Schriftelijke bijdrage Roetert en Cornelissen - CE_Delft_230260_Scenariostudie_groengasproductie_rond_2030_Def
Tekst van het document
Er lijkt dus voldoende trekkracht te zijn voor 1,6 miljard m³ groengas. Zodra het volume daaroverheen gaat valt de trekkracht weg en zal de groei stagneren. Het aantal groengasinstallaties neemt toe van 87 in 2023 naar 394 tot 695 installaties in 2030, waarvan 7 tot 413 op een nieuwe locatie. Al deze locaties komen er alleen als ze vergun- en financierbaar zijn en aangesloten kunnen worden op het stroom- en gasnet. Het benodigde aantal nieuwe installaties waarvoor een nieuwe locatie nodig is, is beperkt. Het overgrote deel van de installaties bestaat uit huidige en geplande groengasinstallaties uit de SDE-lijst en huidige biogasinstallaties die worden uitgebreid tot groengasinstallaties. Daarnaast zijn er al plannen voor zestien (middel)grote installaties. Deze installaties hebben allemaal al een locatie. Het maximum aantal nieuwe installaties in een provincie in een scenario is 89. Dit aantal wordt behaald in het scenario ‘Klein en soepel’ (Scenario D).
54
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
Dit zijn overwegend kleine monomestvergisters. In het scenario ‘Groot en soepel’ (Scenario B) is het maximaal aantal nieuwe installaties in een provincie een stuk lager, namelijk 20. De economische beschikbaarheid van mest voor groengasproductie is groter dan het benodigde volume voor inzet in groengasinstallaties in 2030 mits de prijzen hoog genoeg zijn, maar of die mest ook daadwerkelijk in een vergister belandt hangt ook af van andere factoren. Zo is er onvoldoende stikstofruimte om grote aantallen te vergunnen. De berekende economische beschikbaarheid van andere biogrondstoffen in Nederland is mogelijk onvoldoende om te voorzien in de groeiende vraag van groengasproducenten. We zien dit niet als problematisch, omdat er meerdere ‘oplossingen’ zijn om in de vraag te voorzien: Een deel kan worden ingevuld door extra allocatie van biogrondstoffen aan groengasproductie, een deel zou kunnen worden opgelost met extra inzet van mest en teelt en inzet van energie-, rust- en wisselgewassen, en extra productiecapaciteit van superkritische watervergassing kan de groengasproductie verhogen. Tot slot kan, bij hogere groengasprijzen, minder export of extra import van biogrondstoffen tot hogere groengasvolumes leiden.
Desondanks is de ontwikkeling van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van biogrondstoffen een onzekerheid die van invloed is op de ontwikkeling van groengasproductie in Nederland. De mogelijke ontwikkeling van groengasproductie per provincie en de belangrijkste onzekerheden en beleidsknoppen zijn samengevat in Figuur 17.
55
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
Figuur 17 – Groengasproductie rond 2030 per provincie, onzekerheden en beleidsknoppen
56
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
Bronnen Arcadis. (2023). Klimaatmonitor Waterschappen. https://unievanwaterschappen.nl/wpcontent/uploads/2023/10/Klimaatmonitor-Waterschappen-Verslagjaar-2022.pdf Boerderij. (2023). Nog veel ruimte voor groen gasproductie uit mest. https://www.mestverwaarding.nl/kenniscentrum/3353/nog-veel-ruimte-voorgroen-gasproductie-uitmest#:~:text=Mestvergisting%20voor%20groengasproductie%20is%20rendabel,circa%2 01%2C5%20miljoen%20euro. CBS. (2022). Varkensbedrijven hebben het vaakst meerdere locaties. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2022/10/varkensbedrijven-hebben-het-vaakstmeerderelocaties#:~:text=Op%201%20april%202021%20telde,700%20varkens%20per%20bedrijf% 20gehouden. CBS. (2023a). Nauwelijks minder melkkoeien in 2022, wel minder varkens. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/11/nauwelijks-minder-melkkoeien-in-2022wel-mindervarkens#:~:text=Vorig%20jaar%20waren%20er%2014,groeide%20in%202022%20naar%2 0107. CBS. (2023b). StatLine: Bedrijven; bedrijfstak. https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/81589NED/table CBS. (2023c). Vestigingen van bedrijven; bedrijfstak, regio. https://www.cbs.nl/nlnl/cijfers/detail/81578NED CBS. (2024). Statline: Bedrijfsafval; afvalsoort, bedrijfstak (SBI 2008). https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/84970NED/table?dl=6C17E CE Delft. (2020). Potentieel van lokale biomassa en invoedlocaties van groengas : Een verkenning voor 2030.
