Tarievennota 2024
Tekst van het document
diensten, alsmede het verstrekken van documenten door de afdeling Inwonerszaken worden voor 97,8% door legesopbrengsten gedekt. II. Leges Omgevingsvergunning Voorstel: De tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 6,1%, met uitzondering van de tarieven waarbij het tarief een percentage is van de bouwsom. De tarieven af te ronden op hele euro’s. Reden van de heffing: Doorberekening van kosten, verbonden aan het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Beleidsafspraken: Het nastreven van 100% kostendekking. Overzicht lasten/baten: Doorberekenbare kosten bouwleges 2024: Uren vergunningverlening en toezicht Uren KCC Interne advisering bouw Regionale Brandweer ´t Oversticht Advieskosten derden Overige Algemene Kosten Derden Toegerekende indirecte kosten ICT toeslag BCF Verwachte baten 2024
€ 1.743.803,-€ 59.308,-€ 454.382,-€ 134.873,-€ 253.188,-€ 21.640,-€ 1.651.979,-€ 95.216,-€ 77.900,-€ 4.492.289,-€ 4.347.500,--
In de begroting 2024 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt: Doel 6.1.3 Flexibel & helder wettelijk kader en adequaat instrumentarium Begroting 2024 doel 6.1.3
Lasten
Baten
4.125.078
4.368.676
Niet meegenomen kosten Klachten, vooroverleg en 2e controles, vergunning vrij, meldingen Planschade commissie Bestemmingsplannen/omgevingsplan, Geo, BAG, PAS Reserve mutaties
-312.136 -29.985 -903.063 -180.000
-29.676
Toegerekende kosten Gebruiksbesluit valt onder doel 722, is hier meegenomen Toegerekende indirecte kosten Interne advisering opgenomen onder doel 6.1.2 Toeslag BCF (BTW Compensatiefonds) dat niet in begroting opgenomen wordt - 29 -
6.065 1.651.979 56.451 77.900
8.500
Baten en lasten meegenomen tarievennota 2024 Er is sprake van afrondingsverschillen.
4.492.289
4.347.500
Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2024 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 4. Legesverordening, Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.10 Bijzondere wetten 1.29 Leegstandswet Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet m.u.v. paragraaf 2.5, onderdelen 2.12 en 2.12A, paragraaf 2.9, onderdelen 2.36 en 2.38.1.3, paragraaf 2.12, onderdeel 2.48.1 (tarieven milieu) en paragraaf 2.12, onderdeel 2.46A (Gedoogbeschikking) De opbrengsten zijn berekend op basis van ervaringscijfers van de afgelopen jaren en verwachte bouwvolume 2024. Complicerende factor hierbij is de invoering van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per 1 januari 2024. Daarnaast zien we dat de woningbouw stagneert en Enexis geen grote verbruikers meer kan aansluiten. Ook de stikstofproblematiek kan gevolgen hebben voor de opbrengsten. Toelichting: Door de stijgende prijzen in de bouw stellen wij voor de leges niet te verhogen met het inflatiepercentage daar waar de hoogte van de leges gerelateerd is aan de hoogte van de bouwsom. Door de hogere bouwsommen stijgen de leges die in rekening worden gebracht mee. Opgemerkt dient te worden dat uitsluitend kosten die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verrichte dienstverlening in de tarieven kunnen worden doorberekend.
Ook de kosten van eerste controle worden tot de directe kosten gerekend. Daartoe worden ook gerekend kosten die samenhangen met het opstellen van beschikkingen en in het kader daarvan te maken kosten van extern advies en publicatie. Op grond van dit in de wet en jurisprudentie vastgelegde uitgangspunt kunnen beleidsvoorbereiding, aanvullende controles in het veld die verder gaan dan een eerste controle ter plekke, evenals bezwaar- en beroepsprocedures niet in de tarieven worden verdisconteerd. Deze kosten komen ten laste van de algemene middelen. Zowel de invoering van de Omgevingswet als de Wkb per 1 januari 2024 kunnen er voor zorgen dat aanvragen worden uitgesteld tot na 1 januari 2024, maar ook juist vervroegd, dus eind 2023 worden ingediend. Hoe groot dit eventuele effect zal zijn is erg lastig aan te geven. De gevolgen van de invoering van de Omgevingswet en Wkb die betrekking hebben op de kostendekkende leges zijn verwerkt in de begroting 2024. Belangrijkste gevolgen invoering Omgevingswet en Wkb Met het vervallen van de Wabo en de invoering van de Omgevingswet en Wkb veranderen ook de aard en omvang van de diensten die aan de gemeente worden gevraagd. Uitgangspunt bij de omzetting van onze tarieven is dat de invoering van beide wetten (nagenoeg) niet leidt tot verhoging van de legestarieven.
