Rapport Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland, Rijksuniversiteit Groningen
Tekst van het document
faculteit der letteren
Fenomeenanalyse
extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
Dr. Pieter Nanninga Dr. Léonie de Jonge Fleur Valk, MA
Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland Dr. Pieter Nanninga, Dr. Léonie de Jonge en Fleur Valk, MA
Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
Inhoud Samenvatting Voorwoord Lijst met afkortingen
4 6 7
DEEL I Inleiding en verantwoording Inleiding
DEEL II Extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland Landelijke ontwikkelingen
20
IJsselland: een introductie
21
Het fenomeen in vogelvlucht
23
10
Onderzoeksfocus en -vragen
11
Definiëring
11
Categorisering
12
1 Religieus extremisme 2 Rechts-extremisme 3 Links-extremisme 4 Antioverheidsextremisme
12
Onderzoeksmethode
13
13 13 13
Vormen van extremisme, radicalisering en m aatschappelijke onrust in IJsselland Religieus extremisme Rechts-extremisme Links-extremisme Antioverheidsextremisme Spanningen onder invloed van internationale conflicten
Interpretaties en observaties
Regionale verspreiding en diversiteit De aard van het fenomeen De rol van het online domein
2
Rijksuniversiteit Groningen
24 24 25 26 27 29 30 30 31 32
Inhoud
DEEL III Aanpak Landelijke kaders
40
Aanpak IJsselland in de praktijk
41
Preventie en signalering Duiding en aanpak
41
Observaties
44
1 De lokale aanpak van een fluïde fenomeen 2 Bredere bewustwording en aandacht 3 Signaleringsstructuur en zicht op het fenomeen 4 Pluriformiteit in aanpak 5 Duidingsmethodiek 6 Regionale coördinatie 7 Bestuurlijke prioritering en handelingsverlegenheid
Conclusies en aanbevelingen Over de auteurs Bijlage: Overzicht interviews
42
44 45 46 47 47 48 49
54 58 60
3
Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
Samenvatting De afgelopen jaren is het extremistische landschap in Nederland aanzienlijk veranderd. Waar het publieke debat, beleid en onderzoek lange tijd focusten op de dreiging van het wereldwijde jihadisme, zijn sinds de uitbraak van de COVID-19-pandemie andere vormen van extremisme op de voorgrond getreden. De pandemie heeft geleid tot groeiende maatschappelijke polarisatie, verharding van debatten en toenemende antioverheidssentimenten. Deze ontwikkelingen komen tot uiting in maatschappelijke onrust rondom thema’s als coronabeleid, stikstofbeleid en klimaatverandering. Ook kunnen ze – regelmatig in combinatie met complottheorieën – leiden tot extremistische gedragingen gericht tegen de overheid en andere gevestigde instituties. Deze dynamieken laten zien dat extremisme verweven is met bredere maatschap pelijke ontwikkelingen. Omdat deze ontwikkelingen per regio kunnen verschillen, is het belangrijk extremisme niet alleen op nationaal, maar ook op regionaal en lokaal niveau te onderzoeken. Dit onderzoek richt zich op de regio IJsselland, een administratieve regio in het westelijke deel van de provincie Overijssel bestaande uit elf gemeenten: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle.
Het eerste doel van het onderzoek is het in kaart brengen van extremisme in IJsselland in de jaren 2014 tot en met 2024. Om het fenomeen te contextualiseren en duiden wordt hierbij ook aandacht besteed aan bredere ontwikkelingen zoals radicalisering en maatschappelijke onrust. Uit het onderzoek blijkt dat extremisme in IJsselland beperkt voorkomt. Tegelijkertijd is het een dynamisch, veelzijdig en onvoorspelbaar fenomeen. In de casuïstiek is in de loop van de onderzochte periode een duidelijke ontwikkeling waarneembaar die op hoofdlijnen aansluit bij landelijke trends. In het begin van de onderzochte periode speelden er met name een aantal zaken op het gebied van het jihadisme. Waar links protest voornamelijk binnen
4
Rijksuniversiteit Groningen
de wettelijke kaders bleef, is er een aantal casussen van rechts-extremisme geregistreerd, zij het grotendeels zonder ernstige incidenten. Daarnaast is in de afgelopen jaren antioverheidsextremisme aan de oppervlakte gekomen. Sinds de coronapandemie is in IJsselland een toename van maatschappelijk ongenoegen en anti overheidssentimenten waarneembaar. Dit uit zich in diverse vormen van (legitiem) activisme, maar leidde in sommige gevallen tot wetsovertredingen en zelfs geweld. Terwijl protestbewegingen een belangrijke functie vervullen in de democratie, kunnen de toenemende anti overheidssentimenten en gevoelens van onbehagen in sommige gevallen ook resulteren in radicalisering en extremistische gedragingen. Dit was ook in IJsselland het geval, waar antioverheidsextremisme onder andere tot uiting kwam in een aantal incidenten die gerelateerd waren aan soevereinen. In de regio zijn bijvoorbeeld soevereinen actief die een gewapende confrontatie met de overheid voorbereiden. Naast deze trends, blijkt uit het onderzoek dat extremisme in IJsselland een diffuus verschijnsel is. De ideologische kaders zijn fluïde en de organisatiestructuren kenmerken zich door losse netwerken die zowel online als offline actief zijn en regiogrenzen overschrijden. Ook is er kruisbestuiving zichtbaar tussen verschillende netwerken en individuen.
