CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

20230706 Verslag raadsvergadering Gemeente Aalsmeer

3.Raad (besluitvormend) 5 oktober 2023, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststelling van het verslag van de besluitvormende raad van 29 juni 2023 en 6, 13 en 20 juli 202335.097 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Wij denken dat we daar echt een plan voor moeten maken, dat dat plan er snel moet zijn en dat dat dan ook snel begonnen moet worden met de realisatie. Even voor de duidelijkheid, het gaat er ons om dat er snel een plan komt waar invulling aan gegeven wordt. Een beetje doorborduren op wat FlorAalsmeer zei: zorg dat je een vergezicht hebt. Nou, om jongeren te kunnen huisvesten, zul je nu wat moeten doen, want anders is het laatste stukje grond volgebouwd. Vandaar deze oproep om te komen tot het maken van een plan in het kader van de kadenota

Pagina 14 van 56

om dat volgend jaar vorm te geven, dat plan. Daar is deze motie voor bedoeld, en de andere drie moties zal de heer Buisma via u … De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Ja, de andere drie moties die die PvdA en GroenLinks indienen hebben, als eerste heeft dat betrekking op het Fort Kudelstaart. Dit jaar werden wij onaangenaam verrast met een uitspraak van de Raad van State waar een vernietiging van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden, waarin eigenlijk dus wordt gezegd dat de plannen die gemeente Aalsmeer had voor het Fort Kudelstaart niet goed genoeg waren. Dat maakt dat je ergens een keer de vraag moet stellen - we zijn nu eenmaal eigenaar van het Fort - hoe gaan wij hier nu mee om en hoe lossen we dit nu op? Want we kunnen dit iedere keer het probleem van die ondernemer laten zijn, maar dat maakt het een beetje ingewikkeld, want die ondernemer wacht al een jaar of zes op het ontwikkelen van een plan die hij ingediend heeft, en het blijkt dat we dat als gemeente niet goed gedaan hebben.

Dus eigenlijk is de oproep van de motie heel simpel, de kaders die wij toen als raad gesteld hebben om de planontwikkeling van het Fort Kudelstaart mogelijk te maken, die te herzien en eigenlijk gewoon het proces opnieuw te starten: wat gaan we nu doen met dit monument? Want hier zullen we toch zorgvuldiger mee om moeten gaan als dat we in het verleden gedaan hebben, dus vandaar ook de oproep. De andere is de motie het betrekken van woningbouwcorporaties bij projectontwikkelingen in Aalsmeer. Ja, eigenlijk is dat een oplossing voor een probleem. Hoe kan het nu zijn, hè? De hoeksteen was eigenlijk de aanleiding om deze motie in te dienen, waarin gaandeweg het project duidelijk bleek dat er helemaal geen contact was geweest met de woningbouwverenigingen in Aalsmeer. Terwijl we een locatie hebben waar eigenlijk idealiter sociale huurwoningen gerealiseerd konden worden. Maar wij hebben in Aalsmeer het niet zo ingeregeld dat als je een woningbouwproject wil doen, dat je dan ook even langs Habion of Eigen Haard moet. En dat maakt dat ze eigenlijk altijd te laat bij dat proces betrokken zijn. Dus vandaar de oproep om bij wat grotere woningbouwprojecten steevast de woningbouwcorporatie uit te nodigen. En dan hoeft het niet te betekenen dat ze altijd aan de knoppen zitten, maar wel dat ze betrokken zijn bij de totstandkoming, en dat ze dus weten wat er speelt.

En de laatste is de motie voor de supermarkt in Kudelstaart. Ja, wij hebben het coalitieakkoord gelezen waarin wederom het op de lange baan geschoven wordt. En ja, dit is eigenlijk gewoon een motie van: raad, kom op! Dit speelt al zo verschrikkelijk lang in Kudelstaart. Mensen zijn het zat. Het duurt oneindig, en zorgt dat je hier dus op een manier handen en voeten aan gaat geven in plaats van dat je wederom een onderzoek en wederom een ander laat bepalen wat wel en niet geschikt is voor je dorp. Want het verhaal dat er maar zoveel vierkante meter supermarkt in een gemeente zou kunnen passen, wordt in ieder geval door de inwoners van Kudelstaart niet als voldragen geacht. Dank u wel. De voorzitter: Daarmee zijn alle moties ingediend. We zijn het einde gekomen van de eerste beschouwing van de raad, en ik stel voor te schorsen tot, laten we half zeggen. We hebben een kwartier, dan doen we twee minuten bij. Halfvier pakken we het op en dan komt de eerste termijn van het college in reactie. We schorsen. Wij heropenen de vergadering. En we zijn aangekomen bij de beantwoording in eerste termijn vanuit de zijde van het college. En daarvoor gaat het woord naar onze nieuwe portefeuillehouder de heer Spaargaren op financiën. Aan u het woord. De heer Spaargaren: Kijk, eerste keer. Voorzitter, dank.

Allereerst dank aan de complimenten die we van diverse fracties hebben mogen ontvangen, ook voor de stukken die zijn opgesteld. De complimenten geven we graag door via de voorzitter aan onze ambtenaren. Dank daarvoor. Ik zal ingaan op een aantal vragen die u heeft gesteld op het financiële gedeelte. Een aantal andere vragen zullen door mijn collega's beantwoord worden. Allereerst de vragen van de VVD over de economie en dat u daar graag wat meer wilt zien. We hebben dat genoteerd en we gaan ermee aan de slag, en komen bij u terug. Uw tweede vraag ten aanzien van de AA-organisatie en de lijst met … Dat zijn aanvullende taken, veelal incidenteel, en die

Pagina 15 van 56

zijn ook meegenomen in de begroting en het meerjarenperspectief. Het is ook een lijst die ons als organisatie een soort flexibele schil geeft in de taken die we eventueel willen afnemen. Dus dat heeft ook in die zin een toegevoegde waarde. Even kijken. Ja, nog even kleine waarneming richting GroenLinks, de heer Fransen. Hij gaf aan: er is geld zat. Dat is er niet. Daar hebben wij bestemmingen voor die we hard nodig hebben, dus we hebben geen geld over. We staan wel goed voor, maar het is niet dat we geld ‘zat’ hebben. Misschien ook … Dat verklaart de tweede opmerking, en dat is een verduidelijkende vraag aan de heer Fransen, u deed een oproep om een cadeau te geven aan huiseigenaren. Dat deed u via de VVD richting college. Was dat inderdaad zo of moet ik dat anders interpreteren? De heer Fransen: Het is goed dat u even scherp zegt wat bedoelt u precies, want … De voorzitter: Oh, even ingrijpen, mijnheer Fransen. Natuurlijk altijd via de voorzitter. We hebben nog een functie hier. Kunt u dat meenemen in tweede termijn of wenst u direct antwoord te geven? Ik bedoel, we staan het uiteraard graag toe. De heer Fransen: Ja, u heeft natuurlijk helemaal gelijk dat ik dat via u doe. Excuus. De voorzitter: Bij deze de heer Fransen, aan u het woord. De heer Fransen: Nou, dat was een poging tot een grapje, laat ik het zo zeggen.

De voorzitter: De heer Spaargaren, hartelijk dank voor uw bijdrage overigens. Het was niet echt een toespraak, maar wel een soort van maidenspeech, en daarvoor namens ons allen onze felicitaties. We geven dan graag het woord aan wethouder Kabout. De heer Kabout: Ja dank u wel, voorzitter. Nou, volgens mij geen vragen voor mij. En de moties, daar zal de heer Kikkert vanuit zijn portefeuille zo op reageren. Dus wat mij betreft een hele korte reactie. Ik wil in ieder geval graag ook aangeven dat ook wat mij betreft, het college betreft, de positieve toon erg gewaardeerd wordt. Er zijn natuurlijk zeker een aantal kritische opmerking, kanttekeningen ook gemaakt. Nou, dat lijkt me ook heel gezond dat dat hier plaatsvindt. Ik ga ervanuit dat u daar zo nog wel even met elkaar over in debat zult gaan. Maar wat mij betreft een hele constructieve toon, heb ik gehoord bij alle fracties en dat wordt erg gewaardeerd. En als college gaan we graag ook op constructieve wijze met u allen verder. En daarnaast zou ik kort nog even willen benoemen dat er zijn natuurlijk diverse ideeën door benoemd, ook voor de toekomst van Aalsmeer en Kudelstaart. Nou, we hebben hier onlangs ook met elkaar de procesnotitie voor de Omgevingsvisie besproken. Daar gaan we mee aan de slag.

