 (€ 115.000 vanaf 2028) nemen we daarin mee. Begrotingsevenwicht Uit de tabel met het meerjarig begrotingsresultaat blijkt dat de begroting voor de jaren 2025 en 2026 nog een positief begrotingssaldo laat zien, maar dat vanaf 2027 ook in de Aalsmeerse begroting het effect van de korting van het Rijk op de algemene uitkering uit het gemeentefonds weerslag heeft.

De Provincie Noord Holland toetst in haar rol als toezichthouder of de begroting ‘structureel in evenwicht’ is. Een begroting is structureel in evenwicht als de structurele lasten gedekt worden met structurele baten. Onderstaande tabel laat zien dat dit voor 2025 en 2026 het geval is. Dat betekent dat deze begroting voor die jaren structureel in evenwicht is. bedrag x € 1.000 Structureel Incidenteel Saldo begroting

2025 3.295 -1.889 1.406

Meerjarenraming 2026 2027 3.183 -1.213 -1.313 24 1.870 -1.189

2028 -2.180 -100 -2.280

Met een structureel en reëel sluitende begroting in 2025 voldoet Aalsmeer aan de voorwaarde van repressief toezicht. Net als ieder jaar geeft de Provincie daarover

voor het einde van dit jaar haar oordeel.

Pagina

7 van 9

Ontwikkeling weerstandsratio Zoals in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing te vinden is bedraagt de weerstandsratio in deze programmabegroting 2,4 en deze heeft daarmee de classificatie uitstekend. Dat betekent dat we een voldoende grote buffer achter de hand hebben om incidentele risico’s, mochten deze zich onverhoopt voordoen, kunnen opvangen. Ook biedt dit onder voorwaardenruimte, in lijn met de notitie van het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 21 november 2023, om de algemene reserve in te zetten om binnen de termijn van de meerjarenraming via ombuigingen toe te groeien naar een sluitend perspectief. Omdat het hier om een incidentele buffer gaat is deze dus niet geschikt om structurele financiële effecten, zoals bijvoorbeeld aanvullende Rijksbezuinigingen of structurele tekorten in de jeugdhulp of Wmo op te vangen. Het betreft inzet van de algemene reserve om naar een sluitende begroting toe te groeien. Daarbij wordt opgemerkt op dat deze ratio een momentopname is. Een hogere risicopositie of een lager weerstandsvermogen beïnvloedt de ratio. Als gevolg van het raadsbesluit om een gedeelte van de lastenstijging - veroorzaakt door externe financieringslasten - af te toppen door daarvoor een bestemmingsreserve te vormen daalt de ratio in 2028 in ieder geval.

Bij eventuele beslissingen om middelen te onttrekken tussen nu en dat moment dient hiermee rekening te worden gehouden om te voorkomen dat de ratio onder de door de raad gestelde ondergrens van 1,5 zakt. Ontwikkeling schuldpositie en rentelasten De onderstaande grafiek laat de verhouding tussen het vreemd vermogen (schuldpositie) en de ontwikkeling van de rentelasten zien. De ontwikkeling van de schulden laat een constant beeld zien in relatie tot het groeiende bezit. De geplande investeringen uit het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte (MPP) en het Meerjaren Investeringen Programma (MIP) zijn de oorzaak van de schuldpositie. Een groot deel hiervan wordt gefinancierd met vreemd vermogen. Het bedrag dat betaald wordt aan rentelasten stijgt hierdoor de komende jaren. Dit komt door de groeiende schuld in combinatie met de gestegen rente.

Ontwikkeling schuldpositie en rentelasten 140.000

2.500

120.000

2.000

100.000 80.000

1.500

60.000

1.000

40.000

500

20.000 0

2024

2025

2026

2027

Schuldpositie ultimo

Rentelasten

2028

0

In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van de financiële kengetallen. Hieruit blijkt dat de komende jaren de schuldquote oploopt als gevolg van het aantrekken van leningen om nieuw bezit te kunnen financieren, maar dat deze binnen een aanvaardbare bandbreedte blijft.

