Rapport Toekomstbestendige Bedrijventerreinen
Tekst van het document
TO E KO M ST B EST E N D I G E BEDRIJVENTERREINEN R EG I O Z WO L L E 14 december 2020
1
2
Toekomstbestendige bedrijventerreinen Regio Zwolle Aangeboden aan: Regio Zwolle 14 december 2020
Auteur(s): Jaap Meijs Jos van Heest Miles Copping Wouter Maat Projectnummer: 1508
3
Inhoudsopgave Voorwoord
5 4
Samenvatting
6
1
Inleiding
10
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Het belang van toekomstbestendige bedrijventerreinen Wat biedt het onderzoek? Aansluiting op bestaand beleid Samenhang onderzoeken op provinciaal niveau Uitgangspunten onderzoek Opbouw rapport
10 11 11 12 12 13
2
Methodiek
14
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Selectie bedrijventerreinen Indeling in pijlers, thema’s en indicatoren Dataverzameling- en verwerking Segmentering Scores
14 15 16 16 17
3
Resultaten
19
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Algemene beeld bedrijventerreinen Duurzaam en gezond Fysiek-ruimtelijk Sociaaleconomisch Potentie
19 24 26 28 29
Verdieping: lokale kansen om toekomstbestendigheid te vergroten
33
4.1 4.2
Kansen en opgaven voor verduurzaming Kansen en opgaven op gebied van fysiek-ruimtelijke kwaliteit
35 41
5
Dashboards bedrijventerreinen
47
6
Conclusies
48
6.1 6.2 6.3
Algemene conclusies Conclusies over de verduurzaming van bedrijventerreinen Conclusies over fysiek-ruimtelijke opgaven
48 50 51
7
Aanbevelingen
52
7.1 7.2 7.3 7.4
Algemene aanbevelingen Aanbevelingen over de rol van de regio Aanbevelingen voor de verduurzaming van bedrijventerreinen Aanbevelingen over de fysiek-ruimtelijke opgaven
52 53 55 56
Bijlage 1: Overzicht bedrijventerreinen meegenomen in onderzoek
58
Bijlage 2: Toelichting selectie terreinen verdieping
62
Bijlage 3: Technische verdieping
69
4
Voorwoord Regio Zwolle wil in 2030 de 4de economische topregio in Nederland zijn om de economische hoofdstructuur van Amsterdam, Rotterdam/Den Haag en Eindhoven te completeren. Om dit doel te bereiken zijn - door de wisselwerking tussen de regio (banen) en bedrijventerreinen (afzet) kwalitatief goede bedrijventerreinen belangrijk. Want ruim een derde van het totaal aantal banen binnen Regio Zwolle bevindt zich op deze bedrijventerreinen. Om dit vast te houden en als regio te groeien tot economische topregio is het van belang om duidelijk te hebben waar kansen op bedrijventerreinen liggen. Wanneer dit helder is, kunnen we daar gericht stappen op ondernemen. Daarom is dit onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek bouwt voort op de onderzoeken naar toekomstbestendige bedrijventerreinen die in de provincies Gelderland, Overijssel en Drenthe zijn gedaan. Voor de drie betrokken gemeenten in Flevoland is aanvullend onderzoek verricht. Dit onderzoek heeft meerwaarde, doordat het beter aansluit op de economische basis van Regio Zwolle waarbij makkelijker de verbinding met regionale opgaven kan worden gelegd.
Om deze kansen te benutten, is het belangrijk om de handen ineen te slaan en onze belangen uit te wisselen. Samen, overheid én ondernemers, zorgen we ervoor dat bedrijventerreinen hun waardevolle positie binnen de regio vasthouden en bouwen we deze regio uit tot economische topregio. Dit vraagt betrokken inzet van beide kanten. Een inzet die gewaardeerd wordt van beide kanten. Nu het onderzoek is afgerond, wil Regio Zwolle samen met VNO-NCW Regio Zwolle en MKB-Nederland Regio Zwolle verder met vervolgstappen. Deze moeten uiteindelijk leiden tot verdere optimalisatie van de inrichting en het gebruik van bedrijventerreinen, zodat we gereed zijn voor de toekomst. Regio Zwolle
VNO-NCW Regio Zwolle
Auke Schipper Klaas-Jan Boessenkool
MKB-Nederland Regio Zwolle
Joost Pleiter
Per bedrijventerrein is onderzocht wat de huidige situatie is en wat de mogelijkheden voor de toekomst zijn. Uit de resultaten blijkt dat we als regio goed op weg zijn, maar er nog veel winst valt te behalen. Er liggen kansen op het gebied van fysiek-ruimtelijk, sociaaleconomisch en duurzaam en gezond. Voor zowel de publieke als de particuliere sector.
5
Samenvatting Met ruim een derde van het totale aantal banen op bedrijventerreinen zijn bedrijventerreinen een belangrijk vestigingsmilieu in de Regio Zwolle. Provincies en gemeenten hebben de afgelopen jaren ingezet op herprogrammering van bedrijventerreinen en het aanpakken van veroudering. Hiermee is de basis van veel terreinen in de regio op orde gebracht. De volgende stap is toewerken naar toekomstbestendige bedrijventerreinen die een aantrekkelijke, groene en gezonde werkomgeving bieden, bijdragen aan klimaatdoelstellingen en bestendig zijn voor de veranderende economie. Daarom is het van belang te onderzoeken hoe de bestaande bedrijventerreinen in de Regio Zwolle ervoor staan. De Regio heeft Bureau BUITEN gevraagd dit onderzoek uit te voeren. Dit onderzoek geeft op regionaal, gemeente- en bedrijventerreinniveau een beeld van de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen. Het onderzoek biedt: 1. Gedeeld begrip tussen de vier provincies, gemeenten in de regio en koepelorganisaties van het bedrijfsleven over wat toekomstbestendige bedrijventerreinen zijn. 2. Huidige situatie en potentie per bedrijventerrein in beeld: een ‘foto’ van de toekomstbestendigheid van de bedrijventerreinen in de Regio Zwolle. 3.
Voer voor gesprek tussen provincie, gemeenten en ondernemers: Waar liggen de grootste opgaven en wordt hier al aan gewerkt, welke thema’s zijn nog witte vlekken en op welke aspecten presenteren onze terreinen goed? 4. Aanbevelingen over wat gedaan kan worden om de belangrijkste opgaven die uit het onderzoek naar voren komen op te pakken en wie welke rol daarin kan of zou moeten nemen. 5. Een beeld van de fysiek-ruimtelijke- en verduurzamingsopgaven op de bedrijventerreinen: waar liggen goede kansen voor een
verduurzamingsaanpak en waar de grootste fysiek-ruimtelijke uitdagingen in de regio? 6. Inzicht in hoe de verschillende onderzoeksresultaten (provinciale onderzoeken Overijssel, Drenthe, Gelderland en dit regionale onderzoek) zich tot elkaar verhouden. Toekomstbestendigheid bepaald op basis van drie pijlers Traditionele vestigingsvoorwaarden zoals een goede bereikbaarheid en beschikbare ruimte gelden nu en in de toekomst nog steeds, maar steeds meer bedrijven hechten ook waarde aan bijvoorbeeld digitale bereikbaarheid, een prettige buitenomgeving en mogelijkheden voor verduurzaming. Daarom is het begrip ‘toekomstbestendige bedrijventerreinen’ in dit onderzoek breed gedefinieerd, aan de hand van drie pijlers: duurzaam & gezond, fysiek-ruimtelijk en sociaaleconomisch. Een toekomstbestendig bedrijventerreinen moet een gezonde plek zijn om te werken en een bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen. Verder moet het terrein er fysiek-ruimtelijk goed bij liggen en uiteraard moet het terrein een goed vestigingsklimaat bieden en een positieve bijdrage leveren aan de economie. De pijlers en bijbehorende thema’s zijn het uitgangspunt waarlangs het onderzoek wordt uitgevoerd en de resultaten in beeld worden gebracht. De thema’s die binnen de pijlers duurzaam en gezond, sociaaleconomisch en fysiek-ruimtelijk vallen zijn geoperationaliseerd in verschillende indicatoren.
