Ruimtelijk Ontwikkelplan Nieuwstad
Tekst van het document
Gemengde hagen.
Voor vleermuizen worden inbouwkasten voorzien.
Bomen om in te schuilen met nestkastjes.
Vogels fourageren in de streekeigen en inheemse heesters in het park.
Bloemrijk en kruidenrijk gras.
Vochtige omgeving voor amfibieën.
Voor huizenbroeders als huismussen worden inbouwkasten voorzien.
Zand en water op beschutte plekken voor vogels en insecten.
Dracht- en waardbeplanting.
Duurzaam tuinieren = bladeren laten liggen!
Diverse klimplanten tegen gebouw/ lamellen.
Takkenrillen om te schuilen en te fourageren.
Voor huizenbroeders als gierzwaluwen worden inbouwkasten voorzien.
Stengels laten staan, hierin kunnen insecten overwinteren.
Grote diversiteit aan inheemse soorten en beplanting in lagen.
Natuurlijke vegetatie.
Groene daken, natuurdaken.
Bruine daken, hoogste daken i.c.m. zonnepanelen.
vleermuizen Aansluitend bij de vliegroutes en het fourageergebied van de vleermuizen, lenen de gevels op het zuiden en westen zich goed voor de huisvesting van onder andere de gewone en de ruige dwergvleermuis. Zowel kraam- als verblijfskasten worden hier geplaatst. Daarnaast bieden grote bomen ook kansen voor de rosse vleermuis en de laatvlieger. zangvogels Voor zangvogels wordt een grote diversiteit aan planten in de binnentuin voorzien zoals grote en kleine bomen, heesters, heggen, klimplanten en kruiden. Aan de grote bomen worden nestkastjes toegevoegd. Op de vloer is op een aantal plaatsen zand en water voorzien. Zo is er voor deze grote groep voldoende plek om te nestelen, te schuilen en te fourageren. gierzwaluw (en huismus) Daar waar de gevel georienteerd is op het noorden of oosten, worden nestkasten geplaatst voor de gierzwaluw en de huismus. Omdat de gierzwaluw eerst een vrije val maakt na het verlaten van het nest, komen de inbouwkasten op plekken waar geen obstakels in de buurt zijn. De nestkasten voor de huismus worden juist in de buurt van groen geplaatst waar de mus ook leeft. amfibiën Amfibiën bevinden zich op het grensgebied van water en land. Omdat ze koudbloedig zijn warmen ze op in de zon en koelen ze af in het water. Tevens hebben ze het water nodig om niet uit te drogen.
In het plangebied is een combinatie van water, natte kruidenrijke vegetatie en schuilmogelijkheden in de vorm van heggen, zand en takkenrillen.
62
svz schetsontwerp 05-06-2023
63
8. Rooms-Katholiek Kerkhof Het Rooms-Katholiek Kerkhof ligt aan de Bisschop Willebrandlaan 62 in Zwolle. De gehele begraafplaats is in 1998 aangewezen als beschermd monument. In 1840 kocht baron Van Lamsweerde de gronden aan voor f 3.275,- van Gerrit Jeurink, waarna op 5 juni van datzelfde jaar de eerste steen van de toegangspoort werd gelegd door Van Lamsweerde. In de kerken werd gecollecteerd voor de inrichting van de begraafplaats. Van de opbrengst werd de kapel gebouwd die gewijd is aan de Heilige Maagd Maria en de aartsengel Michaël. Deze laatste is de beschermheilige van de stad Zwolle. Naar hem is ook de Grote of Sint-Michaëlskerk vernoemd.
Huidige entree die verscholen ligt achter de huidige bossage
64
Interieur
65
Toekomst Zowel de fantastische monumentale entree als de schitterende kapel liggen momenteel volledig verscholen achter bosschage. Door de samenwerking met zowel het bestuur van het kerkhof als de gemeente Zwolle, kan er een integrale ontwikkeling plaatsvinden. Dit maakt het mogelijk om de entree en de kapel, die in een loodrechte lijn hierachter is gepositioneerd, weer te manifesteren. Huidige aanzicht
Impressie entreegebied begraafplaats, gezien vanuit de Bisschop Willebrandlaan Met het bestuur van de begraafplaats heeft meerdere malen overleg plaats gevonden over onder andere de afstand tot de muur van de begraafplaats, de inrichting van de gezamenlijke parkeerplaatsen en de hoogte en positionering van de woongebouwen. Het bestuur van de begraafplaats heeft aangeven het fijn te vinden dat zij gedurende het ontwerpproces veelvuldig zijn meegenomen en gehoord. Een uitwerking van deze gesprekken is te vinden in bijlage 1.
