CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

3.Raad (besluitvormend) 8 juli 2021, gemeente aalsmeer30.958 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Pagina 26 van 38

De heer Winkels: Ja, mijnheer de voorzitter, ook het CDA kan daar redelijk kort in zijn, wij gaan akkoord met dit voorbereidingskrediet. Met name het punt wat hier genoemd staat, de mogelijke varianten, daar verwachten we veel van. En voor de rest sluit ik graag aan bij de woorden van de VVD, dank u wel. De voorzitter: Dan vragen we de wethouder een reactie in eerste termijn. Wethouder Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, voorzitter, ik heb niet echt vragen gehoord. Ik heb wel een aantal meeneem, ja, aandachtspunten van de heer Kuin meegekregen, dus die zal ik ook ter harte nemen. Ik zit zeer binnenkort ook samen met gewoon de ambtenaren rondom dit project en het bestuur van Meer Aalsmeer rond de tafel om de punten te bespreken. Waar dat gewoon op ligt, kijk, u heeft kaders vastgesteld in de raad toen de Centrumvisie werd behandeld, beeldkwaliteit, u heeft daar best wel duidelijke uitspraken over gedaan. En nu is er wat voortschrijdend inzicht bij de ondernemers die, ja, mogelijk over die stippellijntjes van die kaders gaan. Nou, dat is, laat ik het zo zeggen, ja, democratisch wat ingewikkeld want dan moet ik altijd weer terug naar u. Ik ga daar gewoon een creatieve vorm voor vinden, ik ga eerst eens met ze in gesprek, kijken wat er speelt, wat er nodig is. Want ik wil het natuurlijk iedereen naar zijn zin maken. Dus dat gaan we eerst even doen.

En suggesties van, ja, welke lokale partij dan ook want ik zie hier eigenlijk allemaal partijen die zich lokaal inzetten, die neem ik altijd graag ter harte. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik kijk even of er nog behoefte is aan een reactie vanuit de fractie Absoluut Aalsmeer? Nee? Dan gaan wij over naar de besluitvorming. Wie is er voor dit voorstel? Dat is eenieder, en daarmee unaniem aangenomen. Rb-6

Bekrachtiging noodverordeningen Oud & Nieuw en Koningsdag De voorzitter: Brengt ons bij agendapunt 6, de noodverordeningen, en daarvoor geef ik het woord aan de plaatsvervangend voorzitter van de raad, de heer Fransen, aangezien ik zelf portefeuillehouder ben in deze. Wij doen even een korte wissel en de heer Fransen zal zo de vergadering vervolgen. De voorzitter: Ja, je moet echt een andere pakken. Ja. Goed, dan is aan de orde de bekrachtiging van de noodverordening Oud en Nieuw en Koningsdag. Even voor de helderheid, dat het zijn twee aparte besluiten, dus we zullen aan het einde van de behandeling van dit onderwerp twee keer stemmen. Bekrachtiging noodverordening, door de burgemeester is voor Oud en Nieuw afgelopen jaar en voor Koningsdag een noodverordening vastgesteld en die moet nog door de raad worden bekrachtigd. We behandelen dus beide onderwerpen tegelijkertijd maar we zullen apart stemmen straks. De spreekvolgorde is, we beginnen met D66. De heer Kikkert: Ja, voorzitter, heel kort. Wat ons betreft een ongelukkige late afkondiging, en dan met name bij Koningsdag.

Met de bijkomende vraag hoe het kan dat signalen zo laat binnenkomen? Worden die niet eerder, ja, opgevangen, opgepikt via social media? En vervolgens dreigen met sancties, wat in onze ogen ook niet echt handig is, waarbij het zeker onze voorkeur heeft het gesprek aan te gaan en sanctie pas als allerlaatste middel in te zetten. De voorzitter: Dank u wel. Dan heb ik in de voorbereiding van de fractievoorzitter van GroenLinks begrepen dat de PvdA namens GroenLinks het woord zal voeren. Dus gaan we nu

Pagina 27 van 38

over naar mijnheer Martijn. Geen behoefte. VVD? Geen behoefte. Absoluut Aalsmeer, mijnheer Kuin. De heer Kuin: Dank u, voorzitter. Ik sluit me voor een gedeelte aan bij de woorden van de vorige spreker. Het is wat laat en het is zeker in het geval van Oud en Nieuw heel laat, we zijn toch wel een paar maanden verder inmiddels. En wat mij toch, ja, enigszins, ik zeg maar zoals ik het vind en zoals wij het ook in de fractie besproken hebben, ik vind het jammer dat door zeg maar het CDA, hier ook nog schriftelijke vragen over zijn gesteld. Ik begrijp dat niet. En wij hebben daar in de fractie uitgebreid over gesproken. En misschien kan het CDA dat nog even toelichten, waarom de noodzaak er was om deze vragen te stellen? Dat hoor ik dan graag. De voorzitter: Dank u wel. Dan zijn we nu toe aan het CDA. Mevrouw Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zal zo meteen op Absoluut Aalsmeer reageren. Eerst nog een vraag aan de portefeuillehouder aan de hand van de vragen die het CDA inderdaad al schriftelijk gesteld heeft. Die komen ook overeen met wat er eerder al gezegd is. Bij Oud en Nieuw is de noodverordening op 28 december afgekondigd, dat is drie dagen voordat de noodverordening ook daadwerkelijk inging, op basis van berichten van de politie over eventuele illegale feesten op de Poel. Op Koningsdag gebeurde dit een schamele tien uur van tevoren.

En het CDA vraagt zich af, waarom gebeurt dit op Koningsdag pas zo laat, zijn daar redenen voor? En ik stel namens het CDA deze vragen, wij hebben de schriftelijke vragen ook gesteld omdat er in Aalsmeer heel veel onduidelijkheid was over die noodverordening, met name omtrent Koningsdag. Bij heel veel inwoners leefde echt een idee dat er niet gehandhaafd is op de Westeinderplassen. Dat het een soort Sodom en Gomorra was waar iedereen maar kon doen en laten wat die wil, en waar de politie bijstond en ernaar keek. Uit de antwoorden van de portefeuillehouder is gebleken dat er wel is gehandhaafd. Dat vinden wij heel erg fijn en we hebben dus de vragen gesteld om hierover opheldering te krijgen. Zodat het ook duidelijk is voor mensen die toch wel met vragen zitten thuis op de bank, dat er kennelijk wel gehandhaafd is. Laat het CDA vooropstellen dat de veiligheid van onze hulpverleners altijd op nummer één moet staan. En dat volgens de antwoorden op de vragen die we gesteld hebben, er grote excessen voorkomen zijn en daar zijn we blij mee. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van der Meer. Ik weet niet of dit voor AA reden is om te reageren of is dit … Nee, oké. Dan gaan we over naar mijnheer Buisma, PvdA. Namens PvdA en GroenLinks. De heer Buisma: Zo, en dan praat je opeens al voor drie, dat is toch wel leuk.

