CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

2b.Commissie Maatschappij en Bestuur oordeelsvormend 24 oktober 2024, gemeente aalsmeer33.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel - 2b.Commissie Maatschappij en Bestuur oordeelsvormend van 24 oktober 2024 0.1 1 2 3 4 5

6

7

Afsprakenlijst oordeelsvormende commissie Maatschappij en Bestuur van 24 oktober 2024 AFSPRAKENLIJST Oordeelsvormende Commissie Maatschappij en Bestuur 24-10-2024 Opening door de voorzitter van de Commissie Maatschappij en Bestuur, mevrouw G. Holtrop Vaststellen van de agenda Agenda Oordeelsvormende commissie M&B 24-10-2024 Actieve informatie uit het college Mededelingen vanuit de fracties Participatieverordening Aalsmeer 2024 Portefeuillehouder: W. Kikkert Het doel van dit voorstel is het vaststellen van een participatieverordening die in samenhang is met de twee Aalsmeerse bouwstenen voor participatie: het Participa__tiebeleid voor de fysieke leefomgeving en de Participatievisie Aalsmeer 2024. Deze participatieverordening sluit aan bij de huidige modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en bij participatie in het kader van de Omgevingswet en vat op samenhangende wijze alle vormen van participatie in de gemeente samen. Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 14 november 2024.

20240903 Getekend raadsvoorstel participatieverordening Aalsmeer 2024 Raadsbesluit participatieverordening 2024 Participatie verordening 2024 Aalsmeer 20241014 Nota van toelichting bij participatieverordening aangepast Participatie- en inspraak verordening Aalsmeer 2010 Vaststellen Programmabegroting 2025 Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren Het doel van de programmabegroting is het vaststellen van de bestuurlijke en financiële kaders voor het komende begrotingsjaar. In aanloop naar de begrotingsvergadering van 7 november a.s. hebben de fracties de gelegenheid de laatste informatie tot zich te nemen en draagvlak te peilen voor eventuele moties en amendementen Vergaderorde: 1e termijn: laatste gelegenheid om vragen te stellen die van belang zijn om in te stemmen met de begroting; 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met de begroting en polsen draagvlak voor eventuele moties en amendementen. Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 7 november 2024.

20240924 Getekend raadsvoorstel Programmabegroting 2025 Aalsmeer (1) RB Programmabegroting 2025 Aalsmeer 20240924 Programmabegroting Aalsmeer 2025 definitief Notitie strategische (grond)aankopen definitief 20241021 ALS_Begroting_1oogopslag_2025_550x390_v10 20241022 Memo 52 inzake strategisch aankoopbeleid 20241022 Memo 55 beantwoording vragen FA, AA en CDA inzake de PB 2025 20231018 Bijlage vraag 2 CDA B&W besluit inzake indienen PvA SPeciale UitKering Gezond en Actief Leven Akkoord 2024-2026 - SPUK GALA) 20241018 Bijlage vraag 2 CDA Aalsmeer plan van aanpak brede spuk GALA 2024-2026 getekend18102023 20241022 Memo 56 Beantwoording raadsvragen beeldvormende commissie inzake de Uiterweg m.b.t. Programmabegroting 2025 Septembercirculaire 2024

8

9 10 11

Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren Het doel van het voorstel is de ontwikkelingen van de septembercirculaire 2024 te vertalen naar hun betekenis voor de Programmabegroting 2024 en de meerjaren__raming 2025-2028. Vergaderorde: Beeldvormend: Gelegenheid voor inspraak Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouders Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouders Oordeelsvormend: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 7 november 2024. 20241015 Getekend raadsvoorstel septembercirculaire 2024 RB septembercirculaire 2024 septembercirculaire+gemeentefonds+2024 Initiatiefvoorstel oprichten Jongerenraad Aalsmeer Het doel van dit voorstel is de mogelijk creëren voor het installeren van een jongeren__raad, die gevraagd en ongevraagd advies uitbrengt aan het college van B&W. Met de installatie van de jongerenraad wordt de politiek maatschappelijke participatie__tussen jongeren en de gemeentelijke organisatie bevorderd en wordt bijgedragen aan de maatschappelijke ontwikkeling van jongeren.

Door het actief betrekken van jongeren bij de politiek wordt de kloof tussen jongeren en politiek verkleind en wordt er in beleid rekening gehouden met de belangen, invalshoeken en prioriteiten van jongeren. Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 14 november 2024. Wijzigingen Initiatiefvoorstel Jongerenraad: _Voorgeschiedenis en context: _h. De leeftijdsgrens van de jongerenraad kent een ondergrens van 12 jaar waar deze niet conflicteert met de werking van de Kinderraad en voor het kernteam een ondergrens van 15 jaar en een bovengrens voor beiden van 24 jaar; De doelstelling is te komen tot de oprichting van de jongerenraad in Q2 2025 (gezien de brede leeftijdsdeelname zullen examens Q2 2025 geen probleem moeten opleveren).

En dit door te voeren in vervolgstappen: Installatie jongerenraad uiterlijk Q2 2025 Kanttekeningen en risico’s: Er wordt gestreefd deze risico’s te minimaliseren door de organisatieopzet: een a-politieke opzet die direct verbonden wordt met het bestuur in plaats van met de politiek; een professionele ondersteuning; een duale structuur met een kleiner kernteam en een uitgebreid jongerennetwerk; en een regelmatige evaluatie over de werking en de effectiviteit van de jongerenraad. (ipv Er wordt gehoopt en gestreefd…). 20241022 Initiatiefvoorstel Jongerenraad Aalsmeer v.1.4 20241015 Raadbesluit initiatiefvoorstel D66 CDA Absoluut Aalsmeer VVD Regionale samenwerking Vragenkwartier Sluiting

AFSPRAKENLIJST OORDEELSVORMENDE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ EN BESTUUR D.D. 24 OKTOBER 2024 OORDEELSVORMENDE COMMISSIE M&B Aanwezig: Voorzitter: de heer D. van Willegen Griffier: mevrouw M.J.M. Nijman-de Zeeuw CDA: VVD: Absoluut Aalsmeer: D66: GroenLinks: PvdA: FlorAalsmeer:

de dames M. van Diemen en T. van der Meer en de heren D. van Willegen, G.J.H. Winkels en B.P. Adema de dames E.S.I. Mijwaart, M. Vleghaar en C.A.M. Simon-van Oosterhout en de heren J.G.E. Bouwmeester, J. de Vries, D. van der Zwaag en E.P. Abbenhues mevrouw D.M. Prent Bouten en de heren W.T.J.M. Koster en D. Kuin mevrouw M.J. Geisler en de heren J. van der Tol en S.J.R. de Vries mevrouw J.I. Koopmann-Trawinski en de heer R.P. Fransen de heer J.H. Buisma mevrouw J. Keessen en de heer D.J. Biesheuvel

Portefeuillehouders: de heren L.B. Kabout, W. Kikkert en S.A.S. Spaargaren

Agenda punt 1.

