CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Trends & ontwikkelingen Sociaal Domein Zwolle 2025

Raad Besluitvormingsronde 14 november 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Trends & ontwikkelingen Sociaal Domein Zwolle 202514.176 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Augustus 2025

Trends & ontwikkelingen sociaal domein 2025

Inhoudsopgave Samenvatting

4

Inleiding Verantwoording Leeswijzer

5 6 6

De Zwolse Koers Sociaal Domein Bouwen op de kracht van de samenleving Ondersteuning bieden als dat nodig is Anders denken, anders doen

7 7 7 7

Demografische ontwikkelingen Bevolkingsgroei Zwolle zet door naar bijna 150.000 inwoners in 2040 Prognose aantal inwoners naar wijk Prognose Zwolse bevolking naar leeftijdscategorie Prognose Zwolse bevolking naar huishoudtype Eenpersoonshuishoudens uitgediept

8 9 10 11 13 15

De impact van vergrijzing op Zwolle Wat is het? Wat zien we? Wat gaan we zien? Nieuwe vormen van samenleven Nieuwe oplossingen en inzichten Risico’s voor ouderen in een kwetsbare positie Impact op de samenleving Wat betekent dit voor Zwolle? Rol van de gemeente

18 19 19 19 20 20 21 22 23

Individualisering Wat is het? Wat gaan we zien? Zwolle sociale stad Eenzaamheid blijft een rol spelen Sociale samenhang en kansenongelijkheid Sociale mediagebruik bij identiteitsontwikkeling Wat betekent dit voor Zwolle? Verbinding in tijden van onzekerheid De gemeenschap kan niet alles oplossen Sociale basis versterken: kijk naar wat werkt Meedoen in de online wereld

24 25 25 25 26 26 27 27 27 27 27 27

2

Meerdeling Wat is het? Wat zien we, wat gaan we zien? Tweedeling in opleidingsniveau Tweedeling in inkomen en vermogen Wat betekent dit voor Zwolle? Focus op kansengelijkheid en gelijkwaardigheid Versterk vertrouwen en creëer mogelijkheden voor ontmoeting Samenwerken aan een sterke sociale basis

28 29 29 30 30 30 30 31 32

Zelfstandig wonen Wat is het? Wat zien we, wat gaan we zien? Krapte op de woningmarkt Senioren wonen langer thuis Ongewenst niet thuis Wat betekent dit voor Zwolle? Er zijn meer (passende) woningen nodig Mensen met een psychische kwetsbaarheid Draagkracht en draaglast van buurten en wijken Inzet van vrijwilligers en mantelzorgers Werk samen vanuit behoefte van inwoner

34 35 35 35 36 36 37 37 37 38 38 39

Grillige economie en arbeidsmarkt Wat is het? Wat zien we of gaan we zien? Onzekere toekomst zorgt voor een grillige economie Opkomst digitalisering en AI Langdurig krappe arbeidsmarkt Arbeidsmarktregio Zwolle Mindset jongere werknemer Wat betekent dit voor Zwolle? Diensten en producten niet meer vanzelfsprekend Beperkte groei werkgelegenheid Kwalitatieve mismatch Leven lang ontwikkelen Verhoging arbeidsproductiviteit prioriteit

40 41 41 41 41 41 42 42 42 42 43 43 43 43

Bronnen

44

3

Samenvatting

Inleiding

Met deze trendverkenning geven we antwoord op de vraag welke trends en ontwikkelingen op ons af komen en relevant worden voor ons werk en de besluiten die we als gemeente willen nemen? Deze trendverkenning is een actualisatie van de vorige, die gemaakt is in 2023.

Zwolle is een stad in beweging. De stad is aantrekkelijk vanwege haar geschiedenis, cultuur en landschap, haar sociale structuur en brede welvaart. En steeds vaker ook vanwege de geografische ligging in Nederland: op een kruispunt tussen noord, oost, zuid en west. Als stad en gemeente komen we ergens vandaan en bewegen we ons naar de toekomst. En daarin maken we dagelijks keuzes. Bij het maken van die keuzes is het belangrijk om regelmatig even stil te staan. En te kijken naar het heden, het verleden en de toekomst. Waar komen we vandaan en waar gaan we naar toe?

Demografische ontwikkelingen

Handelingsperspectief voor de gemeente is er dan door bijvoorbeeld ontmoeting en initiatief van inwoner te stimuleren en spanningen samen met bewoners aan te pakken.

De bevolking van Zwolle gaat zeker tot 2040 nog verder groeien. Daarbij is een toenemende vergrijzing van de bevolking zichtbaar: relatief meer ouderen van 65 jaar en ouder en minder jongeren tot 25 jaar. Nader onderzoek naar vergrijzing levert aanbevelingen op voor hoe overheid en samenleving de impact hiervan zouden kunnen opvangen. Ook valt een verdere toename van het aantal eenpersoonshuishoudens op, met gevolgen voor de sociaaleconomische positie en kwaliteit van leven van deze inwoners.

Zelfstandig wonen Ouderen en mensen in een kwetsbare positie blijven langer thuis wonen of gaan weer zelfstandig wonen. Landelijk beleid stimuleert dit. Een belangrijke randvoorwaarde hierbij is de beschikbaarheid van voldoende passende woningen en bijbehorende ondersteuning en voorzieningen. De actuele tekorten op de woningmarkt zijn daarin een knelpunt en een grote uitdaging voor de overheid. Ook de samenleving moet inspringen. Meer vrijwilligerswerk en inzet door mantelzorgers is nodig om deze ontwikkeling te kunnen opvangen. Soms komt de draagkracht van wijken onder druk te staan. Ook voor jongeren heeft de krapte op de woningmarkt grote gevolgen: zij stellen hun levensplannen uit.

Individualisering We zien een al langer gaande trend van individualisering die zich uit in relaties, woonvormen en werk. Mensen bepalen in toenemende mate zelf hoe ze hun leven vormgeven. Dit heeft positieve effecten op individuele ontplooiing, maar leidt ook tot extra prestatiedruk en toenemende eenzaamheid. Ook heeft individualisering effect op sociale verbanden: mensen kiezen hun eigen netwerken en leven meer in homogene groepen of bubbels. In Zwolle is de sociale cohesie relatief hoog en dat geldt ook voor sociale participatie (o.a. deelname vrijwilligerswerk). Digitalisering en de toenemende invloed van sociale media kan individualisering versterken.

Grillige economie en arbeidsmarkt Allerlei ontwikkelingen in de nationale en internationale politiek leiden tot onzekerheid en dat heeft impact op de economie en het bijbehorende vertrouwen van consumenten en ondernemers. De arbeidsmarkt is langdurig krap en de werkloosheid zeer laag. De vierde industriële revolutie is een feit en de opkomst van Artificiele Intelligentie (AI) en allerlei technologie gaan economie en werk ingrijpend veranderen. Dit vraag om een adaptieve en flexibele overheid en samenleving en inzet op ‘een leven lang ontwikkelen’. Bijzonder is de positie van jongeren op de arbeidsmarkt: zij kijken anders naar de balans werk en privé en lijken minder binding te hebben met een baan of een werkgever. Dit kan invloed hebben op de continuïteit van organisaties.

Meerdeling Op meerdere gebieden zien we breuklijnen in de samenleving, daarom spreken we van de trend ‘meerdeling’ in plaats van tweedeling. Scheidslijnen tekenen zich bijvoorbeeld af langs leeftijd, opleidingsniveau, inkomen/vermogen, gezondheid, en sociale netwerken. Inzet van de gemeente kan zich richten op het vergroten van kansengelijkheid op deze terreinen. Meerdeling kan ook leiden tot polarisatie of afnemend onderling vertrouwen.

4

Bovengenoemde ontwikkelingen vinden plaats tegen de achtergrond van een steeds complexere en onzekere wereld. We zien dat een periode van relatieve overvloed geleidelijk verandert in een periode waarin schaarste de overhand neemt: schaarste aan arbeid, grondstoffen en natuurlijke hulpbronnen, waarbij vragen over verdeling ervan tussen individuen, groepen en organisaties een grotere rol gaan spelen. Het SCP beschrijft de kenmerken van ongelijkheid in onze huidige tijd (Vrooman, Boelhouwer, Iedema, & van der Torre, 2023). Daarnaast zien we ook dat een periode van relatieve veiligheid geleidelijk verandert in een wereld van internationale spanningen en zichtbare en onzichtbare dreigingen.

