CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

1a.Commissie Ruimte Beeldvormend 10 oktober 2023, gemeente aalsmeer34.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

16

De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. <0000> Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; <0000> Duurzaam economisch groeipotentieel; <0000> Sterke en gezonde steden en regio's; <0000> Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen.

Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: <0000> Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; <0000> Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; <0000> Afwentelen voorkomen. Relevantie plangebied Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een NOVI­gebied. Voorliggend plan voorziet in een nieuwe ruimtelijke kwaliteit op gedeeltelijk braakliggend terrein en draagt daarmee bij aan de woon­ en leefomgeving in Aalsmeer (sterke en gezonde steden en regio's). 5.2.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Amvb Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: <0000> de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk­economische structuur van Nederland te versterken.

Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; <0000> de bereikbaarheid verbeteren; <0000> zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken ('je gaat er over of niet'). Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Tevens werkt het Rijk aan eenvoudigere regelgeving. Daarbij verwacht het Rijk dat medeoverheden zich eveneens inzetten voor meer eenvoud en verdere integratie op het gebied van ruimtelijke regelgeving. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk.

toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

17

Rol provincies en gemeenten bij ruimte en mobiliteit De provincies en gemeenten krijgen in het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid meer bevoegdheden. Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei, aansluitend op de woonwensen van mensen. Bij beheer en ontwikkeling van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Bij gebiedsontwikkeling wordt de daadwerkelijke vraag van bewoners, bedrijven en organisaties leidend. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen, wordt een ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Dat betekent: eerst kijken of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en, mocht nieuwbouw echt nodig zijn, zorgen voor een optimale (multimodale) bereikbaarheid. Het Rijk vindt de stedelijke regio's van mainports, brainport, greenports en valleys van nationale betekenis.

Gebiedsontwikkelingen van nationaal belang zoals de Zuidas en Structuurvisie Mainport Schiphol Amsterdam Haarlemmermeer worden doorgezet. Om nieuwe projecten van de grond te krijgen, zoekt het Rijk in samenwerking met marktpartijen en andere overheden naar nieuwe vormen van financiering. Bereikbaarheid verbeteren Om de bereikbaarheid te verbeteren, zet het Rijk in op investeren, innoveren en instandhouden. Het Rijk geeft vanuit het verlengde Infrastructuurfonds na 2020 prioriteit aan het oplossen van bereikbaarheidsknelpunten voor de main­, brain­ en greenports. Bij het verbeteren van de bereikbaarheid wordt sterk gelet op het samenspel tussen alle modaliteiten in samenhang met ruimtelijke ontwikkeling. Op de weg wordt doorgaand verkeer en bestemmingsverkeer zo veel mogelijk gescheiden, In de Randstad wordt voor snelwegen de standaard 2x4 rijstroken Op het spoor kunnen reizigers vanaf 2020 spoorboekloos reizen (op de drukste trajecten 6 intercity's en 6 sprinters per uur). Verder wordt veel geld uitgetrokken voor wegenonderhoud. Daarnaast wordt er innovatief omgegaan met benutting van infrastructuur, zoals ruimere openstelling spitsstroken, introductie intelligente transportsystemen en afspraken met werkgevers over terugdringen woon­ werkverkeer.

Juridische doorwerking De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) definieert de beleidsverantwoordelijkheid van het rijk inzake de ruimtelijke ordening en mobiliteit. Deze verantwoordelijkheid zal betrekking hebben op basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, (water)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; (inter)nationale hoofdnetten en ruimtelijke voorwaarden voor versterking van de economische structuur. De structuurvisie moet de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte, de Mobiliteitsaanpak en Randstad 2040 vervangen. De nationale belangen uit de structuurvisie worden in de Amvb Ruimte juridisch geborgd. Deze Amvb komt in de plaats van de eerdere ontwerp­Amvb Ruimte die in 2009 aan de Tweede kamer is aangeboden. De Amvb Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als: Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De Amvb is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de 'oude' Amvb en deels uit nieuwe onderwerpen. De Amvb is een van de uitvoeringsinstrumenten die kunnen worden ingezet om het Rijksbeleid in het beleid van lagere overheden te laten implementeren. De Amvb Ruimte bevat de juridische kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de rijksbufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, de mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.

Hiermee kan bijvoorbeeld precies aangegeven worden in welke zones bestemmingsplannen geen bestemmingen mogen bevatten die verdere verstedelijking toestaan. Dit moet leiden tot snellere besluitvorming en minder bestuurlijke drukte. toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

18

Relevantie onderhavige plan Geen van de in de structuurvisie opgenomen onderwerpen heeft invloed op het onderhavige plan. Het onderhavige plan heeft geen invloed op de nationale belangen die in de structuurvisie worden benoemd. De structuurvisie vormt derhalve geen belemmering voor het project Herontwikkeling De Hoeksteen en het onderhavige bestemmingsplan. 5.2.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het Barro bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Relevantie onderhavige plan Geen van de in het Barro geregelde onderwerpen heeft invloed op het onderhavige plan. Het onderhavige plan heeft geen invloed op de nationale belangen die in het Barro zijn geborgd. Het Barro vormt derhalve geen belemmering voor het project Herontwikkeling De Hoeksteen en het onderhavige bestemmingsplan.

5.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking De "Ladder voor duurzame verstedelijking" heeft als doel een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), in artikel 3.1.6, lid 2. De onderbouwing van de behoefte aan woningen en andere functies wordt gedaan aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder voor duurzame verstedelijking is sinds 1 juli 2017 gewijzigd. Het principe van de ladder is hetzelfde gebleven. Met betrekking tot de (nieuwe) ladder staat in het Bro, in artikel 3.1.6, lid 2, de volgende bepaling opgenomen: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Relevantie onderhavige plan De ladder voor duurzame verstedelijking dan wel artikel 3.1.6, lid 2 Bro is van toepassing op het project Herontwikkeling De Hoeksteen en het onderhavige bestemmingsplan, omdat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Derhalve wordt hierna de behoefte aan het plan ofwel de woningen onderbouwd. Onderbouwing behoefte woningen (nut en noodzaak project/plan) Algemeen De sluiting van de school De Hoeksteen, de verouderde uitstraling van het terrein en de leegstand van het schoolgebouw hebben gezorgd voor een behoefte aan andere functies dan de huidige/voormalige functie van het gebied. Gezien de woongebieden in de omgeving van de planlocatie, is het wenselijk om, in verband met de kwaliteit van de leefomgeving, de onderhavige locatie te herontwikkelen. Woningbouw op de locatie van het onderhavige plangebied wordt gezien als de oplossing voor het verouderde en ongebruikte perceel. Grondgebonden woningen in bestaande en nieuwe bebouwing is een invulling waaraan behoefte is. Die behoefte, en de mate waarin, wordt hierna onderbouwd.

toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

19

De (regionale) behoefte aan woningen dient te worden onderbouwd in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Bij een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient te worden beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte. De voorgenomen woningen in het onderhavige plan (project Herontwikkeling De Hoeksteen), in Aalsmeer, beoogt te voorzien in een (regionale) behoefte aan woningen. Het betreft in meerdere woongebouwen met in totaal 22 grondgebonden woningen. In het onderhavige bestemmingsplan wordt de realisatie van maximaal 22 woningen mogelijk gemaakt, waarvan tenminste 25% sociale koopwoningen moeten betreffen. Ter onderbouwing van de sociale huur­ en/of koopwoningen woningbouw op de onderhavige locatie wordt gebruik gemaakt van het rapport "Oplegger Regionaal Actieprogramma Wonen 2016 t/m 2020 Amstelland­Meerlanden, Amsterdam, Zaanstreek­Waterland" (voorheen Stadsregio Amsterdam) en de 'Monitor Woningbouw 2021' van de provincie Noord­Holland. Met de gegevens in deze rapportages is de 'ladder­toets woningen' in dit bestemmingsplan opgesteld. Eind 2016 heeft de voormalige stadsregio Amsterdam het Regionaal Actieprogramma (RAP) Stadsregio 2016­2020 opgesteld, welke in juli 2017 aangevuld is. Het RAP en de 'oplegger' met aanvullingen vormen samen het geldende RAP voor de regio.

Het RAP is een belangrijk document voor het voldoen aan de Provinciale Ruimtelijke Verordening. In dit geval wordt het RAP gebruikt om de regionale kwantitatieve en kwalitatieve behoefte naar woningbouw te toetsen. Daarnaast is gekeken naar de Monitor Woningbouw (2021) van de provincie Noord­Holland, welke de basis vormt voor de regionale woonafspraken tussen de provincie en de regio's. De Monitor Woningbouw 2021 kijkt naar de productie, plancapaciteit en woningbehoefte. De 22 woningen zijn aangemeld en opgenomen in de monitor. Regio De provincie Noord­Holland heeft in 2010 in de woonvisie vier deelregio's bepaald. Eén daarvan is de Stadsregio Amsterdam (SRA). Sinds januari 2017 is de SRA opgedeeld in drie deelregio's, te weten Amstelland­Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek­Waterland. In het RAP 2016­2020 worden deze drie regio's beschouwd als de marktregio Amsterdam. De inhoudelijke ambities en doelstellingen blijven ongewijzigd. Aalsmeer en daarmee het plangebied is gelegen in de regio Amstelland­Meerlanden en in de marktregio Amsterdam. Voor de onderhavige toets van woningbehoefte wordt dus naar deze regio's gekeken.

Kwantitatieve behoefte In artikel 6.3 van de Omgevingsverordening (zie ook paragraaf 5.3.2) wordt bepaald dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Voor wat betreft de regionale afstemming is artikel 2 van de 'Uitvoeringsregeling regionale afspraken nieuwe stedelijke ontwikkelingen 2017' van toepassing. In de provinciale woningbouwmonitor plancapaciteit is het plangebied opgenomen als woningbouwlocatie met maximaal 1000 woningen. De locatie is bovendien door de Metropoolregio Amsterdam (MRA) opgenomen op de lijst van kansrijke locaties om te komen tot de beoogde versnelling van de woningbouwproductie in verband met de aanzienlijke opgave in de metropoolregio. Kwalitatieve behoefte In de Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 (zie paragraaf 5.4.1) heeft de gemeente aangegeven wat betreft woningbouw de lijn van een beheerste bevolkingsgroei te volgen. Kwaliteit gaat voor kwantiteit. De centrale ambitie in de Woonvisie Aalsmeer 2011­2020 (zie paragraaf 5.4.4) is in te willen spelen op de bestaande woonwensen en dat stelt de gemeente voor de opgave een grotere variatie in het woningaanbod te realiseren. Uit de analyse blijkt dat, naast de blijvende grote vraag naar eengezinswoningen, zeker ook in toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P.

Thijsselaan

20

specifieke woonbehoeften van jongeren, starters en ouderen moet worden voorzien. De sociale huurvoorraad vervult een belangrijke functie in het huisvesten van de aandachtsgroep. De gemeente ziet graag dat de omvang van de sociale huurvoorraad ook in de toekomst van voldoende omvang en kwaliteit moet zijn om de aandachtsgroep voldoende keuze te bieden. Voor de middeninkomens wordt ingezet op een betere bereikbaarheid van koop­ en huurwoningen in het midden en duurdere segment. De beoogde ontwikkeling van het plangebied voorziet in rijwoningen en beperkt in twee­onder­één­kap woningen. Een deel van de woningen is bedoeld voor sociale huur of koop. De beoogde woningen van het plan voorzien in een financieel divers aanbod. Conclusie De voorgestane ontwikkeling van het plangebied voorziet in zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. 5.2.5 Luchthavenindelingbesluit Schiphol De kaders van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol vormen geen belemmering voor het onderhavige plan. Dit staat toegelicht in paragraaf 6.10.

5.3 Provinciaal en regionaal beleid 5.3.1 Omgevingsvisie NH2050 De "Omgevingsvisie NH2050 ­ Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van Noord­Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 betreft een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat Noord­Holland een relatief hoog welvaarts­ en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt. Een klimaatbestendig en waterrobuust Noord­Holland. In het kader van gezondheid en veiligheid, het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het vergroten van de biodiversiteit van Noord­Holland. Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities.

Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon­ en werklocaties beter afstemmen (kwantitatief en kwalitatief). Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt.

toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

21

De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van Noord­Holland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat Noord­Holland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap. Relevantie onderhavige plan Per project wordt door de gemeente Aalsmeer bekeken hoe bij de ambities van de provincie kan worden aangesloten. Bij de veranderingen in de fysieke leefomgeving door het onderhavige project zal er sprake zijn van een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving. Er zullen leegstaande verouderde panden en ongebruikt terrein verdwijnen, terwijl een cultuurhistorisch waardevol pand blijft behouden. De nieuwbouw en gebouwtransformatie en bijbehorende nieuwe inrichting van het perceel zorgt voor verbeteringen in de fysieke leefomgeving. De nieuwe woningen zullen voldoen aan de nu geldende eisen ten aanzien van energie.

De woningen zullen geen gasaansluiting kennen. Tevens wordt bij de woningen extra rekening gehouden met de geluidsbelasting vanwege het vliegverkeer van Schiphol. Het onderhavige project is niet of nauwelijks te beschouwen als nieuwe verstedelijking. Aangezien er sprake is van een transformatie van een bestaand bebouwd gebied en verhard terrein, en van inbreiding, hoeft er geen stedelijke uitbreiding plaats te vinden. Dit komt het behoud van landschap ten goede. De beoogde stedelijke inbreiding is nodig om te kunnen voldoen aan de woningbehoefte. 5.3.2 Omgevingsverordening NH2020 De provincie heeft op 22 oktober 2020 een nieuwe verordening vastgesteld, zijnde de Omgevingsverordening NH2020. Deze verordening is op 19 december 2022 gewijzigd vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 worden de eerste stappen gezet op de sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 te vertalen in juridische regels. Deze sturingsfilosofie luidt als volgt: we gaan uit van het principe 'Lokaal wat kan, regionaal wat moet', gelet op de diversiteit aan regio's, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Planspecifiek Het plangebied ligt binnen de LIB 5 zone van Schiphol. Deze zone is toegelicht in paragraaf 6.4 en vormt verder geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Conclusie Verder zijn er geen relevante aanvullende eisen ten aanzien van het voorgenomen plan vanuit de Omgevingsverordening NH2020 waarmee gesteld kan worden dat het plan in overeenstemming is met het provinciale ruimtelijke beleid.

