CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

3.Raad (besluitvormend) 5 februari 2026, gemeente aalsmeer43.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Aldus besloten in de openbare vergadering van 5 februari 2026. De griffier,

De voorzitter,

H.R.E. Hofland

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[2. Raadsbesluit Vaststellen verordening 101/F105/ICT

Signed By: Hofland, Heleen 2026-02-06T09:15:33+01:00 ID: 64a305c8-590a-4d77-9414-7fdc848e4e43 Auth: Scribble

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) 2026-02-06T00:19:02+01:00 ID: 64a305c8-590a-4d77-9414-7fdc848e4e43 Auth: Scribble

Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Verordening straatnamen en huisnummers Aalsmeer 2026

Zaaknummer: Z25-137684

De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 november 2025; artikel 6 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen en de artikelen 149 en 156 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de: Verordening straatnamen en huisnummers Aalsmeer 2026

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. b. c.

d. e. f. g.

college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer; huisnummer: nummeraanduiding als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet; naam: een door het college gegeven naam aan een woonplaats, stadsdeel, wijk of een deel van de openbare ruimte, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet, waaronder een straat of plein; naambord: afbeelding met de naam; huisnummerbord: afbeelding met het huisnummer; verantwoordelijke: iedereen die volgens het Burgerlijk Wetboek het recht heeft om op een bepaalde onroerende zaak een naam- of huisnummerbord op te hangen of te laten hangen; Wet: Wet basisregistratie adressen en gebouwen.

Artikel 2. Ophangen naamborden 1. Het college zorgt dat er op voldoende en passende plekken naamborden hangen.

Pagina

2. 3.

2 van 5

Het college kan besluiten dat de verantwoordelijke een naambord moet ophangen. De verantwoordelijke volgt bij het ophangen, onderhouden of verwijderen van een naambord de aanwijzingen van het college op.

Artikel 3. Ophangen huisnummerborden 1. Het college besluit of de verantwoordelijke een huisnummerbord moet ophangen of dat het college dat zelf doet. 2. Als het college vindt dat de plek waar een huisnummerbord moet hangen nog niet klaar is, wordt het huisnummerbord opgehangen binnen twee weken de plek wel klaar is. Artikel 4. Laten hangen van borden 1. Een naam- of huisnummerbord is zichtbaar vanaf de openbare weg. 2. Het college kan besluiten dat een vervallen naam of huisnummer op een naam- of huisnummerbord wordt doorgestreept. Het college kan daarbij bepalen dat de verantwoordelijke die naam of dat huisnummer maximaal één jaar naast de nieuwe naam of het nieuwe huisnummer moet laten hangen. Artikel 5. Geven van namen en huisnummers 1. Het college voert de taken, bedoeld in artikel 6, eerste tot vierde lid, van de Wet, uit. Het college kan hierbij een gemeente in wijken verdelen. 2. Het college geeft binnen de gemeente een naam aan een of meerdere woonplaatsen wijken, straten en andere delen van de openbare ruimte. 3. Het college houdt zich aan het Convenant inzake postcodes en de Richtlijnen voor gemeenten bij het vaststellen van een indeling naar wijken en buurten zoals uitgegeven door het Centraal Bureau voor de Statistiek. 4. Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.

Artikel 6. Verbod eigen huisnummerbord of straatnaambord Het is verboden om zonder toestemming van het college een huisnummerbord of naambord op te hangen dat zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 7. Toezicht en handhaving 1. De daartoe door het college aangewezen gemeenteambtenaren houden toezicht op de naleving van deze verordening. Dit geldt ook voor de regels en besluiten die voor de uitvoering deze verordening zijn vastgesteld. 1. Op het overtreden van de artikelen 2 tot en met 4 en artikel 6 staat een straf. De straf is een geldboete van de eerste categorie. Artikel 8. Moment waarop de regels gaan gelden Deze verordening treedt in werking de dag na de bekendmaking. Artikel 9. Oude regels zijn niet meer geldig De Verordening naamgeving en nummering Aalsmeer 2010 wordt ingetrokken. Artikel 10. Overgang van oude naar nieuwe regels Namen en huisnummers die het college op grond van de vorige verordening heeft toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze verordening gelden. Artikel 11. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening straatnamen en huisnummers Aalsmeer 2026”.

Pagina

3 van 5

Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 2. Toelichting Paragraaf 1. Algemeen deel Inleiding Op 1 juli 2009 is de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen in werking getreden (Wet BAG). Deze wet regelt hoe gegevens van adressen en gebouwen, zoals bouwjaar, oppervlakte, gebruiksdoel en locatie op een gestructureerde manier geregistreerd moeten worden. De registratie is een onderdeel van het overheidsstelsel van basisregistraties Artikel 6 van de Wet BAG verplicht gemeenten om woonplaatsen, straten en pleinen, maar ook ligplaatsen, standplaatsen, panden en verblijfsobjecten van een naam, nummer of begrenzing te voorzien. Dit is belangrijk voor een goede gestructureerde basisregistratie van adressen en gebouwen. De regels in deze verordening voeren dus uit wat in de wet staat, maar er worden ook aanvullende regels door de gemeenteraad vastgesteld. Bijvoorbeeld om de naamgeving van straten en het ophangen van straatnaamborden te regelen. Inhoud verordening en belang van straatnamen en huisnummers (adressen) De Wet BAG bepaalt dat de beslissingen genoemd in artikel 6 door de gemeenteraad moeten worden genomen. Dit betekent dat de gemeenteraad verantwoordelijk is voor deze beslissingen. Deze verordening delegeert de beslissingsbevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders (het college). Het college kan dan de namen, huisnummers en begrenzing vaststellen en zo adressen toekennen.