https://ce.nl/publicaties/potentieel-van-lokale-biomassaen-invoedlocaties-van-groengas/ CE Delft. (2023). Vervolgstudie bijmengverplichting groen gas: Haalbaarheid en betaalbaarheid. https://ce.nl/publicaties/vervolgstudie-bijmengverplichting-groengas-haalbaarheid-en-betaalbaarheid/ DNV GL. (2017). Biomassapotentieel in Nederland : verkennende studie naar vrij beschikbaar biomassapotentieel voor energieopwekking in Nederland. EBN. (2022). Groen gas productie op mijnbouwlocaties - Het potentieel van bestaande mijnbouwlocaties in Nederland. Ministerie van EZK. (2023). Wetsvoorstel Jaarverplichting groen gas. https://www.internetconsultatie.nl/groengas/b1 Ministerie van EZK. (2024). Kamerbrief aanpassingen bijmengverplichting groen gas. https://open.overheid.nl/documenten/0f0b1203-e766-44dd-a26c2f4968e300de/file Netbeheer Nederland. (2023a). Capaciteitskaart elektriciteitsnet. Netbeheer Nederland. https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/ Netbeheer Nederland. (2023b). Integrale infrastructuurverkenning 2030-2050 eindrapport. PBL. (2023). Eindadvies basisbedragen SDE++ 2023. https://www.pbl.nl/publicaties/eindadvies-basisbedragen-sde-2023 PDOK. (2024). Beschikbare capaciteit elektriciteitsnet.
https://app.pdok.nl/viewer/#x=167610.65&y=468167.27&z=4.7663&background=BR T-A%20standaard&layers=c650c3ec-6fc7-4222-ba99e4ddf9e75fe5;IndicatiefVerzorgingsgebied,c650c3ec-6fc7-4222-ba99e4ddf9e75fe5;Stations
57
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
Rijksoverheid. (2022, 7 juni 2022). IBIS: Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem. https://data.overheid.nl/dataset/ibis-bedrijventerreinen RVO. (2023, oktober 2023). Feiten en cijfers SDE(+)(+). https://www.rvo.nl/subsidiesfinanciering/sde/feiten-en-cijfers SER. (2020). Biomassa in balans : Een duurzaamheidskader voor hoogwaardige inzet van biogrondstoffen. https://www.ser.nl//media/ser/downloads/adviezen/2020/biomassa-in-balans.pdf TAUW. (2022). Locatieonderzoek groen gas RWZI's. Unie van Waterschappen. (2022). Strategische Visie Unie van Waterschappen 'Op weg naar klimaatneutraliteit'. https://unievanwaterschappen.nl/wpcontent/uploads/2022/11/Strategische-visie-Unie-van-Waterschappen.pdf VIVET. (2023). Dataset: Beschikbare capaciteit elektriciteitsnet. In: Pdok. WUR. (2023). Melkveehouderij. https://agrimatie.nl/SectorResultaat.aspx?subpubID=2232§orID=2245
58
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
A Geïnterviewde partijen In de marktconsultatiefase zijn de volgende partijen geïnterviewd. De interviews zijn afgenomen in de periode november 2023 tot en met januari 2024. De algemene interviewvragen staan in Bijlage B.