Tussen antioverheidsgroeperingen en radicaal- en extreemrechts vindt beperkt uitwisseling plaats, maar dit is veel sterker het geval binnen de diverse vormen van antioverheidsprotest en -extremisme. Zo wisselden individuen regelmatig tussen verschillende antioverheidsbewegingen: tegenstanders van het vaccinatiebeleid sloten zich aan bij de soevereinenbeweging en deelnemers aan de boerenprotesten doken op bij protestacties tegen azc’s en voor Zwarte Piet. Ondanks de beperkte omvang van het fenomeen, maakt dit diffuse en complexe karakter van extremisme in IJsselland een serieuze aanpak noodzakelijk. Het tweede doel van dit onderzoek is na te gaan in hoeverre de extremismeaanpak in IJsselland aansluit bij
Samenvatting
het fenomeen in de regio. Directbetrokkenen beschouwen de lokale aanpak van extremisme en radicalisering in IJsselland grotendeels als positief. In de basis volgt de regio IJsselland de landelijk voorgeschreven kaders voor de aanpak van extremisme en radicalisering: er worden signalen van mogelijke radicalisering opgehaald en indien nodig worden deze geduid in weegploegen en doorgezet naar casustafels. Hiernaast hebben kleine gemeenten in IJsselland vaak eigen benaderingen ontwikkeld of overgenomen. Deze zijn doorgaans breder dan alleen gericht op radicalisering en omvatten bijvoorbeeld ook het tegengaan van polarisatie en onvrede. Ook wordt vaak gekozen voor een aanpak die goed aansluit bij de lokale cultuur en bevolking, bijvoorbeeld omdat direct contact met inwoners centraal staat. Tegelijkertijd is er sprake van een aantal uitdagingen en behoeften. Zo maakt het diffuse karakter van extremisme het fenomeen volgens betrokkenen ‘ongrijpbaar’ en moeilijker te duiden en adresseren. Hierbij worstelen professionals soms met de ontwikkeling en implementatie van heldere signaliseringsstructuren en duidingsmethodieken. De omgang met soevereinen vormt voor velen van hen een punt van zorg en in sommige delen van de regio schiet de kennis over en (h)erkenning van rechts-extremisme tekort.
Vanwege de grote verschillen binnen de regio is er bovendien behoefte aan meer regionale coördinatie. Ten slotte blijkt uit dit onderzoek dat de bewustwording over het belang van het thema soms beperkt is, met name op bestuurlijk niveau. Het thema extremisme en radicalisering is in veel gemeenten laag geprioriteerd, wat negatieve gevolgen heeft voor de beschikbare budgetten, capaciteit en expertise, en daarmee ook voor het zicht op het fenomeen. De afgelopen jaren zijn in IJsselland diverse stappen gezet om de aanpak te professionaliseren. Tegelijk wijst dit onderzoek op ruimte voor verbetering en doet het een aantal aanbevelingen voor verdere versterking van de aanpak in de regio, bijvoorbeeld met betrekking tot de samenwerking tussen verschillende ambtelijke domeinen, signaliseringsstructuren, duidingsmethodiek, regionale coördinatie en bewustwording omtrent het thema.
5
Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
Voorwoord Voor u ligt de Fenomeenanalyse Extremisme, Radicalisering en Maatschappelijke Onrust in IJsselland. Dit onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers van de Faculteit der Letteren van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), in opdracht van de burgemeesters van de elf gemeenten die gezamenlijk deel uitmaken van het Districtelijk Veiligheidsoverleg (DVO) IJsselland: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle. De bevindingen in dit rapport zijn het resultaat van onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Onze grote dank gaat uit naar de leden van de ambtelijke klankbordgroep bestaande uit medewerkers van de gemeenten Zwolle, Deventer, Kampen, Steenwijkerland en Staphorst, evenals professionals van het Zorg- en Veiligheidshuis IJsselland (ZVH) en de Regionaal Coör dinator Integrale Veiligheid (RCIV). Hun vertrouwen, betrokkenheid en stimulerende commentaar op conceptversies hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan dit rapport. Dit onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door de Faculteit der Letteren en The Groningen Research Institute for the Study of Culture (ICOG). Bovendien hebben we geprofiteerd van de waardevolle inzichten van vele collega’s.
