CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo_Bijlagen bij de motivering_Bijlage 27 Aanmeldingsnotitie mer beoordeling

Raad Besluitvormingsronde 26 mei 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo' en ‘Beleidsregel Beeldkwaliteit Harculo’17.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

26

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

Door de ligging van Nieuw Harculo buiten de stedelijke kern van Zwolle zullen bewoners en bezoekers van het gebied zich vooral verplaatsen door middel van autoverkeer. Om de gezondheid van de bewoners te waarborgen is de geluidsbelasting van de wegen berekend. De geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe woningen is met 51,42 Lden onder de norm van 53,0 Lden. De gezondheidseffecten als gevolg van geluidoverlast van autoverkeer voor de bewoners en bezoekers van het gebied worden als acceptabel beoordeeld. Naast het omgevingsniveau is er op gebouwniveau rekening gehouden met een gezonde leefomgeving. Dit is onder andere gedaan door in het ontwerp gebruik te maken van het actief en passief reguleren van het binnenklimaat. Maatregelen als het toepassen van mos en sedum op platte daken, groene gevels en nachtventilatie dragen bij aan een beter binnenklimaat wat een positief effect heeft op de gezondheid. In het projectgebied bevindt zich ook een perceel dat in eigendom is van TenneT. Het betreft een schakelstation dat vroeger werd gebruikt om de opgewekte elektriciteit van de IJsselcentrale op het netwerk te leveren. Het schakelstation is nog in gebruik en maakt onderdeel uit van het 110kV-netwerk. Er zijn (vooralsnog) geen plannen om het schakelstation aan te passen.

Een voorwaarde van TenneT is om tenminste 40 meter van het hek van het hoogspanningsstation te blijven om zo te voldoen aan de richtlijnen van het RIVM wat betreft de magneetvelden. Tijdens het opstellen van het stedenbouwkundig plan is hier rekening mee gehouden. De gezondheidseffecten die als gevolg van de magneetvelden ontstaan voor de bewoners en bezoekers van het gebied worden als acceptabel beoordeeld. Conclusie Voor het aspect gezondheid kan geconcludeerd worden dat er geen aanzienlijke milieueffecten worden verwacht vanwege de voorziene kwaliteit van de groene en openbare ruimte en de leefomgeving en de relatief beperkte effecten als gevolg van geluid, luchtkwaliteit en magneetvelden.

3.3

Landschap en archeologie

3.3.1

Landschap en cultuurhistorie

Landschap De afgelopen 100 jaar zijn er in het projectgebied van Nieuw Harculo grote ruimtelijke veranderingen geweest. Veel elementen uit het landschap van de eerste helft van de 20e eeuw zijn veranderd of verdwenen. In het begin van de 20e eeuw was het projectgebied onderdeel van het winterbed van de IJssel. De dijk week ter hoogte van het gebied uit naar het oosten, waarschijnlijk vanwege doorbraakkolken die als geïsoleerde waterpartijen zichtbaar waren. De uiterwaarden, die voornamelijk als grasland werden gebruikt, waren relatief breed en bevatten kleine ooibosjes. Ook tussen de dijk en de spoorlijn waren doorbraakkolken aanwezig, die gevoed werden door kwelwater uit de ondergrond. Deze kolken werden gewaardeerd als natuurbaden vanwege het heldere water. In de jaren ‘30 werd de Herculosche Kolk ingericht als openluchtbad. Tegelijkertijd groeide de vraag naar bakstenen, waardoor langs de IJssel baksteenfabrieken werden gebouwd, zoals in Harculo, Schelle en Windesheim. De benodigde klei werd afgegraven in de uiterwaarden en verwerkt in nabijgelegen steenfabrieken. Rond 1950 werden zowel de noordelijke als de zuidelijke kolk vergraven om de realisatie van de IJsselcentrale mogelijk te maken. De energiecentrale was nodig om te kunnen voorzien in de toenemende energievraag na de Tweede Wereldoorlog.

De kolken werden omgevormd tot de twee buitendijkse havens, namelijk de Kolenhaven en de Materiaalhaven en het ingedijkte gebied was bestemd voor de bouw van de energiecentrale. De grootte van de IJsselcentrale is hierbij beeldbepalend geweest voor het landschap. In de periode 2016 – 2018 is de IJsselcentrale gesloopt. De ontwikkeling Nieuw Harculo sluit aan bij de overgebleven historische landschapselementen zoals het Dienstengebouw, de Hijshal en de Koelwaterhal. Deze overgebleven gebouwen zijn meegenomen in de ruimtelijke uitwerking van Nieuw Harculo.

Cultuurhistorie Na de Tweede Wereldoorlog werd gestart met de bouw van de IJsselcentrale. Dit was nodig om, met behulp van fossiele brandstoffen zoals kolen, olie en gas, te kunnen voorzien in de toenemende energiebehoefte. De twee kolken werden omgevormd tot buitendijkse havenkommen ten gunste van de af- en aanvoer van koelwater en materialen. Het Kristalbad werd hierdoor onderdeel van het invoerkanaal. De IJsselcentrale zelf lag binnendijks (NOP, deel 2, 27

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

paragraaf 2.1). In de loop der jaren vond een verdere uitbreiding van de IJsselcentrale plaats. Zie figuur 3-7 voor een overzicht van de ontwikkelingen de afgelopen 100 jaar. Uitgangspunt voor het ontwerp van de IJsselcentrale was ‘volumes in het groen’: grote, rationeel vormgegeven gebouwvolumes en een stoere landschapsinrichting met robuuste groenblokken vormden een samenhangend beeld (zie figuur 3-8). De kantoren en ontmoetingsruimtes bevonden zich in de kleinere gebouwen, zoals het Dienstengebouw, de Hijshal en de Koelwaterhal. Aan de binnenzijde van de dijk bevonden zich ook de dienstwoningen, welke zijn ontworpen met dezelfde stijl van wederopbouw. Hier is echter wel de relatie gezocht met het kleinschalige coulisselandschap van het binnendijkse landschap en met de kolk. Het gemeenschappelijke groen en de moestuinen sluiten aan op de natuurlijke oevers rond de kolk, met diverse boomsoorten die het gebied een groen en rijk karakter geven. Het buitendijkse gebied, dat door afgraving en de insteekhavens geïsoleerd raakte, wordt nog steeds gebruikt als landbouwgrond en bestaat nu uit verruigd grasland. Sinds 2016 zijn veel gebouwen, waaronder de IJsselcentrale, ontmanteld, maar binnen het projectgebied zijn er nog steeds directe verwijzingen naar de voormalige bestemming.

Het gaat hierbij voornamelijk om de gebouwen die nog steeds aanwezig zijn in de Uitspanning, landschapselementen en de hevelgebouwen die een nieuwe functie krijgen. De muurschilderingen en gebouwstructuren van de Uitspanning blijven behouden en op de historische positie van de IJsselcentrale wordt ruimte gecreëerd voor een stedenbouwkundige opzet en architectuur die verwijst naar de doelmatige opzet van de centrale en in lijn met het landschapsplan van Hein Otto. Er wordt samen met kunstenaar Ronald Westerhuis gekeken of het mogelijk is om in het noordelijke hevelgebouw een klein museum te maken over de historie van deze locatie (NOP, deel 1, paragraaf 3.2.1). De insteekhavens met steigers zijn in originele staat gebleven en ook de schakeltuin van TenneT blijft voorlopig in gebruik. De locatie van de centrale is nu een groot grasveld dat hoog in het landschap ligt, terwijl het gebied rond de IJsselcentraleweg kleinschalig is ingericht met beplanting, grasvelden, woningen, waterpartijen en zonneweides. Conclusie Historische landschapselementen en cultuurhistorische elementen zijn veelal veranderd of verloren gegaan. Elementen die bewaard zijn gebleven maken onderdeel uit van de ontwikkeling van Nieuw Harculo en zijn meegenomen in de ruimtelijke en landschappelijke structuur.