Plankaart -parkeren bezoekers i.c.m. begraafplaats 66
67
9. Mobiliteit Door de herontwikkeling van de locatie wordt een versteend gebied met relatief oude, niet toonaangevende, opstallen getransformeerd tot een toekomstbestendig, innovatief, klimaatadaptief en aantrekkelijk woonen verblijfsgebied binnen Dieze-oost. Het is de ambitie om een aantrekkelijk en groen woonmilieu aan de wijk toe te voegen. Door deze nieuwe ontwikkeling krijgt het gebied ook extra bewoners en bezoekers. Door functiewijziging wordt mobiliteit heel anders georganiseerd en ontstaat er een andere mobiliteitsbehoefte. Om deze reden is een juiste aanpak op het gebied van mobiliteit vereist. In dit hoofdstuk zal de huidige situatie in beeld worden gebracht, en wordt het STOMP-principe toegelicht. Hierbij is gekeken naar de visie van Zwolle in relatie tot de toepassing op de locatie. In het mobiliteitsconcept is dit nader toegelicht welke als bijlage bij het ROP is bijgevoegd.
Laden/losen op de openbare weg
68
Huidige situatie De Oving garage ligt aan een druk kruispunt en wordt omgrensd door de wegen Bisschop Willebrandlaan en Van Wevelinkhovenstraat. De achterliggende Rooms Katholieke begraafplaats grenst aan de locatie en heeft een ontsluiting met parkeerterrein aan de Bisschop Willebrandlaan. Park de Hogenkamp ligt aan de overzijde en voorzieningen als supermarkt en apotheek liggen op loopafstand van de locatie.
Parkeren in openbaar groen
In de bestaande situatie komt het veelvuldig voor dat de auto’s van de garage geparkeerd worden in het openbaar groen, wat niet de bedoeling is en niet uitnodigend mag werken voor andere autobezitters. Daarnaast worden er meermaals per week auto’s geladen en gelost van de geparkeerde vrachtwagen op Bisschop Willebrandlaan. Dit zorgt voor onveilige situaties. De inrichting van de openbare ruimte en hoe in de plannen omgegaan wordt met mobiliteit, is hierin een belangrijke schakel.
Mobiliteit een uitdaging De herontwikkeling van de locatie tot een woon- en verblijfsgebied, zal verkeersbewegingen met zich meebrengen die anders van aard zijn dan die horen bij de huidige functie. De afgelopen periode heeft de gezamelijke projectgroep gesproken over hoe mobiliteit en parkeren, in relatie tot ontsluiting, passend moet worden opgelost. Er is een mobiliteitsconcept opgesteld. Deze is als bijlage bij het ROP gevoegd.
Parkeren in openbaar groen
69
STOMP-principe
Gedurende het opstellen van dit ruimtelijk ontwikkelplan zijn er diverse gesprekken gevoerd over de aspecten rondom mobiliteit en parkeren. Met inachtneming van de uitgangspunten voor het mobiliteitsconcept wordt hieraan verder gewerkt volgens het STOMP-principe.
S | Stappen
Context Mobiliteitsvisie: Mobiliteit brengt Zwolle verder
Voor Nieuwstad wordt, in lijn met de Mobiliteitsvisie van de gemeente Zwolle, ingezet op de mobiliteitsambities van Zwolle. In deze visie wordt ingezet op vernieuwing en een omslag naar een gezonde(re) leefomgeving. Hierin is het STO(M)P-principe verweven. Er is ruimte voor slimme en toekomstbestendige oplossingen met betrekking tot mobiliteit, bijvoorbeeld door de inzet van deelmobiliteit en dubbelgebruik. Dit geldt zowel voor auto’s als fietsen. Zwolle is fietsstad nummer één Zwolle is een echte fietsstad en mag daar trots op zijn. Zwolle is al jarenlang één van de koplopers in het aandeel fietsgebruik. Om het fietsen nog verder te stimuleren en onder de aandacht te brengen, is in Zwolle in 2021 een fietsburgemeester aangesteld. Uit cijfers blijkt dat het ‘aandeel fiets’ in verplaatsingen van Zwollenaren schommelt rond de 44%. Reden om in de planvorming vroegtijdig rekening te houden met meer fietsgebruik en -bezit. Uitgangspunten mobiliteitsconcept Om de ambities in de huidige context waar te maken, is er een mobilitietsplan opgesteld. Dit concept wordt actueel gehouden of wordt herijkt o.b.v. een veranderende mobilitietsvraag, zoals de verwachte vraag naar meer deelmobiliteit en het gebruik van ruimte-
70
besparende maatregelen, zoals dubbelgebruik. Rekening houdend met het mobiliteitsconcept wordt de parkeervraag bepaald door het parkeeraanbod af te stemmen op de woningtypes en doelgroepen die hier komen te wonen, het fietsen te stimuleren en deelauto’s en oplaadpunten voor elektrische voertuigen aan te bieden. De volgende voorwaarden en uitgangspunten gelden onder meer als basis voor het op te stellen mobiliteitsconcept: • Het mobiliteitsconcept voorziet alle toekomstige doelgroepen (bewoners en bezoekers) in hun mobiliteitsbehoefte. • Langzaam verkeer wordt gestimuleerd, dus actief bewegen te voet of per fiets. • Bewonersparkeren wordt op eigen terrein opgelost. • Door het bezoekersparkeren te combineren met de begraafplaats, onstaat er meer capaciteit voor beide op de momenten dat hier vraag naar is. • De grootte van de parkeervoorziening is mede afhankelijk van de onderbouwde parkeernorm. • Innovatieve oplossingen zijn onderdeel van het mobiliteitsconcept. Zo worden bij ontwikkeling Nieuwstad direct bij oplevering drie elektrische deelauto's beschikbaar gesteld.
