CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

2a.Commissie Maatschappij en Bestuur Beeldvormend 8 januari 2026, gemeente aalsmeer39.601 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

42 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

• Op regioniveau behouden we het partneroverleg HGKM & SG, waaraan alle voor de opgave relevante praktijkbestuurders en gemeentelijke directeuren deelnemen. Dat doen we voor het gezamenlijke zicht op de problematiek in de regio, samenhangende sturing op de beoogde effecten, het gezamenlijke leren en doorontwikkelen en ter voorbereiding op politieke besluitvorming. Voor de opgave HGKM & SG vervangt dit partneroverleg de voormalige stuurgroep Blijvend Veilig. • We investeren in gezamenlijk vakmanschap, door de ondersteuning van het samen werken en leren in gebieden centraal te bekostigen. Dit wordt uitgevoerd vanuit het expertiseplatform. We financieren praktijkorganisaties langjarig, in lijn met de aard van de problematiek. • De gemeente ondersteunt het gezamenlijke werken met helder en afgestemd opdrachtgeverschap.

10.5 Governance HGKM & SG raken aan tal van portefeuilles. Veel verschillende (politiek) bestuurders zijn de afgelopen jaren bij de besluitvorming over HGKM & SG betrokken geweest, omdat HGKM & SG raken aan zowel veiligheid als zorg als jeugd. De betrokkenheid van veel bestuurders draagt bij aan draagvlak voor de aanpak en aan input vanuit veel invalshoeken, tegelijk maakt het besluitvormings­ processen ingewikkeld en tijdrovend. Vooral in het

samenbrengen van de perspectieven van veiligheid enerzijds en zorg en jeugd anderzijds zien we kansen. Voor de komende periode willen we die perspectieven samenbrengen en de besluitvorming vereenvoudigen, ten behoeve van efficiëntie en slagkracht. In dit beleidskader is het Toekomstscenario Kinden Gezinsbescherming geïntegreerd in de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. De aansluiting van de aanpak HGKM met het Toekomstscenario, de rol van de gecertificeerde instellingen daarin en de aansluiting bij de Hervormingsagenda Jeugd zijn hiermee geborgd. Voor de besluitvorming binnen het kader van dit beleidskader zullen we de volgende vereenvoudigde governance hanteren: • Het algemeen bestuur en dagelijks bestuur (ABDB) van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst AmsterdamAmstelland (GR) is besluitvormend over dit beleidskader, en verder over de zaken die onder de GR vallen, namelijk Veilig Thuis, het Centrum Seksueel Geweld en de besteding van overige gezamenlijke regionale middelen. Na een ABDB besluit worden besluiten die een raadsbevoegdheid zijn aan de individuele gemeenteraden voorgelegd voor instemming of voor het geven van een zienswijze. Dit is niet anders dan nu. • De burgemeester is leidend bestuurder op specifieke onderdelen die onder de portefeuille Veiligheid vallen, zoals het THV, het

•

•

•

•

programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (SISG) en de betrokkenheid van politie en OM. Iedere gemeente wijst een coördinerend bestuurder aan voor het onderwerp HGKM & SG. De wethouder Zorg wordt betrokken op onderdelen van het dossier die volwassenen betreffen. De wethouder Jeugd wordt betrokken op onderdelen van het dossier die jeugdigen betreffen. De beleidsvoorbereiding van besluitvorming van het ABDB vindt primair plaats door de beleidsadviseurs HGKM & SG van de zes gemeenten die samenwerken in het regionale programmateam HGKM & SG. VT en CSG worden in deze voorbereiding ook meegenomen. Deze beleidsadviseurs hebben de verantwoordelijkheid te zorgen voor aansluiting van onderdelen van de HGKM & SG aanpak die organisatorisch bij collega's zijn ondergebracht, in het bijzonder de accounts van de GI’s en de lokale wijkteams. Besluitvorming wordt verder voorbereid door consultatie met een stuurgroep HGKM bestaande uit bestuurders van uitvoeringspartijen. De realisatie van de doelstellingen van dit beleidskader, en in het bijzonder de ontwikkelingen in het kader van het Toekomstscenario, vragen om co-creatie tussen beleid en praktijk en om gezamenlijk sturen en leren van opdrachtgevers en

43 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

opdrachtnemers. De werkwijze zal zijn om als beleidsmakers samen op te trekken met de belangrijkste partners in het veld. De input vanuit het veld wordt door het programmateam in een voortdurende cyclus opgehaald en meegenomen in nieuwe voordrachten. Cocreatie van beleid met praktijk is niet vrijblijvend, maar zien we als een voorwaarde voor politieke besluitvorming • Voor de integrale ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming benutten we het Directeurenoverleg Veiligheid en Zorg en de Stuurgroep Veiligheid en Zorg. Met deelname van ook de strafpartners hebben deze gremia de meest passende inhoudelijke scope. Mogelijk moeten enkele partners op agenda worden toegevoegd voor een evenwichtige besluitvorming over HGKM. In deze gremia brengen we de voorstellen in die voortkomen uit het programmateam HGKM & SG verrijkt met de consultatie met de stuurgroep HGKM.

10.6 Middelen Om alle ambities te realiseren zijn middelen nodig. Om verschillende redenen is er niet voor gekozen de ambities te koppelen aan middelen in een begroting. In de eerste plaats is onvoldoende vooraf te bepalen hoeveel middelen er op welk moment waarvoor nodig zijn. Voor de ambities in het kader van het dichterbij brengen van het Toekomst­

scenario geldt dat in het bijzonder: het Toekomst­ scenario beoogt een transformatie in werkwijze te realiseren die werkende weg verder ontwikkeld zal worden. In principe hoeft die werkwijze geen extra geld hoeft te kosten, anders dan wat opstartkosten waar incidentele rijksmiddelen beschikbaar voor zijn, maar de praktijk zal uitwijzen hoe dat loopt. Ook op andere vlakken kunnen we niet goed voorspellen welke ontwikkelingen zich zullen voordoen: het Centrum Seksueel Geweld bijvoorbeeld heeft een stormachtige groei meegemaakt, maar we weten niet hoe lang dat doorzet. In de tweede plaats zijn er veel verschillende geldstromen gemoeid met de aanpak van HGKM die een totaalbegroting voor HGKM & SG zeer onoverzichtelijk maken. Om te beginnen zijn er geoormerkte rijksmiddelen (Du-Vo) voor de aanpak HGKM & SG, die slechts een deel van de regionale kosten dekken, en waarvan de jaarlijkse (accres) bijstelling niet voorspelbaar is. Het rijk heeft verschillende incidentele voorzieningen die deels voor HGKM ingezet worden, zoals de Blijvend Veilig- en de POK-middelen, maar besluitvorming over de besteding daarvan gebeurt per jaar, afhankelijk van actuele prioriteiten. Dan zijn er zes verschillende gemeenten, die ieder naar rato van hun bevolking een bijdrage leveren aan gezamenlijke uitgaven maar ook separate kosten hebben voor niet-gezamenlijke uitgaven in het kader van HGKM.

Vervolgens zijn er naast partijen die uitsluitend in het kader van HGKM gemeentelijke financiering ontvangen ook partijen

die alleen gedeeltelijk in het kader van HGKM werken, zoals de lokale wijkteams en ook de GI’s. Bij deze partijen is het niet uit te splitsen welk deel van hun budget HGKM-gerelateerd is. Uitgangspunt voor dit beleidskader is dan ook: bestaande structurele budgetten worden voortgezet. Wij realiseren ons beleid daarmee en met aanvullende (incidentele) rijksmiddelen. De beschikbaarheid van middelen kan van invloed zijn op het tempo waarin het lukt beleid te realiseren. Wanneer uitvoering van het beleid gehinderd wordt door gebrek aan middelen, zoeken we eerst naar een oplossing binnen bestaand budget en wanneer dat niet lukt kiezen we tussen het verschaffen van extra budget of het bijstellen van ambities. Wanneer ambities worden verhoogd, zijn ook extra middelen nodig. Daarover gaan we in voorkomende gevallen ook met het rijk in gesprek.