Er kan geconcludeerd worden dat er geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn voor de aspecten landschap en cultuurhistorie.

Figuur 3-7. Ruimtelijke veranderingen bij Harculo de afgelopen 100 jaar: situatie 1925 (links), situatie 1994 (midden) en situatie 2022 (rechts).

28

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

Figuur 3-8 Voormalige IJsselcentrale

3.3.2

Geomorfologie en archeologie

Geomorfologie Van de oorspronkelijke geomorfologie, de oorspronkelijke vorm van het landschap, is binnen het projectgebied vrijwel niets meer overgebleven (zie figuur 3-9, NOP, deel 2, paragraaf 2.2). De geleidelijke overgang van de stroomrug naar de vlakte van rivierafzettingen die hier waarschijnlijk heeft gelegen, is niet meer zichtbaar. De uiterwaarden aan de oostzijde van de IJssel zijn afgegraven of geëgaliseerd, waarschijnlijk voor kleiwinning. Alleen de oostzijde van het gebied, rond de IJsselcentrale, heeft nog kenmerken van de brede stroomrug die hier ligt. Het terrein van de voormalige IJsselcentrale is kunstmatig opgehoogd. De beide havens zijn uitgegraven in de oorspronkelijke doorbraakkolken, die hiermee hun natuurlijke karakter ook hebben verloren.

Archeologie De Archeologische Waarderingskaart Zwolle (AWZ) maakt inzichtelijk waar archeologische waarden verwacht kunnen worden (ROP, deel 2, paragraaf 6.2). De waardering wordt uitgedrukt in percentages (0, 10, 50, 90 of 100 procent). Deze percentages geven weer hoe groot de vondstkans is voor een gebied. Gebieden met een vondstkans van 50 procent of hoger worden in het bestemmingsplan (inmiddels omgevingsplan) tot archeologisch waardevol gebied bestemd. Bij een verwachting van 50 procent moet er in ieder geval inventariserend veldonderzoek uitgevoerd worden. Bij 90 en 100 procent is een volledige opgraving nodig, tenzij het behoud van de archeologie in de bodem mogelijk is. Het woongebied van Nieuw Harculo en de Uitspanning vallen conform de Archeologische waarderingskaart binnen gebieden waar de vondstkans 0 procent bedraagt. Nader onderzoek naar archeologie is dus niet noodzakelijk ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er als gevolg van de ontwikkeling geen mogelijke aanzienlijke milieueffecten zijn voor de aspecten geomorfologie en archeologie.

29

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

Figuur 3-9: Geomorfologische kaart

30

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

3.4

Natuur

3.4.1

Gebiedsbescherming

Binnen het projectgebied is sprake van beschermd natuurgebied: zowel Natura 2000-gebied als gebied dat onderdeel uitmaakt van NatuurNetwerk Nederland (NNN-gebied). Navolgend wordt nader ingegaan op beide beschermingsregimes.

Natura 2000 Om mogelijke effecten op Natura 2000 als gevolg van de gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo te bepalen is een voortoets en passende beoordeling opgesteld (Voortoets en Passende Beoordeling Nieuw Harculo, Kleijberg Ecologie en Reales, versie 25 september 2025). Het buitendijkse deel van het projectgebied is onderdeel van het Natura 2000gebied Rijntakken, zie figuur 3-10. Op wat grotere afstand liggen de Natura 2000-gebieden Veluwe, Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht, Vecht- en Beneden Reggegebied, Olde Maten & Veerslootslanden, De Wieden, Sallandse Heuvelrug en Boetelerveld.

Figuur 3-10: Begrenzingsgebieden Natura 2000-gebied Rijntakken. In de rode cirkel ligt het plangebied van Nieuw Harculo, het paarse gebied is het Natura 2000-gebied Veluwe Als eerste stap is in een voortoets beoordeeld of de ontwikkeling en het gebruik van Nieuw Harculo beschouwd moet worden als een Natura 2000-activiteit onder de Omgevingswet. Dat is het geval wanneer het project afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Uit de analyse van mogelijke effecten van de aanleg en het gebruik van Nieuw Harculo blijkt dat de volgende effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten: ▪ Effecten van stikstofdepositie, in verband met de toepassing van interne saldering. ▪ Oppervlakteverlies van leefgebied van vogels in het buitendijks gelegen Natura 2000-gebied in de aanlegfase. ▪ Verstoring van vogels door geluid, trillingen, beweging en licht in de aanlegfase en de gebruiksfase. Alle overige mogelijke invloeden van de aanleg en het gebruik van Nieuw Harculo leiden niet tot enig effect op het Natura 2000-gebied Rijntakken. Bovenstaande effecten die niet op voorhand kunnen worden uitgesloten zijn in de passende beoordeling nader onderzocht. Conclusies van de passende beoordeling zijn: 31

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

▪

▪

▪

▪

De woningbouw voor Nieuw Harculo vindt plaats in de nabijheid van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Het buitendijkse deel van het plangebied is onderdeel van dit Natura 2000-gebied. Andere initiatieven binnen de plannen voor Nieuw Harculo in het buitendijkse gebied zijn gericht op versterking van de natuurwaarden in lijn met de Natura 2000-doelstellingen door het stopzetten van beweiding en bemesting en het invoeren van een extensief natuurbeheer. Daarnaast beïnvloedt het project de stikstofdepositie in dit Natura 2000-gebied en in zeven andere Natura 2000-gebieden. De aanleg en het gebruik van Nieuw Harculo leidt tot veranderingen in de emissie van stikstof. Door het stopzetten van de huidige bemesting in het nog agrarisch geëxploiteerde grasland in de uiterwaard worden de hierdoor veroorzaakte emissies beëindigd. Uit berekeningen met AERIUS-calculator blijkt dat er geen netto toename van depositie van stikstof plaats zal vinden in de Natura 2000-gebieden in de wijde omgeving van Nieuw Harculo, zowel in de aanlegfase als de gebruiksfase. Als gevolg van verandering van het beheer van de uiterwaard neemt de kwaliteit van het foerageergebied voor de grauwe gans af. Deze soort zal daarom moeten uitwijken naar graslanden langs de IJssel in de omgeving van het projectgebied, die in ruime mate voorhanden zijn.

Een daardoor eventuele veroorzaakte geringe afname van de aantallen ganzen in het Natura 2000-gebied leidt niet tot significante gevolgen, omdat de staat van instandhouding van de grauwe gans zeer goed is, en de huidige aantallen in de Rijntakken veel hoger zijn dan het instandhoudingsdoel voor deze soort. De aanleg en het gebruik van het woongebied binnen Nieuw Harculo leidt tot een beperkte toename van geluidbelasting en lichtbelasting in delen van het Natura 2000-gebied. Deze toenames vallen binnen de grenswaarden die gelden voor verstoringsgevoelige natuur in het gebied, met name vogels. Significante effecten van verstoring zijn daarom uitgesloten in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van het project.