T | Trappen
Het gaat bij dit principe om de prioriteit die gesteld wordt aan de verschillende modaliteiten. Daarbij staat langzaam verkeer voorop (stappen en trappen), dit dient zich veilig door een gebied te kunnen bewegen. Daarna komt het openbaar vervoer, dat dient op bereikbare plaatsen aanwezig te zijn en voldoende ontsluiting met omliggende regio’s te bieden. Echter, tegenwoordig worden ook MaaS-concepten tot het rijtje gerekend. De MaaS-concepten bieden de mogelijkheid om het bezit van een voertuig overbodig te maken, omdat de volledige reisketen inzichtelijk gemaakt wordt en geboekt en betaald kan worden en er hiermee ook gebruikgemaakt kan worden van een deelvoertuig. Daardoor zijn minder parkeerplaatsen nodig en kan deze ruimte voor andere doeleinden gebruikt worden. De privéauto staat achteraan in het STOMPprincipe. Er zullen altijd reizigers zijn die de auto gebruiken. Ook voor hen dient ruimte gefaciliteerd te worden. Door functies te combineren, of door in te breiden ontstaat een gebied waar mensen naar voorzieningen kunnen lopen (S). Op wat kortere afstanden hebben lopen en fietsen de voorkeur, omdat ze schoon en gezond zijn en weinig ruimte vragen. Voor wat langere afstanden de wijk uit, kunnen mensen fietsen en het openbaar vervoer gebruiken: een schone, qua ruimte, een efficiënte manier van verplaatsen.
MaaS/deelmobiliteit, in de vorm van een deelauto of een deelfiets zoals die er veel zijn
O | OV
M | MaaS
P | Privéauto
in Zwolle, maakt het gebruik van fiets en openbaar vervoer makkelijker. Ten slotte hebben we de privéauto. Idealiter wordt die vooral gebruikt voor verplaatsingen waarvoor lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit geen aantrekkelijke optie zijn. Om bij de visie en ambities van Zwolle aan te sluiten, dient juist voor nieuwe ontwikkelingen vooraf actief te worden ingezet op die duurzamere vormen van mobiliteit. De inrichting van de omgeving biedt de mogelijkheid langzamere vormen van mobiliteit te stimuleren. Daarnaast kunnen juist bewoners worden aangetrokken die minder behoefte hebben aan een privéauto en meer aan andere vormen van mobiliteit. In de volgende alinea's zetten we eerst de visie van Zwolle kort uiteen waarbij per modaliteit het STO(M)P principe wordt toegelicht en hoe deze een plek krijgt in ontwikkeling Nieuwstad.
S stappen Visie Zwolle Wandelen is gezond, behoeft geen modaliteit of stallingsplaats daarvoor en Zwolle leent zich uitstekend voor veilige en prettige wandelroutes. Wel is de voetganger de meest kwetsbare verkeersdeelnemer. Juist voor deze modaliteit 71
wandelroutes door het gebied en collectieve fietsenstallingen in de gebouwen
Mobiliteitsconcept Nieuwstad Zwolle - figuur 3.2. Bereikbaarheid voetganger in circa 10 minuten wandelen vanaf Nieuwstad.
dient voldoende ruimte gefaciliteerd te worden om te stimuleren dat mensen het blijven doen. Stappen bij Nieuwstad Ontwikkeling Nieuwstad ligt aan de Bisschop Willebrandlaan. Het is een relatief drukke weg, maar heeft brede trottoirs aan beide zijden. Via de verkeerslichten kan men de straat veilig oversteken. De ontwikkeling is op 10 minuten loopafstand van de Diezerstraat, de winkelstraat van Zwolle. De route gaat dwars door woonwijken met trottoirs en veilige oversteekplaatsen. De voetganger heeft bij Nieuwstad veel veilige routes om te kiezen. In figuur 3.2 is de bereikbaarheid van de voetganger binnen circa 10 minuten wandelen weergegeven. In de omgeving liggen drie bushaltes die bereikt kunnen worden. In bovenstaande afbeelding 3.2. is weergegeven welke functies in de nabije omgeving binnen 10 minuten wandelen zijn gelegen. Binnen 10 minuten kunnen verschillende supermarkten (in het geel) worden bereikt. Daarnaast is er een school (groen) en huisartsenpraktijk (oranje) in de buurt. De nieuwe bewoners kunnen deze dagelijkse voorzieningen gemakkelijk te voet bereiken.