In deze Trendrapportage Sociaal Domein 2025 kijken we vooral naar de toekomst. Welke trends en ontwikkelingen komen op ons af en worden relevant voor ons werk en de besluiten die we willen nemen? We kunnen de toekomst niet voorzien, we kunnen die wel verkennen en zo beter voorbereid zijn en afgewogen besluiten nemen. Deze trendrapportage 2025 is een actualisatie van de vorige (Trendrapportage SD 2023). Actualisatie betekent dat we nu vooral kijken naar de trends die we eerder benoemden: individualisering, meerdeling, zelfstandig wonen, grillige economie en arbeidsmarkt. We zien deze trends nog steeds en geven in deze nieuwe versie van de trendrapportage de meest recente ontwikkelingen aan. Bij het werken aan de trendrapportage realiseerden we ons dat ook dit weer een momentopname is. De ontwikkelingen in het sociaal domein volgen elkaar snel op, de kennis over allerlei onderwerpen neemt snel toe en de thema’s zijn sterk onderhevig aan politieke besluitvorming.

Het trendrapport van Het Platform voor Innovatie en Marketing (TrendsActive, 2025) beschrijft in drie trends de reactie van mensen op die steeds complexere en onzekere wereld. Hoewel deze trends zijn beschreven voor bedrijven die producten op de markt proberen te zetten, zien wij een parallel met de opdracht die de gemeente heeft:

Een belangrijke ontwikkeling die niet in de vorige rapportage is benoemd is de doorbraak van AI (artificiële intelligentie), als onderdeel van de bredere ontwikkeling van digitalisering en technologie. AI wordt ‘veelbelovend’ én ‘risicovol’ genoemd (Vereniging van Nederlandse Gemeenten, 2025). De mogelijke impact van deze ontwikkeling gaat ons voorstellingsvermogen te boven, maar vraagt onze directe aandacht, onder andere voor de impact op werk (Sociaal-Economische Raad, 2025) en de manier waarop inwoners zich tot elkaar gaan verhouden. Digitalisering krijgt daarom aandacht in elk van de hoofdstukken.

■

■

■

5

Mensen hebben meer behoefte aan controle in een wereld waarin veranderingen elkaar sneller opvolgen, er veel meer keuzes te maken zijn, maar waar we als mens maar weinig invloed op hebben; Mensen hebben meer behoefte aan erkenning en verbinding in een steeds verder gepolariseerde wereld, waarin ook de eigen identiteit steeds weer moet worden bevestigd; Mensen hebben steeds meer behoefte aan richting in een sterk geïndividualiseerde wereld met oneindige mogelijkheden.

Hoe zien we deze behoeften van mensen in onze tijd terug in de trends die we onderzoeken? En wat betekent dit voor Zwolle, voor de beleidskeuzes die we maken en voor de besluiten die we nemen en voor ons dagelijks werk?

Leeswijzer

Verantwoording

Daarna volgt een hoofdstuk over de demografische ontwikkeling. Daarin gaan we in op bevolkingsgroei, samenstelling van huishoudens en de impact daarvan op het sociaal domein. In het daaropvolgende hoofdstuk geven we, in een aparte paragraaf, extra aandacht aan vergrijzing, een thema dat in de komende jaren voor Zwolle steeds belangrijker wordt.

We starten met een korte samenvatting van de Koers Sociaal Domein Zwolle 2024-2030. Dat is het richtinggevende kader voor het beleid in het sociaal domein.

Voor deze trendrapportage hebben we gebruikgemaakt van actueel onderzoek, bijvoorbeeld van het Sociaal Cultureel Planbureau, en onderzoek van de Regio Zwolle. We gesproken met partners in de stad en gevraagd wat zij aan trends en ontwikkelingen zien (Thematafel Sociale Basis 16 april 2025). Daarnaast participeerden we in een bijeenkomst van het Trendbureau Overijssel en maakten we gebruik van een Trendverkenning van onze collega’s van het fysieke domein. Ongeveer tegelijk met deze trendrapportage verscheen het Trendweb (2025) van Trendbureau Overijssel. Dit Trendweb is een hele mooie aanvulling op deze Zwolse Trendrapportage Sociaal Domein. De onderbouwing van trends komt veelal uit literatuur of gesprekken. Waar relevant geven we de onderbouwing aan met linkjes in de tekst. Aan het eind van het document is een uitgebreide bronnenlijst opgenomen.

Vervolgens komen vier trends aan de orde: individualisering, meerdeling, zelfstandig wonen en economie/arbeidsmarkt. We geven steeds een korte beschrijving van de trend, van de belangrijkste ontwikkelingen die we de komende jaren bij deze trend verwachten en ten slotte de betekenis die de trend heeft voor het Zwolse beleid.

De Zwolse Koers Sociaal Domein In 2024 heeft de gemeenteraad de Koers Sociaal Domein 2024-2030 vastgesteld. Dit is het richtinggevende kader voor beleid en uitvoering in het sociaal domein in Zwolle. Bouwen op de kracht van de samenleving

Anders denken, anders doen

Als gemeente Zwolle willen we dicht bij inwoners staan. Dat doen we door te luisteren naar behoeften, en te kijken wat mensen écht nodig hebben aan hulp en ondersteuning. We werken meer vanuit de gemeenschap en hebben aandacht voor de leefwereld van mensen. We zoeken van daaruit naar effectieve en betaalbare oplossingen voor maatschappelijke en persoonlijke problemen. Daarin vinden we een balans tussen wat we als samenleving kunnen doen en wat we daar als gemeente aan kunnen bijdragen. Met andere woorden: we bouwen op de kracht van onze Zwolse samenleving. We doen het samen.

We willen verbonden zijn met de mensen in onze stad en met de mensen die extra aandacht en hulp nodig hebben. Dit vraagt om anders denken en anders doen: ■

■

■

■

Ondersteuning bieden als dat nodig is

Als we ondersteuning bieden aan inwoners doen we dat zo:

Ruim twee miljoen mensen in Nederland krijgen hulp van hun gemeente. Denk daarbij aan hulp bij werk en inkomen of schulden, ondersteuning om zelfstandig thuis te (blijven) wonen, ondersteuning bij het opgroeien en opvoeden, en de zorg voor ouderen en mensen met een beperking. Het doel is dat mensen zo veel mogelijk zelfredzaam zijn en mee kunnen doen aan de samenleving. Soms door het bieden van ondersteuning maar ook door het vergroten van onderlinge steun en verbondenheid. Al deze verschillende voorzieningen samen heten ‘het sociaal domein’.

6

We gaan samen met inwoners en partners de sociale basis verder versterken. We gaan nog beter ruimte geven aan de initiatieven uit de Zwolse samenleving. We gaan werken aan meer bestaanszekerheid, gelijke kansen en gezond leven en daarmee aan het voorkómen van problemen. We gaan meer wijkgericht werken.

■

■

■

■

7

We hebben vertrouwen in inwoners en zijn een betrouwbare gemeente. We zijn mensgericht en menselijk en kijken breed naar wat er speelt. We zoeken samen naar oplossingen, liefst in het gewone leven. We bieden extra ondersteuning en hulp als dat nodig is.

Demografische ontwikkelingen

In dit hoofdstuk gaan we in op een aantal demografische ontwikkelingen in Zwolle. Hiermee wordt een beeld geschetst van de verwachte samenstelling van de Zwolse bevolking in de toekomst. Bevolkingsgroei Zwolle zet door naar bijna 150.000 inwoners in 2040 In de afgelopen decennia is de bevolking van Zwolle gegroeid en dit zal naar verwachting doorzetten. Op 1 januari 2025 bestond de bevolking van Zwolle uit 133.840 inwoners. In 2040 komen hier nog ruim 19.000 inwoners bij (zie Figuur 1), blijkt uit de bevolkingsprognose. Het grootste deel van deze groei kan worden verklaard doordat er meer mensen naar Zwolle verhuizen dan wegtrekken (zie Figuur 2). Ook worden er nu jaarlijks nog meer kinderen geboren dan er mensen overlijden. Dit verschil tussen het aantal geboortes en het aantal sterftes wordt sinds 2015 wel steeds kleiner; oftewel, het geboorteoverschot neemt af (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2025). Figuur 1. Ontwikkeling en prognose aantal inwoners Zwolle