De voortoets in samenhang met de passende beoordeling leiden daarmee tot de conclusie dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Rijntakken en van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op grotere afstand (waaronder de Veluwe) niet worden aangetast door de aanleg en het gebruik van Nieuw Harculo. Het project voldoet hiermee aan der vereisten van de Omgevingswet.

NNN-gebied De dijken en taluds van delen van de beide insteekhavens tot aan de waterlijn behoren tot bestaande natuur van het NNN, evenals het water in de havens en de vaargeulen (zie figuur 3-11). Het overige deel van het buitendijkse gebied is opgenomen als ‘zone ondernemen met natuur en water buiten het NNN’. Binnen het NNN mogen in beginsel geen omgevingsplannen worden vastgesteld voor ontwikkelingen die de aanwezige en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden aantasten. De ontwikkeling van de dijk (na de dijkversterking) en de taluds van de havens is gericht op behoud en verdere ontwikkeling van natuurwaarden. Ze zijn daarmee niet strijdig met het beschermingskader voor het NNN. De plannen voor natuurontwikkeling in het buitendijkse gebied passen binnen de doelstellingen voor de ‘zone ondernemen met natuur en water buiten het NNN’.

Conclusie gebiedsbescherming De ontwikkeling van Nieuw Harculo voldoet aan de beschermingsregimes voor Natura 2000 en NNN-gebieden waarmee aanzienlijke milieueffecten kunnen worden uitgesloten.

32

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

Figuur 3-11: De ligging van Nieuw Harculo ten opzichte van NatuurNetwerk Nederland

3.4.2

Soortbescherming

In het rapport ‘Toets flora en fauna’ (Kleijberg Ecologie en Reales, versie 10 januari 2025) is de wettelijk verplichte toetsing uitgevoerd naar de effecten van de gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo op (beschermde) soorten wilde planten en dieren. Hiervoor is in 2024 ook ecologisch veldonderzoek uitgevoerd. Het projectgebied is door Ecologen Collectief ECO volledig geïnventariseerd op het voorkomen van beschermde soorten. In het projectgebied voor Nieuw Harculo komen diverse beschermde soorten dieren voor. Beschermde soorten planten zijn niet aangetroffen. Daarnaast zijn verschillende soorten planten en dieren aangetroffen die een bedreigde status hebben en daarom op de Rode Lijst staan. Omdat nadelige gevolgen voor deze soorten op voorhand niet met zekerheid kunnen worden uitgesloten is de inrichting van Nieuw Harculo op te vatten als een Flora- en faunactiviteit volgens de Omgevingswet. Wanneer ingrijpende werkzaamheden worden uitgevoerd buiten het broedseizoen wordt voorkomen dat verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten dieren worden overtreden. Een nog op te stellen Ecologisch Werkprotocol kan waarborgen dat de werkzaamheden op zo’n wijze worden uitgevoerd dat overtredingen ook in de praktijk niet zullen plaatsvinden. Hier vanuit gaande is voor de uitvoering van het project Nieuw Harculo geen Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig.

Om te voldoen aan de specifieke zorgplicht in de Omgevingswet zijn of worden passende maatregelen genomen om nadelige gevolgen voor in het wild levende planten en dieren te voorkomen. Het ROP voorziet in een verregaande natuurinclusieve inrichting van het toekomstig woongebied, waardoor veel van de nu in het gebied aanwezige soorten 33

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

ook in de toekomst zullen voorkomen, en ook ruimte wordt gegeven aan andere soorten planten en dieren. Voor de haas dient een mitigatieplan opgesteld en uitgevoerd te worden, om de nu aanwezige populatie te verplaatsen naar vervangend leefgebied. Voor de invulling van de zorgplicht verdient het daarnaast aanbeveling aanvullende maatregelen voor zorgvuldige uitvoering van werkzaamheden op te nemen in het Ecologisch Werkprotocol. Daarnaast wordt aanbevolen de effecten van deze maatregelen en van de natuurinclusieve inrichting van het gebied te volgen via monitoring. Nieuw Harculo is een natuurinclusieve woonwijk. Het ROP en NOP zijn nauw met elkaar verweven. De natuurwaarde en doelsoorten zijn in de verschillende deelgebieden geïntegreerd in de stedenbouwkundige opzet en de openbare ruimte. In het verlengde van het maatregelenoverzicht ‘natuur inclusief bouwen Zwolle’ worden bij Nieuw Harculo passende maatregelen op perceel- en gebouwniveau nader uitgewerkt, waaronder (ROP deel 2, paragaaf 4.6): ▪ Gebiedseigen inheemse beplanting. ▪ Maatregelen voor vleermuizen. ▪ Nestkasten voor gebouwbewonende vogelsoorten. ▪ Groene en grinddaken. ▪ Verticaal groen en geveltuinen. ▪ Maatregelen voor zwaluwen. ▪ Faunapassages bij wegen. ▪ Bijen- en insectenhotels. ▪ Diervriendelijke verlichting. ▪ Natuurvriendelijke wadi’s.

Conclusie Uitgaande van een Ecologisch Werkprotocol om te voorkomen dat verbodsbepalingen voor beschermde soorten worden overtreden en passende maatregelen om te voldoen aan de specifieke zorgplicht voor in het wild levende planten en dieren kunnen mogelijke aanzienlijke negatieve effecten op soorten worden uitgesloten. Als gevolg van de natuurinclusieve inrichting wordt een positieve impuls verwacht voor een aantal soorten.

3.5

Bodem en water

3.5.1

Bodem

Bodemkwaliteit Alle vastgestelde bodemverontreinigingen zijn ten tijde van de sloop van de IJsselcentrale gesaneerd. De evaluatie van de uitgevoerde saneringen is in 2021 formeel door de Omgevingsdienst goedgekeurd. In dit besluit is onder meer het volgende opgenomen: “Binnen de gesaneerde locatie is geen restverontreiniging achtergebleven waarvoor nazorg nodig is. De gebruiksbeperkingen zijn niet meer van toepassing.” Ten behoeve van de ontwikkeling van Nieuw Harculo is vervolgens een nader bodemonderzoek uitgevoerd (Hopman en Peters, Actualiserend- en nader bodemonderzoek NEN 5740). Uit dit onderzoek blijkt dat eerdere saneringen hebben geleid tot een aanzienlijke verbetering van de bodemkwaliteit. Lokaal is echter nog sprake van restverontreiniging of verspreiding binnen de bodemlagen. Op drie locaties worden interventiewaarden overschreden. Gezien de voorgenomen ontwikkeling van het terrein tot woningbouwlocatie wordt de nieuwe functie aangemerkt als gevoelig gebruik in de zin van de Omgevingswet. In dat geval is het achterblijven van interventiewaarde-overschrijdende verontreiniging niet toelaatbaar zonder aanvullende maatregel. Hiervoor is een saneringsaanpak opgesteld (Hopman en Peters), waarin is voorzien dat op deze drie locaties de verontreinigde grond wordt afgegraven. Daarmee leidt het initiatief op deze locaties tot een verdere verbetering van de bodemkwaliteit.

