Agendabundel
Tekst van het document
1.3 Dankzegging Wij danken alle partijen die mee hebben gewerkt aan de totstandkoming van dit document. Naast de gemeentelijke bestuurders en ambtenaren hebben onze partners die in het veld werken aan de uitvoering van onze doelen intensief meegewerkt en meegedacht. Bovendien hebben we gebruik mogen maken van verschillende ervaringsdeskun digen die meededen aan de beleidsontwikkeling in de grote partnerbijeenkomst in de Amsterdamse Zuiderkerk op 19 juni 2025: vertegenwoordigers van Cliëntenbelang Amsterdam, MenAsWell, Together We Rise en verschillende ervaringsdes kundigen op persoonlijke titel. Dank daarvoor! Voorafgaand aan de definitieve besluitvorming is het advies ingewonnen van de formele adviesraden van de verschillende gemeenten.
7 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
2. Probleem en doelstelling 2.1 Waarom een aanpak huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld? Met HGKM bedoelen we gewelddadig, misbruikend of verwaarlozend gedrag. Het gaat om geweld in een situatie dat slachtoffer en pleger in relationele zin afhankelijk van elkaar zijn. Ook seksueel misbruik en seksueel geweld kunnen onder die definitie vallen. HGKM & SG laten diepe en blijvende sporen na voor slachtoffers, getuigen en plegers. Het geweld heeft grote negatieve mentale en fysieke gevolgen. Die gevolgen gaan een leven lang mee en strekken zich vaak uit tot ook weer de volgende generatie. De gevolgen zijn enorm, zowel persoonlijk als maatschappelijk, zowel sociaal, medisch als economisch. Daarnaast heeft Nederland zich gecommitteerd aan verschillende internationale verdragen die landen verplichten zich te richten op het beschermen van mensenrechten en het bestrijden
van geweld tegen vrouwen. Bijvoorbeeld het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW, 1979), de Verklaring inzake de uitbanning van geweld tegen vrouwen (1993), het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (CAT, 1984), Het Verdrag inzake de rechten van het kind (CRC, 1989) en de Istanbul Conventie (Raad van Europa, 2011). Met deze verdragen ten grondslag aan het regionale beleidskader, zetten we ons in om te komen tot een geweldsvrij bestaan.
2.2 Omvang en impact In Nederland worden jaarlijks tussen de 90.000 en 127.000 kinderen blootgesteld aan een vorm van kindermishandeling2. Eén op de twintig mensen boven de 16 jaar wordt herhaaldelijk mishandeld3, op jaarbasis is bijna 1,3 miljoen mensen slachtoffer van een of meerdere vormen van huiselijk geweld. 1,7 Miljoen mensen van 16 jaar of ouder rapporteert slachtoffer te zijn van seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen- of
2 CBS Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag (2024). 3 CBS Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag (2024). 4 Nederlands Jeugdinstituut (NJI). (2025). Cijfers over huiselijk geweld.
8 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
buitenshuis, en de afgelopen vijf jaar werd er gemiddeld iedere 8 dagen een vrouw omgebracht door haar partner of ex-partner. De prevalentie van HGKM4 is de afgelopen jaren vrijwel gelijk gebleven. In de regio Amsterdam-Amstelland kwamen in 2024 9.951 meldingen en 5.383 adviesvragen binnen bij Veilig Thuis (VT). In 59 procent van de meldingen over of van huishoudens ging het om kindermishandeling en in 34 procent om (ex-) partnergeweld. Landelijk onderzoek laat zien dat bij ruim de helft van de gezinnen die gemeld worden bij Veilig Thuis sprake is van zowel kindermishandeling als partnergeweld. Bij huishoudens zonder kinderen betrof 60 procent (ex-)partnergeweld, 6 procent geweld tegen ouders door hun kinderen en 5 procent ouderenmishandeling. In datzelfde jaar werd er 1.390 keer een beroep gedaan op de hulp en expertise van het Centrum Seksueel Geweld: door 552 slachtoffers in de acute fase en door 838 personen gesproken in de niet-acute fase. De verschillen tussen de gebieden in de regio zijn groot. In Amsterdam loopt dat uiteen van 1.753 meldingen gedaan in 2024 over huishoudens met én zonder kinderen in Amsterdam Nieuw-West, met een inwonersaantal van meer dan 165.000
(11 meldingen per 1000 inwoners) tot 466 meldingen voor ruim 90.000 inwoners in Amsterdam Centrum (5 meldingen per 1000 inwoners). In de Amstellandgemeenten zit het daar tussenin, bijvoorbeeld in Uithoorn waren er 241 meldingen voor bijna 32.000 inwoners en in Diemen 253 meldingen bij ruim 33.000 inwoners (8 meldingen per 1000 inwoners voor beide). De schade van HGKM & SG is zowel mentaal als fysiek. Denk bij mentale schade aan depressies, angsten en trauma’s, op zowel korte als lange termijn. Fysieke schade heeft de vorm van botbreuken en blauwe plekken. Maar ook: negatieve gevolgen voor een eventuele zwangerschap, suïcide en femicide horen hierbij. Slachtoffers ontwikkelen relatief vaak ongezonde coping mechanismes, zoals (overmatig) roken, schoolverzuim en alcoholgebruik.5,6 In veel studies is aangetoond dat kindermishandeling tot een achterstand in de ontwikkeling van hersenen kan leiden. Onderzoek van het Verwey Jonker Instituut laat zien dat kindermishandeling de structuur van hersenen beschadigt, met als gevolg dat bepaalde vaardigheden niet ontwikkeld kunnen worden. Kindermishandeling ontregelt de stresshuis houding als het dagen of weken voortduurt en beschadigt het emotionele geheugen.
Er is vaak sprake van herhaald slachtofferschap en het effect van geweld is intergenerationeel. Eerdere traumatische ervaringen maken mensen kwetsbaarder voor volgende traumatische gebeurtenissen, waardoor het risico op herhaling toeneemt. Kinderen die zelf slachtoffer zijn van mishandeling of opgroeien in een situatie waar sprake is van huiselijk geweld, lopen een hoger risico om zelf gewelddadige relaties aan te gaan, zowel als dader als slachtoffer. Ook bestaat het risico op ander crimineel gedrag. Naast de schade voor individuen, jongeren, ouderen en gezinnen, raken HGKM & SG ook de sociale omgeving en is de maatschappelijke schade groot. Onverwerkt (jeugd)trauma en aanhoudend geweld kent miljardenschade. Denk aan arbeidsongeschiktheid, verergerende psychische, psychiatrische of fysieke klachten, schoolverzuim en criminaliteit. Dit probleem vraagt veel van de overheid, instituties zoals politie en justitie, hulpverlenende organisaties en omstanders. Het niet effectief aanpakken van dit geweld kan bovendien wantrouwen in de overheid en instituties vergroten bij burgers en het gevoel van veiligheid doen afnemen.
5 Glaser, D. (2000). Child abuse and neglect and the brain - a review. Journal of Child Psychology & Psychiatry, 41(1), 97-116 6 Perry, B. D., & Szalavitz, M. (2007). The boy who was raised as a dog: And other stories from a child psychiatrist's notebook—What traumatized children can teach us about loss, love, and healing. Basic Books. 7 CBS Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag (2024). 8 Presentatie 19 juni 2025 van Majone Steketee, Verweij Jonker Instituut.
