TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo_Bijlagen bij de motivering_Bijlage 27 Aanmeldingsnotitie mer beoordeling
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie Nieuw Harculo Wijziging Omgevingsplan gemeente Zwolle Reales 30 oktober 2025 - Public
AANMELDINGSNOTITIE NIEUW HARCULO
Contactpersoon TEAM RUIMTELIJKE TRANSITIE & INFRASTRUCTUUR Senior adviseur milieueffectrapportage Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Inhoudsopgave 1
2
3
3
Deze notitie
5
1.1
Aanleiding: gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo
5
1.2
Toetsing aan mer-verplichtingen
5
1.3
Procedure mer-beoordeling voor projecten & plannen
7
1.4
Doel en opzet van deze aanmeldingsnotitie
8
Kenmerken en plaats van het project
9
2.1
Plaats van het project
9
2.2
Kenmerken van het project
11
Kenmerken van het potentiële effect
17
3.1
Leeswijzer
17
3.2
Woon- en leefmilieu
17
3.2.1
Verkeer
17
3.2.2
Geluid
20
3.2.3
Trillingen
24
3.2.4
Luchtkwaliteit en geur
24
3.2.5
Omgevingsveiligheid en ontplofbare oorlogsresten
25
3.2.6
Hittestress, beschaduwing en wind
26
3.2.7
Gezondheid
26
3.3
Landschap en archeologie
27
3.3.1
Landschap en cultuurhistorie
27
3.3.2
Geomorfologie en archeologie
29
3.4
Natuur
31
3.4.1
Gebiedsbescherming
31
3.4.2
Soortbescherming
33
3.5
Bodem en water
34
3.5.1
Bodem
34
3.5.2
Water
35
3.6
Duurzaamheid
38
3.6.1
Energie
38
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
4
3.6.2
Circulair bouwen
38
3.6.3
Recreatie & communityvorming
39
Samenvatting en conclusie
Colofon
4
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
40
43
1
Deze notitie
1.1
Aanleiding: gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo
Initiatiefnemer Reales is voornemens om het terrein van de voormalige IJsselcentrale ten zuiden van Zwolle te her ontwikkelen tot een gebied met ruimte voor circa 500 woningen in combinatie met natuur, horeca, werken en cultuur. De ontwikkeling zal door de gemeente Zwolle planologisch verankerd worden in een wijziging van het omgevingsplan. Het terrein heeft een unieke ligging aan de IJsseldelta, het Natura 2000-gebied Rijntakken, de hoofdgroenstructuur van Zwolle en het buitengebied. Op het terrein staan enkele cultuurhistorisch waardevolle industriële gebouwen die het hart gaan vormen van de nieuwe wijk: de Koelwaterhal (van ondernemer en kunstenaar Ronald A. Westerhuis) en het Dienstengebouw, de Hijshal en het Magazijn van ontwikkelaar BOEi & Westerhuis. Ter plaatse van deze gebouwen zijn ook ontwikkelingen voorzien, waaronder de organisatie van evenementen en 26 extra transformatiewoningen (waarmee het totale aantal nieuwe woningen op circa 526 komt).
1.2
Toetsing aan mer-verplichtingen
Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage (mer) ontwikkeld dat is vastgelegd in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit. Merverplichtingen kunnen aan de orde zijn voor zowel concrete projecten als voor plannen die hieraan voorafgaan. Om de gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo ruimtelijk mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan nodig. In deze paragraaf is achtereenvolgens getoetst of voor deze wijziging sprake is van: 1. Mer-verplichtingen in het kader van projecten. 2. Mer-verplichtingen in het kader van plannen. Deze paragraaf wordt afgesloten met een samenvattende conclusie.
1. Mer-verplichtingen in het kader van projecten De mer-verplichtingen voor projecten zijn uitgewerkt in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Voor de voorgenomen gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo is projectnummer J11 relevant: "Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen." Onderstaand is een uitsnede uit bijlage V van het Omgevingsbesluit opgenomen. Nummer
1. Project
2. Gevallen waarin de mer-plicht geldt
3. Gevallen waarin de merbeoordelingsplicht geldt
4. Besluiten
J11
Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen
Niet van toepassing
Aanleg, wijziging of uitbreiding
Het omgevingsplan
Een stedelijk ontwikkelingsproject is een ruim begrip, waar onder andere woningbouw, de bouw van kantoren, universiteiten, bioscopen, theaters, winkelcentra, woonboulevards, parkeerterreinen, ziekenhuizen en scholen onder vallen. Tot een stedelijk ontwikkelingsproject worden ook alle voorzieningen gerekend die moeten worden getroffen voor dat project, zoals de aanleg van infrastructuur (bron: Memorie van Toelichting Omgevingsbesluit). De voorgenomen woningbouw in de gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo, inclusief bijbehorende voorzieningen, betreft een stedelijk ontwikkelingsproject. Uit bovenstaande uitsnede uit bijlage V is af te lezen dat er geen sprake is van een directe verplichting tot het doorlopen van de procedure van de milieueffectrapportage voor het project (zie kolom 2, geen gevallen waarin de mer-plicht geldt). Wel is er in alle gevallen (aanleg, wijziging of uitbreiding) sprake van een mer-beoordelingsplicht (zie kolom 3).
5
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Deze mer-beoordelingsplicht voor het project is gekoppeld aan de wijziging van het omgevingsplan (zie kolom 4). Een mer-beoordeling voor projecten is een korte formele procedure waarbij moet worden vastgesteld of sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten. Is dat het geval, dan moet de mer-procedure voor projecten worden doorlopen en een milieueffectrapport (MER) worden opgesteld. Als dat niet het geval is hoeft de mer-procedure voor projecten niet te worden doorlopen. De korte procedure van de mer-beoordeling voor projecten is toegelicht in de volgende paragraaf.
2. Mer-verplichtingen in het kader van plannen Voor wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plannen geldt een mer-plicht in het geval dat het plan: 1. een kader vormt voor besluiten voor mer-(beoordelings)plichtige projecten, en / of 2. waarvoor een passende beoordeling Natura 2000 nodig is. De wijziging van het omgevingsplan voor de gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo is een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan. Het is echter zoals hiervoor beschreven zelf het besluit voor een mer-beoordelingsplichtig project en vormt hiervoor dus geen kader. Dit betekent dat er geen mer-verplichtingen voor plannen gelden vanwege kaderstelling. Geval 1 is niet van toepassing. Voor de wijziging van het omgevingsplan is echter wel een passende beoordeling Natura 2000 nodig, die is ook opgesteld. Geval 2 is wel van toepassing. Daarmee is de wijziging van het omgevingsplan in principe een mer-plichtig plan. In het Omgevingsbesluit zijn hiervoor echter twee uitzonderingen opgenomen. Het is mogelijk om eerst een mer-beoordeling voor plannen uit te voeren in het geval dat: ▪ het om een kleine wijziging van een plan gaat, of dat ▪ het plan betrekking heeft op een klein gebied op lokaal niveau. In dit geval is geen sprake van een 'kleine wijziging'. Dus de vraag is of sprake is van ‘een klein gebied op lokaal niveau’.
Op 'lokaal niveau' wil zeggen dat een orgaan van de gemeente het bevoegd gezag is. Daarvan is bij de wijziging van een omgevingsplan sprake. Een ‘klein gebied’ is in het Omgevingsbesluit gedefinieerd als een gebied dat in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente klein is. Uit jurisprudentie blijkt dat wanneer het plan niet meer dan 1% van het grondgebied van de gemeente omvat, het plan in ieder geval betrekking heeft op een klein gebied (zie AbRS 21 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3910, r.o. 33.2). De oppervlakte van de gemeente Zwolle is 11.936 hectare. De oppervlakte van het plangebied van de totale gebiedsontwikkeling bedraagt ongeveer 68 hectare. Dit is ongeveer 0,6% van de oppervlakte van de gemeente Zwolle. De oppervlakte waar daadwerkelijk sprake is van stedelijke ontwikkeling is circa 15 hectare. Dat is zo'n 0,13% van de oppervlakte van de gemeente Zwolle. Dus ruim minder dan 1%. Daarmee is de voorziene wijziging van het omgevingsplan een plan dat betrekking heeft op een klein gebied op lokaal niveau. Vanwege de verplichte passende beoordeling is daarmee eerst een mer-beoordeling voor plannen nodig. Wanneer uit deze mer-beoordeling voor plannen volgt dat de wijziging van het omgevingsplan geen aanzienlijke milieueffecten heeft, kan volstaan worden met de mer-beoordeling voor plannen.