Pagina

8 van 9

Ontwikkeling lokale heffingen Daar waar het mogelijk is vraagt de gemeente kostendekkende tarieven voor geleverde diensten. Op deze manier worden de kosten gelegd bij degene die van de dienst gebruik maakt. In de Kadernota 2025 is een onderzoek aangekondigd naar de kostendekkendheid van de heffingen en de leges. Voor rioolheffing en afvalheffing is dit onderzoek voorafgaand aan het opstellen van deze programmabegroting afgerond. Het onderzoek naar de kostendekkendheid van de leges Burgerzaken (algemene dienstverlening), APV en dienstverlening in het kader van de Omgevingswet wordt in de komende weken afgerond. In het raadsvoorstel over de belastingverordeningen 2025 komen we hierop terug. Na uitwerking van de uitgangspunten voor de indexatie van de tarieven zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van de Kadernota 2025 en de tariefvoorstellen die in deze programmabegroting zijn opgenomen is de ontwikkeling van de lokale woonlasten 2025 als volgt: Soort lokale heffing

2021

2022

2023

2024

2025

OZB aanslag woning eigenaar

425

505

519

531

553

Rioolheffing eigenaar

174

177

181

188

196

Afvalstoffenheffing gebruiker

299

237

330

370

411

Woonlasten

898

919

1.030

1.089

1.160

898

823

1.030

1.089

1.160

2,3%

n.v.t.

5,7%

6,5%

Eenmalige belastingkorting voor huishoudens in 2022 Woonlasten na belastingkorting % toename t.o.v. vorig jaar

-96

In de Kadernota 2025 hebben wij u voorgesteld om de hondenbelasting af te schaffen en de OZB evenredig te verhogen zodat deze afschaffing geen effect heeft op de gemeentelijke inkomsten. Naar aanleiding daarvan is gevraagd wat het effect is op de OZB aanslag voor een woning met een gemiddelde WOZ waarde: dit voorstel heeft extra stijging van ca. 0,77% ten opzichte van 2024 tot gevolg. In bovenstaande tabel is daarmee in de ontwikkeling van de woonlasten al rekening gehouden. In 2025 effectueren we daarnaast het eerder genomen besluit tot verhoging van de waterverblijfsbelasting. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

Op grond van artikel 191 lid 2 Gemeentewet dient de door de gemeenteraad vastgestelde begroting vóór 15 november te worden ingezonden aan Gedeputeerde Staten. Voorafgaand aan de raadsbehandeling heeft de begroting ter inzage gelegen en is hier bekendheid aan gegeven. Na vaststelling van de programmabegroting vormt het uitvoeringsplan dat op basis van deze programmabegroting wordt opgesteld de basis voor de opdrachtformulering aan de AA organisatie. Evaluatie

De verantwoording over de programmabegroting 2025 vindt plaats in de 1e en 2e bestuursrapportage 2025 en de jaarstukken 2025. Onderdeel van die documenten is zowel een beleidsmatige als een financiële verantwoording.

Pagina

9 van 9

Duurzaamheidsaspecten

In de voorliggende programmabegroting zijn budgetten opgenomen voor duurzaamheid. In de paragraaf duurzaamheid en klimaat worden de doelstellingen, de actiepunten en de daarvoor benodigde budgetten nader toegelicht. Bijlagen

1. 2.

Programmabegroting 2025 gemeente Aalsmeer Notitie strategische aankopen

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 24 september 2024, zaaknummer Z24-027567; gelet op artikel 189 tot en met 191 van de Gemeentewet;

Besluit

a.

