CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming

Raad Besluitvormingsronde 7 februari 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Vaststelling tracé omgelegde Kroesenallee12.385 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

7.2

Gebiedsbescherming

Natura 2000 Om te bepalen wat het effect van de voorgenomen plannen is op de omliggende beschermde natuurgebieden zijn twee Aerius-berekeningen uitgevoerd (Bijlagen 2 en 3). Voor deze calculaties heeft gemeente Zwolle gegevens over actuele en te verwachten verkeerscijfers aangeleverd (Tabel 3) Het ging hierbij om actuele tellingen ter plaatse en om inschattingen aan de hand van twee modellen: een provinciaal en een gemeentelijk model. Voor de Aerius-calculaties gaf gemeente Zwolle aan alleen te willen werken met het provinciale model. Voor de verdeling van de verkeerscijfers over de diverse vervoerstypen is het volgende onderscheid gemaakt (aangedragen door Gemeente Zwolle): •

91% licht verkeer;

•

2% middelzwaar vrachtverkeer;

•

7% zwaar vrachtverkeer.

Tabel 4 geeft een overzicht van wat er onder de diverse verkeerstypen uit de bovenstaande opsomming wordt verstaan. Los van de wegomlegging en de actuele en te verwachten verkeersdrukte is er nog een variabele welke de gemeente graag in de Aerius-calculaties terug zag komen. Dat is de maximum snelheid op de nieuw aan te leggen weg. In dit kader hebben we twee scenario’s doorgerekend: •

Maximumsnelheid nieuwe Kroesenallee: 50 km/u;

•

Maximumsnelheid nieuwe Kroesenallee: 80 km/h.

Bureau Biota rapport 2018-028

24/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Tabel 3 Overzicht van de verkeerscijfers (aantal motorvoertuigen per etmaal, mvtg/etm) ter hoogte van de N757 en de N35 nabij het dorpje Wijthmen. Bron: Gemeente Zwolle Huidige situatie

Toekomstige situatie

(mvtg/etm)

(mvtg/etm)

Telling/Model

Weg(vak)

Telling provincie

N757 Wijthmen – Emmen*

ca. 05.600

-

Model Provincie

N757 bestaande deel

ca. 06.000

ca. 02.000

-

ca. 06.000

ca. 08.000

ca. 08.000

N575 nieuw traject Model Zwolle

N757

*gemiddelde over 2015-2017.

Tabel 4

Omschrijving van de diverse verkeerstypen onderscheiden bij de Aerius-calculatie. Bron: PAS-bureau.

Categorie

Omschrijving uit besluit

Alledaagse omschrijving

Lichte motorvoertuigen

Motorvoertuigen op 3 of meer wielen, met uitzondering van de voertuigen uit de categorie ‘middelzware’ en ‘zware’ voertuigen.

Alle personenauto’s, de meeste bestelauto’s en vrachtwagens op 4 wielen.

Middelzware motorvoertuigen

Gelede en ongelede autobussen*, en andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van 1 achteras met 4 banden.

Alle autobussen*, vrachtwagens met 2 assen en

Gelede motorvoertuigen en motorvoertuigen

Vrachtwagens met 3 of meer assen, vracht-

met een dubbele achteras, met uitzondering

wagens met een aanhanger, trekkers met

van autobussen.

oplegger.

Zware motorvoertuigen

4 achterwielen.

* Voor autobussen geldt dat deze ook als aparte categorie kunnen worden ingevoerd. Dit komt doordat overheden met maatregelen invloed op deze categorie kunnen uitoefenen, waardoor de emissies wijzigen. De emissies zijn daarom niet gelijk aan de categorie middelzware voertuigen binnen AERIUS Calculator.

Bij de Aerius-calculaties zijn in totaal drie situaties te onderscheiden: •

Situatie 1

de actuele situatie (geen wegomlegging);

•

Situatie 2

nieuwe Kroesenallee 50 km/h;

•

Situatie 3

nieuwe Kroesenallee 80 km/h.

