Tarievennota 2026
Tekst van het document
620 817.578 1.175.415
Kosten meegenomen in tarievennota 2026
9.602.867
Rioolheffing Begroting 2026 doel 5.4.1 onderdeel riolering Tarievennota 2026 Verschil Toezicht openbare ruimte Riolering (7.2.3) Toegerekende indirecte kosten Toeslag BCF (BTW Compensatiefonds) dat niet in begroting opgenomen wordt Onttrekking voorziening Riolering
Lasten
9.602.867 Baten
7.609.254 9.602.867 1.993.613
9.602.867 9.276.300 326.567
620 817.578 1.175.415 326.567 1.993.613
326.567
Er is sprake van kleine afrondingsverschillen (veroorzaakt door de programmabegroting). Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2026 Het volgende onderdeel uit bijlage 1 vormt bovenstaande opbrengst: Hoofdstuk 3. Rioolheffingen - eigenarendeel - gebruikersdeel (grotere lozers, 5 categorieën) Hoofdstuk 11.3. Afkoop infiltratie regenwater Conclusie: De geraamde lasten zijn hoger dan de inkomsten. Het verschil (€ 326.567) wordt onttrokken aan de egalisatievoorziening tarieven rioleringen, om pieken en dalen in de rioolheffing op te vangen. De geraamde kosten worden voor 100% gedekt. Investeringen: In 2026 zal een bedrag van € 800.000 (excl. BTW) voor riolering worden geïnvesteerd in het kader van klimaatadaptie. De kapitaallasten hiervan komen, conform de regelgeving van het BBV, ten laste van dit product. Het bedrag van € 800.000 wordt in 2026 als jaarschijf aan de investeringen toegevoegd. - 27 -
De kosten van het vervangen/relinen van de rioolbuizen werden tot 2018 als investering verantwoord (vervangingsinvesteringen), deze kosten komen vanaf 2018 ten laste van het onderhoud, op grond van de BBV regelgeving van december 2017. Ontwikkelingen: De gemeente Zwolle, het waterschap Drents Overijsselse Delta en de gemeenten binnen dit beheersingsgebied werken nauw samen in Rivus (gezamenlijk afvalwaterbeheer west-Overijssel) om kennis, kunde te versterken, kwetsbaarheid te verminderen en kosten- en investeringenontwikkelingen in de afvalwaterketen te matigen. Stand egalisatievoorziening Rioleringen: Stand van de voorziening per 01-01-2025
€
2.629.425
Dotaties in 2025 Berap 2025-1 aanpassingen rente en afschrijvingen Berap 2025-1 lagere uitvoeringskosten GBLT Totaal toevoegingen in 2025
€ € €
88.984 6.472 95.456
Onttrekkingen in 2025 Begroot saldo baten en lasten Berap 2025-2 overlopende posten 2024 Totaal onttrekkingen in 2025
€ € €
508.072 225.123 733.195
Stand van de voorziening per 31-12-2025
€
1.991.687
Dotaties in 2026 Totaal toevoegingen in 2026
€
Onttrekkingen in 2026 Begroot saldo baten en lasten Totaal onttrekkingen in 2026
€ €
326.567 326.567
Stand van de voorziening per 31-12-2026
€
1.665.120
- 28 -
-
3.4 Leges Leges zijn rechten die de gemeente op grond van de Gemeentewet of andere wetten kan heffen in verband met door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Er is een grote diversiteit in de aard van de onder de naam leges te heffen rechten. Vanwege die grote diversiteit is het niet mogelijk, in het kader van de tarievennota, de leges als één geheel te behandelen. Daarom worden achtereenvolgens vermeld: I. Leges Burgerzaken; II. Leges Omgevingsvergunning; III. Milieuleges IV. Leges Juridische Zaken; V. Leges Ondergrondse leidingen; VI. Gedoogbeschikkingen. I. Leges Burgerzaken Voorstel: De tarieven die jaarlijks wettelijk worden vastgesteld op het maximum wettelijk tarief voor 2026 vast te stellen. De overige tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 3,18%. De tarieven voor het huwelijk af te ronden op hele euro’s. De overige tarieven af te ronden op eenheden van € 0,05. Een aantal lage tarieven te verhogen met € 0,05 of € 1,00, omdat verhogen met het inflatiepercentage niet tot een wijziging leidt. Reden van de heffing: Doorberekening van lasten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen voor diverse diensten, alsmede het verstrekken van documenten door de afdeling Inwonerszaken. Beleidsafspraken: Het uitgangspunt van beleid is om bij de leges 100% kostendekking te realiseren.
Deze 100% kostendekking geldt voor de gehele legesverordening en niet per product. Toch wordt geprobeerd om per productassortiment 100% kostendekkend te zijn. Overzicht lasten/baten: Onderstaande kosten en opbrengsten zijn exclusief de rijksleges die wij in rekening brengen bij de burger en ook weer moeten afstaan aan het ministerie of RDW. Lasten:
Baten:
Inwonerszaken Overige algemene kosten Derden Toegerekende indirecte kosten toeslag BCF Onttrekking uit de reserve Totale Lasten
€ 1.012.438,-€ 3.548,-€ 815.369,-€ 66.643,-€ 1.897.999,-€ 0,-€ 1.897.999,--
verwachte baten 2026
€ 1.873.977,--
Omschrijving Reisdocumenten Rijbewijzen en eigen verklaringen
lasten 1.151.354 310.527 - 29 -
Baten 1.137.337 370.686
Kostendekkendheid 98,8 % 119,4 %
Uittreksels Burgerlijke stand Totaal
114.208 259.008 1.835.097
111.921 254.032 1.873.977
98,0 % 98,1 % 98,7 %
In de begroting 2026 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt: Doel 8.2.1 Gastvrije dienstverlening rondom alle levensgebeurtenissen van inwoners Begroting 2026 doel 8.2.1 Niet meegenomen kosten Rijksleges Reisdocumenten, Rijbewijzen, VOG Kosteloze dienstverlening Burgerlijke stand: erkenning vaderschap, ondertrouw, echtscheiding, controle op schijnhuwelijk, geboorten, overlijden, naamswijziging, etc. Basisregistratie Personen, begraven ( incl. reserve mutaties), Verkiezingen, infocentrum Onttrekking aan reserve / voorziening Toegerekende kosten Toegerekende indirecte kosten Toeslag BCF (BTW Compensatiefonds) dat niet in begroting opgenomen wordt Baten en lasten meegenomen tarievennota 2026 (voor de onttrekking uit de reserve rijbewijzen)
Lasten
Baten
11.086.293
5.555.570
-1.638.265 -213.515
-1.638.265
-7.806.199
-1.662.039
-475.229
-381.289
815.369 66.643
1.835.097
1.873.977
Er is sprake van afrondingsverschillen. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2025 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de boven staande opbrengsten. 4. Legesverordening, Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse Identiteitskaart Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Paragraaf 1.4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie persoonsgegevens Paragraaf 1.8 Overige Publiekszaken De opbrengsten zijn berekend op basis van bovenstaande tarieven vermenigvuldigd met de verwachte aantallen. Toelichting: Voor 2026 zijn de verwachte aantallen en de hieraan te besteden uren aan de hand van de formatiecalculatie vastgesteld. Vanaf 2024 is er een tijdelijke toename van het begrootte aantal reisdocumenten die ook de komende jaren te zien zal zijn. Dit is een gevolg van het verlengen van de geldigheid van deze reisdocumenten van 5 naar 10 jaar voor personen vanaf 18 jaar voor reisdocumenten uitgegeven sinds 9 maart 2014. De kostendekkendheid blijft met 98,7% nagenoeg gelijk aan 2025.