Het doorlopen van een merprocedure voor plannen en het opstellen van een MER voor plannen is dan niet vereist (zie artikel 11.1 lid 3 onder c Omgevingsbesluit). De korte procedure van de mer-beoordeling voor plannen is toegelicht in de volgende paragraaf.
Conclusie Voor de wijziging van het omgevingsplan om de gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo ruimtelijk mogelijk te maken is zowel een mer-beoordeling voor projecten als een mer-beoordeling voor plannen nodig.
6
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
1.3
Procedure mer-beoordeling voor projecten & plannen
Mer-beoordeling voor projecten De mer-beoordeling voor projecten is een korte formele procedure: 1. De initiatiefnemer, in dit geval is dat Reales, deelt het voornemen om een mer-beoordelingsplichtig project te willen realiseren, in dit geval de gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo, schriftelijk mee aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag is in dit geval de raad van de gemeente Zwolle. De raad van de gemeente Zwolle neemt namelijk het mer-beoordelingsplichtige besluit, in dit geval de wijziging van het omgevingsplan. Voor de mededeling door de initiatiefnemer zijn in het Omgevingsbesluit inhoudelijke vereisten opgenomen. In de praktijk wordt hier vaak aan voldaan door het opstellen van een zogenoemde aanmeldingsnotitie, zoals ook in dit project is gedaan met de nu voor u liggende notitie. 2. Op basis van deze notitie neemt de raad van de gemeente Zwolle als bevoegd gezag binnen zes weken de beslissing of sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten en of daarmee een MER voor projecten moet worden opgesteld. Die beslissing wordt neergelegd in een separaat besluit van de raad, waarin voor de motivering ook verwezen kan worden naar de onderhavige aanmeldnotitie.
Mochten er aanzienlijke milieueffecten zijn, moet voor de wijziging van het omgevingsplan om de gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo ruimtelijk mogelijk te maken de mer-procedure voor projecten worden doorlopen en moet er een MER voor projecten worden opgesteld. 3. Als geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten neemt de raad van de gemeente Zwolle het resultaat van de mer-beoordeling voor projecten met motivering op in het ontwerp omgevingsplan (dus naast het hiervoor genoemde separate besluit). De vaststelling van het omgevingsplan staat open voor inspraak, bezwaar en beroep en daarmee de mer-beoordeling voor projecten ook.
Mer-beoordeling voor plannen Bij de mer-beoordelingsprocedure voor plannen is de eerste stap van de hiervoor beschreven procedure van de merbeoordeling voor projecten, een mededeling, niet verplicht. Ook is formeel een separaat mer-beoordelingsbesluit voor plannen niet vereist. De raad van de gemeente Zwolle moet als bevoegd gezag voor het vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan het resultaat van de mer-beoordeling voor plannen wel opnemen in de toelichting van het ontwerp omgevingsplan (stap 3). Uiteraard kunnen de stappen 1 en 2 wel worden doorlopen bij de mer-beoordeling voor plannen, zodat de mer-beoordeling voor plannen en de mer-beoordeling voor projecten gelijk op kunnen lopen. In de mer-beoordelingsprocedure voor plannen is ook sprake van een extra verplichting ten opzichte van de merbeoordelingsprocedure voor projecten. De adviseurs en bestuursorganen die op grond van een wettelijk voorschrift adviseren over de wijziging van het omgevingsplan moeten expliciet worden geraadpleegd over de uitgevoerde merbeoordeling voor plannen. In aanvulling hierop moeten nog een aantal instanties worden geraadpleegd. Dit betreft de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister voor Natuur en Stikstof en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (dan wel in plaats van de betrokken minister een hiervoor aangewezen bestuursorgaan).
Daarbij kan voor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de mer-beoordeling voor plannen ter raadpleging aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed worden toegezonden. Raadpleging betekent overigens niet dat de instanties expliciet moeten instemmen of moeten reageren op een verzoek tot raadpleging, zo volgt uit rechtspraak (zie AbRS 13 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1082 (Texel), r.o. 15.10).
Integratie van de mer-beoordeling voor projecten en plannen Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat in gevallen zoals Nieuw Harculo, waarbij sprake is van een klein gebied op lokaal niveau, een mer-beoordeling voor plannen inhoudelijk niet verschilt van een mer-beoordeling voor projecten (dit wordt in de volgende paragraaf nader toegelicht). Daarom kunnen beide mer-beoordelingen zowel inhoudelijk als procedureel worden geïntegreerd. Beide beslissingen kunnen door de raad van de gemeente Zwolle op basis van dezelfde informatie (zoals opgenomen in deze aanmeldingsnotitie) gelijktijdig in een gecombineerd merbeoordelingsbesluit voor plannen en projecten worden genomen. Als geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten neemt de gemeente Zwolle daarnaast het resultaat van beide mer-beoordelingen met dezelfde motivering op in het ontwerp omgevingsplan. Mocht wel sprake zijn van aanzienlijke milieueffecten dan moet samen met de mer-procedure voor projecten ook de mer-procedure voor plannen worden doorlopen. Ook deze beide mer-procedures kunnen dan geïntegreerd worden doorlopen waarbij één gecombineerd MER voor plannen en projecten kan worden opgesteld.
7
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
1.4
Doel en opzet van deze aanmeldingsnotitie
In deze aanmeldingsnotitie staat de informatie op basis waarvan de raad van de gemeente Zwolle de beoordeling kan uitvoeren of er sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten. Daartoe wordt de gebiedsontwikkeling Nieuw Harculo integraal getoetst aan de criteria die hiervoor zijn opgenomen in: • de EU Richtlijn mer voor plannen (bijlage II, zie onderstaande uitsnede, dit volgt uit artikel 16.36 lid 5 Omgevingswet); • de EU Richtlijn mer voor projecten (bijlage III, zie onderstaande uitsnede, dit volgt uit artikel 16.43 lid 3 Omgevingswet).
Richtlijn 2001/42/EG Betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's BIJLAGE II Criteria voor de vaststelling van de mogelijke aanzienlijke effecten: 1. De kenmerken van plannen en programma's; 2. Kenmerken van de effecten en van de gebieden die kunnen worden beïnvloed.
Richtlijn 2011/92/EU Betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten BIJLAGE III Criteria voor de vaststelling van de mogelijke aanzienlijke effecten: 1. Kenmerken van de projecten; 2. Plaats van de projecten; 3. Kenmerken van het potentiële effect. Uit vaste rechtspraak volgt dat de criteria uit bijlage II voor plannen bij een lokaal plan dat het gebruik bepaalt van kleine gebieden vergelijkbaar zijn met de criteria uit bijlage III voor projecten (AbRS 19 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1054 (Texel), r.o. 15.11 en AbRS 29 december 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO9187). Zoals beschreven in paragraaf 1.2 is in dit geval sprake van een lokaal plan dat het gebruik van kleine gebieden bepaald. Dit betekent dat in dit geval een mer-beoordeling voor plannen inhoudelijk niet verschilt van een mer-beoordeling voor projecten. Daarom is er in deze aanmeldingsnotitie voor gekozen om te toetsen aan de (wat uitgebreidere) criteria van bijlage III voor projecten, omdat hiermee impliciet ook wordt getoetst aan de criteria van bijlage II voor plannen: 1. Kenmerken van het project. 2. Plaats van het project. 3. Kenmerken van het potentiële effect. Toetsing aan deze beoordelingscriteria vindt plaats in respectievelijk hoofdstuk 2 ‘Kenmerken en plaats van het project’ (criteria 1 en 2) en hoofdstuk 3 ‘Kenmerken van het potentiële effect’ (criterium 3).