72
T trappen Visie Zwolle Zwolle is wereldfietsstad. Uit onderzoek van de gemeente is gebleken dat er het meest gefietst wordt van alle steden in Nederland, wat komt door onder andere uitstekende fietsstraten, fietsrotondes, regensensoren bij verkeerslichten en fietssnelwegen met tunnels en bruggen. De fietser kan zich dus veilig, snel en gemakkelijk door de stad bewegen. Daarnaast is het van belang dat de fietser zijn of haar fiets goed kan stallen wanneer op de plaats van bestemming is aangekomen.
gemakkelijk is. Daarnaast zijn hoog-laag rekken ruimte besparend wat een bijkomend voordeel is. Ook wordt rekening gehouden met zogenaamde buitenmodel fietsen. Fietsen met bijzondere maten, zoals bakfietsen en fietsen met een krat. Bij Nieuwstad wordt ruimschoots ingezet op fietsenstallingen. Per woning worden 3 fietsparkeerplaatsen aangeboden voor bewoners. Voor bezoekers wordt voor elke woning 0,5 fietsparkeerplaats aangeboden. Daarnaast wordt voor de bewoners extra comfort ingebouwd door de parkeerplaatsen ruim op te zetten. Hierdoor krijgt de bewoner alle ruimte om te parkeren.
Trappen bij Nieuwstad Met langzaam verkeer, zoals de fiets, wordt bij Nieuwstad extra rekening gehouden. Op de begane grond is een ruime fietsenstalling, om zo een gemakkelijke toegang te bieden om de fiets veilig te stallen. Op de pagina hiernaast zijn de routes op de locatie weergegeven. De fietsen-stallingen zijn op de begane grond te bereiken. De routes voor het fietsverkeer vanuit het plangebied sluiten aan op de fietspaden rondom Nieuwstad.. De fietsenstallingen zijn van hoogwaardige kwaliteit. Er wordt gewerkt met hoog-laag rekken waarbij ook het plaatsen van de fiets in de hoge rekken
O openbaar vervoer Visie Zwolle De gemeente Zwolle ziet openbaar vervoer als goede vervanging voor de privéauto. Het kan tenslotte op reistijd, kosten en betrouwbaarheid een hoop voordelen geven. Op regionaal niveau is de trein op dit moment zeker sneller. Zo ben je met de trein sneller in Utrecht of Groningen dan met de auto. Openbaar vervoer is een belangrijk onderdeel in de ketenmobiliteit. Het biedt de kans om grote afstanden te overbruggen met een kleinere kans op vertraging door files. Echter, het is van belang dat openbaar vervoer aantrekkelijk is en blijft in de gehele keten. Dit betekent dat de modaliteit die voor de ‘first mile’, van huis naar een OV-halte/station, wordt ingezet veilig gestald kan worden op locatie en dat voor de ‘last mile’ modaliteiten op het station aanwezig zijn, of dat het goed te wandelen is naar de eindbestemming.
360pp in gebouw
46pp buiten
73
M Maas concept
P Privéauto
Mobility-as-a-Service, dat is waar MaaS voor staat. Het is een relatief nieuw begrip en volgt het principe dat het voertuig geen privé bezit is maar gedeeld wordt.
Visie Zwolle De mobiliteitsvisie gaat in op STOMP, waarbij de privéauto onderdeel is van het volledige mobiliteitsaanbod. De | i é toekomstige bewoners en bezoekers van Nieuwstad die een eigen auto hebben, dienen deze te kunnen parkeren. Daarom dient voor hen een mogelijkheid tot parkeren te worden gerealiseerd. Het bezit van een tweede auto wordt ontmoedigd door onder andere de inzet van deelmobiliteit.
Door mobiliteit te ontsluiten via één dienst, zijn gebruikers niet langer meer afhankelijk van het bezit van vervoersmiddelen, waardoor één van de belangrijkste voordelen is dat er minder ruimte nodig is om vervoersmiddelen te stallen. Het betreft voornamelijk minder benodigde ruimte voor (fiets)parkeerplaatsen en stallingen.
Mobiliteitsconcept Nieuwstad Zwolle - figuur 5.1 Bushaltes rondom Nieuwstad.
