CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Tarievennota 2024

Raad Besluitvormingsronde 10 november 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: Tarievennota 202416.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VOORSTEL AAN DE RAAD INZAKE TARIEVEN VOOR BELASTINGEN, RETRIBUTIES EN PRIVAATRECHTELIJKE TARIEVEN VOOR 2024

Afdeling Juridische Zaken

INHOUDSOPGAVE

blz.

HOOFDSTUK 1

Inleiding

3

2

Actualiteiten & Hoofdlijnen

6

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.11.1 3.11.2 3.11.3

Tariefvoorstellen 2024 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Leges Parkeerbelastingen Begraafplaatsrechten Precariobelasting Havengelden Marktgelden Toeristenbelasting Privaatrechtelijke tarieven Sport Dwangsom afhalen fiets bij AFAC Afkoop infiltratie regenwater

7 8 23 27 39 40 42 43 45 47 48 48 48 49

4

Belastingen-woonlasten

50

Bijlage 1 Overzicht gemeentelijke tarieven 2023 - 2024 Bijlage 2 Belastingoverzicht 2023, grote gemeenten (gedeeltelijke weergave). Het gehele onderzoek ligt ter inzage.

-2-

-- HOOFDSTUK 1-INLEIDING De Tarievennota 2024 geeft een overzicht van de tarieven van belastingen en rechten die door de gemeente Zwolle worden geheven. De tarievennota is een aanvulling op de Paragraaf Lokale Heffingen (hierna: PLH) waarin een overzicht en de ontwikkelingen van de lokale heffingen zijn opgenomen. Daarnaast worden privaatrechtelijke tarieven berekend. Daarvan is een overzicht in deze tarievennota opgenomen. In hoofdstuk twee worden ontwikkelingen vermeld waar de gemeente in het jaar 2024 rekening mee moet houden c.q. op in kan spelen. In hoofdstuk drie wordt ingegaan op de tariefvoorstellen voor het jaar 2024. De financiële gevolgen hiervan kunt u terugvinden in de concernbegroting 2024. Het kabinet is van mening dat de aanvrager duidelijk inzicht moet hebben in de manier waarop de prijs van een product wordt bepaald. Per onderdeel in de tarievennota geven we aan welke lasten en baten we verwachten. Hieraan toegevoegd is een overzicht met de relatie met de productenraming per doel. Mochten deze bedragen niet gelijk aan elkaar zijn, wordt er aangegeven welke lasten en baten niet meegenomen zijn c.q. toegerekend zijn. Meestal gaat het dan om kosten die niet meegenomen mogen worden zoals periodieke controles, bezwaar en beroep, klachten, inbreng bij beleidsontwikkeling, behandelen van meldingen, vergunningsvrij, etc.

Bij de meeste onderdelen uit de tarievennota geldt dat de tarieven ten hoogste 100% kostendekkend mogen zijn. Daarnaast hebben we opgenomen een overzicht welke onderdelen uit de bijlage van de tarievennota horen bij de verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk vier worden de financiële effecten voor de belastingplichtigen weergegeven. De woonlasten op basis van de tarieven van 2023 en 2024 worden voor een drietal prijsklassen van woningen naast elkaar gezet. In bijlage 1 wordt een totaal overzicht gegeven van de tarieven voor 2023 en 2024. Voor de leges is in overeenstemming met de modelverordening van de VNG door de invoering van de Omgevingswet gekozen voor een andere opzet. Daarom treft u de oude bepalingen en de nieuwe bepalingen aan. Tot slot geeft bijlage 2 een overzicht van de tariefontwikkelingen op landelijk niveau. Bij de leges en rechten waar gesproken wordt over kostendekkendheid worden de indirecte kosten, die vanaf 2016 centraal worden verantwoord in het programma bedrijfsvoering, apart toegerekend. Dit vindt plaats door de totale bedrijfsvoeringskosten te delen door de directe productieve formatie. Hieruit volgt een bedrag aan indirecte kosten per directe fte. Richtlijnen geven aan dat dit ook hier moet worden opgenomen. Zie hiervoor ook het programma bedrijfsvoering.

Voor elke directe fte wordt deze opslag meegenomen bij de verschillende leges en rechten (daaronder wordt hier mede begrepen de afvalstoffenheffing en rioolheffing). Voor de verschillende onderdelen wordt de benodigde directe capaciteit begroot. Deze methode is conform de Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) regelgeving. De tarievennota kent verschillende onderdelen. Het streven is dat tussen de verschillende onderdelen geen kruissubsidiëring plaats vindt. Leges Burgerzaken draagt dus niet bij aan leges omgevingsvergunning of andere leges en rechten. Binnen de verschillende onderdelen vindt soms wel kruissubsidiëring plaats. Om welke bedragen dit gaat is lastig aan te geven. Hieronder staan de belangrijkste onderdelen waar kruissubsidiëring voor kan komen. Bij Leges Burgerzaken zijn veel tarieven gemaximeerd. Hierdoor zijn sommige onderdelen minder dan 100% kostendekkend, zoals reisdocumenten, rijbewijzen en uittreksels, maar is de Burgerlijke stand (huwelijken) meer dan 100% kostendekkend. Bij Leges Omgevingsvergunning bijvoorbeeld kan in het algemeen aangegeven worden dat grote bouwwerken meer dan kostendekkend zijn en kleine bouwwerken minder kostendekkend. De mate van kruissubsidiëring is erg afhankelijk van het type aanvraag en de daarvoor benodigde capaciteit.

Bij Leges Juridische Zaken is gezien het kostendekkendheidspercentage kruissubsidiëring zeer onwaarschijnlijk. -3-

De tariefvoorstellen voor 2024 zijn als volgt: A. BELASTINGEN -1-. De OZB-tarieven te verhogen met 6,1%. Toelichting. De opbouw van dit percentage voor 2024 bestaat uit de inflatiecorrectie 2024 plus nacalculatie 2022 en 2023. Het inflatiepercentage wordt vanaf 2005 vastgesteld aan de hand van het gemiddeld gewogen percentage voor de gemeentelijke loonkostenontwikkeling en prijzen van derden. Het percentage wordt evenals de prijzen van derden gecorrigeerd met een eventuele nacalculatie over de twee voorafgaande jaren. Uitgaande van een loon- en prijsgevoelige verhouding van de kosten van 50% - 50%, het percentage voor loonkostenstijging 2024 van 4,8% en het percentage voor prijzen van derden van 3,0%, dan resulteert dit in een inflatiecorrectiepercentage voor de gemeentelijke tarieven van: (loonkosten 4,8% + prijzen van derden 3,0%) : 2 = 3,90%. In 2023 liggen de lonen 3,5% hoger dan begroot en de prijzen 5,2% hoger, gedeeld door 2 = 4,35%. 2023 (4,35%) plus 2024 (3.90%) maakt 8,25%, hiervan wordt 2,15% doorgeschoven naar 2025 waardoor het percentage voor 2024 6,1% wordt. . -2-. De tarieven voor de precariobelasting te verhogen met de inflatiecorrectie van 6,1%. (zie hierna onder 3.7) -3-. De tarieven voor de parkeerbelastingen worden niet verhoogd; de tarieven voor de vergunningen, abonnementen en ontheffingen worden verhoogd met 6,1%. Toelichting.

De tarieven voor het parkeren bij parkeerapparatuur worden in beginsel één keer in de drie jaar aangepast. In 2022 heeft de laatste verhoging plaatsgevonden. (zie hierna onder 3.5). 4-. De tarieven toeristenbelasting te verhogen naar € 1,10 en € 2,50. Toelichting. Zwolle hanteert twee tarieven toeristenbelasting: een hoog tarief voor hotels, B&B’s en jachthaven en een laag tarief voor campings. Variant 1 De tarieven toeristenbelasting worden in de jaren 2024 tot en met 2027 jaarlijks verhoogd met respectievelijk € 0,50 en € 0,10 per nacht naar uiteindelijke tarieven van € 4,00 voor hotels, B&B’s en jachthaven en € 1,40 voor campings. Dit wordt als volgt in een tabel uitgewerkt: 2023 2024 2025 2026 2027 (huidig) Laag-hoog tarief 1,00 – 2,00 1,10 – 2,50 1,20 – 3,00 1,30 – 3,50 1,40 – 4,00

-4-

B.