59
Organisatie
Type partij
Attero
Middelgroot, vergisting
Bioenergy Netherlands
Groot, vergassing
BioValue
Middelgroot, vergisting
BlueSphere
Groot, vergisting
CCS
Klein, vergisting
Cosun
Groot, vergisting
D4
Groot, bio-LNG
DBG
Groot, bio-LNG
Energy united
Klein, vergisting
Engie
Groot, vergisting
Engie
Groot, vergassing
Greencreate
Groot, vergisting
HoSt
Middelgroot, vergisting & klein, vergisting
Indaver
Middelgroot, vergisting
Nature Energy
Groot, vergisting
Nordsol
Groot, bio-LNG
OG Clean fuels
Middelgroot, vergisting
Omrin
Middelgroot, vergisting
Oosterhof Holman
Middelgroot, vergisting
Perpetual next
Groot, vergassing
Rabobank
Financier
Referm
Klein, vergisting
Renewi
Middelgroot, vergisting
Royal FrieslandCampina
Klein, vergisting
SCW Systems
Groot, vergassing
SFP Group
Groot, vergisting
Shell
Groot, vergisting
Torrgas
Groot, vergassing
Twence
Middelgroot, vergisting
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
B Vragen voor enquête en interviews B.1
Digitale enquête — Wat is uw naam? — Wat is de naam van uw bedrijf/organisatie? — Er zijn verschillende locatiecriteria die een rol spelen bij de selectie van een locatie voor een groengasinstallatie. Geef alstublieft aan hoe u het belang van elk van de criteria inschat bij de ontwikkeling van nieuwe installaties. De opties zijn: • heel onbelangrijk; • enigszins onbelangrijk; • neutraal; • enigszins belangrijk; • heel belangrijk; • verschilt sterk per installatie; • niet van toepassing; • weet niet. Locatiecriteria (factoren bij selectie van locatie)
Belang
Afstand tot omwonenden Afstand tot Natura 2000-gebied Doorlooptijd aansluiting elektriciteitsnet Vergunningstraject Draagvlak in omgeving Capaciteit van het aardgasnet (na)bij de locatie Toegestane bouwhoogte Beschikbaar aaneengesloten grondoppervlak Mogelijkheid aanleg biogasleidingen (in geval biogas naar een centrale opwerkingsinstallatie wordt getransporteerd) Lokale beschikbaarheid biogrondstoffen (< 25 km) Lokale afzetmogelijkheden digestaat (< 25 km) Toegankelijkheid locatie via weg Toegankelijkheid locatie via water Toegankelijkheid locatie via spoor
— Mist u nog een of meerdere belangrijke locatiecriteria? Zo ja, welke? — Er zijn verschillende realisatiecriteria die een rol spelen bij de final investment decision van een groengasinstallatie. Geef alstublieft aan hoe u het belang van elk van de criteria inschat bij de ontwikkeling van nieuwe installaties. De opties zijn: • heel onbelangrijk; • enigszins onbelangrijk; • neutraal; • enigszins belangrijk; • heel belangrijk; • verschilt sterk per installatie; • niet van toepassing; • weet niet.
60
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
Realisatiecriteria (factoren bij final investment decision)
Belang
Verkrijgen van SDE-subsidie Zekerheid over regels bijmengverplichting groengas Zekerheid over bio-LNG-vraag Medewerking vanuit nationaal beleid Medewerking vanuit lokaal beleid (gemeente en Provincie) Kosten benodigde bouwmaterialen Beschikbaarheid arbeidskrachten t.b.v. bouw Termijn van contractering biogrondstoffen Termijn van contractering afzet digestaat Termijn van contractering groengas
— Mist u nog een of meerdere belangrijke realisatiecriteria? Zo ja, welke?
B.2
Interviews Installaties — Volgens de door ons verzamelde informatie heeft u het volgende aantal en typen installaties: […]. Deze hebben een groengascapaciteit van […] en gebruiken deze feedstocks: […]. Klopt dit? — Heeft u plannen voor uitbreiding van bestaande groengasinstallaties (type/volume)? Zo ja, bij welke installaties, welke biogrondstoffen zijn beoogd en welke groengasvolumes? — Heeft u plannen voor ombouw van biogasinstallaties naar groengasinstallaties? — Heeft u plannen voor verkenning/realisatie van nieuwe groengasinstallaties (type/volume)? — Indien relevant: Welke kansen en belemmeringen zijn er bij uitbreiding van bestaande installaties? — [Extra vragen toegespitst op het specifieke bedrijf].