- 30 -
Conclusie: De geraamde kosten verband houdende met het in behandeling nemen van aanvragen voor diverse diensten, alsmede het verstrekken van documenten door de afdeling Inwonerszaken worden voor 98,5% door legesopbrengsten gedekt.
- 31 -
II. Leges Omgevingsvergunning Voorstel: De tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 3,18%, met uitzondering van de tarieven waarbij het tarief een percentage is van de bouwsom. In die onderdelen worden alleen het minimumtarief en maximumtarief verhoogd met het inflatiepercentage van 3,18%. De tarieven af te ronden op hele euro’s. Reden van de heffing: Doorberekening van kosten, verbonden aan het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Beleidsafspraken: Het nastreven van 100% kostendekking. Doorberekenbare kosten bouwleges 2026:
Begroting 2026 Lasten Baten
Verwachte baten 2026
-6.498.319
Uren vergunningverlening en toezicht Uren KCC Interne advisering bouw Regionale Brandweer ´t Oversticht Advieskosten derden Overige Algemene Kosten Derden
2.819.486 64.428 485.289 144.827 319.374 22.891
Toegerekende indirecte kosten Kosten ICT Toeslag BCF; niet in begroting opgenomen
2.396.888 100.720 309.659
Totale Lasten en Baten
6.663.562
6.498.319-
In de begroting 2026 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt:
- 32 -
Begroting 2026 Lasten Baten 7.257.359 -6.529.711
Doel 3.1.2 Wonen Niet meegenomen kosten van Doel 3.1.2 Wonen Klachten, Vooroverleg en 2e controles, Vergunning vrij, Meldingen, handhaving Geo-informatie Grip op Zorg Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) Planschade commissie Reserve mutaties Woningbouwprogrammering Beleid stedelijke vernieuwing Beleid sociale huur Beleid wonen en zorg Reserve verrekeningen BDV-ICT taakveld Wonen/Bouwen Bestemmingsplannen
Meegenomen uit andere Doelen: Doel 3.1.1. Ruimtelijke ontwikkeling Extracomptabel toegerekend: Toeslag BCF (BTW Compensatiefonds) dat niet in begroting opgenomen wordt Toegerekende indirecte kosten
Baten en lasten meegenomen tarievennota 2026
544.528 404.801 21.000 371.223 31.719 180.000 977.141 62.485 207.705 301.181 -78.407 335.663 3.359.039
-31.392 -31.392
58.695 58.695
-
309.659 2.396.888 2.706.547
-
6.663.562
-6.498.319
Er kan sprake zijn van afrondingsverschillen. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2026 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. 4. Legesverordening, Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.10 Bijzondere wetten 1.29 Leegstandswet Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet m.u.v. paragraaf 2.5, onderdelen 2.12 en 2.12A, paragraaf 2.9, onderdelen 2.36 en 2.38.1.3, paragraaf 2.12, onderdeel 2.48.1 (tarieven milieu) en paragraaf 2.12, onderdeel 2.46A (Gedoogbeschikking) De opbrengsten zijn berekend op basis van ervaringscijfers van de afgelopen jaren en verwachte bouwvolume 2026. Complicerende factor hierbij is de invoering van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per 1 januari 2024. Daarnaast zien we dat de woningbouw stagneert en Enexis geen grote verbruikers meer kan aansluiten. Ook de stikstofproblematiek kan gevolgen hebben voor de opbrengsten. Toelichting: Door de stijgende prijzen in de bouw stellen wij voor de leges niet te verhogen met het inflatiepercentage daar waar de hoogte van de leges gerelateerd is aan de hoogte van de bouwsom. Door de hogere bouwsommen stijgen de leges die in rekening worden gebracht mee.
Opgemerkt dient te worden dat uitsluitend kosten die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verrichte dienstverlening in de tarieven kunnen worden doorberekend. Ook de kosten van eerste controle worden tot de directe kosten gerekend. Daartoe worden ook gerekend kosten die samenhangen met het opstellen van beschikkingen en in het kader daarvan te maken kosten van extern advies en publicatie. Op grond van dit in de wet en jurisprudentie vastgelegde uitgangspunt kunnen beleidsvoorbereiding, - 33 -
aanvullende controles in het veld die verder gaan dan een eerste controle ter plekke, evenals bezwaar- en beroepsprocedures niet in de tarieven worden verdisconteerd. Deze kosten komen ten laste van de algemene middelen. In 2026 wordt in de primitieve begroting uitgegaan van hogere baten. Deze hogere baten zijn opgebouwd vanuit de verwachte aantallen omgevingsvergunningen per categorie en de hierbij verwachte gemiddelde baten per aanvraag. Hierbij wordt gebruik gemaakt van ervaringen en gegevens uit voorgaande jaren. Ook vindt er hierover intern afstemming plaats over bijvoorbeeld de verwachtingen in aantallen woningbouw en aantal hectaren verkoop bedrijventerreinen. Naast de baten van de verwachte aantallen omgevingsvergunningen geven deze aantallen ook verwachte structurele lasten. Was de invoering van de invoering van Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in 2024 en 2025 met name bij de vergunningverleners van de gemeente merkbaar; voor 2026 verwachten wij dat dit ook het geval zal zijn bij de toezichthouders. In 2024 zijn de eerste vergunningen verleend op grond van de nieuwe wet, terwijl het private toezicht daarop in 2025 en verder zal plaatsvinden. In 2026 zal dus ook een beter beeld ontstaan welke inzet de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen voor de gemeente als handhaver met zicht meebrengt.