De programmabegroting 2025 vast te stellen en kennis te nemen van de meerjarenraming 2026-2028. b. De in de programmabegroting 2025 opgenomen budgetten 2025 per programma. te autoriseren op het niveau van lasten, baten en saldo per programma. c. Voor de voorgestelde investeringen 2025 conform paragraaf 4.2 van de programmabegroting 2025 de benodigde kredieten beschikbaar te stellen, met uitzondering van de kredieten voor IKC Oosteindedriehoek en noodstroomvoorziening. d. Akkoord te gaan met de notitie strategische aankopen. e. In afwijking van de uitgangspunten voor tariefsverhoging uit de Kadernota 2025 de afvalstoffenheffing in 2025 met 11% te verhogen.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 7 november 2024 De plv. griffier,

De voorzitter,

drs.O.F. Matheijsen

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[.docx] 101/F105/ICT

Programmabegroting 2025

Gemeente Aalsmeer

Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief ..................................................................................................... 4 1. Leeswijzer ......................................................................................................... 12 2. Programmaplan ................................................................................................. 15 2.1 Sociaal domein ................................................................................................ 16 2.2 Onderwijs en ontplooiing................................................................................... 30 2.3 Economie en duurzaamheid ............................................................................... 42 2.4 Openbare ruimte ............................................................................................. 51 2.5 Ruimtelijke ontwikkeling ................................................................................... 58 2.6 Bestuur, bevolking en veiligheid ......................................................................... 70 2.7 Overhead ....................................................................................................... 79 2.8 Algemene dekkingsmiddelen ............................................................................. 82 3.

Paragrafen ........................................................................................................ 89 3.1 Lokale heffingen .............................................................................................. 90 3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ......................................................... 105 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................... 113 3.4 Financiering .................................................................................................. 119 3.5 Bedrijfsvoering .............................................................................................. 124 3.6 Verbonden Partijen ........................................................................................ 130 3.7 Grondbeleid .................................................................................................. 152 3.8 Duurzaamheid en klimaat ............................................................................... 156 3.9 Wet Open Overheid ........................................................................................ 164 4. Financiële begroting ........................................................................................ 167 4.1 Financieel meerjarenbeeld 2025 - 2028.............................................................

168 4.2 Investeringen ................................................................................................ 175 4.3 Reserves en voorzieningen .............................................................................. 177 4.4 Meerjarenraming per programma ..................................................................... 183 5. Bijlagen ........................................................................................................... 185 5.1 Verplichte beleidsindicatoren BBV inclusief toelichting ......................................... 187 5.2 Kaderstellende nota's ..................................................................................... 191 5.3 Subsidieoverzicht ........................................................................................... 193

Programmabegroting 2025

3

Gemeente Aalsmeer

Aanbiedingsbrief Aalsmeer, 24 september 2024 Geachte raadsleden, Voor u ligt de programmabegroting 2025. In deze programmabegroting leggen wij u de beleidsmatige en financiële vertaling voor van de eerder vastgestelde bestuurlijke kaders. De bestuurlijke kaders zijn eerder vastgelegd in de Kadernota 2025 die door u is vastgesteld op 4 juli jl. Basis voor de voorstellen die daarin zijn gedaan is het raadsprogramma 2022 - 2026 'Aan de slag voor Aalsmeer' en het collegeprogramma 2022 - 2026 'Samenwerken aan Aalsmeer'. Als gevolg van de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 is 2025 het laatste volledige jaar waarin wij uitvoering kunnen geven aan het raads- en collegeprogramma. We richten ons komend jaar, naast de uitvoering van de wettelijke taken en de uitvoering van beleid, op het afronden van datgene waaraan we begonnen zijn. Dat betekent onder andere dat: - we uitvoering geven aan de Strategienota Sociaal Domein; - we starten we met de voorbereidingen van de bouw van een nieuw IKC in -

Oosteindedriehoek; we locatieonderzoek doen naar de huisvesting van de Taalklassen en een robuuste school in Kudelstaart; we uitvoering geven aan de bibliotheekvisie en we een bibliotheekvestiging opzetten in Kudelstaart; we het programma arbeidsmigranten opstellen;

-

we de voorbereidingen treffen voor nieuwbouw van zwembad de Waterlelie; we het programma Duurzaamheid vaststellen en voorbereidingen treffen voor verzwaring van het elektriciteitsnetwerk;

-

naast het actualiseren en uitvoeren van het Meerjarenplan Buitenruimte we een bestedingsplan opstellen voor extra groen; we omgevingsvergunningen verstrekken om daarmee onder andere bouw in

