Tarievennota 2026
Tekst van het document
VOORSTEL AAN DE RAAD INZAKE TARIEVEN VOOR BELASTINGEN, RETRIBUTIES EN PRIVAATRECHTELIJKE TARIEVEN VOOR 2026
Afdeling Juridische Zaken
INHOUDSOPGAVE
blz.
HOOFDSTUK 1
Inleiding
3
2
Actualiteiten & Hoofdlijnen
6
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.11.1 3.11.2 3.11.3
Tariefvoorstellen 2026 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Leges Parkeerbelastingen Begraafplaatsrechten Precariobelasting Havengelden Marktgelden Toeristenbelasting Privaatrechtelijke tarieven Sport Dwangsom afhalen fiets bij AFAC Afkoop infiltratie regenwater
7 8 25 29 42 43 45 46 48 50 51 51 51 52
4
Belastingen-woonlasten
53
Bijlage 1 Overzicht gemeentelijke tarieven 2025 - 2026
-2-
-- HOOFDSTUK 1-INLEIDING De Tarievennota 2026 geeft een overzicht van de tarieven van belastingen en rechten die door de gemeente Zwolle worden geheven. De tarievennota is een aanvulling op de Paragraaf Lokale Heffingen (hierna: PLH) waarin een overzicht en de ontwikkelingen van de lokale heffingen zijn opgenomen. Daarnaast worden privaatrechtelijke tarieven berekend. Daarvan is een overzicht in deze tarievennota opgenomen. In hoofdstuk twee worden ontwikkelingen vermeld waar de gemeente in het jaar 2026 rekening mee moet houden c.q. op in kan spelen. In hoofdstuk drie wordt ingegaan op de tariefvoorstellen voor het jaar 2026. De financiële gevolgen hiervan kunt u terugvinden in de concernbegroting 2026. Het kabinet is van mening dat de aanvrager duidelijk inzicht moet hebben in de manier waarop de prijs van een product wordt bepaald. Per onderdeel in de tarievennota geven we aan welke lasten en baten we verwachten. Hieraan toegevoegd is een overzicht met de relatie met de productenraming per doel. Mochten deze bedragen niet gelijk aan elkaar zijn, wordt er aangegeven welke lasten en baten niet meegenomen zijn c.q. toegerekend zijn. Lasten die niet meegenomen mogen worden zijn bijvoorbeeld periodieke controles, bezwaar en beroep, klachten, inbreng bij beleidsontwikkeling, behandelen van meldingen, vergunningsvrij, etc.
Bij toegerekende lasten gaat het bijvoorbeeld om indirecte kosten, toeslag BTW-compensatiefonds (BCF) en lasten die op een ander doel staan. Bij de meeste onderdelen uit de tarievennota geldt dat de tarieven ten hoogste 100% kostendekkend mogen zijn. Daarnaast hebben we opgenomen een overzicht welke onderdelen uit de bijlage van de tarievennota horen bij de verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk vier worden de financiële effecten voor de belastingplichtigen weergegeven. De woonlasten op basis van de tarieven van 2025 en 2026 worden voor een drietal prijsklassen van woningen naast elkaar gezet. In bijlage 1 wordt een totaal overzicht gegeven van de tarieven voor 2025 en 2026. Bij de leges en rechten waar gesproken wordt over kostendekkendheid worden de indirecte kosten, die vanaf 2016 centraal worden verantwoord in het programma bedrijfsvoering, apart toegerekend. Dit vindt plaats door de totale bedrijfsvoeringskosten te delen door de directe productieve formatie. Hieruit volgt een bedrag aan indirecte kosten per directe fte. Richtlijnen geven aan dat dit ook hier moet worden opgenomen. Zie hiervoor ook het programma bedrijfsvoering. Voor elke directe fte wordt deze opslag meegenomen bij de verschillende leges en rechten (daaronder wordt hier mede begrepen de afvalstoffenheffing en rioolheffing). Voor de verschillende onderdelen wordt de benodigde directe capaciteit begroot.
Deze methode is conform de Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) regelgeving. Voor 2026 wordt uitgegaan van een bedrag van € 69.960,-- (€ 53 x 1.320 uur) per volledige directe formatieplaats. Dit bedrag is gelijk aan het door de raad vastgestelde bedrag 2025. Hiervoor is gekozen omdat het definitieve bedrag 2026 pas later in het proces kan worden vastgesteld en we geen risico willen lopen op te hoge bedragen in het kader van 100% kostendekkendheid. De tarievennota kent verschillende onderdelen. Het streven is dat tussen de verschillende onderdelen geen kruissubsidiëring plaats vindt. Leges Burgerzaken draagt dus niet bij aan leges omgevingsvergunning of andere leges en rechten. Binnen de verschillende onderdelen vindt soms wel kruissubsidiëring plaats. Om welke bedragen dit gaat is lastig aan te geven. Hieronder staan de belangrijkste onderdelen waar kruissubsidiëring voor kan komen. Bij Leges Burgerzaken zijn veel tarieven gemaximeerd. Hierdoor zijn sommige onderdelen minder dan 100% kostendekkend, zoals reisdocumenten, uittreksels en burgerlijke stand (huwelijken), maar zijn de rijbewijzen en eigen verklaringen meer dan 100% kostendekkend. Bij Leges Omgevingsvergunning bijvoorbeeld kan in het algemeen aangegeven worden dat grote bouwwerken meer dan kostendekkend zijn en kleine bouwwerken minder kostendekkend.
De mate van kruissubsidiëring is erg afhankelijk van het type aanvraag en de daarvoor benodigde capaciteit. -3-
Bij Leges Juridische Zaken is gezien het kostendekkendheidspercentage kruissubsidiëring zeer onwaarschijnlijk. De tariefvoorstellen voor 2026 zijn als volgt: A. BELASTINGEN -1-. De OZB-tarieven te verhogen met 3,18%. Toelichting. De opbouw van dit percentage voor 2026 bestaat uit de inflatiecorrectie 2026 plus nacalculatie 2025. Het inflatiepercentage wordt vanaf 2005 vastgesteld aan de hand van het gemiddeld gewogen percentage voor de gemeentelijke loonkostenontwikkeling en prijzen van derden. Het percentage wordt evenals de prijzen van derden gecorrigeerd met een eventuele nacalculatie over de twee voorafgaande jaren. Uitgaande van een loon- en prijsgevoelige verhouding van de kosten van 50% - 50%, het percentage voor loonkostenstijging 2026 van 3,25% en het percentage voor prijzen van derden van 3,10% (inclusief 0,4% nacalculatie 2025), dan resulteert dit in een inflatiecorrectiepercentage voor de gemeentelijke tarieven van: (loonkosten 3,25% + prijzen van derden 3,10%) : 2 = 3,18%. -2-. De tarieven voor de precariobelasting te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,18%. (zie hierna onder 3.7) -3-. De tarieven voor de parkeerbelastingen vast te stellen zoals is opgenomen in de Nota parkeren. Toelichting. De tarieven worden in beginsel om de 2 jaar bijgesteld op basis van de CPI en eventuele andere omstandigheden, zoals is vastgesteld in de Nota parkeren.
(zie hierna onder 3.5). 4-. De tarieven toeristenbelasting te verhogen naar € 1,30 en € 3,50. Toelichting. Zwolle hanteert twee tarieven toeristenbelasting: een hoog tarief voor hotels, B&B’s en jachthaven en een laag tarief voor campings en camperplaatsen. Bij de begroting 2024 is besloten de tarieven toeristenbelasting in de jaren 2024 tot en met 2027 jaarlijks te verhogen met respectievelijk € 0,50 en € 0,10 per nacht naar uiteindelijke tarieven van € 4,00 voor hotels, B&B’s en jachthaven en € 1,40 voor campings en camperplaatsen. Dit wordt als volgt in een tabel uitgewerkt: 2024 2025 2026 2027 (huidig) Laag-hoog tarief 1,10 – 2,50 1,20 – 3,00 1,30 – 3,50 1,40 – 4,00
-4-
B.
RETRIBUTIES
-1-. Voor de afvalstoffenheffing het vaste tarief te laten dalen met 1,07% en het variabel tarief niet te laten stijgen. Toelichting. Bij de afvalstoffenheffing wordt het principe van 100% kostendekking toegepast. Het tarief van de afvalstoffenheffing wordt gedifferentieerd in een variabel tarief (tarief op restafval) en een vast tarief. Het vaste tarief wordt verder gedifferentieerd in een tarief voor éénpersoonshuishoudens en een tarief voor meerpersoonshuishoudens. Het tarief op restafval per aanbieding op een inzamelmiddel van 60 liter is € 1,80. Het basistarief voor het vaste deel is € 255,06. Door tariefdifferentiatie wordt het basistarief voor een éénpersoonshuishouden € 217,78 en voor een meerpersoonshuishouden € 272,22. (zie hierna onder 3.2). -2-. De tarieven voor de rioolheffing te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,18%. (zie hierna onder 3.3). -3-. De tarieven leges te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,18%. In uitzondering hierop stellen wij voor de tarieven niet te verhogen met de inflatiecorrectie waar de hoogte van de leges een percentage is van de bouwsom. Door de gestegen bouwkosten stijgen de legesinkomsten al ( zie hierna onder 3.4). -4-. De tarieven voor de begraafplaatsrechten te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,18%. (zie hierna onder 3.6). -5-. De tarieven voor de havengelden te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,18%.
