CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo_Bijlagen bij de motivering_Bijlage 12 Wateronderzoek-gecomprimeerd

Raad Besluitvormingsronde 26 mei 2026, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo' en ‘Beleidsregel Beeldkwaliteit Harculo’45.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Waterveiligheid en waterhuishoudkundig plan Nieuw Harculo Bepaling leggerprofiel, profiel van vrije ruimte en waterhuishouding Reales Projecten 12 maart 2026 - Internal

Versiebeheer Versie

Datum

1

5-6-2025

2

12-3-2026

Opmerkingen

Bijlage D aangepast met juiste overzichtskaart met waterstaatwerk

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Contactpersoon SONJA KALLE Adviseur waterveiligheid

M 0629467207 E sonja.kalle@arcadis.com

2

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Memo

Inhoudsopgave

Oplegnotitie en management samenvatting

6

1

Inleiding

8

1.1

Aanleiding

8

1.2

Doel

9

1.3

Methode

9

1.4

Zichtjaar 2125

9

1.5

Bronnen

9

2

3

4

Plangebied

10

2.1

Toekomstige situatie

10

2.2

KRW-maatregelen

12

2.3

Planning realisatie Nieuw Harculo

12

Waterhuishoudkundige inrichting

13

3.1

Ontwatering

13

3.2

Afwatering

17

3.3

Waterberging

20

3.4

Vuilwaterstructuur

28

Uitgangspunten geotechnische berekeningen waterveiligheid

31

4.1

Normering

31

4.2

Geomorfologie

31

4.3

Geohydrologie

33

Arcadis Nederland B.V., Lübeckplein 34, 8017 JS Zwolle T +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com Arcadis Nederland B.V. - Registered office: Arnhem - Registered number: 09036504 - Internal - Internal - Internal Internal - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

5

4.4

Bodemopbouw

38

4.5

Sterkte parameters

41

4.6

Hydraulische belastingen

41

4.7

Geometrie waterkering

43

4.8

Verkeersbelasting

44

Berekeningsresultaten

45

5.1

Macrostabiliteit binnenwaarts

45

5.2

Piping

47

6

Leggerprofiel en profiel van vrije ruimte

53

7

Toekomstige ontwikkelingen waterveiligheid

55

7.1

Actualisatie PVVR vanuit I&W

55

7.2

Toekomstige dijkverbeteringen

55

Overstromingsrisicoparagraaf

58

8.1

Risico-inventarisatie overstroming plangebied

58

8.2

Maatregelen

59

8

9

Conclusie

60

Bijlagen ’

41

Bijlage A Verhardingshoeveelheden uitgesplitst

61

Bijlage B Gevoeligheidsanalyse ‘Drainage- en opbollingsberekening Nieuw Harculo’

62

Bijlage C Huidig leggerprofiel en PVVR

63

Bijlage D Dwarsprofielen – leggerprofiel, PVVR en geplande bebouwing

64

Bijlage E Grondonderzoek

65

Bijlage F Uitgangspunten vanuit TUN en IJsselwerken

66

4

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Bijlage G Resultaten stabiliteitsberekeningen

67

Bijlage H Resultaat pipingberekeningen

69

Bijlage I Resultaat zettingsberekeningen

76

Bijlage J Dijkverbetering IJsselwerken ter plaatse van plangebied

77

Colofon

80

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

5 van 27

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Oplegnotitie en management samenvatting

Procesbeschrijving De onderliggende rapportage is opgesteld voor de ontwikkeling van het terrein van de IJsselcentrale voor woningbouw. Het traject is circa twee jaar geleden gestart met een inventarisatie naar de mogelijkheden voor woningbouw in relatie tot dijkveiligheid. Gedurende dit proces zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd en samengevoegd in één rapportage om een integraal beeld te schetsen van de waterveiligheid en de waterhuishoudkundige aspecten van het gebied. Het proces dat heeft geleid tot de totstandkoming van deze rapportage is als volgt verlopen: 1. Inventarisatiefase Het proces begon met een inventarisatie van de mogelijkheden voor woningbouw in Nieuw Harculo. Hierbij werd specifiek gekeken naar de relatie tussen woningbouw en dijkveiligheid. Uit het eerste onderzoek kwam naar voren dat het gebied gevoelig is voor hoge waterstanden op de IJssel. 2. Vervolgonderzoek Op basis van de resultaten uit de inventarisatiefase is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de respons van het grondwater op de waterstanden van de IJssel. De inzichten uit dit onderzoek zijn vervolgens gebruikt voor het opstellen van het waterhuishoudkundig plan, maar ook voor een aanscherping van de berekeningen met betrekking tot waterveiligheid. Hierbij is tevens rekening gehouden met uitgangspunten vanuit het project IJsselwerken. 3.

Uitkomsten en aanbevelingen Een belangrijke conclusie uit het waterhuishoudkundig plan was dat een deel van het terrein opgehoogd wordt in verband met de vereiste ontwateringseisen bij woningen en infrastructuur. Hierbij wordt een combinatie gemaakt met het IT-riool. Deze ophoging heeft niet alleen invloed op de inrichting van het gebied, maar speelt ook een rol bij de bepaling van de leggerzoneringen. Een hoger binnendijks maaiveld resulteert in kleinere leggerzoneringen. 4. Samenvoeging rapportages In eerste instantie waren de waterhuishoudkundige rapportage en de rapportage over waterveiligheid afzonderlijke documenten. Op verzoek van de gemeente Zwolle en Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) zijn deze rapportages samengevoegd tot één document. De waterhuishoudkundige rapportage is bij de waterveiligheidsrapportage gevoegd, waardoor de nadruk primair ligt bij waterveiligheid. Dit gezamenlijke rapport biedt een compleet overzicht van alle relevante bevindingen en aanbevelingen. Voorheen bevatte deze rapportage een paragraaf (3.2) met een samenvatting van het waterhuishoudkundig plan. Dit is vervangen door een apart hoofdstuk. 5. Afsluiting Met deze rapportage is gestreefd naar een integraal en volledig beeld van de waterveiligheid en waterhuishouding van Nieuw Harculo.

Het document biedt handvatten voor de verdere ontwikkeling van het gebied en vormt een belangrijke basis voor besluitvorming.

6

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Managementsamenvatting Aanleiding en Doel Reales Projecten ontwikkelt het terrein van de voormalige IJsselcentrale Harculo tot een duurzame woonwijk met circa 500 woningen. Gezien de ligging direct achter een primaire waterkering (dijktraject 53-2, WDOD), is een integrale beoordeling van de waterveiligheid en waterhuishouding noodzakelijk. Arcadis is gevraagd het leggerprofiel en het Profiel van Vrije Ruimte (PVVR) te actualiseren conform de huidige normering (zichtjaar 2125).

Waterveiligheid • • • •

De huidige dijk voldoet niet aan de wettelijke normen en wordt versterkt binnen het project IJsselwerken. Stabiliteits- en pipingberekeningen tonen aan dat de dijk ter hoogte van het plangebied ruim voldoet aan de eisen voor het zichtjaar 2125. De geplande woningbouw blijft buiten het PVVR en de beschermingszones A en B, waardoor toekomstige dijkversterking mogelijk blijft. De berekeningen zijn uitgevoerd met D-Stability en D-GeoFlow, inclusief conservatieve uitgangspunten en robuustheidstoeslagen.

Waterhuishouding • • • •

Het gebied is gevoelig voor kwel bij hoge waterstanden in de IJssel. Het terrein wordt opgehoogd en voorzien van een infiltratie-transportriool (IT-riool) en wadi’s voor opvang, infiltratie en afvoer van hemelwater. De waterberging voldoet aan de normen van WDOD en de gemeente Zwolle, inclusief stresstest T=250. De bestaande watergang wordt verruimd en voorzien van een stuw om het tekort aan bergingscapaciteit op te vangen.

Toekomstbestendigheid • •

Het PVVR is berekend met een ontwerpperiode van 100 jaar, in lijn met de nieuwe richtlijnen van het Ministerie van IenW. Er is voldoende ruimte voor toekomstige dijkversterkingen, mede dankzij de hoge veiligheidsfactoren en het verhoogde maaiveld.