De grootste financiële impact van het nieuwe wettelijk stelsel voor bouwers is de verschuiving van de overheid naar de private borgers van het beoordelen van en het houden van toezicht op het technische deel van een bouwinitiatief. Deze verschuiving geldt alleen voor zogenaamde risicoklasse 1 bouwinitiatieven. Als gemeente kunnen wij voor dat onderdeel geen leges meer in rekening brengen. Als gevolg van deze verandering voorzien wij een afname van de benodigde capaciteit (inclusief overhead) binnen de ambtelijke organisatie. Deze afname is vertaald in vermindering van de leges met ongeveer € 500.000. Hierdoor blijft de kostendekkendheid nagenoeg gelijk aan 2023. Verder leidt het nieuwe stelsel ertoe, dat bouwers vaak meerdere toestemmingen van de gemeente nodig hebben. Waar nu vaak 1 “bouwvergunning” nodig is om te bouwen, ontstaan in het nieuwe stelsel een ruimtelijke en bouwkundige toestemming. Bij het omzetten van de oude legesverordening naar de nieuwe - 30 -
hebben wij zoals aangegeven als uitgangspunt gehanteerd dat met deze meerdere toestemmingen de kosten voor de bouwer niet hoger worden dan nu het geval is. Met de invoering van de Omgevingswet wordt van de overheid een bredere, integrale afweging van ruimtelijke initiatieven gevraagd. Waar onder de huidige wetgeving een goede ruimtelijke ordening centraal staat, is dat onder de Omgevingswet ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Dit betekent dat er een aantal ‘nieuwe’ onderwerpen zoals klimaat en gezondheid meegewogen moeten worden. Om deze reden zijn de kosten voor ruimtelijke procedures waarin dit aan de orde is tegen het licht gehouden. Wij hebben vastgesteld dat met name leges voor ruimtelijke procedures van grotere initiatieven in geen verhouding staan tot door de gemeente te maken kosten. Om die reden hebben wij de leges voor deze initiatieven wel verhoogd. De gemeente Zwolle kent op dit moment nog geen maximum legesbedrag voor de omgevingsvergunning. Bij zeer grote aanvragen, bouwsommen boven de € 32 miljoen, kunnen de te betalen leges en de daaraan gerelateerde gemeentelijke inzet te ver uit elkaar lopen. Daarom stellen wij voor om vanaf 2024 een maximum tarief in te voeren van € 800.000 (€ 200.000 voor technische toets en € 600.000 voor ruimtelijke toets).
Dit soort aanvragen zijn er in Zwolle de afgelopen jaren niet geweest, maar gezien de vele ontwikkelingen binnen Zwolle lijkt het ons een goed moment om dit in te voeren. De laatste, meest in het oog springende financiële impact voor aanvragers is de mogelijkheid om leges in rekening te brengen voor het in behandeling nemen van “milieuvergunningaanvragen”. Over de invoering leges Milieu wordt in de volgende paragraaf ingegaan. De aanpassingen in de leges zijn een resultaat van een goed afgewogen proces. We verwachten dan ook dat deze passend zullen zijn. Mocht in 2024 blijken dat de uitwerking in de praktijk anders is, dan zal dit uiteraard aangepast worden. Conclusie: De geraamde kosten verband houdende met de behandeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen worden in 2024 voor 96,8% door legesopbrengsten gedekt.
- 31 -
III Milieuleges Voorstel: De tarieven voor milieuleges per 2024 in te voeren Reden van de heffing: doorberekening van kosten, verbonden aan het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing dan wel verklaring. Beleidsafspraken: Het nastreven van 100% kostendekking. Overzicht lasten/baten: Lasten: Inzet Omgevingsdienst Inclusief toegerekende indirecte kosten
€ 45.000,--
Baten: verwachte baten 2024
€ 45.000,--
In de begroting 2024 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt: Doel 7.3.4 Voorkomen gezondheidsrisico’s door verontreiniging van bodem, grondwater, lucht, geluid of externe veiligheid Begroting 2024 doel 7.3.4 Niet meegenomen kosten Uitvoeringsagenda B&O Reservemutaties Geluid, lucht en veiligheid Omgevingsdienst ICT Milieu Baten en lasten tarievennota 2024 Er is sprake van afrondingsverschillen.
Lasten
Baten
3.249.196 -757.292 -145.000 -160.833 -2.109.419 -31.652 45.000
597.820 -552.820
45.000
Relatie met Bijlage 1 Tarievennota 2024 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten: Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 2.38.1.3 Gelijkwaardige maatregel Paragraaf 2.12 Modaliteiten 2.48.1 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Toelichting: Bij het bepalen van de hoogte van de tarieven is uitgangspunt dat leges 100% kostendekkend moeten zijn. Nu het onder de Omgevingswet weer mogelijk is om leges te heffen voor het beoordelen van een aanvraag om een Omgevingsvergunning op milieugebied, is uitgegaan van invoering per 1 januari 2024. Het leveren van deze dienst verzorgt de Omgevingsdienst IJsselland namens de gemeente Zwolle. In overleg met de Omgevingsdienst en andere bij deze GR (gemeenschappelijke regeling) verbonden partijen is een inschatting gemaakt van de benodigde inzet voor deze werkzaamheden. Uit deze inschatting blijkt dat de milieuleges, afhankelijk van de soort vergunningaanvraag, tussen de € 1.200 en € 6.000 bedragen. - 32 -
De meeste deelnemers aan de GR hebben aangegeven daadwerkelijk per 1 januari 2024 over te gaan tot het in rekening brengen van de kosten voor deze dienstverlening. Conclusie: De kostendekkendheid is 100%.
- 33 -
IV. Leges Juridische Zaken
Voorstel: De tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 6,1%. De tarieven af te ronden op hele euro’s. Reden van de heffing: doorberekening van kosten, verbonden aan het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing dan wel verklaring. Beleidsafspraken: Het nastreven van 100% kostendekking. Overzicht lasten/baten: Lasten: personeel Fysieke Leefomgeving Inclusief toegerekende indirecte kosten
€ 420.599,--
Baten: verwachte baten 2024
€ 140.052,--
In de begroting 2024 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt: Doel 7.2.3 Veilig gebruik openbare ruimte Begroting 2024 doel 7.2.3 Niet meegenomen kosten APV openbare orde en ruimte, vooroverleg, Bibob, inbreng bij beleidsontwikkeling, periodieke controles, etc. Kinderopvang, Toezicht openbare ruimte Toegerekende kosten Toegerekende indirecte kosten Baten en lasten meegenomen in tarievennota 2024 Er kan sprake zijn van afrondingsverschillen.