In totaal zijn 97 indicatoren gebruikt om de toekomstbestendigheid van een bedrijventerrein te meten. De indicatoren vinden hun oorsprong in verschillende bronnen: er is gebruik gemaakt van databases, kaartlagen en een fysieke schouw. Deze data zijn slim aan elkaar gekoppeld. Om de vergelijkingen te kunnen maken tussen terreinen en indicatoren zijn alle indicatoren omgerekend naar een score van 1 tot en met 5. Door met een 1-5 schaal te werken kunnen de indicatoren worden
6
geaggregeerd naar scores per thema en pijler. Daarbij staat de score 5 voor een grote positieve bijdrage aan de toekomstbestendigheid van het terrein en de score 1 voor een achtergebleven positie van terrein op het betreffende thema of indicator. Leeswijzer: rapport en dashboards In het rapport leest u meer over de methodiek, uitkomsten en specifieke voorbeelden. Daarnaast gaan we in op de kansen voor verduurzaming en kansen opgaven op gebied van fysiek-ruimtelijke kwaliteit op de bedrijventerreinen in Regio Zwolle. Verder is er op aanvraag een link naar de interactieve dashboards beschikbaar, waarin per terrein of gemeente de resultaten van dit onderzoek geraadpleegd kunnen worden. In het achtergrondrapport komen uitgebreid de uitgangspunten van het onderzoek aan bod. Conclusies: uitdagingen in duurzaam en gezond en next economy Motor van de economie: In dit onderzoek zijn 132 bedrijventerreinen meegenomen. Samen zijn deze terreinen goed voor bijna 120.000 part- en fulltime banen en een toegevoegde waarde van €9,7 miljard. De geanalyseerde terreinen hebben daarmee een aandeel van 35% van alle banen in de Regio Zwolle. Gemiddelde toekomstbestendigheidsscore: 3,0, verschillen per terrein maar de variatie is niet erg groot: Die score is een gemiddelde, waarbij het met name interessant is te kijken naar de achterliggende verschillen tussen de terreinen en tussen de pijlers.
De variatie tussen de koplopers en achtervolgers is in de regio Zwolle daarmee minder groot dan in de provinciale onderzoeken. Uit de resultaten blijkt dat formaat van het terrein en het aantal banen dat zich op een terrein bevinden weinig effect op de toekomstbestendigheidsscores hebben. Veel terreinen fysiek-ruimtelijk goed op orde: De terreinen in de regio Zwolle scoren goed op de pijler fysiek-ruimtelijk. Gemiddeld is de score van terreinen in de regio op deze pijler een 3,4. Ondanks de iets hogere scores op deze pijler in Drenthe en Overijssel (beide 3,5), is dit
nog steeds een hoge score. Koplopers scoren gemiddeld zelfs een 3,9 op dit thema. Ook de score van de achtervolgers (2,9) wijst erop dat in deze categorie de meeste bedrijventerreinen op orde zijn. Grootste uitdagingen binnen pijler duurzaam & gezond: De pijler scoort gemiddeld een 2,7 en blijft daarmee achter bij de andere pijlers. Binnen de pijler duurzaam en gezond liggen voor vrijwel alle terreinen nog veel uitdagingen, met name op het gebied van energietransitie en circulaire economie. Weinig verschillen in totaalbeeld type terreinen: Als we kijken naar de score op toekomstbestendigheid zijn er geen grote verschillen in de resultaten tussen de terreinen in de verschillende provincies. Ook wanneer gekeken wordt naar verschillende typen bedrijventerreinen die in dit onderzoek zijn uitgelicht – haven, industrie, logistiek, gemengd – zijn er weinig verschillen waar te nemen. Op veel terreinen een vorm van organisatie aanwezig, nog wel winst te behalen: Hoewel 86% van de terreinen in de regio Zwolle een vorm van organisatie kent, valt er op dit vlak zeker nog winst te behalen. Bij 43% van de terreinen met een vorm van organisatie betreft het namelijk een ondernemersvereniging op gemeenteniveau: dus over meerdere kernen, bedrijventerreinen, winkelgebieden en (evt.) kantoorlocaties heen.
Op sommige locaties beperkte uitbreidingsmogelijkheden: Binnen de pijler fysiek-ruimtelijk valt op dat de score voor uitbreidingsmogelijkheden met een 2,8 op bedrijventerreinen laag uitvalt. Dit komt allereerst door een beperkt oppervlak uitgeefbare grond op de bestaande terreinen in de regio Zwolle. Daarnaast speelt de begrenzing van natuurgebieden en de hoeveelheid stikstofdepositie een hierin belangrijke rol. Next economy: opgaven: Op 55% van de terreinen is glasvezel aanwezig, dat is gunstig voor de next economy. Echter, voor de overige indicatoren binnen dit thema, zoals het aantal banen in de hightech en topsectoren, valt nog winst te behalen. Daarbij zegt een regionaal, overkoepelend onderzoek niet alles; er is een aantal terreinen dat
7
goed scoort op gebied van Next Economy, met name door de grote hoeveelheid banen in topsectoren of HTSM. Verduurzaming: energieinfrastructuur mogelijk cruciale bottleneck, op goed georganiseerde terreinen gebeurt al meer aan deze opgave. Veel terreinen met een hoge potentie en nog weinig maatregelen op het gebied van energietransitie, kennen een lage organisatiegraad. Hoewel er uitzonderingen zijn (terreinen waar parkmanagement fungeert, maar nog weinig is gedaan aan de energietransitie), lijkt hier een verband zichtbaar. Op verschillende terreinen lijkt, zover dit uit onze dataset is op te maken, nog weinig (collectiefs) ondernomen op gebied van de energietransitie. Bedrijventerreinen lenen zich, onder voorwaarden, voor grootschalige opwek van duurzame energie. Op momenten dat de productie vervolgens groter is dan de vraag (als er geen smart grid of lokale energieopslag is), wordt de elektriciteit in principe teruggeleverd aan het net. De energieinfrastructuur is op veel plekken daar echter niet op berekend. Dat kan de investeringen in een duurzame productie remmen en heeft invloed op het behalen van de energieambities op verschillende schaalniveaus. 13 terreinen met flinke fysiek-ruimtelijke opgaven: met name als het gaat om klimaatadaptatie (veel versteende terreinen), voorzieningen voor langzaam verkeer.
Aanbevelingen - algemeen Leg de focus op pijler duurzaam & gezond: een belangrijke conclusie uit dit onderzoek is dat op bedrijventerreinen in de regio Zwolle binnen de pijler duurzaam & gezond op thema’s als energie, klimaat, circulair en groen, de grootste stappen te zetten zijn. Sluit goed aan op provinciale, nationale en Europese middelen en regelingen: Vanuit de Regio Zwolle zijn er weinig financiële middelen om gemeenten en ondernemers te steunen met het werk aan toekomstbestendige bedrijventerreinen. Op provinciaal, nationaal en Europees niveau zijn er verschillende middelen beschikbaar. De Regio
Zwolle kan een belangrijke rol spelen in het bundelen en uitwisselen van kennis over de verschillende middelen en regelingen. Lokaal maatwerk en maatwerk per (segment) bedrijventerrein: Omdat we te maken hebben met bestaande terreinen verschilt uiteraard de uitgangspositie, de organisatiegraad, de indeling en allerlei andere zaken. Daar moet vanzelfsprekend rekening mee worden gehouden in de een vervolgaanpak op alle aspecten. Daarnaast is van belang te beseffen dat verschillende typen bedrijven een ander beeld hebben bij wat een toekomstbestendig bedrijventerrein moet inhouden. Aanbevelingen over de rol van de regio Zet de verstedelijkingsstrategie en economische aanpak door: Op gebied van innovatieve bedrijvigheid, banen in topsectoren zoals hightech systems en materialen en banen in de circulaire economie is nog winst te behalen. De Economic Board Regio Zwolle (EBRZ) is ingesteld om met onder andere deze opgaven aan de slag te gaan. Doorzetten van de aanpak van de EBRZ en de achterliggende economische agenda sluit goed aan op deze opgave. Verbind de opgaven rond toekomstbestendigheid aan de verstedelijkingsstrategie en aan andere opgaven op verschillende schaalniveaus: De rol die de regio kan innemen naar aanleiding van dit onderzoek is drieledig. Ten eerste kan de regio een rol vervullen in de verbinding met de verstedelijkingsopgave.