4 december 2025

44 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Bijlage 1 Terugblik Regioaanpak (2020-2024) Veiligheid voor Elkaar 1 Doelen en resultaten

Speerpunt 1

In de Regioaanpak Veiligheid voor Elkaar (20202024) stond het bespreekbaar maken van (on) veiligheid in huis centraal. Hierbij werden zowel de inwoners, als professionals in de regio betrokken. Inwoners kunnen namelijk een belangrijk verschil maken in het doorbreken van het taboe, waardoor direct betrokkenen durven te praten over de situatie waar zij in verkeren. Dit is de eerste stap in het doorbreken van de cirkel van huiselijk geweld en kindermishandeling. Ook voor professionals is het belangrijk dat zij over onveiligheid praten met huishoudens waar spanning heerst. Zij kunnen eraan bijdragen dat spanning niet uitmondt in geweld. Een ander doel uit de Regioaanpak 2020-2024 was het stimuleren van de samen­ werking tussen verschillende professionals. Door beter samen te werken, worden huishoudens beter geholpen.

Binnen speerpunt 1 zetten de AmsterdamAmstelland gemeenten zich in om inwoners van de regio te bereiken en te betrekken. Om op die manier HGKM en seksueel geweld zichtbaar, bespreekbaar en ieders verantwoordelijkheid te maken. De regiogemeenten stelden daarbij als doel om het gesprek open te breken, de kennis van inwoners over risicosignalen en eventuele gevolgen te vergroten en de drempel te verlagen naar advies en hulp. Hierbij hoorden de volgende doelen:

Samengevat zetten de Amsterdam-Amstelland gemeenten binnen de Regioaanpak 2020-2024 in op drie speerpunten: 1. Zichtbaar, bespreekbaar en ieders verantwoordelijkheid 2. Verantwoord ouderschap en veilige relaties 3. Geweld stoppen en duurzaam oplossen

45 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

4. Vertrouwen geven door ontzorgen en faciliteren Inwoners kennen de routes naar advies en aanvullende hulp. 5. Aandacht voor specifieke groepen Er is aandacht voor specifieke groepen, zoals slachtoffers van huwelijksdwang en achterlating, opsluiting, eergerelateerd geweld, mensenhandel, lhbtiq+-personen en ouderen.

Resultaten Speerpunt 1 1. Kennis en bewustwording Iedereen kent en herkent signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling en ook de gevolgen ervan. Inwoners weten dat veiligheid een recht is, en wat de routes naar advies en hulp zijn. 2. Open dialoog Er wordt een open dialoog gevoerd over overtuigingen en normen van inwoners over geweld. 3. Handelingsbekwaamheid en weerbaarheid Iedereen durft het gesprek over veiligheid en geweld aan te gaan en weet hoe je je zorgen en vermoedens van geweld ter sprake brengt.

De Amsterdam-Amstelland gemeenten zetten samen en afzonderlijk verschillende campagnes in. Deze richtten zich op omstanders, ouderen, lhbtiq+personen, potentiële slachtoffers van femicide en slachtoffers van seksueel geweld. De campagne­ materialen zijn verspreid bij huisartsen, buurthuizen, bibliotheken, sportscholen, bioscopen, bushaltes en damestoiletten, om het bereik zo groot mogelijk te maken. De campagnes droegen bij aan alle vier de doelen. Om huiselijk geweld, kindermishande­ ling en seksueel geweld uit de taboesfeer te halen is echter blijvende inzet nodig. Voor het bereiken van verschillende groepen mensen zijn zelforganisaties van groot belang. Zij bieden laagdrempelige hulp en kunnen, indien

nodig, warme overdracht naar hulpverlening verzorgen. Vanuit de Regioaanpak creëerde de gemeente Amsterdam daarom samen met zelforganisaties en formele organisaties het Handboek Samen Sterker tegen Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Dit Handboek is een hulpmiddel dat ervoor zorgt dat informele (en formele) partners beter weten wat hun rol is in de samenwerking, waardoor zij elkaars expertise beter kunnen benutten. Onderzoeken naar meldingsbereidheid onder inwoners, het bespreekbaar maken van onveilig­ heid thuis onder jongeren en transgenderpersonen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld dragen bij aan het vergroten van de kennis en omvang van de problematiek. Zo gaf het onderzoek naar meldings­ ­bereidheid inzicht in welke drempels inwoners ervaren per organisatie, zodat verschillende organisaties gericht acties kunnen ondernemen die passen bij bepaalde doelgroepen.

Speerpunt 2 Speerpunt 2 focuste op het voorkomen van geweld, door professionals bij de aanpak te betrekken die direct contact hebben met risicogroepen. Onderzoek toonde namelijk aan dat kwetsbaarheid van ouders, kinderen en ouderen het risico op HGKM vergroot. Bijvoorbeeld bij ouders die te maken hebben met psychiatrische problematiek, armoede of werkloosheid. Ook bij ouderen, transgenderpersonen en kwetsbare kinderen is dit risico groter. Bij speerpunt 2 hoorden de volgende doelen:

46 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

1. Alle professionals hanteren dezelfde visie Zo werkt iedereen volgens dezelfde inzichten over wat er nodig is om huiselijk geweld en kindermis­ handeling te voorkomen of vroegtijdig te keren (zie ook speerpunt 3). 2. Professionals zijn getraind om te handelen Meer beroepskrachten zijn erin getraind om op een cultuur sensitieve manier te reageren op risicosignalen. Dit doen zij door geweld voor te zijn door tijdig te signaleren. Zij bieden steun aan betrokkenen, werken aan bewustwording en weerbaarheid en brengen de situatie van het gehele systeem in kaart. Ook zetten zij extra in bij risicovolle life events, zoals een geboorte of een conflictscheiding. 3. Er is een adequate zorgstructuur Alle organisaties werken met de vernieuwde Meldcode en beschikken over een intern werkproces dat ervoor zorgt dat professionals binnen en buiten de organisatie kunnen handelen. Een adequate zorgstructuur bestaat uit alerte professionals, een snellere aanpak op maat door sluitende informatiestructuren binnen privacyrichtlijnen. 4. Centrale rol voor wijkteams De wijkteams (inclusief jeugdgezondheidszorg) hebben een sleutelrol. Zij vervullen een signaleringsfunctie voor uitvoerende organisaties en informele netwerken in de wijk. Zij zijn deskundig, kunnen ondersteuning op maat bieden en kunnen doorverwijzen naar relevante andere partners, zoals informele netwerken of specialisten.

Resultaten Speerpunt 2 Verschillende trainingen droegen bij aan het equiperen van professionals. Zoals trainingen over de Meldcode voor medewerkers in het onderwijs, de kinderopvang, organisaties die werken met ouderen of transgenderpersonen, maar ook voor medewerkers van lokale teams. Voor studenten Social Work van de Hogeschool van Amsterdam is de `Meldcodeshow’ ontwikkeld. Binnen de Jeugdgezondheidzorg en volwassenen GGZ vroegen we aandacht voor de opvoedersrol van cliënten door het afnemen van de Kindcheck. Naast trainingen verzorgden de AmsterdamAmstelland gemeenten samen met partners conferenties, bijvoorbeeld over intieme terreur en femicide.

