Tarievennota 2023
Tekst van het document
VOORSTEL AAN DE RAAD INZAKE TARIEVEN VOOR BELASTINGEN, RETRIBUTIES EN PRIVAATRECHTELIJKE TARIEVEN VOOR 2023
Afdeling Juridische Zaken
INHOUDSOPGAVE
blz.
HOOFDSTUK 1
Inleiding
3
2
Actualiteiten & Hoofdlijnen
6
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.11.1 3.11.2 3.11.3
Tariefvoorstellen 2023 Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Leges Parkeerbelastingen Begraafplaatsrechten Precariobelasting Havengelden Marktgelden Toeristenbelasting Privaatrechtelijke tarieven Sport Dwangsom afhalen fiets bij AFAC Afkoop infiltratie regenwater
7 8 13 18 28 30 32 33 35 37 38 38 38 39
4
Belastingen-woonlasten
40
Bijlage 1 Overzicht gemeentelijke tarieven 2022 - 2023 Bijlage 2 Belastingoverzicht 2022, grote gemeenten (gedeeltelijke weergave). Het gehele onderzoek ligt ter inzage.
-2-
-- HOOFDSTUK 1-INLEIDING De Tarievennota 2023 geeft een overzicht van de tarieven van belastingen en rechten die door de gemeente Zwolle worden geheven. De tarievennota is een aanvulling op de Paragraaf Lokale Heffingen (hierna: PLH) waarin een overzicht en de ontwikkelingen van de lokale heffingen zijn opgenomen. Daarnaast worden privaatrechtelijke tarieven berekend. Daarvan is een overzicht in deze tarievennota opgenomen. In hoofdstuk twee worden ontwikkelingen vermeld waar de gemeente in het jaar 2023 rekening mee moet houden c.q. op in kan spelen. In hoofdstuk drie wordt ingegaan op de tariefvoorstellen voor het jaar 2023. De financiële gevolgen hiervan kunt u terugvinden in de concernbegroting 2023. Het kabinet is van mening dat de aanvrager duidelijk inzicht moet hebben in de manier waarop de prijs van een product wordt bepaald. Per onderdeel in de tarievennota geven we aan welke lasten en baten we verwachten. Hieraan toegevoegd is een overzicht met de relatie met de productenraming per doel. Mochten deze bedragen niet gelijk aan elkaar zijn, wordt er aangegeven welke lasten en baten niet meegenomen zijn c.q. toegerekend zijn. Meestal gaat het dan om kosten die niet meegenomen mogen worden zoals periodieke controles, bezwaar en beroep, klachten, inbreng bij beleidsontwikkeling, behandelen van meldingen, vergunningsvrij, etc.
Bij de meeste onderdelen uit de tarievennota geldt dat de tarieven ten hoogste 100% kostendekkend mogen zijn. Daarnaast hebben we opgenomen een overzicht welke onderdelen uit de bijlage van de tarievennota horen bij de verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk vier worden de financiële effecten voor de belastingplichtigen weergegeven. De woonlasten op basis van de tarieven van 2022 en 2023 worden voor een drietal prijsklassen van woningen naast elkaar gezet. In bijlage 1 wordt een totaal overzicht gegeven van de tarieven voor 2022 en 2023. Tot slot geeft bijlage 2 een overzicht van de tariefontwikkelingen op landelijk niveau. Bij de leges en rechten waar gesproken wordt over kostendekkendheid worden de indirecte kosten, die vanaf 2016 centraal worden verantwoord in het programma bedrijfsvoering, apart toegerekend. Dit vindt plaats door de totale bedrijfsvoeringskosten te delen door de directe productieve formatie. Hieruit volgt een bedrag aan indirecte kosten per directe fte. Richtlijnen geven aan dat dit ook hier moet worden opgenomen. Zie hiervoor ook het programma bedrijfsvoering. Voor elke directe fte wordt deze opslag meegenomen bij de verschillende leges en rechten (daaronder wordt hier mede begrepen de afvalstoffenheffing en rioolheffing). Voor de verschillende onderdelen wordt de benodigde directe capaciteit begroot.
Deze methode is conform de Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) regelgeving. De tarievennota kent verschillende onderdelen. Het streven is dat tussen de verschillende onderdelen geen kruissubsidiëring plaats vindt. Leges Burgerzaken draagt dus niet bij aan leges omgevingsvergunning of andere leges en rechten. Binnen de verschillende onderdelen vindt soms wel kruissubsidiëring plaats. Om welke bedragen dit gaat is lastig aan te geven. Hieronder staan de belangrijkste onderdelen waar kruissubsidiëring voor kan komen. Bij Leges Burgerzaken zijn veel tarieven gemaximeerd. Hierdoor zijn sommige onderdelen minder dan 100% kostendekkend, zoals reisdocumenten, rijbewijzen en uittreksels, maar is de Burgerlijke stand (huwelijken) meer dan 100% kostendekkend. Bij Leges Omgevingsvergunning bijvoorbeeld kan in het algemeen aangegeven worden dat grote bouwwerken meer dan kostendekkend zijn en kleine bouwwerken minder kostendekkend. De mate van kruissubsidiëring is erg afhankelijk van het type aanvraag en de daarvoor benodigde capaciteit. Bij Leges Juridische Zaken is gezien het kostendekkendheidspercentage kruissubsidiëring zeer onwaarschijnlijk.
-3-
De tariefvoorstellen voor 2023 zijn als volgt: A. BELASTINGEN -1-. De OZB-tarieven te verhogen met 3,65%. Toelichting. De opbouw van dit percentage voor 2023 bestaat uit de inflatiecorrectie 2023. Het inflatiepercentage wordt vanaf 2005 vastgesteld aan de hand van het gemiddeld gewogen percentage voor de gemeentelijke loonkostenontwikkeling en prijzen van derden. Het percentage wordt evenals de prijzen van derden gecorrigeerd met een eventuele nacalculatie over de twee voorafgaande jaren. Uitgaande van een loon- en prijsgevoelige verhouding van de kosten van 50% - 50%, het percentage voor loonkostenstijging 2023 van 2,50% en het percentage voor prijzen van derden van 4,80%, dan resulteert dit in een inflatiecorrectiepercentage voor de gemeentelijke tarieven van: (loonkosten 2,50% + prijzen van derden 4,80%) : 2 = 3,65%. . -2-. De tarieven voor de precariobelasting worden verhoogd met de inflatiecorrectie van 3,65%, met uitzondering van de precariobelasting voor terrassen. Voor de terrassen zal eerst overleg worden gevoerd hoe in de toekomst invulling gegeven kan worden aan een tariefsverhoging (zie hierna onder 3.7). -3-. De tarieven voor de parkeerbelastingen worden verhoogd met 9,2%; de tarieven voor de vergunningen, abonnementen en ontheffingen worden verhoogd met 3,65%. Toelichting.
De tarieven voor het parkeren bij parkeerapparatuur worden in beginsel één keer in de drie jaar aangepast. In 2020 heeft de laatste verhoging plaatsgevonden. (zie hierna onder 3.5). 4-. De tarieven toeristenbelasting niet te verhogen. Toelichting. In 2020 is bij de Perspectiefnota (hierna: PPN) afgesproken om de tarieven voor toeristenbelasting in drie jaar te verhogen naar € 1,00 per overnachting voor campings en € 2,00 per overnachting voor de overige accommodaties waarvan hotels de belangrijkste zijn voor de opbrengsten. Voor 2023 wordt de toeristenbelasting niet verhoogd, in overleg met de sector wordt gekeken hoe in de toekomst wel invulling gegeven kan worden aan een tariefsverhoging Bij bovenstaande is nog geen rekening gehouden met de extra belastingopbrengsten van € 200.000 uit het coalitieakkoord.
-4-
B.
RETRIBUTIES
-1-. De tarieven voor de afvalstoffenheffing te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,65% en 5,14% om het tarief kostendekkend te maken. Toelichting. Bij de afvalstoffenheffing wordt het principe van 100% kostendekking toegepast. Het tarief van de afvalstoffenheffing wordt gedifferentieerd in een tarief voor éénpersoonshuishoudens en een tarief voor meerpersoonshuishoudens. Het gemiddelde tarief voor 2023 bedraagt € 300,31. Dit is de resultante van enerzijds de kosten per aansluiting ad € 300,49 en anderzijds de daarop in mindering gebrachte onttrekking aan de voorziening afvalstoffen ad € 0,18. Gezien de stand van de voorziening en de ontwikkeling van de kosten in de komende jaren stellen wij voor het tarief te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,65% en een verhoging van 5,14% om het tarief kostendekkend te maken. Door tariefdifferentiatie wordt het basistarief voor een éénpersoonshuishouden € 233,77 en voor een meerpersoonshuishouden € 250,57. (zie hierna onder 3.2). -2-. De tarieven voor de rioolheffing te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,65%. (zie hierna onder 3.3). -3-. De tarieven leges te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,65%. In uitzondering hierop stellen wij voor de tarieven niet te verhogen met de inflatiecorrectie waar de hoogte van de leges een percentage is van de bouwsom.