Adressen zijn heel belangrijk in het dagelijks leven. Ze zijn nodig voor hulpdiensten zoals de politie, brandweer, postbedrijven en ambulances. Maar ook voor makelaars, advocaten, notarissen en andere bedrijven. Deze organisaties kunnen hun werk niet goed doen zonder betrouwbare adresinformatie. Bewoners hebben ook belang bij goede adressering. Hierdoor zijn bewoners vindbaar voor vrienden, familie en bezorgdiensten. Bovendien zijn adressen belangrijk voor de overheid. Veel overheidsregistraties bevatten adressen, en adressen helpen bij het selecteren van gegevens uit deze registraties. Het is de taak van de gemeente om met aandacht namen te geven aan straten, pleinen en plantsoenen en andere delen van de openbare ruimte en nummers toe te kennen aan gebouwen (huisnummers). Dit moet nauwkeurig gebeuren om verwarring te voorkomen en ervoor te zorgen dat iedereen goed vindbaar is. Vanwege de vindbaarheid is het ook belangrijk dat namen en huisnummers vanaf de weg zichtbaar zijn. Zo kunnen de hulpdiensten ook makkelijk het juiste adres vinden. Regels en gevolgen bevoegdheid Op basis van artikel 4:81 van de Awb kan het college voor de bevoegdheid om straatnamen en huisnummers toe te kennen beleidsregels vaststellen. Dat zijn regels die voor het college bepalen hoe hij zijn taak uitvoert.

Dit zijn bijvoorbeeld regels over waaraan een nieuwe straatnaam (of andere delen van de openbare ruimte) moet voldoen. Zo moeten namen niet te lang of lastig uit te spreken zijn. Daarnaast kan het college op grond van de verordening ook nadere regels vaststellen. Dit zijn bijvoorbeeld regels over hoe naam- en nummerborden en het formulier voor het aanvragen van een huisnummer er uit moeten zien. Dit zijn regels die het college en ook bewoners binden.

Pagina

4 van 5

Bij het gebruik van de bevoegdheid tot het geven van straatnamen en huisnummers op grond van de Wet BAG moet het college rekening houden met de belangen van vooral bewoners en bedrijven. Het wijzigen van een naam of huisnummer kan met name deze groepen treffen. Soms moet het college de gevolgen van deze wijzigingen regelen. Het college moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat bewoners en bedrijven voldoende tijd krijgen om hun nieuwe adres te kunnen doorgeven.

Als het college beslissingen neemt, kan daartegen in de regel bezwaar worden gemaakt of beroep worden ingesteld bij de rechter op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Alleen tegen het toekennen van een straatnaam of huisnummer kan dat volgens de rechtspraak niet (zie ABRvS 23-01-2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY9258). Als er sprake is van de plicht om op het eigen pand een opgehangen bord te accepteren (gedoogplicht) is wel bezwaar en beroep mogelijk.

Paragraaf 2. Artikelsgewijs Artikel 1 Dit artikel licht bepaalde woorden toe die worden gebruikt in deze verordening. In de definitie van naambord en huisnummerbord wordt ruimte geboden om ook op een andere manier dan een bord een naam en nummer weer te geven door de term 'afbeelding'. In artikel 4 van het Besluit BAG staat dat huisnummers bestaan uit (Arabische) cijfers waarbij dit eventueel kan worden aangevuld met één of meer letters. Tot slot is ook het begrip verantwoordelijke gedefinieerd. Dat is degene die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van deze verordening als het gaat om het ophangen van borden bij een onroerende zaak die niet van de gemeente is. Het gaat meestal om een eigenaar, maar het kan ook gaan om een huurder of beheerder. Dit hangt af van wat de eigenaar heeft afgesproken in het contract dat gaat over de rechten die iemand heeft om zaken aan de onroerende zaak te bevestigen. Uiteraard op een vanaf de openbare weg goed zichtbare plek. Artikel 2 Dit artikel regelt het ophangen van naamborden. Het college is verantwoordelijk voor het ophangen van voldoende naamborden op goede plekken zoals het begin of einde van een straat. Het college kan ook besluiten dat een verantwoordelijke dit zelf moet doen. Dat kan het geval zijn als een bord het beste op een gevel van een huis of bedrijf kan worden gehangen.

In dat geval moet de verantwoordelijke dulden (gedogen) dat er een bord wordt opgehangen aan zijn schutting, gevel of andere door het college aangewezen plaats. Het college geeft bij het besluit aan hoe en waar de verantwoordelijke het bord moet ophangen. Artikel 3 Bij het ophangen van huisnummers is de hoofdregel dat de verantwoordelijke die zelf ophangt op een vanaf de openbare weg zichtbare plek. Het kan zijn dat een plek waarvoor een nummer is uitgeven door het college nog niet klaar is. Bijvoorbeeld als een gebouw of schutting nog niet is gebouwd of verbouwd. Het college geeft dan een termijn aan waarbinnen een huisnummer moet worden opgehangen als de plaats wel gereed is. Artikel 4 Straatnamen veranderen soms. Als bijvoorbeeld een straatnaam of huisnummer is gewijzigd, kan het college ervoor kiezen om de oude naam zichtbaar, maar doorgestreept, te laten hangen. Dat kan op één bord met beide namen of op twee afzonderlijke borden. In ieder geval kan het college de oude naam tot maximaal een jaar laten hangen. De verantwoordelijke moet dat dus een jaar dulden en kan dan het bord weghalen.

Pagina

5 van 5

Artikel 5 Dit artikel regelt de relatie met artikel 6 van de Wet BAG. De Wet BAG kent complexe definities voor het afbakenen en aanwijzen van delen van gebouwen en plaatsen die een huisnummer kunnen ontvangen. Om deze zaken niet in de verordening te herhalen beperkt het eerste lid van artikel 5 zich tot het delegeren van de bevoegdheid die door de wetgever bij de gemeenteraad is neergelegd. Het gaat dan om het afbakenen van ligplaatsen, standplaatsen, verblijfsobjecten en panden en het bepalen van woonplaatsen. Op grond van artikel 156 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad deze bevoegdheid aan het college overdragen. Het college kan dan verder de naamgeving van woonplaatsen en de straten of andere delen van de openbare ruimte en de huisnummering regelen. Een verdere onderverdeling in wijken schrijft de Wet BAG niet voor, maar is wel mogelijk. Het tweede lid biedt daar ook in de verordening de ruimte voor. Tot slot is in het derde geregeld dat het college zich bij het toekennen van namen en huisnummers houdt aan het convenant inzake postcodes en de richtlijnen van het Centraal Bureau voor de Statistiek over de indeling van woonplaatsen in wijken en buurten. Artikel 6 Het is de bedoeling dat naam- en nummerborden alleen op grond van een besluit van het college worden opgehangen.