Speerpunt 3 Vanuit speerpunt 3 was het doel om geweld in gezinnen of relaties te stoppen en structureel op te lossen. Dit deden we door aandacht te hebben voor de professionals die betrokken zijn bij deze gezinnen of huishoudens op het moment dat er sprake is van onveiligheid. Hierbij heeft de regio ingezet op het werken met de visie van Van Arum en Vögtlander, waarbij professionals in de wijk samen volgens één integraal plan zorgen voor directe en structurele veiligheid. Hierbij werden de volgende doelen opgesteld: 1. Professionals werken samen volgens één visie Zij werken daarbij samen, met andere profes­ sionals, met alle gezinsleden en hun netwerk. Daarbij hoort dat er een gedeelde visie is op het

herstellen van veiligheid, dat de hulp gender­ sensitief, systeemgericht en integraal is. 2. De aanpak van het geweld is toegankelijk en dichtbij. Dit aanbod wordt georganiseerd door de wijkteams of de professionals in de wijk. Zij werken daarbij samen met de sociale basis, specialisten zoals de GI’s, de vrouwenopvang en gemeentelijke diensten. Hierbij worden risico’s en gevolgen aangepakt. Daarnaast coördineren en signaleren de wijkteams en de professionals in de wijk. 3. Er is aansluiting door de volwassenen GGZ bij de aanpak van geweld Professionals werken samen met lokale teams en andere professionals op een gezamenlijke, integrale aanpak voor het huis­houden. Zij zijn proactief en aanwezig in de leefomgeving van het huishouden. Daarnaast wordt ook volwassenen GGZ ingezet indien er sprake is van jeugdhulp. Voor kinderen van ouders met GGZ-problematiek zijn er KOPP-groepen (kinderen van ouders met psychische problematiek). 4. Aanvullende zorg en bescherming door specialisten vindt plaats op wijkniveau in één veiligheidsteam Door inzet van een nieuwe Kind- en Gezinsbescherming komt er een team van specialisten dat op wijkniveau werkt, die wijkteams kunnen betrekken voor advies en ondersteuning.

47 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

5. Interventies zijn beschikbaar voor slachtoffers en direct betrokkenen Doordat er een gezamenlijke, systeemgerichte aanpak wordt opgesteld, wordt ook specialistische hulp ingezet indien er sprake is van trauma’s. 6. Er is optimale informatie-uitwisseling tussen de zorg- en justitieketen De informatie vanuit de zorg is zo vroeg en volledig mogelijk beschik­baar, om een afgewogen en goed geïnformeer­de strafrechtelijke beslissing te nemen. 7. De inzet van Tijdelijke Huisverboden vanuit hulpinstanties is doorontwikkeld De effectiviteit van het middel wordt in kaart gebracht en het wordt eerder ingezet om verdere escalatie te voorkomen. 8. Er is effectieve escalatie van complexe en weerbarstige casuïstiek Professionals kunnen escaleren bij stagnatie van zeer complexe, herhaalde, ‘vastgelopen’ casuïstiek, waarbij zij ook van de afhandeling kunnen leren voor het voorkomen van nieuwe of herhaalde situaties.

Resultaten Speerpunt 3 De uitrol van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming zou bijdragen aan het realiseren van deze doelen. Door landelijke ontwikkelingen stopte de uitrol, partners werken daardoor nog steeds/weer binnen het huidige ‘estafettemodel’. De geleerde lessen en ingezette

voorbereidingen richting het Toekomstscenario krijgen een plek binnen het nieuwe regionale beleidskader. Om intergenerationele overdracht tegen te gaan, is er binnen de Regioaanpak Veiligheid voor Elkaar een aanpak opgesteld die zich richt op plegers van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. Binnen de aanpak kunnen partners instrumenten zoals het (preventieve) THV inzetten, ook is er binnen het Nationaal Programma Samen Nieuw-West een supportgroep voor plegers opgezet. Deze en andere activiteiten zijn ontwikkeld naar aanleiding van een onderzoek over het bestaande en ontbrekende hulpaanbod voor plegers in Amsterdam-Amstelland. Daarbij is ook een digitale hulpwijzer voor plegers van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld opgesteld.

2 Wat we hebben bereikt in hoofdlijnen Samenwerking Er zijn goede stappen gezet in samenwerking tussen verschillende domeinen. Er zijn sociaal­ psychiatrisch verpleegkundigen ingezet die de professionals kunnen adviseren over en onder­ steunen bij onbegrepen gedrag van de opvoeders. De samenwerking tussen formele en informele organisaties is versterkt door het opstellen van een Handboek Samen Sterker tegen Huiselijk Geweld. Hiermee leren formele en informele organisaties

beter samen te werken en elkaars expertise te beter benutten. Ook hebben we vanuit de Regioaanpak de informatie-uitwisseling verbeterd tussen het zorg- en strafdomein zodat straf­oplegging met zorg in verplicht kader worden gecombineerd. Dit blijft van alle betrokkenen aandacht vragen.

aanpakken bestaan gericht op plegers was het binnen de Regioaanpak HGKM een vernieuwing om dit ook als noodzakelijk te zien en uit te breiden. Buiten de eerdergenoemde activiteiten vanuit zorg, kunnen partners hiervoor instrumenten zoals het (preventieve) Tijdelijk Huisverbod inzetten.

Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming

Specifieke doelgroepen

Sinds 2019 startte Amsterdam-Amstelland als een van zes regio’s een pilot voor een meer effectieve jeugdbescherming onder de naam Blijvend Veilig. Uit die gezamenlijke, landelijke ervaring ontstond het landelijke Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (hierna: Toekomstscenario). Het Toekomstscenario is een effectieve aanpak voor de gehele doelgroep HGKM van 0 tot 100 jaar. Hierbij hebben gezinnen en huishoudens te maken met vaste gezichten van robuuste, lokale teams. In Amsterdam Noord en in Uithoorn werd gestart met de nieuwe manier van werken, waarbij lokale teams en veiligheidsexperts als duo’s samenwerkten in de wijkgerichte aanpak. Doordat er landelijk geen juridische ruimte werd gemaakt om het Toekomst­ scenario verder uit te rollen, moesten de teams in Amsterdam-Amstelland stoppen. De geleerde lessen en de werkzame bestanddelen nemen we op in dit nieuwe regionale beleidskader.

Inzet op plegers Om geweld en de intergenerationele doorgifte van geweld te stoppen is het nodig om vanuit het zorg- en veiligheidsdomein ook in te zetten op plegers van HGKM & SG. Hoewel er al langer

48 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Vanuit de Regioaanpak was er ook extra aandacht voor bepaalde doelgroepen die extra risico lopen door bepaalde kwetsbaarheden. Zo is er in samenwerking met Veilig Thuis extra ingezet op bewustwording en bestrijding van financieel misbruik van ouderen. Daarnaast organiseerden we trainingen over signalen bij en bejegening van lhbtiq+-personen. Ook voerden we een onderzoek uit om van jongeren te horen hoe zij onveiligheid thuis bespreekbaar zouden kunnen maken.

Seksueel geweld De afgelopen jaren is er toegenomen maatschap­ pelijke en politieke aandacht voor seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Vanuit de Regioaanpak is nauw samengewerkt met het programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel geweld van het Actiecentrum Veiligheid en Zorg. Samen met het Centrum Seksueel Geweld (CSG) zijn er verschillende trainingen gegeven aan professionals, bijvoorbeeld over ‘handelen bij (een vermoeden van) seksueel misbruik’. Ook verzorgde het CSG muzikale lezingen in samenwerking met stichting Wij zijn M over seksueel misbruik bij kinderen.

Intieme terreur en femicide Door een aantal femicide-zaken die nationaal veel media-aandacht kregen, is sinds 2023 landelijk en regionaal nadrukkelijk aandacht gekomen voor femicide (vrouwenmoord) en intieme terreur als extreme vormen van HKGM. Vanuit de Regio­aanpak is daarom aandacht besteed aan bewust­wording en deskundigheidbevordering over het patroon van intieme terreur dat meestal voorafgaat aan femicide. Hierbij lanceerden we campagnes in damestoiletten voor potentiële slachtoffers van femicide. We hebben tevens de rondreizende tentoonstelling femicide op verschillende plekken in de regio getoond. Ook organiseerden we een conferentie en theatervoorstellingen voor deskundigheidsbevordering bij professionals. Vanaf 2024 is er een landelijke aanpak op het gebied van intieme terreur en femicide gelanceerd met de volgende 4 pijlers: primaire preventie, zicht op (dreigend) geweld, interventies en hulpverlening, en zicht op probleem en aanpak. In 2025 is een regionale aanpak voor Amsterdam-Amstelland vastgesteld waarbij hulp aan nabestaanden als vijfde pijler is toegevoegd.