Door de gestegen bouwkosten stijgen de legesinkomsten al ( zie hierna onder 3.4). -4-. De tarieven voor de begraafplaatsrechten te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,65%. (zie hierna onder 3.6). -5-. De tarieven voor de havengelden te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,65%. (zie hierna onder 3.8). -6-. De tarieven voor de marktgelden te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,65%. (zie hierna onder 3.9). C.
PRIVAATRECHTELIJKE TARIEVEN
-1-. De sporttarieven te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,65%. (zie hierna onder 3.11.1). -2-. De dwangsom voor het afhalen van een fiets bij AFAC (Algemene Fiets Afhaal Centrale) niet te verhogen. Toelichting In 2015 is de dwangsom verhoogd van € 10,00 naar € 15,00. Omdat het de voorkeur heeft een tarief in rekening te brengen welke is afgerond op hele euro’s, wordt dit tarief niet elk jaar verhoogd. Op dit moment wordt gewerkt aan het uitvoeringsprogramma met betrekking tot het actieplan Zwolle wereldfietsstad. In het kader hiervan is een verhoging van de dwangsom niet verstandig. (zie hierna onder 3.11.2). -3-. Het tarief voor het afkopen van infiltratie regenwater te verhogen met de inflatiecorrectie van 3,65%. (zie hierna onder 3.11.3).
-5-
-- HOOFDSTUK 2 -ACTUALITEITEN & HOOFDLIJNEN In dit hoofdstuk wordt ingegaan op enkele actuele ontwikkelingen die spelen op het gebied van lokale belastingheffing in het algemeen en in Zwolle in het bijzonder. Achtereenvolgend zal worden ingegaan op: de jaarlijkse herwaardering WOZ, het invoeren van een benchmark woonlasten, de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de mogelijke gevolgen van het Coronavirus. 1. DE JAARLIJKSE HERWAARDERING WOZ GBLT verricht de jaarlijkse herwaardering voor de Wet WOZ. Momenteel voert GBLT de jaarlijkse herwaardering uit naar waardepeildatum 1 januari 2022. De definitieve cijfers worden aan het eind van 2022 verwacht. De in Hoofdstuk 3, paragraaf 1 voorgestelde tarieven voor de OZB dragen dan ook een voorlopig karakter. Wij zullen op het moment dat de tarieven definitief kunnen worden vastgesteld met een raadsvoorstel komen waarin een cijfermatige onderbouwing van de OZB-tarieven is opgenomen. Vanaf 2022 wordt de waardering bij woningen gebaseerd op m² in plaats van m3. 2. BENCHMARK WOONLASTEN In 2020 is de macronorm ozb vervangen door een benchmark woonlasten. De macronorm bepaalt de maximale jaarlijkse stijging van de ozb-opbrengsten van alle gemeenten samen. Het was bedoeld om een gematigde lastenontwikkeling te bevorderen.
Doordat de besluitvorming over gemeentelijke tarieven voornamelijk geënt is op lokale afwegingen is de macronorm geen effectief instrument gebleken. Vanaf 2020 is er een benchmark woonlasten. Hierin worden voor alle gemeenten binnen een provincie de hoogte van de woonlasten voor meerpersoonshuishoudens met een koopwoning vergeleken. De woonlasten zijn de som van de ozb, afvalstoffenheffing en rioolheffing minus een eventuele heffingskorting. De “Benchmark gemeentelijke belastingen” is opgenomen in de Atlas voor de Lokale Lasten 2022 van de Coelo. Het invoeren van de benchmark past goed binnen de autonome beleidsbevoegdheid van gemeenten ten aanzien van lokale heffingen. Daarnaast wordt verwacht dat gemeenten scherper worden op een deugdelijke onderbouwing van de lastenontwikkelingen. 3. OMGEVINGSWET EN WET KWALITEITSBORGING VOOR HET BOUWEN Vanaf 1 januari 2023 is volgens de huidige planning de Omgevingswet van toepassing en wordt gestart met de invoering van de Wet Kwaliteitsborging. Bij de Wet Kwaliteitsborging (WKB) wordt gestart met de eenvoudige bouwprojecten. Beide ontwikkelingen zullen ook gevolgen hebben voor de leges en tarieven. In de tweede helft van 2022 zullen wij de raad informeren over de gevolgen en de te maken keuzes. In deze tarievennota zijn we uitgegaan van de huidige werkwijze.
Via een apart voorstel zullen de gewijzigde verordening en tarieven die gaan gelden vanaf 1 januari 2023 aan de raad worden voorgesteld. Mocht de invoering wederom uitgesteld worden dan zal deze tarievennota de basis zijn tot aan de datum van werkelijke invoering van de Omgevingswet en WKB. Het informeren van de raad over de gevolgen van invoering op de verordening en tarieven zal dan ook doorschuiven naar een later moment. 4. GEVOLGEN CORONAVIRUS Bij het bepalen van de verwachte opbrengsten spelen de (economische) gevolgen van het Coronavirus een belangrijke rol. De vraag is bijvoorbeeld of het aantal overnachtingen in 2023 weer op het oude niveau zit en daarmee de opbrengst toeristenbelasting. Bij de opbrengst van de leges omgevingsvergunning is uitgegaan van een gemiddeld verwacht bouwvolume en bij OZB gebruik niet-woningen is uitgegaan van de huidige leegstand. Bij de precariobelasting gaan we er vanuit dat voor de terrassen in 2023 weer het normale tarief in rekening gebracht zal worden. Ook voor andere onderdelen, zoals bijvoorbeeld reisdocumenten, kan het Coronavirus gevolgen hebben. Voorlopig zijn we er vanuit gegaan dat 2023 weer een redelijk normaal jaar zal worden. Eventuele afwijkingen zullen in Berap I of II 2023 meegenomen worden.
-6-
-- HOOFDSTUK 3 -3.1 Onroerende-zaakbelastingen Voorstel: de tarieven van de onroerende-zaakbelastingen voorlopig als volgt vast te stellen: woningen: eigenaren 0,1085% van de waarde niet woningen: eigenaren 0,4625% van de waarde gebruikers 0,3738% van de waarde Reden van heffing: algemeen dekkingsmiddel ter dekking van de gemeentelijke uitgaven. Beleidsafspraken: de tarieven voor de OZB woningen en niet-woningen te verhogen met het inflatiepercentage van 3,65%. Binnen de drie bovengenoemde heffingsmaatstaven mag tariefdifferentiatie plaatsvinden in die zin dat per heffingsmaatstaf een vast percentage dient te gelden. Bij verhoging diende tot 2020 rekening te worden gehouden met de landelijk geldende macronorm. De macronorm bepaalt dat de OZB-opbrengst van alle gemeenten tezamen niet meer mag stijgen dan de reële trendmatige groei van het bruto binnenlands product plus de prijsontwikkeling. Tijdens het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen heeft het Rijk met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Hierin wordt naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken. De benchmark bevordert het lokale debat over de ontwikkeling van de autonome keuzes over de heffingen.