Lasten 2.105.736
Baten 140.052
-1.406.444 -465.486 186.792 420.599
140.052
Relatie met Bijlage 1 Tarievennota 2024 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 4. Legesverordening: Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.10 Bijzondere wetten 1.30 Wet op de kansspelen 1.31 Luchtvaartwet Paragraaf 1.13 Diversen 1.40 APV en andere plaatselijke verordeningen 1.41 Ontheffing tijdelijke lozing Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn Paragraaf 3.1 Horeca Paragraaf 3.2 Evenementen en markten - 34 -
Paragraaf 3.3 Prostitutiebedrijven Paragraaf 3.4 Winkeltijdenwet Paragraaf 3.5 Kinderopvang Paragraaf 3.6 Coffeeshops Toelichting: Voor dit product is het lastig om precies aan te geven welke activiteiten wel en niet toegerekend kunnen worden aan het product. Er is veel beleidsmatig overleg en afstemming met adviseurs (zoals in het GEOZ, Gemeentelijk Evenementen Overleg Zwolle). De kosten voor onderzoek Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) worden niet meegenomen in kostentoerekening leges. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Bouw gaat het om plaatselijke wetgeving waar Fysieke Leefomgeving regelmatig wordt gevraagd om hierover mee te denken. Ook het toezicht is anders dan bij Bouw. Bij controles APV gaat het vaak om periodieke controles. Alleen de eerste controle mag meegenomen worden bij de kostendekkendheid van de vergunning. De leeftijdscontrole op het verkopen en schenken van alcohol valt ook onder dit product, maar de kosten mogen niet gedekt worden uit de leges. De vergunningen voor Kinderopvang vallen ook onder dit hoofdstuk. Conclusie: De kostendekkendheid is ongeveer 33,3% en daarmee gelijk aan 2023.
- 35 -
V. Ondergrondse leidingen A. Leges ondergrondse leidingen Voorstel: 1. Het basistarief voor het in behandeling nemen van aanvragen en het verlenen van vergunningen, als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur te verhogen met 6,1% (inflatiecorrectie) naar een tarief van € 587,00 (afgerond op hele euro’s). 2. Het tarief per strekkende meter voor het in behandeling nemen van aanvragen en het verlenen van vergunningen, als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur te verhogen met € 0,12 naar € 2,02. 3. Het tarief voor het in behandeling nemen van een melding, als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur te verhogen met 6,1% (inflatiecorrectie) naar een tarief van € 46,20. Reden van de heffing: 1. Doorberekening van de lasten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen en meldingen en het verstrekken van vergunningen, als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur. 2. Bij een tracélengte van meer dan 1000 meter worden geen meter afhankelijke leges in rekening gebracht, maar de werkelijke uren. Beleidsafspraken: Nastreven van 100% kostendekkendheid. Overzicht lasten/baten: Dit beleid is vanaf 2020 opgenomen in de nieuwe Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI).
Doorberekenbare kosten AVOI-leges 2024: Overige kosten, vnl. software Uren afdeling Civiel en JZ 1,9 fte. Toerekening overhead 1,9 fte. x € 64.680
€ 10.384,-€ 168.696,-€ 122.892,-€ 301.972,--
In het bijlagenboek van de programmabegroting 2024 worden de totalen per doel gepresenteerd; dit maakt onderdeel uit van het doel 7.1.2. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en programmabegroting worden veroorzaakt: Doel 7.1.2 bovengrondse èn ondergrondse fysieke voorzieningen
Lasten
Baten
Begroting 2024 doel 7.1.2
16.041.123
714.280
Niet meegenomen kosten: wegen (niet betreffende leges ondergrondse leidingen )
15.862.043-
412.316-
Toegerekende kosten: Toegerekende indirecte kosten (overhead) Toeslag BCF (BTW Compensatiefonds) dat niet in begroting opgenomen wordt
122.892
Kosten meegenomen in tarievennota 2024
301.972 - 36 -
301.964
Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2024 De opbrengsten zijn berekend op basis van ervaringscijfers van de afgelopen jaren en verwachte aantal vergunningen in 2024. Uitgangspunt is 260 vergunningen per jaar, met 170 strekkende meters per aanvraag. In 2017 zijn 249 vergunningen verleend. In 2018 zijn 270 vergunningen verleend. In 2019 zijn 305 vergunningen verleend. In 2020 zijn 258 vergunningen verleend. In 2021 zijn 257 vergunningen verleend. In 2022 zijn 321 vergunningen verleend. Conclusie: Met het voorgestelde tarief worden de kosten voor de activiteiten voor 100% gedekt. B. (Her)straatvergoedingen Naast de leges worden aan de vergunninghouders de kosten voor (her)straten in rekening gebracht. De facturering vindt plaats gebaseerd op de VNG “Richtlijn (her)straattarieven Telecom”, deze wordt jaarlijks geïndexeerd. Vanuit deze opbrengsten wordt, na aftrek van de kosten, jaarlijks een deel van de kosten voor het buitengewoon onderhoud aan de wegen bekostigd.
- 37 -
VI. Gedoogbeschikkingen
Voorstel: het tarief voor het in behandeling nemen van verzoeken tot het verstrekken van gedoogbeschikkingen te verhogen met het inflatiepercentage van 6,1%. De tarieven af te ronden op hele euro’s. Reden van de heffing: doorberekening van de lasten verbonden aan het in behandeling nemen van verzoeken tot het verstrekken van gedoogbeschikkingen bouw en ruimtelijke ordening door de afdeling Fysieke Leefomgeving. Beleidsafspraken: 100% kostendekking. Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt er gebruik gemaakt van gedogen. De afgelopen jaren is hier nagenoeg geen gebruik van gemaakt. Overzicht lasten/baten: Dit beleid is vanaf 2011 opgenomen in de nieuwe kadernota handhaving. Aangezien er bij gedogen sprake is van een hoge uitzondering die afwijkt van de normaal geldende procedures, echt maatwerk dus, zijn er gemiddeld genomen relatief veel uren per aanvraag nodig. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2024 Aangezien het hier gaat om een uitzondering worden hiervoor geen bedragen, lasten en baten, begroot, maar voor incidentele gevallen wordt er wel een tarief meegenomen. De volgende producten uit bijlage 1 hebben betrekking op deze leges. Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet paragraaf 2.12 2.46A Gedoogbeschikking Conclusie: De kostendekkendheid is ongeveer 100%.