Met behulp van de Aerius calculator7 hebben we twee keer een vergelijkingen tussen de huidige situatie (Situatie 1) en de beoogde situaties doorgerekend: • •

Situatie 1 versus Situatie 2; Situatie 1 versus Situatie 3;

In Bijlage 2 en Bijlage 3 zijn de vergelijkingen van de Aerius-berekeningen van respectievelijk de bovengenoemde vergelijkingen opgenomen. Uit de calculatie met Aerius is gebleken dat bij geen van de twee vergelijkingen de drempelwaarden van omliggende natuurgebieden overschrijden. Er worden derhalve geen negatieve effecten van de omlegging verwacht op beschermde natuurgebieden rondom het plangebied.

7 https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl#

Bureau Biota rapport 2018-028

25/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Een onderlinge vergelijking van de emissies per situatie berekend met de Aerius calculator laat het volgende zien:

NOx (kg/j)

verschil

NH3 (kg/j)

verschil

Situatie 1 (huidig)

2.212,89

81,16

Situatie 2 (omgelegd 50 km/uur)

2.028,29

-184,60

73,14

-8,02

Situatie 3 (omgelegd 80 km/uur)

1.886,79

-326,10

72,18

-8,98

Dit betekent dat beide beoogde situaties qua emissie van NOx en NH3 gunstiger zijn voor het milieu (minder emissie van NOx en NH3) dan de huidige situatie. Voor een deel heeft dit verschil waarschijnlijk te maken met het snelheidsprofiel in relatie tot de emissie van bovengenoemde stoffen. In 2004 stelden Den Boer en Vermeulen hier een notitie over op. Zij lieten zien dat auto’s met een benzinemotor, maar ook vrachtwagens met een dieselmotor bij een snelheid van 40 tot 75 km/uur (situatie C in Figuur 13) meer NOx (gram per kilometer) uitstoten dan bij een snelheid van meer dan 70 km/uur met een strenge snelheidshandhaving op 80 km/uur (situatie D Figuur 13). Wordt hier dan toch harder gereden, dan vervalt het gunstige effect vrij snel (situatie G in Figuur 13). Hiermee is mogelijk het verschil tussen Situatie 1 en Situatie 3 te verklaren. Het verschil tussen Situatie 1 en Situatie 2 is misschien te verklaren door de toegenomen vrije doorstroming. In de nieuwe situatie is sprake van een lagere verkeersintensiteit door bebouwde kom van Wijthmen omdat een deel van het verkeer over het nieuwe tracé gaat. Hierdoor hoeft het verkeer in Wijthmen minder op elkaar hoeft te anticiperen, waardoor het verkeer gelijkmatiger doorstroomt en er minder emissie optreedt.

Figuur 13

Verband tussen snelheidsprofiel en emissies voor NOx en fijn stof (2002, g/km). Uit: Den Boer & Vermeulen 2004.

Bureau Biota rapport 2018-028

26/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt volledig buiten het natuurnetwerk. Voor Overijssel geldt dat het NNN-beleid geen externe werking heeft, wat betekent dat voor plannen buiten het netwerk niet hoeft worden getoetst aan de kwaliteiten van het netwerk. Los daarvan verwachten we geen negatieve invloeden als gevolg van de voorgenomen plannen op terreinen rondom het plangebied die wel behoren tot het netwerk. De gebieden behorende tot het netwerk liggen op een dusdanige afstand van de voorgenomen plannen dat we geen verstoring van de kwaliteit/ natuurwaarden van het netwerk verwachten. We verwachten derhalve geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het bovengenoemde netwerk.

Bureau Biota rapport 2018-028

27/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

8

Conclusies

Beschermde soorten of potenties voor beschermde soorten In het plangebied zijn geen (sporen van) beschermde natuurwaarden of potenties voor aanwezigheid van deze natuurwaarden aangetroffen, met uitzondering van twee soortgroepen (uilen en vleermuizen). Het onderzoeksgebied is namelijk potentieel geschikt als verblijfplaats en foerageergebied voor steenuilen en in mindere mate voor kerkuilen. In het verleden zijn er ook steenuilen en kerkuilen in (de nabijheid) van het onderzoeksterrein gevonden er bestaat een kans op aanwezigheid van verblijfplaatsen van uilen. Vleermuizen maken waarschijnlijk nog steeds gebruik van het gebied als onderdeel van een migratieroute van verblijfplaatsen naar foerageergebieden en andersom. In de omgeving liggen diverse landgoederen en andere locaties waarvan verblijfplaatsen van vleermuizen bekend zijn en bovendien liggen er potentiele foerageergebieden in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. In het verleden zijn er lokaal ook al vleermuisroutes in de nabijheid van het onderzoeksgebied aangetoond.

