Rekenkamer Zwolle - Eindrapport 'Huishoudens geholpen - onderzoek naar Zwolse inkomensregelingen'
Tekst van het document
“Een veelvoorkomend probleem is dat inwoners niet weten welke regelingen voor hen beschikbaar zijn, terwijl de regelgeving vaak complex en verwarrend is. Daarnaast hebben veel mensen moeite met de Nederlandse taal en/of digitale vaardigheden, wat het invullen van digitale aanvraagformulieren lastig maakt en een hoge drempel vormt. Dit leidt tot onderbenutting van regelingen en voorzieningen. Ook zien we regelmatig mensen die net buiten de inkomensgrenzen van de gemeentelijke voorzieningen vallen. Zij hebben een baan, maar houden onderaan de streep vaak minder over dan iemand met een bijstandsuitkering. Hierdoor zijn deze huishoudens kwetsbaar en is er juist bij hen vaak grote behoefte aan (financiële) hulp. (medewerker partner)
36
Een ander voorbeeld is een inwoner die een inkomensregeling wilde aanvragen en daar een ID-kaart voor nodig had. Alleen de inwoner had daar geen geld voor. Uiteindelijk is de inwoner geholpen door het Noodfonds, dat deels gefinancierd wordt door de gemeente, om een ID-kaart aan te schaffen. Daarmee kon ook een inkomensregeling worden aangevraagd.
4.6 Bevindingen verhogen gebruik regelingen 18. Hoe kan het gebruik van de regelingen onder de doelgroep worden verhoogd?
Bevindingen op hoofdlijnen: ▪
Informatie moet eenvoudiger en toegankelijker worden, bijvoorbeeld door toeslagen breder te verspreiden via lokale media, aanvraagprocedures duidelijker te maken en door op de gemeentelijke website beter naar hulporganisaties, zoals de Voedselbank, te verwijzen, evenals het creëren van lokale hulpcentra.Het aanvraagproces moet vereenvoudigd worden om het toegankelijker te maken, aangezien veel inwoners hulp nodig hadden bij het indienen door bijvoorbeeld taalproblemen, te veel benodigde documenten of gebrek aan digitale vaardigheden.Inwoners pleiten voor een meer persoonlijke benadering van de gemeente, waarbij zij zich ondersteund voelen en nazorg ontvangen, bijvoorbeeld door actieve follow-upgesprekken en informatie over aanvullende ondersteuning.
▪
De gemeente kan regelingen vereenvoudigen en meer maatwerk bieden, bijvoorbeeld door een vast maandbedrag in plaats van verschillende toeslagen aan te bieden, flexibel te zijn in uitsluitgronden zodat ook inwoners net boven de grens geholpen kunnen worden en de collectieve zorgverzekering terugbrengen.
Onderbouwing In de gesprekken met inwoners en uitvoerders die inwoners helpen zijn meerdere manieren benoemd waarmee het gebruik en bereik van de gemeentelijke regelingen verhoogd kan worden. Eenvoudigere en toegankelijkere informatie. Bijvoorbeeld door de mogelijkheden van toeslagen breder te verspreiden via folders, lokale krant en/of sociale media en de informatie over aanvraagprocedures duidelijker te maken. Daarnaast kan de gemeente duidelijker verwijzen naar hulporganisaties op haar website. Een inwoner die geen voedsel meer kon kopen had de website van de gemeente geraadpleegd maar kon hier geen hulp vinden. Van het bestaan van de Voedselbank wist deze inwoner toen (nog) niet af. Als de gemeente op haar website een link naar de Voedselbank had geplaatst, had dit geholpen. Door inwoners werd ook het creëren van een punt in de wijk waar inwoners terecht kunnen met hulpvragen of zich kunnen melden om een werktraject in te gaan, genoemd. Vereenvoudiging van het aanvraagproces. Het aanvraag- en indieningsproces via de website kan vereenvoudigd worden, dat maakt het ook toegankelijker. Meerdere inwoners moesten een kennis of vriend om hulp moesten vragen om de aanvraag in te dienen. Zij begrepen bijvoorbeeld de gemeentelijke taal niet, moesten teveel documenten meesturen of waren niet digitaal vaardig genoeg om zelf de aanvraag online in te dienen. Persoonlijke benadering.
