CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

2a.Commissie Maatschappij en Bestuur Beeldvormend 8 januari 2026, gemeente aalsmeer39.601 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Gendergerelateerd geweld is een schending van de mensenrechten van vrouwen en andere mensen die daar slachtoffer van zijn. Ook vanuit het Verdrag van Istanbul dient de overheid te werken aan deze maatschappelijke verandering. De piramide van geweld geeft ernst en opbouw van verschillende uitingsvormen van gendergere­

Moord Femicide Geweld (Online) seksueel geweld en (ex-)partnergeweld Intimidatie (Online) seksuele intimidatie stalking en controle Veroordelende microagressies Uitdragen van dubbele moraal en machonorm, victim blaming en slutshaming Alledaagse microagressies Seksistische, homo-, bi- en transfobe opmerkingen en uitsluiting

17 College voor de Rechten van de Mens. (2021). Gendersensitieve aanpak van levensbelang om partnergeweld te bestrijden. 18 Act4respect, Rutgers, & Atria. (2025). Piramide van geweld: Hoe een denigrerende opmerking tot gendergerelateerd geweld kan leiden en wat je daaraan kan doen.

24 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

lateerd geweld goed weer. Voor het voorkomen van de meest ernstige vormen van geweld is ingrijpen al noodzakelijk op de meest lichte vorm van geweld, om te voorkomen dat dit genormaliseerd wordt en steeds zwaardere vormen aanneemt.18

Materiële oorzaken In de materiële sfeer gaat het vooral over wat we tegenwoordig bestaanszekerheid noemen: voldoende geld, een passende woning, zelfstandig kunnen functioneren. Dit zijn onderwerpen die relevant zijn voor preventie van huiselijk geweld, maar niet vanuit onze preventievisie beschreven worden. Ze zijn daarvoor te omvangrijk; bovendien is er vanuit deze specifieke aandachtsgebieden al aandacht voor.

5.3 Voorkomen van verergering Waar preventie gaat over erger voorkomen, daar kunnen we op verschillende schaalniveaus inzet plegen. Op individueel of huishoudniveau, gericht op de directe omgeving en de gemeenschap of gericht op de maatschappij.

Individuen en huishoudens In Amsterdam-Amstelland willen we dat iedere inwoner veilig is. Dat iedere inwoner van jongs af aan (seksuele) grenzen en wensen leert herkennen, zowel bij zichzelf als bij een ander. En dat als er iemand over die grenzen gaat, dat diegene de route naar de juiste, passende hulp weet te vinden. Daarvoor is communicatie over de routes naar hulp natuurlijk essentieel. Daarnaast zetten we ons in om drempels te verlagen, waarbij we specifiek

aandacht hebben voor de invloed van inter­ sectionaliteit en het belang van gender- en cultuursensitieve hulp. Ook zetten we in op zelfredzaamheid en weerbaarheid van inwoners, zodat we de kans op herhaald slachtoffer- of plegerschap verlagen. Een voorbeeld hierbij is het vergroten van financiële zelfstandigheid, waarmee de afhankelijkheid van een partner wordt verkleind. Met een grotere beschikbaarheid van woningen zouden mensen ook gemakkelijker uit een onveilige relatie kunnen stappen. In het bijzonder voor kinderen en jongeren is het belangrijk dat mensen getraind zijn in signalering en dat laagdrempelige melding mogelijk is, via school, buren of andere ouders. Zonder overigens de regie uit handen te nemen van de betrokken jongeren of de betreffende ouders.

Directe omgeving Een ander niveau waarop ingezet dient te worden is de gemeenschap, mensen die sociale steun kunnen verlenen. Het gaat hierbij om verschillende soorten steun, zoals individueel contact met een vrijwilliger of professional, individueel (bv. peer-topeer) of in groepsverband lotgenotencontact, groepsbijeenkomsten in de wijk en verbinding met andere vormen van steun en hulp.19 Scholen en informele organisaties kunnen hier een belangrijke rol bij spelen.

19 Steketee, M., Römkens, R., Pels, T., Lünnemann, K., Smits van Waesberghe, E., Mak, J., Mejdoubi, J., & Harthoorn, H. (2016). Preventie van intergenerationeel geweld Nederland en EU.

25 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Maatschappelijke impact Vanuit dit regionale beleidskader streven we ernaar dat iedere inwoner weet wat huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld inhoudt. In het bijzonder moeten jongeren daarover bereikt worden, omdat zij anders mogelijk niet weten dat opgroeien in een geweldsituatie niet normaal is. We willen dat iedereen signalen van geweld in afhankelijkheids­ relaties herkent en in staat is om een gesprek over onveiligheid aan te gaan. En dat inwoners elkaar aanspreken op het moment dat zij (seksueel) grensoverschrijdend gedrag zien. Binnen de Amsterdam-Amstelland gemeenten tolereren we geen enkele trede van de piramide van geweld. We richten ons daarom ook op het maken van impact op opgroeiende kinderen en jongeren en hun opvoeders. En op professionals in het onderwijs en de zorg. Waar we vanuit het regionale beleidskader dan ook op inzetten, is op het bespreekbaar maken van onveiligheid achter de voordeur. Maar ook op de bespreekbaarheid van het aangeven van seksuele grenzen en het respecteren hiervan. We streven ernaar dat mensen de routes naar de juiste hulpverlening op het juiste moment weten te vinden, nog voordat een situatie is geëscaleerd en er een melding is bij Veilig Thuis. Ook zetten de gemeenten in op vroegsignalering, zowel door omstanders als professionals.

5.4 Nadere uitwerking preventie-aanpak Als regiogemeenten delen we een gezamenlijke visie op wat preventie HGKM & SG behelst en op de doelstellingen die we ermee beogen. Voor een deel zullen de regiogemeenten samen optrekken in het samenstellen van een jaarlijkse uitvoerings­ agenda van gezamenlijke preventie-activiteiten, zoals campagnes, voorstellingen, exposities, trainingen enz. Voor een deel echter is preventie een aanpak die lokaal moet worden vormgegeven, in aansluiting bij de behoeften van de lokale bevolking. Daarom beschrijven we in dit beleids­ kader niet een gezamenlijke preventieaanpak, dat laten we over aan de afzonderlijke gemeenten. Hier nemen we de tijd voor om deze in goed overleg met informele partijen en andere lokale stakeholders te kunnen opstellen. Deze preventie-aanpakken kunnen ook georga­ niseerd worden op kleinere niveaus dan de gemeente. In het kader van de Nationale ‘Masterplannen’, die worden ingezet om ongelijkheid tegen te gaan, zijn er in de

Amsterdamse stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost intensieve samenwerkingen in het kader van preventie van HGKM (zie ook paragraaf 4.4). Daaronder vallen bijvoorbeeld casuïstiek­ besprekingen van formele en informele partijen. Hier wordt bij uitstek lokaal gewerkt, met lokale organisaties en professionals werkzaam voor lokale bewoners. We zien hier een voorbeeld in voor preventieve samenwerkingen elders in Amsterdam en mogelijk ook de regio. In de gemeentelijke beleidsplannen kan aandacht komen voor activiteiten als campagnes, algeheel bewustzijn over HGKM bevorderen, manifestaties/ performances/kunstuitingen, doelgroepen benaderen die nog geen HG pleger of slachtoffer zijn, bespreekbaarheid verbeteren, vroeg­ signalering bevorderen met laagdrempelige meldpunten, wisselwerking met lokale organisaties met aanloopfunctie voor mogelijke cliënten, deskundigheidsbevordering van professionals, samenwerking met zelforganisaties en maatschappelijke groepen met hulp ook van het handboek Samen Sterker tegen HGKM, bewustwording van de gevaren van sociale media