9 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
De CBS Prevalentiemonitor7 laat zien dat vrouwen en non-binaire of genderqueer personen (respectievelijk 21,2% en 42,5%) vaker slachtoffer zijn van huiselijk geweld en/of seksueel grensoverschrijdend dan mannen (12,7%), ook al zijn mannen even goed vaak slachtoffer, meer dan soms wordt gedacht. Specifiek voor huiselijk geweld geldt dat jongeren (16 tot 24 jaar) vaker slachtoffer zijn (20,8%) in vergelijking met de oudere leeftijdsgroepen. En dat huiselijk geweld overal in de maatschappij voorkomt, ongeacht opleidingsniveau, etniciteit of sociale klasse. Onderzoek van Verwey Jonker laat zien dat bij gezinnen waar het geweld helemaal is gestopt, het welzijn van ouders en kinderen toeneemt tot bijna het niveau van de algemene Nederlandse bevolking. Dit is waarom we ons blijvend inzetten tot het terugdringen en stoppen van huiselijk geweld en kindermishandeling.8
2.3 Ambitie en beoogde effecten De onderstaande ambitie is onderschreven door de gemeenten in de regio Amsterdam-Amstelland, het Actiecentrum Veiligheid en Zorg, de diverse lokale teams, Veilig Thuis, de gecertificeerde instellingen (GI's)9, Blijf Groep, de Raad voor de Kinderbescherming, Politie, het OM en de Reclassering in 2024 en vormt de basis voor deze aanpak. “Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld moet zo snel mogelijk stoppen. Voor altijd. Wij moeten ervoor zorgen dat de generaties na ons een gezond en geweldloos bestaan kunnen leiden. Dat is onze verantwoordelijkheid. Ieder van ons kan daarin iets doen. Klein of groot. We helpen maatschappelijk besef creëren (groot denken) en werken concreet (klein doen).” Deze ambitie is groots en verreikend. We willen daarmee zeggen dat er geen mate van huiselijk geweld, kindermishandeling of seksueel geweld is die we acceptabel vinden en dat we met onze aanpak willen doorgaan tot we het hebben opgelost. Tegelijk willen we realistisch zijn over wat we als overheid kunnen bereiken. Huiselijk geweld is een wijdverbreide en taaie problematiek, die zich over de generaties heen strekt, diepgeworteld
is in de maatschappij en onze middelen voor de aanpak zijn niet oneindig. We krijgen het niet binnen vier of vijf jaar opgelost. Dat betekent voor ons vooral dat we prioriteiten moeten stellen: wat is het belangrijkste om te doen, en waar moeten we mee beginnen. We vertalen deze ambitie naar vier effecten die we voor de maatschappij en voor alle inwoners willen bereiken. Het betreft hier een vergezicht, een visie waar we naar toe willen. Dit zijn de lange termijn doelen die de richting van onze inspanningen aangeven. • Voorkomen van geweld: door in te zetten op onderliggende oorzaken en door vroegtijdig toe te leiden naar hulp. We beogen dat inwoners zich veilig voelen in hun leefomgeving. • Duurzaam stoppen van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld en van intergenerationele overdracht: door naast inwoners te staan en hen op maat van hun vraagstukken en situatie te ondersteunen. Hiermee willen we bereiken dat inwoners de hulp makkelijk vinden, ze deze op zowel de korte als de lange termijn als helpend ervaren en de samenwerking waarderen. • Bescheiden en betrouwbare overheid: door waar passend te normaliseren en door het recht op bescherming en rechtsbescherming hand in
9 Een GI is een organisatie die de uitvoering van opgelegde kinderbeschermingsmaatregelen verzorgt, zoals een ondertoezichtstelling, en daarnaast ook in vrijwillig kader in overleg met een huishouden veiligheidsplannen opstelt en de voortgang daarop monitort.
10 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
hand te laten gaan. Hiermee beogen we dat inwoners de overheid vertrouwen, en hulp willen en durven zoeken. • Zorgzame samenleving: door het besef van onze gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een gezond en veilig bestaan te helpen vergroten. We willen bereiken dat inwoners, wanneer zij zich zorgen maken over HGKM &SG bij mensen in hun omgeving, dit bespreekbaar willen maken en hulp bieden aan deze mensen in hun omgeving. Dit regionaal beleidskader is geschreven in 2025 en van kracht vanaf 2026. We nemen ons voor dit beleidskader in 2029 te evalueren. Uit de evaluatie zal volgen of het nodig is onze beleidsuitgangs punten te herijken. Tot die tijd beschouwen we dit als onze leidraad.
3. Reflectie op vorige regionale aanpak (2020-2024) en de Proeftuinen Blijvend Veilig 3.1 Speerpunten van Regioaanpak 2020-2024 De Regioaanpak Veiligheid voor Elkaar (20202024) richtte zich op het bespreekbaar maken en aanpakken van Huiselijk Geweld, Kindermis handeling (HGKM) en Seksueel Geweld in de regio Amsterdam-Amstelland. In Bijlage 1 staat een uitgebreide samenvatting van wat er de afgelopen jaren nagestreefd en bereikt is.
2 Verantwoord ouderschap en veilige relaties
3.2 Resultaten
Professionals hanteren dezelfde visie, kunnen cultuursensitief handelen en signaleren geweld tijdig. Er is een adequate zorgstructuur, die professionals in staat stelt binnen en buiten de organisatie te handelen. De centrale rol voor wijkteams in het bieden van maatwerk en doorverwijzing wordt versterkt.
Vanuit deze speerpunten zijn er verschillende resultaten behaald. Zo is de samenwerking tussen formele en informele partijen versterkt en verbeterd door het opstellen en in gebruik nemen van het Handboek Samen Sterker tegen Huiselijk Geweld. Daarnaast zijn er stappen gezet om passend aanbod te realiseren voor plegers van HGKM en seksueel geweld, zodat de problematiek doorbroken kan worden. Maatschappelijke ontwikkelingen vroegen ook om meer inzet op seksueel geweld. In oktober 2024 is een fysieke locatie voor het Centrum Seksueel Geweld (CSG) gerealiseerd. Hier kunnen slachtoffers onder één dak terecht voor forensische, medische en psychische hulp. Ook ontstond er landelijk meer aandacht voor intieme terreur en femicide. Dit leidde tot een landelijke aanpak met vier pijlers, waarbij we in Amsterdam-Amstelland een vijfde pijler ‘aandacht voor nabestaanden’ toevoegden. En er is belangrijke ervaring opgedaan met de Proeftuinen Blijvend Veilig, waarover meer in de volgende paragrafen.
3 Geweld stoppen en duurzaam oplossen De aanpak van huiselijk geweld en kinder mishandeling in de periode 2020 – 2024 richtte zich op 3 speerpunten, namelijk:
1 Zichtbaar, bespreekbaar en ieders verantwoordelijkheid Met als doel dat iedereen signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling (her)kent, weet wat de routes naar hulp en advies zijn en het gesprek over veiligheid en geweld aan durft te gaan. Belangrijk hierbij was het verstevigen van de samenwerking met en tussen informele en formele partijen. Ook was hierbij aandacht voor specifieke groepen met een verhoogde kans op slachtofferschap.
11 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
Professionals in staat stellen volgens één visie samen te werken aan een gezamenlijke, integrale aanpak voor het huishouden, met daarbij de aanpak toegankelijk en dichtbij door de wijkteams georganiseerd. Uitrollen van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Verder het versterken van de zorg- en justitieketen, met optimale informatie-uitwisseling en het inzetten van (preventieve) Tijdelijke Huisverboden.