Op het grootste deel van het terrein is sprake van bodemkwaliteit binnen de klasse industriegrond: verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarde, maar onder de interventiewaarde. De bodem is daarmee nog niet geschikt om te wonen, maar wel geschikt te maken. Bij de uitvoering wordt de bodem geschikt gemaakt voor de woonfunctie door middel van de voorziene ophoging van het terrein. Aanvullend wordt op het gehele plangebied een schone leeflaag gerealiseerd. Onder verharding en bebouwing wordt een leeflaag met een minimale dikte van 0,5 meter aangebracht, en onder tuinen, groen- en speelterreinen een laag van minimaal 1,0 meter. Hiermee wordt voldaan aan de eisen voor gevoelig gebruik zoals bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het RIVM-toetsingskader voor humaan risico. De leeflaag vormt een duurzame afdekking van de onderliggende industriegrond en waarborgt een veilig leefen woonklimaat voor toekomstige bewoners. 34

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

Oude funderingen van de IJsselcentrale De oude funderingen en heipalen van de voormalige energiecentrale zitten nog in bodem. De funderingspalen van de oude schoorstenen bevinden zich circa 2,5 meter onder het huidige maaiveld. Oude poeren, funderingen en palen van de oude centrale zitten circa 1,4 meter tot 2,3 meter onder het huidige maaiveld. Deze resten zitten dus diep genoeg in de bodem, zodat ze niet direct overlast veroorzaken bij het bouwrijp maken van de grond en de realisatie van de woningen (omdat deze waarschijnlijk op staal gefundeerd kunnen worden). Alle oude resten kunnen dus blijven zitten. Bodemdaling door droogte Bodemdaling door droogte is niet aannemelijk binnen het te ontwikkelen gebied omdat de ondergrond tot circa 90 meter benden maaiveld bestaat uit middel- tot grof zand, met enige in dikte variërende klei- en leemlagen die niet aaneengesloten zijn. Deze zandige klei en leemlagen zijn niet zettingsgevoelig in het geval dat ze droogvallen. Tegelijkertijd bestaat de bodem met name tot 4 meter benden maaiveld uit een draagkrachtige zandlaag. Kortom, er zijn geen lagen die kunnen inklinken als de grondwaterstand lager is bij droogte. Daarom is het risico op bodemdaling in dit gebied minimaal/verwaarloosbaar. Kabels en leidingen Gezien de ruime opzet van de wijk en het vele groen worden er geen problemen met het aanbrengen van kabels en leidingen verwacht.

Kabel- en leidingtracés worden zoveel als mogelijk onder wegen en voetpaden aangebracht. Daarmee blijft het groen zoveel mogelijk vrij van kabels en leidingen. Langs wegen wordt rekening gehouden met groeiruimte van bomen. De uitwerking van de ondergrondse infrastructuur gebeurt in overleg met de netbeheerders en de gemeente Zwolle. Ook de bestaande kabels en leidingen vormen geen belemmering voor de woningbouwontwikkeling. Conclusie Voor wat betreft de bodemkwaliteit, de oude funderingen van de IJsselcentrale, bodemdaling en bestaande en nieuwe kabels & leidingen worden als gevolg van de gebiedsontwikkeling geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

3.5.2

Water

In de planvorming rondom Nieuw Harculo hebben water en bodem een belangrijke rol gespeeld. Bij het ontwerpen van de wijk is vanaf het begin gekeken naar hoe het beste rekening kan worden gehouden met neerslag, de IJssel en de ondergrond. Dit maakt de wijk veiliger bij hoog water en beter bestand tegen droogte en hitte. Nieuw Harculo is daarmee een van de eerste woningbouwontwikkelingen in de regio waar de landelijke beleidslijn ‘Water en Bodem Sturend’ zichtbaar en concreet is verankerd in de ruimtelijke keuzes. Daarnaast is er meer dan voldoende ruimte voor toekomstige dijkversterkingstrajecten voor een periode van ruim 100 jaar. Alle uitgevoerde onderzoeken zijn samengebracht in het door Arcadis opgestelde rapport ‘Waterveiligheid en waterhuishoudkundig plan Nieuw Harculo’ (Arcadis, 5 juni 2025). Dit rapport vormt een belangrijke onderlegger voor de wijziging van het omgevingsplan voor Nieuw Harculo.

Het huidige watersysteem Een deel van het plangebied, de uiterwaard en de beide insteekhavens, ligt buitendijks en staat in directe verbinding met de IJssel. De wisselende waterstanden en stroming in de IJssel beïnvloeden deze delen van het plangebied. De waterstanden in de IJssel kunnen sterk variëren. De winterdijk beschermt het achterliggende gebied tegen overstromingen vanuit de IJssel. Bij hoge waterstanden kan het water in de IJssel en de uiterwaard hoger staan dan het maaiveld achter de dijken. Dan is er kans op het optreden van rivierkwel, waardoor het binnendijkse gebied natter wordt. Het oppervlaktewater in het binnendijkse deel van het plangebied bestaat uit de restanten van een doorbraakkolk en enkele smalle watergangen. Langs de IJsselcentrale ligt een watergang die water uit de IJssel naar het achterland kan voeren via een gemaal aan de zuidelijke haven. Deze watergang staat ook in verbinding met de vijver bij de Prof. Feldmannweg. Verder zorgt een aantal sloten en greppels voor de drainage en watervoorziening van de terreinen. Het oppervlaktesysteem is in figuur 3-12 gevisualiseerd.

35

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

Figuur 3-12: Oppervlaktewatersysteem

Waterkering en hoogwaterveiligheid De voorziene nieuwe woonwijk ligt volledig binnendijks en is daardoor beschermd tegen overstromingen door hoog water in de IJssel, onderdeel van het hoofdwatersysteem. Het is omringd door een primaire waterkering met een dijkkruin op 6,35 tot 7,0 meter +NAP. Conform het Hoogwater Berschermingsprogramma is er een dijkversterkingsopgave voor de IJsseldijk. Ter hoogte van de geplande woningbouw (dijktraject 53-2) is de opgave beperkt tot versterking van het buitendijkse talud met een dikkere kleilaag. De beperkte opgave komt mede doordat het maaiveld binnendijks al relatief hoog ligt en de dijk hoog genoeg is. Voor de dijkversterking van de IJsseldijk tussen Zwolle en Olst is recent het projectbesluit vastgesteld door het Waterschap Drents Overijsselse Delta (17 juni 2025) en vervolgens goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Overijsel (16 september 2025). Na deze dijkversterking voldoet de dijk aan de vigerende normen op het gebied van waterveiligheid. Hierbij geldt een overstromingskans van 1 keer per 10.000 per jaar (dit is de signaleringswaarde). Bij de waterkering is sprake van een aantal zones waarin geen werkzaamheden plaats mogen vinden en zones met bouwbeperkingen om de waterkerende functie van de dijk te beschermen (ROP deel 2, paragraaf 6.1).