Onderwerp Opening door de voorzitter, de heer D. van Willegen Griffier: M.J.M. Nijman-de Zeeuw

Afspraak

2.

Vaststelling van de agenda

Conform vastgesteld

3.

Actieve informatie uit het college

Er is geen actieve informatie uit het college.

4.

Mededelingen vanuit de fracties

Er zijn geen mededelingen vanuit de fracties.

5.

Vaststellen Participatieverordening Aalsmeer 2024 Portefeuillehouder: W. Kikkert

Door naar de raadsvergadering van 1411-2024 als akkoordstuk

Toezeggingen: -

6.

Programmabegroting 2025 Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren

Door naar de raadsvergadering van 7-112024 als bespreekstuk

Toezeggingen: De portefeuillehouder komt schriftelijk, in vertrouwelijkheid, terug op de aflopende erfpacht van Eigen Haard.

De heer Buisma kondigt mede namens GroenLinks de volgende amendementen en moties aan voor de begrotingsraad: Amendementen: 1. Versterking raadstoezicht bij strategische aankopen; 2. Beschikbaar stellen van €150.000

voor de bestrijding van overlast Schiphol. Moties: 1. Behoud van Kwaliteit in Jeugdzorg, Armoedebestrijding en Kunst en Cultuur; 2. Flexibele inzet en mogelijke noodzaak tot extra budget voor Schipholbeleid; 3. Gastvrij Gemeentehuis van Aalsmeer (mede namens FlorAalsmeer en D66); 4. Onderzoek naar het Opdrachtgeverschap in Relatie tot de Uitvoering van Groenbeheer door De Meerlanden; 5 Behoud van verantwoorde jeugdzorg;

6. Woonagenda Vanuit de fractie VVD komt het verzoek om ervoor te zorgen dat de amendementen en moties, i.v.m. het herfstreces, z.s.m. worden rondgestuurd.. 7.

Septembercirculaire 2024 Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren

Door naar de raadsvergadering van 7-112024 als bespreekstuk

Toezeggingen: De portefeuillehouder gaat voorafgaand aan de meicirculaire in overleg met de gemeenteraad om te komen tot een beknopter, maar functioneel raadsvoorstel over de circulaires gemeentefonds. 8.

Initiatiefvoorstel oprichten Jongerenraad Aalsmeer

Door naar de raadsvergadering van 1411-2024 als bespreekstuk PvdA en GroenLinks kondigen een amendement aan inzake het gevraagd en ongevraagd adviseren aan zowel het

college als de gemeenteraad. 9.

Regionale samenwerking

De heer Koster deelt mee dat op 21 november a.s., aansluitend aan de beeldvormende commissie Maatschappij en Bestuur er een overleg plaatsvindt van de Klankbordgroep Verbonden Partijen.

10.

Vragenkwartier

Er zijn geen vragen ingediend voor het vragenkwartier

11.

Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 21.00 uur

AGENDA VOOR DE VERGADERING VAN DE COMMISSIE MAATSCHAPPIJ EN BESTUUR op donderdag 24 oktober 2024, 20.00 uur OORDEELSVORMEND Doel van oordeelsvormende bespreking is dat de raadsfracties de voor- en nadelen van het voorgestelde raadsbesluit hebben verkend en afgewogen en dat het inzichtelijk is voor de commissie aan welke voorwaarden het besluit moet voldoen voor een fractie om hier mee in te kunnen stemmen.

Tijd 20.00

Agenda Onderwerp punt 1. Opening door de voorzitter van de Commissie Maatschappij en Bestuur, de heer D. van Willegen Griffier: M.J.M. Nijman-de Zeeuw

20.02

2.

Vaststelling van de agenda

3.

Actieve informatie uit het college

4.

Mededelingen uit de fracties

5.

Vaststellen Participatieverordening Aalsmeer 2024 Portefeuillehouder: W. Kikkert Het doel van dit voorstel is het vaststellen van een participatieverordening die in samenhang is met de twee Aalsmeerse bouwstenen voor participatie: het Participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving en de Participatievisie Aalsmeer 2024. Deze participatieverordening sluit aan bij de huidige modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en bij participatie in het kader van de Omgevingswet en vat op samenhangende wijze alle vormen van participatie in de gemeente samen.

20.05

Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 14 november 2024. 20.35

6.

Programmabegroting 2025 Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren Het doel van de programmabegroting is het vaststellen van de bestuurlijke en financiële kaders voor het komende begrotingsjaar. In aanloop naar de begrotingsvergadering van 7 november a.s. hebben de fracties de gelegenheid de laatste informatie tot zich te nemen en draagvlak te peilen voor eventuele moties en amendementen Vergaderorde: 1e termijn: laatste gelegenheid om vragen te stellen die van belang zijn om in te

stemmen met de begroting; 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met de begroting en polsen draagvlak voor eventuele moties en amendementen. Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 7 november 2024. 21.35

7.

Septembercirculaire 2024 Portefeuillehouder: S.A.S. Spaargaren Het doel van het voorstel is de ontwikkelingen van de septembercirculaire 2024 te vertalen naar hun betekenis voor de Programmabegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2028. Vergaderorde: Beeldvormend: 1. Gelegenheid voor inspraak 2. Gelegenheid voor vragen van de fracties aan de portefeuillehouders 3. Gelegenheid voor aanvullende vragen n.a.v. de beantwoording door de portefeuillehouders Oordeelsvormend: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 7 november 2024.

22.05

8.

Initiatiefvoorstel oprichten Jongerenraad Aalsmeer Het doel van dit voorstel is de mogelijk creëren voor het installeren van een jongerenraad, die gevraagd en ongevraagd advies uitbrengt aan het college van B&W. Met de installatie van de jongerenraad wordt de politiek maatschappelijke participatie tussen jongeren en de gemeentelijke organisatie bevorderd en wordt bijgedragen aan de maatschappelijke ontwikkeling van jongeren. Door het actief betrekken van jongeren bij de politiek wordt de kloof tussen jongeren en politiek verkleind en wordt er in beleid rekening gehouden met de belangen, invalshoeken en prioriteiten van jongeren. Vergaderorde: 1e termijn: fracties geven voorlopige mening over het voorstel 2e termijn: fracties gaan met elkaar in gesprek over wat van belang is om in te kunnen stemmen met het voorstel Voorgesteld wordt dit onderwerp te agenderen voor de raadsvergadering van 14 november 2024.

22.45

9.