5.4 Gemeentelijk beleid 5.4.1 Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 Het actuele ruimtelijke beleid van de gemeente is neergelegd in de Gebiedsvisie Aalsmeer 2020, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 november 2009. De toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

22

Gebiedsvisie heeft de status van structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Ingevolge de gebiedsvisie dient het ruimtelijke beleid van de gemeente gericht te zijn op een duurzame en kwalitatief sterke ontwikkeling van economie, wonen en recreatie met als voorwaarde het behoud van de leefbaarheid, het dorpse karakter, de bereikbaarheid en het op peil brengen van voorzieningen. De aandacht dient verlegd te worden van uitbreiding naar verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Functies of ontwikkelingen die dit frustreren moeten worden tegengegaan. Uit de gebiedsvisie volgen een aantal thema's die in het kader van de kwaliteit van de leefomgeving aandacht behoeven. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de aanwezigheid van groen en water in de woonomgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen in de woonbuurten dient het structurerende groen en water in de wijk te worden behouden en, waar mogelijk, versterkt. Op grond van de Gebiedsvisie wordt de kwaliteit van de woonomgeving ook gedefinieerd door de mate waarin sprake is van een kenmerkende, samenhangende structuur. Nieuwe ontwikkelingen dienen deze samenhang en herkenbaarheid als uitgangspunt te nemen en te bekrachtigen. Op het gebied van wonen wil de gemeente de accenten verleggen en meer aandacht besteden aan de kwaliteit van de woonomgeving.

Maar tegelijkertijd wil Aalsmeer ook het woningaanbod op peil houden en in de toekomst geschikte woningen kunnen blijven aanbieden, passend bij de vraag en het karakter van Aalsmeer. Het gaat dus om een accentverschuiving: blijven bouwen, maar met meer oog voor kwaliteit. Planspecifiek Volgens de bij de gebiedsvisie behorende kaart ligt de (woningbouw)ontwikkeling in het gebied wat is aangeduid als wonen. Er wordt daarmee aangesloten bij de ambitie voor een duurzame en kwalitatief sterke ontwikkeling van wonen. De voorliggende ontwikkeling past binnen het ruimtelijk beleid van de gemeente, zoals in de Gebiedsvisie beschreven. 5.4.2 Aalsmeers verkeer- en vervoerplan Voor de bereikbaarheid van Aalsmeer is de aanleg van de 'omgelegde N201' van cruciaal belang. De omlegging van de N201 leidt tot een gehele nieuwe verkeersstructuur in Aalsmeer. Voor de toekomst is de opgave de gemeente bereikbaar te houden en tegelijkertijd de woonkernen te ontlasten. In het eind 2009 vastgestelde Aalsmeers verkeer­ en vervoerplan (AVVP) zijn drie doelstellingen vastgelegd: <0000> het verbeteren van de regionale en lokale bereikbaarheid met alle vervoerswijzen; <0000> zorgen voor een verkeersveilige leefomgeving; <0000> zorgen voor een leefbaar verblijfsklimaat. In de AVVP zijn diverse wensbeelden opgenomen voor de wegcategorisering binnen Aalsmeer.

In het AVVP is per kern ingegaan op de gemaakte afwegingen voor de verkeerssituatie. De belangrijkste discussiepunten in Kudelstaart hebben betrekking op de Kudelstaartseweg, Hoofdweg, de Mijnsherenweg en de Bilderdammerweg. Het gaat hierbij vooral om de verkeersveiligheid. De belangrijkste keuzes die betrekking hebben op Kudelstaart vinden plaats op de Kudelstaartseweg en de Mijnsherenweg. De variaties in snelheid laten een verschuiving van intensiteit zien tussen beide wegen. In het AVVP is ook gekeken naar routes voor goederenvervoer. Uitgangspunt is dat de werkgebieden en bedrijventerreinen goed toegankelijk moeten zijn voor vrachtverkeer zonder dat sprake is van overlast in woon­ en werkgebieden. De wegen voor goederenvervoer moeten voldoende breed zijn en er geldt in principe een maximum snelheid van 50 km/uur. Ten aanzien van het goederenvervoer is het wensbeeld dat deze over de Hoofdweg en Mijnsherenweg rijdt en daarmee Kudelstaart bediend.

toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

23

Ten aanzien van het fietsverkeer moet deze op korte afstanden (< 7,5 kilometer) een serieus alternatief vormen voor de interne autoverplaatsingen. Aalsmeer moet daarom een herkenbare fietsinfrastrucuur krijgen, waarbij ­ naast veiligheid ­ comfort en snelheid uitgangspunten zijn. Dit betekent naast directe en veilige routes ook goede en voldoende stallingvoorzieningen bij de belangrijkste (publiekstrekkende) bestemmingen. De nadruk in het fietsbeleid ligt op verbeteren van utilitaire verbindingen. De aanleg van ontbrekende schakels in de regionale en lokale hoofdroutes heeft de hoogste prioriteit, omdat hiervan het meeste effect wordt verwacht. Planspecifiek Het plan de Hoeksteen sluit aan op bestaande infrastructuur en is daarmee dan ook in overeenstemming met het verkeers­ en vervoersplan. 5.4.3 Nota Parkeernormen Aalsmeer Eind 2012 heeft het CROW (Landelijk kenniscentrum voor verkeer en vervoer) nieuwe parkeerkencijfers gepubliceerd. De 'oude' cijfers dateren van 2004 en dienden als basis voor de parkeernormen zoals vastgesteld in het Aalsmeer Verkeer­ en Vervoerplan (AVVP). In het AVVP zijn echter alleen normen opgenomen voor de categorie 'wonen'.

De aanleiding voor deze Nota Parkeernormen Aalsmeer is als volgt: <0000> Naast de normen voor de categorie wonen zijn er nog geen parkeernormen vastgesteld voor Aalsmeer en Kudelstaart; <0000> De parkeernormen uit 2004 en uit het AVVP zijn niet meer actueel; <0000> De nieuwe kencijfers van het CROW zijn gebaseerd op de meest actuele en recente ervaringscijfers; <0000> Parkeernormen moeten vanaf 2018 zijn opgenomen in bestemmingsplannen. Door in toekomstige bestemmingsplannen via de regels een verwijzing op te nemen naar deze Nota Parkeernormen inclusief toepassingsregels wordt aan deze verplichting voldaan en geldt voor iedereen een eenduidig kader. Het vaststellen van parkeernormen en toepassingsregels is om diverse redenen belangrijk en nuttig. Door het parkeren nadrukkelijk te toetsen en de juiste parkeernorm zo vroeg mogelijk in een planproces te bepalen wordt parkeeroverlast voorkomen en wordt de verkeersveiligheid verbeterd. Indien een ontwikkelaar namelijk te weinig parkeerplaatsen realiseert op eigen terrein, gaan er ook mensen in de omgeving parkeren met mogelijk parkeeroverlast en verkeersonveilige situaties tot gevolg. Voor burgers, bedrijven en ontwikkelaars is met deze nota duidelijk welke normen gehanteerd worden bij een aanvraag. Bovendien bevat de nota duidelijke toepassingsregels om uit te leggen hoe de parkeernormen gehanteerd moeten worden.