RETRIBUTIES

-1-. Voor de afvalstoffenheffing het variabele tarief te verlagen met 2,84%, het vaste tarief voor eenpersoonshuishoudens te verlagen met 10,5% en het vaste tarief voor meerpersoonshuishoudens te verhogen met 4,3%. Toelichting. Bij de afvalstoffenheffing wordt het principe van 100% kostendekking toegepast. Het tarief van de afvalstoffenheffing wordt gedifferentieerd in een variabel tarief (tarief op restafval) en een vast tarief. Het vaste tarief wordt verder gedifferentieerd in een tarief voor éénpersoonshuishoudens en een tarief voor meerpersoonshuishoudens. Het basistarief voor 2024 is € 296,31. Het tarief op restafval is € 1,65. Het basistarief voor het vaste deel is € 241,31. Door tariefdifferentiatie wordt het basistarief voor een éénpersoonshuishouden € 209,13 en voor een meerpersoonshuishouden € 261,41. (zie hierna onder 3.2). -2-. De tarieven voor de rioolheffing te verhogen met de inflatiecorrectie van 6,1%. (zie hierna onder 3.3). -3-. De tarieven leges te verhogen met de inflatiecorrectie van 6,1%. In uitzondering hierop stellen wij voor de tarieven niet te verhogen met de inflatiecorrectie waar de hoogte van de leges een percentage is van de bouwsom. Door de gestegen bouwkosten stijgen de legesinkomsten al ( zie hierna onder 3.4). -4-. De tarieven voor de begraafplaatsrechten te verhogen met de inflatiecorrectie van 6,1%. (zie hierna onder 3.6). -5-.

De tarieven voor de havengelden te verhogen met de inflatiecorrectie van 6,1%. (zie hierna onder 3.8). -6-. De tarieven voor de marktgelden te verhogen met de inflatiecorrectie van 6,1%. (zie hierna onder 3.9). C.

PRIVAATRECHTELIJKE TARIEVEN

-1-. De sporttarieven te verhogen met de inflatiecorrectie van 6,1%. (zie hierna onder 3.11.1). -2-. De dwangsom voor het afhalen van een fiets bij AFAC (Algemene Fiets Afhaal Centrale) niet te verhogen. Toelichting In 2015 is de dwangsom verhoogd van € 10,00 naar € 15,00. Omdat het de voorkeur heeft een tarief in rekening te brengen welke is afgerond op hele euro’s, wordt dit tarief niet elk jaar verhoogd. Op dit moment wordt gewerkt aan het uitvoeringsprogramma met betrekking tot het actieplan Zwolle wereldfietsstad. In het kader hiervan is een verhoging van de dwangsom niet verstandig. (zie hierna onder 3.11.2). -3-. Het tarief voor het afkopen van infiltratie regenwater te verhogen met de inflatiecorrectie van 6,1%. (zie hierna onder 3.11.3).

-5-

-- HOOFDSTUK 2 -ACTUALITEITEN & HOOFDLIJNEN In dit hoofdstuk wordt ingegaan op enkele actuele ontwikkelingen die spelen op het gebied van lokale belastingheffing in het algemeen en in Zwolle in het bijzonder. Achtereenvolgend zal worden ingegaan op: de jaarlijkse herwaardering WOZ, de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. 1. DE JAARLIJKSE HERWAARDERING WOZ GBLT verricht de jaarlijkse herwaardering voor de Wet WOZ. Momenteel voert GBLT de jaarlijkse herwaardering uit naar waardepeildatum 1 januari 2023. De definitieve cijfers worden aan het eind van 2023 verwacht. De in Hoofdstuk 3, paragraaf 1 voorgestelde tarieven voor de OZB dragen dan ook een voorlopig karakter. Wij zullen op het moment dat de tarieven definitief kunnen worden vastgesteld met een raadsvoorstel komen waarin een cijfermatige onderbouwing van de OZB-tarieven is opgenomen. Vanaf 2022 wordt de waardering bij woningen gebaseerd op m² in plaats van m3. 2. OMGEVINGSWET EN WET KWALITEITSBORGING VOOR HET BOUWEN Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet van toepassing en wordt gestart met de invoering van de Wet Kwaliteitsborging. Bij de Wet Kwaliteitsborging (Wkb) wordt gestart met de eenvoudige bouwprojecten. Beide ontwikkelingen, met name de Wkb, hebben gevolgen voor de leges en tarieven.

De gevolgen zijn opgenomen in deze tarievennota onder hoofdstuk 3.4 leges II leges omgevingsvergunning en III leges milieu. Momenteel wordt de legesverordening aangepast aan de invoering van de Omgevingswet en Wkb. Deze aangepaste verordening wordt op een later moment aangeboden aan de raad. In bijlage 1 zijn de bepalingen van de oude legesverordening opgenomen en de bepalingen van de legesverordening zoals deze vanaf 1 januari 2024 zullen gaan luiden.

-6-

-- HOOFDSTUK 3 -3.1 Onroerende-zaakbelastingen Voorstel: de tarieven van de onroerende-zaakbelastingen voorlopig als volgt vast te stellen: woningen: eigenaren 0,1004% van de waarde niet woningen: eigenaren 0,4913% van de waarde gebruikers 0,3971% van de waarde Reden van heffing: algemeen dekkingsmiddel ter dekking van de gemeentelijke uitgaven. Beleidsafspraken: de tarieven voor de OZB woningen en niet-woningen te verhogen met het inflatiepercentage van 6,1%. Binnen de drie bovengenoemde heffingsmaatstaven mag tariefdifferentiatie plaatsvinden in die zin dat per heffingsmaatstaf een vast percentage dient te gelden. Bij verhoging diende tot 2020 rekening te worden gehouden met de landelijk geldende macronorm. De macronorm bepaalt dat de OZB-opbrengst van alle gemeenten tezamen niet meer mag stijgen dan de reële trendmatige groei van het bruto binnenlands product plus de prijsontwikkeling. Tijdens het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen heeft het Rijk met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Hierin wordt naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken. De benchmark bevordert het lokale debat over de ontwikkeling van de autonome keuzes over de heffingen.

Overzicht baten: De OZB-opbrengst 2024 bedraagt door de tarief voorstellen in totaal € 54.773.000,--. Onder te verdelen in: Woningen: eigenaren Niet-woningen eigenaren gebruikers

€ 20.991.000,-€ 19.626.000,-€ 14.156.000,-€ 54.773.000,--

In de begroting 2024 wordt een totaal aan inkomsten gepresenteerd van: Lokale heffingen (programma 10 Algemene dekkingsmiddelen) Onroerende-zaakbelasting woningen Onroerende-zaakbelasting niet woningen Precariobelasting (3.7) Toeristenbelasting (3.11) Totaal

Baten 20.991.000 33.782.000 389.000 806.000 55.968.000

De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 1. Onroerende-zaakbelastingen

-7-

3.2 Afvalstoffenheffing

Voorstel: Het tarief van de afvalstoffenheffing 2024 vast te stellen op: a. eenpersoonshuishoudens  € 209,13 b. meerpersoonhuishoudens  € 261,41 Dat is het vaste deel van de afvalstoffenheffing 2024 Het variabele deel van de afvalstoffenheffing is afhankelijk van het aantal aanbiedingen dat een huishouden doet maal het daarvoor geldende tarief (afhankelijk van het gebruikte inzamelmiddel). Dit bedrag wordt na afloop van 2024 opgelegd bij de definitieve afvalstoffenheffing 2025 (voor het vaste deel). De tarieven per aanbieding zijn: Categorie:

Bedrag

aanbieding 30 liter restafval per keer (pilot) aanbieding 40 liter restafval per keer (pilot) aanbieding 60 liter restafval per keer aanbieding 80 liter restafval per keer (binnenstad) aanbieding restafval minicontainer per keer (240 liter, buitengebied)

€ 0,83 € 1,10 € 1,65 € 2,20 € 9,90

Reden van heffing: Doorberekenen van de kosten, die gemaakt zijn om huishoudelijk afval in te zamelen en te (laten) verwerken. Beleidsuitspraken: 1) Kostendekkend tarief: 100% van de toe te rekenen kosten worden toegerekend. 2) Vergoeding OPK: in de berekening van de tarieven wordt uitgegaan van een tienjarig gemiddelde. Het verschil met dit tienjarig gemiddelde wordt aan het eind van het jaar verrekend met de voorziening. 3) Tarief op restafval: er wordt een gedifferentieerd tarief gehanteerd voor de afvalstoffenheffing, waarbij er een onderscheid gemaakt wordt tussen een tarief per aanbieding restafval (variabel) en een tarief per huishouden (vast). 4) Eén- en meerpersoonshuishoudens: Er wordt een gedifferentieerd tarief gehanteerd voor het tarief per huishouden (vast), waarbij er onderscheid gemaakt wordt tussen één- en meerpersoonshuishoudens (EPH en MPH). 5) Verhouding EPH en MPH: Het vaste tarief voor een eenpersoonshuishouden (EPH) zit op 80% van het vaste tarief van een meerpersoonshuishouden (MPH). 6) Kwijtschelding en oninbaar: Als onderdeel van het kwijtscheldingsbeleid wordt de afvalstoffenheffing in bepaalde situaties kwijtgescholden. Ook blijken sommige heffingen na verloop van tijd oninbaar. Het bedrag voor kwijtscheldingen en oninbaar wordt als last opgenomen in de exploitatie van en toegerekend aan de afvalstoffenheffing.