Overstromingsrisico • •

De kans op overstroming is zeer klein (<1/10.000 per jaar). Maatregelen zoals verhoogde vloerpeilen, het IT-riool en vluchtroutes naar de dijk beperken het risico op slachtoffers en schade.

Conclusie Het voorgestelde leggerprofiel en PVVR voldoen aan de huidige en toekomstige normen voor waterveiligheid. De waterhuishoudkundige inrichting is robuust, klimaat adaptief en afgestemd op de lokale geohydrologische omstandigheden. De ontwikkeling van Nieuw Harculo is daarmee veilig, toekomstbestendig en vergunningstechnisch goed onderbouwd.

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

7 van 27

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Reales Projecten heeft Arcadis opdracht gegeven om het leggerprofiel en profiel van vrije ruimte (PVVR) te bepalen voor het Harculo terrein (plangebied). Reales heeft het voornemen om het terrein gelegen aan de IJssel te ontwikkelen voor woningbouw. Het huidige leggerprofiel van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) is gebaseerd op de oude normering van de waterkering. Het leggerprofiel en PVVR zijn bepalend voor de inrichting van het terrein. Het plangebied wordt omsloten door de primaire kering van dijktraject 53-2. WDOD is de beheerder van deze waterkering. Middels de Waterschapsverordening en bijbehorende legger en zoneringen zorgt het waterschap voor de instandhouding van de kering. Hiermee voorkomen ze werken door derden die potentieel de veiligheid van de waterkering aantasten. De regels gelden voor de beperkingsgebieden van de waterkering, waaronder het Waterstaatswerk, beschermingszone A en B vallen. De primaire keringen worden elke twaalf jaar beoordeeld. Het dijktraject voldoet momenteel niet aan de vereiste veiligheid die gesteld is in het Besluit kwaliteit leefomgeving, waardoor een dijkversterking nodig is. Delen van de kering zijn afgekeurd op bekledingen, piping en stabiliteit. De waterkering ter plaatse van het plangebied bestaat uit een zandkern met een kleibekleding. De taludhelling binnendijks is redelijk flauw, namelijk 1:5 of flauwer.

Vanuit het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) is het project IJsselwerken, een combinatie van WDOD en Boskalis, bezig met de planuitwerking en vervolgens de uitvoering van deze versterking. De dijkversterking vindt plaats tussen Zwolle en Olst. De versterkingsmaatregelen die plaatsvinden bij het plangebied staan in Bijlage J. Het huidige en vigerende leggerprofiel is vastgesteld in 2014 door Waterschap Groot-Salland, de rechtsvoorganger van WDOD. In 2017 is de WaterWet ingegaan, waarbij een nieuwe normering is toegekend aan de primaire waterkeringen. Daarbij zijn ook nieuwe rekenmethodes voorgeschreven. Deze wijzigingen zijn niet in het leggerprofiel en PVVR opgenomen. WDOD heeft het opstellen van nieuwe leggerprofielen en zoneringen voor dit traject in 2024/2025 op de planning staan. In Figuur 1-1 zijn de huidige zoneringen en de referentiepunten weergegeven. Het plangebied ligt tussen dijkpaal 38.6 en 39.8. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de omgevingswaarden van de waterkering vastgelegd in de Bkl.

Figuur 1-1: Primaire waterkering en beschermingszone in het plangebied. Bron: Legger Waterkeringen Groot Salland WDOD, 2022.

8

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

1.2

Doel

Het doel van deze opdracht is om het leggerprofiel en het Profiel van Vrije Vorm Ruimte (PVVR) voor het plangebied vast te stellen volgens de huidige normeringen voor waterkeringen. Op basis van grondmechanisch onderzoek is het PVVR berekend voor de lokale situatie. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de standzekerheid en uitbreidbaarheid van de waterkering gegarandeerd is. De inhoud van dit document is bedoeld voor technische experts, beleidsmakers en andere betrokken partijen bij de ontwikkeling van het terrein.

1.3

Methode

Voor het opstellen van het leggerprofiel is gebruik gemaakt van "Uitgangspunten legger met beschermingszones keringen" van het Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD) d.d. oktober 2021 en de “technische uitgangspuntennotitie” (TUN) van WDOD. De TUN biedt richtlijnen voor het ontwerpen van waterkeringen binnen het beheergebied van het waterschap. Het dijkontwerp is gebaseerd op de TUN en gecombineerd met de normen OI2014 en BOI2023. Voor de dijkversterking van de IJsselwerken is gebruik gemaakt van OI2014. Het leggerprofiel en het PVVR zijn bepaald op basis van dezelfde ontwerpuitgangspunten. Hierbij is rekening gehouden met factoren zoals hydraulische belastingen, bodemopbouw, schematisatie van waterspanningen en sterkteparameters.

1.4

Zichtjaar 2125

Voor de bepaling van de leggerzoneringen en het PVVR is uitgegaan van het zichtjaar 2125. In het document [Ref 8.] is de ontwerpperiode van 100 jaar niet genoemd. Bij het ontwerp van dijkverbeteringen wordt bij verbeteringen in grond rekening gehouden met een ontwerpperiode van 50 jaar. Voor het PVVR is echter een periode van 100 jaar aangehouden als een conservatief uitgangspunt.

1.5

Bronnen

Voor de bepaling van het leggerprofiel en PVVR zijn de volgende documenten van WDOD en dijkverbetering IJsselwerken gebruikt. [Ref 1.] 20293-BER-00486 Berekeningsrapport MN-1-2.pdf – Bijlagen.pdf [Ref 2.] Bijlage 1 Rekensheets piping.pdf [Ref 3.] Bijlage 3 Opbarstberekeningen macrostabiliteit.pdf [Ref 4.] 20293-ONT-00256 Integrale nota dijkmodule MiddenNoord-1 + MiddenNoord-2_deel.pdf [Ref 5.] 73965-1_lengteprofiel blad8.pdf [Ref 6.] 73965-1_lengteprofiel blad9.pdf [Ref 7.] TUN Waterkeringen v2.0 onderdelen.pdf [Ref 8.] Uitgangspunten beschermingszones legger.pdf

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

9 van 27

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

2

Plangebied

2.1

Toekomstige situatie

Het gebied van de voormalige IJsselcentrale Harculo is bestemd voor woningbouw. Het plan genaamd ‘Nieuw Harculo’ wordt een klimaatbestendige en duurzame gebiedsontwikkeling met een prettig woon- en leefklimaat. In Figuur 2-1 is een bovenaanzicht van het plan Nieuw Harculo weergegeven. De groene zonering geeft de kering weer. De ontwikkelaar heeft de ambitie om ongeveer 500 woningen te bouwen in verschillende prijsklassen, zowel koop als huur. Dit zijn grondgebonden woningen, maar ook appartementen. De woningbouw is gepland buiten de zoneringen van het waterstaatswerk en beschermingszone A. Tevens ligt de ontwikkeling buiten het PVVR waardoor de toekomstige dijkverbeteringen mogelijk zijn. In het gebied komt bij hoogwater op de IJssel veel kwel voor. In het waterhuishoudkundig plan is hier rekening mee gehouden. Een groot gedeelte van het terrein wordt opgehoogd om te voldoen aan de vereiste ontwatering om grondwaterneutraal te bouwen. Een drainage-transportriool en wadi's zorgen voor de opvang en transport van hemelwater naar de bodem (infiltratie) of oppervlaktewater (overtollig water). Bij een kwelsituatie door hoge IJsselstanden zorgt dit riool-drainagesysteem voor een veilige grondwaterbeheersing door het afvangen van de kwel.

Figuur 2-1: Plangebied Nieuw Harculo

Om het terrein bouwrijp te maken, wordt het terrein voornamelijk opgehoogd. Deze ophogingen zijn gering. Door de zandige ondergrond zullen hierdoor geen noemenswaardige zettingen plaatsvinden die mogelijk effect hebben op de kerende hoogte of door wateroverspanningen resulterend in een afschuiving. Bij de bouw van de woningen nabij de kering wordt rekening gehouden met toekomstige dijkverbeteringen, maar ook met wateroverlast bij hoge waterstanden in de IJssel. Het vloerpeil van de woningen nabij de kering worden verhoogd aangelegd en komt op NAP+3,6m te liggen.