- 38 -
3.5 Parkeerbelastingen Voorstel: 1. De tarieven voor het parkeren bij parkeerapparatuur voor het belastingjaar 2024 niet te verhogen. 2. De tarieven voor parkeervergunningen, -abonnementen en –ontheffingen te verhogen met het inflatiepercentage van 6,1% en af te ronden op € 0,05. Toelichting: De tarieven voor het parkeren bij parkeerapparatuur worden in beginsel om de drie jaar bijgesteld. Deze verhoging is vastgelegd in de Parkeernota 2004. De laatste verhoging heeft per 1 januari 2023 plaats gevonden. De volgende aanpassing van de tarieven zal dus in beginsel per 1 januari 2026 plaatsvinden. De tarieven voor abonnementen en vergunningen worden elk jaar verhoogd met de inflatiecorrectie voor de gemeentelijke tarieven. Voor 2024 is dat 6,1%. De tarieven worden afgerond op € 0,05. Reden van de heffing: Het heffen van parkeerbelasting van bestuurders c.q. houders van motorvoertuigen voor het innemen van, door het college van burgemeester en wethouders aangewezen, weggedeelten voor betaald parkeren. De parkeerbelastingen hebben een regulerend karakter met het doel om het parkeergedrag van voornamelijk automobilisten te beïnvloeden. Door het aanwijzen van gebieden waar de automobilisten moeten betalen, kan de gemeente het parkeren van motorvoertuigen regelen. Overzicht lasten/baten (cijfers concept begroting 2024): lasten Beleid, onderzoeken en adviezen en kapitaallasten vm.
Ontwikkeling onderhoud en overige exploitatielasten, ledigen parkeermeters, parkeercontrole, flankerend beleid etc. vm. Expertisecentrum Storting fonds Parkeren Afdracht indirecte kosten/overhead Afdracht concern inz. Checkups, bezuinigingen, naheffingen boetes en PPN 2020 (tariefsverhoging) Totaal lasten
Programma/ambitie/doel 6.3.3.
Bedrag €
6.3.3.
€
8.377.000,--
6.3.3 9
€ €
4.065.000,-1.179.000,--
10
€
2.605.000,--
€
16.337.000,--
baten Inkomsten parkeergelden, verhuur parkeergarages, vergunningen/ontheffingen, parkeerboetes etc. Onttrekking fonds Parkeren Totaal baten
Programma/ambitie/doel 6.3.3.
Bedrag €
12.441.000,--
6.3.3
€ €
3.896.000,-16.337.000,--
- 39 -
105.000,--
3.6 Begraafplaatsrechten Voorstel: De tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 6,1%. De tarieven af te ronden op hele euro’s. Reden van de heffing: doorberekening van de lasten die verbonden zijn aan teraardebestellingen, de administratieve afhandeling en het onderhouden van de begraafplaatsen. Beleidsafspraken: In de perspectiefnota 2005 is ingestemd met de uitvoering van het Masterplan Kranenburg. Hiervoor is een structurele bijdrage toegekend ten laste van de algemene middelen. Bij de PPN 2020 – 2023 is besloten geen bedrag meer ten laste te brengen van de algemene middelen behalve voor het BTW nadeel. Daarmee wordt de 100% kostendekkendheid ook voor 2024 los gelaten voor het onderdeel BTW. Overzicht lasten/ baten: Lasten: Onderhoud begraafplaatsen (incl. BTW) Toegerekende rente en afschrijving Toegerekende kosten burgerzaken/KCC Indirecte kosten Storting in de voorziening Totale Lasten
€ 970.351,-€ 129.972,-€ 84.701,-€ 78.279,-€ 1.263.303,-€ 141.379,-€ 1.404.682,--
Verwachte baten 2024
€ 1.333.832,--
In de begroting 2024 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt: Doel 8.2.1 Gastvrije dienstverlening Begroting 2024 doel 8.2.1 Niet meegenomen kosten Reisdocumenten, Rijbewijzen, Naturalisatie, Verklaringen, Burgerlijke stand, Basis Registratie Personen, Verkiezingen, Infocentrum, overige burgerzaken, Wet op de lijkbezorging Reserve/voorziening mutaties Toegerekende kosten Toegerekende indirecte kosten
Lasten 7.570.702
Baten 4.660.959
6.068.526
3.034.887
317.152
292.240
78.279
Baten en lasten meegenomen tarievennota 2024 (Saldo voor de storting in de voorziening Begraven)
1.263.303
Er is sprake van afrondingsverschillen. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2024 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 6. Rechten Algemene Begraafplaatsen - 40 -
1.333.832
Toelichting: De verwachte leges begraven nemen voornamelijk toe door aanpassing voor inflatie. De kosten voor met name het onderhoud nemen nog niet zo snel toe. Daardoor is er dit jaar ruimte voor een storting in de voorziening. Door de samenwerking met ROVA voor het groenonderhoud op de begraafplaats ontstaat er een nadeel als gevolg van de BTW die niet verrekenbaar/compensabel is. Dit nadeel komt ten laste van de algemene middelen. De Hoge Raad heeft in tegenstelling tot eerdere verwachtingen besloten dat de BTW niet compensabel blijft en daarmee ten laste blijft komen van de algemene middelen. Conclusie: De kostendekkendheid is met 95 % nagenoeg gelijk aan 2023. De niet gedekte kosten zijn gelijk aan het BTW-nadeel.