Regionale samenwerking

22.55

10.

Vragenkwartier

23.00

11.

Sluiting

{{signer1}} 10/09/2024 21:54:51 CEST

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 6c8b656a-ef41-4102-b748-31328a737885

RAADSVOORSTEL

Auth: Scribble

{{signer2}} 10/09/2024 19:49:50 CEST

Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: 6c8b656a-ef41-4102-b748-31328a737885 Auth: Scribble

Zaaknummer:

D24-047805

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Behandelend ambtenaar:

S. Snoek 4227 s.snoek@amstelveen.nl Communicatie

2 september 2024 wethouder W. Kikkert

Onderwerp

Participatieverordening Aalsmeer Raadsbesluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

1. 2.

De “Participatieverordening Aalsmeer 2024” vast te stellen. De “Participatie- en inspraakverordening Aalsmeer 2010” in te trekken.

Samenvatting

Op 5 oktober 2023 is het ‘Participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving’ vastgesteld en op 18 april 2024 is de Participatievisie Aalsmeer vastgesteld. Dit maakt dat de Participatie- en inspraakverordening zoals vastgesteld in 2010 niet meer geheel past. De inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vraagt om een actualisatie van deze verordening omdat het belang van effectieve participatie alleen maar groter is geworden. Ook het wetsvoorstel (nu in behandeling bij de Eerste kamer) “participatie op decentraal niveau” wil de betrokkenheid van inwoners bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid versterken. Deze verordening is een technische vertaling naar lokale regelgeving (en heeft geen verdere financiële consequenties en/of consequenties voor de inzet van (beleids-)capaciteit) Doel

Een participatieverordening die (1) in samenhang is met de twee Aalsmeerse bouwstenen voor participatie: het ‘Participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving’ en de ‘Participatievisie Aalsmeer 2024’, (2) aansluit bij de huidige modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), (3) aansluit bij participatie in het kader van de Omgevingswet en (4) op samenhangende wijze alle vormen van participatie in de gemeente samenvat. Prestatie

De lokale regelgeving met betrekking tot participatie aan te laten sluiten op het nieuwste participatie beleid. Dit te doen door middel van het vaststellen van de Participatie verordening Aalsmeer 2024 en het intrekken van de Participatie- en inspraakverordening gemeente Aalsmeer 2010. Voorgeschiedenis en context

De verordening is gemaakt op basis van de modelverordening van de VNG en de uitgangspunten met betrekking tot participatie vanuit de Omgevingswet. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

De participatie- en inspraakverordening zoals vastgesteld in 2010 sluit niet aan op de uitgangspunten zoals vastgelegd in het nieuwe participatiebeleid van Aalsmeer en de Omgevingswet. De aanpassingen gaan dus om technische wijzigingen die ervoor zorgdragen dat de verordening overeenkomt met dit beleid.

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 2

Keuzemogelijkheden/alternatieven

De gemeente zou de oude verordening kunnen behouden, maar sluit dan niet aan bij de wet en haar eigen nieuwe participatievisie en het participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving. Participatie

Participatie is uitvoerig aan bod gekomen tijdens het opstellen van het participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving en de participatievisie waar deze verordening op is gebaseerd. Aanvullend hierop heeft de verordening voor een periode van 4 weken ter inzage te gelegen (26 juni – 24 juli 2024). Er zijn geen reacties ontvangen. Kanttekeningen en risico’s

Het is mogelijk dat de VNG op termijn met een nieuwe modelverordening Participatie komt vanwege de “Wet versterking Participatie decentrale overheden”. Hier bestaat echter nog geen duidelijkheid over. Op advies van de VNG wordt voorgesteld om een nieuwe verordening op basis van hun huidige modelverordening vast te stellen, die qua tekst is geformuleerd in de geest van de nieuwe wet. Het college verwacht dat als er naar aanleiding van een nieuw VNG model toch iets gewijzigd zal moeten worden, dit slechts een kleine wijziging zal zijn. Het college zal de raad hierover berichten als dit te zijner tijd toch aan de orde blijkt te zijn. Financiën

Invoering van de nieuwe verordening heeft geen financiële consequenties en/of consequenties voor de inzet van (beleids-)capaciteit. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

Bekendmaking nieuwe verordening volgens de hiervoor geldende procedures. Evaluatie

Het participatiebeleid voor de fysieke leefomgeving en de participatievisie worden geëvalueerd in 2025 respectievelijk 2026. Op basis van deze evaluatie wordt meteen ook duidelijk in hoeverre dit van invloed zal zijn op deze nieuwe participatieverordening. Waar nodig passen we deze verordening aan op basis van de dan opgedane nieuwe inzichten. Duurzaamheidsaspecten

Deze participatieverordening heeft geen directe effecten op, of relatie met, duurzaamheid binnen de fysieke leefomgeving. Bijlagen

-

Participatieverordening Aalsmeer 2024 Nota van toelichting bij de Participatieverordening Aalsmeer 2024 Participatie -en inspraak verordening Aalsmeer 2010

De secretaris,

De voorzitter,

drs. Sj. Vellenga

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders, d.d. 03 september 2024, zaaknummer D24-047805; gelet op artikel 149 en 150 van de Gemeentewet; overwegende dat het van belang is lokale democratische processen door participatie van inwoners te verrijken, de samenwerking tussen gemeente en inwoners te versterken en helderheid te geven over de invulling van de participatieprocedure;

Besluit

1. 2.

De ‘Participatieverordening Aalsmeer 2024’ vast te stellen De ‘Participatie- en inspraakverordening Aalsmeer 2010’ in te trekken.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 14 november 2024. De plv. griffier,

De voorzitter,

drs. O.F. Matheijsen

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[.docx] 101/F105/ICT

Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Participatieverordening Aalsmeer 2024

Zaaknummer: D24-047805 De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 september 2024; gelet op artikel 149 en 150 van de Gemeentewet; overwegende dat het van belang is lokale democratische processen door participatie van inwoners te verrijken, de samenwerking tussen gemeente en inwoners te versterken en helderheid te geven over de invulling van de participatieprocedure; besluit vast te stellen de volgende verordening:

Participatieverordening Aalsmeer 2024

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Definities a. agendacommissie: commissie van de raad die de bijeenkomsten en vergaderingen van de raad voorbereidt b. beleidsvoornemen: voornemen van het college of de raad tot het vaststellen of wijzigen van beleid c. bestuursorgaan: college of raad, afhankelijk van de vraag welk bestuursorgaan bevoegd ten aanzien van het onderwerp; d. college: het college van burgemeester en wethouders; e. beeldvormende commissie: bijeenkomsten van de raad bedoeld voor oordeelsvorming van de raad en inbreng vanuit Aalsmeer; f. maatschappelijk initiatief: initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven die lokaal van belang zijn of een lokaal belang hebben of een combinatie daarvan; g. participatie: het betrekken van inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid of gemeentelijke plannen; h. raad: de gemeenteraad; i. uitdaagrecht: het recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken deze taak beter of goedkoper uit te kunnen voeren.