Landelijk is de verwachting dat bij een groot aantal onder private borging gerealiseerde woningen de borger zal constateren dat niet voldaan wordt aan de bouwtechnische regelgeving, waarna van de gemeente een expliciet besluit gevraagd zal worden of de woning desondanks in gebruik mag worden genomen. Conclusie: De geraamde kosten verband houdende met de behandeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen worden in 2026 voor 97,5% door legesopbrengsten gedekt.
- 34 -
III Milieuleges Voorstel: De tarieven te verhogen conform de kengetallen van de Omgevingsdienst IJsselland en het voorstel van de regionale werkgroep. Reden van de heffing: doorberekening van kosten, verbonden aan het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing dan wel verklaring. Beleidsafspraken: Het nastreven van 100% kostendekking. Overzicht lasten/baten: Lasten: Inzet Omgevingsdienst Inclusief toegerekende indirecte kosten
€ 45.000,--
Baten: verwachte baten 2026
€ 45.000,--
In de begroting 2026 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt:
Begroting 2026 doel 5.1.2. Gezond Milieu
Begroting 2026 Lasten Baten 2.861.504
Niet meegenomen kosten van Doel 5.1.2. Gezond Milieu Geluid,lucht en veiligheid Reservemutaties Omgevingsdienst
-
235.457 2.581.047 2.816.504
Meegnomen uit andere Doelen: Doel 3.1.2. Wonen - Baten Milieuleges
-
45.000 -
45.000
45.000
45.000
Er kan sprake zijn van afrondingsverschillen. Relatie met Bijlage 1 Tarievennota 2026 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten: 4.Legesverordening Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 2.38.1.3 Gelijkwaardige maatregel Paragraaf 2.12 Modaliteiten 2.48.1 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Toelichting: Bij het bepalen van de hoogte van de tarieven is uitgangspunt dat leges 100% kostendekkend moeten zijn. Onder de Omgevingswet is het weer mogelijk om leges te heffen voor het beoordelen van een aanvraag om een omgevingsvergunning op milieugebied. - 35 -
Het leveren van deze dienst verzorgt de Omgevingsdienst IJsselland namens de gemeente Zwolle. In overleg met de Omgevingsdienst en andere bij deze GR (gemeenschappelijke regeling) verbonden partijen is een inschatting gemaakt van de benodigde inzet voor deze werkzaamheden. Uit deze inschatting blijkt dat de milieuleges, afhankelijk van de soort vergunningaanvraag, tussen de € 1.200 en € 7.100 bedragen. Voor 2026 houden we in de begroting dit uitgangspunt aan. Conclusie: De kostendekkendheid is 100%.
- 36 -
IV. Leges Juridische Zaken
Voorstel: De tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 3,18%. De tarieven af te ronden op hele euro’s. Reden van de heffing: doorberekening van kosten, verbonden aan het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing dan wel verklaring. Beleidsafspraken: Het nastreven van 100% kostendekking. Overzicht lasten/baten: Lasten: personeel afdeling Veiligheid Inclusief toegerekende indirecte kosten
€ 443.837,--
Baten: verwachte baten 2026
€ 152.380,--
In de begroting 2026 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt: Doel 5.2.1. Veiligheid Begroting 2026 doel 5.2.1.
Lasten Baten 18.794.200 183.581
Niet meegenomen kosten APV openbare orde en ruimte, vooroverleg, Bibob, inbreng bij beleidsontwikkeling, periodieke controles, etc. 2.184.882 Rampenbestrijding; Open orde en veiligheid; Toezicht openbare ruimte; kinderopvang gebruikersbesluit; bestuursdwang Toegerekende kosten Toegerekende indirecte kosten
16.362.329 31.201 196.848
Baten en lasten meegenomen in tarievennota 2026 Er kan sprake zijn van afrondingsverschillen.
443.837
152.380
Relatie met Bijlage 1 Tarievennota 2026 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. 4. Legesverordening: Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.10 Bijzondere wetten a. Wet op de kansspelen b. Luchtvaartwet Paragraaf 1.13 Diversen 1.40 APV en andere plaatselijke verordeningen 1.41 Ontheffing tijdelijke lozing - 37 -
Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn Paragraaf 3.1 Horeca Paragraaf 3.2 Evenementen en markten Paragraaf 3.3 Prostitutiebedrijven Paragraaf 3.4 Winkeltijdenwet Paragraaf 3.5 Kinderopvang Paragraaf 3.6 Coffeeshops Toelichting: Voor dit product is het lastig om precies aan te geven welke activiteiten wel en niet toegerekend kunnen worden aan het product. Er is veel beleidsmatig overleg en afstemming met adviseurs (zoals in het GEOZ, Gemeentelijk Evenementen Overleg Zwolle). De kosten voor onderzoek Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) worden niet meegenomen in kostentoerekening leges. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Bouw gaat het om plaatselijke wetgeving waar de afdeling Veiligheid regelmatig wordt gevraagd om hierover mee te denken. Ook het toezicht is anders dan bij Bouw. Bij controles APV gaat het vaak om periodieke controles. Alleen de eerste controle mag meegenomen worden bij de kostendekkendheid van de vergunning. De leeftijdscontrole op het verkopen en schenken van alcohol valt ook onder dit product, maar de kosten mogen niet gedekt worden uit de leges. De vergunningen voor Kinderopvang vallen ook onder dit hoofdstuk. Conclusie: De kostendekkendheid is ongeveer 34,3% en daarmee gelijk aan 2025.
- 38 -
V. Ondergrondse leidingen A. Leges ondergrondse leidingen Voorstel: 1. Het basistarief voor het in behandeling nemen van aanvragen en het verlenen van vergunningen, als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur te verhogen met 3,18% (inflatiecorrectie) naar een tarief van € 656,00 (afgerond op hele euro’s). 2. Het tarief per strekkende meter voor het in behandeling nemen van aanvragen en het verlenen van vergunningen, als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur te verhogen met € 0,07 naar € 2,25. Het tarief voor het in behandeling nemen van een vereenvoudigde aanvraag, als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,18% naar een tarief van € 166,50 voor klein geprogrammeerd werk. Reden van de heffing: Doorberekening van de lasten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen en vereenvoudigde aanvragen en het verstrekken van vergunningen, als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur. Beleidsafspraken: Nastreven van 100% kostendekkendheid. Overzicht lasten/baten: Dit beleid is vanaf 2020 opgenomen in de nieuwe Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI). Doorberekenbare kosten AVOI-leges 2026: Overige kosten, vnl.