Overzicht baten: De OZB-opbrengst 2023 bedraagt door de tarief voorstellen in totaal € 49.335.000,--. Onder te verdelen in: Woningen: eigenaren Niet-woningen eigenaren gebruikers
€ 19.649.000,-€ 17.317.000,-€ 12.387.000,-€ 49.353.000,--
In de begroting 2023 wordt een totaal aan inkomsten gepresenteerd van: Lokale heffingen (programma 10 Algemene dekkingsmiddelen) Onroerende-zaakbelasting woningen Onroerende-zaakbelasting niet woningen Precariobelasting (3.7) Toeristenbelasting (3.11) Totaal
Baten 19.649.000 29.704.000 355.700 531.000 50.239.700
De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 1. Onroerende-zaakbelastingen
-7-
3.2 Afvalstoffenheffing
Voorstel: Het tarief van de afvalstoffenheffing 2023 is vastgesteld op: a. eenpersoonshuishoudens € 233,77 b. meerpersoonhuishoudens € 250,57 Dat is het vaste deel van de afvalstoffenheffing 2023 Het variabele deel van de afvalstoffenheffing is afhankelijk van het aantal aanbiedingen dat een huishouden doet maal het daarvoor geldende tarief (afhankelijk van het gebruikte inzamelmiddel). Dit bedrag wordt na afloop van 2023 opgelegd bij de definitieve afvalstoffenheffing 2024 (voor het vaste deel). De tarieven per aanbieding zijn: Categorie:
Bedrag
aanbieding 20 liter restafval per keer (pilot) aanbieding 30 liter restafval per keer (pilot) aanbieding 40 liter restafval per keer (pilot) aanbieding 60 liter restafval per keer aanbieding 80 liter restafval per keer (binnenstad) aanbieding restafval minicontainer per keer (240 liter, buitengebied)
€ 0,57 € 0,85 € 1,13 € 1,70 € 2,30 € 10,20
In 2023 wordt er een pilot gestart met aanbieding van restafval voor 20L,30L en/of 40L. Reden van heffing: Doorberekenen van de kosten, die gemaakt zijn om huishoudelijk afval in te zamelen en te (laten) verwerken. Beleidsuitspraken: 100% kostentoerekening volgens het principe ‘de goede scheider heeft invloed op zijn afvalstoffenheffing’. Er wordt een gedifferentieerd tarief voor de afvalstoffenheffing gehanteerd voor één- en meerpersoonshuishoudens. Overzicht baten en lasten: De kosten voor inzameling en verwerking van huishoudelijk afval voor 2023 zijn als volgt geraamd: Garantieprijsregeling oud papier Verwerkingskosten oud papier Inkomsten oud papier ROVA over voorgaand jaar Inkomsten Nedvang: inzameling kunststoffen Kosten ondergr. containers tbv Sympany Bijdrage Sympany: ondergrondse containers textiel Bijdrage straatreiniging Beleidsontwikkeling Communicatiekosten A&F ROVA communicatie en voorlichting Uitvoering GGP incl. Pilot Belonen Toezicht afval & minicontainers ROVA (DVO)-basistaken, rest, bouw-sloop, gft, groftuin, kga, milieubrengstation, etc. Zwerfvuil Verrekening B&L met Riolering Incidentele kosten speciale afvalprojecten -8-
€ € € € € € € € € € € € € € € €
209.600 27.883 -713.425 -989.445 32.524 -32.524 1.064.332 209.178 57.809 571 211.016 347.297 12.906.189 46.650 -354.777 150.879
Kosten Kwijtschelding Afvalstoffenheffing Afvalstoffenheffing / incasso GBLT Subtotaal kosten afvalinzameling & verwerking
€ € €
1.215.548 641.436 15.030.740
Bij: BTW-CF Bij: toerekening overhead
€ €
2.287.511 601.158
Totale kosten / inkomsten Afvalinzameling & -verwerking
€
17.919.410
Kosten per aansluiting 2023
€
300,49
De post BTW-CF betreft de toerekening van de btw op de naar verwachting te maken uitgaven in het begrotingsjaar 2023. De post toerekening overhead is berekend op basis van de inzet van medewerkers aan Afval: 12.269 uur tegen een tarief voor overhead van (afgerond) € 49,00 = € 601.158. In de programmabegroting 2023 worden de totalen per taakveld gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen Tarievennota en Programmabegroting worden veroorzaakt: Afval Programma begroting 2023 Doel 0731 duurzame inrichting en beheer Tarieven nota Verschil Verklaring verschil Fictieve BTW. Wel in de tarievennota niet in de begroting Overhead. Wel in de tarievennota niet in de begroting Storting in voorziening Onttrekking voorziening Bijdrage kunststofverpakking is gesaldeerd Inkomsten Oud-Papier is gesaldeerd Bijdrage ondergrondse containers is gesaldeerd Overige kleine salderingen
Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2023 De volgende onderdelen uit bijlage 1 vormen samen bovenstaande opbrengst: Hoofdstuk 2. Afvalstoffenheffing (eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens) Toelichting kostenopbouw: 1. Aantal aansluitingen; 2. Contract ROVA; 3. Onderbouwing kosten per aansluiting. -9-
Lasten Baten 16.776.819 -19.665.488 17.919.410 -17.908.725 -1.142.591 -1.756.763
-2.287.511 -601.158 0 989.445 713.425 32.524 10.684
989.445 713.425 32.524 10.684
-1.142.591
1.756.762
Ad 1. Aantal aansluitingen Voor 2023 wordt uitgegaan van onderstaand aantal aansluitingen: Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht Verwacht 1-1-2022 31-12-2022 gemidd. 2022 1-1-2023 31-12-2023 gemidd. 2023 Afvalstoffenheffing 58.974 59.234 59.104 59.234 60.034 59.634
Het aantal aansluitingen is het "netto" aantal aansluitingen waarbij rekening is gehouden met leegstand. De kosten ROVA worden berekend op basis van het gemiddelde aantal aansluitingen per jaar. Op basis van nacalculatie van het werkelijke aantal aansluitingen wordt er afgerekend. Voor 2023 wordt derhalve rekening gehouden met gemiddeld 59.634 aansluitingen. Ad 2. Contract Rova ROVA rekent voor haar dienstverlening (vaste kosten) met een indexering van 4,43% voor 2023. De overige kosten van afvalverwerkende bedrijven (variabele kosten) worden eveneens geïndexeerd met 4,43%. Voor uitbesteding aan ROVA is een tarief van € 216,42 per aansluiting opgenomen. Ad 3. Onderbouwing kosten per aansluiting. Bovenstaande uitgangspunten leiden tot de volgende kosten per aansluiting voor het jaar 2023: 2023 2022 totale kosten totale kosten mutatie Afvalstoffenheffing: € 300,49 € 326,37 € -25,88 (-7,93%) Het berekende gemiddelde aantal aansluitingen zal naar verwachting toenemen van 59.104 in 2022 naar 59.634 in 2023 (een stijging van 530). Het saldo totale Lasten & Inkomsten zal in 2023 ten opzichte van 2022 afnemen met € 1.399.800.
Deze daling wordt voornamelijk veroorzaakt door: Lagere kosten / meer inkomsten (€ 1.560.000): - Meer opbrengsten oud papier door hoger tarief per tonnage € 445.000 - Meer tonnage PMD € 380.000 - Lagere toerekening BTW € 115.000 - Lagere toerekening overhead € 50.000 - Lagere kosten voor afvalprojecten € 570.000 Hogere kosten: - Hogere kosten afvalstoffenheffing/incasso GBLT € 145.000 - Diverse kleine aanpassingen € 15.000
- 10 -
TARIEF HEFFING 2023 Voorgesteld wordt het basistarief voor de afvalstoffenheffing voor 2023 t.o.v. 2022 te verhogen met 3,65% + het tarief om kostendekkend te worden en het gemiddeld tarief te bepalen op € 300,31. Genoemd voorstel leidt tot onderstaand basistarief, waarbij tevens het verschil met 2022 wordt aangegeven. 2023 100% 2023 2023 kst afvlakking heffing Afvalstoffenheffing € 300,49 € 0,18 € 300,31
2022 100% 2022 2022 kst afvlakking heffing € 326,7 € 52,26 € 274,44
Dit betekent dat bij 59.634 aansluitingen de volgende inkomsten worden verkregen: - Inkomsten heffingen € 17.919.410 - saldo onttrekking egalisatievoorziening Afval € 0 Totale inkomsten € 17.919.410 Toelichting tarief: 1. Ontwikkeling tarief 2023 2. Stand voorziening afval 2022 3. Tariefdifferentiatie 4. Meerjarenbeleid 5. Toekomstige ontwikkelingen en risico's Ad 1. Ontwikkeling tarief 2023 In het verleden stelden wij u voor de stand van de (toen) egalisatiereserve afvalstoffen te gebruiken om het tarief af te vlakken. Vanaf het jaar 2011 is voorgesteld het tarief met 2,0% te verhogen gezien de stand van de reserve en de ontwikkelingen van kosten van afval; vanaf 2012 zijn de kosten van kwijtschelding en oninbaarheid opgenomen in de heffingsgrondslag vanwege de financiële situatie van de gemeente. Vanaf 2014 wordt het volledige dividend van Rova ten gunste gebracht van de algemene middelen hetgeen inhoudt dat de jaarlijkse dotatie aan de reserve Afvalstoffenheffing is komen te vervallen: voor 2022 begroot op € 650.000. Vanaf 2023 komt het dividend weer volledig ten gunste van de algemene middelen. Jaarlijks wordt gekeken naar de dekkingsbijdrage van deze heffing. Uitgangspunt is dat de kosten 100% gedekt moeten zijn. M.i.v. 2014 zijn de middelen in de egalisatiereserve Afvalstoffenheffing overgeheveld naar de Egalisatievoorziening Afval (BBV-voorschriften). Ad 2.