10

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Ter hoogte van dijkpaal 39.1 en 39.6 is momenteel een hellingbaan aanwezig, die in de toekomstige situatie wordt verwijderd. Deze opritten worden niet gebruikt voor beheer en onderhoud van de kering en passen niet binnen het ontwerp van het plangebied. De hellingbanen worden afgegraven en aangesloten op het naastgelegen dijkprofiel zonder hellingbaan. Dit heeft geen invloed op de waterveiligheid, mits wordt voldaan aan de eisen voor stabiliteit en piping. De dijkbekleding moet hier voldoen aan de normen zoals opgenomen in Bijlage J, subparagraaf 'bekledingen'. De waterkering blijft toegankelijk voor beheer en onderhoud, aangezien aan de oostzijde van zowel de noordelijke als zuidelijke haven opritten beschikbaar blijven. Het verwijderen van de opritten is afgestemd met het project IJsselwerken en is vergunningplichtig. In de toekomstige situatie zal IJsselwerken een halfverharding aanbrengen op de kruin van de kering.

Figuur 2-2: Locaties verwijderen hellingbaan (rood gearceerd)

Het plangebied ligt binnen dijkversterking IJsselwerken van WDOD, gelegen tussen Zwolle en Olst. In Bijlage J zijn de geplande werkzaamheden binnen het plangebied opgenomen. De dijkverbetering bestaat hoofdzakelijk uit een verbetering van de buitendijkse bekleding, daarnaast worden zeer plaatselijk pipingmaatregelen toegepast. Binnen het plangebied zijn in de huidige situatie bomen aanwezig binnen beschermingszone A. Voor deze bomen geldt een uitsterfbeleid. Deze bomen zijn in het project IJsselwerken beoordeeld. Hierbij was de conclusie dat deze bomen kunnen blijven staan.

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

11 van 27

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Figuur 2-3: Bomen langs de kering in beschermingszone A

2.2

KRW-maatregelen

Buitendijks van het plangebied is vanuit Rijkswaterstaat de intentie om een meestromende nevengeul te realiseren. Hierdoor worden natuurlijke processen van erosie en sedimentatie van zand hersteld en wordt de variatie aan stroming, diepte en helderheid van water in de uiterwaard vergroot. Zo ontstaan gebieden met ondiep, stromend water, dat zuurstofrijk is en geschikt leefgebied vormt voor zeldzame en beschermde soorten als barbeel en sneep. Op deze manier verbetert de ecologische waterkwaliteit op dit deel van de IJssel. Binnen het KRW-project is de invloed van de geul op waterveiligheid beoordeeld. Ook bij de berekening van het leggerprofiel en PVVR is rekening gehouden met de KRW-geul in het voorland voor de faalmechanismes piping en stabiliteit.

2.3

Planning realisatie Nieuw Harculo

Reales wil in Q4 van 2025 beginnen met het bouwrijp maken van het plangebied. De start van de bouw van de eerste woningen is gepland in Q1 2026, waarbij de gehele wijk gereed is medio 2029. Het project IJsselwerken is in dezelfde periode aan de dijk aan het werk. Reales en IJsselwerken zijn nog in gesprek om de uitvoering van deze werkzaamheden op elkaar af te stemmen.

12

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

3

Waterhuishoudkundige inrichting

Op basis van het geohydrologisch (model)onderzoek is het waterhuishoudkundig plan voor Nieuw Harculo ontworpen. De grondwaterstand reageert namelijk sterk op de waterstanden van de IJssel. In de toekomstige situatie is het van belang dat de bewoners geen wateroverlast ervaren en dat de vereiste drooglegging wordt gewaarborgd. De effecten van het waterhuishoudkundig plan zijn meegenomen in de stabiliteitsberekeningen voor stabiliteit en piping. De inhoud van dit hoofdstuk vormde voorheen een aparte memo die nu in deze rapportage is opgenomen. In dit hoofdstuk wordt een nadere onderbouwing gegeven op de waterhuishoudkundige systeemkeuzes. Het dient als achtergronddocument bij het Ruimtelijk OntwikkelPlan Nieuw Harculo. De systeemkeuzes gaan over de thema’s • • • •

Ontwatering Afwatering Waterberging Vuilwaterstructuur

3.1

Ontwatering

De optredende grondwaterstand in het plangebied bepaald de noodzaak van ophoging om voldoende ontwatering te halen. Te hanteren minimale ontwateringsnormen (landelijke richtlijn): • • • • •

Woonstraten Woningen met kruipruimte: Woning zonder kruipruimte: Tuinen en openbaar groen: Wadi’s

0,70 m - wegpeil 0,80 m - vloerpeil (WDOD en gemeentelijke norm) 0,50 m - vloerpeil 0,50 m - maaiveld 0,30 m - bodempeil wadi (Kennisbank Stedelijk water)

De grondwaterstanden in het plangebied worden gemonitord aan de hand van 4 peilbuizen. De monitoring is gestart op 17 oktober 2023. Voor een langere meetreeks (vanaf 2015) is gebruik gemaakt van de peilbuis van Waterschap Drents Overijsselse Delta, meetpunt 53-40.5C gesitueerd tegen de dijk ten noorden van de Noordhaven.

3.1.1

Huidige situatie

In het verleden toen de IJsselcentrale operationeel was werd het plangebied actief bemalen. De grondwateronttrekking verlaagde de grondwaterstand tot ongeveer 2,0m tot 2,5m-mv (ongeveer 0,5m-NAP tot 0,0m+NAP). Het grondwater werd via een afpompgemaal (capaciteit van 2250 m³/h) geloosd op de IJssel via de Noordhaven. Na de sloop (januari 2018) is de onttrekking stopgezet en is een natuurlijke grondwaterfluctuatie ontstaan. Deze fluctuatie wordt sterk beïnvloed door de waterstanden in de IJssel. Op basis van de 8-jarige meetreeks van meetpunt 53-40.5C piekt de grondwaterstand incidenteel (jan 2018, jan 2020, februari 2021, oktober 2021) boven de 2,0 m+NAP.

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

13 van 27

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Figuur 3-1Peilbuisdata meetpunt 53-40.5C

De peilbuizen geplaatst in het plangebied laten ook een sterke reactie zien van de hoge IJssel waterstanden eind 2023. De stijghoogte in de peilbuizen komen tot boven 2,5 m+NAP (maaiveldniveau). In deze periode is sprake van een neerslagrecord en heeft de IJssel een hoogste waterstand bereikt van 3,40 m+NAP1. Vanaf 9 januari zien we de grondwaterstanden uitzakken. Eind maart is bij alle peilbuizen een grondwaterstand van rond de 1,0 m+NAP gemeten.

1 Interpolatie van de waterstanden bij meetpunt Katerveer en Wijhe

14

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Figuur 3-2 Peilbuislocaties en meetdata in het plangebied

3.1.2

Toekomstige situatie

Voor de toekomstige situatie is het uitgangspunt om grondwaterneutraal te bouwen. Dit betekent dat er geen drainagemiddelen worden toegepast om aan de ontwateringsnormen te voldoen. De ontwateringsnorm worden gebaseerd op de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), dit betekent dat incidenteel hogere grondwaterstanden zijn toegestaan. Met dien verstande dat er geen risico ontstaat op waterschade. Voor het plangebied is geen GHG te berekenen vanwege het ontbreken van langdurige meetdata. Op basis van de langdurige meetreeks van het meetpunt 53-40.5C is een representatief gemiddeld hoogste grondwaterstand (RHG) aangenomen van 2,0 m+NAP. Gezien de metingen van de peilbuizen in het plangebied en het gegeven dat door klimaatverandering vaker sprake zal zijn van hoog water in combinatie met veel neerslag is de RHG verhoogd tot 2,20 m+NAP voor de omgeving langs de dijk. Naarmate de afstand tot de IJssel groter wordt is een RHG van 2,0 m+NAP aannemelijker (gebaseerd op peilbuis 1). In het plangebied is onderscheidt gemaakt in drie ontwateringsgebieden: • • •

Natuur woonblokken met een RHG van 2,20 m+NAP; Centrale woonblokken met een RHG van 2,00 m+NAP; Uitspanning met een RHG van 1,80 m+NAP.