- 41 -
3.7 Precariobelasting Voorstel: De tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 6,1%. Toelichting: Precariobelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Tegenover het heffen van de belasting staat geen directe tegenprestatie. Reden van de heffing: Het heffen van belasting vanwege het hebben van voorwerpen op, onder of boven gemeentegrond. Overzicht lasten/baten: De opbrengst in 2024 wordt geraamd op € 389.000,--. Voor relatie met begroting zie 3.1 onroerende-zaakbelastingen. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2024 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 7. Precariobelasting, met uitzondering van bepalingen 3.1 en 3.2 (zie onderdeel 3.9).
- 42 -
3.8 Havengelden Voorstel 1. De tarieven voor woonschepen en recreatievaartuigen te verhogen met het inflatiepercentage van 6,1%. 2. De tarieven voor beroepsvaart te verhogen met het inflatiepercentage van 6,1%. 3. De tarieven voor water en elektra met het gemeentelijke prijsindexpercentage van 8,2% te verhogen. Toelichting De huidige tarieven zijn op dit moment vergelijkbaar met tarieven die in andere gemeenten worden gehanteerd en daarmee marktconform. De bediening van de op afstand bediende bruggen in Zwolle vindt plaats vanuit het bedieningscentrum van Rijkswaterstaat bij de Spooldersluis. Reden van de heffing De exploitatielasten van vaarwegen, havens en kaden voor woonschepen, beroeps- en recreatievaart evenals 25% van de kosten van de brugbediening door te berekenen aan de gebruikers. Beleidsafspraken Een van de direct aanwijsbare diensten van de gemeente, waarvan de tarieven niet kostendekkend zijn, is die van de havengelden. Als beleidscriterium wordt voorgesteld marktconforme tarieven. De Raad heeft in 2005 met de inhoud en voorstellen uit het Actieprogramma Havens ingestemd. In het Actieprogramma Havens is geconcludeerd dat een 100% kostendekkendheid voor het product Havens niet realistisch is. Overzicht van lasten en baten Lasten: 25% kosten brugbediening Havens Beroepsvaart Recreatievaart en passantenhaven Woonschepen en ligplaatsen Toerekening indirecte kosten:
€ 69.724 € 56.765 € 173.874 € 107.554 € 71.405 € 166.292
Totaal lasten
€ 645.614
Baten: Beroepsvaart Passanten Pleziervaartuigen Woonschepen Brugbediening en overige vergoedingen Totaal baten
€ 393.768 € 42.665 € 11.329 € 93.675 €
28.894
€ 570.331
- 43 -
In de begroting 2024 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen de Tarievennota 2024 en de begroting 2024 worden veroorzaakt. Doel 7.1.3 Alle gebieden een hoogwaardige water-, groen- en recreatiestructuur krijgen en houden Begroting 2024 doel 7.1.3 Niet meegenomen kosten Wijkbeheer Groen Reserve mutaties Water, buitengebied, dierenwelzijn en recreatie Kosten havens brugbediening (75%) Toegerekende kosten Toegerekende indirecte kosten
Lasten
Baten
14.746.469
910.992
-813.220 -10.328.201 -716.192 -2.258.805 -150.729
-151.642 -149.580 -39.439
166.292
Baten en lasten meegenomen in tarievennota 2024 Er kan sprake zijn van afrondingsverschillen.
645.614
570.331
Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2024 Het volgende onderdeel uit bijlage 1 vormt het totaal van bovenstaande opbrengst: Hoofdstuk 8. Havengelden Toelichting: In het kader van Port of Zwolle zijn we in 2022 gestart met het invoeren van een digitaal aanmeldingssysteem voor schippers en het gelijk trekken van de grondslagen en op termijn de tarieven in de drie havens. Door de gevolgen van de Coronacrisis van de afgelopen jaren is het lastig een goede inschatting te maken van de opbrengsten passanten en beroepsvaart. Conclusie De haventarieven zijn in 2024 voor 88% kostendekkend en daarmee gelijk aan 2023.
- 44 -
3.9 Marktgelden
Voorstel 1. De markttarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 6,1%. 2. De tarieven voor water en elektra te verhogen met het gemeentelijke prijsindexpercentage van 8,2%. 3. De tarieven af te ronden op € 0,05. Toelichting De bezetting op diverse markten is het afgelopen jaar redelijk stabiel gebleven. De inkomsten hebben we net als vorig jaar wel naar beneden bij moeten stellen op basis van de realiteit. Reden van de heffing Doorberekenen van de kosten voor het houden van warenmarkten aan de marktkooplieden. Beleidsafspraken Nastreven van 100% kostendekkendheid. De laatste jaren schommelt de kostendekkendheid van het product markten tussen de 70 en 80 %. Het is dan ook niet realistisch om de markttarieven 100% kostendekkend te krijgen. Hierdoor zullen vele marktkooplieden afhaken en zal de bezetting verder afnemen. Helaas neemt de bezetting nog steeds af ondanks de inzet om de markt aantrekkelijk te houden. Met name op de vrijdagmarkt loopt de bezetting terug. Dit kunnen we niet meer opvangen door ook de kosten te verlagen. Daardoor neemt de kostendekkendheid af. Overzicht lasten en baten Markten algemeen Markten, energie Markt Aa-landen: kap. lasten + Ov. Markt Zwolle-Z: kap. lasten + Ov. Vrijdagmarkt: kap. lasten + Ov. Zaterdagmarkt: kap. lasten + Ov. Markt Stadshagen Ov.lasten Overige markten: Ov. lasten Standplaatsen: kap. lasten + Ov.