Ten tweede is een logische rol voor de regio om op regionaal niveau de verschillende provinciale regelingen en afspraken die deze samenstelling met zich meebrengt te coördineren en bekend te maken. Ten derde kan de provincie een coördinerende rol spelen bij het bereikbaar houden van bedrijventerreinen. De regio is nou eenmaal éénn daily urban system, die wel te maken heeft met vier OV-concessies (IJsselmond, MiddenOverijssel, Groningen-Drenthe en Veluwe). Goed voorbeeld doet goed volgen - zet regionaal koplopers in de etalage: dit inspireert, neemt zorgen weg en is leerzaam voor andere bedrijventerreinen.
8
Neem een rol als kennismakelaar, facilitator en inspirator: Een vierde rol van de provincie zit in het bundelen, uitwisselen en verspreiden van kennis over de beschikbare middelen op provinciaal, nationaal en Europees niveau. Denk aan een rol als makelaar en facilitator, inspirator en het bundelen van kennis. Aanbevelingen rond de verduurzaming en energietransitie: Breng de organisatiegraad op orde om verduurzaming écht van de grond te laten komen Zet een regionale leer- en kennisomgeving op voor verduurzamingsmaatregelen op bedrijventerreinen Voer (lokaal) vervolgonderzoek uit voor de geschiktheid van bedrijfspanden voor zonnepanelen en benut vervolgens de SDE++ subsidies Ga gezamenlijk in gesprek met de netbeheerders over de uitbreiding van de capaciteit van de energieinfrastructuur Doe lokaal onderzoek naar mogelijkheden voor off-grid uitwisseling van energie Aanbevelingen rond de fysiek-ruimtelijke opgaven: Zoek naar koppelkansen fysiek-ruimtelijke opgaven, verduurzamingsen energiemaatregelen Richt je eerst op de terreinen waar ruimte ís Ga voor de overige terreinen gezamenlijk op zoek naar schuifruimte Onderken dat niet alle problemen direct op te lossen zijn Werk samen met ondernemers en benut / vergroot de organisatiegraad
9
1 Inleiding Regio Zwolle ontwikkelt zich tot een economisch topregio van formaat. Het klimaatadaptief accommoderen van de forse stedelijke en economische groei van de regio, met behoud van de kwaliteit van de leefomgeving en bereikbaarheid, is een belangrijke integrale opgave voor de regio. Kwalitatief goede bedrijventerreinen zijn daarin een essentieel onderdeel. Daarom is het belangrijk in beeld te brengen in hoeverre de bestaande bedrijventerreinen toekomstbestendig zijn. Dit onderzoek geeft daar inzicht in. 1.1 Het belang van toekomstbestendige bedrijventerreinen
logistiek (stadsdistributie), grootschalige XL-distributiecentra en flexibele werkplekken (verzamelgebouwen, third places). Dit beïnvloedt de ruimtevraag van en de inrichting op bedrijventerreinen. Op maatschappelijk gebied is ook steeds meer aandacht voor de verduurzaming van bedrijventerreinen. Gezien hun omvang in areaal (ruim 4.000 hectare in de Regio Zwolle), grondstofstromen en energiegebruik spelen zij een belangrijke rol in het behalen van de energie-, klimaat- en circulaire doelen. De klimaatdoelen vragen om ingrijpende veranderingen op de bedrijventerreinen. Tegelijkertijd zorgen deze doelen voor grote kansen om de werklocaties niet alleen duurzamer, maar ook aantrekkelijker te maken. Ook hier ligt een belangrijke opgave op bedrijventerreinen. Op hoeveel en welke terreinen zijn al stappen gezet in de Regio Zwolle? En wat zijn de grootste kansen, bedreigingen, verbeterpunten om terreinen toekomstbestendiger te maken? Figuur 1: De brede opgaven van toekomstbestendige bedrijventerreinen in beeld
In de Regio Zwolle bevindt zich ruim een derde van het aantal banen op bedrijventerreinen. Als ook de indirecte werkgelegenheid wordt meegenomen kan zelfs de helft van de werkgelegenheid aan bedrijventerreinen worden gerelateerd. Provincies en gemeenten hebben de afgelopen jaren ingezet op herprogrammering van bedrijventerreinen en het aanpakken van veroudering. Hiermee is de basis van veel terreinen in de regio op orde gebracht. De volgende stap is toewerken naar toekomstbestendige bedrijventerreinen die een aantrekkelijke, groene en gezonde werkomgeving bieden, bijdragen aan klimaatdoelstellingen en bestendig zijn voor de veranderende economie. De economie verandert snel door digitalisering, automatisering, robotisering, flexibilisering en machine-to-machine communicatie (Internet of Things). Dat vraagt bijvoorbeeld om excellente digitale bereikbaarheid, nieuwe ruimtevragende functies op het gebied van digitale infrastructuur (zoals datacentra), e-commerce met kleinschalige
De kwaliteit van bedrijventerreinen beïnvloedt het functioneren van zittende ondernemers alsook de aantrekkingskracht op nieuwe
10
ondernemingen van buiten de regio. Een groene en gezonde werkomgeving is een steeds belangrijkere voorwaarde voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit alles vraagt om een goed overzicht van de huidige situatie op de verschillende bedrijventerreinen en de verbeteringen die daar mogelijk zijn.
1.2 Wat biedt het onderzoek? Dit onderzoek geeft op regionaal, gemeente- en bedrijventerreinniveau een beeld van de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen. Het onderzoek biedt: 1. Gedeeld begrip tussen de vier provincies, gemeenten in de regio en koepelorganisaties van het bedrijfsleven over wat toekomstbestendige bedrijventerreinen zijn. 2. Huidige situatie en potentie per bedrijventerrein in beeld: een ‘foto’ van de toekomstbestendigheid van de bedrijventerreinen in de Regio Zwolle. 3. Voer voor gesprek tussen provincie, gemeenten en ondernemers: Waar liggen de grootste opgaven en wordt hier al aan gewerkt, welke thema’s zijn nog witte vlekken en op welke aspecten presenteren onze terreinen goed? 4. Aanbevelingen over wat gedaan kan worden om de belangrijkste opgaven die uit het onderzoek naar voren komen op te pakken en wie welke rol daarin kan of zou moeten nemen. 5. Een beeld van de fysiek-ruimtelijke- en verduurzamingsopgaven op de bedrijventerreinen: waar liggen goede kansen voor een verduurzamingsaanpak en waar de grootste fysiek-ruimtelijke uitdagingen in de regio? 6. Inzicht in hoe de verschillende onderzoeksresultaten (provinciale onderzoeken Overijssel, Drenthe, Gelderland en dit regionale onderzoek) zich tot elkaar verhouden.
In deze rapportage worden de belangrijkste resultaten op hoofdlijnen gepresenteerd en worden aanbevelingen gedaan. Daarnaast zijn er op aanvraag interactieve dashboards beschikbaar waarin de resultaten per gemeente en terrein inzichtelijk worden gemaakt (zie hoofdstuk 5).
1.3 Aansluiting op bestaand beleid Regio Zwolle heeft vijf regionale opgaven geformuleerd: economie, bereikbaarheid, menselijk kapitaal, leefomgeving en energie. Het thema toekomstbestendige bedrijventerreinen heeft raakvlakken met al deze opgaven, maar is in de Regio Zwolle onderbracht bij de opgave leefomgeving. In het document ‘Opgave Leefomgeving van Regio Zwolle is uit de startblokken’ wordt toekomstbestendigheid gedefinieerd als een samenspel van duurzaamheid, fysieke inrichting van terreinen en sociaaleconomische aspecten. De Regio Zwolle wil inzichtelijk maken hoe de terreinen er op dit vlak voor staan in de regio. Daarvoor dient dit onderzoek. Figuur 2: De vijf regionale opgaven van de Regio Zwolle
Werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen levert een belangrijke bijdrage aan het behalen van de energie-, klimaat- en circulaire doelen. In het Klimaatakkoord vormt Industrie één van de vijf sectoren waar het akkoord zich op focust. De sector industrie moet in 2030 landelijk 19,4 Mton minder CO2 uitstoten dan in 2015. Omdat veel
11
industrie zich op bedrijventerreinen bevindt, spelen bedrijventerreinen een belangrijke rol in deze opgave. Boven alles zijn toekomstbestendige bedrijventerreinen van belang voor een aantrekkelijk vestigingsmilieu en dragen daarom bij aan de opgave economie binnen de regio Zwolle.