Om verwarring te voorkomen is het verboden om andere naam- of nummerborden (met al dan niet eigen verzonnen namen of nummers) op te hangen die zichtbaar kunnen zijn vanaf de openbare weg. Het verbod ziet alleen op namen van straten of andere delen van de openbare ruimte zoals een park of een plein. Dit verbod geldt niet voor namen die bijvoorbeeld eigenaren voor hun eigen huis gebruiken. Artikel 7 Met deze bepaling worden toezichthouders aangewezen die daarmee de bevoegdheden krijgen op grond van hoofdstuk 5 van de Awb. Het is aan gemeenten hoe zij de verordening willen handhaven: bestuursrechtelijk of strafrechtelijk. In dit geval is voor strafrechtelijke handhaving gekozen waarbij een boete kan worden opgelegd. Bepalingen over de handhaving middels een last onder bestuursdwang of onder dwangsom zijn niet in de verordening opgenomen. De bevoegdheid tot het opleggen van die sancties vloeit rechtstreeks voort uit artikel 125 van de Gemeentewet, wat de last onder dwangsom betreft in verbinding met artikel 5:32 van de Awb. Artikel 10 Artikel 10 regelt het overgangsrecht (van oud naar nieuw). De namen en huisnummers die zijn gegeven op grond van de oude verordening blijven gelden ondanks dat er een nieuwe verordening is vastgesteld. Als deze namen of nummers worden aangepast, dan zal dat volgens de nieuwe regels gebeuren.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 februari 2026. De griffier, De voorzitter, H.R.E. Hofland

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

Menu

Lokale wet- en regelgeving

Lokale Wet- en regelgeving / Uitgebreid zoeken / Regeling

Permalink

Printen

Verordening op de naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan de openbare ruimte, nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen Details

Geldend van 17-09-2010 t/m heden

Intitulé Verordening op de naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan de openbare ruimte, nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders met registratienummer 2010/8807; overwegende dat: er een verplichting bestaat tot het wettelijk regelen van de naamgeving van delen van de openbare ruimte en de nummering van gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, verblijfsobjecten, lig- en standplaatsen (adressen). gelet op artikel 147 van de Gemeentewet; besluit: De volgende verordening vast te stellen: Verordening op de naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan de openbare ruimte, nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan onder: a.

Adres: door het college aan een verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van een woonplaats.

b.

Afgebakend terrein: een terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en/of afsluitbaar is.

c.

College: het college van burgemeester en wethouders.

d.

Ligplaats: door het college als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die is bestemd voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig.

e.

Nummeraanduiding: door het college als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats, een ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- en/of cijfercombinatie.

f.

Openbare ruimte: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen één woonplaats is gelegen, zoals alle voor het openbaar rijverkeer of ander verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen, plantsoenen, administratieve of landschappelijke gebieden, bruggen, viaducten, knooppunten of daarmee vergelijkbare plaatsen of constructies en alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle bouwwerken die daar deel van uitmaken.

g.

Pand: kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

h.

Rechthebbende: een ieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht of een persoonlijk recht zodanig beschikking heeft over een onroerende zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak te handelen zoals in de verordening is voorgeschreven, alsmede de beheerder.

i.

Standplaats: door het college als zodanig aangewezen terrein of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor het permanent plaatsen van een niet direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte ruimte.

j.

Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen inzake naamgeving en nummering (adressen).

k.

Verblijfsobject: de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en in functioneel opzicht zelfstandig is.

l.

Wijk- en buurtindeling: een indeling van de gemeente in wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan deze indeling verbindt.

m.

Woonplaats: door het college als zodanig aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied van de gemeente.

n.

De Wet: Wet basisregistraties adressen en gebouwen.

Hoofdstuk 2 Naamgeving en begrenzing van woonplaatsen, toekennen van namen aan de openbare ruimte, het nummeren van verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen en afgebakende terreinen Artikel 2 Naamgeving van woonplaatsen en van delen van de openbare ruimte 1.

Het college stelt de grens en de naam van de woonplaats(en) vast en kan desgewenst de woonplaats(en), al dan niet op basis van bouwblokken, in wijken en buurten verdelen en aanduiden met namen, zo nodig met letters en nummers.

2.

Het college kent per woonplaats namen toe aan delen van de openbare ruimte en zonodig aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.

3.

Onder vaststellen, verdelen, aanduiden en toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.

Artikel 3 Vaststellen lig- en standplaatsen, toekennen nummering en afbakening van objecten

1.

Het college stelt de ligplaatsen en standplaatsen vast.

2.

Het college kent binnen het grondgebied van de gemeente nummers toe aan verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen.

3.

Het college bepaalt de afbakening van panden, verblijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen.

4.

De toekenning of afbakening, zoals bedoeld in het tweede en derde lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten, zijnde niet verblijfsobjecten of op afgebakende terreinen worden toegepast, indien dat naar oordeel van het college noodzakelijk is.

5.

Onder vaststellen, toekennen en bepalen, zoals bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.

Artikel 4 Namen en nummers aanbrengen 1.

De door het college toegekende namen, zoals vervat in artikel 2, worden door of in opdracht van de gemeente blijvend zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht.

2.

Aan objecten, zoals aangegeven in artikel 3, waarvoor een nummer is vastgesteld moet dat nummer op een doeltreffende wijze zijn aangebracht.

3.

Het is eenieder die daartoe niet bevoegd is, verboden namen aan de openbare ruimte en woonplaatsen, wijken en buurten toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.

4.

Het is een ieder die daartoe niet is bevoegd, verboden aan een pand of verblijfsobject, stand- of ligplaats of afgebakend terrein nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen.

Hoofdstuk 3 Plaatsen van naam- en nummerborden Artikel 5 Gedoogplicht naamborden 1.

Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of buurtaanduiding, borden met namen van de openbare ruimte, naamverwijsborden, nummerborden, nummerverzamelborden en andere (verwijs)aanduidingen aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, gedoogt de rechthebbende dat de hier bedoelde borden vanwege of op verzoek en

2.

3.

overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, gewijzigd of verwijderd. Indien het college het noodzakelijk acht om een naambord, waarop de vervallen naam is doorgehaald, tijdelijk naast het naambord met de nieuwe naam te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten als daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is verbonden. De rechthebbende zorgt er voor dat de in het eerste en tweede lid bedoelde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven.

Artikel 6 Verplichting tot aanbrengen van nummerborden 1.

Tenzij het college anders heeft besloten, zorgt de rechthebbende van een object er voor dat de nummers, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden aangebracht op een wijze zoals krachtens artikel 7 is bepaald.