Onze bijzondere dank gaat uit naar Bas Hamhuis en Thijs de Zee voor hun waardevolle inzet en ondersteuning gedurende de verschillende fasen van dit project. Ten slotte willen we iedereen bedanken die bereid was om in het kader van dit onderzoek geïnterviewd te worden en hun openheid en vertrouwen toonden door inzichten te delen over extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland en de aanpak daarvan. De verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit rapport berust volledig bij de auteurs. Pieter Nanninga, Léonie de Jonge, Fleur Valk Groningen, 18 november 2024
6
Rijksuniversiteit Groningen
Lijst met afkortingen
Lijst met afkortingen AfD AIVD azc BBB CTER DTN DVO FVD FDF ggz ICOG IS IVP KOZP LSE NCTV NTA NVU OM OOV PGA PGA-R PI RCIV ROR RUG RvdK TA XR ZVH
Alternative für Deutschland Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst asielzoekerscentrum BoerBurgerBeweging Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland Districtelijk Veiligheidsoverleg Forum voor Democratie Farmers Defence Force geestelijke gezondheidszorg The Groningen Research Institute for the Study of Culture Islamitische Staat Integraal Veiligheidsplan Kick Out Zwarte Piet Landelijk Steunpunt Extremisme Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Nuance voor Training & Advies Nederlandse Volksunie Openbaar Ministerie Openbare Orde en Veiligheid Persoonsgerichte Aanpak Persoonsgerichte Aanpak voorkoming Radicalisering en Extremisme penitentiaire inrichting Regionaal Coördinatiepunt Integrale Veiligheid Rijksopleidingsinstituut tegengaan Radicalisering Rijksuniversiteit Groningen Raad voor de Kinderbescherming terroristenafdeling Extinction Rebellion Zorg- en Veiligheidshuis
7
Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
DEEL I
8
Rijksuniversiteit Groningen
Deel I Inleiding en verantwoording
Inleiding en verantwoording
9
Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
Inleiding In september 2024 maakte het Openbaar Ministerie (OM) bekend dat vier inwoners uit de Overijsselse plaatsen Deventer, Wijhe en Schalkhaar worden aangeklaagd voor terrorisme. Het gaat volgens het OM om ‘radicale soevereinen’ die van plan waren een gewelddadige confrontatie aan te gaan met lokale gezagsdragers en arrestaties uit te voeren.1 De burgemeester van Deventer werd hierbij als doelwit genoemd.2 Deze gebeurtenis staat niet op zichzelf en illustreert bredere ontwikkelingen met betrekking tot het fenomeen extremisme in Nederland. In de eerste plaats is het een voorbeeld van het veranderende extremistische landschap.
In de afgelopen decennia lag in publieke debatten, beleid en onderzoek veel nadruk op het jihadisme, waar volgens de Nationaal Coördinator Terrorisme bestrijding en Veiligheid (NCTV) nog altijd de belangrijkste terroristische dreiging tegen Nederland van uitgaat.3 Tegelijk is er de afgelopen jaren toenemende aandacht voor andere vormen van extremisme, waaronder antioverheidsextremisme.4 Dit blijkt uit rapportages van instanties als de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de NCTV, maar ook uit de internationale wetenschappelijke literatuur, waarin een toenemend aantal publicaties over dit onderwerp zichtbaar is.5 De arrestaties in Overijssel zijn een exponent van deze trend: de vier mannen maakten volgens het OM deel uit van de beweging van zogeheten soevereine of autonome mensen die zich afkeren van de Nederlandse samenleving en weigeren het gezag van de overheid te erkennen. De NCTV ziet in het narratief van deze beweging een bedreiging voor de democratische rechtsorde in Nederland.6 In de tweede plaats laat deze gebeurtenis ook zien dat het fenomeen extremisme zich niet in een vacuüm bevindt, maar sterk verweven is met bredere ontwikkelingen in de omringende samenleving. In Nederland is sinds de COVID-19-pandemie een groeiende polarisatie en verharding van maatschappelijke debatten waarneembaar.