software € 46.543,-Uren interne afdelingen Stadsbeheer e.a. 3,7 fte. € 348.348,-Toerekening overhead 3,7 fte. x € 69.960 € 258.852,-€ 653.743,-In het bijlagenboek van de programmabegroting 2026 worden de totalen per doel gepresenteerd; dit maakt onderdeel uit van het doel 5.4.1. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en programmabegroting worden veroorzaakt: Leges ondergrondse leidingen
Lasten
Baten
Begroting 2026 doel 5.4.1 Beheer openbare ruimte
41.065.689
12.123.476
Niet meegenomen kosten: Beheer fysieke voorzieningen wegen (niet betreffende leges ondergrondse leidingen), groen, stedelijk water, riolering en havens
40.670.798-
11.479.096-
Toegerekende kosten: Toegerekende indirecte kosten (overhead) Toeslag BCF (BTW Compensatiefonds) dat niet in begroting opgenomen wordt Kosten meegenomen in tarievennota 2026
258.852
653.743
- 39 -
644.380
Toelichting Op 27 november 2023 is het raadsbesluit (20231127-14) genomen ten aanzien van de beslisnota Herziening legestarieven ondergrondse kabels en leidingen. Hierin is besloten tot een eerste verhoging van de legestarieven in 2024, waarbij opgetekend is dat in de eerste helft van 2024 wordt geëvalueerd of een (deels) tweede verhoging per 1-1-2025 benodigd is. In de eerste helft van 2024 heeft deze evaluatie plaatsgevonden en is geconstateerd dat op dit moment een tweede verhoging niet nodig is, en wel omdat de voorziene stedelijke ontwikkelingen en energietransitie minder snel tot voorbereiding en uitvoering komen dan verwacht, en is aangegeven dat in 2025 opnieuw wordt geëvalueerd of een tweede stap in de verhoging per 1-1-2026 benodigd is. In 2025 zijn de tarieven voor Groot Geprogrammeerd Werk vooralsnog voldoende gebleken om onze taken uit te kunnen voeren; voor het Klein Geprogrammeerd Werk met een zeer beperkte impact, waarvoor nu nog een gereduceerd tarief geldt, is gebleken dat de benodigde inzet specifiek voor dit type werk intensiever wordt en daarmee niet significant minder is dan voor ‘regulier’ Klein Geprogrammeerd Werk, wat leidt tot het voorstel om dit gereduceerde tarief te laten vervallen per 1-1-2026.
Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2026 De opbrengsten zijn berekend op basis van ervaringscijfers van de afgelopen jaren en verwachte aantal vergunningen in 2026. Uitgangspunt is 380 vergunningen Groot Geprogrammeerd Werk per jaar, met 170 strekkende meters per aanvraag en 1.500 vergunningen Klein Geprogrammeerd Werk per jaar. Conclusie: Met het voorgestelde tarief worden de kosten voor de activiteiten voor 99% gedekt. B. (Her)straatvergoedingen Naast de leges worden aan de vergunninghouders de kosten voor (her)straten in rekening gebracht. De facturering vindt plaats gebaseerd op de VNG “Richtlijn (her)straattarieven Telecom”, deze wordt jaarlijks geïndexeerd. Vanuit deze opbrengsten wordt, na aftrek van de kosten, jaarlijks een deel van de kosten voor het buitengewoon onderhoud aan de wegen bekostigd.
- 40 -
VI. Gedoogbeschikkingen
Voorstel: het tarief voor het in behandeling nemen van verzoeken tot het verstrekken van gedoogbeschikkingen te verhogen met het inflatiepercentage van 3,18%. De tarieven af te ronden op hele euro’s. Reden van de heffing: doorberekening van de lasten verbonden aan het in behandeling nemen van verzoeken tot het verstrekken van gedoogbeschikkingen bouw en ruimtelijke ordening door de afdeling Ruimtelijke Planvorming. Beleidsafspraken: 100% kostendekking. Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt er gebruik gemaakt van gedogen. De afgelopen jaren is hier nagenoeg geen gebruik van gemaakt. Overzicht lasten/baten: Dit beleid is vanaf 2011 opgenomen in de nieuwe kadernota handhaving. Aangezien er bij gedogen sprake is van een hoge uitzondering die afwijkt van de normaal geldende procedures, echt maatwerk dus, zijn er gemiddeld genomen relatief veel uren per aanvraag nodig. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2026 Aangezien het hier gaat om een uitzondering worden hiervoor geen bedragen, lasten en baten, begroot, maar voor incidentele gevallen wordt er wel een tarief meegenomen. De volgende producten uit bijlage 1 hebben betrekking op deze leges. Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet paragraaf 2.12 2.46A Gedoogbeschikking Conclusie: De kostendekkendheid is ongeveer 100%.
- 41 -
3.5 Parkeerbelastingen Voorstel: 1. De tarieven voor het parkeren bij parkeerapparatuur voor het belastingjaar 2026 vast te stellen zoals is opgenomen in de Nota parkeren, door de raad vastgesteld op 31 maart 2025. 2. De tarieven voor parkeervergunningen en -abonnementen vast te stellen zoals is opgenomen in de Nota parkeren, door de raad vastgesteld op 31 maart 2025. Toelichting: De tarieven worden in beginsel om de twee jaar bijgesteld op basis van de CPI en eventuele andere omstandigheden, zoals is vastgesteld in de Nota parkeren. Reden van de heffing: Het heffen van parkeerbelasting van bestuurders c.q. houders van motorvoertuigen voor het innemen van, door het college van burgemeester en wethouders aangewezen, weggedeelten voor betaald parkeren. De parkeerbelastingen hebben een regulerend karakter met het doel om het parkeergedrag van voornamelijk automobilisten te beïnvloeden. Door het aanwijzen van gebieden waar de automobilisten moeten betalen, kan de gemeente het parkeren van motorvoertuigen regelen. Overzicht lasten/baten (cijfers concept begroting 2026): lasten Beleid, onderzoeken en adviezen en kapitaallasten vm. Ontwikkeling onderhoud en overige exploitatielasten, ledigen parkeermeters, parkeercontrole, flankerend beleid etc. vm. Expertisecentrum Storting fonds Parkeren Afdracht indirecte kosten/overhead Afdracht concern inz.
