TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22i Harculo_Bijlagen bij de motivering_Bijlage 30 Memo stikstofdepositie
Tekst van het document
De aankoop en vervolgens de beëindiging van deze agrarische activiteiten om in te zetten als natuurherstelmaatregel voor deze Natura 2000-gebieden (per Natura 2000-gebied moet de additionaliteitstoets worden doorlopen) is niet aan de orde en is naar zijn aard ook niet geschikt en mogelijk, uitsluitend al vanwege de zeer hoge kosten gerelateerd aan de beëindiging 13 ha agrarische gronden in combinatie met de relatief zeer beperkte stikstofwinst (voor deze Natura 2000-gebieden slechts maximaal 0,03 mol N/jaar). Een dermate geringe depositievermindering in combinatie met het kostenaspect, maakt dat de deze salderingsmaatregelen voor de Natura 2000 Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht, Vecht- en Beneden_Reggegebied, De Wieden, Boetelerveld, Sallandse Heuvelrug en Olde Maten & Veerslootslanden naar zijn aard al niet geschikt is om in te zetten als natuur(herstel)maatregel. Daarbij zij ook opgemerkt dat deze zeer geringe stikstofwinst ook vanuit een ecologische beoordeling onvoldoende is om als natuur(herstel)maatregel te bestempelen. Daarbij zij gewezen op de analyse van Kleijberg Ecologie van 6 februari 2026, opgenomen in bijlage 1 bij dit stikstofonderzoek. De daarin vervatte (algemene) redeneerlijnen voor Veluwe, zijn eveneens van toepassing op de veel kleinere berekende bijdragen voor deze Natura 2000gebieden.
Uit dat memo volgt dat de beperkte extra stikstofdaling niet zal leiden tot veranderingen in de vegetatiesamenstelling, groeisnelheid of onderlinge concurrentieverhoudingen tussen plantensoorten van de betreffende habitats. Evenmin leidt deze zeer geringe extra stikstofdepositiedaling tot een vermindering van de beheeropgave of een vermindering van het uitvoeren van herstelmaatregelen. De berekende stikstofdepositie afkomstig van het bemesten op deze Natura 2000-gebieden is ook te gering om enig effect te hebben op de overbelaste stikstofgevoelige habitats, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor deze Natura 2000-gebieden. Daarbij zij erop gewezen dat dus ook vanuit uitsluitend een ecologische analyse de beëindiging van het agrarisch grondgebruik op deze concrete percelen die onderdeel uitmaken van Nieuw Harculo niet een maatregel betreft die naar zijn aard geschikt is om in te zetten als natuur(herstel)maatregel. De depositiedaling die daarmee gerealiseerd kan worden is zeer gering en levert daarbij geen (relevante) bijdrage aan de benodigde daling van de achtergronddepositie. Ook als onderdeel van een groter pakket aan maatregelen is de bijdrage aan deze gebieden te gering om van enige betekenis te kunnen zijn.
Bovendien volgt uit de Beheerplannen, Natuurdoelanalyses en overige bekende openbare gegevens met betrekking tot deze Natura 2000-gebieden niet dat de beëindiging van bemesting op de onderhavige agrarische percelen in het plangebied als instandhoudings- of passende maatregel voor deze Natura 2000-gebieden is vastgesteld of wordt overwogen. A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 32
Conclusie: Gelet op het additionaliteitsvereiste kan voor wat betreft de Natura 2000gebieden Uiterwaarden Zwarte Water & Vecht, Vecht- en Beneden_Reggegebied, De Wieden, Boetelerveld, Sallandse Heuvelrug en Olde Maten & Veerslootslanden het gebruik van de ingezette salderingsmaatregel (beëindiging bemesting van de agrarische percelen) als mitigerende (salderings)maatregel in de stikstofberekeningen worden betrokken. In de volgende twee paragrafen wordt nader ingegaan op het iets dichterbij gelegen Natura 2000gebied Veluwe en het aangrenzende Natura 2000-gebied Rijntakken.
6.2 Natura 2000-gebied Veluwe Het Natura 2000-gebied Veluwe geldt mutatis mutandis hetzelfde als weergegeven in de vorige paragraaf. De meest nabije delen van Veluwe zijn op een afstand van 2 km gelegen van de agrarische percelen en als mitigerende maatregel wordt slechts maximaal 0,08 mol N/ha/jaar ingezet. De aankoop en vervolgens de beëindiging van deze agrarische activiteiten om in te zetten als natuurherstelmaatregel voor Veluwe is niet aan de orde (de provincie Gelderland richt zich gelet op het strokenbeleid hooguit op een reductie van de emissie in strook rond 500 meter afstand van het Natura 2000-gebied Veluwe en is naar zijn aard ook niet geschikt en mogelijk, uitsluitend al vanwege de zeer hoge kosten gerelateerd aan de beëindiging ca. 13 ha agrarische gronden in combinatie met de relatief zeer beperkte stikstofwinst (voor Veluwe slechts maximaal 0,08 mol N/jaar). Een dermate geringe depositievermindering in combinatie met het kostenaspect, maakt dat de deze salderingsmaatregelen voor het Natura 2000-gebied Veluwe naar zijn aard ook niet geschikt is om in te zetten als natuur(herstel)maatregel.
Daarnaast geldt ook voor de stikstofgevoelige habitats gelegen in de Veluwe dat de beperkte extra stikstofdaling niet zal leiden tot veranderingen in de vegetatiesamenstelling, groeisnelheid of onderlinge concurrentieverhoudingen tussen plantensoorten van de betreffende habitats. Evenmin leidt deze zeer geringe extra stikstofdepositiedaling tot een vermindering van de beheeropgave of een vermindering van het uitvoeren van herstelmaatregelen. Voor de Veluwe leidt de beëindiging van het agrarisch grondgebruik kan dan ook niet tot een (significante) verbetering leiden. De berekende stikstofdepositie afkomstig van het agrarisch grondgebruik op Veluwe dat als mitigerende maatregel wordt ingezet is ook te gering om enig effect te hebben op de overbelaste stikstofgevoelige habitats, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor deze Natura 2000-gebieden. Daarbij zij erop gewezen dat dus ook vanuit uitsluitend een ecologische analyse de beëindiging van het agrarisch grondgebruik op deze concrete percelen die onderdeel uitmaken van Nieuw Harculo niet een maatregel betreft die naar zijn aard geschikt is om in te zetten als natuur(herstel)maatregel. De depositiedaling die daarmee gerealiseerd kan worden is zeer gering en levert daarbij geen (relevante) bijdrage aan de benodigde daling van de achtergronddepositie.
Ook als onderdeel van een groter pakket aan maatregelen is de bijdrage aan deze gebieden te gering om van enige betekenis te kunnen zijn. Zie ook bijlage 1 bij dit stikstofrapport, waarin nader op deze ecologische beoordeling in is gegaan. In aanvulling hierop is desondanks voor Veluwe (met een maximale toename van 0,08 mol N/ha/jaar) ook materieel nog nader getoetst aan het additionaliteitsvereiste (punt 2 uit het kader in hoofdstuk 6: Additionaliteit). Daarbij wordt eerst aangetoond dat het reeds in A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 33
uitvoering zijnde maatregelenpakket van de provincie Gelderland voor de Veluwe zorg draagt voor een (a) (blijvende) daling van stikstofdepositie. Daarnaast (b) zijn en worden er door de provincie Gelderland (aanvullende) bron- of herstelmaatregelen getroffen, waarvan het aannemelijk is dat die binnen afzienbare termijn zullen zorgdragen voor de noodzakelijke daling van stikstof op de habitats, waarvoor in de NDA’s een “Nee, tenzij”-oordeel is gegeven en waarvoor stikstof een drukfactor of knelpunt is. Hiermee is dan ook aannemelijk dat de beëindiging van de bemesting van de agrarische percelen voor zover die wordt ingezet als mitigerende maatregel (maximaal 0,08 mol N/ha/jaar) niet ook nodig is om in te zetten als instandhoudings- of passende maatregel.