20 Cijfers laten bijvoorbeeld zien dat vrouwen vaker slachtoffer zijn van seksueel geweld dan mannen, respectievelijk 22 versus 6 procent. “Tegelijkertijd krijgen bi+-personen – mensen die zich aangetrokken voelen tot meer dan één gender – vaker te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld dan heteroseksuele, homoseksuele of lesbische personen, met name onder vrouwen.” Uit een verkenning van Rutgers en Bi+ Nederland zijn er aanwijzingen dat de acute en GGZ-hulpverlening voor hen nog ontoereikend is. 21 Rutgers (2025, 6 mei). Bi+ personen vaker slachtoffer van seksueel geweld: zorg schiet tekort. Bi+ personen vaker slachtoffer van seksueel geweld: zorg schiet tekort – Rutgers

26 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

met ongewenste sexting en grooming, het tonen van rolmodellen voor jongeren, het bereiken van jongeren op onder meer het onderwerp eigen en andermans grenzen en met regio brede campagnes, gericht op onder meer de acceptatie van lhbtiq+ en de bekendheid van het CSG. We streven naar effectieve en efficiënte inzet van preventieve middelen. Hierbij is het van belang dat de activiteiten aansluiten bij andere activiteiten en bewegingen vanuit dit regionale beleidskader. Even belangrijk is het om aan te sluiten bij bestaande initiatieven en andere ontwikkelingen in het veld. We houden daarbij rekening met factoren die van invloed zijn op slachtoffer- of pleger­ schap.20 21 De regiogemeenten delen kennis en houden contact met elkaar over preventieactiviteiten en de ontwikkeling van preventie­ plannen. Waar haalbaar en wenselijk trekken we hier samen in op.

6. Aansluiting straf- en zorgdomeinen 6.1 Veiligheid Voorop Vanuit het landelijke programma Geweld Hoort Nergens Thuis (2018-2021) hebben het OM, de politie, reclassering, Raad voor de Kinder­ bescherming en Veilig Thuis de opdracht gekregen om beter samen te werken bij situaties van huiselijk geweld. Door de straf- en zorgdomeinen beter op elkaar af te stemmen kunnen patronen worden doorbroken. Vanuit Veiligheid Voorop zetten de betrokken partijen in op vier belangrijke afstemmingsmomenten: (1) samen optrekken bij acute onveiligheid, (2) actie-overleg bij dreigend gevaar of risico op onveiligheid, (3) aanpak van huiselijk geweld met Veilig Thuis & de ZSM-Unit bij aangehouden verdachten en niet-vastzaken, en tot slot (4) samenwerken bij strafbare kindermishandeling. Om de initiatieven te verbinden aan de activiteiten die plaatsvinden in het kader van de Regioaanpak HGKM & SG (2020-2024), werken de gemeente Amsterdam en het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) samen met de bovengenoemde partners in het Regionaal Netwerk Zorg en Straf AmsterdamAmstelland (RNZS). Het RNZS komt periodiek bij elkaar om de samenwerking te versterken/aan te jagen. Ook zal in het Expertiseplatform de samenwerking op één fysieke locatie van politie en

27 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

OM met hulpverlening en Veilig Thuis worden georganiseerd.

6.2 Plegeraanpak HGKM & SG (Herhaald) plegerschap voorkomen De impact van HGKM, seksuele intimidatie en seksueel geweld is enorm en vormt een groot maatschappelijk probleem. Daarom zetten we ons op verschillende manieren in om (herhaald) slachtofferschap te voorkomen. Voor het door­ breken van het geweldspatroon, is het echter ook cruciaal om ons te richten op de plegers van HGKM & SG. Daarmee zetten we in op het voorkomen van herhaald plegerschap. Door gericht op plegers in te zetten, kunnen de onderliggende oorzaken van geweld worden aangepakt en kan de inter­ generationele overdracht van geweld worden gestopt om veiligheid thuis te realiseren.

Onderzoek door Regioplan Regioplan heeft in opdracht van de Amstellandgemeenten en het Actiecentrum voor Veiligheid en Zorg (AcVZ) onderzoek gedaan naar het bestaande (en ontbrekende) aanbod voor plegers van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. De belangrijkste conclusie is dat het aanbod voor plegers onvoldoende sluitend

en compleet is en onvoldoende bekend bij instanties die dit aanbod zouden moeten inzetten. Het onderzoeksbureau heeft dan ook aan­ bevelingen gedaan om het aanbod te versterken. Vanuit het Regionale Beleidskader HGKM & SG en het Programma Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (SISG) zetten we in op het (door) ontwikkelen van een integrale plegeraanpak. Het uitgangspunt in deze plegeraanpak is dat mensen in principe leerbaar zijn. Door passende inter­ venties te bieden waarbij aandacht is voor in de samenleving geldende normen en waarden, kan herhaald plegerschap worden voorkomen. Het doel van de inspanningen in de plegeraanpak is dus om plegerschap te voorkomen, plegers passend te begrenzen, te stoppen en/of te straffen én om hen de juiste hulp en ondersteuning te bieden. De plegeraanpak HGKM omvat de volgende maatregelen: • Organiseren van vroegtijdige hulp voor plegers door het vormgeven en verspreiden van een hulpwijzer met bestaand hulpaanbod, zodat professionals maar ook de doelgroep zelf weten waar ze kunnen aankloppen. • Inzet van buurtrechters bij huiselijke conflicten, waarbij aandacht is voor hulp die plegers nodig

hebben om achtergrondproblematiek op te lossen. • Inzet van time-outwoningen met als doel dat leden van gezinnen waar huiselijk geweld dreigt te spelen of al speelt tijdelijk op adem kunnen komen, dat escalatie voorkomen wordt en dat er ruimte ontstaat voor reflectie, passende hulp aan zowel slachtoffers als plegers en herstel. Time-out woningen Op dit moment loopt er een pilot met timeout woningen in Amsterdam Nieuw-West onder de vlag van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West. De eerste woningen worden in gebruik genomen. Daarna volgt uitbreiding naar Zuidoost. • Inzet van de reclassering bij tijdelijk huisverbod-zaken (THV) waarin recidive heeft plaatsgevonden. • Versterken van de aanpak van stalking, onder meer door aanscherping van samenwerkingsafspraken bij hoogrisicostalkingszaken, stopgesprekken vanuit de politie en doorverwijzing naar hulp. • Faciliteren en inzetten van mannenpraatgroepen voor dialoogsessies, opvoeddebatten en andere activiteiten gericht op het voorkomen van plegerschap en realiseren van ‘huiselijk geluk’. • Het opzetten van supportgroepen voor plegers. Deze groepen bieden een veilige omgeving

28 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

waar plegers onder professionele begeleiding hun ervaringen kunnen delen, inzicht kunnen krijgen in hun gedrag en nieuwe vaardigheden kunnen ontwikkelen om agressie te voorkomen.

Supportgroep Verantwoordelijkheid Nemen In het kader van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West is de supportgroep ‘Verantwoordelijkheid nemen’ opgericht. Samen met de betrokken partijen bekijken we of een soortgelijk initiatief kan worden opgezet onder de vlag van het Masterplan ZO=Zuidoost.

• Het verbeteren van deskundigheid en omgang met plegers in de hulpverlening, zodat professionals beter toegerust zijn om plegers te ondersteunen en het geweldspatroon te doorbreken. • Het inzetten van Switch, een integrale samenwerking tussen jeugdzorg, (forensische) volwassen GGZ en Blijf Groep, waarbij het systeem als geheel wordt behandeld in het intergenerationele trauma van huiselijk geweld.