In hoofdstuk 4 is een conclusie opgenomen ten aanzien van de vraag of er voor het project (en daarmee ook voor het plan) aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn.
8
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
2
Kenmerken en plaats van het project
Op 6 juli 2021 is de gebiedsvisie voor de herontwikkeling van het voormalige gebied van de IJsselcentrale door de gemeenteraad van de gemeente Zwolle vastgesteld. De doelstellingen en ambities vanuit de gebiedsvisie zijn door en in opdracht van Reales integraal uitgewerkt en geborgd in een Ruimtelijk ontwikkelplan (ROP) en Natuurontwikkelplan (NOP) voor Nieuw Harculo. Bij de uitwerking van de gebiedsvisie in een ROP en NOP is als uitgangspunt genomen dat in het plangebied stedenbouw en natuur hand in hand dienen te gaan, zoveel mogelijk gelijkwaardig moeten zijn en elkaar waar mogelijk versterken. Het ROP en NOP zijn dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het doel is om een duurzame wijk te realiseren op de plek waar een decennium geleden nog een fossiele energiecentrale stond. En om daarbij ruimte te bieden aan natuur en in te zetten op natuurbeleving en om bij te dragen aan de doelstellingen van Natura 2000, de versterking van de stedelijke hoofdgroenstructuur en het stimuleren van biodiversiteit. In het ROP en NOP met de bijbehorend onderzoeken is het ontwerp uitgewerkt en is in detail beschreven hoe dit gebied er in de toekomst uit komt te zien. Na vaststelling van het ROP en NOP op 6 mei 2025 door de gemeenteraad van de Gemeente Zwolle dienen deze documenten als basis voor de wijziging van het omgevingsplan en de benodigde vergunningen.
Dit hoofdstuk is opgesteld op basis van het ROP en NOP (versies van 19 februari 2025) en bestaat uit twee paragrafen: 1. Plaats van het project: korte beschrijving en visualisatie van het projectgebied (paragraaf 2.1). 2. Kenmerken van het project: beschrijving van de voorgenomen ontwikkeling van Nieuw Harculo (paragraaf 2.2).
2.1
Plaats van het project
Het projectgebied omvat de voormalige locatie van de IJsselcentrale van ENGIE ten zuiden van Zwolle, net ten noorden van het buurtschap Harculo. Het projectgebied met enkele cultuurhistorisch waardevolle industriële gebouwen (die behouden blijven en het hart gaan vormen van de nieuwe wijk) en zijn unieke ligging aan de IJsseldelta, het Natura 2000-gebied de Rijntakken, de hoofdgroenstructuur van Zwolle en het buitengebied. Dit rechtvaardigt en vereist de voorgenomen integrale en gelijkwaardige benadering van natuur en stedenbouw. Het te ontwikkelen projectgebied heeft een oppervlakte van ongeveer 68 hectare en ligt ingeklemd tussen de IJssel aan de westzijde, de voormalige Kolenhaven aan de noordzijde (de Noordhaven) en de voormalige Materiaalhaven aan de zuidzijde (de Zuidhaven). De winterdijk ligt in het projectgebied waardoor een deel van het projectgebied binnendijks en een deel buitendijks ligt. Zie figuur 2-1 voor een visueel beeld van de locatie.
Figuur 2-1: Luchtfoto vanuit het zuiden van de huidige situatie van het projectgebied
9
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Het projectgebied omvat delen van de uiterwaarden, de Noord- en Zuidhaven, de IJsseldijk en de kolk aan de IJsselcentraleweg. Binnen het totale gebied zijn ook percelen die al in gebruik zijn en niet binnen de nieuwe ontwikkeling zoals voorzien door Reales vallen, zoals het hoogspanningsstation van TenneT en de zendmast van Wig Netherlands B.V. In figuur 2-2 is de eigendomssituatie weergegeven. De Koelwaterhal is eigendom van ondernemer en kunstenaar Ronald A. Westerhuis. Het Dienstengebouw, de Hijshal en het Magazijn zijn eigendom van ontwikkelaar BOEi & Westerhuis. De ontwikkelingen die ter plaatse van deze gebouwen zijn voorzien (waaronder de organisatie van evenementen en 26 extra transformatiewoningen) zijn integraal onderdeel van het ROP en NOP en daarom ook van deze voorliggende aanmeldingsnotitie.
Figuur 2-2: Plangebied ontwikkeling Nieuw Harculo met eigendomssituaties Zoals te zien is in figuur 2-3 bevindt het projectgebied zich deels in een Natura 2000-gebied. Het gaat hierbij om de voormalige Noord- en Zuidhaven en de uiterwaarden.
Figuur 2-3: Ligging Natura 2000-gebied ter plaatse van Nieuw Harculo In de huidige situatie wordt autoverkeer in het gebied ontsloten richting het noorden middels de Professor Feldmannweg en de IJsselcentraleweg. Het Harculosepad in zuidelijke richting is niet toegankelijk voor autoverkeer, maar wel voor bestemmingsverkeer. Voetgangers en fietsers kunnen het gebied ook verlaten via het Beekmanpad dat loopt over de winterdijk aan de noordzijde.
10
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
2.2
Kenmerken van het project
In bijlage III bij de EU Richtlijn mer voor projecten is aangegeven dat bij de beschrijving van de kenmerken van de projecten in het bijzonder in overweging moeten worden genomen: • de omvang van het project; • de cumulatie met andere projecten; • het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; • de productie van afvalstoffen; • verontreiniging en hinder; • risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën Voor Nieuw Harculo zijn vooral de omvang en hinder van belang. Er zijn geen vergelijkbare projecten in de omgeving waarmee cumulatie niet aan de orde is. De overige criteria hebben betrekking op meer industriële activiteiten en zullen om deze reden niet leiden tot aanzienlijke milieueffecten bij Nieuw Harculo. De omvang wordt in dit hoofdstuk beschreven; de hinderaspecten in hoofdstuk 3 (Kenmerken van het potentiële effect). In de onderstaande figuren is de totale ontwikkeling van Nieuw-Harculo gevisualiseerd. De initiatiefnemer Reales is voornemens om het terrein van de voormalige IJsselcentrale te her ontwikkelen tot een gebied met ruimte voor circa 500 woningen in combinatie met natuur (met nog 26 extra transformatiewoningen in de Hijshal van BOEi waarmee het totale aantal nieuwe woningen op circa 526 komt).
Figuur 2-4: Plankaart van de ontwikkeling Nieuw Harculo (ROP deel 2, paragraaf 2.3)
11
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Figuur 2-5: Ruimtelijke inpassing en impressie van Nieuw Harculo Navolgend worden de verschillende elementen van het plan toegelicht. Natuur Zoals benoemd valt het projectgebied voor een groot deel binnen een Natura 2000-gebied. Om deze reden worden de uiterwaarden en de voormalige havens niet gebruikt voor recreatie, maar strikt voor natuur. Dit wordt onder andere gedaan door de betonnen steigers in de voormalige Materiaalhaven en Kolenhaven ontoegankelijk te maken voor bezoekers van het gebied. Om ruimte te geven aan natuurontwikkeling wordt, in afwijking van de Gebiedsvisie, geen struinpad in de uiterwaard gerealiseerd en wordt er geen fietspad aangelegd over de IJsseldijk naar het zuiden. In de uiterwaarden heeft Rijkwaterstaat het voornemen om een nevengeul te realiseren. Hierdoor ontstaat meer ruimte voor natuurontwikkeling en de realisatie van een broedvogeleiland, wat de vogelpopulatie in dit gebied ten goede komt. Tussen de nevengeul en de winterdijk zal ruimte worden gecreëerd voor verschillende plantensoorten. Woningen Het voor woningbouw bestemde gebied bedraagt ongeveer 15 hectare met naast de landschappelijke overgang naar de IJssel (nummer 1) vijf deelgebieden (zie figuur 2-6): 2. De Energietuin. 3. Het Klimaatpark. 4. Tussen de Dijken. 5. In de Centrale. 6. De Uitspanning. Het Klimaatpark bevindt zich tussen de bouwkernen, bedoeld voor ontmoeten en natuur.