2

De rechthebbende draagt er zorg voor dat de in het eerste lid genoemde nummers binnen vier weken na kennisgeving van het besluit van het college zijn aangebracht.

3.

Indien verblijfsobjecten, ligplaatsen, standplaatsen of afgebakend terrein nog niet zijn voltooid, wordt het nummer binnen vier weken na voltooiing aangebracht.

4.

Indien het college heeft besloten om een nummerbord, waarop het vervallen nummer is doorgehaald, naast het nummerbord met het nieuwe nummer te handhaven zal de rechthebbende dit toelaten of daar uitvoering aan geven als daaraan door het college een termijn van niet langer dan een jaar is verbonden.

5.

Het college kan de in het tweede en derde lid genoemde termijn verlengen.

Hoofdstuk 4 Nadere voorschriften Artikel 7 Uitvoeringsvoorschriften Het college kan uitvoeringsvoorschriften vaststellen betreffende het proces en de wijze van: a.

naamgeving en van begrenzing van woonplaatsen, wijken, buurten en bouwblokken;

b.

naamgeving en begrenzing van de openbare ruimte;

c.

nummering van verblijfsobjecten, ligplaatsen en standplaatsen en afgebakende terreinen;

d.

opmaak van formulieren, besluiten en verklaringen.

Hoofdstuk 5 Straf-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 8 Strafbepaling 1.

Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5 en artikel 6, eerste tot en met het vierde lid, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

2.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen functionarissen.

Artikel 9 Inwerkingtreding De verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking daarvan.

Artikel 10 Vervallen oude regels Met de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de "Verordening naamgeving en nummering Aalsmeer 2007" en de daarop berustende bepalingen voor het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren van de daaraan liggende objecten.

Artikel 11 Overgangsbepaling 1.

Namen en nummers die op grond van de in artikel 10 genoemde regels en voorschriften aan objecten zijn toegekend, blijven na inwerkingtreding van deze verordening bestaan.

2.

Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.

Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening naamgeving en nummering Aalsmeer 2010".

Ondertekening Aldus besloten in de openbare vergadering van 9 september 2010

Ziet u een fout in deze regeling?

Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl. Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl

Over deze website Contact English Help Zoeken Informatie hergebruiken Privacy en cookies Toegankelijkheid Sitemap Kwetsbaarheid melden Open data Linked Data Overheid PUC Open Data MijnOverheid.nl Rijksoverheid.nl Ondernemersplein.nl Werkenbijdeoverheid.nl

Signed By: Hofland, Heleen 2026-02-06T09:16:34+01:00 ID: 28089f0c-3dbd-4504-b100-4cb584a7a98c Auth: Scribble

RAADSVOORSTEL

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) 2026-02-06T00:19:15+01:00 ID: 28089f0c-3dbd-4504-b100-4cb584a7a98c Auth: Scribble

Zaaknummer: Voorstel van:

Presidium

Behandelend ambtenaar:

griffie Aalsmeer griffie@aalsmeer.nl Datum: Portefeuillehouder:

9 januari 2026 Burgemeester mr. G.E. Oude Kotte

Onderwerp

Vaststellen verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Aalsmeer 2026 Raadsbesluit

Het presidium stelt de raad voor te besluiten:

1. 2.

De in concept voorliggende ‘verordening op ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Aalsmeer 2026’, met terugwerkende kracht d.d. 1 januari 2026, vast te stellen. De gewijzigde verordening op ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2018 (vastgesteld 18 maart 2019) in te trekken.

Samenvatting

Met de verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning regelt de gemeente Aalsmeer het recht op ambtelijke bijstand en fractieondersteuning aan de raad en zijn leden. Doel

Het vaststellen van de geactualiseerde verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Aalsmeer 2026. Prestatie

Geactualiseerde verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Aalsmeer 2026. Voorgeschiedenis en context

Het is goed gebruik de verordeningen e.d. van uw raad periodiek te actualiseren. Met het presidium is afgestemd om de regels voor de besteding aan te scherpen en de terugvordering te wijzigen. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

De voorgestelde verordening is gebaseerd op het VNG model, maar toegesneden op de Aalsmeerse situatie. Zo zijn de regels ten aanzien van de verantwoording van gelden voor fractieondersteuning aangescherpt en wordt het niet benutte fractiebudget niet meer verrekend maar teruggevorderd. Keuzemogelijkheden/alternatieven

De wijzigingen zijn afgestemd met het presidium. Participatie

Niet van toepassing.

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 2

Kantekeningen en risico’s

Geen. Financiën

De actualisatie heeft geen financiële gevolgen. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

Het voorstel is om deze verordening met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 in werking te laten treden. Per datum inwerkingtreding van deze verordening wordt de gewijzigde verordening op ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Aalsmeer 2018, vastgesteld d.d. 18 maart 2019, ingetrokken. Evaluatie

Overleg met de penningmeesters vindt indien noodzakelijk plaats. Duurzaamheidsaspecten

Niet van toepassing. Bijlagen

-

Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Aalsmeer 2026 Was – wordt tabel verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Aalsmeer 2026 Modelverordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2029 (VNG)

De griffier,

De voorzitter,

H.R.E. Hofland

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

Signed By: Hofland, Heleen 2026-02-06T09:16:34+01:00 ID: 28089f0c-3dbd-4504-b100-4cb584a7a98c Auth: Scribble

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) 2026-02-06T00:19:15+01:00 ID: 28089f0c-3dbd-4504-b100-4cb584a7a98c Auth: Scribble

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het voorstel van presidium, d.d. 9 januari 2026, zaaknummer Z25-147394; gelet op artikel 33 van de Gemeentewet;

Besluit

1. 2.