7) Toe te rekenen lasten: De betaalde BTW die kan worden gedeclareerd bij het BTWcompensatiefonds (BCF) mag worden toegerekend aan de berekening van de afvalstoffenheffing. Net als de overheadkosten. Het is besloten om dit ook te doen. 8) Dividend: De dividend van ROVA wordt niet als baat aan de afvalstoffenheffing toegerekend, maar komt ten gunste van de algemene middelen. Overzicht baten en lasten: Toelichting baten en lasten De financiën van huishoudelijke afval- en grondstoffen behoeven enige uitleg. We kennen hierbij een kosten- en een opbrengstenkant én een dekkingskant. De kostenkant is onder te verdelen in directe kosten en indirecte kosten. Dat wordt hieronder verder toegelicht: -8-

1) Directe lasten: Hiertoe behoren onder meer de verwerkings-, inzamelings- en transportkosten, de kosten voor maatregelen om de hoeveelheid afval te verminderen, kosten van inzamelmiddelen zoals zakken en containers en de kosten die zijn verbonden aan maatregelen om hergebruik te bevorderen of anderszins de afvalstroom in te perken. 2) Indirecte lasten: Hiertoe behoren de kosten die je wettelijk mag opnemen in de kostentoerekening. Het gaat hierbij onder andere om loonkosten die worden gemaakt voor afval, kosten van straatreiniging, kwijtscheldingen, overhead en (een deel van) de BTW. De overhead en de toe te rekenen BTW vormen samen de toe te rekenen lasten. 3) Opbrengsten: Deze worden voornamelijk gevormd door de opbrengsten van grondstoffen zoals OPK, PMD en ijzer. 4) Dekking: Het saldo van de kosten- en opbrengstenkant vormen de totale netto lasten. De afvalstoffenheffing dient als dekking van de totale (netto) lasten, inclusief de indirecte kosten. Ook een onttrekking uit de voorziening kan worden gezien als een dekking. In onderstaande tabel is dit uitgewerkt voor de begroting van 2024. Hierbij zijn de directe en indirecte lasten bij elkaar opgeteld, met uitzondering van de toe te rekenen lasten (overhead en de BTW).

Lasten Baten Netto lasten afval

Bedrag 15.587.242 -1.857.878 13.729.364

Toe te rekenen lasten: Bij: BTW Bij: Overhead Bij: Oninbaar Bij: Kwijtscheldingen Totaal toe te rekenen lasten

2.010.139 638.235 114.127 1.234.686 3.997.187

Totale (netto) lasten Verrekening met voorziening Opbrengsten afvalstoffenheffing Dekking afvalstoffenheffing

17.726.551 0 -17.726.551 100%

De toe te rekenen lasten zijn als volgt tot stand gekomen: 1) Kwijtscheldingen: betreft een inschatting van de som van het aantal kwijtscheldingen in 2024, gebaseerd op de opgave van GBLT. 2) Oninbaar: betreft een inschatting van de som van het aantal opleggingen die uiteindelijk oninbaar blijken te zijn, gebaseerd op de opgave van GBLT. 3) BTW: betreft de BTW die wordt ingediend bij het BCF en daarmee kan worden toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Deze is berekend op basis van de naar verwachting te maken uitgaven in het begrotingsjaar 2024, met uitzondering van de kosten die worden gecategoriseerd als ondernemersBTW (namelijk de kosten voor PMD, OPK en glas). 4) Overhead: betreft een integraal overheadtarief per FTE voor de overheadkosten, bovenop de directe loonkosten die onderdeel zijn van de lasten. Dit is berekend op basis van de inzet van medewerkers aan het dossier Afval: 13.025 uur tegen een uurtarief van (afgerond) € 49,00 = € 638.235. In de programmabegroting 2024 worden de totalen per taakveld gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen Tarievennota en -9-

Programmabegroting worden veroorzaakt:

Programmabegroting 7.3.1

Lasten Baten Onttrekking Toevoeging Saldo 16.936.055 -19.584.429 0 0 -2.648.374

BTW* Overhead* Storting in voorziening Onttrekking voorziening

2.010.139 638.235 0 0

0 0

2.010.139 638.235 0 0

Inkomsten Nedvang Inkomsten Oud-Papier (is gesaldeerd) Overige saldering

-1.194.732 -546.039 -117.107

1.194.732 546.039 117.107

0 0 0

Tarievennota 17.726.551 * Wel in de tarievennota, niet in de begroting

-17.726.551

0

0

0

Verdieping programmabegroting De baten en lasten voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval, zoals opgenomen in de programmabegroting, tezamen met eventuele onttrekkingen en toevoegingen aan de voorziening, zijn voor 2024 als volgt geraamd: Categorieën DVO ROVA Inkomsten Nedvang Reiniging Personeel Overige baten en lasten 8effing, kwijtschelding & oninbaar Dividend

Lasten Baten Onttrekking Toevoeging Saldo 12.811.621 -636.221 0 0 12.175.400 0 -1.194.732 0 0 -1.194.732 783.359 0 0 0 783.359 1.492.596 0 0 0 1.492.596 499.665 -26.925 0 0 472.740 1.348.813 -17.726.551 0 0 -16.377.738 0 0 0 0 0

Totaal

16.936.055

-19.584.429

-248.166

0

Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2024 De volgende onderdelen uit bijlage 1 vormen samen bovenstaande opbrengst: Hoofdstuk 2. Afvalstoffenheffing (eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens) Toelichting In de toelichting wordt ingegaan op de 1) Jaartallen 2) Kostenopbouw 3) Tariefstelling 4) Stand egalisatievoorziening 5) Ontwikkelingen 2024 Toelichting jaartallen In deze toelichting worden een aantal overzichten getoond met de jaartallen 2022, 2023 en 2024. De bedragen die daar staan komen uit de volgende documenten: - 10 -

-2.648.374

-

2022: is gebaseerd op de Jaarrekening 2022, die in het Voorjaarsmoment 2023 is vastgesteld. 2023: is gebaseerd op de lopende Begroting 2023, die is gecorrigeerd tijdens de Berap 2023-1 (die is behandeld in het Voorjaarsmoment 2023, en Berap 2023-2 (welke tezamen met de Tarievennota wordt behandeld in het Najaarsmoment 2023) 2024: is gebaseerd op de Begroting 2024, die tezamen met de Tarievennota in het Najaarsmoment 2023 wordt behandeld.

Toelichting kostenopbouw De toelichting op de opbouw van de kosten is onderverdeeld in de volgende onderdelen: 1) Aantal aansluitingen; 2) DVO ROVA; 3) Inkomsten Nedvang; 4) Reiniging 5) Personeel 6) Kwijtschelding en oninbaar 7) Overige baten en lasten. Ad 1. Aantal aansluitingen Voor 2024 wordt uitgegaan van onderstaand aantal aansluitingen:

Aansluitingen Totaal EPH MPH

Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht 1-1-2023 31-12-2023 gem. 2023 1-1-2024 31-12-2024 gem. 2024 58.895 59.674 59.285 59.674 59.974 59.824 22.337 22.882 22.609 22.882 22.997 22.939 36.559 36.792 36.675 36.792 36.997 36.885

Het aantal aansluitingen waar mee gerekend wordt is het "netto" aantal aansluitingen. Hierbij is rekening gehouden met leegstand. Dit is gebaseerd op de door GBLT verstrekte informatie. Ad 2. DVO Rova Met de ROVA is een dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten. Op basis van in de DVO geldende afspraken wordt er voor de diensten die de ROVA uitvoert kosten doorberekend aan de gemeente Zwolle. De kosten bestaan uit twee onderdelen: 1) Variabele lasten; 2) Vaste lasten

- 11 -

In onderstaand overzicht de ontwikkeling op deze onderdelen: Categorie Variabele lasten Vaste lasten Totaal

2022 3.209.219 8.830.035 12.039.254

2023 3.189.374 8.914.502 12.103.877

2024 2.958.557 9.216.843 12.175.400

Variabele lasten De variabele lasten bestaan uit de verwerkingslasten en zijn gebaseerd op verwachte hoeveelheid tonnages en geldende tarieven. Deze tarieven worden voor 2024 eveneens geïndexeerd met 3,66%, tenzij anders is aangeven door ROVA. De totale hoeveelheid afval en grondstoffen is 47.336 ton. De gemiddelde prijs per ton is € 67,74. De prijs per aansluiting is € 53,60. Categorie Restafval (incl. PMD & GFT afkeur en luiers) Grof huishoudelij afval (GHA) Groente, Fruit en Tuinafval (GFT) Oude papier en karton (OPK) Overige inzameling Milieubrengstation (MBS) en GRIP-wagen Totaal