Kijk, waarom we het hierover hebben, dit gaat over de gedraging van een burgemeester. Dus we hebben het niet over de rol van de heer Oude Kotte als portefeuillehouder, maar dit zijn de gedragingen die die doet als burgemeester, en legt daarna publiekelijk verantwoording af over de verordeningen die hij uitgevaardigd heeft voor zowel Oud en Nieuw en op Koningsdag. En met name over Koningsdag heeft de Partij van de Arbeid, en ook GroenLinks, toch wat vragen. En wij nodigen dan de burgervader ook even uit om te reflecteren over of je nu voor overtredingen, al dan niet een feest op de Poel, een gevangenisstraf moet opleggen? En hoe hij daar achteraf naar kijkt? Want zoals het in de vragen van het CDA als de beantwoording stond, lijkt het een beetje te maken te hebben dat het een kopie is van de vorige noodverordening, dus het zat er gewoon maar even bij. En daar schrikt de Partij van de Arbeid toch wel een beetje van want sancties moeten wel proportioneel zijn. En op het moment dat u er als foutje een gevangenisstraf ergens oplegt, dat lijkt toch niet de bedoeling. Dus kan de burgemeester daar toch iets, een paar

Pagina 28 van 38

woorden aan wijden over hoe hij dat nu achteraf ziet, en of die van zichzelf ook vindt of het nou een aantekening is in de verkeerde kant van het schriftje? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Buisma. De portefeuillehouder. De heer Oude Kotte: Ja, voorzitter, dank voor het woord. Ik ga de vragen gewoon even bij langslopen en gaandeweg kom ik ook wel tot reflectie over de noodverordeningen. Wat mij wel duidelijk is geworden is dat het kenmerk van noodverordeningen nog niet bij iedereen even bekend is omdat we gelukkig ze niet zo vaak hoeven in te zetten. D66 geeft aan, ja, de ongelukkige late afkondigingen. Nou, de titel van zo’n verordening behelst het eigenlijk al, noodverordening. Een noodverordening is eigenlijk bedoeld om klaar te hebben liggen en ten twaalfde ure, zelfs als een activiteit al gaande is, hem uit te vaardigen zodat handhaving middelen in handen heeft om op te treden. Bovenop de wet en andere artikelen in onze Algemene Plaatselijke Verordening. Een reden om een noodverordening in te zetten, kan divers zijn. Mijn afweging om de noodverordening op Koningsdag bijvoorbeeld in te zetten ten twaalfde ure, was omdat om vier uur de dag daarvoor bij ons vanuit de politie hele duidelijke signalen kwamen, vier concrete voorbeelden dat er een aantal activiteiten in onze gemeente zouden plaatsvinden.

Een daarvan was een groot feest aangekondigd enigszins op de Poel, alle Chill Out feest van vorig jaar waar toch een paar honderd man aanwezig was. U weet dat nog wel, drijvende pontons met keiharde muziek waar ontzettend veel gedronken werd. In de Brandewijnsloot een aankondiging waar veel muziek zou plaatsvinden en een oproep massaal aan jeugd, en ik noem ook maar de term, om te komen zuipen, op die locatie. En ook het Raadhuisplein werd erbij genoemd. En u moet zich voorstellen, dat is niet één berichtje dat opgevangen wordt ergens, maar het gaat om grootschalige berichtgeving dat vanuit Vinkeveen tot aan Hoofddorp grote groepen jongeren daarop reageerden om daarnaartoe te komen, dan wel met de boot, dan wel hier op straat, om erbij aan te sluiten. En dat was doodongelukkig, want in goed overleg met de ondernemers hadden we ook afgesproken dat op die dag Happen en Stappen kon plaatsvinden. En ik zal u eerlijk zeggen, in deze coronatijd waarin we zitten, is de rek wel een beetje uit handhaving en politie, en hebben we ook instrumenten nodig om gericht politie in te zetten. Dat betekent dat ze op sommige plekken wel kunnen zijn en op sommige plekken ook niet kunnen zijn. De signalen waren niet eerder bekend want ik was eigenlijk niet van plan om een noodverordening op Koningsdag in te zetten.

Zogezegd vier uur daarvoor kwam die naar voren en we hadden daar een paar uur tijd in om te handelen om met iedereen daarbij kort te sluiten, met de politie, met handhaving, wat hebben we beschikbaar, wat kunnen we wel en wat kunnen we niet. En we hebben toen besloten om de noodverordening van Oud en Nieuw te gebruiken, en dat is eigenlijk heel gebruikelijk omdat het een hele mooie basis vormde voor een noodverordening in onze gemeente omdat ze beide zagen op het water. Niet op land, op het water. En geleerd hebbende van de noodverordening van Oud en Nieuw en van de ervaring van vorig jaar op het water, kwamen we tot de conclusie dat er een aantal andere middelen nodig waren voor de politie om op te treden. Want weet u, het is hier een vast gebruik om naast elkaar te gaan liggen met bootje aan bootje, het gezellig met elkaar te maken. Dat kunnen twee bootjes zijn, dat kunnen tien bootjes zijn, dat kunnen er ook met gemak vijftig zijn. En de enige manier voor de politie om dit veilig te ontmantelen is als je per bootje de groep uit elkaar kan halen. En dat betekent dat ik in de verordening opgenomen heb dat het verboden is in Aalsmeer, om met twee bootjes aan elkaar te liggen.

Een hele eenvoudige bepaling, niet om de gemiddelde recreant lastig te vallen die met zijn tweeën of zijn drieën bij elkaar liggen en netjes die 1,5 meter in acht neemt, want die 1,5 meter, ik zal u eerlijk zeggen, daar handhaven wij hier niet op in Aalsmeer. Het ging om grote overlast en eigenlijk om excessen van feesten te voorkomen, daar was die noodverordening voor bedoeld. En ik zal u zeggen, dat is geslaagd.

Pagina 29 van 38

Want het feest is niet op de Grote Poel geweest, de Brandewijnsloot is gemeden, er zijn geen grote drankgebeurtenissen geweest. Wat wel gebeurd is, is dat er een hoop jeugd in Oost te samengekomen is op een van de eilandjes. En daar komt het complexe verhaal, de noodverordening is voor op het water, niet voor op het land, dus je hebt dan moeilijk middelen om te handhaven. Maar ja, het is ook gesteld, terecht wat de heer Kikkert zegt, het is een ultimum remedium. Ik wil helemaal geen boetes opleggen of wat dan ook. En dat maakt de berichtgeving in de media in die zin wat ongelukkig. Want op een standaard overtreding van de noodverordening staat een boete van 4300 nog iets euro, heb ik niet verzonnen. Maar omdat de noodverordening zo’n belangrijk instrument is, is de gemiddelde, is een overtreding al direct die boete die opgelegd wordt. Dat staat gelijk aan drie maanden gevangenisstraf. Daar heb ik niet mee gedreigd, mijnheer Buisma, dat is gewoon een wettelijke bepaling. Als je die krijgt, ja, dan heb je die boete, staat gelijk aan. Dat wil niet zeggen dat je een gevangenisstraf krijgt, tenzij je hem niet betaalt, dan krijg je drie maanden gevangenisstraf. Die is zo hoog omdat altijd de politie en de handhaving een waarschuwing geeft, niet één, maar twee.

