rekenkamerrapport 'Betrokken Zwollenaren' - Een evaluatie van het eerste Zwolse burgerberaad - rekenkamer Zwolle - maart 2026
Tekst van het document
Kader 1 – aantal actieve en aanwezige deelnemers per bijeenkomst Het aantal aanwezige deelnemers nam meer af gedurende de loop van het beraad: Bijeenkomst 1 (25 november 2023): 113 aanwezig Bijeenkomst 2 (20 januari 2024): 96 aanwezig Bijeenkomst 3 (2 maart 2024): 86 aanwezig Bijeenkomst 4 (13 april 2024): 79 aanwezig Bijeenkomst 5 (25 mei 2024): 77 aanwezig Afname van het aantal deelnemers wordt bij andere burgerberaden ook waargenomen: Bijeenkomst
Zwolle (Klimaat, 2024)
Referentie: Burgerberaad
Referentie: Burgerberaad
Referentie: Burgerberaad
Drenthe (Wonen, 2024)
Amsterdam (Schone
Rotterdam (Klimaat,
Stad, 2024)
2024)
1
100%
100%
100%
100%
2
85%
92%
85%
93%
3
76%
88%
74%
82%
4
70%
85%
69%
92%
5
68%
-
64%
67%
6
-
-
79%
69%
Bronnen: Gemeente Amsterdam (2024). Eindrapport Burgerberaad Schone Stad. Opgehaald via: Eindrapport Burgerberaad Schone Stad openresearch.amsterdam Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) (2025). Evaluatie van het Rotterdams Burgerberaad Klimaat. Opgehaald via: Rapportages | Evaluatie van het Rotterdams Burgerberaad Klimaat | Onderzoek010 Moventem i.o.v. opdracht van het Drents Parlement (2024). Adviesrapport Burgerberaad Drente over Wonen. Opgehaald via: DrentsParlement | Burgerberaad Drenthe biedt het Drents Parlement 26 adviezen aan over wonen
Evaluatie burgerberaad Zwolle
12 van 31
Ambtenaren als gespreksleiders Een specifieke ontwerpkeuze van het Zwolse burgerberaad was het werven van gespreksleiders uit de eigen ambtelijke organisatie. Deze beslissing werd primair ingegeven door pragmatische overwegingen: het besparen van kosten en het opbouwen van interne kennis en ervaring voor toekomstige participatietrajecten. Het was bekend in de organisatie dat dit risico’s met zich en er zijn mitigerende maatregelen genomen door de gespreksleiders te trainen en ze te selecteren op basis van hun ervaring met gespreksbegeleiding en afstand tot het klimaatdossier. Een deel van de deelnemers voelde zich gehoord en waardeerde de professionele begeleiding van de gesprekken. Gespreksleiders creëerden volgens hen een veilige sfeer waarin ook tegengestelde meningen konden worden gedeeld. Een ander deel van de deelnemers was kritisch. Een aantal deelnemers vond dat niet alle gespreksleiders even goed waren. Ze zagen bijvoorbeeld dat sommige gespreksleiders ervoor zorgden dat iedereen (ook de minder dominante deelnemers) aan het woord kwam, maar dat anderen dit niet deden waardoor dominante deelnemers de overhand kregen. Een ander, en meer fundamenteler punt, is dat deelnemers de gespreksleiders niet allemaal rolzuiver vonden. Ze vonden dat deze gespreksleiders hun eigen standpunten te veel lieten doorschemeren of dat zij met een ambtelijke bril reageerden op ideeën.
Bijvoorbeeld door te zeggen dat iets niet haalbaar is.
Evaluatie burgerberaad Zwolle
13 van 31
3
Ervaringen met het proces en de uitkomsten
5. Wat zijn de ervaringen van betrokkenen met het proces en de uitkomsten van het eerste Zwolse burgerberaad?
3.1
Verloop bijeenkomsten
Voor de deelnemers waren de bijeenkomsten overwegend een positieve ervaring, overeenkomend met de beleving van gespreksleiders en ambtenaren. Beschrijvingen als "buitengewoon positief", "echt leuk" en "goed georganiseerd" vallen op. Deelnemers roemen onder andere de professionele organisatie en de inspanningen om een veilige en respectvolle sfeer te creëren waarin iedereen tot zijn recht kon komen. Ook de goede faciliteiten worden gewaardeerd. Deze gevoelens worden bevestigd in de vragenlijst die is uitgezet onder deelnemers (Figuur 3.1): de meeste deelnemers zeggen dat ze op een beleefde manier behandeld zijn en dat ze zich welkom voelden bij het beraad. Tegelijkertijd zijn er onder deze positieve deken enkele nuancerende ervaringen benoemd. Sommige deelnemers vonden het boeiend en waardevol om met mensen met een andere mening dan zijzelf (‘tegengeluid’) in gesprek te gaan. Voor hen was het een leerervaring die hen uit hun eigen bubbel haalde. Voor een deelnemer, die als dit ‘tegengeluid’ wilde fungeren, was de ervaring “mega pittig”. Deze deelnemer maakte mee dat deze werd vermeden. Dit illustreert een spanning: wat voor de meerderheid een constructieve dialoog is, kan voor de minderheid voelen als “vechten tegen de bierkaai”.
Waar bij een deel van de deelnemers de breedte van de vraag (zie hoofdstuk 2) ervoor zorgde dat zij konden werken aan een advies dat hen echt aan het hart ging (“voor ieder wat wils”), vonden andere deelnemers dat hierdoor de discussies aan de oppervlakte bleven en verzandden in “kleine maatregelen die geen zoden aan de dijk zetten”. Een gespreksleider bevestigt dit beeld: “toen experts duidelijk maakten dat het doel onrealistisch was, sloeg de energie om in gelatenheid, wat de kwaliteit van de deliberatie ondermijnde.” Meerdere betrokkenen signaleren dat het format van vijf lange zaterdagen een aanzienlijke tijdsinvestering was. Dit had, volgens een ambtenaar, met name impact op de jongste deelnemers (<20), waarvan er enkelen na de eerste bijeenkomst afhaakten. De vermoedelijke redenen waren de complexiteit en de zwaarte van het format (“een hele dag stilzitten en luisteren”). Figuur 3.1 laat ook zien dat er meerdere deelnemers zijn die vinden dat het beraad niet eerlijk is verlopen. Uit de open antwoorden en interviews blijkt dat dit vooral te maken heeft met een ervaren gevoel van inhoudelijke sturing, dan wel door de vraagstelling, dan wel door de begeleiding tijdens het beraad.