Openbaar vervoer bij Nieuwstad Ontwikkeling Nieuwstad is goed ontsloten door het openbaar vervoer. Bushalte Hoogkampseweg ligt in de buurt. Deze is op 350 meter loopafstand van Nieuwstad. In de afbeelding zijn de bushaltes rondom locatie Nieuwstad weergegeven. Buslijnen 4 en 13 zijn de lijnen die langs deze halte komen. Het station is hierdoor dus makkelijk te bereiken met de bus, maar ook wijken en buurten die ten noorden van Nieuwstad liggen kunnen goed bereikt worden. Deze buslijn komt ook langs halte Winkelcentrum Diezerpoort, zoals in de afbeelding weergegeven. Daarnaast ligt op 500 meter afstand de halte Celebesstraat. Buslijn 3 station – Berkum stopt bij deze halte. Het treinstation is op circa twee kilometer afstand van Nieuwstad. Dat is ongeveer 7 minuten fietsen en 25 minuten lopen. Vanaf Zwolle Centraal vertrekken treinen richting alle windstreken (zowel steden als dorpen). Daardoor ontstaat er een goede verbinding met de rest van het land en is het aantrekkelijk om gebruik te maken van openbaar vervoer. Daarnaast biedt het station voldoende mogelijkheid om de fiets veilig en gemakkelijk te stallen.
74
Deelmobiliteit in Nieuwstad Bij ontwikkeling Nieuwstad worden direct bij oplevering drie elektrische deelauto's beschikbaar gesteld. Uit deze onderzoeken blijkt dat de parkeervraag van bewoners met 15% tot 30% gereduceerd kan worden als gevolg van het stallen van deelauto’s. Momenteel hanteren de aanbieders van deelauto’s, veelal de volgende uitgangspunten: per 30 woningen wordt 1 deelauto aangeboden, waarbij elke deelauto 5 eigen auto’s vervangt. Bij de locatieontwikkeling worden 3 deelauto’s toegepast, die gezamenlijk 15 (5 x 3) eigen auto’s vervangen. Per saldo daalt de parkeervraag met 12 (15 – 3) parkeerplaatsen. Om te zorgen dat de deelauto’s veelvuldig worden ingezet, dient het gebruik ervan eenvoudig te zijn. Dit betekent onder meer dat: • de deelauto’s binnen het ontwikkelgebied beschikbaar moeten zijn; • variëteit wordt geboden in het aanbod van de deelauto’s; • gemak en flexibiliteit wordt geboden aan de gebruikers van de deelauto’s; • de kosten van het gebruik van de deelauto worden ondergebracht in de servicekosten van de VVE. Voor de elektrische deelauto’s bij Nieuwstad is rekening gehouden met oplaadpunten. Zo kunnen de auto’s altijd voldoende worden opgeladen om direct gebruikt te worden.
De auto in Nieuwstad Bij Nieuwstad wordt een parkeerkelder voor de bewoners en een parkeerterrein voor de bezoekers ontwikkeld. Het parkeerterrein wordt tevens gedeeld met de bezoekers en medewerkers van de naastgelegen begraafplaats. In onderstaande afbeelding is het autoparkeren weergegeven. In de halfverdiepte parkeerkelder is ruimte voor minimaal 90 parkeerplaatsen, enkel toegankelijk voor bewoners. Daarnaast zijn op het bestaande parkeerterrein van de begraafplaats momenteel 10 parkeerplaatsen. Het parkeerterrein wordt zo ontworpen, waarbij de 10 plaatsen van de begraafplaats behouden blijven en er voor het bezoekersparkeren parkeerplaatsen worden toegevoegd. Daarnaast zal er op de bezoekersparkeerplaats een opstelplek gemaakt worden voor een lijkauto.
grootste is) kunnen zodoende de bezoekers van de begraafplaats en de bezoekers van de bewoners over en weer gebruik maken van het overschot dat ontstaat. De uitgangspunten, functieprogramma in relatie tot de daaruit vloeiende parkeerbehoefte, worden nader toegelicht in het mobiliteitsconcept die als bijlage 4 is bijgevoegd. Dit resulteert in een sluitende parkeerbalans voor de locatie Nieuwstad. Verkeersgerneratie Functies genereren een bepaalde hoeveelheid aan verkeersbewegingen. De grootte van de verkeersgeneratie (optelling van het aankomende en vertrekkende verkeer) is afhankelijk van de ontwikkeling en het functioneren van de functie. Voor Nieuwstad zijn op basis van de voorliggende invulling deze hoeveelheden onderzocht en wordt er verwacht dat deze niet leiden tot het aanpassen van de huidige wegen in de omgeving.
