CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

Raad Besluitvormingsronde 16 december 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui36.847 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Gebiedsbescherming

Natura 2000 Het optreden van fysieke effecten, zoals verstoring door oppervlakteverlies, geluid, licht, trilling of optische verstoring, en indirecte effecten zoals vernatting, verdroging, verzoeting en verontreiniging kan als gevolg van de afstand (minimaal 1,2 km) tussen het plangebied en omliggende Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Rijntakken als gevolg van een verhoogde stikstofdepositie kunnen echter niet worden uitgesloten. Een nadere effectbeoordeling naar de effecten van stikstofdepositie is nodig in de vorm van een ecologische beoordeling. Deze ecologische onderbouwing is als Bijlage 23 opgenomen, inclusief update (Bijlage 24). Conclusie Het project Spoorwegonderdoorgangen Zwolle leidt tot een tijdelijke en permanente toename van stikstofdepositie van maximaal 0,02 mol N/ha/jaar. Deze stikstofdepositie vindt plaats in het Natura 2000-gebied Rijntakken, op stikstofgevoelige (zoekgebieden van) leefgebieden waarvan de KDW wordt overschreden door de achtergronddepositie en de projectbijdrage samen (zie tabel 5.1). Uit de effectbeoordeling blijkt dat significante gevolgen op soorten van deze stikstofgevoelige leefgebieden zijn uitgesloten.

Leefgebieden hebben geen instandhoudingsdoelstellingen in Natura 2000-gebieden, maar bescherming hiervan loopt via de aangewezen soorten die hierin broeden, foerageren of rusten. De aangewezen soorten in Natura 2000-gebied Rijntakken die gebruik maken van deze leefgebieden zijn de watersnip en kwartelkoning. Voor deze soorten zijn de effecten van stikstofdepositie geen bepalende knelpunten voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen. Ook in cumulatie met effecten van andere projecten in de omgeving staat het project het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden niet in de weg. Daarom zijn significante gevolgen van de projectbijdrage op voorhand uitgesloten. Het opstellen van passende beoordeling en een Wnb-vergunningaanvraag zijn niet noodzakelijk. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt buiten het NNN. Omdat het plangebied geheel buiten het NNN valt, bestaan er vanuit het provinciale beleid geen belemmeringen.

97/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

4.13.1.1.1

Soortenbescherming

In de tabel 4.1 van de quick scan ecologie (Bijlage 22) zijn de bevindingen en conclusies ten aanzien van de beschermde soorten samengevat. In deze tabel wordt onderscheid gemaakt tussen 'maatregelen om overtreding Wnb te voorkomen' en 'benodigde mitigerende/compenserende maatregelen' in het geval van een ontheffingsaanvraag. In de eerste categorie vallen maatregelen die voorafgaand aan of tijdens de uitvoering van het voornemen getroffen kunnen worden en waarmee de noodzaak tot verdere vervolgstappen vervalt. In de tweede categorie vallen noodzakelijke maatregelen waarmee de lokale staat van instandhouding van een soort gewaarborgd wordt, indien voor het voornemen een ontheffing nodig is in het kader van de Wnb.

4.14

Archeologie en cultuurhistorie

4.14.1 Archeologie Kader Het archeologisch beleid is gebaseerd op de Wet op de archeologische monumentenzorg. Deze wet is per 1 september 2007 in werking getreden. Deze wet voorzag in een nieuwe regeling voor de archeologie in de Monumentenwet 1988. Gemeentelijk beleid Als uitwerking van deze wet heeft de gemeenteraad op 18 augustus 2008 besloten het archeologiebeleid gemeente Zwolle vast te stellen. Het beleid is uitgewerkt aan de hand van een viertal kernbegrippen: kenbaarheid, verankering, betaling en kwaliteit. Centraal thema daarbij is dat de archeologische waarden waar nodig worden beschermd, zonder dat er meer maatschappelijke lasten in het leven worden geroepen dan noodzakelijk zijn. Het archeologiebeleid Zwolle bevat onder andere de Archeologische Waarderingskaart Zwolle (welke gebieden hebben een hoge archeologische waarde), kaders wanneer en hoe archeologisch waardevolle gebieden in het bestemmingsplan worden bestemd met een dubbelbestemming en de Lokale Onderzoeksagenda Archeologie Zwolle (archeologische onderzoeksthema's). Plangebied In het plangebied is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied Spoorzone te Zwolle (Bijlage 6).

Het plangebied ligt op de archeologische waarderingskaart van de gemeente Zwolle grotendeels binnen een zone met een verwachting van 0%. Een klein deel valt echter binnen het gebied 'dekzandrug Hanzeland'. Deze zone heeft een waardering van 50%. Binnen het deel dat valt binnen dekzandrug Hanzeland, is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het onderzoeksgebied vermoedelijk geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. In het plangebied heeft een oude boerderij gelegen waarvan niet duidelijk is of hier nog sporen van aanwezig zijn. De boerderij is volgens historisch- en kadastraal onderzoek in 1887 gebouwd door Klaas Bomhof. Op oud kaartmateriaal van rond 1905 en later is deze boerderij ook nog te zien. De boerderijplaats kan net op de rand van het gebied met een archeologische dubbelbestemming van 50% liggen. Mogelijk zijn er nog fundamenten van deze boerderij aanwezig. Als tijdens de realisatie van de nieuwbouw resten gevonden worden, moet dit gemeld worden aan de gemeentelijk archeoloog. Conclusie Uit het inventariserend archeologisch onderzoek blijkt dat er geen archeologische resten te verwachten zijn.