(zie hierna onder 3.8). -6-. De tarieven voor de marktgelden te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,18%. (zie hierna onder 3.9). C.
PRIVAATRECHTELIJKE TARIEVEN
-1-. De sporttarieven niet te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,18%. (zie hierna onder 3.11.1). -2-. De dwangsom voor het afhalen van een fiets bij AFAC (Algemene Fiets Afhaal Centrale) niet te verhogen. Toelichting In 2015 is de dwangsom verhoogd van € 10,00 naar € 15,00. Omdat het de voorkeur heeft een tarief in rekening te brengen welke is afgerond op hele euro’s, wordt dit tarief niet elk jaar verhoogd. In 2026 zal de AFAC verhuizen naar een andere locatie die verder van het station is gelegen dan de huidige locatie. Een gelijktijdige verhoging van de tarieven zal daarbij niet helpend zijn in de communicatie met de klant. Ook wordt onderzoek gedaan naar de kostenstructuur die gehanteerd wordt ter onderbouwing van de hoogte van het tarief. (zie hierna onder 3.11.2). -3-. Het tarief voor het afkopen van infiltratie regenwater te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,18%. (zie hierna onder 3.11.3).
-5-
-- HOOFDSTUK 2 -ACTUALITEITEN & HOOFDLIJNEN In dit hoofdstuk wordt ingegaan op enkele actuele ontwikkelingen die spelen op het gebied van lokale belastingheffing in het algemeen en in Zwolle in het bijzonder. Achtereenvolgend zal worden ingegaan op: de jaarlijkse herwaardering WOZ, parkeerbelasting en onderzoek invoeren roerende zaakbelasting en forensenbelasting. 1. DE JAARLIJKSE HERWAARDERING WOZ GBLT verricht de jaarlijkse herwaardering voor de Wet WOZ. Momenteel voert GBLT de jaarlijkse herwaardering uit naar waardepeildatum 1 januari 2025. De definitieve cijfers worden aan het eind van 2025 verwacht. De in Hoofdstuk 3, paragraaf 1 voorgestelde tarieven voor de OZB dragen dan ook een voorlopig karakter. Wij zullen op het moment dat de tarieven definitief kunnen worden vastgesteld met een raadsvoorstel komen waarin een cijfermatige onderbouwing van de OZB-tarieven is opgenomen. 2. PARKEERBELASTINGEN Over de door gemeenten in rekening gebrachte kosten van de naheffingsaanslag parkeerbelastingen worden diverse procedures gevoerd. Dit geldt ook voor de gemeente Zwolle. Daarbij staat de vraag centraal of de gemeente niet meer kosten toerekent dan wettelijk is toegestaan. Als blijkt dat er te veel kosten worden toegerekend, zal er een herziening plaats moeten vinden van de kosten per naheffingsaanslag. In de loop van 2026 verwachten wij hier meer duidelijkheid over te krijgen.
3. ONDERZOEK INVOEREN ROERENDE ZAAKBELASTING EN FORENSENBELASTING De inkomsten van de gemeente bestaan grotendeels uit een uitkering uit het Gemeentefonds en gemeentelijke belastinginkomsten. De herverdeling van het gemeentefonds is doorgeschoven naar 2027. De meicirculaire 2025 laat zien dat het “ravijn” is opgeschoven naar 2028. Hiermee blijven de gemeentelijke financiën onder druk staan. De mogelijke invoering van roerende zaakbelasting (RZB) en forensenbelasting, aangekondigd in de tarievennota 2025, wordt nog onderzocht. Complexiteit bij de RZB is dat niet alle mogelijke objecten in beeld zijn bij de gemeente Zwolle of GBLT, bij invoering dit wel noodzakelijk is en hier ook periodiek op gecontroleerd moet worden. Ook de waardering van de roerende zaken is complexer dan bij onroerende zaken, omdat er minder of geen verkoopcijfers beschikbaar zijn. De totale uitvoeringskosten zouden daarmee onevenredig hoog kunnen worden in relatie tot de opbrengsten. Een uitgevoerde Quick-scan laat zien dat het bij de forensenbelasting om een zeer beperkt aantal objecten gaat. Ook hier is de kans groot dat de uitvoeringskosten onevenredig hoog zullen zijn. Daarnaast zal bij een eventueel bezwaar, de kans hiertoe is altijd groot bij het invoeren van een nieuwe belasting, aangetoond moeten worden dat het geen buitensporige last is voor de belastingplichtige.
Zodra we meer informatie hebben zullen wij de raad informeren.
-6-
-- HOOFDSTUK 3 -3.1 Onroerende-zaakbelastingen Voorstel: de tarieven van de onroerende-zaakbelastingen voorlopig als volgt vast te stellen: woningen: eigenaren 0,1017% van de waarde niet woningen: eigenaren 0,5310% van de waarde gebruikers 0,4292% van de waarde Reden van heffing: algemeen dekkingsmiddel ter dekking van de gemeentelijke uitgaven. Beleidsafspraken: de tarieven voor de OZB woningen en niet-woningen te verhogen met het inflatiepercentage van 3,18%. Bovenstaande tarieven zijn voorlopige tarieven, de waardeontwikkeling die momenteel door GBLT wordt vastgesteld zal deze tarieven nog doen veranderen. Bij een gemiddelde waardestijging zullen de tarieven lager worden vastgesteld en bij een gemiddelde waardedaling hoger. De definitieve tarieven zullen in de raad van december aan u worden voorgelegd ter vaststelling. Binnen de drie bovengenoemde heffingsmaatstaven mag tariefdifferentiatie plaatsvinden in die zin dat per heffingsmaatstaf een vast percentage dient te gelden. Het kabinet heeft in het hoofdlijnenakkoord aangegeven de stijging van de OZB te willen maximeren. Hierover is echter nog geen besluit genomen en gezien de demissionaire status is onduidelijk of hier nog invulling aan wordt gegeven. Overzicht baten: De OZB-opbrengst 2026 bedraagt door de tariefvoorstellen in totaal € 65.046.000,--.