Checkups, bezuinigingen, naheffingen boetes en PPN 2020 (tariefsverhoging) Totaal lasten
Programma/ambitie/doel 3.3.1
Bedrag €
3.3.1
€
8.793.000,--
3.3.1 9
€
3.726.000,--
€ €
1.246.000,-2.605.000,--
€
16.489.000,--
baten Inkomsten parkeergelden, verhuur parkeergarages, vergunningen/ontheffingen, parkeerboetes etc. Onttrekking fonds Parkeren Totaal baten
Programma/ambitie/doel 3.3.1
Bedrag €
12.519.000,--
3.3.1
€ €
3.970.000,-16.489.000,--
10
- 42 -
119.000,--
3.6 Begraafplaatsrechten Voorstel: De tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 3,18%. De tarieven af te ronden op hele euro’s. Reden van de heffing: doorberekening van de lasten die verbonden zijn aan teraardebestellingen, de administratieve afhandeling en het onderhouden van de begraafplaatsen. Beleidsafspraken: In de perspectiefnota 2005 is ingestemd met de uitvoering van het Masterplan Kranenburg. Hiervoor is een structurele bijdrage toegekend ten laste van de algemene middelen. Bij de PPN 2020 – 2023 is besloten geen bedrag meer ten laste te brengen van de algemene middelen behalve voor het BTW nadeel. Daarmee wordt de 100% kostendekkendheid ook voor 2026 los gelaten voor het onderdeel BTW. Overzicht lasten/ baten: Lasten: Onderhoud begraafplaatsen (incl. BTW) Kwijtscheldingen en oninbaar Toegerekende rente en afschrijving Toegerekende kosten burgerzaken/KCC Indirecte kosten Storting in de voorziening Totale Lasten
€ 1.079.202,-€ 12.045,-€ 127.457,-€ 94.116,-€ 84.466,-€ 1.397.286,-€ 88.113,-€ 1.485.399,--
Verwachte baten 2026
€ 1.408.311,--
In de begroting 2026 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt: Doel 8.2.1 Gastvrije dienstverlening Begroting 2026 doel 8.2.1 Niet meegenomen kosten Reisdocumenten, Rijbewijzen, Naturalisatie, Verklaringen, Burgerlijke stand, Basis Registratie Personen, Verkiezingen, Infocentrum, overige burgerzaken, Wet op de lijkbezorging Reserve/voorziening mutaties Toegerekende kosten Toegerekende indirecte kosten Baten en lasten meegenomen tarievennota 2026 (Saldo voor de storting in de voorziening Begraven)
Lasten 11.086.293
Baten 5.555.570
-9.298.244
-3.765.970
-475.229
-381.289
84.466 1.397.286
Er is sprake van afrondingsverschillen. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2026 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 6. Rechten Algemene Begraafplaatsen - 43 -
1.408.311
Toelichting: De verwachte leges begraven nemen voornamelijk toe door aanpassing voor inflatie. De kosten voor met name het onderhoud nemen nog niet zo snel toe. Daardoor is er dit jaar ruimte voor een storting in de voorziening. Door de samenwerking met ROVA voor het groenonderhoud op de begraafplaats ontstaat er een nadeel als gevolg van de BTW die niet verrekenbaar/compensabel is. Dit nadeel komt ten laste van de algemene middelen. De Hoge Raad heeft in tegenstelling tot eerdere verwachtingen besloten dat de BTW niet compensabel blijft en daarmee ten laste blijft komen van de algemene middelen. Conclusie: De kostendekkendheid is met 95 % nagenoeg gelijk aan 2025. De niet gedekte kosten zijn gelijk aan het BTW nadeel.
- 44 -
3.7 Precariobelasting Voorstel: De tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 3,18%. Toelichting: Precariobelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Tegenover het heffen van de belasting staat geen directe tegenprestatie. Reden van de heffing: Het heffen van belasting vanwege het hebben van voorwerpen op, onder of boven gemeentegrond. Overzicht lasten/baten: De opbrengst in 2026 wordt geraamd op € 463.000,--. Voor relatie met begroting zie 3.1 onroerende-zaakbelastingen. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2026 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 7. Precariobelasting, met uitzondering van bepalingen 3.1 en 3.2 (zie onderdeel 3.9).
- 45 -
3.8 Havengelden Voorstel 1. De tarieven voor woonschepen en recreatievaartuigen te verhogen met het inflatiepercentage van 3,18%. 2. De tarieven voor beroepsvaart te verhogen met het inflatiepercentage van 3,18%. 3. De tarieven voor water en elektra met het gemeentelijke prijsindexpercentage van 3,1% te verhogen. Toelichting De huidige tarieven zijn op dit moment vergelijkbaar met tarieven die in andere gemeenten worden gehanteerd en daarmee marktconform. De bediening van de op afstand bediende bruggen in Zwolle vindt plaats vanuit het bedieningscentrum van Rijkswaterstaat bij de Spooldersluis. Op dit moment is een werkgroep in opdracht van de Port of Zwolle bezig om de grondslagen voor de havengelden te harmoniseren. De grondslagen opgenomen in de bijlage hebben dan ook een voorlopig karakter. De definitieve grondslagen en tarieven zullen in de raad van december aan u worden voorgelegd ter vaststelling. Reden van de heffing De exploitatielasten van vaarwegen, havens en kaden voor woonschepen, beroeps- en recreatievaart evenals 25% van de kosten van de brugbediening door te berekenen aan de gebruikers. Beleidsafspraken Een van de direct aanwijsbare diensten van de gemeente, waarvan de tarieven niet kostendekkend zijn, is die van de havengelden. Als beleidscriterium wordt voorgesteld marktconforme tarieven.
De Raad heeft in 2005 met de inhoud en voorstellen uit het Actieprogramma Havens ingestemd. In het Actieprogramma Havens is geconcludeerd dat een 100% kostendekkendheid voor het product Havens niet realistisch is. Overzicht van lasten en baten Lasten: 25% kosten brugbediening/bijdrage PoZ Havens Beroepsvaart Recreatievaart en passantenhaven Woonschepen en ligplaatsen Toerekening indirecte kosten: Totaal lasten
86.218 100.495 185.487 114.496 76.335 179.867 742.898
Baten: Beroepsvaart Pleziervaartuigen Passanten Woonschepen Brugbediening en overige vergoedingen Totaal baten
324.604 12.326 46.288 99.090 30.565 512.873
- 46 -
In de begroting 2026 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen de Tarievennota 2026 en de begroting 2026 worden veroorzaakt. Doel 5.4.1. Beheer openbare ruimte Lasten Baten Begroting 2026 doel 5.4.1. 39.963.703 11.802.119 Niet meegenomen kosten Bruggen, wegen, kabels en leidingen en riolering Cluster groen en cluster blauw Reserve mutaties 75% Kosten havens brugbediening Toegerekende kosten Toegerekende indirecte kosten Baten en lasten meegenomen in de tarievennota 2026 Er kan sprake zijn van afrondingsverschillen.