Doorbelasting indirecte kosten Forfaitaire toeslag BTW Afdracht promotiefonds Totaal lasten
€ 98.690 € 44.128 € 8.714 € 20.517 € 49.151 € 51.202 € 10.795 € 1.698 € 25.916 € 133.965 € 23.352 € 12.100 € 480.228
- 45 -
Markt Algemeen: inkomsten energie Markt Aa-landen: Inkomsten Markt Zwolle-Zuid: inkomsten Vrijdagmarkt: inkomsten Zaterdagmarkt: inkomsten Markt Stadshagen: inkomsten Overige markten: inkomsten Standplaatsen: inkomsten Inkomsten promotiefonds Totaal baten
€ 23.300 € 10.200 € 31.500 € 69.000 € 73.000 € 5.700 € 4.700 € 97.400 € 12.100 € 326.900
In de begroting 2024 worden de totalen per doel gepresenteerd In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt: Doel 5.2.1 Economische positie Begroting 2024 doel 7.1.3 Niet meegenomen kosten Toeristisch beleid, festivals, BIZ, topsport, reclame Reserve mutaties Toegerekende kosten Toegerekende indirecte kosten Forfaitaire toeslag BTW Baten en lasten meegenomen in tarievennota 2024
Lasten 4.028.746
Baten -1.683.570
-3.705.835 0
1.248.891 107.779
133.965 23.352 480.228
-326.900
Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2024 De volgende onderdelen uit bijlage 1 vormen het totaal van bovenstaande opbrengst: Hoofdstuk 9. Marktgelden Hoofdstuk 7. Precariobelasting, bepalingen 3.1 en 3.2 (zie onderdeel 3.7) Toelichting: De afgelopen jaren zagen we de marktgelden terug lopen. Door corona is het lastig om een goede inschatting te maken van het antwoord op de vraag of en in welke mate deze daling doorzet. Voor 2024 zijn we uitgegaan van de begrote marktgelden 2023 plus inflatie minus een beperkte correctie naar beneden. Conclusie: De markttarieven zijn in 2023 voor 68% kostendekkend. Dit is lager dan in 2023.
- 46 -
3.10 Toeristenbelasting Voorstel: Het tarief vast te stellen op € 1,10 (was € 1,00) per overnachting voor campings en € 2,50 (was € 2,00) voor de overige accommodaties. . Toelichting: Bij de PPN in 2019 is besloten de tarieven voor toeristenbelasting te verhogen naar € 1,00 voor campings en € 2,00 voor overige accommodaties. We hebben dit in drie stappen gedaan waarin 2022 de laatste stap was. Voor 2023 zijn de tarieven niet verhoogd om in overleg met de sector in een gezamenlijk proces te komen tot een tariefsverhoging. Bovenstaand voorstel is daar het resultaat van. Reden van heffing: Het heffen van belasting ter zake van het tegen vergoeding houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Overzicht baten: De opbrengst in 2024 is geraamd op € 806.000,--. Naast bovenstaande aanpassing van het tarief wordt er gewerkt aan het heffen van toeristenbelasting bij “particuliere” verhuur via de bekende platforms zoals Airbnb. In de begroting 2024 worden de totalen gepresenteerd. Voor relatie met de begroting zie 3.1 onroerende-zaakbelastingen. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2024 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 10. Toeristenbelasting.
- 47 -
3.11 Privaatrechtelijke Tarieven 2024 Zoals gebruikelijk vermelden wij in de tarievennota ook de overige privaatrechtelijke tarieven die niet op basis van een publieke verordening maar op privaatrechtelijke wijze worden geheven. Vanzelfsprekend worden alleen die tarieven vermeld waar de gemeente nog mee verbonden is. 3.11.1 Sport Voorstel: De sporttarieven voor het belastingjaar 2024 te verhogen met de jaarlijkse inflatiecorrectie. Voor 2024 is deze vastgesteld op 6,1%. Toelichting: Het tarief voor de huur van de sportaccommodaties is zowel voor de binnen- als de buitensportaccommodaties niet kosten gerelateerd. Het tarief komt tot stand door indexering op het tarief van vorig jaar. Reden van heffing: De sportaccommodaties kunnen tegen dit opgenomen tarief in gebruik gegeven worden aan belangstellenden conform de af te sluiten huurovereenkomst. Deze eigen bijdrage wordt wenselijk geacht, omdat de overheid niet alle kosten voor haar rekening wil nemen. Overzicht baten: De opbrengst in 2024 is voor de buitensportaccommodaties voorlopig geraamd op € 611.857,--. Voor de binnensportaccommodaties is deze geraamd op € 605.172,--, waarvan overigens een aanzienlijk deel wordt doorbetaald aan de eigenaren van de diverse accommodaties.
De gemeente Zwolle is namelijk in veel gevallen geen eigenaar van de binnensportaccommodaties, maar treedt in deze via Stichting Sportservice Zwolle op als verhuurder. Deze bedragen zijn terug te vinden in de begroting op het onderdeel sport.
3.11.2 Dwangsom afhalen fiets Voorstel: De dwangsom voor het afhalen van de fiets bij AFAC niet te verhogen met het inflatiepercentage van 6,1%. Toelichting: Foutief gestalde fietsen worden door AFAC verwijderd. Aan deze vorm van bestuursdwang zijn kosten verbonden (controleren, verwijderen, opslag, teruggave en bijbehorende administratieve afhandeling) die verhaald worden op de overtreder. Daarnaast zijn er vaste kosten zoals de huur van het pand, nutsvoorzieningen en ICT. Met de verhoging van de dwangsom in 2015 van € 10,00 naar € 15,00 is gestreefd naar een betere kostendekkendheid. Het heeft de voorkeur om een tarief in rekening te brengen welke is afgerond op hele euro’s. In 2015 is de dwangsom verhoogd van € 10,00 naar € 15,00. Omdat het de voorkeur heeft een tarief in rekening te brengen welke is afgerond op hele euro’s, wordt dit tarief niet elk jaar verhoogd. Op dit moment wordt gewerkt aan het uitvoeringsprogramma met betrekking tot het actieplan Zwolle wereldfietsstad. In het kader hiervan is een verhoging van de dwangsom niet verstandig. Daarom stellen wij voor het tarief niet te verhogen.