Stand egalisatievoorziening Afval Stand voorziening 1-1-2022 Onttrekking 2022 Toevoeging 2022 Stand 31-12-2022 Onttrekking 2023 Toevoeging 2023 Stand 31-12-2023
2.958.302 -1.268.259 0 1.690.043 1.690.043
Stand reserve 1-1-2022 Onttrekking 2022 Toevoeging 2022
-750.000 3.250.000 - 11 -
Stand 31-12-2022 Onttrekking 2023 Toevoeging 2023 Stand 31-12-2023
2.500.000 -2.500.000 -
De onttrekking in 2022 betreft het resultaat van product afval (-2.018.259). Hiervan wordt 750.000 onttrokken uit de reserve en het restant van 1.268.259 komt ten laste van de voorziening afval. De onttrekking van 2,5 mln in 2023 is de vrijval ten gunste van algemene middelen. Dit is conform het voorstel tarief op restafval. Ad 3. Tariefdifferentiatie (Raadsbesluit OWR03-148) M.i.v. 2005 hanteren wij tariefdifferentiatie naar gezinsgrootte en wel één- en meer persoonshuishoudens, met de variant 80% staat tot 100%. Het aantal eenpersoonshuishoudens (21.468) is 36% van het totaal aantal aansluitingen (59.634). Ad 4. Meerjarenbeleid De stand van de egalisatievoorziening Afval wordt mede gebruikt om te komen tot een gestabiliseerd tarief in de komende jaren. Om grote tariefstijgingen in de aanloop naar de implementatie van het spoor belonen te voorkomen werd de afgelopen jaren en wordt de komende jaren ingeteerd op de voorziening. Invoering van een financiële prikkel is nodig om forse tariefstijgingen in de komende jaren te voorkomen. Ad 5. Toekomstige ontwikkelingen en risico's In juli 2017 is het nieuwe gemeentelijk grondstoffenplan (GGP) 2017-2020 vastgesteld. Zwolle heeft de ambitie om de hoeveelheid restafval te halveren tot maximaal 100 kg per inwoner per jaar in 2020. Hiervoor zijn drie hoofdsporen noodzakelijk: 1.
Spoor A Faciliteren: extra voorzieningen treffen, zodat iedereen de mogelijkheid heeft afval en grondstoffen goed en makkelijk te scheiden; 2. Spoor B Motiveren: laten zien wat voorkomen van en goed scheiden van afval en grondstoffen oplevert; 3. Spoor C Belonen: financiële prikkel om het verminderen van en goed scheiden van afval en grondstoffen te belonen. In november 2020 is besloten tot een aantal aanvullende maatregelen en is een aantal maatregelen uit het GGP geconcretiseerd in de “Doorontwikkeling van het GGP”. Deze maatregelen houden in dat in de eerste jaren veel geïnvesteerd zal worden en dat de besparingen/opbrengsten naderhand tot uiting zullen komen. De omvang van de voorziening Afval zal daardoor komende jaren afnemen. Er zijn veel onzekerheden met betrekking tot de meerjarenraming: - Er zijn bij het opstellen van het Grondstoffenplan aannames gedaan van de kosten en baten van de verschillende maatregelen. Met name het effect op de hoeveelheid restafval is onzeker. - Bij de besluitvorming over de doorontwikkeling van het GGP is besloten tot invoering van de financiële prikkel op restafval. Het effect zit ook al in de financiële meerjarenraming. - De ontwikkeling van de opbrengsten van grondstoffen als oud papier zijn onzeker. Het tarief (opbrengst) schommelt jaarlijks heel erg.
- In het regeerakkoord is aangegeven dat de verbrandingsbelasting verder zal worden verhoogd. Per medio 2021 is de verbrandingsbelasting ook bij Zwolle in rekening gebracht, wat leidt tot een structurele verhoging van de verwerkingskosten met ongeveer € 33,- per ton. - Er zijn aannames gedaan t.a.v. de tariefontwikkeling van de dienstverlening van Rova. De tariefstelling van Rova heeft veel effect op de kosten. - Het contract voor de Verwerking van restafval is verlengd tot 2025/2026 onder dezelfde condities hetgeen voor de komende jaren duidelijkheid geeft over de tarieven/kosten. Voor de periode daarna zullen nieuwe onderhandelingen moeten plaatsvinden waarbij marktontwikkelingen een grote rol spelen; bij krapte in de markt zullen de tarieven stijgen. - Voorafgaand aan de invoering van een financiële prikkel in het kader van het Spoor Belonen is in 2021 gestart met het uitvoeren van het flankerend beleid. Doel is om inwoners maximaal te faciliteren voor het scheiden van afval en grondstoffen zoals pmd, oud papier en gft. Hiermee - 12 -
kunnen inwoners hun hoeveelheid restafval verminderen. Haal- en brengvoorzieningen van grof huishoudelijk afval en de tuinzakken voor grof tuinafval zijn beperkt. De jaren 2021 en 2022 worden gebruikt ter voorbereiding van het invoeren van het tarief op restafval. Dit is een systeem waarin de afvalstoffenheffing wordt opgedeeld in een vast deel en variabel deel. Het vaste deel dient ter dekking van de kosten gemoeid met de infrastructuur voor alle soorten huishoudelijk afval, de inzameling en verwerking van de grondstoffen, het beheer van het milieubrengstation en overige met grondstoffen samenhangende kosten. Daarnaast worden hiermee de kosten voor het flankerend beleid gedekt en de ambtelijke kosten voor afval en grondstoffen. Het variabele deel dient ter dekking van de kosten voor inzameling en verwerking van restafval en luiers en incontinentiemateriaal. Tevens wordt hiermee een deel van de kosten gedekt die gemoeid zijn met het heffen van het tarief op restafval. In dit variabele deel betalen huishoudens per aanbieding restafval. Door goed afval en grondstoffen te scheiden, oefenen zij invloed uit op hun hoeveelheid restafval en kunnen zij zelf invloed uitoefenen op het variabele deel van hun afvalstoffenheffing. Indien dit niet voldoende oplevert, dienen er aanvullende maatregelen te worden genomen of wordt er ingeteerd op de Voorziening Afval.
Conclusie: Totale uitgaven product afval 2023 Totale inkomsten product afval 2023 Saldo op Afval 2023
€ € €
17.919.410 17.919.410 0
De geraamde lasten zijn gelijk aan de inkomsten. Een eventueel saldo op afval wordt onttrokken aan de egalisatievoorziening afval, ingesteld om pieken en dalen in de afvalstoffenheffing op te vangen. De geraamde kosten worden aldus voor 100% gedekt.
- 13 -
3.3 Rioolheffing Voorstel: Tarief eigenarendeel: Uitgaande van 65.092 aansluitingen is voor 2023, het tarief eigenarendeel € 114,16. Hier is voor 2023 de inflatiecorrectie van 3,65% toegepast ten opzichte van het tarief voor 2022. De gemeente Zwolle wil alleen rioolheffing opleggen bij een perceel als er naast hemelwater ook afvalwater direct of indirect op het riool wordt geloosd. Om dit tot uitdrukking te brengen is gekozen voor een variant van een aansluitrecht in combinatie met een afvoerrecht. Op deze wijze worden bijvoorbeeld de garageboxen en opslag/distributieruimten waar geen afvalwater op het riool wordt geloosd, maar wel hemelwater, buiten de heffing gelaten. Voor de eerste 500 m3 afgevoerde afvalwater wordt een vast tarief van de eigenaren geheven (dit is vergelijkbaar met een aansluitrecht). Bij afvoer van afvalwater vanaf 500 m3 worden ook de gebruikers in de heffing betrokken op basis van de hoeveelheid afgevoerde afvalwater (een afvoerrecht). Er vindt een onttrekking plaats ten laste van de egalisatievoorziening rioleringen. Op 29 november 2021 is het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022-2026 door de Raad vastgesteld. Daarin staan de uitgangspunten voor die jaren vermeld. Tarief gebruikersdeel: De tarieven voor het gebruikersdeel worden eveneens verhoogd met 3,65% In het eigenarendeel is het lozen op de riolering tot 500 m3 meegenomen.