Locaties — Welke typen locaties/terreinen zijn volgens u geschikt voor middelgrote/grote groengasinstallaties? Waarom? — Overweegt u (een) specifieke locatie(s) voor nieuwe installatie(s)? Welke? — Als u meerdere locaties overweegt, zitten deze dan in een bepaald gebied? Zo ja, waarom daar? — Overweegt u ook vestiging in het buitenland? Wat zijn de belangrijkste afwegingen hierbij?
Locatiecriteria — Klopt het dat […] de belangrijkste criteria zijn? Waarom? Welke locatiecriteria zijn harde randvoorwaarden (dat wil zeggen knock-outs), en waarom? — Welke locatiecriteria/welk locatiecriterium is het meest beperkend voor u bij het zoeken van geschikte locaties? — Voor bestaande installaties: Welke locatiecriteria hebben de doorslag gegeven voor de locatiekeuze?
61
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
— Indien u meerdere installaties ontwikkelt, verschillen de criteria per (type) installatie? Zo ja, hoe? — Ziet u in de toekomst een verandering in relevante locatiecriteria? — Hoe waarschijnlijk is het dat het bestemmingsplan moet worden aangepast? Wat betekent dat voor de doorlooptijd van het vergunningstraject?
Realisatiecriteria — Klopt het dat […] de belangrijkste criteria zijn? Waarom? Welke realisatiecriteria zijn harde randvoorwaarden (dat wil zeggen knock-outs), en waarom? — Indien u meerdere installaties ontwikkelt, verschilt dit per (type) installatie? Zo ja, hoe? — Wat is de minimale periode waarover biogrondstoffen (en afzet digestaat) gecontracteerd moeten zijn voordat de final investment decision wordt genomen? — Welk nationaal beleid heeft invloed op uw keuze om te investeren in (een) groengasinstallatie(s)? Denk aan: SDE++, HBE/BKE, bijmengverplichting gebouwde omgeving (incl. rekenregels broeikasgasreductie), digestaatbeleid, anders. — Is lokaal (stimulerings)beleid vanuit provincie en/of gemeente relevant (geweest) voor uw keuze om te investeren in (een) groengasinstallatie(s)?
Stakeholders — Welke partijen hebben invloed op de locatiekeuze? Welke invloed hebben zij? — Welk partijen hebben invloed op de final investment decision? Welke invloed hebben zij?
Biogrondstoffen — U heeft aangegeven in de enquête dat u het belang van lokale beschikbaarheid van biogrondstoffen (< 25 km) kwalificeert als […]. Kunt u dit toelichten? — In hoeverre en wanneer wordt de levering van feedstockstromen contractueel vastgelegd? — Hoeveel groengas kunnen we volgens u maken rond 2030 met biogrondstoffen uit Nederland (economisch potentieel, dat wil zeggen rekening houdend met andere toepassingen)? — Met welke markten concurreert de groengasmarkt om biogrondstoffen en wat is volgens u de relatieve trekkracht van de groengasmarkt? — Hoe schat u de voorspelbaarheid/stabiliteit van de biogrondstofprijzen in? — In hoeverre overweegt u de inkoop van feedstockstromen vanuit Nederland van verder dan 25 kilometer? — In hoeverre overweegt u de inkoop van feedstockstromen uit het buitenland? — Wat verwacht u van de ontwikkelingen op gebied van importen en exporten van biogrondstoffen tussen nu en 2030?
Afzetmarkt groengas — Voedt u uw groengas in het aardgasnet of heeft u een andere afzetmarkt (of beide)? Indien relevant: Welke andere afzetmarkt heeft u? — Overweegt u andere afzetmarkten in de toekomst? — Welke aspecten, naast de verkoopprijs (inkomsten), zijn voor u belangrijk voor de keuze voor een bepaalde afzetmarkt?