6.2.1
Dalende trend Veluwe
De vraag is daarbij dus allereerst of – gelet op de natuur(herstel)maatregelen die thans al in uitvoering zijn – voldoende aannemelijk is dat de beëindiging van de agrarische activiteiten op relatief korte afstand van het Natura 2000-gebied Veluwe ook voor wat betreft de max 0,08 mol N/ha/jaar dat als mitigerende maatregel wordt ingezet, niet al nodig is om behoud te borgen en de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden op termijn te realiseren. Daarbij geldt dat een maatregel die als passende maatregel zou kunnen worden ingezet, als mitigerende maatregel in een passende beoordeling kan worden betrokken als andere maatregelen zijn of zullen worden getroffen om een dreigende verslechtering en verstoring met significante gevolgen voor soorten en habitattypen te voorkomen. Om dit vast te stellen is ten eerste relevant dat voor het Natura 2000-gebied Veluwe sprake is van een dalende trend, ontstaan door de reeds getroffen bron- en herstelmaatregelen in het verleden en die thans reeds in uitvoering zijn. 19 Die dalende trend zal ook in de toekomst voor dit Natura 2000-gebied worden gecontinueerd. In onderstaande figuren is de dalende trend voor de Natura 2000-gebied Veluwe weergegeven met informatie uit AERIUS Monitor.
Figuur 27 AERIUS Monitor 2025 Natura 2000-gebied Veluwe. Ontwikkeling gemiddelde stikstofdepositie tussen 2020 en 2040 19 Zie voor een beschrijving en opsomming van deze maatregelen het Natura 2000-beheerplan Veluwe (Provincie
Gelderland) in samenhang met de Natuurdoelanalyse Veluwe (Provincie Gelderland, april 2024). A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 34
A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 35
De reeds gerealiseerde stikstofdepositiedaling en de verwachte dalende trend is bepaald op basis van het reeds vastgestelde en in uitvoering zijnde beleid. Deze waarden zijn berekend zonder rekening te houden met het beëindigen van de mestaanwending van de landbouwpercelen (niet van de percelen die direct grenzen aan de Veluwe en onderdeel gaan uitmaken van het ‘Strokenbeleid’, zie hierna, maar ook niet van de agrarische percelen die onderdeel uitmaken van Nieuw Harculo) en andere toekomstige emissiereducerende maatregelen zoals die in het kader van de landelijke aanpak stikstof en de door de provincie ingezette extra maatregelen zullen worden genomen. Weliswaar staan in de NDA voor de Veluwe (provincie Gelderland 2023) nog diverse Nee, tenzij-oordelen, maar juist gelet daarop worden diverse aanvullende maatregelen getroffen die zullen leiden tot een daling van de achtergronddepositie die verder gaat dan de prognose van AERIUS Monitor 2025. Die voorspelling is immers gebaseerd op beleid dat reeds vastgesteld en in uitvoering is en daarin zijn diverse toekomstige aanvullende maatregelen (zoals het onlangs vastgestelde strokenbeleid) nog niet meegenomen.
In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op dit aanvullend maatregelenpakket, waarmee de noodzakelijke daling van stikstof op de habitats, waarvoor in de NDA’s een “Nee, tenzij”-oordeel is gegeven en waarvoor stikstof een drukfactor of knelpunt is. 6.2.2
Aanvullende maatregelen gelet op Rijksbeleid en provinciaal beleid
Uit de natuurdoelanalyse (NDA) voor Veluwe (Provincie Gelderland 2023) blijkt dat de instandhoudingsdoelen voor veel kwalificerende habitattypen niet worden gehaald een het oordeel ‘Nee, tenzij’ hebben gekregen. De belangrijkste knelpunten zijn de te hoge stikstofneerslag (overschrijding van de Kritische depositiewaarde), onzekerheid over effect van maatregelen voortkomend uit onderzoeksvragen (verdroging, effect recreatie, verbinding) en onzekerheid over effectiviteit van geborgde herstelmaatregelen (in sommige gevallen). Voor deze habitattypen moet het bevoegd gezag gelet op artikel 6 lid 2 Habitatrichtlijn passende maatregelen treffen. Zowel Rijk als provincies werken aan een maatregelen die er, samen met het reeds gevoegde beleid, voor moeten zorgen dat de verslechtering van de kwaliteit van de Natura 2000-gebieden wordt voorkomen en de verbeterdoelen gerealiseerd kunnen worden. In dat kader wijzen wij op de volgende aanvullende Rijks- en provinciale maatregelen. Rijksmaatregelen Recent heeft het Kabinet, als uitkomst van de Ministeriële Commissie Economie en Natuurherstel (MCEN) kenbaar gemaakt20 te steven naar een verregaande reductie van de emissies van de sectoren industrie en transport (50% reductie) en landbouw (42-46% reductie). De reductie moet gerealiseerd zijn in 2035 en geldt ten opzichte van de emissies van deze sectoren in 2019.
Deze beleidsdoelen zijn echter nog niet omgezet in concrete maatregelen, met uitzondering van de reeds in gang gezette aanpak piekbelasting (APB). In het kader van de APB is een aantal beëindigingregelingen opengesteld waarmee piekbelastende (landbouw)bedrijven op vrijwillige basis kunnen worden beëindigd. Ook is er een verplaatsingsregeling, omschakelingsregeling en een subsidieregeling voor innovaties. In een kamerbrief21 heeft de minister van LVVN hierover nadere informatie versterkt en ook 20 Kamerbrief van 21 maart 2025 (DGLGS / 97672004) 21 Kamerbrief van 14 oktober 2025 (DGLGS / 88409362)
A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 36
een schatting gegeven van de potentiële stikstofreductie die met de beëindigingsregelingen LBV en LBV-plus bereikt kunnen worden. Uit de in de kamerbrief gepresenteerde analyse blijkt dat de gemiddelde potentiële reductie van de LBV- en de LBV-plus regeling samen circa 34 mol bedraagt. Bij de grote stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden waaronder de Veluwe, is de daling aanzienlijk hoger. Daar is in de NDA nog geen rekening mee gehouden en in AERIUS Monitor 2025 nog niet volledig. Tezamen met het provinciaal aanvullend maatregelenpakket (zie volgende paragraaf) is het aannemelijk dat deze bronmaatregelen (LBV en LBV(plus)) zullen zorgdragen voor de (tov de NDA’s extra) noodzakelijke daling van achtergrondconcentratie van stikstof in onder meer het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ binnen afzienbare termijn. Ook op de stikstofgevoelige habitats waarvoor in de NDA’s een ‘Nee, tenzij’-oordeel is gegeven. Daarbij zij erop gewezen in totaal er 1.435 aanvragen voor bedrijfsbeëindiging zijn toegekend, waarvan 848 aanvragen voor de LBV plus-regeling. 708 aanvragen (ca. de helft) hebben betrekking op agrarische bedrijven gelegen in de provincies Gelderland en Overijssel en zullen effect hebben op een daling van de stikstofdepositie op de Veluwe (maar ook Rijntakken en de overige Natura 2000-gebieden waar de mitigerende maatregel voor Nieuw Harculo betrekking op heeft). Zie hieronder.