Bijlage 2 Afspraken voor realisatie Q4 2025 – Q1 2026 Inleiding Paragraaf 2.2 van het beleidskader 2026 beschrijft de verschillende (maatschappelijke) effecten die beoogd worden voor kinderen, volwassenen, gezinnen en huishoudens. Ook wordt beschreven met welke resultaten/ ontwikkellijnen we daaraan beogen te werken de komende jaren. Eén en

ander is omschreven na gesprekken met ervaringsdeskundigen, uitvoe­rings­partijen – professionals en bestuurders-, en verschillende betrokkenen vanuit de gemeenten (verantwoordelijk wethouders, management en inhoudelijk betrokken beleidsadviseurs).

Figuur 1 - werkmodel beoogde transformatie

Resultaat

Impact doelgroep

Maatschappelijke impact

We werken als stelselverantwoordelijken en stelselpartijen aan deze resulataten:

We zullen daardoor veranderingen zien in de ervaringen van kinderen, volwassenen, huishoudens en gezinnen.

Wanneer deze veranderingen optreden, zullen we dit zien gebeuren in de bredere samenleving.

Acties die leiden tot verandering

Acties voor verandering

De ontwikkellijnen

27 De voorbereiding hiervan is vooralsnog in handen van het programmateam HGKM & SG en betreft in ieder geval een gezamenlijk project met partners, met gebruik van ervaringskennis van zowel slachtoffers HGKM & SG als van professionals.

49 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Om meerjarig samen te werken aan de beoogde maatschappelijke effecten en daarop voortdurend en tijdig bij te sturen, ontwikkelen we een systematische wijze van transformatiemonitoring.27

Wanneer het gaat om het omschrijven van maatschappelijke effecten of impact zijn dat zaken die niet in de directe invloedssfeer van het stelsel of de regioaanpak liggen. Wel geven ze onze ambitie weer op samenlevingsniveau en vormen daarmee onze stip op de horizon. Aan die stip zijn resultaten te verbinden waarop we als betrokken stelselpartijen en stelselverantwoordelijken samen met de kennis van ervarings­ deskundigen wel invloed hebben. Ieder half jaar bepalen we gezamenlijk aan welke acties te werken om ‘dichterbij’ die resultaten te komen. Dat kan betekenen dat we afbreken wat een barrière vormt, we meer aandacht geven aan dat wat kansrijk is en hetgeen geleerd is een plek geven in het licht van de beoogde transformatie.

Werken met een transformatieagenda De komende vier jaar wordt gewerkt aan de ontwikkellijnen/resultaten zoals beschreven in het beleidskader. Dan doen we (vooralsnog) door te handelen in samenhang, te bouwen aan kennis en expertise, de governance aan te passen, ons te richten op blijvende systeemgerichte inzet en ons handelen te baseren op kennis. Hierna volgt per actie de agenda voor komend half jaar.

Deze aanpak zet ertoe aan om twee keer per jaar tijdens zogenoemde kennis- en integratiebijeen­ komsten te reflecteren op de resultaten van de ingezette acties in relatie tot de beoogde resultaten. Tijdens deze halfjaarlijkse bijeen­ komsten nemen we de tijd om samen terug te kijken naar wat we bereikt hebben, wat kansrijk is gebleken en wat niet gewerkt heeft. Dat proberen we te duiden, waarna we bepalen welke acties er op onze (dynamische) transformatie agenda staan én wat daarvan prioriteit en dus actie vraagt voor het komende halfjaar. We volgen daarbij zoveel als

Figuur 2 - Uitwerking acties | 7 ontwikkellijnen/resultaten en 5 grote acties om hieraan te werken

Regio aanpak HGKMSG als beleidskader 2026

Ontwikkellijnen/resultaten

1. Preventie passend binnen de huidige tijd 2. Sterke lokale teams 3. Netwerk van aanvullende hulp

Samenwerken aan Veiligheid (in uitvoering)

Handelen in samenhang

Bouwen aan kennis en expertise

Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026 Governance

4. Gebiedsgericht samenwerken 5. Gedeelde handelingskaders 6. Regionaal expertiseplatform

Blijvende systeemgerichte inzet

7. Verbinding zorg en straf

Handelen op basis van kennis

50 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

mogelijk op gebieds- en regioniveau in welke mate de actie bijdraagt aan de beoogde resultaten (ontwikkellijnen). Op basis daarvan leren we, sturen we bij en bereiden we besluitvorming voor. In de periode tussen de twee kennis- en integratie­­bijeenkomsten worden ontmoetings­ momenten georganiseerd tussen de trekkers of verantwoordelijken van de verschillende acties. Zo bewaken we samenhang, markeren we tussentijdse stappen of barrières en bereiden we samen de volgende kennis- en integratiebijeenkomst voor.

Actie agenda Oktober 2025- maart 2026

Actie 1: Handelen in samenhang Het doorbreken van verkokering en versnippering in beleid en praktijk. Afgestemd en vasthoudend handelen rond kinderen en volwassenen, gezinnen en huishoudens waar sprake is van HGKM & SG.

Actie 2: Bouwen aan kennis en expertise Leren van casuïstiek, versterken van deskundigheid en benutten en uitbouwen van het expertisecentrum, bestaande uit de fysieke (inloop)locatie en de leer- en kennisinfrastructuur.

Wie: Buurtteam, OKT, Gemeente Amsterdam. Zij werken samen met de ‘uitlijngroep’ als bestaand gremium.

Wie: Veilig Thuis, JBRA, gezamenlijke gemeenten, in overleg met o.m. Blijf Groep en het CSG.

Aan de slag met: 1. Start met introductie en kennismaken met het handelingskader binnen alle betrokken organisaties. 2. Start in twee gebieden in 1 of 2 teams waarin het gedeeld handelingskader en de AMM samen worden geoefend en geëvalueerd met zorg én strafpartners. 3. Verbind in deze stadsdelen ook met de cockpits. 4. Uitzoeken: (hoe) hangt preventie ter voorkoming van HGKM & SG hier samen? (Waaronder bestaanszekerheid, APOO).

Aan de slag met: 1. Ga door met ontwikkelen ‘Filomena’ in verbinding met CSG. 2. Organiseer een eerste leeratelier rond één complexe casus waarbij straf, zorg en ervaringsdeskundigen samen reflecteren en leerpunten delen via het regionaal leerplatform. 3. Werk een gezamenlijk scholingsplan uit. 4. Werk (multidisciplinair) een kennis en leerinfrastructuur (incl. transformatiemonitoring) uit in nauwe samenhang met actie 5. 5. Uitzoeken: hoe ontstaat er breed eigenaarschap voor deze ontwikkeling binnen het gehele zorg- en veiligheidsdomein.

51 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Actie 3: Governance Helder opdrachtgeverschap, bestuurlijk eigenaarschap en eenvoud in sturing.

Wie: Programmamanager namens gezamenlijke gemeenten (trekker) zoekt hierin de samen­ werking met collega’s binnen de gemeenten en de bestuurders van de verschillende uitvoerings­ partijen. (= bestaand gremium). Aan de slag met: 1. Vereenvoudiging van de governance waarbij HGKM & SG focus is. Deze governance laten aansluiten bij zorg- straf overleg ACVZ. Stop op nieuwe werkgroepen. 2. Organiseer een gezamenlijke verdiepingsslag: wat is co creëren in netwerken, hoe doen we dat met elkaar en wat betekent dat voor onze sturingsfilosofie en de bestaande gewoontes? (Samenhang 2 en 5). 3. Start met de ambtelijke inhoudelijke voorberei­ ding van de verschillende inhoudelijke besluitvormingspunten, gevoed door de uitvoering. (Samenhang alle acties 1, 2, 4 en 5). 4. Uitvoeringsorganisaties richten hun organisatie/ teams naar de gebieden/gemeenten.

Actie 4: Blijvende systeemgerichte inzet Voorkomen van loslaten, werken vanuit het principe: "niemand wordt losgelaten tenzij iemand anders vasthoudt". We richten ons op het hele (familie) systeem. Wie: OKT, JBRA, ACVZ, gemeente Amsterdam betrekken de bestaande netwerkpartijen (informeel en formeel) vanuit het nationaal programma in Amsterdam NW. Aan de slag - startend in Amsterdam NW- met: 1. Inventarisatie bestaande casussen waarin langdurige inzet al zichtbaar is. 2. Analyseer 5 lopende casussen waarin vasthoudendheid, samenwerking zorg-straf en warme overdracht zichtbaar is. Wat werkt? Wat ontbreekt? 3. Borging SPV'ers en casusregie in lokale netwerken. 4. Vastleggen gezamenlijke overdrachtsafspraken. 5. Opstarten samenwerkingsafspraken rond forensische expertise en juridische arrangementen. Begin klein: bijvoorbeeld samenwerking tussen jeugdreclassering/ACVZ en een wijkteam rond een jongere met multiproblematiek.