Met de wetenschap dat incidenteel hogere grondwaterstanden kunnen voorkomen is in overleg met de gemeente Zwolle en het waterschap Drents Overijsselse Delta afgesproken dat de piek grondwaterstanden mogen worden afgetopt tot aan de vastgestelde RHG. Hiervoor wordt geen apart drainagesysteem aangelegd maar gebruik gemaakt van het toe te passen afwatering systeem (IT-riolering en wadi’s met onderliggende drainage). Aanvullend is de gevoeligheid van het IT / drainagesysteem bij hoog water in de IJssel geanalyseerd aan de hand van een hydrologisch model. Deze analyse heeft voor het westelijk plandeel geresulteerd in hogere weg- en vloerpeilen

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

15 van 27

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

dan de in eerste instantie benodigd vanuit de gestelde ontwateringsnormen bij de vastgestelde RHG’s. In paragraaf ‘Hydrologisch model’ is de gevoeligheidsanalyse nader toegelicht. Situatie Uitspanning Naast nieuwbouw is het plangebied voorzien van bestaande te behouden gebouwen. Op basis van een inmeting is het vloerpeil hier 2,65 m+NAP. Het omliggend verhard terrein ligt op circa 2,60 m +NAP. Navraag levert dat in de huidige situatie kelders deels gevuld raken met grondwater. Oorzaak is het wegvallen van de permanente grondwateronttrekking sinds 2018. Op basis van de peilbuisdata variëren de natuurlijke hoogste grondwaterstanden tussen de 2,0 en 2,5 m+NAP, welke alleen optreden op het moment van extreem hoog water in de IJssel. Door de nieuwe terreininrichting en het aan te brengen afwateringsysteem wordt de situatie beheerbaar en verbeterd. Een infiltratietransportriool (IT-riool) zorgt voor opvang van hemelwater en infiltratie naar de ondergrond bij lage grondwaterstanden. Bij hoog water van de IJssel worden de hoge grondwaterstanden door het IT-riool afgetopt op 1,80 m+NAP, dit is gelijk aan het maximaal waterpeil in de ontvangende watergang door de aanleg van een stuw. Het IT-riool met ontwateringsfunctie op 1,80 m+NAP levert een beheersbare situatie en tegelijkertijd een verbetering van de huidige situatie door het realiseren van voldoende ontwateringsdiepte.

Naast de aanleg van het IT-riool wordt een duiker die nu door het gebied loopt vervangen door open water. Deze waterpartij heeft aanvullend een positief effect op de ontwatering van het plangebied. Het aftoppen van het optredende hoge grondwater door het IT-riool wordt hier gezien als een incident in het geval bij (extreem) hoog water in de IJssel. Daarbij is het een sterke verbetering ten opzichte van de van oudsher aanwezige actieve bemaling voor de vroegere IJsselcentrale.

Figuur 3-3 bestaand te behouden gebouwen en terrein (De Uitspanning)

16

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

3.2

Afwatering

Regenwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden waar het valt om vervolgens te infiltreren in de bodem. Het vasthouden begint bij de daken op eigen terrein. Het infiltreren gebeurt via wadi’s, greppels en verlaagde bermen. Water blijft zoveel als mogelijk zichtbaar in de wijk, geïntegreerd met het openbaar groen. Dit vergroot het bewustzijn voor het goed omgaan met regenwater en zorgt tegelijkertijd voor een leefbare wijk. De waterveiligheid is gegarandeerd door een beperkte waterdiepte van 30 cm met een overloopmogelijkheid naar een Infiltratietransportriool (IT-riool). Het IT-riool zorgt voor berging en infiltratie. Tegelijkertijd zorgt het voor een veilige afvoer (transport) van regenwater op het moment dat het systeem gevuld raakt. Het voert dan af op een te verruimen watergang in het plangebied.

3.2.1

Particulier terrein

Regenwater op particulier terrein wordt vastgehouden op een zogenaamd blauw dak. Dit houdt 4 cm water vast en zal sterk vertraagd afvoeren. De bergingseis is 20 mm berging op eigen terrein. De gebouwen zijn deels voorzien van platte daken. In het ontwerp wordt rekening dat al het dakoppervlak afvoert op het blauwe daksysteem. 50% van het totaal dakoppervlak wordt voorzien van een blauw dak zodat 20 mm waterberging wordt gehaald. De regenpijp wordt aangesloten op een infiltratiekolk, gelegen op de perceelgrens. Vandaar kan het regenwater infiltreren in de ondergrond. Bij hevige buien kan overtollig regenwater via de infiltratiekolk overlopen naar het openbaar terrein en verder afvoeren naar het openbaar hemelwatersysteem.

Figuur 3-4 Principewerking blauw dak (www.rainproof.nl)

3.2.2

Openbare verharding - groen

De openbare verhardingen van de natuur woonblokken voeren zoveel als mogelijk af naar het nabijgelegen openbaar groen, ingericht als greppel of verlaagde berm of wadi in het klimaatpark. De openbare verhardingen van de centrale woonblokken zijn meer stedelijk ingericht. Regenwater wordt bovengronds afgevoerd waar het kan. De opvang vindt plaats in plantvakken met een waterbergingsfunctie (zie Figuur 3-5).

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

17 van 27

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Figuur 3-5 Principe plantvak met waterbergingsfunctie

Voor de inpassing van wadi’s wordt rekening gehouden met onderstaande minimale maatvoering: • • • • •

Helling: 1:3 Basisdiepte: 0,40 m (10 cm waking) Ontwatering van wadibodem: 0,30 m Pakketdikte 1,0 m: 0,20 m bomenzand 500 en 0,80 m aan drainzand De wadi voorzien van drainage t.b.v. een vlotte lediging (<48u) en voldoende ontwatering bij hoog grondwater.

3.2.3

Openbare verharding - Infiltratieriool

De invulling van het stedenbouwkundig plan maakt bovengrondse afvoer niet overal mogelijk. Onder de openbare weg komt om die reden een infiltratietransportriool te liggen. Dit riool heeft meerdere functies: • • • •

Waterberging en infiltratie Opvang overtollig water uit groenvoorzieningen en deels particulier terrein Ontwatering bij grondwaterstanden > RHG Veilig afvoer bij hevige of langdurige neerslag naar het oppervlaktewater.

Het IT-riool ligt vlak op 1,20 m dekking onder het wegniveau. De buis ligt delen van het jaar boven het grondwater en kan zodoende regenwater infiltreren. Interne overstortdrempels zorgen ervoor dat de buisinhoud gevuld raakt om te infiltreren. De interne overstortdrempels liggen hiervoor minimaal op boven bovenkant buis. Het maximaal drempelniveau is gelijk aan de vastgestelde representatief hoogste grondwaterstand zodat bij dreiging van hoog grondwater het IT-riool het grondwater gaat afvoeren. De overstorten en de buisdiameters worden tegelijkertijd hydraulische gedimensioneerd op het kunnen verwerken van de ontwerpbui 10 zonder dat water op straat ontstaat vanuit de kolken. Het IT-riool wordt omhuld met minimaal 30 cm aan drainzand en ligt in een rioolsleuf met zand voor zandbed. De huidige bodemeigenschappen 2 bepalen de mate van infiltratie vanuit de rioolsleuf. Eind maart zijn door Arcadis infiltratiemetingen uitgevoerd. De resultaten leveren in het algemeen een goede doorlatendheid, alleen de

2 De bovenlaag bestaat tot circa 2,0m-mv uit lichte tot zware zavel. Vanaf 2,0 m tot circa 4,0 m-mv is sprake van kleiig zand tot zeer lichte zavel.