Inwoners vinden dat de gemeente een meer persoonlijke benadering kan hanteren en de weg naar hulp duidelijker kan maken. Meerdere inwoners gaven aan dat zij eerder naar de gemeente zouden stappen voor hulp als zij het gevoel hebben persoonlijk te worden ondersteund. Hierbij werd aanvullend het belang van nazorg genoemd. Verschillende inwoners gaven aan dat zij dit misten. Ze suggereerden dat een medewerker van de gemeente bijvoorbeeld inwoners actief kunnen bellen om te vragen hoe het gaat, zodat de inwoner eventuele vragen kan stellen. Vervolgens kan de medewerker helpen door de inwoner te informeren over welke aanvullende ondersteuning deze (ook) kan ontvangen.
37
Vereenvoudigen van regelingen en meer maatwerk. Tenslotte kan de gemeente meer zichtbaar en meer proactief met inwoners meedenken. In plaats van verschillende toeslagen, kan de gemeente volgens gesproken inwoners overwegen om een vast geldbedrag per maand aan te bieden in de vorm van een basisinkomen of standaarduitkering. Verder zou er geen harde uitsluitgronden moeten zijn voor het aanvragen van ondersteuning. Er kan ook nagedacht worden over manieren om ook inwoners met een inkomen net boven de gestelde grens te kunnen helpen. Zo spraken wij een inwoner die geen beroep kon doen op de kindregeling omdat deze inwoner net boven de grens zat. Deze inwoner gaf hierover aan dat dat zij hierdoor maandelijks tekortkwam om haar vaste lasten niet kon betalen. Tot slot gaven meerdere inwoners aan dat ze de optie van een collectieve zorgverzekering 3 terug zouden willen. Ze noemen als voordeel dat alle medische kosten, zoals voor de tandarts en medicijnen, dan gedekt zijn. Zo’n verzekering geeft rust omdat inwoners weten dat hun zorgkosten verzekerd zijn. Veel inwoners geven aan dat hun zorgkosten nu hoger zijn dan toen de collectieve zorgverzekering nog bestond.
3
De collectieve zorgverzekering is in 2021 vervangen door een zorgkostenregeling, omdat verzekeraars deze collectieve zorgverzekering niet langer aanbieden. 38
Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.
BIJLAGE BIJLAGEN
39
Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Documenten ▪
2019-06-05 beslisnota raad Minimaeffectrapportage
▪
2019-06-06 reactie college advies Participatieraad
▪
2019-07-08 AOW's zijn ook volwassenen
▪
2020-11-23 Raadsbesluit Kinderparticipatie
▪
Aangepaste beslisnota Monitoring armoededoelgroep en regelingen chronisch zieken
▪
Advies armoede en minima effectregelingen
▪
Advies op de Zwolse koers in het sociaal domein 2024-2030
▪
Armoedemonitor Zwolle 2015
▪
Bijlage Achtergrondinformatie bij Koers Sociaal domein
▪
Brief aan raad reactie advies Koers sociaal domein
▪
Cijfers aantallen inwoners met laag inkomen en gebruik regelingen gemeente Zwolle
▪
Definitief rapport Armoede- en Schuldenmonitor_2024
▪
Evaluatie inkomensregelingen - conclusies en ideeën voor verbeteringen
▪
Evaluatie inkomensregelingen - klantreizen inkomensregelingen
▪
Hervormingsagenda Sociaal Domein
▪
Informatienota raad vereenvoudiging inkomensregelingen (2024)
▪
Knoppennotitie huidige inkomensregelingen (2024)
▪
Koers Sociaal domein 2024-2030
▪
Lokale armoedescan CBS
▪
Minimaeffectrapportage (MER) Zwolle 2018
▪
Minimaeffectrapportage 2015
▪
Raadsbrief besteding middelen bestaanszekerheid 2024
▪
Raadsbrief Eindrapportage HVA
▪
Raadsvoorstel Koers Sociaal Domein 2024-2030
▪
Raadsvoorstel verlenging beleidsplan schulddienstverlening
▪
Raadsvoorstel uitgangspuntennotitie vereenvoudiging minimaregelingen
▪
Rapport Klantreis Schuldhulp
▪
UA controleprotocol
▪
Uitkomsten stadsdialoog Zwolle Armoedevrij, 1 december 2023
▪
Verordening individuele inkomenstoeslag 2019
▪
Verordening maatschappelijke ondersteuning Zwolle 2019
▪
Verordening Participatie Volwassenen 2019definitief
▪
Verordening scholierenregeling 2019
Respondenten Inwoners ▪
30 inwoners van de gemeente Zwolle die gebruik maken (of hebben gemaakt) van gemeentelijke regelingen en/of toeslagen gericht op huishoudens met een minima-inkomen. Hiervan maakten 11 inwoners gebruik van één regeling / toeslag en 19 inwoners maakten gebruik van meerdere regelingen / toeslagen.