Per 100m3 afgevoerd water worden de tarieven: van 500m3 t/m. 1.000m3 van 1.001m3 t/m. 10.000m3 van 10.001m3 t/m. 50.000m3 van 50.001m3 t/m. 100.000m3 boven 100.000m3
€ 49,68 € 38,22 € 28,48 € 21,56 € 15,05
Reden van heffing: Doorberekenen van de kosten van aanleg, onderhoud en exploitatie van de gemeentelijke voorzieningen ten behoeve van de inzameling en transport van afval- en hemelwater en de negatieve gevolgen van grondwateroverlast te beperken aan belanghebbenden. Beleidsuitspraken: 1. 100% kostentoerekening; 2. Uitvoering van het GRP 2022-2026 (raadsbesluit 29 november 2021); 3. In het kader van het GRP is gekeken naar het meerjarig verloop van de voorziening. In de Perspectiefnota (PPN) 2014 is de ondergrens van de voorziening riolering bijgesteld naar € 1 miljoen. 4. De post BTW-CF betreft de toerekening van de BTW op basis van de begrote uitgaven. Voor 2023 bedraagt het bedrag voor de BTW-CF € 1.033.244; 5. De post toerekening overhead is berekend op basis van de inzet van medewerkers aan Riolering: 11,15 fte tegen een tarief voor overhead van € 64.680 = € 721.241; 1 fte staat voor 1.320 uren; 6. Het rentepercentage over de investeringen is voor 2023 0,9%; 7. Met ingang van 2011 wordt 15% van de kosten van straatreiniging ten laste van Riolering gebracht. De totale begrote kosten voor straatreiniging bedragen € 2,37 miljoen in 2023. Toenemend straatvuil is een bedreiging voor de riolering. We verwachten dat met het schoonhouden van wegen een positieve bijdrage wordt geleverd aan de inloop van vuil in de openbare riolering, waardoor we - 14 -
calamiteiten of extra kosten voor de riolering beperken. Het percentage dat doorberekend wordt, zijnde 15% van het totaal, is een inschatting van het aandeel van het totaal voor dit onderdeel; 8. In 2023 worden de oninbare rioolheffingen en kwijtschelding op totaal € 13.714 per jaar geraamd; 9. In het collegeakkoord van mei 2018 is bepaald dat de woonlasten voor de burgers qua heffingen niet meer mogen stijgen dan de inflatiecorrectie; 10. De uitgaven voor vervanging rioolbuizen (vrijverval en/of relining) worden vanaf 2018 niet meer geactiveerd. Op basis van de voorschriften van het BBV van eind 2017 met betrekking tot vaste activa, dienen deze kosten bij het groot onderhoud te worden verantwoord; 11. Zie voor ontwikkelingen in de investeringen, voornamelijk in het kader van klimaatadaptatie, de alinea Investeringen. 12. Bij de PPN 2020 is bepaald dat de bijdrage aan de klimaatadaptie vanuit riolering met ingang van 2020 wordt verhoogd van € 70.000 naar € 150.000 per jaar. Overzicht baten en lasten: Rioolheffing tarieven 2023 Aantal aansluitingen 2023
65.092
Tarief Inkomsten eigenarendeel
€ €
114,16 7.430.929
Inkomsten gebruikersdeel
€
421.688
Lasten: Kapitaallasten Rioleringsnota Capaciteitskosten
€ € €
1.599.519 618.480 820.551
Riolering algemene kosten
€
10.006
€ € € € € € € € € € €
3.039.160 498.635 192.611 520 354.777 19.583 13.714 7.167.556 1.033.244 721.241 8.922.041
Diversen Reiniging
Riolering onderhoud Kosten incasso (voornamelijk GBLT) Toezicht Riolering Doorbelasting kosten Straatreiniging Doorbelasting onderhoud stedelijk water Kosten kwijtschelding en oninbare rioolheffingen Subtotaal lasten Bij: BTW-CF Bij: toerekening overhead: 11,15 fte x € 64.680 Totaal lasten Baten: Rioolheffing, incasso GBLT Inkomsten gebruikersdeel
-
€ €
7.430.929 421.688
Totale inkomsten
-
€
7.852.617
- 15 -
-
Saldo onttrekking aan egalisatievoorziening riolering
€
1.069.424
Mee- en tegenvallers op rioleringsgebied worden verrekend met de ingestelde egalisatievoorziening tarieven rioleringen. Vrijvallende middelen in deze voorziening vallen terug naar de burger in de vorm van lagere c.q. minder snel stijgende rioolheffingen, tarieven worden afgevlakt. Hiermee is in het heffingsjaar 1996 een begin gemaakt. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen de tarievennota 2023 en de programmabegroting 2023 worden veroorzaakt. In het bijlagenboek van de programmabegroting 2023 (doel 7.3.2) worden totalen gepresenteerd van: - Lasten € 8.922.041 - Baten € 7.852.617 het saldo op het product bedraagt € 1.069.424 Lasten:
Programma/ambitie/doel
Bedrag
7.2.3 7.3.2 9 10.1
€ € € € €
520 7.167.036 721.241 1.033.244 8.922.041
7.3.2 7.3.2 7.3.2
€ € € €
421.688 7.430.929 1.069.424 8.922.041
Totaal lasten Inkomsten: Rioolheffing gebruikersdeel Rioolheffing eigenarendeel Voorziening onttrekking Totale inkomsten
Doel 7.3.2. Afvalwater, hemelwater en grondwater etc. Begroting 2023 doel 7.3.2 Tarievennota 2023 Verschil Toezicht openbare ruimte Riolering (7.2.3) Toegerekende indirecte kosten Forfaitaire BTW (Compensatiefonds) dat niet in de begroting opgenomen wordt Onttrekking voorziening Riolering
Lasten
Baten
7.167.036 8.922.041 1.755.005
8.922.041 7.852.617 1.069.424
520 721.241 1.033.244 1.069.424 1.755.005
1.069.424
Er is sprake van kleine afrondingsverschillen (veroorzaakt door de programmabegroting).
- 16 -
Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2023 Het volgende onderdeel uit bijlage 1 vormt bovenstaande opbrengst: Hoofdstuk 3. Rioolheffingen - eigenarendeel - gebruikersdeel (grotere lozers, 5 categorieën) Hoofdstuk 11.3. Afkoop infiltratie regenwater Conclusie: De geraamde lasten zijn hoger dan de inkomsten. Het verschil (€ 1.069.424) wordt onttrokken aan de egalisatievoorziening tarieven rioleringen, om pieken en dalen in de rioolheffing op te vangen. De geraamde kosten worden voor 100% gedekt. Investeringen: In 2023 zal een bedrag van € 800.000 (excl. BTW) voor riolering worden geïnvesteerd in het kader van klimaatadaptie. De kapitaallasten hiervan komen, conform de regelgeving van het BBV, ten laste van dit product. Het bedrag van € 800.000 wordt in 2023 als jaarschijf aan de investeringen toegevoegd. De kosten van het vervangen/relinen van de rioolbuizen werden tot 2018 als investering verantwoord (vervangingsinvesteringen), deze kosten komen vanaf 2018 ten laste van het onderhoud, op grond van de BBV regelgeving van december 2017. Ontwikkelingen: De gemeente Zwolle, het waterschap Drents Overijsselse Delta en de gemeenten binnen dit beheersingsgebied werken nauw samen in Rivus (gezamenlijk afvalwaterbeheer west-Overijssel) om kennis, kunde te versterken, kwetsbaarheid te verminderen en kosten- en investeringenontwikkelingen in de afvalwaterketen te matigen.