Plegeraanpak Seksueel Geweld Een effectieve manier om slachtofferschap te voorkomen, is actief inzetten op het voorkomen van plegerschap. Zonder plegers zijn er immers geen slachtoffers. Plegers van seksueel geweld hebben deels een andere benadering nodig dan plegers van huiselijk geweld (zie ook hoofdstuk 7,

Seksueel geweld). We werken hierbij nauw samen met het Programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (SISG). De komende periode wordt ingezet op de volgende maatregelen: • Switch SGG: Seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGG)/seksueel misbruik binnen het gezin of de familie is een complex probleem. Het is een (vaak intergenerationeel) probleem dat invloed heeft op alle gezinsleden en de onderlinge relaties binnen het gezin. Hierom is het belangrijk om integrale, systeemgerichte hulp te bieden, waarbij alle gezinsleden afgestemd op elkaar hulp ontvangen. BRight GGZ en de Waag zijn in 2025 een pilot gestart, naar voorbeeld van de Switch aanpak bij HGKM (zie ook paragraaf 4.2). • Inzicht krijgen in welk aanbod voor welke type plegers we hebben aan de hand van een sociale kaart van de plegeraanpak. Dit is een centraal overzicht waarin alle aanbieders en hun aanbod per doelgroep zijn opgenomen. • Het programma SISG focust binnen de plegeraanpak op jonge (potentiële) en vermoedelijke plegers, op het netwerk van plegers en op deskundigheidsbevordering van professionals. Het gaat hierbij met name om onbewust onbekwame plegers en first offenders. We onderzoeken op welke overige plegerdoelgroepen we in gaan zetten. Denk hierbij bijvoorbeeld onder andere aan het versterken van aanbod aan pedofielen, incestplegers, regressieve/situationele plegers.

6.3 Beschermingsmaatregelen Om acute veiligheid te realiseren, zijn verschillende beschermingsmaatregelen beschikbaar. Inzet ervan moet ertoe leiden dat de aanpak vanuit hulpverlening en het strafrecht worden versterkt. De komende periode verbeteren en versterken we de inzet van Aware en het bestuursrechtelijke instrument Tijdelijk Huisverbod. Ook faciliteren we, in samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en de reclassering, de inzet van het nieuwe Slachtoffer-device.

Faciliteren en versterken Aware Slachtoffers komen in aanmerking voor Aware, een draagbaar alarmsysteem, indien zij ernstig bedreigd en/of gestalkt worden. Met Aware kunnen zij met één druk op de knop de politie waarschuwen. Hierdoor kan deze snel ingrijpen bij dreigende situaties, waardoor slachtoffers zich veiliger voelen en met behulp van het gelijktijdige hulpverleningstraject de regie over hun leven weer oppakken.

Het Tijdelijk Huisverbod Het Tijdelijk Huisverbod (THV) is een belangrijk bestuursrechtelijk instrument waarbij plegers van geweld (tijdelijk) uit huis worden geplaatst om (verdere) escalatie van geweld te voorkomen. Het gelijktijdig inzetten van hulpverlening helpt om oorzaken van geweld weg te nemen. Een THV is

een bestuurlijke maatregel die de burgemeester kan opleggen aan een persoon van wie een ernstige dreiging van geweld in de privésfeer uitgaat. Het doel van het THV is ingrijpen in een noodsituatie, het voorkomen van (verdere) escalatie en het op gang brengen van nood­ zakelijke hulpverlening. In 2021-2022 heeft bureau Van Montfoort in opdracht van de AmsterdamAmstelland gemeenten de effectiviteit van THV's onderzocht22. Uit het onderzoek blijkt dat de effectiviteit van het THV groot is. In 70% van de onderzochte gevallen was sprake van afname van de directe geweldsdreiging en in 38% kwam ook de duurzame veiligheid in beeld. In 2024 is het adviesrapport ‘Het Tijdelijk Huis­ verbod vanuit een nieuw perspectief’ uitgebracht. De aanbevelingen hebben betrekking op zowel het opstarten, beoordelen, uitvoeren en monitoren van het THV. Naar aanleiding van het rapport werkt het ministerie van Justitie en Veiligheid in samenwerking met de VNG, gemeenten en uitvoerende partijen momenteel aan een verbetertraject. Doelen zijn onder andere om een THV vroegtijdiger te kunnen inzetten en ook te kunnen opleggen aan ex-partners die niet meer in de woning van het slachtoffer wonen. Ook wordt onderzocht in hoeverre het THV voor langere duur kan worden opgelegd of kan worden opgeschort zolang de uithuisgeplaatste niet meewerkt, zodat er meer tijd is voor de inzet van hulpverlening.

22 Hoogeveen, C., Aar, J. van, Sondorp, E., & Torregrosa, L. (2022). Inzet van het tijdelijk huisverbod in Amsterdam-Amstelland: In hoeverre worden de doelen van het tijdelijk huisverbod bereikt? Van Montfoort.

29 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

Vooruitlopend op het verbetertraject, zetten we in samenwerking met de betrokken partijen al in op het versterken van de route ‘THV geïnitieerd door de hulpverlening’. We trainen hulpverleners en ontwikkelen communicatiematerialen, zodat de professionals een THV ook preventief kunnen inzetten. Ook intensiveren we, als vervolg op de pilot ‘Specifieke doelgroep THV’, de samenwerking tussen Blijf Groep en de Reclassering in het geval huiselijk geweld herhaaldelijk aan de orde is geweest. Tot slot, investeren we in het kader van het Nationaal Programma Samen Nieuw-West en het Masterplan Zuidoost onder andere in de inzet van intensief casemanagement, zodat hulp­ verleners ook na afloop van een THV 1,5 jaar lang betrokken blijven.

Het Slachtofferdevice Met het Rijk en de reclassering voeren we gesprekken om de implementatie van een nieuwe beschermingsmaatregel, het Slachtofferdevice, te versnellen. Naar verwachting start implementatie van deze maatregel eind 2025/begin 2026. Deze kan ingezet worden in ernstige huiselijk geweldzaken met een hoog risico op geweld waarbij, naast een hulpverleningstraject, een strafrechtelijk traject is ingezet. Het Slachtofferdevice is gekoppeld aan de elektronische enkelband van de verdachte/veroordeelde. Hierdoor kan de reclassering op afstand zien dat pleger en slachtoffer elkaar naderen en kan het slachtoffer

daarover worden geïnformeerd zodat zij een confrontatie uit de weg kan gaan. Slachtoffers ervaren meer rust en durven weer plekken te bezoeken die zij eerder vermeden.

6.4 Forensische jongeren en jongvolwassenen HGKM komt disproportioneel vaak voor in de forensische doelgroep – personen die in aanraking zijn gekomen met het strafrechtelijk systeem. Het gaat daarbij zowel om slachtofferschap als plegerschap. In de gezinnen waarin sprake is van zowel HGKM & SG als criminaliteit zien we die correlatie ook terug in overeenkomstige risicofactoren, zoals middelengebruik, armoede, psychische problematiek, onveilige hechting, trauma, impulsiviteit/agressie-regulatieproblemen, sociaal isolement en intergenerationele overdracht van problemen. Deze risicofactoren kunnen binnen het gezin leiden tot partnergeweld en kindermishandeling en buiten het gezin tot criminaliteit. HGKM & SG kunnen zelf ook een voedingsbodem zijn voor criminaliteit. Zo blijkt dat bij kinderen die getuige zijn van huiselijk geweld de kans sterk toeneemt dat kinderen later in aanraking komen met politie/justitie. Ook kan sprake zijn van een dubbele rol: een jongere kan binnenshuis slachtoffer zijn van geweld én tegelijkertijd pleger van delicten buitenshuis. Het is dus essentieel om

30 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

in te zetten op integrale samenwerking tussen veiligheid en zorg, waarbij het AcVZ, partners als politie, OM, (jeugd)reclassering, de Waag, de Raad voor de Kinderbescherming, Levvel, jongerenwerk en het gevangeniswezen niet mogen ontbreken. We benutten onze verbinding met de strafpartners om de verwevenheid van deze problematieken goed te kunnen duiden en aanpakken.