De voorgenomen bouw bestaat uit een woonprogramma met verschillende bouwhoogtes en woningtypen, van twee tot en met zeven bouwlagen (de Omgevingsvisie van de gemeente Zwolle schrijft een maximum van acht bouwlagen voor). Het doel is om een hechte woonwijk te realiseren waar mensen betrokken zijn bij hun omgeving. Het uitgangspunt is dat er ongeveer 500 woningen worden gerealiseerd (met nog 26 extra transformatiewoningen in de Hijshal van BOEi in het deelgebied ‘De Uitspanning’). Het beoogde woonprogramma bestaat uit circa 60% grondgebonden, 20% appartementen en 20% bijzondere woonvormen. De verdeling in bijbehorende prijscategorie is als volgt: • 30% sociaal, waarbij minimaal 20% een sociale huurwoning is; • 20% midden duur 1, waarbij minimaal de helft een huurwoning is; • 20% midden duur 2; • 30% in de categorie vrije sector.
12
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Figuur 2-6: Deelgebieden Nieuw Harculo Reales is voornemens de volgende woningtypen te realiseren: • Beneden-bovenwoning: wonen aan de laan met een buitenruimte grenzend aan een collectief hof; • Rijwoning met twee of drie woonlagen: wonen aan de groene (autovrije) leefstraat; • Levensloopwoning en maisonnette: collectief wonen rondom het meergeneratiehof; • Friends-appartement: gemeenschappelijk wonen voor ouderen en/of jongeren met collectieve leef- en buitenruimte; • Terraswoning: wonen met een compact terras aan het Klimaatpark; • Stadswoning vierlaags: stedelijk wonen met zicht op de insteekhaven, de Energietuin of de Uitspanning; • Appartement: wonen in het Klimaatpark naast de insteekhavens met zicht op het IJssellandschap; • Vrijstaand en twee-onder-één-kap-woning: wonen aan het Klimaatpark met compacte buitenruimte als onderdeel van het landschap; • Rij- en verandawoning: wonen aan het groene hof; • Dekwoning: wonen rondom collectief parkeerdek langs de dijk; • Dijkwoning (drive-in / rij): wonen op de verdieping met terras en uitzicht over de uiterwaarden en de IJssel; • Dijkwoning (drive-in / twee-onder-één-kap): wonen op de verdieping met terras en uitzicht op de IJssel. Deelgebied ‘De Uitspanning’ wordt een ‘hotspot’ waar cultuurhistorie, landschap, cultuur en kunst, recreatie en ontspanning samenkomen. Een knooppunt van recreatieve routes.
Waar ruimte is voor kunst, cultuur, werken, horeca en kleinschalige evenementen. Deze centrale ontmoetingsplek biedt ook de kans collectieve voorzieningen voor de wijk te realiseren, zoals een pakketverzamelpunt. Met ruimte voor wonen. Het betreft bedrijvigheid tot maximaal milieucategorie 2 (zoals een atelier, sportschool en/of kantoren).
13
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Ontsluitingsstructuur Het gebied is ontworpen volgens het STOMP-principe (zie figuur 2-7) waarbij er prioriteit is gegeven aan de meest duurzame mobiliteit. Het gaat hierbij om in volgorde van prioriteit: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility-as-aService en Personenauto. Dit betekent dat er bij de mobiliteitskeuzes de nadruk ligt op voetgangers en fietsers, met daarna openbaar vervoer, deelauto’s en als laatste private auto’s. In figuur 2-8 is de ontsluiting voor zowel de voetganger, fietsers als autogebruiker inzichtelijk gemaakt. In het gebied zal een uitgebreid netwerk van wandelpaden komen dat stimuleert om zo veel mogelijk door de wijk te wandelen.
Figuur 2-7: STOMP-ontwerpprincipe
Figuur 2-8: Ontsluiting Nieuw Harculo voor voetganger, fietser en autogebruiker
14
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Parkeren In het projectgebied wordt ruimte gemaakt om de auto zo veel mogelijk op korte afstand van de woningen te kunnen parkeren. Daarbij heeft de voorkeur dat bewoners hun auto op eigen perceel parkeren en daarna pas kijken naar de mogelijkheden van parkeerplaatsen in collectieve parkeerhofjes. Deze parkeerplaatsen worden optioneel voorzien van laadinfrastructuur om elektrische auto’s aantrekkelijk te maken. Naast parkeerplaatsen voor bewoners zijn er ook parkeerplaatsen nodig voor bezoekers van de Uitspanning. De Uitspanning fungeert als kunstruimte en voor onder andere evenementen, sport, muziek en theater en heeft daarmee een verkeersaantrekkende werking. De parkeerplaatsen in de Uitspanning voor dagelijks gebruik zullen hiervoor niet voldoende zijn, waardoor er tijdens deze gebeurtenissen gebruik wordt gemaakt van de tijdelijke parkeerplaatsen. Dit is gevisualiseerd in figuur 2.9: parkeerveld C4 is voor het dagelijks gebruik van de Uitspanning en parkeerveld B2 bij evenementen.
Figuur 2-9: Visuele weergave van permanente en tijdelijke parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers 15
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Aanlegfase: bouw- en woonrijp maken Om de ontwikkeling van nieuw Harculo mogelijk te maken, wordt het terrein ter plaatse van de woningbouwontwikkeling bouwrijp gemaakt door de ontwikkelaar. Bouwrijp maken houdt het verwijderen van obstakels en opstallen, aanleg van riolering, aanleg van bouwwegen en afwerken van het terrein op hoogte in. Verwijderen van obstakels en opstallen is grotendeels al gedaan bij de sloop en sanering van de voormalige IJsselcentrale. De volgende zaken dienen nog te worden uitgevoerd: 1. Slopen HCC-gebouw bij de entree van het terrein; 2. Mogelijk slopen van het oude bedrijfsgemaal; 3. Opnemen en in depot leggen stelconplaten en bestrating; 4. Verwijderen en afvoeren van hekwerken en oude cameramasten; 5. Kappen of verplanten van bomen; 6. Verwijderen of omleggen van een aantal kabels en leidingen en riolering. Op basis van het stedenbouwkundig plan, de verkavelingskaart en ontwerp van de openbare ruimte wordt de nieuwe ondergrondse infrastructuur uitgewerkt en aangelegd door nutsbedrijven. Het heeft de voorkeur om de hoofdkabels en leidingen aan te leggen voor start van de bouw van de woningen. Uitgangspunt is dat er hoogwaardige bouwwegen worden aangelegd, omdat de toekomstige bewoners van Nieuw Harculo een langere periode samen met de woningbouwers gebruik moeten maken van een onafgemaakte openbare ruimte.
Onverharde bouwwegen geven veel overlast doordat deze slecht schoon te houden zijn, doordat ze kunnen verzakken of dat de waterafvoer te wensen overlaat. In principe kan de ontwikkelaar op iedere willekeurig ontwikkelveld starten met ontwikkelen en bouwen. De overige bestaande wegen, zoals de IJsselcentraleweg en professor Feldmannweg, worden tijdens de bouw in de huidige vorm gebruikt en gereconstrueerd in de woonrijpfase. De nieuwe woonwijk wordt op vergelijkbare wijze als andere woonwijken bouwrijp gemaakt. Waarna de gebouwen worden gerealiseerd en woonrijp gemaakt. Hierbij is geen sprake van bijzondere omstandigheden waardoor bijvoorbeeld ook geen langdurige bemaling en/of heiwerkzaamheden nodig zijn en de aanlegfase ook niet uitzonderlijk lang duurt (hiervoor is in de voorlopige planning uitgegaan van enkele jaren). Alle milieueffecten tijdens de aanlegfase zijn per definitie tijdelijk waarmee deze milieueffecten redelijkerwijs op voorhand als ‘niet aanzienlijk’ kunnen worden aangemerkt. Daarom wordt hier in deze aanmeldingsnotitie verder geen bijzondere aandacht aan besteed.