Ter plaatse van het waterstaatswerk zelf en het profiel van vrije ruimte mogen geen werkzaamheden plaats vinden. In het project zijn hier ook geen werkzaamheden voorzien. Er is tussen de teen van de dijk en bebouwing ook voldoende ruimte voor onderhoud aan de dijk. Binnen de beschermingszone A is alleen bebouwing toegestaan als er met berekeningen wordt aangetoond dat de bouwwerkzaamheden de stabiliteit van de dijk niet aantasten. In het stedenbouwkundig plan is ook geen bebouwing binnen beschermingszone A voorzien. In beschermingszone B zijn werkzaamheden tot 1 meter beneden maaiveld toegestaan (funderingspalen zijn daarvan uitgesloten). In beschermingszone B is wel woningbouw voorzien waarbij zal worden voldaan aan deze randvoorwaarde. Middels berekeningen is aangetoond dat op de grens van zone A een ontgraving van 1 meter beneden maaiveld de stabiliteit van de dijk niet aantast. In het stedenbouwkundigplan van Nieuw Harculo is een dusdanig watersysteem ontwikkeld dat de gevolgen van een eventuele overstroming worden beperkt. Het projectgebied ligt hoger dan de omgeving en bij calamiteiten stroomt het water af naar het oosten. De gemeente Zwolle heeft een noodoverloopgebied voorzien ten oosten van de spoorlijn Zwolle – Deventer (Omgevingsvisie ‘Ons Zwolle van morgen 2030’). Uitgangspunt is dat woningen bij een dijkdoorbraak blijven staan.

Een evacuatieplan wordt in samenwerking met de veiligheidsregio opgesteld. Doordat

36

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

Nieuw Harculo hoger ligt ten opzichte van de rest van Zwolle kan Nieuw Harculo mogelijk ook als evacuatiegebied aangemerkt worden.

Grondwaterstand en wateroverlast Door de Rijksoverheid is een ruimtelijk afwegingskader ‘Klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ opgesteld. De ‘Sturingskaart blootstelling overstromingsgevaar’ geeft een samenvattend beeld waar er in Nederland goed gebouwd kan worden, waar er een opgave is vanuit het water en bodemsysteem en waar niet gebouwd kan worden. Hieruit blijkt dat het plangebied binnendijks geschikt is voor bebouwing, met aanduiding van een gemiddelde opgave (ROP deel 2, paragraaf 4.3.1). De middelgrote opgave in Nieuw Harculo bestaat uit het goed afvoeren van grond- en kwelwater bij hoog water in de IJssel. Het terrein is na de sloop en sanering van de IJsselcentrale geëgaliseerd en afgewerkt op een maaiveldniveau van circa 2,5 meter +NAP en ligt daarmee hoger dan het omliggend maaiveldniveau van Zwolle-Zuid. En is daardoor ook minder gevoelig voor wateroverlast. Zoals hiervoor al aangegeven is in de omgevingsvisie van Zwolle een zoekgebied voor waterberging voor extreme situaties aangewezen ten oosten van de spoorlijn Zwolle-Deventer en ten zuiden van Ittersum. Het projectgebied zelf heeft geen waterbergingsfunctie of opgave. De grondwaterstand in het projectgebied wordt sterk beïnvloed door de waterstanden van de IJssel (ROP deel 2, paragraaf 4.3.2).

De IJssel en beide havens werken grotendeels van het jaar drainerend, wat zorgt voor lage grondwaterstanden variërend van één tot twee meter onder het huidige maaiveldniveau (2,5 meter +NAP). Infiltratie is het grootste deel van het jaar dan ook goed mogelijk. Alleen bij hoge waterstanden in de IJssel, waarbij de uiterwaarden (deels) onderlopen, ontstaan hogere grondwaterstanden in het projectgebied. Dit varieert van één meter onder maaiveld tot het huidige maaiveldniveau in extreme gevallen, door een combinatie van hoge waterstand en veel neerslag in combinatie met het ontbreken van een ontwateringstructuur na de sloop van de energiecentrale. In overleg met het waterschap en de gemeente is een infiltratiesysteem ontworpen met een kunstmatig vastgesteld representatief hoogste grondwaterstand (RHG) van 2,20 meter +NAP voor het westelijke gedeelte en 2,0 meter +NAP voor het oostelijke gedeelte van de wijk en 1,8m +NAP in de uitspanning. Met deze RHG’s en de geldende ontwateringsnormen zijn de weghoogtes en vloerpeilen van woningen vastgesteld om te zorgen dat deze altijd droog blijven. Bij extreem hoge IJsselpeilen in combinatie met zeer natte winters loopt de grondwaterstand vlak achter de dijk iets hoger op.

Daarom is er voor gekozen om de vloerpeilen van de woningen langs de dijk en in het westelijk gedeelte van de wijk extra te verhogen om ook in deze zeer extreme situatie grondwaterproblemen te voorkomen. Het infiltratiesysteem begint bovendien overtollig grondwater af te voeren zodra de grondwaterstand hoger komt dan de vastgestelde representatief hoogste grondwaterstand, waardoor de piekgrondwaterstand wordt afgevangen (aftoppen).

Klimaatadaptatie Door de ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied neemt het verhard oppervlak toe en het waterbergend vermogen af. Er worden maatregelen genomen om de negatieve effecten van deze ruimtelijke ontwikkelingen op de waterhuishouding te voorkomen (ROP deel 2, paragraaf 4.3.3). Het principe ‘Vasthouden- Bergen - Vertraagd afvoeren’ zijn in Nieuw Harculo vertaald naar een cascade model. Hierin wordt regenwater vastgehouden op de plek waar het valt (daken) waarna het opgevangen kan worden in waterbergingen (IT-riool en wadi’s). De grote en kleine groenstructuren binnen het gebied spelen een belangrijke rol in de waterbuffering. Om vervolgens over te lopen in een oppervlaktewaterberging (watergang) zodat het regenwater via een stuw gecontroleerd en vertraagd afgevoerd kan worden naar het landelijk watersysteem. In totaal moet ruim 4.100 m 3 water binnen het projectgebied worden opgevangen. Op deze manier wordt er niet afgewenteld naar benedenstrooms gebied en is er sprake van waterneutraal bouwen. De te realiseren berging door toename aan verharding voldoet aan de normen van het waterschap Drents Overijsselse Delta en de hemelwaterinfiltratie eisen van de gemeente Zwolle. Het systeem is door zijn overloopmogelijkheden (cascade model) waterveilig bij hevige neerslag.

Dat wil zeggen dat er altijd een overloopmogelijkheid is naar de benedenstroom, op het moment dat de bergingsvoorzieningen vol raken. Ondanks het op peil houden van de watergangen en het maximaal infiltreren van regenwater in de bodem kan niet worden uitgesloten dat grondwater in de zomer diep onder het maaiveldniveau kan uitzakken (ROP deel 2, paragraaf 4.3.4). Dit is het gevolg van de sterke invloed van de drainerende werking van de IJssel, zeker bij lage waterstanden, in combinatie met weinig aanvoer van neerslag. In droge periodes met lage waterstanden in de IJssel is de representatief laagste grondwaterstand op 0 meter NAP bepaald. Dat is circa 2,5 meter onder huidig maaiveldhoogte. Om verdroging en schade als gevolg hiervan tegen te gaan worden de volgende maatregelen getroffen:

37

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

▪

▪ ▪ ▪

Inzet op zoveel mogelijk bergen en infiltreren (sponswerking) van hemelwater in het gebied met wadi’s, groen en infiltratieriolen. Op de parkeerdekken worden retentiekratten voor het opvangen van water geplaatst om een kunstmatige grondwaterstand te creëren onder het grondpakket op de parkeerdekken. Grondgebonden woningen worden standaard voorzien van een regenton, zodat in droge periodes water uit deze regenton kan worden gebruikt voor het besproeien van de tuin. Gebruik van beplanting van openbare ruimte die beter is bestand tegen langere periodes van droogte. Onderzoek of het opslaan van hemelwater in het openbare gebied haalbaar is voor bevloeiing tijdens droogte.