7. Seksueel Geweld Net als huiselijk geweld en kindermishandeling, is seksueel geweld een groot maatschappelijk probleem dat moeilijk op te lossen is. Onder seksueel geweld verstaan we, aansluitend op de definitie van het Centrum Seksueel Geweld (hierna: CSG): “Seksueel geweld is een term die wordt gebruikt voor alle seksuele handelingen die iemand moet uitvoeren of ondergaan tegen de wil in of met het ontbreken van consent. Seksueel geweld kan gaan om aanranding, verkrachting, seksueel misbruik of online misbruik. Seksueel misbruik gaat uit van een ongelijkwaardige situatie. Met ongelijkwaardig bedoelen we dat de ander meer macht heeft, sterker is, ouder is of dat je van diegene afhankelijk bent.” Omdat bij seksueel geweld de aard van het gedrag, het motief, de achtergrondproblematiek en de context anders kunnen zijn dan bij huiselijk geweld, vraagt dit op sommige punten ook om een andere benadering en koers. Daarom is er ook een apart Centrum Seksueel Geweld ingericht. De afgelopen jaren is de aandacht voor seksueel geweld toegenomen, mede door publiciteit naar

aanleiding van grote misstanden. Landelijk is er een Regeringscommissaris Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag en Seksueel Geweld aangesteld. Ook is sinds 1 juli 2024 de Wet Seksuele Misdrijven van kracht en wordt er langzaam meer wetenschappelijk onderzoek gedaan. De toegenomen aandacht draagt eraan bij dat steeds meer slachtoffers van seksueel geweld over de drempel durven te stappen, op zoek naar hulp. Vanuit de Regioaanpak 2020-2024 startten we met een verhoogde beleidsinzet op seksueel geweld. Een belangrijk resultaat hiervan is de opening van de fysieke locatie van het Centrum Seksueel Geweld aan de Elisabeth Wolffstraat 4 in Amsterdam. In dit nieuwe regionale beleidskader continueren we deze inzet en zetten we in op het verder ontwikkelen van een specifieke aanpak tegen seksueel geweld. Een aanpak waarbij we niet alleen oog hebben voor slachtoffers, maar ook voor omstanders en plegers. Deze aanpak vereist nauwe samenwerking en afstemming met andere afdelingen binnen gemeentes zoals Seksuele gezondheid, Gezonde school, Diversiteit en het programma tegen Seksuele intimidatie en Seksueel Geweld.

23 Wildt, de, R., Steketee, M., Compagner, M. (2023). Laagdrempelige hulp voor slachtoffers en plegers van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Verwey-Jonker instituut, Utrecht.

31 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

7.1 Preventieve inzet, passend binnen de huidige maatschappij Om seksueel geweld aan te pakken, is er ook aandacht nodig voor preventie, passend binnen de huidige maatschappelijke opvattingen en aansluitend op groepen die een vergrote kans op slachtoffer- of daderschap hebben. Bij seksueel geweld geldt daarbij dat het noodzakelijk is om oog te hebben voor de rol van maatschappelijke opvattingen rondom geslacht, seks en seksueel geweld.23 Denk hierbij aan genderstereotypes en aan taboes die het bespreken en hulp zoeken voor seksueel geweld in de weg zitten. Zoals ook in hoofdstuk 5 staat beschreven, hanteren we binnen dit regionale beleidskader twee definities van preventie: letterlijk voorkómen, en voorkomen van verergering.

Voorkomen van seksueel geweld De Amsterdam-Amstelland gemeenten willen voorkomen dat mensen slachtoffer worden van seksueel geweld door in te zetten op voorlichting over, genderstereotypen, over lichamelijke grenzen en wensen en over gezonde relationele en seksuele gezondheid. In lijn met de nieuwe Wet Seksuele Misdrijven dragen we het belang van consent hierbij uit. Al vóórdat jongeren seksuele

relaties aangaan is het belangrijk dat er over deze onderwerpen gepraat wordt. Dat gaat ook over het voorkomen van digitaal seksueel geweld, het informeren van jongeren over de gevaren van ongewenste sexting en grooming.

Voorkomen van erger Daarnaast willen we voorkomen dat situaties erger worden als er sprake is geweest van seksueel geweld. De Amsterdam-Amstelland gemeenten vinden het van groot belang dat inwoners elkaar aanspreken als zij getuige zijn van ongewenst gedrag. Ook willen we het gesprek over seksueel geweld normaliseren, zodat slachtoffers durven te praten over wat hen is overkomen en worden gesteund in hun zoektocht naar hulp. Binnen de preventie aanpak van HGKM & SG worden het

Niveaus van inzet De preventieve inzet vindt op verschillende niveaus plaats. Gericht op individuen, bijvoorbeeld door de juiste routes naar passende hulp beschikbaar te stellen. Maar ook door bewustwording in te zetten over wat seksueel geweld, seksueel misbruik of seksuele intimidatie inhoudt. Preventie gericht op de directe omgeving van betrokkenen heeft betrekking op bespreekbaarheid, het herkennen van signalen en het vinden van laagdrempelige

32 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

voorkomen van seksueel geweld en het voorkomen van erger nader uitgewerkt. Een andere manier waarop erger voorkomen kan worden, is de beschikbaarheid en vindbaarheid van de juiste, passende en laagdrempelige hulp. Slachtoffers die op tijd de juiste hulp krijgen, ervaren minder lang en minder ernstige gevolgen van de nare seksuele ervaring. Daarmee kan ook de kans op herhaald slachtofferschap verkleind worden. Slachtoffers kunnen onder andere terecht bij het Centrum Seksueel Geweld AmsterdamAmstelland, maar nog niet iedereen komt hier ook terecht. Daarom onderzoeken we, bijvoorbeeld met informele organisaties uit de lhbtiq+gemeenschap, hoe we de vindbaarheid en bereikbaarheid voor specifieke doelgroepen kunnen vergroten.

hulp. En preventieve inzet gericht op professionals heeft betrekking op voorlichting, training en opleiding van (semi)professionals die met slachtoffers en plegers in contact staan. In het werken met slachtoffers en plegers dient rekening te worden gehouden met inter­ sectionele componenten en focussen we op gender-, seksualiteit- en cultuursensitief werken. Sleutelfiguren, ervaringsdeskundigen en vertrouwenspersonen kunnen hier een belangrijke rol in spelen.

7.2 Deskundigheidsbevordering en advies Naast de inzet voor slachtoffers, kunnen ook professionals bij het CSG terecht voor advies. Het CSG geeft voorlichting en training aan professionals (in opleiding). Door in te zetten op deskundigheidsbevordering draagt het CSG bij aan het structureel aanpakken van seksueel geweld, meer daadkracht door de gehele keten en vermindering van handelingsverlegenheid. Daarnaast is het belangrijk om te onderzoeken of er meer capaciteit beschikbaar gemaakt moet worden om op grotere schaal deskundigheids­ bevordering uit te voeren, bijvoorbeeld bij studenten van Social Work, pabo, fysiotherapie, psychologie, verloskunde of verpleegkunde. Op die manier leren professionals seksueel geweld beter signaleren, en krijgen ze tools aangereikt om binnen de eigen functie effectief te handelen. Ook het Adviesteam Seksueel Misbruik (ASM), ondergebracht bij het CSG, speelt een belangrijke rol. Het Adviesteam is een multidisciplinair team van experts met veel ervaring op het gebied van seksueel misbruik, uit elf organisaties, en komt wekelijks bijeen.

Het ASM adviseert en ondersteunt professionals die seksueel misbruik vermoeden bij een kind of iemand met een verstandelijke beperking: welke stappen kunnen worden gezet, in welke volgorde en door wie? We streven ernaar dat het ASM onder hulpverleners meer bekendheid krijgt zodat zij in een eerder stadium advies kunnen inwinnen.

7.3 Passende hulp Onderzoek laat zien dat, net als bij huiselijk geweld, eerdere ervaringen met seksueel geweld of seksueel misbruik de kans vergroten dat iemand opnieuw slachtoffer wordt. Voor elk slachtoffer is het daarom van groot belang dat zij op de juiste manier geholpen worden, het verwerken van trauma kan deze kans terugdringen. Het CSG is er voor iedereen, daarnaast zijn er andere organisaties die laagdrempelige of (hoog) specialistische hulp bieden. We streven naar een dekkend hulpaanbod, waarbinnen goed wordt samengewerkt en afgestemd om slachtoffers optimaal te kunnen ondersteunen. Het Verwey-Jonker Instituut verwacht ook de komende jaren een verdere stijging in het aantal meldingen van seksueel geweld, mede door de toegenomen (media) aandacht die de drempels verlagen om over deze problematiek te praten. Voor deze slachtoffers moet optimale hulpver­ lening worden geregeld. Al sinds de jaren tachtig is er coördinatie op de aanpak van seksueel geweld vanuit de GGD en betrokken partner­ organisaties. Met de komst van het CSG in 2016 is de hulp aan slachtoffers centraal geregeld, met één vast aanspreekpunt voor alle vormen van medische psychische en juridische/forensische hulp. De opening van het inloophuis van het CSG in oktober 2024 vormt een belangrijke mijlpaal en verdieping van de integrale dienstverlening.