Maximaal 98 pp halfverdiept
Op de piekmomenten (wanneer de parkeervraag per gebruikersgroep het
29 pp op maaiveld
75
10. Milieuaspecten Algemeen Om de geplande ontwikkeling mogelijk te maken, dient een nieuw omgevings- of bestemmingsplan te worden opgesteld dat als juridisch kader voor deze ontwikkeling van toepassing is. In het kader van de bestemmingsplanprocedure dienen verschillende onderzoeken te worden uitgevoerd, die inzicht geven in de consequenties met betrekking tot de leefomgeving voor de geprojecteerde woonbebouwing. Voorafgaand aan de planontwikkeling is onderzocht welke relevante onderdelen verder onderzocht moeten worden. Een uitwerking van deze quickscan is bijgevoegd als bijlage 5 aan dit ruimtelijk ontwikkelplan.
gevel hebben. Om een geluidluwe zijde te kunnen creëren, zijn de volgende opties mogelijk: • Maatregelen treffen aan het balkon/loggia, zodat de geluidbelasting op de gevel, grenzend aan het balkon/in de loggia, voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. • Ingeval gebouwgebonden schermen/afgeschermde loggia’s en/of balkons om esthetische redenen of andere stedenbouwkundige argumenten niet kunnen, kan overwogen worden om af te zien van een geluidluwe gevel en deze te compenseren met een stille (gezamenlijke) buitenruimte elders in het gebouw c.q. plangebied. Het plan iligt niet in de zone van rail-, vliegtuig- of industrielawaai.
Akoestisch onderzoek De locatie ligt in stedelijk gebied en dus binnen de bebouwde kom en binnen de geluidzone van de rijksweg A28 (100 km/h). Daarnaast ligt het plangebied dicht bij de lokale wegen Bisschop Willebrandlaan, Van Wevelinkhovenstraat, Middelweg en Hogenkampsweg. Op al deze wegen is een maximumsnelheid van 50 km/h van toepassing. Onderzocht is of de geluidbelastingen voldoen aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder en het gemeentelijk beleid en indien nodig worden hogere grenswaarden benoemd. Vanwege het verkeer op de rijksweg A28 en de Hogenkampsweg, wordt overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor de Van Wevelinkhovenstraat, Bisschop
76
Wildebrandlaan en Middelweg zijn hogere grenswaarden noodzakelijk, om de woningen op de ontwikkellocatie te kunnen realiseren. Voor stedelijk gebied, zoals beschreven in het gemeentelijk geluidbeleid, geldt een grenswaarde van 58 dB. Deze grenswaarde wordt voor de Bisschop Wildebrandlaan/ Middelweg overschreden met ten hoogste 2 dB, maar de maximale waarde van 63dB wordt nergens overschreden. In de volgende ontwerpfase zal gekeken worden naar de mogelijkheid om een geluidluwe gevel te creëren voor ieder appartement. Een geluidluwe gevel is een gevel met een geluidbelasting die niet hoger is dan de streefwaarde van 48 dB. Het plan voorziet in eenzijdig gerichte appartementen. Dit betekent dat de appartementen die een hogere geluidbelasting hebben, geen andere
Luchtkwaliteit Ten behoeve van de lokale luchtkwaliteit, moet in het kader van de Wet milieubeheer worden vastgesteld of de bouw van de woningen in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de lokale luchtkwaliteit. De Regeling NIBM (Niet In Betekenende Mate) heeft echter een aantal ontwikkelingen vastgesteld waarvoor geen onderzoek noodzakelijk is, maar die op basis van functie en omvang per definitie kunnen worden aangemerkt als NIBM. Een van deze uitzonderingen betreft woningbouwlocaties met een omvang van minder dan 1.500 woningen. Hieruit kan geconcludeerd worden, dat een onderzoek naar de lokale luchtkwaliteit op deze locatie niet nodig is.
Flora en fauna Bij planontwikkeling moet voldaan worden aan de wetgeving op het gebied van ecologie, de Wet natuurbescherming. Daarnaast biedt de locatie ook kansen voor natuurinclusieve ecologie. Onder natuurinclusief bouwen verstaan we: het oprichten van bouwwerken en inrichtingen van de omgeving zodanig, dat natuurwaarden er baat bij hebben. Natuurinclusief bouwen levert een bijdrage aan de instandhouding van beschermde (en overige) soorten en levert tegelijkertijd een bijdrage aan een prettige leefomgeving, aan de mogelijkheden voor natuurbeleving in de stad en daarmee samenhangend een bijdrage aan het welzijn en de gezondheid van mensen. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling en om optimaal om te gaan met het zorgvuldigheidsprincipe uit de Wet natuurbescherming is onderzoek verricht. Deze paragraaf beschrijft de resultaten van een zogenaamde quickscan en aanvullend ecologisch onderzoek van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. Zowel de quickscan ecologie als het aanvullend ecologisch onderzoek zijn als bijlage 6 bij dit document bijgevoegd. • Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten waargenomen in het plangebied. • De aanwezige bebouwing is geschikt als verblijfplaats voor de ruige en gewone dwergvleermuis. Overtreding van de Wet natuurbescherming is hierdoor aannemelijk als gevolg van de voorgenomen sloopwerkzaamheden.