Evaluatie burgerberaad Zwolle
14 van 31
Figuur 3.1 - Ben je het eens of oneens met de volgende stellingen? Basis: deelnemers aan het burgerberaad, n=34 (meting september 2025)
Ik werd op een beleefde manier behandeld tijdens het burgerberaad
31
Ik voelde me welkom bij het burgerberaad
29
Het was duidelijk wat er van mij werd verwacht
3.2
Neutraal
2
26
Het burgerberaad is eerlijk verlopen (Helemaal) mee eens
1 2
21
(Helemaal) mee oneens
7 5
3 1
7
Weet niet
Informatievoorziening en deliberatie
Deelnemers beoordelen de informatievoorziening tijdens het burgerberaad overwegend positief, zoals ook blijkt uit Tabel 3.1. Deze tabel laat zien dat een meerderheid de informatievoorziening voldoende vond en dat er goed werd geluisterd. Tussen de twee metingen die tijdens het beraad zijn uitgevoerd (Tabel 3.1) werd dit sentiment nog sterker, alhoewel het ook mogelijk is dat de meer kritische deelnemers tussen de metingen zijn afgehaakt of niet meer mee hebben gedaan aan de enquête. Deelnemers benoemen in de gesprekken als positieve punten de inzet van experts, de openheid van de organisatie en de mogelijkheid om vragen te stellen. Veel deelnemers noemen het leerzaam en geven aan dat ze nieuwe inzichten hebben opgedaan. Tegelijkertijd benoemen deelnemers enkele verbeterpunten. Een aantal is van mening dat de kennisverschillen in de groep groot waren, waardoor discussies soms stokten of eenzijdig werden. De “beter ingevoerde” deelnemers wilden de diepte in, terwijl anderen eerst meer uitleg nodig hadden. Een deelnemer beschrijft de eerste bijeenkomsten als “informatiedagen” in plaats van deliberatiemomenten: er werd veel uitgelegd, maar weinig uitgewisseld. Dit gevoel wordt ook door een ambtenaar herkend, die aangeeft dat de informatiebehoefte groter bleek dan verwacht. Daardoor werd een extra informatiedag ingelast.
Een van de gespreksleiders beschrijft dat de gesprekken lange tijd “niet echt knetterden”, en schrijft dit toe aan de brede vraagstelling: daardoor ging veel tijd op aan informatieoverdracht, waardoor er minder ruimte was voor echte dialoog en verdieping. De lange doorlooptijd en grote tussenpozen tussen bijeenkomsten zorgde er, volgens een andere betrokkene, bovendien voor dat de opgebouwde energie steeds deels verdween.
Evaluatie burgerberaad Zwolle
15 van 31
Tabel 3.1 – Geef aan in hoeverre je het eens bent met de volgende uitspraken (uitkomsten tussentijdse metingen burgerberaad) Basis: deelnemers burgerberaad Tussenmeting 2
Tussenmeting 3
(n=77)
(n=55)
Ik heb voldoende informatie gekregen om mee te kunnen praten
64%
85%
Ik heb informatie gekregen die bruikbaar was bij het bedenken van maatregelen
66%
78%
Ik krijg voldoende informatie over de opzet en het programma
86%
93%
Ik krijg voldoende informatie over wat er gebeurt met de uitkomsten
72%
93%
Ik kan mijn mening voldoende geven
87%
89%
Er wordt met aandacht naar mijn mening geluisterd
88%
85%
De gespreksleiders luisteren met aandacht naar iedereen in het groepje
87%
96%
Opmerkingen over het programma of de manier van werken worden serieus genomen
86%
96%
Externe communicatie tijdens het beraad De externe communicatie tijdens het burgerberaad was bewust terughoudend vormgegeven. Het beraad besloot zelf tijdens de eerste bijeenkomst dat er geen inhoudelijke communicatie zou plaatsvinden over de voortgang maar enkel over het proces. Vanuit de projectorganisatie gold het principe van de “broedende kip”: het beraad moest in rust kunnen plaatsvinden, zonder druk van buitenaf of beïnvloeding door de media. Daarom werd er tijdens het proces beperkt extern gecommuniceerd over de voortgang en de inhoud van de bijeenkomsten. Er verschenen wel berichten op de gemeentelijke website, inclusief een video (over het proces) Hoewel deze aanpak bijdroeg aan een veilige en onafhankelijke werksfeer voor de deelnemers, had de terughoudende communicatie ook een keerzijde. Zowel intern betrokkenen als raadsleden merkten op dat het beraad daardoor relatief onzichtbaar bleef voor de bredere stad. Er was, naar hun beleving, weinig publieke belangstelling of gesprek over wat er in het beraad gebeurde, waardoor de maatschappelijke bedding van het proces beperkt bleef. Enkele betrokkenen pleitten daarom voor een actievere communicatiestrategie bij een volgend burgerberaad: meer transparantie over de tussenstappen zodat meer inwoners kunnen volgen hoe het beraad vordert en zich er meer bij betrokken voelen.
3.3
Totstandkoming van de adviezen
De fase waarin deelnemers van losse ideeën tot 32 concrete adviezen kwamen, wordt door deelnemers en andere betrokkenen met gemengde gevoelens beoordeeld. Over het geheel genomen werd het proces ervaren als een open, inclusieve en respectvolle samenwerking. Deelnemers beschrijven hoe uiteenlopende meningen op een vriendelijke manier konden worden besproken. Het beraad bood ruimte voor dialoog en onderhandeling; men sprak van een “groepsverhaal” waarin “geven en nemen” centraal stond. De procedure, waarbij concurrerende voorstellen in stemming konden worden gebracht, droeg bij aan de het gevoel dat deelnemers echt zeggenschap hadden over het proces en de uitkomst. Sommige deelnemers merkten op dat de eerste versie van het advies door procesbegeleiders werd herschreven in “mooier Nederlands”, waardoor nuances of intenties verloren gingen. Dit riep bij deelnemers vragen op over de mate van controle en eigenaarschap van de groep over de eindteksten. Andere deelnemers wezen juist op het tegenovergestelde probleem: dat de volledige regie bij de groep lag, leidde tot een te versnipperd en overlappend pakket adviezen.
Evaluatie burgerberaad Zwolle
16 van 31
Zij pleitten achteraf voor een sterkere redactionele rol om dubbelingen te schrappen, adviezen te bundelen en de formuleringen te verscherpen zonder de inhoud te veranderen. Daarnaast werd de combinatie van de brede vraagstelling en de beperkte tijd als een belemmering ervaren. De behoefte aan informatie was groot, waardoor relatief veel tijd ging naar kennisoverdracht en minder naar verdieping en prioritering. Daardoor bleven, aldus enkele deelnemers, sommige adviezen oppervlakkig of weinig uitgewerkt. Figuur 3.2 illustreert dat het merendeel van de deelnemers tevreden is over de adviezen, maar dat er ook een groep is die er neutraal tegenover staat of niet tevreden is. Figuur 3.2 - Ben je het eens of oneens met de volgende stellingen? (meting september 2025) Basis: deelnemers aan het burgerberaad, n=34
Ik ben tevreden met de adviezen van het burgerberaad
(Helemaal) mee eens
Evaluatie burgerberaad Zwolle
Neutraal
19
(Helemaal) mee oneens
9
5
1
Weet niet
17 van 31
4
Opvolging van adviezen
6. Hoe heeft de opvolging van de uitkomsten van het burgerberaad plaatsgevonden en in hoeverre zijn (of worden) de adviezen verwerkt in beleid?