- 17 -
Stand egalisatievoorziening Rioleringen:
Onttrekkingen in 2022 Begroot saldo baten en lasten
€ 1.122.534
Berap 2022-1 overlopende posten 2021
€
375.814
Berap 2022-2 aanpassingen
€
176.833
Totaal onttrekkingen in 2022
€ 1.675.181
Stand van de reserve per 31-12-2022
€ 2.744.896
Dotaties in 2023 - toevoegingen: Totaal dotaties in 2023
€
-
Onttrekkingen in 2023 Begroot saldo baten en lasten
€ 1.069.424
Totaal mogelijke onttrekkingen in 2023
€ 1.069.424
Stand van de reserve per 31-12-2023
€ 1.675.472
- 18 -
3.4 Leges Leges zijn rechten die de gemeente op grond van de Gemeentewet of andere wetten kan heffen in verband met door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Er is een grote diversiteit in de aard van de onder de naam leges te heffen rechten. Vanwege die grote diversiteit is het niet mogelijk, in het kader van de tarievennota, de leges als één geheel te behandelen. Daarom worden achtereenvolgens vermeld: I. Leges Burgerzaken; II. Leges Omgevingsvergunning; III. Leges Juridische Zaken; IV. Leges Ondergrondse leidingen; V. Gedoogbeschikkingen. I. Leges Burgerzaken Voorstel: De tarieven die jaarlijks wettelijk worden vastgesteld op het maximum wettelijk tarief voor 2023 vast te stellen. De overige tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 3,65%. De tarieven voor het huwelijk af te ronden op hele euro’s. De overige tarieven af te ronden op eenheden van € 0,05. Een aantal lage tarieven te verhogen met € 0,05 of € 1.00, omdat verhogen met het inflatiepercentage niet tot een wijziging leidt. Reden van de heffing: Doorberekening van lasten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen voor diverse diensten, alsmede het verstrekken van documenten door de afdeling Inwonerszaken. Beleidsafspraken: Het uitgangspunt van beleid is om bij de leges 100% kostendekking te realiseren.
Deze 100% kostendekking geldt voor de gehele legesverordening en niet per product. Toch wordt geprobeerd om per productassortiment 100% kostendekkend te zijn. Overzicht lasten/baten: Onderstaande kosten en opbrengsten zijn exclusief de rijksleges die wij in rekening brengen bij de burger en ook weer moeten afstaan aan het ministerie of RDW. Lasten:
Baten:
Inwonerszaken Overige algemene kosten Derden Toegerekende indirecte kosten toeslag BCF Onttrekking uit de reserve Totale Lasten
€ 587.474,-€ 3.100,-€ 503.746,-€ 41.900,-€ 1.136.219,-€ 46.697,-€ 1.089.522,--
verwachte baten 2023
€ 1.071.100,--
Omschrijving Reisdocumenten Rijbewijzen en eigen verklaringen Uittreksels Burgerlijke stand Totaal
lasten 416.344 335.600 146.854 190.725 1.089.523 - 19 -
Baten 360.400 335.600 125.200 249.900 1.071.100
Kostendekkendheid 87 % 100 % 85 % 131 % 98 %
In de begroting 2023 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt: Doel 8.2.1 Gastvrije dienstverlening rondom alle levensgebeurtenissen van inwoners Begroting 2023 doel 8.2.1 Tarievennota 2023 Verschil Rijksleges Reisdocumenten, Rijbewijzen, VOG Kosteloze dienstverlening Burgerlijke stand: erkenning vaderschap, ondertrouw, echtscheiding, controle op schijnhuwelijk, geboorten, overlijden, naamswijziging, etc. Onttrekking aan reserve / voorziening Toegerekende indirecte kosten Toeslag BCF(BTW Compensatiefonds) dat niet in begroting opgenomen wordt Basisregistratie Personen, begraven ( incl. reserve mutaties), Verkiezingen, infocentrum
Lasten
Baten
5.793.753 1.136.219 4.657.534
3.444.683 1.071.100 2.373.583
630.000
630.000
356.002 284.818 -503.746
361.697
-41.900 3.932.360
1.381.886 4.657.534
2.373.583
Er is sprake van afrondingsverschillen. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2023 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. 4. Legesverordening, titel 1 Algemene dienstverlening 1 Burgerlijke stand 2 Reisdocumenten en Nederlandse Identiteitskaart 3 Rijbewijzen 4 Verstrekkingen uit de Basisregistratie Personen 8 Overige Publiekszaken De opbrengsten zijn berekend op basis van bovenstaande tarieven vermenigvuldigd met de verwachte aantallen. Toelichting: Voor 2023 zijn de verwachte aantallen en de hieraan te besteden uren aan de hand van de formatiecalculatie vastgesteld. Vanaf 2019 zien we een sterke afname van het begrootte aantal reisdocumenten die ook in 2023 te zien is. Dit is een gevolg van het verlengen van de geldigheid van deze reisdocumenten van 5 naar 10 jaar voor personen vanaf 18 jaar voor reisdocumenten uitgegeven sinds 9 maart 2014. Het verschil tussen de verwachte opbrengsten en kosten bij Rijbewijzen wordt onttrokken aan de reserve Rijbewijzen. Hierdoor komt de kostendekkendheid voor dit onderdeel op 100%. De kostendekkendheid blijft met 98,3% nagenoeg gelijk aan 2022. Zwolle neemt deel aan de pilot voor het digitaal aanvragen van een verlenging van het rijbewijs (DAR). De gemeente ontvangt daarvoor een vergoeding van € 15,95 per DAR-aanvraag.
Voor reguliere aanvragen aan de publieksbalie ontvangt de gemeente € 30,95 per aanvraag. Het verschil van € 15,- per aanvraag wordt deels gecompenseerd doordat de klant bij een DAR-aanvraag zijn aanvraag digitaal doet en het document - 20 -
alleen komt ophalen aan de publieksbalie. Met de invoering van de Wet digitale overheid wordt de afdracht aan de RdW per rijbewijs met € 3,50 verhoogd. (Het wetsvoorstel hiervoor lag medio 2022 nog bij de Eerste Kamer en loopt al sinds 2016.) Conclusie: De geraamde kosten verband houdende met het in behandeling nemen van aanvragen voor diverse diensten, alsmede het verstrekken van documenten door de afdeling Inwonerszaken worden voor 98,3% door legesopbrengsten gedekt.
- 21 -
II. Leges Omgevingsvergunning Voorstel: De tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 3,65%, met uitzondering van de tarieven waarbij het tarief een percentage is van de bouwsom. De tarieven af te ronden op hele euro’s. Reden van de heffing: Doorberekening van kosten, verbonden aan het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Beleidsafspraken: Het nastreven van 100% kostendekking. Overzicht lasten/baten: Doorberekenbare kosten bouwleges 2023: Uren afdeling Fysieke Leefomgeving vergunningverlening en toezicht Uren KCC Interne advisering bouw Regionale Brandweer ´t Oversticht Advieskosten derden Overige Algemene Kosten Derden Toegerekende indirecte kosten 25% van DSO en ICT toeslag BCF Verwachte baten 2023
€ 1.884.861,-€ 55.550,-€ 423.456,-€ 129.686,-€ 234.000,-€ 20.000,-€ 1.842.601,-€ 55.806,-€ 77.900,-€ 4.723.860,-€ 4.622.000,--
In de begroting 2023 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt: Doel 6.1.3 Flexibel & helder wettelijk kader en adequaat instrumentarium Begroting 2023 doel 6.1.3 Tarievennota 2023 Verschil Interne advisering vanuit doel 6.1.2 Fysieke Leefomgeving, o.a. klachten, vooroverleg en 2e controles, vergunning vrij, meldingen Planschade commissie Gebruiksbesluit valt onder doel 722, is hier meegenomen Reserve mutaties Korting DSO 25% meegenomen Toegerekende indirecte kosten, incl. 25% DSO (€ 31.250,--) Toeslag BCF (BTW Compensatiefonds) dat
Lasten
Baten 4.084.162 4.723.860 - 639.698
4.641.427 4.622.000 19.427
- 52.297 294.885
27.713 - 5.619 330.000 - 32.750 -1.842.601 -77.900 - 22 -
- 8.000
niet in begroting opgenomen wordt Bestemmingsplannen, Geo en BAG
718.871
27.427 - 639.698
19.427
Er is sprake van afrondingsverschillen. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2023 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 4. Legesverordening, Titel 1 Algemene dienstverlening Hoofdstuk 10 Leegstandswet Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Hoofdstuk 2 Vooroverleg / beoordeling conceptaanvraag Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning De opbrengsten zijn berekend op basis van ervaringscijfers van de afgelopen jaren en verwachte bouwvolume 2023. Complicerende factor hierbij is de invoering van de omgevingswet per 1 januari 2023. Toelichting: Door de stijgende prijzen in de bouw stellen wij voor de leges niet te verhogen met het inflatiepercentage daar waar de hoogte van de leges gerelateerd is aan de hoogte van de bouwsom. Door de hogere bouwsommen stijgen de leges die in rekening worden gebracht mee. Opgemerkt dient te worden dat uitsluitend kosten die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verrichte dienstverlening in de tarieven kunnen worden doorberekend. Ook de kosten van eerste controle worden tot de directe kosten gerekend. Daartoe worden ook gerekend kosten die samenhangen met het opstellen van beschikkingen en in het kader daarvan te maken kosten van extern advies en publicatie.