62
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
— Wat verwacht u van de ontwikkelingen op gebied van export van bio-LNG tussen nu en 2030?
Ontwikkeling groengas in Nederland — Hoe denkt u dat de groengasmarkt in Nederland verder zal gaan ontwikkelen? Welke factoren zijn hier volgens u voornamelijk op van invloed? — In hoeverre heeft de door de regering voorgenomen krimp van de veestapel invloed op de ontwikkeling van mestvergisting in Nederland, naar uw verwachting? — Voor ontwikkelaars van mestvergisting: Zou de aanwezigheid van een mestvergister een reden kunnen zijn dat een veehouderij doorgaat, terwijl hij anders was gestopt? — Bij vergisters: Wat verwacht u voor ontwikkelingen op het gebied van afzet/toepassing van digestaat en van biogene CO 2? — Bij vergassers: Wat verwacht u voor ontwikkelingen op het gebied van afzet/toepassing van mineralen, actieve kool en biogene CO 2?
63
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
C Model-inputs en aannames Nieuwe installaties Tabel 15 – Aantallen en totaalcapaciteit potentiële groengasproductie voor groepen nieuwe installaties Groep
Aantal nieuwe installaties
Totale potentiële capaciteit (miljoen m3 groengas/jaar)
3
245,5
Houtvergassing
4
111,5
Bij rwzi’s
54
49
Gerelateerd aan slibvergisters die niet in SDElijst staan.
Installaties waarvoor plannen zijn
13
413,7
Informatie verzameld uit de interviews met marktpartijen.
Installaties waarvoor nog geen plannen zijn*
0-629
0-554
Dit is een berekend tussenresultaat in de scenarioanalyse (zie Paragraaf 6.4).
Superkritische vergassing
Toelichting
Noot: Aantal en capaciteit bij installaties waarvoor nog geen plannen zijn verschilt per scenario (zie verderop).
Tabel 16 – Aangenomen totaalcapaciteit aan nieuwe plannen als gevolg van de bijmengverplichting groengas en ten behoeve van de productie van bio-LNG via de administratieve route (miljoen m3 groengas/jaar) Drijfveer
A
B
C
D
E
Bijmengverplichting groengas
325
725
325
475
500
Toelichting Eigen aannames, ten behoeve van de verkenning van de invloed op resultaten.
Bio-LNG (administratieve route)
250
500
250
500
350
Verwachte vraag vanuit zwaar wegtransport en scheepvaart. Gebaseerd op gesprek met Robert Goevaers.
Tabel 17 – Verhouding tussen omvangcategorieën voor nieuwe installaties waarvoor nog geen plannen zijn Omvangcategorie
A
B
C
D
E
Klein
5%
5%
100%
45%
15%
Middelklein
10%
10%
0%
30%
25%
Middelgroot
25%
25%
0%
25%
25%
Groot
60%
60%
0%
0%
35%
Tabel 18 – Typische omvang per omvangcategorie voor nieuwe installaties waarvoor nog geen plannen zijn
Bandbreedte (m3/uur) Typische omvang (m3/uur)
64
Klein
Middelklein
Middelgroot
Groot
Kleiner dan 40
40-400
400-2.500
Groter dan 2.500
30
225
1.500
3.750
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
Tabel 19 – Aangenomen productietechniek per omvangcategorie voor nieuwe installaties waarvoor nog geen plannen zijn Omvangcategorie
Productietechniek
Klein
Monomestvergisting
Middelklein
Monomestvergisting
Middelgroot
Allesvergisting
Groot
Allesvergisting
Noot: Vergassing wordt apart meegenomen in de scenarioanalyse. Hier zijn wel al marktplannen voor.
Tabel 20 – Aandeel van andere biomassa dat wordt geïmporteerd voor nieuwe installaties waarvoor nog geen plannen zijn Omvangcategorie
Aandeel import
Klein
0%
Middelklein
0%
Middelgroot
56%
Groot
67%
Noot: ‘Andere biomassa’ is de biomassa anders dan mest en hout.