En vindt er dan nog geen actie plaats, het is een noodverordening, beste mensen, dan krijg je gewoon die boete van 4300 euro. Want je bent gewaarschuwd, en ik sta dan ook wel voor handhaving, er wordt ook hard opgetreden. Zo werkt dat hier. Dat is gelukkig niet gebeurd met Koningsdag, omdat ook in die grote groep in Oost, met goed overleg de jongeren, hoe oneerlijk ze het ook vonden, en ik kan me dat gevoel zo goed voorstellen, toch geluisterd hebben en we daar wel konden opbreken. En wat doet de politie dan, ja, als daar geen enorme excessen is met feesten en muziek en heel veel drank en het verloopt nog wat ordentelijk, dan blijf je in de buurt. Niet om ze te beboeten, maar om de veiligheid van de jongeren te garanderen, dat mocht er toch iemand in het water vallen, dat de politie ter plaatse is. En ik zal u zeggen, handhaving en politie was daar ter plaatse. En die konden dus niet optreden naar de mensen die overlast verzorgen op de Grote Poel, keiharde muziek draaiden of daar met bootjes lagen. En vandaar, als voor de beeldvorming aan die kant van onze gemeente overlast is, ja, dat komt omdat onze handhavers bezig zijn met de veiligheid van onze jeugd aan de andere kant van Aalsmeer. En dat is doodongelukkig voor de beeldvorming, maar dat is nu eenmaal zoals het is.

Overigens, nogmaals benadrukken, die noodverordening was niet bedoeld om op Koningsdag de gemiddelde recreant het leven zuur te maken, want het is ook een feestdag. En als er wat muziek gedraaid wordt en er wordt wat gedronken en er wordt gerecreëerd op de Poel, dan is dat natuurlijk ook gewoon heel realistisch een feit. Ja, en dan de late bekrachtiging, daar hoort wel een kleine mea culpa bij. Want de noodverordening voor Koningsdag kon eerst pas tijdens deze raadsvergadering behandeld worden. De regel geldt, de eerstvolgende raadsvergadering na het afkondigen van de noodverordening wordt die aan u voorgelegd. Bij die van Oud en Nieuw was dat niet zo. Maar we verkeerden daar op een heel ingewikkelde tijdslijn, want we zaten met een GRIP4, we zaten met een Noodwet, en dat was voor ons eigenlijk even volstrekt onduidelijk of de bepalingen die we hadden genomen, of die nou eigenlijk onder de verantwoordelijkheid van de voorzitter van de Veiligheidsregio vielen? En gek genoeg, omdat we zo gewend waren om in GRIP4 te zitten, zijn we er eigenlijk automatisch van uitgegaan. Pas toen de noodverordening bij Koningsdag weer zijn intrede deed, ja, werd het ons gewoon heel helder gegeven, we hebben echt een misser gemaakt. In de eerste vergadering van dit jaar had gewoon die noodverordening bij u voor moeten liggen. Dat is oprecht gewoon een fout geweest.

Daarentegen, er is niet geverbaliseerd op basis van die noodverordening. En waarom is het ook zo belangrijk dat de noodverordening hier ligt, u hoeft er niet mee in te stemmen, dat is mijn bevoegdheid, maar aan u wordt wel gevraagd om het te bekrachtigen. En dat betekent dat de sancties die afgevaardigd zijn op basis van die noodverordening, ook rechtsgelding krijgen, dat is de reden waarom de noodverordening bij u ook voorligt. En ik leg natuurlijk heel graag verantwoording af over zulke, het CDA noemde het draconische maatregelen, dat zijn het

Pagina 30 van 38

natuurlijk ook. Dus ik was ook wel blij met de vragen vanuit het CDA, zodat ik daar ook als portefeuillehouder, als burgemeester, terecht ook wat de heer Buisma zegt, daar verantwoording over kan afleggen. Dat doe ik ook graag. Ik heb ook in een interview bij Aalsmeer Vandaag daarin mijn beeld gegeven over hoe iets in de media is overgekomen. Nou, ik ben daar ook niet gelukkig mee dat de burgemeester van Aalsmeer gevangenisstraffen wil opleggen als je vervelend doet op het water. Ja, dat is een doodongelukkige beeldvorming. Los van het feit dat het gewerkt heeft, ik ga dat natuurlijk op die manier zo doen, om het maar even cynisch aan te duiden. Maar dat neemt niet weg dat ik wel, als ik kijk naar de werking van die noodverordening, als er op onze Poel, en dat moeten we wel zien, steeds grotere bijeenkomsten zijn met honderden mensen, dan is dat een evenement en niet meer gewoon even een gezellig samenzijn. En als ik je veiligheid daar niet kan garanderen en je hebt daar geen vergunning voor, nou, dan is er een noodverordening die op dat moment afgekondigd kan worden. En daar hebben we nu veel van geleerd. En de eerstvolgende keer, mocht het nodig zijn en ik hoop het niet, dan gaan we het beter doen dan dat we dat nu hebben gedaan. Volgens mij ben ik zo ook aangekomen bij de vraag van de PvdA over de reflectie.

De burgemeester legt verantwoording af over de genomen maatregelen en zijn gedragingen, en hopelijk met mijn verhaal heb ik daar ook op gereflecteerd. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel. In tweede termijn, D66. Geen behoefte. Ik kijk even rond, Absoluut Aalsmeer, CDA. PvdA, GroenLinks, de heer Buisma. Oké, dan gaan we over tot de stemming. Dan stemmen we eerst over de bekrachtiging noodverordening Oud en Nieuw 31 december 2020, wie is daar voor die bekrachtiging? Unaniem aangenomen. En dan het raadsvoorstel bekrachtiging noodverordening Koningsdag 27 april 2021, wie is daar voor? En dat is volgens mij ook unaniem. Bij dezen vastgesteld. De voorzitter: Goed, dan vervolgen wij de vergadering, we gaan richting het einde. Rb-7

Vragenkwartier De voorzitter: En we zijn aangekomen bij een omwisseling van de agenda, oftewel het vragenkwartiertje. En daarvoor geef ik eerst het woord aan D66 met vragen over de woningbouw Parkmeer. Mijnheer Kikkert. De heer Kikkert: Ja, voorzitter, dit zijn vragen namens bijna de gehele gemeenteraad, en ik kon de heer Martijn niet bereiken maar wellicht ook namens hem. Ik sprak laatst de projectontwikkelaar van Parkmeer, die zo’n mooi initiatief had om starterswoningen te realiseren in zijn project, en hij meldde mij dat die daarvan af had gezien. Nou, ik moet u zeggen, het was alsof er een politieke bom in mijn hoofd ontplofte. Want een grote ambitie van de gemeenteraad, zo’n grote wens, zo’n grote behoefte aan starterswoningen in een project, die we via een motie unaniem aangenomen, ja, toch eigenlijk het gevoel hadden voor elkaar gekregen te hebben, gaat dan niet door. En dat heeft geleid tot de volgende vragen, klopt de informatie? En zo ja, wat zijn de redenen bij de ontwikkelaar die een rol hebben gespeeld bij het afzien van zijn initiatief? En de tweede, is uw college bereid om op korte termijn in gesprek te gaan met de ontwikkelaar om te bezien op welke wijze alsnog kan worden voorzien in de realisatie van starterswoningen in het project Parkmeer? De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. Wethouder Kabout.