2022 2.333.648 201.196 865.940 -603.336 76.901 334.869 3.209.219

2023 1.604.202 209.520 1.232.340 -284.490 96.860 330.945 3.189.378

2024 1.505.206 228.953 1.293.372 -546.039 90.813 386.254 2.958.557

Vaste kosten De vaste kosten bestaan uit dienstverlening van ROVA. Deze worden berekend op basis van een tarief per aansluiting. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde aantal aansluitingen per jaar. Voor 2024 wordt derhalve rekening gehouden met gemiddeld 59.824 aansluitingen. Op basis van nacalculatie van het werkelijke aantal aansluitingen wordt er afgerekend. Voor deze kosten heeft de ROVA een indexering afgegeven van 3,66% voor 2024. In 2023 was dat 4,43%. In werkelijkheid zou de indexering in 2024 echter 5,66% zijn. Op de AvA is toen besloten om 2%-punten een jaar naar voren te halen. Zodoende werd de prijsstijging door inflatie verdeeld over twee jaren. Daarmee komt het tarief neer op € 154,07 per aansluiting. In onderstaand overzicht de ontwikkeling op deze onderdelen: Categorie 2022 2023 2024 Inzameling 3.865.389 3.996.787 Infrastructuur 2.666.305 2.756.943 Overige kosten 2.382.808 2.463.113 Totaal 8.830.035 8.914.502 9.216.843 De vaste lasten werden in 2022 in een ander model gepresenteerd, waardoor deze verdeling nu niet mogelijk is te maken. Ad 3 Inkomsten Nedvang De gemeente Zwolle ontvangt een vergoeding van het verpakkend bedrijfsleven via Nedvang over een aantal grondstoffen, namelijk Oud Papier en Karton (OPK), glas, Plastic, metaal en drinkpakken (PMD) en EPS.

- 12 -

Categorie OPK Glas bont Glas wit PMD EPS Totaal

2022 -9.825 -55.520 -63.887 -694.659 -10.911 -834.802

2023 -10.725 -57.232 -61.984 -1.127.000 -10.911 -1.267.852

2024 -10.833 -62.777 -63.065 -1.047.146 -10.911 -1.194.732

Ad 4. Reiniging Aan de afvalstoffenheffing wordt ook een deel van de lasten van straatreiniging doorberekend. De lasten die hier meegenomen worden zijn met name het vegen van de openbare ruimte (waaronder zwerfvuil) en het verhelpen van calamiteiten (waaronder dumpingen en bijplaatsingen). Een deel van deze werkzaamheden heeft te maken met het opruimen van het huishoudelijk afval dat niet in de (ondergrondse) container is beland. Aangezien het niet te zeggen is of het gaat om huishoudelijk afval, wordt er een standaard percentage van 45% van de lasten voor straatreiniging toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Daarvan wordt 1/3 vervolgens verrekend met Riolering. Per saldo gaat het dus om 30%. Daarnaast wordt er ook vanuit de DVO ROVA BBR kosten voor Zwerfvuil toegerekend aan de afvalstoffenheffing. Categorie Doorberekening van straatreiniging Doorberekening aan riolering Zwerfvuil DVO ROVA BBR Totaal

2022 0 0 0 0

2023 1.064.332 -354.777 41.225 750.780

2024 1.110.937 -370.312 42.734 783.359

Ad 5. Personeel De personele lasten bestaan uit salariskosten en sociale lasten voor de medewerkers van de gemeente Zwolle en GBLT. De inzet van de gemeente Zwolle bestaat uit beleids- en operationeel personeel, als ook de toezicht en handhaving. In totaal werkt er vanuit de gemeente Zwolle 9,87 Fte op het dossier afval & grondstoffen, te denken aan medewerkers van beheer, beleid, incasso en communicatie. Categorie Toezicht afval & minicontainers GBLT Beleids- en operationeel personeel Totaal

2022 0 0 0 0

2023 321.516 641.436 446.836 1.409.788

2024 368.896 671.175 452.525 1.492.596

Ad 6. Kwijtschelding en oninbaar Op basis van het kwijtscheldingsbeleid wordt een deel van de afvalstoffenheffing niet in rekening gebracht. Daarnaast is er om uiteenlopende redenen afvalstoffenheffing die in de loop van jaren oninbaar is. Categorie Kwijtschelding Oninbaar Totaal

2022 0 0 0

2023 1.162.627 122.318 1.284.945

2024 1.234.686 114.127 1.348.813

Ad 7. Overige kosten gemeente Als laatste zijn er nog een aantal kleinere posten. Daaronder valt de garantieregeling Oud Papier, welke van 2022 t/m 2025 wordt afgebouwd en vervangen door de subsidieregeling Mooi Schoon. Daarnaast ontvangt de gemeente Zwolle inkomsten uit textielinzameling en uit boetes (bijvoorbeeld voor bijplaatsingen). - 13 -

Daarnaast zijn er lasten begroot voor incidentele lasten vanuit eenmalige afvalprojecten, die gedurende het jaar voorbijkomen. Als laatste zijn er nog een paar posten opgenomen voor overige kosten derden. Categorie Garantieregeling oud papier Subsidieregeling Mooi Schoon Sympany textielinzameling Inkomsten boetes Incidentele kosten afvalprojecten Overige kosten Totaal

2022 0 0 0 0 0 0 0

2023 91.800 91.800 -10.365 -10.684 453.079 64.358 679.988

2024 45.900 137.700 -10.365 -11.560 243.070 67.995 429.670

Toelichting tariefstelling De toelichting van de tariefstelling bestaat uit de volgende onderdelen: 1) Uitgangspunten tariefstelling 2) Toelichting op totale inkomsten 3) Aantal EPH en MPH 4) Berekening tarief 5) Ontwikkeling tarief Ad 1. Uitgangspunten tariefstelling Voor de tariefstelling moeten drie besluiten als uitgangspunt worden genomen: 1) Op basis van het raadsvoorstel OWR03-148 wordt met ingang van 2005 tariefdifferentiatie naar gezinsgrootte gehanteerd, namelijk een differentiatie op één- en meer persoonshuishoudens, met de variant 80% staat tot 100%. Dat wil zeggen dat het afvalstoffentarief voor EPH in totaliteit op 80% van die van een MPH zit. 2) Op basis van het raadsvoorstel ‘invoering tarief op restafval’ wordt met ingang van 2023 een verdere tariefdifferentiatie toegepast waarbij een vast tarief en een variabel tarief worden onderscheiden. Het vaste tarief van de afvalstoffenheffing wordt in het lopende kalenderjaar opgelegd en het variabele deel in het jaar daarop (achteraf). Het variabele deel wordt bepaald door het aantal keren dat een huishouden restafval heeft aangeboden. 3) Op basis van het coalitieakkoord 2022-2026 is vastgesteld dat gemeentelijke belastingen waar mogelijk 100% kostendekkend moeten zijn. In het raadsvoorstel ‘invoering tarief op restafval’ is specifiek besloten dat de afvalstoffenheffing per 1-1-2023 100% kostendekkend is. Ad 2.

Toelichting op totale inkomsten Bij de invoer van het tarief op restafval per 1-1-2023 is ook besloten dat de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is. Daardoor wordt de hoogte van afvalstoffenheffing bepaald door de hoogte van de totale (netto) lasten, inclusief de extracomptabele lasten. Deze wordt dus niet bepaald op basis van de standaard inflatiecorrectie voor de gemeentelijke tarieven. Inkomsten afvalstoffenheffing Onttrekking egalisatievoorziening Afval Totale inkomsten

€ 17.726.550 € 0 € 17.726.550

Ad 3. Aantal EPH en MPH Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Aansluitingen 1-1-2023 31-12-2023 gem. 2023 1-1-2024 31-12-2024 gem. 2024 Totaal 55.895 59.674 59.285 59.674 59.974 59.824 EPH 22.337 22.882 22.609 22.882 22.997 22.939 MPH 36.559 36.792 36.675 36.792 36.977 36.885 - 14 -

% EPH % MPH

38% 62%

38% 62%

38% 62%

38% 62%

38% 62%

38% 62%

Het totaal aantal aansluitingen en het aantal EPH en MPH is gebaseerd op de door GBLT verstrekte informatie. Daaruit blijkt dat 38% van het aantal huishoudens een EPH betreft en 62% een MPH. Ad 4. Berekening tarief De berekening van het tarief kent 3 stappen: 1) Berekening totale tarief 2) Berekening variabel tarief 3) Berekening vaste tarief Berekening totale tarief Het totale tarief voor de afvalstoffenheffing wordt ook wel het basistarief genoemd. Dit basistarief wordt berekend door de totale benodigde opbrengsten vanuit de afvalstoffenheffing te delen door het gemiddeld aantal aansluitingen in dat jaar. De eerder genoemde lasten en de verrekening met de voorziening, leidt tot onderstaand basistarief voor 2024, waarbij tevens het verschil met 2023 wordt aangegeven.