Hierdoor zorgen we er als gemeente voor dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn en dat mogelijk verwachte parkeerproblemen vanaf het begin van het planproces worden voorkomen. Planspecifiek Middels een voorwaardelijke verplichting in de regels wordt gewaarborgd dat er voldoende parkeerplaatsen wordt gerealiseerd bij de woningen conform de Parkeernota van Aalsmeer. 5.4.4 Woonagenda 2020 en raadsprogramma 2022 - 2026 De Woonagenda 2020 formuleert (op hoofdlijnen) de volgende 3 opgaven: 1. Een passende woningvoorraad: meer gericht op één­ en tweepersoonshuishoudens; 2. Toekomstbestendige woningen: aardgasloos en zoveel mogelijk energieneutraal; 3. Leefbare buurten: gericht op zowel fysieke (woonmilieu, klimaatadaptatie, wonen en vliegen) als sociale (voorkomen van segregatie) aspecten. In de woonvisie wordt expliciet aandacht gevraagd voor de huisvesting van specifieke toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

24

doelgroepen zoals jongeren, starters en ouderen naast gezinnen. De meeste jongeren zijn gezien hun gemiddelde inkomen vaak aangewezen op het goedkope en lage middensegment. Een segment dat in Aalsmeer beperkt beschikbaar is. Opgave uit de Woonagenda is om het segment woningen dat toegankelijk is voor jongeren te vergroten. Voor grote woningbouwprojecten met meer dan 50 woningen schrijft de woonagenda een prijsklasseverdeling voor in het woningbouwprogramma. Deze is, bij prijspeil 2022, als volgt: ­ 25% van de woningen met een sociale huur tot €763,­ per maand en/of goedkope koopwoningen met een v.o.n.­prijs tot €213.000,­ ­ 35% woningen in het middeldure segment met een huur tussen €763,­ en €957,­ per maand en koopwoningen met een v.o.n.­prijs tussen de €213.000,­ en €386.000,­ ­ 40% dure woningen met een huur hoger dan €957,­ per maand en koopwoningen met een v.o.n.­prijs hoger dan €386.000,­ Planspecifiek Voor het kleine project, zoals de Hoeksteen, zou volgens de woonagenda in de segmentering maatwerk mogen worden toegepast (voor projecten met minder dan 50 woningen). In de concept startnotitie was toen nog gekozen voor maatwerk met 27% dure koopwoningen en het merendeel (73%) aan koopwoningen in het lage middensegment. In het nieuwe raadsprogramma 2022­2026 is de ambitie gesteld om in de prijsklasseverdeling meer goedkope woningen te realiseren.

Vanuit het College is gevraagd om voor dit project zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de ambities uit het raadsprogramma 2022­2026. Dit leidt tot onderstaande prijsklasseverdeling, bij prijspeil 2022: ­ 35% van de woningen met een sociale huur tot €763,­ per maand en/of goedkope koopwoningen met een v.o.n.­prijs tot €213.000,­ ­ 30% woningen in het middeldure segment met een huur tussen €763,­ en €957,­ per maand en koopwoningen met een v.o.n.­prijs tussen de €213.000,­ en €386.000,­ ­ 35% dure woningen met een huur hoger dan €957,­ per maand en koopwoningen met een v.o.n.­prijs hoger dan €386.000,­ Conform de Woonagenda legt de gemeente voor alle nieuw opgeleverde woningen een zelfbewoningsplicht van minimaal 5 jaar op. 5.4.5 Groenvisie Op 2 oktober 2014 heeft de gemeenteraad van Aalsmeer de Groenvisie 'Groen en blauw voor jou' vastgesteld. De visie geeft inzicht in de koers voor beleid, inrichting en beheer van het groen voor heel Aalsmeer. Een doel van de groenvisie is het verbeteren van de ruimtelijke structuur door samenhang van groen en water te bevorderen. Het plangebied is gelegen in het bebouwd gebied waar het groen de status 'bovenwijks groen' en 'wijkgroen' heeft gekregen. Het bovenwijks groen betreft onderdelen van de groenstructuur die een hoofdrol spelen in de structuur van het beouwd gebied en beeldbepalend zijn voor Aalsmeer.

Bovenwijks groen heeft een functie voor de gehele gemeente en soms zelfs daarbuiten. Het wijkgroen bevat onderdelen van de groenstructuur die beeldbepalend zijn voor het groene karakter van de wijken. Het wijkgroen is van belang voor de leefkwaliteit van de Aalsmeerse wijken. Belangrijk verschil met het bovenwijks groen is dat het wijkgroen meer integraal onderdeel uitmaakt van de afzonderlijke wijken. Akkerbouwgronden zijn zeer beperkt aanwezig. De akkerbouwgrond ten zuiden van Kudelstaart behoort tot de hoofdgroenstructuur vanwege het open karakter.

toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

25

Een aantal parken in Aalsmeer heeft een bijzonder karakter en uitstraling waardoor ze zowel van (recreatieve) betekenis zijn voor de bewoners van Aalsmeer als voor bezoekers van Aalsmeer Het gaat hierbij om de het Hornmeerpark, het Seringenpark, Stokkeland, het Boomkwekerskerkhof en het park bij Kudelstaart. De wijkparken hebben een belangrijke recreatieve betekenis voor de omwonenden in de betreffende wijk. De begraafplaats bij de katholieke kerk Kudelstaart behoort tot de hoofdgroenstructuur vanwege de hier aanwezige beplanting en/of cultuurhistorishe waarde. De Aalsmeerse leefkwaliteit wordt versterkt door waardevol groen te behouden en de functionaliteit van het groen te versterken. Dit leidt ertoe dat Aalsmeer door bewoners en bezoekers als een waterrijke en groene, bloemrijke gemeente wordt ervaren. Om deze functionaliteit te versterken staan twee doelen centraal : 1. het verbeteren van de ruimtelijke structuur door groene­blauwe samenhang aan te brengen en verbindingen te leggen; 2. het verbeteren van de toegankelijkheid en beleefbaarheid van het groen en water voor omwonenden en recreanten. In Aalsmeer kunnen vier verschillende typen woongebieden worden onderscheiden: het oude dorpscentrum, de klassieke uitbreidingen, de moderne uitbreidingen en de bebouwingslinten. Binnen elk gebied zijn specifieke groenkwaliteiten te vinden.