Figuur 28 Lbv en Lbv-plus in beeld (bron RVO.nl)
A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 37
Figuur 29 Lbv en Lbv-plus in beeld (bron RVO.nl)
Gelet op dit grote aantal van toegekende aanvragen om deel te nemen aan de LBV en de LBV(plus) regelingen (vooral ook in Overijssel en Gelderland) is voldoende aannemelijk dat deze beëindigings-regelingen in samenhang met het (aanvullend) provinciaal maatregelenpakket zal zorgdragen voor de noodzakelijke extra daling van stikstof op de stikstofgevoelige habitats. Die positieve effecten zullen ook in geen enkele verhouding staan ten opzichte van de in dit plan toegepaste interne salderingsmaatregel. Voldoende aannemelijk is dan ook dat de beëindiging van het agrarisch grondgebruik (waarvan slechts maximaal 0,08 mol N/ha/jaar gelet op Veluwe als interne salderingsmaatregel wordt ingezet) niet al nodig is om behoud te borgen en de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Veluwe op termijn te realiseren. Provinciale maatregelen Zoals hiervoor reeds vermeld heeft de provincie Gelderland heeft ook een eigen, provinciaal pakket aan maatregelen vastgesteld en in voorbereiding, aanvullend op de hiervoor uiteengezette landelijke maatregelen.
Naast een recente aanpassing en aanscherping van de Beleidsregels salderen in Gelderland (waardoor onder meer ook voor intern salderen binnen de provincie Gelderland een afroomfactor gaat gelden van 35% in het kader van verlening van natuurvergunningen) en 65% voor extern salderen, is een voorbereidingsbesluit met een Beperkingenzone genomen en wordt binnenkort de provinciale omgevingsverordening aangepast, waarin het zogenaamde recent 20 januari 2026 vastgestelde ‘Strokenbeleid als onderdeel van de versnellingsaanpak stikstof’ (hierna: Beleid stikstofstroken) wordt geïmplementeerd. Het Beleid stikstofstroken bevat de regels en het flankerend beleid voor gebruik in stroken van ca. 500 meter rondom onder meer het Natura 2000-gebied Veluwe, gericht op een concrete reductie van stikstofemissies. Er wordt een reductie van 70% van de emissies ten opzichte van het jaar 2018 beoogd, waarmee een depositiedaling op de Veluwe met ca. 75 mol per hectare per jaar wordt gerealiseerd. De maatregelen zien op het verminderen van emissies in de sectoren ‘Bedrijven en maatschappelijke functies’, ‘Agrarische sector’ en ‘Mobiliteit’.
Onder meer voor bedrijven in de Agrarische sector en voor ‘Bedrijven en maatschappelijke functies’ wordt in de strook van 500 meter gewerkt met A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 38
een (afdwingbare) emissienorm op de uitstoot van stikstof afkomstig van de diverse emissiebronnen uit deze stroken. Let wel, de onderhavige agrarische percelen vallen niet binnen de 500 meter stikstofstroken. Bovendien geldt dat zelfs bij een afroming van 65% (zo volgt uit de stikstofberekening van Langelaar Milieuadvies) er geen sprake is van een depositietoename. De ingezette mitigerende maatregel is dan ook niet benoemd of nodig als instandhoudings- of passende maatregel voor het natura 2000-gebied Veluwe, zo volgt uit de openbare gegevens. Conclusie: Gelet op het additionaliteitsvereiste kan voor wat betreft het Natura 2000-gebied Veluwe het gebruik van de ingezette salderingsmaatregel (beëindiging bemesting van de agrarische percelen) als mitigerende (salderings)maatregel in de stikstofberekeningen worden betrokken. 6.3 Natura 2000-gebied Rijntakken De in te zetten salderingsmaatregel (gelet op de relatief korte afstand in relatie tot de effecten) zou naar zijn aard wel geschikt kunnen zijn om ingezet te worden als instandhoudings- of passende maatregel voor het Natura 2000-gebied Rijntakken. Reden waarom hierna materieel getoetst wordt of de inzet van de beëindiging van het agrarisch grondgebruik als mitigerende maatregel (maximaal 0,11 mol N/ha/jaar) niet al nodig is als passende of instandhoudingsmaatregel.
De depositietoenames in (naderend) overschreden hexagonen als gevolg van Nieuw Harculo (die weg worden genomen door de inzet van de mitigerende maatregel) treden op in de habitattypen H6120 Stroomdalgraslanden, H6510A Glanshaverhooilanden H9120 Beukeneikenbossen met hulst, H91E0C Beekbegeleidende bossen en H91F0 Droge hardhoutooibossen en in de leefgebiedtypen Lg08 Nat matig voedselrijk grasland, Lg07 Dotterbloemgrasland en Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland. De mate van overschrijding van de KDW voor deze habitats in 2022 (berekend) en 2030 (prognose) zijn volgens AERIUS Monitor 2025: Habitattype H6120 Stroomdalgraslanden H6510A Glanshaverhooilanden H9120 Beuken-eikenbossen met hulst H91E0C Beekbegeleidende bossen H91F0 Droge hardhoutooibossen Lg07 Dotterbloemgrasland Lg08 Nat matig voedselrijk grasland Lg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland Alle habitattypen in de hele Rijntakken
% overschrijding 2022 Rijntakken 3,7% 3,9% 96,7% 15,7% 0% 0% 1,4% 5,3%
% overschrijding 2030 Rijntakken 0% 0% 55,8% 0% 0% 0% 0% 1,2%
4,1%
1,0%
Uit deze gegevens blijkt dat er een blijvend dalende lijn in de stikstofdepositie is en dat in 2030 bij vaststaand beleid op 99% van de oppervlakte van alle habitats in de Rijntakken geen sprake meer is van overschrijding van de KDW. Uit deze cijfers blijkt duidelijk dat stikstofdepositie in de Rijntakken geen drukfactor van belang meer is. Alleen voor het habitattype H9120 Beuken- en eikenbossen is sprake van een hogere A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 39
overbelasting. Dit habitattype komt binnen de invloedssfeer van Nieuw Harculo voor op de overgangen naar de Veluwe, en hoort ecologisch gezien bij de Veluwe. Door de indertijd bepaalde begrenzing van beide gebieden zijn kleine delen van het habitattype in de Rijntakken terecht gekomen (waarvan een beperkt gedeelte binnen de invloedssfeer ligt van Nieuw-Harculo. Op de Veluwe komt het habitattype in zeer grote oppervlaktes voor. De ecologische gevolgen van beëindiging van de bemesting in Nieuw Harculo voor dit habitattype dat als mitigerende maatregel wordt ingezet, zijn in de toetsing aan additionaliteit voor de Veluwe behandeld (dat als bijlage 1 bij deze beoordeling is gevoegd). Daarbij zij erop gewezen dat de toename van de bemesting op dit habitattype dat als mitigerende maatregel wordt ingezet slechts maximaal 0,26 mol N/ha/jaar bedraagt. Uit die notitie volgt dat een dergelijke beperkte extra stikstofdaling niet zal leiden tot veranderingen in de vegetatiesamenstelling, groeisnelheid of onderlinge concurrentieverhoudingen tussen plantensoorten van de betreffende habitats. Evenmin leidt deze zeer geringe extra stikstofdepositiedaling tot een vermindering van de beheeropgave of een vermindering van het uitvoeren van herstelmaatregelen.
