CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Raad Besluitvormingsronde 19 januari 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12'32.809 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

vastgesteld

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Publicatieversie: NL.IMRO.0193.TAMh22u-0004 Datum:

9 december 2025

2/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Inhoudsopgave

REGELS

7

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3

Inleidende regels Toepassingsbereik Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen

8 8 9 11

Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5

Algemeen Algemeen gebruiksverbod Anti-dubbelteltregel

12 12 13

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Functies Bedrijfswoningen Bedrijfsactiviteiten Heinoseweg 12 Bos

14 14 15 17

Hoofdstuk 4 Artikel 9

(Algemene) regels over activiteiten Bouwactiviteiten

18 18

Hoofdstuk 5 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Thema's Erfgoed - gebieden met archeologische (verwachtings)waarde Mobiliteit - Parkeren Mobiliteit - Laden en lossen Milieu - geluid door activiteiten - kartbaan

20 20 21 23 24

Hoofdstuk 6 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

Overgangsrecht Overgangsrecht bouwen en werken Overgangsrecht gebruik Titel

25 25 26 27

MOTIVERING

29

Hoofdstuk 1

Inleiding

30

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

32

Hoofdstuk 3

Planopzet

34

Hoofdstuk 4

Participatie

35

Hoofdstuk 5 Beleidsdoelen 5.1 Rijksbeleid 5.2 Provinciaal beleid 5.3 Gemeentelijk beleid

38 38 39 45

Hoofdstuk 6 Verdieping Functies 6.1 Wonen 6.1.1 Kaders 6.1.2 Beoordeling 6.1.3 Conclusie 6.1.4 Uitgangspunten omgevingsplan 6.2 Verkeer / Openbare ruimte 6.2.1 Kaders 6.2.2 Beoordeling 6.2.3 Conclusie 6.2.4 Uitgangspunten omgevingsplan

48 48 48 50 50 50 51 51 52 53 53

3/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

6.3 6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4

Bedrijfsmatige activiteiten Kaders Beoordeling Conclusie Uitgangspunten omgevingsplan

53 53 54 55 55

Hoofdstuk 7 Verdieping Omgevingskwaliteit 7.1 Stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit 7.1.1 Kaders 7.1.2 Beoordeling 7.1.3 Conclusie 7.1.4 Uitgangspunten omgevingsplan 7.2 Landschap 7.2.1 Kaders 7.2.2 Beoordeling 7.2.3 Conclusie 7.2.4 Uitgangspunten omgevingsplan 7.3 Cultuurhistorie 7.3.1 Kaders 7.3.2 Beoordeling 7.3.3 Conclusie 7.3.4 Uitgangspunten omgevingsplan 7.4 Archeologie 7.4.1 Kaders 7.4.2 Beoordeling 7.4.3 Conclusie 7.4.4 Uitgangspunten omgevingsplan

56 56 56 58 58 58 58 58 60 60 60 60 60 62 62 62 62 62 63 64 64

Hoofdstuk 8 Verdieping Gezondheid en Veiligheid 8.1 Klimaat, energie en circulariteit 8.1.1 Kaders 8.1.2 Beoordeling 8.1.3 Conclusie 8.1.4 Uitgangspunten omgevingsplan 8.2 Water 8.2.1 Kaders 8.2.2 Beoordeling 8.2.3 Conclusie 8.2.4 Uitgangspunten omgevingsplan 8.3 Bodemkwaliteit 8.3.1 Kaders 8.3.2 Beoordeling 8.3.3 Conclusie 8.3.4 Uitgangspunten omgevingsplan 8.4 Milieuzonering 8.4.1 Kaders 8.4.2 Beoordeling 8.4.3 Conclusie 8.4.4 Uitgangspunten omgevingsplan 8.5 Geluid 8.5.1 Kaders 8.5.2 Beoordeling 8.5.3 Conclusie 8.5.4 Uitgangspunten omgevingsplan 8.6 Luchtkwaliteit 8.6.1 Kaders

65 66 66 68 68 68 68 68 70 77 77 77 77 79 79 79 79 79 80 82 82 82 82 84 85 85 85 85

4/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

8.6.2 8.6.3 8.6.4 8.7 8.7.1 8.7.2 8.7.3 8.7.4 8.8 8.8.1 8.8.2 8.8.3 8.8.4 8.9 8.9.1 8.9.2 8.9.3 8.9.4 8.10 8.10.1 8.10.2 8.10.3 8.10.4 8.11 8.11.1 8.11.2 8.11.3 8.11.4 8.12 8.12.1 8.12.2 8.12.3 8.12.4

Beoordeling Conclusie Uitgangspunten omgevingsplan Trillingen Kaders Beoordeling Conclusie Uitgangspunten omgevingsplan Geur Kaders Beoordeling Conclusie Uitgangspunten omgevingsplan Externe veiligheid Kaders Beoordeling Conclusie Uitgangspunten omgevingsplan Infrastructuur Kaders Beoordeling Conclusie Uitgangspunten omgevingsplan Inrichting buitenruimte Kaders Beoordeling Conclusie Uitgangspunten omgevingsplan Milieueffectrapportage Kaders Beoordeling Conclusie Uitgangspunten omgevingsplan

86 86 86 86 86 87 87 87 87 87 88 88 88 88 88 90 91 91 92 92 93 93 93 93 93 94 94 94 94 94 95 95 95