18

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

meting nabij peilbuis 01 geeft een significant lagere K-waarde, zie Tabel 3-1. Het advies is om bij de nadere uitwerking de huidige bodemopbouw gedetailleerd in kaart te brengen zodat duidelijk is of en waar grondverbetering gewenst is. Dit kan zijn om de storende lagen te doorbreken voor een verbeterde infiltratie, dan wel het opruimen van puinresten die op verschillende locaties zijn aangetroffen bij het boren in het plangebied vanaf een 0,5 m diepte. Tabel 3-1 Resultaten Infiltratiemeting

Boorlocatie

Diepte in m

Bodemkenmerken

K-waarde

Nabij peilbuis 01

0,5 - 1,0

Matig fijn zand, zwak siltig

0.22

Nabij peilbuis 01

1,0 - 1,8

Zand matig grof, zwak kleihoudend

0.37

Nabij peilbuis 02

0,5 - 1,0

Zand matig fijn, zwak siltig

0.41

Nabij peilbuis 03

0,5 - 1,0

Zand matig grof, zwak grindig

8.64

Nabij peilbuis 03

1,0 - 1,5

Zand matig grof, zwak grindig, sporen van klei

4.63

Nabij peilbuis 04

0,5 - 1,0

Zand matig grof, zwak grindig, sporen van klei

1.56

Nabij peilbuis 04

1,0 - 1,5

Zand matig fijn, zwak siltig

1.25

Figuur 3-6 Principe ontwerp IT-riool en Wadi (natuur woonblokken)

3.2.4

Hydrologisch model

In overleg met het waterschap is er een hydrologisch model opgesteld met de ontworpen IT-riolering en drainage onder de wadi’s. Het doel van de memo is het bieden van zekerheid over de grondwaterbeheersing bij hoog water in de naastgelegen IJssel. In het model zijn de optredende grondwaterstanden berekend bij verschillende waterpeilen van de IJssel in combinatie met neerslagsituaties. De extreemste variant is een T=100 IJsselpeil (4,17 m+NAP) met een neerslagintensiteit van 5 mm /dag. Dit levert grondwaterstanden van 2,9 tot 3,25 m+NAP direct langs het dijklichaam. Naar mate de afstand van de dijk groter wordt nemen de grondwaterstanden al snel verder af.

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

19 van 27

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Met de verkregen berekeningsresultaten is het westelijk plan deel verder opgehoogd om ook bij een calamiteit van langdurig hoog water en veelvuldig neerslag voldoende droge voeten te houden en schade te voorkomen. De dijkwoningen hebben een vloerpeil van +3,60 m NAP en de wegen zijn er op +3,40 m NAP aangelegd. De woningen verder van de dijk af krijgen een vloerpeil van +3,40 m NAP en een wegpeil van +3,20 m NAP. Voor de verdere onderbouwing op het model en de resultaten wordt verwezen naar de memo van Arcadis met onderwerp ‘Drainage- en opbollingsberekening Nieuw Harculo’ van 28 mei 2025, welke als Bijlage B is toegevoegd.

3.2.5

Wegprofiel

Voor de weginrichting mag het hoogteverloop geen plasvorming op verhard oppervlak veroorzaken en dient hemelwater van de woonblokken af te stromen. Hiervoor worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. Het (dwars) afschot van openbaar terrein: • •

voor wegen, fietspaden en trottoirs voor wegbermen

2 cm/m¹ 5 cm/m¹

Voor het bepalen van het vloerpeil dienen de volgende uitgangspunten te worden gehanteerd: • vloerpeil dient minimaal 15 cm boven ashoogte van de weg, voorkeur voor 20 á 30 cm; • afschot vanaf perceelsgrens tot aan de gevel minimaal 2 cm/m¹ en maximaal 8 cm/m1; • de drempelhoogte van de toegangsdeur mag niet hoger zijn dan 2 cm. Voor wegen met bovengrondse afwatering: • minimaal goot (lengte)verhang: • maximale gootlengte: • geen lijngootconstructies toepassen

3.3

1:250 (4‰) 70 m

Waterberging

De planontwikkeling mag niet tot verslechtering leiden van het huidig watersysteem functioneren. Een versnelde afvoer door een toename aan verhardingen naar het oppervlaktewatersysteem is niet toegestaan. In het plangebied wordt daarom water vastgehouden en verwerkt in de bodem door de toepassing van waterbergingsvoorzieningen in het groen en infiltratieriolen. Het tekort aan waterberging in de bergingsinfiltratievoorzieningen wordt gevonden in het oppervlaktewater. Een bestaande sloot wordt hiervoor verruimd en duikers worden zoveel als mogelijk opgeheven.

3.3.1

Wateropgave

Het plangebied dient extreme buien zonder waterschade of wateroverlast te kunnen verwerken. Hierbij gelden de volgende normen: • •

T=100 (piek): hierbij dient 80mm neerslag binnen één uur geborgen te worden; T=250 kort: 90mm neerslag in één uur: hemelwater mag niet leiden tot schade of wateroverlast bij woningen en/of bedrijven in of rondom het plangebied.

De bergingsnorm geldt voor de nieuwe verharding (openbaar en particulier) die ontstaat door de planontwikkeling. In tabel 1 zijn de verhardingshoeveelheden samengevat weergegeven en vertaald naar een te bergen volume. In Figuur 3-7 zijn de deelgebieden waarover de verhardingshoeveelheden zijn bepaald weergegeven. In Bijlage A zijn de verhardingshoeveelheden uitgesplitst weergegeven.

Gehanteerde uitgangspunten bij de berekening van de wateropgave:

20

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

• • • • • •

Halfverhardingen zijn als 100% (openbare) verharding meegenomen De (openbare) verharding gaat om rijbaan, parkeren, voet en fietspaden Bouwblok B1 en B6 (zie Figuur 3-7 ) zijn voorzien van een parkeergarage (donkergroen vlak). Het parkeerdek wordt als daktuin ingericht en is zelfvoorzienend in het realiseren van 80 mm berging. Het parkeerdek is daarom niet meegenomen in Tabel 3-2. De padenstructuur in het park is niet meegenomen in het bepalen van de wateropgave, hemelwater van de paden zal in de praktijk afstromen naar het omliggend lager gelegen groen om vervolgens te infiltreren. Het belast geen hemelwatersysteem en zorgt niet voor een versnelde afvoer naar het oppervlaktewater bij hevige neerslag. Voor de uitspanning (bouwblok B10) is sprake van een toename aan terreinverharding. Welke is meegenomen in de bergingsberekening, de gebouwen hebben al een directe afvoer op het oppervlaktewatersysteem. Voor de Entree (bouwblok B11 en G8c) is sprake van een te slopen en nieuw te plaatsen gebouw de terreinverharding neemt daarbij af. De toename aan bebouwd oppervlak is meegenomen in de bergingsopgave

Tabel 3-2 Verhardingshoeveelheden vertaald naar een wateropgave

Deelgebied

(Openbare) verharding in m2

Woonblokken (dak) in m2

Wateropgave in m3 (80mm)

10.697

12.153

1.828

3245

0

0

Centrale woonblokken

16.894

8.628

2.042

Uitspanning (toename)

1.238

494

139

Entree (toename)

1.118

170

103

Totaal wateropgave in m3

4.111

Natuur woonblokken Klimaatpark

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

21 van 27

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Centrale woonblokken

Entree

Natuur woonblokken

Figuur 3-7 Ligging deelgebieden

22

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

3.3.2

Beschikbare waterberging

De beschikbare berging is in Tabel 3-3 uiteengezet onderverdeeld in berging op eigen terrein, in het groen en het ITriool. Gehanteerde uitgangspunten bij de berekening van de wateropgave: • • •

Nieuwe dakoppervlakken worden voor 50% voorzien van een blauw dak met 4 cm waterberging. Daken van bestaande gebouwen (Uitspanning) worden niet voorzien van een blauw dak. De berging in het groen zijn bodemoppervlakken waar 30 cm waterschijf kan worden gecreëerd. De inhoud van taluds en de aanvoer via verlaagde bermen of greppels is niet meegenomen. De inhoud van het IT-riool is gebaseerd op een diameter 400mm en 50 cm putinhoud rond 800mm.

Tabel 3-3 Minimaal beschikbare berging in berging- en infiltratievoorzieningen

Deelgebied

Blauw dak (20 mm) in m3

Opvang in het groen in m3

IT-riolering in m3

Totaal in m3

243

-

75

318

-

607

-

607

173

58

75

306

Uitspanning

‘-

151

25

285

Entree

10

-

-

10

Totalen

426

815

175

1417

Natuur woonblokken Klimaatpark Centrale woonblokken

Het totaal bergend volume in de berging- en infiltratievoorzieningen is onvoldoende. In overleg met het waterschap en de gemeente is overeenstemming over het benutten van de huidige watergang in het plangebied voor waterberging. De watergang dient het tekort van 2.694 m3 (4.111 – 1.417 m3) aan benodigd volume op te vangen door verruiming en het plaatsen van een stuw.