Een dergelijke depositiedaling is dermate gering en levert daarbij geen (relevante) bijdrage aan de benodigde daling van de achtergronddepositie. Ook als onderdeel van een groter pakket aan maatregelen is de bijdrage aan deze gebieden te gering om van enige betekenis te kunnen zijn. Zie verder (ook voor wat betreft het maatregelenpakket voor Veluwe) voorgaande paragraaf. Voor alle andere habitats is in 2030 sprake van geen, of een slechts nog zeer beperkte overschrijding van de KDW. Hier voor is geen sprake meer van een stikstofprobleem. Passende maatregelen om de stikstofdepositie op deze habitats te verlagen zijn niet nodig. De natuurdoelanalyse voor de Rijntakken (Arcadis, 2023) bevestigt dit beeld. De natuurdoelanalyse benoemt een aantal andere drukfactoren die in de Rijntakken invloed hebben op de verspreiding, oppervlakte en kwaliteit van habitats en soorten. Deze hebben ook invloed op habitats en soorten die niet in de natuurdoelanalyse zijn opgenomen.22 Dat betreft o.a. H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, H91E0A Zachthoutooibossen en Lg02 Geïsoleerde meander en petgat. De belangrijkste drukfactoren zijn: - Verminderde invloed van rivierdynamiek door vastleggen van het zomerbed van de rivieren, doorgaande insnijding van het winterbed en verminderde zomerafvoeren als gevolg van klimaatverandering.
- Verdroging van habitattypen in uiterwaarden door verlaging van de rivierpeilen. - Onvoldoende toegespitst beheer, met name door particuliere grondeigenaren. - Intensief agrarisch gebruik binnen de uiterwaarden. - Versnipperd voorkomen van sommige habitats. - Verstoring door recreatie. Geen van deze drukfactoren wordt (mede) veroorzaakt door het project, dat niet is gelegen binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Omdat in het beheerplan voor de Rijntakken een groot aantal maatregelen is opgenomen, die ook al deels zijn uitgevoerd, en er geen significante overbelasting met atmosferische stikstof meer is in 2030, concludeert de natuurdoelanalyse dat verslechtering van de stikstofgevoelige habitats in de Rijntakken is uitgesloten en dat de doelen voor deze habitats op termijn binnen bereik zijn (eindoordeel ‘ja’). Dit met uitzondering van het habitattype H9120 Beuken-eikenbossen met hulst, dat in deze casus geen rol speelt.
22 De eerste lichting natuurdoelanalyses hebben alleen betrekking op stikstofgevoelige habitattypen en soorten.
A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 40
In januari 2024 heeft de Ecologische Autoriteit een advies uitgebracht op de natuurdoelanalyse voor de Rijntakken. Dit advies ondersteunt de conclusies uit de natuurdoelanalyse dat stikstof, met uitzondering voor habitattype H9120 (dat wederom in deze casus geen rol speelt), geen drukfactor van betekenis meer is, en dat in de Rijntakken vooral gewerkt moet worden aan systeemherstel door hydrologische en beheermaatregelen. De Ecologische Autoriteit is minder positief over de eindoordelen voor de betrokken habitats dan de opstellers van de natuurdoelanalyse. Zij vindt dat er vooralsnog te weinig zekerheid is dat verslechtering wordt voorkomen en doelen binnen bereik zijn, en beveelt daarom aan om de eindoordelen bij te stellen naar ‘nee, tenzij’ of ‘ja, mits’. Deze bijstelling is echter niet ingegeven door zorgen over de effecten van stikstofdepositie in het gebied. Voor wat betreft de stikstofmaatregelen wordt ten overvloede nog gewezen op het in de vorige paragraaf opgesomde landelijke en provinciale maatregelpakketten. Conclusie: Gelet op het additionaliteitsvereiste kan voor wat betreft het Natura 2000-gebied Rijntakken het gebruik van de ingezette salderingsmaatregel (beëindiging bemesting van de agrarische percelen) als mitigerende (salderings)maatregel in de stikstofberekeningen worden betrokken.
A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 41
7. Conclusie & aanbevelingen In opdracht van Reales heeft Langelaar Milieuadvies onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden ten gevolge van het voornemen om op de ontwikkellocatie “Nieuw Harculo”, maximaal 526 woningen en enkele andere functies te kunnen realiseren. Het plangebied is gelegen ten zuiden van Zwolle op en rond het terrein van de voormalige IJsselcentrale. Voor deze ontwikkeling is een wijziging van het omgevingsplan nodig dat door de raad van de gemeente Zwolle moet worden vastgesteld Uit het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie blijkt dat zowel de inzet van machines en transportbewegingen in de realisatiefase als verkeer in de gebruiksfase leidt tot een stikstofdepositietoename die groter is dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in verschillende Natura 2000-gebieden. Momenteel kent een deel van het plangebied nog een agrarische functie (grasland). Het plangebied zal haar agrarische functie verliezen als het woningbouwplan wordt gerealiseerd. De beëindiging van deze agrarische functie is het onlosmakelijke (positieve) gevolg van uitvoering van het in voorbereiding zijnde omgevingsplan.
Verschilberekening met AERIUS Calculator 2025.0.1 tussen de vermeden emissies in de referentiesituatie en de emissies in de aanlegfase en de gebruiksfase maken duidelijk dat per saldo de NOx depositie op kwetsbare habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebieden ten gevolge van het plan in de gebruiksfase nergens groter is dan in de referentiesituatie. Verder kan geconcludeerd worden dat het additionaliteitsvereiste niet in de weg staat aan de inzet van de salderingsmaatregel als mitigerende maatregel. Gelet op het voorgaande is verzekerd dat de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000gebieden niet worden aangetast. Het omgevingsplan kan dan ook in overeenstemming met artikel 10.24 Bkl worden vastgesteld.
A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 42
BIJLAGE 1
MEMO AAN:
Frank Spraakman, Reales
VAN:
Reinoud Kleijberg
BETREFT:
Ecologische beoordeling effecten referentiesituatie Nieuw Harculo
DATUM:
6 februari 2026
KOPIE AAN:
Heino Witbreuk, Hekkelman
Laan van Neder Helbergen 8 7206 DK Zutphen +316 2706 1585 reinoud@kleijberg-ecologie.nl KVK 88447561 BTW NL 0027 65416 B74 NL09 ASNB 8832 8144 04 ASNBNL21
Inleiding De depositietoenames als gevolg van de aanleg en het gebruik van Nieuw Harculo worden gesaldeerd met de depositiebijdragen die optreden als gevolg van het huidige gebruik in het plangebied (als gevolg van beweiden en bemesten). Uit de AERIUS berekening blijkt dat er geen toenames optreden in de Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Omdat er gebruik wordt gemaakt van saldering moet worden aangetoond dat er voor het plan sprake is van additionaliteit. Voor de Natura 2000-gebieden op grotere afstand van het plangebied is dit aangetoond op basis van de zeer geringe depositiebijdrage en de grote afstand. Voor de Rijntakken is aangetoond dat er geen sprake is van een stikstofprobleem, waardoor passende maatregelen niet nodig zijn. Voor de Veluwe, die op korte afstand van het plangebied ligt voldoen deze beide redeneerlijnen niet. In deze memo is daarom voor de Veluwe een aparte redeneerlijn uitgewerkt.