Om zekerheid te krijgen of verblijfplaatsen van vleermuizen al dan niet aanwezig zijn, is nader onderzoek uitgevoerd. • In het plangebied zijn geen waarnemingen (zoals nesten, vraatsporen en uitwerpselen) gedaan die duiden op de aanwezigheid van (verblijfplaatsen van) de eekhoorn, haas, konijn en steenmarter. Het is daarnaast onwaarschijnlijk dat het plangebied deel uitmaakt van een verblijfplaats van de eekhoorn en steenmarter. Voor beide soorten is voldoende geschikt leefgebied aanwezig op de nabijgelegen begraafplaats, waar veel vegetatie als struiken en bomen aanwezig is. Voor deze soorten is het nemen van vervolgstappen niet nodig. • De groenzone tussen locatie Nieuwstad en de parkeerplaats van de begraafplaats, is geschikt als verblijfplaats en/of essentieel leefgebied van de beschermde egel. • In de te behouden bomen in het 77
plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde broedvogelnesten aangetroffen. Tevens is de bebouwing niet geschikt als locatie voor jaarrond beschermde nesten. Het plangebied is in de huidige situatie (autobedrijf) hooguit marginaal geschikt als foerageergebied voor enkele jaarrond beschermde soorten. Dit foerageergebied blijft beschikbaar en wordt op termijn geschikter voor broedvogels. Voor broedvogels met jaarrond beschermen is het niet nodig vervolgstappen te nemen. Wel zijn gedurende de broedtijd enkele algemene vogelsoorten (mezen, vinken, lijsters en houtduif) broedend te verwachten binnen het plangebied en binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Nader onderzoek heeft plaatsgevonden. Op basis van het onderzoek is gebleken dat binnen het plangebied geen kraamkoloniën, zomerverblijven, paarverblijven en zwermplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Binnen het plangebied is de egel twee keer en de steenmarter een keer waargenomen. Op de functionele leefgebiedenkaart is te zien dat in de directe omgeving van het plangebied ruim voldoende groenstructuren aanwezig zijn, die dienst kunnen doen als nest- en rustplaatsen, dekking- en schuilplaatsen en verbindingsroutes. De functies die de te verwijderen groenstrook kan bieden, kunnen hierdoor als niet essentieel worden beschouwd.
De herontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de vleermuis en egel in de omgeving van het plangebied. Verdere vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. In het ontwerp zal er verder gekeken moeten worden naar het versterken van de huidige biodiversiteit, of er ruimte is voor nestmogelijkheden voor de vogels, vleermuizen en insecten. Dit kan door in het ontwerp van het nieuwe woongebouw, kasten of neststenen mee te nemen.
Bedrijven in de omgeving en externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt, in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico’s moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het 78
beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Ten noorden van het plangebied, aan de Van Wevelinkhovenstraat, ligt een tankstation. Deze ligt echter op een dusdanige afstand, dat dit geen problemen oplevert voor de voorgenomen ontwikkeling. Verder bevinden zich geen externe veiligheidsrisicobronnen in de directe nabijheid van het plangebied. Vanuit goede ruimtelijke ordening levert externe veiligheid geen aanvullende eisen of wensen op. Ook liggen de Stilohal en Het Kegelhuis aan de noordzijde van het plangebied. Conform het vigerende bestemmingsplan geldt aldaar een gemengde bestemming voor maatschappelijke voorzieningen en sport. De grootste richtafstand bedraagt 50 meter. Uit onderzoek blijkt dat ook deze richtafstand buiten het plangebied ligt.
Bodem Voor de locatie is een verkennend en nader bodemonderzoek, inclusief asbest, uitgevoerd (bijlage 7). Tijdens het verkennend onderzoek zijn verontreinigingen aangetroffen, die aanleiding hebben gegeven tot een nader onderzoek.
Archeologie en cultuurhistorie Het Zwolse bodeminformatiesysteem4 geeft de volgende Archeologische waardering: kans op aantreffen archeologie in dit gebied is 50%. De aanwezigheid van archeologische resten in het plangebied kan niet uitgesloten worden. Door middel van proefsleuvenonderzoek, zal onderzocht worden of er archeologische resten aanwezig zijn. Voor de rest van het plangebied is de verstoringsdiepte van de werkzaamheden beperkt. Echter, het is niet uitgesloten, dat zich onder de laag, waar de werkzaamheden plaatsvinden toch nog archeologische resten bevinden. De 50% waarde is gebaseerd op de ligging op een dekzandrug, waarop in de Prehistorie en Middeleeuwen werd gewoond. Een deel van de dekzandrug valt samen met het traject van de Langenholterweg, die vroeger doorliep. Langs deze weg stonden oude boerderijen met achtergelegen gronden voor akkerbouw en tuinbouw. Veder is bekend dat de kern van het oude Dieze lag op de plek waar de Langenholterweg de Molenkampsweg en de Katersteeg elkaar kruiste. Hier stond vermoedelijk in de 15e eeuw ook een kapel en in de omgeving lagen ook meerdere boerenerven.