Op grond van dit in de wet en jurisprudentie vastgelegde uitgangspunt kunnen beleidsvoorbereiding, aanvullende controles in het veld die verder gaan dan een eerste controle ter plekke, evenals bezwaar- en beroepsprocedures niet in de tarieven worden verdisconteerd. Deze kosten komen ten laste van de algemene middelen. Zowel de invoering van de Omgevingswet als de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen per 1 januari 2023 kunnen er voor zorgen dat aanvragen worden uitgesteld tot na 1 januari 2023, maar ook juist vervroegd worden. Hoe groot dit eventuele effect zal zijn is erg lastig aan te geven. De huidige financiële opzet is voornamelijk gebaseerd op de werkwijze tot 1 januari 2023. Eventuele wijzigingen na 1 januari 2023 zullen 2e helft 2022 aan de raad worden voorgelegd of later als de invoering wederom uitgesteld wordt. Ook de gevolgen van de stikstofproblematiek kunnen gevolgen hebben voor de inkomsten over 2023. Conclusie: De geraamde kosten verband houdende met de behandeling van aanvragen voor omgevingsvergunningen worden in 2023 voor 97,8% door legesopbrengsten gedekt.
- 23 -
III. Leges Juridische Zaken
Voorstel: De tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 3.65%. De tarieven af te ronden op hele euro’s. Reden van de heffing: doorberekening van kosten, verbonden aan het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing dan wel verklaring. Beleidsafspraken: Het nastreven van 100% kostendekking. Overzicht lasten/baten: Lasten: personeel Fysieke Leefomgeving Inclusief toegerekende indirecte kosten
€ 396.272,--
Baten: verwachte baten 2023
€ 132.000,--
In de begroting 2023 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt: Doel 7.2.3 Veilig gebruik openbare ruimte Begroting 2023 doel 7.2.3 Tarievennota 2023 Verschil APV openbare orde en ruimte, vooroverleg, Bibob, inbreng bij beleidsontwikkeling, periodieke controles, etc. Toegerekende indirecte kosten Kinderopvang, Toezicht openbare ruimte
Lasten 1.880.480 396.272 1.484.208
Baten 132.000 132.000 0
1.376.930 -195.325 302.603 1.484.208
Er is sprake van afrondingsverschillen. Relatie met Bijlage 1 Tarievennota 2023 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 4. Legesverordening, titel 1 Algemene dienstverlening 11 Kansspelen 14.2 Luchtvaartwet 14.3 APV en andere plaatselijke verordeningen 14.7 Ontheffing tijdelijke lozing Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn 1 Horeca 2 Organiseren evenementen of markten 3 Prostitutiebedrijven 4 Winkeltijdenwet 5 Kinderopvang 6 Diversen - 24 -
0
Toelichting: Voor dit product is het lastig om precies aan te geven welke activiteiten wel en niet toegerekend kunnen worden aan het product. Er is veel beleidsmatig overleg en afstemming met adviseurs (zoals in het GEOZ, Gemeentelijk Evenementen Overleg Zwolle). De kosten voor onderzoek Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) worden niet meegenomen in kostentoerekening leges. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Bouw gaat het om plaatselijke wetgeving waar Fysieke Leefomgeving regelmatig wordt gevraagd om hierover mee te denken. Ook het toezicht is anders dan bij Bouw. Bij controles APV gaat het vaak om periodieke controles. Alleen de eerste controle mag meegenomen worden bij de kostendekkendheid van de vergunning. De leeftijdscontrole op het verkopen en schenken van alcohol valt ook onder dit product, maar de kosten mogen niet gedekt worden uit de leges. De vergunningen voor Kinderopvang vallen ook onder dit hoofdstuk. Conclusie: De kostendekkendheid is ongeveer 33,3% en daarmee iets hoger dan in 2022.
- 25 -
IV. Ondergrondse leidingen A. Leges ondergrondse leidingen Voorstel: 1. Het basistarief voor het in behandeling nemen van aanvragen en het verlenen van vergunningen, als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur te verhogen met 3,65% (inflatiecorrectie) naar een tarief van € 553,00 (afgerond op hele euro’s). 2. Het tarief per strekkende meter voor het in behandeling nemen van aanvragen en het verlenen van vergunningen, als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur te verhogen met € 0,07 naar € 1,90. 3. Het tarief voor het in behandeling nemen van een melding, als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur te verhogen met 3,65% (inflatiecorrectie) naar een tarief van € 43,50. Reden van de heffing: 1. Doorberekening van de lasten verbonden aan het in behandeling nemen van aanvragen en meldingen en het verstrekken van vergunningen, als bedoeld in artikel 2.1 van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur. 2. Bij een tracélengte van meer dan 1000 meter worden geen meter afhankelijke leges in rekening gebracht, maar de werkelijke uren. Beleidsafspraken: Nastreven van 100% kostendekkendheid. Overzicht lasten/baten: Dit beleid is vanaf 2020 opgenomen in de nieuwe Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI).
Doorberekenbare kosten AVOI-leges 2023: Overige kosten, vnl. software Uren afdeling Civiel en PP 2,0 fte. Toerekening overhead 2,0 fte. x € 64.680
€ 9.597,-€ 168.168,-€ 129.360,-€ 307.125,--
In het bijlagenboek van de programmabegroting 2023 worden de totalen per doel gepresenteerd; dit maakt onderdeel uit van het doel 7.1.2. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en programmabegroting worden veroorzaakt: Programma/doel/ambitie 7.1.2 9 Er is sprake van afrondingsverschillen.
Lasten € 177.765 € 129.360
Baten € 284.310
Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2023 De opbrengsten zijn berekend op basis van ervaringscijfers van de afgelopen jaren en verwachte aantal vergunningen in 2023. Uitgangspunt is 260 vergunningen per jaar, met 170 strekkende meters per aanvraag.
- 26 -
In 2017 zijn 249 vergunningen verleend. In 2018 zijn 270 vergunningen verleend. In 2019 zijn 305 vergunningen verleend. In 2020 zijn 258 vergunningen verleend. In 2021 zijn 257 vergunningen verleend. Conclusie: Met het voorgestelde tarief worden de kosten voor de activiteiten voor 93% gedekt. Dit is iets lager dan voorgaande jaren als gevolg van toegenomen overhead en lonen. B. (Her)straatvergoedingen Naast de leges worden aan de vergunninghouders de kosten voor (her)straten in rekening gebracht. De facturering vindt plaats gebaseerd op de VNG “Richtlijn (her)straattarieven Telecom”, deze wordt jaarlijks geïndexeerd. Vanuit deze opbrengsten wordt, na aftrek van de kosten, jaarlijks een deel van de kosten voor het buitengewoon onderhoud aan de wegen bekostigd.
- 27 -
V. Gedoogbeschikkingen
Voorstel: het tarief voor het in behandeling nemen van verzoeken tot het verstrekken van gedoogbeschikkingen te verhogen met het inflatiepercentage van 3,65%. De tarieven af te ronden op hele euro’s. Reden van de heffing: doorberekening van de lasten verbonden aan het in behandeling nemen van verzoeken tot het verstrekken van gedoogbeschikkingen bouw en ruimtelijke ordening door de afdeling Fysieke Leefomgeving. Beleidsafspraken: 100% kostendekking. Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt er gebruik gemaakt van gedogen. De afgelopen jaren is hier nagenoeg geen gebruik van gemaakt. Overzicht lasten/baten: Dit beleid is vanaf 2011 opgenomen in de nieuwe kadernota handhaving. Aangezien er bij gedogen sprake is van een hoge uitzondering die afwijkt van de normaal geldende procedures, echt maatwerk dus, zijn er gemiddeld genomen relatief veel uren per aanvraag nodig. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2023 Aangezien het hier gaat om een uitzondering worden hiervoor geen bedragen, lasten en baten, begroot, maar voor incidentele gevallen wordt er wel een tarief meegenomen. De volgende producten uit bijlage 1 hebben betrekking op deze leges. Hoofdstuk 4. Legesverordening, titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Hoofdstuk 10 Gedoogbeschikking Conclusie: De kostendekkendheid is ongeveer 100%.