Voorstel 2023 Opbrengsten afvalstoffenheffing Aansluitingen Basistarief

17.908.725 59.285 € 302,08

Voorstel 2024 17.726.551 59.824 € 296,31

Voorstel 2024 vs. 2023 € -182.175 540 € -5,77

% Voorstel 2024 vs. 2023 -1,02% 0,91% -1,91%

De totale opbrengsten uit de afvalstoffenheffing dalen daarmee met 1,02%. Aangezien het aantal aansluitingen ligt stijgt met 0,91%, wordt deze lagere opbrengst over meer aansluitingen verdeeld. Daardoor daalt het basistarief nog iets meer met 1,91%. Bepaling variabele tarief Het variabele tarief wordt ook wel het tarief op restafval genoemd. Dit tarief wordt na afloop van het jaar in rekening gebracht op basis van het aantal aanbiedingen van restafval. De hoogte van dit tarief is afhankelijk van het gebruikte inzamelmiddel. Het standaard tarief gaat uit van een ondergrondse container met een opening voor afvalzakken van 60 liter. In zo’n zak gaat gemiddeld gezien ongeveer 7 kg restafval. Maar er zijn meerdere inzamelmiddelen. Op dit moment zijn ook inzamelmiddelen voor 80 liter en 240 liter in gebruik. En er loopt een proef met inwerpopeningen van 30 en 40 liter. Omdat de data nog niet toereikend zijn om de aanbiedingen op een inzamelmiddel voor 60 en 80 liter te onderscheiden, wordt er vanuit gegaan dat dit om aanbiedingen op een inzamelmiddel van 60 liter zijn. Het variabele tarief wordt berekend door de aan het variabele deel toe te rekenen lasten te delen door het verwachte aantal aanbiedingen.

Het aantal verwachte aantal aanbiedingen is gebaseerd op het aantal aanbiedingen in het eerste halfjaar van het jaar ervoor, gecorrigeerd met de verwachte groei van het aantal inwoners. Het totaal aan het variabele deel toe te rekenen lasten is berekend op € 3.287.160. Dit is als volgt verdeeld over de inzamelmiddelen voor 60 en 240 liter. .

60 liter-containers 240 liter-containers Totaal

Lasten

Aanbiedingen Tarief

3.197.849 89.311 3.287.160

1.938.090 9.021 1.974.176

€ 1,65 € 9,90

In de berekening van het totaal aantal aanbiedingen zijn de aanbiedingen per 240 liter omgerekend tot aanbiedingen van 60 liter. Dus 9.021 x (240 liter / 60 liter) = 36.085 aanbiedingen. In totaal gaat het daarmee (omgerekend) om 1.974.176 aanbiedingen. Door de totale toegerekende lasten te delen door het - 15 -

aantal aanbiedingen kom je op het tarief op restafval. Deze wordt afgerond naar € 1,65. Berekening vaste tarief Het vaste deel betreft een tarief per huishouden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen eenpersoonshuishoudens (EPH) en meerpersoonshuishoudens (MPH). Het vaste deel van de heffing voor een EPH wordt vastgesteld op 80% van die van een MPH. Dit bedrag wordt in de loop van 2024 opgelegd. Om tot het vaste tarief te komen, moet eerst het vaste basistarief berekend worden. Daarvoor is het nodig om de totale lasten die niet worden gedekt vanuit het variabele tarief te berekenen. Zie daarvoor onderstaand overzicht: Lasten Totale (netto) lasten Af: Onttrekking voorziening Af: variabel Totaal vaste opbrengst

€ 17.726.551 € 0 € 3.287.160 € 14.439.391

Het vaste basistarief wordt vervolgens berekend door de totale lasten die niet worden gedekt vanuit het variabele tarief te delen door het aantal aansluitingen. Uitgaande van 59.824 aansluitingen, komt dat neer op het basistarief voor het vaste deel van € 241,36. Vervolgens wordt de tariefdifferentiatie naar gezinsgrootte toegepast. Dat wil zeggen dat het vaste tarief voor EPH op 80% van die van een MPH wordt berekend. Zie daarvoor onderstaand overzicht:

Voorstel 2024 Opbrengsten vaste deel Aansluitingen Vaste basistarief MPH EPH % EPH t.o.v. MPH

€ 14.439.391 59.824 € 241,36 € 261,41 € 209,13 80%

Ad 5. Ontwikkeling tarief Allereerst wordt er ingegaan op de transitie van de oude tariefstelling naar de nieuwe tariefstelling. Daarna wordt verder ingegaan op de verschillen tussen de tariefstelling van 2023 en 2024. Van oude naar nieuwe tariefstelling Sinds 1 januari 2023 is het tarief op restafval ingevoerd, waardoor het tarief voor de afvalstoffenheffing bestaat uit een vast tarief en een variabel tarief. De tariefstelling was al een aantal jaren niet kostendekkend. Daarnaast was er in 2022 en 2023 sprake van inflatie. Om het tarief per 1 januari 2023 kostendekkend te laten zijn, moest er ook gecorrigeerd worden voor deze inflatie (indexatie genoemd). Deze ontwikkeling wordt hieronder weergegeven. Tarief 2022 2023* 2023** EPH € 236,78 € 245,42 € 257,57 MPH € 295,97 € 306,77 € 321,97 % EPH van MPH tarief 80% 80% 80% * indexatie 3,65% (cf richtlijnen concern + 800 extra huishoudens) ** 5,13% er bij voor kostendekkend tarief - 16 -

Het totale tarief voor 2023 is vervolgens verdeeld over een variabel en vast deel. Het aantal aanbiedingen is in 2023 gebaseerd op afgerond 14 aanbiedingen per inwoner. Dat is 42 aanbiedingen voor een MPH. Voor een EPH is dat 14 aanbiedingen. Tarief EPH MPH % EPH van MPH tarief

2023 Variabel Vast € 257,57 € 23,80 € 233,77 € 321,97 € 71,40 € 250,57 80% 33% 93%

In 2023 werd de differentiatie op gezinsgrootte op het totale tarief toegepast. Gemiddeld gezien zitten er 3 inwoners per MPH. Het variabele deel is daarom 3x zo groot voor een MPH dan een EPH. Wanneer dit variabele deel uit het totale tarief wordt gehaald, komt het vaste tarief voor een EPH vervolgens op 93% van dat van een MPH. Wanneer je het totale tarief van 2022 vergelijkt met het vaste tarief voor 2023, dan lijkt er maar sprake te zijn van een € 3,01 daling voor een EPH. Terwijl het tarief voor een MPH € 45,40 daalt. Maar om een juiste vergelijking te maken moet het totale tarief van 2022 met het totale tarief van 2023 worden vergeleken. Dan is er sprake van een stijging van € 20,79 voor een EPH en € 26,00 voor een MPH. Dat is in beide gevallen een stijging van 8,78%. Deze stijging komt door de indexatie van 3,65% en de 5,13% stijging om het tarief kostendekkend te maken. Wanneer het verschil tussen het totale tarief van 2022 en het vaste tarief van 2023 wordt opgeteld bij het variabel deel van 2023 dat in 2024 wordt opgelegd, dan kom je per saldo uit op € 20,79 voor een EPH en € 26,00 voor een MPH. Precies gelijk aan de stijging tussen het totale tarief van 2022 en die van 2023. Tarief EPH MPH % EPH van MPH tarief

22 vs. 23 22 vs. Vast In 2024 Per Saldo € 20,79 € 3,01 € 23,80 € 20,79 € 26,00 € 45,40 € 71,40 € 26,00 80% 7% 33% 80%

Verschil tariefstelling in 2023 en 2024 In 2023 was de verhouding tussen het vaste tarief voor een EPH en MPH door bovenstaande ontwikkeling 93%, terwijl de verhouding 80-100 van toepassing was op het totale tarief. In de Tarievennota 2024 zit het voorstel om de verhouding 80-100 toe te gaan passen op het vaste tarief. Daarin wordt tegemoet gekomen in het sentiment wat hierboven beschreven staat. Zie dat hieronder verder uitgewerkt. Verschil % Tarief 2023 2024 € 24,64 - 10,54% € 209,13 Vast tarief EPH € 233,77 € 10,84 4,33% Vaste tarief MPH € 250,57 € 261,41 80% % EPH van MPH tarief 93% - € 0,05 - 2,94% Variabel tarief EPH € 1,70 € 1,65 Daarnaast daalt het variabele deel van € 1,70 naar € 1,65, omdat de som van de kosten die worden toegerekend aan het tarief op restafval in 2024 iets lager uitvallen dan in 2023. Toelichting stand egalisatievoorziening Deze toelichting is opgedeeld in de volgende onderdelen: 1. Stand egalisatievoorziening Afval 2. Mutaties egalisatievoorziening Afval 3. Mutaties met de algemene middelen 4. Meerjarenbeleid Ad 1. Stand egalisatievoorziening Afval - 17 -

Stand 1 januari Onttrekkingen Toevoegingen Stand 31 december

2023 2024 2022 2.958.301 2.712.168 1.827.031 - 996.133 - 1.225.167 0 750.000 340.030 0 2.712.168 1.827.031 1.827.031