-27.020.469 -12.188.916 - 31.856 - 159.432 179.867 742.898
-11.236.030 -9.900 -43.316
512.873
Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2026 Het volgende onderdeel uit bijlage 1 vormt het totaal van bovenstaande opbrengst: Hoofdstuk 8. Havengelden Toelichting: In het kader van Port of Zwolle zijn we in 2022 gestart met het invoeren van een digitaal aanmeldingssysteem voor schippers en het gelijk trekken van de grondslagen en op termijn de tarieven in de drie havens. Conclusie De haventarieven zijn in 2026 voor 69% kostendekkend en daarmee nagenoeg gelijk aan 2025.
- 47 -
3.9 Marktgelden
Voorstel 1. De markttarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 3,18%. 2. De tarieven voor water en elektra te verhogen met het gemeentelijke prijsindexpercentage van 3,1%. 3. De tarieven af te ronden op € 0,05. Toelichting De bezetting op diverse markten is het afgelopen jaar redelijk stabiel gebleven. Reden van de heffing Doorberekenen van de kosten voor het houden van warenmarkten aan de marktkooplieden. Beleidsafspraken Nastreven van 100% kostendekkendheid. De laatste jaren schommelt de kostendekkendheid van het product markten tussen de 70 en 80 %. Het is dan ook niet realistisch om de markttarieven 100% kostendekkend te krijgen. Hierdoor zullen vele marktkooplieden afhaken en zal de bezetting verder afnemen. Helaas neemt de bezetting nog steeds af ondanks de inzet om de markt aantrekkelijk te houden. Met name op de vrijdagmarkt loopt de bezetting terug. Dit kunnen we niet meer opvangen door ook de kosten te verlagen. Daardoor neemt de kostendekkendheid af. Overzicht lasten en baten Markten algemeen totaal Markten, energie Markt Aa-landen:Kap.lasten +Ov Markt Zwolle-Z:Kap.lasten + Ov Vrijdagmarkt:Kap.lasten + Ov Zaterdagmarkt:Kap.lasten + Ov Markt Stadshagen Overige markten:Ov.lasten Standplaatsen:Kap.lasten + Ov doorbelasting programma indirecte kosten Forfaitaire toeslag BTW Afdracht promotiefonds Totaal lasten
€ € € € € € € € €
104.397 46.680 9.305 21.950 52.529 54.694 11.582 1.820 27.608
€ € € €
145.186 23.352 13.165 512.268
- 48 -
Markt.alg: ink.energie Markt Aa-landen:Inkomsten Markt Zwolle-Z:Inkomsten Vrijdagmarkt:Inkomsten Zaterdagmarkt:Inkomsten Markt Stadshagen Overige markten:Inkomsten Standplaatsen:Inkomsten Inkomsten promotiefonds Totaal baten
€ € € € € € € € € €
24.647 11.098 34.273 75.075 79.427 6.202 5.114 105.974 13.165 354.975
In de begroting 2026 worden de totalen per doel gepresenteerd In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt:
Doel 3.2.1 Economisch aantrekkelijke stad
Lasten
Begroting 2026 doel 3.2.1. Niet meegenomen kosten Toeristisch beleid, festivals, BIZ, topsport, reclame Reserve mutaties Toegerekende kosten Toegerekende indirecte kosten Forfaitaire toeslag BTW Baten en lasten meegenomen in tarievennota 2026
Baten
2.872.558
-1.708.247
-2.528.828
1.300.645 52.627
145.186 23.352 512.268
-354.975
Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2026 De volgende onderdelen uit bijlage 1 vormen het totaal van bovenstaande opbrengst: Hoofdstuk 9. Marktgelden Hoofdstuk 7. Precariobelasting, bepalingen 3.1 en 3.2 (zie onderdeel 3.7) Toelichting: Voor 2026 zijn we uitgegaan van de begrote marktgelden 2025 plus inflatie. Conclusie: De markttarieven zijn in 2026 voor 69% kostendekkend. Dit is gelijk aan 2025.
- 49 -
3.10 Toeristenbelasting Voorstel: Het tarief vast te stellen op € 1,30 (was € 1,20) per overnachting voor campings en camperplaatsen en € 3,50 (was € 3,00) voor de overige accommodaties. . Toelichting: Bij de begroting 2024 is besloten de tarieven voor toeristenbelasting in de jaren 2024 tot en met 2027 jaarlijks te verhogen met respectievelijk € 0,50 per nacht voor hotels, B&B’s en jachthaven en € 0,10 per nacht voor campings en camperplaatsen. De uiteindelijke tarieven in 2027 zijn € 4,00 en € 1,40 per nacht. Het gevolg hiervan voor 2026 is opgenomen onder het voorstel hierboven. Reden van heffing: Het heffen van belasting ter zake van het tegen vergoeding houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Overzicht baten: De opbrengst in 2026 is geraamd op € 1.106.000,--. Naast bovenstaande aanpassing van het tarief wordt er gewerkt aan het heffen van toeristenbelasting bij “particuliere” verhuur via de bekende platforms zoals Airbnb. Zodra Europese wetgeving ingaat, verwachting 1 januari 2026, dienen de platforms de verhuurgegevens te delen met de betreffende gemeenten. Dit geeft ons meer mogelijkheden om toe te zien of de juiste bedragen ook worden afgedragen. In de begroting 2026 worden de totalen gepresenteerd. Voor relatie met de begroting zie 3.1 onroerende-zaakbelastingen.
Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2026 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 10. Toeristenbelasting.
- 50 -
3.11 Privaatrechtelijke Tarieven 2026 Zoals gebruikelijk vermelden wij in de tarievennota ook de overige privaatrechtelijke tarieven die niet op basis van een publieke verordening maar op privaatrechtelijke wijze worden geheven. Vanzelfsprekend worden alleen die tarieven vermeld waar de gemeente nog mee verbonden is. 3.11.1 Sport Voorstel: De sporttarieven voor het belastingjaar 2026 voor de binnensportaccommodaties niet te verhogen met de jaarlijkse inflatiecorrectie en voor de buitensportaccommodaties te verhogen met de inflatiecorrectie. Voor 2026 is deze vastgesteld op 3,18%. Toelichting: Het tarief voor de huur van de sportaccommodaties is zowel voor de binnen- als de buitensportaccommodaties niet kosten gerelateerd. Het tarief komt tot stand door indexering op het tarief van vorig jaar. De betaalbaarheid van de binnensporten staat onder druk. Verengingen geven aan dat de hoge maatschappelijke verhuurtarieven een knelpunt vormen. Dit wordt bevestigd in het onderzoeksrapport én in benchmarkgegevens, waaruit blijkt dat Zwolle relatief hoge tarieven hanteert. Om verenigingen ademruimte te geven en hun financiële positie te versterken, stellen wij voor om de maatschappelijke tarieven voor binnensport voor één jaar te bevriezen.