Resultaten AERIUS-berekening Uit de AERIUS berekening blijkt dat de depositiebijdrage op de Veluwe van de referentiesituatie maximaal 0,12 mol N/ha/jaar bedraagt. De depositietoename als gevolg van de gebruiksfase van Nieuw Harculo is maximaal 0,03 mol N/ha/jaar. Per saldo is er daarom sprake van een afname van de stikstofdepositie op de Veluwe als gevolg van de aanleg en het gebruik van Nieuw Harculo van maximaal 0,09 mol N/ha/jaar. Het plan draagt daarmee bij aan het verlagen van de achtergrondbelasting op delen van de Veluwe.
Stoppen van beweiden en bemesten als mogelijke passende maatregel Wanneer Nieuw Harculo niet uitgevoerd zou worden, en de projectbijdrage als gevolg van het beweiden en bemesten zou worden gebruikt als passende maatregel om de stikstofdepositie op de Veluwe te verlagen, dan levert dat maximaal 0,12 mol N/ha/jaar extra op in het noordwestelijk deel van de Veluwe (globaal het gebied ten noordoosten van de lijn Nunspeet-Vaassen, zie figuur 1).
Figuur 1: gebied waar de stikstofdepositie extra afneemt met 0,01-0,04 mol N/ha/jaar wanneer beweiden en bemesten in het plangebied van Nieuw-Harculo zouden worden stopgezet als passende maatregel.
De relatieve bijdrage van geringe stikstofdeposities aan de stikstoflast in het Natura 2000gebied Veluwe De stikstofdepositie op de Veluwe varieerde in 2022 tussen ongeveer 700 en (lokaal ruim) meer dan 2500 mol N/ha/jaar (bron: AERIUS Monitor; figuur 2). De gemiddelde depositie op de Veluwe in 2022 was 1671 mol N/ha/jaar (AERIUS Monitor, 2024). Deze hoeveelheden stikstof komen elk jaar opnieuw in natuurgebieden terecht, zij het dat de achtergronddepositie geleidelijk daalt. De achtergrondbelasting is sinds de jaren ’90 afgenomen; in het verleden waren de deposities nog aanmerkelijk hoger. Een deel van deze stikstof verdwijnt door allerlei processen weer uit het systeem, een ander deel accumuleert, met name in de bodem. Deze stikstof kan over een lange termijn nog beschikbaar komen voor planten.
Figuur 2: Achtergronddeposities op het noordoostelijk deel van de Veluwe in 2022 (AERIUS Monitor). Door meteorologische omstandigheden kunnen van jaar tot jaar variaties in de depositie optreden in de orde van grootte van tot 10% van de totale deposities (Compendium voor de Leefomgeving, 10 juni 2022). Ten opzichte van de actuele achtergronddeposities valt een bijdrage van 0,12 mol N/ha/jaar weg. Deze hoeveelheid bedraagt gemiddeld 0,005% van de stikstoflast die toch al op deze Natura 2000gebieden terecht zou komen, en 0,05% van de jaarlijkse variaties in de achtergronddeposities. Rekening houdend met de onzekerheidsmarge in de berekeningen van de depositieberekeningen
met AERIUS, die niet gekwantificeerd maar wel zeer groot zijn (Commissie Hordijk, 2020) zijn dergelijke hoeveelheden statistisch gezien bovendien insignificant.
Gevolgen voor habitattypen De totale dosis stikstof (NOx) die als gevolg van het beëindigen van de activiteiten op de locatie van Groengas minder in Natura 2000-gebieden terecht komt bedraagt maximaal 0,31 mol N/ha/jaar. Deze hoeveelheid komt in mindering op de stikstof die vanuit de achtergronddepositie in deze gebieden terecht komt en die globaal varieert tussen 1000 en 2.500 mol N/ha/jaar. De vraag die voorligt is of uitgesloten kan worden dat deze afname een (dreigende) verslechtering of significante verstoring van de natuurwaarden in deze Natura 2000-gebieden helpt te voorkomen. Directe schade aan planten Hoge concentraties van gasvormige stikstofverbindingen en hoge concentraties van ammonium (NH4+) in de bodem, kunnen directe toxische effecten veroorzaken op planten. Dit betekent dat deze hoge concentraties een directe schadelijke werking uitoefenen op de (cel)fysiologie van planten. Bij indirecte effecten, waarop de overige bouwstenen zijn gebaseerd, treden de schadelijke effecten op door geleidelijke veranderingen in het bodemmilieu (waarbij overigens ook giftige stoffen zoals aluminium kunnen ontstaan) en/of door veranderingen in beschikbaarheid van voedingsstoffen voor planten. De huidige concentraties van NH3, NOx en SO2 zijn in Nederland (inmiddels) op een niveau waarop directe toxische schade aan planten (bijna) niet meer voorkomt.
Dit effectmechanisme speelt daarom in Nederland t.a.v. atmosferische depositie van stikstof geen rol (Smits et al., 2014). Een vermindering van de stikstofdepositie met maximaal 0,12 mol N/ha/jaar heeft hier dus geen invloed op. Veranderingen in biomassa en soortensamenstelling van vegetaties als gevolg van kleine deposities. Bij een hoge stikstofdepositie is sprake van een grotere beschikbaarheid van voor planten opneembaar stikstof (nitraat en ammonium), dat dient als bouwstof voor de plant. Een grotere beschikbaarheid van deze bouwstoffen bevoordeelt relatief snelgroeiende planten, die daardoor concurrentievoordeel kunnen krijgen t.o.v. minder snel groeiende soorten. Dit effect treedt overigens niet op wanneer andere nutriënten beperkend zijn voor groei (zoals fosfaat). Deze laatste soorten zijn veelal de voor zeldzame en bedreigde habitattypen kenmerkende soorten. Afname van deze soorten leidt tot vermindering van de kwaliteit van de habitattypen, en op den duur zelfs tot areaalverlies. Vermesting en verzuring zijn processen die met elkaar in verband staan. De verzurende werking van stikstofdepositie zorgt ervoor dat de buffercapaciteit afneemt waardoor stikstof gemakkelijker wordt opgenomen en concurrentieverhoudingen veranderen. Om een beeld te krijgen van de vermestende invloed van een depositie van maximaal 0,31 mol N/ha/jaar is de volgende berekening illustratief. -
Een depositie van 0,12 mol N/ha/jaar komt overeen met ca. 1,1 gram N per hectare per jaar. De productie van natuurlijke habitattypen loopt uiteen tussen 1000 en 6000 kg droge stof/ha/jaar (www.nutrinorm.nl).
-
-
Het aandeel in stikstof varieert tussen plantensoorten en omstandigheden: het drooggewicht van een plant bestaat gemiddeld voor 1,5% uit stikstof. Dit gemiddelde varieert van 0,5% bij houtachtige planten tot 5,0% bij peulvruchten1F 1. Voor de biomassaproductie van natuurlijke habitattypen is dus gemiddeld 15-90 kg N/ha/jaar nodig. Dit komt overeen met ca. 1075-6400 mol N/ha/jaar. Dit betreft de totale aanvoer van stikstof, dus ook vanuit bronnen naast atmosferische depositie zoals grond- en oppervlaktewater, nalevering uit de bodem, mineralisatie van organische materiaal en natuurlijke bemesting (via dieren of vee dat ingezet wordt bij natuurlijke begrazing). Een depositie van 0,12 mol/ha/jaar komt dus overeen met 0,003% van de jaarlijks benodigde hoeveelheid stikstof voor planten in natuurlijke habitats. Ook wanneer deze dosis volledig ter beschikking komt aan de vegetatie, leidt dit niet tot meetbare veranderingen in groeisnelheid van individuele planten, en daarmee tot veranderingen in concurrentiepositie.