Onder te verdelen in: Woningen: eigenaren Niet-woningen eigenaren gebruikers
€ 23.845.000,-€ 24.099.000,-€ 17.102.000,-€ 65.046.000,--
In de begroting 2026 wordt een totaal aan inkomsten gepresenteerd van: Lokale heffingen (programma 10 Algemene dekkingsmiddelen) Onroerende-zaakbelastingen woningen Onroerende-zaakbelastingen niet woningen Precariobelasting (3.7) Toeristenbelasting (3.11) Totaal
Baten 23.845.000 41.201.000 463.000 1.106.000 66.615.000
De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 1. Onroerende-zaakbelastingen
-7-
3.2 Afvalstoffenheffing Doel 5.5.1 (voorheen 7.3.1): Afval- en grondstoffen Zwolle zonder afval; uit het afval van vandaag ontstaan de grondstoffen van morgen. Voorstel Het voorstel bestaat uit twee onderdelen: - Tariefstelling afvalstoffenheffing - Onttrekking voorziening Tariefstelling afvalstoffenheffing Sinds 2023 bestaat de afvalstoffenheffing uit twee onderdelen: 1) Het variabele deel 2) Het vaste deel Variabele deel: Tarief op restafval Aan de raad wordt voorgesteld om voor 2026 in te stemmen met de volgende tarieven per aanbieding per inzamelmiddel voor het tarief op restafval: Categorie inzamelmiddel aanbieding 30 liter restafval per keer aanbieding 60 liter restafval per keer aanbieding 80 liter restafval per keer (binnenstad) aanbieding restafval minicontainer per keer (240 liter, buitengebied)
Tarief € 0,90 € 1,80 € 2,40 € 10,80
Het tarief op restafval wordt vermenigvuldigd met het aantal aanbiedingen op het desbetreffende inzamelmiddel. Het variabele deel wordt door GBLT na afloop van 2026 opgelegd, samen met het vaste deel van de afvalstoffenheffing van 2027. Vaste deel: tarief per huishouden Aan de raad wordt voorgesteld om voor het vaste deel voor 2026 in te stemmen met het volgende vaste tarief per type huishouden: Type huishouden Eenpersoonshuishouden (EPH) Meerpersoonshuishouden (MPH)
Tarief € 217,78 € 272,22
Het vaste tarief per type huishouden wordt zoals gebruikelijk aan het begin van 2026 door GBLT opgelegd. Onttrekking voorziening Wij stellen voor om € 302.500 te onttrekken aan de voorziening Afval. Dit betreft de kosten voor het gemeentelijke grondstoffenplan (GGP) 2025-2029 in 2026, inclusief 21% Btw. Zie de toelichting hieronder. Toelichting voorstel Hieronder wordt het volgende toegelicht: - Tarief op restafval - Tarief per huishouden - Onttrekking voorziening
-8-
Toelichting tarief op restafval We stellen voor om het tarief op restafval in 2026 gelijk te houden aan 2025. Het tarief voor 2025 was als volgt tot stand gekomen: Het tarief in 2024 werd geïndexeerd conform het gemeentelijke tarief van 5,45% plus 1/3 van de verwachte CO₂-kosten. De kosten die betrekking hebben op het restafval (inclusief afkeur en luier- en incontinentiemateriaal) liggen echter hoger. We verwachten dat deze kosten in 2026 echter lager liggen dan in 2025. Dat komt met name door een nieuw contract voor de verwerking van restafval. De nieuwe verwerker is in Nederland gevestigd en niet meer in Duitsland, waardoor de CO₂-heffing ook lager ligt. Dit zorgt ook voor lagere kosten. Als we de methode van vorig jaar hanteren, dan wordt dit voordeel niet ervaren in het tarief op restafval in 2026. Daarom stellen we voor deze gelijk te houden aan 2025. Toelichting tarief per huishouden Het tarief voor EPH en MPH kan met 1,25% verlaagd worden. Dat komt neer op een verlaging van € 2,75 voor een EPH en € 3,43 voor een MPH. Dit komt mede doordat € 302.500 aan kosten voor het GGP wordt onttrokken aan de voorziening Afval (zie de toelichting hieronder). Daarnaast zijn er diverse voordelen ten opzichte van de berekening van de afvalstoffenheffing in 2025. Deze zijn ook gemeld in Berap 2025-1 en 2025-2.
Met name de inzameling voor GFT en infrastructuur hiervoor ligt lager dan was begroot. Ter vergelijking, de index voor gemeentelijke tarieven ligt op een stijging van 3,18%. Toelichting onttrekking voorziening We stellen voor om de eenmalige kosten voor de uitvoering van het gemeentelijke grondstoffenplan (GGP) 2025-2029 in 2026 te dekken door een onttrekking aan de egalisatievoorziening Afval. Dit bedraagt, inclusief de toegerekende Btw, in totaal € 302.500. De activiteiten die onder het GGP vallen zijn bij de vaststelling van het Uitvoeringsplan 2025-2026 al goedgekeurd, maar over de dekking was nog geen besluit genomen. De egalisatievoorziening zal naar verwachting eind 2025 zijn opgelopen naar zo’n 2,7 miljoen euro. Er is dus voldoende ruimte in de voorziening om deze onttrekking op te vangen. Zie hieronder in het overzicht van de egalisatievoorziening wat het effect van deze onttrekking is op de stand van de voorziening. Reden van heffing De afvalstoffenheffing wordt opgelegd bij percelen waar huishoudelijk afval ontstaat en de verplichting bestaat dit in te zamelen en te (laten) verwerken. Beleidsuitspraken 1) Eén- en meerpersoonshuishoudens: Op basis van het raadsvoorstel ‘Tariefdifferentiatie’ wordt het tarief van de afvalstoffenheffing gedifferentieerd naar gezinsgrootte. Sindsdien hebben één- en meerpersoonshuishoudens een ander tarief.
Daarnaast wordt de variant 80% staat tot 100% toegepast. Dat wil zeggen dat het vaste deel van het afvalstoffentarief voor eenpersoonshuishouden (EPH) op 80% van een meerpersoonshuishouden (MPH) wordt berekend. 2) Tarief op restafval: Op basis van het raadsvoorstel ‘invoering tarief op restafval’ wordt met ingang van 2023 onderscheid gemaakt tussen een vast tarief en een variabel tarief. Het variabel tarief betreft een tarief op het aanbieden van restafval. 3) Verhouding EPH en MPH: Op basis van de Tarievennota 2024 wordt met ingang van 2024 de variant 80% staat tot 100% toegepast bij het bepalen van het vaste tarief. 4) Kostendekkend tarief: In coalitieakkoord 2022-2026 is vastgesteld dat gemeentelijke belastingen waar mogelijk 100% kostendekkend moeten zijn. Op basis van het raadsvoorstel ‘invoering tarief op restafval’ wordt met ingang van 2023 de afvalstoffenheffing berekend op basis van een 100% kostendekkend tarief. 5) Vergoeding OPK: in de berekening van de tarieven wordt uitgegaan van een tienjarige gemiddelde. Het verschil met dit tienjarig gemiddelde wordt aan het eind van het jaar verrekend met de voorziening. 6) Kwijtschelding en oninbaar: Als onderdeel van het kwijtscheldingsbeleid wordt de afvalstoffenheffing in bepaalde situaties kwijtgescholden. Ook blijken sommige heffingen na verloop van tijd oninbaar.
Het bedrag voor kwijtscheldingen en oninbaar wordt als last opgenomen in de exploitatie van afval en toegerekend aan de afvalstoffenheffing. 7) Toe te rekenen lasten: De betaalde BTW die wordt gedeclareerd bij het Btw-compensatiefonds (BCF) en de overhead worden extracomptabel toegerekend aan en meegenomen in de berekening van de afvalstoffenheffing; -9-
8) Dividend: Het dividend van ROVA wordt niet als baat aan de afvalstoffenheffing toegerekend, maar komt ten gunste van de algemene middelen. Overzicht van baten en lasten Hieronder presenteren we een overzicht van de baten en lasten die worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing en de wijze waarop dit gedekt wordt.
Lasten Baten Netto lasten afval
Bedrag 16.929.750 -1.652.538 15.277.212
Toe te rekenen lasten: Bij: BTW Bij: Overhead Bij: Oninbaar Bij: Kwijtscheldingen Totaal toe te rekenen lasten
1.891.635 715.691 87.517 1.097.315 3.792.158
Totale (netto) lasten
19.069.370
Verrekening met voorziening Opbrengsten afvalstoffenheffing
-302.500 18.766.870
Dekkingspercentage
100%
Overzicht egalisatievoorziening Hieronder presenteren we een overzicht van de egalisatievoorziening voor afval. Hierin is het totaal van de onttrekkingen en toevoegingen opgenomen. Voor meer informatie zie ‘Toelichting egalisatievoorziening’. 2022 2023 2024 2025* 2026* Stand 1 januari 2.958.301 2.712.168 1.985.237 2.364.231 2.693.070 Onttrekkingen -996.133 -1.055.918 -285.004 -324.867 -302.500 Toevoegingen 750.000 328.987 663.998 653.706 0 Stand 31 december 2.712.168 1.985.237 2.364.231 2.693.070 2.390.570 * De bedragen van 2025 en 2026 zijn gebaseerd op geraamde bedragen. Conclusie De totale (netto) lasten stijgen ten opzichte van 2025 met € 86.000. Hierin zitten ook de incidentele kosten uit het GGP voor 2026. We stellen voor dat deze kosten worden gedekt door een onttrekking uit de egalisatievoorziening. Dit gaat inclusief de extracomptabele kosten om een bedrag van € 302.500. Dat betekent dat de opbrengsten van de afvalstoffenheffing per saldo daalt met € 144.500 ten opzicht van 2025. Voor meer informatie over hoe dit bedrag tot stand komt, zie de toelichting op de ontwikkelingen tussen 2025 en 2026 onderaan. We stellen voor om het basistarief op restafval met € 1,80 gelijk te houden. Dit basistarief is berekend op basis van 60 liter.
Dat betekent dat het tarief per huishouden verlaagd kan worden met € 2,75 voor een EPH en € 3,43 voor een MPH naar, respectievelijk, € 217,22 en € 272,22.
- 10 -
Tarievennota vs. programmabegroting In onderstaande overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor er een verschil bestaat tussen de Programmabegroting van doel 5.5.1 Afval & Grondstoffen en de Tarievennota.
Programmabegroting 5.5.1
Lasten Baten Onttrekking Toevoeging Saldo 18.114.582 -20.419.408 -302.500 0 -2.607.326
BTW* Overhead*
1.891.635 715.691
Inkomsten Verpact Inkomsten boetes
-1.541.069 -111.469
1.891.635 715.691 1.541.069 111.469
Tarievennota 19.069.370 -18.766.870 * Wel in de tarievennota, niet in de Programmabegroting van doel 5.5.1.