Realisatiekansen Tabel 21 – Aangenomen realisatiekansen van groengasprojecten
Groengas- en biogasprojecten uit SDE-lijst
A
B
C
D
E
70%
70%
70%
70%
70%
55%
65%
55%
65%
60%
50%
55%
50%
55%
52.5%
Opwaardering en invoeding van biogasinstallaties Nieuwe installaties - klein (monomest)
50%
Nieuwe installaties - groot
Toelichting Op basis van expertinschatting. Kleine installaties hebben een gemakkelijker inpassingstraject dan grote installaties.
Ontwikkeltijden Figuur 18 – Toegepaste kansverdelingen voor kleine installaties en grote installaties
65
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
Tabel 22 – Inputwaarden voor de bepaling van ontwikkeltijden Variabele
A
B
Krimpfactor ontwikkeltijd voor uitbreiding bestaande biogasinstallaties
E
Toelichting Uit CE Delft (2023).
Uit CE Delft (2023). Bijstelling ontwikkeltijd (monomest heeft al te maken met een optimistischere kansverdeling).
0,80
Reductiewaarde voor meenemen van installaties die net na 2030 gerealiseerd worden (jaren)
66
D
5,5
Reductiewaarde ontwikkeltijd voor nog niet gerealiseerde installaties uit SDE-lijst anders dan monomest.
Bonus/malus voor inpassingstraject van nieuwe installaties (jaren)
C
Toegevoegd. De ontwikkeltijd wordt kunstmatig teruggebracht, zodat we de situatie rond 2030 in beeld brengen (enige uitloop wordt ook meegenomen).
2,00
1,5
-1,0
1,5
-1,0
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
0,0
Een soepel inpassingstraject leidt tot een kortere ontwikkeltijd.
D Beleidskader provincies Deze bijlage bevat een korte beschrijving van het beleidskader van elk van de provincies omtrent groengasproductie, waarbij gebruik is gemaakt van informatie van de provincies. De volgende punten omtrent groengasbeleid komen terug bij de meeste provincies: — Biogrondstoffen moeten zo hoogwaardig mogelijk worden ingezet. Er is wel een rol voor biogas/groengas. — De invloed van provincies op beschikbaarheid, transport en inzet van biogrondstoffen is beperkt. — Ontwikkeling van kringlooplandbouw en beperken transporten leidt tot voorkeur voor gebruik van lokale biogrondstoffen voor vergisting.
Groningen — Provincie Strategie Inzet Biogrondstoffen. — Import van biogrondstoffen wordt niet uitgesloten, zolang duurzaam en hoogwaardig ingezet. — Programma Landelijk Gebied: Mogelijkheden van kleinschalige monomestvergisting (vanwege stikstofproblematiek, leefbaarheid platteland, verdienmodel boeren, bijdrage aan verduurzaming landbouw). — Geen voorkeur uitgesproken over schaalgrootte.
Friesland — Friese bestuursakkoord 2023-2027 ‘Oparbeidzje foar Fryslân’. — Inzet op onder andere biogasproductie door veehouderijen, ook omdat dit stikstof reduceert. — Vergisting op regionale schaal kan onder voorwaarden: het mag de schaal en inkomsten van de agrarische activiteiten niet overstijgen. — Collectieve vergisters horen in eerste instantie thuis op een bedrijventerrein, glastuinbouwlocatie of een terrein voor openbare nutsvoorzieningen. Vestiging op een agro-locatie is ook mogelijk.
Drenthe — Coalitieakkoord 2023-2027. — De Provincie ondersteunt biogasclusters van boeren met monomestvergisters. Inzet op opschaling hiervan. — Volle inzet op monomestvergisting op boerderijschaal, onder andere middels standaard projectplan voor veehouders. — Omgevingsvisie: Grootschalige systemen op industrieterreinen. — Energieagenda: Stimuleren van groengasinitiatieven en biogasclusters. Nauwe samenwerking met gemeenten, netbeheerders en agrarische sector. Lokaal inzetten van groengas voor warmtetransitie zien we als prioriteit voor een aantal plattelandsgemeenten. — Actief beleid op middelvergrote vergisters met bio-wkk voor switch naar groengasproductie.