Mogelijk nadelige effecten op instandhouding van uilen en vleermuizen Er bestaat een kans dat uilen en vleermuizen een deel van het onderzoeksterrein gebruiken als verblijfplaats dan wel foerageergebied of migratieroute. De voorgenomen plannen zouden daarmee nadelige effecten op deze soortgroepen kunnen hebben. Om uit te sluiten dat nadelige effecten daadwerkelijk aan de orde zijn is nader onderzoek in de optimale periode van het jaar voor de desbetreffende soorten vereist.

Geen nadelige effecten op beschermde natuurgebieden Uit de Aeruis-calculatie van het effect van de beoogde situatie is gebleken dat er geen nadelige effecten op de omliggende Natura 2000 terrein worden verwacht door de voorgenomen plannen. Daarnaast blijkt uit de calculaties dat beide toekomstige scenario’s zorgen voor minder emissie van NOx en NH3 dan de actuele situatie. De vermoedelijke verklaringen hiervoor zijn de verbeterde verkeersdoorstroming (weggebruikers hoeven minder op elkaar te anticiperen) en een gunstiger snelheidsprofiel in relatie tot de genoemde emissies.

Nader onderzoek uilen en vleermuizen In het verleden is aangetoond dat steenuilen, kerkuilen en vleermuizen in en/of direct rondom het beoogde plangebied gebruik maken van terreinen. Om goed in beeld te brengen of deze soorten hier op dit moment nog steeds actief zijn, is nader onderzoek vereist. Om de actuele verspreiding van uilen en vleermuizen in het plangebied en de wijze van gebruik goed in beeld te krijgen is de literatuurstudie en een eenmalig veldonderzoek in november niet voldoende geweest. Om bovenstaande goed in beeld te brengen dient er nader onderzoek in de juiste periode van het jaar plaats te vinden. Hierbij worden meerdere veldbezoeken afgelegd om de kans op het aantreffen van de doelsoorten te vergroten. Pas daarna kan uitgesloten dan wel bevestigd worden of er negatieve effecten op uilen of vleermuizen te verwachten zijn door de voorgenomen ingreep. En op basis daarvan wordt bepaald of er een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is.

Bureau Biota rapport 2018-028

28/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

9

Aanbevelingen

Om te bepalen of er een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is voor de beoogde plannen dient er eerst nog nader onderzoek naar het voorkomen van uilen (met name steenuil en kerkuil) en nader onderzoek naar het migratiegedrag van vleermuizen in het onderzoeksgebied plaats te vinden. Pas als goed in beeld is welke dieren en hoeveel individuen gebruik maken van het onderzoeksterrein en op welke manier ze dat doen, kan bepaald worden of er gemitigeerd dan wel gecompenseerd kan worden om te voldoen aan de bepalingen vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bureau Biota heeft ervaring met het uitvoeren van nader onderzoek aan de bovengenoemde soorten en doet hierbij zowel voor de uilen als de vleermuizen alvast een voorstel van de wijze waarop dit onderzoek zou kunnen worden uitgevoerd. Hierbij worden de nationaal geaccepteerde protocollen gehanteerd.

9.1

Nader onderzoek uilen

Voor de uitvoering van nader onderzoek uilen is het van belang de juiste werkwijze te hanteren. Wij adviseren om te werken volgens de kennisdocumenten steenuil en kerkuil. Dit houdt in dat er voor het aantonen van aanof afwezigheid drie gerichte veldbezoeken dienen plaats te vinden in de voor de soort optimale inventarisatie periode (steenuil: 1 feb – 30 april; kerkuil: begin feb – half oktober). Daarbij wordt op potentiele broedlocaties binnen de in Figuur 14 aangegeven zone gezocht naar aanwezige of roepende individuen. De drie bezoeken vinden plaats in de schemer of de nacht en worden idealiter aangevangen met een dagbezoek waarbij gezocht wordt naar sporen van aanwezigheid (braakballen, krijtstrepen, veren etc.).