-

Westeinderhage, Oosteindedriehoek en Bilderdammerweg mogelijk te maken; we samen met de commissie Luchtvaartzaken ons standpunt omtrent Schiphol blijven uitdragen en actualiseren; we nadat de raad de woonvisie heeft vastgesteld deze uitwerken in een uitvoeringsprogramma; hetzelfde geldt voor het verkeerscirculatieplan; we verder gaan met de (ver)nieuwbouw van de brandweerkazerne samen met de Veiligheidsregio; we in regionale en landelijke netwerken de belangen van de gemeente Aalsmeer blijven uitdragen.

Financiële ontwikkeling In dit onderdeel van onze brief gaan we in op het meerjarenperspectief dat in deze programmabegroting wordt gepresenteerd. In de tabel hieronder is de ontwikkeling van het meerjarig begrotingsresultaat opgenomen. De tabel begint met de stand zoals die is vastgesteld

Programmabegroting 2025

4

Gemeente Aalsmeer

bij de Kadernota 2025. Vanaf dat punt worden de wijzigingen toegelicht. Hierbij wordt een uitsplitsing gemaakt op de reeds genomen raadsbesluiten, onderdelen waar geen keuze mogelijk is (autonome ontwikkelingen) en overige ontwikkelingen. Ook wordt de ontwikkeling van enkele belangrijke financiële kengetallen besproken. We kijken dan naar de weerstandsratio, de schuldpositie en het structurele begrotingsresultaat (het resultaat waaruit de incidentele baten en lasten zijn gefilterd). Ook gaan we in op de ontwikkeling van de lokale heffingen. Meerjarenperspectief programmabegroting 2025 Het meerjarenperspectief 2025 – 2028 ziet er als volgt uit: bedrag x € 1.000

Meerjarenraming 2025

Perspectief volgens Kadernota

193

Raadsbesluiten na Kadernota

2026

2027

2028

811 -1.932

-3.035

1.047

342

341

341

Nominale ontwikkelingen

0

0

0

0

Kapitaallasten

10

6

7

18

Kostentoerekening

0

0

0

0

Overige besluitvorming

156

711

396

396

Neutrale aanpassingen

0

0

0

0

1.870 -1.189

-2.280

Meerjarenbegroting

Totaal

1.406

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de begroting 2025 sluit met een positief begrotingsresultaat van € 1,406 miljoen. In de Kadernota 2025 werd een positief resultaat gepresenteerd voor 2025 van € 0,193 miljoen. Na het besluit over de Kadernota is ook de meicirculaire 2024 ter besluitvorming aan u voorgelegd (raadsvergadering 4 juli 2024). Het besluit hierover heeft geresulteerd in een nieuw vertrekpunt voor de programmabegroting 2025 van € 1,240 miljoen. Zoals ieder jaar vindt na het vaststellen van de Kadernota een per saldo budgetneutrale mutatie over de verschillende programma’s plaats waarbij de programmabudgetten binnen de diverse programma’s worden bijgesteld voor inflatie (nominale ontwikkelingen), de kapitaallasten worden geactualiseerd op basis van o.a. de realisatie uit de jaarstukken 2023 en vindt er een per saldo budgetneutrale verdeling plaats van de dienstverleningsbijdrage over de programmabudgetten binnen de diverse programma’s (kostentoerekening). De volgende ontwikkelingen uit het actualiseren van de cijfers ten behoeve van de (meerjaren)begroting, hebben impact (per saldo € 166.000 voordelig in 2025) op het voorliggende (meerjaren)perspectief: • Wmo In de Kadernota 2025 hebben wij u geïnformeerd over een onderzoek dat wij zijn gestart naar de reële kostprijzen (tarieven) Wmo die wij betalen aan de zorgaanbieders voor de uitvoering (o.a.

huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding), om te voldoen aan de AMvB reële kostprijzen. Dit onderzoek bevindt zich in een afrondende fase, maar een definitieve uitkomst verwachten wij pas nadat de programmabegroting aan u is aangeboden. Gelet op de voorlopige