52 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Actie 5: Handelen op basis van kennis Handelen en besluiten op basis van kennis. Besluitvorming op baseren op basis van data, inzichten uit het systeem en wetenschap. Wie: Expertiseplatform (in opdracht VT), programmanager namens gezamenlijke gemeenten, dataspecialist gemeente, kwartiermaker kennis en leren/JBRA en HGKM-academie. Aan de slag met: 1. Oefen en ontwikkel een eerste prototype van een dashboard met data uit minimaal twee gebieden. 2. Organiseer de transformatiemonitoring en een lerend proces. Faciliteer en organiseer de dialoog tussen de verschillende trekkers.

Bijlage 3 Lijst met afkortingen ABDB Algemeen Bestuur Dagelijks Bestuur

OM Openbaar Ministerie

AcVZ Actiecentrum Veiligheid en Zorg

POK Parlementaire Ondervraging Kinderopvangtoeslag

ASM Adviesteam Seksueel Misbruik

RvdK

CBS Centraal Bureau voor de Statistiek

RVT Regionaal Veiligheidsteam

CSG Centrum Seksueel Geweld

RNZS Regionaal Netwerk Zorg en Straf

COA Centraal Orgaan Asielzoekers

SISG Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld

DUO Diemen – Uithoorn – Ouder-Amstel

SKJ Stichting Kwaliteitsregister Jeugd

DU-VO Doeluitkering Vrouwenopvang

SPV Sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen

GGSW Gebiedsgericht Samenwerken

TKG Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming

GI Gecertificeerde Instelling

THV Tijdelijk Huisverbod

GR Gemeenschappelijke Regeling

VGV Vrouwelijke genitale verminking

HGKM & SG Huiselijk geweld, kindermishandeling en

VNG Vereniging van Nederlandse Gemeenten

seksueel geweld JBRA Jeugdbescherming Regio Amsterdam Lhbtiq+ Lesbisch/homo/biseksueel/transgender/ interseksueel/queer/etc. OKT Ouder Kind Team

53 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Raad voor de Kinderbescherming

VT Veilig Thuis

Regioaanpak ‘Veiligheid voor elkaar’ Terugblik 2020-2024

Voorkomen, stoppen en oplossen van Huiselijk Geweld, Kindermishandeling en Seksueel Geweld Oktober 2024

Inhoudsopgave

1. Voorwoord

3

2. Samenwerken aan veiligheid in huis

6

3. Maatschappelijke ontwikkelingen

13

4.  Specifieke doelgroepen

17

5.  Reflectie en vooruitblik

21

Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 2

1. Voorwoord Eind 2020 stelden de gemeenten Amsterdam, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn – samen met zorg- en veiligheidspartners – de Regioaanpak Veiligheid voor elkaar (2020-2024) op. Hierbij betrokken de gemeenten ook ervaringsdeskundigen, om ook hun perspectief mee te nemen in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (hierna: HGKM). Deze gezamenlijke aanpak richtte zich op het voorkomen, stoppen en oplossen van HGKM. Vanuit de Regioaanpak ontstond het besef en de noodzaak om ook expliciete aandacht voor seksueel geweld hierbij op te nemen.

Vanuit de Regioaanpak stond de ambitie centraal dat geen enkel kind, geen enkele volwassene meer te maken krijgt met geweld in huis. Om dit te bereiken, stelden de Amsterdam-Amstellandgemeenten (hierna: de regio) het doel om alle inwoners van de regio te betrekken om samen het taboe rondom het praten over (on)veiligheid te doorbreken. Ook professionals zijn gevraagd om over veiligheid te praten, wanneer diegene met huishoudens werkt waar spanning heerst. Omdat die professionals eraan kunnen bijdragen dat spanning niet uitmondt in geweld. Daarnaast stelde de regio als doel om ervoor te zorgen dat professionals van verschillende organisaties als één team met elkaar kunnen samenwerken bij die huishoudens waarbij sprake is van geweld. Met deze Regioaanpak in de hand, streefden de AmsterdamAmstellandgemeenten – samen met álle betrokkenen, zowel inwoners als professionals – naar een veilige thuissituatie voor inwoners van de regio. We hebben iedereen nodig om geweld te stoppen en duurzaam op te lossen. Alleen hierdoor krijgt ieder kind, iedere volwassene de kans zich te ontwikkelen tot degene die hij wil zijn.

De ambities waren groot, maar het tegengaan van HGKM en seksueel geweld vraagt ook om grote ambities. HGKM en seksueel geweld komen nog steeds veelvuldig voor in de regio, zo zijn er in 2023 bij Veilig Thuis 7.916 meldingen gedaan over huishoudens met kinderen en 2.628 meldingen over huishoudens zonder kinderen1. Dit laat zien dat het hardnekkige problemen zijn, die helaas niet helemaal zullen verdwijnen. Toch zetten we in de afgelopen jaren belangrijke stappen de goede richting op, met hoopgevende resultaten. En dat zullen we blijven doen. Maatschappelijke ontwikkelingen Deze stappen zetten we in een maatschappij die zelf ook niet stilstaat. Zo was er in 2020 en 2021 sprake van een wereldwijde pandemie en daarmee gepaarde lockdownmaatregelen. Met als gevolg dat volwassenen en kinderen thuis kwamen te zitten, in huishoudens waar al spanning of onveiligheid heerste. Partners in de regio spraken af om op extra huisbezoeken te gaan, met inachtneming van de maatregelen. Daarnaast organiseerden we vanuit de Regioaanpak een conferentie voor professionals, zodat zij handvatten kregen om de hulpverlening te continueren. Ook vond in Amsterdam op 29 december 2020 een vreselijke gebeurtenis plaats, waarbij een 14-jarig meisje door haar vader om het leven werd gebracht, waarna hij suïcide pleegde.

Dit leidde tot het onderzoeksrapport 'Onmacht' en vervolgens startte de gemeente het leertraject ‘Voorbij de Onmacht’. Door beter samen te werken kunnen de partners op het hetzelfde moment hulp aan een gezin verlenen, in plaats van in verschillende stappen achter elkaar. Zo werd het stagnatienetwerk opgericht waarin professionals van zorgpartijen in het jeugdstelsel met elkaar 'buikpijncasussen’ konden bespreken, patronen in hun onderlinge samenwerking leerden herkenden en deze, waar nodig, functioneler te maken. In 2022 ontstond landelijk veel aandacht voor seksueel geweld, nadat het programma BOOS een aflevering maakte over seksueel grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik bij The Voice of Holland. Er kwam een Nationaal Actieplan Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag

1

Jaarverslag Veilig Thuis 2023 Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 3

en Seksueel Geweld en er werd een nieuwe Zedenwet Seksuele Misdrijven opgesteld die 1 juli 2024 in werking trad. In deze wet zijn meer situaties van grensoverschrijdend gedrag strafbaar gesteld in vergelijking tot de eerdere wetgeving. Daarnaast is dwang niet langer een vereiste voor een veroordeling voor verkrachting of aanranding, maar is het nog wel een strafverzwarende factor. Deze ontwikkelingen hebben een belangrijke normerende werking en hebben het maatschappelijk debat op gang gebracht over wat wel en niet acceptabel gedrag is. De verwachting is dat deze ontwikkelingen ervoor zorgen dat slachtoffers zich vaker en eerder uit durven spreken over ervaringen met seksueel geweld. Zij kunnen hiervoor terecht bij het Centrum Seksueel Geweld (hierna: CSG). Om de verwachte extra hulpvragen aan te kunnen, heeft het CSG extra middelen gekregen. Daarnaast verkleinden we de drempel voor het zoeken van hulp door in oktober in 2024 een fysieke inlooplocatie voor het CSG AmsterdamAmstelland te openen. Ook internationale ontwikkelingen oefenden invloed uit op de aanpak in Amsterdam: de uitbraak van de oorlog in Oekraïne leidde tot een toegenomen aantal Oekraïense mensen die zich in Amsterdam vestigden. Vanwege hun kwetsbare positie liepen zij verhoogd risico om slachtoffer te worden van mensenhandel en seksueel geweld in afhankelijkheidsrelaties.