Bron: Gemeente Zwolle, Bevolkingsprognose Pronexus 2025

8

9

Prognose Zwolse bevolking naar leeftijdscategorie

Figuur 2. Verhuizingen naar en vanuit Zwolle, 2022

Wanneer we inzoomen op verschillende leeftijdscategorieën, valt het op dat er in 2040 naar verhouding meer inwoners van 65 jaar en ouder in Zwolle zullen wonen. In 2025 is 17% van de Zwolse bevolking 65+, terwijl dit in 2040 naar verwachting 20% zal zijn (zie Figuur 3.3). Daarmee is de vergrijzing in Zwolle wel minder sterk dan gemiddeld in Nederland (namelijk 24,4% ouderen in 2035, CBS, 2002). De mate van vergrijzing hangt samen met de mate van verstedelijking. Hoe groter en meer verstedelijkt de gemeente, hoe lager het aandeel ouderen. Door de verwachte nieuwbouw in de grote steden blijven nieuwe, jonge gezinnen in de stad wonen en wordt de uitstroom naar omringende gemeenten beperkt (CBS, 2022). In de regio rondom Zwolle neemt vergrijzing dus sterker toe. Het aandeel jongeren en jongvolwassenen tussen de 12 en 24 jaar wordt waarschijnlijk kleiner (17% in 2025 versus 14% in 2040). De vergrijzing heeft te maken met de vergrijzing van de Nederlandse bevolking; de Nederlandse bevolking wordt steeds ouder. Dit is het gevolg van de naoorlogse geboortegolf in combinatie met een toenemende levensverwachting (gezondere voeding en betere levensomstandigheden en medische zorg) én een dalend geboortecijfer. Figuur 4. Prognose Zwolse bevolking naar leeftijdscategorie Figuur 2 laat zien dat Zwolle onder andere groeit door een groter aantal verhuizingen naar Zwolle (CBS, 2022).

Van deze verhuizingen naar Zwolle gaat het voor 74% om binnenlandse verhuizingen en 26% verhuizingen vanuit het buitenland. Bij die laatste categorie komt 72% uit een ander Europees land en 26% van daarbuiten. Bij binnenlandse verhuizingen komt het grootste deel van de nieuwe Zwollenaren uit de omliggende regiogemeenten en uit de stad Groningen.

Prognose aantal inwoners naar wijk De bevolkingsgroei zal zich naar verwachting het sterkst voordoen in de wijken Assendorp (groei betreft met name Hanzeland/Spoorzone), Stadshagen en Kamperpoort-Veerallee (zie Figuur 3.2). De prognose is mede gebaseerd op de woningbouwplannen van de gemeente Zwolle. In deze wijken worden de komende jaren veel woningen bijgebouwd. In Ittersum en Schelle (beide wijken in Zwolle-Zuid) en Westenholte wordt juist de grootste krimp verwacht. In deze wijken stijgt het aandeel bewoners dat 75 jaar en ouder is. Deze wijken zullen dus naar verwachting vergrijzen. Figuur 3. Verwachte groei in aantal inwoners per wijk tussen 2020 en 2040

Bron: Gemeente Zwolle, Bevolkingsprognose Pronexus 2025

Bron: Gemeente Zwolle, Bevolkingsprognose Pronexus 2025

10

11

Vrouwen worden gemiddeld ouder dan mannen en dat zal in de toekomst ook zo zijn (zie Figuur 5). Naar verwachting wordt de man-vrouwverhouding wel wat minder scheef: bij de 80+ leeftijdscategorieën in Figuur 5 is te zien dat het aandeel mannen tussen 2025 en 2040 wat zal stijgen en het aandeel vrouwen wat zal dalen. Figuur 5. Prognose Zwolse bevolking naar leeftijdscategorie en geslacht

Prognose Zwolse bevolking naar huishoudtype Volgens de prognose gaan eenpersoonshuishoudens in Zwolle verder toenemen: van 43% in 2025 naar 45% in 2040 (zie Figuur 6). Het gaat dan om de groepen personen die tussen de 35 en 54 jaar zijn, en 65 jaar en ouder (zie Figuur 7). Het aandeel paren met kind(eren) neemt juist wat af. De belangrijkste oorzaak hiervoor ligt bij de vergrijzing en echtscheiding. De som van het aantal Eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen laat zien dat straks meer dan de helft van de Zwollenaren niet samenwoont (met een volwassene). Figuur 6. Prognose Zwolse bevolking naar huishoudtype

Bron: Primos bevolkingsprognose 2024 Figuur 7. Prognose Zwolse alleenstaanden naar leeftijdscategorie

Bron: CBS, Regionale prognose 2021

Bron: Primos bevolkingsprognose 2024

12

13

Eenpersoonshuishoudens uitgediept Aangezien de groep eenpersoonshuishoudens naar verwachting gaat stijgen, is het interessant om deze groep nader te onderzoeken. Dat is mogelijk met behulp van de resultaten van het Zwolse Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2024.

Ook zijn eenoudergezinnen en alleenwonenden wat minder tevreden over de kwaliteit van hun leven dan mensen die samenwonen (zie Figuur 9). Figuur 9. Kwaliteit van leven naar huishoudtype

Allereerst is er gekeken of eenpersoonshuishoudens (in het Buurt-voor Buurt Onderzoek wordt er van ‘alleenwonenden’ gesproken) naar verhouding eenzamer zijn dan andere typen huishoudens. De mate van eenzaamheid is vastgesteld door gebruik te maken de eenzaamheidsschaal van De Jong-Gierveld en Kamphuis. Bij deze methode wordt via zes stellingen de mate van eenzaamheid van (groepen) inwoners in kaart gebracht. De definitie van eenzaamheid is hierbij: het subjectief ervaren van een onplezierig of ontoelaatbaar gemis aan (kwaliteit) van bepaalde relaties. In Figuur 8 is te zien dat alleenwonenden het meest eenzaam zijn in vergelijking met andere huishoudtypes: 45% van bewoners uit dit soort huishoudens is matig tot sterk eenzaam. Figuur 8. Mate van eenzaamheid naar huishoudtype

Bron: Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2024

Bron: Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2024

14

15

Inwoners konden ook aangeven of ze moeite hadden met het rondkomen van het inkomen. In Figuur 10 zien we dat eenoudergezinnen en alleenwonenden het meest moeite hebben om rond te komen: respectievelijk 18% en 13% vindt dat (zeer) moeilijk of kan helemaal niet rondkomen.

In Figuur 11 zien we dat eenoudergezinnen en alleenwonenden vaker een lager huishoudinkomen hebben dan mensen die samenwonen. Figuur 11. Inkomensgroepen* naar huishoudtype

Figuur 10. Moeite met rondkomen naar huishoudtype

Bron: Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2024 Bron: Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2024 * De categorieën van de inkomens zijn gebaseerd op het inkomen t.o.v. het sociaal minimum en het modaal inkomen en worden ieder jaar aangepast.

16

17

De impact van vergrijzing op Zwolle

In opdracht van het college is in 2025 (Perspectiefnota 2025-2029, p. 27) nader onderzoek gedaan naar de impact van vergrijzing op de stad. De rapportage hiervan verschijnt in het 3e kwartaal van 2025. De belangrijkste bevindingen van dat onderzoek hebben we al wel meegenomen in deze trendrapportage. Wat is het? Vergrijzing is de ontwikkeling dat het aandeel ouderen in de bevolking relatief gezien (ten opzichte van andere leeftijdsgroepen) toeneemt. In de demografische tabellen eerder in dit hoofdstuk is de vergrijzing in Zwolle in beeld gebracht. Tot ongeveer 2040 is er sprake van een zogenaamde dubbele vergrijzing: het aantal 65-plussers neemt toe ten opzichte van de rest van de bevolking én mensen worden steeds ouder. Het aandeel 80-plussers gaat in die periode nagenoeg verdubbelen. Wel zien we dat de vergrijzing in Zwolle minder sterk is dan gemiddeld in Nederland en dan in de omliggende regiogemeenten. Vanaf 2040 blijft de grijze druk (de verhouding tussen het aantal ouderen ten opzichte van de potentiële beroepsbevolking) ongeveer gelijk: rond de 45% (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2023). Dit brengt opgaven én kansen voor de stad met zich mee en heeft invloed op veel ontwikkelingen in Zwolle.