De in concept voorliggende ‘verordening op ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Aalsmeer 2026’, met terugwerkende kracht d.d. 1 januari 2026, vast te stellen. De gewijzigde verordening op ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2018 (vastgesteld 18 maart 2019) in te trekken.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 5 februari 2026 De griffier,

De voorzitter,

H.R.E. Hofland

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[.docx] 101/F105/ICT

Signed By: Hofland, Heleen 2026-02-06T09:16:34+01:00 ID: 28089f0c-3dbd-4504-b100-4cb584a7a98c Auth: Scribble

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) 2026-02-06T00:19:15+01:00 ID: 28089f0c-3dbd-4504-b100-4cb584a7a98c Auth: Scribble

Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de verordening ambtelijke ondersteuning en fractieondersteuning 2026

Zaaknummer: Z26-018356

De raad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het voorstel van het presidium van 9 januari 2026; gelet op artikel 33 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Aalsmeer 2026:

Paragraaf 1 Algemene bepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Ambtelijke bijstand: bijstand, verleend door onder het gezag van het college werkzame ambtenaren; Bijstand: ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere ondersteuning niet zijnde een verzoek om informatie. Paragraaf 2 Verzoeken om informatie of bijstand Artikel 1. Verzoek om informatie 1. Een raadslid kan de griffier verzoeken om; a. feitelijke informatie van geringe omvang; b. om inzage in of afschrift van de bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken en ander materiaal dat gegevens bevat; 2. De griffier verstrekt zo spoedig mogelijk de verzochte informatie, voor zover deze daarover kan beschikken. Voor zover daarmee niet aan het verzoek voldaan is, verzoekt de griffier de secretaris één of meerdere ambtenaren aan te wijzen die voor zover mogelijk de resterende informatie zo spoedig mogelijk verstrekken. Artikel 2 Verzoek om bijstand 1. Een raadslid kan de griffier verzoeken om bijstand; 2. De verzocht bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden gevergd. Als de griffier de verzochte bijstand niet kan

3.

4.

verlenen verzoekt hij de gemeentesecretaris om één of meer Pagina 2 van 4 ambtenaren aan te wijzen die ambtelijke bijstand verlenen; De secretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als: a. naar zijn oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden; b. dit naar zijn oordeel het belang van de gemeente kan schaden; c. het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar zijn oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd; Als de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoord aan dit verzoek.

Artikel 3 Geschil over verleende ambtelijke bijstand 1. Een raadslid dat niet tevreden is over de aan hem verleende ambtelijke bijstand, kan de griffier verzoeken hierover in overleg te treden met de secretaris; 2. Als overleg met de secretaris niet leidt tot een ook voor het raadslid bevredigende oplossing, kan deze de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over de aan hem verleende ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek. Artikel 4 Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand Als het college of één of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.

Paragraaf 2 Fractieondersteuning Artikel 5 Recht op financiële vergoeding 1. Binnen de begroting wordt jaarlijks ruimte vrijgemaakt voor een financiële vergoeding voor de fracties ter ondersteuning van het functioneren van de fractie; 2. De fracties, zoals bedoeld in artikel 7 van het reglement van orde voor de raad van Aalsmeer, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie; 3. De financiële bijdrage bestaat uit een basisbedrag per fractie en een variabel deel per raadszetel van de fractie. Artikel 6 besteding financiële vergoeding 1. Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken; 2. De bijdrage mag onder meer worden gebruikt ter bekostiging van: a. Uitgaven gericht op het versterken van het functioneren van een fractie als team; b. Opleidingen die zijn gericht op het versterken van de inhoudelijke kennis van de fractie als geheel; c. Inhuur van externe inhoudelijk deskundigen ter optimalisering van de inhoudelijke kennis van de fractie met dien verstande dat het delen van de kennis door externe niet gekoppeld is aan publieke uitingen, bijeenkomsten en/of activiteiten; d.

Kosten verbonden aan het vergaren van informatie ter optimalisering van de inhoudelijke kennis van de fractie met dien verstande dat het vergaren van informatie niet gekoppeld is aan publieke uitingen, bijeenkomsten en/of activiteiten; e. Kosten verbonden aan het organiseren van (thema)bijeenkomsten voor de fractie met dien verstande dat de bijeenkomst niet publiek toegankelijk is en/of gekoppeld is aan een publieke uiting en/of activiteit; f. opzetten en onderhouden van de website; g. kosten voor het oprichten en behouden van de stichting (Kamer van Koophandel) h. kosten voor presentjes, bloemen en kaarten tot een bedrag van max. € 40,-, rouwwerk uitgezonderd; i. bankkosten (fractie). 3.

De bijdrage mag in ieder geval niet gebruikt worden ter bekostiging van;

Pagina

a.

b.

c. d.

3 van 4

betalingen, inclusief die ter voldoening van contributie, aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de versterking van ondersteuning van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst; giften, leningen, beleggingen en voorschotten; uitgaven welke bestreden dienen te worden uit de vergoeding die de raads- en commissieleden ingevolge de Gemeentewet of andere regelingen toekomen; uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding.

Artikel 7 Voorschot bijdrage fractieondersteuning 1. De bijdrage voor fractieondersteuning wordt voor 31 januari van het betreffende kalenderjaar in de vorm van een voorschot op dat kalenderjaar verstrekt op een door de fractie aan te geven rekeningnummer; 2. In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt wordt het voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat jaar.

Artikel 8 Gevolgen splitsing en einde bestaan fractie 1. Als één of meer raadsleden als zelfstandige fractie gaan op treden of zich aansluiten bij een

2.

3.

andere fractie, wordt het voor elk van deze zetels beschikbaar gestelde variabele deel van de financiële bijdrage ter ondersteuning van de fractie waar zij uittreden, toebedeeld aan de nieuw gevormde fractie of aan de fractie waarbij is aangesloten; Bij splitsing van een fractie kan de nieuw gevormde fractie met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand van splitsing, aanspraak maken op de in artikel 5, lid 3 genoemde voorzieningen naar evenredigheid van de mate waarin het (kalender)jaar is gevorderd; Als een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage ter ondersteuning van die fractie met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan kennisgeving is gedaan aan de raad.

Artikel 9 Verantwoording en controle 1. Elke fractie legt, binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar, verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning door middels van een format, onderliggende betalingsbewijzen en bankafschrift aan de griffier; 2. De raad stelt na controle van het financieel verslag de hoogte vast van de financiële bijdrage en de eventuele terugvordering; 3. Het bedrag wat de fracties niet hebben gebruikt in het betreffende kalenderjaar wordt teruggestort binnen 1 maand na definitieve vaststelling van de financiële bijdrage; 4. Onduidelijkheden over de verantwoording worden voorgelegd aan het presidium. Paragraaf 3. Slotbepalingen Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking, met terug werkende kracht, vanaf 1 januari 2026. 2. De gewijzigde verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Aalsmeer 2018 (vastgesteld in de openbare vergadering van 18 maart 2019) wordt ingetrokken. 3. De verordening wordt aangehaald als ‘Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Aalsmeer 2026’.