Daarom zette de regio in op extra waakzaamheid op signalen van mensenhandel bij de opvang van Oekraïners en bij ontvangst centraal. Daarbij boden partners informatie voor vluchtelingen uit Oekraïne in de eigen taal aan, zodat zij wisten waar zij terecht konden bij advies- en hulpvragen. Naar effectievere jeugdbescherming In de dagelijkse praktijk en in de tussenevaluatie van de jeugdwet in 2018 werd duidelijk dat de huidige jeugdbeschermingsketen niet goed functioneert en niet transparant is. Amsterdam-Amstelland en vijf andere regio’s in Nederland startten in 2019 met een pilot om tot een meer effectieve jeugdbescherming te komen. Professionals van verschillende organisaties ontwierpen in de praktijk een nieuwe integrale aanpak van HGKM van 0 tot 100 jaar. Deze aanpak kwam in plaats van de estafette-/ketenaanpak. De ervaringen van de zes pilots mondden uit in het Toekomstscenario, dat in maart 2021 aan de Tweede Kamer werd aangeboden. Daarin werd een situatie beschreven van robuuste lokale teams die de vaste gezichten voor de gezinnen en huishoudens zijn, waarbij professionals van een Regionaal Veiligheidsteam ter ondersteuning kunnen worden toegevoegd. Het pilotteam dat in Amsterdam bekend is onder de naam Blijvend Veilig werd vanaf 2022 een proeftuin.

In de regio Amsterdam-Amstelland werd na vier jaar beproeven de stap gezet om de nieuwe werkwijze door te ontwikkelen én geleidelijk in te voeren. Sinds 2023 wordt in Uithoorn en in Amsterdam Noord op de nieuwe manier gewerkt. De regionale ambitie is dat de oude keten per 2026 geheel vervangen is door de nieuwe integrale aanpak.

Naast het aansluiten bij landelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, zijn er ook stappen gezet die kleinschaliger en/of lokaal waren. Bijvoorbeeld door het versterken van de samenwerking met informele organisaties in de wijk en het aansluiten bij bestaande netwerken. Zoals door het organiseren van bijeenkomsten door informele organisaties voor de mensen uit de buurt, met als doel om uiteindelijk het gesprek over huiselijk geweld/geluk te starten. Ook zijn er lokaal in Uithoorn voorlichtingen van Veilig Thuis ingezet op doelgroepen waar dit voor nodig was zoals de LHBTIQ+personen, ouderenorganisaties en sportverenigingen. Dit soort stappen zijn heel belangrijk voor het succes van de aanpak tegen HGKM en seksueel geweld. Ontwikkelingen binnen drie speerpunten van de Regioaanpak Vanuit de Regioaanpak zetten de Amsterdam-Amstelland gemeenten in op drie speerpunten; 1) zichtbaar, bespreekbaar en ieders verantwoordelijkheid, 2) verantwoord ouderschap en veilige relaties en 3) geweld stoppen en structureel oplossen. Speerpunten Het doel van speerpunt 1) zichtbaar, bespreekbaar en ieders verantwoordelijkheid is gericht op het bereiken van alle inwoners van Amsterdam-Amstelland. De regio focuste daarbij op het herkennen van signalen van geweld en het vervolgens hierover durven en kunnen praten met betrokkenen en professionals.

Om dit te bereiken, zijn verschillende communicatieacties ingezet, waaronder een lokale invulling van de Rijkscampagne “Een onveilige thuissituatie doorbreken, begint met je zorgen bespreken.” Daarnaast is het Handboek Samen Sterker tegen Huiselijk Geweld ontwikkeld, waarmee formele en informele partners hun samenwerking versterken. Ook zijn binnen dit speerpunt onderzoeken uitgevoerd naar meldingsbereidheid onder inwoners in Amsterdam-Amstelland en het bespreekbaar maken van onveiligheid thuis onder jongeren. Met als doel om hier gericht op in te kunnen zetten. Binnen speerpunt 2) verantwoord ouderschap en veilige relaties vallen alle professionals die direct in contact staan met risicogroepen. Vanuit de Regioaanpak zette de regio deze professionals in om geweld te voorkomen en zo vroeg mogelijk te stoppen. Onder andere door professionals te trainen om te signaleren, te bespreken en te handelen, zoals bij de trainingen van Veilig Thuis over ouderenmishandeling. Maar ook door de rol van de wijkteams te versterken in het signaleren en ondersteunen bij (signalen van) huiselijk geweld. Dit speerpunt focuste op doelgroepen die een grotere kans hebben om slachtoffer te worden van HGKM/ SG, zoals ouderen, LHBTIQ+-personen en jongeren. Speerpunt 3) geweld stoppen en structureel oplossen is gericht op de professionals die de veiligheid samen met het huishouden herstellen.

Zodat professionals integraal samenwerken om geweld in het gezin of in

Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 4

relaties te stoppen en structureel op te lossen. De regio implementeerde de visie van Van Arum & Vögtlander2 onder hulpverleners. Blijvend Veilig werd in Uithoorn en Amsterdam Noord uitgerold. Ook vond een door­ ontwikkeling plaats van het Tijdelijk Huisverbod en het aanbod voor plegers van huiselijk en seksueel geweld.

controle en dwang voorafgaat aan vrouwenmoord, femicide. Hierbij zijn er rode vlaggen die kunnen duiden op escalatie van geweld of zelfs een fatale afloop4. De regio zet zich in om de rode vlaggen van femicide beter onder de aandacht te brengen, en zal dit bij de volgende Regioaanpak verder bestendigen.

Naast maatschappelijke ontwikkelingen ontstonden er in de periode van vijf jaar nieuwe wetenschappelijke inzichten. Zoals de cohortstudies van het Verwey & Jonker Instituut, waaruit blijkt dat geweld tijdig herkend en gesignaleerd moet worden, maar dat ook het soort geweld en de context waarin het plaatsvindt bepalend zijn in het stoppen ervan. Zo beschrijft het Verwey & Jonker Instituut vijf profielen van huiselijk geweld3; intieme terreur, gezin in de stress, langdurige zorg, kindgedrag en opvoedstress, en complexe scheidingen. Ook kwamen steeds meer inzichten in beeld over intieme terreur, waaruit blijkt dat er een patroon van

De relevantie en actualiteit van de thema’s vraagt om constant bijsturen van de Regioaanpak. De inzet binnen de drie speerpunten staat hierin niet los van elkaar. De problematiek vraagt om integrale inzet op alle onderdelen: van bespreekbaarheid onder inwoners tot het in staat stellen van de professionals om hun werk goed te kunnen doen. Deze rapportage geeft dan ook – net als de voortgangsrapportage van 2023 – een terugblik per ontwikkeling, gericht op de voortgang en resultaten van de afgelopen 4,5 jaar.

Visiedocument Van Arum & Vögtlander: Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg Verwey en Jonker Instituut – Verschillend Perspectief, Samen Kijken 4 V  NG – Factsheet Intieme Terreur 2 3

Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 5

2. Samenwerken aan veiligheid in huis Elke persoon die zich in een situatie van huiselijk geweld, kindermishandeling of seksueel geweld bevindt, is er een teveel. Helaas is het aantal gevallen per jaar nog steeds hoog. Zo ontvangt Veilig Thuis in de regio Amsterdam-Amstelland al jaren rond de 10.000 meldingen van HGKM per jaar. Vanuit de Regioaanpak is daarom aandacht voor het verbeteren van de samenwerking van verschillende partners in het veld. Iedereen is namelijk nodig om huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld tegen te gaan. De informele partners uit de sociale basis zijn hard nodig voor empowerment van mensen in de wijk, voor het bieden van een vangnet, het zien van signalen en de toeleiding naar de formele partners. De formele partners zijn nodig voor hun expertise voor behandeling van problematiek, voor het bieden van opvang of veiligheid en het ingrijpen wanneer nodig. Hierbij is de samenwerking tussen die partners zeker zo belangrijk; tussen jongeren en volwassenen GGZ, tussen zorg- en strafpartners, tussen partners die actief zijn in de wijk of stadsbreed.