Wat zien we? Wat gaan we zien? De oudere van de toekomst is niet dezelfde als de oudere van nu. Ouderen van de toekomst hebben ook andere behoeften en vaardigheden dan de huidige ouderen. Over het algemeen geldt dat het opleidingsniveau van ouderen ten opzichte van vorige generaties stijgt. Ouderen van de toekomst zijn digitaal vaardiger en mondiger en hebben meer te besteden (Sociaal-Cultureel Planbureau, z.d.). Zij kunnen en willen relatief lang thuis wonen en zelfstandig functioneren (Vilans, 2024). Ouderen zijn relatief gezond en zijn van steeds grotere betekenis in de samenleving. Op allerlei manieren dragen zij bij via werk, vrijwilligerswerk, mantelzorg Sociaal en Cultureel Planbureau, 2019) en in het culturele leven. De veranderingen die we hier beschrijven vinden ook hun weerslag in de vele verschillende definities van vergrijzing en verschillende leeftijdsgrenzen. De leeftijd van 65 was lange tijd relevant, maar met de stijging van de levensverwachting en de pensioenleeftijd verandert dat. Steeds vaker wordt gesproken van de derde (meer actieve) levensfase na het pensioen en de vierde levensfase (vanaf 75 of 80 jaar) wanneer de behoefte aan zorg en ondersteuning toeneemt (RIVM, 2020). Daarnaast zijn de grote individuele verschillen tussen ouderen relevant voor hoe het ouder worden verloopt.

Nieuwe vormen van samenleven Voorbeelden zijn wooninitiatieven waarin ouderen zelfstandig wonen kunnen combineren met zorg voor elkaar en gedeelde voorzieningen. In Zwolle is dat bijvoorbeeld de ontwikkeling van het tweede Knarrenhof in De Tippe of Kembang Baru). Ook landelijk zijn er veel voorbeelden van nieuwe woonvormen. We zien ook dat ouderen zich beter voorbereiden op een volgende levensfase door tijdiger te verhuizen (‘kies jouw woontoekomst’). En we zien een steeds groter en diverser aanbod van activiteiten voor ouderen, waarin ouderen vaak zelf ook initiatiefnemer zijn.

18

19

Nieuwe oplossingen en inzichten We zien dat ondersteunende technologie en innovatie volop in ontwikkeling zijn en dat nieuwe oplossingen gevonden worden om langer zelfstandig te leven. In dit verband is de beweging van re-ablement een trend in opkomst: een manier van kijken en werken die erop gericht is ouderen te helpen weer actiever te leven en regie over hun leven voeren. Dit gaat ook over het niet overnemen van wat mensen zelf kunnen, het versterken van onderlinge steun én mensen helpen te herwinnen wat ze niet meer kunnen (Zorgvisie, 2025). Voor dat wat overblijft vinden ouderen en professional samen een oplossing. In deze visie moet een oudere zichzelf zo lang mogelijk uitdagen - op allerlei gebieden - om vitaal te blijven (Keulemans, 2024). Een concreet voorbeeld hiervan is de manier waarop in (Gemeente Kerkrade) Kerkrade huishoudelijke hulp wordt geboden: in een langere kennismakingsperiode is er veel aandacht voor het opnieuw aanleren van vaardigheden en slimme oplossingen.

Risico’s voor ouderen in een kwetsbare positie Als we ons onvoldoende voorbereiden op de toekomst met vergrijzing ontstaan er tekorten op het gebied van wonen, (mantel)zorg en ondersteuning, voorzieningen, en op de brede arbeidsmarkt. Die tekorten doen zich nu ook al voor en zijn niet alleen kwantitatief, maar kunnen ook een forse impact hebben op de kwaliteit van leven. De echte uitdagingen rondom vergrijzing liggen bij ouderen in een kwetsbare positie. Mensen bevinden zich in een kwetsbare situatie als ze te maken hebben met een stapeling van problemen en weinig hulpbronnen hebben: ouderen met een klein sociaal netwerk, ouderen met een migratieachtergrond, gezondheidsproblemen en een hoge zorgvraag en/of problemen met rondkomen (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2024). Dit betreft een aanzienlijke groep: ongeveer 17% van de volwassenen (De Klerk, Eggink, Plaisier & Sadiraj, 2023). Ouderen in een kwetsbare positie lopen grotere risico’s op een aantal terreinen. ■

Wonen: door tekorten op de woningmarkt en daarbij een tekort aan passende woningen blijven ouderen langer in ongeschikte woningen wonen, wat de zorgdruk verhoogt en hogere kosten met zich meebrengt. Financieel kwetsbare ouderen hebben bovendien minder alternatieven, wat de ongelijkheid versterkt. De verwachting is bovendien dat de vergrijzing leidt tot een hoger beroep op Wmo-voorzieningen, waaronder woningaanpassingen. Sinds 2019 is er landelijk sprake van een stijgende trend, die ook in Zwolle zichtbaar is. (Nieuws | Meer ouderen en jongvolwassenen gebruiken Wmo-ondersteuning).

■

Inkomen: mensen met een zwakke inkomenspositie, bijvoorbeeld mensen met alleen AOW (Algemene Ouderdomswet) of mensen die gescheiden zijn, lopen een reëel risico om als toekomstig gepensioneerde moeilijker rond te komen. Relevante ontwikkelingen zijn bovendien de invoering van het nieuwe pensioenstelsel en de geleidelijke stijging van de AOW-leeftijd.

Figuur 12. Mate van eenzaamheid, Buurt-voor-Buurt Onderzoek 2024

Impact op de samenleving Naast de invloed op individuele ouderen hebben we ook gekeken naar de impact van vergrijzing op de samenleving. Wat zal bijvoorbeeld de invloed van vergrijzing op de sociale samenhang zijn? Het SCP concludeert in recent onderzoek dat de kleine negatieve effecten van vergrijzing en toegenomen migratie op de sociale samenhang wegvallen tegen het positieve effect van een toegenomen aandeel mensen met een hbo- of wo-opleiding (Woiittiez, van Hulst, Putman, Ooms & Sadiraj, 2024). Maatschappelijke veranderingen hebben meer invloed op sociale cohesie dan demografische ontwikkelingen. Wel is aandacht nodig voor de solidariteit tussen generaties (Zorgvisie, z.d.). Andere effecten van vergrijzing betreffen: ■

■ ■

Gezondheid: het aantal ouderen met dementie zal sterk stijgen, overgewicht neemt verder toe en als gevolg daarvan ook chronische ziekten (RIVM, 2024) (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2024). Deze trend is in belangrijke mate bepalend voor de ervaren gezondheid en kwaliteit van leven. Mensen in een kwetsbare positie zijn minder in staat de gevolgen hiervan op te vangen (ZonMw, z.d.) (Pharos, z.d.).

■

Welzijn: door kleinere sociale netwerken, door gezondheids- en mobiliteitsproblemen en het wegvallen van mantelzorgers neemt eenzaamheid vooral onder oudere ouderen toe (zie figuur 12). Hierdoor zal ook de mentale gezondheid van ouderen verder afnemen (RIVM, 2024). Opvallend is overigens dat juist ook eenzaamheid onder jongeren relatief groot is.

Economie: de relatieve afname van de beroepsbevolking leidt tot schaarste op de arbeidsmarkt in allerlei sectoren en vooral in de bouw, het onderwijs, de zorg en de overheid (Regio Zwolle Monitor 2024 en IZARegiobeeld IJssel-Vecht, 2023) (De Jong, van der Velden, van der Waal & van der Woude, 2024) Zorg: door een toenemende vraag, een groeiend kostenprobleem en een steeds nijpender personeelstekort komt de medische zorg in Zwolle en de regio IJssel-Vecht onder grote druk te staan. De verwachting is dat dit tot langere wachttijden zal leiden en een verschuiving van zorg naar informele netwerken (SCP, 2019) en gemeentelijke voorzieningen. In de regionale samenwerking Samen Gezond IJssel Vecht wordt gewerkt aan concrete oplossingen voor deze vraagstukken.

Enerzijds zien we dus dat ouderen weerbaarder worden: zij komen meer in beweging, nemen initiatief, hebben meer vaardigheden en zetten die ook in voor hun eigen leven en dat van anderen. Anderzijds zien we risico’s, met name voor ouderen in een kwetsbare positie.

20

21

Wat betekent dit voor Zwolle?

Rol van de gemeente

Zwolle is een stad met mensen die zich inzetten voor de samenleving, die naar elkaar omzien en elkaar iets gunnen. Oudere inwoners maken daar een steeds groter deel van uit. We zien dat niet alle ouderen dezelfde kansen hebben op welzijn en welvaart. Extra aandacht is daarom nodig voor ouderen in een achterstandspositie.

Als gemeente hebben we verschillende rollen in het vraagstuk van vergrijzing. Het is belangrijk een balans te vinden in de mate waarin we als overheid het initiatief nemen of juist de samenleving aan zet laten. Kunnen we vaker als responsieve overheid echt aansluiten bij wat ouderen beweegt en nodig hebben? Dit vraagt van de gemeente een andere houding en ander gedrag: waar moeten we juist een stap terug doen en waar juist een stap vooruit?