3.3 Aanleiding voor het Toekomstscenario kinden gezinsbescherming In situaties waar sprake is van huiselijk geweld en kindermishandeling is het cruciaal dat de overheid huishoudens en gezinnen tijdig en op maat ondersteunt. In de praktijk lukt dat helaas nog te vaak niet: de inzet van hulp laat op zich wachten, de samenwerking tussen verschillende organisaties leidt regelmatig tot fouten en dubbel werk, en gezinnen voelen zich onvoldoende gehoord. Dit vergroot het wantrouwen richting de overheid. Te veel ouders, kinderen en andere betrokkenen
De jeugdbeschermingsketen is wettelijk ingericht volgens een ‘estafettemodel’: verschillende partijen zijn daarbij als schakels achter elkaar gezet en nemen om de beurt het stokje over. Allen met eigen wettelijke bevoegdheden, informatiesystemen en werkwijzen. Gezinnen en huishoudens, die al in een kwetsbare situatie zitten, gaan van loket naar loket. • Een traject start vaak bij een signaal van iemand die zich zorgen maakt. Bijvoorbeeld een leerkracht, politieagent, wijkteammedewerker of iemand uit het netwerk van een gezin. • De melding komt bij Veilig Thuis terecht. Zij hebben de wettelijke bevoegdheden om de melding te beoordelen. Dit kan ertoe leiden dat ze een onderzoek starten. Daarna gaan ze
12 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
geven aan dat zij zich niet gezien of gehoord voelen. Zij geven aan telkens opnieuw hun verhaal te moeten doen, terwijl hulp en bescherming langs elkaar heen lopen. Ook professionals geven aan dat zij onvoldoende ruimte ervaren om werkelijk naast gezinnen te staan en om de juiste onder steuning te bieden bij complexe problematiek zoals armoede, verslaving en psychische kwetsbaarheid. Die signalen zijn niet nieuw. Al jaren wijzen onder zoeken van onder andere het Verwey-Jonker Instituut en rapportages van de Inspecties op fundamentele knelpunten in het jeugdbescher mingsstelsel. Er is sprake van systeemdruk,
met de jeugdigen of het gezin in gesprek. Veilig Thuis medewerkers zijn bevoegd zonder toestemming van gezinnen gegevens te verstrekken of op te vragen bij hulpverleners of instanties. Conclusie kan zijn dat: - Er geen sprake is van onveiligheid, - Het gezin vrijwillig hulp aanneemt van jeugdbescherming (G.I.) of andere hulpverleners (zoals een lokaal team), of - Veilig Thuis een verzoek tot onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming indient. • De Raad voor de Kinderbescherming doet op verzoek van Veilig Thuis of van een G.I. een beschermingsonderzoek. Deze medewerkers hebben de wettelijke bevoegdheid om zonder toestemming van het gezin dit onderzoek uit te voeren en de kinderrechter te verzoeken een
rolverwarring en beperkte regie bij gezinnen, met als gevolg dat we niet in staat zijn duurzame veiligheid te organiseren.
3.4 Wat hebben we daaraan gedaan? (Blijvend Veilig) In Amsterdam-Amstelland hebben we deze signalen ter harte genomen, evenals andere regio's. Onder de vlag van Blijvend Veilig is gewerkt aan een vernieuwde werkwijze waarin gezinnen centraal staan. In een samenwerking tussen Gecertificeerde Instellingen (GI's), Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, Blijf
jeugdbeschermingsmaatregel uit te roepen. Dit gebeurt zodra een ernstige ontwikkelingsbedreiging wordt vastgesteld. • De kinderrechter beoordeelt het verzoek en doet een uitspraak. • Na uitspraak van de rechter hebben de gecertificeerde instellingen de opdracht om de maatregel uit te voeren. Zij zijn wettelijk bevoegd om passende bescherming te bieden, en begeleiding en hulp in te zetten. Daarmee zijn zij een wettelijke verwijzer. Dit doen de gezinsmanagers door met ouders en kinderen de gewenste situatie in kaart te brengen. Zodra deze situatie is bereikt stroomt het gezin uit de keten.
Groep en lokale teams is in Amsterdam-Noord en Uithoorn vanuit de praktijk een nieuwe werkwijze beproefd. Niet de structuur van het systeem, maar de aard van het werk stond aan het begin van elke afweging. Elke situatie is uniek en complex, professionals hebben oog voor de diversiteit in gezinnen en in de hulpbehoefte en op organisatie niveau wordt voortdurend gereflecteerd op het eigen handelen van professionals. Professionals van Veilig Thuis, GI’s en de Raad voor de Kinderbescherming werkten in een regionaal veiligheidsteam samen. Concreet werkte een duo van lokaal team, aangevuld met de expertise en bevoegdheden van een professional uit het regionale veiligheidsteam, samen met gezinnen aan veiligheid én herstel. De werkzaamheden van medewerkers in het regionaal veiligheidsteam zijn een integrale werkwijze voor de doelgroep van 0-100, huishoudens mét en zonder kinderen. Het is een nieuw vak, met nieuwe vaardigheden, competenties en deskundigheid.
Proeftuinen Toekomstscenario Kinden Gezinsbescherming Proeftuinen geven in de praktijk invulling aan systeem- en mensgericht werken, en aan de samenwerking tussen lokale teams, zorg- en veiligheidspartners en de beoogde regionale veiligheidsteams (RVT’s). Ze maken zichtbaar wat in de praktijk werkt en waar knelpunten zitten, en
10 Hierbij wordt ook samengewerkt met het AcVZ.
13 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
Amsterdam-Amstelland is een officiële proeftuin. De opgedane kennis uit de proeftuinen in Amsterdam-Amstelland, en tien andere proeftuinregio’s verspreid over het land, hebben geleid tot het besluit van het Ministerie Justitie en Veiligheid, het Ministerie van Volksgezondheid, Wetenschap en Sport en de Vereniging van Nederlandse gemeenten voor de toekomstige inrichting van regionale veiligheidsteams (RVT). Dit moet uiteindelijk leiden tot de wetswijziging die de werkwijze van een RVT legitimeert.
3.5 Wat hebben we eraan gehad? Resultaten waren hoopgevend. Gezinnen werden niet meer langs organisaties ‘geschoven’. Gezinnen hadden één vast contactpersoon. Zij hoefden niet meer bij verschillende loketten hun verhaal te vertellen. Medewerkers van het RVT voerden niet alleen regie, maar verleenden ook hulp. Zo werden uithuisplaatsingen voorkomen. Gezinnen werden op tijd geholpen met de juiste hulp. Daarbij was
leveren daarmee waardevolle input voor de verdere ontwikkeling van het Toekomstscenario. Daarnaast genereren ze kwalitatieve en kwantitatieve inzichten over de nieuwe werkwijze. Proeftuinen ontwikkelen in samenwerking concrete producten, zoals handreikingen of plannen van aanpak, die landelijk ingezet kunnen worden.
extra oog voor de onderliggende problematiek die leidt tot de onveilige situaties. Medewerkers van RVT voerden gesprekken over praktische en sociaaleconomische omstandigheden van een gezin en zetten daar acties op uit met als doel de veiligheid te vergroten. Al met al voelden gezinnen en huishoudens zich gehoord en ervoeren meer regie. Er zijn signalen dat professionals meer voldoening van hun werk ervaarden, ook door een toegenomen beleving met partners gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor gezinnen te dragen, en dat het verloop in personeel minder werd. De belangrijkste werkzame elementen die we in de Proeftuinen hebben onderscheiden zijn: • Ontwikkeling van Regionale Veiligheidsteams (RVT's), waarin professionals van verschillende disciplines samenwerken zonder schotten in de vorm van opeenvolgende taken of belemmerende privacywetgeving; • Versterking van lokale teams met gebiedsgericht georganiseerde ondersteuning vanuit specialistische en lokale organisaties; • Ontwikkeling van een Expertiseplatform HGKM waar een bundeling van kennis plaatsvindt en complexe casuïstiek multidisciplinair (inclusief politie, OM en Reclassering) kan worden opgepakt op één locatie;10 • Ontwikkeling van een kennis- en leerinfrastructuur om leren en ontwikkelen in de gebieden te ondersteunen.
Behalve met de ontwikkeling van RVT's, waar juridische beletsels voor zijn, gaan we met alle werkzame elementen aan de gang. Zie daarover verder hoofdstuk 4.