Iedereen die een ongewenste seksuele ervaring (online of offline) heeft meegemaakt kan contact

33 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

opnemen of binnenlopen. Een casemanager bespreekt samen met het slachtoffer waar diegene behoefte aan heeft. We onderzoeken doorlopend of de openingstijden aansluiten bij de behoefte: op dit moment is het CSG 7 dagen per week van 9:00 - 21:00 uur open.

7.4 Doorontwikkeling CSG Om ervoor te zorgen dat iedereen die hulp nodig heeft, het CSG kan vinden, zet het CSG de komende tijd in op het vergroten van haar naams­ bekendheid. Onder andere met campagnes en voorlichting willen we de inwoners van Amsterdam-Amstelland zo breed mogelijk bereiken. Zoals bijvoorbeeld tijdens Pride 2025, waarbij we de openingstijden van het CSG verruimden. Daarnaast werkt het CSG aan de doorontwikkeling van de fysieke locatie. Onder die doorontwikkeling valt onder andere de positionering als regionaal expertisecentrum op het gebied van seksueel geweld en het versterken van de samenwerking. Zoals stevige samenwerking binnen het netwerk van betrokken zorg- en strafpartners, samen­ werking met het op te richten Kennis- en Expertiseplatform, en het vormgeven van de samenwerking met zelforganisaties voor laag­ drempelige toegang tot hulp. De belangrijkste meerwaarde van het CSG is dat forensische, medische en psychische hulp onder één dak zitten. Slachtoffers hoeven niet te verplaatsen en

hoeven minder vaak hun verhaal te herhalen. Daarnaast wordt de drempel om aangifte bij de politie te doen verlaagd, omdat aangifte binnen de locatie van het CSG mogelijk is. Het CSG werkt daarnaast aan het doorontwikkelen van samen­ werking met bijvoorbeeld kinderartsen van het AMC, zodat ook kinderen in de toekomst terecht kunnen op de inlooplocatie. Het evaluatierapport van Grevio uit 2020 over de Nederlands maatregelen om de afspraken uit het Verdrag van Istanbul te realiseren geeft handvatten voor concretisering van de ambities.

Evaluatieonderzoek inlooplocatie CSG Sinds de opening van de inlooplocatie van het CSG loopt er een evaluatieonderzoek, de uitkomsten worden in 2026 verwacht. Het onderzoek geeft inzicht in de impact van de vestiging op de toegankelijkheid, bereikbaarheid, multi­ disciplinaire samenwerking en de geboden zorg- en hulpverlening aan slachtoffers. De uitkomsten van het evaluatie­onderzoek worden meegenomen in de verdere doorontwikkeling.

7.5 Plegers Ook voor plegers van seksueel geweld willen we de juiste inzet realiseren, waarbij een stevige samenwerking tussen zorg- en strafpartners van groot belang is. ‘De’ pleger van seksueel geweld bestaat niet. Het is een heterogene groep. Zo is de veroordeelde zedendelinquent een pleger, maar ook de jongen die een naaktfoto van een meisje in de klas doorstuurt naar zijn vrienden. Dit zijn verschillende type plegers die ook een andere benadering en aanpak nodig hebben. In de vorige Regioaanpak deden we onderzoek naar de plegeraanpak. In dit beleidskader zetten we in op het opvolgen van die aanbevelingen, zoals het ontwikkelen van passend aanbod voor plegers van seksueel geweld en seksueel misbruik. Het onderzoek toonde namelijk aan dat er nog te weinig aanbod is voor plegers, zowel van huiselijk geweld, als van seksueel geweld. Dit heeft vooral

34 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

betrekking op preventie, op aanbod voor minderjarigen en jongvolwassenen en op nazorg. Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld zijn onderwerpen die gepaard gaan met schaamte en taboe. Dit geldt zeker ook voor plegers van seksueel geweld. Schaamte, taboe en stigma's bemoeilijken het zoeken naar en bieden van hulp. We werken daarom nauw samen met het Programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld, waarbij we samen streven naar een dekkend hulpaanbod voor plegers van seksueel geweld. Zie voor nadere informatie ook paragraaf 6.2, onder subkop Plegeraanpak Seksueel Geweld.

Programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (SISG) Sinds 2020 vergroot het programma SISG het bestaande aanbod binnen de aanpak van seksuele intimidatie en seksueel geweld. Er wordt ingezet op de volgende pijlers: 1. De samenwerking met het bestaande (hulp)aanbod versterken. 2. Bewustwording vergroten en SISGproblematiek op de agenda zetten. 3. Het inzicht in de problematiek vergroten en zo vernieuwende oplossingen ontwikkelen. 4. De persoonsgerichte ROSA-aanpak voor het helpen van slachtoffers met complexe problemen. Het programma SISG is onderdeel van het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) Amsterdam-Amstelland.

8. Aanpak femicide, intieme terreur en dwingende controle 8.1 Definitie en prevalentie Definitie femicide Femicide is dodelijk gendergerelateerd geweld tegen vrouwen. Het is geweld dat een vrouw wordt aangedaan vanwege gender, biologisch geslacht, genderidentiteit of genderexpressie. Niet alle gevallen van vrouwenmoord zijn een vorm van huiselijk geweld, maar dit is wel de grootste groep. Ongeveer 80% van de omgebrachte vrouwen wordt gedood door een (ex-) partner of familielid. Voor deze groep verloopt het geweld vaak volgens een vast patroon, zogenaamde ‘rode vlaggen’. Prevalentie Femicide, oftewel vrouwenmoord, gebeurt meestal niet vanuit het niets. Voorafgaand aan de moord zien we vaak dezelfde (gewelds)patronen en rode vlaggen die duiden op intieme terreur. Voorbeelden hiervan zijn isolatie van de buitenwereld, niet-fatale verwurging en (online) stalking.

Universiteit Leiden is gestart met onderzoek naar de prevalentie van vrouwendoden waarin breed gekeken wordt naar femicide binnen de huiselijke kring. Uit de meest recente Femicide Monitor24 komt naar voren dat tussen 2014 en 2024, 69% van vermoorde vrouwen binnen de huiselijke kring werden gedood. Hiervan werd 59% van de 451 gedode vrouwen door hun (ex)partner om het leven gebracht en 10% door een ander familielid. Uit het onderzoek 'Kwestie van lange adem' van het Verwey Jonker Instituut blijkt dat betrokken instanties specifiek op het profiel intieme terreur tekortschieten met de huidige aanpak.

8.2 Pijlers van aanpak In de regio Amsterdam-Amstelland zetten we sinds 2023 specifiek in op de bestrijding van intieme terreur en femicide. In juli 2024 lanceerden de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en Justitie en Veiligheid de landelijke aanpak ‘Stop Femicide!’. Dit plan rust op vier pijlers: primaire preventie,

24 Liem, M. (2025). De Nederlandse Femicide Monitor. Universiteit Leiden. https://www.universiteitleiden.nl/onderzoek/ onderzoeksprojecten/governance-and-global-affairs/de-nederlandse-femicide-monitor

35 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

zicht op (dreigend) geweld, interventies en hulpverlening en monitoring van het probleem en de aanpak. Wij zetten onze activiteiten voort vanuit de vier landelijke pijlers en voegen er een vijfde pijler, gericht op nabestaanden, aan toe. Primaire preventie We vergroten de bewust­wording van (potentiële) slachtoffers en hun sociale netwerk door campagnes en andere communicatiemiddelen in te zetten, met als doel het tijdig herkennen van risicofactoren en het zoeken van passende hulp. Zicht op dreigend geweld Deskundigheids­bevordering onder professionals door middel van trainingen, symposia en webinars over de herkenning van de fasen voorafgaand aan femicide (rode vlaggen). Deze inzet op deskundigheidsbevordering moet uiteindelijk leiden tot een sluitend en afgestemd aanbod van interventies voor alle vormen van HGKM en verschillende typen plegers. Het Expertiseplatform (zie paragraaf 4.3) zal hier naar verwachting een belangrijke rol in spelen.