2.1 Voorbij de Onmacht Eind 2020 vond er een ernstige calamiteit plaats; een veertienjarig meisje werd door haar vader gedood. Na deze vreselijke gebeurtenis werd een grondig, onafhankelijk onderzoek uitgevoerd; het rapport ‘Onmacht’. In het rapport stonden aanbevelingen, welke door het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam zijn overgenomen. Dit rapport was onvoorzien en staat als zodanig los van de Regioaanpak, maar had veel impact op alle betrokkenen. De jeugd- en zorgpartners hebben zich daarna ingezet om meer samen te werken in en voor gezinnen. Daarnaast besloot het College om een onafhankelijke begeleidingscommissie ‘Voorbij de Onmacht’ twee jaar lang mee te laten kijken naar de opvolging van deze aanbevelingen. In de opvolging van de aanbevelingen stonden drie kernpunten voor een structurele verandering centraal: 1. Rust en ruimte voor de professional; 1. Toewerken naar netwerksamenwerking, met bijzondere aandacht voor institutioneel vertrouwen; 1. Verbeteren van de samenwerking met de volwassenen GGZ. Op 19 juni 2024 rondde het College dit traject af met een brief aan de gemeenteraad5, waarbij de geleerde lessen in de dagelijkse praktijk van hulpverleners en Amsterdammers zijn geborgd.

5

Rust en ruimte voor professional Binnen het eerste kernpunt voor structurele verandering stond rust en ruimte voor de professional centraal. Dit behelsde het inrichten van een Stagnatienetwerkberaad: een plek waar zorg- en veiligheidsprofessionals casussen kunnen delen, waarin zorgen zijn over de veiligheid van een gezin en er stagnatie in de hulp dreigt. In dit Stagnatienetwerkberaad bespreken de professionals de vraagstukken, zoveel mogelijk in het bijzijn van het gezin. Hierbij is het ook mogelijk dat andere mensen uit het relevante netwerk van dit gezin aansluiten. Naar netwerksamenwerking, met bijzondere aandacht voor institutioneel vertrouwen Het tweede kernpunt zette de gemeente Amsterdam in de positie om te sturen op intensieve netwerksamenwerking nabij de gezinnen. Partners zoals het Ouder- en Kindteam (hierna: OKT), de Gecertificeerde Instellingen (hierna: GI's), het Buurtteam en de aanbieders van aanvullende jeugdhulp kregen de opdracht een gezamenlijke werkwijze en netwerksamenwerking op te bouwen voor het werken in en rond gezinnen. Op die manier kan sneller passende hulp worden ingezet en voelen professionals zich meer gesteund in het werken met gezinnen met complexe veiligheidsvraagstukken. Verbeteren van samenwerking met volwassenen GGZ Voor een veilige opvoeding van kinderen is ook het mentale welzijn en de situatie van opvoeders van groot belang.

Naar aanleiding van de aanbevelingen benadrukt de gemeente Amsterdam bij professionals van OKT's, Buurtteams, Veilig Thuis, de GI's en de volwassenen GGZ dat zij bij de hulpvraag hun blik op het gehele gezin breed en integraal toepassen. Door de hulpvragen breed en integraal te

R  aadsinformatiebrief over de afronding van het leertraject Onmacht en het beëindigen van de in dat kader ingestelde begeleidingscommissie Voorbij de onmacht Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 6

bekijken, kan sneller passende hulp dicht bij huis worden gezocht. Hierbij is het noodzakelijk dat de organisaties samenwerken voor het gehele gezin en niet te focussen op ieder gezinslid individueel. Een voorbeeld van hoe dit in de praktijk goed werkt staat in hoofdstuk 3.3 Samenwerking jeugdzorg en volwassenen GGZ. De gemeente Amsterdam, individuele instellingen, ministeries en het Openbaar Ministerie volgden alle aanbevelingen op. Hierbij zijn onder andere boven­ genoemde belangrijke stappen gezet. Het Stagnatieberaad en het toewerken naar netwerksamenwerking worden duurzaam geborgd en geïntegreerd in het gebiedsgerichte werken en in het Toekomstscenario.

2.2 Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Zoals ook het rapport ‘Onmacht’ aantoonde, is het essentieel dat er een sprake is van een goed werkende bescherming voor het kind én het gezin. Een tussenevaluatie van de Jeugdwet toonde echter aan dat de huidige beschermings­ keten niet meer voldoet. Voor betrokkenen is die keten namelijk niet transparant. Ook worden gezinnen steeds overgedragen naar andere (veiligheids)partners, waardoor er overgedragen moet worden naar nieuwe hulpverleners, waardoor moeilijker vertrouwensrelaties ontstaan, informatie verloren gaat en de hulp langer op zich laat wachten. Amsterdam-Amstelland was daarom in 2019 een van de zes regio’s in Nederland die een pilot startte ten behoeve van een meer effectieve jeugdbescherming. Professionals van verschillende organisaties kwamen in de praktijk bij elkaar om een nieuwe aanpak te ontwikkelen, voor de gehele doelgroep HGKM van 0 tot 100 jaar. Uit de ervaringen van de zes pilots kwam het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (hierna: Toekomstscenario), dat in maart 2021 aan de Tweede Kamer werd aangeboden. In het Toekomstscenario hebben gezinnen en huishoudens te maken met vaste gezichten van robuuste, lokale teams. Professionals van Regionale Veiligheidsteams6 kunnen, indien nodig, aan deze teams worden toegevoegd ter ondersteuning.

Vanaf 2022 werd het pilotteam (Blijvend Veilig6) een proeftuin om het Toekomstscenario verder te beproeven en verder door te ontwikkelen. Na vier jaar beproeven, besloot de regio de nieuwe werkwijze door te ontwikkelen en stap voor stap in te voeren. Na een zeer intensieve voorbereidingsperiode werd in december 2023 in Amsterdam Noord en Uithoorn gestart met het werken op de nieuwe manier. Hier werken de lokale teams en de veiligheidsexperts in duo’s samen, in zeer complexe gevallen kan dat een duo van Blijvend Veilig zijn, en zijn daarbij onderdeel van de wijkgerichte aanpak.

6

De eerste resultaten zijn goed. De meeste gezinnen worden begeleid door het lokale team, waardoor zij een vaste begeleider houden en, als de gezinnen daarmee instemmen, sluit indien nodig een expert van Blijvend Veilig aan. Door deze manier van werken is het aantal gedwongen maatregelen flink afgenomen, zo blijkt uit de voortgangsrapportage 2023 van het landelijk programmateam van 19 juni 2024. De werkwijze is nog steeds in ontwikkeling, bijvoorbeeld bij het oppakken van meldingen bij Veilig Thuis of het uitvoeren van Tijdelijke Huisverboden. In 2024 zijn de voorbereidingen van het Toekomstscenario in Amsterdam Nieuw-West gestart, waarbij de ervaringen in de voorbereiding van de eerste verbreding benut worden. Zo worden professionals in hun huidige organisaties al beter voorbereid op de nieuwe manier van samenwerken en wordt ook al de basis voor samenwerking met andere partners gelegd. Het werkproces dat het afgelopen jaar beproefd is, wordt in het najaar van 2024 geëvalueerd en geüpdatet. De exacte startdatum is nog niet bepaald en zal naar het zich nu laat aanzien begin 2025. Aan het eind van 2024 worden ook voorbereidingen getroffen om te starten in Amsterdam Zuidoost en lopen er gesprekken met Ouder-Amstel, Diemen en Amstelveen/Aalsmeer. Hier zal stap voor stap het Toekomstscenario worden ingevoerd.