Het groenbeleid is erop gericht die specifieke kwaliteiten te versterken. Planspecifiek Een specifiek doel voor klassieke uitbreidingswijken zoals Stommeer, en dus voor het betreffende plangebied, is versterking van de belevingswaarde van groen door de afwisseling van open en gesloten groen te versterken. Hieronder vallen het versterken van zichtlijnen en het vergroten van zicht op water en bosschages. De groene omgeving is van grote waarde voor de kwaliteit van leven in het gebied en vergroot de aantrekkingskracht van het plangebied. Het groen bevindt zich overwegend in een goede conditie en is daarmee randvoorwaardelijk van belang voor het project. Bomen die in slechte conditie zijn en bomen die aan de rand van de nieuwe watergang staan worden verwijderd. Het openbare groen aan randen van het plangebied aan de Ophelialaan en de Jac. P. Thijsselaan blijft behouden en wordt daar waar mogelijk (vooral de hoek) verbeterd. Het bestaande groen tussen de beoogde nieuwbouw op het achterterrein van de voormalige school en de achtertuinen van de bestaande woningen aan de Ophelialaan en Berkenlaan wordt door de nieuwbouw kleiner, maar krijgt een kwaliteitsimpuls om zo het belangrijke foerageergebied van de gewone dwergvleermuis in de zuidoosthoek en langs het water te borgen. Gezonde vitale bomen blijven in ieder geval behouden, waaronder de boom waarin de ransuil zich heeft gevestigd.

Bomen die niet behouden kunnen worden, dienen één op één of anders kwalitatief (waaronder leibomen) gecompenseerd te worden binnen het plangebied. In het plangebied moet zoveel als mogelijk nieuw groen gerealiseerd worden in het kader van klimaatadaptatie, ter bevordering van de leefomgevingskwaliteit van de natuur (foerageergebied van de vleermuizen), als afscherming ten aanzien van de bestaande (zij­ en) achtertuinen en voor de positieve invloed op de perceptie van geluid. De beoogde inrichting van het plangebied is in overeenstemming met de Groenvisie.

toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

26

HOOFDSTUK 6 OMGEVINGSASPECTEN EN -KWALITEIT 6.1 Bodem Beleidskader en wettelijk kader Het bodembeleid heeft tot doel een balans te vinden tussen bodemgebruik en bescherming van bodemfuncties. Met bescherming wordt bedoeld dat een bodemgebruik duurzaam, veilig en gezond is. Bescherming is niet alleen tegen verontreiniging gericht, maar in principe tegen elke aantasting die het gebruik benadeeld. Het beleid voor bodembescherming kent drie sporen. Het eerste spoor bestaat uit het oplossen van de knelpunten die zijn ontstaan door historische verontreinigingen. Hiervoor is een programmatische aanpak opgesteld, die in de Wet bodembescherming is opgenomen. Het doel, om in 2015 geen locaties meer te hebben waar acute gezondheidsrisico optreden, is in Aalsmeer bereikt. Het tweede spoor richt zich op het voorkomen van nieuwe aantasting door het stellen van regels aan activiteiten in en op de bodem. De Wet milieubeheer vormt hiervoor de basis. Het derde spoor is het ruimtelijke spoor (Wro en Bro) dat tot doel heeft te komen tot een 'goede ruimtelijke ordening'. Dit gebeurt door een nieuwe gebruiksfunctie alleen te bestemmen op gronden met voldoende bodemkwaliteit. Als ijkpunt kunnen de bodemnormen uit de Regeling bodemkwaliteit worden toegepast. Bij bestaand bodemgebruik worden momenten van grondverzet aangegrepen om de bodemkwaliteit zo nodig te verbeteren.

In gebieden met intensief bodemgebruik is het niet altijd mogelijk om de juiste bodemkwaliteit tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten te bereiken. Het Besluit bodemkwaliteit (Bkk) biedt dan de mogelijkheid om op projectniveau af te wijken van de generieke normen, mits op gebiedsniveau de kwaliteit niet vermindert en dit beleid door lokaal bestuur wordt vastgesteld. In Aalsmeer is wel gebiedsspecifiek beleid opgenomen in de Nota bodembeheer (2019), maar dat is niet van toepassing op deze locatie. Bodemkwaliteit plangebied In het verkennend (water)bodemonderzoek (projectnummer 22HB0299­A1) op de locatie De Hoeksteen aan de Ophelialaan 228a­230(a) te Aalsmeer wordt geconcludeerd dat er geen beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen locatieontwikkeling. Grond <0000> de onderzochte grond is licht verontreinigd met zware metalen en/of PAK; <0000> de kleihoudende bovengrond is conform het Provinciaal beleid van Noord­Holland licht verontreinigd met PFOS en PFOA, waarbij geen sanerende handelingen noodzakelijk zijn; <0000> de grond wordt indicatief ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Grondwater <0000> het grondwater is licht verontreinigd met zink en vinylchloride. Waterbodem <0000> het slib is verspreidbaar in zoet oppervlaktewater en op aangrenzend perceel en valt in klasse A. Indien het wordt toegepast op de landbodem valt het slib in klasse industrie.

Veiligheid <0000> indien werkzaamheden worden uitgevoerd in de grond en waterbodem is het regime Basishygiëne van toepassing.

toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

27

Opgemerkt wordt dat: <0000> de veiligheidskundige van de uitvoerende partij voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een definitieve uitspraak dient te doen over de te nemen veiligheidsmaatregelen; <0000> de voor het werk te treffen veiligheidsmaatregelen opgenomen dienen te zijn in een Veiligheids­ en Gezondheidsplan (V&G­plan). Eindconclusie Uit de resultaten van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er geen beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen locatieontwikkeling. Aanbevelingen Aanbevolen wordt: <0000> de voorliggende rapportage aan alle betrokken partijen te overleggen; <0000> indien ontgravingswerkzaamheden c.q. afvoer van grond plaatsvindt van meer dan 50 m³ niet­sterk verontreinigde grond, minimaal 5 werkdagen van tevoren een 'Melding verplaatsing niet­ernstig verontreinigde grond' ingevolge de Wet Bodembescherming te overleggen aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied; <0000> tijdens de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden alert te zijn op afwijkende bodemlagen; <0000> bij de bouw­ en herinrichtingswerkzaamheden rekening te houden met de aangetoonde bodemkwaliteit; <0000> de aangetroffen septictank voorafgaand aan de locatieontwikkeling te verwijderen. Conclusie Uit de resultaten van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat er geen beperkingen aanwezig zijn voor de voorgenomen locatieontwikkeling.

