CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland, Rijksuniversiteit Groningen

Raad Besluitvormingsronde 26 mei 2025, gemeente ZwolleBij agendapunt: Fenomeenanalyse extremisme regio IJsselland27.799 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Deze verloopt op hoofdlijnen volgens de landelijke kaders en de betrokkenen ervaren de samenwerking en doorontwikkeling van de aanpak in de afgelopen jaren als positief. Tegelijkertijd laat dit onderzoek zien dat er mogelijkheden zijn om de lokale aanpak verder te versterken, met name op het gebied van signaleringsstructuren, duidingsmethodieken, regionale coördinatie en bestuurlijke prioritering. Op basis van deze bevindingen kunnen we dan ook een aantal aanbevelingen formuleren voor de verschillende partijen die bij de aanpak betrokken zijn:

54

Rijksuniversiteit Groningen

• Versterk de integrale samenwerking tussen beleidsdomeinen om extremisme te herkennen, duiden en adresseren Extremisme in IJsselland heeft een complex en diffuus karakter, wat zich uit in diverse vormen en overlappende problematieken. Dit vereist een geïntegreerde benadering waarbij betrokkenen uit verschillende domeinen, zoals CTER en ondermijning of veiligheid, zorg en maatschappelijke dienstverlening, nauw samenwerken om het fenomeen te kunnen herkennen, duiden en adresseren. Door samenwerkingsstructuren over de beleidsdomeinen heen te versterken, kunnen gemeenten beter inspelen op het dynamische karakter van radicalisering en extremisme. • Investeer in brede kennis en bewustwording over diverse vormen van extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust Hoewel in IJsselland positieve ontwikkelingen zichtbaar zijn op het gebied van bredere bewustwording over de veelzijdigheid van hedendaags extremisme, kunnen de expertise en kennispositie worden versterkt door te investeren in de verbreding en verdieping van kennis over verschillende extremistische stromingen, met daarbij bijzondere aandacht voor rechts- en antioverheidsextremisme. Dit kan worden bereikt door het trainingsaanbod uit te breiden, breder toegankelijk te maken en hier actief kleinere gemeenten maar ook eerstelijnsfunctionarissen en maatschappelijke partners als scholen bij te betrekken.

• Scherp signaleringsstructuren aan en zorg voor heldere meldroutes voor signalen van radicalisering en extremisme Het is wenselijk dat gemeenten en betrokken ketenpartners hun signaleringsstructuren aanscherpen, zodat een breder spectrum aan extremistische uitingen vroegtijdig kan worden (h)erkend en besproken. Vooral in de kleinere gemeenten in IJsselland bestaat

Conclusies en aanbevelingen

het vermoeden dat signalen van radicalisering gemist worden. Dit gebeurt deels omdat gemeentemede­ werkers, burgers en partners als sociale wijkteams en scholen niet goed weten waar ze meldingen kunnen doen. Dit kan bijvoorbeeld worden aangepakt door binnen gemeenten en/of de hele regio een aandachtsfunctionaris voor CTER-problematiek aan te stellen en een centraal (online) ‘meldpunt radicalisering’ te creëren waar signalen kunnen worden ingebracht. Het implementeren en verspreiden van een heldere meldroute kan ook bijdragen aan de bewustwording omtrent het thema. • Versterk kennisuitwisseling tussen partners om de CTER-component in de lokale benaderingen aan te scherpen De pluriformiteit aan benaderingen van en structuren voor de aanpak van radicalisering en extremisme in IJsselland heeft voordelen in deze diverse regio. ­Tegelijk blijkt uit dit onderzoek dat deze lokale benaderingen vaak gericht zijn op bredere thema’s als polarisatie en ondermijning, terwijl ze niet altijd goed zijn toegesneden op CTER-problematiek. Het is daarom belangrijk een balans te vinden tussen op de lokale context toegesneden modellen enerzijds en CTER-­ specifieke benaderingen anderzijds. Door kennis­ uitwisseling tussen partners te versterken kunnen kleinere gemeenten de CTER-component van hun lokale benaderingen aanscherpen.