Pagina

2 van 6

Hoofdstuk 2 Participatie Artikel 2.1 Onderwerp en reikwijdte van participatie

1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of participatie wordt toegepast. 2. Participatie wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht. 3. Er is geen participatie mogelijk: a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. als participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat participatie niet kan worden afgewacht; f. als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. g. ten aanzien van een beleidsvoornemen dat uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente; h. als de belanghebbenden al op een andere manier in een vroeg stadium bij de voorbereiding van het beleidsvoornemen zijn of worden betrokken, of het beleidsvoornemen rechtstreeks voortvloeit uit een beleidsvoornemen waarbij al participatie is toegepast. 4.

Participatie wordt uitsluitend verleend aan inwoners, belanghebbenden en bedrijven of organisaties die lokaal van belang zijn of een lokaal belang hebben.

Artikel 2.2 Procedure participatie

1. Op participatie is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 2. In afwijking van het eerste lid kan het bestuursorgaan een andere participatieprocedure vaststellen. 3. In geval van participatie door de raad vindt dit plaats overeenkomstig het zevende lid. 4. Als participatie wordt toegepast in afwijking van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, neemt het bestuursorgaan in beginsel over de volgende punten van participatie een besluit; a. het doel van de participatie b. de kernvragen; de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor de participatie en de wijze waarop deze kaders vooraf met de deelnemers worden gecommuniceerd; c. de wijze waarop en het tijdvak waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; d. de wijze waarop democratische waarden zoals inclusie, dialoog, zeggenschap en transparantie in het proces worden gewaarborgd; e. de begroting van de kosten van het participatieproces; f. de wijze waarop de inbreng van inwoners zal doorwerken in de besluitvorming als bepaald in artikel 2.1, tweede lid.

Pagina

3 van 6

5. Het bestuursorgaan maakt voor de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze. 6. Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de kaders bedoeld in het vierde lid onder b of de inrichting van het proces aan te passen, zorgt het bestuursorgaan ervoor dat deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd. 7. Voor de raad vindt participatie over geagendeerde of niet-geagendeerde beleidsvoornemens tijdens de Beeldvormende Commissie. De agendacommissie stelt vast op welke wijze en op welke termijn. Artikel 2.3 Besluitvorming Het bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het participatieproces bekend op welke wijze het zal omgaan met de uitkomsten van het participatieproces en op welke wijze de besluitvorming zal plaatsvinden en kiest daarbij in beginsel uit de volgende mogelijkheden: a. het bestuursorgaan neemt kennis van de uitkomsten van het participatietraject en zal nader afwegen of en in welke mate deze kunnen worden meegenomen in de besluitvorming; b. het bestuursorgaan beschouwt de adviezen en conclusies uit het participatietraject als belangrijk uitgangspunt bij besluitvorming; c. het bestuursorgaan neemt de adviezen en conclusies uit het participatietraject over mits deze passen binnen de vooraf vastgestelde inhoudelijke, financiële en procedurele kaders.

Artikel 2.4 Eindverslag participatie

1. Ter afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. 2. Het eindverslag bevat in ieder geval: a. een overzicht van de gevolgde participatieprocedure; b. een weergave van de zienswijzen die tijdens de participatieprocedure mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht; c. een reactie op deze zienswijzen, waarbij wordt aangegeven welke punten al dan niet worden overgenomen. 3. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.

Hoofdstuk 3 Uitdaagrecht Artikel 3.1 Onderwerp van uitdaagrecht

1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen gemeentelijke taken of hierop uitdaagrecht wordt toegepast. 2. Het bestuursorgaan wijst ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen actief op het van toepassing zijn van het uitdaagrecht. 3. Overname van de uitvoering van de volgende taken is niet mogelijk: a. als het een lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte herzieningen daarvan betreft; b. als het uitdaagrecht bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e. als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt;

Pagina

4 van 6

f. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat het benutten van het uitdaagrecht niet kan worden afgewacht; g. als het belang van het uitdaagrecht niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.

Artikel 3.2 Procedure uitdaagrecht

1. Een verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht wordt bij het bestuursorgaan ingediend en omvat in ieder geval de volgende onderdelen: a. omschrijving van de gemeentelijke taak die de verzoeker wil overnemen; b. uitleg waarom of hoe de verzoeker deze taak beter of goedkoper kan uitvoeren; c. duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de verzoeker; d. indicatie van het draagvlak onder belanghebbende ingezetenen; e. indicatie van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; f. omschrijving van de manier waarop de verzoeker met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft; g. inzicht in hoe de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn kan worden gewaarborgd. 2. Elk verzoek met betrekking tot het uitdaagrecht wordt vervolgens door het bestuursorgaan getoetst aan de volgende criteria: a. er is voldoende maatschappelijk draagvlak voor de aanvraag; b. inwoners en maatschappelijke initiatieven kunnen alleen taken van het bestuursorgaan op grond van de wet overnemen als zij zich organiseren in een rechtspersoon en een plan overleggen c. het plan dient tenminste door drie ingezetenen te zijn ingediend; d. in het plan staat beschreven welke resultaten beoogd worden en, op welke wijze de continuïteit is gegarandeerd; e. het plan geeft aan hoe wordt voldaan aan de volgende kwaliteitseisen: i. ii. iii. iv.

het initiatief heeft een maatschappelijke meerwaarde; de kosten voor uitvoering zijn bij voorkeur lager, maar in ieder geval niet hoger dan de huidige kosten; de betrokken initiatiefnemers maken aannemelijk dat zij de prestatie kunnen leveren; de indieners zijn eraan gehouden het initiatief gedurende een afgesproken periode uit te voeren.

3. Het college kan een aanvraag weigeren indien onvoldoende aannemelijk wordt gemaakt dat Het initiatief voldoet aan de in het vorige lid genoemde criteria of indien de aanvraag zich richt op: a. een beleidsterrein dat de gemeente heeft uitgezonderd van het uitdaagrecht; b. een onderwerp dat overwegend het privébelang van de aanvrager dient. 4. Een vaste contactpersoon van de gemeente begeleidt de verzoekers tijdens het hele proces. 5. Het bestuursorgaan maakt met de verzoekers afspraken over het proces, het resultaat, het budget en de looptijd. 6. Het bestuursorgaan maakt het besluit ten aanzien van een binnengekomen verzoek binnen veertien dagen na zijn besluit openbaar.