3.6 Juridische grenzen aan beproeven Tegelijkertijd liepen we tegen juridische en orga nisatorische grenzen aan. In het estafettemodel hebben de sleutelspelers gemeenten, Veilig Thuis, GI’s en RvdK eigen wettelijke taken en bevoegd heden. Het werk van professionals is gekaderd en afgebakend. In Blijvend Veilig is beproefd om alle taken van de drie organisaties in één organisatie te organiseren en uit te voeren. Er was geen wettelijk kader dat Blijvend Veilig legitimeerde. Daardoor liepen we tegen concrete juridische barrières aan: • Het bleek niet mogelijk om de juridische bevoegdheden rond gegevensdeling binnen Blijvend Veilig te combineren. Dit betekent dat zodra gezinnen geen toestemming geven om informatie te delen, Blijvend Veilig niet over alle gegevens beschikte die nodig zijn om zorgvuldige beslissingen te nemen. In zulke situaties is geprobeerd om informatie op te vragen bij Veilig Thuis, de gecertificeerde instellingen en de Raad voor de Kinder bescherming. Daarmee bleef echter het
estafettemodel bestaan, waarin partijen elkaar achtereenvolgens benaderen in plaats van gezamenlijk te handelen. • Daarnaast is Blijvend Veilig geen wettelijke verwijzer. Dat houdt in dat verwijzingen altijd ondertekend moeten worden door een mede werker die in dienst is bij een gecertificeerde instelling. Wanneer zo’n verwijzing wordt afgewezen, leidt dit tot vertraging voor het gezin of huishouden en tot een extra belasting voor de professionals van zowel de GI als Blijvend Veilig. Dat beperkt de slagkracht van het systeem en gezinnen ervaren onnodige vertraging. • De Raad voor de Kinderbescherming heeft op zijn beurt de wettelijke bevoegdheid om bij alle betrokken partijen informatie op te vragen wanneer er een beschermingsonderzoek wordt uitgevoerd. Hiervoor is geen toestemming van het gezin nodig. Medewerkers van Blijvend Veilig hebben deze bevoegdheid niet. Wanneer een gezin geen toestemming geeft, blijft het onderzoek onvolledig en moet de Raad alsnog een beschermingsonderzoek starten in plaats van een toets uitvoeren. Dit leidt tot vertraging, dubbele werkzaamheden en opnieuw een estafettemodel. • Bij de ontwikkeling van het nieuwe vak vraagt de brede doelgroep 0-100 en de integrale werkwijze om inzet van professionals met uiteenlopende expertise en achtergronden. In de praktijk blijkt het lastig om deskundigen met
11 Een SKJ-registratie is een verplichte registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd voor professionals in de jeugdzorg, die aantoont dat zij voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen voor hun vak.
14 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
kennis van volwassenproblematiek betrekken, omdat zij vaak niet SKJ-geregistreerd zijn. Alleen medewerkers met een SKJ-registratie11 mogen een jeugdbeschermingsmaatregel uitvoeren. Dit kan ertoe leiden dat een gezin waarin het RVT betrokken is, alsnog overdragen moet worden. Er is geprobeerd om in zulke situaties een GI-medewerker met SKJregistratie supervisie te laten uitvoeren, maar dit leidt af van de ondersteuning die gezinnen nodig hebben. Door deze juridische beperkingen kan de nieuwe werkwijze niet doorgevoerd worden. We hebben nog steeds te maken met een ‘estafette-model': de verschillende instellingen moeten hun taken volgordelijk uitvoeren. De kracht van het RVT was juist dat alle organisaties allemaal tegelijk hun expertise kunnen inzetten waar nodig ter onder steuning van één hulpverlener, die van melding tot afronding aanspreekpunt is voor het gezin of huishouden.
3.7 Hoe verder? Om met RVT's te kunnen starten zijn we afhankelijk van wetswijzigingen. In het voorjaar van 2025 werd duidelijk dat het Rijk voorlopig geen wetswijzigings traject inzet om deze structurele knelpunten weg te nemen. Dat vraagt van de regio een bestuurlijke heroriëntatie. De G4 heeft er zomer 2025 bij het rijk op aangedrongen om alsnog werk te maken van wetswijzigingen.
In Amsterdam-Amstelland zijn wijkteams, Veilig Thuis, Jeugdbescherming, de Raad voor de Kinderbescherming, het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) en de gemeenten in overleg gegaan over de vervolgstappen. De gezamenlijke inzet is helder: partijen en gemeenten werken samen om binnen de huidige wettelijke kaders zoveel mogelijk in de geest van het Toekomstscenario de dienst- en hulpverlening te organiseren. En de regio daarbij tevens voor te bereiden op de komst van de nieuwe wetgeving, zodat zodra de wetgeving definitief wordt aangenomen alle seinen op groen staan om de transformatie naar het Toekomstscenario te voltooien. Zoals Blijvend Veilig inspirerend werkte voor de professionals die daarin samenwerkten, zo is het stopzetten van deze werkwijze onder verwijzing naar juridische beperkingen een deceptie geweest voor zowel professionals als managers. Vooruitgang die was geboekt in de organisatie-overstijgende samenwerking is weer teruggedraaid. Dit vraagt een extra inzet om weer te gaan bouwen en het vertrouwen van professionals te (her)winnen met realistische afspraken. Ondertussen bewegen we, in zowel denken als handelen, van keten (estafettemodel) naar netwerk (samenwerking rondom het huishouden). In het kort: • We zetten in op hernieuwde, gebiedsgericht georganiseerde samenwerkingsafspraken tussen de partners
• We gaan uit van stevige lokale teams die we faciliteren met omringende deskundigheid. Het is wezenlijk dat de opgave voor professionals uitvoerbaar is. • Daarnaast zetten we in op een betere kennis- en leerinfrastructuur. Er wordt een expertiseplatform opgericht dat gaat organiseren dat we leren van praktijkervaringen en daarmee het vakmanschap verbeteren. In het volgende hoofdstuk staan de benodigde stappen beschreven.
3.8 Terugblik (algemeen) Als samenleving slagen we er nog onvoldoende in om HGKM te voorkomen en duurzaam te stoppen. Inwoners vragen niet graag om hulp, door schaamte en een gebrek aan vertrouwen in de overheid. Die hulp is vervolgens vaak weinig samenhangend, onvoldoende op maat, niet tijdig beschikbaar en dus onnodig duur. Wat bedoeld is als bescherming wordt door gezinnen met regelmaat ervaren als onnavolgbaar en bedreigend. De gevreesde inzet van machtsmiddelen is vervolgens beperkt effectief. Onderzoek laat zien dat kindermishandeling weliswaar wat meer afneemt bij inzet van een maatregel, desondanks is na anderhalf jaar bij 66% van de gezinnen nog steeds sprake van geweld, bij 47% zelfs van veel en/of ernstig geweld.12
12 Steketee, M., Tierolf, B., Lünnemann, K., Lünnemann, M. (2020). Kwestie van lange adem. Verwey-Jonker Instituut, Utrecht.
15 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
De doelen van de Regioaanpak 2020-2024 blijven actueel; de onderdelen van de speerpunten blijven ook allemaal relevant. Een aantal van die onderdelen bevinden zich inmiddels in een andere ontwikkelingsfase. De belangrijkste ontwikkeling in de afgelopen periode is die van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Door landelijke besluitvorming is de uitrol hiervan niet voortgezet zoals in de Proeftuinen beproefd en zoals we denken dat nodig is. De werkzame bestanddelen van het Toekomstscenario worden niettemin zo veel mogelijk opgenomen in het regionale beleidskader 2026, zoals in het volgende hoofdstuk nader toegelicht. Huiselijk Geweld, kindermishandeling en seksueel geweld zijn hardnekkige, maatschappelijke problemen. Het aantal meldingen bij Veilig Thuis ligt al jaren rond de 10.000 en het CSG ziet een stijging in het aantal slachtoffers dat contact met hen zoekt. Met dit nieuwe, Regionale Beleidskader blijven we daarom – in nauwe samenwerking met alle partners – ons inzetten voor de bestrijding van deze problematiek. Alleen samen kunnen we stappen maken, waarbij we iedere professional, vrijwilliger en ook de inwoners van AmsterdamAmstelland hard nodig hebben. De geleerde lessen uit de Regioaanpak 2020-2024 nemen we mee, waardoor we de aanpak steeds iets kunnen aanpassen om de best passende interventies in te zetten.