67
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
— Alle groengasproductietechnieken zijn welkom (inclusief co-vergisting, slibgisting, vergassing (Stercore)).
Overijssel — Groengasproductie wordt ondersteund met het programma Nieuwe Energie Overijssel. Het belang ervan wordt onderstreept in het coalitieakkoord 2023-2027 (uitwerking moet nog volgen). — Omgevingsvisie. Kleinschalige mestvergisting op eigen erf. Vergisting op regionale schaal kan onder voorwaarden in de Groene Omgeving. Primaire vestigingslocaties zijn bedrijventerreinen vanaf categorie 3, locaties gekoppeld aan grootschalige afvalverwerking en rwzi’s. Voorstel voor verruiming voor grote installaties: ook buiten bedrijventerreinen wanneer milieu hygiënisch mogelijk.
Gelderland — Strategische Agenda Biomassa als energiedrager. — Het huidige beleid staat weinig tot geen ontwikkeling van nieuwe (middel)grote installaties toe. Voornemen om beleidswijziging voor te leggen aan Gedeputeerde Staten. — Geen nieuwe co-vergisters met vergisting van mest zonder eigen grond. — Focus op mest als grondstof voor vergisting. Vergisten en verwaarden van mest bij boerenbedrijven met koeien en eigen land, als onderdeel van kringlooplandbouw. (‘Mestvergisting en mestverwerking zijn als een gelukkig huwelijk’). — Inzet op slibverwerking bij industriële bedrijven en gft-vergisting. — Inzet op ontwikkeling van biogashubs waarbij coöperaties van boeren direct aan nabije industrie (en mogelijk ook GO) leveren. Ontwikkeling groengas is op dit moment geen item. — Gelders evenwicht tussen beschikbare biogrondstoffen en opgesteld vermogen. Aanvoer vanuit buurprovincies en grensstreek wordt geaccepteerd.
Flevoland — Gemeentelijk beleid: Geen vergisters op bedrijventerrein, we zijn meer op zoek naar bedrijven die meer arbeidsplaatsen bieden per hectare en kennisintensiever zijn.
Utrecht — Omgevingsvisie Provincie Utrecht: De Provincie ziet kansen voor kleinschalige vergisting op en nabij agrarische bouwpercelen en landgoederen. Relatief grote installaties behoren op industrieterreinen.
Noord-Holland — De Provinciale Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 bevat geen beleid omtrent biomassa of mestverwerking. — Geen stimuleringsbeleid groengas. De Provincie ondersteunt wel InVesta (onderzoekscentrum biomassavergassing). — Wens vanuit RO om vestigingsbeleid en ruimtelijke kaders te ontwikkelen, inclusief over (middel)grote vergisters
68
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
— Lopend onderzoek WUR leidt tot input voor beleidsverkenning rond kleinschalige vergisters.
Zuid-Holland — Geen expliciet beleid op vergisting. — Rapport ‘Van organische restromen naar groene grondstoffen’ (Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid, 2020): De provincie wil organische reststromen zo veel mogelijk circulair benutten. Hiervoor is een afwegingskader opgesteld. Een van de aanbevelingen is om beleid voor reststromenverwerking te ontwikkelen. — Aanbeveling uit workshop om gecontroleerde mestvergisting te stimuleren. Combinatie van vergisting en verwaarding van digestaat is een goede wijze van inzet (rapport omgevingsdienst).
Zeeland — De Omgevingsvisie maakt zowel grotere installaties op industrieterreinen als kleinere installaties op agrarische terreinen mogelijk. — Tekst Omgevingsverordening: In een omgevingsplan kan alleen worden voorzien in de realisatie van een installatie voor energieopwekking uit mest of afvalstoffen: a Op een bedrijventerrein van ten minste een hectare, en bij het glastuinbouwconcentratiegebied op de Axelse Vlakte in de gemeente Terneuzen. b Op een agrarisch bouwvlak, als de installatie maximaal 500 m 3 bedraagt, of als in de motivering bij het omgevingsplan aannemelijk wordt gemaakt dat de installatie qua omvang ter plaatse past en het karakter van het landelijk gebied niet onevenredig wordt aangetast.