Pagina

5 van 6

Hoofdstuk 4 Maatschappelijke initiatieven Artikel 4.1 Indiening maatschappelijk initiatief 1. Een maatschappelijk initiatief wordt bij het college ingediend. 2. Het college kan besluiten een maatschappelijk initiatief te ondersteunen, indien deze naar het oordeel van het college past binnen het kader van het gemeentelijk beleid en bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid of anderszins een positieve maatschappelijke bijdrage levert aan de lokale samenleving.

Artikel 4.2 Verlening ondersteuning 1. Indien het college besluit tot ondersteuning van het maatschappelijk initiatief, vermeldt het college in het besluit of de ondersteuning bestaat uit loslaten, stimuleren, faciliteren, samenwerken, regisseren of reguleren. 2. Het college kan aan de ondersteuning vooraf de voorwaarde verbinden dat inwoners, bedrijven en andere direct belanghebbenden in voldoende mate bij het maatschappelijk initiatief worden betrokken. 3. Het college benoemt een ambtenaar in de gemeente als aanspreekpunt voor maatschappelijke initiatieven. Uitgangspunt is een oplossingsgerichte en constructieve benadering van deze initiatieven en het bieden van helderheid over mogelijkheden en randvoorwaarden. 4. Als het college besluit een maatschappelijk initiatief te ondersteunen, kan dat door middel van: a. het (eventueel tijdelijk) ter beschikking stellen van ruimtes of huisvesting; b. het beschikbaar stellen van een aanjaagbudget, subsidie of andere financiële middelen; c. de inzet van ambtelijke expertise, netwerken of ondersteuning; d. andere vormen van ondersteuning.

Artikel 4.3 Weigering ondersteuning Het college kan weigeren een maatschappelijk initiatief te ondersteunen indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat: a. het initiatief doelstellingen beoogt die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang; b. het een onderwerp betreft dat niet behoort tot de bevoegdheid van de gemeente of de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de gemeente geen beleidsvrijheid heeft; c. er sprake is van onvoldoende draagvlak voor het initiatief bij omwonenden, belanghebbenden of de betrokken inwoners; d. het initiatief naar het oordeel van burgemeester en wethouders op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is; e. het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht openstaat of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken; f. het een onderwerp betreft dat overwegend het privébelang van de indiener dient.

Pagina

6 van 6

Artikel 4.4 Bekendmaking Het gemeentelijk aanspreekpunt informeert de initiatiefnemers van het maatschappelijk initiatief over het besluit van het college om wel of niet ondersteuning te verlenen.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen Artikel 5.1 Evaluatie en monitoring 1. De uitvoering van deze verordening wordt periodiek geëvalueerd. Het college zendt telkens één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan de raad een verslag over de toepassing van de verordening in de praktijk. 2. Ten behoeve van de evaluatie verzamelt het college systematisch informatie over: a. Aantal participatietrajecten en de onderwerpen; b. Verschillende gekozen vormen van participatie; c. Uitkomsten, inzet daarvan en effectiviteit in praktijk; d. Kosten

Artikel 5.2 Inwerkingtreding verordening Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. Op die datum vervalt de Participatie- en inspraakverordening gemeente Aalsmeer 2010.

Artikel 5.3 Overgangsbepaling Op procedures die voortvloeien uit besluiten genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de bepalingen van de Participatie- en inspraakverordening gemeente Aalsmeer 2010 van toepassing.

Artikel 5.4 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Participatie Verordening Aalsmeer 2024. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 14 november 2024, De plv. griffier,

de voorzitter,

drs. O.F. Matheijsen

mr. G.E. Oude Kotte

Nota van toelichting bij de Participatie Verordening Aalsmeer 2024 Zaaknummer: D24-047805

Datum:

9 september 2024

Algemeen Inspraak, participatie, ontwerpwetsvoorstel en Omgevingswet De raad is verplicht om een inspraakverordening vast te stellen (artikel 150 van de Gemeentewet). Er is een wetsvoorstel in procedure om deze inspraak uit te breiden naar ‘participatie’ en eventueel ook ‘uitdaagrecht’. Het gaat hier om het wetsvoorstel ‘Wet versterking participatie op decentraal niveau’ (voluit: Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet, de Waterschapswet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba in verband met de participatieverordening en het uitdaagrecht van inwoners en lokale maatschappelijke partijen, hierna: het wetsvoorstel). Het wetsvoorstel is op 5 juni 2020 door de ministerraad aanvaard en is op dit moment in behandeling bij de Eerste Kamer. Deze verordening is in lijn met bovengenoemd wetsvoorstel. Tevens wordt aangesloten bij de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (hierna: de Omgevingswet) die in werking is getreden op 1 januari 2024. Definitie participatie Participatie omvat het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid. In de memorie van toelichting op het ontwerpwetsvoorstel staat hierover het volgende.

Inwoners hebben in toenemende mate een belangrijke rol in de agendering, de voorbereiding, de totstandkoming, de uitvoering en de beoordeling van beleid. Niet alleen omdat de inwoner de gevolgen van beleid ervaart, maar ook omdat participatie aan het politieke proces als intrinsieke waarde van de Nederlandse samenleving wordt ervaren. Participatie mobiliseert de kennis en steun van betrokkenen bij beleidsproblemen waarvan de overheid op voorhand nog niet weet, of nog niet wil bepalen, hoe deze opgelost zullen worden. De Omgevingswet beschrijft participatie als het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Met belanghebbenden bedoelt de wet inwoners, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. Procedure participatie Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bevat een procedure voor de voorbereiding van besluiten. Deze afdeling heeft als doelstelling het bevorderen van eenheid in de wetgeving en het systematiseren en vereenvoudigen van wetgeving. In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is afdeling 3.4 van de Awb als hoofdregel van toepassing verklaard op de inspraak. Het is ook mogelijk een andere procedure van toepassing te verklaren. Dit is ook zo opgenomen in het wetsvoorstel.