Gemeente Zwolle ▪
2 beleidsmedewerkers verantwoordelijk voor het minimabeleid
40
▪
6 uitvoerende medewerkers betrokken bij het minimabeleid, verdeeld over de afdelingen Intake, Beheer en Kwaliteit
▪
De verantwoordelijk wethouder Armoede en Schulden
▪
Meerdere vertegenwoordigers van de verschillende partijen in de gemeenteraad in 1 gezamenlijke sessie
Partners ▪
De Kern / Op Orde
▪
Noodfonds Zwolle
▪
Voedselbank Zwolle
Bijlage 2: onderzoeksvragen Onderzoeksvragen ‘beleidswereld’ 1.
Hoe heeft het Zwolse beleid gericht op bestaanszekerheid zich in de afgelopen jaren ontwikkeld?
2.
Hoe ziet het huidige Zwolse beleid gericht op bestaanszekerheid eruit en welke aannames liggen hieraan ten grondslag?
3.
Zijn de behoeften van de huishoudens in beeld gebracht?
4.
Op welke doelgroepen is het beleid gericht?
5.
Geven de gebruikte monitorgegevens voldoende informatie om de uitvoering bij te sturen en het beleid aan te passen?
6.
Is de raad in staat om haar kaderstellende en controlerende rol op een goede manier in te vullen?
Onderzoeksvragen ‘uitvoeringswereld’ 7.
Hoe is de uitvoering van de verstrekking minimaregelingen ingericht?
8.
Hoe verloopt het proces van de verstrekking minimaregelingen in de praktijk?
9.
Zijn de huishoudens waarvan de bestaanszekerheid onder druk staat in zicht bij de uitvoerders?
10. Hoe vindt monitoring van de effecten en het bereik van de regelingen plaats? 11. Hoe vindt de verantwoording over de uitvoering plaats?
Onderzoekvragen ‘leefwereld’ 12. In hoeverre sluit de gemeente in de uitvoering van het armoedebeleid aan op de hulpvragen en
behoeften van inwoners (volgens de inwoners zelf)? 13. Hoe wordt volgens de inwoners de menselijk maat bij de uitvoering toegepast? 14. Hoe wordt het huidige armoedebeleid ervaren door huishoudens die binnen de doelgroep vallen? 15. In hoeverre zijn inwoners bekend met de bestaande regelingen en weten zij waar ze terecht kunnen voor aanvragen, informatie en advies? 16. In welke mate wordt gebruik gemaakt van de regelingen (zo mogelijk uitgesplitst naar doelgroep) en zijn hierin verschillen per regeling? 17. Wat zijn de redenen dat mensen die wel voor regelingen in aanmerking komen, niet of slechts gedeeltelijk bij de gemeente aankloppen? 18. Hoe kan het gebruik van de regelingen onder de doelgroep worden verhoogd?
41
Bijlage 3: normenkader De Rekenkamer hanteert een normenkader aan de hand waarvan de bevindingen worden getoetst. Onderstaand is per onderzoeksvraag aangegeven welke norm is gehanteerd. Voor beschrijvende vragen is geen norm geformuleerd, voor oordelende vragen wel. Dit is onderstaand uitgewerkt. Perspectief
Vraag
Beleidswereld
1.
2.
3.
Hoe heeft het Zwolse beleid gericht op bestaanszekerheid zich in de afgelopen jaren ontwikkeld? Hoe ziet het huidige Zwolse beleid gericht op bestaanszekerheid eruit en welke aannames liggen hieraan ten grondslag? Zijn de behoeften van de huishoudens in beeld gebracht?