Conclusie Voor wat betreft hoogwaterveiligheid, wateroverlast en klimaatadaptatie worden als gevolg van de ontwikkeling van Nieuw Harculo geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

3.6

Duurzaamheid

Duurzaamheid is net als milieu een heel breed begrip en beide invalshoeken hebben ook veel overlap met elkaar. Een aantal duurzaamheidsaspecten is daarom ook al behandeld in de voorgaande hoofdstukken en paragrafen, zoals het ontwerp van de ontsluitingsstructuur op basis van een duurzaam concept (paragraaf 2.2), hittestress en beschaduwing (paragraaf 3.2.6), natuurinclusief bouwen (paragraaf 3.4.2) en klimaatadaptatie (paragraaf 3.5.2). In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de duurzaamheidsaspecten energie, circulair bouwen en recreatie & communityvorming.

3.6.1

Energie

De gemeente Zwolle wil in 2040 een energieneutrale stad zijn. Dat betekent dat dan alle energie die in Zwolle wordt gebruikt lokaal en duurzaam wordt opgewekt. In de basis dienen gebouwen nu te voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Voor de grondgebonden woningen gaat het project een stap verder: tenminste energieneutraal en waar het kan nul-op-de-meter woningen (ROP deel 2, paragraaf 4.4). Bij gestapelde bouw (meergezinswoningen) is het uitgangspunt minimaal 70 procent hernieuwbare energie. De in te zetten energiesystemen worden nog nader onderzocht (individuele of collectieve warmtepompen in combinatie met een individuele of collectieve energiebron). Vooralsnog komt er geen warmtenetwerk in Zwolle-Zuid. Verder blijkt uit onderzoek dat er bij (ondiepe) geothermie of aquathermie geen energetische voordelen zijn en deze concepten zijn voor een woonwijk van het formaat van Nieuw Harculo financieel niet rendabel. De bouwplannen in Nieuwe Harculo resulteren in een grote stijging van het elektriciteitsgebruik door nieuwe elektrisch aangedreven warmtesystemen en laadvoorzieningen voor elektrische auto’s. Naar verwachting zijn er circa zeven nieuwe elektrahuisjes (MS/LS stations) nodig in het gebied om de woningen op aan te sluiten.

Enexis heeft aangegeven dat er op een nabijgelegen transportstation voldoende capaciteit is om een woonwijk met circa 526 woningen op aan te sluiten. Er hoeft voor de ontwikkeling Nieuwe Harculo geen transportstation gebouwd te worden, evenmin hoeft een bestaand station te worden uitgebreid. In samenwerking met Enexis worden in de verdere planuitwerking de definitieve keuzes gemaakt ten aanzien van het leidingennet en de plaatsing van de elektrahuisjes. Deze trafo’s worden zoveel mogelijk geplaatst in de parkeerhoven of ze worden omzoomd door een groene haag. Conclusie Voor het aspect energie worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

3.6.2

Circulair bouwen

Circulariteit is een belangrijk thema en nog een jong vakgebied, dat snel en steeds groter onderdeel wordt van de ontwerp en bouwopgave. Marktpartijen zijn dan ook druk bezig invulling te geven om deze manier van bouwen tot standaard te maken. Bij de bouwopgave voor Nieuw Harculo wordt aan verschillende thema’s en onderdelen aandacht besteed (ROP deel 2, paragraaf 4.5). In Nieuw Harculo wordt samen met marktpartijen getracht invulling te geven aan een circulaire bouwopgave. Om ontwerpers en bouwers uit te dagen en richtlijnen mee te geven wordt gebruik gemaakt de methodiek van 'Het Nieuwe Normaal ' (HNN 1.0). Het Nieuwe Normaal is ook het uitgangspunt in de visie 'Zwolle Circulair'. Conclusie Voor het aspect circulair bouwen worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

38

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

3.6.3

Recreatie & communityvorming

Nieuw Harculo ligt op de grens met het buitengebied. Het terrein van de ontwikkeling kan met de juiste ingrepen haar bijdrage leveren aan zowel de recreatie binnen de stad en de wijk als de connectie met de recreatienetwerken buiten de stad en met de natuur. Dit laatste wordt mede mogelijk gemaakt door het weghalen van de hekken rondom het voormalige terrein van de energiecentrale en het koppelen van de groenstructuur aan de IJsseldelta, zoals een directe verbinding met het Oldenelerpark (gelegen aan de noordzijde van de materiaalhaven en aan de zuidwestzijde van Zwolle, hierin is reeds een hondenlosloopveld voorzien). Hierdoor ontstaat een groene buitenruimte die naadloos overloopt in de parken en omliggende natuurgebieden waardoor de beleving rondom de wijk en de IJssel wordt versterkt. Vanwege de hoge natuurdoelstellingen is er voor gekozen geen recreatie te faciliteren in het Natura 2000-gebied, op het water in de insteekhavens en in de uiterwaarden. Dit wordt gecompenseerd binnen de wijk doordat de duurzame woningen worden omgeven door een ruime samenhangende buitenruimte die veel ruimte biedt voor ontmoeting en beweging, sport en spel. Binnen de woonwijk worden diverse speelvoorzieningen gerealiseerd in lijn met de beleidscriteria hiervoor van de gemeente Zwolle.

Er worden plekken toegevoegd voor specifieke vormen van recreëren, denk daarbij aan vissen, parkgebruik en sportplekken in de open lucht. Hier tussenin worden kunst- en cultuurelementen gebracht die verrassend kunnen werken. De Uitspanning vormt een inspirerende plek met horeca, diverse (culturele) werkplekken, plaats voor evenementen en buurtactiviteiten. Er is ruimte voor gewaagde en onderscheidende architectuur, streetart, hippe horecaconcepten en een breed aanbod van muziek en cultuur. Het landschap rondom Nieuw Harculo en de Uitspanning bieden op deze wijze een diverse plek voor ontspanning en verblijfskwaliteit en zijn een waardevolle toevoeging aan het aanbod rondom de stad Zwolle. Toekomstige bewoners worden betrokken bij de natuurinclusieve wijk waarin ze komen te wonen. De ambitie is om tot op de kleinste schaal zoals een gemeenschappelijke tuin bewoners te activeren, inspireren en mee te laten denken over de inrichting. Op deze manier worden nieuwe bewoners verbonden met de nieuwe natuurinclusieve buitenruimtes en bouwen ze tegelijkertijd mee aan hun wijk en de community. Het natuurinclusieve netwerk stopt hierbij niet bij de erfgrens maar wordt onderdeel van het geheel.