3.3.3

Ontwerp oppervlaktewaterberging

De huidige watergang in het plangebied staat in vrije verbinding met de primaire watergang van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De watergang is via een duiker 1000 mm met een afsluiter (spindelschuif) verbonden met een Kolk. De Kolk staat via twee duikers weer in verbinding met de primaire watergang. De primaire watergang heeft een zomer- en winterpeil van respectievelijk 0,85m+NAP en 0,75m+NAP. De watergang in het plangebied heeft op dit moment geen leggerstatus, net als de Kolk en nabijgelegen greppels (zie Figuur 3-8).

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

23 van 27

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Figuur 3-8: Legger oppervlaktewater, WDOD, 2021 Oranje gestippeld zijn sloten zonder legger status, rood zijn duikers.

In de toekomstige situatie wordt de watergang verruimd en worden duikers verwijderd. Een stuw in de watergang met toegestane vertraagde afvoerconstructie zorgt ervoor dat bij regen het waterpeil stijgt en kan uitzakken na afloop van een bui naar het normaal waterpeil. Het type stuw 3 met vertraagde afvoerconstructie zal in de nadere uitwerkingsfase worden besproken en worden gedetailleerd. De toegestane afvoer is op basis van het bruto plangebied van 14,5 ha en afvoernorm van 1,6 l/sec/ha bepaald op 23,2 l/sec (83 m3/u). Door de stuw ontstaat een bergingscapaciteit die in de huidige situatie niet is voorzien. In Figuur 3-9 is de huidige watergang weergegeven en afgezet tegen de te verruimen watergang in Figuur 3-10. Het basisvolume van de watergang neemt toe met 657 m3. De beschikbare berging boven het rust waterpeil is berekend op 3.053 m 3 bij een maximaal waterpeil van 1,80 m + NAP (Figuur 3-11). Dit is ruimschoots meer dan de benodigde 2.694 m3 waardoor geconcludeerd wordt dat er voldoende berging wordt gerealiseerd. Het watervolume van 3.053 m 3 is bij een

3 Vaste V-stuw of stuw met doorlaat of een automatisch debiet regulerende stuw.

24

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

toegestane afvoer van 83 m3/u na 37 uur afgevoerd. Dit betekent dat het maximaal optredend waterpeil relatief snel weer uitzakt waardoor het grondwaterniveau niet de tijd heeft om significant te stijgen.

Figuur 3-9 Huidige situatie watergang met basisvolume tot 0,80 m +NAP

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

25 van 27

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Figuur 3-10 Toekomstige situatie verruimde watergang met basisvolume tot 0,80 m + NAP

26

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Figuur 3-11 Toekomstige situatie watervolume tot 1,80 m + NAP

3.3.4

Stresstest T=250

De te realiseren berging door toename aan verharding voldoet aan de normen van het waterschap Drents Overijsselse Delta en de gemeente Zwolle. Het systeem is door zijn overloopmogelijkheden (cascade systeem) waterveilig bij hevige neerslag (stresstest T=250). Dat wil zeggen dat er altijd een overloopmogelijkheid is naar benedenstrooms op het moment dat de bergingsvoorzieningen vol raken. Het maximaal waterpeil in de voorzieningen is daarbij ruimschoots lager (50 cm - 120 cm) dan de vloerpeilen van de nieuwbouw. Tegelijkertijd staan de woningen hoog en droog ten opzichte van de openbare weg (15 cm boven wegpeil).

3.3.5

Beheer en onderhoud

De nieuwe watergang is ingericht volgens de ontwerpmaatstaven van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Het gaat uit van éénzijdig onderhoudspad van 5,0 m obstakelvrij. Dit onderhoudspad ligt op 1,50 m+NAP en heeft een drooglegging van 70 cm t.o.v. gemiddeld rustwaterpeil van 0,80 m NAP. In een nader overleg moet worden besloten wie de watergang in beheer en onderhoud krijgt. Op basis van het afstroomgebied (14,5 ha) is de toegestane afvoer < 25 l/sec (14,5 ha * 1,6 l/sec/ha). Watergangen waarvan de afvoernorm lager is dan 25 l/sec krijgen formeel gezien geen A-status. Waarmee de watergang niet onder het beheer en onderhoud van het waterschap valt. In overleg met de gemeente kan hier alsnog van worden afgeweken.

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

27 van 27

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

3.4

Vuilwaterstructuur

Het rioleringssysteem van de voormalige IJsselcentrale liep rond het hele terrein (zie gele markering in Figuur 3-12). Het systeem werkt(e) onder druk met meerdere pompstations en looste voorheen op het rioolgemaal van GDF SUEZ aan de Professor Feldmannweg (zie A in Figuur 3-12). De bestaande woonhuizen aan de Professor Feldmanweg voeren via een vrij verval riool af naar een eigen pompunit (zie D in Figuur 3-12). Deze pomp prikt in op de persleiding met afvoer naar rioolgemaal van GDF SUEZ. Op dit moment zijn een tweetal pompunits bij de Uitspanning nog in gebruik. Deze units voeren via de zuidelijke persleiding, parallel aan de watergang, af naar het rioolgemaal van GDF SUEZ.

A D

Figuur 3-12: Rioleringssysteem van de voormalige IJsselcentrale in 1996. Bron: ENGIE

3.4.1

Toekomstige situatie

Alle nieuw te bouwen woonblokken worden op een vuilwaterriool aangesloten. De riolering wordt in openbaar terrein aangelegd en is vrij toegankelijk voor inspectie en onderhoud. De gemeente Zwolle wordt beheerder van dit openbaar rioolstelsel. Het vuilwaterriool voert onder vrij verval af naar een nieuw te realiseren vuilwatergemaal. De locatie van dit gemaal wordt zodanig gekozen dat het vrij verval riool en daarmee de gemaalkelder niet onnodig diep komt te liggen. Ontwerpuitgangspunten: • • • • • • • • •

Inspectieputten h.o.h. maximaal 80 m; Minimale gronddekking hoofdriool is 1,20 m; Minimale diameter 250 mm PVC; Het verhang/afschot hoofdriool dient te liggen tussen de 1:200 en 1:300; Minimale onderlinge afstand van kruisende rioolbuizen is 200 mm; Het rioolstelsel dient minimaal 24 uur het afvalwater te kunnen bergen, zonder overlast in de woningen: Afvalwaterprognose: 10 l/u per inw (2,5 i.e.) Gemaalontwerp volgens het ‘Basis PVE gemalen’ van de gemeente Zwolle. Om het rioolgemaal goed te kunnen bereikbaar voor onderhoudswerkzaamheden dient er een zwaar voertuig (kolkenzuiger) achterwaarts naar de pompput toe te kunnen rijden.

Het nieuwe gemaal voert via een (nieuwe) persleiding in de berm van de Professor Feldmannweg af richting het bestaand openbaar rioolstelsel in de IJsselcentraleweg ten oosten van de spoorlijn. In Figuur 3-13 is het tracé met een

28

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

gestuurde boring en inprik op het bestaand riool aangegeven. Het huidige rioolgemaal (A in Figuur 3-12) aan de Professor Feldmannweg komt te vervallen. De pompunit van de bestaande woningen aan de Professor Feldmannweg moet vooralsnog blijven afvoeren en zal daarvoor worden overgezet op de nieuwe persleiding.

Figuur 3-13 Tracé persleiding met inprikpunt

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

29 van 27

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

4

Uitgangspunten geotechnische berekeningen waterveiligheid

In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten beschreven die nodig zijn om geotechnische berekeningen op te stellen ten behoeve van het leggerprofiel en PVVR. Deze uitgangspunten zijn bepaald op basis van de documenten bij paragraaf 1.5 die beschikbaar zijn gesteld vanuit WDOD. Dit zijn documenten die horen bij het ontwerp van de dijkverbetering van de IJsselwerken.

4.1

Normering

Dijktraject 53-2 heeft een omgevingswaarde van 1/3.000 per jaar en een signaleringsparameter van 1/10.000 per jaar en heeft een lengte van 28,8 km. Bij het dijkontwerp van IJsselwerken is rekening gehouden met een hydraulisch belastingniveau (HBN) met een overslagdebiet van 10 l/s/m. De kering bij het plangebied voldoet ruim aan deze hoogte. Voor het leggerprofiel en PVVR wordt uitgegaan van een ontwerpperiode van 100 jaar, waarbij 2125 het zichtjaar is.