Pagina 31 van 38

De heer Kabout: Ja, dank u, voorzitter. Ja, terecht dat voor dit onderwerp aandacht wordt gevraagd. Starterswoningen vinden we heel belangrijk, dat vinden onze inwoners, dat vindt u als raad en dat vindt het college zeker ook. Ja, het klopt dat recent een kink in de kabel is gekomen, dus in zoverre kan ik dat bevestigen. Over precies de beweegredenen van de ontwikkelaar, dat lijkt me niet wenselijk om daar nu hier op deze plek in te gaan. Ik denk dat het belangrijk is het antwoord op uw tweede vraag van, gaat het college in gesprek met de ontwikkelaar om alsnog te kijken naar een oplossing? Jazeker. Ik heb ook zelf de ontwikkelaar vandaag nog gesproken en die afspraak gemaakt, dus die bespreking gaat op korte termijn plaatsvinden. Dus dat antwoord op uw tweede vraag is, ja. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Geeft dit reden voor een nadere vraag? Ik kijk mijnheer Kikkert even aan. Ik zie grote tevredenheid. Nee, niet. Mijnheer Kikkert, aan u nog even het woord. De heer Kikkert: Ja, voorzitter, ik snap de antwoorden van de portefeuillehouder, maar ik moet u tegelijkertijd zeggen dat het ook wel heel erg onbevredigend voelt. Want hoe kan het nou zijn dat een initiatiefnemer die vol enthousiasme, ja, aangeeft om dit type woningen te willen realiseren in zijn project. Ja, dan toch moet afzien. Ja, omdat de gemeente niet meewerkt.

Ik bedoel, laat ik het dan maar zo heel neutraal formuleren. Ja, van zo’n belangrijke ambitie van onze raad. Echt, dat kan er bij mij niet in. De voorzitter: We geven dat nog even mee aan de wethouder. Hoeft u niet op te reageren, we geven het mee aan de wethouder. Ik kijk nog even de raad rond of er anderen zijn die nog een vraag willen stellen aan de wethouder over dit onderwerp? Mijnheer Kuin. De heer Kuin: Ja, voorzitter, ik kan het toch niet laten om zeg maar de heer Kikkert enorm bij te vallen in deze. Het is een … Het zijn vragen namens bijna de gehele raad, en ik vind het een beetje niet goed om de heer Kikkert de kolen uit het vuur te laten slepen in dit geval. Ik wil hem bij deze helpen door inderdaad richting de portefeuillehouder te zeggen, het is een antwoord maar ik ben er niet blij mee, en ik denk dat er nog meer moet gebeuren. De voorzitter: En dan koppelen we daar even de vraag aan, vindt u dat ook, geachte portefeuillehouder? En dan vragen we de wethouder om daar even kort op te reflecteren. De heer Kabout: Ja nee, zeker. We hebben ook vanuit het college bij de behandeling van het plan eerder dit jaar ook uit onszelf al meteen aangegeven dat we dat als college ook heel belangrijk vinden. Dus we gaan er ook zeker met die insteek, gaan we dat gesprek opnieuw aan. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dit was de reactie van de wethouder, u heeft uw vraag gesteld.

Daarmee zijn we in ieder geval aan het einde gekomen van deze vraag. Mocht die niet geheel bevredigend zijn staan er natuurlijk ook andere wegen nog even open om hierover contact te zoeken met het college. Want zoals bekend, het vragenkwartier is geen debatronde. Soms helaas, maar goed, we hebben ook onze procedurele voorschriften. We gaan naar het volgende onderwerp, de vragen van Absoluut Aalsmeer over het Spoorlijnpad. Mevrouw Keessen, aan u het woord. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. De vorige vraagsteller zei dat hij de vragen stelde namens de raad. Ik doe dat niet, ik hoop het wel overigens, maar ik stel de vragen wel namens een hele grote groep inwoners. Ik heb net nog even gekeken op de website en de petitie is inmiddels ruim 1300 keer getekend, het betreft het fietspad over het Spoorlijnpad wat best wel

Pagina 32 van 38

wat commotie heeft veroorzaakt, en ik ga ervan uit dat vrijwel iedereen hier daar wel iets van mee heeft meegekregen. Ik zal mij houden tot de vragen want hierna komt ook nog de motie aan de beurt. De eerste vraag is aan de portefeuillehouder, de petitie is een duidelijk signaal vanuit inwoners, schoolgaande kinderen, mensen die naar sportgelegenheden gaan en werknemers van diverse bedrijven, wil het college hier gehoor aan geven? En de tweede vraag is: de communicatie over het laten vervallen van het deel Spoorlijnpad tussen Burgemeester Hoffscholteweg en Stommeerkade is slechts met een aantal bewoners van de Wissel, Stommeerkade en Oosteinderweg gedeeld middels een brief, terwijl honderden inwoners dagelijks van deze fietsverbinding gebruikmaken. Slechts weinigen lezen de bekendmakingen op de Aalsmeer.nl site. Kan het college aangeven waarom voor deze beperkte berichtgeving is gekozen? Dank u wel. De voorzitter: We geven het woord aan de portefeuillehouder, wethouder Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, voorzitter, dank u wel. Dank ook voor de vragen. Het is zeker een duidelijk signaal. En wil het college hier gehoor aan geven, ja, zeker willen wij dat ook doen.

Alleen het is wel zo, en ik zal het zo meteen even met wat historische context en wat reflectie nog wat uiteenzetten want het is natuurlijk wat makkelijk om het zo te vragen en te beantwoorden, want de raad heeft wel kaders vastgesteld die eigenlijk geen ruimte geven om dat nu te wijzigen. Ik ga daar zo even op in zodat we ook wat breder uitleg hebben over waarom we tot dit besluit zijn gekomen ooit. Maar om even positief te beginnen, het college heeft de intentie om gewoon te onderzoeken wat er nog mogelijk is, welke varianten kunnen, en of het behoud daarbij hoort. En dan kom ik even op het einde van mijn betoog nog eventjes bij u op terug. Kijk, in het verleden heeft de raad besloten de Burgemeester Hoffscholteweg en de ontwikkelingen Polderzoom 1 en 2 en Parkmeer aan te leggen als onderdeel van De Tuinen van Aalsmeer. Die besluitvorming heeft in 2013 plaatsgevonden en in 2014. U heeft als gemeenteraad daar ook besluiten in genomen dat dit tracé van het Spoorlijnpad zou verdwijnen. Omdat de verdere ontsluiting via de nieuwe Burgemeester Hoffscholteweg zou gaan, en je eigenlijk via drie wegen, plus het vrijliggend fietspad aan de Burgemeester Kasteleinweg, gewoon fietsroutes hebt die voldoende verkeersveilig zijn. Het in stand houden van dit tracé, daarvan kan gezegd worden, ja, wordt het verkeersveiliger? Dat valt nog maar te bezien.

Het kan ook nog wel eens verkeersonveiliger uitpakken, maar dat zullen we onderzoeken, omdat je uiteindelijk ook wel op dat tracé, als je dat verder qua weginrichting niet aanpast, ook nog wel heel erg hard naar beneden gaat richting Burgemeester Hoffscholteweg, dan is het maar de vraag of dat nou verkeersveiliger is voor bijvoorbeeld jongeren? Maar we gaan dat onderzoeken, dat is gewoon wel interessant omdat er zeker zoveel petitie-ondertekenaars zijn geweest. En zo’n signaal als college zeg je, ja, daar moeten we gewoon nog eens opnieuw onderzoeken van hoe we dat doen. En u vraagt dat eigenlijk, en u roept straks nog met een motie daar ook toe op. En dan heb ik ook wel aan u als fractie, en misschien wel ook aan u als raad dan de vraag van, ja, daar gaat het college graag mee aan de slag, welk budget geeft u mee en waar moet ik de dekking dan vinden om dat te realiseren? Want ik wilde dit graag dan voor de mensen ook verder onderzoeken, realiseren, maar er moet ook wel dekking voor gevonden worden want dat hebben we in 2014 ook met elkaar afgesproken, zeven jaar geleden. Dus ja, dat hoor ik nog graag. Ik zal straks dan, als de motie wordt ingediend, daar nog kort op reageren. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Keessen, heeft u behoefte aan nadere vragen op dit moment? Nee. Verder in de raad? Ja, mevrouw Van der Meer, aan u het woord.