4. Beter organiseren van hulp en ondersteuning In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe we de geleerde lessen en werkzame elementen uit de proeftuinen Blijvend Veilig in de regioaanpak voor de komende jaren willen integreren. Die werkzame elementen hebben geresulteerd in het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming, dat we zo veel mogelijk willen implementeren. Door hieraan te werken versterken we het stelsel van hulp voor slachtoffers en plegers van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld.
Ontwikkellijnen Ten behoeve van de effecten beoogd door het Toekomstscenario zien we verschillende ontwikkellijnen die elkaar versterken en samen hangen. De werkwijze van het Toekomstscenario staat niet op zichzelf: zij valt op verschillende manieren samen met andere brede ontwikke lingen, zoals de Hervormingsagenda Jeugd en de 'Beweging naar de voorkant'. Ook daar is sprake van stevige lokale teams, die zelf hulp bieden en waar nodig de deskundigheid van een specialist betrekken, wat we mogelijk maken door de deskundige partijen gebiedsgericht rond huishoudens en lokale teams te organiseren.
16 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
4.1 Stevige lokale teams Net als huisartsen dat zijn voor medische zorg, zijn lokale teams de ‘eerste’ vorm van professionele hulp voor iedere inwoner op sociaal gebied. Deze teams zijn er (onder meer) om collectieve en individuele hulp te bieden bij het signaleren, bespreekbaar maken en verhelpen van HGKM & SG voor alle inwoners die dat willen. De teams zijn aanwezig op scholen en een groot aantal andere plekken in de wijk, daarmee voor velen goed toegankelijk, en zij werken ook outreachend, waar nodig in samenwerking met informele partijen en ervaringsdeskundigen. Het is altijd al de opdracht van lokale teams geweest om aan de slag te gaan met problematiek van huiselijk geweld, maar de opdracht om met prioriteit te werken aan veiligheid in een gezin wordt steeds explicieter. Zij gaan mee in de gezamenlijke aanpak van het Toekomstscenario. Om dat mogelijk te maken willen we de lokale teams ook beter gaan faciliteren met nabij beschikbare deskundigheid, met een netwerk van aanvullende hulp (zie 4.2) en een gebiedsgerichte wijze van samenwerken met partners (zie 4.4).
De lokale teams bestrijken in ieder geval binnen het vrijwillig kader (samen) vier van de vijf gezinsen relatieprofielen zoals door Verwey-Jonker opgesteld. Bij dwingende controle/intieme terreur en eergerelateerd geweld worden vanaf de start aanvullende hulp en strafpartners betrokken. De organisaties die de aanvullende hulp en bescher ming bij HGKM & SG bieden, dragen bij aan sterke lokale teams door in ieder gebied beschikbaar te zijn als ‘meedenkers en meedoeners’. Zij dragen ook met inbreng van deskundigheid en kennis bij aan de doorontwikkeling van het benodigde vakmanschap. Lokale teams hebben een breed takenpakket, van opvoedhulp tot schuldhulpverlening, en van het helpen begrijpen van een binnengekomen brief tot regie op hulpverlening tot doorverwijzing naar een specialistische partij. Zij zijn gespecialiseerd in het helpen met bestaanszekerheden, o.a. door middel van sociaal raadsliedenwerk en schuldhulp verlening. Met meer nadruk dan eerder willen we inzetten op het wegnemen van stressfactoren die een bijdrage leveren aan het ontstaan en aanblijven van huiselijk geweld. Het verbeteren van de financiële situatie of woonomstandigheden kan doorslaggevend zijn in vermindering van spanning en geweld in huis. Daarmee geven we ook vorm aan ‘Bewegen naar de voorkant’.
Voor een optimale aansluiting bij de bewoners voor wie zij werken streven de lokale teams een personele bezetting na die een afspiegeling is van de bevolking in het gebied waar ze werken. Cultuursensitiviteit is wezenlijk om bewoners goed bij te staan en hier worden medewerkers op getraind. In toenemende mate wordt ook gebruik gemaakt van de hulp en inzichten van ervaringsdeskundigen. De komende jaren ontwikkelen de lokale teams zich steeds verder in de richting van de rol zoals landelijk afgesproken in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en ook de Hervormingsagenda Jeugd. Er wordt conform het landelijk 'Handelingskader’ samengewerkt voor veiligheid, met het hanteren van de fasen (1) directe veiligheid borgen, (2) werken aan duurzame veiligheid, (3) herstel. Dat betekent dat acute veiligheid borgen altijd prioriteit heeft, maar wanneer er geen sprake is van acute onveiligheid, dan zetten we juist in op het oplossen van problemen ‘aan de voorkant’ om de inzet van zwaardere zorg te voorkomen. De uitgangspositie van de lokale teams in de verschillende gemeenten van de regio verschilt enigszins in de mate van het zelf bieden van hulp en de inhoudelijke scope van de opdracht.
17 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
Wat merkt de inwoner van Amsterdam/ Amstelland van de nieuwe werkwijze van lokale teams? Er is een melding van de politie over een gezin binnengekomen bij Veilig Thuis. Minutenlang was er in het hele blok geschreeuw te horen; toen er een theepot door het raam vloog belde een van de buren met de politie. Er heeft wederzijdse mishandeling plaatsgevonden. Veilig Thuis neemt contact op met de betrokkenen: een stel met een kind van zeven jaar oud. Er wordt hen hulp aangeboden maar ook indringend verteld dat ze niet alleen elkaar niet mogen mishandelen, maar het hun kind ook niet aan mogen doen getuige te zijn van dit geweld. Veilig Thuis stelt vast dat financiële zorgen in belangrijke mate hebben bijgedragen aan spanningen in huis. Het stel geeft aan zelf geschrokken te zijn van de situatie en open te staan voor hulp. Zij worden doorverwezen naar een lokaal team. De hulpverlener van het lokaal team zet meteen schuldhulpverlening in gang, maar gaat ook in
gesprek met beide ouders over hoe ze kunnen voorkomen dat het weer zo hoog oploopt. De aanbevelingen van de hulpverlener worden allemaal weggewimpeld, de ouders zeggen het zelf beter te weten, maar lijken niet echt bezig te willen met gedragsverandering. De hulpverlener overlegt met een collega van Jeugdbescherming over hoe ze in deze situatie tot de ouders door kan dringen. Lokaal team en Jeugdbescherming beramen samen een aanpak waarin de ouders worden aangesproken om zelf met een verandervoorstel te komen. Dit helpt: beide ouders erkennen dat ze minder kunnen escaleren en benoemen ieder een voornemen hoe ze dat gaan doen. De combinatie van de aandacht voor hun situatie, aanspreken op het voorkomen van geweld en dat er zicht komt op het einde van de financiële nood, geeft de ouders rust. Na een jaar doet Veilig Thuis een hercontrole en constateert dat ruzies nog wel voorkomen maar niet meer ontaarden in geweld. Het dossier wordt gesloten.