0 0 -302.500
0
Toelichting Tarievennota vs. programmabegroting Het verschil tussen de programmabegroting van doel 5.5.1 en de Tarievennota komt door het volgende: 1) BTW: Gemeenten mogen de Btw die zij afdragen aan het Btw-compensatiefonds (BCF) extracomptabel toerekenen aan de afvalstoffenheffing. Dit zijn indirecte kosten die niet op de baten en lasten van doel 5.5.1 worden verantwoord, maar wel in de afvalstoffenheffing zitten. 2) Overhead: Gemeenten mogen op basis van het Fte inzet overhead extracomptabel toerekenen aan de afvalstoffenheffing. Dit zijn indirecte kosten die niet op de baten en lasten van doel 5.5.1 worden verantwoord, maar wel in de afvalstoffenheffing zitten. 3) Inkomsten Verpact: De inkomsten vanuit Verpact worden in de programmabegroting verantwoord als baten, terwijl het in de Tarievennota wordt meegenomen in de (netto) lasten; 4) Inkomsten boetes: De inkomsten vanuit boetes worden in de programmabegroting verantwoord als baten, terwijl het in de Tarievennota wordt meegenomen in de (netto) lasten; Voor meer informatie over de opbouw van de programmabegroting van doel 5.5.1 zie ‘Toelichting baten en lasten’ hieronder. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2025 De volgende onderdelen uit bijlage 1 vormen samen bovenstaande opbrengst: Hoofdstuk 2.
Afvalstoffenheffing (eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens) Toelichting In de toelichting wordt ingegaan op de: 1) Baten en lasten 2) Tariefstelling 3) Egalisatievoorziening 4) Ontwikkelingen 2025 vs. 2026 5) Kansen en risico’s 2026 en verder 1. Toelichting baten en lasten Hieronder lichten we de financiële boekhouding van de afvalstoffenheffing toe. We kennen hierin drie onderdelen: de kostenkant (oftewel de lasten), de inkomstenkant (oftewel de baten) en de dekkingskant (de opgelegde heffing, ook onderdeel van de baten). Daarbij worden de lasten opgedeeld in directe lasten en indirecte lasten. Bovenstaande wordt hieronder verder toegelicht: 1) Directe lasten: Hiertoe behoren onder meer de verwerkings-, inzamelings- en transportkosten, de kosten voor maatregelen om de hoeveelheid afval te verminderen, kosten van inzamelmiddelen - 11 -
0
zoals zakken en containers en de kosten die zijn verbonden aan maatregelen om hergebruik te bevorderen of anderszins de afvalstroom in te perken. Deze werkzaamheden worden veelal door ROVA uitgevoerd, zoals opgenomen in de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met ROVA. Daarnaast ontvangen we ook inkomsten voor een aantal grondstoffen van Verpact. 2) Indirecte lasten: Hiertoe behoren de kosten voor de organisatie en die je wettelijk mag opnemen in de kostentoerekening. Het gaat hierbij om gemeentelijke personeelskosten die worden gemaakt voor afval, toegerekende kosten van reiniging en het verwijderen van zwerfafval, kwijtscheldingen van de afvalstoffenheffing, oninbare heffingen op afval, de overhead en (een deel van) de Btw. 3) Opbrengsten: Deze worden voornamelijk gevormd door de opbrengsten van grondstoffen zoals OPK, PMD, glas en schroot. 4) Dekking: De afvalstoffenheffing dient als dekking van de totale (netto) lasten, inclusief de toe te rekenen lasten. Ook een onttrekking uit de voorziening kan worden gezien als dekking. De indirecte lasten worden in onderstaande tabellen opgesplitst, waarbij een deel wordt toegerekend aan de (netto) lasten afval en een deel aan de toe te rekenen lasten: - De personeelskosten en kosten voor reiniging en zwerfafval vallen onder netto lasten afval.
- De andere vier genoemde kostenposten worden in het overzicht van baten en lasten apart genoteerd als de toe te rekenen lasten. De laatste twee toe te rekenen lasten (de Btw en overhead) betreffen de extracomptabele lasten. Deze tref je niet in de programmabegroting aan, maar worden wel meegenomen in de berekening van de afvalstoffenheffing, zoals genoemd in de beleidsuitspraken. Hierdoor ontstaat er een resultaat op de exploitatie. Dat resultaat komt ten gunste van de algemene middelen. Op die manier worden deze lasten voor overhead en Btw uiteindelijk gedekt. In onderstaande overzicht staan de overige kosten, welke onderdeel zijn van de programmabegroting van doel 5.5.1. Categorieën
Lasten
Baten
Onttrekking
Saldo
Toevoeging
DVO ROVA 13.979.184 0 13.979.184 Inkomsten Verpact 0 -1.541.069 -1.541.069 Reiniging / Zwerfafval 1.068.724 0 1.068.724 Ambtelijke inzet 1.411.842 0 1.411.842 Overige baten en lasten 220.000 -111.469 108.531 Heffing, kwijtschelding & oninbaar 1.184.832 -18.766.870 -17.582.038 Gemeentelijk Grondstoffenplan (GGP) 250.000 0 -302.500 -52.500 Dividend 0 0 0 Totaal 18.114.582 -20.419.408 -302.500 0 -2.607.326 Let op: In deze tabel is de Btw en overhead niet opgenomen. Dit gaat enkel om de toelichting van de baten en lasten die direct op doel 5.5.1 worden verantwoord. DVO ROVA De gemeente Zwolle heeft met ROVA een dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten voor onder meer de uitvoering van het inzamelen en verwerken van afval & grondstoffen. Daar is ook infrastructuur voor nodig en een organisatie die deze werkzaamheden ondersteund. Daarnaast zijn er ook nog diverse andere lasten in de DVO van Afval & Grondstoffen opgenomen. Op hoofdlijnen ziet dit er als volgt uit:. DVO ROVA
Lasten
Inzameling Verwerking Infrastructuur
4.681.350 3.098.662 3.355.138 - 12 -
Baten Onttrekking
Toevoeging
Saldo 4.681.350 3.098.662 3.355.138
Overige lasten 2.844.034 2.844.034 Totaal 13.979.184 0 0 0 13.979.184 Inkomsten Verpact Vanuit het verpakkend bedrijfsleven worden door Verpact vergoedingen uitgekeerd over onder andere plastic, metaal en drinkpakken (PMD), oud papier en karton (OPK) en glas. Deze inkomsten worden voor het inzicht apart verantwoord van de DVO ROVA. Reining / Zwerfafval Voor de reiniging van de openbare ruimte mag in het kader van huishoudelijk zwerfafval kosten worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Voor de inzet van straatreiniging en overige werkzaamheden voor het opruimen van zwerfafval wordt daarom 30% doorbelast aan de afvalstoffenheffing. Dit is lager dan wat volgens de jurisprudentie zou mogen. Ambtelijke inzet Betreft de ambtelijke inzet van de gemeente Zwolle (bijvoorbeeld door de afdeling Stadsbeheer, inzet vanuit Juridische Zaken en werkzaamheden door Toezicht en Handhaving) en GBLT. Overige baten en lasten Hieronder vallen diverse kleinere baten en lasten, waaronder inkomsten vanuit boetes en eenmalige civiele kosten voor het plaatsen van nieuwe containers. Heffing, kwijtschelding en oninbaar Het gros van de baten op doel 5.5.1 betreft natuurlijk de inkomsten uit de afvalstoffenheffing. Daar tegenover staan kwijtscheldingen en oninbare heffingen als lasten.