Hoofdstuk 9 Verdieping Natuur 9.1 Natuur inclusief en Biodiversiteit 9.1.1 Kaders 9.1.2 Beoordeling 9.1.3 Conclusie 9.1.4 Uitgangspunten omgevingsplan 9.2 Natuurwaarden en ecologie 9.2.1 Kaders 9.2.2 Beoordeling 9.2.3 Conclusie 9.2.4 Uitgangspunten omgevingsplan

96 96 96 96 96 96 96 96 98 99 99

Hoofdstuk 10 Uitvoerbaarheid 10.1 Financieel-economische uitvoerbaarheid 10.1.1 Kaders 10.1.2 Beoordeling 10.1.3 Conclusie 10.1.4 Uitgangspunten omgevingsplan 10.2 Overige regels fysieke leefomgeving 10.3 Vergunningen en Handhaving 10.3.1 Kaders 10.3.2 Beoordeling

100 100 100 100 100 100 101 101 101 102

5/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Hoofdstuk 11 Juridische aspecten 11.1 Wijziging Omgevingsplan 11.2 Artikelsgewijze toelichting

103 103 105

BIJLAGEN BIJ DE REGELS Bijlage 1

Inrichtingsplan Heinoseweg 12

BIJLAGEN BIJ DE MOTIVERING Bijlage 1

Participatieverslag Heinoseweg 12

Bijlage 2

Ruimtelijk kwaliteitsplan

Bijlage 3

Onderbouwing parkeren en rijrichtingen Heinoseweg 12

Bijlage 4

Digitaal wateradvies Heinoseweg 12

Bijlage 5

Uitgangspunten Waterschap Drents Overijsselse Delta

Bijlage 6

Quickscan flora en fauna Heinoseweg 12

Bijlage 7

Aanvullende notitie bij Quickscan flora en fauna Heinoseweg 12

Bijlage 8

Toelichting stikstofberekening gebruiksfase Heinosweg 12

Bijlage 9

AERIUS_projectberekening Heinoseweg 12

Bijlage 10

AERIUS_bijlage bij projectberekening Heinoseweg 12

6/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

REGELS Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie 'Buitengebied, Heinoseweg 12' en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22u) van het omgevingsplan van de gemeente Zwolle. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22u van het omgevingsplan van de gemeente Zwolle. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22u' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22u' gelezen worden.

7/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Toepassingsbereik

1. De besluiten als bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld onder lid 3, voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g van de Invoeringswet Omgevingswet. 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie bedoeld onder lid 3, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk 22u. 3. De regels in dit hoofdstuk 22u zijn van toepassing op de locatie 'Buitengebied, Heinoseweg 12', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0193.TAMh22u-0004 zoals vastgelegd op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart.

8/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Artikel 2

2.1

Begripsbepalingen

Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk 22u. 2.2

Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22u gelden aanvullend op artikel 2.1 de volgende begripsbepalingen: 2.2.1

omgevingsplan

het omgevingsplan van de gemeente Zwolle; 2.2.2

TAM omgevingsplan

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u 'Heinoseweg 12'; 2.2.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van de functie, het gebied en/of de locatie; 2.2.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft; 2.2.5

archeologische waarden

de aan een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het belang voor de archeologie en de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 2.2.6

bebouwing

één of meer gebouwen, bijbehorende bouwwerken en/of andere bouwwerken; 2.2.7

bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die hoort bij en functioneel gebonden is aan een bedrijf, instelling of voorziening in dat gebouw of op dat terrein; 2.2.8

huishouden

een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en een gezamenlijke huishouding voeren; 2.2.9

landschapswaarden

de aan een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur;

9/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

2.2.10 normaal onderhoud werkzaamheden die regelmatig nodig zijn voor een goed beheer van de gronden en/of bouwwerken; 2.2.11 openbare nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, zoals gas-, water-, elektriciteits- en communicatievoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de inzameling van afval; 2.2.12 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde; 2.2.13 opslag het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard; 2.2.14 ruimtelijke kwaliteit de kwaliteit gevormd door de evenwichtige samenhang tussen (openbare) ruimte en gebouwde elementen; 2.2.15 stedenbouwkundig beeld het beeld dat wordt opgeroepen door het samengaan van gebouwde elementen, beplantingselementen en onbebouwde ruimten; 2.2.16 straatpeil voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); voor overige bouwwerken die geen hoofdtoegang hebben, de hoogte vanaf het

aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; 2.2.17 voorgevel de naar de weg toegekeerde gevel; 2.2.18 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waarbij inwoning is toegestaan; 2.2.19 zolder een gedeelte van een gebouw dat door één of meer schuine dakschilden is afgedekt en waarvan de borstwering niet hoger is dan 1 meter;

10/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Artikel 3

Meet- en rekenbepalingen

3.1 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 3.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen als bedoeld in artikel, 3, lid 5; 3.3 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of, bij het ontbreken van één of meerdere gevelvlakken, de buitenwerkse maar, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 3.4 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, dan wel tussen het maaiveld bij het ontbreken van een begane grondvloer, de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of, bij het ontbreken van één of meer gevelvlakken, de buitenwerkse maat, en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 3.5 ondergeschikte bouwdelen die buiten beschouwing gelaten moeten worden: a. bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals luchtbehandelingsinstallaties, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes en gevel- en kroonlijsten, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de maximale toegestane hoogte niet meer dan 1,30 meter bedraagt; b.

bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden erkers, balkons en luifels buiten beschouwing gelaten, mits: 1. de overschrijding van de aanduidingsgrens niet meer dan 1,30 meter bedraagt; 2. een erker niet breder is dan 3/5 deel van de betreffende gevel, en gericht naar het openbaar toegankelijk gebied en maximaal één bouwlaag betreft; c. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen blijven uitstekende delen van ondergeschikte aard, zoals plinten, dorpels, kozijnen, gevelversieringen en overstekende dakgoten tot ten hoogste 0,5 meter buiten beschouwing;

11/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Hoofdstuk 2 Artikel 4

Algemeen

Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.