6.2 Water Beleid Waterbeheerprogramma 6 (WBP6) Goed waterbeheer is van levensbelang om in Rijnland te kunnen wonen, werken en genieten. Hoe pakken we dat aan en wat zijn de plannen voor de komende 6 jaar? Op deze website presenteert Rijnland zijn waterbeheerprogramma (WBP6) voor 2022 ­ 2028. Zie: Over WBP6 | Waterbeheerprogramma 6 (wbp6rijnland.nl). Blauwe lens De gevolgen, kansen en oplossingen van klimaatverandering voor het beheergebied van het hoogheemraadschap van Rijnland zijn onderzocht. Het resultaat van dit onderzoek is het Rapport Blauwe Lens (Rapport Blauwe Lens). De Blauwe Lens leert ons dat het gebied en het watersysteem veerkrachtiger en flexibeler moeten worden. Een belangrijk inzicht is dat we de problemen niet moeten afwentelen op onze omgeving, maar water juist moeten inzetten als ordenende kracht in ruimtelijke ontwikkeling. Met deze constatering bevestigt De Blauwe Lens de noodzaak om water leidend te maken. Keur van Rijnland 2020 Er zijn regels voor wat je als bewoner of bedrijf wel en niet mag doen in en bij water, dijken en gemalen. Zo houden we het watersysteem schoon en veilig. Voor water gerelateerde werkzaamheden zijn er regels vastgelegd in de Keur van Rijnland 2020 samen met bijbehorende uitvoeringsregels. De uitvoeringsregels kan een zorgplicht, een algemene regel en een beleidsregel/vergunningplicht bevatten.

toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

28

Rijnland is op dit moment bezig met het klimaatrobuuster maken van haar huidige regels. Op het moment van de vergunningaanvraag wordt getoetst aan de regels die op dat moment gelden. Waterparagraaf (project specifieke zaken) Regionale uitwerking Blauwe Lens Rijnland streeft naar een klimaatbestendige inrichting en leefomgeving met daarbij als aandachtspunten water robuustheid, verkoeling en aan behoud of ontwikkeling van natuurwaarden, landschap en cultuurhistorie. Rijnland is onderverdeeld in vier gebiedstypen. Per gebied is er een uitwerking met betrekking tot een waterrobuuste inrichting, een droogtebestendige inrichting en een natuurinclusieve inrichting. Het gebied waarin u te werk gaat heeft als ondergrond voornamelijk veen. Keur en beleidsregels Rijnland heeft belangen om watergangen en waterkeringen in stand te houden, kwel tegen te gaan en te snelle afwatering te voorkomen. Om deze belangen te beschermen zijn onze beleidsregels opgesteld in de Keur. Watergangen Watergangen zorgen ervoor dat we genoeg ruimte hebben om te veel regenwater te bergen, zorgen voor voldoende afvoer van water en voor voldoende aanvoer van water. Er zijn regels opgesteld om activiteiten die plaatsvinden in en rondom de watergangen goed de laten verlopen, zodat het belang van het watersystem blijft gewaarborgd.

Een legger is een register waarin van alle wateren in het Rijnlandse beheergebied het volgende is weergegeven: de ligging en de vereiste afmetingen, wie verantwoordelijk is voor het onderhoud en wat dit onderhoud inhoudt, zie: Legger oppervlaktewateren (rijnland.net). Klimaatadaptatie Nationale maatlat klimaatadaptatie De ontwikkeling van de maatlat duurt een half jaar en gebeurt samen met de (bouw)sector. Naast de landelijke koepels van publieke en private sector worden decentrale overheden, bedrijven en experts betrokken via interviews en een klankbordgroep. Zij hebben namelijk al ervaring met ontwerpen, ontwikkelen, en bouwen van klimaatadaptieve gebieden en gebouwen. Zij brengen deze ervaringen in en denken mee over de invulling van de maatlat. De maatlat wordt binnenkort opgeleverd. Ontwikkeling van landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving gestart! ­ Klimaatadaptatie (klimaatadaptatienederland.nl). Noord­Holland en de Metropoolregio Amsterdam hebben een bouwopgave van zo’n 325.000 woningen tot 2050. De opgave is deze nieuwbouwlocaties zo te realiseren dat zij voorbereid zijn op de steeds extremere weersomstandigheden: het risico op hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen ten gevolge van de wereldwijde klimaatverandering.

Om richting te geven aan deze opgave is een Basisveiligheidsniveau voor klimaatbestendige nieuwbouw opgesteld voor de Metropoolregio Amsterdam en de provincie Noord­Holland. Het basisveiligheidsniveau bestaat uit uitgangspunten en doelvoorschriften voor nieuwbouw (gebiedsontwikkeling) op de thema’s wateroverlast, droogte, hitte, overstromingen en natuur inclusief bouwen. Het beschrijft een totaalpakket aan doelvoorschriften waar nieuwbouw binnen de Metropoolregio Amsterdam en provincie Noord­Holland aan zou moeten voldoen om klimaatbestendig te zijn, schade door het veranderende klimaat te verminderen en de leefbaarheid te vergroten. Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie De basis van regelgeving voor klimaatadaptatie is het Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie. In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie staan alle projecten en maatregelen die

toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

29

ervoor gaan zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. De stresstesten, risicodialogen en de uitvoeringsagenda’s zijn hier onderdeel van. Waterbewustzijn Om te zorgen dat ons gebied beter bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering is het noodzakelijk om de (gebouwde) omgeving hier op aan te passen middels technologische en praktisch maatregelen. Het betrekken van de (toekomstige) bewoners is net zo noodzakelijk. Er zijn verschillende reden waarom het betrekken van (toekomstige) bewoners en/of gebruikers zo belangrijk en waardevol is. Ten eerste is het belangrijk dat zij zich er (meer) van bewust zijn dat ook zij in hun dagelijkse leven te maken kunnen krijgen met klimaatproblemen, zoals wateroverlast en droogte. Wanneer deze context wordt geschept, groeit het draagvlak en begrip voor deze maatregelen en zal ook de relevantie en noodzaak voor een klimaat adaptieve inrichting toenamen. Het waterbewustzijn neemt toe. (Toekomstige) Bewoners en/of gebruikers betrekken bij een project kan op verschillende manieren. Van belang is dat er altijd een informatieve basis verstrekt wordt waarop men het waterbewustzijn kan bouwen. De gemeente en/of projectontwikkelaar (in samenwerking met het waterschap) kan ook sturen op advisering van de (toekomstige) bewoners en/of gebruikers.

Bijvoorbeeld over nemen van waterbesparende maatregelen binnenshuis (of hergebruik van water) of hoe men de tuin zo kan inrichten dat deze aantrekkelijk is voor diverse dieren. Wanneer de planning dit toe laat is het ook mogelijk om (toekomstige) bewoners en/of gebruikers te betrekken bij het ontwerpproces. Dit kan leiden tot meer creatieve besluitvorming, meer draagvlak en het gevoel van eigenaarschap. Relevantie plangebied Bij ruimtelijke plannen dient een watertoets te worden uitgevoerd. Doel van de watertoets is om de relatie tussen planvorming en waterhuishouding te versterken. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen daartoe te worden getoetst door de waterbeheerder. Bij een watertoets moeten de gevolgen voor de waterhuishouding in beeld worden gebracht. In het plangebied is het beleid van het Hoogheemraadschap van Rijnland (HvR) van toepassing. Activiteiten moeten voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit de Keur. Bij (de uitvoering van) het onderhavige plan en de beoogde ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met het beleid en de Keur van het Hoogheemraadschap van Rijnland (HvR). Het onderhavige plangebied ligt niet binnen de beschermingszones van een waterkering. Aan de zuidrand, en door en langs de westzijde van het plangebied, bevindt zich een watergang met beschoeiingen. De watergang zal worden aangepast met de uitvoering van het plan.