4.1
Proces na overhandiging van de adviezen
Na de afronding van het beraad zijn de 32 aangenomen adviezen, inclusief een eerste ‘ambtelijke reactie’ over de passendheid van de adviezen in relatie tot bestaand beleid 2, in juni 2024 officieel overhandigd aan de gemeenteraad.3 De adviezen gingen niet alleen over inhoudelijke klimaatmaatregelen, maar benadrukten ook een zachtere kant: de communicatie en begeleiding van inwoners. Het beraad onderstreepte volgens een raadslid “de behoefte aan een nabije overheid die maatregelen behapbaar maakt en mensen aan de hand meeneemt”. Kort na de overhandiging vond een rondetafelgesprek plaats met een afvaardiging van het beraad, waarbij deze deelnemers hun keuzes toelichtten. Daarnaast is een klankbordgroep gevormd van 29 deelnemers die graag actief betrokken wilden blijven. Deelnemers en andere geïnteresseerde inwoners konden en kunnen zich abonneren op een periodieke nieuwsbrief over de voortgang van de opvolging 4; ende gemeente Zwolle heeft op haar website een pagina gelanceerd met betrekking tot het burgerberaad. Hierop wordt uitgelegd wat een burgerberaad is, waarom er een burgerberaad is georganiseerd en waarover het burgerberaad mee praat. Een link met naar de 32 adviezen die het burgerberaad opstelden is hier ook te vinden. Op deze website worden ook berichten geplaatst over de voortgang van de adviezen.
De gemeenteraad heeft als opdrachtgever het college via een motie verzocht om een bestuurlijke reactie op de voorstellen van het burgerberaad te geven en daarbij de toepasbaarheid inclusief financiële kaders te delen. Het college gaf in haar reactie aan dat er, voordat de adviezen van het burgerberaad verschenen, besluitvorming had plaatsgevonden over een inhoudelijk pakket (ambitiepakket energietransitie) waarvoor gemeentelijke financiële dekking is vastgesteld voor de periode 2025-2030. Het college liet tevens weten dat een aantal adviezen van het burgerberaad aansluit bij reeds in gang gezet of voorgenomen beleid. Die adviezen werden gezien als “een aanmoediging en aanscherping van de gekozen inhoudelijke richting”.
2
Bij ieder advies werd de volgende vraag beantwoord: Past het advies binnen bestaande visie of richting die de gemeente Zwolle heeft vastgesteld? Zo niet, in welk nieuwe of aangescherpte beleid of visie zou dit advies moeten landen als gemeenteraad en college dit willen? 3 https://zwolle.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/dd2b6880-2f51-44a7-9675-81534471b6df?documentId=30697d92-b0c249d9-a259-48c58f900d54&agendaItemId=7e33d8bc-8681-45bd-bb70-2b73b50dec59 4 https://zwolle.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/20e084e8-5f64-4312-9f28-b1070c1d1cf9?documentId=a965584f-8e314465-b087-75f6761def99&agendaItemId=687e34a8-1278-411b-994e-d8ee9efc52cf
Evaluatie burgerberaad Zwolle
18 van 31
Er was vooraf géén apart budget verbonden aan de opvolging van adviezen uit het burgerberaad, maar er werd door het college op dat moment €200.000 vrijgemaakt. Adviezen die een langere termijn vroegen, konden worden afgewogen bij de behandeling van volgende perspectiefnota’s. Ze wees zes voorstellen aan waarvan het college meende dat ze op korte termijn uitvoerbaar waren. Het college vroeg de raad via een raadsvoorstel om binnen de voorgestelde financiële randvoorwaarde van 200.000 euro een keuze te maken uit deze zes voorstellen en dit in een motie vast te leggen. De volgende moties zijn aangenomen: •
•
‘Zwolse burgerberaad klimaat op de kaart’ − Deze adviezen richten zich op het beschikbaar stellen van middelen die bijdragen aan verduurzaming en op een brede communicatiecampagne over energiebesparing, isolatie en de betrokkenheid van bewoners en bedrijven. ‘Goedkoper busvervoer voor Zwolle’ − Deze motie verzoekt het college om te onderzoeken wat de mogelijkheden en kosten zijn van het aanbieden van een stadskaartje met een tarief van maximaal 2 euro. Daarbij wordt gevraagd om met de provincie in gesprek te gaan over de mogelijkheden van een (tijdelijke) bijdrage om zo’n kaartje te betalen en om samen met de provincie te kijken of en hoe de vervoerder EBS hier een bijdrage aan zou kunnen leveren.
Er waren dus adviezen die op korte termijn haalbaar waren, adviezen die konden worden ondergebracht in bestaand beleid. Daarnaast waren er adviezen die buiten de gemeentelijke bevoegdheid bleken te vallen, die zijn doorgeleid naar de provincie. Een ander type advies is het advies dat is ‘omgebouwd’: een voorbeeld daarvan is het zogenaamde ‘voorschietfonds’. Een raadslid vertelt dat in de motie "Zwolse Burgerberaad, klimaat op de kaart" een van de concrete verzoeken was om het college een verkenning te laten doen naar een voorschietfonds. Het begon met een advies vanuit het beraad dat neerkwam op “zeer ruime verstrekkingen aan inwoners om te verduurzamen”. Dit advies is “sympathiek, maar onbetaalbaar” genoemd. In plaats van het advies af te wijzen, heeft de ambtelijke organisatie het omgebouwd om aan de wens van de deelnemers tegemoet te komen. Uiteindelijk is het voorschietfonds door meerdere ambtenaren omschreven als een van de meest duidelijke successen van het beraad. Zij stellen dat het voorschietfonds een van de concrete initiatieven is die 1-op-1 aan het beraad te linken zijn. Een ander concreet resultaat is de organisatie van een ‘klimaatdag’. Via de Stichting Kimaatburgemeester Zwolle komen er in 2025 twee informatiedagen over duurzaamheid, gericht op een breed publiek.
4.2
Bruikbaarheid van de adviezen
Ambtelijk betrokkenen beschrijven dat er zorgvuldig te werk is gegaan: op ieder advies is een reactie gegeven, de adviezen zijn geclusterd, beoordeeld op haalbaarheid en (waar mogelijk) gekoppeld aan bestaande beleidslijnen. Op basis daarvan zijn concrete acties gestart, en de opvolging van de adviezen loopt vandaag de dag nog steeds door, zoals blijkt uit de voortgangsrapportages van april en september 2025. Bijvoorbeeld rondom advies 4.1.1 (Wij adviseren de gemeente om duurzame winkels en initiatieven actief te stimuleren) is de voortgang: de opzet voor een onderzoek door een adviesbureau gespecialiseerd in winkelvraagstukken is vastgesteld en het onderzoek wordt uitgezet. De opvolging is ook zichtbaar in raadsstukken waarin volgens een raadslid regelmatig formuleringen staan als “met het oog op een van de adviezen van het burgerberaad...”