12/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Artikel 5

Anti-dubbelteltregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

13/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Hoofdstuk 3 Artikel 6

6.1

Functies

Bedrijfswoningen

Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Bedrijfswoningen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. Het gebruiken van gronden en gebouwen ten behoeve van een bedrijfswoning; b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij activiteiten genoemd in dit artikel, zoals: paden, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusieviteit, kunstobjecten, geluidwerende voorzieningen, tuinen en erven.

14/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Artikel 7

7.1

Bedrijfsactiviteiten Heinoseweg 12

Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Bedrijfsactiviteiten Heinoseweg 12' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. Het gebruiken van gronden en gebouwen ten behoeve van kleinschalige bedrijven met een maximum van 500 m² brutovloeroppervlak per bedrijf. Daarbij gaat het om de volgende bedrijfsactiviteiten: 1. SBI 016.2 Dienstverlening t.b.v. de landbouw, algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. <=500m2 2. SBI 016.4 plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m2 3. SBI 1102 t/m 1104 Vervaardiging van wijn, cider e.d. 4. SBI 581 Uitgeverijen (kantoren) 5. SBI 18129 Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen 6. SBI 1814.A Grafische afwerking 7. SBI 1814.B Binderijen 8. SBI 1813 Grafische reproductie en zetten 9. SBI 1814 Overige grafische activiteiten 10. SBI 182 Reproductiebedrijven opgenomen media 11. SBI 26, 28, 33.A Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie 12. SBI 26, 32, 33.A Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie 13. SBI 9524.2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 14. SBI 321 Fabricage van munten, sieraden e.d 15. SBI 322 Muziekinstrumentenfabrieken 16. SBI 32991 Sociale werkvoorziening 17. SBI 41, 42, 43 Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o <500m2 18. SBI 952 Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) 19.

SBI 63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82 Overige zakelijke dienstverlening: kantoren 20. SBI 52109.B Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) b. Het gebruiken van gronden voor buitenopslag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone specifieke functieregels - buitenopslag'; c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij danwel ondergeschikt aan de onder a benoemde activiteiten, zoals: wegen en paden, nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's, voorzieningen voor verblijf, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstobjecten, geluidwerende voorzieningen, tuinen en erven.

7.2

Afwijken van de gebruiksactiviteiten

7.2.1

Beoordelingsregels binnenplanse omgevingsplanactiviteit

Door middel van een omgevingsvergunning kunnen bedrijvenactiviteiten worden toegestaan die niet zijn vermeld in de staat van bedrijfsactiviteiten in artikel 7.1 indien uit onderzoek blijkt dat deze functies wat betreft milieuhinder gelijkgesteld kunnen worden met de bedrijfsactiviteiten die wel als toelaatbaar zijn aangeduid.

15/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

7.3

Verboden gebruiksactiviteiten

Tot een strijdig gebruik als bedoeld in artikel 4 wordt binnen de functie Bedrijfsactiviteiten Heinoseweg 12 in ieder geval gerekend het gebruik en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig deze functie(s) indien het in Bijlage 1 Inrichtingsplan Heinoseweg 12 met nummer 2 aangeduide bouwwerk niet in zijn geheel is gesloopt binnen twee jaar na vaststelling van dit wijzigingsbesluit (TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12).

16/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Artikel 8

8.1

Bos

Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Bos' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. b. c. d.

het gebruiken van gronden voor bos. het behouden en herstellen van natuur- en landschapswaarden van gronden; het ontwikkelen van natuur- en landschapswaarden van gronden; het gebruiken van gronden voor ondergeschikte voorzieningen behorende bij de onder sub a genoemde activiteiten: wegen en paden; parkeervoorzieningen; geluidswerende voorzieningen; openbare nutsvoorzieningen; infrastructurele voorzieningen; agrarisch medegebruik; educatief medegebruik; beeldende kunstvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; sloten en beken en waterlopen.

17/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Hoofdstuk 4 Artikel 9

(Algemene) regels over activiteiten

Bouwactiviteiten

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk gelden de volgende beoordelingsregels: 9.1

Beoordelingsregels voor bouwen binnen bouwvlakken

a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen – bouwvlak' zijn hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken toegestaan. b. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - maximale bouwhoogte' geldt als maximum bouwhoogte van een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken de daar bepaalde norm in meters; c. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - maximale goothoogte' geldt als maximum goothoogte van een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken de daar bepaalde norm in meters; d. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - maximale inhoud', geldt als maximum inhoud van het hoofdgebouw de daar bepaalde norm in m3; e. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - maximaal bebouwingspercentage', geldt als maximum bebouwingspercentage de daar bepaalde norm in %. 9.2

Aanvullende beoordelingsregels voor bijbehorende bouwwerken buiten bouwvlakken

a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - bijbehorende bouwwerken' zijn bovengrondse bijbehorende bouwwerken toegestaan; b. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - bijbehorende bouwwerken' geldt als maximum oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken de daar bepaalde norm in vierkante meters; c. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - bijbehorende bouwwerken' geldt dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3 m; d. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - bijbehorende bouwwerken' geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 m. 9.3