Ook met een mooi Participatietraject gaan we na de zomer mee aan de slag en ook met u, dus ik denk dat dat ook een mooie plek is om verdere ideeën van u voor de toekomst van onze mooie gemeente verder op te pakken. Dank u wel, voorzitter. Tot zover. De voorzitter: Dan gaan we naar wethouder Kikkert voor een reactie op onder andere de moties. Aan u het woord. En er waren ook nog een aantal vragen. De heer Kikkert: Ja voorzitter. Ik doe wel even een rondje fracties om te reageren op de beschouwingen voordat ik overga tot reactie op de moties. En er zaten trouwens ook vragen in de algemene beschouwingen die ik graag beantwoord. Nou, ik begin bij het CDA, en dat was ook de aftrapper van deze bijeenkomst, als ik het zo mag zeggen. U vroeg naar de inclusieagenda, en vroeg of daar een apart budget voor was gecreëerd. Volmondig ja. Daar is een apart budget voor. Die ziet u denk ik ook wel terug ergens in de stukken, maar wij hebben daar geen ander budget voor nodig, en het heeft ook niet te maken met de taakstelling Pagina 16 van 56

waaraan u refereerde. U vroeg naar de zwemregeling. Waarom is die eindig? Nou, die is nu juist niet eindig. Die hebben we gecontinueerd qua financiën en structureel gemaakt. Alleen op de … Ik herinner me dat u zoiets zei van hij staat op een website als zijnde eindig. Dat klopt, maar die website klopt niet en die website wordt aangepast. De voorzitter: De heer Van Willegen, interruptie. De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik refereerde inderdaad aan een website en dat de website van de Aalsmeerpas, want daar kunnen de mensen zien waar ze dingen kunnen inleveren en wat daar de vergoedingen zijn. En daar stond nog op dat het in juli 2023 was. Maar omdat u aangaf in kadernota dat die regeling verlengd was, vroegen wij ons af of dat wel doorgegeven was aan de Aalsmeerpas, dat ze niet volgende week voor het zwembad staan en zeggen: mevrouw, uw pas is verlopen. De voorzitter: Wethouder Kikkert. De heer Kikkert: Nee, dat klopt, maar mijn antwoord is al: die website wordt aangepast. Dan vroeg u naar de regiefunctie van de cultuurpunten waar u achterstaat. En u vroeg gaat dat dan wel in samenspraak met de Aalsmeerse culturele instellingen? Dát is nu juist wel de bedoeling van die regiefunctie. Dan de VVD. Ik heb geen vragen voor mij gehoord. Altijd een - laat ik gewoon naar mijn hart spreken - VVD-achtige inbreng, als ik dat zo mag zeggen. Daar laat ik het bij.

Kunnen we hele uitgebreide discussie over voeren, maar laten we dat maar niet doen, en op een ander moment straks misschien tijdens het diner eerst wat over hebben. AA. Ik moet heel eerlijk zeggen, u was kort, maar u was ook heel pragmatisch. En u weet waarschijnlijk dat pragmatisme mij heel erg aanspreekt. Dus complimenten voor de kortheid en het pragmatisme. D66. Ja, u denkt: nu word ik geschoren. Ja, misschien is dat ook wel een beetje zo, want u gebruikt de hele grote meeslepende woorden met name over participatie, en weet dat die mij in het hart beklijfd zijn, die woorden, en tegelijk denk ik ook wel: laten we ook gewoon een beetje met de voeten op de vloer blijven en gewoon gaan doen. En dan maak ik even een bruggetje naar GroenLinks. Complimenten voor uw inbreng. Heel constructief, erg gericht op samenwerken, dat komt bij participatie natuurlijk ook gewoon goed tot uitdrukking. Want participeren doe je samen. Ja, waarderend vernieuwen, dat kent u. Je gaat uit van een droom en je gaat kijken wat mogelijk is in de realisatie van zo’n droom. Zo klonk het mij. En ik had bij het begin een bordje opgehouden ‘laten we hier weggaan’ geïnspireerd. U inspireerde mij. En nu gaat de Partij van de Arbeid kijken: ja, wat gaat hij daar nu over zeggen? Ik kom straks terug even bij de behandeling van de moties, met een reactie uiteraard.

Laat ik het zo zeggen: heel herkenbaar, Partij van de Arbeid, uw inbreng. En dan FlorAalsmeer. Ik vond dat u mooi begon, want beginnen met een gedicht, ja, dat kan ook heel erg inspireren moet ik zeggen. Een gedicht spreekt je aan of spreek je niet aan, maar dit is het gedicht dat op de steen gebeiteld staat hier bij de entree van het Raadhuis. En laten we dat gedicht met elkaar werkelijkheid maken, ook in de zin van samenwerken. Daar riep u ook overigens toe op, dus heel fijn. Ja, laat ik naar de moties gaan. Ik heb een heel pakketje. Tjonge jonge. Dat doet me overigens deugd, want dat betekent natuurlijk ook dat u ook heel erg betrokken bent bij het werkveld, dus in die zin doet het me gewoon deugd. Laat ik beginnen met de 500 woningen. En volgens mij noemde u ‘vergezicht’. Nou, dat komt een beetje overeen met de droom, als ik dat zo mag zeggen. Mijn reactie is, we gaan aan de gang met een Omgevingsvisie. En wat is een Omgevingsvisie? Eigenlijk niet meer en minder dat je ver vooruitkijkt naar je gemeente. Overigens in samenspraak met heel veel partijen in de samenleving, en daar zitten ook de organisaties bij die u noemt in uw motie, om vorm te geven hoe wij de toekomst van Aalsmeer zien. En natuurlijk komen daar thema's in terug, en natuurlijk is één van die thema’s wonen. Pagina 17 van 56

Want ik herken natuurlijk wel dat we in de zin van betaalbaarheid van woningen, ik zeg niet meer moeten doen, maar moeten gaan waarmaken wat we doen, laat ik het op die manier noemen. Want we zijn natuurlijk bezig met bestemmingsplannen die we in ontwikkeling brengen waar programma's in zitten, en die programma's zien natuurlijk ook op de differentiatie in woningen. En laten we in ieder geval met elkaar afspreken dat we die bestemmingsplannen ook tot een goed einde brengen met elkaar, want het is juist die locaties en het tot een goed einde brengen dat we kunnen gaan bouwen. Want we kunnen natuurlijk over allerlei agenda’s spreken, maar uiteindelijk is de simpele handeling die we kunnen plegen het slaan van die eerste paal. Ik noem even Westeinderhage, ik noem Oosteindedriehoek. Daar zitten echt sociale huurwoningen in, ook in grote aantallen. Nu gaat u natuurlijk zeggen: ja, maar het percentage deugt niet. Maar de percentages in die bestemmingsplannen die zijn nu juist gebaseerd op afspraken die we gemaakt hebben met uw raad, in de zin van de startnotities, en ook uiteraard als gevolg daarvan met de ontwikkelaars. Dus ik zou zeggen: stem van harte in met die bestemmingsplannen, dan gaan we wat doen, dan gaan we bouwen en dan gaan we ook in het sociale huursegment bouwen. Dus in die zin zeg ik, deze motie: we zijn bezig. Laat ik het daarop houden.

En het is overigens zo dat als ik kijk naar de woonagenda, dan weten we ook wel één ding heel helder, en dat is ook de afspraak in het coalitieakkoord dat we naar de toekomst toe voor nieuwe locaties - en dan noem ik zomaar even hier de studio's, dan wel opnieuw Hoofdweg-Zuid - daar andere percentages gelden, zo helder is dat ook. Maar heeft een vraag. De voorzitter: De heer Fransen, interruptie. De heer Fransen: Ja, via u voorzitter. Ik hoor wat de heer Kikkert zegt, en dat snap ik, ook dat dat uiteindelijk via bestemmingsplannen georganiseerd moet worden. Maar hij dreigt ook met een Omgevingsvisie. Daar gaan we een hele tijd over doen, en uiteindelijk zal uit die Omgevingsvisie komen - u zult verbaasd zijn - dat er woningen nodig zijn. Dus vandaar dat wij zeggen: trekt dat nu een beetje naar voren en ga dat alvast regelen. De vraag aan u is, ik snap wat u zegt, hè, via de Omgevingsvisie uiteindelijk via bestemmingsplannen, maar is het mogelijk - even los van wat u ervan vindt, want dat is de vraag die ik aan u heb - om deze motie uit te voeren? De voorzitter: Wethouder Kikkert. De heer Kikkert: Nou eigenlijk niet, want je bent afhankelijk natuurlijk van de posities die anderen hebben, want wij hebben zelf geen grondposities, dus we zijn ook afhankelijk van eigenaren die iets willen met hun terrein.