Gemeentelijke Grondstoffenplan (GGP) Betreft kosten voor de uitvoering van het GGP 2025-2030 in 2026 zoals door de raad is vastgesteld. In deze Tarievennota stellen voor om deze kosten, inclusief extracomptabel Btw, te dekken vanuit een onttrekking aan de egalisatievoorziening van de afvalstoffenheffing. 2. Toelichting tariefstelling Voor de bepaling van de tarieven voor de afvalstoffenheffing hebben we bepaalde demografische gegevens nodig. Ook moeten we een inschatting maken van het aantal aanbiedingen restafval. De toelichting van de tariefstelling bestaat uit de volgende onderdelen: 1) Demografische gegevens 2) Aantal aanbiedingen 3) Tariefbepaling Demografische gegevens De demografische gegevens die nodig zijn voor de berekening van de afvalstoffenheffing zijn het totaal aantal inwoners, het totaal aantal huishoudens en het totaal aantal eenpersoonshuishoudens (EPH) en meerpersoonshuishoudens (MPH). Hierbij wordt gebruikgemaakt van het openbare dashboard Cijfers over Zwolle (bron: Basisregistratie Personen, BRP) voor het aantal inwoners. Voor het totaal aantal aansluitingen maken we gebruik van de gegevens van ROVA. Voor het aantal EPH en MPH maken we gebruik van de verhouding van de inschatting hiervan die door GBLT wordt doorgeven. Aansluitingen Inwoners Huishoudens EPH
Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht 1-1-2025 31-12-2025 gem. 2025 1-1-2026 31-12-2026 gem. 2026 133.839 135.239 134.539 135.239 137.039 136.139 59.119 59.663 59.391 59.663 60.212 59.937 22.860 23.071 22.966 23.254 23.468 23.361 - 13 -
MPH 36.259 36.592 36.425 36.409 36.744 36.576 Inwoners per huishouden 2,3 2,3 2,3 2,3 2,3 2,3 Inwoners per MPH 3,1 3,1 3,1 3,1 3,1 3,1 Aantal aanbiedingen Het verwachte aantal aanbiedingen voor 2026 is gebaseerd op de meest recente gegevens van de laatste vier kwartalen. Het gaat om de periode Q3 2024 t/m Q2 2025. Dit is gecorrigeerd met de verwachte groei van het aantal inwoners. Zie hieronder wat het verwacht aantal aanbiedingen in 2025 zal zijn. Deze wordt vervolgens omgerekend naar het aantal aanbiedingen per 60 liter zodat er met één bedrag kan worden gerekend. Aanbiedingen Aanbiedingen Aanbiedingen 2026 Q3 2023 t/m 2025, (omgerekend Q2 2024 verwacht naar 60 liter), verwacht 30 liter-containers 12.396 12.543 6.272 60 liter-containers 1.769.406 1.790.448 1.790.448 80 liter-containers 54.000 54.642 72.856 240 liter-containers* 10.460 10.585 63.507 Totaal 1.933.083 * Er gaan 6 zakken van 60 liter in een 240 liter-container, doordat deze boven de rand wordt gevuld. De berekening is hier dus 9.761 x 6 = 39.046 aanbiedingen van 60 liter. Tariefbepaling afvalstoffenheffing De tariefbepaling gaat volgens de volgende stappen: 1) Berekenen totale opbrengsten afvalstoffenheffing 2) Bepaling tarief op restafval 3) Berekenen totale opbrengsten tarief op restafval 4) Berekenen totale opbrengsten uit tarief per huishouden 5) Bepaling tarief per EPH en MPH 1.
Berekenen totale opbrengsten afvalstoffenheffing De dekking van de totale geraamde (netto) lasten bestaat uit de afvalstoffenheffing en een onttrekking uit de egalisatievoorziening. Om te berekenen wat de totaal benodigde opbrengsten uit de afvalstoffenheffing zijn, zal eerst het bedrag dat onttrokken wordt aan de voorziening van de geraamde (netto) lasten moeten worden afgehaald. De totaal benodigde opbrengsten uit de afvalstoffenheffing wordt dan als volgt berekend.
Totale lasten Af: Onttrekking voorziening Opbrengsten afvalstoffenheffing
Bedrag (in €) 19.069.370 -302.500 18.766.870
2. Bepaling tarief op restafval Sinds 1 januari 2023 is het tarief op restafval ingevoerd. In 2025 was het tarief vastgesteld op € 1,80. Ook in 2026 wordt het basistarief vastgesteld op € 1,80. De hoogte van het tarief dat werkelijk wordt betaald is afhankelijk van het gebruikte inzamelmiddel. Zie hieronder het tarief per inzamelmiddel. Inzamelmiddel Ondergrondse container 30 liter Ondergrondse container 60 liter
Tarief € 0,90 € 1,80 - 14 -
Ondergrondse container 80 liter € 2,40 Mini-container 240 liter € 10,80 * Het bedrag van € 10,80 is berekend door het standaardtarief van € 1,80 met 6 te vermenigvuldigen, aangezien er in praktijk 6 zakken in een mini-container van 240 liter gaan. Dit komt doordat het afval ook los in de container gedeponeerd kan worden en een container hierdoor beter afgevuld kan worden als een inworptrommel van een ondergrondse container. 3. Berekening totale opbrengsten tarief op restafval Het tarief op restafval wordt vervolgens vermenigvuldigd met het aantal verwachte aanbiedingen. Daarmee wordt de verwachte opbrengst vanuit het variabele tarief berekend. Zie hiervoor onderstaand overzicht.
Aantal aanbiedingen Variabel tarief Totale opbrengst uit tarief op restafval
Bedrag (in €) 1.933.083 1,80 3.479.549
4. Berekenen totale opbrengsten uit tarief per huishouden Om te berekenen wat de totale opbrengst uit het tarief per huishouden naar verwachting zal zijn, moeten de verwachte inkomsten uit het tarief op restafval van de totaal benodigde opbrengsten uit de afvalstoffenheffing worden gehaald. Zie onderstaande overzicht hiervoor.
Totale (netto) lasten Af: Onttrekking voorziening Af: Totale opbrengst uit tarief op restafval Totaal opbrengst uit tarief per huishouden
Bedrag (in €) 19.069.370 -302.500 -3.479.549 15.287.321
Het basistarief per huishouden komt hiermee neer op € 255,06. Zie hiervoor ook onderstaand overzicht.
Opbrengsten vaste deel Totaal huishouden Vaste basistarief
Bedrag (in €) 15.287.321 59.937 255,06
5. Bepaling tarief per EPH en MPH Voor het tarief per huishouden wordt tariefdifferentiatie naar gezinsgrootte toegepast. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen eenpersoonshuishoudens (EPH) en meerpersoonshuishoudens (MPH). Daarbij wordt het tarief per EPH vastgesteld op 80% van het tarief per MPH.
MPH EPH % EPH t.o.v. MPH
Vaste tarief € 217,78 € 272,22 80%
Ter volledigheid hieronder de berekening van de totale opbrengst vanuit het tarief per huishouden.
EPH MPH
Vaste tarief € 217,78 € 272,22 - 15 -
Huishoudens 23.279 37.535
Opbrengst € 5.069.591 € 10.217.730
Totaal huishoudens
60.813
- 16 -
€ 15.287.321
3. Toelichting egalisatievoorziening Wanneer de werkelijke kosten hoger of lager uitvallen of de opbrengsten hoger of lager uitvallen wordt dit verrekend met deze egalisatievoorziening. Ook kan de egalisatievoorziening worden gebruikt om de stijging in de afvalstoffenheffing te dempen wanneer de lasten (te) sterk fluctueren. In deze toelichting zullen we de volgende zaken bespreken: 1. Stand egalisatievoorziening Afval 2. Mutaties egalisatievoorziening Afval in 2025 3. Mutaties egalisatievoorziening Afval in 2026 4. Mutaties met de algemene middelen Stand egalisatievoorziening Afval In onderstaand overzicht staat de ontwikkeling van de egalisatievoorziening Afval. De mutaties voor het jaar 2022, 2023 en 2024 zijn verantwoord in de Jaarstukken van desbetreffende jaar. De mutaties voor 2025 en 2026 zijn begrootte mutaties. 2022 2023 2024 Stand 1 januari 2.958.301 2.712.168 1.985.237 Onttrekkingen -996.133 -1.055.918 -285.004 Toevoegingen 750.000 328.987 663.998 Stand 31 december 2.712.168 1.985.237 2.364.231 * De mutaties van 2025 en 2026 zijn gebaseerd op geraamde bedragen
2025* 2.364.231 -324.867 653.706 2.693.070
2026* 2.693.070 -302.500 0 2.390.570
De stand van de voorziening per 31 december 2025 is naar verwachting € 2.693.070. Dit kan in de praktijk afwijken door voor- of nadelen die nog niet voorzien zijn. In deze Tarievennota stellen we voor om € 302.500 aan kosten voor de uitvoering van het GGP in 2026 te dekken door een onttrekking aan de voorziening. Daarmee wordt de stand van de voorziening per 31 december 2026 berekend op € 2.390.570. Mutaties egalisatievoorziening Afval in 2025 De mutaties van 2025 betreffen de mutaties uit de Berap 2025-1, Berap 2025-2 en losse raadsnota’s. Voor het gemak hebben wij deze informatie hieronder bij elkaar gezet. Aanleiding Beslisnota Tarievennota 2025 Berap 2025-1* Berap 2025-2**
Onderwerp Begroot Uitvoering GGP in 2025 -252.500 Egalisatie afvalstoffenheffing -72.367 Diverse voor- en nadelen 218.683 Diverse voor- en nadelen 374.716 Saldo 2025 307.285 * Zie voor een toelichting op de mutaties de melding in Berap 2025-1 ** Zie voor een toelichting op de mutaties de melding in Berap 2025-2 Toelichting mutaties voorziening in 2025: Losse mutaties: - Uitvoering GGP in 2025: In de beslisnota GGP 2025-2030 is besloten dat voor de uitvoering van het nieuwe GGP in 2025 een bedrag van € 252.200 nodig is. Daarin is besloten dat de dekking uit de voorziening komt. - Egalisatie afvalstoffenheffing. Daarnaast is in de Tarievennota 2025 voorgesteld om € 72.367 te dekken uit de voorziening. Daarmee stijgt het variabel tarief niet meer dan € 0,15 en het vaste tarief niet meer dan de indexatie van het gemeentelijke tarief van 5,45%. - Berap 2025-1. Betreft diverse mutaties, die gemeld zijn in Berap 2025-1, met een voordelig saldo van € 218.683. - 17 -
-
Berap 2025-2. Betreft diverse mutaties, die gemeld zijn in Berap 2025-2, met een voordelig saldo van € 374.716.