Hoe we naar ouderen kijken bepaalt hoe we met hen omgaan. Zien we ouderen vooral als mensen met een probleem of als mensen die iets bijdragen aan de samenleving? En zien we vooral de problemen die met ouderdom samenhangen of kijken we meer naar de kracht die er wel is? Kan juist die kracht de bron voor oplossingen zijn? Als we positiever kijken leidt vergrijzing niet alleen tot meer vraag naar ondersteuning, maar vormt het ook een kans voor het versterken van de samenleving. Hierbij wel de kanttekening dat de sociale basis (Movisie) niet de oplossing voor alles is (Hilhorst, Glimmerveen, Kremer, Schmidt & Schut, 2025)

In ons beleid en handelen zouden we vooral vanuit positieve gezondheid moeten kijken en aansluiten bij de leefwereld van ouderen. Veel aandacht moet uitgaan naar vitaliteit, participatie, ontmoeting en onderlinge steun. Randvoorwaarden voor iedereen zijn: ■ ■

■ ■

het beter faciliteren van initiatieven vanuit de samenleving; goede algemene voorzieningen in de buurt met aandacht voor een divers en vernieuwend aanbod aan activiteiten; het dichtbij organiseren en faciliteren van wonen, welzijn, zorg en inkomensondersteuning. Een fysieke leefomgeving die het bovenstaande bevordert.

Rollen van de gemeente

Presterende

Samenwerkende

overheid

overheid

Uitleggen

Overleggen

Rechtmatige

Responsieve

overheid

overheid

Toelichten

Inhaken

Vanuit randvoorwaarden

Bron NSOB 2013

22

23

Vanuit samenleving

Vanuit overheid

Vanuit resultaten

Individualisering

Wat is het? Individualisering is het maatschappelijke proces waardoor mensen meer als individu dan als groep in de samenleving komen te staan. Het proces is lang geleden ontstaan door industrialisatie, toegenomen welvaart en toegenomen democratisering. In de huidige en toekomstige samenleving zien we nog steeds effecten hiervan, positief en negatief. Vandaar dat we het hier als trend benoemen. Individualisering uit zich in relaties, woonvormen en werk. Mensen bepalen in toenemende mate zelf hoe ze hun leven vormgeven. Waar voorheen traditionele instituties zoals huwelijk, kerk en politieke stromingen een voorspelbare invloed op onze persoonlijke levens hadden, is er nu steeds meer persoonlijke keuzevrijheid om je leven in te richten. Er is meer nadruk op het ik, meer behoefte aan individuele erkenning en focus op identiteitskwesties. Daardoor ontstaan meer mogelijkheden voor eigen ontwikkeling en eigen keuzes in opleiding, beroep, en ook in uiterlijk of zelfs geslacht. Identiteit geeft houvast en geborgenheid in een samenleving met een gebrek daaraan (Boutellier 2021).

Wat gaan we zien? In de Trendrapportage van 2023 zagen we dat Zwolle er positief uitspringt als sociale stad, waarin mensen naar elkaar omzien. We zagen dat het aantal eenpersoonshuishoudens verder zou gaan toenemen en dat eenzaamheid als maatschappelijk probleem ging toenemen. En ten slotte zagen we dat de mentale gezondheid bij jongeren minder wordt, vooral bij meisjes. Deze ontwikkelingen kunnen we in 2025 bevestigen.

Het perspectief van toegenomen vrijheid en autonomie heeft een keerzijde: individualisering leidt er ook toe dat verantwoordelijkheid voor eigen succes meer bij het individu wordt gelegd. Dit kan extra druk veroorzaken en ook het gevoel er alleen voor te staan, zeker bij jongeren. Individualisering heeft ook invloed op sociale verbanden: mensen hebben en gebruiken steeds vaker de vrijheid om zelf een eigen netwerk te kiezen. De netwerken zijn minder voorspelbaar dan voorheen. Wel is er een relatie tussen de herkomst van mensen en hun sociale netwerken. Het CBS (2024) laat zien dat mensen vaak in groepen terechtkomen met dezelfde herkomst als zijzelf. En juist mensen met een Nederlandse herkomst en een hoog opleidingsniveau leven het meest gescheiden van mensen uit andere herkomstgroepen (segregatie).

24

Individualisering kan er anderzijds ook toe leiden dat verbindingen tussen mensen in een samenleving steeds losser worden en dat groepen feller tegenover elkaar komen te staan (zie ook hoofdstuk Meerdeling). Digitalisering versterkt dit; je kunt nu wereldwijd contact hebben met gelijkgezinden en steeds minder contact met mensen in je omgeving of mensen die anders denken. Ook hier een keerzijde: behoren tot een groep is geen automatisme meer, het is je eigen verantwoordelijkheid om een sociaal netwerk op te bouwen.

Zwolle sociale stad Waar we landelijk een afname van sociale cohesie zien, is dat in Zwolle niet het geval. Alleen kleinere gemeentes (met meer dorpen) scoren hoger op sociale samenhang (waarstaatjegemeente.nl). Uit het Buurt voor Buurt-onderzoek 2024 blijkt dat de sociale cohesie, de mate waarin mensen in een buurt in Zwolle zich met elkaar verbonden voelen, al jaren min of meer gelijk is.

25

effecten hebben maar kan het samenleven ook ingewikkeld maken, bijvoorbeeld door verschillende waarden en normen. Ook kunnen vooroordelen toenemen en empathie en solidariteit met de ander afnemen (SCP, Stand van Nederland, 2023, p. 29 e.v.). Deze mechanismen kunnen uitsluiting en kansenongelijkheid met zich meebrengen.

Dit geldt ook voor sociale participatie. De vrijwillige inzet was na de coronaperiode gedaald, maar stijgt inmiddels weer. Eenpersoonshuishoudens nemen toe Zoals in de vorige trendrapportage aangegeven gaan ook volgens de nieuwste prognose (zie hoofdstuk 1.1.4) de eenpersoonshuishoudens in Zwolle toenemen: van 43% in 2025 naar 45% in 2040. In 2040 vormen eenpersoonshuishoudens dan de grootste groep huishoudens, vooral bij leeftijdsgroepen tussen de 35 en 54 jaar, en 65 jaar en ouder. Opvallend is dat het percentage eenpersoonshuishoudens bij jongere leeftijdsgroepen juist daalt (zie hoofdstuk demografie). Er lijkt hier een relatie te zijn met de situatie op de woningmarkt: jongeren blijven noodgedwongen langer bij hun ouders wonen (State of Youth, 2025). Eenzaamheid blijft een rol spelen De verwachting is dat gevoelens van eenzaamheid hoog zullen blijven. In 2024 gaf zo’n 18% van de Zwollenaren aan zich ‘soms’ of ‘vaak’ eenzaam te

voelen. Opvallend is dat eenzaamheid juist door jongeren vaker wordt genoemd: van de leerlingen van de tweede en vierde klas VO voelt 29% zich ‘soms’ tot ‘bijna altijd’ eenzaam (GGD IJsselland & ProScoop, 2023). Ook data uit het Buurt voor Buurt-onderzoek (2024) laten dit zien (figuur 12). Voor ouderen gaat eenzaamheid vooral op hoge leeftijd (75+) een grotere rol spelen; dan is 23% ‘soms’ of ‘vaak’ eenzaam.Er zijn veel oorzaken van eenzaamheid, waaronder persoonlijke factoren, contextfactoren (omstandigheden) en maatschappelijke factoren. Individualisering wordt genoemd als een van de oorzaken, maar vaker wordt gewezen op een complex van oorzaken (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2022). Interessant is dat individualisering wel vaak in de beleving van mensen genoemd wordt als oorzaak van eenzaamheid (Ten Den & van Huizen, 2024). Sociale samenhang en kansenongelijkheid Door individualisering, emancipatie en migratie is er steeds minder sprake van een uniforme groep of standaardlevensloop. Er zijn grote verschillen tussen mensen en hun behoeften. Dit kan positieve

Hoe vaak voelt u zich eenzaam?