16
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
3
Kenmerken van het potentiële effect
3.1
Leeswijzer
Dit hoofdstuk is opgesteld op basis van het ROP en NOP (versies 19 februari 2025) en bijbehorende onderzoeken. Daar waar aan de orde wordt gericht verwezen naar de betreffende passage uit het ROP of NOP of een specifiek onderzoek. Achtereenvolgens komen de volgende (hoofd)aspecten aan de orde: ▪ Woon- en leefmilieu: o Verkeer; o Geluid; o Trillingen; o Luchtkwaliteit en geur; o Omgevingsveiligheid en ontplofbare oorlogsresten; o Hittestress, beschaduwing en wind; o Gezondheid. ▪ Landschap, cultuurhistorie, geomorfologie en archeologie: o Landschap en cultuurhistorie; o Geomorfologie en archeologie. ▪ Natuur: o Gebiedsbescherming; o Soortbescherming. ▪ Bodem en water: o Bodem; o Water. ▪ Duurzaamheid: o Energie; o Circulair bouwen; o Recreatie & communityvorming.
3.2
Woon- en leefmilieu
3.2.1
Verkeer
Bereikbaarheid van de locatie voor verschillende modaliteiten Zoals beschreven in paragraaf 2.2 is de ontsluitingsstructuur ontworpen volgens het STOMP-principe wat betekent dat bij de mobiliteitskeuzes de nadruk ligt op voetgangers en fietsers, met daarna openbaar vervoer, deelauto’s en als laatste private auto’s. De toekomstige woonwijk is goed ontsloten en bereikbaar voor voetgangers, fietsers en autoverkeer. Op dit moment is het nog onduidelijk of er ook een bushalte in Nieuw Harculo zal komen. Dit zal moeten worden overlegd met de gemeente en het vervoersbedrijf. Dus bereikbaarheid met het openbaar vervoer is nog onzeker, maar de bereikbaarheid via andere modaliteiten is goed. Verkeersaantrekkende werking, bereikbaarheid en verkeersveiligheid Het projectgebied bevindt zich in het buitengebied. Daardoor is, ondanks het ontwerp via de hiervoor omschreven duurzame principes, te verwachten dat er toch veel gebruik gemaakt zal worden van privaat autogebruik, zeker als het gaat om grotere afstanden. Zoals benoemd in paragraaf 2.1 wordt het projectgebied voor autoverkeer ontsloten via de IJsselcentraleweg. Via de route Nieuwe Deventerweg en Oldeneelallee is de N337 (IJsselallee) naar het noorden te bereiken met verbindingen naar de A28 en de A50 (zie figuur 3-1). Via de Hollewandsweg is ook de N337 (Wijheseweg) richting het zuiden te bereiken (zie figuur 3-2).
17
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Figuur 3-1: Route vanuit Nieuw Harculo naar het noorden (aansluiting A28 en A50, donkerblauwe lijn)
Figuur 3-2: Route vanaf Nieuw Harculo naar het zuiden (aansluiting N337, donkerblauwe lijn)
Door Arcadis is de memo ‘Verkeersgeneratie Nieuw Harculo’ opgesteld (18 maart 2024). In dit memo is de verkeersgeneratie door Nieuw Harculo en de effecten hiervan op een tweetal kruispunten in de omgeving beschreven. Daartoe is gebruik gemaakt van het Verkeersmodel Zwolle. De woonwijk genereert op een werkdag per etmaal ongeveer 2.200 autoritten. De meeste hiervan gaan via de IJsselcentraleweg naar de Hollewandsweg, Oldeneelallee en vervolgens de Ring Zwolle. De verdeling van dit verkeer in het verkeersmodel is gevisualiseerd in figuur 3-3. In de huidige situatie vinden er vanaf de locatie alleen verkeersbewegingen plaats die geproduceerd worden als gevolg van de recreatieve functie van de aanwezige gebouwen
Figuur 3-3: Visualisatie van de verdeling van het door Nieuw Harculo gegenereerde autoverkeer in het model
18
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Om de verkeersafwikkeling op wegvakken te beschouwen is gebruik gemaakt van de verhouding tussen intensiteit en capaciteit op een wegvak, de I/C-verhouding. Een I/C-verhouding onder de 0,80 betekent een congestievrije (filevrije) verkeersafwikkeling. In figuur 3-4 is de I/C-verhouding voor de ochtend- en avondspits voor zowel de situatie met als zonder Nieuw Harculo weergegeven. Uit deze figuur kan afgeleid worden dat er door realisatie van Nieuw Harculo geen nieuwe I/C-knelpunten ontstaan en dat daarmee de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van wegvakken in het gebied als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van Nieuw Harculo niet in het geding komt.
I/C ochtendspits zonder Nieuw Harculo
I/C avondspits zonder Nieuw Harculo
I/C ochtendspits met Nieuw Harculo
I/C avondspits met Nieuw Harculo
Figuur 3-4: Verhouding tussen intensiteit en capaciteit op wegvakken (I/C-verhoudingen) Tot slot zijn kruispuntberekeningen uitgevoerd voor de twee kruispunten waar de verkeersintensiteit als gevolg van de verkeersaantrekkende werking van Nieuw Harculo het meeste toeneemt: • Het kruispunt IJsselcentraleweg-Commissarislaan, de feitelijk ontsluiting van Nieuw Harculo • De kruising tussen de IJsselcentraleweg en de Hollewandsweg (de N337)
19
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Uit de berekening blijkt dat de gemiddelde wachttijden en de verhouding tussen intensiteit en capaciteit door de ontwikkeling van Nieuw Harculo niet of nauwelijks worden beïnvloed en dat daarmee ook bij deze beide kruispunten de bereikbaarheid niet in het geding is. Om de verkeersveiligheid te waarborgen, wordt het kruispunt Commissarislaan-IJsselcentraleweg in samenwerking met de gemeente heringericht en ontworpen volgens de daarvoor geldende criteria. Daarmee is ook de verkeersveiligheid op dit kruispunt niet in het geding. Het kruispunt Commissarislaan-IJsselcentraleweg ligt op relatief korte afstand van de kruising van de IJsselcentraleweg met de spoorlijn Zutphen – Zwolle. Daarom is onderzocht of de verkeersafwikkeling op het kruispunt van invloed kan zijn op de verkeersveiligheid ter plaatse van de spoorwegovergang (DTV, verkeersonderzoek NieuwHarculo, 7 oktober 2025, in samenwerking met ProRail). Conclusies van de uitgevoerde simulatieberekeningen zijn: ▪ Geen indicatie op verkeersafwikkelingsproblemen ter plaatse van het kruispunt: korte wachtrijen en lage verliestijden. ▪ Geen indicatie op terugslag richting spoorwegovergang: beperkte wachtrij op IJsselcentraleweg, ruim korter dan afstand tot spoorwegovergang. En daardoor ook geen stilstaand verkeer verwacht op de spoorwegovergang.
▪ Advies van ProRail is om een vast of dynamisch bord te plaatsen: ‘bij file overweg vrij laten’. Aanvullend kan worden overwogen om de voorrangsregels op het kruispunt te wijzigen, waarbij IJsselcentraleweg voorrang krijgt ten opzichte van Commissarislaan. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat er voor bereikbaarheid en verkeersveiligheid geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling van Nieuw Harculo.
3.2.2
Geluid
Diverse activiteiten in het dagelijks leven spelen zich af in een omgeving waar geluid een rol speelt. De regels met betrekking tot geluid hebben als doel om geluidsoverlast van wegen, spoorwegen en industrieterreinen te reguleren, en om geluidsgevoelige gebouwen en andere bouwwerken en plekken te beschermen tegen geluidshinder. Bij de toetsing in deze paragraaf is mede gebruik gemaakt van het geluidsonderzoek van Cauberg Huygen: ‘Woningbouwplan Harculo in Zwolle; onderzoek omgevingsgeluid wegverkeers-, spoorweg- en industrielawaai’ (1 juli 2025).