Afwijken beoordelingsregels bouwactiviteiten

In afwijking van de beoordelingsregels voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, kan een omgevingsvergunning toch worden verleend, uitsluitend voor zover het een afwijking betreft van: a. het bepaalde ten aanzien van de maximum bouwhoogte van gebouwen, om toe te staan dat de bouwhoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen van bouwdelen die niet van ondergeschikte aard zijn, als liftkokers, trappenhuizen, en lichtkappen, wordt vergroot, mits: 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 50 m² bedraagt; 2. de bouwhoogte niet meer dan 1,25 maal de maximum bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt; b. de aanduidingsgrenzen, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. afwijken, zoals bedoeld onder sub a en sub b, kan uitsluitend onder de voorwaarde dat deze past binnen het stedenbouwkundige beeld dat met het plan wordt beoogd en er geen onevenredige hinder ontstaat voor de omgeving. 9.4

Aanvullende beoordelingsregels overige bouwwerken

a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - overige bouwwerken' zijn overige bouwwerken toegestaan. 18/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

b. De bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, maar de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien: 1. op het erf of perceel al een gebouw staat, waarmee de erf- of perceelafscheiding in functionele relatie staat; 2. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder sub b, mag niet meer dan 10 meter bedragen.

19/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Hoofdstuk 5 Artikel 10

10.1

Thema's

Erfgoed - gebieden met archeologische (verwachtings)waarde

Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema erfgoed - gebieden met archeologische (verwachtings)waarde' gelden de regels uit dit artikel bij: a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, b. een omgevingsplanactiviteit uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, voor zover, door die activiteit(en), de bodem op een grotere diepte dan 0,5 meter en over een grotere oppervlakte dan 100 m² zal kunnen worden verstoord. 10.2

Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. 10.3

Beoordelingsregels archeologie

a. Een omgevingsvergunning voor een activiteit, zoals aangegeven in artikel 10.1, wordt alleen verleend indien de archeologische waarden van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld. 10.4

Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 10.1 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld. b. het verstrekken van een rapport, als bedoeld onder sub a, is niet vereist indien dat, in het belang van de archeologische monumentenzorg, niet noodzakelijk wordt geacht door het bevoegd gezag. 10.5

Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. De verplichting tot het doen van opgravingen; c. De verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.

20/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Artikel 11

11.1

Mobiliteit - Parkeren

Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema mobiliteit - regels over parkeren' gelden de regels uit dit artikel bij: a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken; b. een omgevingsplanactiviteit afwijken gebruiksactiviteit. 11.2

Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van parkeerhinder. 11.3

Beoordelingsregels

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit zoals bedoeld in artikel 11.1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend onder de voorwaarde dat: a. is verzekerd, dat op eigen terrein, dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend hoort, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Daarbij moet worden voldaan worden aan de parkeeropgave, zoals neergelegd in de “Regeling Parkeernormen Zwolle” (28 maart 2025). Indien deze regeling wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging; b. de onder sub a bedoelde plaatsen voor het parkeren van motorvoertuigen afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare motorvoertuigen, zoals neergelegd in de “Regeling Parkeernormen Zwolle” (28 maart 2025). Indien deze regeling wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging. 11.4

Afwijken van de beoordelingsregels parkeren

Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.3, sub a: a. voor zover op andere wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien; b. voor zover door een maatregel geen of minder dan de nodige parkeergelegenheid noodzakelijk is; c. voor zover het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. Bij de toepassing van deze afwijking wordt rekening gehouden met de afwijkingsvoorwaarden, zoals deze zijn neergelegd in de “Regeling Parkeernormen Zwolle” (28 maart 2025). Indien deze regeling wordt gewijzigd moet rekening worden gehouden met deze wijziging. 11.5

Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 11.1, worden, aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in afdeling 22.2, artikel 22.35, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een beschrijving van de beoogde parkeeroplossing als de aanvraag niet voorziet in parkeren op eigen terrein.

21/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

11.6

Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van parkeerhinder voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat: a. de toe te passen maatregelen, waarmee aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 11.3 wordt voldaan, worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.

22/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Artikel 12

12.1

Mobiliteit - Laden en lossen

Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema mobiliteit - regels over laden en lossen' gelden de regels uit dit artikel bij: a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken; b. een omgevingsplanactiviteit afwijken gebruiksactiviteit 12.2

Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van hinder ten gevolge van laden en lossen. 12.3

Beoordelingsregels

Indien de functie van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen. Daarbij moet worden voldaan worden aan het bepaalde in de “Regeling Parkeernormen Zwolle” (28 maart 2025). Indien deze regeling wordt gewijzigd, moet rekening worden gehouden met deze wijziging. 12.4

Afwijken van de beoordelingsregels

Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.3: a. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien; b. voor zover door een maatregel geen of minder dan de nodige laad- of losruimte noodzakelijk is; c. voor zover het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. Bij de toepassing van deze afwijking wordt rekening gehouden met de afwijkingsvoorwaarden, zoals deze zijn neergelegd in de “Regeling Parkeernormen Zwolle” (28 maart 2025). Indien deze regeling wordt gewijzigd moet rekening worden gehouden met deze wijziging. 12.5

Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van hinder tengevolge van laden en lossen voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat de toe te passen maatregelen, waarmee aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 12.3, wordt voldaan, worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.