4.2 Netwerk van aanvullende hulp Om huishoudens en het lokaal team heen staat in ieder gebied een netwerk van aanvullende hulp en bescherming. Die bestaat in de eerste plaats uit de partijen die een rol hebben in de aanpak huiselijk geweld: Veilig Thuis, de gecertificeerde instel lingen (GI’s) namelijk Jeugdbescherming Regio Amsterdam, William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, Leger des Heils, de Raad voor de Kinderbescherming en tenslotte Blijf Groep (in Amsterdam en sommige Amstellandgemeenten). Blijf Groep voert gespecialiseerde ambulante hulpverlening na huiselijk geweld uit (naast de opvang na huiselijk geweld – zie ook 4.6). Het netwerk van aanvullende hulp bestaat niet alleen uit partijen die gefocust zijn op het interveniëren in geweldspatronen. Naast ondersteuning bij het stoppen van geweld gaat het om hulp bij factoren die vaak bijdragen aan geweld: wonen, werk en inkomen, volwassen problematiek als psychische kwetsbaarheid en
verslaving of een verstandelijke beperking. De komende jaren willen we altijd oog hebben voor inkomen en financiën, voor het betrekken van partners in de volwassenenzorg en in het straf domein, en voor de (weliswaar verminderde) beschikbaarheid van jeugdhulp. We zetten in op het tijdig betrekken van schulddienstverlening, structurele financiering van sociaalpsychiatrisch verpleegkundigen (SPV) en voorrang op jeugdhulp voor gezinnen die te kampen hebben met HGKM of SG. Regelmatig speelt psychische problematiek een rol bij één of meer betrokkenen in een huiselijk geweld situatie. Daarnaast veróórzaakt huiselijk geweld ook psychische problemen. We hechten groot belang aan het snel kunnen betrekken van GGZ-hulpverlening bij de casuïstiek die daarom vraagt. Om geweld waar psychische problematiek een rol speelt te stoppen en intergenerationele overdracht te voorkomen, betrekken wij GGZorganisaties bij initiatieven zoals Switch13 en inzet van de SPV bij Jeugdbescherming14. We blijven zoeken naar mogelijkheden de ondersteuning van
13 Switch is een netwerksamenwerking tussen Blijf Groep, de Waag (forensische GGZ), GGZ BRight (volwassen psychiatrie, veelal gericht op trauma) en Altra (jeugdzorg). Zij werken als een dicht netwerk in gezinnen waar al generaties lang geweld plaatsvindt. 14 Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen werken binnen Jeugdbescherming om gezinnen vanuit het volwassen perspectief te ondersteunen en gezinsmanagers handvatten te geven om beter om te gaan met opvoeders die mogelijk psychische problematiek ervaren. 15 De kindcheck is een verplichte signaleringsmethode voor professionals die met volwassen cliënten werken, zoals artsen en zorgverleners, en is onderdeel van de Wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hierbij wordt gekeken of de volwassenen die ondersteuning nodig heeft ook verantwoordelijk is voor de opvoeding en het welzijn van kinderen. Wanneer er zorgen zijn dat de volwassene vanwege de hulpvraag of problematiek niet in staat is de opvoeding of het welzijn veilig te stellen zijn de professionals verplicht om jeugdzorg te consulteren.
18 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
lokale teams hierbij te optimaliseren. We ondersteunen onze GGZ-partners om actie te ondernemen wanneer dit vanuit de Kindcheck15 nodig blijkt te zijn. Daarnaast maken we afspraken met zorgverzekeraars om domein overstijgend samenwerken te stimuleren. Tenslotte is aansluiting op informele organisaties belangrijk voor een vroegtijdige inzet op HGKMproblematiek. Informele organisaties zijn voor hun doelgroep vaak laagdrempelig en horen eerder over HGKM- en ander problematiek dan de reguliere hulpverlening. Ook kunnen ze soms een belangrijke rol spelen in de bredere aanpak van de problematiek. Daarom is aansluiting daarop vanuit lokale teams van groot belang. We schakelen hiermee niet alleen de meest passende hulp verlening bij een probleem in, we sluiten hiermee ook aan op de "beweging naar de voorkant": het inzetten van de lichtste vorm van hulp die nodig is, waarmee erger wordt voorkomen en waarmee niet alleen kosten worden bespaard maar mensen ook maximaal op hun zelfredzaamheid worden aangesproken.
4.3 Expertiseplatform Een belangrijk onderdeel van het Toekomstscenario is de ontwikkeling van een Expertiseplatform. Dit is een netwerkorganisatie die werkt vanuit een fysieke locatie. Het gaat om het organiseren van alle benodigde disciplines zodat slachtoffers op één plek terecht kunnen voor forensisch onderzoek, aangifte, bijstand en zorg. Dat is vooral nodig bij ernstige vormen van huiselijk geweld: denk daarbij vooral (maar niet uitsluitend) aan intieme terreur en eergerelateerd geweld. Op en vanuit deze plek werken de domeinen van zorg en straf nauw samen. Daarvoor brengen we een aantal professionals met specialistische kennis en ervaring bij elkaar en organiseren we ook de benodigde voorzieningen op één plek. Het Expertiseplatform heeft twee verschillende functies. De eerste is de concentratie van specia listische kennis op één plek. De tweede is als spil en aanjager van de regionale kennisontwikkeling en het samen leren van alle betrokken partijen: de regionale kennis- en leerplatformfunctie. Deze functies komen samen in de notie van een kennis centrum, vandaar Expertiseplatform. Vanwege de bevoegdheden die nodig zijn, brengen we het Expertiseplatform onder bij Veilig Thuis. De kennisen leerplatformfunctie is een netwerkproject, onder aansturing van een stuurgroep samen gesteld uit een vertegenwoordiging van gemeenten en uitvoeringspartners.
19 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
We zorgen dat huishoudens met de meest ernstige vormen van HGKM, bescherming en hulp op één plek gaan vinden. In navolging van 'Filomena’ in Rotterdam-Rijnmond wordt in AmsterdamAmstelland een inloopfunctie gekoppeld aan de fysieke locatie van het Expertiseplatform. Als Amsterdam-Amstelland benutten we de ervaring uit Rotterdam-Rijnmond graag en bouwen we daarop voort. We beogen in Q1 van 2026 de fysieke locatie te openen voor huishoudens met problematiek waarvoor alle functionaliteiten onder één dak het meest nodig is. De inloopfunctie is er voor inwoners uit de hele regio en we gaan organiseren dat ook mensen die verder af wonen van de fysieke locatie er goed terecht kunnen (bijvoorbeeld met een taxikostenvergoeding). Het regionale kennis- en leerplatform HGKM faciliteert het delen van kennis en ervaringen tussen professionals en jaagt het gezamenlijk leren ook aan. Dat doen we praktijkgericht, organisatie overstijgend en gebiedsgericht. De uitwisselingen staan ten dienste van eigen casuïstiek en het leren van elkaar. In eerste instantie richt dit platform zich op de lokale teams en Veilig Thuis, Jeugdbescher ming en Raad voor de Kinderbescherming. In een latere fase wordt dit uitgebreid naar andere partners in het netwerk.
We zorgen daarbij voor nauwe samenwerking met het Centrum Seksueel Geweld (CSG), dat voor seksueel geweld al voorziet in de functie van kenniscentrum en een inlooplocatie heeft voor
slachtoffers. Daarnaast zal het Expertiseplatform samenwerken met het Actiecentrum Veiligheid en Zorg en het programma Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld als onderdeel daarvan. We blijven aangesloten bij het landelijke programma Toekomstscenario en ook bij de landelijke aanpak “Stop Femicide” en het regionale beleid op het gebied van femicide en intieme terreur.
4.4 Gebiedsgericht samenwerken (GGSW) In de regio wordt al langere tijd geïnvesteerd in gebiedsgerichte samenwerking bij jeugd- en opvoedproblematiek in lokale samenwerkings verbanden, soms ‘cockpits' of ’vijfhoeken’ genoemd. We verbreden het gebiedsgericht samenwerken zo snel als werkbaar naar de opgave HGKM & SG, omdat er grote overlap is in de betrokken gezinnen en uitvoerende partners. We maken daarbij gebruik van de geleerde lessen in de proeftuin Blijvend Veilig. Professionals uit verschillende organisaties vullen elkaar vanuit hun eigen rollen en expertises aan. Daar is samen werking van alle organisaties op gebiedsniveau voor nodig. In Amsterdam werken de stadsdelen samen op basis van Gebiedsgerichte Opgaven Sociaal, waarin op basis van data wordt gekeken welke opgaven voor welke Amsterdammer in welke gebieden, wijken of buurten prioriteit hebben. Door op dat schaalniveau te werken vinden en kennen professionals elkaar. Dat bevordert begrip voor elkaars rollen, vertrouwen in elkaars expertise en biedt de mogelijkheid om organisatieoverstijgend te denken en werken. In lokale samenwerkingsplatforms helpen professionals samen gezinnen met HGKM-problematiek, adviseren professionals elkaar en wordt er gezamenlijk geleerd. Er wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij wat in een gebied al bestaat en goed werkt.