Geluidseffecten op de nieuw te bouwen woningen Wegverkeerslawaai De geplande woningen in het gebied vallen binnen de invloedszone van wegverkeerslawaai, zowel nieuwe woonstraten binnen het projectgebied als gemeentelijke wegen in de directe omgeving (met name de IJsselcentraleweg). Uit de berekeningen in het geluidsonderzoek blijkt dat alle nieuwe woningen die deel uitmaken van het project Nieuw Harculo voldoen aan de gestelde standaardwaarde van 53 Lden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor nieuwbouwwoningen. Het geluid door gemeentewegen ter plaatse van nieuwe woningen bedraagt ten hoogste 50,88 Lden en treedt op ter plaatse van het deelgebied “De Uitspanning”. Aan de grenswaarde van 70 Lden voor geluid van bestaande gemeentewegen wordt overal voldaan. Er zijn geen maatregelen nodig. Treinverkeerslawaai Op ongeveer 250 meter van het projectgebied bevindt zich de spoorlijn Zutphen - Zwolle. De geluidsbelasting van het spoorverkeer op de nieuw te bouwen woningen is in het geluidsonderzoek berekend en bedraagt ten hoogste 53,12 Lden. De standaardwaarde van 55 Lden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt niet overschreden. Aan de grenswaarde van 65 Lden van geluid van spoorwegen wordt overal voldaan. Er zijn geen maatregelen nodig.
Industrielawaai Er bevindt zich in de nabijheid van het projectgebied geen industrie die een invloed kan hebben op de nieuw te bouwen woningen in Nieuw Harculo. Op dit moment is er nog wel sprake van een geluidszone van de voormalige IJsselcentrale, deze zal in het kader van deze ontwikkeling worden opgeheven. Geluid schakelstation TenneT Het schakelstation van TenneT is de voormalige koppeling tussen de IJsselcentrale en het hoogspanningsnet. Ondanks de buitenwerkingstelling en sloop van de energiecentrale is het schakelstation nog wel in gebruik. Door TenneT worden hier in de toekomst enkele nieuwe installaties gerealiseerd. In het geluidsonderzoek is geconcludeerd, op basis van een akoestisch rapport dat in opdracht van TenneT door Peutz is opgesteld, dat er voldoende afstand is tussen het schakelstation en de woningen van Nieuw Harculo waardoor de grenswaardes niet zullen worden 20
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
overschreden. Als echter sprake is van tonaal geluid moet een zogenoemde “strafcorrectie” van 5 dB worden toegepast en dan worden in de nachtperiode de grenswaardes wel overschreden (niet in de dag- en avondperiode). Tonaal geluid ontstaat als de aanwezige condensatorbanken en seriespoelen worden ingeschakeld. Dit gebeurd als er een onbalans is in het net door de hoeveelheid zonne- en windenergie die wordt geleverd. Dat komt naar verwachting gemiddeld enkele keren per jaar voor. In een aanvullend onderzoek door Cauberg Huygen is onderzocht of er in geval van tonaal geluid maatregelen mogelijk zijn om ook in dat geval te kunnen voldoen aan de grenswaarden (Notitie 10389-58605-07, Woningbouwplan Harculo in Zwolle; maatregelonderzoek TenneT). Voor een scherm op de grens van het TenneT-terrein is een hoogte van tenminste 10 meter berekend om te kunnen voldoen aan de grenswaarden. Een dergelijke hoogte op die locatie is uit landschappelijk en stedenbouwkundig oogmerk niet realistisch en daarmee is deze maatregel niet doelmatig. Bij plaatsing van een scherm rondom de meest maatgevende bronnen kan worden voldaan aan de grenswaarden met een schermhoogte van 3,5 meter. Een dergelijke hoogte voor een geluidscherm is realistischer, waarbij dan wel medewerking van TenneT is vereist. Indien er geen maatregelen mogelijk zijn wordt de grenswaarde in de nachtperiode overschreden.
Bij een standaard geluidwerende kwaliteit van de gevels (tenminste 20 dB voor nieuwbouwwoningen), wordt wel voldaan aan de grenswaarde die geldt voor de binnenwaarde en kan alsnog worden gesproken van een goed woon- en leefklimaat. In dit geval kan een hogere waarde op de gevels van de toekomstige woningen worden toegestaan. Geluid zonneparken Grenzend aan het schakelstation van TenneT en in de directe nabijheid van Nieuw Harculo liggen twee zonneparken. In het geluidsonderzoek wordt geconcludeerd dat de bijbehorende omvormers en transformatoren op zodanige afstand van de voorziene woningen liggen dat er geen relevante akoestische bijdrage hiervan wordt verwacht. De Uitspanning In het ROP is het volgende hierover opgenomen. De Uitspanning is een ‘gemengd gebied’ waar reuring mag zijn. De aangrenzende woonwijk is geclassificeerd als ‘rustige woonwijk’. Activiteiten in de Uitspanning mogen geen noemenswaardige overlast veroorzaken op de omliggende nieuwe en bestaande woningen en op het Natura 2000gebied, zie figuur 3-5 voor de begrenzing hiervan (in de Hijshal binnen de Uitspanning zijn woningen voorzien op de bovenverdiepingen). Daarbij gelden voor de woningen de spelregels uit de Omgevingswet, de Omgevingsregeling en het Omgevingsplan. Het maximaal toelaatbare geluid op de grens van Natura 2000-gebied is 50dB.
Deze waarde is een ecologisch onderbouwde vuistregel, waarbij tot 50dB effecten zijn uitgesloten. Bij geluidswaarden boven de 50dB dient een passende beoordeling te worden opgesteld. In de Uitspanning zal er ruimte komen voor verschillende bedrijfsactiviteiten. In het Magazijn en het Atelier is milieucategorie 2 toegestaan, met als voornemen om in het Magazijn een sportschool te vestigen en in het Atelier een kunstenaar welke zich bezighoudt met metaalbewerking. In de Koelwaterhal zullen evenementen worden gehouden, zoals exposities. Daarnaast is er de mogelijkheid om aan de noord- en westzijde van de Koelwaterhal een terras te realiseren. Cauberg Huygen heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd om deze bedrijfsactiviteiten te toetsen aan de hiervoor spelregels voor woningen en Natura 2000: ‘Woningbouw Harculo in Zwolle; bedrijfsgeluid’ (6 oktober 2025). Uit het akoestisch onderzoek volgt dat ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen kan worden voldaan aan de gestelde eisen bij het realiseren van de genoemde activiteiten. Tevens bestaat het voornemen om op het buitenterrein in de Uitspanning maximaal 12 keer per jaar evenementen te laten plaatsvinden. Cauberg Huygen heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd om deze evenementen te toetsen aan de hiervoor spelregels voor woningen en Natura 2000: ‘Woningbouw Harculo in Zwolle; onderzoek evenementengeluid’ (6 oktober 2025).
Uit het akoestisch onderzoek volgt dat bij een geluidniveau van 89 dB(A), popmuziekspectrum, wordt voldaan aan de geldende normen. Dit betekent dat verschillende soorten evenementen mogelijk zijn, sommige soorten wellicht mogelijk zijn met aanvullende maatregelen en enkele soorten naar verwachting niet mogelijk zijn. Conclusie Bij de nieuwe woningen in Nieuw Harculo is sprake van geluidsbelasting als gevolg van wegverkeer, treinverkeer, een schakelstation, twee zonneparken en activiteiten & evenementen in het gebied de ‘Uitspanning’ (ook cumulatief). Dit kan mogelijk ook hinder veroorzaken. Maar omdat de belasting binnen de hiervoor geldende regels blijft, wordt dit niet beoordeeld als een aanzienlijk milieueffect.