Nota van Toelichting bij participatieverordening Aalsmeer 2024

Pagina

2 van 6

Het bevoegde bestuursorgaan is bevoegd om in aansluiting op de wettekst besluiten om in specifieke beleidstrajecten zowel geheel als gedeeltelijk af te wijken van afdeling 3.4 van de Awb. Dit laatste kan bijvoorbeeld gebeuren in gevallen waarin het wenselijk is om de participatie op andere wijze te organiseren dan via het mondeling of schriftelijk naar voren brengen van zienswijzen of om te werken met andere termijnen. Dit is meegenomen in deze verordening. Alternatieven voor participatie Participatie is onderdeel van het totale besluitvormingsproces, een naar tijd en strekking begrensde fase daarin. Het moet onderscheiden worden van de andere mogelijkheden die men heeft om zich tot het gemeentebestuur te wenden. Andere mogelijkheden die buiten de hier geregelde participatie vallen zijn: het schrijven van brieven, het bezoeken van spreekuren en het houden van informatiebijeenkomsten. Participatie is uiteraard ook van een andere orde dan de mogelijkheid om de concrete uitkomsten van de beleidsvaststelling aan te vechten door middel van bezwaar en beroep. Uitdaagrecht als specifieke vorm van participatie in de uitvoeringsfase. Het wetsvoorstel bevat een (facultatieve) bevoegdheid om het uitdaagrecht te regelen. Bij de uitvoering van beleid is het uitdaagrecht – ook wel Right to Challenge – een bijzondere vorm van betrokkenheid van inwoners en lokale maatschappelijke partijen.

Deze vorm houdt in dat inwoners van de gemeente of lokale maatschappelijke partijen de gemeente kunnen verzoeken om de feitelijke uitvoering van een taak van de gemeente over te nemen als zij denken deze taak beter en goedkoper te kunnen uitvoeren. Samenwerkingsrecht Onder uitdaagrecht wordt ook het zogenaamde samenwerkingsrecht begrepen, want er is geen werkelijk onderscheid tussen deze twee begrippen. Ruimte voor initiatieven van inwoners en lokale maatschappelijke partijen Het is van wezenlijk belang dat decentrale overheden ruimte bieden voor initiatieven van onderop en dat aan de samenleving een grote rol wordt toebedeeld bij het ontwikkelen van initiatieven voor algemene voorzieningen. Inwoners kennen hun buurt en hun gemeente, weten wat er leeft en spelen daarop in. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met het gegeven dat de primaire verantwoordelijkheid voor de uitvoering van gemeentelijke taken bij het gemeentebestuur zelf berust. Een maatschappelijk initiatief is een voorstel of idee van een groep bewoners van een wijk om bijvoorbeeld de sociale samenhang in de buurt te versterken of om een stukje openbaar groen te verfraaien of te onderhouden. Vaak wordt daarvoor een budget beschikbaar gesteld waarmee de bewoners zelf hun idee kunnen uitvoeren.

Taken burgemeester en wethouders Bij het overnemen van gemeentelijke taken, na een succesvolle ‘uitdaging’, gaat het in de regel om de feitelijke uitvoering van een taak van burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders – als de verantwoordelijken voor de uitvoering van de betreffende taak of taken – beslissen naar aanleiding van een verzoek of ‘uitdaging’ of de feitelijke uitvoering van die taak of taken aan inwoners of de lokale maatschappelijke partij kan worden gelaten.

Nota van Toelichting bij Participatieverordening Aalsmeer 2024

Pagina

3 van 6

Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht. Artikel 1.1 Definities Beleidsvoornemen Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd. Maatschappelijk initiatief Bij het maatschappelijk initiatief is er sprake van een voorstel of idee van een groep bewoners van een wijk om bijvoorbeeld de sociale samenhang in de buurt te versterken of om een stukje openbaar groen te verfraaien of te onderhouden. Vaak wordt daarvoor een budget beschikbaar gesteld waarmee de bewoners zelf hun idee kunnen uitvoeren. Het maatschappelijk initiatief staat ook bekend als bewonersinitiatief. Echter omdat deze term zeer vergelijkbaar is met burgerinitiatief en daardoor voor verwarring kan zorgen kiezen we in de verordening voor de term maatschappelijk initiatief. Participatie Bij de omschrijving van participatie is aangesloten bij de tekst van het ontwerpwetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau waarbij een wijziging van artikel 150, eerste lid, van de Gemeentewet is voorzien.

Hierin is bepaald dat de raad een verordening vaststelt waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid worden betrokken. Het huidige artikel 150 van de Gemeentewet omvat inspraak bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; bij participatie wordt dit uitgebreid met uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid. De omschrijving van participatiegerechtigden (ingezetenen en belanghebbenden) vloeit rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Het begrip belanghebbende is in artikel 1:2 van de Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb, zoals deze verordening. Uitdaagrecht Bij de omschrijving van het begrip uitdaagrecht is aangesloten bij de memorie van toelichting op het wetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau. Het uitdaagrecht berust bij ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen.

In de begripsomschrijving is ‘lokale’ ter verduidelijking van de tekst van het ontwerpwetsvoorstel toegevoegd in aansluiting op de memorie van toelichting, waarin is toegelicht dat afhankelijk van de lokale omstandigheden het bijvoorbeeld kan gaan om lokale verenigingen of stichtingen, buurtcomités, woongroepen, vrijwilligersorganisaties, een maatschappelijke organisatie, sociale bedrijven zonder winstoogmerk of een georganiseerd collectief van inwoners die geen formele rechtsvorm hebben. Hoofdstuk 2 Artikel 2.1 Onderwerp en reikwijdte van participatie Eerste lid In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of participatie mogelijk is. Het begrip bestuursorgaan is gedefinieerd in artikel 1.1 onder c van deze verordening en in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het begrip omvat in elk geval raad en college. Elk bestuursorgaan van de gemeente kan zijn eigen beleidsvoornemens aan participatie onderwerpen, of niet. Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als participatie geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij beeldvormende commissie vergaderingen van de raad, blijft door de formulering van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor

Nota van Toelichting bij Participatieverordening Aalsmeer 2024

Pagina

4 van 6

bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden wordt geregeld.

Artikel 2.2 Procedure participatie Eerste lid In artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet is bepaald dat inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Awb, voor zover in de verordening niet anders is bepaald. Ter uniformering en deregulering is in het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de participatie. In de artikelen 3:11 tot en met 3:17 van de Awb is de participatieprocedure te vinden. Na terinzagelegging en bekendmaking van het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. Tweede lid Als het bestuursorgaan de procedure van afdeling 3.4 van de Awb niet passend acht voor een specifiek beleidstraject, kan op grond van het tweede lid een andere procedure worden gevolgd. Zevende lid Binnen de bevoegdheid van de raad zijn meerdere mogelijkheden waarin de raad participatie zelf initieert.