Evaluatie burgerberaad Zwolle
19 van 31
Desalniettemin worden de adviezen door enkele betrokkenen omschreven als een “een dooie mus” of “risico voor teleurstellingen” verwijzend naar het feit dat deelnemers zich hebben ingezet voor adviezen waarvan (gevoelsmatig) een groot deel wordt afgedaan met een “dit doen we al-” of een “dit kan nietreactie”. Een ambtenaar classificeerde de adviezen in drie categorieën: “dat doen we al”, “concreet maar heel duur”, en “past niet binnen onze rolneming”. Daarmee ontbrak volgens hem de categorie “nieuw, interessant en uitvoerbaar”. Het bestuur benadrukte op haar beurt dat zij geen revolutionaire ideeën had verwacht en zag het juist als positief dat de adviezen bevestigden dat de gemeente al op de goede weg was. Een externe procesbegeleider plaatst deze opmerkingen in perspectief: gezien de brede en open vraagstelling “Hoe wordt Zwolle op een eerlijke manier klimaatneutraal voor 2040?” en de beperkte tijd (5 bijeenkomsten) was het bijna onvermijdelijk dat de adviezen algemeen bleven. Een burgerberaad is volgens hem geen ideeënbox voor innovatie, maar een middel om keuzes te maken in concrete dilemma’s. Procesmatig speelde de timing van het beraad eveneens een belangrijke rol in de bruikbaarheid. De afronding viel net na het vaststellen van een begroting, waardoor de ruimte om aanbevelingen direct te verwerken beperkt was.
Ambtenaren geven aan dat dit de opvolging vertraagt en de zichtbaarheid van resultaten voor deelnemers vermindert.
4.3
Het ambtelijk proces
Aan ambtelijke zijde wordt de opvolging van de adviezen vanaf het moment van aanbieden omschreven als een intensief en complex traject. De opvolging heeft vanwege de breedte van de adviezen en de wijze waarop het in meerdere begrotingsrondes wordt meegenomen, een versnipperd karakter: verschillende afdelingen moesten afzonderlijk bepalen wat mogelijk was binnen de budgetten en wettelijke kaders. Een ambtenaar nam de coördinatie op zich, maar het houden van overzicht daarop en het zorgen voor transparante communicatie daarover worden als complex beschreven. Een ambtenaar noemt dat “logisch voor een breed thema, maar organisatorisch zwaar”. Ambtenaren benoemen tevens dat dit tot spanningen leidde: enerzijds de wens om inwoners echt invloed te geven, anderzijds de realiteit van procedures, begrotingen en mandaten. De hoeveelheid werk die de opvolging met zich meebracht, was door vrijwel iedereen (erop terugkijkend) zwaar onderschat. Het bestuur sprak van een "enorme, onvoorziene claim op ambtelijke capaciteit". De coördinerende ambtenaar voegt hier een culturele noot aan toe: de mentaliteit van Zwolse ambtenaren om alles "echt heel goed te doen" (refererend aan de opvolging) droeg bij aan de hoge werklast.
4.4
De rol van de raad
Uit de interviews blijkt dat er na het aanbieden van de adviezen bij de raad een kort moment van verwarring over de te volgen route was. Het was nog onduidelijk hoe de opvolging eruit zou gaan zien. Zowel ambtelijk als politiek betrokkenen typeren deze fase als een “rommelig overgangsmoment”, waarin het burgerberaad tussen raad en college in dreigde te vallen. De adviezen werden aan de raad aangeboden zonder bestuurlijke duiding. Dat maakte het voor sommige raadsleden lastig om de voorstellen te wegen op haalbaarheid, beleidsmatige samenhang en financiële consequenties. Uiteindelijk diende enkele fracties gezamenlijk een motie in om alsnog een inhoudelijke bestuurlijke reactie af te dwingen, inclusief een financieel kader voor de uitvoering. Dit had als gevolg dat de raad niet eerst zelf een debat voerde over de betekenis en wenselijkheid van de adviezen. Een raadslid beschreef dit als een “rare setting”, waarbij de rollen tussen raad en college waren omgedraaid: de wethouder gaf aan dat hij actie kon ondernemen “als de raad dit in een motie zou zetten” (doelend op de €200.000 die was vrijgemaakt).
Evaluatie burgerberaad Zwolle
20 van 31
Volgens dit raadslid heeft de raad hierin een steek laten vallen, omdat zij had moeten afdwingen dat de adviezen eerst in de raad werden besproken voordat het college ermee aan de slag ging.
4.5
Zichtbaarheid opvolging
Van de deelnemers die de enquête van september 2025 (uitgevoerd in het kader van dit rekenkameronderzoek is uitgevoerd) invulden, geeft een ruime meerderheid aan het belangrijk te vinden om op de hoogte te blijven van wat de gemeente met de adviezen doet. Voor een deel van de deelnemers was het juist een logische keuze om na de overhandiging van de adviezen een stap terug te doen. Deze keuze kwam voort uit verschillende motivaties. Voor sommigen was hun rol simpelweg volbracht. Een deelnemer die het beraad inging met een duidelijke "missie" gaf aan de opvolging niet te hebben gevolgd omdat haar taak erop zat. Het doel was het overbrengen van de boodschap, niet het overzien van de implementatie. Voor anderen was het een natuurlijke afronding van een intensief traject; zij hadden hun bijdrage geleverd en lieten het vervolg bewust over aan de gemeente. Voor degenen die wel op de hoogte wilden blijven is de nieuwsbrief is de meest genoemde vorm om aan die informatie te komen, en sommigen zoeken zelf naar informatie. Er is ook een deel die het wel belangrijk vindt om op de hoogte te blijven, maar het niet is. De tevredenheid over de opvolging an sich loopt sterk uiteen (Figuur 4.1), waarbij het oordeel gekoppeld wordt aan de zichtbaarheid van de opvolging.
Figuur 4.1 - Stelling: Ben je tevreden of ontevreden over hoe de gemeente is omgegaan met de adviezen? (meting september 2025) Basis: deelnemers aan het burgerberaad, n=34
12
(Zeer) tevreden
Neutraal
12
3
(Zeer) ontevreden
Weet ik niet
7
Een deel van de deelnemers is tevreden over hoe de gemeente is omgegaan met de adviezen. Deze deelnemers koppelen dit vooral aan de inspanningen rondom de communicatie daarover. Zij waarderen dat de gemeente via nieuwsbrieven terugkoppelt welke adviezen zijn opgepakt, en vinden dat de gemeente realistisch en zorgvuldig onderscheid heeft gemaakt tussen haalbare en minder haalbare voorstellen. Daartegenover staan deelnemers die minder tevreden zijn. Meerdere deelnemers misten een heldere, finale terugkoppeling. Het proces voelde voor hen als “onduidelijk” en “in het luchtledige”, omdat het onduidelijk was “wanneer de betrokkenheid stopte”. Dit gebrek aan een duidelijke afronding zorgde ervoor dat zij mentaal afhaakten. Een andere deelnemer had de indruk dat de adviezen alleen worden genoemd “wanneer ze toevallig van pas komen”. Ook vanuit een raadslid wordt dit beeld herkend. Dit raadslid noemde de opvolging “vooral een ambtelijk proces in plaats van een politiek proces”. Omdat het beraad geen eigen budget meekreeg, moesten de adviezen via reguliere begrotingsrondes worden gefinancierd, wat leidt tot een meer versnipperde en langzamere implementatie. Dit is volgens dit raadslid het logische gevolg van een eerder gemaakte keuze. Ze beschrijft dit als een proces dat "als een nachtkaars uitgaat", wat het moeilijk maakt om de successen politiek te vieren.