Mutaties egalisatievoorziening Afval in 2026 De mutaties van 2026 betreffen mutaties uit een losse beslisnota en desbetreffende Tarievennota. Aanleiding Beslisnota
Onderwerp Uitvoering GGP in 2026 Saldo mutaties 2026
Begroot -302.500 -302.500
Toelichting mutaties voorziening in 2026: - Uitvoering GGP in 2026. In de beslisnota GGP 2025-2030 is besloten dat voor de uitvoering van het nieuwe GGP in 2025 een bedrag van € 250.000 nodig is. In deze Tarievennota stellen we voor dit te dekken via een onttrekking aan de voorziening. Mutaties met algemene middelen In het verleden is er vanuit de algemene middelen in de voorziening gedoteerd. Een deel is inmiddels teruggedraaid. Op dit moment zit er nog € 1.750.000 aan middelen in de voorziening die afkomstig zijn uit de algemene middelen.
Dotatie 1-1-2020 1-1-2021 1-1-2022 31-12-2022 31-12-2023
Onttrekking Saldo
-1.000.000 -750.000 -3.250.000 2.500.000 750.000
Opmerking
-1.000.000 -750.000 -3.250.000 2.500.000 Met raadsbesluit invoer tarief op restafval teruggedraaid 750.000,00 Met Berap 2023-2 teruggedraaid -1.750.000
Ontvangen Dividend Daar tegenover staat dat het dividend van ROVA behalve in 2022 ten gunste is gekomen van de algemene middelen. Dit dividend wordt voor een deel aan de voorkant bij de voorschotnota al opgenomen.
Dividend
Jaar 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Totaal
Ten bate van
€ 594.442,90 Algemene middelen € 523.367,07 Algemene middelen € 521.559,78 Algemene middelen € 461.507,27 Afvalstoffenheffing € 426.065,55 Algemene middelen € 501.928,62 Algemene middelen € 3.028.871,19
Sinds 2019 is het totaal aan dividend ruim € 3,0 mln. Daarvan is dit enkel in 2022 ten gunste gekomen van de afvalstoffenheffing. Het restant van € 2,5 mln. is ten gunste gekomen van de algemene middelen. Dit dividend is afhankelijk van de omzetontwikkeling van ROVA, welke grotendeels bepaald wordt door de indexering van de tarieven uit de DVO’s met ROVA op basis van de inflatieontwikkeling. 4. Toelichting ontwikkelingen 2025 vs. 2026 De totale (netto) lasten zijn in 2026 naar verwachting € 86.000 hoger dan ze in 2025 waren berekend. Dat verschil komt als volgt tot stand. - 18 -
Onderwerp Bedrag Indexatie 665.000 Verwerking restafval -442.000 Nieuwe Inzameling* -257.000 Ambtelijke inzet** -175.000 Inkomsten Verpact* -134.000 Verlaging grens GHA/GTA -100.000 Afvalprojecten 160.000 Gemeentelijk Grondstoffenplan (GPP)*** 150.000 Afkeur GFT** 120.000 Btw 110.000 Overig -11.000 Totaal 86.000 * Zie Berap 2025-1 en mutaties 2025 voorziening hier boven ** Zie Berap 2025-2 en mutaties 2025 voorziening hier boven *** Zie raadsbesluit over uitvoering GGP Toelichting: - Indexatie: De opbouw van de basisbegroting begint met de indexatie van de budgetten van het voorgaande jaar. Deze indexatie is bedoeld om de kosteninflatie op te vangen. In totaal bedroeg de inflatie € 665.000. Het gros van de kosten komt voort uit de DVO met ROVA. Deze kosten worden geïndexeerd volgens de index die ROVA vaststelt op basis van laatst bekende inflatiecijfers. Voor 2026 bedroeg deze 4,35%. Dit is berekend op basis van de inflatiecijfers in 2024. De index voor de ambtelijke inzet van de gemeente bedrag 3,25%. De totale indexatie van de (netto) lasten bedroeg € 665.000. - Verwerking restafval en GHA. Halverwege 2026 gaat het nieuwe contract voor de verwerking van restafval (incl. luiers en afkeur) en GHA in. Daarmee is er door ROVA een voordeel gerealiseerd. De nieuwe verwerker staat daarnaast in Nederland.
Voorheen stond die in Duitsland, waardoor we te maken hadden met de CO₂-heffing aldaar. In Nederland ligt dit een stuk lager. Al met al levert dat een voordeel op van € 442.000 in 2026. In 2027 wordt er nog eens een voordeel verwacht, aangezien de gemeente Zwolle dan een geheel jaar een lager verwerkingstarief en lagere CO₂belasting betaalt. - Nieuwe Inzameling. In de Tarievennota 2025 was aangegeven dat de kosten voor nieuwe inzameling van GFT, PMD en luiers zouden gaan stijgen met € 365.000. Deze kosten zijn op aandringen van de gemeente Zwolle nogmaals door ROVA berekend. Er bleek per abuis een fout te zijn gemaakt, waardoor de kosten in werkelijkheid veel lager uit zouden vallen. Het voordeel over 2023 en 2024 zijn met de Jaarrekening 2024 verantwoord. Daarnaast is er in Berap 2025-1 ook melding van gemaakt. Aangezien dit voordeel een structurele doorwerking heeft, zien we deze bij de opmaak van de afvalstoffenheffing voor 2026 ook weer terug. Voor 2026 is het voordeel zo’n € 257.000. - Ambtelijke inzet: In 2025 zijn een aantal afdelingen van de gemeente Zwolle samengegaan tot de afdeling Stadsbeheer. Daarna zijn de doorbelastingen vanuit de afdeling op de baten en lasten opnieuw bekeken. Daarnaast heeft GBLT ook opnieuw naar de doorbelastingen gekeken. Beide zaken leveren een voordeel op van in totaal € 175.000. - Inkomsten Verpact.
De inkomsten vanuit Verpact (voorheen Nedvang) voor de verpakkingen (OPK, PMD en glas) liggen in 2026 hoger dan in 2025. Dit komt voornamelijk door een stijging van de tarieven. Dit leidt tot een voordeel van € 134.000 en dus lagere (netto) lasten. - Verlaging grens GHA/GTA. In de Tarievennota 2025 is besloten dat grens voor het brengen van grof huisafval (GHA) en grof tuinafval (GTA) stapsgewijs naar beneden gaat van 500 kg per huishouden - 19 -
-
-
-
-
-
per jaar naar 200 kg per huishouden per jaar, met een tussenstap van 350 kg in 2025. In 2026 zal de grens dus 200 kg per huishouden per jaar worden. Net als bij de eerste stap wordt ook een besparing op de verwerkingslasten van GHA en GTA verwacht. Naar verwachting zal dit resulteren in een voordeel van € 100.000. Gemeentelijk Grondstoffenplan (GGP). In 2024 is de uitvoering van het GGP voor 2025 en 2026 vastgesteld. In 2025 bedroeg dat € 352.000, waarvan € 100.000 werd opgenomen in de afvalstoffenheffing. Het restant werd gedekt door de voorziening Afval. In 2026 bedraagt de uitvoer van het GGP in totaal € 250.000. Dit zorgt voor € 150.000 aan extra lasten. Overigens stellen we in deze Tarievennota voor om het gehele bedrag te dekken uit een onttrekking aan de voorziening. Deze kostenstijging is daarom niet terug te zien in de afvalstoffenheffing. Afvalprojecten. Voor 2026 liggen de civiele kosten voor het plaatsen van nieuwe verzamelcontainers of afvalbakken vermoedelijk een € 20.000 hoger. Daarnaast is er met de ROVA afgesproken dat de civiele kosten voor het vervangen van de PMD-containers over 5 jaar wordt uitgesmeerd, resulterend in € 40.000 per jaar aan extra kosten. Daarnaast zullen we extra inzet plegen om vervuiling verder tegen te gaan op de plekken in de stad waar dat nodig is.