98/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

4.14.2 Cultuurhistorie Kader In november 2009 stemde de Tweede Kamer in met de beleidsbrief modernisering monumentenzorg (MoMo). Het behoud en de bescherming van monumenten is hiervan een belangrijk doel én er vindt een verbreding plaats naar de omgeving. Overal in steden, dorpen en landschappen zijn plaatsen van herinnering, plaatsen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis. Goede ruimtelijke ordening betekent dat alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte in de besluitvorming worden betrokken. Daarom is de eerste pijler van MoMo gericht op cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Om meer vorm en inhoud te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening zullen gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Op grond van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening Zwolle 2010 is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning een beschermd (rijks- of gemeentelijk) monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigingen. Ook is het verboden een beschermd monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

Gemeentelijk beleid Het Zwolse beleid zoals verwoord in de vastgestelde beleidsnota voor het Zwols monumenten- en archeologiebeleid (Dynamiek van Oud & Nieuw, 2000) is gericht op de instandhouding van historisch waardevolle objecten, complexen, openbare ruimte en stedenbouwkundige en landschappelijke structuren. De gemeente heeft inventarisaties van cultuurhistorische waarden waaronder ook de bouwhistorische waarden laten uitvoeren. In het 'Parapluplan cultuurhistorie' (vastgesteld 13 juni 2022) is een beschermende regeling voor cultuurhistorisch waardevolle objecten opgenomen. Plangebied In het 'parapluplan cultuurhistorie' zijn enkele gebouwen binnen het plangebied aangewezen als cultuurhistorisch waardevol. Het gaat om delen van de voormalige werkplaatsen van de Staatsspoorwegen aan de Hanzelaan 95. Het grote complex bestaat uit een aaneengesloten cluster van gebouwen uit allerlei bouwperioden. In het tegenwoordige complex resteren interessante onderdelen van de oorspronkelijke bebouwing uit de tweede helft van de 19de eeuw, zoals enkele bakstenen loodsen met zadeldaken en lichtstraten, bakstenen lisenen en getoogde en rondboogvensters; tevens zijn er onderdelen uit het begin van de 20ste eeuw. Ook in de jaren '30-'50 zijn onderdelen vernieuwd of toegevoegd, zoals aan de zuidoostzijde, deels door de nieuwe gebruikers na sluiting van de werkplaatsen in 1938.

Voor de beoordeling van de ontwikkeling in relatie tot de cultuurhistorische waarden is de bouwhistorische analyse en waardenbepaling van augustus 2010 door MAB de basis. Dit rapport geeft een gedetailleerde beschrijving van de cultuurhistorische waarde van de verschillende gebouwdelen.

99/120

16 december 2024 bestemmingsplan Spoorzone - District Z, Werkplaatsen en Lurelui

Figuur 4.31: Waardestelling bestaande bebouwing plangebied In zijn algemeenheid geldt dat de jongste bouwdelen, van na ca. 1970 een beperkte bouw- en architectuurhistorische waarde hebben. Deze bouwdelen sluiten in architectonische verschijningsvorm, constructies, kleur- en materiaalgebruik niet aan bij de oudere bouwsubstantie en hebben deze veelal sterk verstoord of zelfs geheel vervangen. Gebouwen A, B, C, D, E, en G Het behoud en hergebruik van gebouwdelen A, B, C, D, E en G is positief. WR-C1, Waarde Cultuurhistorie 1 blijft op deze gebouwen rusten. Aandachtspunt is de betrokkenheid van erfgoed van de gemeente Zwolle bij de verder ontwikkeling en de concrete wijzigingen en bouwplannen. Gebouwen P Gebouwen P waar de geplande doorbraken komen en die deels gesloopt zouden gaan worden, maken onderdeel uit van de jongste bouwdelen. Ze vertellen iets over de geschiedenis van het complex maar hebben geen hoge intrinsieke bouwhistorische waarde. Ingrepen die de bruikbaarheid en functie van het gebied versterken en die het industriële karakter van het complex geen geweld aan doen zullen de cultuurhistorische waarden niet onevenredig schaden. De WR-C1, Waarde - Cultuurhistorie 1 is daarom niet meer opgenomen voor gebouwdeel P. De WR-C1 blijft wel behouden voor gebouwdeel E (en G).

Gebouw I Door gebouw I met attentiewaarde enigszins in te korten en los te maken van de aangrenzende bebouwing zal het T gebouw (A, B, C) dat een positieve cultuurhistorische/monument waarde vertegenwoordigt, beter tot zijn recht laten komen. Het is wel belangrijk dat er architectonische aandacht is voor de wijze waarop de gevel van bouwdeel I wordt onderbroken. Het lijkt daarbij voor de hand te liggen om de incisie te plegen langs de uitwendige draagconstructie. Op of in de als 'Waarde – Cultuurhistorie 1' aangewezen gronden is het niet toegestaan veranderingen aan te brengen in de bestaande cultuurhistorisch waardevolle bebouwing die zichtbaar is vanaf het openbaar

100/120

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=6f5a6f42-d29f-4f0d-a67c-48e93f5328ec