De impact is er wel, maar deze is minder zichtbaar voor de stad.
Evaluatie burgerberaad Zwolle
21 van 31
Figuur 4.2 - Ben je het eens of oneens met de volgende stellingen? (meting september 2025) Basis: deelnemers aan het burgerberaad, n=34
De gemeente heeft duidelijk uitgelegd wat er met de uitkomsten van het burgerberaad is gebeurd
13
De gemeente Zwolle is transparant over de manier waarop beslissingen over de adviezen worden genomen
12
Ik heb voldoende informatie gekregen over wat er gebeurt met de adviezen
12
(Helemaal) mee eens
Neutraal
13
4
11
4
14
(Helemaal) mee oneens
4
7
5
3
Weet niet
Een ambtenaar stelt dat de communicatie gericht op de bredere groep inwoners van Zwolle “karig” was. Hij constateerde dat er in de media en op professionele platforms weinig over de resultaten te vinden was, waardoor de bredere maatschappelijke impact beperkt bleef. Door meerdere betrokkenen wordt dit gezien als een gemiste kans om het resultaat van het beraad brede bekendheid te laten genieten. Een gespreksleider ervoer dit persoonlijk: na de overhandiging van de adviezen werd het "relatief stil" en als geïnteresseerde inwoner heeft hij er "niets meer van meer gehoord". Een deelnemer merkte op dat de communicatie vanuit de gemeente "vooral intern gericht was en niet zozeer op de buitenwereld". Een andere deelnemer bevestigde dit beeld door te stellen dat het burgerberaad "nauwelijks leefde" onder de algemene bevolking van Zwolle. Al met laat het sentiment van deelnemers over het proces en de opvolging zich goed samenvatten door Figuur 4.3: De meeste deelnemers zijn overwegend tevreden over de organisatie, en zouden nog een keer mee willen meedoen. Maar, over de vraag of het burgerberaad echt heeft bijgedragen aan betere besluiten, zijn de meningen veel meer verdeeld. Figuur 4.3 - In hoeverre ben je het eens met de volgende stellingen (meting september 2025) Basis: deelnemers burgerberaad, n=34
Ik ben positief over de wijze waarop de gemeente het burgerberaad heeft georganiseerd
27
Als het onderwerp me interesseert, zou ik een volgende keer weer willen deelnemen aan een burgerberaad Ik vind dat het burgerberaad heeft bijgedragen aan betere besluiten van de gemeente (Helemaal) mee eens
Evaluatie burgerberaad Zwolle
Neutraal
23
12
(Helemaal) mee oneens
4
10
6
3
4
3
4
6
Weet niet
22 van 31
5
De impact
7. Voelen inwoners (deelnemers en niet-deelnemers) zich meer betrokken bij de lokale democratie en hebben zij (het gevoel) meer invloed (te hebben) gekregen op de besluitvorming? Een belangrijke vraag van dit onderzoek is om te achterhalen of deelnemers en niet-deelnemers meer betrokken zijn en het gevoel hebben dat zij invloed uitoefenden. Maar wanneer is er sprake van ‘betrokkenheid’, en wat valt er onder ‘invloed’? In deze evaluatie is dat als volgt uitgewerkt: Betrokkenheid
Voorbeeld
Invloed
Voorbeeld
Cognitief
“Ik begrijp nu beter hoe complexe besluiten
Direct
“Mijn specifieke advies is letterlijk
tot stand komen.” Affectief
“Het lot van de stad gaat me nu meer aan het
overgenomen.” Indirect
hart.” Gedragsmatig
“Ik praat nu met mijn buren over dit
“Mijn argumenten hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de adviezen”
Procedureel
onderwerp” of “Ik heb me ingeschreven voor
“Ik had invloed op de manier waarop we als groep werkten.”
de nieuwsbrief van de gemeente.” Collectief
5.1
“Ik merk dat mensen in mijn omgeving sinds
Collectief
“Ik merk dat mensen in mijn omgeving het
het burgerberaad positiever tegenover de
idee hebben dat ze invloed kunnen hebben
gemeente staan.”
op de besluiten van de gemeente.”
Betrokkenheid
Het burgerberaad heeft op verschillende niveaus bijgedragen aan de betrokkenheid van de deelnemers. Deze betrokkenheid manifesteerde zich op cognitief, affectief en gedragsmatig niveau, maar bleek na afloop van het traject kwetsbaar.
Cognitieve betrokkenheid Op cognitief niveau heeft het beraad voor veel deelnemers geleid tot een dieper begrip van de complexiteit van politieke en ambtelijke processen. Dit gebeurde zich op meerdere manieren. Een deelnemer gaf aan dat de deelname hem “meer begrip heeft gegeven voor de complexiteit van de politieke en ambtelijke realiteit”. Voor een ander was het geen “eyeopener”, maar eerder een “bevestiging van de politieke realiteit”, waarbij hij zowel de goede intenties van de gemeente zag als de “allerlei belemmeringen” waarmee een gemeente te maken heeft. Een derde deelnemer werd zich door de discussies meer bewust van zijn eigen “bubbel” en het belang om de brede samenleving mee te krijgen. Naast deze inzichten in het bestuurlijke proces, gaven sommigen aan dat ze hebben leren discussiëren en dat hun interesse in het gemeentelijk handelen op het gebied van klimaat is gegroeid. In essentie bood het beraad een waardevol kijkje in de bestuurlijke keuken, wat het begrip voor de weerbarstige praktijk van besluitvorming vergrootte.
Affectieve betrokkenheid Deze cognitieve verschuiving ging gepaard met een sterke affectieve verbinding. Het beraad slaagde erin om bij veel deelnemers een positief gevoel en een sterkere band met de andere deelnemers te creëren. Deelnemers omschreven de sfeer als positief. Een van hen benadrukte dat het belang van “gezamenlijkheid en gemeenschap” zijn voornaamste drijfveer was. De interactie tussen verschillende generaties en de ervaring van het samenwerken aan een gezamenlijk doel, ondanks meningsverschillen, versterkte dit gevoel. Een deelnemer vatte het samen met de conclusie dat dat hij voelde dat zijn "stem ertoe deed".