Noord-Brabant — Interim Omgevingsverordening (IOV) Noord-Brabant. — Onderscheid tussen ‘bedrijfseigen activiteit’ (kleine en middelgrote vergisters) en ‘geen bedrijfseigen activiteit’ (grote vergisters). — Vergassing wordt niet genoemd in de IOV, maar is waarschijnlijk alleen op bedrijventerreinen toegestaan. — Randvoorwaarden voor mestverwerking: • Kleinschalige vergisting op het bouwperceel van een veehouderij: Verwerking van eigen mest, max. 25.000 ton per jaar. Bij verdere bewerking moet > 50% van de mest omgezet worden in loosbaar water. • Middelgrote of grootschalige vergisting op een agrarisch terrein: Zelfde voorwaarden bij minder dan 25.000 ton per jaar. Meer dan 25.000 ton mest per jaar op een agrarisch terrein is niet toegestaan, tenzij onder voorwaarden: Nevenfuctie, aanvoer via pijpleidingen, ten minste 50% van mest wordt omgezet in loosbaar water, veehouderij is niet gevestigd in gebied 'Beperkingen veehouderij' of 'Groenblauwe waarden'. • Middelgrote of grootschalige vergisting op een bedrijventerrein: Vergisting op geschikt middelzwaar tot zwaar bedrijventerrein. De provincie is strenger: minimaal milieucategorie 4-5 (in plaats van 3.2). — Vergisting is niet toegestaan in Natura 2000-gebieden, Natuur Netwerk Brabant (NNB), de Groenblauwe Mantel en beschermingszones natte natuurparels, en grondwaterbeschermingsgebieden.
69
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
— Nieuw bestuursakkoord voor de periode 2023-2027 'Samen maken we Brabant!’: Realisatie van de Uitvoeringsagenda Mest. Mestbewerking zo dicht mogelijk bij de bron en zo ver weg als nodig. Monomestvergisting is toegestaan. Toegestaan mestvolume volgt uit de uitvoeringsagenda Mest. — Continuering en intensivering van tegengaan van mestfraude. — Verminderen van ammoniakemissies. Passende regelgeving voor mestverwaarding.
Limburg — Er is niet echt een beleidskader ‘groengas’; beperkingen en kaders komen uit verschillende andere beleidsterreinen.
70
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
E Indicatie beschikbare capaciteit van elektriciteitsnet Figuur 19 – Indicatie beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet per provincie
Bron: (PDOK, 2024).
71
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024
F Haventerreinen Tabel 23 - Haventerreinen en uitgeefbaar oppervlak op basis van IBIS-database Naam
Plaats
Maasvlakte
Rotterdam
Uitgeefbaar oppervlakte (ha) 545
Oosterhorn
Delfzijl
452
Eemshaven
Roodeschool
201
Europoort
Rotterdam
157
Axelse Vlakte Ii
Westdorpe
112
Zeehaven Sloegebied
Vlissingen
99
Moerdijk
Moerdijk
87
Mosselbanken + Valuepark
Terneuzen
57
Zeehaven Sloegebied
Borssele
49
Axelse Vlakte I
Westdorpe
33
Hoogtij (Kadegebonden)
Zaanstad
24
Nieuwe Industriehaven
Harlingen
15
Zuiderzeehaven
Kampen
11
Botlek Europoort-Oost
Rotterdam
10
Nat Ind.Ter Oevers D
Meppel
8,3
Terneuzen Kanaalhavens
Terneuzen
5,3
Zevenmanshaven
Vlaardingen
3,2
Wilhelminahaven
Schiedam
2,7
Julianahaven
Dordrecht
2,5
Bron: (Rijksoverheid, 2022). De informatie over uitgeefbaar oppervlak is van 1 januari 2022.
72
230260 - Scenariostudie groengasproductie rond 2030 – Maart 2024