Pagina 33 van 38

Mevrouw Van der Meer: Ja, voorzitter, dank u wel. We hebben nog één aanvullende vraag aan de hand van de antwoorden, waarom is er besloten om per se nu het Spoorlijnpad open te gooien? Ik denk dat we allemaal wel weten dat half Aalsmeer op de schop ligt, de gele omleidingsborden die vliegen je om de oren. Waaronder ook de alternatieve route voor het Spoorlijnpad, die ligt momenteel ook open, daar kan niet overheen gefietst worden. En waarom is er besloten om per se nu het Spoorlijnpad ook open te gooien om de leidingen en kabels te verleggen voor de Burgemeester Hoffscholteweg? Er is kennelijk hiertoe al in 2014 besloten, wat voor kwaad had het gekund om nog een half jaar te wachten? Dat vraagt het CDA zich af. Dank u wel. De voorzitter: De portefeuillehouder. De heer Van Rijn: Ja, goede vraag, voorzitter, van het CDA. Had het kwaad gekund? Ja, kijk, je plant gewoon heel veel infra. We hebben een achterstand in het infraonderhoud, dus we zijn behoorlijk in deze periode bezig met een inhaalslag daarop. Ik snap uw sentiment wel dat van als we dit allemaal van tevoren hadden geweten, ook met de vertragingen met de HOVASZ en andere werkzaamheden, hadden we dat niet anders kunnen plannen? Dat is, ja, achteraf makkelijk gezegd, dus dat neem ik ter harte. Je plant nou eenmaal dit soort werkzaamheden en dan komt het zo uit.

Kijk, waar we wel naar kunnen kijken als college, dat je bijvoorbeeld de Stommeerkade, die we al 30 kilometer willen gaan inrichten, dat we dat bijvoorbeeld naar voren gaan trekken. Dus we kunnen wel anticiperen hierop en vrij snel, dat we zeggen, nou, als dit leidt tot op korte termijn dat we toch iets moeten aanpassen want die klinkers die liggen er al uit hè. Dat is ook het moment dat bewoners denken van, ja, zeven jaar geleden hebben we dit wel besloten, maar nu liggen die klinkers er echt uit van, ja, nu gaat het echt gebeuren, we vinden er wat van. Heel begrijpelijk hoor, en als college vind ik ook dat we daar wendbaar op moeten reageren. Dus wij denken dan, misschien kunnen we het wel oplossen door bijvoorbeeld al sneller de Stommeerkade gewoon 30 kilometer te maken, om gewoon op die manier snel te anticiperen op zo’n situatie. Ja, en verder is het een waar woord, wat u ook aangeeft, mevrouw Van der Meer, dus we zijn gewoon met heel veel zaken bezig in Aalsmeer, we willen daar ook gewoon vaart in houden. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Ik zie dat er nog behoefte is voor nadere vragen van mevrouw Keessen, aan u het woord. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb toch nog wel één vraag, wat zo’n onderzoek zou kosten? Want er is natuurlijk al best wel veel bekend over dat tracé uit 2013 en 2014.

Dus ja, onze vraag is, wat denkt de portefeuillehouder wat zo’n onderzoek zou kosten? Ook gezien andere tracés in de gemeente. De voorzitter: Wethouder Van Rijn. De heer Van Rijn: Ja, bijna flauw, ik zou de vraag toch willen herhalen die ik ook zelf heb gesteld. Kijk, het college wil hier graag mee aan de gang, maar de raad heeft in 2014 dit besloten. Nou zegt u, nou, er komt een petitie. Nou, ik deel die bezorgdheid. Ik ben het … En ik snap die inwoners ook en de kinderen die daar fietsen. Maar dan denk ik, ja, ik heb aan u gevraagd van, welke dekking geeft u het college dan mee en waar kan ik die dan vinden? Want ik wil hier heel graag mee aan de slag maar ik heb hier wel gewoon financiële armslag voor nodig. Want we gaan wel een ander besluit nemen dan in 2014. Dus die vragen stel ik dan maar even terug, voorzitter.

Pagina 34 van 38

De voorzitter: Mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Nou ja, ik kaats hem toch weer terug, mijnheer de wethouder. Want ja, volgens mij is de raad gewoon opdrachtgever en ja, vraag ik u om een onderzoek en wat dat dan kost? Dat is aan u. De voorzitter: Een laatste maal, de wethouder. De heer Van Rijn: Nou, het gaat niet alleen om onderzoek, het gaat uiteindelijk ook om de realisatie dan van gewoon een extra weg hè. Uiteindelijk hou je dan gewoon, naast de drie wegen die er zijn en het vrijliggend fietspad op de Burgemeester Kasteleinweg, zou je dit tracé in stand houden. Nou, daar zijn ook kosten mee verbonden, dat is niet alleen onderzoek. Daar kom ik graag naar u mee terug. En dan kan ik ook gewoon presenteren wat het kost. En u zegt, ja, u praat al namens de raad dus ik ben heel benieuwd wat de raad ervan vindt, maar ik ga er graag mee aan de slag. Ik wil die inwoners graag ten dienste zijn, ik wilde alle varianten uitzoeken. Ik snap het signaal maar er moet wel, als u een nieuw besluit wil hebben en u geeft mij die opdracht, wil ik ook de financiële dekking van u hebben. De voorzitter: Tot slot, mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Nou ja, ik dacht, ik blijf gewoon staan voor de motie. Ik heb verder geen reactie. De voorzitter: Oké, zijn we in ieder geval aan het einde gekomen van het vragenkwartiertje.

Er zijn nog wat onbeantwoorde vragen wederzijds, maar goed, de wethouder heeft ook toegezegd dat die op zijn moment daarop terugkomt. Rb-8

Motie Vreemd aan de Orde van de dag De voorzitter: Wij gaan naar het laatste agendapunt, motie vreemd aan de orde, en dat gaat over de heroverweging fietsbrug Spoorlijnpad, Burgemeester Hoffscholteweg, ingediend door Absoluut Aalsmeer. En ter indiening geef ik aan mevrouw Keessen het woord. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb u eerder op de avond horen vragen om niet de moties letterlijk voor te lezen maar eigenlijk een motivatie te geven. Ik heb de wethouder bij het vragenkwartier de geschiedenis horen vertellen over het ontstaan van wat er nu ligt. Nou, die geschiedenis kennen we, dat was inderdaad een raadsbesluit uit 2014, een financieel besluit. En, ja, mijn laatste overweging is, de veiligheid van inwoners van doorslaggevend belang is bij financiële afwegingen, lijkt mij een hele belangrijke. Wij staan hier voor de inwoners, en het is een verzoek vanuit de inwoners en het is een zorg van de inwoners. Ik heb bij punt 4 van de agenda vanavond, en tot mijn grote vreugde, meerdere mensen horen spreken over veiligheid van fietsers, over het realiseren van veilige fietspaden, zo veilig mogelijk, dat zijn allemaal dingen die ik mensen heb horen zeggen. We hebben het ook nog eens over een historische route. Het is een route die er ligt, hij hoeft niet te worden aangelegd, hij ligt er al. En is alleen de vraag om hem te behouden.