De regio heeft de ambitie om vanaf 2026 overal in de regio met de nieuwe integrale aanpak te werken. Ten behoeve van landelijke invoering van het Toekomst­ scenario werkt de regio Amsterdam-Amstelland intensief samen met het landelijke programmateam Toekomstscenario en twee andere langlopende proeftuinen. Dat is in de huidige fase cruciaal, omdat Amsterdam-Amstelland in haar proeftuin last heeft van het feit dat er onvoldoende juridische ruimte is om het Toekomstscenario volledig te beproeven. Dat vraagt veel energie van alle betrokkenen. Sterke lokale teams In het licht van de problemen in de veiligheidsketen en het Toekomstscenario is in Aalsmeer en Amstelveen de werkwijze ‘Intensief Hulpverleningstraject in 13 weken’ in 2020 gestart. Hierbij zetten intensief betrokken procesregisseurs van de gemeenten zich in voor huishoudens met kinderen waar onveiligheid speelt. Het lukt de procesregisseurs om 75% van de gezinnen gemotiveerd en in vrijwilligheid te helpen en Onder Toezichtstellingen te voorkomen. In 2022 is de werkwijze op effectieve elementen onderzocht. Vanaf 2023 is deze staande werkwijze doorlopend uitgebreid en volledig geïmplementeerd. Dit is een goed voorbeeld van hoe de in het Toekomstscenario beschreven ‘sterke lokale teams’ zouden kunnen opereren.

De intensief betrokken procesregisseurs van de gemeenten zetten zich in voor huishoudens met kinderen waar onveiligheid speelt en het lukt ze om 75% van de gezinnen gemotiveerd en in vrijwilligheid te helpen en Onder Toezichtstellingen te voorkomen.

Het Regionale Veiligheidsteam in Amsterdam, Blijvend Veilig, bestaat uit professionals die vanuit verschillende organisaties samenwerken om de veiligheid te herstellen. Binnen Blijvend Veilig werken de volgende organisaties samen: Jeugdbescherming Regio Amsterdam, Veilig Thuis, Blijf Groep, Raad voor de Kinderbescherming, William Schrikker Stichting en gemeenten in Amsterdam-Amstelland. Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 7

Ook versterkten Amstelveen en Aalsmeer de samenwerking tussen de gemeente, Jeugdbescherming en Veilig Thuis. Zij doen dit door wekelijkse overleggen tussen een jeugdbeschermer en een Veilig Thuis-medewerker over het overdragen van casuïstiek, om in nabijheid van het lokale team te opereren. Daarnaast hebben deze gemeenten de samenwerking op beleids-, kwaliteits- en contractmanagementniveau verstevigd waarbij gezamenlijke specifieke opgaven in samenspraak worden behandeld. Om meer zicht te houden blijven Amstelveen en Aalsmeer blijven hierop inzetten totdat de uitdagingen in de veiligheidsketen, zoals lange doorlooptijden, personeelstekorten en wachtlijsten, zijn opgelost.

2.3 Samenwerking jeugdzorg en volwassenen GGZ Het Verwey-Jonker Instituut laat in de tweede cohortstudie ‘Een kwestie van lange adem’ (2020) zien dat in 60% van de gezinnen waar sprake is van HGKM, ook sprake is van psychische problematiek bij de opvoeders. De problematiek van de ouders zorgt vervolgens mogelijk weer voor onveilige opvoeding en ontwikkeling van de kinderen. Die kinderen hebben daardoor zelf ook weer een grote kans om agressief gedrag te vertonen of psychische problemen te ontwikkelen, waardoor intergenerationele problematiek ontstaat. In de praktijk betekent deze problematiek dat er vaak veel instanties nodig zijn om te helpen de problemen op te lossen. Bijvoorbeeld partners zoals de lokale teams, Veilig Thuis en de Gecertificeerde Instellingen, maar dus ook volwassenen GGZ (hierna: vGGZ). Om de vicieuze cirkel van doorgifte van HGKM-problematiek te doorbreken, investeren de Amsterdam-Amstelland gemeenten vanuit de Regioaanpak in de versterking van de samenwerking tussen de Jeugdzorg en de vGGZ. Sociaal Pedagogisch Verpleegkundigen als spil Om deze samenwerking te versterken, zetten Veilig Thuis, de Jeugdbescherming Regio Amsterdam en de William Schrikker Stichting steeds vaker Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen (hierna: SPV-en) in. Zij worden ingezet in gezinnen waar sprake is van kindermishandeling of jeugddelinquentie.

De SPV-en sluiten aan bij de ouders en gaan samen op zoek naar wat nodig is om hun situatie te verbeteren. Op die manier kunnen zij de professionals adviseren over en ondersteunen bij onbegrepen gedrag van de opvoeders. De SPV-en kunnen ook de juiste hulp bijschakelen, zoals de huisarts of de lokale teams. In 2022 waren er vier SPV-en werkzaam, in 2023 is dat aantal verhoogd naar zeven medewerkers. Daarnaast waren er ook twee SPV-en werkzaam bij Veilig Thuis. Dit heeft als resultaat dat alle teams van JBRA, Blijvend Veilig en een deel van de WSS gebruikmaken van hun expertise. De gemeente Amsterdam en zorgverzekeraar Zilveren Kruis

7

verlengden de financiering tot en met 2024. De stakeholders hebben aangegeven zich in te zetten voor een structurele financiering zodat SPV-en ook in de toekomst kunnen worden ingezet. Switch Een van de voorbeelden van inzet van SPV-en is Switch. In 2022 is het project Integrale Begeleiding en Behandeling omgezet in Switch, waarbij de focus ligt op gezinnen waar geweld al jaren of zelfs generaties lang speelt. Het doel van Switch is om intergenerationele HGKM-problematiek te doorbreken. Switch is een domeinoverstijgende samenwerking tussen De Waag (Forensische vGGZ), GGZ BRight (vGGZ), Altra (specialistische Jeugdzorg) en de Blijf Groep. Na de start in 2022 heeft Switch in 2023 goedkeuring gekregen om meer gezinnen te gaan behandelen; per jaar kunnen er nu zes tot tien gezinnen behandeld worden. Voor geestelijke gezondheidszorg wordt het eigen risico van de zorgverzekering benut, om uitval te voorkomen is daarom vanuit de Regioaanpak geld beschikbaar gesteld voor gezinnen die niet in staat zijn om dit eigen risico te betalen. In 2024 is Switch op zoek naar een samenwerking met gespecialiseerde partners in de verslavingszorg, met als doel de doelgroep uit te breiden.

2.4 Informele-formele samenwerking Formele organisaties zoals Veilig Thuis, de Blijf Groep, het Centrum Seksueel Geweld of de Jeugdbescherming zetten zich elk vanuit hun eigen wettelijke kader in bij situaties van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. Voordat mensen zich melden bij formele organisaties zijn er vaak al veel signalen of incidenten die aantonen dat het achter de voordeur zorgen zijn over onveiligheid. Informele organisaties zitten in de haarvaten van de wijken. Daar komen veel van die signalen terecht, zij zijn daarom van groot belang bij het vroegtijdig signaleren van problematiek. Adviseurs sociale basis in de stadsdelen Informele partners vallen onder de sociale basis, wat ook wel het fundament van het stelsel voor zorg, ondersteuning en meedoen7 wordt genoemd. Binnen de sociale basis ontstaat sociale cohesie doordat mensen elkaar weten te vinden en ontmoeten. De sociale basis draagt er daarnaast aan bij dat er laagdrempelige vormen van ondersteuning mogelijk zijn voor mensen die dat (tijdelijk) nodig hebben. Met als gevolg dat mensen zelfredzamer worden én blijven. Elk stadsdeel of stadsgebied in Amsterdam heeft een adviseur sociale basis met als aandachtsgebied HGKM.

De adviseurs sociale basis hebben daarmee een belangrijke functie in de preventie van HGKM en seksueel geweld, zij ondersteunen namelijk die vrijwilligers- en zelforganisaties die ondersteuning bieden in de wijken. Naast het verlenen van subsidies organiseren de adviseurs twee keer per

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=b888c647-af8c-4755-84e3-036d32334a0e