26

Digitalisering versterkt individualisering en ongelijkheid Digitalisering dringt steeds verder door in het dagelijks leven. Dit is een geleidelijke ontwikkeling waardoor maatschappelijke gevolgen ook pas geleidelijk zichtbaar worden (Verbeek-Oudijk, Hardus, van den Broek & Reijnders, 2023). Digitalisering kan individualisering versterken (SCP, 2025) en kan daarmee de sociale cohesie aantasten, ofwel: de mate waarin (groepen) mensen in de samenleving zich met elkaar - en met de overheid en andere belangrijke instituties - verbonden voelen. Uit onderzoek blijkt dat de verschillen tussen culturele, maatschappelijke en leeftijdsgroepen hierbij groot zijn (De Bakker, van Kampen & van Belkom, 2025). Daarmee is er ook een risico dat digitalisering ongelijkheid versterkt: mensen met meer opleiding en inkomen profiteren het meeste van nieuwe digitale technologieën, terwijl mensen met minder middelen verder achterop raken. Sociale mediagebruik bij identiteitsontwikkeling Voor jongeren geldt dat het sociale mediagebruik sterk is toegenomen en in toenemende mate impact heeft op hun welzijn en de identiteitsvorming. Dat is vaak positief. Sociale media bieden jongeren veel mogelijkheden. Zoals contacten leggen, relaties verdiepen, steun vinden bij anderen en het vormen van hun identiteit.

Dat kan bijdragen aan een hoger zelfvertrouwen, positiever zelfbeeld, sterkere sociale vaardigheden, minder eenzaamheid en grotere levenstevredenheid. Sociale media zijn voor veel jongeren een goede plek om met gedrag en communicatie te experimenteren in het proces van hun identiteitsontwikkeling (Wald, z.d.). Maar het gebruik van sociale media kan bij sommige jongeren ook gerelateerd zijn aan angst, depressieve gevoelens en een lagere levenstevredenheid. Dit speelt meer bij meisjes dan bij jongens, bij jonge tieners, bij jongeren die minder goed zijn in het reguleren van hun emoties en bij introverte jongeren met een lager sociaal zelfbeeld (Trimbos-instituut, 2024). In het wetenschappelijke debat is nog geen overeenstemming over de relatie tussen sociale

mediagebruik en geestelijke gezondheid (Valkenberg et al., 2022). In het publieke debat krijgen de risico’s van schermgebruik en sociale media steeds meer aandacht (Brandbrief Smartphonevrij opgroeien, 2025) (Valkenburg, Meier en Beyens, 2022). Sinds 2024 geldt een smartphoneverbod op middelbare scholen en daarnaast wil het Kabinet een leeftijdsgrens voor sociale mediagebruik invoeren (NOS, 2024).

Wat betekent dit voor Zwolle? Verbinding in tijden van onzekerheid De trends hierboven laten een beeld zien van mensen die in een steeds complexere wereld overeind blijven door de verbinding met elkaar te zoeken (zie ook (PIM, 2025). Een belangrijke richting voor het beleid van de gemeente Zwolle is dan ook het bijdragen aan veerkrachtige en sterke gemeenschappen en het creëren van plekken voor ontmoeting. De gemeenschap kan niet alles oplossen De verwachtingen over de sterke gemeenschap zijn hoog. Enerzijds is er het beeld dat de gemeenschap het beter kan dan de overheid. Anderzijds is er de notie dat de gemeenschap het wel móet oppakken omdat de overheid en de zorg het - bijvoorbeeld ten gevolge van de vergrijzing - straks niet meer kunnen. Maar de belofte van de gemeenschap is ook met mythes omgeven (Tijdschrift voor sociale vraagstukken, april 2025). Daarvoor moeten allerlei randvoorwaarden zijn vervuld, zoals een goed vangnet voor mensen in een kwetsbare positie en structurele aandacht en betrokkenheid van de overheid bij de samenleving. Sociale basis versterken: kijk naar wat werkt Er is voldoende bewijs dat een sterke sociale basis kan bijdragen aan meer gezondheid, welzijn en participatie van inwoners.

De overheid kan een rol spelen bij het versterken van de sociale basis, maar moet dan wel de goede interventies doen en daarover is de nodige kennis voorhanden (Movisie, 2024). Meedoen in de online wereld De online wereld is in de digitale samenleving een vanzelfsprekend onderdeel geworden van de leefwereld, vooral van veel jongeren. Aansluiten bij de online leefwereld door sociaal werkers is daarom essentieel om inwoners te blijven bereiken en te ondersteunen (NJI, 2021).

27

Meerdeling

Wat is het? Al in 2014 wees het SCP op ‘een zachte tweedeling’ van groepen die langs elkaar heen leven in gescheiden en naar binnen gekeerde leefwerelden. Er zijn verschillende breuklijnen zoals leeftijd, arbeidsvorm, gezondheid, sociale netwerken en leefomgeving waarlangs de tweedelingen zich vormen. Daarmee is er sprake van ‘complexe verdeeldheid’ en is het woord ‘meerdeling’ passender (de Jonge, 2021). Het SCP (Willems & Huijnk, 2025) heeft in het onderzoek ‘Sociale en culturele ontwikkelingen 2025’ gekeken naar verschillende groepen op de thema’s kwaliteit van leven, sociale samenhang en relatie burger-overheid. Daaruit blijkt dat kenmerken van mensen rond de breuklijnen stapelen en daardoor ongelijkheden kunnen versterken. Denk aan de invloed van opleidingsniveau op arbeid, inkomen en sociale netwerken. Mensen in een minder kansrijke positie hebben een lager inkomen en wonen vaak in kwalitatief minder goede woningen. Verder worden groepen steeds homogener. Mensen met dezelfde sociaal-demografische kenmerken, gedrag en eigenschappen zoeken elkaar steeds meer op (McPherson, Smith-Lovin, & Cook, 2001). Gevolg is dat (zoals het SCP aangeeft) mensen uit verschillende groepen elkaar steeds minder tegenkomen. Dat geldt ook voor de digitale leefwereld waarbij algoritmes het vormen van homogene groepen versterken.

Daarnaast biedt digitalisering meer (digitale) ontmoetingskansen voor gelijkgestemden. Hoe homogener de groepen worden, des te sneller relaties met mensen uit andere groepen afnemen. Naast daadwerkelijke verschillen in bijvoorbeeld opleiding en inkomen ervaren Nederlanders dat de samenleving verhardt en dat groepen tegenover elkaar staan. Dit geldt bijvoorbeeld voor wel of geen migratieachtergrond hebben en voor politieke voorkeuren. Opvallend is dat het hierbij volgens het

28

SCP ook over ervaren conflicten kan gaan zonder dat er een feitelijke tegenstelling is (Willems & Huijnk, 2025). Hoewel er tegenstellingen zijn in de samenleving is het SCP ook optimistisch. Sociale cohesie blijkt stabiel en ondanks verwachte demografische ontwikkelingen, waaronder vergrijzing, wordt verwacht dat de sociale cohesie standhoudt (Willems & Huijnk, 2025. Het Buurtvoor-Buurt Onderzoek laat zien dat Zwolle goed scoort op deze thema’s. Daarbij wordt benadrukt dat sociale cohesie vaak als gemiddelde wordt benoemd, waardoor juist de groepen die ver van het gemiddelde staan niet zichtbaar zijn in de cijfers. Daarnaast is het sociaal vertrouwen in het algemeen hoog in Nederland. Uit recent onderzoek van het SCP (Samenleven in de toekomst, 2024) blijkt dat 7 op de 10 mensen vertrouwen in de ander heeft. Ook in vergelijking met andere landen in Europa is dat vertrouwen hoog. Sinds 2012 is het algemeen vertrouwen in Nederland iets toegenomen. Als het gaat om de verbondenheid met ‘de ander’, dan denkt de overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking daar neutraal of positief over (Woittiez, van Hulst, Putman, Ooms, & Sadiraj, 2024).

Wat zien we, wat gaan we zien? We zien verschillende meerdelingen binnen de samenleving. Denk aan polarisatie, weerstand om de buurt te delen met buren die anders zijn, verschillen in mensen met een koop- en huurwoning, verschillen tussen genders, meningsverschillen over genders en verschillen in gezondheid. Om dit hoofdstuk te kaderen, focussen we op de tweedeling veroorzaakt door opleidingsniveau en inkomen. Deze thema’s zijn vaak (als onderdeel van de sociaaleconomische status) beïnvloedende factoren op andere verschillen binnen de samenleving. Denk aan gezondheid, de plek waar je woont of de beschikbaarheid van persoonlijke hulpbronnen (Vrooman, Boelhouwer, Iedema, & van der Torre, 2023).

29

Tweedeling in opleidingsniveau

Wat betekent dit voor Zwolle?