Interventies en hulpverlening Deze pijler richt zich op het veilig maken van de situatie, het stoppen van het geweld en het bieden van passende hulp aan zowel slachtoffers als plegers. We zetten in op het versterken van bestaande beschermingsmaatregelen zoals het bestuursrechtelijke instrument Tijdelijk Huisverbod en Aware en zorgen voor implementatie van het Slachtofferdevice. Daarnaast wordt zoals vermeld in paragraaf 4.3 een Expertiseplatform HGKM met inloopfunctie opgericht waar slachtoffers van zeer ernstige vormen van HGKM kunnen binnenlopen. Hier kunnen zij zorg krijgen, aangifte doen, forensisch onderzocht worden en juridische bijstand ontvangen. De intensief casemanagers gaan daarbij samen met (al betrokken) professionele partners direct aan de slag om acute en duurzame veiligheid te realiseren. We hopen hiermee de drempel te verlagen voor slachtoffers om naar voren te komen, de effectiviteit van bescherming te vergroten en passend aanbod voor het hele systeem (slachtoffer/pleger/ overige leden van het huishouden) in te kunnen zetten. Zicht op probleem en aanpak Deze pijler draait om leren van de praktijk en het voeren van onderbouwd beleid. Een betere duiding van femicide is noodzakelijk om het probleem goed in kaart te brengen en te monitoren. We staan in contact met het Rijk, de GGD en weten­schappers van de Universiteit Leiden

36 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

om de aard en omvang van intieme terreur en femicide beter in beeld te brengen. Deze kennis wordt gebruikt om beleid en hulpverlening continu te verbeteren en gerichter op te treden tegen geweld. Tevens gebruiken we in beleidsstukken expliciete termen als intieme terreur en femicide, in plaats van verhullende termen als familieof gezinsdrama. Hulp aan nabestaanden In het kader van deze nieuwe pijler werken gemeente en het Actiecentrum Veiligheid en Zorg samen met Slachtofferhulp Nederland om nabestaanden beter te faciliteren bij hun vragen naar praktische ondersteuning en hulp.

Aandacht voor femicide In de periode 2023-2025 lanceerden we samen met Blijf Groep en Veilig Thuis een campagne in de horeca en op de damestoiletten in Amsterdam-Amstelland om vrouwen te attenderen op signalen van intieme terreur die zich al in een beginstadium van een relatie manifesteren. Deze campagne is in 2025 landelijk overgenomen en uitgezet door het ministerie van VWS. Ook is op verschillende plekken in de Amstelland regio een expositie over femicide getoond zowel binnen als in de buitenruimte om bewustwording te creëren.

Door maatschappelijke en (landelijke) politieke ontwikkelingen is de aanpak femicide en intiem terreur in een stroomversnelling geraakt. Dit kan leiden tot aanvullende maatregelen en beleid op dit terrein.

9. Specifieke vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling Er zijn bepaalde vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling en bepaalde groepen slachtoffers die om verschillende redenen een specifieke benadering vragen. In dit hoofdstuk onderscheiden we een aantal belangrijke vormen en groepen slachtoffers waar we een specifieke aanpak op inzetten.

9.1 Ouderenmishandeling Ouderenmishandeling is een ernstig en onder­ belicht probleem: 1 op de 20 mensen in Nederland boven de 65 jaar wordt herhaaldelijk mishandeld. Ouderenmishandeling kan voorkomen in huiselijke kring, zoals door de partner, familieleden of vrienden. Maar ook in de zorg komt ouderen­ mishandeling voor. Vaak zijn ouderen afhankelijk van de persoon die hen slecht behandelt. Dementerende ouderen zijn hierbij extra kwetsbaar. Er zijn verschillende verschijnings­ vormen van ouderenmishandeling: fysieke mishandeling, psychische mishandeling, verwaarlozing, financieel misbruik en seksueel misbruik.

37 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

De aanpak van ouderenmishandeling is gericht op: 1. Ouderenmishandeling voorkomen en bespreekbaar maken 2. Passende hulpverlening en nazorg voor slachtoffers van ouderenmishandeling We willen dat professionals in AmsterdamAmstelland de signalen van ouderenmishandeling kennen, herkennen en bij het zien van signalen de stappen van de meldcode volgen. Ook is het belangrijk dat ouderen en hun naasten in gesprek durven te gaan over veiligheid. Wanneer er sprake is van ouderenmishandeling moet dit adequaat worden aangepakt en gestopt. Dit doen we door: • Het aanbieden van gerichte trainingen aan professionals die met ouderen werken. • Samen met zorg- en welzijnsorganisaties in gesprek te gaan en acties te formuleren om ouderenmishandeling tegen te gaan. • Het organiseren van bewustwordingscampagnes over ouderenmishandeling rondom de Dag tegen Ouderenmishandeling op 15 juni.

9.2 Lhbtiq+-personen Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld komen in alle lagen van de samenleving voor. Echter blijkt bij bepaalde groepen, zoals lhbtiq+-personen, dat de prevalentie van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld hoger en structureler van aard is, vergeleken met heteropersonen. Lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, bi+-personen en vooral transpersonen worden veelvuldig slachtoffer van huiselijk geweld, waaronder seksueel misbruik en seksueel geweld. We continueren de komende jaren de inzet op het tegengaan van huiselijk geweld, kindermishande­ ling en seksueel geweld jegens en binnen de lhbtiq+- community. Dit doen we door: • Het afstemmen van het zorgaanbod op de specifieke behoeften van lhbtiq+-personen met het Centrum Seksueel Geweld (CSG); • Het versterken van de samenwerking tussen de specialistische hulpverlening en zelf- en belangenorganisaties en informele partijen, gezien hun meerwaarde in de aanpak van

•

•

•

•

huiselijk- en seksueel geweld; Het verzamelen van input van belangrijke partijen die zich inzetten voor de lhbtiq+gemeenschap, om te bepalen welke inzet het meest nodig is voor de aanpak van HGKM en seksueel geweld; Het vergroten van de bewustwording en het doorbreken van het taboe rondom het bespreken van en hulp zoeken bij HGKM en seksueel geweld; Het vergroten van de kennis bij professionals in het veld van huiselijk geweld en kindermishandeling over lhbtiq+-personen middels trainingen en andere informatie­ middelen over het herkennen en bespreken van HGKM & SG bij lhbtiq+-personen; Het organiseren van specifieke praatgroepen en peersupport voor verschillende subgroepen binnen de lhbtiq+-gemeenschap.

9.3 Vrouwen met een afhankelijk verblijfsrecht Vrouwen met een afhankelijk verblijfsrecht (van wie het verblijfsrecht in Nederland is gebaseerd op de verbintenis met een partner) hebben een vergrote kans op slachtofferschap als het gaat om geweld achter de voordeur. Hun verblijfsstatus is gekoppeld aan hun partner, wat een ongelijke machtsverhouding creëert en het risico op afhankelijkheid, misbruik en geweld vergroot.

Wanneer deze vrouwen slachtoffer worden van huiselijk geweld, kunnen zij door angst voor verlies van hun verblijfsrecht terughoudend zijn om hulp te zoeken of aangifte te doen. Wanneer er kinderen in het spel zijn, is deze angst nog groter. Hoewel deze vrouwen in navolging van het Verdrag van Istanbul hun verblijfsrecht kunnen behouden indien zij het geweld kunnen aantonen, zijn veel vrouwen en instanties hier niet van op de hoogte. Of de vrouwen durven niet te praten. Het is dus van belang om actief te waarborgen dat vrouwen met een afhankelijk verblijfsrecht toegang hebben tot hulp, opvang en juridische onder­ steuning, zonder angst voor uitzetting. Vanuit dit

Aandacht voor HG en vrouwen­ rechten in inburgeringscursus In het kader van de aanpak Noord wordt actief ingezet op het versterken van de positie van vrouwen met een afhankelijk­ heidsrecht door structurele aandacht voor vrouwenrechten en huiselijk geweld in de inburgeringscursus, zodat nieuwkomers signalen eerder herkennen en weten waar ze terechtkunnen. Daarnaast wordt ingezet op het bevorderen van participatie, uitbreiding van weerbaarheidstrainingen en juridische hulp bij scheiding.