21
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Figuur 3-5: Begrenzing van de geluidsbelasting van ‘De Uitspanning’
Effecten van de verkeersaantrekkende werking op bestaande woningen Zoals beschreven in de vorige paragraaf genereerd de nieuwe woonwijk op een werkdag per etmaal ongeveer 2.200 autoritten, dit zijn een kleine 2.000 autoritten voor een gemiddelde weekdag. Het grootste deel hiervan wordt afgewikkeld via de IJsselcentraleweg, een gebiedsontsluitingsweg. Tussen het kruispunt met de Commissarislaan en de Hollewandsweg (de N337) staan woningen langs de IJsselcentraleweg en is lokaal sprake van ruim een verdubbeling van de verkeersintensiteit in 2040. Bij wegen op grotere afstand is sprake van een sterkere verdunning van het extra verkeer als gevolg van de nieuwe ontwikkeling waardoor bij deze wegen geen relevante geluidseffecten op bestaande woningen worden verwacht. Stelregel bij wegen is dat een toename van de intensiteit van circa 30% gelijk staat aan een toename van de geluidbelasting met circa 1 dB. Dergelijke toenames worden op grotere afstand niet verwacht dus de toename in geluidsbelasting zal hier (ruim) minder zijn dan 1 dB. In het geluidsonderzoek is het geluidniveau ter plaatse van de bestaande woningen aan beide zijden van de IJsselcentraleweg berekend voor de toekomstige situatie met en zonder de realisatie van Nieuw Harculo, waarna de geluidwaarden met elkaar zijn vergeleken.
Uit de rekenresultaten blijkt dat de maximaal berekende toename van de geluidbelasting ter plaatse van deze bestaande woningen 3,67 dB is en de maximale geluidbelasting 57,75 Lden. De grenswaarde van maximaal 70 Lden wordt niet overschreden. Bij 83 woningen is sprake van een toename van 1 dB of meer én is sprake van een geluidwaarde hoger dan de standaardwaarde. Voor deze woningen is in het geluidsonderzoek nagegaan welke maatregelen noodzakelijk zijn om het geluid te reduceren tot aan de standaardwaarde. Ook is beoordeeld of deze maatregelen al dan niet doelmatig zijn. Tot slot zal het kruispunt IJsselcentraleweg-Commissarislaan in de toekomstige situatie waarschijnlijk moeten worden aangepast vanwege de hogere intensiteiten. In het geluidsrapport is getoetst wat de geluidseffecten van deze wijziging van de verkeerssituatie kunnen zijn op de hier aanwezige woningen.
22
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Bronmaatregelen Het effect van het realiseren van een 30 km/h-zone langs het betreffende traject van de IJsselcentraleweg (huidige maximale snelheid is 50 km/uur) is onderzocht in het geluidsonderzoek. Deze maatregel resulteert in een reductie van de geluidsbelasting waarmee bij de betreffende woningen de berekende toename ruimschoots teniet wordt gedaan. Ook wordt voldaan aan de standaardwaarde van 53 Lden voor gemeentelijke wegen met een maximum snelheid van 30 km/h. Deze maatregel is daarmee doelmatig, waarbij door de gemeente bepaald moet worden of een 30 km/uur zone mogelijk en wenselijk is in verband met de verkeersafwikkeling en weginrichting. Bij het toepassen van het stiller wegdektype Microflex is het ook mogelijk om de geluidbelasting te reduceren met tenminste 3,67 dB om de toename teniet te doen en te voldoen aan de standaardwaarde van 53 Lden voor gemeentewegen. Met andere stillere asfalttypes die toegepast kunnen worden in binnenstedelijke situaties wordt er niet voldoende geluidsreductie behaald. Het is een keuze van de gemeente om hier dergelijk stiller asfalt toe te passen. Overdrachtsmaatregelen Uit een indicatieve berekening blijkt dat er een 3 meter hoog, dicht en doorlopend geluidscherm vereist is over de volledige lengte aan weerszijden van de IJsselcentraleweg, op 4,5 meter uit het hart van de weg.
Dit is daarmee geen realistische en wenselijke oplossing in een dergelijke binnenstedelijke situatie. Met een groenblijvende haag met een hoogte van 1 à 2 meter kan een geluidsreductie worden bereikt van circa 1 à 2 dB, dat is niet voldoende. Maatregelen ter plaatse van de ontvanger Als geen bronmaatregelen (kunnen) worden getroffen, zijn mogelijk gevelmaatregelen bij de woningen zelf nodig. Conform het Besluit Kwaliteit Leefomgeving dient bij geluidgevoelige gebouwen een binnenniveau van maximaal 36 dB te worden behaald. In het geluidsrapport blijkt, mede op basis van berekeningen, dat alle woningen naar verwachting zullen voldoen aan een maximaal binnenniveau in de verblijfsruimten van de woningen van ten hoogste 36 dB, ook in de nieuwe situatie na realisatie van Nieuw Harculo. Hiermee kan gesteld worden dat er geen onderzoek naar aanvullende geluidreducerende maatregelen aan de bestaande woningen noodzakelijk is. Aanpassing kruispunt IJsselcentraleweg-Commissarislaan Het kruispunt IJsselcentraleweg-Commissarislaan vormt de feitelijke toekomstige ontsluiting van Nieuw Harculo. Momenteel is het kruispunt vormgegeven als een T-kruising. In het geluidsonderzoek zijn twee mogelijke toekomstige situaties doorgerekend, vormgeving als een aangepaste T-kruising en als rotonde.
Uit de berekeningen blijkt dat de toename in de geluidsbelasting door de gewijzigde vormgeving bij de hier gelegen woningen in beide situaties minder is dan 0,5 dB. Daarmee is geen sprake van een akoestisch relevante toename van de geluidsbelasting. Conclusie Als gevolg van de verkeersaantrekkende werking zal bij woningen langs de IJsselcentraleweg zonder maatregelen sprake zijn van een toename van de geluidsbelasting en daarmee ook van het aantal gehinderden en de ernst van de hinder. Dit wordt niet beoordeeld als een mogelijk aanzienlijk milieueffect vanwege: • De hoogte van de berekende geluidsbelasting: maximaal 57,75 Lden. Relatief beperkt hoger dan de standaardwaarde en ruim onder de grenswaarde. • Het aantal woningen dat het betreft: 83 woningen met een overschrijding van de standaardwaarde waarbij sprake is van een toename van 1 dB of meer. • Zonder maatregelen is de geluidwerende kwaliteit van de betreffende woningen zodanig dat aan het vereiste binnenniveau van maximaal 36 dB wordt voldaan, zodat bewoners in de woningen geen onevenredige hinder hoeven te ervaren. • Er zijn bronmaatregelen mogelijk waarmee de toenames ruimschoots teniet worden gedaan en wordt voldaan aan de standaardwaarde: inrichting van een 30 km/uur zone of stiller wegdektype Microflex.
• Aanpassing van het kruispunt IJsselcentraleweg-Commissarislaan vanwege de hier verwachte toekomstige hogere intensiteiten geeft geen akoestisch relevante toename van de geluidsbelasting bij hier gelegen woningen.
23
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
3.2.3
Trillingen
De instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wijzen trillingsgevoelige gebouwen en ruimten aan. De instructieregels uit het Bkl hebben enkel betrekking op door het Rijk aangewezen trillingsgevoelige gebouwen. De nieuwe woningen, die in de voorgenomen ontwikkeling zijn opgenomen, zijn aangewezen als trillingsgevoelige gebouwen. In het gebied waar de ontwikkeling plaatsvindt, is in de gebruiksfase geen sprake van activiteiten die trillingen veroorzaken. Voor het beoordelen van de relevantie van trillingshinder door spoorverkeer voor het omgevingsplan voor Nieuw Harculo is door Cauberg Huygen een memo opgesteld (29 augustus 2025). Voor het beoordelen van deze relevantie bevat hoofdstuk 5 van de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen een stroomschema. Die stelt dat voor nieuwbouw in een zone tot 100 meter van het spoor vooronderzoek noodzakelijk is. Het projectgebied bevindt zich op ongeveer 250 meter afstand van het spoor. In het bouwplan zijn echter twee woningen voorzien op 187 en 220 meter van het spoor. In de handreiking wordt gesteld dat als het omgevingsplan de mogelijkheid biedt om in een zone van 100 tot 250 meter van het spoor nieuwbouw te realiseren, vooraf moet worden beoordeeld in hoeverre klachten, bodemopbouw en/of het treinbeeld aanleiding geven voor het doen van nader onderzoek.