In deze berekening wordt ervan uit uitgegaan dat alle gedeponeerde stikstof ter beschikking van de planten komt, wat echter een overschatting is (zie rubriek ‘accumulatie’ hieronder). Een verandering van de depositie met maximaal 0,12 mol N/ha/jaar leidt dus niet tot meetbare verschillen in groeisnelheid van individuele planten. Daardoor ontstaan geen meetbare verschuivingen in concurrentiepositie, en ook geen veranderingen in de verhouding waarmee individuele soorten in de vegetatie voorkomen. Die samenstelling bepaalt de vegetatiekundige kwaliteit van het habitattype. Hieruit kan worden geconcludeerd dat een kleine verandering van de depositie geen significante betekenis heeft als maatregel om (dreigende) verslechtering van habitats te voorkomen. Invloed van kleine depositieveranderingen op verzuring Stikstofoxiden vormen samen met water de zuren salpeterzuur (HNO3) en salpeterigzuur (HNO2). In goed gebufferde bodems (kalkrijk of mineraalrijk bodemmateriaal, kleibodems) kan dit zuur geneutraliseerd worden. De bufferingscapaciteit van een bodem, dat wil zeggen de mate waarin de bodem in staat is om verzuring op te vangen, wordt daarom vaak afgelezen aan het kalkgehalte en de kationuitwisselingscapaciteit. De afbraak van bodemmineralen is onomkeerbaar, uitwisseling met het klei-humuscomplex is in theorie omkeerbaar.
Onder sterk zure omstandigheden kan buffering optreden door verwering van aluminiumhydroxide. Het vrijkomende Al3+ is voor veel planten echter giftig. Dit proces treedt alleen op wanneer de andere buffermechanismen zijn uitgewerkt. Voor de meeste habitattypen verloopt dit verzuringsproces gradueel. Een depositieverandering van 0,12 mol N/ha/jaar heeft, gezien de veel hogere achtergronddeposities geen wezenlijk effect op dit proces. Er is volgens experts een aantal habitattypen en leefgebiedtypen waarbij effecten niet gradueel verlopen en waar sprake kan zijn van ‘omslag’ van het ecosysteem bij het bereiken een bepaalde, afhankelijk van de context wisselende, depositiewaarde (Goderie & Vertegaal, 2020). Dat geldt met name voor aquatische habitats en sommige terrestrische habitats die van nature zwak gebufferd zijn, en waarvan de buffercapaciteit vrijwel verdwenen is. Uitloging en verzuring is in deze habitattypen een natuurlijk proces, maar het kan mede het gevolg zijn veranderingen in de hydrologie en van de verzurende werking van stikstofdepositie. Daardoor verzuurt een zwak gebufferde standplaats eerder en verandert de vegetatie sneller van karakter (‘omslag’).
1 https://www.nutrinorm.nl/nl-nl/Paginas/Hoofdelementen-Waarom-heeft-een-plant-stikstof-nodig.aspx#.XR4CmGaP6fg
Het optreden van eventuele omslagpunten in habitattypen kan echter niet wezenlijk veranderd worden door kleine veranderingen in de hoogte van der depositie. Deze omslagpunten zullen hoe dan ook worden bereikt als gevolg van de (veel grotere) autonome deposities. Ook wanneer er geen deposities meer zijn vanwege emissies die mogelijk zijn als gevolg van beweiden en bemesten in het plangebied voor Nieuw Harculo zal gemiddeld 1671 mol N/ha/jaar in de stikstofgevoelige habitattypen van het Natura 2000-gebied Veluwe terecht komen als gevolg van de achtergronddepositie. Dat is ca. 14.000 keer zoveel stikstof als de maximale depositieafname die met een passende maatregel zou worden bereikt. Als er dus dreigende omslagpunten zijn, dan zullen deze sowieso worden bereikt door deze autonome deposities. Bij een gemiddelde achtergronddepositie van 1671 mol N/ha/jaar zou dit betekenen dat als gevolg van het beëindigen van de activiteiten in het plangebied van Nieuw Harculo een eventueel omslagpunt 42 minuten eerder zou worden bereikt (namelijk (0,12/1671)*(365 dagen*24 uren*60 minuten)). Daarbij speelt ook een rol dat er door meteorologische omstandigheden van jaar tot jaar variaties in de depositie op kunnen treden in de orde van grootte van tot 10% van de totale deposities (Compendium voor de Leefomgeving, 10 juni 2022).
Ook vanwege deze grote natuurlijke variaties kan het effect van een kleine depositieverandering geen gevolgen van betekenis hebben voor het bereiken van omslagpunten en de ecologische gevolgen daarvan.
Conclusie Het beëindigen van beweiden en bemesten in het plangebied voor Nieuw Harculo leidt tot een daling van maximaal 0,12 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige habitats in het Natura 2000-gebied Veluwe. De hoeveelheid stikstof die als gevolg van het beëindigen van de activiteit beweiden en bemesten in het plangebied voor Nieuw Harculo minder in het Natura 2000-gebied Veluwe terecht komt draagt voor maximaal 0,003% bij aan de behoefte van stikstof van de vegetatie. Dit is te weinig om te leiden tot meetbare verschillen in groeisnelheid van individuele planten. Daardoor ontstaan geen meetbare verschuivingen in concurrentiepositie, en ook geen veranderingen in de verhouding waarmee individuele soorten in de vegetatie voorkomen. Die samenstelling bepaalt de vegetatiekundige kwaliteit van het habitattype. Hieruit kan worden geconcludeerd dat een kleine verandering van de depositie geen significante betekenis heeft als maatregel om (dreigende) verslechtering van habitats te voorkomen. Het beëindigen van beweiden en bemesten in het plangebied voor Nieuw Harculo neemt de risico’s op het plotseling verdwijnen van de basenverzadiging (en daarmee het versneld verzuren van de standplaats, die er voor sommige habitattypen zijn), niet weg.
Dit proces kan hooguit vertraagd worden, omdat de bij de huidige achtergronddeposities een dergelijke ‘omslag’ sowieso zal plaatsvinden wanneer daar kans op bestaat. Deze vertraging is bij een depositieafname van maximaal 0,12 mol N/ha/jaar ca. 25 minuten. Daarmee is het beëindigen van de activiteiten op de locatie van Groengas geen maatregel die significant bijdraagt aan het voorkomen van (dreigende) verslechtering. Het beëindigen van beweiden en bemesten in het plangebied van Nieuw Harculo leidt niet tot zodanige veranderingen in de kwaliteit van de vegetatie van habitats in het Natura 2000-gebied Veluwe dat (dreigende) verslechtering daarvan meetbaar (en daarmee significant) wordt beïnvloed. Deze beëindiging voldoet daarmee niet als passende maatregel die verslechtering in het Natura 2000-gebied helpt voorkomen.