Het deel van de watergang dat onder een pleindeel en bebouwing doorloopt wordt gedempt en verplaatst. De bestaande watergang aan de zuidrand blijft bestaan, maar zal planinwaarts worden verbreed en worden voorzien van een talud/oever. Aan de zuidwestrand/westzijde wordt een nieuwe watergang gerealiseerd met een natuurvriendelijke oever (flauw talud). Per saldo blijft het wateroppervlak gelijk. Elke demping van water dient voor 100% te worden gecompenseerd binnen het peilgebied. Bij een toename van verharding met meer dan 500 m2 dient binnen het betreffende peilgebied 15% van het extra verhard oppervlak als open water te worden gecompenseerd. In het onderhavige plangebied wordt, in het kader van de voorgestane ontwikkeling, 110 m2 water gedempt (van de 372 m2 water in het plangebied) en 200 m2 nieuw water gerealiseerd (totaal 462 m2 water in het plangebied). Een toename van 90 m2. toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

30

Bovendien wordt het water in het nieuwe bestemmingsplan expliciet bestemd, niet het geval bij het nu geldende bestemmingsplan. In het plangebied wordt 812 m2 bebouwing gesloopt en er komt 451 m2 aan nieuwe bebouwing terug. Er is daarmee geen sprake van een toename van verhard oppervlak met de realisatie van de bouwplannen, maar een afname van het verhard oppervlak van 361 m2. Grondwater Het maaiveld wordt niet verlaagd, en het grondwaterpeil ligt doorgaans 1 meter onder maaiveld. Aangezien er bij de nieuwbouw tevens geen (semi­)verdiepte delen worden gerealiseerd die nabij de grondwaterstand zitten, is het grondwater geen aandachtspunt of belemmering voor het onderhavige plan. Vooroverleg HvR Het onderhavige (bouw)plan is voorgelegd aan het Hoogheemraadschap van Rijnland (HvR). HvR heeft aangegeven geen bezwaren te hebben tegen het plan. Conclusie Met het onderhavige plan is er geen sprake van functies en activiteiten die, per saldo, leiden tot een aantasting van de waterhuishouding. Het verhard oppervlak neemt af met het project. De, met de aanpassing van de watergang gepaarde, demping van water, wordt gecompenseerd met een nieuwe watergang met een natuurvriendelijke oever. Het aspect water is geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.

6.3 Verkeer en Parkeren Als een project of ruimtelijk plan voorziet in de toevoeging van verkeersaantrekkende functies dienen de gevolgen voor de verkeer­ en parkeersituatie te worden beoordeeld. Allereerst wordt inzicht gegeven in de parkeervraag. Parkeren Het onderhavige plan met 22 woningen op de locatie 'Ophelialaan 230 ­ Jac. P. Thijsselaan 2' leidt tot een nieuwe parkeervraag. In het kader van de voorgestane 22 woningen is de parkeervraag, ofwel de behoefte aan parkeerplaatsen, bepaald. De parkeervraag wordt berekend op basis van de bij de woningen behorende parkeernorm. De bepaling van de parkeervraag met betrekking tot het onderhavige plan is hierna gegeven. De gemeente Aalsmeer heeft in de Nota Parkeernormen 2016 de parkeernormen vastgelegd. Uitgangspunt is dat het parkeren binnen het plangebied wordt opgelost. Gezien de ligging van de woning, is het uitgangspunt voor de Jac. P. Thijsselaan 2 om het parkeren op eigen terrein (perceel) op te lossen. Daarin geldt een norm van 1,5 plekken voor woningen kleiner dan 100m2 en 1,9 plekken per woning met een grootte tussen de 100m2 en 140m2. Een woning groter dan 140m2 kent een parkeernorm van 2,2. In het plan zijn 16 (16 x 1,5) kleine woningen en 6 (6 x 1,9) middelgrote woningen voorzien. De totale parkeernorm komt afgerond naar boven uit op 36.

De parkeerplekken in het openbaar gebied ten behoeve van de huidige school mogen gebruikt worden in de parkeerbalans van het plangebied, mits er in de huidige situatie aantoonbaar geen knelpunt ontstaat als gevolg van een verandering in het dubbelgebruik. Het gebruik van de parkeerplaatsen ten behoeve van de school vindt namelijk op andere momenten plaats, dan het parkeren voor bewoners. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van aanwezigheidspercentages, genoemd in de Nota parkeernormen 2016. De langsparkeerplaatsen aan de Ophelialaan en Jac. P. Thijsselaan blijven toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

31

gehandhaafd en uit parkeeronderzoek blijkt dat deze parkeerplaatsen grotendeels niet gebruikt worden. Aan de achter­/zuidzijde van het schoolgebouw worden op het eigen terrein 30 parkeerplaatsen gerealiseerd. Er worden 2 parkeerplaatsen gerealiseerd bij de 2 woningen aan de Jac. P. Thijsselaan. De overige 4 benodigde parkeerplaatsen kunnen worden gevonden in de bestaande beschikbare parkeerplaatsen in de Jac. P. Thijsselaan. Binnen en bij het plangebied is gezien het bovenstaande voldoende ruimte en parkeergelegenheid om de 36 benodigde parkeerplaatsen te realiseren en beschikbaar te hebben voor de beoogde woningen. Verkeersgeneratie Van een verkeersaantrekkende werking is bij het onderhavige plan in beperkte mate sprake. Aangezien de planlocatie in de huidige situatie niet meer wordt gebruikt, zal er sprake zijn van een verkeerstoename. Per grondgebonden woning wordt uitgegaan van 7 motvoertuigbewegingen per etmaal. Uitgaande van 22 grondgebonden woningen wordt een toename verwacht van 154 mvt/etmaal. Er zijn in het voorjaar van 2022 tellingen gehouden op de Ophelialaan. Tussen de Aalsmeerderweg en de Parklaan zijn ca. 3300 mvt/etmaal geteld. Aangezien de toename van de verkeersintensiteit op de Ophelialaan, Jac. P. Thijsselaan, Zwartweg en N­wegen vanwege de onderhavige woningen beperkt is, zal de verkeersgroei naar verwachting niet tot verkeersproblemen leiden.

Voor de bereikbaarheid van de nood­ en hulpdiensten dient in het plangebied een keermogelijkheid te worden gerealiseerd bij doodlopende wegen. Bij de afwikkeling van verkeer tijdens de bouw dient afgestemd te worden met bereikbaarheidsregie Aalsmeer om zodoende de aan­ en afvoer goed vast te leggen. Vooralsnog gaat de voorkeur uit naar dat het bouwverkeer dan via de Ophelialaan, Aalsmeerderweg, Middenweg en uiteindelijk via de N201 aan en af komt rijden. Conclusie Bij het project worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. De verkeerstoename vanwege het onderhavige plan is beperkt. De aspecten verkeer en parkeren zijn geen belemmering voor het onderhavige plan voor de 22 woningen op de locatie 'Ophelialaan 230 ­ Jac. P. Thijsselaan 2'.