Dus ja, mijn verzoek is aan het college, een nieuw voorstel voor te leggen voor een ongelijkvloerse kruising van de fietsroute Spoorlijnpad met de Burgemeester Hoffscholteweg, en gaat over tot orde van de dag. Dank u wel.

Pagina 35 van 38

De voorzitter: Ik kijk de raad even rond of daar in eerste termijn behoefte is om hierop te reageren of vragen te stellen? Dat is het geval. Mevrouw Van der Meer, CDA. Mevrouw Van der Meer: Ja, dank u wel, voorzitter. Laat ik maar gewoon meteen eerlijk zijn, het CDA ziet niet heel veel in die motie. Wij zijn zeker ook voor verkeersveiligheid, maar we weten niet of een ongelijkvloerse kruising daar nou de oplossing voor is. De wethouder heeft al toegezegd dat die een nieuw onderzoek gaat voeren, dat die gaat kijken wat er mogelijk is en wat er financieel mogelijk is en wat dan veilig is, en dat is voor ons eigenlijk meer dan genoeg. Dus wij steunen de motie niet. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Fransen, GroenLinks. De heer Fransen: Ja, even een reactie ook namens de PvdA en D66. Je kunt het signaal van de inwoners in zo’n grote getale niet negeren, dus daar moet je iets mee. En dat hoor ik de wethouder ook zeggen. Hij geeft aan van, nou, ik wil er best opnieuw naar kijken maar het is een besluit van de raad, van ons. Dus als we daarop terugkomen hoort daar ook geld bij. En dat lijkt mij … Dus ik vind zeker dat we ernaar moeten kijken. Of dit de beste oplossing is weet ik ook niet, maar ik vind dat dit een overweging is die dan thuishoort bij de bespreking van de Kadernota.

Want dan is het het afwegen van de verschillende belangen, de verschillende bedragen en waar geven we het aan uit? Dus zeker, het signaal van zoveel mensen die zeggen, ik wil iets, daar moeten we iets mee. Dat zijn we denk ik met elkaar eens. Om dan gelijk te zeggen, hup, dit is de motie en we doen er geen dekking bij en het moet zo gebeuren, dat is denk ik geen verstandig bestuur. De wethouder geeft ook aan dat hij niet zeker weet of dat uw oplossing nou echt veiliger is. Nou, we zijn met zijn allen geen verkeerskundigen, we maken wel gebruik van het verkeer. Maar daar maken we gebruik van experts en laten we dat dan ook even afwachten met elkaar. Dus het gesprek zeker voeren, het signaal heel serieus nemen, dat doen wij ook, maar wel op het juiste moment het besluit nemen, dat is bij de Kadernota. Dus ik wil u vragen om, de Kadernota behandelen we volgens mij vrij snel, om hem even nog te bewaren. Want als we nu moeten stemmen, dan kunnen we er niet mee instemmen terwijl we hem wel sympathiek vinden. De voorzitter: Nog andere reacties? Ja, mevrouw Vleghaar, VVD. Mevrouw Vleghaar: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik vind het een sympathieke motie, maar, want wij zijn ook voor verkeersveiligheid, net wat je net had opgemerkt. Maar we hebben ook een verantwoordelijkheid en er is geen dekking. Tevens heb ik destijds erbij gezeten bij al die bewonersbijeenkomsten.

En daar waren bewoners, die wisten dat het ongelijke kruising zou gaan worden en dat was weer gevaarlijk volgens hun. Ja, nu wordt er eigenlijk een enquête gehouden, en dan gaan ze eigenlijk vanuit van een fietsbrug, want dat staat er ook bij. Als je alle media leest van die bewoners, dan gaan ze voor een fietsbrug. Ja, en die hebben we destijds juist in de Kadernota afgestemd, omdat die te duur werd. Dus ja, het ligt ook weer bij ons en we hebben geen dekking ervoor dus, en misschien dat je het straks in de Kadernota kan vinden maar wij zijn het niet met deze motie eens. De voorzitter: Dan is denk ik iedereen nu in de eerste termijn aan het woord geweest binnen de raad. Dan gaan we, voordat ik het woord weer geef aan mevrouw Keessen, eerst de portefeuillehouder vragen nog te reageren. Wethouder Van Rijn.

Pagina 36 van 38

De heer Van Rijn: Ja, ik dank de collega’s alvast op voorhand voor de preadvisering aan elkaar. Hier komt de preadvisering van het college. Laat ik nog even terugkomen op net hè, dus het college gaat, ja, zeker aan de slag met de petitieverzoekers, dus het college gaat onderzoeken wat er kan. En komt daar gewoon mee terug van wat er mogelijk is en dan moeten we daar gewoon met elkaar een verstandig besluit in nemen. Wij zijn er wel van overtuigd, en dat hebben we ook met elkaar toen besloten, en dat is al een bruggetje naar deze motie, het preadvies dan, is dat wel in 2014 hebben besloten dat waar we nu voor gekozen hebben, wat we nu uitvoeren, dat dat een voldoende verkeersveilige inrichting is. Dus laat dat ook even benadrukt zijn, daar is veel ook over gesproken en uitgezocht. Dan even naar de motie die is ingediend, die het heel nadrukkelijk heeft over een fietsbrug. Ja, het college ontraadt deze motie. En wel hierom, in 2014 hebben we hier uitgebreid over gesproken, vanwege de hoge kosten is deze variant, is daarvan afgezien. Dat had ook nog te maken met aanwezige kabels en leidingen. Nou, ik kan u nu, ik hoef u dat niet nader te motiveren. Dus ook in een verdere variant of verkenningen, zullen we dat natuurlijk nader overwegen. Maar ik kan u nu al namens het college zeggen dat dat een kostbare operatie is.

Dat daar niet de voorkeur ligt van het college dat wij deze variant als niet haalbaar zien, zodat wij liever naar andere varianten gaan kijken en dat wij dus deze motie aan u als raad ontraden. Voorzitter, dank u. De voorzitter: Dan geef ik het woord aan mevrouw Keessen, voor de tweede termijn. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter. We hebben het over een besluit uit 2014, en dat is zeven jaar geleden. Inmiddels zijn er huizen bijgekomen, er zijn bewoners bijgekomen. En in plaats van terug te kijken in de tijd moeten we vooruitkijken en er rekening mee houden dat juist in die omgeving, op die locaties, meer mensen komen. Het wordt daar drukker. Dus verkeersveiligheid lijkt mij wel een heel belangrijk punt om mee te nemen, en dus ook vooruit te kijken. En ik vind het juist kracht van de raad om terug te komen op een besluit van zeven jaar geleden. Zeker als ik zie dat er voor onderzoek ruim een miljoen wordt uitgetrokken. Maar ik zou graag een schorsing aan willen vragen om even met mijn fractie te overleggen op dit punt. De voorzitter: Dat kan, laten we met elkaar afspreken dat we daar dan drie minuten over doen want dan kunnen we nog voor elf uur deze vergadering sluiten. We schorsen voor drie minuten. De voorzitter: Wij heropenen de vergadering, het woord is aan mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter.