Reden van heffing: De sportaccommodaties kunnen tegen dit opgenomen tarief in gebruik gegeven worden aan belangstellenden conform de af te sluiten huurovereenkomst. Deze eigen bijdrage wordt wenselijk geacht, omdat de overheid niet alle kosten voor haar rekening wil nemen. Overzicht baten: De opbrengst in 2026 is voor de buitensportaccommodaties voorlopig geraamd op € 903.936,--. Voor de binnensportaccommodaties is deze geraamd op € 360.231,--, waarvan overigens een aanzienlijk deel wordt doorbetaald aan de eigenaren van de diverse accommodaties. De gemeente Zwolle is namelijk in veel gevallen geen eigenaar van de binnensportaccommodaties, maar treedt in deze via Stichting Sportservice Zwolle op als verhuurder. Deze bedragen zijn terug te vinden in de begroting op het onderdeel sport.
3.11.2 Dwangsom afhalen fiets Voorstel: De dwangsom voor het afhalen van de fiets bij AFAC niet te verhogen met het inflatiepercentage van 3,18%. Toelichting: Foutief gestalde fietsen worden door AFAC verwijderd. Aan deze vorm van bestuursdwang zijn kosten verbonden (controleren, verwijderen, opslag, teruggave en bijbehorende administratieve afhandeling) die verhaald worden op de overtreder. Daarnaast zijn er vaste kosten zoals de huur van het pand, nutsvoorzieningen en ICT. In 2015 is de dwangsom verhoogd van € 10,00 naar € 15,00. Omdat het de voorkeur heeft een tarief in rekening te brengen welke is afgerond op hele euro’s, wordt dit tarief niet elk jaar verhoogd. In 2026 zal de AFAC verhuizen naar een andere locatie die verder van het station is gelegen dan de huidige locatie. Een gelijktijdige verhoging van de tarieven zal daarbij niet helpend zijn in de communicatie met de klant. Ook wordt onderzoek gedaan naar de kostenstructuur die gehanteerd wordt ter onderbouwing van de hoogte van het tarief. Daarom stellen wij voor het tarief niet te verhogen. - 51 -
3.11.3 Afkoop infiltratie regenwater Voorstel: De tarieven voor het afkopen van de verplichting tot infiltratie van het regenwater te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,18%. Toelichting: In het door de raad vastgestelde GRP 2022-2026 is in tabel B.4 “ Concrete uitwerking taakopvatting hemelwater” opgenomen dat bij nieuwbouw/verbouwbouwprojecten < 30 m² particulieren en bedrijven op eigen terrein het hemelwater moeten verwerken (hergebruik en/of infiltreren) van daken, terrassen, parkeerplaatsen etc.. Indien dit aantoonbaar niet mogelijk is, zorgt de gemeente voor een alternatief in het stedelijk gebied ter compensatie. De ontwikkelende partij kan de infiltratieplicht afkopen indien uit aanvullend onderzoek blijkt dat infiltratie van hemelwater niet binnen de eigen perceelgrenzen kan plaatsvinden.
- 52 -
-- HOOFDSTUK 4 – BELASTINGEN-WOONLASTEN In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de consequenties van diverse belastingen die kunnen worden gerangschikt onder de zogenaamde woonlasten. Over de periode 2025 tot en met 2026 wordt aangegeven wat de woonlastenstijging is voor: - huurders van woningen, niet zijnde eigenaren; - eigenaren van woningen, niet zijnde bewoners; - eigenaren van woningen tevens zijnde bewoners. Voor een drietal woningwaarden wordt aangegeven wat het stijgingspercentage voor een drietal heffingen is geweest. Het betreft de volgende heffingen: - onroerende-zaakbelastingen; - afvalstoffenheffing; - rioolheffing. Hierbij wordt uitgegaan van een drietal woningwaarden per 2025 / 2026 (2026 is gelijk aan 2025, omdat de nieuwe waarden voor 2026 nog niet bekend zijn). Heffingen als de begraafplaatsrechten, precariobelasting enz. zijn in het overzicht niet vermeld, omdat deze heffingen slechts drukken op bepaalde delen van de bevolking en soms incidenteel/niet structureel zijn. Ontwikkeling tarieven over de periode 2023 tot en met 2026 (bedragen in euro´s). OZB-eigenaar OZB-gebruiker Rioolheffing afvalstoffenheffing * eenpersoonsh. * meerpersoonsh.
2023 0,0947%
2024 0,0989%
2025 0,0986%
2026 0,1017
€ 114,16
€ 121,12
€ 127,73
€ 131,79
€ 257,57** € 321,97***
€ 232,23** € 330,71***
€ 245,73** € 351,26***
€ 242,98** € 347,82***
** dit bedrag bestaat uit het vast tarief inclusief 14x aanbieding van een afvalzak *** dit bedrag bestaat uit het vast tarief inclusief 42x aanbieding van een afvalzak In onderstaande overzichten wordt voor een drietal waardeklassen van woningen een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de woonlasten voor: - de huurders (1 –of meerpersoonshuishoudens) van woningen, niet zijnde eigenaren; - de eigenaren van woningen, niet zijnde de bewoners; - de eigenaren (1 –of meerpersoonshuishoudens) van woningen tevens zijnde de bewoners. Verder dienen voor 2026 vergeleken met 2025 de volgende uitgangspunten: . onroerende zaakbelastingen . rioolheffing . afvalstoffenheffing * eenpersoonshuishouden * meerpersoonshuishouden
+ 3,18% + 3,18% - 0,01% - 0,01%
Door het verlagen van de tarieven voor afvalstoffenheffing voor eenpersoonshuishoudens met 1,12% en voor meerpersoonshuishoudens met 0,98%, het verhogen van de tarieven voor de onroerende zaakbelastingen en de rioolheffing met 3,18%, dalen de woonlasten voor huurders met een eenpersoonshuishouden met 1,12%, dalen de woonlasten voor de huurders met een meerpersoonshuishouden met 0,98%, stijgen de woonlasten voor eigenaren van woningen tussen de 3,15% en 3,16% en voor eigenaren tevens gebruiker van woningen tussen de 1,01% en 1,94% (afhankelijk van de waarde van de woning). De woonlasten van een meerpersoonshuishouden (Coelo 2025) in een woning met - 53 -
een gemiddelde waarde bedragen in Zwolle € 920,00 (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing). Dit is lager dan het gemiddelde van € 1.053,00 van de Nederlandse gemeenten. Het kwijtscheldingsbeleid Kwijtschelding van belasting kan worden verleend indien men niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen. Van buitengewoon bezwaar is in het algemeen sprake indien de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd kunnen worden verwacht. Daarnaast kunnen zich ook andere omstandigheden voordoen die meebrengen dat betaling van de aanslag redelijkerwijs niet kan worden gevorderd. Teneinde de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor elke burger te waarborgen is er een landelijk geldend kwijtscheldingsbeleid ontwikkeld en vastgelegd in de “Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990”. Vroeger waren de normen tamelijk streng, maar sinds 1 januari 1995 zijn de normen verruimd. Deze verruiming bestond uit een verhoging van de kosten van bestaan van 90% naar maximaal 95% van de bijstandsuitkeringen. Met ingang van 1 januari 1997 is de kwijtscheldingsnorm in Zwolle uiteindelijk opgetrokken tot 100%. In 2015 is de mogelijkheid van kwijtschelding voor kleine ondernemers ingevoerd.