1.4 Samenhang onderzoeken op provinciaal niveau Bureau BUITEN heeft recentelijk soortgelijk onderzoek naar toekomstbestendige bedrijventerreinen uitgevoerd voor de provincies Gelderland, Drenthe en Overijssel. Op basis van de bestaande onderzoeken in Overijssel en Drenthe, een update van het Gelderse onderzoek en de analyse van de Flevolandse terreinen is gestreefd een zo compleet mogelijke ‘foto’ van de bedrijventerreinen in de Regio Zwolle te maken. In paragraaf 2.5.3 gaan we nader in op de onderzoekstechnische aspecten bij het combineren van deze onderzoeken. Dit regionale onderzoek heeft ten opzichte van de provinciale onderzoeken een meerwaarde, omdat het beter aansluit op de economische regio Zwolle. Zo kan beter de verbinding worden gelegd met regionale opgaven, bijvoorbeeld rond bereikbaarheid, energie en arbeidsmarkt. Een andere meerwaarde van dit onderzoek is de verdieping op gebied van energietransitie en fysiek-ruimtelijke opgaven.
1.5 Uitgangspunten onderzoek Het rapport en bijbehorende dashboards kunnen echter niet alle vragen beantwoorden. Om het onderzoek goed te kunnen plaatsen, schetsen wij daarom de volgende uitgangspunten: Het onderzoek richt zich op ‘het grotere plaatje’. Dat wil zeggen: het provinciaal en regionaal niveau, met dashboards op bedrijventerreinenniveau. Wij baseren ons op bronnen en gegevens die op provinciale schaal beschikbaar zijn, zodat wij voor alle terreinen dezelfde gegevens meten. Daarbij gebruiken wij de meest actuele
gegevens die beschikbaar zijn; zeker in deze tijd waarin de energietransitie in een versnelling is gekomen, kan het zijn dat op bedrijventerreinen al stappen zijn gemaakt die nog niet in deze foto (maar als het goed is wel in een eventuele volgende editie) zichtbaar zijn. Ons onderzoek is voor het grootste deel data-gedreven. Gezien de schaal van het onderzoek is het niet mogelijk om lokaal beleid, plannen en ambities mee te nemen, alsmede processen, maatregelen en plannen die zich binnen de muren van een bedrijf afspelen. Naast het data-onderzoek is een fysiek schouw van de bedrijventerreinen gedaan. Deze schouw is zo goed mogelijk geobjectiveerd en een goede methode om de terreinen op een aantal fysiek-ruimtelijke indicatoren te beoordelen, maar we zijn ons ervan bewust dat het een momentopname is. Het onderzoek geeft op basis van onder andere de milieuhindercategorie, het type bedrijvigheid en de gebruiksfuncties een beeld van de mate waarin functiemenging mogelijk is. De data biedt dus input voor het gesprek hierover. Het onderzoek doet verder echter geen uitspraken over mogelijkheden voor transformatie, functiemenging en verkleuring van bedrijventerreinen. Het onderzoek heeft betrekking op 22 gemeenten in de Regio Zwolle, gelegen in vier verschillende provincies.
In hoofdstuk 2 en de technische bijlage is aangegeven hoe met de (kleine) verschillen tussen deze onderzoeken is omgegaan. In figuur 2 is een afbakening van de regio aangegeven.
Daarnaast is het goed om te vermelden dat dit onderzoek grotendeels plaatsvond terwijl er een aantal beperkende maatregelen golden als gevolg van de coronacrisis. Het grootste deel van de schouw in Flevoland en Drenthe vond plaats gedurende enigszins versoepelde maatregelen (zomer ’20). De schouw in Overijssel vond grotendeels plaats vóór de intelligente lockdown, en deels tijdens / kort erna. In die schouw hebben we gezien dat de coronacrisis slechts beperkte invloed heeft op de
12
resultaten van de schouw, omdat in beide fasen een vergelijkbaar beeld naar voren kwam. Figuur 3: Regio Zwolle
wordt voor veel thema’s pas later merkbaar op bedrijventerreinen (bijvoorbeeld door gebrek aan onderhoud en leegstand). De impact was gedurende dit onderzoek nog niet goed te duiden. Daarom is de impact van de coronacrisis geen nadrukkelijk onderdeel van dit onderzoek. Wel zijn in paragraaf 3.1 de verwachte effecten van coronacrisis voor de sectoren op bedrijventerreinen op hoofdlijnen beschreven.
1.6 Opbouw rapport
Daarnaast is veel andere basisinformatie in het onderzoek gebaseerd op data van voor (het effect van) de coronacrisis. Voor de Gelderse gemeenten geldt dat de schouw in 2018 plaatsvond, voor de coronacrisis. Uiteraard heeft de coronacrisis impact op de bedrijventerreinen. Die impact heeft op de korte termijn vooral impact op bedrijfsniveau, en
Dit rapport bestaat uit zeven hoofstukken. Na dit inleidende hoofdstuk 1 gaan we in hoofdstuk 2 in op de hoofdlijnen van de gehanteerde methodiek. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de resultaten van de foto gepresenteerd. In hoofdstuk 4 maken we een verdiepingsslag en gaan we in op de kansen voor verduurzaming en de fysiek-ruimtelijke opgaven. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de interactieve online dashboards, waar de resultaten per gemeente en bedrijventerrein zijn in te zien. Hoofdstuk 6 beschrijft de conclusies en in hoofdstuk 7 doen we aanbevelingen voor de vervolgstappen die de regio, gemeenten en ondernemers kunnen zetten om aan de slag te gaan met toekomstbestendige bedrijventerreinen. De conclusies en aanbevelingen hebben we opgedeeld in aanbevelingen over de generieke resultaten en kansen voor verduurzaming en de grootste fysiek-ruimtelijke opgaven. Om het rapport bondig en leesbaar te houden is er gebruik gemaakt van een bijlage en een technische verdieping. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de geanalyseerde bedrijventerreinen. In de technische verdieping gaan we nader in op de gehanteerde methode en zijn de geanalyseerde indicatoren en bijbehorende bronnen opgenomen. Voor het gebruik van de dashboards raden wij aan om eerst het rapport door te nemen, of deze bij de hand te hebben wanneer u met het dashboard aan de slag gaat.
Op die manier heeft u een duidelijk beeld van welke informatie het dashboard u biedt (en wat niet) en welke uitgangspunten zijn gehanteerd bij het opstellen van het dashboard.
13
2 Methodiek In dit hoofdstuk beschrijven we op hoofdlijnen de gehanteerde methode voor de foto van de bedrijventerreinen in de Regio Zwolle. In de technische verdieping is een uitgebreidere beschrijving van de methoden en indicatoren te vinden. 2.1 Selectie bedrijventerreinen Dit onderzoek richt zich op alle bedrijventerreinen in de Regio Zwolle die geheel of gedeeltelijk in gebruik zijn. In 2020 telt de regio 288 formele IBIS-bedrijventerreinen1 (zie ook figuur 3). Op deze terreinen is een selectie gemaakt waarbij de volgende terreinen niet in zijn meegenomen: Bedrijventerreinen die alleen nog in plannen bestaan2 of onherroepelijk bestemmingsplan hebben, maar waar nog geen grond is uitgegeven. Bedrijventerreinen <5 ha: het gaat hierbij om terreinen die in totaal kleiner zijn dan 5 ha, of waar op dit moment minder dan 5 hectare is uitgegeven. Deze keuze is gemaakt omdat een flink deel van deze terreinen slechts één of enkele bedrijven bevatten. Bovendien is het van belang dat, vanwege het provincie-overschrijdende karakter van de regio en het feit dat resultaten uit verschillende voorgaande onderzoeken worden gecombineerd, er voldoende vergelijkbaarheid is tussen de terreinen. Voor Gelderland en Overijssel is gekozen om de kleinere terreinen (<5 ha) niet mee te nemen), terwijl voor Drenthe en 1
Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem (IBIS) waarin overheden informatie over bedrijventerreinen bijhouden 2 Hierbij gaat het om een ontwerp bestemmingsplan, plan in structuurvisie, of een vastgesteld bestemmingsplan waarbij de locatie in ontwikkeling is.