25 Onder andere met financiering van afdeling Migratie, Asiel en Ongedocumenteerden 26 Wat zijn schadelijke traditionele praktijken? (2026, 11 augustus). Movisie. Wat zijn schadelijke traditionele praktijken? | Movisie

38 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

beleidskader HGKM & SG willen we hierop inzetten door proactieve informatievoorziening, vanuit bijvoorbeeld de Vrouwenrechtswinkels, door partijen die dicht bij de doelgroep staan. Mensen met een asielzoeker- of vluchtelingen­ status en ongedocumenteerde mensen worden vaak geconfronteerd met seksueel geweld in het land van herkomst, tijdens de vlucht of in Europa. We werken daarom samen met het CSG en andere afdelingen, zoals bij de Boys’ Club van het CSG op een COA-locatie. Hierbij is de ambitie om ook een Girls’ Club te ontwikkelen.25 Daarnaast zet het CSG in op verhoogde inzet in de vorm van deskundig­ heidsbevordering, training en casussamenwerking met COA-locaties in de stad.

9.4 Schadelijke traditionele praktijken Schadelijke traditionele praktijken is een verzamel­ term voor vormen van onderdrukking en geweld tegen kinderen (vooral meisjes) en mannen en vrouwen die voortkomen uit traditie, cultuur, religie of bijgeloof. Deze geweldsvormen worden gepleegd en actief gedoogd door de ouders of familie van het slachtoffer of door religieuze en gemeenschapsleiders. Ze krijgen, of ervaren, de toestemming van de meerderheid van de gemeen­ schap. Hierdoor kan het lang voortbestaan en wordt het van generatie op generatie overgedragen.26

Er zijn verschillende schadelijke traditionele praktijken waar we vanuit dit regionale beleids­ kader aandacht voor hebben. Hieronder vallen eergerelateerd geweld, huwelijksdwang en achterlating, en vrouwelijke genitale verminking (VGV). Binnen de aanpak werken we nauw samen met zelforganisaties die een belangrijke signalerende rol hebben en eventueel de brug kunnen slaan naar formele hulpverlening.

Landelijke cijfers van Veilig Thuis Cijfers van CBS laten zien dat er in 2020 landelijk bij Veilig Thuis 1.500 meldingen waren van eer­ gerelateerd geweld, huwelijksdwang en achter­ lating. Uit onderzoek blijkt dat deze aantallen in de praktijk hoger liggen. Eergerela­teerd geweld is over het algemeen ernstig en gevaarlijk: slacht­ offers kunnen de steun verliezen van hun hele gemeenschap en in sommige gevallen lopen zij levensgevaar. De politie en Blijf Groep hebben hier expertise op en het op te richten Expertisecentrum zal dit ook als specialisatie hebben. Huwelijks­ dwang en achterlating, vooral van schoolgaande meisjes, is een kwestie die vooral in de preventieve sfeer moet worden opgepakt. Leerkrachten en hulpverleners moeten op de hoogte zijn van signalen van dreigende huwelijksdwang en achterlating.

Vrouwelijke genitale verminking (VGV) Naar schatting lopen in Nederland 4.200 meisjes de komende 20 jaar risico op vrouwelijke genitale verminking, aldus Pharos, Expertisecentrum voor

39 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

gezondheidsverschillen. Bij de GGD Amsterdam is de coördinatie ten aanzien van vrouwelijke genitale verminking sinds 2019 geborgd bij de afdeling Forensische Geneeskunde en Medische Advisering van de GGD. Binnen de aanpak VGV zet de GGD in op bereiken van (potentiële) slachtoffers door inzet van sleutelpersonen, het vergroten van kennis over VGV bij professionals bij (in)formele organisaties, de ontwikkeling van het VGV-netwerk in Amsterdam, onderzoek en op het houden van een VGV-nazorgspreekuur voor vrouwen die besneden zijn. Doel van de inzet is volledige uitbanning van VGV per 2030.

9.5 Complexe scheidingen Scheidingen zijn niet alleen een bron van stress voor ouders maar ook oorzaak van veel problemen van kinderen. Wanneer ouders met veel onmin uit elkaar gaan, is het risico groot dat het belang van kinderen ondergesneeuwd raakt. Kinderen kunnen zelfs ingezet worden als middel in de strijd tussen scheidende ouders, wat natuurlijk voor de kinderen emotioneel beschadigend kan zijn. In sommige gevallen volgt een scheiding op een situatie van huiselijk geweld en is (of blijft) er ook na de scheiding risico voor de veiligheid van het kind. De zogenaamde ‘ouderverstoting’ is ook een risico, dat wil zeggen dat een van de ouders zo negatief is over de andere ouder dat het voor het kind emotioneel onuitvoerbaar wordt contact met die andere ouder te houden.

We zetten erop in het zo ver niet te laten komen. Meer inzet op preventie is een van de lessen die we hebben geleerd van calamiteiten in het verleden en de geleerde lessen mee te nemen in deze aanpak. In Amsterdam wordt gestart met een Aanpak Scheidingen. We zetten daarmee in op waarborging van de belangen van het kind, inclusief de mogelijkheid met beide ouders positief contact te houden. We willen laagdrempelige ondersteuning aanbieden aan ouders die een scheiding overwegen, inclusief relatietherapie. We willen, in lijn met de beweging naar de voorkant, het eigen netwerk van ouders betrekken. Zo hopen we in Amsterdam scheidingen minder complex te laten verlopen. Amsterdam houdt contact met andere gemeenten uit de regio over de aanpak om geleerde lessen ook elders te kunnen inzetten, want het probleem wordt ook in de regio gevoeld. Bij deze aanpak hoort natuurlijk het informeren van professionals die met ouders te maken kunnen krijgen over welke mogelijkheden voor hulp er zijn. Tegelijk moeten professionals goed geïnformeerd worden over signalen van ontsporende scheidingen en scheidingen in situaties als bijvoorbeeld intieme terreur. We moeten onze ogen er niet voor sluiten dat er ook situaties zijn waarin het niet in het belang van het kind is met beide ouders contact te houden. Daarover beslist uiteindelijk de rechter, maar hulpverleners moeten zich daar ook bewust van zijn.

10. Werkwijze 10.1 Waarden Het verbeteren van de hulp en bescherming bij HGKM & SG is veelomvattend. Daarbij helpt een gezamenlijk kompas. Ons eerste doel en algemene richtlijn is het realiseren van veiligheid. Daarnaast hanteren we de vier basisprincipes van het Toekomstscenario als kompas, richtinggevend en toetssteen voor eenieders handelen.

Veiligheid eerste prioriteit Voorondersteld in deze basisprincipes, die immers ten dienste staan van bescherming, is dat veilig­ heid de eerste prioriteit is. Het is onze gedeelde prioriteit en verantwoordelijkheid huishoudens te helpen geweld direct en blijvend te stoppen. We kijken niet weg, we staan naast inwoners, we lopen mee zo lang als nodig en zo kort als kan en we geven gezamenlijk voorrang aan huishoudens die te kampen hebben met geweld.