20 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
In Amsterdam worden in de stadsdelen NieuwWest en Zuidoost masterplannen uitgevoerd in het kader van ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. Ook in Amsterdam Noord werken we nu aan extra aandacht voor HGKM. Binnen het Nationaal Programma Samen Nieuw-West en het Masterplan ZO=Zuidoost wordt gebiedsgericht samengewerkt. Hier worden innovatieve manieren gebruikt om de
Bouwstenen Nationaal Programma Samen Nieuw-West en Masterplan ZO=Zuidoost 1. Data-analyse Analyse van beschikbare (en deelbare) data van formele organisaties, verrijking van de data met kwalitatief onderzoek onder informele partijen en monitoring van de werkzame elementen uit de verschillende bouwstenen. 2. Bewustwording & Dialoog Samenwerking met informele organisaties voor het organiseren van activiteiten voor inwoners over bewustwording van HGKM. Benutting van expertise van formeel naar informeel en vice versa. 3. Samenwerking informeel & formeel Oprichting van een casuïstiektafel (netwerkgroep) waarbij formele en informele organisaties onder begeleiding van een netwerkregisseur (vastgelopen) casussen oppakken.
complexe problematiek van HGKM te doorbreken. De stadsdelen gelden daarbij als pilot, als de innovatieve aanpak blijkt te werken zullen andere stadsdelen in deze ontwikkeling volgen. Voor de Amstellandgemeenten kunnen de resultaten uit de masterplangebieden eveneens als inspiratie dienen.
4. Intensief casemanagement bij Tijdelijk Huis Verbod Inzet van casemanagers voor een periode van 1,5 jaar na afloop van een opgelegd THV, verbetering van contact met kinderen door inzet van een Kindexpert en inzet van THV vanuit hulpverlening. 5. Time-out woningen Bieden van tijdelijk onderdak van een paar weken voor mensen waarbij een time-out escalatie of verdere problemen kan voorkomen. Onder begeleiding wordt gewerkt aan herstel van de situatie. 6. Plegeraanpak Oprichting van een supportgroep ‘Verantwoordelijkheid nemen’ onder begeleiding van een ervaringsdeskundige voormalige pleger. Verkenning van samenwerking met de Buurtrechter. Oprichting van een pool van ervarings deskundige plegers die ingezet kunnen worden bij intensief casemanagement of bij de (toeleiding naar de) supportgroep.
Om het gebiedsgerichte samenwerken te onder steunen, ontwikkelen we dataprofielen op HGKM en benutten we ook de vijf gezins- en relatie profielen zoals ontwikkeld door het Verwey Jonker16 Instituut. Daarnaast zijn we ons bewust van de correlatie tussen HGKM & SG enerzijds en
De vijf profielen Intieme terreur Bij intieme terreur is er sprake van een machtsverschil tussen de partners. In een heteroseksuele relatie oefent één partner, meestal de man, dwang en controle uit op zijn partner. Door haar vrijheid te beperken, haar te isoleren en door het gebruik van, vaak ernstig, geweld, ook seksueel. Het slachtoffer (en de kinderen) voelt zich continu bedreigd en onveilig. Gezin in de stress Bij het profiel gezin in de stress staat centraal dat er een hoge mate van stress is door een opeen stapeling van factoren. Dit leidt herhaaldelijk tot conflicten waarbij het (ernstige) geweld ook van twee kanten kan komen. Regelmatig gaat dit samen met alcoholmisbruik bij een van de partners. De kinderen kunnen slachtoffer zijn en getuige. Langdurige zorg In het profiel langdurige zorg staat op de voorgrond dat één (of beide) partners vanwege
criminaliteit anderzijds (zie 6.4): wellicht dat we contact met justitie nog als basis nemen voor een aanvullend profiel. Ook zoeken we naar moge lijkheden om beschikbare data beter te combineren zodat we in de gebieden beter beeld krijgen van welke problematiek we op in moeten zetten.
een beperking of psychische problemen langdurige zorg nodig heeft. In deze gezinnen kan ook geweld tussen partners een rol spelen. Daarnaast is er door de problematiek van ouders vaak een onveilige opvoedsituatie voor kinderen en komt verwaarlozing vaak voor. Kindgedrag en opvoedstress In het vierde profiel gaat het vooral om kindgedrag en opvoedstress. De (ernstige) gedragsproblemen van kinderen kunnen een reactie zijn op het geweld in huis of komen voort uit aangeboren problematiek. Het gedrag kan ook conflicten en geweld veroorzaken tussen opvoeders onderling, of tussen opvoeder en kind. Er is veel opvoedstress en onveiligheid voor de gezinsleden. Complexe conflictscheidingen Het kenmerk van het profiel complexe conflictscheiding is dat de problemen vooral rond de omgang spelen na echtscheiding. Na de scheiding is er met name psychisch geweld en een juridisch gevecht om de kinderen. Kinderen hebben last van conflicten van ouders.
16 Steketee, M., Tierolf, B., Lünnemann, K., Lünnemann, M. (2020). Kwestie van lange adem. Verwey-Jonker Instituut, Utrecht. 21 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
4.5 Gezamenlijke werkwijze en Handelingskader De komende jaren gaan de lokale teams en de organisaties die bescherming en aanvullende hulp bieden bij HGKM & SG, zoveel mogelijk werken vanuit een gezamenlijke werkwijze. Hierbij gaat het over zaken als de Top 3-methodiek, de cliënt gerichte benadering (zoals de Amsterdamse Maatwerkmethode of equivalente methodieken uit de Amstellandgemeenten), het hanteren van dezelfde taal, het registreren op dezelfde cate gorieën, het delen van gegevens en het samen hanteren van het ‘landelijk handelingskader’. Dit laatste is een richtlijn die landelijk ontwikkeld wordt voor professionals en gaat over grond houding, afweging, werkwijze en vakkennis. Professionals gaan naast en niet tegenover gezinnen staan: huishoudens voeren hun eigen regie, met ondersteuning van professionals. We gaan gezamenlijk prioriteit geven aan het helpen stoppen van het geweld. Professionals moeten elkaars werk niet overdoen maar op elkaar aanvullen. Om dat goed te kunnen doen gaan we het vakmanschap van professionals steeds verder ontwikkelen. We beogen de hulp daarmee toegankelijker en effectiever te maken en tegelijk de rechtsbescherming van burgers te versterken. Vanuit de proeftuin Blijvend Veilig droegen we de afgelopen jaren actief bij aan de totstandkoming van het handelingskader en dat blijven we ook de komende periode doen vanuit het Expertise platform.
Het als zorg- en strafpartners benutten
van de crisismomenten, het benutten van de buurtrechters ten dienste van het verbeteren van rechtsbescherming van gezinnen bij de start van overheidsbetrokkenheid en het ontwikkelen naar meer gezinsgerichte rechtspraak zijn voorbeelden van nader uit te werken onderdelen. Als regio dragen we bij aan die uitwerking en zullen we waar mogelijk opnieuw kleinschalig beproeven. Als opdrachtgevers zullen de gemeenten hun partners vragen het landelijke kader tot hun en dus de gezamenlijke werkwijze te maken. Dit betekent een verdieping c.q. uitbreiding van de rol van de lokale teams en van Veilig Thuis, en daarnaast een doorontwikkeling van het vakmanschap en de werkwijzen van de GI’s en de RvdK.
noemer ‘vrouwenopvang’ de lading niet meer helemaal dekt.
4.6 Opvang na huiselijk geweld
Opvang na huiselijk geweld is steeds gericht op het bieden van basale veiligheid in de vorm van een beveiligde woonomgeving, in combinatie met intensieve begeleiding aan slachtoffers om te werken aan eerst traumaverwerking en vervolgens aan emotionele en praktische toerusting om weer zelfstandig te gaan wonen. Die werkwijze heeft zijn effectiviteit bewezen en behoeft momenteel geen verdere ontwikkeling. Een knelpunt is de realisatie van uitstroom naar een sociale huurwoning zodra de begeleiding is afgerond. Er zijn in de loop der jaren al verschillende maatregelen met succes doorgevoerd om dit probleem te verminderen, maar door de beperkte beschikbaarheid van woningen blijft tijdige uitstroom onder druk staan.