- 48 -
3.11.3 Afkoop infiltratie regenwater Voorstel: De tarieven voor het afkopen van de verplichting tot infiltratie van het regenwater te verhogen met de inflatiecorrectie van 6,1%. Toelichting: In het door de raad vastgestelde GRP 2022-2026 is in tabel B.4 “ Concrete uitwerking taakopvatting hemelwater” opgenomen dat bij nieuwbouw/verbouwbouwprojecten < 30 m² particulieren en bedrijven op eigen terrein het hemelwater moeten verwerken (hergebruik en/of infiltreren) van daken, terrassen, parkeerplaatsen etc.. Indien dit aantoonbaar niet mogelijk is, zorgt de gemeente voor een alternatief in het stedelijk gebied ter compensatie. De ontwikkelende partij kan de infiltratieplicht afkopen indien uit aanvullend onderzoek blijkt dat infiltratie van hemelwater niet binnen de eigen perceelgrenzen kan plaatsvinden.
- 49 -
-- HOOFDSTUK 4 – BELASTINGEN-WOONLASTEN In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de consequenties van diverse belastingen die kunnen worden gerangschikt onder de zogenaamde woonlasten. Over de periode 2023 tot en met 2024 wordt aangegeven wat de woonlastenstijging is voor: - huurders van woningen, niet zijnde eigenaren; - eigenaren van woningen, niet zijnde bewoners; - eigenaren van woningen tevens zijnde bewoners. Voor een drietal woningwaarden wordt aangegeven wat het stijgingspercentage voor een drietal heffingen is geweest. Het betreft de volgende heffingen: - onroerende-zaakbelastingen; - afvalstoffenheffing; - rioolheffing. Hierbij wordt uitgegaan van een drietal woningwaarden per 2023 / 2024 (2024 is gelijk aan 2023, omdat de nieuwe waarden voor 2024 nog niet bekend zijn). Heffingen als de begraafplaatsrechten, precariobelasting enz. zijn in het overzicht niet vermeld, omdat deze heffingen slechts drukken op bepaalde delen van de bevolking en soms incidenteel/niet structureel zijn. Ontwikkeling tarieven over de periode 2021 tot en met 2024 (bedragen in euro´s). OZB-eigenaar OZB-gebruiker Rioolheffing afvalstoffenheffing * eenpersoonsh. * meerpersoonsh.
2021 0,1122%
2022 0,1047%
2023 0,0947%
2024 0,1004%
€ 108,19
€ 110,14
€ 114,16
€ 121,12
€ 232,59 € 290,73
€ 236,78 € 295,97
€ 257,57** € 321,97***
€ 232,23** € 330,71***
** dit bedrag bestaat uit het vast tarief inclusief 14x aanbieding van een afvalzak *** dit bedrag bestaat uit het vast tarief inclusief 42x aanbieding van een afvalzak In onderstaande overzichten wordt voor een drietal waardeklassen van woningen een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de woonlasten voor: - de huurders (1 –of meerpersoonshuishoudens) van woningen, niet zijnde eigenaren; - de eigenaren van woningen, niet zijnde de bewoners; - de eigenaren (1 –of meerpersoonshuishoudens) van woningen tevens zijnde de bewoners. Verder dienen voor 2024 vergeleken met 2023 de volgende uitgangspunten: . onroerende zaakbelastingen . rioolheffing . afvalstoffenheffing * eenpersoonshuishouden * meerpersoonshuishouden
+ 6,1% + 6,1 % - 9,84 % + 2,71 %
Door het verhogen van de tarieven voor afvalstoffenheffing voor meerpersoonshuishoudens met 2,71% en het verlagen van de tarieven voor afvalstoffenheffing voor eenpersoonshuishoudens met 9,84%, het verhogen van de tarieven voor de onroerende zaakbelastingen en de rioolheffing met 6,1%, dalen de woonlasten voor huurders met een eenpersoonshuishouden met 9,84%, stijgen de woonlasten voor de huurders met een meerpersoonshuishouden met 2,71% , de woonlasten voor eigenaren van woningen met 6,1% en voor eigenaren tevens gebruiker van woningen met -0,68% tot 4,45%. De woonlasten van een meerpersoonshuishouden (Coelo 2022) in een woning met een gemiddelde waarde bedragen in Zwolle - 50 -
€ 815,18 (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing). Dit is lager dan het gemiddelde van € 925,00 van de 40 grootste Nederlandse gemeenten. Het kwijtscheldingsbeleid Kwijtschelding van belasting kan worden verleend indien men niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen. Van buitengewoon bezwaar is in het algemeen sprake indien de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd kunnen worden verwacht. Daarnaast kunnen zich ook andere omstandigheden voordoen die meebrengen dat betaling van de aanslag redelijkerwijs niet kan worden gevorderd. Teneinde de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor elke burger te waarborgen is er een landelijk geldend kwijtscheldingsbeleid ontwikkeld en vastgelegd in de “Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990”. Vroeger waren de normen tamelijk streng, maar sinds 1 januari 1995 zijn de normen verruimd. Deze verruiming bestond uit een verhoging van de kosten van bestaan van 90% naar maximaal 95% van de bijstandsuitkeringen. Met ingang van 1 januari 1997 is de kwijtscheldingsnorm in Zwolle uiteindelijk opgetrokken tot 100%. In 2015 is de mogelijkheid van kwijtschelding voor kleine ondernemers ingevoerd.