Evaluatie burgerberaad Zwolle
23 van 31
Dit duidt op een toegenomen affectieve binding, niet alleen met het onderwerp, maar ook met het proces van samenwerking en de andere deelnemers. Een respondent voegde daaraan toe geleerd te hebben ‘andere’ standpunten meer te respecteren. Deze zorgvuldig opgebouwde betrokkenheid bleek echter uiterst kwetsbaar en erodeerde snel na afloop van het traject. De voortgang was voor meerdere deelnemers onvoldoende zichtbaar en de communicatie over het vervolg, ondanks de voortgangsrapportages, wordt als onduidelijk ervaren. Hierdoor haakten meerdere deelnemers af, een observatie die ook door de organisatie werd herkend. De onzekerheid over wat er precies nog van deelnemers werd verwacht, versterkte het gevoel. Daarnaast wilden sommige deelnemers na het beraad niet meer betrokken zijn. Voor hen was het voldoende om hun stem tijdens het beraad te laten horen.
Gedragsmatige betrokkenheid Het beraad heeft geleid bij sommige deelnemers tot concrete gedragsveranderingen geleid. Het beraad heeft een bestaand initiatief versterkt: een deelnemer die al actief was in een wijkinitiatief, merkte dat het beraad zorgde voor een "open oor en oog" vanuit de politiek. In een enkel geval was het beraad een directe aanleiding voor nieuw initiatief: een raadslid noemde als positieve verrassing dat een deelnemer na afloop zelf politieke partijen benaderde met een nieuw plan, wat leidde tot een sessie met ambtenaren. Verder stellen enkele deelnemers bewuster te zijn gaan leven en actiever zijn geworden om duurzame maatregelen te nemen. Figuur 5.1 - Geef van de onderstaande zaken aan of dit bij jou is toegenomen, gelijk gebleven of afgenomen door jouw deelname aan het burgerberaad (meting september 2025) Basis: deelnemers aan het burgerberaad, n=34
Mijn verbondenheid met Zwolle
24
7
3
Mijn interesse in de (gemeentelijke) politiek
20
12
2
Mijn betrokkenheid bij wat er in de gemeente gebeurt
20
11
2 1
Mijn inzicht in hoe de gemeente beslissingen maakt
16
15
1 2
Hoe vaak ik met anderen praat over klimaat
15
16
3
Hoe vaak ik deelneem aan andere vormen van participatie Toegenomen
5.2
Gelijk
9
Afgenomen
23
11
Weet niet
Invloed
De vraag of deelnemers (het gevoel van) invloed hebben gekregen, is complex en gelaagd.
Procedurele invloed Deelnemers hadden op verschillende momenten invloed op de manier waarop de groep werkte.
Evaluatie burgerberaad Zwolle
24 van 31
Het meest duidelijke voorbeeld is dat de organisatie, op basis van de informatiebehoefte van de groep, besloot een extra informatiedag en een extra schrijfavond in te lassen. Het proces was dus flexibel genoeg om zich aan te passen aan de wensen van de deelnemers. Een ander voorbeeld is de oproep van een deelnemer om een meer klimaat-sceptische spreker uit te nodigen, waaruit blijkt dat deelnemers de agenda en de informatie-input van het beraad kunnen beïnvloeden. Een externe begeleider noemde het “kantelpunt” waarop de groep de dagvoorzitter corrigeerde als een teken dat de deelnemers zich eigenaar gingen voelen van het proces.
Indirecte invloed Ook op het indirecte niveau (het gevoel dat de eigen argumenten hebben bijgedragen aan de gezamenlijke adviezen) is er gevoel van invloed. Dit was de essentie van het deliberatieve proces. Een deelnemer omschreef het als een "groepsverhaal" waarin het "geven en nemen" is. Een ander gaf aan dat hij een jongere deelnemer hielp zijn idee te verwoorden, wat illustreert hoe men elkaar hielp om invloed uit te oefenen. Het proces faciliteerde dit expliciet, bijvoorbeeld door bij onenigheid concurrerende stellingen te formuleren en in stemming te brengen: Zelfs als je voorstel het niet haalde, was je argument onderdeel van de afweging.
Directe invloed De ervaring van directe invloed waarbij een specifiek advies letterlijk wordt overgenomen, blijkt voor de deelnemers van het burgerberaad van ondergeschikt belang. De gesprekken tonen aan dat het de deelnemers niet zozeer ging om het doordrukken van een persoonlijk stokpaardje, maar om de vraag of het collectieve product van de groep serieus werd genomen en tot een concrete en zichtbare reactie van de gemeente leidde. De meest uitgesproken teleurstelling kwam van een deelnemer die het vervolgtraject als "moeizaam en stroperig" ervoer. Zijn frustratie was niet de afwijzing van een specifiek advies, maar het gebrek aan een heldere, finale terugkoppeling over het gehele pakket van 32 adviezen. Het gevoel dat het collectieve werk "in het luchtledige" eindigde, ondermijnde het gevoel van invloed veel meer dan de afwijzing van een individueel punt. Figuur 5.2 – In hoeverre ben je het eens met de volgende stellingen? (meting september 2025) Basis: deelnemers aan het burgerberaad, n=34
Ik heb invloed gehad op de adviezen van het burgerberaad
21
Mijn bijdrage aan het burgerberaad is serieus genomen.
20
6
(Helemaal) mee eens
(Helemaal) mee oneens
Weet niet
5.3
Neutraal
8
4
5
1
3
Het maatschappelijke effect
Het effect op de collectieve betrokkenheid en invloed, en de perceptie dat ook andere mensen positiever tegenover de gemeente staan, is het meest ambivalente punt. De ambitie om niet alleen de deelnemers, maar de gehele Zwolse bevolking meer te betrekken bij het lokale bestuur, is in het ontwerp minder uitgewerkt in concrete doelen, indicatoren en meetmomenten. Hierdoor wordt het achteraf moeilijker om vast te stellen of het beraad daadwerkelijk heeft bijgedragen aan een bredere versterking van vertrouwen en betrokkenheid.
Evaluatie burgerberaad Zwolle
25 van 31
Daarnaast was de borging van opvolging op langere termijn nog beperkt gespecificeerd: het was op voorhand niet duidelijk hoe de raad en het college de uitvoering van adviezen zouden monitoren en hoe hierover naar inwoners wordt teruggekoppeld. In ieder geval lijkt er sprake van een rimpeleffect onder de deelnemers en hun directe omgeving. Veel deelnemers gaven aan dat zij thuis, op het werk of met vrienden regelmatig over het burgerberaad spraken. Figuur 5.3 laat zien dat ongeveer de helft van de deelnemers inschat dat het beraad invloed heeft gehad op mensen die niet meededen aan het beraad, vooral op het affectieve niveau. Een raadslid schat in dat het toch zomaar over enkele duizenden mensen gaat die over het beraad horen. Figuur 5.3 - We zijn ook benieuwd of jij denkt dat het burgerberaad invloed heeft gehad op andere mensen in de gemeente, die niet meededen aan het burgerberaad. In welke mate denk jij dat het burgerberaad heeft bijgedragen aan… Basis: deelnemers aan het burgerberaad, n=34
Hoe verbonden mensen zich voelen met Zwolle?