Flevoland dit wel gedaan is. De kleinere terreinen nemen we daarom niet mee in de regionale analyse. Concreet betekent het wel dat voor de regio in de toekomst belangrijke in ontwikkeling zijnde bedrijventerreinen, niet allemaal zijn meegenomen in de studie, zoals het Hattemse deel van H2O3. Voor het Flevolandse en Drentse deel van de regio zijn, in overleg met de betreffende gemeenten wél de kleinere terreinen meegenomen in de analyse. In overleg met de provincie Overijssel is gekozen om een deel van deze kleinere terreinen niet mee te nemen in het onderzoek. Hierdoor zijn sommige indicatoren niet in te vullen en zouden deze terreinen ruis veroorzaken in de dataset. Ook is geconstateerd dat deze kleinere terreinen vaak niet te vergelijken zijn met de grotere terreinen qua opgaven en toekomstbestendigheid, en om een andere aanpak vragen. Na afweging van tijd en kosten is besloten het onderzoek te richten op de grotere terreinen waar de meeste banen zijn te vinden4. Om toch geen bedrijventerreinen te missen waar een specifieke vraagstuk/kans speelt, heeft de provincie voor een aantal relevante terreinen <5 ha een uitzondering gemaakt. Terreinen die tijdens de fysieke schouw niet toegankelijk blijken te zijn en dus niet gescoord kunnen worden. Met deze selectie blijven er 132 terreinen over die we analyseren voor de ‘foto’.
Het gaat hier om de bedrijventerreinen die samen goed zijn voor 35% van alle banen op bedrijventerreinen de regio.
3
Dit terrein bestaat uit twee delen, een deel in de gemeente Oldebroek (Gelderland) en een deel in de gemeente Hattem (Overijssel), gescheiden door het snelwegknooppunt Hattemerbroek. 4 Gelet op de krapte van klassiek kleinschalige bedrijventerreinen, blijven ook de kleinere bedrijventerreinen - ondanks dat ze niet zijn meegenomen in dit onderzoek - van belang voor het economisch vestigingsklimaat.
14
Figuur 4: Bedrijventerreinen in de Regio Zwolle
2.2 Indeling in pijlers, thema’s en indicatoren De brede opgave om tot toekomstbestendige bedrijventerreinen te komen is vertaald in drie pijlers; duurzaam & gezond, fysiek-ruimtelijk en sociaaleconomisch. Een toekomstbestendig bedrijventerreinen moet een gezonde plek zijn om te werken en een bijdrage leveren aan de klimaatdoelstellingen. Verder moet het terrein er fysiek-ruimtelijk goed bij liggen en uiteraard moet het terrein een goed vestigingsklimaat bieden en een positieve bijdrage leveren aan de economie. De pijlers en bijbehorende thema’s zijn het uitgangspunt waarlangs het onderzoek wordt uitgevoerd en de resultaten in beeld worden gebracht. Voor de pijler- en thema indeling hebben we ons gebaseerd op de eerdere onderzoeken naar toekomstbestendige bedrijventerreinen in Gelderland, Overijssel en Drenthe. Deze indeling is in de verschillende provincies samen met de provincies, gemeenten, ondernemerskoepels en parkmanagers overeengekomen. Figuur 5: Pijlers van toekomstbestendige bedrijventerreinen en bijbehorende thema’s
15
2.3 Dataverzameling- en verwerking De thema’s die binnen de pijlers duurzaam en gezond, sociaaleconomisch en fysiek-ruimtelijk vallen zijn geoperationaliseerd in verschillende indicatoren. In totaal zijn 97 indicatoren gebruikt om de toekomstbestendigheid van een bedrijventerrein te meten. De indicatoren vinden hun oorsprong in verschillende bronnen (zie ook figuur 5 en de technische verdieping in deel 2 van dit rapport). Gegevens over o.a. de oppervlakte, milieucategorie en beschikbare modaliteiten komen uit IBIS en Monitoring Overijsselse Bedrijventerreinen (MOB). Data over de werkgelegenheid en toegevoegde waarde komen zijn ontleend uit de LISA database. Daarnaast zijn diverse kaartlagen gebruikt, die uit uiteenlopende bronnen komen zoals de Klimaateffectatlas, Atlas voor de Leefomgeving en Atlas Natuurlijk Kapitaal. In de dataverwerking zijn kaartlagen en data slim gekoppeld en zijn diverse berekeningen gemaakt om tot de meest relevante indicatoren te komen. In de technische verdieping zijn alle opgenomen indicatoren geoperationaliseerd.
waar het onderzoek in 2019 is afgerond, zijn de data-analyse en GISanalyse geactualiseerd, maar is de fysieke schouw niet opnieuw uitgevoerd. Figuur 6: Overzicht van methoden
Voor enkele indicatoren zijn verschillende bronnen gebruikt, omdat er in een dergelijk geval geen bron beschikbaar is die Regio Zwolle dekkend is. In dat geval hebben we bronnen vanuit verschillende provincies gebruikt en kritisch gekeken naar de vergelijkbaarheid van de bronnen. In en de technische verdieping in deel 2 van dit rapport zijn de gebruikte bronnen per indicator opgenomen.
2.4 Segmentering
Veel van de data kan goed met behulp van bureauonderzoek verzameld worden. Een aantal indicatoren laten zich echter moeilijker meten vanuit bestaande databases. Voor het scoren van bijvoorbeeld de kwaliteit van de openbare ruimte en het vastgoed is veldwerk vereist. Daarom is er voor dit onderzoek, aanvullend op de data- en GIS-analyse, een fysieke schouw uitgevoerd. Daarbij zijn alle 132 onderzochte terreinen in de regio fysiek bekeken. De meeste indicatoren die in de schouw beoordeeld zijn, vallen binnen de pijler fysiek-ruimtelijk. Voor de provincie Gelderland,
Bedrijventerreinen zijn er in verschillende soorten en maten. Op verschillende typen terreinen doen zich dan ook andere kansen en uitdagingen voor. In paragraaf 3.1 lichten we daarom opvallende resultaten die gelden voor specifieke segmenten uit. We gaan in op haventerreinen, industriële terreinen en logistieke terreinen. De segmentering per terrein is bepaald op basis van een definiëring van Bureau BUITEN en vervolgens afgestemd met de leden van de begeleidingscommissie. Daarin is voor Gelderland, Overijssel en Drenthe
Data-analyse
Fysieke schouw
GIS-analyse
16
dezelfde segmentering aangehouden als in de separaat voor deze provincies uitgevoerde onderzoeken.
2.5 Scores Om de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen eenduidig in beeld te brengenen vergelijkingen te kunnen maken tussen regio’s, terreinen etc. zijn alle indicatoren omgerekend naar een score van 1 tot en met 5. Door met een 1-5 schaal te werken kunnen de indicatoren worden geaggregeerd naar scores per thema en pijler. Daarbij staat de score 5 voor een grote positieve bijdrage aan de toekomstbestendigheid van het terrein en de score 1 voor een achtergebleven positie van terrein op het betreffende thema of indicator. 2.5.1
Scoring data- en GIS-analyse
Het omrekenen naar de score op de 1-5 schaal is in veel gevallen toegepast door Z-scores te berekenen. Een Z-score is een gestandaardiseerde waarde, die zich met andere Z-scores laat vergelijken. De Z-scores zijn – vaak door gebruik te maken van standaardafwijkingen ten opzichte van de gemiddelde score – ingedeeld in 5 groepen, waardoor een score op een 1-5 schaal ontstaat. Belangrijk om te vermelden is dat de score van een terrein in dit Regio Zwolle onderzoek kan afwijken van de score van hetzelfde terrein in het provinciale onderzoek. Dat komt doordat de scores worden gebaseerd op de afwijking ten opzichte van gemiddelde score. In een aantal gevallen is de score op basis van een vaste indeling of bureau-expertise bepaald. In de technische verdieping is voor iedere indicator te vinden op welke wijze de score is bepaald. Niet iedere indicator is dusdanig verdeeld dat de gemiddelde score van alle terreinen op een 3 uitkomt. Een voorbeeld hiervan is de indicator
‘aanwezigheid van windenergie’. Hier scoren veel terreinen een 2, omdat op deze terreinen geen windturbines aanwezig zijn. De gemiddelde score van de indicator windenergie komt hierdoor dus lager uit dan een 3. Ook voor alle indicatoren van de fysieke schouw geldt dat deze geen gemiddelde score van 3 laten zien. 2.5.2
Scoring fysieke schouw
De indicatoren die met de schouw worden gemeten, zijn direct op een schaal van 1 tot en met 5 gescoord. Bij het scoren wordt gebruik gemaakt van de kwaliteitsbeoordeling die gehanteerd wordt in de CROW Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2010. Ook is de situatie op de beoordeelde terreinen afgezet tegen het beeld op andere terreinen uit dit en uit eerdere onderzoeken naar toekomstbestendige bedrijventerreinen. 2.5.3
Aandachtspunten en kanttekeningen bij gehanteerde methode
Bij de gehanteerde methoden kan een aantal kanttekeningen en aandachtspunten voor de interpretatie van de resultaten worden geplaatst: Dit onderzoek combineert de provinciale onderzoeken in Gelderland, Overijssel en Drenthe en voegt daar Flevolandse terreinen aan toe. Het gecombineerd gebruik van resultaten heeft een aantal implicaties: – Scores kunnen afwijken van provinciale rapporten doordat de score van een deel van indicatoren wordt bepaald op basis van gestandaardiseerde waarden die worden bepaald op basis van het gemiddelde. De gemiddelde waarden voor indicatoren in de Regio Zwolle wijken iets af van de gemiddelden van de provinciale onderzoeken, omdat het andere selectie van terreinen betreft. Hierdoor kan het zijn dat de score van eenzelfde terrein een andere score heeft in een provinciaal onderzoek dan in het Regio Zwolle onderzoek.