Ad 2. Mutaties egalisatievoorziening Afval Per saldo wordt er € 885.137,32 onttrokken aan de voorziening afval. Zie hieronder een overzicht met de hogere en lagere lasten. Hogere lasten leiden tot een onttrekking, lagere lasten leiden tot een toevoeging. Let op: de plussen en minnen zijn omgedraaid ten opzichte van bovenstaande tabel. Aanleiding Begroting 2022 Raadsbesluit Jaarrekening 2022

Onderwerp Storting uit algemene middelen Gedeeltelijk terugdraaien storting Tekort afvalstoffenheffing Saldo 2022

Begroting 2023 Raadsbesluit Tarievennota 2023 Berap 23-1 Berap 23-1 Berap 23-1 Berap 23-1 Berap 23-1 Raadbesluit Raadbesluit Berap 23-2 Berap 23-2

Basisbegroting 2023 Raadsbesluit tarief op restafval / tarievennota Saldo uit Tarievennota 2023 Toenemen projectkosten doornontwikkeling GGP Toevoegen extra GFT-cocons Toevoegen extra GFT-cocons, structureel Gescheiden luierinzameling CAO ontwikkelingen en afdracht Proef kleinere inworpopeningen Kwijtscheldingen Vrijval ivm resultaat 2022 meevaller 2023 Saldo 2023

Bedrag 3.250.000 - 2.500.000 996.133 246.133 856.349,00 -856.349,00 10.685,00 107.200,00 25.000,00 44.334,32 72.690,00 25.861,00 120.000,00 69.397,00 750.000,00 -340.030,00 885.137,32

Toelichting 2022: - In 2022 was de afvalstoffenheffing niet 100% kostendekkend. Op dat moment leek de voorziening daardoor leeg te gaan lopen. Er is toen besloten om € 3.250.000 te storten in de voorziening. - Dit is in het raadsbesluit tarief op restafval gedeeltelijk teruggedraaid, waarbij € 2.500.000 zou vrijvallen ten gunste van de incidentele middelen. Er bleef € 750.000 staan voor 2022. - Het tekort van € 246.133 dat ontstond doordat de afvalstoffenheffing in 2022 nog niet 100% kostendekkend was, werd onttrokken aan de voorziening. Dit is een stuk lager dan eerder was begroot. Toelichting 2023: - In de Begroting 2023 was de 100% kostendekkendheid nog niet meegenomen. Daarom stond er een onttrekking van € 856.349 begroot. Dit is met de invoering van het tarief op restafval teruggedraaid. - In de Tarievennota stond per abuis een klein saldo van € 10.685 door een foutieve optelling. Dit bedrag moet dus onttrokken worden aan de voorziening. - In de Berap 2023-1 zijn een aantal initiatieven ingediend welke ten lasten komen van de voorziening. - 18 -

-

-

In het raadsdebat van 10 oktober 2022 had de wethouder toegezegd om een proef met kleinere inworpopening te ondernemen. Deze is goedgekeurd door de raad en kost € 120.000. Deze proef komt ten laste van de voorziening. Door een uitbreiding van het kwijtscheldingsbeleid gedurende het jaar, wordt verwacht dat er een hoger bedrag aan kwijtscheldingen gaat komen. Deze hogere last komt ten laste van de voorziening. Aangezien de het tekort in 2022 lager was dan begroot, is de storting van € 750.000 in de voorziening in de Begroting 2022 niet nodig geweest. Naast de € 2.500.000 die eind 2022 al was teruggedraaid, kan ook het restant van € 3.250.000 worden teruggedraaid. Hiervoor is in Berap 2023-2 een melding gemaakt. De lasten vallen per saldo € 340.030 lager uit dan begroot. Dit is gemeld in Berap 2023-2.

Ad 3. Mutaties met algemene middelen In het verleden is er vanuit de algemene middelen in de voorziening gedoteerd. Een deel is inmiddels teruggedraaid. Op dit moment zit er nog € 1.750.000 aan algemene middelen in de voorziening.

1-1-2020 1-1-2021 1-1-2022 31-12-2022 31-12-2023

Dotatie Onttrekking Saldo Opmerking -1.000.000 -1.000.000 -750.000 -750.000 -3.250.000 -3.250.000 2.500.000 2.500.000 Met raadsbesluit invoer tarief op restafval teruggedraaid 750.000 750.000,00 Met Berap 2023-2 teruggedraaid -1.750.000

Ad 4. Meerjarenbeleid De stand van de egalisatievoorziening Afval wordt mede gebruikt om te komen tot een gestabiliseerd tarief in de komende jaren. Deze voorziening is nodig om jaarlijks tekorten of overschotten op de afvalstoffenheffing op te kunnen vangen. Om grote tariefstijgingen te voorkomen kan het zo zijn dat (incidentele) fluctuaties op de afvalmarkt ook uit deze voorziening gedekt worden. Voor de papieropbrengsten stellen wij voor om te gaan werken met het gemiddelde tarief van de afgelopen 10 jaar, waarbij fluctuaties op dit tarief vanuit deze voorziening gedekt worden om zo de afvalstoffenheffing naar inwoners toe niet teveel afhankelijk te laten zijn van marktomstandigheden.

- 19 -

Toelichting ontwikkelingen In deze toelichting wordt verder ingegaan op de: 1. Ontwikkelingen tarief t/m 2023 2. Verschillenanalyse Begroting 2023 en 2024 3. Toekomstige ontwikkelingen en risico’s Ad 1. Ontwikkeling tarief t/m 2023 • In het verleden stelden wij u voor de stand van de (toen) egalisatiereserve afvalstoffen te gebruiken om het tarief af te vlakken. • Vanaf het jaar 2011 is voorgesteld het tarief met 2,0% te verhogen gezien de stand van de reserve en de ontwikkelingen van kosten van afval; • vanaf 2012 zijn de kosten van kwijtschelding en oninbaarheid opgenomen in de heffingsgrondslag vanwege de financiële situatie van de gemeente. • Vanaf 2014 wordt het volledige dividend van ROVA ten gunste gebracht van de algemene middelen hetgeen inhoudt dat de jaarlijkse dotatie aan de reserve Afvalstoffenheffing is komen te vervallen: voor 2022 begroot op € 650.000. • Vanaf 2023 komt de dividend weer volledig ten gunste van algemene middelen. • Jaarlijks wordt gekeken naar de dekkingsbijdrage van deze heffing. Uitgangspunt is dat de kosten 100% gedekt moeten zijn. • M.i.v. 2014 zijn de middelen in de egalisatiereserve Afvalstoffenheffing overgeheveld naar de Egalisatievoorziening Afval (BBV-voorschriften). Ad 2. Verschillenanalyse Begroting 2023 en 2024 In de verschillenanalyse gaan we verder in op de verschillen tussen de Begroting 2023 en 2024 met betrekking tot de: 1.

Totale (netto) lasten 2. Opbrengsten afvalstoffenheffing Verschillenanalyse: totale (netto) lasten Deze totale (netto) lasten zijn gestegen met 56.000. De verschillen zijn hieronder uiteengezet. Onderwerp Daling inkomsten OPK Overige kosten ROVA Stijging inkosten Nedvang Stijging overige kosten gemeente Lagere toegerekende lasten Meer kwijtscheldingen en oninbaar Saldo

Bedrag +167.385 - 184.745 - 205.290 +136.820 - 239.535 +133.265 - 192.100

Toelichting op verschil (netto) lasten Deze verschillen worden als volgt verklaard: • De inkomsten vanuit oud papier en karton (OPK) dalen doordat het tarief per tonnage een stuk lager wordt verwacht, wat zorgt voor een stijging van de (netto) lasten (+ 167.385). • De overige kosten van de ROVA dalen daarentegen, als gevolg van de ontwikkelingen in 2023 (- 184.745) • Daarnaast stijgen de inkomsten vanuit Nedvang (- 205.290). Dit komt door een stijging van de grondstoffen en een iets betere prijs voor PMD. • Daar staat een stijging van de lasten van de gemeente tegenover (+ 136.820). Dat komt met name door de indexatie. • Daarnaast is toerekening van de BTW een stuk lager doordat meer kosten onder het Btw-regime van ondernemers wordt geacht (- 239.535). Daardoor dalen de toe te rekenen lasten. • Daar staat een stijging van het bedrag aan kwijtscheldingen en oninbaar tegenover (+ 133.265)

- 20 -

Verschillenanalyse: opbrengsten afvalstoffenheffing Deze totale opbrengsten vanuit de afvalstoffenheffing zijn gedaald met 182.000. De verschillen zijn hieronder uiteengezet. Onderwerp Hogere opbrengst tarief op restafval Lagere opbrengst vaste tarief Subtotaal lagere opbrengsten