De tweedeling door opleidingsniveau begint al vroeg en wordt deels ingezet door het opleidingsniveau van ouders. Het sociaal kapitaal (het netwerk, hulpbronnen en steun van anderen), economisch kapitaal (financiële middelen voor bijvoorbeeld bijlessen) en cultureel kapitaal (de kennis, opleidingen, vaardigheden en gewoonten binnen een gezin) zijn bepalend voor de startpositie van een leerling. Hoe meer kapitaal, hoe meer kansen. Maar ook hoe minder kapitaal, hoe minder ondersteuning (Nederlands Jeugdinstituut, z.d.).

Meerdeling raakt ook de Zwolse samenleving. Verschillen in opleiding, inkomen en gezondheid leiden tot ongelijke kansen om mee te doen. Mensen die zich niet gezien of gewaardeerd voelen, ervaren vaker mentale klachten of missen steun. Dit onderstreept het belang van een inclusieve stad waarin iedereen zich thuis voelt.

Opleidingsniveau is een belangrijke breuklijn binnen de samenleving omdat het invloed heeft op tal van andere aspecten. Zo hebben theoretisch opgeleiden vaker dan praktisch opgeleiden een hoger inkomen, hebben zij meer vertrouwen en binding met Nederland, zijn zij positiever over de samenhang in hun buurt en hebben zij meer vertrouwen in de medemens (SCP, Sociale en culturele ontwikkelingen 2025). De ontwikkelingen rondom AI en digitalisering gaan snel en zullen de komende jaren grote invloed hebben op de samenleving. Verwacht wordt dat digitalisering bestaande ongelijkheden in de samenleving kunnen versterken (de Bakker, van Kampen, & van Belkom, 2025). Tegelijkertijd bieden spraakfuncties en vertaalfuncties d.m.v. AI kansen voor mensen die moeite hebben met lezen en schrijven van de Nederlandse taal.

Tweedeling in inkomen en vermogen Er is in Nederland sprake van een ongelijke verdeling van de welvaart, waardoor het verschil tussen hoge en lage inkomens toeneemt en financiële ongelijkheid groeit door de vermogenskloof (Britt & de Zwart, 2022). Mensen met minder financiële middelen hebben vaak ook minder sociale hulpbronnen en vaardigheden om mee te kunnen doen in de samenleving (Willems & Huijnk, 2025). Dit heeft een negatieve invloed op hun bestaanszekerheid. Daarnaast ontmoeten arme en rijke mensen elkaar steeds minder, waardoor er eenzijdige leefwerelden ontstaan (Vermeij & Thijssen, 2024). Dit vergroot de kans op ongelijkheden langs andere breuklijnen.

De gemeente Zwolle investeert daarom in toegankelijke basisvoorzieningen, een veilige en gezonde leefomgeving en samenhangende ondersteuning op alle levensgebieden. Extra aandacht gaat naar het versterken van weerbaarheid en veerkracht van inwoners in kwetsbare posities. Ook het vertrouwen tussen inwoners en overheid speelt een rol. Om gevoelens van ongelijkheid tegen te gaan, is het cruciaal dat mensen ervaren dat de overheid oog heeft voor hun situatie. Zwolle werkt hieraan via onder meer het programma Menselijke Maat en het bieden van passende hulp via het sociaal wijkteam. In het gezondheidsbeleid ligt de focus op het verkleinen van verschillen in gezonde levensjaren. Met de benadering van positieve gezondheid helpen we inwoners gezondere keuzes te maken, bijvoorbeeld op het gebied van bewegen en voeding.

Focus op kansengelijkheid en gelijkwaardigheid Volgens het SCP (Vrooman, Boelhouwer, Iedema, & van der Torre, 2023) is er in Nederland sprake van structurele ongelijkheid. Je kansen hangen steeds meer af van wie je kent, waar je bij hoort en hoe gezond of weerbaar je bent. Jongeren die beschikken over het juiste netwerk (‘sociaal kapitaal’) hebben meer toegang tot interessant werk, hulp bij financiële tegenslagen en een betere balans tussen werk en zorgtaken. Voor jongeren die dit van huis uit niet meekrijgen, is het ondanks behaalde diploma’s vaak moeilijker om zich staande te houden (SER, 2019). Tegelijkertijd verlaat een toenemend aantal leerlingen het onderwijs zonder voldoende beheersing van taal, rekenen en burgerschap (De Staat van het Onderwijs 2025).

Er bestaan merkbare verschillen tussen mensen met een basis- of vmbo-opleiding en mensen met een hbo- of wo-opleiding in communicatie en interesses. Hierdoor voelen praktisch opgeleide mensen zich vaak niet serieus genomen, wat hun vertrouwen in anderen en in instituties ondermijnt. Dit verschil kan worden verkleind door meer maatschappelijke waardering voor praktische vakken en beroepen te stimuleren - niet alleen door de overheid, maar ook binnen het onderwijs en op de arbeidsmarkt (Woittiez, van Hulst, Putman, Ooms, & Sadiraj, 2024). Naast het bestrijden van kansenongelijkheid onder jongeren ligt er ook een verantwoordelijkheid bij Rijk en gemeenten om de mensenrechten van mensen met een beperking te beschermen en te bevorderen. Dit vraagt om toegankelijke en goed bereikbare voorzieningen in zowel het sociale als het fysieke domein, die participatie, zelfstandigheid en inclusie mogelijk maken. Het gaat hierbij om diversiteit in brede zin zoals gender, leeftijd, seksuele geaardheid en mensen met een lichamelijke beperking. Daarom helpen we iedereen, maar investeren we extra in mensen met minder kansen. Dat doen we bijvoorbeeld door basisvaardigheden te versterken (taal, lezen, digitale vaardigheden), onderwijskansen te verbeteren, jongerenwerk in te zetten in kwetsbare wijken en sport toegankelijk te maken voor iedereen (Gemeente Zwolle, 2024).

Versterk vertrouwen en creëer mogelijkheden voor ontmoeting Ontmoeting is belangrijk voor sociale samenhang en raakt thema’s als wonen, werken en onderwijs. Diversiteit kan die samenhang soms onder druk zetten, maar dit hangt sterk af van de context. Gelijke kansen, een inclusieve omgeving en gedeelde doelen zorgen juist voor meer verbondenheid. In buurten helpt het om beleid te richten op gedeelde interesses, ontmoeting te stimuleren en spanningen samen met bewoners aan te pakken. De randvoorwaarden uit de contacttheorie bieden daarbij een bruikbaar beleidskader1: positieve contacten ontstaan bij gelijkwaardigheid, samenwerking en steun vanuit beleid (Gijsberts, Portegijs, de Bakker, Versantvoort & Broere, 2024). In buurten met een hoge diversiteit in migratieachtergrond is het onderlinge vertrouwen vaak lager. Naarmate buurten verder uit elkaar groeien in samenstelling, dreigt dit verschil in vertrouwen nog groter te worden. Vertrouwen groeit wanneer mensen elkaar kunnen ontmoeten in een prettige, veilige en toegankelijke omgeving. Denk aan buurtwinkels, bibliotheken, groen en ontmoetingsplekken. Ook activiteiten rond een gezamenlijk doel en initiatieven zoals maatjesprojecten en inzet van ervaringsdeskundigen versterken sociale netwerken.

Een mooi voorbeeld is het initiatief ‘Schuif es aan’, waar buurtbewoners voor elkaar koken en er maandelijks ruim 40 buurtbewoners gezamenlijk eten.

1. De contacttheorie stelt dat contact tussen mensen uit verschillende (etnische, sociale of culturele) groepen kan leiden tot minder vooroordelen, meer wederzijds begrip en betere onderlinge verhoudingen – mits dat contact plaatsvindt onder bepaalde voorwaarden. Die voorwaarden zijn: Gelijke status tussen de groepen tijdens het contact, Gemeenschappelijke doelen, Samenwerking tussen de groepen, Institutionele steun of sociale normen die het contact ondersteunen (bijvoorbeeld vanuit school, werkgever of overheid). De theorie werd in de jaren ’50 ontwikkeld door sociaal psycholoog Gordon Allport en is sindsdien veel onderzocht en toegepast in onder meer onderwijs, buurtontwikkeling en de arbeidsmarkt.

30

31

Beleid op het gebied van wonen en inrichting van de openbare ruimte kunnen ontmoeting en vertrouwen stimuleren. Denk aan gemengde wijken, veilige en toegankelijke openbare ruimtes en een goede infrastructuur (Woittiez, van Hulst, Putman, Ooms, & Sadiraj, 2024).