17
– In sommige gevallen zijn verschillen bronnen gebruikt om één
indicator te meten. Dat is het geval als er geen regiodekkende bronnen beschikbaar zijn. In dat geval zijn verschillende provinciale bronnen gecombineerd. Er is kritisch gekeken naar vergelijkbaarheid van dergelijke bronnen. – De definitie van een indicator wijkt voor enkele indicatoren af van provinciale onderzoeken. Dat komt omdat in dit onderzoek een actualiseringsslag is gemaakt en/of dat andere of betere bronnen beschikbaar zijn. Indicatoren waarbij de 1-5 score met behulp van Z-scores zijn bepaald, hebben geen waardeoordeel gekregen. Die scores zijn gebaseerd op de afwijking ten opzichte van het gemiddelde. Niet-genormaliseerde scores, zoals het geval is bij de schouwindicatoren, hebben wel een waardeoordeel gekregen. Het gemiddelde van een dergelijke indicator kan dus afwijken van 3. Een methodologische kanttekening hierbij is dat daardoor sommige interpretaties van hogere of lagere scores mede worden bepaald door die toegekende scores. De scores van de pijlers zijn gebaseerd op de scores van de onderliggende thema’s (die op hun beurt zijn gebaseerd op de indicatoren per thema). Op eenzelfde manier is de totaalscore voor de toekomstbestendigheid gebaseerd op de scores van de drie pijlers (en niet de scores van de thema’s/indicatoren achter deze pijlers). De score van enkele indicatoren hangt samen met de grootte van het terrein.
We verdelen de terreinen in het resultatenhoofdstuk in drie groepen (koplopers, peloton en achtervolgers). Koplopers scoren meer dan één standaarddeviatie boven het gemiddelde en achtervolgers meer dan één standaarddeviatie onder het gemiddelde. Het aantal terreinen in de groepen is echter niet normaal verdeeld omdat niet alle indicatoren met Z-scores zijn bepaald. Genormaliseerde indicatoren moeten in deze methodiek gemiddeld op een 3 uitkomen. Onderzoeksresultaten wijken daar soms van af de
normalisering is toegepast op een iets grotere set aan terreinen dan uiteindelijk opgenomen in het onderzoek. Een aandachtspunt bij eventuele monitoring of vervolgonderzoek is het gebruik van gestandaardiseerde waarden (Z-scores), die het mogelijk maken om voor ieder terrein voor elke indicator een score van 1 tot 5 te bepalen. Om de ontwikkeling in de tijd goed te kunnen monitoren – je wilt bijvoorbeeld weten of de terreinen vooruitgang op een thema hebben geboekt – is het zaak om naar de ontwikkeling van de absolute waarden te kijken die in het onderzoek zijn gemeten, en niet de 1-5 scores naast elkaar te zetten. De 1-5 scores zijn immers bepaald op basis van de standaardafwijking ten opzichte van het gemiddelde van het betreffende jaar. Dat is goed bruikbaar om terreinen onderling te vergelijken binnen een jaar, maar minder goed bruikbaar om ontwikkeling over verschillende jaren in kaart te brengen. In de technische bijlage in deel 2 van dit onderzoek is per indicator te zien op welke wijze de 1-5 score is toegekend. 2.5.4
Weging
Het verschilt per gebruiker van dit rapport en de dashboards welke aspecten van toekomstbestendige bedrijventerreinen het belangrijkst zijn. Om die reden is gekozen om in dit rapport geen weging toe te passen. Elke indicator telt even zwaar mee (technisch: met gewicht 1) in de score binnen een thema. De mogelijkheid om pijlers te wegen (meer belang toe te kennen dan een ander pijlers) wordt gebruikers geboden in de dashboards (zie ook hoofdstuk 5).
18
3 Resultaten Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van het onderzoek, waarbij de belangrijkste inzichten per pijler, thema of (groep) van indicatoren zijn geanalyseerd. De analyse is uitgevoerd voor een selectie van 132 bedrijventerreinen, zoals aangeven in paragraaf 2.1. Op basis van de omschreven methodiek is aan ieder bedrijventerrein op iedere indicator een score toegekend. De resultaten voor alle indicatoren per bedrijventerrein staan in de dashboards (zie hoofdstuk 5). 3.1 Algemene beeld bedrijventerreinen In de regionale economie van de Regio Zwolle vervullen bedrijventerreinen een belangrijke functie: er zijn ca. 120.000 part- en fulltime banen gevestigd. Dat is circa 35% van het totaal aantal banen in de Regio Zwolle. De 132 geanalyseerde terreinen nemen in totaal 4.010 netto ha in beslag. Hiervan bevindt 53% zich in Overijssel, 20% in Drenthe, 19% in Flevoland en 8% in Gelderland. Het aantal banen op bedrijventerreinen is in Overijssel het hoogst met ruim 62.000 banen, ook Gelderland kent gezien het relatief weinige aantal ha aan bedrijventerrein relatief veel banen (12.400). Dit maakt dat de banendichtheid op de Gelderse terreinen een stuk hoger ligt dan die van de terreinen in de andere provincies.
Illustratief hiervoor is dat ondanks dat er in het Flevolandse deel van de Regio Zwolle zo’n 8.000 meer banen zijn dan in het Gelderse deel, het verschil in toegevoegde waarde niet heel groot is. De gemiddelde score van toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen in de Regio Zwolle is 3,0 op een schaal van 1- 5. In deze score zijn alle indicatoren even zwaar meegerekend. De score verschilt weinig tussen de
vier provincies. Verschillen in de score van bedrijventerreinen op toekomstbestendigheid bestaan met name binnen regio en in mindere mate tussen de provincies, zoals de volgende paragrafen laten zien. Tabel 1: Algemene kenmerken geanalyseerde bedrijventerreinen: banen, netto areaal, banendichtheid, toegevoegde waarde en score in de Regio Zwolle Aantal Netto Aantal Banen- Toegevoegde Score bedrijven- ha banen dichtheid waarde in € toekomstterreinen bestendigheid Regio Zwolle 132 4.010 119.120 29,7 9,7 mrd 3,0 Drenthe 21 787 24.082 30,6 1.9 mrd 3,1 Flevoland 27 764 20.497 26,8 1.4 mrd 3,1 Gelderland 17 313 12.402 39,6 1.1 mrd 3,0 Overijssel 67 2.145 62.139 29,0 5.3 mrd 2,9
3.1.1 Verdeling terreinen: koploper, peloton en achtervolgers Zoals in hoofdstuk 2 toegelicht zijn de bedrijventerreinen in de analyse opgedeeld in drie groepen: koplopers, peloton en achtervolgers. De koplopers betreffen de terreinen die meer dan één standaarddeviatie boven de gemiddelde score liggen. De achtervolgers zijn terreinen die meer dan één standaarddeviatie onder de gemiddelde score liggen. Alle terreinen die minder dan één standaarddeviatie afwijken van de gemiddelde score, vallen binnen het peloton. Onderscheidende kenmerken koplopers Zaken waar terreinen in de koplopergroep zich in onderscheiden (figuur 7) zijn voor de pijler duurzaam en gezond bijvoorbeeld: infiltratiemaatregelen (bijv. groene parkeervakken), voldoende groen/blauwe buffers tussen de bedrijfspanden en goede fiets- en wandelinfrastructuur. Voor de pijler fysiek-ruimtelijk kan een bedrijventerrein in de koplopergroep zich onderscheiden door de aanwezigheid van nieuwe en moderne bedrijfspanden, een goede
19
bewegwijzering, voldoende parkeervakken en goed onderhouden infrastructuur. Bedrijventerreinen binnen de pijler sociaaleconomisch behorende tot de koplopergroep onderscheiden zich onder andere door een goede organisatiegraad. Idealiter is dat een georganiseerde samenwerking met een daaraan gekoppelde financiering (zie paragraaf 3.4). Daarnaast kenmerkt een bedrijventerrein in de koplopergroep zich door een gezonde verhuisdynamiek met weinig incourante leegstand. Figuur 7: Voorbeelden van koplopers per pijler
water moeilijk in de bodem kan infiltreren bij veel neerslag. Het ontbreken van wandel- of fietsinfrastructuur is een ander veelvoorkomend kenmerk. Binnen de pijler fysiek-ruimtelijk zijn er op de terreinen in de groep achtervolgers bijvoorbeeld problemen met een hoge parkeerdruk, matige kwaliteit van het vastgoed en een matige of slechte kwaliteit van de openbare ruimte. Ten slotte kan een terrein in de achtervolgergroep binnen de pijler sociaaleconomisch kampen met dalende werkgelegenheid en een gebrek aan samenwerking tussen de bedrijven. In figuur 8 staan voorbeelden van achtervolgers per pijler. Figuur 8: Voorbeelden van achtervolgers per pijler
Onderscheidende kenmerken achtervolgers Op terreinen die achterlopen binnen de pijler duurzaam en gezond is vaak weinig groen aanwezig, waardoor er weinig ruimte is voor biodiversiteit op het terrein. Daarentegen is er veel verharding, wat ervoor zorgt dat
20
3.1.2 Scores koplopers, peloton en achtervolgers De koplopers scoren gemiddeld een 3,3 op toekomstbestendigheid; het peloton scoort gemiddeld een 3,0 en de achtervolgers scoren gemiddeld een 2,7 op toekomstbestendigheid (figuur 9). Als we kijken naar de gemiddelde toekomstbestendigheidscores, zien we dat de groep met koplopers (16%), groter is dan de groep met achtervolgers (18 %).