Programmabegroting 2025

5

Gemeente Aalsmeer

uitkomsten van het onderzoek verwachten wij dat wij in ieder geval een tariefverhoging door te moeten voeren. Hiervoor is, rekening houdend met een structurele onderuitputting 2024, een budget van € 280.000 voor 2025 in de programmabegroting opgenomen. Uit dit onderzoek komen ook mogelijkheden om bij de aanbesteding, die wij in 2025 gaan doen (en waarvan de contracten ingaan per 2026), aanvullende voorwaarden te formuleren waardoor wij verdere kostenstijging zo veel als mogelijk proberen te beperken. • Afvalstoffenheffing In de paragraaf lokale heffingen wordt voorgesteld in het tarief voor de afvalstoffenheffing in 2025 met 11% (€ 41 voor een meerpersoonshuishouden) te laten stijgen. Deze tariefstijging is noodzakelijk om de in programmabegroting 2024 al toegelichte stijging van de kosten op te kunnen vangen en toe te werken naar het uitgangspunt van kostendekkende tarieven. Daarnaast neemt met dit voorstel de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing in 2025 toe tot 94% (2024 89%) waardoor het begrotingsresultaat structureel verbetert met € 288.000. Hiermee geven wij ook gehoor aan de eerdere constatering van de gemeenteraad dat het uitgangspunt van kostendekkende tarieven nog niet volledig is doorgevoerd. Verderop gaan we onder lokale heffingen in wat dit betekent voor de ontwikkeling van de lokale woonlasten in 2025.

• Overige mutaties Daarnaast is in deze programmabegroting een aantal mutaties opgenomen met een per saldo impact op het begrotingsresultaat van € 0,140 miljoen structureel voordelig en € 0,016 miljoen incidenteel voordelig. Deze worden in het hoofdstuk Financiën per programma van deze begroting nader toegelicht. Op deze plaats doen wij ook alvast een winstwaarschuwing. In de commissievergadering van 6 juni bent u geïnformeerd over de inhoudelijke en financiële resultaten jeugdhulp 2024. Uit de presentatie bleek dat wij een tekort verwachtten over 2024, maar ook dat de kostenbesparende maatregelen naast degene die al getroffen waren worden uitgebreid. Nu een aantal maanden verder hebben wij de maatregelen doorgevoerd, maar zien wij helaas dat er een tekort ontstaat over 2024 bovenop het tekort dat wij al in de 1e bestuursrapportage hebben meegenomen. Onze verwachting is dat een deel hiervan structureel is. Op basis van eerste grove berekeningen is de inschatting dat ondanks de maatregelen er een bijstelling moet plaatsvinden in de programmabegroting 2025 (bandbreedte tussen de € 0,8 en € 1,4 miljoen). Deze uitkomsten hebben wij echter nog niet volledig kunnen analyseren. Daarom geven wij op zijn plaats alvast een winstwaarschuwing af.

In het raadsvoorstel over de septembercirculaire 2024 komen wij hierop terug en leggen wij u een voorstel voor om de programmabegroting hiervoor te wijzigen. Tegelijk met het vaststellen van deze programmabegroting bieden wij ook de eindrapportage over zwembad de Waterlelie aan. Wij hebben als college de voorkeur uitgesproken voor scenario 2, dat is ook het voorkeursscenario van de ESA en ons adviesbureau Drijver en Partners. In de Kadernota 2025 hebben wij op basis van voorlopige cijfers ten behoeve van de nieuwbouw van het zwembad een krediet opgenomen van € 28,2 miljoen. Met het uitspreken van het voorkeursscenario is bekend dat hiervoor een krediet van € 25,5 miljoen benodigd is. Door het samenvallen van de besluitvorming over ons voorkeursscenario toekomstige nieuwbouwzwembad en deze programmabegroting konden wij deze - gelet op de gedane toezeggingen aan u over de aanlevering van deze programmabegroting en de geplande technische toelichting daarover - nu niet meer in dit document verwerken. In december 2024 leggen wij u het raadsvoorstel over het beschikbaar stellen van het krediet voor. Het financiële