4.2

Geomorfologie

Het landschap rondom Zwolle is gevormd door een combinatie van glaciale, fluviatiele en eolische processen, die samen hebben bijgedragen aan het unieke karakter van de regio. De vorming van dit landschap begon in de voorlaatste ijstijd, het Saalien (circa 200.000 - 125.000 jaar geleden). Tijdens deze periode rukte het landijs op en werd het gebied beïnvloed door grote ijstongen die vanuit het noorden naar het zuiden bewogen. Eén van deze ijstongen baande zich een weg door het huidige IJsseldal. Door de stuwende werking van het ijs ontstonden de stuwwallen van onder andere de Sallandse Heuvelrug en het Veluwemassief, terwijl het oerdal van de IJssel werd gevormd. Tegelijkertijd voerden smeltwaterstromen sedimenten aan, waardoor het dal zich geleidelijk opvulde. Na het Saalien volgde een warmere periode, maar tijdens de daaropvolgende ijstijd, het Weichselien (circa 70.000 10.000 jaar geleden), veranderde het klimaat opnieuw ingrijpend. Hoewel het landijs Nederland niet bereikte, heerste er een zeer koud klimaat. Door de lage temperaturen en het gebrek aan begroeiing had de wind vrij spel, wat leidde tot de afzetting van grote hoeveelheden zand. Dit zand vormde zogenaamde dekzanden, die zich als vlakke, lage ruggen en koppen manifesteerden.

Een voorbeeld van zo’n dekzandgebied is het gebied langs de IJssel tussen Windesheim en Spoolde, met als markant punt de dekzandkop Bikkenrade, die iets hoger ligt dan haar omgeving. Tegelijkertijd werd in het drooggevallen IJsseldal zand door de wind verplaatst, wat leidde tot de vorming van rivierduinen. Op deze hoger gelegen duinen zijn later nederzettingen ontstaan. Met het einde van de ijstijd en de overgang naar het Holoceen (circa 10.000 jaar geleden) steeg de temperatuur, waardoor het landschap opnieuw drastisch veranderde. Er kwam weer een verbinding tussen de Rijn en de IJssel tot stand, waardoor de IJssel uitgroeide tot een grote, meanderende rivier. De overstromingen van de IJssel zorgden voor een dynamisch landschap waarin sedimentatieprocessen een belangrijke rol speelden. Langs de rivier werden lage zanderige ruggen gevormd, de zogenaamde oeverwallen. Een voorbeeld hiervan is de Sallandse oeverwal, die zich uitstrekt van de Olster Enk in het zuiden tot aan Herkulo. Deze oeverwal is 500-1000 meter breed en steekt op sommige plekken één tot anderhalve meter boven het zomerpeil van de IJssel uit. Buiten de oeverwallen ontstonden lagergelegen komgronden, veengebieden en vruchtbare kleigronden. De projectlocatie ligt op een oeverwal in de buitenbocht van de IJssel. Hierdoor bestaat de deklaag voornamelijk uit zand.

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

31 van 49

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Figuur 4-1: Geomorfologische kaart

De primaire kering bij het projectgebied is rond 1956 aangelegd om de IJsselcentrale te beschermen tegen overstromingen. Tot die tijd kon de IJssel vrij door de Herkulosche buitenlanden stromen, waardoor natuurlijke processen zoals sedimentatie en erosie plaatsvonden. Dit heeft geleid tot de afzetting van verschillende bodemlagen. Aan de noordzijde van het projectgebied en in de zuidwesthoek van het perceel bevonden zich vroeger grienden: laaggelegen, natte gebieden langs rivieren waar wilgen werden aangeplant voor economische doeleinden, zoals de productie van wilgentenen. De kans dat op deze locatie meer klei aanwezig is, is aanzienlijk. Dit is terug te zien in het grondonderzoek wat voor KRW in het voorland is uitgevoerd, maar ook in de maaiveldhoogtes vanuit het AHN. Het gebied buiten de grienden is zandig.

32

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Figuur 4-2: Historische topografische kaart 1956

4.3

Geohydrologie

Voor Nieuw Harculo zijn twee geohydrologische onderzoeken beschikbaar, welke van belang zijn voor de faalmechanismes macrostabiliteit en piping. In het kader van het opstellen van het waterhuishoudkundig plan is een geohydrologisch (model)onderzoek uitgevoerd. Uit eerdere analyses bleek dat het grondwater in het plangebied sterk reageert op de waterstanden van de IJssel. Om te zorgen voor een goed functionerend waterhuishoudkundig systeem, waarbij de vereiste ontwateringsdieptes voor woningbouw worden gegarandeerd, heeft Arcadis dit onderzoek uitgevoerd. De belangrijkste uitgangspunten en resultaten van dit onderzoek zijn beschreven in paragraaf 4.3.1. Daarnaast is voor het project IJsselwerken een ander geohydrologisch model ontwikkeld. Dit model richt zich op het gehele dijktraject en heeft een grovere schaal. De uitgangspunten van dit dijktraject zijn opgenomen in paragraaf 4.3.2.

4.3.1

Geohydrologisch model waterhuishoudkundig plan

Voor de inrichting van Nieuw Harculo zijn modelberekeningen uitgevoerd met MODFLOW6. De schematisatie van de ondergrond van het model is gebaseerd op boringen en sonderingen in en rondom het plangebied, en het landelijke hydrogeologisch model REGIS II (v2.2.2). De geohydrologische interpretatie en laagindeling van dit model is samengevat in Tabel 4-1.

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

33 van 49

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Tabel 4-1: Bodemopbouw en geohydrologische interpretatie ter plaatse van het plangebied Laag

Top (m NAP)

Basis (m NAP)

Formatie

Lithologie

Type*

KH (m/d)

KV (m/d)

1

2

-0,8

Holoceen

fijn tot matig grof zand, klei

DKL

2,5

0,5

2

-0,8

-1,8

Boxtel

fijn zand

WVL

7

0,7

3

-1,8

-11

Kreftenheye

grof zand, grindig

WVL

60

6

4

-11

-11,5

Kreftenheye

klei (Zutphen)

SDL

0,4

0,04

5

-11

-35

Kreftenheye

grof zand, grindig

WVL

60

6

6

-35

-50

Kreftenheye

Klei (Twello)

SDL

0,004

0,0004

7 (12)

-50

-79

Gestuwd

fijn zand, kleilagen

CX

30

6

8 (13)

-79

-79,5

Peize & Waalre

grof zand, grindig

CX

60

6

9 (14)

-79,5

-101

Peize

fijn zand, kleilagen

WVL

6,5

0,04

10 (15)

-101

-108

Peize & Waalre

grof zand, grindig

WVL

22

2,2

11 (16)

-108

-109

Maassluis

fijn zand

WVL

11

1,1

Maassluis

klei

GHB

0,004

* Geohydrologische interpretatie: DKL = deklaag, CX = complexe eenheid, WVL = watervoerende laag, SDL = scheidende laag, GHB = geohydrologische basis van het model De samenstelling en doorlatendheid van de Holocene deklaag is onderzocht aan de hand van boringen (Figuur 2). Hierbij gaat het zowel om openbaar beschikbare boringen in en nabij het plangebied (BROloket: B27E0147, B27E0148, B27E0149, B27E204, B27E0071) en boringen en sonderingen die zijn uitgevoerd in het kader van het project. Uit de boor- en sondeergegevens volgt dat binnendijks geen doorlopende kleilaag aanwezig is in de deklaag (tot ca. 3 m – mv) en dat de deklaag bestaat uit zeer fijn tot matig grof zand met lokaal zandige klei. Deze bodemopbouw is ook bevestigd door het grondonderzoek dat eind 2024 is uitgevoerd in opdracht van Reales. In relatie tot waterveiligheid zijn de eerste zes lagen vanuit Tabel 4-1 van belang qua dikte van het watervoerend pakket en bijbehorende doorlatendheden. De waterscheidende laag tussen NAP-11 m en NAP -11,5 m, de formatie van Zutphen, heeft een beperkte dikte en is lokaal aanwezig. Deze is niet meegenomen in de pipingberekening.