De wijk is in verschillende lagen opgebouwd: ▪ de hoven & de verenigingen van eigenaren ▪ de woonbuurten rondom het park ▪ de gehele woonwijk met de Uitspanning als centrum ▪ het winkelcentrum in Zwolle-Zuid en haar voorzieningen in Zwolle-Zuid. Hierdoor ontstaat op diverse niveaus de mogelijkheid tot interactie tussen buurtbewoners, bezoekers en andere gebruikers van het gebied. Dit wordt met de gemeente verder uitgewerkt. Zoals hiervoor beschreven wordt in de basisfaciliteiten reeds voorzien, denk daarbij aan speelvelden en ontmoetingsplekken. Het doel is om in een latere fase met de kopers aan tafel te zitten om initiatieven te bespreken en nader uit te werken. Denk daarbij aan de openbare inrichting van de hoven, voorzieningen in de Uitspanning en mogelijk ook aanvullende elementen in het park. Zodat bewoners ook meedenken over de kwaliteit en betekenis van recreatie. Conclusie Voor het aspect recreatie & communityvorming worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. De ontwikkeling van Nieuw Harculo levert een bijdrage aan zowel de recreatie binnen de stad en de wijk als de connectie met de recreatienetwerken buiten de stad en met de natuur. Toekomstige bewoners worden betrokken bij de inrichting van de natuurinclusieve wijk waarin ze komen te wonen.

39

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

4

Samenvatting en conclusie

Voor de wijziging van het omgevingsplan om de gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo ruimtelijk mogelijk te maken is zowel een mer-beoordeling voor projecten als een mer-beoordeling voor plannen nodig. In een mer-beoordeling wordt getoetst of sprake kan zijn van mogelijke aanzienlijke milieueffecten. In deze aanmeldingsnotitie staat de informatie op basis waarvan de gemeente Zwolle deze beoordeling voor projecten en plannen kan uitvoeren. Daartoe wordt de gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo getoetst aan de criteria die hiervoor zijn opgenomen in de EU Richtlijn mer voor projecten (bijlage III), hiermee wordt impliciet ook getoetst aan de criteria in de EU-richtlijn voor plannen (bijlage II): ▪ Kenmerken van het project. ▪ Plaats van het project. ▪ Kenmerken van het potentiële effect.

Plaats van het project Het projectgebied omvat de voormalige locatie van de IJsselcentrale van ENGIE ten zuiden van Zwolle, net ten noorden van het buurtschap Harculo. Het projectgebied met enkele cultuurhistorisch waardevolle industriële gebouwen heeft een unieke ligging aan de IJsseldelta, het Natura 2000-gebied de Rijntakken, de hoofdgroenstructuur van Zwolle en het buitengebied. Het te ontwikkelen gebied heeft een oppervlakte van ongeveer 68 hectare en ligt ingeklemd tussen de IJssel aan de westzijde, de voormalige Kolenhaven aan de noordzijde en de voormalige Materiaalhaven aan de zuidzijde. De winterdijk ligt in het projectgebied waardoor een deel van het projectgebied binnendijks en een deel buitendijks ligt.

Kenmerken van het project Op 6 juli 2021 is de gebiedsvisie voor de herontwikkeling van het voormalige gebied van de IJsselcentrale door de gemeenteraad van de gemeente Zwolle vastgesteld. De doelstellingen en ambities vanuit de gebiedsvisie zijn door en in opdracht van Reales integraal uitgewerkt en geborgd in een Ruimtelijk ontwikkelplan (ROP) en Natuurontwikkelplan (NOP) voor Nieuw Harculo. Hierbij is als uitgangspunt genomen dat in het plangebied stedenbouw en natuur hand in hand dienen te gaan. Het ROP en NOP zijn dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het doel is om een duurzame wijk te realiseren op de plek waar een decennium geleden nog een fossiele energiecentrale stond. En om daarbij ruimte te bieden aan natuur en in te zetten op natuurbeleving en om bij te dragen aan de doelstellingen van Natura 2000, de versterking van de stedelijke hoofdgroenstructuur en het stimuleren van biodiversiteit. Na vaststelling van het ROP en NOP op 6 mei 2025 door de gemeenteraad van de Gemeente Zwolle dienen deze documenten als basis voor de wijziging van het omgevingsplan en de benodigde vergunningen. Initiatiefnemer Reales is voornemens om het terrein van de voormalige IJsselcentrale te her ontwikkelen tot een gebied met ruimte voor circa 500 woningen in combinatie met natuur, horeca, werken en cultuur.

Het voor woningbouw bestemde gebied bedraagt ongeveer 15 hectare met vijf deelgebieden: ‘Tussen de Dijken’, ‘Het Klimaatpark’, ‘In de Centrale’, ‘De Energietuin’ en ‘De Uitspanning’ (hier worden 26 extra transformatiewoningen in de Hijshal van BOEi voorzien, waarmee het totaal aantal nieuwe woningen op circa 526 komt). Het Klimaatpark bevindt zich tussen de bouwkernen, bedoeld voor ontmoeten en natuur. De voorgenomen bouw bestaat uit een woonprogramma met verschillende bouwhoogtes en woningtypen, van twee tot en met zeven bouwlagen. Het doel is om een hechte woonwijk te realiseren waar mensen betrokken zijn bij hun omgeving. De uiterwaarden en de voormalige havens worden niet gebruikt voor recreatie, maar strikt voor natuur. In de uiterwaarden heeft Rijkwaterstaat het voornemen om een nevengeul te realiseren. Hierdoor ontstaat meer ruimte voor natuurontwikkeling en de realisatie van een broedvogeleiland, wat de vogelpopulatie in dit gebied ten goede komt. Tussen de nevengeul en de winterdijk zal ruimte worden gecreëerd voor verschillende plantensoorten. In het ontwerp is prioriteit gegeven aan de meest duurzame mobiliteit. Dit betekent dat er bij de mobiliteitskeuzes de nadruk ligt op voetgangers en fietsers, met daarna openbaar vervoer, deelauto’s en als laatste private auto’s.

In het gebied zal een uitbreid netwerk van wandelpaden komen dat stimuleert om zo veel mogelijk door de wijk te wandelen. In het projectgebied wordt ruimte gemaakt om de auto zo veel mogelijk op korte afstand van de woningen te kunnen parkeren. Daarbij heeft de voorkeur dat bewoners hun auto op eigen perceel parkeren en daarna pas kijken naar de mogelijkheden van parkeerplaatsen in collectieve parkeerhofjes. Naast parkeerplaatsen voor bewoners zijn er ook parkeerplaatsen nodig voor bezoekers van de Koelwaterhal. Dit gebouw fungeert als kunstruimte en voor onder andere evenementen, sport, muziek en theater en heeft daarmee een verkeersaantrekkende werking. De parkeerplaatsen nabij de Koelwaterhal voor dagelijks gebruik zullen hiervoor niet voldoende zijn, waardoor er tijdens deze gebeurtenissen gebruik wordt gemaakt van de tijdelijke parkeerplaatsen. 40

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

Kenmerken van het potentiële effect In onderstaande tabel zijn de conclusies van de beoordeling of sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten door de aanleg en het gebruik van Nieuw Harculo samengevat. Daarbij wordt getoetst aan de relevante aspecten, ook gelet op Bijlage III van de Europese mer-richtlijn voor projecten. Hoofdaspect

Aspect

Beoordeling of sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten

Woon- & leefmilieu

Verkeer

Voor bereikbaarheid en verkeersveiligheid is geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van Nieuw Harculo.