Norm Beschrijvende vraag, geen norm.
Beschrijvende vraag, geen norm.
De gemeente Zwolle beschikt over een analyse van de behoeften van huishoudens met een inkomen op of rond het sociaal minimum.
4. 5.
Op welke doelgroepen is het beleid gericht? Geven de gebruikte monitorgegevens voldoende informatie om de uitvoering bij te sturen en het beleid aan te passen?
Beschrijvende vraag, geen norm. De monitorgegevens bieden inzicht in het doelbereik, het bereik van huishoudens en de effecten op de bestaanszekerheid van de doelgroepen. Sprake is van een leer- en verbetercyclus waarmee uitvoering wordt bijgestuurd en beleid wordt aangepast.
6.
Is de raad in staat om haar kaderstellende en controlerende rol op een goede manier in te vullen?
De raad ontvangt periodiek informatie over aard, proces, omvang en doelbereik van de toeslagenverstrekking. De raad stuurt op basis van deze ontvangen informatie om het doelbereik van armoedebeleid te vergroten.
Uitvoeringswereld
7.
Hoe is de uitvoering van de verstrekking minimaregelingen ingericht?
Beschrijvende vraag, geen norm.
8.
Hoe verloopt het proces van verstrekking minimaregelingen in de praktijk?
Beschrijvende vraag, geen norm.
42
Perspectief
Vraag 9.
Zijn de huishoudens waarvan de bestaanszekerheid onder druk staat in zicht bij de uitvoerders?
Norm Uitvoerders hebben in beeld welk deel van de (potentiële) doelgroep daadwerkelijk bereikt is met de ingezette regelingen en aanpakken. Uitvoerders zien positieve effecten van de aanpassingen zowel wat betreft het bereik als het effect van de inkomensregelingen.
10. Hoe vindt monitoring van de
Beschrijvende vraag, geen norm.
effecten en het bereik van de regelingen plaats? 11. Hoe vindt de verantwoording
Beschrijvende vraag, geen norm.
over de uitvoering plaats?
Leefwereld
12. In hoeverre sluit de gemeente in
De inwoners ervaren dat de regelingen
de uitvoering van het armoedebeleid aan op de hulpvragen en behoeften van inwoners (volgens de inwoners zelf)? 13. Hoe wordt volgens de inwoners de menselijk maat bij de uitvoering toegepast?
aansluiten op hun hulpvraag en
14. Hoe wordt het huidige
Beschrijvende vraag, geen norm.
behoeften.
Beschrijvende vraag, geen norm.
armoedebeleid ervaren door huishoudens die binnen de doelgroep vallen? 15. In hoeverre zijn inwoners bekend
met de bestaande regelingen en weten zij waar ze terecht kunnen voor aanvragen, informatie en advies?
Inwoners zijn bekend met de mogelijkheden van alle regelingen. Inwoners weten waar zij terecht kunnen voor regelingen. Het gebruik van de regelingen neemt toe.
16. In welke mate wordt gebruik
Beschrijvende vraag, geen norm.
gemaakt van de regelingen (zo mogelijk uitgesplitst naar doelgroep) en zijn hierin verschillen per regeling? 17. Wat zijn de redenen dat mensen die wel voor regelingen in aanmerking komen, niet of slechts gedeeltelijk bij de gemeente aankloppen?
Beschrijvende vraag, geen norm.
43
Perspectief
Vraag
Norm
18. Hoe kan het gebruik van de
Vraag gericht op een aanbeveling, geen
regelingen onder de doelgroep
norm.
worden verhoogd?
44
Bijlage 4: toetsing normenkader Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: ▪
Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm.
▪
Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm
▪
Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm.
▪
Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm.
▪
Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm Toetsing normenkader Beleidswereld Norm
Toetsing
De gemeente Zwolle beschikt over een
Voldoet. Door evaluaties en de minima-effectrapportage
analyse van de behoeften van
beschikt de gemeente Zwolle over een heldere analyse van
huishoudens met een inkomen op of
de behoeften van huishoudens met een inkomen op of
rond het sociaal minimum.
rond het sociaal minimum.