Programmabegroting 2025

6

Gemeente Aalsmeer

effect op de afschrijvingskosten naar aanleiding van deze bijstelling van het benodigde krediet ten opzichte van dat in de Kadernota 2025 (€ 115.000 vanaf 2028) nemen we daarin mee. Lasten en baten programmabegroting 2025 De programmabegroting van Aalsmeer bestaat – zoals bekend – uit acht programma’s. In onderstaande grafiek zijn de uitgaven en inkomsten per programma grafisch in beeld gebracht. Het sociaal domein bepaalt 1/3 van de gemeentelijke begroting, een begroting die voor de inkomsten voor meer dan de helft afhankelijk is van de algemene uitkering van het Rijk. Gemeentelijke uitgaven en inkomsten 60 50 40 30 20 10 0

Uitgaven

Overige Onderwijs Economie Ruimtelijk Bestuur, uitgaven/ Algemene Sociaal en en Openbare e bevolking Belastinge inkomsten uitkering Domein ontplooiin duurzaam ruimte ontwikkeli en n en Rijk g heid ng veiligheid reserves 35 8 1 22 21 8 20

Inkomsten

7

2

1

10

18

1

8

55

15

Begrotingsevenwicht Uit de tabel met het meerjarig begrotingsresultaat blijkt dat de begroting voor de jaren 2025 en 2026 nog een positief begrotingssaldo laat zien, maar dat vanaf 2027 ook in de Aalsmeerse begroting het effect van de korting van het Rijk op de algemene uitkering uit het gemeentefonds weerslag heeft. De Provincie Noord Holland toetst in haar rol als toezichthouder of de begroting ‘structureel in evenwicht’ is. Een begroting is structureel in evenwicht als de structurele lasten gedekt worden met structurele baten. Onderstaande tabel laat zien dat dit voor 2025 en 2026 het geval is. Dat betekent dat deze begroting voor die jaren structureel in evenwicht is. Voor meer informatie over de redenen van het structureel evenwicht verwijzen wij naar het overzicht van incidentele baten en lasten in deze programmabegroting. bedrag x € 1.000 Structureel Incidenteel Saldo begroting

2025 3.295 -1.889 1.406

Meerjarenraming 2026 2027 3.183 -1.213 --1.313 24 1.870 -1.189

2028 -2.180 -100 -2.280

Met een structureel en reëel sluitende begroting in 2025 voldoet Aalsmeer aan de voorwaarde van repressief toezicht. Net als ieder jaar geeft de Provincie daarover voor het einde van dit jaar haar oordeel.

Programmabegroting 2025

7

Gemeente Aalsmeer

Ontwikkeling weerstandsratio Zoals in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing te vinden is bedraagt de weerstandsratio in deze programmabegroting 2,4 en deze heeft daarmee de classificatie uitstekend. Dat betekent dat we een voldoende grote buffer achter de hand hebben om incidentele risico’s, mochten deze zich onverhoopt voordoen, kunnen opvangen. Ook biedt dit onder voorwaardenruimte, in lijn met de notitie van het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 21 november 2023, om de algemene reserve in te zetten om binnen de termijn van de meerjarenraming via ombuigingen toe te groeien naar een sluitend perspectief. Omdat het hier om een incidentele buffer gaat is deze dus niet geschikt om structurele financiële effecten, zoals bijvoorbeeld aanvullende Rijksbezuinigingen of structurele tekorten in de jeugdhulp of WMO op te vangen. Het betreft inzet van de algemene reserve om naar een sluitende begroting toe te groeien. Daarbij merken wij op dat deze ratio een momentopname is. Een hogere risicopositie of een lager weerstandsvermogen beïnvloedt de ratio. Als gevolg van uw besluit in de Kadernota 2025 om een gedeelte van de lastenstijging - veroorzaakt door externe financieringslasten af te toppen door daarvoor een bestemmingsreserve te vormen daalt de ratio in 2028 in ieder geval.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=1658c2b1-5c64-498a-b7a5-405d0599fb50