Dus ik kan sowieso al niet zeggen: dit is nu het aantal dat en dan gaan we de komende jaren bouwen. En natuurlijk dan gaat u zeggen: ja, maar die andere eigenaren, daar leggen we gewoon kaders. En dan heeft u gelijk, want de kaders die we met elkaar geformuleerd hebben leggen we ook op aan projectontwikkelaars. Dus daar komt die 35 procent weer terug van de sociale woningbouw, plus de 30 procent middeldure bouw, wat je ook in zekere zin betaalbaar zou kunnen noemen. Want je hebt ook het wat goedkopere middelduur segment. Dus eigenlijk niet nee, het is niet uitvoerbaar. En ik snap wel, want u verwees ook naar achter de Linten vooral om daar creatief mee om te gaan. Even los van het feit dat dat een andere portefeuillehouder is, er liggen ook gewoon heel veel beperkingen over Aalsmeer. De voorzitter: De heer Fransen.

Pagina 18 van 56

De heer Fransen: Dank u wel. Ja, u zegt eigenlijk is het niet mogelijk, maar ik herinner mij uit een heel grijs verleden, en daar had ik ook zelf mee te maken in de nieuw Oosteinde, dat dat via de Wet voorkeursrecht gemeente gewoon geregeld is. Dus eigenlijk kan het wel, denk ik. Erkent u dat? De voorzitter: Wethouder Kikkert. De heer Kikkert: Nou, die Wet voorkeursrecht gemeenten doet op zichzelf niet zoveel. Het enige wat je doet, als u gaat verkopen moet u aan mij aanbieden, dan moet je al het initiatief nemen om te verkopen, dat in de eerste plaats. In de tweede plaats heb je natuurlijk dan ook wel een ontwikkelaar nodig die gaat realiseren, want de gemeente zelf is niet de ontwikkelaar. Ik bedoel, laat dat ook gewoon heel helder zijn, omdat bij dit soort hele grote projecten er enorme risico's worden gelopen, vooral in financiële zin. Dus laten we dat niet doen als gemeente, dat risico lopen. Dus met andere woorden je bent altijd af … Nou, je bent afhankelijk, je kunt natuurlijk een beetje duwen ook op ontwikkelaars die wel posities hebben, maar dat is geen garantie voor succes. De voorzitter: Tot slot de heer Fransen, en de rest kan dan in tweede termijn. De heer Fransen. De heer Fransen: Ja, als u het goed vindt. U zegt eigenlijk niet, ik hoor een ‘eigenlijk wel’, want je kunt die wet gebruiken.

Dat gaat tegen wat ik voorstel in de motie in, want dan duurt het lang, maar dan krijg je misschien wel wat je wil. En ja, ik heb zelf ook een stukje grond gehad wat onder die wet viel. Ja, uiteindelijk verkoop je het wel aan de gemeente, en waarom zou de gemeente niet een switch maken om juist dat soort kleinschalige projecten zelf te gaan ontwikkelen? Waarom zou je dat niet doen in het kader van Volkshuisvesting? De voorzitter: Tot slot, wethouder Kikkert. De heer Kikkert: Ja, ik vind het wel een hele mooie wending in het gesprek, om het zo maar te zeggen, want we gaan het nu hebben over de Wet voorkeursrecht gemeenten waarvan ik gezegd heb wat ik daarvan zeg. Ik bedoel, dan ben je heel erg afhankelijk van het initiatief van de ontwikkelaar, want die Wet voorkeursrecht echt die doet niks. Je moet wel dan de intentie hebben om te gaan ontwikkelen. En als je gaat ontwikkelen dan moet je als eerste bij de gemeente te biecht. De voorzitter: Gaat u verder, wethouder Kikkert. De heer Kikkert: Ja, even kijken, dan ga ik naar de motie betrokkenheid Eigen Haard. Op zichzelf snap ik de achtergrond van deze motie, maar ik heb eigenlijk een oproep aan u. We zijn natuurlijk bezig met de woonagenda, en ik zou het mooi vinden als we dit gesprek, de oproep die u doet, gaan voeren in het kader van de woonagenda. En het is niet zo dat wij u in 2024 verrassen met een woonagenda.

Daar nemen we u uiteraard in mee. Dat gaat overigens al vlak na het reces beginnen, omdat in Volkshuisvestingsland heel veel in beweging is, dus in die zin in september is een presentatie aan u gepland, wat zijn nu de trends en ontwikkelingen die wij zien in Volkshuisvestingsland. En dat is een presentatie die gecombineerd is met een presentatie over onze woningbouwprojecten, waar staan we eigenlijk, wat is stand van zaken in de woningbouwprojecten? Dus dat is mijn suggestie aan u. De voorzitter: De heer Buisma. Pagina 19 van 56

De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Dus even heel plat gesteld, het is uitvoerbaar, maar hou het nog even aan? Is dat een correcte vertaling van uw verhaal? De voorzitter: Wethouder Kikkert. De heer Kikkert: Nou, ik ga niet zeggen het is uitvoerbaar, want hij roept wel wat vragen op, maar dat zijn nu juist typisch vragen die in het gesprek met elkaar kunnen beantwoorden. Een vraag is bijvoorbeeld: wat verstaat u nu onder een project? Zijn dat vijf, zijn dat honderd woningen? Dus dat zijn hele mooie vraagstukken om in het gesprek met elkaar tot een uitkomst te brengen. De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Ja, dus uitvoerbaar, en u heeft nog een paar behulpzame suggesties extra? De heer Kikkert: Zeker. De voorzitter: Wethouder Kikkert. De heer Kikkert: Suggesties kan ik altijd gebruiken, heer Buisma. Ah, ik mag over naar de volgende. De tweede supermarkt. Ja, daarvan ga ik zeggen: er ligt een procesnotitie Omgevingsvisie voor bij uw raad. Daar gaat u volgende week niet over spreken, want de grap is dat u het als hamerstuk heeft geagendeerd dus we gaan er niet over met elkaar in gesprek, maar het wordt afgehamerd. Maar in die procesnotitie zitten drie sporen. Het eerste spoor is om gewoon de Omgevingsvisie voor de gemeente Aalsmeer te maken.

Het tweede spoor is om voor de Schinkelpolder een visie te maken omdat het toch een heel specifiek gebied is met specifieke uitdagingen, en omdat daar ook nog geen structuurvisie voor geldt. En het derde spoor is een visie maken op Kudelstaart, ook omdat daar nog niet een echte structuurvisie ligt. En in die visie Kudelstaart die wat breder is dan alleen het centrum, nemen wij heel specifiek het centrum op om te kijken: hoe zit het nu met de voorzieningen? Maar los van de voorzieningen en de noodzaak van de voorzieningen ook: waar is schuifruimte in de locatie? De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik kan ook de uitkomst van die visie wel verklappen, dat gaat dan over woningbouw Hoofdweg-Zuid en over een supermarkt in Kudelstaart. Dus daar kunnen we uiteraard weer een traject voor optuigen. Maar zou het niet veel fijner zijn, voorzitter, dat we dit ietsje sneller gaan doen in plaats van dat we wederom een proces starten tot een centrumvisie? En laat ik dan de centrumvisie van Aalsmeer even als voorbeeld nemen, zo succesvol zijn wij niet als we dan dat ding vaststellen. De voorzitter: Wethouder Kikkert. De heer Kikkert: Ja, ik vind het wel heel grappig dat u dan de visie verkleint tot een supermarkt en Hoofdweg-Zuid.

De visie is natuurlijk veel breder, want ook in Kudelstaart speelt het voorzieningenniveau een rol, ik noem alleen maar de wens om een bibliotheek vestiging te creëren in Kudelstaart. Ik noem alleen maar de Onderwijshuisvesting en zo zijn er wel … Ik noem alleen maar de sporthal, wat gaan we daarmee doen in de toekomst? Dus in die zin is die veel breder dan u nu zich voorstelt.