Artikel 2.4 Eindverslag participatie Eerste lid Er is hier niet gekozen voor verwijzing naar afdeling 3.4 van de Awb. In artikel 3:17 van de Awb wordt namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt opgemaakt van hetgeen tijdens de procedure mondeling naar voren is gebracht. Tweede lid , onder a Het bedoelde overzicht dient in ieder geval informatie te bevatten inzake het feitelijk verloop van de procedure, de toepassing van afdeling 3.4 van de Awb en de datum van terinzagelegging van het betreffende beleidsvoornemen. Tweede lid, onder b Het eindverslag dient een volledig overzicht te bevatten van zowel de mondelinge als de schriftelijke participatiereacties. In het eindverslag kan worden volstaan met een korte, zakelijke weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen die hun opvatting naar voren hebben gebracht. De schriftelijke participatiereacties kunnen aan het eindverslag worden gehecht. Tweede lid, onder c Als het sluitstuk van de participatie wordt voorgeschreven dat het bestuursorgaan aangeeft wat met de zienswijzen wordt gedaan. Derde lid De bekendmaking van de resultaten van de participatieprocedure is uitermate belangrijk. Dit rondt de participatieprocedure daadwerkelijk af. Het ligt voor de hand om degenen die hebben geparticipeerd een exemplaar van het eindverslag te sturen.

Daarnaast kan het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke website. Als het aantal participanten omvangrijk is, kan worden gekozen voor het volstaan met een algemene bekendmaking. Het is belangrijk om aan het begin van de participatieprocedure al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen. Hoofdstuk 3 Artikel 3.1 Onderwerp van uitdaagrecht

Nota van Toelichting bij Participatieverordening Aalsmeer 2024

Pagina

5 van 6

Eerste lid In het eerste lid is bepaald dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen taken besluit of het uitdaagrecht mogelijk is. Het zal hier meestal gaan om taken van burgemeester en wethouders als in de regel het verantwoordelijke bestuursorgaan voor de uitvoering van gemeentelijke taken (artikel 160, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet). Derde lid In het derde lid is opgenomen voor welke taken het niet mogelijk is om de uitvoering van het gemeentebestuur over te nemen. Er kan ten aanzien van deze taken dus geen uitdaagrecht worden toegepast. Derde lid, onder a Onder lopende uitvoeringstrajecten vallen ook taken die al zijn aanbesteed of gecontracteerd. Derde lid, onder e Als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde uitkomt, geldt dat in die gevallen aanbesteding is vereist. Artikel 3.2 Procedure uitdaagrecht Eerste lid Het in het eerste lid genoemde bestuursorgaan betreft het bestuursorgaan dat de betreffende taken uitvoert. Meestal zijn dat burgemeester en wethouders en een verzoek om overname van hun taken dient dus bij hen te worden ingediend. Vierde lid De gemeente zorgt voor een vaste contactpersoon die de verzoekers gedurende het gehele uitdaagproces begeleidt. Hoofdstuk 4 Maatschappelijk initiatief Artikel 4.1 Indiening maatschappelijk initiatief Eerste lid Maatschappelijke initiatieven kunnen op diverse wijzen worden ingediend bij het college.

Dit staat beschreven op de website van de gemeente. Artikel 4.2 Verlening ondersteuning Eerste t/m vierde lid De initiatievenmakelaar begeleidt de indieners van maatschappelijke initiatieven; deze geeft informatie over mogelijkheden tot bijvoorbeeld subsidieaanvragen, verwijst naar andere inhoudelijke vakcollega’s en andere vormen van ondersteuning. Artikel 4.3 Weigering ondersteuning De beperkingen die dit artikel stelt aan de inhoud van een maatschappelijk initiatief vloeien vooral voort uit doelmatigheidsoverwegingen. Het is bijvoorbeeld weinig efficiënt om het college te belasten met de beraadslaging over een onderwerp waarover deze geen beslissende bevoegdheid heeft of die in strijd is met het algemeen belang. Een vraag of klacht over gemeentelijk beleid kan ook geen onderwerp van een maatschappelijk initiatief zijn. Ook moet voorkomen worden dat een maatschappelijk initiatief andere procedures zoals de bezwaar- of de klachtprocedure doorkruist. Met het oog hierop kan worden bepaald dat het initiatief geen bezwaar tegen een genomen besluit of een klacht over een gedraging van het college kan inhouden. Nota van Toelichting bij Participatieverordening Aalsmeer 2024

Pagina

6 van 6

Hoofdstuk 5 Artikel 5.1. Evaluatie en monitoring Eerste lid De evaluatie van de werking van deze verordening in de praktijk is wenselijk. Daarom wordt de uitvoering van deze verordening eenmaal per jaar geëvalueerd. Er wordt een participatie verslag aan de raad verzonden. Tweede lid Over de in het tweede lid genoemde gegevens verzamelen burgemeester en wethouders systematisch informatie. Artikel 5.2 Inwerkingtreding verordening Met deze bepaling wordt de bestaande Participatie- en inspraakverordening gemeente Aalsmeer 2010 ingetrokken. Er wordt geen tijdstip vermeld waarop de oude verordening wordt ingetrokken. Dat is ook niet nodig. De datum waarop de oude verordeningen vervalt, is de datum waarop de Participatie Verordening participatie Aalsmeer 2024 in werking treedt (met uitzondering van het in artikel 6.3 beschreven overgangsrecht).

Nota van Toelichting bij Participatieverordening Aalsmeer 2024

Tekst van de regeling Registratienr. 2010/2071-BO De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders met registratienummer 2010/2062; overwegende dat: het gemeentebestuur van Aalsmeer streeft naar een verbetering van de inbreng van burgers, organisaties en bedrijfsleven in de politieke besluitvorming; een open houding en mentaliteit van bestuur en werkorganisatie en het actief informeren van de samenleving noodzakelijke en zeer belangrijke, voorwaarden zijn en er bij het bestuur en de werkorganisatie voldoende draagvlak voor de inbreng van burgers moet bestaan; de participatie van burgers daarbij hoge prioriteit krijgt en het gemeentebestuur het belangrijk vindt zo veel als mogelijk burgers bij hun eigen bestuur (beleidsvorming) te betrekken; gelet op artikel 150 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding en uitvoering van gemeentelijk beleid worden betrokken (Algemene inspraaken participatieverordening Aalsmeer 2010). Artikel 1 begripsomschrijvingen De verordening verstaat onder a. inspraak: het ten aanzien van gemeentelijke beleidsvoornemens kenbaar maken van een zienswijze en daarover zo mogelijk van gedachten te wisselen met het betreffende bestuursorgaan; b.

participatie; het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding of uitvoering van gemeentelijk beleid; c. procedure: de wijze waarop de inspraak of participatie gestalte wordt gegeven. d. beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid; e. randvoorwaarden: aan de inspraak of participatie ten grondslag liggende feiten, waarop het bestuursorgaan geen invloed heeft, dan wel door het college van Burgemeester en Wethouders van Aalsmeer aan inspraak of participatie meegegeven kaders; f. college: het college van Burgemeester en Wethouders van Aalsmeer; g. bestuursorgaan: zoals gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht. Het omvat de gemeenteraad, het college en de Burgemeester.