23/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Artikel 13

13.1

Milieu - geluid door activiteiten - kartbaan

Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema milieu - geluid bij activiteiten - kaartbaan' gelden de regels uit dit artikel bij een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, voor zover het gaat om een geluidgevoelig gebouw. 13.2

Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en het milieu en in het bijzonder op het het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting van geluidsgevoelige gebouwen vanwege het geluid van de kartbaan.

13.3

Beoordelingsregels

a. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit, zoals aangegeven in artikel 13.1, wordt de omgevingsvergunning verleend onder de voorwaarde dat het geluid van de naastgelegen kartbaan op de gevels van de te bouwen geluidgevoelige gebouwen niet meer bedraagt dan 50 d(B)A. 13.4

Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 13.1, worden, aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in afdeling 22.2,artikel 22.35, gegevens en bescheiden verstrekt waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 13.3. 13.5

Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder voorschriften worden verbonden. De voorschriften kunnen zich in ieder geval ertoe strekken dat de toe te passen maatregelen als bedoeld in artikel 13.3 worden uitgevoerd en in stand worden gehouden. 13.6

Meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van het geluid zijn de in de Omgevingsregeling gestelde regels van toepassing.

24/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Hoofdstuk 6 Artikel 14

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwen en werken

1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van artikel 14, lid 1, een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. 3. Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, of uitgevoerd kunnen worden krachtens een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden, zijn toegestaan. 4. Artikel 14, lid 1, is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen. 5.

Artikel 14, lid 3, is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, die uitgevoerd worden op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar uitgevoerd worden zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.

25/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Artikel 15

Overgangsrecht gebruik

1. Het gebruik van gronden en bouwwerken ten dienste van de functie (of andere gebiedsaanwijzing) als bedoeld in hoofdstuk 3 dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 15, lid 1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld artikel 15, lid 1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Artikel 15, lid 1, is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met dit omgevingsplan voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.

26/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Artikel 16

Titel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22u'.

27/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

28/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

MOT IVERING

29/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Hoofdstuk 1

Inleiding

Aan de Heinoseweg 12 is een voormalig agrarisch bedrijf gelegen. Het project betreft het transformeren van een agrarische functie naar een bedrijfsmatige functie. Naast de functiewijziging betreft het ook sloop van een vervallen schuur. Het plan vindt plaats met toepassing van het provinciale KGO-beleid. De bedrijfsmatige functie bestaat uit het gebruiken van de bestaande agrarische opstallen voor opslag-, (ambachtelijke) werk- en kantoorruimtes. De bestaande bedrijfswoning blijft gehandhaafd. Het geldende omgevingsplan van rechtswege biedt geen mogelijkheid dit project te realiseren. Zo laat het omgevingsplan ter plekke alleen een agrarische functie toe. Om dit project mogelijk te maken wordt het omgevingsplan gewijzigd.

Aan deze wijziging omgevingsplan is een traject van planvorming en participatie voorafgegaan. Er is een inrichtingplan aangeleverd dat de basis vormt voor de voorliggende wijziging van het planologisch regime.

Voorliggend document geeft een motivering van de benodigde wijziging van het omgevingsplan. Het geeft een onderbouwing van het besluit. Het motiveert dat met deze wijziging tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt gekomen.

Leeswijzer Hoofdstuk 2 van deze motivering beschrijft de huidige staat van het wijzigingsgebied en de omgeving. Ingegaan wordt op de feitelijke situatie en de bestaande planologische rechten. Hoofdstuk 3 geeft het beoogde eindbeeld van de nieuwe inrichting van het wijzigingsgebied. Een integrale onderbouwing op hoofdlijnen van de ruimtelijke aanvaardbaarheid en inpassing in de bestaande omgeving. Hoofdstuk 4 geeft aan hoe die nieuwe inrichting zich verhoudt tot de gevoerde participatie. In feite vormt dit hoofdstuk het

30/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

participatieverslag. Hoofdstuk 5 doet hetzelfde, maar dan tot het relevante generieke omgevingsbeleid van rijk, provincie en de gemeente. De hoofdstukken zes tot en met negen gaan dieper in op de diverse, bij dit besluit relevante onderdelen van de fysieke leefomgeving. Aan de hand van specifieke normen en kaders wordt per onderdeel een nadere onderbouwing gegeven. Ingegaan wordt op de nieuwe functies, de omgevingskwaliteit, veiligheid en gezondheid en natuur. De motivering wordt afgesloten met een hoofdstuk over de uitvoerbaarheid en een hoofdstuk over juridische zaken, waarin onder meer de te wijzigen planregels worden toegelicht.

31/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Hoofdstuk 2

Bestaande situatie

Om tot een aanvaardbaar plan te kunnen komen is inzicht nodig in de staat van de fysieke leefomgeving ter plaatse van het projectgebied en de omgeving. Naast de feitelijke situatie betreft dit ook de aanwezige (planologische) rechten. Dit hoofdstuk beschrijft die bestaande situatie en rechten. Ingegaan wordt onder andere op de ruimtelijke karakteristiek en identiteit, de waarden binnen het gebied en de aanwezige functies.

Ligging en omgeving Het perceel Heinoseweg 12 ligt in het buitengebied, zuidoostelijk van de stad Zwolle langs de provinciale weg N35. Het betreft een agrarisch bedrijfsperceel.