Basisprincipes van het Toekomstscenario Gezins- en gebiedsgericht HGKM & SG is een maatschappelijk probleem en een uitingsvorm van verschillende onderliggende oorzaken. We doen recht aan dit besef door gezinnen op maat en van nabij te ondersteunen. Ook waar het gaat om scholen of buurten die een

40 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

aanpak in HGKM behoeven doen we dit zo veel mogelijk vanuit nabijheid in de buurt. Collectief waar dat kan, gezinsgericht of individueel waar nodig. Omdat we eenieder geluk, kansen en steun in de eigen omgeving gunnen. Rechtsbeschermend en transparant we gunnen iedereen die dat nodig heeft bescherming tegen geweld, en evenzeer bescherming tegen ongepast handelen van de overheid. Daartoe dient het stelsel verbeterd te worden, van de eerste ontmoeting met hulp­ verlening tot rechterlijke uitspraken. Dat moet bijdragen aan bescherming die wordt gewaar­ deerd in plaats van gevreesd, en aan een overheid die door burgers wordt vertrouwd. Eenvoudig we kijken en handelen vanuit het perspectief van de leef- en niet de systeem­wereld. De vraag van de inwoner c.q. het huishouden is leidend en niet het aanbod van organisaties. Daarom moet de hulp dichtbij en toegankelijk worden georganiseerd, met vaste aanspreekpunten voor het gezin, en met integrale sturing op de ondersteuning. Professionals met expertise over veiligheid worden zo veel mogelijk toegevoegd en overdracht wordt zo veel mogelijk vermeden. Professionals doen elkaars werk niet over.

Lerend De professionals die met het gezin aan de slag gaan, hebben ruimte om te leren en steeds beter te worden in hun vak om zo steeds beter te kunnen helpen. In de werkomgeving worden professionals gewaardeerd en krijgen de ruimte om zich te ontwikkelen. Het leren op individueel niveau en als stelsel wordt gefaciliteerd. Er ligt een stevige verbinding tussen praktijk en structureel onderzoek. Een nadere uitwerking van dit basisprincipe volgt in de volgende paragraaf.

10.2 Lerende werkwijze HGKM & SG is een taai probleem wat van eenieder een lerende houding en een lange adem vraagt. Continu (reflectief) leren om steeds beter te worden, is onderdeel van het dagelijks werk voor alle betrokkenen in het werkveld van kind- en gezinsbescherming. We leren niet alleen van elkaar in het werk maar ook op andere manieren van jongeren, volwassenen en gezinnen, van ervarings­ deskundigen, van data en van de wetenschap. • Alle betrokken organisaties vragen hun ‘cliënten’ regulier hoe hulp en bescherming wordt ervaren en in welke mate deze helpend wordt gevonden. Deze feedback is een belangrijke bron van leren voor professionals,

•

•

•

•

•

•

praktijkorganisaties en gemeenten. We vragen ervaringsdeskundigen zich te verbinden aan de kennis- en leerinfrastructuur c.q. het Expertiseplatform en van daaruit bij te dragen aan het passend voorlichten van jongeren, ouderen en gezinnen, de gezamenlijke werkwijzen en deskundig­ heidsbevordering van professionals. Vanuit het Expertiseplatform, het Nationaal Programma Samen Nieuw-West, het Masterplan ZO=Zuidoost en het programmateam HGKM & SG ondersteunen we de tactische gebieds­ overleggen bij het gebruik van data, ervarings-, praktijk- en wetenschappelijke kennis ten behoeve van de sturing in het eigen gebied. Wij ondersteunen professionals bij het werken vanuit het handelingskader. Hiermee kunnen zij zich de grondhouding van naast de cliënt staan beter eigen maken. Ook ondersteunt het handelingskader het effectief leren in de praktijk. Het Expertiseplatform zal de organisatieoverstijgende werk- en leergroepen faciliteren die de beoogde ontwikkeling helpen realiseren, zoals ook beschreven in paragraaf 4.3. Binnen het Nationaal Programma Samen NieuwWest en Masterplan ZO=Zuidoost worden nieuwe werkwijzen beproefd die voor de rest van de stad Amsterdam en de regio leerzaam kunnen zijn; daar gaan we gebruik van maken om te kijken wat er elders toepasbaar is Tot het leren behoort ook het lering trekken uit

41 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026

calamiteiten, als die zich voordoen. Op calamiteiten volgt een analyse wat er is misgegaan en wat we daarvan kunnen leren.

10.3 Halfjaarlijkse monitoring en doorontwikkeling We beschreven de maatschappelijke effecten die we beogen voor jongeren, volwassenen en gezinnen in paragraaf 1.2. Die effecten liggen niet in de directe invloedssfeer van het stelsel of de regioaanpak. Wel geven ze onze ambitie weer op samenlevingsniveau en vormen daarmee onze stip op de horizon. Om meerjarig te werken aan de beoogde maatschappelijke effecten en daarop voortdurend bij te sturen ontwikkelen we een systematische wijze van monitoren, die ertoe aanzet om 2 keer per jaar gevoed te reflecteren op het resultaat van acties in relatie tot die beoogde effecten. We beogen met de stappen in de richting van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming veel ontwikkelingen tegelijk te realiseren. Die moeten in samenhang uitgevoerd worden en met veel partners tegelijk. Het is niet goed mogelijk tevoren een precieze planning daarvoor op te stellen, daarvoor zijn er te veel onbekende factoren. Dat maakt het ook noodzakelijk om op gezette tijden de balans op te maken, te reflecteren op wat er bereikt is en te bezinnen op hoe verder, in de richting die dit beleidskader

aangeeft. Het gaat er daarbij niet alleen om te bepalen wat er is bereikt van de voornemens van het afgelopen half jaar, maar ook wat er is bereikt in het verminderen van de onveiligheid in huishoudens. Tweemaal per jaar houden we een partneroverleg, waarin we de tijd nemen om samen terug te kijken naar wat we bereikt hebben en vooruit te kijken naar wat we het komende half jaar willen realiseren. In de halfjaarlijkse bijeenkomsten volgen we op gebieds- en regioniveau in welke mate de beoogde ontwikkeling plaatsvindt en in hoeverre deze ook bij lijkt te dragen aan de effecten die we beogen. Op basis daarvan leren we en sturen we bij. De voorbereiding is vooralsnog in handen van het programmateam HGKM & SG en betreft in ieder geval een gezamenlijk project met partners. Hierbij betrekken we ook steeds ervaringsdeskundigen.

10.4 Sturing in het veld • In ieder gebied stuurt het samenwerkings­ verband van de belangrijkste organisaties in de HGKM-aanpak: Veilig Thuis, lokale teams (in Amsterdam: OKT en Buurtteams), JBRA, Blijf Groep) op de realisatie van de opgave HGKM & SG. Daarbij ondersteunen we de ontwikkeling van integratie van dit samenwerkingsverband met de ‘cockpits’ (van de aanvullende jeugdhulp) in ieder gebied. Voor de trekkers van de opgave HGKM & SG vanuit deze tactische gebiedsoverleggen, organiseren we

vanuit het Expertiseplatform een leergroep. Het gebiedsoverleg wordt bij haar taak ondersteund door bestuurlijke buddy’s. • Deze buddy’s vormen de verbindende schakel met de stuurgroep Gebiedsgericht Samenwerken (GGSW). Voor Amsterdam en de DUO-gemeenten sluiten we aan bij deze stuurgroep GGSW waar het gaat om de vormen van samenwerken en leren in de gebieden. En daar halen we ook telkens de stand van de realisatie in de gebieden op. Amstelveen en Aalsmeer hebben daartoe hun eigen route. • De praktijkorganisaties werken samen aan de gedeelde werkwijze en het organisatie overstijgende leren vanuit het expertise­ platform. Dit expertiseplatform is technisch belegd bij VT, met alle praktijkorganisaties als ‘mede-eigenaar’. Die sturen op de ontwikkeling, betrekken de reflectiegroep Expertiseplatform en rapporteren aan het partneroverleg HGKM & SG. • We beleggen de inhoudelijke doorontwikkeling van de werkzame elementen van het Toekomstscenario (zie paragraaf 3.5) bij een aantal werk- en leergroepen. Deze worden gefaciliteerd door het expertiseplatform dan wel het programmateam HGKM & SG. Organisaties zijn trekker van werkgroepen. Zo is op het moment van schrijven versterking van gebiedsgericht werken belegd bij lokale teams en VT, trekt JBRA het handelingskader gefaseerd samenwerken voor veiligheid en de gemeente Amsterdam de ontwikkeling van gebiedsprofielen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=b888c647-af8c-4755-84e3-036d32334a0e