19
Hoe betrokken mensen zijn bij wat er in de gemeente gebeurt?
15
Het vertrouwen dat mensen hebben in de gemeente
15
Het gevoel dat mensen invloed hebben op besluiten van de gemeente? Veel/een beetje
11
15
13
13
Nauwelijks/niet
4
18
4
6
3
Weet niet
Over een breder maatschappelijk effect wordt door intern betrokkenen vooral op een theoretische wijze gesproken. Een deelnemer geloofde dat het beraad kan helpen om het “tanende vertrouwen in de politiek te herstellen”. Een raadslid was ervan overtuigd dat de “100 deelnemers die erover praten met hun omgeving, zorgen voor een breder gevoel dat de gemeente luistert”. Vanuit het bestuur is de hoop dat het positieve verhaal “zich voortvertelt”. Meerdere betrokkenen, van deelnemers tot ambtenaren, zijn van mening dat het beraad "nauwelijks leefde" in de stad omdat de externe communicatie minimaal was. Omdat het proces voor de meeste nietdeelnemers onzichtbaar bleef, is het volgens hen juist onwaarschijnlijk dat er een breed gedragen, collectief gevoel van toegenomen invloed is ontstaan. Een van de raadsleden die bij de organisatie betrokken was, nuanceert dit beeld. Dit raadslid zegt ook nooit “de illusie te hebben gehad dat dit ene burgerberaad bij iedere inwoners van Zwolle iets zou veranderen in hoe ze tegen lokaal bestuur aankijken”.
Evaluatie burgerberaad Zwolle
26 van 31
6
Lessen voor de toekomst
8. Welke lessen zijn te leren uit deze evaluatie? Ten aanzien van de uitvoering van komende burgerberaden Intern betrokkenen zien het burgerberaad als een waardevolle leerervaring. De meeste intern betrokkenen antwoorden dan ook ‘ja, mits..’ op de vraag of de gemeente Zwolle nog een keer een burgerberaad zou moeten inzetten. Deze voorwaarden (de mitsen) zijn als volgt samen te vatten: • • • • •
Een scherpe, afgebakende en realistische vraagstelling die voortkomt uit een concreet beleidsdilemma. Duidelijke keuze in kaders vooraf (financieel, juridisch, beleidsmatig) en communicatie daarover richting deelnemers en andere betrokkenen Een heldere rolverdeling en eigenaarschap, waarbij het college en de ambtelijke organisatie vanaf het begin zijn aangehaakt Een timing die is afgestemd op de beleids- en begrotingscyclus Een strategie voor opvolging en communicatie die vooraf is uitgedacht, om de resultaten zichtbaar te maken en de betrokkenheid duurzaam te verankeren
Uit deze punten kan worden afgeleid dat het burgerberaad deze keer is benaderd als ‘evenement’ (op het beraad zelf wordt weinig aangemerkt), maar dat het eigenlijk benaderd had moeten worden als een ingebed politiek en ambtelijk ‘traject’. De kern van de evaluatie laat zich het best samenvatten aan de hand van drie kernvragen.
Vraag 1: heeft Zwolle de dingen goed gedaan? (Hoe is het proces van dit specifieke beraad verlopen?) Op procesniveau was de uitvoering van de bijeenkomsten zelf sterk en professioneel. In de opzet is aandacht besteed aan (de meeste) elementen die volgens de handreiking evaluatie burgerberaden beschreven moeten zijn. De wervingscampagne was een succes, met een hoge respons die leidde tot een diverse groep van niet alleen "the usual suspects". Tijdens de bijeenkomsten werd een veilige, respectvolle en positieve sfeer gecreëerd, waarin deelnemers zich gehoord en gewaardeerd voelden. De algehele organisatie, de externe voorzitter en de faciliteiten werden breed geprezen. Het proces was bovendien flexibel genoeg om zich aan te passen aan de behoeften van de groep, wat blijkt uit het inlassen van een extra informatiedag en een extra schrijfavond. In de details van het proces en de dynamiek zijn enkele zaken te benoemen die de kwaliteit van de deliberatie ondermijnden. De brede vraagstelling en de grote informatiebehoefte zorgden ervoor dat er veel tijd opging aan zenden, ten koste van de tijd voor echte dialoog. De keuze voor ambtelijke gespreksleiders pakte wisselend uit. Er was kritiek op een "gebrek aan sturing" bij dominante sprekers, maar ook op een "gebrek aan rolzuiverheid" waarbij sommige begeleiders zich naar de mening van deelnemers te inhoudelijk opstelden.
En ondanks de zorgvuldige loting, werd de groep door sommigen ervaren als een "witte, grijze samenstelling" met ondervertegenwoordiging van jongeren en klimaatsceptici.
Vraag 2: heeft het de goede dingen opgeleverd? (Heeft het opgeleverd wat het op moest leveren?) Het officiële doel van dit beraad was niet inhoudelijk, maar democratisch: het vergroten van betrokkenheid en invloed. De vraag is dus of het beraad dat heeft opgeleverd.
Evaluatie burgerberaad Zwolle
27 van 31
Het eerste doel was om burgers ‘meer invloed te geven op de besluiten die de gemeenteraad neemt’. Ten aanzien van invloed blijkt dat deelnemers procedurele invloed (het proces bijsturen) en indirecte invloed (bijdragen aan het geheel) ervoeren. Het gekozen ontwerp van het beraad ondermijnde echter de mate van directe, inhoudelijke invloed: De brede vraagstelling leidde tot adviezen die door de politiek en de ambtelijke organisatie als te algemeen, onhaalbaar of "al bekend" werden bestempeld. Het ontbreken van duidelijke financiële en juridische kaders zorgde ervoor dat deelnemers veel energie staken in voorstellen die zouden stranden, wat het gevoel van invloed tenietdoet. Een in dit beraad verstorende factor was de ongelukkige afstemming met interne beleidsprocessen. De adviezen kwamen te laat om nog meegenomen te worden in het grote ambitiepakket voor de energietransitie. Hiermee was een groot deel van de potentiële invloed die op korte termijn bewerkstelligd kon worden bij voorbaat geëlimineerd. Het tweede doel was om ‘meer betrokkenheid bij Zwolle te creëren’ en de democratische betrokkenheid te vergroten. Het beraad creëerde een hoge mate van betrokkenheid tijdens het traject. Na afloop bleek de energie snel te eroderen, onder andere ingegeven door het langlopende traject van opvolging.