BIJLAGE 2
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Reales IJsselcentraleweg e.o., 8015 Zwolle Nieuw Harculo ontwikkeling van Nieuw Harculo ,1e bouwjaar vs referentiesituatie
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RgstuFX48uy6 02 februari 2026, 10:23 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
referentiesituatie plan - Referentie BJ1 - Beoogd referentiesituatie plan - Referentie BJ1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RgstuFX48uy6 (02 februari 2026)
2026 2026
0,30 mol/ha/j 0,07 mol/ha/j 0,12 ha 3.264,07 ha 0,01 mol/ha/j 0,23 mol/ha/j
329,3 kg/j 34,6 kg/j 5713412 5713412
895,6 kg/j
Rijntakken Rijntakken
2/11
Projectberekening
BJ1 (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 1 4 5
Mobiele werktuigen | Mobiele werktuigen Verkeer | Koude start: overig | koude starts bouwverkeer Anders... | stationair draaien Verkeersnetwerk
RgstuFX48uy6 (02 februari 2026)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
31,2 kg/j 0,2 kg/j 0,7 kg/j 2,6 kg/j
734,7 kg/j 1,4 kg/j 48,6 kg/j 111,0 kg/j
3/11
Projectberekening
referentiesituatie plan (Referentie), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 1 2
Landbouw | Landbouwgrond | Bemesting 12,09 ha Landbouw | Landbouwgrond | Bemesting 0,89 ha
RgstuFX48uy6 (02 februari 2026)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
306,4 kg/j 22,9 kg/j
-
4/11
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
5 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RgstuFX48uy6 (02 februari 2026)
5/11
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "BJ1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
3.264,19
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Vecht- en BenedenReggegebied (39) Veluwe (57) Rijntakken (38) Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht (36) Olde Maten & Veerslootslanden (37)
175,74
Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)
Met toename (ha Grootste gekarteerd) toename (mol N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
Hoogste totale Met toename (ha Grootste depositie (mol gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
3.032,07
0,12
0,01
3.264,07
0,23
2.076,84
0,12
0,01
175,62
0,01
3.065,48 18,28 3,23
3.032,07 1.886,88 1.598,32
0,00 0,00 0,00
-
3.065,48 18,28 3,23
0,08 0,23 0,02
1,46
1.417,44
0,00
-
1,46
0,01
Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. De Wieden Boetelerveld Sallandse Heuvelrug
RgstuFX48uy6 (02 februari 2026)
6/11
Projectberekening
BJ1, Rekenjaar 2026
RgstuFX48uy6 (02 februari 2026)
7/11
Projectberekening
1
Mobiele werktuigen
Naam Locatie Oppervlakte
Naam/Stageklasse
Mobiele werktuigen X:204000,23 Y:498083,65 10,50 ha
734,7 kg/j 31,2 kg/j
BrandstofDraaiuren Uittreedhoogte/Warmteinhoud Spreiding/Temporele Stof Emissie verbruik/AdBlue variatie verbruik
BRM-Hydr/ kraan 19.267 l/j (rups) / 1.156 l/j graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja BRM-Wiellader 35.571 l/j Stage-IV, 2014-2018, 2.134 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja BRM-tractor 4.062 l/j Stage-IV, 2014-2018, 244 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja BRM-mobiele . Hydr. 10.826 l/j Kraan 650 l/j Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja BRM908 l/j Veeg-/zuigwagens 54 l/j (zelfrijdend) Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja B- Grondwerk 2.522 l/j Graafmachine 151 l/j Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja B- Heiwerk 6.977 l/j Heistelling 419 l/j Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja B- Boorstelling WKO 5.724 l/j bronnen 343 l/j Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja B- Shovel tbv WKO 1.482 l/j bronnen 89 l/j Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja B- Rupskraan (70 14.171 l/j ton) prefab casco 850 l/j Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, RgstuFX48uy6 (02 februari 2026)
NOₓ NH₃
926 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ 108,7 kg/j Standaard Profiel NH₃ 4,6 kg/j Industrie
1.317 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ 198,8 kg/j Standaard Profiel NH₃ 8,5 kg/j Industrie
398 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
23,8 kg/j 1,0 kg/j
547 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
61,0 kg/j 2,6 kg/j
58 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
5,4 kg/j 0,2 kg/j
247 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
15,0 kg/j 0,6 kg/j
271 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
38,9 kg/j 1,7 kg/j
233 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
32,3 kg/j 1,4 kg/j
78 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
8,4 kg/j 0,4 kg/j
611 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
79,7 kg/j 3,4 kg/j 8/11
Projectberekening
Naam/Stageklasse
BrandstofDraaiuren Uittreedhoogte/Warmteinhoud Spreiding/Temporele Stof Emissie verbruik/AdBlue variatie verbruik
SCR: ja B- Mobiele kranen 1.883 l/j telescoop (100T) 113 l/j fundering Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja B- Mobiele kranen 4.361 l/j spiering AT4 262 l/j Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja B4.911 l/j Heftruck/Verreiker 295 l/j gevel Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja WRM-Hydr/ kraan 861 l/j (rups) / 52 l/j graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja WRM-Wiellader 7.821 l/j Stage-IV, 2014-2018, 469 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja WRM-Tractor 171 l/j Stage-IV, 2014-2018, 10 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja WRM-mobiele . 2.219 l/j Hydr. Kraan 133 l/j Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja WRM-Asfaltspreider 12 l/j Stage-IV, 2014-2018, 0 l/j <= 56 kW, diesel, SCR: nee WRM-Asfaltwals 35 l/j Stage-IV, 2014-2018, 2 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja WRM-Zuigwagen 6.107 l/j Stage-IV, 2014-2018, 366 l/j 75-560 kW, diesel, SCR: ja
RgstuFX48uy6 (02 februari 2026)
170 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
11,0 kg/j 0,5 kg/j
415 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
25,5 kg/j 1,0 kg/j
423 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
28,5 kg/j 1,2 kg/j
41 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
4,7 kg/j 0,2 kg/j
290 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
43,8 kg/j 1,9 kg/j
17 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
1,1 kg/j 41,0 g/j
112 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
12,6 kg/j 0,5 kg/j
2 u/j
1,0 m 0,006 MW
0,3 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
0,3 kg/j 0,0 kg/j
4 u/j
2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
0,3 kg/j 8,4 g/j
389 u/j 2,9 m 0,027 MW
0,7 m NOₓ Standaard Profiel NH₃ Industrie
35,1 kg/j 1,5 kg/j
9/11
Projectberekening
2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam bouwverkeer tot doorgaande weg Locatie X:204071,83 Y:498129,35 Lengte 169,54 m Wegtype Binnen bebouwde kom (stagnerend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ Type scherm - - NO₂ Hoogte - - NH₃ Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
10.684,0 /jaar 488,0 /jaar 7.414,0 /jaar 0,0 /jaar
3 Verkeer | Rijdend verkeer Naam bouwverkeer op doorgaande weg Links Rechts NOₓ Locatie X:204578,28 Y:499219,28 Type scherm - - NO₂ Lengte 3.341,54 m Hoogte - - NH₃ Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
koude starts bouwverkeer X:204000,23 Y:498083,65 10,50 ha
Anders...