sociaaleconomisch gebied scoren de bedrijventerreinen in de Regio Zwolle net iets onder het gemiddelde (2,9), maar nog altijd beter dan de score van de pijler duurzaam en gezond. Figuur 10: Gemiddelde score per pijler
Figuur 9: Percentage en totaalscore van koploper, peloton en achtervolgers
Bij de scores per pijler (figuur 10) valt op dat de score voor de pijler duurzaam en gezond relatief laag ligt. Gemiddeld is de score 2,7, de koplopers scoren met gemiddeld een 3,1 een stuk hoger. Op de pijler fysiek-ruimtelijk liggen de scores hoger. De gemiddelde score ligt daar op 3,4 en de koplopers binnen deze pijler scoren zelfs een 3,9. Met een 2,9 voor de achtervolgers lijkt de basis redelijk goed op orde. Op
In figuur 11 is per pijler uitgesplitst welk percentage terreinen behoort tot koplopers, peloton en achtervolgers per pijler. Bij de pijler duurzaam en gezond zien we minder terreinen in het peloton, waardoor zowel de groep met koplopers als de groep met achtervolgers groter is. We zien verder dat de groep met koplopers voor alle drie de pijlers groter is dan de groep met achtervolgers. Als we kijken naar het gemiddelde voor de drie pijlers, blijkt de groep met achtervolgers juist groter. Hieruit kunnen we afleiden dat een terrein dat koploper is binnen de pijler duurzaam en gezond niet ook koploper hoeft te zijn binnen de andere pijlers. Een terrein kan in de praktijk zelfs koploper zijn binnen één pijler, maar achtervolger binnen de andere pijler(s). Dat een terrein binnen één pijler
21
koploper is en in ieder geval binnen één andere pijler achtervolger is, komt meermaals voor.
terrein lijkt in de Regio Zwolle geen groot effect te hebben op de toekomstbestendigheidsscore.
Figuur 11: Percentage terreinen per pijler per groep
Figuur 12: Percentage areaal per pijler per groep
In de provinciale onderzoeken naar toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen zagen we een sterk verband tussen de grootte van het terrein en de toekomstbestendigheidsscore. De koploperterreinen hadden gemiddeld gezien een groter areaal dan de terreinen in de overige twee groepen.
In figuur 13 is het aantal banen (opgeteld per terrein) verdeeld onder de drie groepen. De figuur laat zien dat de groep koplopers 18% van het totaal aantal banen op bedrijventerreinen huisvest. In vergelijking met het percentage terreinen in de koplopergroep is het percentage banen in de koplopergroep groter. Dit betekent dat de terreinen die gemiddeld beter scoren vaak ook arbeidsintensiever zijn. Dit geldt met name voor de koplopers die onder de pijler duurzaam en gezond gerekend kunnen worden (21%).
Om te toetsen of grotere terreinen significant hoger scoren op de toekomstbestendigheid, is een optelling gemaakt van aantal ha uitgegeven oppervlak per terrein (zie figuur 12). Dit areaal is vervolgens verdeeld over de drie groepen. In dit figuur is te zien dat de groep met koplopers verhoudingsgewijs nauwelijks groter is dan de groep met koplopers die is samengesteld aan de hand van het aantal terreinen (i.p.v. het areaal). Het gaat hier namelijk om een verschil van slechts 1% procentpunt (17 % ten opzichte van 16%). Oftewel: de omvang van een
De bedrijventerreinen met de hoogste algemene score op toekomstbestendigheid zijn Hessenpoort in Zwolle en Poort Van Dronten in Dronten. De bovenstaande terreinen zijn samen met Noord Fase I + II en Nat Industrieterrein Oevers D in Meppel de enige vier bedrijventerreinen die koploper zijn op alle drie de pijlers.
22
Figuur 13: Percentage banen per pijler per groep
Koploper: Hessenpoort Hessenpoort is een modern bedrijvenpark in Zwolle met een hoogwaardige inrichting. De bedrijven op Hessenpoort vormen samen een BIZ (Bedrijven InvesteringsZone). Hierdoor is het mogelijk om goed samen te werken met daaraan een financiering gekoppeld om daadwerkelijk ook zaken voor elkaar te krijgen. Zo is er sprake van collectieve beveiliging met behulp van een modern camerasysteem en worden er diverse stappen gezet in de verduurzaming van het terrein. Het terrein heeft in 2017 als eerste bedrijventerrein in Nederland het NL Greenlabel Gebiedslabel uitgereikt gekregen. Hierin is de duurzaamheid van de buitenruimte beoordeeld. Eén van de stappen om te verduurzamen was een – onlangs gerealiseerde - zonneweide van 6,5 ha. Op termijn streeft de ondernemersvereniging ernaar om 100% zelfvoorzienend te worden op het gebied van energie. Daarnaast is er genoeg ruimte om te wandelen en lunchen en is het fietsnetwerk langs het terrein aan elkaar gekoppeld om duurzame mobiliteit onder werknemers te stimuleren. Er zijn ook laagdrempelige initiatieven toegepast, zoals het inzaaien van verschillende stroken op het terrein met kruidenmengsels om de biodiversiteit te vergroten.
Resultaten per type terrein In dit onderzoek lichten wij haventerreinen, logistieke terreinen en industrieterreinen apart uit vanwege hun afwijkende structuur ten opzichte van gemengde bedrijventerreinen. We definiëren deze type bedrijventerreinen als volgt, waarbij de definitieve indeling van terreinen in segmenten aan de hand van deze definitie, is afgestemd met de gemeenten in de regio Zwolle: Haventerreinen: aan een havenbekken of diep vaarwater gelegen, met laad‐ en losfaciliteiten. Industriële bedrijventerreinen: overwegend zware industrie. Bedrijvigheid in milieuhindercategorieën 4 en 5 is toegestaan. Logistieke bedrijventerreinen: huisvesting van (grootschalige) logistieke en distributieactiviteiten. Ze worden gekenmerkt door relatief grote kavels en een goede ontsluiting over weg, spoor, en/of water. We zien dat de banendichtheid het hoogst is op logistieke terreinen. Dit resulteert niet in een afwijkende score ten opzichte van de andere type terreinen. Zowel industriële terreinen als logistieke terreinen scoren gemiddeld een 2,9 (tabel 2). De haventerreinen hebben met een 3,1 een iets hoger score dan gemiddeld, al zijn de verschillen marginaal. De meeste bedrijventerreinen zijn van het type gemengd. Gemengde bedrijventerreinen scoren voor toekomstbestendigheid een 3,0, deze score komt overeen met de gemiddelde toekomstbestendigheidsscore.