Pagina 20 van 56

De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Zeker, en ik kan me ook nog het raadslid herinneren die ingestemd heeft met het sluiten van die supermarkt. Of sorry, van de bibliotheek die in Kudelstaart was. En ik laat het dan even in het midden welke raadslid dat was. De voorzitter: Ik hoorde geen vraag meer. Wethouder Kikkert, gaat u verder. De heer Kikkert: Dat was ook mijn constatering, dat ik geen vragen meer hoorde. Dan ga ik naar het Fort. Het college is bezig, en daar bent u mee op de hoogte, een onderzoek te verrichten naar toch de haalbaarheid van het plan zoals dat voorligt om te kijken wat we nog moeten doen om dat plan haalbaar te krijgen. En dat onderzoek is nog niet afgerond. Dus in die zin is de motie prematuur. Ik snap het, maar is prematuur. Laten we het gesprek juist met elkaar voeren als we de uitkomst van dat onderzoek hebben. Ik denk dat dat dan een veel beter moment is. En nogmaals, het college is bezig met het accommoderen van dit plan en daarvoor een onderzoek te doen. De voorzitter: De heer Buisma, wens u te reageren? U twijfelt, zie ik.

De heer Buisma: Ja, dus maar waar doet u dan precies dat onderzoek naar, voorzitter? Want doet het onderzoek van welke kaarten hebben we afgesproken? Doet u het onderzoek: wat gaan we met het Fort doen, doet u het onderzoek: hoe gaan we deze ondernemer de winter door helpen? Wat voor onderzoek doet u dan? De voorzitter: Wethouder Kikkert. De heer Kikkert: Geen van drieën. Want in de woorden die u gebruikt herken ik me niet. Nee, wat we aan het doen zijn, we hebben uitgangspunten, die zijn vastgesteld als kaders door de gemeenteraad. We hebben daaropvolgend een tender gedaan. Daar is een winnaar, zo noem ik hem dan maar, en met dat plan zijn we bezig om te onderzoeken om dat toch haalbaar te krijgen, ook in juridische zin. De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Voorzitter, dat probeer ik dan even te snappen. In dit geval zegt de Raad van State dat dit bestemmingsplan zoals dit voorligt, dus het plan wat voorgesteld is, niet goed is. Dat is vernietigd. Ja, maar aan welk plan houdt u dan vast? Want het is wel handig dat dat Aalsmeer dat weet, want wij zijn eigenaar van dat ding inmiddels. De voorzitter: Wethouder Kikkert. De heer Kikkert: Ja, ik zou me bijna laten verleiden, maar wij zien openingen in de uitspraak van de Raad van State.

Sterker nog, wij zien de Raad van State, wat ze eigenlijk nooit doen, in zekere zin adviserend over het gegeven: hoe gaan we nu verder met dit bestemmingsplan? Dus in die zin, op basis van die openingen - maar dat is een hele andere discussie en ik denk niet dat dit nu het moment is om die discussie te voeren - zien wij lichtpunten om toch dit plan tot een goed einde te brengen. De voorzitter: Tot slot, de heer Buisma.

Pagina 21 van 56

De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. De reden dat wij het vragen, wij hebben ooit schriftelijke vragen gesteld: hoe leest u de uitspraak van de Raad van State? En tot op heden hebben we dat antwoord niet gehad, dus dat geeft u dan nu. Begrijp ik dat goed? De voorzitter: Tot slot, wethouder Kikkert. De heer Kikkert: Ja, dat begrijpt u goed. Laat ik daar dan heel helder in zijn. En uiteraard is het zo dat het onderzoek heeft uiteindelijk een resultaat, en dat resultaat daarin gaan bij meenemen. De voorzitter: We waren tot slot, het volgende vroeg ik u mee te nemen in tweede termijn. De heer Buisma: Kort vraagje. De voorzitter: Laten we toch even … Nee, weet u? U doet zo goed uw best. Tot slot, de heer Buisma. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. En met welke termijn praten we dan over? De heer Kikkert: Dan praat ik over na het reces, kort op het reces. De voorzitter: Volgens mij droeg dit goed bij aan de definitieve besluitvorming. Wethouder Kikkert, wij zijn er denk ik nog niet … De heer Kikkert: Nee, nog één motie van FlorAalsmeer. Ja, eigenlijk wij zijn eigenaar. Wat we hebben gedaan is, we hebben het Fort aangekocht en we hebben uitgangspunten gesteld. Ja, en ik zou bijna zeggen: gaat u niet op onze stoel zitten daar waar het gaat over huurovereenkomsten. De voorzitter: Mevrouw Keessen. Mevrouw Keessen: Dank u wel, voorzitter.

Ik vind de laatste opmerking een beetje vreemd, alsof wij op uw stoel gaan zitten. We hebben het hier over uitgaven die worden gedaan en waar wij een akkoord voor moeten geven. En als ik dan in een brief lees dat een advocaat zegt namens de gemeente dat de gemeente niet de verhuurder is en dus ook geen partij in deze civiele procedure, en wij in feite vragen aan de gemeente daar dus ook geen uitgaven voor te doen, dan ga ik volgens mij niet op uw stoel zitten, maar voer ik gewoon mijn controlerende rol uit. Dank u wel. De voorzitter: En mevrouw Keessen, had u nog een vraag daarin verstopt, want dat is de gedachte van een interruptie. Mevrouw Keessen: Nou, mijn vraag is dan: zegt de portefeuillehouder hiermee dat hetgeen in die brief van de advocaat staat niet klopt? De voorzitter: De wethouder. De heer Kikkert: Nee hoor, want beiden kan heel goed samen zijn. De verhuurder is Zeilfort, dat klopt. Alleen, wij bekostigen die procedure.

Pagina 22 van 56

De voorzitter: Goed ter overweging. Straks hebben we nog een tweede termijn, kunt u er nog even op terugkomen. We zijn in ieder geval bijna aan het einde gekomen van de beantwoording van de eerste termijn aan de zijde van het college. Er zijn nog twee onderwerpen die zijn blijven liggen. De oproep van de heer Fransen voor de raadsagenda en de motie met betrekking tot Bureau Integriteit. Ik heb het even zo geïnterpreteerd dat daarbij de voorzitter van de raad werd aangesproken op zijn verantwoordelijkheid. Dus met uw goedvinden - ik kijk ook even de plaatsvervanger aan - doe ik dat vanaf hier in de eerste beantwoording, en dan kunnen we even in een tweede termijn nog op terugkomen. Mochten we nu belanden in een verhit gesprek met elkaar, dan doen wij beroep op de plaatsvervangend voorzitter natuurlijk om het voorzitter stokje over te nemen. En tot die tijd gebruik ik techniek uiteraard in mijn voordeel vanaf deze plek. Dat was een grapje. De heer Van Willegen: Voorzitter? De voorzitter: De heer Van Willegen. De heer Van Willegen: Als u die taak inderdaad niet te ruim neemt, dan zal ik u niet corrigeren. De heer Oude Kotte: Ik zie 46 ogen op mij gericht. Ik voel heel veel zwaarte om dit goed te doen. Ik vind het een prachtige oproep met betrekking tot een brede raadsagenda. Ik denk dat het ook wel goed recht doet aan hoe we naar dualisering moeten kijken.

Het college heeft een programma, de coalitie heeft een programma maar ook de raad heeft met elkaar een termijnplanning waarop agendapunten staan die u met elkaar wilt bespreken. Niet van tevoren afgestemd welke visies er gedeeld worden, maar het agenderen van een onderwerp dat op dat moment de visies met elkaar gedeeld kunnen worden, u was daar ook heel helder in. Dus ik zal samen met de driehoek, dat zijn de griffie en de gemeentesecretaris, dit agenderen op het presidium en kijken op welke wijze wij hier met de fractievoorzitters gevolg aan kunnen geven. Ik vind het een mooi initiatief en die pak ik heel graag op. Het sluit ook mooi aan bij ook de door u uitgesproken woorden dat we met elkaar vandaag een moment markeren waarin we na daarna met elkaar graag de samenwerking aangaan. De heer Fransen: Voorzitter? De voorzitter: De heer Fransen. De heer Fransen: Ja, dank u wel daarvoor. Ik zou het helemaal mooi vinden als u erin slaagt om dat niet alleen met het presidium te doen maar met de hele raad. De heer Oude Kotte: Uiteraard. Ik verken het proces even in het presidium hoe we het met de termijnen moeten doen en de agenda's. En daarna wordt het een betrokkenheid van alle raadsleden en commissieleden als het … Graag. Jazeker, gaan we doen. Dan de motie het Bureau Integriteit. Dat vereist nu even een iets bredere reactie.