Figuur 14

Voorstel globaal onderzoeksgebied nader onderzoek steenuil en kerkuil.

Bureau Biota rapport 2018-028

29/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

9.2

Nader onderzoek migratieroutes vleermuizen

Op basis van de beschikbare informatie zou het plangebied geschikt kunnen zijn als migratieroute voor gewone dwergvleermuizen, gewone grootoorvleermuizen en watervleermuizen, maar mogelijk ook laatvlieger. Ook voor deze soorten zijn kennisdocumenten vastgesteld waarin is opgenomen hoe migratieroutes vastgesteld dienen te worden. Per potentiele vliegroute (zie Figuur 4, 7 en 12) dient twee keer gedurende twee uur onderzoek te worden verricht met een batdetector met time-expansion-functie. Deze veldbezoeken dienen plaats te tussen half april en half september onder de juiste weerscondities waarbij één bezoek in de kraamperiode wordt uitgevoerd (zie Vleermuisprotocol en soortspecifieke kennisdocumenten).

10

Geraadpleegde bronnen

Naslagwerken en rapporten Arcadis 2013 OTB/MER N35 Zwolle-Wijthmen Natuurplan. Rijkswaterstaat Oost-Nederland. 076335225:H Den Boer LC & Vermeulen JPL 2004. Snelheid en milieu. Eindnotitie. CE Oplossingen voor milieu, economie en technologie. Douma M, Zoon CPM & Bode AD 2011. De zoogdieren van Overijssel – Leefwijze en verspreiding in de periode 1970 t/m 2010. Profiel Bedum, Zoogdierenwerkgroep Overijssel. Hayman P & Hume R 2009. Alle vogels van Europa. Standvogels, broedvogels, doortrekkers, wintergasten en dwaalgasten. Tirion Uitgevers. Hoogenstein L & Meesters G 2011. Handboek Vogels van Nederland. KNNV Uitgeverij. Mebs T & Scherzinger W 2004. Uilen van Europa – Biologie, kenmerken, populaties. Tirion Natuur. Schiphouwer ME, Kranenbarg J, Ploegaert S, Quak J, Bakker W, Piek E & Herder JE 2016. De vissen van Overijssel. Stichting RAVON, Nijmegen. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. KOSMOS Uitgevers. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland. Van der Sluis M 2014. Faunaonderzoek Zwolle en De Horte 2012-2013. Inventarisatie van zoogdieren, broedvogels, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en sprinkhanen.

In opdracht van Gemeente Zwolle, Landschap Overijssel en Waterschap Groot Salland. EcoGroen Advies rapport 11430. Voous KH & Slijper HJ 1986. Roofvogels en uilen van Europa. Nederlandse Vereniging tot Behoud van Vogels/ Wereld Natuur Fonds Nederland. Uitgeverij Brill & Backhuys.

Bureau Biota rapport 2018-028

30/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Websites http://www.kerkuil.nl http:www.ndff.nl http://www.opentopo.nl/ http://www.sovon.nl. https://www.spotzi.com/nl/kaarten/straten/verkeerssnelheden-nederland/ http://www.vogelbescherming.nl

Rode Lijsten van de diverse besproken soortgroepen: Amfibieën en reptielen

https://www.ravon.nl/Portals/2/Bestanden/Publicaties/Rapporten/Basisrapport%20RL%20Amf%20%20Rept.pdf

Dagvlinders

https://assets.vlinderstichting.nl/docs/536eedea-93bc-4a7b-8ed0-509bd32a6d11.pdf

Libellen

https://assets.vlinderstichting.nl/docs/3dc533c0-2c5a-4279-b822-08ffc27f2b7d.pdf

Sprinkhanen https://www.eis-ederland.nl/DesktopModules/Bring2mind/DMX/Download.aspx?EntryId=425&PortalId=4&DownloadMethod=attachment Vegetatie

http://www.floron.nl/publicaties/rode-lijst-2012

Zoogdieren https://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/imce/nieuwesite/Projecten/downloads/RL%20Zoogdieren%20High%20Res%20versi e%20%28D%20Bal%2013%20dec%2007%29.pdf