Naam stationair draaien Uittreedhoogte Locatie X:204000,23 Warmteinhoud Y:498083,65 Spreiding Oppervlakte 10,50 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Zwaar Verkeer
RgstuFX48uy6 (02 februari 2026)
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 102,1 kg/j 27,3 kg/j 2,4 kg/j
In file
10.584,0 /jaar 488,0 /jaar 7.414,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
1,4 kg/j 0,2 kg/j
Koude starts
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5
8,8 kg/j 2,2 kg/j 0,1 kg/j
5.342,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 1,0 m 0,000 MW 0,0 m
NOₓ NH₃
48,6 kg/j 0,7 kg/j
10/11
Projectberekening
referentiesituatie plan, Rekenjaar 2026 1
Landbouw | Landbouwgrond
Naam Bemesting 12,09 ha Uittreedhoogte Locatie X:203742,65 Warmteinhoud Y:497925,59 Spreiding Oppervlakte 12,09 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Meststoffen
2
0,5 m 0,000 MW 0,3 m
Type
Stof
Mestaanwending (dierlijke mest)
NOₓ NH₃ NOₓ NH₃
Mestaanwending (kunstmest)
Landbouw | Landbouwgrond
Naam Bemesting 0,89 ha Uittreedhoogte Locatie X:204012,77 Warmteinhoud Y:497526,66 Spreiding Oppervlakte 1,44 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Meststoffen
Type
Mestaanwending (dierlijke mest) Mestaanwending (kunstmest)
NH₃
0,5 m 0,000 MW 0,3 m
306,4 kg/j
Emissie
NH₃
Stof
NOₓ NH₃ NOₓ NH₃
0,0 kg/j 211,8 kg/j 0,0 kg/j 94,6 kg/j 22,9 kg/j
Emissie
0,0 kg/j 15,6 kg/j 0,0 kg/j 7,3 kg/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.0.1_20251007_db4f14956b Database versie 2025.0.1_db4f14956b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RgstuFX48uy6 (02 februari 2026)
11/11
BIJLAGE 3
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met mogelijk randeffect AERIUS kenmerk Projectberekening: RgstuFX48uy6
Dit document is een bijlage, behorende bij een Projectberekening uitgevoerd met AERIUS Calculator. De bijlage is een hulpmiddel bij het beoordelen van projecten waar sprake is van mogelijke randeffecten: projectberekeningen met een referentiesituatie ('intern salderen'). De bijlage bevat daartoe een overzicht van de maximale bijdrage per gebied, als de hexagonen met mogelijk randeffect buiten beschouwing worden gelaten. Daarnaast bevat de bijlage ook de resultaten voor ieder individueel hexagoon met mogelijk randeffect. Voor meer uitleg over 'randhexagonen' in AERIUS en hoe deze bepaald worden, zie het handboek Calculator.
Overzicht Resultaten per gebied (zonder hexagonen met mogelijk randeffect) Resultaten op hexagonen met mogelijk randeffect Deze PDF is geen digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS, maar alleen een bijlage. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
op onze website
handleidingen
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met mogelijk randeffect
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Bijbehorende projectberekening
Reales IJsselcentraleweg e.o., 8015 Zwolle
Omschrijving projectberekening AERIUS kenmerk projectberekening Datum projectberekening
Nieuw Harculo RgstuFX48uy6 02 februari 2026, 10:23
Totale emissie
Rekenjaar
referentiesituatie plan - Referentie BJ1 - Beoogd
RgstuFX48uy6 (02 februari 2026)
2026 2026
Emissie NH₃
329,3 kg/j 34,6 kg/j
Emissie NOₓ
895,6 kg/j
2/4
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met mogelijk randeffect
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "BJ1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie zonder de hexagonen met een mogelijk randeffect Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
3.264,06
Per gebied
Berekend (ha gekarteerd)
Veluwe (57) Vecht- en BenedenReggegebied (39) Rijntakken (38) Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht (36) Olde Maten & Veerslootslanden (37)
RgstuFX48uy6 (02 februari 2026)
3.065,48 175,62
Hoogste totale depositie (mol N/ha/jr)
Met toename (ha Grootste gekarteerd) toename (mol N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
Hoogste totale Met toename (ha Grootste depositie (mol gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
3.032,07
0,00
-
3.264,06
0,23
3.032,07 2.076,84
0,00 0,00
-
3.065,48 175,62
0,08 0,01
18,28 3,23
1.886,88 1.598,32
0,00 0,00
-
18,28 3,23
0,23 0,02
1,46
1.417,44
0,00
-
1,46
0,01
3/4
Bijlage projectberekening Hulpmiddel beoordeling hexagonen met mogelijk randeffect
Resultaten op alle hexagonen met mogelijk randeffect voor situatie 'BJ1' (Beoogd), incl referentie en eventueel saldering Vecht- en Beneden-Reggegebied Hexagoon ID
5883269 5886327 5887858 5892444
Projectbijdrage (mol N/ha/jr)
-0,01 -0,01 0,01 0,01
Bijdrage Referentie (mol N/ha/jr)
0,01 0,01 0,00 0,00
Bijdrage Beoogd (mol N/ha/jr)
0,01 0,00 0,01 0,01
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2025.0.1_20251007_db4f14956b Database versie 2025.0.1_db4f14956b_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
RgstuFX48uy6 (02 februari 2026)
4/4
BIJLAGE 4
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Detailgegevens per emissiebron Resultaten Samenvatting situaties Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Reales IJsselcentraleweg e.o., 8015 PA Zwolle Nieuw Harculo Ontwikkeling van nieuw Harculo met max. 526 woningen en een uitspanning (incl. weegreconstructie) gebruik vs referentie
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RUEEnKga7Rif 02 februari 2026, 10:21 OwN2000-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
referentiesituatie plan - Referentie BJ4 - Beoogd referentiesituatie plan - Referentie BJ4 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RUEEnKga7Rif (02 februari 2026)
2029 2029
0,30 mol/ha/j 0,11 mol/ha/j 1,82 ha 1.746,40 ha 0,01 mol/ha/j 0,19 mol/ha/j
329,3 kg/j 61,9 kg/j 5713412 5713412
1.239,8 kg/j Rijntakken Rijntakken
2/13
Projectberekening
BJ4 (Beoogd), rekenjaar 2029 Emissiebronnen
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Mobiele werktuigen | Mobiele werktuigen 4 Verkeer | Koude start: overig | koude starts bouwverkeer 5 Anders... | stationair draaien bouwverkeer 6 Wonen en Werken | Woningen | 526 woningen & uitspanning (5/7) 13 Verkeer | Koude start: overig | koude starts verkeer 5/7 104 Mobiele werktuigen | mobiele werktuigen wegrecomstructie 105 Anders... | stationair draaien wegrecomstructie 106 Verkeer | Koude start: overig | koude start wegrecomstructie Verkeersnetwerk
27,0 kg/j 0,4 kg/j 0,5 kg/j 8,8 kg/j 5,4 kg/j 0,1 kg/j 12,6 g/j 19,7 kg/j
638,5 kg/j 2,4 kg/j 32,2 kg/j 59,0 kg/j 129,1 kg/j 10,6 kg/j 84,5 g/j 367,9 kg/j
1
RUEEnKga7Rif (02 februari 2026)
3/13
Projectberekening
referentiesituatie plan (Referentie), rekenjaar 2029 Emissiebronnen 1 2
Landbouw | Landbouwgrond | Bemesting 12,09 ha Landbouw | Landbouwgrond | Bemesting 0,89 ha
RUEEnKga7Rif (02 februari 2026)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
306,4 kg/j 22,9 kg/j
-
4/13
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
5 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)