Ja, ik mag namens de fractie meedelen dat wij de motie aanhouden, maar wel graag de toezegging van de portefeuillehouder willen hebben dat er dan niets gebeurt in de tussentijd met dat tracé, en dat hij dan, ja, zo spoedig mogelijk met resultaten van het onderzoek kan komen? De voorzitter: We vragen de wethouder om een korte reactie. De heer Van Rijn: Voorzitter, dank u wel. Ik herhaal de toezegging die ik heb gedaan, en die zijn iets anders dan mevrouw Keessen vraagt namens AA, en dat is dat ik snel gewoon onderzoek ga starten naar wat er mogelijk is, dat ter hand ga nemen en dan de raad gaan informeren wat er mogelijk is en ja, aan u gaan vragen welke dekking we daar dan voor kunnen vinden. Voorzitter, dank u wel.

Pagina 37 van 38

De voorzitter: Volgens mij hebben we overeenstemming bereikt over het onderzoek en dat de raad daarover geïnformeerd wordt. En dat zou een mooie aanleiding zijn om eventueel bij de Kadernota de discussie voort te zetten. We houden hem boven de markt. Rb-9

Sluiting De voorzitter: Daarmee zijn we wel aan het einde gekomen van deze raadsvergadering vanavond. Voor degene die daar behoefte aan hebben en het gezellig vinden, er wordt zo meteen nog een drankje uitgeserveerd op uw plek. Ik wilde in de laatste minuut even stilstaan bij het volgende. Wij kunnen helaas nog niet in de raadzaal vergaderen maar alle hoop is erop gevestigd dat vanaf 1 september de wereld dermate normaal is dat we ook daar weer plaats kunnen nemen. Mocht u zo tijd hebben om uzelf toch ook even te bewegen door deze ruimte, dan zult u zien dat boven de raadzaal een bordje is geplaatst met de tekst, hoort de wederpartij. Dat is een bordje dat raadslid Kuin een aantal maanden geleden aantrof in een van de hoeken van het keukentje, die was stuk. Met dank aan raadslid Kuin, en dat wil ik ook vanuit hier uitspreken, voor de restauratie daarvan, daar is veel tijd en energie in gaan zitten. En we hebben hem gezamenlijk weer mogen ophangen. Het is namelijk niet zomaar een bordje, de heer Kuin is ook een onderzoekje gestart naar de geschiedenis daarvan. En hij kwam uit bij de dorpsbeschrijver Van Ollefen.

En uit een bijdrage van 1796, dat gaat over dat bordje wat daar hangt, is er als volgt te lezen, als er gepleit wordt hangt men van buiten voor de binnenglazen der raadkamer in een redelijk ruime gang uitkomende een bordje op, het welk met een stout perceel staat geschreven, hoort de wederpartij. En dat is zeker geen kwade vermaning. En gelezen die tekst, kunnen we hier wel uit opmaken dat het bordje nog ouder is dan 1796. En het spreekt niet tot de verbeelding, elkaar goed horen, hoor en wederhoor, dat is wat wij hier in de raad doen. Dat heeft u vanavond ook weer goed laten zien. Het was me dan ook een groot genoegen om deze vergadering voor te zitten. Wij sluiten hem en we treffen elkaar volgende keer.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 juli 2021,

, voorzitter

, griffier

Pagina 38 van 38

1.4 Vaststelling van de Lijst Ingekomen Stukken 1 20210708 Vastgestelde Lijst Ingekomen Stukken.pdf

1.5.1 Raadsvoorstel nr. Z21-050462 1 20210708 Getekend rbsl bekrachtigen geheimhouding van aan de raad overlegde stukken door de Tijdelijke Commissie Toekomstige Dienstverlening.pdf

2 HAMERSTUK: Vaststellen bestemmingsplan ‘Uiterweg 223-225’ 1 Dossier 228 voorblad.pdf

3.Raad (besluitvormend) Dossiernummer

228

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

8 juli 2021

Agendapunt

2

Omschrijving

HAMERSTUK: Vaststellen bestemmingsplan ‘Uiterweg 223-225’

Geagendeerd

Vergaderdatum

3.Raad (besluitvormend)

8 juli 2021

1 20210708 Getekend rbsl vaststellen bestemmingsplan Uiterweg 223-225.pdf

1 Staat van Wijzigingen Uiterweg 223-225.pdf

Staat van Wijzigingen

Uiterweg 223-225 (Ontwerp) Aalsmeer, mei 2021

Staat van Wijzigingen, Uiterweg 223-225, mei 2021 Z21-019796 D21-165257

Pagina 1

Staat van Wijzigingen

Ambtelijke wijzigingen (cursief) ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen zijn niet aan de orde omdat er geen zienswijzen naar voren zijn gebracht. Opgemerkt wordt dat ondergeschikte tekstuele wijzigingen, zoals verbeteringen in spelling, interpunctie, woordvolgorde enzovoorts niet separaat worden benoemd, aangezien deze niet leiden tot inhoudelijke wijzigingen van de in het bestemmingsplan opgenomen regelingen. Overigens leiden de voorgestelde aanpassingen op onderdelen in een gewijzigde nummering in toelichting en regels van het vastgestelde bestemmingsplan.

Ambtelijke wijzigingen Planregels: 1. Verwijderen begripsbepaling ‘geluidreducerende maatregelen’ art. 1.46; 2. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’, artikel 6 wordt ‘Waarde – Archologie 2 en 3’; 3. Artikel 6.1: de passage “De voor ‘Waarde – Archeologie 2’ aangewezen gronden…’ komt te luiden ‘De voor ‘Waarde – Archeologie 2 en 3’ aangewezen gronden…’; 4. Artikel 6.2 lid a. komt te luiden: ‘ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' reiken de bodemingrepen niet verder dan een maximale diepte van 0,40 meter, tenzij de oppervlakte van (de bodemingreep ten behoeve van) het bouwwerk niet meer dan 50 m2 bedraagt’; 5. Aan artikel 6.2 wordt een nieuw lid b. toegevoegd, welk komt te luiden: ‘ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' reiken de bodemingrepen niet verder dan een maximale diepte van 0,40 meter, tenzij de oppervlakte van (de bodemingreep ten behoeve van) het bouwwerk niet meer dan 500 m2 bedraagt’; 6. Aan artikel 6.4.1 lid i. een nieuw sublid II toevoegen, welk komt te luiden: ‘grondbewerkingen dieper dan 40 cm, tenzij de oppervlakte van de werkzaamheden niet meer bedraagt dan 500 m2 binnen de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie - 3'.