Pagina

4 van 4

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 februari 2026. De griffier,

De voorzitter,

H.R.E. Hofland

mr. G.E. Oude Kotte

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

Was – wordt lijst verordening ambtelijke ondersteuning en fractieondersteuning Aalsmeer 2026

Leeswijzer In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de woorden en leestekens vet gedrukt. Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Aalsmeer 2018 Paragraaf 1 Ambtelijke bijstand

Artikel 1. Begripsbepaling 1. Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om: a. feitelijke informatie van geringe omvang; b. inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn.

c. bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand.

2.

Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Aalsmeer 2026 Paragraaf 1 Algemene bepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: - Ambtelijke bijstand: bijstand, verleend door onder het gezag van het college werkzame ambtenaren; - Bijstand: ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere ondersteuning niet zijnde een verzoek om informatie;

Volgens de modelverordening VNG Volgens de modelverordening VNG

Paragraaf 2 Verzoeken om informatie of bijstand Artikel 1 Verzoek om informatie 1. Een raadslid kan de griffier verzoeken om;

Volgens de modelverordening VNG

- ongewijzigd - om inzage in of afschrift van de bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken en ander materiaal dat gegevens bevat. Zie uitleg bijstand

2. De griffier verstrekt zo De informatie, bedoeld in het spoedig mogelijk de eerste lid, onderdeel a of b, verzochte informatie, voor wordt door de griffier, een zover deze daarover kan medewerker van de griffie of beschikken. Voor zover op verzoek van de griffier daarmee niet aan het verzoek door een ambtenaar gegeven. voldaan is, verzoekt de griffier de secretaris één of meerdere ambtenaren aan te wijzen die voor zover

Volgens de modelverordening VNG

mogelijk de resterende informatie zo spoedig mogelijk verstrekken. 3.

Als de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de gemeente-secretaris daarvan in kennis. De gemeentesecretaris beslist.

4.

De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. Als de gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend kan de griffier de gemeentesecretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen.

Niet volgens modelverordening. Verzoeken gaan via de secretaris

zie verzoek om bijstand, art. 3

Artikel 2 Verzoek om bijstand 1. Een raadslid kan de griffier verzoeken om bijstand. 2. De verzocht bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden gevergd. Als de griffier de verzochte bijstand niet kan verlenen verzoekt hij de gemeentesecretaris om één of meer ambtenaren aan te wijzen die ambtelijke bijstand verlenen. 3. De secretaris weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als: a. naar zijn oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden; b. dit naar zijn oordeel het belang van de gemeente kan schaden; c. het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar zijn oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd.

Volgens modelverordening. Informatie en bijstand zijn in de modelverordening apart opgenomen

4. Als de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit, met redenen omkleed, mee aan de griffier en aan het raadslid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en secretaris, en zo nodig het raadslid, in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoord aan dit verzoek. Artikel 2. Verlenen van ambtelijke bijstand 1. Ambtelijke bijstand wordt aan een raadslid verleend, tenzij: a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; b. dit het belang van de gemeente kan schaden; c. inwilliging een te grote aanslag op de ambtelijke capaciteit tot gevolg heeft. 2. De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het college desgewenst een afschrift van het verzoek

Artikel 3 Weigering verzoek om ambtelijke bijstand 1. De gemeentesecretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van artikel 2 wordt geweigerd. 2. Als de gemeentesecretaris de bijstand op grond van artikel 2 weigert deelt hij zijn besluit gemotiveerd mee aan de voorzitter van de raad, de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend. 3. Als het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de

Zie art. 2, lid 3 a

Zie art. 2, lid 3 b Zie art. 2, lid 3 c Niet volgens modelverordening VNG.

vervalt

zie artikel 2, lid 3

Zie artikel 2, lid 4

Niet volgens modelverordening VNG. Zie artikel 5

gemeentesecretaris wordt geweigerd kan het betrokken raadslid via de griffier het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek.

Verplaatst naar artikel 3, lid 1 en 2

Artikel 4 Geschil over ambtelijke bijstand 1. Als een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende bijstand kan het betrokken raadslid via de griffier hierover in overleg treden met de gemeentesecretaris.

Artikel 3 Geschil over verleende ambtelijke bijstand 1. Een raadslid dat niet tevreden is over de aan hem verleende ambtelijke bijstand, kan de griffier verzoeken hierover in overleg te treden met de secretaris.

2.

2. Als overleg met de secretaris niet leidt tot een ook voor het raadslid bevredigende oplossing, kan deze de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over de aan hem verleende ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek.

Als overleg met de gemeentesecretaris als bedoeld in lid 1 niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak.

Paragraaf 2 Fractiebudgetten Artikel 5. Recht op financiële vergoeding 1. Binnen de begroting wordt jaarlijks ruimte vrijgemaakt voor een financiële vergoeding voor de fracties ter ondersteuning van het functioneren van de fractie; 2. De fracties, zoals bedoeld in artikel 7 van het reglement

Artikel 4 Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand Als het college of één of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid. Paragraaf 2 Fractieondersteuning Artikel 5. Recht op financiële vergoeding Ongewijzigd

Volgens modelverordening VNG

Volgens modelverordening VNG

van orde voor de raad van Aalsmeer, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie.

Ongewijzigd

3. Deze bijdrage bestaat uit een vaste jaarlijks budget van € 3900 per fractie en een bedrag van € 775 per raadszetel.

3. De financiële bijdrage bestaat uit een basisbedrag per fractie en een variabel deel per raadszetel van de fractie.

Bij splitsing van een fractie wordt het basisbedrag bijgesteld.

Artikel 6 besteding financiële vergoeding 1. Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken.

Artikel 6 besteding financiële vergoeding 1. Ongewijzigd

Ter verduidelijking en verwerking toelichting uit de verordening.