Al met al liggen de kosten voor de afvalprojecten daarmee € 160.000 hoger dan vorig jaar. Extracomptabele Btw. Gemeenten mogen de Btw die zijn afdragen aan het Btw-compensatiefonds (BCF) extracomptabel toerekenen aan de afvalstoffenheffing. Dat geldt ook voor de Btw over de overhead. Deze waren in het verleden nooit meegenomen. Dit zorgt voor een kostenstijging. Daarnaast stijgen de kosten waarover wordt afgedragen aan het BCF ten opzichte van 2025. Al met al leidt dit tot € 110.000 aan extra (indirecte) lasten. Afkeur GFT. In Berap 2024-1 was melding gemaakt van een stijging in de afkeur van GFT. Daarop zijn er extra GFT-huisjes geplaatst. Dat heeft echter niet geleid tot minder tonnages GFT-afkeur. Sinds Q4 2024 is de controle door de acceptanten van GFT aangescherpt. Dit is ook zichtbaar in de tonnages over Q1 2025. Daarom verwachten we een verschuiving naar GFT afkeur. De tonnages GFT zullen daarop afnemen. Aangezien het tarief op GFT afkeur (die hetzelfde is als die van restafval) hoger ligt dan die van GFT, zal dit voor extra kosten zorgen. Daarnaast was er echter verwacht dat de GFT afkeur in 2025 lager zou liggen door de invoering van de GFT-huisjes, zoals ook gemeld in Berap 2025-2. Al met al leidt dit tot een nadeel van € 120.000. Overig. Per saldo zorgen diverse kleinere voor- en nadelen voor een € 29.000 aan extra kosten.
- 20 -
Dat ziet er grafisch als volgt uit:
Omdat er zowel in 2025 als in 2026 een onttrekking uit de voorziening was begroot, is de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing anders. In de Tarievennota 2025 werd er voorgesteld om € 72.000 te onttrekken aan de voorziening. In de Tarievennota 2026 wordt voorgesteld om € 302.500 te onttrekken. Daardoor zal de totale verwachte opbrengst uit de afvalstoffenheffing dalen met € 230.000 ten opzichte van 2025. Dat ziet er grafisch als volgt uit:
- 21 -
5. Toelichting kansen en risico’s 2026 en verder Afval & Grondstoffenmarkt De marktprijzen van de grondstoffen glas, papier en textiel blijven grillig. In de Eindafrekening met ROVA worden de daadwerkelijke poorttarieven met de gemeente afgerekend. Deze grilligheid zien we dus gelijk terug in de realisatie. Textiel Met name bij textiel moeten we rekening houden met lagere opbrengsten. De hoogte is echter nog niet bekend. Daarom is bij de opmaak van de begroting uitgegaan van het bedrag uit de Voorschotnota 2025. Oud papier en karton (OPK) Voor papier zijn we daarnaast uitgegaan van het tienjarig gemiddelde. Dat ligt in de buurt van de inkomsten over 2024, maar een stuk lager dan de twee jaar daarvoor. Ten opzichte van de Eindafrekening 2024 gaat het om € 9.000; ten opzichte van de Voorschotnota 2025 om € 200.000. Hier loopt de gemeente dus eventueel een risico, die we nu inschatten op het gemiddelde van deze twee bedragen, zijnde € 105.000. Tegelijkertijd kan dit ook een voordeel opleveren. Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor plastic, metaal en drankkartons (PMD) In 2019 hebben de VNG en Verpact (voorheen Stichting Afvalfonds Verpakkingen) afspraken gemaakt over de invulling van de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor o.a. plastic, metaal en drankkartons (PMD).
Verpact vertegenwoordigt hierbij alle bedrijven die producten met een verpakking op de markt brengen, oftewel het verpakkend bedrijfsleven. De afspraken zijn neergelegd in de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020-2029. In de praktijk blijkt een aantal afspraken uit de - 22 -
Ketenovereenkomst onoverkomelijk te zijn in de uitvoering van deze overeenkomst. Daarom is de Ketenovereenkomst in zijn huidige vorm opgezegd per 31 december 2024. In juni 2025 is, na een lange onderhandeling, een nieuwe overeenkomst over de inzameling en verwerking van verpakkingen gesloten tussen Verpact, VNG en de NVRD. Daarmee ligt de weg open voor invoering op 1 januari 2026. De komende maanden wordt met mandaat van de achterban gewerkt aan de technische uitwerking van de juridische overeenkomst én de praktische invulling van de afspraken. Gemeenten zullen zich aan de overeenkomst verbinden door individueel een deelnemersovereenkomst met Verpact af te sluiten. Gemeenten weten nu nog niet wat hun vergoeding voor 2026 gaat worden aangezien deze praktische invulling nog niet is uitgewerkt. De nieuwe vergoeding zal afhankelijk zijn van de staffel waarin gemeenten op basis van de werkelijke kwaliteit van PMD worden ingedeeld. Als voorschottarief 2026 ontvangen gemeenten straks € 195 per ton ingezameld PMD. In de loop van het jaar worden dan samenstellingsanalyses uitgevoerd die gaan bepalen in welke staffel een gemeente terecht komt. De definitieve vergoeding wordt dan achteraf gecalculeerd. Daarnaast gaan gemeenten mee betalen aan de uitvoering van de samenstellingsanalyses en aan de uitvoeringskosten van de Ketenovereenkomst. De hoogte van deze kosten zijn nog niet bekend.
Op grond van deze onzekerheden adviseert ROVA dat de gemeenten in hun begroting uit kunnen gaan van € 195 per ton voor 2026. Dit is fors lager dan de huidige vergoeding van € 271 per ton. In totaal zou dat gaan om € 375.000 aan minder inkomsten. ROVA stelt dat dit gecompenseerd kan worden doordat in de nieuwe situatie minder PMD afgekeurd gaat worden. Op dit moment kost de PMD afkeur nu € 18.000. Dit zal voor de gemeente Zwolle geen groot verschil maken. We hebben er overigens niet voor gekozen om dit voorstel van ROVA al mee te nemen in de afvalstoffenheffing aangezien het ook hier om een inschatting gaat. Wel kan een aanpassing van deze vergoeding een structureel effect hebben op de begroting. Restafval, CO2-heffing De afvalsector staat aan de vooravond van een ingrijpende verandering. In het belastingplan 2025 wordt aangegeven dat, oplopend vanaf 2026, in 2030 voor de verwerking van restafval een heffing moet worden betaald. Dit betekent dat de uitstoot van koolstofdioxide in de afvalsector een prijs krijgt en de Afvalenergiecentrales (AEC’s) moeten betalen voor de hoeveelheid CO₂ die ze uitstoten. Het bedrag aan CO₂-heffing per ton verbrand afval loopt, met de thans beschikbare kennis, de komende jaren op van € 5,34 per ton in 2026 naar € 12,27 in 2027 en € 21,24 in 2028 voor de ROVA-gemeenten.