Tabel 2: Scores op toekomsbestendigheid per type terrein Aantal terreinen
Totaal Regio Zwolle Haventerreinen Industriële terreinen Logistieke terreinen Gemengde terreinen
132 4 24 12 92
Aantal banen
Netto ha
119.120 3.473 23.942 5.939 85.766
4.010 226 808 173 2.803
Banendichtheid
Score toekomstbestendigheid
29,7 15,4 29,6 34,3 30,6
3,0 3,1 2,9 2,9 3,0
23
Uit figuur 14 kan worden opgemaakt dat industriële en haventerreinen op de pijler fysiek-ruimtelijk achterblijven ten opzichte van logistieke terreinen, al is het verschil klein. Hierbij past wel de opmerking dat voor dergelijke terreinen een functionele inrichting vaak volstaat. Met andere woorden, een lagere score – in vergelijking tot andere typen terreinen – hoeft helemaal geen probleem te zijn. Figuur 14: Gemiddelde score per pijler voor haventerreinen, industriële terreinen en logistieke terreinen
positieve ontwikkeling meemaken gedurende de tijdelijke beperkende maatregelen. Daarnaast is de verwachting dat de impact op de pijler duurzaam en gezond op korte termijn negatief is. Veel bedrijven zullen investeringen uitstellen, waaronder ook investeringen in verduurzaming. Het is moeilijk te zeggen welke impact de coronacrisis op langere termijn zal hebben. In de meeste scenario’s wordt er in 2021 weer economisch herstel verwacht, wat dus een gunstige impact op de pijler sociaaleconomisch zal hebben.
3.2 Duurzaam en gezond In figuur 15 zijn de scores per thema voor de pijler duurzaam en gezond weergegeven. Figuur 15: Score per thema voor pijler duurzaam en gezond Regio Zwolle 5 4
Economische effecten corona op toekomstbestendige bedrijventerreinen in de Regio Zwolle De coronacrisis heeft een grote impact op de bedrijventerreinen in de Regio Zwolle. Zoals in paragraaf 1.4 al is beschreven is het totale effect op de bedrijventerreinen in dit stadium nog niet te duiden en is ‘corona’ ook geen nadrukkelijk onderdeel van dit onderzoek. De resultaten van dit onderzoek – en ook de vervolgacties op dit onderzoek – zullen beïnvloed worden door de effecten van de coronacrisis.
3 2 1 0
Op korte termijn is te verwachten dat met name de pijler sociaaleconomisch invloed zal ondervinden van de coronacrisis. Werkgelegenheid en toegevoegde waarde komen onder druk te staan voor veel bedrijven, al zijn er ook (sub)sectoren, zoals de meeste ecommerce en meubel- en doe-het-zelfzaken, die juist een (tijdelijk)
24
Binnen de pijler duurzaam en gezond scoren de terreinen het best op de thema’s water, droogte, hitte en duurzame mobiliteit. De bedrijventerreinen scoren minder goed op de thema’s energietransitie en circulaire economie. Omdat er op het gebied van energietransitie en circulaire economie nog veel verbeterruimte is lichten we deze thema’s specifiek uit in deze paragraaf. De bedrijventerreinen Broeklanden in Hardenberg en Industrieterrein Bant in de Noordoostpolder zijn koploper en hebben de hoogste scoren binnen de pijler duurzaam en gezond. Energietransitie Door elektrische voertuigen, warmtepompen, maar vooral door grote installaties (industriële elektrische boilers, datacenters), neemt de vraag naar elektriciteit op bedrijventerreinen sterk toe. Ondanks dat zonneenergie per saldo duurder is dan windenergie, kiezen regio’s vaker voor zonne- dan voor windenergie, voornamelijk vanwege het (beperkt) maatschappelijk draagvlak voor het inpassen van windturbines in het landschap. Dit zien we ook terug op de bedrijventerreinen in de Regio Zwolle, waar nauwelijks grote windturbines staan. Alleen de bedrijventerreinen Haatland en Zuiderzeehaven in Kampen beschikken over grote windturbines. Zonne-energie wordt opgewekt door middel van PV-panelen op daken en op maaiveld.
Grondgebonden zonneparken op maaiveld kosten echter veel ruimte en zijn op bedrijventerreinen daarom niet altijd de meest voor de hand liggende optie. Er zijn in de Regio Zwolle slechts vier bedrijventerreinen met PV op maaiveld (tabel 3).
Zonnepanelen op daken van bedrijfspanden zijn daarentegen wel goed inpasbaar. Omdat er geen data beschikbaar is over het vermogen energie dat wordt opgewekt door zonnepanelen op daken, kijken wij naar het vermogen duurzame energie wat wordt opgewekt uit duurzaamheidstoepassingen waar SDE-subsidies voor zijn gebruikt. Binnen de regio wordt op de bedrijventerreinen in Flevoland en Overijssel relatief gezien het meest duurzame energie opgewekt, zie tabel 4. Terreinen met het grootste vermogen uit SDE-subsidies zijn Haatland in Kampen, Hooidijk in Steenwijkerland, Katingerveld in Hardenberg en Zwolsevaart in Noordoostpolder. Op 52% van de bedrijventerreinen in de Regio Zwolle wordt duurzame energie opgewekt aan de hand van SDE-subsidies. Dit is relatief veel. Ter vergelijking: 37% van de bedrijventerreinen in de provincie Drenthe (dus niet alleen de terreinen in Drenthe als onderdeel van de regio Zwolle) hebben vermogen gehaald uit duurzame energie en in de provincie Overijssel komt dit percentage op 47%. Relatief weinig bedrijventerreinen halen vermogen uit bio-installaties. De bedrijventerreinen die wel vermogen halen uit bio-installaties zijn weergeven in tabel 5. Het totale vermogen uit bio-installaties is 13,7 MW. Tabel 4: Vermogen SDE-subsidies Regio Zwolle Totaal terreinen
Absoluut
Tabel 3: Bedrijventerreinen met PV op maaiveld Provincie Flevoland Flevoland Overijssel Overijssel
Gemeente Dronten Noordoostpolder Hardenberg Hardenberg
Terreinen die vermogen hebben gehaald aan de hand van SDE-subsidies
Terrein Poort Van Dronten De Munt Haardijk Rollepaal
Regio Zwolle Drenthe Flevoland Gelderland Overijssel
131 21 27 17 67
Totaal vermogen (MW)
Percentage 69 11 16 7 35
52% 52% 59% 41% 52%
107,4 2,1 28,7 2,2 74,3
25
Tabel 5: Vermogen uit bio-installaties Regio Zwolle Provincie Drenthe Flevoland Gelderland Overijssel
Totaal
Bedrijventerrein Noord Fase I + Ii De Noord Nagelerweg 1+2 Kruismaten 1/2 Hooidijk Rollepaal Vrolijkheid Zuiderzeehaven
Totaal vermogen (MW) 0,08 0,10 0,50 0,68 10,50 0,58 1,00 0,25 13,69
Ondanks dat de bedrijventerreinen in de Regio Zwolle gemiddeld genomen geen hoge scoren hebben op het thema energietransitie zijn er ook op dit thema een aantal uitzonderingen van terreinen die wel bovengemiddeld scoren. De bedrijventerreinen met de hoogste score op het thema energietransitie zijn Haatland in Kampen, Hooidijk in Steenwijkerland en Rollepaal in Hardenberg. Circulaire economie De circulaire economie wordt steeds belangrijker. De vraag naar lokale productie én grondstoffen wordt steeds groter en er worden forse investeringen gedaan om de uitwisseling van reststromen, restwarmte en de omschakeling van industriële partijen van gas- naar elektrisch gedreven mogelijk te maken. Om de impact van de circulaire economie op een terrein te meten is gekeken naar het aandeel banen dat gerelateerd is aan onderdelen van de circulaire economie (tabel 6). Denk daarbij aan bedrijven gericht op vergisting, recycling, het maken van chemicaliën op basis van biomassa, maar ook deelplatformen zoals marktplaats en diensten zoals de deelauto. Daarnaast is gekeken naar de aanwezigheid van een warmtenet; een veelal duurzame, circulaire warmtevoorziening (tabel 7).