Zo kan een aanpak worden ontwikkeld die inspeelt op lokale behoeften, maar tegelijk in staat is radicalisering en extremisme effectief te adresseren. • Verbeter regionale coördinatie door kleine en grote gemeenten te koppelen of een regionale aandachts­ functionaris aan te stellen De verschillen tussen gemeenten wat betreft ervaring, expertise, capaciteit, netwerkopbouw en signaleringsstructuur zijn soms groot. Om deze reden is versterkte regionale coördinatie wenselijk. Dit kan bijvoorbeeld door grotere gemeenten te koppelen aan kleinere gemeenten of door een regionale aandachts­functio­ naris aan te stellen met specifieke expertise op het gebied van radicalisering en extremisme, die als centraal aanspreekpunt voor de regio fungeert. • Organiseer gezamenlijke reflectie over de balans tussen methodische nauwkeurigheid en maatwerk in de aanpak van CTER-casuïstiek Uit dit onderzoek is gebleken dat de lokale partners veelvuldig worstelen met de implementatie en het

gebruik van een eenduidige duidingsmethodiek en een systematisch werkmodel voor de weeg- en casustafels. Gezien de grote diversiteit in de casuïstiek is maatwerk noodzakelijk, maar ook is het van belang systematisch te werk te gaan om mogelijke vooroordelen en tunnelvisie te vermijden. Voor een effectieve en doordachte aanpak is het dan ook belangrijk om een balans te vinden tussen methodische nauwkeurigheid en maatwerk, waarbij zowel objectieve criteria als de complexiteit van specifieke omstandigheden worden meegenomen. Gezamenlijke reflectiemomenten en debriefsessies waarbij betrokken partners laagdrempelig en los van specifieke casuïstiek vragen en feedback inbrengen, kunnen hieraan bijdragen. • Schep meer duidelijkheid over de rolverdeling en verantwoordelijkheden van ketenpartners Een integrale aanpak vereist duidelijkheid wat betreft de rolverdeling en verantwoordelijkheden van verschillende ketenpartners in het proces. Deze is nu niet altijd aanwezig, bijvoorbeeld omtrent de rol van de RvdK en Reclassering. Dit kan worden geadresseerd door het Convenant (nogmaals) onder de aandacht te brengen, eventueel door middel van een beknopte infosheet waarin het begrippenkader en de functie­ omschrijvingen worden toegelicht.

• Verhoog de bewustwording en prioriteit van extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust Diverse vormen van maatschappelijke onrust in ­IJsselland en het veelzijdige en fluïde karakter van hedendaags extremisme maken het fenomeen tot een complexe uitdaging voor de regio. Dit verdient meer aandacht op zowel bestuurlijk als professioneel niveau. De bewustwording en prioritering van het thema moeten worden versterkt onder zowel bestuurders als professionals en ketenpartners, waaronder zorginstellingen en scholen. • Verspreid en implementeer bestaande handelingsperspectieven voor de omgang met soevereinen Uit dit onderzoek blijkt dat problematiek rondom de soevereinenbeweging relatief sterk aanwezig is in ­IJsselland. Betrokken gemeenten hebben behoefte aan duidelijke handelingsperspectieven met betrekking tot soevereinen. Dit kan gerealiseerd worden door bestaande inzichten en kennis uit andere regio’s op te halen en te verspreiden en door nader onderzoek naar effectieve benaderingen te stimuleren. Zo zijn er inmiddels verschillende onderzoeksrapporten verschenen over de omgang met deze doelgroep.2

55

Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland

• Verzamel systematisch geanonimiseerde data om trends en ontwikkelingen in radicalisering en extremisme in kaart te brengen Om beter zicht te krijgen op de trends en ontwikkelingen rondom radicalisering en extremisme in de regio IJsselland, is het behulpzaam om systematischer data te verzamelen. Het archiveren en combineren van (geanonimiseerde) data over bijvoorbeeld de soorten casuïstiek op weeg- en casustafels, het aantal en de aard van demonstraties en het aantal brieven van ­soevereinen kan waardevolle inzichten bieden in de (lange­termijn)ontwikkelingen van dit fenomeen. • Investeer in duurzame kennisontwikkeling en ­veranker expertise lokaal Het is belangrijk om te investeren in duurzame kennisontwikkeling op regionaal en lokaal niveau. Uit deze fenomeenanalyse blijkt dat kennis in de regio vaak extern belegd of ingehuurd wordt, wat mogelijk kan leiden tot een gebrek aan blijvende expertise in de regio. Gezien de diversiteit van de regio enerzijds en de complexiteit en gelaagdheid van het fenomeen anderzijds is het cruciaal dat de kennis lokaal wordt verankerd en ontwikkeld. • Stimuleer vervolgonderzoek naar een vergelijking van verschillende regionale fenomeenanalyses Deze fenomeenanalyse onderstreept het belang van onderzoek naar extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust op regionaal en lokaal niveau.