Samenwerken aan een sterke sociale basis

In Zwolle maken we in de fysieke leefomgeving en het wonen ontmoeting en samenleven beter mogelijk, bijvoorbeeld bij het ontwerp of beheer van de stad of bij het treffen van voorzieningen voor wonen en zorg. Daarbij werken we samen met inwoners en partners in de stad aan de vorming van communities, vormen van wonen waarin ontmoeten en omzien naar elkaar vanzelfsprekend is. Bij de ontwikkeling van maatschappelijke voorzieningen kijken we naar de verwachte ontwikkeling van een wijk en de behoefte van inwoners. We zoeken naar kansen om functies te combineren en de voorzieningen te laten meebewegen met wat nodig is (Gemeente Zwolle, 2024).

Maatschappelijke organisaties, professioneel en niet-professioneel, vervullen een belangrijke rol door initiatieven van inwoners te stimuleren, te ondersteunen en mogelijk te maken. Ook als gemeente hebben we een taak in het ondersteunen en versterken van de sociale basis. Door het ondersteunen van vrijwilligerswerk en verenigingen en door het ondersteunen van sport en cultuur. Door basisvoorzieningen als onderwijsgebouwen en buurtcentra. Door het faciliteren van ontmoetingsplekken, het subsidiëren van allerlei welzijnsactiviteiten en het ondersteunen van mantelzorgers. Het werken aan een sterke sociale basis is dus een gemeenschappelijke opgave van gemeenschappen, gemeente en partners (Gemeente Zwolle, 2024).

Om te kunnen werken aan bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid is een sterke sociale basis nodig. De sociale basis is het weefsel van de samenleving, waar mensen met elkaar vormgeven aan de gemeenschap.

32

Er is een spanningsveld tussen het ondersteunen van de samenleving en het overnemen van initiatief. De komende jaren neemt de druk op de sociale basis toe. Door ontwikkelingen als langer thuis wonen, meer eenpersoonshuishoudens en kwetsbare bewoners, verandert de vraag naar basisvoorzieningen zoals ontmoeting, welzijn, begeleiding en informele zorg. Tegelijkertijd doet ook het medisch domein vaker een beroep op de gemeente. Dit vraagt om extra inzet op preventie en goede samenwerking met de eerstelijnszorg. Voor gemeenten is het essentieel om in gesprek te blijven met diverse groepen in de samenleving, actief te blijven werken aan verbinding en daarbij steeds oog te houden voor de menselijke maat. Dat versterkt vertrouwen, voorkomt uitsluiting en draagt bij aan een inclusieve en veerkrachtige gemeenschap. Ook het uitspreken en uitdragen van de waarde die het vrijwilligerswerk heeft, is van groot belang. Vrijwilligers voeren hun taak vaak uit vanuit intrinsieke motivatie en hechten eraan dat de toegevoegde waarde van hun werk gezien wordt.

33

Zelfstandig wonen

Wat is het?

Wat zien we, wat gaan we zien?

We zien dat mensen met een zorgvraag steeds langer zelfstandig wonen. Dat betekent wonen in een geschikte woning met een goede kwaliteit van leven. Er is steeds meer oog voor wat langer zelfstandig wonen van mensen vraagt en wat er aanvullend nodig is. En er komen steeds meer slimme technologische toepassingen die de kwaliteit van leven en wonen kunnen verbeteren. De ontwikkeling naar langer thuis wonen (extramuralisering) geldt voor veel groepen inwoners. Het gaat bijvoorbeeld om ouderen, mensen met een psychische kwetsbaarheid, mensen met een (licht) verstandelijke beperking en jongeren en hun ouders als er opvoed- en opgroeiproblemen zijn. Ook zien we steeds meer mensen die (soms ongewenst) langer of eerder thuis wonen. Bijvoorbeeld mensen die na een verblijf in een instelling of in een ziekenhuis zo snel mogelijk thuis revalideren, herstellen of re-integreren.

Krapte op de woningmarkt Door krapte op en flexibilisering van de huuren arbeidsmarkt zien we een belangrijke trend in de krapte op de woningmarkt en het grote woningtekort: met een laag- of middeninkomen kan een alleenstaande moeilijk een huur- of koopwoning vinden. Met tijdelijke contracten en hoge huren is het moeilijk of vaak onmogelijk om een woning te vinden of een hypotheek te krijgen.

Met de hervorming van de langdurige zorg (2015) is ingezet op een betere kwaliteit van zorg en ondersteuning, een meer betrokken samenleving en een houdbare financiering. Belangrijke actuele landelijke ontwikkelingen zijn de nieuwe zorgakkoorden: AZWA (Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord 2025), HLO (Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg, 2025) en WOZO (Programma Wonen en ondersteuning voor ouderen, 2022) (zie bijvoorbeeld VNG, 2025). Hierbij ligt er nadruk op wat mensen en hun omgeving zelf kunnen en willen. Mensen worden in staat gesteld om met ondersteuning en zorg zo lang mogelijk in de eigen omgeving te wonen. En voor degenen die toch op zorg zijn aangewezen, geldt dat meer zorg op menselijke maat wordt geboden. De beweging van ambulantisering (inwoners met (ernstige) psychische aandoeningen kunnen zo veel mogelijk deelnemen aan en wonen in de maatschappij) en extramuralisering zijn niet los te zien van de context waarin ze plaatsvinden: huurliberalisatie (de verhuurder mag van een huurwoning in de vrije sector zelf de huurprijs bepalen), woningtekort en economische onzekerheid, oplopende hypotheekrentes, tekorten aan medewerkers in de zorg, welvaartziektes, inflatie en de energiecrisis. Deze context blijft een belangrijke rol spelen, maar wordt niet elke keer expliciet benoemd.

34

Met name jongeren wonen steeds langer thuis (Nederlands Jeugdinstituut, 2023). Voor jongeren die ongewenst langer thuis wonen, zien we uitstel van levensplannen: ze starten later met het zelfstandig gaan wonen, het aangaan van een relatie en gezinsvorming. Stellen die willen scheiden, wonen vaker ongewenst langer samen thuis. Dit levert in gezinnen vaak stressvolle situaties op. De woningnood maakt dat het voor deze groep moeilijk is om beschikbare en betaalbare woningen te vinden. Dat geldt niet alleen voor degenen met minder inkomen, maar ook mensen met vaste inkomsten hebben moeite om een passende woning te vinden (Woonbond, Na scheiding vaak dakloos). Voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen (amv-ers) geldt dat zij na hun hun 18e nog niet kunnen uitstromen uit de opvangvoorzieningen. Vanwege het ontbreken van voldoende betaalbare woningen voor jongvolwassenen in Zwolle zijn zij soms genoodzaakt om langer in een voorziening te verblijven, wat ook weer belemmerend is voor instroom van nieuwe amv-ers. Ook voor inwoners met ernstige psychiatrische aandoeningen (EPA) speelt de beweging naar langer en eerder thuis wonen. Het grootste deel van deze mensen woont tegenwoordig zelfstandig met ambulante zorg. Een kleine groep woont in een instelling of beschermde woonvorm.

35

Huisvesting jongeren Als Zwolse jongeren uitstromen uit jeugdzorg is een betaalbare zelfstandige woonplek niet altijd beschikbaar. Een deel van de jongeren vindt een woonplek in een woon-zorgcommunity. Voor sommigen leidt dit tot dakloosheid omdat ook een netwerk om op terug te vallen vaak ontbreekt. Geen plek om te wonen heeft vergaande gevolgen; het veroorzaakt stress en zorgt ervoor dat het leven ook op andere terreinen moeilijker op gang komt, zoals bij het volgen van een opleiding. Ongewenst effect is dat een huisvestingsprobleem te vaak moet worden opgelost door de inzet van extra zorg, zoals (soms onnodige) opvang op dure beschermd wonen plekken. Dit zien we terug in de wachtlijst voor beschermd wonen, waarop de helft van de wachtenden onder de 23 jaar is. Senioren wonen langer thuis We staan op het snijvlak van wonen en zorg voor grote maatschappelijke opgaven: de verdere extramuralisering in de zorg en de dubbele vergrijzing heeft een grote impact op de samenleving. Zoals beschreven in hoofdstuk 1 zullen in 2040 naar verhouding meer inwoners van 65 jaar en ouder in Zwolle wonen. Ook worden inwoners steeds ouder. Vooral bij ouderen 75+ neemt de zorgbehoefte toe. Soms gaat het om beperkte ondersteuning, soms om levensbrede en langdurige ondersteuning. Een toename in de vraag naar verpleeghuiszorg zal steeds vaker in de thuissituatie moeten worden opgevangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=8d970791-0ab3-4116-90f7-425b8ab546e6