- 28 -
3.5 Parkeerbelastingen Voorstel: 1. De tarieven voor het parkeren bij parkeerapparatuur voor het belastingjaar 2023 te verhogen met € 0,30 per uur voor tariefzone 1, € 0,20 per uur voor tariefzone 2 en € 0,10 per uur voor tariefzone 3. 2. De tarieven voor parkeervergunningen, -abonnementen en –ontheffingen te verhogen met het inflatiepercentage van 3,65% en af te ronden op € 0,05. Toelichting: De tarieven voor het parkeren bij parkeerapparatuur worden in beginsel om de drie jaar bijgesteld. Deze verhoging is vastgelegd in de Parkeernota 2004. De laatste verhoging heeft per 1 januari 2020 plaats gevonden. De inflatiecorrectie bedraagt over de afgelopen periode 9,2%. In verband met afronding op € 0,05 worden de tarieven in de 3 tariefzones: Zone 1: € 3,30 / uur Zone 2: € 2,20 / uur Zone 3: € 1,30 / uur Uit een recent uitgevoerde benchmark blijkt dat Zwolle met deze aangepaste tarieven zich op vergelijkbaar niveau bevindt als vergelijkbare steden als Apeldoorn, Amersfoort, Enschede en Deventer. De tarieven voor abonnementen en vergunningen worden elk jaar verhoogd met de inflatiecorrectie voor de gemeentelijke tarieven. Voor 2023 is dat 3,65%. De tarieven worden afgerond op € 0,05. Reden van de heffing: Het heffen van parkeerbelasting van bestuurders c.q.
houders van motorvoertuigen voor het innemen van, door het college van burgemeester en wethouders aangewezen, weggedeelten voor betaald parkeren. De parkeerbelastingen hebben een regulerend karakter met het doel om het parkeergedrag van voornamelijk automobilisten te beïnvloeden. Door het aanwijzen van gebieden waar de automobilisten moeten betalen, kan de gemeente het parkeren van motorvoertuigen regelen. Overzicht lasten/baten (cijfers concept begroting 2022): lasten Beleid, onderzoeken en adviezen en kapitaallasten vm. Ontwikkeling onderhoud en overige exploitatielasten, ledigen parkeermeters, parkeercontrole, flankerend beleid etc. vm. Expertisecentrum Storting fonds Parkeren Afdracht indirecte kosten/overhead Afdracht concern inz. Checkups, bezuinigingen, naheffingen boetes en PPN 2020 (tariefsverhoging) Totaal lasten
Programma/ambitie/doel 6.3.3.
Bedrag €
6.3.3.
€
8.172.000,--
6.3.3 9
€ €
3.972.000,-1.025.000,--
10
€
2.605.000,--
€
15.879.000,--
- 29 -
105.000,--
baten Inkomsten parkeergelden, verhuur parkeergarages, vergunningen/ontheffingen, parkeerboetes etc. Onttrekking fonds Parkeren Totaal baten
Programma/ambitie/doel 6.3.3.
Bedrag €
12.144.000,--
6.3.3
€ €
3.735.000,-15.879.000,--
- 30 -
3.6 Begraafplaatsrechten Voorstel: De tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 3.65%. De tarieven af te ronden op hele euro’s. Reden van de heffing: doorberekening van de lasten die verbonden zijn aan teraardebestellingen, de administratieve afhandeling en het onderhouden van de begraafplaatsen. Beleidsafspraken: In de perspectiefnota 2005 is ingestemd met de uitvoering van het Masterplan Kranenburg. Hiervoor is een structurele bijdrage toegekend ten laste van de algemene middelen. Bij de PPN 2020 – 2023 is besloten geen bedrag meer ten laste te brengen van de algemene middelen behalve voor het BTW nadeel. Daarmee wordt de 100% kostendekkendheid ook voor 2023 los gelaten voor het onderdeel BTW. Overzicht lasten/ baten: Lasten: Onderhoud begraafplaatsen (incl. BTW) Toegerekende rente en afschrijving Toegerekende kosten burgerzaken/KCC Indirecte kosten Onttrekking aan de voorziening Totale Lasten
€ 940.470,-€ 139.290,-€ 78.036,-€ 78.279,-€ 1.236.075,-€ -8.298,-€ 1.227.777,--
Verwachte baten 2023
€ 1.161.000,--
In de begroting 2023 worden de totalen per doel gepresenteerd. In onderstaand overzicht wordt inzichtelijk gemaakt waardoor de verschillen tussen tarievennota en begroting worden veroorzaakt: Doel 8.2.1 Gastvrije dienstverlening Begroting 2023 doel 8.2.1 Tarievennota 2023 Verschil Toegerekende indirecte kosten Reserve/voorziening mutaties Reisdocumenten, Rijbewijzen, Naturalisatie, Verklaringen, Burgerlijke stand, Basis Registratie Personen, Verkiezingen, Infocentrum, overige burgerzaken, Wet op de lijkbezorging
Lasten 5.793.753 1.236.075 4.557.678 -78.279 284.818 4.351.139
Baten 3.444.683 1.161.000 2.283.683 361.697 1.921.986
4.557.678 Er is sprake van afrondingsverschillen. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2023 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 6. Rechten Algemene Begraafplaatsen
- 31 -
2.283.683
Toelichting: De verwachte leges begraven nemen voornamelijk toe door aanpassing voor inflatie. Door hogere kosten, met name voor onderhoud, is een kleine onttrekking uit de voorziening nodig. Door de samenwerking met ROVA voor het groenonderhoud op de begraafplaats ontstaat er een nadeel als gevolg van de BTW die niet verrekenbaar/compensabel is. Dit nadeel komt ten laste van de algemene middelen. De Hoge Raad heeft in tegenstelling tot eerdere verwachtingen besloten dat de BTW niet compensabel blijft en daarmee ten laste blijft komen van de algemene middelen. De beschikbare ambtelijke capaciteit voor begraven is al een tijd behoorlijk krap. Momenteel loopt er een capaciteitsonderzoek waarin ook de begraafplaats wordt meegenomen. Eventuele extra benodigde capaciteit kan gedekt worden uit de beschikbare middelen binnen begraven. Conclusie: De kostendekkendheid is met 95 % nagenoeg gelijk aan 2022. De niet gedekte kosten zijn gelijk aan het BTW-nadeel.
- 32 -
3.7 Precariobelasting Voorstel: De tarieven te verhogen met het inflatiepercentage van 3.65%, met uitzondering van de precariobelasting voor terrassen. Toelichting: Precariobelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Tegenover het heffen van de belasting staat geen directe tegenprestatie. Reden van de heffing: Het heffen van belasting vanwege het hebben van voorwerpen op, onder of boven gemeentegrond. Overzicht lasten/baten: De opbrengst in 2023 wordt geraamd op € 355.700,--. Voor relatie met begroting zie 3.1 onroerende-zaakbelastingen. Toelichting: De horeca heeft door corona een zeer moeilijke periode gehad. Daarom zal er eerst overleg plaatsvinden met de sector om in een gezamenlijk proces te komen tot tariefsverhoging. Relatie met Bijlage 1 van de Tarievennota 2023 De volgende producten uit bijlage 1 vormen samen de bovenstaande opbrengsten. Hoofdstuk 7. Precariobelasting, met uitzondering van bepalingen 3.1 en 3.2 (zie onderdeel 3.9).
- 33 -
3.8 Havengelden Voorstel 1. De tarieven voor woonschepen en recreatievaartuigen te verhogen met het inflatiepercentage van 3,65%. 2. De tarieven voor beroepsvaart te verhogen met het inflatiepercentage van 3,65%. 3. De tarieven voor water en elektra met het gemeentelijke prijsindexpercentage van 4,8% te verhogen. 4. De tarieven af te ronden op € 0,05. Toelichting De huidige tarieven zijn op dit moment vergelijkbaar met tarieven die in andere gemeenten worden gehanteerd en daarmee marktconform. De bediening van de op afstand bediende bruggen in Zwolle vindt plaats vanuit het bedieningscentrum van Rijkswaterstaat bij de Spooldersluis. Reden van de heffing De exploitatielasten van vaarwegen, havens en kaden voor woonschepen, beroeps- en recreatievaart evenals 25% van de kosten van de brugbediening door te berekenen aan de gebruikers. Beleidsafspraken Een van de direct aanwijsbare diensten van de gemeente, waarvan de tarieven niet kostendekkend zijn, is die van de havengelden. Als beleidscriterium wordt voorgesteld marktconforme tarieven. De Raad heeft in 2005 met de inhoud en voorstellen uit het Actieprogramma Havens ingestemd. In het Actieprogramma Havens is geconcludeerd dat een 100% kostendekkendheid voor het product Havens niet realistisch is.