We hebben namelijk binnen de ambtelijke organisatie Amstelveen, Aalsmeer een Bureau Integriteit, en dat bureau ziet eigenlijk op de ondersteuning van medewerkers met vraagstukken rondom integriteit. Het bedient niet raadsleden en bestuurders. We hebben dat met elkaar hier zo georganiseerd dat die verantwoordelijkheid bij de burgemeester is belegd. En wij hebben daarvoor het bureau Governance & Integrity ingeschakeld om met aantredend raadsleden, commissieleden integriteitsgesprekken aan te gaan en ook met wethouders daarover het gesprek aan te gaan. Binnen onze kernorganisatie Aalsmeer hebben we geen Bureau Integriteit. Daarvoor is de club hier te klein, maar daar is in de directie wel bijzondere aandacht voor vertrouwenspersonen Pagina 23 van 56

en de route daarnaartoe. Dat is wel iets wat nu in vorming is. Daar zijn we al enige tijd mee bezig. Maar ik moet wel zeggen dat zowel het vraagstuk rondom integriteit van volksvertegenwoordigers, bestuurders en vanuit onze kernorganisatie niet altijd even makkelijk toegankelijk zijn. De zichtbaarheid laat zeker te wensen over. En daarin zit wellicht de richting die ik lees wat u eigenlijk verzoekt aan mij als burgemeester, en dat is het onderwerp integriteit meer zichtbaar maken, makkelijker toe gangbaar te maken en ook ruim toegankelijk te maken in het kader als we het hebben over vertrouwenspersonen. En zoals u nu de motie heeft geformuleerd met de punten voor het inrichten van een Bureau Integriteit, ik denk dat dat wat te groot is voor het vraagstuk hier en het aantal personen die daarin deelnemen, maar we zouden zeker in de P&C-cyclus bijvoorbeeld een paragraaf integriteit kunnen opnemen, zodat dat in alle documenten door het hele jaar verschijnt, waarin we kunnen laten zien wat we dit jaar aan integriteit gedaan hebben als het gaat om trainingen, bewustwording, toegang tot vertrouwenspersonen enzovoort.

En wat we ook kunnen doen is dus - en dat kan via de website zijn - maar om even te kijken waar de meest logische plekken zijn, vertrouwenspersonen en hoe we dit met elkaar organiseren, goed inzichtelijk maken en daar ook contactgegevens op te zetten dat mocht iemand vanuit de raad of vanuit de kernorganisatie of vanuit het bestuur contact willen hebben, dat dat makkelijk gaat. En daar kunnen we uiteraard ook het bureau wat we nu hebben aangesteld voor Governance & Integrity bij betrekken en hun ervaringen daarbij benutten. Ik geef het maar even zo terug. Kunt u dan misschien straks nog even op kauwen om te kijken of u wellicht nog een aanpassing van de motie wenst of niet? Maar even resumerend, ik denk dat de insteek zeer gewaardeerd wordt om meer zichtbaarheid te creëren aan integriteit, maar het in documenten op te nemen zodat u regelmatig de bespreking krijgt en naar aanleiding van ook vragen kunt stellen en u meer kenbaarheid geven op de wijze waarop wij dat hier inrichten. En ik wil het ook wel tot een gespreksonderwerp verheffen in die zin dat we vaker met elkaar daar het gesprek over aangaan om de bewustwording rondom integriteit te stimuleren. Nou, ik geef het zo in eerste instantie maar even terug. De heer Fransen.

De heer Fransen: Ja, in eerste reactie, het gaat uiteindelijk natuurlijk niet om een motie om een instituut voor elkaar te krijgen, maar om iets voor elkaar te krijgen. Dat schetst u eigenlijk, denk ik. Kunt u dan ook nog even ingaan op wat ik bij de aankondiging zei dat het zowel ging om het reactieve als het proactieve, is dat daar ook in belegd wat u betreft? De heer Oude Kotte: Nou kijk, het proactieve onderstreep ik natuurlijk van harte. Maar momenteel is het, als u aantreedt als volksvertegenwoordiger, als bestuurder, hebben we een gesprek met het bureau. Voor bestuurders is na honderd dagen nog weer een aparte sessie met een professional, maar dan houdt het een beetje op. Maar productiviteit zit natuurlijk in de continuering ervan en het jaarlijks terug laten keren van het thema. Dus in die zin zou ik dat heel graag oppakken en kijken hoe we dat vorm kunnen geven en wat dat dan betekent, of dat dan een één op één is of een groepssessie, dus dat is het proactieve. Het tweede productieve is het goed toegankelijk maken van gegevens tot vertrouwenspersonen.

Kijk, als burgemeester ben ik de eerst aangewezene, maar ik kan me zo voorstellen als u een integriteitskwestie met mij heeft, wat natuurlijk helemaal niet gaat gebeuren, maar dan dat we daar ook een apart vertrouwenspersoon voor hebben waar u zich tot kunt wenden zodat u daar ook echt in ontzorgd bent en dat daar geen drempels in liggen. Daar ben ik groot voorstander van. Dus ook vanuit die productiviteit kan dat gewoon ingericht worden en voornamelijk ook goede toegang tot die informatie, dat u niet hoeft te zoeken: waar moet ik het vinden? Nee, klip en klaar, helder: hier kunt u dat vinden. Ja, en het reactieve. Helaas, waar het gaat om voorbeelden van integriteitschendingen, zitten we soms in de reactieve modus, maar daarvoor hebben we al spelregels natuurlijk voor nodig hoe we dat doen. En dat Pagina 24 van 56

heb ik net niet benoemd, maar ik denk dat het goed is om weer eens even te kijken: welke spelregels hebben we met elkaar? Kunnen we dat aanscherpen met elkaar ook in een brede sessie met elkaar, en kunnen we misschien met elkaar voorbeelden arresteren waarvan wij zeggen: nou, dit vinden we bijvoorbeeld wat we niet willen, dit vinden we bijvoorbeeld van wat we wel kunnen. Dat we daar wat meer beeldend materiaal met elkaar voor hebben. Ook dat is in die zin proactief. En natuurlijk hebben we nu een regeling die voor ons het organiseert als we moeten reageren. Maar die is wel beperkt, en daar kunnen echt wel wat aanvullingen in plaatsvinden om ons instrumentarium wat te verbreden, met name om de politiek niet te veel te laten beschadigen. Ja, tot zover? Goed. Dan met deze woorden zijn we wel aan het einde gekomen van de eerste beschouwing van de zijde van het college en de voorzitter van de raad. Maar de heer Van Willegen, u heeft nog een interruptie? De heer Van Willegen: Ja, voorzitter, en dat is naar aanleiding van de laatste motie. Heel veel mooie woorden. Ook dat er heel veel gebeurt, maar ook dat er eventueel een wijziging zou moeten komen in de motie om erachter te staan, als ik het goed begrijp. Dus mijn vraag is even, want ik heb de beide indieners nog niet gehoord of dat die motie ook in die zin aangepast gaat worden.

Daar ben ik even nieuwsgierig naar, dat we wel kunnen kijken of dat we daar iets mee kunnen, want we zitten even tussen een leeg momentje. De heer Oude Kotte: Ja, de heer Van Willegen, u vervult als plaatsvervangend voorzitter van de raad met verve, want het was mijn volgende punt van orde geweest in deze vergadering. De voorzitter: Dus hartelijk dank voor dat opzetje. We hebben nu een reactie gehad van de zijde van het college. We gaan nu weer vijftien minuten met elkaar schorsen, zodat we even erop kunnen reflecteren, u zich kunt voorbereiden op uw tweede termijn. En we vangen voordat we met die termijn beginnen even aan voor de indieners van de motie met de vraag: wat is er nu met de motie gebeurd? Is er een andere tekst, en moet er nog iets veranderd worden? Maar daarvoor geef ik u eerst even een paar minuten tijd van bezinning. De heer Fransen: Hoelang, voorzitter? De voorzitter: Vijftien minuten. Dus we zijn hier weer terug om - laten we het ruim nemen vijf voor half vijf. We schorsen. Wij heropenen de vergadering voor de beraadslaging in tweede termijn. En volgens onze spelregels brengt ons dat weer in dezelfde volgorde als bij de eerste termijn, bij het CDA, de heer Van Willegen. Aan u het woord. De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. Laat ik eerst beginnen met even een reactie op de fracties.