Vanaf 2028 moet bovendien rekening gehouden worden met de inwerkingtreding van het ETS-systeem (European Trade System) waardoor de heffing nog verder kan oplopen. Deze bedragen worden berekend aan de hand van de hoeveelheid aangeboden afvalstoffen met fossiele achtergrond (over het aandeel biogene stromen wordt geen CO₂-heffing betaald). Overigens bestaat de kans dat de huidige regering de CO₂-heffing gaat pauzeren. Daarover is voor het reces gesproken in de Kamer. Meer informatie hierover zou met Prinsjesdag kunnen volgen. Wanneer de CO₂-heffing niet wordt ingevoerd, zou dit een voordeel opleveren van € 35.000 opleveren. Dit gaat enkel over het 2e half jaar van 2026. In het 1e halfjaar van 2026 wordt de CO₂-heffing uit Duitsland nog betaald, omdat de verbrander voor de regio IJssel-Vecht in Duitsland staat. In 2026 en verder loopt het voordeel verder op. Restafval, CO2-heffing Als de CO2-heffing doorgaat komt deze bovenop de al langer bestaande Afvalstoffenbelasting (Verbrandingsbelasting) van € 39,70 per ton afval in 2025. Het tarief voor 2026 is nog niet vastgesteld. Voor nu is uitgegaan van de hoogte van de belasting in 2025. Hier tegenover staat dat het effect van het lagere tarief uit verwerkingscontract voor restafval slechts voor een deel ervaren wordt in 2026. Het contract gaat namelijk halverwege 2026 in. - 23 -
Kwaliteit Grondstoffen De kwaliteit van grondstoffen wordt steeds belangrijker. Hoe hoogwaardiger de kwaliteit van een grondstof, hoe beter deze opnieuw in omloop te brengen is. Om de kwaliteit van grondstoffen te verhogen nemen de kosten toe. Dit gaat om controle/voorbewerkingskosten van ROVA, maar ook om kosten van Monitoring, Interventies, Afvalcoaching en Toezicht en Handhaving ten aanzien van vervuiling van grondstoffen. Lachgascilinders De problematiek rondom lachgascilinders is t.o.v. afgelopen jaar niet veranderd. Lachgascilinders worden regelmatig aangeboden op de gemeentelijke milieustraten en moeten dan op kosten van de gemeente verwerkt worden. Vaak ook worden lachgascilinders in de restafval gedumpt waarna ze bij verbranders terecht komen. Hier ontstaan regelmatig ontploffingen die voor schade en stilstand zorgen. Conclusie Bovenstaande risico’s komen bij elkaar tot een bedrag van € 445.000. Zie hieronder. Overigens zijn niet alle posten met een bedrag ingevuld (PM). Onderwerp Textiel OPK UPV PMD Restafval, afvalstoffenbelasting Restafval, CO₂-heffing Kwaliteit Grondstoffen Lachgascilinders Totaal
Bedrag PM € 105.000 € 375.000 PM - € 35.000 PM PM € 445.000
Als deze kansen en risico’s inderdaad zo uitpakken, dan betekent dit een nadeel van € 445.000. Aangezien dit niet is opgenomen in de berekening van de afvalstoffenheffing, zal dit gedekt moeten worden door de voorziening, indien dat volstaat. Samen met het bedrag van € 302.500 dat al onttrokken zal worden, komt dat op een onttrekking van € 747.500 uit. Er is dan nog steeds zo’n € 1.945.570 beschikbaar. Zie dit hieronder in de tabel weergegeven.
Stand 1 januari Onttrekkingen Toevoegingen Stand 31 december
2022 2.958.301 -996.133 750.000 2.712.168
2023 2.712.168 -1.055.918 328.987 1.985.237
- 24 -
2024 1.985.237 -285.004 663.998 2.364.231
2025* 2.364.231 -324.867 653.706 2.693.070
2026* 2.693.070 -747.500 0 1.945.570
3.3 Rioolheffing Voorstel: Tarief eigenarendeel: Uitgaande van 66.569 aansluitingen is voor 2026 het tarief eigenarendeel € 131,79. Hier is voor 2026 de inflatiecorrectie van 3,18% toegepast ten opzichte van het tarief voor 2025. De gemeente Zwolle wil alleen rioolheffing opleggen bij een perceel als er naast hemelwater ook afvalwater direct of indirect op het riool wordt geloosd. Om dit tot uitdrukking te brengen is gekozen voor een variant van een aansluitrecht in combinatie met een afvoerrecht. Op deze wijze worden bijvoorbeeld de garageboxen en opslag/distributieruimten waar geen afvalwater op het riool wordt geloosd, maar wel hemelwater, buiten de heffing gelaten. Voor de eerste 500 m3 afgevoerde afvalwater wordt een vast tarief van de eigenaren geheven (dit is vergelijkbaar met een aansluitrecht). Bij afvoer van afvalwater vanaf 500 m3 worden ook de gebruikers in de heffing betrokken op basis van de hoeveelheid afgevoerde afvalwater (een afvoerrecht). Er vindt een onttrekking plaats ten laste van de egalisatievoorziening rioleringen. Op 29 november 2021 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2026 door de Raad vastgesteld. Daarin staan de uitgangspunten voor die jaren vermeld. Tarief gebruikersdeel: De tarieven voor het gebruikersdeel worden eveneens verhoogd met 3,18% In het eigenarendeel is het lozen op de riolering tot 500 m3 meegenomen.
Per 100m3 afgevoerd water worden de tarieven: van 500m3 t/m. 1.000m3 van 1.001m3 t/m. 10.000m3 van 10.001m3 t/m. 50.000m3 van 50.001m3 t/m. 100.000m3 boven 100.000m3
€ 57,35 € 44,12 € 32,88 € 24,90 € 17,38
Reden van heffing: Doorberekenen van de kosten van aanleg, onderhoud en exploitatie van de gemeentelijke voorzieningen ten behoeve van de inzameling en transport van afval- en hemelwater en de negatieve gevolgen van grondwateroverlast te beperken aan belanghebbenden. Beleidsuitspraken: 1. 100% kostentoerekening; 2. Uitvoering van het GRP 2022-2026 (raadsbesluit 29 november 2021); 3. In het kader van het GRP is gekeken naar het meerjarig verloop van de voorziening. In de Perspectiefnota (PPN) 2014 is de ondergrens van de voorziening riolering bijgesteld naar € 1 miljoen. 4. De post BTW-CF betreft de toerekening van de BTW op basis van de begrote uitgaven. Voor 2026 bedraagt het bedrag voor de BTW-CF € 1.175.415; 5. De post toerekening overhead is berekend op basis van de inzet van medewerkers aan Riolering: 11,69 fte tegen een tarief voor overhead van € 69.960 = € 817.578; 1 fte staat voor 1.320 uren; 6. Het rentepercentage over de investeringen is voor 2026 0,4%; 7. Met ingang van 2011 wordt 15% van de kosten van straatreiniging ten laste van Riolering gebracht. De totale begrote kosten voor straatreiniging bedragen € 2,77 miljoen in 2026. Toenemend straatvuil is een bedreiging voor de riolering. We verwachten dat met het schoonhouden van wegen een - 25 -
positieve bijdrage wordt geleverd aan de inloop van vuil in de openbare riolering, waardoor we calamiteiten of extra kosten voor de riolering beperken. Het percentage dat doorberekend wordt, zijnde 15% van het totaal, is een inschatting van het aandeel van het totaal voor dit onderdeel; 8. In 2026 worden de oninbare rioolheffingen en kwijtschelding op totaal € 6.622 geraamd; 9. In het collegeakkoord van mei 2018 is bepaald dat de woonlasten voor de burgers qua heffingen niet meer mogen stijgen dan de inflatiecorrectie; 10. De uitgaven voor vervanging rioolbuizen (vrijverval en/of relining) worden vanaf 2018 niet meer geactiveerd. Op basis van de voorschriften van het BBV van eind 2017 met betrekking tot vaste activa, dienen deze kosten bij het groot onderhoud te worden verantwoord; 11. Zie voor ontwikkelingen in de investeringen, voornamelijk in het kader van klimaatadaptatie, de alinea Investeringen. Overzicht baten en lasten:
Rioolrechten tarieven 2026 Aantal aansluitingen 2026 Tarief Inkomsten bedrijven (gebruikersdeel)
66.569 132 503.171
Lasten Kapitaallasten Rioleringsnota Capaciteitskosten Riolering algemene kosten Riolering onderhoud Riolering reiniging Kosten incasso (GBLT) Toezicht Riolering Doorbelasting kosten straatreiniging Doorbelasting onderhoud stedelijk water Kosten kwijtschelding en oninbare rioolheffingen Subtotaal lasten Bij: BTW-CF Bij: toerekening overhead 11,69 fte x € 66.000 Totaal lasten
1.455.146 696.322 1.003.273 13.166 3.209.587 596.438 191.385 620 415.299 22.016 6.622 7.609.874 1.175.415 817.578 9.602.867
Baten Rioolrechten, incasso GBLT Inkomsten gebruikersdeel Totaal inkomsten
-8.773.129 -503.171 -9.276.300
Onttrekking aan voorziening riolering
-326.567
Mee- en tegenvallers op rioleringsgebied worden verrekend met de ingestelde egalisatievoorziening tarieven rioleringen. Vrijvallende middelen in deze voorziening vallen terug naar de burger in de vorm van lagere c.q. minder snel stijgende rioolheffingen, tarieven worden afgevlakt. Hiermee is in het heffingsjaar 1996 een begin gemaakt. - 26 -
In het bijlagenboek van de programabegroting 2026 worden de totalen per doel gepresenteerd; riolering maakt onderdeel uit van het doel 5.4.1. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen de tarievennota 2026 en de programmabegroting 2026 worden veroorzaakt. Rioolheffing
Lasten
Baten
Begroting 2026 doel 5.4.1 Beheer openbare ruimte
41.065.689
12.123.476
Niet meegenomen kosten: beheer fysieke voorzieningen wegen, groen, stedelijk water en havens
-33.456.435
-2.520.609
Toegerekende kosten: Toezicht openbare ruimte vanuit doel 5.2.1 Toegerekende indirecte kosten (overhead) Toeslag BCF (BTW Compensatiefonds) dat niet in begroting opgenomen wordt