Agendabundel
Tekst van het document
de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.6 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 de oppervlakte van een recreatiekavel de oppervlakte van het kadastrale perceel, of de percelen, exclusief de oppervlakte water; 2.9 vloeroppervlakte woning: de som van de oppervlakten van alle bouwlagen, deel uitmakende van het hoofdgebouw, daar onder begrepen kelderruimten en zolderruimten voor zover de vrije hoogte ten minste 1.50 meter bedraagt, en met uitzondering van: ruimten waar kleinere vrije hoogte dan 1.50 meter aanwezig is, alsmede balkons, bijgebouwen, gemeenschappelijke berg-, verkeers- en wasruimten en loggia's; 2.10 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.11 verticale diepte: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer; 2.12 horizontale diepte: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel.
vastgesteld regels Bestemmingsplan Uiterweg 223-225 pagina
Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS
vastgesteld regels Bestemmingsplan Uiterweg 223-225 pagina
Artikel 3
Natuur
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de natuurwetenschappelijke en de landschappelijke waarden; b. beperkt extensief recreatief medegebruik, in de vorm van wandelen, vissen, natuuren landschapsbeleving of andere niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten; met de daarbij behorende: c. natuurlijke oevers en oeverbeschoeiingen; d. (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen; e. water, waterlopen, waterpartijen; f. bouwwerken; g. wandelpaden, observatiepunten en informatieborden; h. infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming; met daaraan ondergeschikt: i. speelvoorzieningen; j. openbare nutsvoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. andere gebouwen zijn niet toegestaan. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van wegbewijzeringsborden, aanduidingsborden en dergelijke mag niet meer dan 2,50 meter bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen 3 meter; c. overkappingen en gebouwde terrein- en erfafscheidingen zijn niet toegestaan.
3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ter waarborging van: a. de waterhuishouding; b. de brandveiligheid en rampenbestrijding; c. de kwaliteit van de openbare ruimte, zoals een samenhangend bebouwingsbeeld en de landschappelijke inrichting en inpassing; d. de aanwezige natuurwaarden; e. de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken. 3.4 Specifieke gebruiksregels
vastgesteld regels Bestemmingsplan Uiterweg 223-225 pagina