Artificel 2 onderwerp van inspraak of participatie Het college is bevoegd te besluiten of participatie of inspraak of geen van beide wordt verleend bij de voorbereiding of uitvoering van beleid van de gemeente. 2. Inspraak of participatie wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. 3. Geen inspraak of participatie wordt verleend: o a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; o b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; o c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; o d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; o e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; o f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving; o g. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van handhaving van de openbare orde en veiligheid. 1.

Artikel 3 inspraak- of participatiegerechtigden 1. Inspraak of participatie wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. 2. Het college stelt vast aan welke kring van ingezetenen en belanghebbenden inspraak of participatie wordt verleend met inachtneming van hetgeen hierover bij wet, provinciale of gemeentelijke verordening is voorgeschreven. Artikel 4 procedure inspraak 1. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. 2. Het college kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen. Artikel 5 eindverslag inspraak 1. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. 2. Het eindverslag bevat in elk geval; a. een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure; b. een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;

c. een reactie op de deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan. 3. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar. 4. De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn burgerjaarverslag. Artikel 6 procedure participatie • • •

•

•

•

1. Het college stelt voor elk onderwerp waarop participatie wordt verleend een procedure vast. Het college maakt daarbij, indien gewenst, een keuze uit de participatietreden informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen. 2. De participatieprocedure bevat in elk geval: o a.het onderwerp van participatie, zoals bedoeld in artikel 2; o b.een aanduiding van de kring van belanghebbenden, zoals bedoeld in artikel 3; 3. In aanvulling op lid 2 bevat deze procedure voor zover mogelijk: o a. de toepasselijke participatietrede; o b. de randvoorwaarden, zoals bedoeld in artikel 1 onder e; o c. de wijze van vormgeving van het participatieproces; o d. een tijdpad met termijnstelling, waarbij rekening wordt gehouden met vakantieperiodes; o e. een communicatieplan; o f. een financiële paragraaf. 4. voor adviesraden, buurtpanels, klankbordgroepen en platforms kan de participatieprocedure, in overleg met hen, voor'(on)bepaalde tijd in een apart besluit of in een convenant worden vastgelegd; 5. Het college kan de procedure wijzigen in die gevallen waarin de vaststelling van het beleidsvoornemen zulks vereist Het college geeft hiervan overeenkomstig het gestelde in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht schriftelijk kennis.

Artikel 7 voorbereiding participatie •

•

1. Het college informeert voorafgaand aan de participatie de kring van ingezetenen en belanghebbenden die participatiegerechtigd zijn hierover op geschikte wijze. Volstaan kan worden met vermelding van de zakelijke inhoud; 2. Het college draagt er zorg voor dat de kring van ingezetenen en belanghebbenden die participatiegerechtigd zijn voldoende tijd en informatie krijgt voor een goede voorbereiding.

Artikel 8 vastlegging participatie • •

1. Het college draagt zorg voor verslaglegging van door haar in het kader van participatie gehouden bijeenkomsten; 2. Deze verslagen worden aan alle aanwezigen bij de in lid 1 bedoelde bijeenkomsten toegezonden;

•

•

3. Een weergave van de opbrengst van participatie en de wijze waarop met die opbrengst is omgegaan maakt deel uit van het voorstel dat ter besluitvorming wordt aangeboden; 4. Na besluitvorming krijgen alle deelnemers tijdig het voorstel en besluit ter informatie zo mogelijk digitaal beschikbaar gesteld.

Artikel 9 inwerkingtreding en overgangsbepaling • • •

1. Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking. 2. Op deze dag vervalt de "Inspraakverordening Aalsmeer", registratienummer 2007/14472-VBG; 3. inspraakprocedures waarmee, vóór de inwerkingtreding van deze verordening een begin is gemaakt, worden afgehandeld overeenkomstig de "Inspraakverordening Aalsmeer”.

Artikel 10 citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene inspraak- en participatieverordening Aalsmeer 2010. Ondertekening Aldus besloten in de openbare vergadering van 1 april 2010 , voorzitter , griffier

Toelichting Algemene inspraak- en participatieverordening Aalsmeer 2010 Artikelgewijze toelichting Artikel 1 begripsomschrijvingen •

a. en b. Inspraak en participatie: Er zijn veel omschrijvingen mogelijk voor de wijze waarop belanghebbenden betrokken kunnen worden bij de totstandkoming van beleid: informatie, communicatie, inspraak, interactieve beleidsvorming etc. Omwille van eenduidigheid is gekozen voor de termen inspraak en participatie. Bij de in dit artikel opgenomen formulering van de begrippen inspraak en participatie is zoveel mogelijk aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Inspraak en participatie maken onderdeel uit van de voorbereiding en uitvoering van het beleid van de gemeente en hebben een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan ingezetenen en belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens en - uitvoering kenbaar te maken. Anderzijds biedt het bestuursorganen een belangrijk hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding en -uitvoering noodzakelijke belangenafweging.

•

c. Procedure: De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling over de wijze waarop burgers bij de voorbereiding of uitvoering van gemeentelijk beleid worden betrokken ligt ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad.

•

d. Beleidsvoornemen: Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen worden gebaseerd.

•

e. Randvoorwaarden: Dit begrip is bedoeld om de ruimte voor inspraak of participatie af te bakenen, om bijvoorbeeld te voorkomen dat deze zich richt op onderdelen waarover het college geen beslissingsbevoegdheid heeft of waarover het bestuursorgaan reeds heeft besloten.

•

f en g. Deze behoeven geen nadere toelichting.

Artikel 2 onderwerp van inspraak of participatie In het eerste lid is bepaald dat het college beslist of inspraak en of participatie of geen van beide wordt verleend bij de voorbereiding of uitvoering van beleid van de gemeente. Deze

bevoegdheid wordt bij het college neergelegd. Hiermee wordt gevolg gegeven aan het advies van de werkgroep Bestuurlijke Vernieuwing om praktisch en doelmatig te opereren. Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als inspraak /participatie geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van inspraak/participatie wordt geregeld. Het besluit om al dan niet inspraak of participatie te verlenen is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hiertegeh kan dus bezwaar worden gemaakt. In het tweede en derde lid is opgenomen wanneer wel of geen inspraak of participatie wordt verleend. Artikel 3 inspraak- of participatiegerechtigden De omschrijving van inspraak- of participatie gerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 150 van de Gemeentewet. Het begrip 'belanghebbende' is in artikel 1:2 Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten de Awb. Artikel 3 legt de verantwoordelijkheid voor de keuze van bij inspraak of participatie te betrekken ingezetenen en belanghebbenden neer bij het college, afhankelijk van de wettelijke regelingen die van belang kunnen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=1658c2b1-5c64-498a-b7a5-405d0599fb50