In de memo van Cauberg Huygen zijn deze drie aspecten getoetst en geen van deze drie aspecten geven aanleiding voor het doen van nader onderzoek. Een Quickscan trillingen conform de Handreiking is daarom niet noodzakelijk voor Nieuw Harculo. Tot slot kan bij de aanlegwerkzaamheden van Nieuw Harculo sprake zijn van trillingen (door bijvoorbeeld heiwerkzaamheden en vrachtverkeer). Ter plaatse en in de directe omgeving van Nieuw Harculo zijn echter geen bestaande trillingsgevoelige gebouwen en functies aanwezig. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er als gevolg van de ontwikkeling geen mogelijke aanzienlijke milieueffecten zijn als het gaat om trillingen.
3.2.4
Luchtkwaliteit en geur
Luchtkwaliteit Het voornemen is om in de ontwikkeling één ontsluitingsweg te realiseren. Er is in kaart gebracht wat de gevolgen van de ontwikkeling zijn op de concentraties van NO2, PM10 en PM2,5. Hieruit blijkt dat deze concentraties ruimschoots onder de grenswaarden blijven, waardoor een goed woon- en leefklimaat ontstaat in het projectgebied (ROP, paragraaf 6.7). Het plan draagt niet significant bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Geur In de onderstaande afbeelding zijn de geur belastende bedrijven met de bijbehorende geurzones weergegeven (ROP, paragraaf 6.5). Zoals te zien is, liggen de geurzones allemaal op afstand buiten het projectgebied. In de ontwikkeling zijn geen geur belastende activiteiten opgenomen. Er zijn dus geen belemmeringen op het gebied van geur. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat er als gevolg van de ontwikkeling geen mogelijke aanzienlijke milieueffecten zijn te verwachten voor de aspecten luchtkwaliteit en geur.
24
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Figuur 3-6: Geur belastende bedrijven en bijbehorende geurzones rondom Nieuw Harculo
3.2.5
Omgevingsveiligheid en ontplofbare oorlogsresten
Omdat in het projectgebed nieuwe woningen worden gerealiseerd met een gemengd programma in het deelgebied ‘De Uitspanning’, is het belangrijk om te toetsen of er sprake kan zijn van veiligheidsrisico’s tijdens de aanleg en voor de nieuwe bewoners en gebruikers. Bij de toetsing in deze paragraaf is mede gebruik gemaakt van een onderzoek van Cauberg Huygen: ‘Ontwikkeling Nieuw Harculo te Zwolle; aanzet tot verantwoording Omgevingsveiligheid’ (9 juli 2025). Hogedruk gasleiding voormalige IJsselcentrale Het projectgebied valt binnen het aandachtsgebied van een hogedruk gasleiding. Het gaat hierbij om de toevoerleiding naar de gasturbines van de voormalige IJsselcentrale. Door de ontmanteling van de IJsselcentrale zijn de gasleidingen niet meer nodig, maar hij staat nog wel onder hoge druk. De Gasunie heeft het verwijderen of drukloos maken van deze gasleiding ingepland voor het eerste kwartaal van 2026, voordat de nieuwe woningen worden gerealiseerd. Transport gevaarlijke stoffen over de IJssel en het spoor De explosiezone van het transport van gevaarlijke stoffen per schip over de IJssel rijkt niet verder dan de IJsseldijk en ligt daarmee niet over de woningbouwontwikkeling heen. De explosiezone van vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor valt deels over woningen in het oostelijke kwadrant in de Energietuin. Hier worden geen zeer kwetsbare functies geprogrammeerd.
Daarnaast zijn de woningen slechts drie lagen hoog en is het mogelijk de woningen snel te verlaten en van het spoor vandaan te vluchten. Derhalve is wonen in deze explosiezone te verantwoorden. In het door Cauberg Huygen opgestelde rapport is een aanzet voor deze verantwoording opgenomen. Ontplofbare oorlogsresten De voormalige energiecentrale is gebouwd na de tweede wereldoorlog. Na de sloop van de voormalige IJsselcentrale is de bodem in het gebied gesaneerd. Om deze redenen is het niet aannemelijk dat er ontplofbare oorlogsresten aanwezig zijn in de bodem van het projectgebied.
25
Onze referentie: 2NVA33SNCV56-1460143128-66:2.0 - Datum: 30 oktober 2025 - Public
Conclusie Risico’s wat betreft omgevingsveiligheid en ontplofbare oorlogsresten zijn niet aanwezig of aanvaardbaar binnen het projectgebied en bij de woningbouw. Voor deze aspecten is geen sprake van mogelijke aanzienlijke milieueffecten.
3.2.6
Hittestress, beschaduwing en wind
In het plan is rekening gehouden met het ontwerpprincipe 2-22-200 dat in de gemeente Zwolle wordt gehanteerd: vanuit elke woning, school of werkplek minstens zicht op twee volwassen bomen, de oppervlakte van elke buurt bestaat tenminste uit 22% boomkronen waardoor schaduw ontstaat en er is binnen 200 meter een parkje waar je kunt verblijven en recreëren. Hittestress In het project is uitgegaan van een hittebestendige inrichting van de openbare ruimte en iedere woning ligt binnen 200 meter van een park en/of groene ruimte. In de wijk is er ongeveer 35 procent openbaar groen in het te bebouwen gebied, bestaande uit bomen, struiken, beplanting en kruidenrijk grasland. De dijk en uiterwaarden en het groen rondom de kolk is hier niet in meegerekend. Naast het voorkomen van hittestress door maatregelen in de openbare ruimte, zijn er ook op woningniveau maatregelen getroffen. Woningen met platte daken worden voorzien van mos sedum, witte / lichtgrijze dakbedekking en/of met kiezels, wat opwarming tegengaat. Daarnaast beschermt ook de groene gevel tegen directe zonnestralen waardoor de gevel minder warmte absorbeert. Woningen worden ook voorzien van nachtventilatie en een warmtepomp die ook kan koelen. Beschaduwing Vanuit elke woning zijn tenminste twee toekomstige bomen te zien. De kroondekking ligt in de buurt van de 22% binnen de contouren van het bebouwde gebied.
Dit zorgt ervoor dat er volgens de ontwerpprincipes van de gemeente Zwolle voldoende schaduw zal zijn. Daarnaast wordt er, in lijn met de omgevingsvisie, gebouwd tot een maximum van acht bouwlagen waardoor een lange schaduw is uitgesloten. Ook zijn er geen waarden of functies in de directe omgeving van het project die gevoelig zijn voor schaduw. Wind Doordat er maximaal acht bouwlagen zijn ontworpen, zijn er geen hoge gebouwen voorzien die extra windhinder kunnen veroorzaken in de omgeving van het project. Conclusie Vanwege de gekozen groene inrichting en maatregelen op woningniveau worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht als gevolg van hittestress, beschaduwing en wind.
3.2.7
Gezondheid
In de ontwikkeling van Nieuw Harculo gaat het om de bouw van 500 woningen (met nog 26 extra transformatiewoningen in de Hijshal van BOEi in het deelgebied ‘De Uitspanning’) waarbij in sterke mate rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Er wordt onder andere meer ruimte gecreëerd voor water, biodiversiteit en recreatie. Bij Rijkswaterstaat bestaat de wens om, met oog op de doelen uit het Kaderrichtlijn Water (KRW), een nevengeul te realiseren. Indien deze nevengeul gerealiseerd wordt, ontstaat er tussen de IJssel en de nevengeul een eiland waar broedvogels veilig kunnen verblijven. Tussen de nevengeul en de winterdijk ontstaat meer ruimte voor groen van hoge kwaliteit, wat samenhangt met een betere algemene en mentale gezondheid. Op de dijk worden de al bestaande wandelpaden verbeterd om ook hier meer mogelijkheden te bieden voor recreatie waarbij mensen kunnen genieten van de hoge kwaliteit van de natuur en het IJssellandschap. Binnen het gebouwde gebied zijn er in het ontwerp veel bomen opgenomen die voorzien in minder hittestress en verbeterde luchtkwaliteit, wat resulteert in een verbeterde gezondheid voor de bewoners en bezoekers van het gebied. Daarnaast is er ook ruimte voor recreatie. Het Klimaatpark bevindt zich te midden van de deelgebieden ‘Tussen de Dijken’, ‘In de Centrale’ en ‘De Uitspanning’, waar ruimte is gemaakt voor wandelpaden en recreatie.