Het wijzigingsgebied maakt onderdeel uit van het oude hoevenlandschap - dekzandrug. Het landschap kenmerkt zich als een kleinschalig landschap. Het beplantingspatroon van houtwallen, -singels, kleine bosopstanden en erfbeplantingen zorgt voor opdeling van het landschap in zowel kleine als grote ‘kamers’. Het is een groen raamwerk met daartussen open ruimtes die wisselend van vorm en grootte zijn. Er is ook veel reliëf aanwezig in het landschap. De essen (oude akkers) liggen op gronden die van oorsprong al hoger lagen en door het bemesten met potstalmest en heideplaggen nog verder opgehoogd zijn en een bolle ligging hebben gekregen.

Kenmerkend voor de structuur van de erven in het essen- en hoevenlandschap is dat er vaak sprake is van een onregelmatig erf met een losse strooiing van hoofd- en bijgebouwen. Het wijzigingsgebied kenmerkt zich als een van oorsprong typisch boerenerf; veel verharding rondom de schuren met een vrij monotone opbouw in ruderale plantsoorten aan de randen. Rondom het erf is sprake van een ontwikkelde groenstructuur in de vorm van een inheemse houtwal en/of houtsingel. Gecultiveerde plantensoorten zijn rondom de woning te vinden. Behorend bij het perceel, aan de achterzijde van het erf, ligt een bosperceel.

Feitelijk wordt het perceel en de bebouwing al gebruikt voor een verzameling van niet-agrarische activiteiten, zoals opslag, (ambachtelijke) werkruimten en verhuur van vergaderkamers. Op het perceel staan meerdere (agrarische) opstallen en een bedrijfswoning, met een totale oppervlakte van ongeveer 3.200 m². De verdere omgeving heeft een landelijk karakter en bestaat uit agrarische gronden met een enkele woning. Naast het perceel (ten noordoosten) bevindt zich Kartcentrum Zwolle.

Omgevingsplan

De planologische rechten voor het perceel Heinosweg 12 zijn vastgelegd in het op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingsplan gemeente Zwolle. Dit omgevingsplan bestaat uit de 'bruidsschat' (meerdere vanuit landelijke wetgeving overgegane regels, vooral over bouwen en milieu), enkele lokale verordeningen en alle geldende bestemmingsplannen.

Zo ook de beheersverordening ‘BV Buitengebied – Herfte Wijthmen’ (vastgesteld op 1 juli 2013), waarin voor de locatie van de Heinosweg 12 de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ is opgenomen. Deze bestemming laat onder andere de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering en bedrijfswoningen toe. Daarnaast heeft het perceel de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ en gebiedsaanduidingen ‘geluidzone’ en ‘luchtvaartverkeerzone’. De geluidzone is opgenomen vanwege de aanwezigheid van de kartbaan aan de Heinoseweg 10. De luchtvaartverkeerzone was opgenomen vanwege de ligging in militaire laagvliegroute 10A. Met ingang van 11 april 2024 is de aanwijzing van dit gebied vervallen in het Besluit kwaliteit 32/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

leefomgeving.

33/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Hoofdstuk 3

Planopzet

Met dit wijzigingsbesluit wordt het mogelijk gemaakt de transformatie van een agrarische functie naar een bedrijfsmatige functie te realiseren. Wijzigen van het omgevingsplan is mogelijk met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Als resultaat wordt zo’n evenwichtige toedeling verwacht, gericht op het in samenhang bereiken van de gestelde doelen in en vanuit de Omgevingswet. Bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in ieder geval rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid.

Rekening moet worden gehouden met de samenhang van de relevante onderdelen van de fysieke leefomgeving en van de rechtstreeks daarbij betrokken belangen. Met aandacht voor de noodzaak van de functie, de geschiktheid van de plek en de (nadelige) gevolgen van de toedeling voor belanghebbenden (waaronder bestaande rechten). Een zorgvuldig afgewogen balans tussen beschermen en ontwikkelen. Gericht op het bereiken van ruimtelijk kwaliteit, met een afgewogen verhouding tussen de gebruikswaarde (het functioneren), de belevingswaarde (de uiterlijke verschijning) en toekomstwaarde (de houdbaarheid in de tijd).

Dit hoofdstuk beschrijft het resultaat van de integrale afweging die is gemaakt en onderbouwd deze. Het geeft in essentie weer dat met het beoogde eindbeeld een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt. Het project betreft het transformeren van een agrarische functie naar een bedrijfsmatige functie. Naast de functiewijziging betreft het ook sloop van een vervallen schuur. Het plan vindt plaats met toepassing van het provinciale KGO-beleid. De bedrijfsmatige functie bestaat uit het gebruiken van de bestaande agrarische opstallen voor opslag-, (ambachtelijke) werk- en kantoorruimtes. De bestaande bedrijfswoning blijft gehandhaafd.

Projectvoornemen Heinoseweg 12

34/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Hoofdstuk 4

Participatie

Participatie bij het planvormingstraject geeft in een vroegtijdig stadium meer inzicht in de belangen en wensen van betrokken partijen en meer gelegenheid om deze in dat traject mee te wegen. Dit hoofdstuk bevat het participatieverslag (bijlage 1). Aangegeven wordt hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.

Met wie is geparticipeerd en hoe? De initiatiefnemers hebben een brief gestuurd aan omwonenden. Het betreft de bewoners van Heinoseweg 10, 12-1 en 12-2. Initiatiefnemers zijn vervolgens bij de betreffende bewoners langsgegaan waarbij het voorgenomen plan nader is toegelicht.