Dit doel impliceert verder een effect dat verder reikt dan de 120 deelnemers en vereist een actieve strategie om het beraad zichtbaar en relevant te maken voor de hele stad. Hoewel de betrokkenheid op meerdere niveaus is vastgesteld bij de deelnemers, schoot het ontwerp voor een bredere maatschappelijke betrokkenheid tekort. Een expliciet inhoudelijk doel, dus het genereren van innovatieve of kwalitatief hoogstaande oplossingen, is niet geformuleerd voor dit beraad. Toch blijkt uit de evaluatie dat vrijwel alle betrokkenen het beraad in de praktijk wel degelijk hebben beoordeeld op de kwaliteit en bruikbaarheid van de inhoudelijke output. Dit roept de vraag op: waarom werd het beraad afgerekend op een doel dat het niet had? Het lijkt erop dat het democratische doel onvoldoende is gecommuniceerd of geland bij alle betrokkenen. Het beraad was voor velen geen democratisch experiment, maar een concreet instrument waarvan een tastbaar resultaat werd verwacht. Een raadslid dat het beraad “zonde van het geld” vindt vanwege de onbruikbare adviezen, hanteert duidelijk een inhoudelijke meetlat. Voor de meeste betrokkenen lijkt ‘invloed geven’ ook pas concreet te worden als adviezen daadwerkelijk worden overgenomen. Door adviezen die als onhaalbaar, onrealistisch of “doen we al” worden bestempeld, verdampt het gevoel van invloed, hoe goed het proces ook was.
Het experiment zelf werd daarmee ondergeschikt aan de directe belangen en perspectieven van de verschillende spelers. Het lijkt in de praktijk dus moeilijk om het democratische (proces)doel los te koppelen van het inhoudelijke (product)doel.
Vraag 3: Was een burgerberaad het juiste instrument? Of het burgerberaad ‘het juiste’ instrument was (gerelateerd aan de geïnvesteerde middelen en vergeleken met andere instrumenten), kunnen we niet beantwoorden op basis van deze evaluatie. Het antwoord op deze vraag laat zich het best vertalen in een reeks reflectievragen. Deze vragen kunnen de gemeente helpen om de ontwerpkeuzes die ten grondslag lagen aan de successen én de fricties van het eerste beraad, te heroverwegen bij een eventueel volgend beraad.
De 'waarom'-vraag: doel en onderwerp De evaluatie legt een spanning bloot tussen het officiële, democratische doel en de manier waarop het beraad in de praktijk werd beoordeeld. Dit leidt tot de eerste, cruciale vraag: 1
Welk doel stellen we bij een volgend burgerberaad? Is het primaire doel om de democratie te vitaliseren (een procesdoel)? Of is het doel om een concreet antwoord te krijgen op een beleidsdilemma (een productdoel)? De ervaring leert dat deze twee doelen onlosmakelijk met elkaar verbonden lijken.
Evaluatie burgerberaad Zwolle
28 van 31
Een puur procesdoel wordt door velen als een te magere rechtvaardiging gezien voor de grote investering in tijd en geld. Hieruit volgt direct de vraag over de scope: 2
Wanneer is een onderwerp té breed? Een scherpere vraag is: Is het onderwerp specifiek genoeg om binnen de gegeven tijd tot diepgaande en uitvoerbare adviezen te komen? En, zoals een expert aangaf: adresseert de vraag een echt dilemma waar de politiek en de ambtelijke organisatie zelf moeilijk uitkomen?
De 'hoe'-vraag: inbedding en kaders Zodra het 'waarom' helder is, komt het 'hoe' in beeld. De evaluatie toont aan dat het ontwerp van de governance en de kaders beslissende factoren zijn voor succes. 3
4
5
Wie is de eigenaar? Het eerste beraad werd omschreven als een "feestje van de raad", waarbij het college en de ambtelijke organisatie later werden aangehaakt. De vraag is: Wat is de meest rolzuivere en effectieve constructie? Moet de raad opdrachtgever zijn, of juist het college om de ambtelijke opvolging te garanderen? Is onze eigen organisatie er klaar voor? De vraag naar interne inbedding. De "irritatie" bij sommige ambtenaren en de "enorme, onvoorziene claim op ambtelijke capaciteit" tonen aan dat het beraad onvoldoende was ingebed. De vraag is: Hoe zorgen we ervoor dat een volgend beraad aansluit op de beleids- en begrotingscyclus en hoe kun je voldoende ambtelijke capaciteit reserveren (ook bij bredere vragen waarbij het aan de voorkant nog niet duidelijk is welke afdelingen bij de adviezen betrokken gaan raken)? Hoeveel en welke kaders geven we het beraad mee? a Budget: Moet een volgend beraad een vooraf vastgesteld (fictief) budget krijgen waarbinnen het zijn adviezen moet prioriteren? b Juridische en beleidsmatige kaders: Hoe voorkomen we dat deelnemers veel energie steken in adviezen die buiten de gemeentelijke bevoegdheid vallen? Willen we een dergelijk kader meegeven? c Mandaat: Wat betekent "zwaarwegend" voor iedereen? De verschillende interpretaties tonen de noodzaak aan om vooraf expliciet vast te leggen wat de legitieme redenen zijn voor de raad om gemotiveerd
af te wijken.
De 'wie'-vraag: representativiteit De zorgvuldige loting was een succes, maar de ervaringen tonen aan dat statistische representativiteit niet het hele verhaal is. 6
7
Op welke kenmerken wil je, gegeven de vraag, een afspiegeling van de Zwolse bevolking? Naast demografische kenmerken, hoe zorgen we voor een representatieve verdeling van meningen en perspectieven over het onderwerp zelf? Kun je met een burgerberaad écht representatief zijn? Welk selectie-effect is onlosmakelijk verbonden met de vorm? Het format van vijf lange zaterdagen vol lezen, luisteren en praten vormt een barrière, bijvoorbeeld voor jongeren of laaggeletterden. Hoe kan het format worden aangepast om het toegankelijker te maken? En welke specifieke methoden zijn nodig om eventueel niet-digitale en laaggeletterde groepen te bereiken?
4. De 'wat nu'-vraag: opvolging en betrokkenheid De grootste achilleshiel van het beraad was de fase na afloop.
Evaluatie burgerberaad Zwolle
29 van 31
8
9
Hoe lang wil en kun je deelnemers eigenlijk betrokken houden? Wat is een realistische en betekenisvolle rol voor deelnemers nadat zij hun advies hebben overhandigd? Hoe creëer je een duidelijk en respectvol eindpunt voor degenen die klaar zijn, terwijl je een actieve, betekenisvolle rol biedt aan degenen die betrokken willen blijven? Wat is onze communicatiestrategie richting de héle stad? Willen we alleen informeren over de resultaten, of willen we een stadsbreed gesprek faciliteren?
Evaluatie burgerberaad Zwolle
30 van 31
Contactgegevens Ipsos I&O Zuiderval 70 7543 EZ Enschede 053 - 200 52 00 Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam 020 – 308 48 00 Amstelveenseweg 760 1081 JK Amsterdam 020 - 607 07 07 Ericssonstraat 2 5121 ML Rijen 020-607 07 07
Evaluatie burgerberaad Zwolle
31 van 31