Milieueffectrapportage Ingeval uit het onderdeel Natuurbescherming blijkt dat een passende beoordeling nodig is op grond van artikel 2.8, eerste lid Wet Natuurbescherming, dan is eveneens een Plan-m.e.r. beoordeling verplicht (artikel 7.2a, eerste lid Wm). Het plan is in ieder geval aan te merken als een aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in cat. D11.2 Bijlage besluit MER, met dien verstande dat de omvang minder is dan 100 ha. Er kan dus volstaan worden met een vormvrije MERbeoordeling bij deze ontwikkeling. Stikstofdepositie Op basis van onderzoek is aangetoond dat in de gebruiksfase van het project geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op natuurgebieden. In de vervolgfase zal verder uitgewerkt worden, afhankelijk van in welk jaar er gebouwd zal worden, op welke wijze de aanlegfase niet zal leiden tot extra depositie op natuurgebieden. Bij Nieuwstad kan dat onder andere door te intern te salderen met het huidige garagebedrijf of het gebruik van elektrische machines. Aan de hand van een berekening wordt dit in het kader van het bestemmingsplan inzichtelijk gemaakt.
Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater). Doel van het verkennend bodemonderzoek asbest in de grond, is bepalen of de grond ter plaatse asbesthoudend is of niet. Doel van het nader bodemonderzoek is het bepalen van de mate en omvang van de tijdens het verkennend bodemonderzoek NEN 5740, inclusief asbest NEN 5707 aangetroffen verontreiniging. Na verder bodemonderzoek is gebleken dat de verontreiniging afgeperkt is in horizontale en verticale richting. De kwaliteit van de grond en het grondwater, ter plaatse van de onderzoekslocatie, zijn met het uitgevoerde bodemonderzoek voldoende vastgesteld. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt niet verwacht dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Derhalve zijn er, ten aanzien van de kwaliteit van de bodem, op basis van de Wet bodembescherming (Wbb) geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. Voor deze fase is er voldoende inzichtelijk gemaakt. Mogelijk is er tijdens de bouwfase aanvullend onderzoek nodig. 79
11. Proces en organisatie Van ruimtelijk ontwikkelplan tot de eerste paal. Nadat de raad het ruimtelijk ontwikkelplan heeft vastgesteld, vormen de ambities uit dit plan de basis voor de verdere planuitwerking. De nadruk ligt hierbij op het toewerken naar een een nieuwe bestemming. Planvorming in vogelvlucht Om tot een bestemmingsplan of omgevingsplan te komen, moeten onder meer de volgende onderdelen op het gebied van proces en planuitwerking nader worden uitgewerkt:
Tot stand gekomen in samenwerking met:
Op initiatief van:
Proces BEMOG en de gemeente Zwolle sluiten een anterieure overeenkomst waarin afspraken worden gemaakt over de uitwerking van het plan, openbaar gebied, programmering, segmentering, kosten, beheer en onderhoud. Participatie:
Het plan • Architectonisch beeld van de bebouwing. • Relevante onderzoeken en/of nader onderzoek voor het nieuwe bestemmingsplan of omgevingsplan. • Maken nieuw bestemmingsplan of omgevingsplan. Landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen:
2023 Q1
Q2
2025
2024 Q3
Q4
Q1
Q2
Q3
Q4
Q1
Q2
Behandeling ROP college gemeenteraad
Q3
Q4
Met bijdrage en/of medewerking van:
Nadere planuitwerking
- Goudappel - Cauberg Huygen - Bureau voor Planvorming en advies - Van der Laan boomadvies - Donker Groen - Mateboer Milieutechniek
Procedure wijziging bestemmingsplan (omgevingsplan)
Verplanten bomen + sloop huidige bebouwing
Bouwwerkzaamheden
80
www.nieuwstad-zwolle.nl 81
Over ons
Sinds de oprichting in 1970 zijn we vanuit onder andere Zwolle een onafhankelijke, middelgrote en landelijk opererende projectontwikkelaar en zijn uniek in het op een onderscheidende wijze vorm en inhoud geven aan de ordening van de woon- en leefomgeving. Wij halen onze inspiratie uit de wensen van onze klanten en houden rekening met wat er speelt in de maatschappij. De menselijke maat en factor staan hierbij steeds centraal.
bijlage 1 Participatiemomenten
bijlage 2 Enqueteresultaten jan 2022
bijlage 3 Windonderzoek HER
bijlage 4 Mobiliteitsconcept
bijlage 5 Quickscan Milieu
bijlage 6 Flora & Fauna onderzoeken
bijlage 7 Bodemonderzoek
bijlage 8 Plan van aanpak verplanten Linden