Uitkomst De betreffende bewoners hebben verklaard de plannen te hebben gezien, door middel van het ondertekenen van een adressenlijst. Naar aanleiding van het voorgestelde plan zijn er geen opmerkingen of bezwaren aangegeven.

Wat is met de uitkomst gedaan? Er is geen aanleiding om naar aanleiding van deze particpatieronde het plan aan te laten passen.

Vooroverleg De gemeente wordt geacht bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op grond van de Omgevingswet rekening te houden met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en stemt zo nodig met deze andere bestuursorganen af. Ook zijn overige bestuursorganen, in het kader van participatie, benoemd als partij om betrokken te worden bij de voorbereiding van een omgevingsplan.

Uitgangspunt is in ieder geval voordat een ontwerp-besluit tot wijziging van het omgevingsplan wordt opgesteld het betreffende ruimtelijke initiatief voor een reactie voor te leggen aan een ander bestuursorgaan, voor zover dat initiatief een belang van dat bestuursorgaan kan raken. Aangesloten wordt op de werkwijze van de provincie Overijssel, zoals vastgelegd in de notitie Sturen en samenwerken bij de uitvoering van ruimtelijke initiatieven onder de Omgevingswet. Een optie daarbij is het initiatief voor te leggen aan de regionale Omgevingstafel IJsselland.

Het nu voorliggende initiatief is in de vorm van voorontwerp-wijziging omgevingsplan voor advies voorgelegd aan: Provincie Overijssel Waterschap Drenst Overijsselse Delta Veiligheidsregio IJsselland Rijkswaterstaat De volgende adviezen zijn uitgebracht:

Provincie Overijssel

35/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

De provincie staat positief tegenover hergebruik van bestaande gebouwen voor nieuwe passende functies. De locatie in de stadsrand en nabij een doorgaande weg maken het geschikt als verzamelerf voor diverse bedrijfsactiviteiten. De toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) is niet duidelijk. In paragraaf 7.1.2 Beoordeling wordt voor de provinciale Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving verwezen naar paragraaf 5.2. In de toelichting wordt niet onderbouwd op welke manier de balans bereikt wordt tussen de impact van de ontwikkeling en kwaliteitsinvesteringen. In het ruimtelijk kwaliteitsplan wordt gesproken van het oprichten van een KGO-kwaliteitsfonds. Dit wordt niet nader ingevuld of verklaard. Reactie: Naar aanleiding van deze reactie is de motivering in paragraaf 5.2 Provinciaal beleid aangevuld met een beschrijving van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving.

Waterschap Drents Overijsselse Delta Voor dit plan hebben het waterschap op 10 december 2024 een digitale watertoets ontvangen. Naar aanleiding hiervan is door het waterschap een notitie opgesteld met uitgangspunten. In de onderbouwing worden deze stukken niet benoemd. Graag in de onderbouwing verwijzen naar deze beide documenten en deze opnemen als bijlage. Daarnaast is in de uitgangspuntennotitie is aangegeven dat het plangebied in een overstromingsrisicogebied ligt. Dit wordt ook benoemd in de onderbouwing op pagina 80/168. Echter hierin wordt aangegeven dat een overstromingsrisicoparagraaf vereist is. Deze paragraaf mist in de onderbouwing. Reactie: Het digitale wateradvies en de uitgangspuntennotitie zijn als bijlage bij deze motivering toegevoegd. De motivering bevat wel een overstromingsrisicoparagraaf, deze is beschreven onder het kopje 'Risico-inventarisatie'. Ter verduidelijking is het kopje aangepast naar 'Overstromingsrisicoparagraaf'.

Veiligheidsregio IJsselland De veiligheidsregio adviseerd (hoewel er geen sprake is van nieuwbouw zoals bepaald in het Bbl) het bedrijfsverzamelgebouw te laten voorzien van afsluitbare mechanische ventilatie en de gebruikers voor te lichten over de risico's die zij lopen en wat ze bij een incident zelf kunnen doen. Ook wordt er op gewezen dat voor het bedrijfsverzamelgebouw, afhankelijk van de functie, mogelijk een melding brandveilig gebruik moet worden gedaan en dat het mogelijk is dat de functiewijziging leidt tot andere eisen vanuit het Bbk op het gebied van brandcompartimentering en isolatievoorschriften. Daarnaast is in het omgevingsplan de aanwezigheid van de N35, als risicobron van vervoer gevaarlijke stoffen, niet opgenomen.Verzocht wordt dit aan te passen in het omgevingsplan.

Reactie: De opmerkingen over afsluitbare mechanische ventilatie, inlichten van gebruikers en de mogelijke gevolgen van de functiewijziging als een melding brandveilig gebruik en degelijke zijn aan initiatiefnemer meegegeven. Dit zijn aspecten van uitvoering. De aanwezigheid van de N35 is, hoewel deze (op dit moment) niet is opgenomen in het Basisnet van gevaarlijke stoffen, in de motivering van dit wijzigingsbesluit toegevoegd en beoordeeld. Het vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat heeft het voornemen beoordeeld op raakvlakken met belangen en activiteiten van

36/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Rijkswaterstaat en concludeerd dat er geen aanleiding is voor voorbehouden en/of adviezen.

Reactie: Voor kennisgeving aangenomen.