Woning van € 150.000,00
Categorie huurder van een woning, niet zijnde eigenaar met een 1-persoonshuishouden. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 150.000,00
€ 150.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 257,57
€ 232,23
€ 257,57
€ 232,23 -9,84%
Totaal Wijziging per jaar
Categorie huurder van een woning, niet zijnde eigenaar met een meerpersoonshuishouden. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 150.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 321,97
€ 330,71
€ 321,97
€ 330,71 + 2,71%
Totaal Wijziging per jaar
- 51 -
Categorie eigenaar van een woning, niet zijnde bewoner. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 150.000,00
€ 150.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 142,05 € 114,16
€ 150,60 € 121,12
Totaal Wijziging per jaar
€ 256,21
€ 271,72 + 6,05%
Categorie eigenaar van een woning tevens bewoner met een 1-persoonshuishouden. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 150.000,00
€ 150.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 142,05 € 114,16 € 257,57
€ 150,60 € 121,12 € 232,23
Totaal Wijziging per jaar
€ 513,78
€ 503,95 + 1,91%
Categorie eigenaar van een woning tevens bewoner met een meerpersoonshuishouden. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 150.000,00
€ 150.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 142,05 € 114,16 € 321,97
€ 150,60 € 121,12 € 330,71
Totaal Wijziging per jaar
€ 578,18
€ 602,43 + 4,19%
- 52 -
Woning van € 250.000,00 Categorie huurder van een woning, niet zijnde eigenaar met een 1-persoonshuishouden. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 250.000,00
€ 250.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 257,57
€ 232,23
€ 257,57
€ 232,23 -9,84%
Totaal Wijziging per jaar
Categorie huurder van een woning, niet zijnde eigenaar met een meerpersoonshuishouden. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 250.000,00
€ 250.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 321,97
€ 330,71
€ 321,97
€ 330,71 + 2,71%
Totaal Wijziging per jaar
Categorie eigenaar van een woning, niet zijnde bewoner. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 250.000,00
€ 250.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 236,75 € 114,16
€ 251,00 € 121,12
Totaal Wijziging per jaar
€ 350,91
€ 372,12 + 6,04
- 53 -
Categorie eigenaar van een woning tevens bewoner met een 1-persoonshuishouden. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 250.000,00
€ 250.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 236,75 € 114,16 € 257,57
€ 251,00 € 121,12 € 232,23
Totaal Wijziging per jaar
€ 608,48
€ 604,35 -0,68%
Categorie eigenaar van een woning tevens bewoner met een meerpersoonshuishouden. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 250.000,00
€ 250.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 236,75 € 114,16 € 321,97
€ 251,00 € 121,12 € 330,71
Totaal Wijziging per jaar
€ 672,88
€ 702,83 + 4,45%
- 54 -
Woning van € 400.000,00
Categorie huurder van een woning, niet zijnde eigenaar met een 1-persoonshuishouden. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 400.000,00
€ 400.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 257,57
€ 232,23
€ 257,57
€ 232,23 -9,84%
Totaal Wijziging per jaar
Categorie huurder van een woning, niet zijnde eigenaar met een meerpersoonshuishouden. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 400.000,00
€ 400.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 321,97
€ 330,71
Totaal Wijziging per jaar
€ 321,97 + 8,79%
€ 330,71 + 2,71%
Categorie eigenaar van een woning, niet zijnde bewoner. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 400.000,00
€ 400.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 378,80 € 114,16
€ 401,60 € 121,12
Totaal Wijziging per jaar
€ 492,96
€ 522,72 + 6,04%
- 55 -
Categorie eigenaar van een woning tevens bewoner met een 1-persoonshuishouden. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 400.000,00
€ 400.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 378,80 € 114,16 € 257,57
€ 401,60 € 121,12 € 232,23
Totaal Wijziging per jaar
€ 750,53
€ 754,95 + 0,59%
Categorie eigenaar van een woning tevens bewoner met een meerpersoonshuishouden. 2023 2024 WOZ-waarde
€ 400.000,00
€ 400.000,00
OZB-eigenaar Rioolheffing Afvalstoffenh.
€ 378,80 € 114,16 € 321,97
€ 401,60 € 121,12 € 330,71
Totaal Wijziging per jaar
€ 814,93
€ 853,43 + 1,05%
Vergelijking andere gemeenten. Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten is het goed een vergelijking met andere steden in het land te maken. Jaarlijks wordt in opdracht van het Belastingoverleg grote gemeenten, een platform van 40 qua inwonertal grootste gemeenten in Nederland, een zogeheten Belastingoverzicht grote gemeenten gemaakt. Het onderzoek is erop gericht de gemeentelijke tarieven, belastingopbrengsten, belastingdruk en woonlasten per gemeente te vergelijken. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) heeft ook over 2023 het overzicht weer gepresenteerd. In 2023 neemt Zwolle de 34ste plaats in (in 2022 was dit de 35ste plaats van 40 gemeenten). Dat betekent dat in 33 van de grote gemeenten de lokale woonlasten hoger liggen. In bijlage 2 van deze tarievennota treft u dit overzicht aan. De gemiddelde woonlastenstijging bedraagt in 2023 voor de 100.000+ gemeenten 5,9%. De woonlastenstijging in onze gemeente ligt onder dat gemiddelde. Uiteraard kan voor 2024 nog geen overzicht gegeven worden.
- 56 -
Bijlage 1
Tarievenoverzicht, vergelijking 2023 – 2024
Bijlage 2
Belastingoverzicht 2023, grote gemeenten (gedeeltelijke weergave). Het gehele onderzoek ligt ter inzage.