Soortspecifieke Kennisdocumenten Steenuil

https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-019-Kennisdocument-Steenuil-1.0.pdf

Kerkuil

https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-011-Kennisdocument-Kerkuil-1.0.pdf

Gewone dwergvleermuis

https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1.0.pdf

Gewone grootoorvleermuis https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-005-Kennisdocument-Gewone-grootoorvleermuis-1.0.pdf Watervleermuis

https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-020-Kennisdocument-Watervleermuis-1.0.pdf

Overige protocollen Vleermuisprotocol

https://www.netwerkgroenebureaus.nl/downloads/category/20?download=626

Bureau Biota rapport 2018-028

31/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Bijlage 1

Toelichting bepalingen Wet natuurbescherming

Vanaf 1 januari 2017 geldt in Nederland de Wet natuurbescherming (Wnb). In deze wet zijn drie wetten samengevoegd, te weten: • de Natuurbeschermingswet 1998; • de Boswet en; • de Flora- en faunawet. Dit om tot een betere en duidelijkere bescherming van planten, dieren en gebieden te komen. De overheid zegt hierover: ‘De Wet natuurbescherming is gericht op het behoud en het zo mogelijk versterken van de biologische diversiteit, het duurzame gebruik van de bestanddelen daarvan en de bescherming van waardevolle landschappen, in nationaal en internationaal verband en het zo mogelijk versterken van de recreatieve, de educatieve en de belevingswaarde van natuur en landschap, in samenhang met het beleid, om te komen tot een verduurzaming van de economie. Dit beleid wordt door de minister op hoofdlijnen vastgelegd in de nationale natuurvisie.’ Voor de bescherming van de natuur, kent deze wet drie beschermingsregimes: -

Soorten van de Vogelrichtlijn 1979 (alle van nature in Nederland in het wild levende vogels); Soorten van de Habitatrichtlijn 1992, het Verdrag van Bern 1979 en het Verdrag van Bonn 1982; Andere soorten die vanuit nationaal oogpunt onder de Wet natuurbescherming worden beschermd (zie tabel ‘Andere soorten’ aan het einde van deze bijlage van het rapport.

Daarnaast kan het zijn dat er sprake is van ‘vrijgestelde soorten’. Hier kan sprake van zijn wanneer de minister van Economische Zaken bevoegd gezag is. Dan kunnen er soorten landelijk vrijgesteld zijn bij specifieke activiteiten.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn

Beschermingsregime andere soorten

Art. 3.1 lid 1 Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels te doden of te vangen

Art. 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art. 3.10 lid 1a Het is verboden soorten in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen

Art. 3.1 lid 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in lid 1 te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in lid 1 in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Art. 3.10 lid 1b Het is verboden vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage c, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art. 3.1 lid 4 Het is verboden vogels als bedoeld in lid 1 opzettelijk te storen

Art. 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantings- of rustplaatsen van dieren als bedoeld in lid 1 te beschadigen of te vernielen

Art. 3.1 lid 5 Het verbod als bedoeld in lid 4 is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art. 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Bureau Biota rapport 2018-028

32/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Elk van de drie genoemde beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen (zie kader hieronder) en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Deze verbodsbepalingen sluiten één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en mogen niet overtreden worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (“nee, tenzij”-principe). Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of een vrijstelling moet aan de volgende drie criteria worden voldaan: 1. 2. 3.

Er mag alleen worden afgeweken van de verbodsbepaling, wanneer geen andere bevredigende oplossing mogelijk is; Voor de afwijking moet een in de wet genoemd belang staan (zoals bijvoorbeeld volksgezondheid of openbare veiligheid), afhankelijk van de verschillende beschermingsregimes; De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort(en).

Daarnaast is voor een aantal handelingen een vrijstelling mogelijk in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het bepalen of een ontheffing kan worden verleend, wordt niet alleen naar de gevolgen van de ingreep voor het individuele organismen gekeken, maar ook naar de gevolgen voor de instandhouding van de soort. Dit betekent dat ook wordt gekeken naar het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort(en). Daarnaast zal altijd rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht, ongeacht of het gaat om een beschermde soort of niet (zie kader hieronder).