34

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Figuur 4-3: Boringen/peilbuizen in het plangebied (gestippeld: zand, gestreept: klei).

De doorlatendheid van de deklaag is bepaald op basis van infiltratiemetingen, die zijn uitgevoerd nabij boorlocaties 1 t/m 4 (Figuur 2). Uit deze infiltratiemetingen volgt een verticale doorlatendheid van 0,2 tot 8,6 m/d. Op basis van het gemiddelde van alle uitgevoerde infiltratiemetingen is de horizontale doorlatendheid van de deklaag geschat op 2,5 m/d en de verticale doorlatendheid op 0,5 m/d. Voor meer informatie over de uitgevoerde infiltratiemeting verwijzen we naar het rapport ‘Ontwerptoelichting Waterhuishouding Nieuw Harculo, d.d. 13 mei 2024’. Tabel 4-2: Doorlatendheid deklaag op basis van infiltratiemetingen

Nabij peilbuis

Diepte [m-mv]

Bodemkenmerken

k-waarde [m/d]

1

0,5-1,0

Matig fijn zand, zwak siltig

0,22

1

1,0-1,8

Zand matig grof, zwak kleihoudend

0,37

2

0,5-1,0

Zand matig fijn, zwak siltig

0,41

3

0,5-1,0

Zand matig grof, zwak grindig

8,64

3

1,0-1,5

Zand matig grof, zwak grindig, sporen van klei

4,63

4

0,5-1,0

Zand matig grof, zwak grindig, sporen van klei

1,56

4

1,0-1,5

Zand matig fijn, zwak siltig

1,25

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

35 van 49

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Figuur 4-4: Gemeten grondwaterstanden (in cm t.o.v. NAP) in Peilbuis 01 t/m 04 en de gemeten waterstand van de IJssel ter hoogte van gemaal Harculo over de periode oktober 2023 t/m september 2024.

De maximale waterstand was NAP+3,42m op 27-12-23 en 28-12-23. Eind december was sprake van een verhoogde waterstand op de rivieren. De afvoer vanuit Duitsland was hoog en viel samen met een hoog waterpeil op het IJsselmeer. Er was sprake van een vijfjaarlijks hoogwater. De peilbuismetingen en de rivierwaterstand ter plaatse van het plangebied is weergegeven in Figuur 4-4. Uit de peilbuismetingen blijkt dat binnen het plangebied een duidelijke respons zichtbaar is op de IJssel. Er zijn geen zandmeevoerende wellen geconstateerd. Het binnendijkse terrein heeft geen doorlopende kleilaag en is zandig. Zonder maatregelen zoals een goede afwatering en ophoging van het terrein, ontstaat tijdens hoogwater wateroverlast. In Figuur 4-5 is het natte maaiveld binnen het plangebied zichtbaar tijdens het hoogwater van 2023. In het verleden, toen het terrein eigendom was van ENGIE, was op deze locatie een bronbemalingssysteem aanwezig die het grondwaterpeil kon reguleren. In de toekomstige situatie wordt een IT-drainage aangelegd om te zorgen voor droge voeten.

36

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Figuur 4-5: Hoogwater december 2023

4.3.2

Geohydrologisch model IJsselwerken

Voor dijkversterkingsproject IJsselwerken is ook een geohydrologisch model opgezet. De berekeningen van het stijghoogtemodel zijn ook uitgevoerd met MODFLOW6. Voor het bepalen van de geohydrologische uitgangspunten is het traject opgedeeld in drie secties waarvoor karakteristieke waarden zijn bepaald. Deze secties hebben ongeveer een lengte van 10 kilometer. Parameter

Waarde

Opmerking

Doorlatendheid watervoerend 73,11m/d pakket kh

Is een gewogen gemiddelde van de formatie van Boxtel en Kreftenheye. Waarbij 1m formatie van Boxtel en 30 m Kreftenheye.

Korreldiameter D70

0,254 µm

Bepaald voor sectie 3.

ysat Echteld klei

16,2 kN/m3

Op basis van de proevenverzameling

Dikte wvp veilige waarde op basis van REGIS (Kreftenheye)

Dikte = 30 m k = 75 m/d

Bepaald op basis van informatie uit VNK, REGIS en pompproeven behorende bij de geohydrologische beschrijving van Gelderland van TNO uit 1984.

Dikte formatie van Boxtel op basis van REGIS

Dikte = 1 m k = 18,3 m/d

De doorlatendheden van de formatie van Boxtel zijn bepaald op basis van correlaties met de d10 vanuit het beschikbare grondonderzoek.

Polderpeil

NAP-0,4m

Uit een meetreeks van 1 jaar blijkt dat de grondwaterstand structureel hoger is dan het polderpeil.

Deklaagdikte teen

Variabel

De dikte van de deklaag ter plaatse van de teen is in de stijghoogte en pipingberekeningen voornamelijk bepaald op basis van de boringen en sonderingen ter plaatse van de kruin.

Binnen het plangebied zijn geen onderzoekspunten aanwezig op basis waarvan de geohydrologische uitgangspunten zijn bepaald. De onderzoekspunten ter plaatse van 39.85 ligt het dichtst bij het plangebied.

Onze referentie: 5DYPZFHQQ2R3-373810282-3748:2.0 - Datum: 12 maart 2026 - Internal

37 van 49

WATERVEILIGHEID EN WATERHUISHOUDKUNDIG PLAN NIEUW HARCULO

Boring

Diepte van [m NAP]

Diepte tot [m NAP]

Omschrijving NEN 5104

B53Y39.85E

-0,47

-0,87

Zand, matig grof, zwak siltig

B53Y39.85E

-0,87

-1,27

Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig

Formatie D70

D70 >63um

k [m/d]

0,34

0,374

8,48

0,327 0,352

4,32

Boxtel

De waarden die zijn bepaald voor het geohydrologisch model van IJsselwerken zijn conservatief ten opzichte van de waarden uit het geohydrologisch model van Nieuw Harculo. Dit is onder andere te verklaren door de grootte van de beide projecten. Voor Nieuw Harculo zijn de gegevens locatiespecifiek terwijl voor de IJsselwerken karakteristieke waarden zijn bepaald voor grotere gebieden. In de berekeningen wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de uitgangspunten vanuit IJsselwerken aangezien deze conservatief zijn.

4.4

Bodemopbouw

Voor de schematisatie van de bodemopbouw zijn de volgende bronnen gebruikt: • • • •

Boringen en sonderingen vanuit IJsselwerken Geotechnisch lengteprofiel IJsselwerken Boringen Reales (2024) DINOloket

4.4.1

Opbouw kering

Vanuit IJsselwerken zijn diverse boringen en sonderingen ter plaatse van de kering aanwezig. Op 14 locaties zijn boringen en sonderingen uitgevoerd, waarbij op 4 locaties raaien zijn geplaatst. Uit dit onderzoek blijkt dat de kering bestaat uit een zandkern met een kleibekleding van circa 0,6 m dikte. De kering rondom het projectgebied is relatief nieuw. Deze is in de jaren ‘50 gerealiseerd om de IJsselcentrale te beschermen tegen overstromingen. Zowel binnenals buitendijks ligt het maaiveld op NAP+2,9m. Uit de sonderingen blijkt dat tussen NAP+1m en NAP-1,0m een kleilaag aanwezig is. Deze hoogte wisselt binnen het gebied. Binnen de berekeningen wordt deze laag tussen NAP+0,5m en NAP-0,5m geschematiseerd, zoals deze ook ter plaatse van het berekende profiel aanwezig is. In Figuur 4-6 is het geotechnisch lengteprofiel ter plaatse van de kruin weergegeven. Tabel 4-3: Bodemopbouw op basis van grondonderzoek bij dp 39.6

Laag

Bovenkant laag (m NAP)

Onderkant laag (m NAP)

Antropogeen – klei

6,4

5,8

Antropogeen – zand

5,8

2,9

Boxtel - zand

2,9

0,5

Echteld – klei

0,5

-0,5

Boxtel – zand

-0,5

-1,8

Kreftenheye – zand

-1,8

-35

*Voor de pipingberekeningen is per doorsnede de onderzijde van de deklaag bepaald op basis van de dichtstbijzijnde sondering of boring.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=a6a6bcd5-b42c-485b-9b7f-56fc3f0d355f