Bedrag + 49.925 - 231.340 - 181.415

Toelichting op verschil (netto) lasten Deze verschillen worden als volgt verklaard: • Het tarief op restafval neemt iets af, maar door een stijging van het aantal verwachte aanbiedingen neemt de opbrengst toe (+ 49.000). • De opbrengsten vanuit het vaste tarief nemen per saldo af (- 231.000). Er is minder dekking nodig vanuit dit vaste tarief voor de overige niet aan het tarief op restafval toegerekende kosten. Dit komt met name door het lagere tarief op EPH (- 300.500). Daar staat de stijging in het tarief op MPH tegenover (- 75.000). Daarnaast speelt ook mee dat de verhouding in de Begroting 2023 anders was dan in werkelijkheid en in de Begroting 2024 opgenomen. Verschillenanalyse onttrekking of storting voorziening In 2023 vond er een kleine onttrekking plaats van 10.685. Dat kwam door een omissie in de tarievennota van 2023. In 2024 wordt er op begrotingsbasis niets onttrokken aan of gestort in de voorziening. Het tarief is 100% kostendekkend. Dat zorgt voor het volgende verschil, wat gelijk ook het verschil is tussen het saldo van de ontwikkelingen op de (netto) lasten en opbrengsten. Onderwerp Lagere (of eigenlijk geen) onttrekking

Bedrag - 10.685

Ad 3. Toekomstige ontwikkelingen en risico's De afval- en grondstoffenmarkt is een fluctuerende markt. Er zijn dan ook onzekerheden met betrekking tot de meerjarenraming: - Door het verhogen van service voegen we kosten toe, ook dit kan kostenverhogend werken ten aanzien van de afvalstoffenheffing. - De ontwikkeling van de opbrengsten van grondstoffen zoals oud papier zijn onzeker. Deze opbrengsten schommelen jaarlijks, waarbij de papierprijs het meest fluctueert. - Het restafval zal de komende jaren steeds zwaarder belast worden, de verbrandingsbelasting op restafval is daar een voorbeeld van maar ook de CO2-heffing op restafval. Deze heffing loopt de komende jaren naar verwachting op. - Loonkosten zijn een belangrijke post in de tariefontwikkeling. De loonkosten nemen toe wegens krapte op de arbeidsmarkt, dit heeft een kostenverhogend effect op de afvalstoffenheffing. - Ook stijgende inflatie heeft een effect op afvalstoffenheffing. - Het contract voor de Verwerking van restafval is verlengd tot 2025/2026 onder dezelfde condities hetgeen voor de komende jaren duidelijkheid geeft over de tarieven/kosten. Voor de periode daarna zullen nieuwe onderhandelingen moeten plaatsvinden waarbij marktontwikkelingen een grote rol spelen; bij krapte in de markt zullen de tarieven stijgen. - De kwaliteit van grondstoffen wordt steeds belangrijker.

Hoe hoogwaardiger de kwaliteit van een grondstof, hoe beter deze opnieuw in omloop te brengen is. Om de kwaliteit van grondstoffen te verhogen nemen de kosten toe. Dit gaat om controle/voorbewerkingskosten van ROVA, maar ook om kosten van Toezicht en Handhaving ten aanzien van vervuiling van grondstoffen. In 2024 moet ook het nieuwe GGP vastgesteld worden. Daarbij blijft Zwolle Zonder Afval de rode draad. We streven naar 0kg restafval in 2050 (conform Omgevingsvisie Ons Zwolle van Morgen). Dit betekent nóg meer inzet op afvalscheiding, het verhogen van de inzet op preventie (afval verminderen) maar ook het onderzoeken of we lokale ketens kunnen sluiten. Lees: al deze maatregelen zullen kosten toevoegen aan de - 21 -

afvalstoffenheffing waarbij het steeds moeilijker wordt om dit terug te verdienen in de afname van het restafval.

- 22 -

3.3 Rioolheffing Voorstel: Tarief eigenarendeel: Uitgaande van 65.212 aansluitingen is voor 2024 het tarief eigenarendeel € 121,12. Hier is voor 2024 de inflatiecorrectie van 6,1% toegepast ten opzichte van het tarief voor 2023. De gemeente Zwolle wil alleen rioolheffing opleggen bij een perceel als er naast hemelwater ook afvalwater direct of indirect op het riool wordt geloosd. Om dit tot uitdrukking te brengen is gekozen voor een variant van een aansluitrecht in combinatie met een afvoerrecht. Op deze wijze worden bijvoorbeeld de garageboxen en opslag/distributieruimten waar geen afvalwater op het riool wordt geloosd, maar wel hemelwater, buiten de heffing gelaten. Voor de eerste 500 m3 afgevoerde afvalwater wordt een vast tarief van de eigenaren geheven (dit is vergelijkbaar met een aansluitrecht). Bij afvoer van afvalwater vanaf 500 m3 worden ook de gebruikers in de heffing betrokken op basis van de hoeveelheid afgevoerde afvalwater (een afvoerrecht). Er vindt een onttrekking plaats ten laste van de egalisatievoorziening rioleringen. Op 29 november 2021 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2026 door de Raad vastgesteld. Daarin staan de uitgangspunten voor die jaren vermeld. Tarief gebruikersdeel: De tarieven voor het gebruikersdeel worden eveneens verhoogd met 6,1% In het eigenarendeel is het lozen op de riolering tot 500 m3 meegenomen.

Per 100m3 afgevoerd water worden de tarieven: van 500m3 t/m. 1.000m3 van 1.001m3 t/m. 10.000m3 van 10.001m3 t/m. 50.000m3 van 50.001m3 t/m. 100.000m3 boven 100.000m3

€ 52,71 € 40,55 € 30,22 € 22,88 € 15,97

Reden van heffing: Doorberekenen van de kosten van aanleg, onderhoud en exploitatie van de gemeentelijke voorzieningen ten behoeve van de inzameling en transport van afval- en hemelwater en de negatieve gevolgen van grondwateroverlast te beperken aan belanghebbenden. Beleidsuitspraken: 1. 100% kostentoerekening; 2. Uitvoering van het GRP 2022-2026 (raadsbesluit 29 november 2021); 3. In het kader van het GRP is gekeken naar het meerjarig verloop van de voorziening. In de Perspectiefnota (PPN) 2014 is de ondergrens van de voorziening riolering bijgesteld naar € 1 miljoen. 4. De post BTW-CF betreft de toerekening van de BTW op basis van de begrote uitgaven. Voor 2024 bedraagt het bedrag voor de BTW-CF € 1.018.464; 5. De post toerekening overhead is berekend op basis van de inzet van medewerkers aan Riolering: 11,15 fte tegen een tarief voor overhead van € 64.680 = € 721.241; 1 fte staat voor 1.320 uren; 6. Het rentepercentage over de investeringen is voor 2024 0,4%; 7. Met ingang van 2011 wordt 15% van de kosten van straatreiniging ten laste van Riolering gebracht. De totale begrote kosten voor straatreiniging bedragen € 2,47 miljoen in 2024. Toenemend straatvuil is een bedreiging voor de riolering. We verwachten dat met het schoonhouden van wegen een positieve bijdrage wordt geleverd aan de inloop van vuil in de openbare riolering, waardoor we - 23 -

calamiteiten of extra kosten voor de riolering beperken. Het percentage dat doorberekend wordt, zijnde 15% van het totaal, is een inschatting van het aandeel van het totaal voor dit onderdeel; 8. In 2024 worden de oninbare rioolheffingen en kwijtschelding op totaal € 8.036 geraamd; 9. In het collegeakkoord van mei 2018 is bepaald dat de woonlasten voor de burgers qua heffingen niet meer mogen stijgen dan de inflatiecorrectie; 10. De uitgaven voor vervanging rioolbuizen (vrijverval en/of relining) worden vanaf 2018 niet meer geactiveerd. Op basis van de voorschriften van het BBV van eind 2017 met betrekking tot vaste activa, dienen deze kosten bij het groot onderhoud te worden verantwoord; 11. Zie voor ontwikkelingen in de investeringen, voornamelijk in het kader van klimaatadaptatie, de alinea Investeringen. Overzicht baten en lasten:

Rioolrechten tarieven 2024 Aantal aansluitingen 2024 Tarief Inkomsten bedrijven (gebruikersdeel)

€ €

65.212 121,12 424.070

Lasten Kapitaallasten Rioleringsnota Capaciteitskosten Riolering algemene kosten Riolering onderhoud Riolering reiniging Kosten incasso (GBLT) Toezicht Riolering Doorbelasting kosten straatreiniging Doorbelasting onderhoud stedelijk water Kosten kwijtschelding en oninbare rioolheffingen Subtotaal lasten Bij: BTW-CF Bij: toerekening overhead 11,15 fte x € 64.680 Totaal lasten

€ € € € € € € € € € € € € € €

1.456.291 663.010 890.056 12.446 2.997.700 538.578 201.541 560 370.312 20.503 8.036 7.159.033 1.018.464 721.241 8.898.738