Om beter zicht te krijgen op regiospecifieke omstandigheden en uitingsvormen, is het nuttig om vervolgonderzoek op te zetten waarin verschillende regionale fenomeenanalyses met elkaar worden vergeleken.

56

Rijksuniversiteit Groningen

Conclusies en aanbevelingen

1. 2.

Nanninga, De Jonge en Valk, ‘Fenomeenanalyse Extremisme Noord-Nederland’. Zie bijvoorbeeld Vivien Butot en Marius Koelink, ‘Soevereinen in Nederlandse gemeenten: Omvang, duiding en kennisbehoeften’ (Hogeschool Inholland, juli 2024); Kim Geurtjens e.a., ‘Omgang met mensen die zich soeverein verklaren: Ervaringen, wijsheden, dilemma’s en behoeften van lokale ambtenaren en professionals’ (’s-Hertogenbosch: Avans Hogeschool, Center of Expertise Veiligheid & Veerkracht, juni 2024); Jannewietske de Vries, ‘Geen eenduidig antwoord: Hoe je als gemeente kunt omgaan met brieven met daarin soeverein gedachtegoed’ (Zwolle: ANNE en Gemeente Súdwest-Fryslân, 2024).

57

Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland

Over de auteurs Pieter Nanninga is historicus en religiewetenschapper. Hij is werkzaam als universitair docent Midden-Oostenstudies aan de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoek richt zich op de thema’s conflict, terrorisme en propaganda, met name in relatie tot het wereldwijde jihadisme. Met Léonie de Jonge en Fleur Valk publiceerde hij in 2022 de ‘Fenomeenanalyse Extremisme Noord-Nederland’. Léonie de Jonge is universitair docent Europese politiek en maatschappij aan de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek richt zich voornamelijk op de opkomst en normalisering van radicaal- en extreemrechts in Europa. Sinds september 2022 is zij daarnaast ook werkzaam als onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Per 1 januari 2025 is zij benoemd tot hoogleraar rechts-extremismeonderzoek aan de Universiteit van Tübingen, Duitsland. Fleur Valk is Midden-Oostendeskundige en Neerlandica. Zij is werkzaam als onderzoeker aan de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen. Haar onderzoek richt zich in het bijzonder op conflict, jihadisme en sociale bewegingen in het Midden-Oosten. Sinds augustus 2022 is zij Adviseur Openbare Orde & Veiligheid binnen Scherp in Veiligheid.

Daarnaast is zij lid van de Maatschappelijke Raad van de Agenda Veerkrachtige en Weerbare Samenleving (Ministerie van Sociale Zaken en Werk­ gelegenheid).

58

Rijksuniversiteit Groningen

Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland

Bijlage Overzicht interviews

60

Rijksuniversiteit Groningen

Bijlage Overzicht interviews

Datum

Organisatie

1

18-04-2024

NCTV

1

2

24-04-2024

ZVH

1

3

13-05-2024

Politie

1

4

15-05-2024

Gemeente

1

5

16-05-2024

OM

2

6

22-05-2024

Gemeente

2

7

12-06-2024

Gemeente

1

8

12-06-2024

Gemeente

1

9

18-06-2024

Politie

3

10

26-06-2024

Gemeente

2

11

26-06-2024

Gemeente

4

12

27-06-2024

AIVD1

3

13

08-07-2024

Gemeente

1

14

09-07-2024

LSE

2

15

10-07-2024

Gemeente

1

16

11-07-2024

Gemeente

2

17

23-07-2024

Gemeente

1

18

30-07-2024

Gemeente

1

19

27-08-2024

TA

1

20

29-08-2024

Politie

3

21

04-09-2024

Gemeente

1

22

19-09-2024

Gemeente

2

23

24-09-2024

RvdK

1

24

25-09-2024

Reclassering

1

1.

Aantal respondenten

Dit betrof een achtergrondgesprek ter verrijking van ons algemene beeld van trends en ontwikkelingen in de regio.

61

Deze publicatie is tot stand gekomen in opdracht van van de elf burgemeesters die deel uitmaken van het DVO IJsselland. © 2024 Pieter Nanninga, Léonie de Jonge en Fleur Valk Redactie: Minke Sikkema, LINE UP boek en media bv Vormgeving: Riëtte van Zwol, LINE UP boek en media bv

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=a0995625-438a-4010-8d2c-69f3818c1c57