Woning van € 200.000,00
Categorie huurder van een woning, niet zijnde eigenaar met een 1-persoonshuishouden. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 200.000,00
€ 200.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 245,73
€ 242,98
€ 245,73
€ 242,98 - 1,12%
Totaal Wijziging per jaar
Categorie huurder van een woning, niet zijnde eigenaar met een meerpersoonshuishouden. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 200.000,00
€ 200.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 351,26
€ 347,82
€ 351,26
€ 347,82 - 0,98%
Totaal Wijziging per jaar
- 54 -
Categorie eigenaar van een woning, niet zijnde bewoner. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 200.000,00
€ 200.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 197,20 € 127,73
€ 203,40 € 131,79
Totaal Wijziging per jaar
€ 324,93
€ 335,19 3,16%
Categorie eigenaar van een woning tevens bewoner met een 1-persoonshuishouden. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 200.000,00
€ 200.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 197,20 € 127,73 € 245,73
€ 203,40 € 131,79 € 242,98
Totaal Wijziging per jaar
€ 570,66
€ 578,17 1,32%
Categorie eigenaar van een woning tevens bewoner met een meerpersoonshuishouden. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 200.000,00
€ 200.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 197,20 € 127,73 € 351,26
€ 203,40 € 131,79 € 347,82
Totaal Wijziging per jaar
€ 676,19
€ 683,01 1,01%
- 55 -
Woning van € 350.000,00 Categorie huurder van een woning, niet zijnde eigenaar met een 1-persoonshuishouden. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 350.000,00
€ 350.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 245,73
€ 242,98
€ 245,73
€ 242,98 -1,12 %
Totaal Wijziging per jaar
Categorie huurder van een woning, niet zijnde eigenaar met een meerpersoonshuishouden. 2024 2025 WOZ-waarde
€ 350.000,00
€ 350.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 351,26
€ 347,82
€ 351,26
€ 347,82 -0,98%
Totaal Wijziging per jaar
Categorie eigenaar van een woning, niet zijnde bewoner. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 350.000,00
€ 350.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 345,10 € 127,73
€ 355,95 € 131,79
Totaal Wijziging per jaar
€ 472,83
€ 487,74 3,15%
- 56 -
Categorie eigenaar van een woning tevens bewoner met een 1-persoonshuishouden. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 350.000,00
€ 350.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 345,10 € 127,73 € 245,73
€ 355,95 € 131,79 € 242,98
Totaal Wijziging per jaar
€ 718,56
€ 730,72 1,69%
Categorie eigenaar van een woning tevens bewoner met een meerpersoonshuishouden. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 350.000,00
€ 350.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 345,10 € 127,73 € 351,26
€ 355,95 € 131,79 € 347,82
Totaal Wijziging per jaar
€ 824,09
€ 835,56 1,39%
- 57 -
Woning van € 500.000,00
Categorie huurder van een woning, niet zijnde eigenaar met een 1-persoonshuishouden. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 500.000,00
€ 500.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 245,73
€ 242,98
€ 245,73
€ 242,98 -1,12%
Totaal Wijziging per jaar
Categorie huurder van een woning, niet zijnde eigenaar met een meerpersoonshuishouden. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 500.000,00
€ 500.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 351,26
€ 347,82
€ 351,26
€ 347,82 -0,98%
Totaal Wijziging per jaar
Categorie eigenaar van een woning, niet zijnde bewoner. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 500.000,00
€ 500.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 493,00 € 127,73
€ 508,50 € 131,79
Totaal Wijziging per jaar
€ 620,73
€ 640,29 3,15%
- 58 -
Categorie eigenaar van een woning tevens bewoner met een 1-persoonshuishouden. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 500.000,00
€ 500.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 493,00 € 127,73 € 245,73
€ 508,50 € 131,79 € 242,98
Totaal Wijziging per jaar
€ 866,46
€ 883,27 1,94%
Categorie eigenaar van een woning tevens bewoner met een meerpersoonshuishouden. 2025 2026 WOZ-waarde
€ 500.000,00
€ 500.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 493,00 € 127,73 € 351,26
€ 508,50 € 131,79 € 347,82
Totaal Wijziging per jaar
€ 971,99
€ 988,11 1,66%
Vergelijking andere gemeenten. Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten is het goed een vergelijking met andere steden in het land te maken. Tot 2024 werd er jaarlijks in opdracht van het Belastingoverleg grote gemeenten, een platform van 40 qua inwonertal grootste gemeenten in Nederland, een zogeheten Belastingoverzicht grote gemeenten gemaakt. Het onderzoek is erop gericht de gemeentelijke tarieven, belastingopbrengsten, belastingdruk en woonlasten per gemeente te vergelijken. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) heeft vanaf 2024 geen overzicht meer gepresenteerd. Wel heeft het COELO de Atlas lokale lasten 2025 gepresenteerd. Hierin worden de woonlasten per gemeente weergegeven en het rangnummer dat aangeeft hoe hoog de woonlasten zijn in vergelijking met andere gemeenten. In 2025 neemt de gemeente Zwolle met haar woonlasten voor de eigenaar met een meerpersoonshuishouden de 56ste plaats in (van de 346) en voor de huurder met een meerpersoonshuishouden de 43ste plaats (van de 346) . Dat betekent dat voor eigenaren in 55 gemeenten de lokale woonlasten lager liggen en in 290 gemeenten de lokale woonlasten hoger liggen. Voor huurders betekent dat dat in 42 gemeenten de lokale woonlasten lager liggen en in 303 gemeenten de lokale woonlasten hoger liggen.
De gemiddelde woonlastenstijging bedraagt in 2025 voor huiseigenaren meerpersoonshuishouden 5,9 % en voor huurders meerpersoonshuishoudens 4,6%.
- 59 -
Bijlage 1
Tarievenoverzicht, vergelijking 2025 – 2026