Geluidseffecten op de nieuw te bouwen woningen

Bij de nieuwe woningen in Nieuw Harculo is sprake van geluidsbelasting als gevolg van wegverkeer, treinverkeer, een schakelstation, twee zonneparken en activiteiten & evenementen in het gebied de ‘Uitspanning’. Dit kan mogelijk ook hinder veroorzaken. Maar omdat de belasting binnen de hiervoor geldende regels blijft, wordt dit niet beoordeeld als een aanzienlijk milieueffect.

Effecten van de verkeersaantrekkende werking op bestaande woningen

Als gevolg van de verkeersaantrekkende werking zal bij woningen langs de IJsselcentraleweg sprake zijn van een toename van de geluidsbelasting en daarmee ook van het aantal gehinderden en de ernst van de hinder. Dit wordt niet beoordeeld als een mogelijk aanzienlijk milieueffect vanwege de hoogte van de berekende geluidsbelasting, het aantal woningen dat het betreft, de geluidwerende kwaliteit van de betreffende woningen en de geluidreducerende maatregelen die mogelijk zijn.

Trillingen, luchtkwaliteit en geur

Ten aanzien van trillingen, luchtkwaliteit en geur worden geen mogelijke aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Omgevingsveiligheid en Risico’s wat betreft omgevingsveiligheid en ontplofbare oorlogsresten ontplofbare zijn niet aanwezig of aanvaardbaar binnen het plangebied en bij de oorlogsresten voorziene woningbouw. Voor deze aspecten is daarmee geen sprake van mogelijke aanzienlijke milieueffecten.

Landschap & archeologie

Natuur

41

Hittestress, beschaduwing en wind

Vanwege de gekozen groene inrichting en maatregelen op woningniveau worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht als gevolg van hittestress, beschaduwing en wind.

Gezondheid

Voor het aspect gezondheid kan geconcludeerd worden dat er geen aanzienlijke milieueffecten worden verwacht vanwege de voorziene kwaliteit van de groene en openbare ruimte en de leefomgeving en de relatief beperkte effecten als gevolg van geluid, luchtkwaliteit en magneetvelden.

Landschap en cultuurhistorie

Historische landschapselementen en cultuurhistorische elementen zijn veelal veranderd of verloren gegaan. Elementen die bewaard zijn gebleven maken onderdeel uit van de ontwikkeling van Nieuw Harculo en zijn meegenomen in de ruimtelijke en landschappelijke structuur. Er worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Geomorfologie en archeologie

Als gevolg van de ontwikkeling worden geen mogelijke aanzienlijke milieueffecten verwacht voor de aspecten geomorfologie & archeologie.

Gebiedsbescherming

De ontwikkeling van Nieuw Harculo voldoet aan de beschermingsregimes voor Natura 2000 en NNN-gebieden waarmee aanzienlijke milieueffecten kunnen worden uitgesloten.

Soortbescherming

Uitgaande van een Ecologisch Werkprotocol om te voorkomen dat verbodsbepalingen voor beschermde soorten worden overtreden en

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

passende maatregelen om te voldoen aan de specifieke zorgplicht voor in het wild levende planten en dieren kunnen mogelijke aanzienlijke negatieve effecten op soorten worden uitgesloten. Als gevolg van de natuurinclusieve inrichting wordt een positieve impuls verwacht voor een aantal soorten. Bodem & water

Duurzaamheid

Bodem

Voor wat betreft de bodemkwaliteit, de oude funderingen van de IJsselcentrale, bodemdaling en bestaande en nieuwe kabels & leidingen worden als gevolg van de gebiedsontwikkeling geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Water

Voor wat betreft hoogwaterveiligheid, wateroverlast en klimaatadaptatie worden als gevolg van de ontwikkeling van Nieuw Harculo geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Energie

Voor het aspect energie worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Circulair bouwen

Voor het aspect circulair bouwen worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Recreatie & communityvorming

Voor het aspect recreatie & communityvorming worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. De ontwikkeling van Nieuw Harculo levert een bijdrage aan zowel de recreatie binnen de stad en de wijk als de connectie met de recreatienetwerken buiten de stad en met de natuur. Toekomstige bewoners worden betrokken bij de inrichting van de natuurinclusieve wijk waarin ze komen te wonen.

Conclusie Uit een integrale beoordeling van de potentiële milieueffecten gelet op de voorgenomen ontwikkeling van Nieuw Harculo en de selectiecriteria uit bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn (in onderlinge samenhang beschouwd) wordt geconcludeerd dat het project niet leidt tot aanzienlijke milieueffecten. Het doorlopen van een milieueffectrapportage voor projecten is daardoor niet noodzakelijk. Dit betekent ook dat nu sprake is van een lokaal plan dat het gebruik bepaalt van kleine gebieden (zie paragraaf 1.2), er vanwege de criteria uit bijlage II van de Europese mer-richtlijn voor plannen eveneens geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Ook het doorlopen van een milieueffectrapportage voor plannen is niet aan de orde. In deze beoordeling is rekening gehouden met de volgende (mitigerende) maatregelen:

42

-

Het kruispunt Commissarislaan-IJsselcentraleweg wordt in samenwerking met de gemeente heringericht volgens de daarvoor geldende criteria om de verkeersveiligheid te waarborgen.

-

De bestaande hogedruk gasleiding in het gebied wordt verwijderd of drukloos gemaakt.

-

Het agrarische grondgebruik binnen het projectgebied wordt voorafgaand aan de aanlegwerkzaamheden beëindigt, zodat geen toename van de depositie van stikstof in Natura 2000-gebieden kan optreden.

-

Er wordt een Ecologisch Werkprotocol opgesteld om te voorkomen dat verbodsbepalingen voor beschermde soorten worden overtreden.

-

Er worden passende maatregelen genomen om te voldoen aan de specifieke zorgplicht voor in het wild levende planten en dieren.

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

Colofon AANMELDINGSNOTITIE NIEUW HARCULO WIJZIGING OMGEVINGSPLAN GEMEENTE ZWOLLE KLANT Reales AUTEUR Team Ruimtelijke Transitie & Infrastructuur PROJECTNUMMER 30249798 ONZE REFERENTIE 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 DATUM 30 oktober 2025 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR

Team Ruimtelijke Transitie & Infrastructuur Senior adviseur milieueffectrapportage

43

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

Over Arcadis Arcadis is dé wereldwijde partner die vooraan staat bij de meest impactvolle projecten van onze tijd. We helpen onze klanten duurzame keuzes te maken via de combinatie van digitale innovatie, expertise en toekomstgerichte vaardigheden in onder meer milieu, energie, water, gebouwen, transport en infrastructuur. Wij zetten die extra stap om onze klanten op maat gemaakte oplossingen te bieden voor ontwerp, engineering en advies. Door data-gedreven inzichten in te zetten geven we de natuurlijke en gebouwde omgeving samen vorm. Met meer dan 35.000 mensen bundelen we wereldwijde expertise en pakken we samen uitdagingen als klimaat, betaalbare energie en leefbare steden aan. We verbeteren de levenskwaliteit door onze aanwezigheid in meer dan 30 landen. In 2024 behaalden we een bruto-omzet van €5,0 miljard. www.arcadis.com

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland T +31 (0)88 4261 261

Arcadis. Improving quality of life

Volg ons op 44

Arcadis

Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=9e3b06b5-4ce6-499a-9f22-419fa04d05b7