Daarna ben ik wel heel nieuwsgierig als CDA wat er met de moties gebeurd is in deze periode … De heer Oude Kotte: Mijn excuses. Mag ik u heel even interrumperen, de heer Van Willegen? Zoals ik u had beloofd, als oplettend plaatsvervangend voorzitter, dat we eerst de indieners van de motie even zouden horen hoe het ervoor stond, zodat we dat konden betrekken in tweede termijn. U laat mij dat heel subtiel weten. Dank daarvoor. Zullen wij even op volgorde van indiening even naar GroenLinks en PvdA kijken hoe zij dit willen opvolgen? Kunt u zich daarin vinden, heer Van Willegen? De voorzitter: Zeker voorzitter, dus gaat het woord weer terug aan u en aan de indieners van de motie om eventueel aangepaste moties te hebben, zodat wij ook een gedegen advies kunnen geven aan onze raadsleden hier naast mij.

Pagina 25 van 56

De heer Oude Kotte: Heel fijn. De heer Fransen. De heer Fransen: Dit is een boeiende, een raadslid die de voorzitter het woord geeft. Dat vind ik wel een hele boeiende hoe we dat staatsrechtelijk moeten zien. Als dat als dat kan, kan ik ook zeggen: nu neem ik gewoon het woord. Dat is dan ook … Dus dat wordt ingewikkeld. De voorzitter: Wel via de voorzitter. De heer Fransen: Dank u wel, via de voorzitter. De motie Integriteitsbureau. Kijk, het gaat ons niet om het oprichten van een bureau van een ding, dat het gaat ons om de inhoud. En ja, u heeft eigenlijk als portefeuillehouder geschetst wat er allemaal gebeurt en wat er nog zou moeten gebeuren, dus ik zou willen uitnodigen om een notitie te maken over integriteit. Zoiets, hè? Dat we die hier bespreken en dan komt die inhoud op die manier, die bespreken we dan met elkaar wat het precies allemaal is, en dan is de motie op dit moment niet nodig. De voorzitter: Helder. Zullen we de motie even langslopen? De heer Fransen: En de tweede motie is 500 woningen. De wethouder geeft aan er komt een Omgevingsvisie, er komt een centrumvisie in Kudelstaart, en daar gaat uitkomen dat … Nee, sorry ik vergis me. Er komt een Omgevingsvisie enzovoorts, er komt een woonvisie.

Maar daar gaat uitkomen dat er woningen nodig zijn voor jongeren vooral, en dat we ruimtelijk moeten nadenken van waar gaan we dat doen, want als we dat niet doen hebben de projectontwikkelaars hun plannen allemaal klaarliggen en blijkt er aan het einde geen ruimte meer te zijn, want de winst van projectontwikkelaars is dan belangrijker dan het huisvesten van Aalsmeerse jongeren. Vandaar dat wij zeggen: de motie gaan we gewoon handhaven en die kan dan prima onderdeel zijn van de woonvisie. Maar dan is deze uitspraak maar vast gedaan door de raad. Dat over die twee. De voorzitter: De heer Buisma. De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Dan als eerste even over het Fort Kudelstaart. Ja, daar komen we toch in een rare spagaat terecht, voorzitter. Want wij als gemeenteraad worden namelijk aangesproken voor de Raad van State. Wij hebben niet besloten als gemeenteraad over hoe wij de toekomst van dit Fort voor ons zien, maar het college wandelt gewoon vrolijk de brug verderop en zegt: dit gaan we zo doen. Ja, en met welk mandaat doen we dat dan? Dus vandaar dat wij de motie wel gewoon handhaven omdat we er ook in hebben staan: wij accepteren de uitspraak van de Raad van State. Daar hebben we nog geen reactie van gehad op het college. Dan over het toevoegen van woningbouwcorporaties bij bouwprojecten.

Ik snap de oproep vanuit het college dat u zegt: nou, we doen het bij de woonagenda, doen we het over. En ik denk ook dat het verstandig is om dat gesprek ook daar te voeren. Ik zou het wel graag in stemming willen brengen om dat ook naar de buitenwacht wel handig is dat mensen weten: waar staat de gemeenteraad van Aalsmeer voor? En dat we dan de afspraak maken om dat nader in te vullen bij een woonagenda of iets in die trant, dus dat daar ben ik redelijk soepel in. En de laatste over de tweede supermarkt in Kudelstaart. Ja, daarvoor, oprecht voorzitter, de houding om daar weer een onderzoek over te doen dat duurt eindeloos. Dus doe een uitspraak als gemeenteraad: willen we daar een supermarkt of willen we daar geen supermarkt? En natuurlijk dat er allerlei redenen zijn hoe het inpasbaar is, en dat is uitvoering. Daar is het college voor. Maar wat willen we nu als gemeenteraad? Willen we die supermarkt daar nu wel of niet? Dus handhaven.

Pagina 26 van 56

De voorzitter: Helder. Mevrouw Keessen, heeft u nog een reflectie op de motie? Mevrouw Keessen: Ja voorzitter, eigenlijk zijn er twee vragen bij mij opgekomen, omdat het best zou kunnen zijn dat één en ander niet helemaal duidelijk is voor leden van de raad of desnoods toehoorders, voor wie nu eigenlijk de kosten betaald gaan worden van het geld wat gereserveerd is? En waarom het dan wel voor de ene partij en niet voor de andere partij zou zijn allebei, als eigenaar van het pand zijnde? En dan ga ik ervan uit dat ik in de tweede termijn nog zal kunnen reageren op de reacties van de andere fracties. Dank u wel. De voorzitter: Helder. U handhaaft in ieder geval de motie? Dan zijn we nu toch aangekomen bij het vervolg van de tweede termijn, en het woord is aan de heer Van Willegen. De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik zal op die moties dan inderdaad reageren, want ik vind die laatste opmerking van de heer Buisma over die supermarkt van Kudelstaart heel bijzonder dat hij geen onderzoek meer wil, en hij vraagt om een onderzoek en hij vraagt om een inventarisatie, en hij vraagt om een locatie … Dus hij vraagt onderzoeken en nu zegt hij dat moet nu eens afgelopen zijn met onderzoeken, maar kom ik zo meteen nog wel even op terug. Dank u wel, voorzitter. Ja, zoals heer Fransen al zei het CDA had een praatje zoals ze mogen verwachten.

De VVD had een praatje zoals ze mogen wachten. En ik denk dat dat dan misschien ook wel goed is dat dat zo is, want uiteindelijk staan wij voor een achterban die vindt dat wij dingen moeten doen zoals wij dat doen. En ik vind de oproep van de VVD ook wel een bijzondere. Ik pak er eentje uit het … Verder weet u zijn wij op veel dingen met elkaar eens en hebben wij een mooi akkoord gesloten vorige week, dus wij gaan elkaar zeker niet aanvallen. Maar de VVD noemt hier de wethouder economie dat er weinig over economie staat. Nou, ik denk dat het een stimulans is voor de eigen wethouder in dit geval, dus ik ga ervanuit dat in de begroting van 2024 meteen al de eerste signalen kunnen zien van de stimulans die de heer Van der Zwaag meegeeft aan zijn eigen wethouder. AA. Ja, wij snappen dat AA in een situatie zit dat zij daar niet inhoudelijk veel op ingaan. Ik vind het een positieve inbreng wat die wat de heer Koster heeft gegeven in zijn eerste termijn, maar inhoudelijk weet ik niet of ik daar nu echt op in moet gaan op dit moment. D66, die heeft het over een eigen vervoersmaatschappij. Ja, dat vind ik als CDA nogal een aparte en best wel een moeilijke waar het CDA wel een voorstander van is. En waar we ook indertijd nog wel een motie voor ingediend hebben is over het automaatje van de ANWB.