Zorgplicht

Deze plicht geldt te allen tijde en houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze plicht geldt voor iedereen en voor alle planten en dieren, beschermd of niet. De huidige zorgplichtbepalingen zijn gecontinueerd en geïntegreerd vanuit de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en Faunawet in de Wet natuurbescherming en de wet zegt hierover: ”Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving” (Artikel 2, lid 1). en “De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn/haar handelen of het nalaten daarvan nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem/haar kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.” (Artikel 2, lid 2).

De gevolgen van de Wet natuurbescherming hangen af van de voorgenomen ingrepen en van de soorten die in het gebied aanwezig (kunnen) zijn. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke werkzaamheden (handelingen) plaatsvinden. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende effecten ook optreden buiten het plangebied (bijvoorbeeld geluid). De invloedssfeer van de werkzaamheden bepaalt daardoor de grootte van het onderzoeksgebied, wat dus meestal groter is dan het plangebied. Dit betekent dat het onderzoeksgebied goed moet worden onderzocht op potenties voor het voorkomen van planten- en diersoorten en op de aanwezigheid van voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of nesten. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten, maar ook naar welke functie(s) het gebied voor deze soort(en) vervuld. Soms zijn maatregelen mogelijk waarmee voorkomen kan worden dat door het verrichten van een handeling de verbodsbepalingen worden overtreden. Maatregelen kunnen effecten voorkomen, effecten verminderen of verzachten of effecten herstellen.

Bureau Biota rapport 2018-028

33/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Een ontheffing (of vrijstelling) zal uitsluitend worden verleend als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: a. b. c.

Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; Er is sprake van een in de wet genoemd belang; De handelingen leveren geen verslechtering/afbreuk op aan de staat van instandhouding van de soort.

Tabel B1.1

Overzicht Andere soorten, Artikel 3.10 Wnb, eerste lid, onderdeel a (dieren) en c (planten).

Amfibieën Alpenwatersalamander Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker Vinpootsalamander Vuursalamander Dagvlinders Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Bruin dikkopje Bruine eikenpage Donker pimpernelblauwtje Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder Grote vos Grote vuurvlinder Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Pimpernelblauwtje Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Kevers Vliegend hert

Kreeftachtigen Europese rivierkreeft Libellen Beekrombout Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel Speerwaterjuffer Reptielen Adder Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang Vissen Beekdonderpad Beekprik Elrits Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal Zoogdieren Aardmuis Boommarter Bosmuis Bunzing Damhert Das Dwergmuis Dwergspitsmuis Edelhert

Zoogdieren (vervolg) Eekhoorn Egel Eikelmuis Gewone bosspitsmuis Gewone zeehond Grote bosmuis Grijze zeehond Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Veldspitsmuis Vos Waterspitsmuis Wezel Wild zwijn Woelrat Planten Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem

Planten (vervolg) Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs

Planten (vervolg) Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkelk Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje

Bronnen: • • •

Wettekst Wet natuurbescherming (http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-03-01/0) Regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), Nota n.a.v. het verslag, kst-33348-9 (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33348-9.html) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, Ministerie van Economische Zaken. Versie 1.3 december 2016.

Bureau Biota rapport 2018-028

34/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Bijlage 2

Aerius-calculatie huidige situatie versus omlegging 50 km/u

Bureau Biota rapport 2018-028

35/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Bureau Biota rapport 2018-028

36/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Bureau Biota rapport 2018-028

37/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Bureau Biota rapport 2018-028

38/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Bureau Biota rapport 2018-028

39/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Bijlage 3

Aerius-calculatie huidige situatie versus omlegging 80 km/u

Bureau Biota rapport 2018-028

40/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Bureau Biota rapport 2018-028

41/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Bureau Biota rapport 2018-028

42/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Bureau Biota rapport 2018-028

43/44

Quickscan wegomlegging Kroesenallee, gemeente Zwolle

Bureau Biota rapport 2018-028

44/44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=64396c69-a3d6-4d61-85bd-b17f55c59613