37/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Hoofdstuk 5

Beleidsdoelen

Het wijzigingsbesluit zoals nu voorligt is vormgegeven aan de hand van de gestelde beleidsdoelen in en vanuit de Omgevingswet. Dit hoofdstuk geeft een beschrijving van het relevante generieke omgevingsbeleid van rijk, provincie en gemeente en een toetsing van het wijzigingsbesluit aan die kaders. Een verdieping van relevant sectoraal beleid en regelgeving komt aan de orde in hoofdstuk 6 tot en met 9 van deze motivering op het wijzigingsbesluit.

5.1

Rijksbeleid

Omgevingswet (regel) De Omgevingswet geeft de maatschappelijke doelen van de wet. Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Besluit kwaliteit leefomgeving (regel) Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat instructieregels voor het omgevingsplan, voortkomend uit de beleidsdoelen van de Omgevingswet. Met zo'n instructieregel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden. En regels die moeten worden betrokken bij de wijziging. De op specifieke onderwerpen gerichte instructieregels komen in hoofdstuk 6 tot en met 9 van deze motivering aan bod. Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld.

De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk tot 2050 op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Verschillende ministeries werken aan de uitwerking van diverse beleidsthema's in de vorm van Nationale Programma's. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden Steden en regio's sterker en leefbaarder maken Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren:

38/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

1. De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel van uit maakt. In de Omgevingsagenda agenderen Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Het doel is het versnellen van besluitvorming omtrent samenhangende ruimtelijke keuzes en de uitvoering van maatregelen, zodat plannen toekomstbestendig, met ruimtelijke kwaliteit, en in samenhang gerealiseerd kunnen worden. Regio Zwolle is aangewezen als NOVI-gebied. Belangrijk vraagstuk voor de regio is hoe de opgave voor wonen en werken te combineren met de klimaatopgave en het watersysteem in deze regio. Tot 2040 moeten er 49.000 woningen en 20.000 arbeidsplaatsen in de regio Zwolle worden gerealiseerd. De grootste uitdaging voor de regio zit in het "klimaatadaptief verstedelijken". Door haar ligging in de delta van de IJssel én Vecht is de regio extra kwetsbaar voor klimaatverandering en waterveiligheid. Er is een actualisatie van de NOVI in voorbereiding.

Met de programma's Mooi Nederland en NOVEX wordt ingezet op aanscherping en versnelling van de NOVI. Het streven is de aangescherpte NOVI als nieuwe Nota Ruimte in 2026 vast te stellen als nationaal ruimtelijk beleid.

Toetsing en conclusie Met dit wijzigingsbesluit wordt het project mogelijk gemaakt. Met deze wijziging wordt, met in acht neming van de beleidsdoelen zoals verwoord en uitgewerkt in rijksbeleid en -regelgeving, tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties gekomen. Deze motivering geeft de onderbouwing hiervan. Dit plan draagt bij aan (enkele) uitgangspunten van uit de NOVI. Zo stelt punt 19 uit de NOVI, pagina 61, dat het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van belang is. Leegstand van agrarische bebouwing draagt hieraan niet bij. De huidige bebouwing staat niet leeg, maar wordt gebruikt voor bedrijvigheid. Het plan past tevens binnen de NOVI in het kader van vrijkomende agrarische bebouwing, pagina 152. Met de uitvoering van dit plan kan leegstand worden voorkomen.

5.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel. Onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur komen aan bod. De Omgevingsvisie is op 12 april 2017 vastgesteld en sindsdien een aantal keer geactualiseerd. De visie bestaat uit drie delen. Deel 1 geeft de opgaven en kansen waar de provincie voor staat. Deze zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's, waaronder woonomgeving, mobiliteit, natuur en veiligheid en gezondheid. Deel 3 bevat een nadere uitwerking van de centrale beleidsambities. De centrale beleidsambities voor de negen beleidsthema's worden benaderd vanuit de oververkoepelende 'rode draden' duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit, waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Dit zijn de leidende principes bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

39/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten Daarmee wordt een weloverwogen locatiekeuze en vormgeving en inrichting van initiatieven bevorderd, passend bij de identiteit van de plek. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal, en het verbinden van lokale kennis met de uitvoering van ruimtelijke opgaven.

Deel 2 van de omgevingsvisie geeft het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel. De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de omgevingsvisie geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Deze beleidskeuzes geven invulling aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Andere generieke beleidskeuzes betreffen onder andere de reserveringen voor waterveiligheid en begrenzing van Nationale Landschappen en Natura 2000-gebieden. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend.

40/109

9 december 2025 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22u, Heinoseweg 12

Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent door vertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Toetsing aan de Omgevingsvisie Overijssel

Generieke beleidskeuze De ontwikkeling op de locatie aan Heinoseweg 12 in het buitengebied ligt niet binnen een in de visie en/of verordening aangewezen reserveringsgebied of natuurgebied. Het plan draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Deze wijziging betreft het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ in de groene omgeving. Het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Ontwikkelingsmogelijkheden worden in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbonden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Daarnaast is het projectgebied op de ontwikkelingsperspectievenkaart van de Omgevingsvisie aangeduid als 'Stads- en dorpsrandgebieden'. De stads- en dorpsrandgebieden vormen de overgang tussen de Stedelijke en de Groene Omgeving, en zijn daarmee zowel entree van de stad als verbinding naar het buitengebied. Het vormgeven als entree van zowel de Groene als de Stedelijke Omgeving is een belangrijk kwaliteitsdoel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=31e68b6e-267a-4776-9810-a5f6e7f52c96