Dat is dan inderdaad eigenlijk een beetje wat de heer De Vries ook aangeeft het lokale vervoer te organiseren. Ik denk dat het automaatje daar een heel mooi voorbeeld van is om het kleinschalig ook te doen. Dus ik denk dat we daar al heel erg in zijn geslaagd om dat op te pakken. En ja, als Connexxion uiteindelijk nog steeds meer terugtrekt uit zijn concessie dan zullen we misschien inderdaad wat moeten gaan doen om de Aalsmeerders wel de plaats te kunnen brengen waar ze normaal niet kunnen komen als ze geen goed openbaar vervoer hebben. En wat D66 ook inbracht en dat is over de snelheid en de snelheidsbeperkingen in de wijk, dus de wijken leefbaarder maken. En daar kunnen wij als CDA het natuurlijk helemaal mee eens zijn. Waar we wel altijd op willen wijzen, is dat dat de eigen verantwoordelijkheid van de bewoners is. Je ziet gewoon in de wijken dat er niet veel buiten Aalsmeer in die wijken wordt gereden, maar wel door Aalsmeerders zelf hard in die wijken gereden worden. Dus ik vind ook een oproep aan de bewoners zélf en aan de bestuurders vooral van voertuigen om ook daar rekening mee te houden dat je door een wijk rijdt, en dan hoeven we niet overal heel Aalsmeer met drempels vol te gooien, maar kunnen we wel misschien elkaar erop aanwijzen dat we in de wijken gewoon onze snelheid houden. GroenLinks. Dat is een verrassend positief verhaal. Het moet anders.

Een open dialoog. We dienen de inwoner. Wel bijzonder is dat hij dan eigenlijk Pagina 27 van 56

aangeeft dat hij een raadsagenda wil opstellen in het derde kwartaal. Wij hebben vorig jaar bij het aantreden van een nieuwe gemeenteraad met alle partijen bij elkaar gezeten, en daar hebben we geprobeerd een raadsagenda te maken en een raadsprogramma. Wij hebben in de afgelopen maanden met diverse partijen weer bij elkaar gezeten om het raadsprogramma wat te verduidelijken en wat meer handvatten te geven. Bijzonder is dat we dus dat hebben gedaan, en nu komt de heer Fransen met een raadsagenda op te stellen in derde kwartaal. Natuurlijk beseft het CDA dat we met elkaar dit allemaal moeten doen. En natuurlijk zijn we er niet tegen, maar wij vinden wel een beetje het moment wat bijzonder eigenlijk, dat we net een nieuw raadsakkoord weer hebben en nu gaan we weer over een raadsprogramma praten voor de laatste drie jaar zeg maar. Maar de oproep. Ja, we gaan zeker meedoen natuurlijk, dat weet u. Maar stoppen met polarisatie? Nou, ik denk dat dat de mooiste opwerking was die de heer Fransen wel gemaakt heeft in deze. De voorzitter: We hebben een interruptie van de heer Fransen. De heer Fransen: Dank u wel, voorzitter. Ja, er gaan hier begrippen wel een beetje door elkaar heen, denk ik, raadsakkoord, raadsagenda. Maar daar zit ook wel denk ik de truc, want waar we toen in eerste instantie bij zijn geweest was bij het opstellen van een raadsakkoord.

En dat is toch echt iets anders dan een raadsagenda. Een raadsakkoord is wat je, volgens mij - in ieder geval in mijn definitie, laat ik het zo zeggen. U kan een ander hebben - met coalitiepartijen met elkaar afspreekt op inhoud. En waar wij het hierover hebben is welke onderwerpen willen wij met elkaar gaan bespreken? Nog los van de inhoud. Dus ik denk zomaar dat in een raadsakkoord, wat stel je daarin op? Op welke punten verschillen we enigszins van elkaar, en waar gaan we water bij de wijn doen met elkaar op de inhoud? Maar wij praten nu juist over niet in een, met alle respect hoor, maar in een achterkamertje zeggen: wat gaan we doen met z’n allen? Maar hier in openbaarheid vertellen: wat is onze visie op dit gebied en wat is onze visie op dat gebied? En dat met elkaar delen. Dus ik had niet de indruk toen we het raadsakkoord aan het voorbereiden waren dat we een raadsagenda aan het opstellen waren. De voorzitter: Ik denk dat dat een heldere verduidelijking is. De heer Van Willegen. De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook inderdaad geen vragen hoor, dus ik begrijp de oproep en ik denk dat we … dat heb ik ook gezegd, het CDA zal er van harte aan meedoen, maar wij hebben nu wel inderdaad een raadsprogramma waar wij als coalitie wel gewoon onze dingen willen blijven gaan doen. Partij van de Arbeid.

Zoals de VVD en het CDA zijn eigen verhaal houdt, houdt de Partij van de Arbeid ook zijn eigen verhaal. Maar ik moet toch wel zeggen dat de Partij van de Arbeid zegt dat het een doel van het CDA en de VVD is om geen sociale woningbouw te waarborgen. Ja, dat vind ik wel een hele foute uitspraak, en ik denk dat dat doel, dat hij dat ons niet mag aanrekenen om dat zo te vertellen. Wat wij doen is als wij een woningprogramma, woonagenda hebben, dat we die proberen uit te voeren. Daar maken we afspraken in met elkaar en daar, die leggen we dan voor aan projectontwikkelaars om die woningbouw te realiseren. Dan kan je natuurlijk niet zeggen: het doel op zich is voor het CDA om geen sociale woningbouw te … Het doel is dat wij sociale woningbouw bouwen, zoals we afgesproken hebben met mekaar. Dus ik vond dat, nou ja, wel een bijzondere eigenlijk. De voorzitter: De heer Buisma, een vraag of een verduidelijking? Aan u.

Pagina 28 van 56

De heer Buisma: Dank u wel, voorzitter. Ja, daar zat het woordje lijkt tussen. Dus voorzitter, dat wil ik wel even meegeven: het lijkt erop dat … En daarbij, de Partij van de Arbeid kan zich niet aan de indruk onttrekken dat als wij een woonagenda hebben waar 25 procent sociale huur in staat, en u doet dat structureel niet, dat dat ergens door komt. Dus ik ben zoekende waar dat ‘m in zit. En die vraag leg ik dan graag bij u neer hoe het dan komt dat u altijd 25 procent sociaal zegt en het niet doet. De voorzitter: De heer van Willegen. De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. Ik had m’n microfoon aan laten staan, dus ik hoop dat de goede mensen in het goede beeld zijn gekomen, want anders dan staan er dingen, tekst onder mijn naam en dat is ook wel misschien bijzonder. Ja, dat woordje lijkt, dat vergoelijkt dan een heleboel ineens, want dan heb je het bijna niet gezegd, maar je hebt het toch wel even gezegd. En dat trekken wij als CDA ons toch aan, dat niet het doel … Ik vind dat echt een nare opmerking: het doel van het CDA is om geen sociale woningbouw te … En dat woordje lijkt, dat ja, oké, genoeg over gezegd. Maar wij, ik ben het gewoon niet met u eens dat u zegt dat wij niet aan de 25 procent sociale woningbouw komen. Bijna zou ik zeggen: laat het maar zien. Maar dat zal u misschien zo meteen in uw tweede termijn ook gaan doen.

Ja, nee, verder inderdaad, u zegt ook: energie moet, iedereen moet meekomen in de energietransitie. Ja, daar is het CDA ook zeker voor, iedereen moet. Het was op zich misschien een beetje een rare opmerking: niemand gaat, we moeten van het gas af en van het elektra af. Maar we moeten allemaal van het gas af. Dus wat dat aangaat geldt het ook voor in de sociale woningbouw. En u sloot af met een mooi gedicht. En dan heb ik precies een mooi bruggetje naar FlorAalsmeer, want die begon met een mooi gedicht. Dus zo loopt het één en ander in elkaar over. FlorAalsmeer die zegt ook: samenwerking met de raad. Maar waar wij, het CDA wel een punt van maken, is het zelf gaan bebouwen, zelf bouwen had u het over. Dus dat is ook wat de discussie met de wethouder zo even was met de Partij van de Arbeid over die 500 woningen in die moties. Het CDA is geen voorstander van dat de gemeente zelf gaat bouwen. De risico's, de financiële risico's zijn veel te groot. We hebben, punt één, geen grond. Maar ten tweede: de gemeente zelf laten bouwen, zijn wij geen voorstander van. De voorzitter: Mevrouw Keessen, een verduidelijking of vraag? Mevrouw Keessen: Nou, een verduidelijking, dank u wel, voorzitter. Ik begrijp helemaal wat u zegt hoor, mijnheer van Willegen.