Baten Rioolrechten, incasso GBLT Inkomsten gebruikersdeel Totale inkomsten

€ € €

7.898.751424.0708.322.821-

Saldo onttrekking aan voorziening riolering

€

575.917-

Mee- en tegenvallers op rioleringsgebied worden verrekend met de ingestelde egalisatievoorziening tarieven rioleringen. Vrijvallende middelen in deze voorziening vallen terug naar de burger in de vorm van lagere c.q. minder snel stijgende rioolheffingen, tarieven worden afgevlakt. Hiermee is in het heffingsjaar 1996 een begin gemaakt. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen de tarievennota 2024 en - 24 -

de programmabegroting 2024 worden veroorzaakt. In het bijlagenboek van de programmabegroting 2024 (doel 7.3.2) worden totalen gepresenteerd van: - Lasten € 7.158.473 - Baten € 8.898.738 het saldo op het product bedraagt € 1.740.265 Doel 7.3.2 Afvalwater, hemelwater en grondwater wordt duurzaam ingezameld, (her)gebruikt en afgevoerd Begroting 2024 doel 7.3.2

Lasten

Baten

7.158.473

8.898.738

Niet meegenomen kosten: Toegerekende kosten: Toezicht openbare ruimte vanuit doel 7.2.3 Toegerekende indirecte kosten (overhead) Toeslag BCF (BTW Compensatiefonds) dat niet in begroting opgenomen wordt

560 721.241 1.018.464

Kosten meegenomen in tarievennota 2024

8.898.738

8.898.738

Er is sprake van kleine afrondingsverschillen (veroorzaakt door de programmabegroting). Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2024 Het volgende onderdeel uit bijlage 1 vormt bovenstaande opbrengst: Hoofdstuk 3. Rioolheffingen - eigenarendeel - gebruikersdeel (grotere lozers, 5 categorieën) Hoofdstuk 11.3. Afkoop infiltratie regenwater Conclusie: De geraamde lasten zijn hoger dan de inkomsten. Het verschil (€ 575.917) wordt onttrokken aan de egalisatievoorziening tarieven rioleringen, om pieken en dalen in de rioolheffing op te vangen. De geraamde kosten worden voor 100% gedekt. Investeringen: In 2024 zal een bedrag van € 800.000 (excl. BTW) voor riolering worden geïnvesteerd in het kader van klimaatadaptie. De kapitaallasten hiervan komen, conform de regelgeving van het BBV, ten laste van dit product. Het bedrag van € 800.000 wordt in 2024 als jaarschijf aan de investeringen toegevoegd. De kosten van het vervangen/relinen van de rioolbuizen werden tot 2018 als investering verantwoord (vervangingsinvesteringen), deze kosten komen vanaf 2018 ten laste van het onderhoud, op grond van de BBV regelgeving van december 2017. Ontwikkelingen: De gemeente Zwolle, het waterschap Drents Overijsselse Delta en de gemeenten binnen dit beheersingsgebied werken nauw samen in Rivus (gezamenlijk afvalwaterbeheer west-Overijssel) om kennis, - 25 -

kunde te versterken, kwetsbaarheid te verminderen en kosten- en investeringenontwikkelingen in de afvalwaterketen te matigen. Stand egalisatievoorziening Rioleringen: Stand van de voorziening per 01-01-2023

€

3.647.217

Dotaties in 2023 Toevoeging i.v.m. aanpassingen rente en afschrijvingen Totaal toevoegingen in 2023

€ €

182.138 182.138

Onttrekkingen in 2023 Begroot saldo baten en lasten RB 28-11-22 kwijtschelding Berap 2023-2 riolering Berap 2023-2 bijdrage GBLT Totaal onttrekkingen in 2023

€ € € € €

1.069.424 42 864.184 10.814 1.944.464

Stand van de voorziening per 31-12-2023

€

1.884.891

Dotaties in 2024 Totaal toevoegingen in 2024

€

Onttrekkingen in 2024 Begroot saldo baten en lasten Totaal onttrekkingen in 2024

€ €

575.917 575.917

Stand van de voorziening per 31-12-2024

€

1.308.975

- 26 -

-

3.4 Leges Leges zijn rechten die de gemeente op grond van de Gemeentewet of andere wetten kan heffen in verband met door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Er is een grote diversiteit in de aard van de onder de naam leges te heffen rechten. Vanwege die grote diversiteit is het niet mogelijk, in het kader van de tarievennota, de leges als één geheel te behandelen. Daarom worden achtereenvolgens vermeld: I. Leges Burgerzaken; II. Leges Omgevingsvergunning; III. Milieuleges IV. Leges Juridische Zaken; V. Leges Ondergrondse leidingen; VI. Gedoogbeschikkingen. I. Leges Burgerzaken Voorstel: De tarieven die jaarlijks wettelijk worden vastgesteld op het maximum wettelijk tarief voor 2024 vast te stellen. De overige tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 6,1%. De tarieven voor het huwelijk af te ronden op hele euro’s. De overige tarieven af te ronden op eenheden van € 0,05. Een aantal lage tarieven te verhogen met € 0,05 of € 1.00, omdat verhogen met het inflatiepercentage niet tot een wijziging leidt. Reden van de heffing: Doorberekening van lasten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen voor diverse diensten, alsmede het verstrekken van documenten door de afdeling Inwonerszaken. Beleidsafspraken: Het uitgangspunt van beleid is om bij de leges 100% kostendekking te realiseren.

Deze 100% kostendekking geldt voor de gehele legesverordening en niet per product. Toch wordt geprobeerd om per productassortiment 100% kostendekkend te zijn. Overzicht lasten/baten: Onderstaande kosten en opbrengsten zijn exclusief de rijksleges die wij in rekening brengen bij de burger en ook weer moeten afstaan aan het ministerie of RDW. Lasten:

Baten:

Inwonerszaken Overige algemene kosten Derden Toegerekende indirecte kosten toeslag BCF Onttrekking uit de reserve Totale Lasten

€ 880.767,-€ 3.354,-€ 720.435,-€ 41.900,-€ 1.646.456,-€ 16.240,-€ 1.630.216,--

verwachte baten 2024

€ 1.594.895,--

Omschrijving Reisdocumenten Rijbewijzen en eigen verklaringen Uittreksels Burgerlijke stand Totaal

lasten 880.546 366.389 142.177 241.104 1.630.216 - 27 -

Baten 849.837 366.389 132.340 246.329 1.594.895

Kostendekkendheid 97 % 100 % 93 % 102 % 98 %

In de begroting 2024 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt: Doel 8.2.1 Gastvrije dienstverlening rondom alle levensgebeurtenissen van inwoners Begroting 2024 doel 8.2.1 Niet meegenomen kosten Rijksleges Reisdocumenten, Rijbewijzen, VOG Kosteloze dienstverlening Burgerlijke stand: erkenning vaderschap, ondertrouw, echtscheiding, controle op schijnhuwelijk, geboorten, overlijden, naamswijziging, etc. Basisregistratie Personen, begraven ( incl. reserve mutaties), Verkiezingen, infocentrum Onttrekking aan reserve / voorziening Toegerekende kosten Toegerekende indirecte kosten Toeslag BCF (BTW Compensatiefonds) dat niet in begroting opgenomen wordt Baten en lasten meegenomen tarievennota 2024 (voor de onttrekking uit de reserve rijbewijzen)

Lasten

Baten

7.570.702

4.660.959

1.223.478 365.608

1.223.478

4.780.343

1.550.346

317.152

292.240

720.435 41.900

1.646.456

1.594.895

Er is sprake van afrondingsverschillen. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2024 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de boven staande opbrengsten. 4. Legesverordening, Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening 1.1 Burgerlijke stand 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse Identiteitskaart 1.3 Rijbewijzen 1.4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie persoonsgegevens 1.8 Overige Publiekszaken De opbrengsten zijn berekend op basis van bovenstaande tarieven vermenigvuldigd met de verwachte aantallen. Toelichting: Voor 2024 zijn de verwachte aantallen en de hieraan te besteden uren aan de hand van de formatiecalculatie vastgesteld. Vanaf 2024 is er een tijdelijke toename van het begrootte aantal reisdocumenten die ook de komende jaren te zien zal zijn. Dit is een gevolg van het verlengen van de geldigheid van deze reisdocumenten van 5 naar 10 jaar voor personen vanaf 18 jaar voor reisdocumenten uitgegeven sinds 9 maart 2014. Het verschil tussen de verwachte opbrengsten en kosten bij Rijbewijzen wordt onttrokken aan de reserve Rijbewijzen. Hierdoor komt de kostendekkendheid voor dit onderdeel op 100%. De kostendekkendheid blijft met 97,8% nagenoeg gelijk aan 2023. Conclusie: De geraamde kosten verband houdende met het in behandeling nemen van aanvragen voor diverse - 28 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=b4bf15ff-b208-4c50-ab32-3e8456fc3eae