De monitorgegevens bieden inzicht in
Voldoet merendeels. Monitoring in het algemeen en vooral
het doelbereik, het bereik van
de rapportages en evaluaties bieden voldoende algemene
huishoudens en de effecten op de
inzichten in het bereik en effecten. De effecten van de
bestaanszekerheid van de doelgroepen.
ondersteuning die door de uitvoering worden geleverd worden niet gemeten. Er vinden geen evaluatieve of nazorggesprekken plaats met inwoners. De uitvoerende medewerkers hebben geen zicht op het niet bereik en de effecten van de ondersteuning.
Sprake is van een leer- en verbetercyclus
Voldoet merendeels. Er is sprake van een leer- en
waarmee uitvoering wordt bijgestuurd
verbetercyclus Zwolle op beleidsniveau. Echter in deze leer-
en beleid wordt aangepast.
en verbetercyclus ontbreekt de uitvoering. De uitvoering heeft geen zicht op het niet-bereik en de effecten van de door haar geleverde uitvoering.
De raad ontvangt periodiek informatie
Voldoet grotendeels. De raad krijgt naar eigen zeggen
over aard, proces, omvang en doelbereik
voldoende informatie en kan op basis hiervan sturen.
van de toeslagenverstrekking.
Echter de raad krijgt onvoldoende informatie over de
De raad stuurt op basis van deze
uitvoering en ervaart hierdoor geen sturing op het bereik
ontvangen informatie om het doelbereik
en de effecten van de uitvoering in relatie tot de geleverde
van armoedebeleid te vergroten.
inzet en kosten. Uitvoeringswereld
Norm
Toetsing
Uitvoerders hebben in beeld welk deel
Voldoet beperkt. Uitvoerders hebben geen helder beeld
van de (potentiële) doelgroep
van het potentiële bereik en daarmee ook van wie niet
daadwerkelijk bereikt is met de ingezette
bereikt worden. Ook is in het werkproces van de uitvoering
regelingen en aanpakken.
geen toets op effecten (bijvoorbeeld in de vorm van een nazorggesprek) opgenomen.
45
Uitvoerders zien positieve effecten van
Voldoet beperkt. Uitvoerders worden geïnformeerd over
de aanpassingen zowel wat betreft het
het bereik en effecten van de inkomensregelingen maar
bereik als het effect van de
geven aan geen beeld te hebben van de effecten van de
inkomensregelingen.
aanpassingen van de inkomensregelingen. Leefwereld
Norm
Toetsing
De inwoners ervaren dat de regelingen
Voldoet merendeels. Veel inwoners geven aan dat de
aansluiten op hun hulpvraag en
regelingen waar ze gebruik van maken aansluiten bij de
behoeften.
behoefte die ze hebben. Inwoners ervaren niet dat de regelingen een structurele oplossing voor hun situatie bieden. Zodra een behoefte niet binnen een regeling valt en maatwerk nodig is, vermindert de aansluiting op de hulpvraag.
Inwoners zijn bekend met de
Voldoet beperkt. Ongeveer een derde van gesproken
mogelijkheden van alle regelingen.
inwoners gaf aan goed bekend te zijn met de regelingen. Voor de rest van de gesproken inwoners geldt dat zij niet of beperkt op de hoogte waren van de mogelijkheden. Ook de Mystery Guests hadden in meerderheid moeite met het vinden van de passende hulp en ondersteuning.
Inwoners weten waar zij terecht kunnen
Voldoet beperkt. Voor inwoners is duidelijk dat zij bij de
voor regelingen.
gemeente moeten zijn, maar de weg ernaartoe is niet altijd duidelijk en makkelijk. De informatie op de gemeentelijke website is moeilijk te begrijpen (taalgebruik), lastig te vinden (‘doolhof’) en het aanvraagproces gaat over meerdere schijven en is daardoor traag. Een beeld dat ook door de Mystery Guest wordt herkend.
Het gebruik van de regelingen neemt
Voldoet merendeels. Het gebruik van de meeste regelingen
toe.
is in de periode 2014-2023 bij verreweg de meeste regelingen toegenomen. Echter uit de lokale armoedescan van het CBS blijkt dat minimaal een derde van de inwoners die gebruik kan maken van een regeling dat niet doet.
46