En het is meer dat het in het kader van onze wens voor een toekomstvisie is op lange termijn, want we weten niet wat er over tien of twintig jaar is, we weten alleen wat er nu is. Dus het is een optie die we graag willen meegeven, die eventueel kan worden meegenomen en ook misschien onderzocht. Dank u wel. De voorzitter: De heer van Willegen. De heer Van Willegen: Nee, prachtig, voorzitter, dank u wel. Dus dan hebben we dat ook uit de wereld geholpen, inderdaad. Dat, voor de lange termijn, ja, we weten allemaal niet … Maar we weten wel dat er in het verleden daar echt fouten in gemaakt zijn en dat er ook gemeenten zijn die daar helemaal onder doorgegaan zijn, omdat projectontwikkelaar, we zien het nu, het zijn gouden tijden geweest. Maar nu zijn de tijden weer wat minder en misschien gaan er ook weer hele grote verliezen geleden worden. Dus laat de financiële verantwoording daar alstublieft leggen bij woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars. Voorzitter, dan ga ik met uw goedvinden de moties behandelen zoals die voor ons ligt. Ik geloof niet, ik zat even

Pagina 29 van 56

te kijken of ik nog een reactie had op de wethouders. Nee, ik geloof het niet. Nou, de motie ik doe het maar op de volgorde die ik geniet heb gekregen van de bode- Bureau Integriteit Gemeente Aalsmeer. Die wordt teruggetrokken, dus die hoef ik niks over te zeggen. Dank u wel. De heer Fransen: Voorzitter. De voorzitter: De heer Fransen. De heer Fransen: Maar ik ben toch wel nieuwsgierig wat u ervan vond, van die inhoud. De voorzitter: De heer van Willegen. De heer Fransen: Ja. De heer Van Willegen: Dit is mooi, dit is mooi. Nou wordt de motie ingetrokken en dan mag ik een reactie geven op de ingetrokken motie. Nou, ik denk dat het CDA zeker is voor integriteit. Maar waar het CDA tegen is, is om daar weer een nieuw orgaan voor op te starten. Maar wat ook gezegd werd: we hebben een bureau in Amstelveen daarvoor. Nou, dat is, moet dan meer zichtbaar worden. Nou, ik denk dat dat helemaal goed is. Ruim toegankelijk. Nou, ik denk dat dat ook een prima initiatief is. En een gesprek bewustwording. Nou, ik denk dat, als we die kant opgaan en daar een mooie vorm van vinden om dat toegankelijker te maken voor raad en college en een ieder die dat nodig heeft, ja, dan zijn wij natuurlijk niet tegen zoiets. Maar de oprichting van een apart bureau, zoals eigenlijk in die motie staat, ja, daar waren wij niet zo'n voorstander van. Maar we hoeven er niet over te stemmen.

Maar ik hoop dat ik u in die zin nu enigszins geholpen heb wat wij van de inhoud vinden. De voorzitter: De heer Fransen. De heer Fransen: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik ben blij om te horen dat het CDA niet tegen integriteit is. Dat was z’n eerste zin. De voorzitter: Ik zou ook als voorzitter zeer geschokt zijn als u dat zou zeggen. De heer van Willegen, gaat u verder. De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. Zo zie je maar, je moet altijd goed op je woorden letten, want voor je het weet dan … Dan gaan we naar de motie 500 betaalbare woningen in Aalsmeer. Ja, voorzitter, waar wij hier heel veel moeite mee hebben, is bijvoorbeeld ook die overwegingen. En er staat: er is in deze periode geen enkel initiatief gestart. Ja, daar worden wij als CDA toch wel een beetje verdrietig van. Als we zien dat we de Westeinderhage hebben aangenomen, daar zitten natuurlijk gewoon ook betaalbare woningen in. De Hoeksteen, daar zit een deel, komt er sociale woningbouw en ook betaalbare woningen. Oosteindedriehoek, die komt eraan met heel veel sociale woningbouw. Dus het is niet zo, dan word je al eigenlijk weer in een hoek gezet, zo van er is geen enkel initiatief genomen. Er is zeker initiatief genomen en er is woningbouw aangekondigd. Wat wij hiervan vinden: eigenlijk moeten we dit ook gewoon weer in onze eigen cyclus houden.

En dat betekent niet zomaar ineens 500 betaalbare woningen neerzetten, maar dan gaan we met de woonagenda in het najaar, die komt al meteen na het reces, heb ik begrepen, dat we de eerste gesprekken erover hebben. Nou, laten we daar nou eens goed met elkaar discussiëren hoe we dat willen op gaan pakken.

Pagina 30 van 56

De voorzitter: De heer Fransen, interruptie. De heer Fransen: Ja, ik reageer even op uw opmerking, op de opmerking van het CDA over wat er in de overwegingen staat. Daar staat: deze periode geen enkel initiatief genomen. Dat is ook letterlijk zo volgens mij. Zegt u anders maar welk initiatief, want de initiatieven die u noemt, zijn uit vorige periodes. En we hebben nú een woningnood en het verwijt wat je in deze opmerking mag horen, is dat er deze periode geen enkel initiatief genomen is. Terwijl, ik kijk gewoon even naar de verschillende verkiezingsprogramma’s, in alle verkiezingsprogramma’s stond: daar moeten we wat aan doen. We zijn anderhalf jaar verder. Er was een partij die had het over het gebied achter het Proefstation, ik noem maar op. Ideeën zat om initiatieven te nemen. Die zijn niet genomen. Dat is wat hier bedoeld wordt. De voorzitter: De heer van Willegen. De heer Van Willegen: Dank u wel, voorzitter. Ik heb niet het hele programma van alle raadsvergaderingen in mijn gedachte, maar de Hoeksteen is toch écht in deze periode genomen. De heer Fransen: Het besluit. De heer Van Willegen: Ja, het besluit. Nou, dat is toch een initiatief, of niet? Nou ja … De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van Willegen: Maakt niet uit. Voor mij is dat: pas als er een besluit is, is er een initiatief. En als de heer Fransen dat anders wil zien, ook goed.

Maar wij zijn in principe tegen deze motie. Ja, dan krijgen we de motie terugkeer naar de oorspronkelijke kernwaarden en plannen Fort Kudelstaart en afwijzing van de megalomane, ongewenste ontwikkelingen. Voorzitter, het CDA is hier tegen. En wij vinden dat wij een weg ingeslagen zijn, en dat heeft u ook in het vorige week ingediende coalitieprogramma ook teruggezien, dat wij zeker nog de initiatieven van dit Fort voort willen zetten. Dus wij vinden niet dat we nu halverwege af moeten slaan en weer opnieuw gaan. Dus het CDA is tegen deze motie. De motie woningbouwbeleid in Aalsmeer nooit zonder woningbouwcorporaties. Ja, voorzitter, ook hier is het CDA tegen. Spreekt uit dat er geen woningbouwproject gestart wordt zonder dat er een woningcorporatie als partner betrokken is om het aantal sociale huurwoningen structureel te verhogen. Daar kunnen we gewoon niet mee akkoord gaan. Wij vinden gewoon dat dat … Ook hier geldt: wij hebben een woonagenda, we gaan een nieuwe woonagenda opstellen en uiteindelijk als dat woonagenda er is, dan gaan we dat doen.

En daar staat duidelijk in: wanneer moeten wij een woningcorporatie erbij betrekken, wanneer niet? Hoe groot moet het project zijn? Hoe klein moet het project zijn? Wanneer willen ze meedoen? Gesprek is goed, maar wij hebben als CDA toch tegen, dat wij bij ieder woningbouwproject zonder woning moeten, geen project kunnen starten, daar zijn we tegen. Fort Kudelstaart. De heer Buisma: Supermarkt. De heer Van Willegen: Ja, sorry, supermarkt Kudelstaart. Het is een hoop Kudelstaart vandaag. Supermarkt Kudelstaart, ook hiervoor geldt, voorzitter, dat wij, zoals de wethouder al zei, een driesporenbeleid hebben aangekondigd, waar we volgende week over gaan stemmen, waarin een Centrumvisie zit voor Kudelstaart. En wat ik net al in het begin al aan uw meedeelde: het verbaast het CDA een beetje dat u dan geen onderzoeken meer wil, maar nu wel aan wil Pagina 31 van 56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=9f88e8bb-0614-4eed-bb4c-e7e50450eb64