6.4 Geluid Beleidskader In het algemeen maakt een bestemmingsplan de aanwezigheid van geluidproducerende bronnen, zoals industrie en wegverkeer, ruimtelijk mogelijk. Ook worden bestemmingen mogelijk gemaakt die een zekere mate van rust behoeven, zoals woningen en ziekenhuizen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag voor spoor­ en wegverkeerslawaai en gezoneerde industrieterreinen in de Wet geluidhinder en voor vliegverkeerlawaai in de Wet luchtvaart en het bijbehorende Luchthavenindelingbesluit. Daarnaast vindt de beoordeling van geluid zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening, op grond van een goed woon­ en leefklimaat. In de Wet geluidhinder zijn voorkeursgrenswaarden vastgesteld. Als daar niet aan voldaan kan worden, is het in bepaalde situaties mogelijk om zogenoemde hogere toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

32

waarden vast te stellen. De gemeenteraad van Amstelveen heeft de "Deelnota Hogere Waarden" vastgesteld. In deze nota is de procedure uitgewerkt om de hogere waardenprocedure te doorlopen. In het hogere waardenbeleid is een aantal aspecten opgenomen die bij de afweging van een hogere waarde een rol speelt. Deze aspecten zijn: 1. het heersende geluidsniveau; 2. het toetsingskader om af te wijken van het heersende geluidsniveau; 3. cumulatie en compensatie. Industrie algemeen Voor de kleinere bedrijfsterreinen waarvoor zonering niet verplicht is geven de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening (VROM 1998) en de VNG­uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', richtlijnen over de wijze waarop met het aspect geluid in bestemmingsplannen moet worden omgegaan. De Handreiking geeft onder meer, ter voorkoming van geluidshinder bij geluidsgevoelige bestemmingen, streefwaarden. Voor de grote industrieterreinen, spoor­ en verkeerswegen is in de Wet geluidhinder (Wgh) een wettelijk kader ontwikkeld voor geluidzonering gekoppeld aan een systeem van grenswaarden. Wegverkeer Tijdens de voorbereiding van een bestemmingsplan moet inzicht worden gegeven in de geluidsbelasting op nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die gesitueerd worden binnen de zone van een weg.

In geval sprake is van aanleg van een nieuwe weg zal ook de geluidsbelasting veroorzaakt door verkeer op de nieuwe weg op de bestaande geluidgevoelige bestemmingen in beeld moeten worden gebracht. Luchtverkeer Bij de ingebruikname van de vijfde baan van Schiphol (Polderbaan) op 20 februari 2003 is het Luchthavenindelingbesluit (Lib) in werking getreden. Hiermee zijn nieuwe beperkingen gesteld aan het ruimtegebruik rond de luchthaven. Naast het luchthavengebied is een beperkingengebied aangegeven. In het beperkingengebied zijn een aantal deelgebieden onderscheiden, waarvoor verschillende regels gelden. Het gaat om o.a. een geluidssloopzone en een beperkingen geluidszone. Deze bepalingen moeten in de bestemmingsplannen worden verwerkt. Planspecifiek Er is een geluidsonderzoek (kenmerk M+P.GWA.22.02.1) uitgevoerd. De nieuwe woningen in het plan de Hoeksteen te Aalsmeer ondervinden een verhoogde geluidsbelasting ten gevolge van het vliegverkeer op Schiphol en bij twee woningen is sprake van een verhoogde geluidsbelasting vanwege wegverkeer over de 30 km/u wegen. Dit heeft geen consequentie voor het vast te stellen bestemmingsplan. Wel stelt het Bouwbesluit 2012 [3] eisen aan de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie voor deze woningen vanwege het vliegverkeer.

Voor nieuwbouwwoningen dient de geluidswering van de gevels en het dak minimaal gelijk te zijn aan de geluidsbelasting vanwege luchtvaart van 59 dB – een maximale binnenwaarde van 33 dB = 26 dB. Echter: omdat de geluidspieken van individuele vliegtuigpassages slaapverstoringen kunnen veroorzaken en slaapverstoringen een negatief effect op de gezondheid hebben, wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening geadviseerd om aan de woningen een geluidwering aan te brengen van minimaal 32 dB. Op deze manier ontstaat er een aanvaardbaar woon ­ en leefklimaat. Voor de te transformeren woningen geldt dat moet worden uitgegaan van een rechtens verkregen niveau. Dit is gelijk aan het niveau dat op enig moment door technische voorschriften is verkregen en niet lager is dan de eisen voor een bestaand bouwwerk. Het is daarbij mogelijk dat voor de te transformeren woningen geen wettelijke eisen voor de geluidswering bestaan ook gezien het bouwjaar 1932 van de voormalige school.

toelichting ­ bestemmingsplan Ophelialaan ­ Jac. P. Thijsselaan

33

Het Bouwbesluit 2012 [3] geeft als eis voor het binnenniveau voor nieuwbouwwoningen een maximale waarde van 33 dB. Ten opzichte van de heersende geluidsbelasting voor het luchtvaartlawaai van 59 dB ter plaatse levert dit een karakteristieke geluidwering op van minimaal 26 dB. Met de wettelijke eisen voor de geluidwering vanwege het luchtvaartlawaai zal ook de geluidswering voldoende zijn voor het wegverkeerslawaai. Om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening ten aanzien van een acceptabel woon­ en leefklimaat en de ontwikkellocatie een verhoogde geluidbelasting ten gevolge van vliegtuiggeluid ondervindt, wordt geadviseerd ook aan de woningen in het te transformeren bestaande schoolgebouw een geluidwering conform nieuwbouweisen aan te brengen. In dit geval betekent dat een geluidwering van de gevels en het dak van minimaal 26 dB. Ook hier geldt echter dat geluidspieken van individuele vliegtuigpassages slaapverstoringen kunnen veroorzaken en slaapverstoringen hebben een negatief effect op de gezondheid. Daarom wordt ook bij het te transformeren schoolgebouw geadviseerd om een geluidwering aan te brengen van minimaal 32 dB. Op deze manier ontstaat er een aanvaardbaar woon ­ en leefklimaat.

6.5 Luchtkwaliteit Wettelijk kader, en beleid Het belangrijkste wettelijke kader is de Wet luchtkwaliteit die is opgenomen in de Wet milieubeheer. Daarnaast zijn enkele Algemene Maatregelen van Bestuur van belang, namelijk het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” en de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Als nationaal beleid is enkele jaren geleden het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgezet en vastgelegd. Een project of plan zal moeten voldoen aan één of meerdere van de andere luchtkwaliteitseisen die zijn vastgesteld bij de invoering van het NSL en in de Wet luchtkwaliteit (wijziging van de Wet milieubeheer) zijn opgenomen. De luchtkwaliteitseisen staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Eén luchtkwaliteitseis is het voldoen aan grenswaarden uit bijlage 2 Wet milieubeheer. Met de Wet luchtkwaliteit (Wlk) is gestreefd naar meer flexibiliteit als het gaat om de koppeling van luchtkwaliteitseisen en ruimtelijke ontwikkelingen. Deze flexibiliteit is met name terug te vinden in een verdeling in projecten die in betekende mate (IBM) of niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. NIBM­projecten hoeven niet langer getoetst te worden aan de grenswaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=3f07f3ad-74bf-4949-98fe-a4c3e24ad8c5