2. De bijdrage mag onder meer worden gebruikt ter bekostiging van: a. Uitgaven gericht op het versterken van het functioneren van een fractie als team; b. Opleidingen die zijn gericht p het versterken van de inhoudelijke kennis van de fractie als geheel c. Inhuur van externe inhoudelijk deskundigen ter optimalisering van de inhoudelijke kennis van de fractie met dien verstande dat het delen van de kennis door externe niet gekoppeld is aan publieke uitingen, bijeenkomsten en/of activiteiten. d. Kosten verbonden aan het vergaren van informatie ter optimalisering van de inhoudelijke kennis van de fractie met dien verstande dat het vergaren van informatie niet gekoppeld is aan publieke uitingen, bijeenkomsten en/of activiteiten. e. Kosten verbonden aan het organiseren van (thema)bijeenkomsten voor de fractie met dien verstande dat de bijeenkomst niet publiek

toegankelijk is en/of gekoppeld is aan een publieke uiting en/of activiteit f. opzetten en onderhouden van de website g. De kosten voor het oprichten en behouden van de stichting (Kamer van Koophandel) k. kosten voor presentjes, bloemen en kaarten tot een bedrag van max € 40,-, rouwwerk uitgezonderd; l. bankkosten (fractie). 2. De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van: a. uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen; b. betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;

3. De bijdrage in ieder geval niet gebruikt worden ter bekostiging van; a. betalingen, inclusief die ter voldoening van contributie, aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de versterking van ondersteuning van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst.

c. giften;

b. Giften, leningen, beleggingen en voorschotten

d. uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raadsen commissieleden toekomen;

c.

uitgaven welke bestreden dienen te worden uit de vergoeding die de raadsen commissieleden ingevolge de Gemeentewet of andere regelingen toekomen

d.

uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding van overheidswege, inclusief de uitgaven in verband met verkiezingsactiviteiten.

e. Overige uitgaven die genoemd zijn in de bijlage.

Artikel 7 Voorschot bijdrage fractieondersteuning 1. De bijdrage voor fractieondersteuning wordt voor 30 april van een kalenderjaar, als voorschot op dat kalenderjaar verstrekt.

2. In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt wordt het voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat jaar. Artikel 8 Gevolgen wijzigen fractie 1. Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen verandert, wijzigt de bijdrage: a. bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt. b. bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt. 2. Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 5, derde lid, vastgestelde bijdrage per zetel van € 775 per jaar toegekend aan de afgesplitste fractie, met ingang van de maand volgend op de fractieafsplitsing. Dit geldt voor de resterende tijd

Artikel 7 Voorschot bijdrage fractieondersteuning 1. De bijdrage voor fractieondersteuning wordt voor 31 januari van het betreffende kalenderjaar in de vorm van een voorschot op dat kalenderjaar verstrekt op een door de fractie aan te geven rekeningnummer

Volgens raadsbesluit

ongewijzigd

Artikel 8 Gevolgen splitsing en einde bestaan fractie 1. Als één of meer raadsleden als zelfstandige fractie gaan op treden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt het voor elk van deze zetels beschikbaar gestelde variabele deel van de financiële bijdrage ter ondersteuning van de fractie waar zij uittreden, toebedeeld aan de nieuw gevormde fractie of aan de fractie waarbij is aangesloten.

2. Bij splitsing van een fractie kan de nieuw gevormde fractie met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand van splitsing, aanspraak maken op de in artikel 5, lid 3 genoemde voorzieningen naar evenredigheid van de mate waarin het (kalender)jaar is gevorderd.

Volgens modelverordening VNG

van de raadsperiode totdat de nieuwe raad is geïnstalleerd.

3. Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke fractie verstrekte bijdrage per zetel verrekend met ingang van het jaar volgend op de fractiesplitsing.

3. Als een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage ter ondersteuning van die fractie met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan kennisgeving is gedaan aan de raad.

4. Als een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage met ingang van de maand volgend op de maand waarin de fractie hiervan kennisgeving heeft gedaan. Artikel 9 Verantwoording, controle en verrekening 1. Elke fractie legt, binnen drie maanden na afloop van een kalenderjaar verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning door middel van een format onder overlegging van een verslag aan de griffier, met de onderliggende betalingsbewijzen.

Artikel 9 Verantwoording en controle 1. Elke fractie legt, binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning door middels van een format, onderliggende betalingsbewijzen en bankafschrift aan de griffier.

2.

De griffie en gemeentelijke accountant controleren de verantwoording van de uitgaven van de fracties en de daarbij behorende betalingsbewijzen.

2. De raad stelt na controle van het financieel verslag de hoogte vast van de financiële bijdrage en de eventuele terugvordering.

3.

De vastgestelde verantwoording wordt gepubliceerd op de website van de gemeente Aalsmeer.

3. Het bedrag wat de fracties niet hebben gebruikt in het betreffende kalenderjaar wordt teruggestort binnen 1 maand na definitieve vaststelling van de financiële bijdrage

4.

Het verschil tussen de door de gecontroleerde uitgaven en het reeds ontvangen voorschot over dat jaar wordt verrekend met het voorschot van het lopend jaar.

4. Onduidelijkheden over de verantwoording worden voorgelegd aan het presidium

Volgens modelverordening VNG

Paragraaf 3. Slotbepalingen Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie en heeft een terugwerkende kracht tot 1 april 2028.

Artikel 10 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met terug werkende kracht, vanaf 1 januari 2026.

2. De verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Aalsmeer 2016, vastgesteld in de raadsvergadering op 28 januari 2016, wordt ingetrokken per 1 april 2018.

2. De gewijzigde verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Aalsmeer 2018 (vastgesteld in de openbare vergadering van 18 maart 2019) wordt ingetrokken.

3. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Aalsmeer 2018’.

3. De verordening wordt aangehaald als ‘Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Aalsmeer 2026’.

{{signer1}}

RAADSVOORSTEL

Zaaknummer:

Z25-149482

Voorstel van:

college van burgemeester en wethouders

Datum: Portefeuillehouder:

Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) 2025-12-17T14:09:31+01:00 ID: 3c8c1bb4-b56f-405d-b280-513d5272bcea Auth: Scribble

{{signer2}}

Signed By: Simonse, P. (Petra) 2025-12-17T21:07:03+01:00 ID: 3c8c1bb4-b56f-405d-b280-513d5272bcea Auth: Scribble

Behandelend ambtenaar:

S. de Weerd-van Velzen 0618061273 s.de.weerd@amstelveen.nl Jeugd en Onderwijs

16 december 2025 wethouder mr. L.B. Kabout

Onderwerp

Regionaal Beleidskader Huiselijk Geweld, Kindermishandeling en Seksueel Geweld. Besluit

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:

Geen zienswijze in te dienen op het Regionaal Beleidskader Huiselijk Geweld, Kindermishandeling (HGKM) en Seksueel Geweld (SG) zoals vastgesteld door het Algemeen en Dagelijks Bestuur (ABDB) van de GR GGD Amsterdam-Amstelland op 4 december 2025. Samenvatting

Er is een nieuw beleidskader nodig omdat het eerder vigerende Regio-aanpak 2020-2024 verlopen is en er nieuwe ontwikkelingen zijn die een vernieuwing van het kader behoeven. De vorige aanpak is geëvalueerd (bijlage 2) en het nieuwe beleidskader is opgesteld (bijlage 1). Hierop is input opgehaald in de vorm van een regionale raadsconsultatie en bij advies- en participatieraden van de regio, wiens adviezen en aandachtspunten zijn verwerkt in het voorliggend beleidskader (bijlage 3, 4 en 5). Doel

•

Voorzien in een beleidskader op het gebied van huiselijk geweld (in de vorm van een regionaal beleidskader) zoals van onze gemeente wordt verwacht op grond van de Wmo 2015;

Prestatie

•

Nieuw regionaal beleidskader huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld

Voorgeschiedenis en context

Vanuit de Wmo 2015 dient de gemeente een visie te hebben op huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. Onze gemeente heeft deze opdracht neergelegd in de GR GGD, waar tevens de verantwoordelijkheid ligt voor het organiseren van een melden adviespunt huiselijk geweld (Veilig Thuis) en tevens advies en toeleiding naar hulp voor slachtoffers van seksueel geweld is belegd (Centrum Seksueel Geweld) en de regionale opvangplekken voor slachtoffers van huiselijk geweld (Blijf Groep). Vanuit de GR GGD wordt voorgesteld bijgevoegd beleidskader te hanteren als visie op huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld vanaf 2026 tot nadere orde (evaluatie vindt plaats in 2029). In de Gemeenschappelijke Regeling GR GGD Amsterdam-Amstelland is opgenomen (artikel 8, lid. 9) dat het dagelijks bestuur van de GR voorafgaand aan de vaststelling ervan alle meerjarenbeleidsplannen, zoals Regionaal Beleidskader HGKM & SG, voor legt aan de raden ter zienswijze. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur van de GR hun zienswijze over het Regionaal Beleidskader HGKM en SG naar voren brengen.

[.docx] 101/F105a/ICT

Pagina

2 van 3

Het algemeen bestuur stelt het Regionaal Beleidskader HGKM en SG vast. Zowel het dagelijks bestuur als het algemeen bestuur (ABDB) bestaan uit leden die per deelnemende gemeente door het college uit zijn midden worden aangewezen, met. de wethouder Zorg van de gemeente Amsterdam als voorzitter van zowel het dagelijks bestuur als het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur zijn akkoord gegaan met het Regionaal Beleidskader HGKM en SG. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit

Ontwikkeling Toekomstscenario De belangrijkste nieuwe ontwikkeling is die van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Het meeste wat we aan HGKM & SG doen heeft met deze ontwikkeling te maken. Het Toekomstscenario is beproefd in de “Blijvend Veilig” proeftuinen in verschillende regio’s in het land, waaronder Amsterdam-Amstelland. De werkzame elementen hiervan implementeren we de komende jaren zo veel mogelijk. Het gaat daarbij om: 1. Het verstevigen van lokale teams; 2. Het organiseren van aanvullende hulp rond huishoudens en lokale teams; 3. Het gebiedsgericht organiseren van samenwerking; 4. De introductie van een Kennis- en Expertiseplatform voor enerzijds een fysiek functie waar meerdere deskundigheden samengebracht zijn en anderzijds als spil in een nieuw op te zetten infrastructuur van kennis en leren; 5. Het hanteren van een gezamenlijke werkwijze over organisatiegrenzen heen.

Overige belangrijke ontwikkelingen Daarnaast zijn er belangrijke ontwikkelingen op de volgende terreinen: • Voor de preventie-aanpak ontwikkelen we verschillende lokale preventieplannen, die aansluiten bij de overige activiteiten benoemd in het kader en bij bestaande lokale activiteiten; • Een intensivering van de samenwerking tussen partijen in het straf- en zorgdomein, en een uitbreiding van de pleger-aanpak; • Een intensivering van de aanpak van seksueel geweld, inclusief verruiming van de openstelling van het Centrum Seksueel Geweld (CSG), voorlopig voor 2026 en 2027; • De bestrijding van intieme terreur en femicide organiseren we aan de hand van vijf pijlers, gebaseerd op de landelijke aanpak ‘Stop femicide’. Keuzemogelijkheden/alternatieven

N.v.t. Participatie

Het regionaal beleidskader is opgesteld in samenwerking met partners in het zorg- en veiligheidsdomein, informele netwerken en ervaringsdeskundigen. Ook is de Adviesraad Sociaal Domein vroegtijdig meegenomen in de ontwikkeling van het regionaal beleidskader, heeft de ASD, als ook de advies- en participatieraden van de regio AmsterdamAmstelland, een formeel advies uitgebracht, wiens suggesties en adviezen zijn meegenomen in de voorliggende versie. Ten slotte heeft er een goedbezochte regionale raadsconsultatie plaatsgevonden, waar aanwezige (burger)raadsleden en commissieleden uit de regio zijn geïnformeerd over de knelpunten, successen en visie. Daarnaast was bij deze bijeenkomst ruimte voor gesprekken en het leveren van input. Ook de zorgen en suggesties van de aanwezigen zijn meegenomen in de voorliggende versie. Kanttekeningen en risico’s

N.v.t.

Pagina

3 van 3

Financiën

De activiteiten uit het regionaal beleidskader worden gefinancierd uit een combinatie van de DUVO middelen (regionale middelen) en gemeentelijke bijdragen aan de GR GGD vanuit de gemeenten van de regio Amsterdam-Amstelland. De begroting voor de uitvoeringsagenda die aan dit beleidskader komt te hangen bedraagt regionaal circa 350.000 euro. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning

Het beleidskader wordt in het eerste kwartaal van 2026 aangeboden aan de gemeenteraden van Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn. Wanneer de gemeenteraden afzien van het indienen van een zienswijze is het beleidskader vastgesteld en kan de regio aan de slag met de gestelde ambities. Evaluatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=e3d0f781-63c0-42ab-adcf-61011598e082