Een onmisbaar onderdeel in de aanpak huiselijk geweld is het aanbod van opvang na huiselijk geweld. In Amsterdam is in 1974 het eerste blijf-van-m’n-lijfhuis opgezet en sindsdien wordt de opvang na huiselijk geweld in Amsterdam en voor de regio uitgevoerd door Blijf Groep. In ruim 50 jaar is veel veranderd: de opvang is van een geheime locatie naar een openbare maar goed beveiligde locatie gegaan (het ‘Oranjehuis’concept) in Amsterdam-West. Waar vrouwen en hun (jonge) kinderen vroeger groepsgewijs werden opgevangen, zijn er nu aparte woon eenheden. De opvang biedt tegenwoordig ook plekken aan mannen die uit een situatie van huiselijk geweld zijn gevlucht, waardoor de
Er is behoefte aan uitbreiding van opvang capaciteit. Niet alleen is er een structureel tekort aan opvangplakken, waar we als regio wat aan willen doen, Amsterdam-Amstelland voldoet ook (lang) niet aan de ‘Grevio-norm’ die er is gesteld in het Verdrag van Istanbul: namelijk dat er op iedere 10.000 inwoners 1 gezinsopvangplek beschikbaar zou moeten zijn. De regio Amsterdam-Amstelland had op 1-1-2025, 1.143.590 inwoners. Dan zouden we 114 opvangplekken moeten hebben voor de regio. De bouw van een tweede Oranjehuis in Amsterdam-Zuidoost is al enige jaren in de planning en oplevering ervan wordt nu verwacht in 2027. Daarmee komen we op 94 opvangplekken, 82% van de norm.
22 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
Amsterdam-Amstelland streeft naar 100% van de Grevio-norm. In de rijksbegroting 2026 is sprake van extra middelen begroot specifiek voor opvangplekken na huiselijk geweld; AmsterdamAmstelland hoopt deze middelen aanvullend te kunnen aanwenden voor verdere uitbreiding van de opvangcapaciteit. Ook daarmee zou de Grevionorm nog niet bereikt zijn, maar dan zouden we rond de 90% kunnen komen. Voor 100% naleving van de Grevio-norm is extra geld en tijd nodig. Amsterdam-Amstelland zal bij het rijk aandringen op aanvullende financiering om dat mogelijk te maken. Voor de periode 2025-2029 zetten we in op het bereiken van tenminste ca. 90% van de Grevio-norm.
5. Visie op preventie 5.1 Visie op preventie De Amsterdam-Amstelland gemeenten streven naar het voorkomen van HGKM & SG: thuis, in de buurt, op school en online. We willen een regio zijn waarin we ons collectief verantwoordelijk voelen voor het welzijn van de ander. Waarin we gezonde omgangsvormen hebben en waarin we herkennen wanneer dat niet het geval is. Waarin ruimte is om te leren hoe je op een gezonde en fijne manier met elkaar omgaat, ook als je dat thuis niet hebt meegekregen. Waarin we erkennen dat we allemaal slachtoffer, maar ook pleger kunnen zijn, of worden. En waarin we beseffen dat we allemaal het verschil kunnen maken. Preventie betekent letterlijk het voorkomen ergens van, het zorgen dat iets niet gebeurt. Preventie van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld zou dan vooral activiteiten bevatten die voorkomen dat HGKM & SG plaatsvinden. Denk daarbij aan het aanleren van gezonde relationele en seksuele omgangsvormen en weloverwogen gebruik van sociale media. Hier zijn onderwijs en scholen een cruciale partner in. Ook ouders kunnen hier een belangrijke rol in spelen.
23 | Samenwerken aan Veiligheid | Regionaal Beleidskader HGKM & SG 2026
Onder preventie van huiselijk geweld verstaan wij ook activiteiten en interventies die bijdragen aan het voorkomen van verergering. Om preventie van hulpverlening te onderscheiden, noemen we inzet alleen preventie wanneer die plaatsvindt voordat er een concrete melding van huiselijk geweld bij formele hulpverlening heeft plaatsgevonden. Dat gaat dan om zaken als vroegsignalering, trainingen in assertiviteit en agressieregulatie, campagnes en activiteiten gericht op bewustwording, aanwezig heid op sociale media, deskundigheidsbevorde ring, samenwerking tussen formeel en informeel en activeren van burgers tot zorg voor elkaar.
5.2 Voorkomen van HGKM & SG Een keuze voor inzet op preventie in de engere betekenis van voorkómen vereist inzicht in de oorzaken van huiselijk geweld en kindermishandeling, inclusief seksueel geweld. Je moet immers de oorzaken beïnvloeden om huiselijk geweld te voorkomen. Huiselijk geweld is een complex, maatschappelijk probleem waarvoor geen enkelvoudige oorzaak aan te wijzen is. Er is een psychologische component die iets zegt over het gedrag van individuen. Er is een cultureelmaatschappelijke component die iets zegt over
machtsverhoudingen (met name tussen genders), en over heersende beelden van passend gedrag. En er is een materiële component die iets zegt over de leefomstandigheden waarin stressfactoren zich kunnen opstapelen, zoals armoede, middelen gebruik, schuldenproblematiek, slechte of krappe behuizing, gebrek aan sociale contacten, gebrek aan maatschappelijke aansluiting. Deze compo nenten opereren ook in samenhang met elkaar. Het volledig aanpakken van al deze componenten is een reusachtige klus, die de grenzen van het maakbare overschrijdt. Maar zolang je een keuze maakt welke oorzaken je wil beïnvloeden, dan zijn er ook tal van mogelijkheden waar je zinvol op in kan zetten.
Psychologische oorzaken In de psychologische sfeer kan je denken aan het beïnvloeden van gedragspatronen van slachtoffers en plegers. Mensen die in hun jeugd huiselijk geweld hebben meegemaakt, hebben een grotere kans om in een latere levensfase opnieuw slachtoffer of zelf pleger te worden. En ongeveer de helft van de mensen die slachtoffer is geweest van seksueel geweld, maakt opnieuw zo’n situatie mee. Actieve verwerking van zulke ervaringen met geweld is daarom essentieel om herhaling te voorkomen.
Cultureel-maatschappelijke oorzaken In de cultureel maatschappelijke sfeer gaat het vooral over de maatschappelijke invloed van (gender)ongelijkheid en de hardnekkigheid in rolpatronen. Iedereen kan te maken krijgen met partnergeweld, maar vrouwen zijn veel vaker en ernstiger slachtoffer in heteroseksuele relaties. De stereotype denkbeelden die samenhangen met gender kunnen leiden tot verschillen in macht, afhankelijkheid en verwachtingen ten aanzien van gedrag17. Emancipatie neemt daarbij de laatste jaren af. Nederland is zelfs in 2025 met 15 plaatsen gezakt op de Global Gender Gap Index. Deze daling heeft niet alleen gevolgen voor vrouwen in heteroseksuele relaties, ook op de veiligheid van lhbtiq+-personen in afhankelijkheidsrelaties heeft dit effect. Onderzoek laat zien dat lhbtiq+personen zelfs nog vaker slachtoffer worden van geweld dan vrouwen in het algemeen. Emancipatie gaat niet alleen over het verbeteren van de positie van vrouwen. Net zo belangrijk is de emancipatie van mannen en jongens, vooral wat betreft opvattingen en gedrag in relatie tot gendergelijkheid, het doorbreken van rolpatronen en het bevorderen van zorg van mannen in het gezin. Dat vrouwen vaker slachtoffer zijn van geweld in afhankelijkheidsrelaties, betekent overigens niet dat zij niet ook pleger kunnen zijn.