Staat van Wijzigingen, Uiterweg 223-225, mei 2021 Z21-019796 D21-165257

Pagina 2

1 Planregels Bestemmingsplan Uiterweg 223-225.Pdf.pdf

REGELS

vastgesteld regels Bestemmingsplan Uiterweg 223-225 pagina

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Natuur Artikel 4 Water Artikel 5 Wonen - Lintbebouwing Artikel 6 Waarde - Archeologie 2 Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 7 anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Artikel 10 Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.1 Artikel 11 Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2 Artikel 12 Luchtvaartverkeerzone LIB artikel 2.2.2a Artikel 13 Luchtvaartverkeerszone LIB artikel 2.2.3 Artikel 14 Overige regels Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 15 overgangsrecht Artikel 16 slotregel

vastgesteld regels Bestemmingsplan Uiterweg 223-225 pagina

3 4 11 12 13 16 18 22 25 26 27 29 30 31 32 33 34 35 36 37

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

vastgesteld regels Bestemmingsplan Uiterweg 223-225 pagina

Artikel 1

Begrippen

In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan Aalsmeer;

"Bestemmingsplan

Uiterweg

223-225"

van

de

gemeente

1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0358.09AM-VG01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aan-huis-gebonden bedrijf het door (één van) de hoofdbewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten, niet zijnde een beroep aan huis, dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet vallend onder vergunningsplicht van de Wet milieubeheer en geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door de beperkte omvang ervan in de woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

Hieronder wordt niet begrepen de uitoefening van detailhandel en prostitutie; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsvlak: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 aaneengebouwde woning: een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer hoofdgebouwen; 1.8 aanpijling: een blijkens de daarop voorkomende verklaring als zodanig opgenomen aanduiding, die aangeeft welke bestemming/aanduiding van toepassing is op de aangepijlde gronden; 1.9 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.10 archeologisch onderzoek: een rapport als bedoeld in de Erfgoedwet; 1.11 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden; vastgesteld regels Bestemmingsplan Uiterweg 223-225 pagina

1.12 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.13 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 1.14 bestaand gebruik of bouwwerk: een gebruik of een bouwwerk, zoals dat rechtmatig aanwezig is op het moment van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en gebouwd conform een vergunning, dan wel bebouwing zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; 1.15 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.16 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.18 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.19 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.20 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.21 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop

ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.23 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.24 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.25 bruto vloeroppervlakte b.v.o: de som van de buitenwerks gemeten vloeroppervlakten van alle bouwlagen alsmede onderbouw en zolder, inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften, toiletten e.d., vastgesteld regels Bestemmingsplan Uiterweg 223-225 pagina

met uitzondering van (kruip)kelders met een hoogte van minder dan 1.50 meter en technische ruimten op daken; 1.26 dak: iedere bovenbeëindiging, vlak of hellend, van een gebouw; 1.27 dakkapel: een toevoeging van ondergeschikte omvang binnen een hellend dakvlak, waarbij het karakter van het dak in stand blijft; 1.28 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak, al dan niet voorzien van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.29 druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 1.30 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.31 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.32 erfafscheiding: bouwwerk op of in de directe nabijheid van een erfgrens bedoeld om een erf, tuin of terrein af te scheiden; 1.33 erker: een aan de voor- of zijgevel van een woning of een ander hoofdgebouw geplaatste uitbouw in één bouwlaag, waarvan de buitenzijde is begrensd door kozijnen, welke onlosmakelijk verbonden is met en deel uitmaakt van de hoofdmassa van die woning of dat gebouw en die uit functioneel oogpunt ondergeschikt en uit architectonisch oogpunt een aanvulling op de hoofdvorm te zijn; 1.34 gebouw: elk

bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.35 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.36 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.37 hoofdverblijf: het verblijf waar iemand woont, zijnde het woonadres zoals bedoeld wordt in de Wet basisregistratie personen; 1.38 hoogtescheidingslijn: een aangegeven lijn welke de grens vormt van een gedeelte van een bebouwingsvlak waar een bepaalde hoogte is toegestaan;

vastgesteld regels Bestemmingsplan Uiterweg 223-225 pagina

1.39 huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren;

kinderen,

die

een

1.40 karakteristiek: panden, objecten en gronden die genomineerd zijn als Rijksmonument en welke voorbescherming genieten in het kader van de Monumentenwet; 1.41 kruin: hoogste punt van het wegbaangedeelte veiligheidsstroken en bermen;

dat

is

ingenomen

door

rijbanen,

1.42 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet levende natuur; 1.43 ligplaats: een gedeelte van het water door een woonark of woonboot ingenomen of bestemd om door een woonark of woonboot met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; 1.44 maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijke dan wel (verhoogd of verlaagd) aangelegd terrein waar een bouwwerk zal worden opgericht; 1.45 natuur- en landschapsontwikkeling: ingrepen teneinde natuurlijke processen in gang te zetten, die de natuurlijke en landschappelijke waarden dienen te versterken; 1.46 natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, hydrologische elementen, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang zoals beschreven in de Wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN; 1.47 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.48 ondergronds bouwen: het bebouwen en in gebruik nemen van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en parkeergarages); 1.49 onderkomens: voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun

oorspronkelijke bestemming en/of gebruik onttrokken – voertuigen, vaartuigen, woonschepen, toercaravans, stacaravans, tenten of gedeelten daarvan, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.50 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen; 1.51 peil: a. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel; b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het vastgesteld regels Bestemmingsplan Uiterweg 223-225 pagina

bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil. 1.52 permanente bewoning: het gebruik van een kampeermiddel, woonark, recreatieverblijf of recreatiewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen, op een wijze die ingevolge de Wet basisregistratie personen noopt tot inschrijving van bewoners(s) in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Aalsmeer, terwijl deze perso(o)n(en) niet aannemelijk kan/kunnen maken elders over een hoofdverblijf te beschikken; 1.53 scheidingslijn: een aangegeven lijn, die de grens aangeeft tussen delen van bestemmings- en/of bouwvlakken, waardoor verschillende, in de regels nader aangegeven, regelingen van toepassing zijn; 1.54 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.

Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.55 talud: het schuine vlak langs een weg, watergang of van een dijk; 1.56 verdieping: een boven de begane grond gelegen bouwlaag; 1.57 voorgevel: de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.58 voorgevelrooilijn: dit is de denkbeeldige lijn langs de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw die naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; 1.59 waterberging: de tijdelijke opslag van een overmaat aan (oppervlakte) water in (oppervlakte) watersystemen.

Waterberging kan worden onderverdeeld in drie categorieën: <0000> natuurlijke overstroming (water dat buiten de beekbedding treedt zonder dat hier speciale voorzieningen zijn aangelegd); <0000> gestuurde overstroming (retentie) (water dat buiten de beekbedding treedt en waarvoor voorzieningen zijn aangebracht zodat dit met vooraf bepaalde frequentie wordt toegepast in gebieden die hiervoor zijn ingericht); <0000> noodoverloopgebieden (gebieden die met een zeer lage frequentie worden ingezet in geval van noodsituaties); 1.60 waterhuishoudkundige voorzieningen: vastgesteld regels Bestemmingsplan Uiterweg 223-225 pagina

voorzieningen die het waterhuishoudingbelang dienen, zoals watergangen (sloten), kunstwerken, bruggen, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang en dergelijke; 1.61 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.62 Wet: de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan; 1.63 woning: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden en daardoor is aan te merken als wooneenheid, niet zijnde een bijzondere woonvorm, dan wel voor de huisvesting van niet meer dan drie personen naast de huishouding dan wel vier personen wanneer er daarnaast geen huishouding in het gebouw is ondergebracht; 1.64 woongebouw: een hoofdgebouw dat één of meer woningen bevat; 1.65 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden.

vastgesteld regels Bestemmingsplan Uiterweg 223-225 pagina

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de hoogte van een woonark vanaf de waterlijn tot aan het hoogste punt van het woonark, met uitzondering van onderschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de dakhelling: de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak; 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=f7ccc89d-d502-4eca-a4cd-566629b26a8f