Antioverheidssentimenten lijken toe te nemen en verzet tegen specifiek overheidsbeleid wordt in offline en online contexten vaak gekoppeld aan complottheorieën. Als gevolg hiervan zien we een toenemend aantal demonstraties en acties van burgerlijke ongehoorzaam-
10
Rijksuniversiteit Groningen
heid, bijvoorbeeld rondom de coronamaatregelen, de stikstofproblematiek en klimaatkwesties.7 Deze maatschappelijke ongenoegens en antioverheidssentimenten hebben echter niet alleen geleid tot legale vormen van protest en burgerlijke ongehoorzaamheid, maar ook tot extremistische gedragingen. Hoewel de arrestaties in Overijssel nader onderzocht moeten worden en de rechter zich nog over de aanklacht moet buigen, illustreren de gebeurtenissen deze ontwikkeling. Deze twee observaties onderstrepen het belang van onderzoek naar recente trends op het gebied van extremisme; niet alleen op landelijk, maar ook op regionaal en lokaal niveau. Juist omdat extremisme nauw verbonden is met de omringende maatschappelijke context, ligt het voor de hand dat niet alleen nationale trends, maar ook lokale en regionale omstandigheden het fenomeen beïnvloeden. Dit wordt bevestigd door recent onderzoek.8 Zo laat de door de Rijksuniversiteit Groningen uitgevoerde ‘Fenomeenanalyse Extremisme Noord-Nederland’ zien dat lokale verschijningsvormen van extremisme kunnen verschillen van nationale trends, terwijl de professionals die zich bezighouden met de aanpak zich daar niet altijd van bewust zijn.9 Dit is des te relevanter omdat de aanpak van radicalisering en extremisme in Nederland primair op lokaal niveau belegd is.
Waar extremisme tot voor kort vooral op nationaal en internationaal niveau werd bestudeerd, is het dan ook een positieve ontwikkeling dat recentelijk meerdere vergelijkbare studies naar extremisme op regionaal en lokaal niveau in Nederland zijn opgezet. Een van de regio’s waar behoefte is aan beter zicht op het fenomeen extremisme op regionaal en lokaal niveau, is het gebied waar de vier gearresteerde soevereinen woonachtig waren: de regio IJsselland. IJsselland beslaat elf gemeenten in het westelijke deel van de provincie Overijssel. Enerzijds zijn hier landelijke trends en ontwikkelingen waarneembaar, maar anderzijds zijn er specifieke kenmerken en ontwikkelingen die doen vermoeden dat het fenomeen extremisme en bredere ontwikkelingen rondom maatschappelijke onrust hier andere vormen aannemen dan in andere delen van het land. Dit onderzoek voorziet in deze behoefte door het fenomeen extremisme in IJsselland in kaart te brengen en na te gaan in hoeverre de regionale extremismeaanpak hierbij aansluit. Hierbij fungeert de eerdergenoemde ‘Fenomeenanalyse Extremisme Noord-Nederland’ als model en volgt het huidige onderzoek in grote lijnen dezelfde methodologie en opzet. In het eerste deel van dit rapport worden de onderzoeksfocus en -vragen, definities en methoden toegelicht. Het tweede deel bespreekt en duidt het fenomeen extremisme in IJsselland, terwijl het derde
Deel I Inleiding en verantwoording
deel de bevindingen relateert aan de aanpak van het fenomeen in de regio en aanbevelingen doet voor de doorontwikkeling hiervan.
Onderzoeksfocus en -vragen Deze fenomeenanalyse is gericht op beantwoording van de volgende onderzoeksvragen: 1. Wat zijn de belangrijkste fenomenen, actoren en ontwikkelingen op het gebied van extremisme in de regio IJsselland in de periode 2014-2024? 2. Hoe verhoudt de regionale aanpak van radicalisering en extremisme zich tot het fenomeen? De eerste onderzoeksvraag is gericht op het in kaart brengen van het fenomeen extremisme in de regio. Zoals hiervoor echter al duidelijk is geworden, kan extremisme niet los worden gezien van (ontwikkelingen in) de bredere samenleving. Bovendien is extremisme een steeds diffuser fenomeen aan het worden, dat daarom in brede context beschouwd en geduid moet worden, en niet ‘in splendid isolation’.10 Om die reden worden in dit rapport niet alleen extremistische fenomenen, actoren en ontwikkelingen besproken, maar gaan we ook in op relevante bredere trends en omstandigheden, zoals maatschappelijke ongenoegens en onrust. Het is dan ook belangrijk te benadrukken dat veel van de in deze studie vermelde actoren en gebeurtenissen niet voldoen aan onze definitie van extremisme, maar uitsluitend worden besproken om het fenomeen te contextualiseren en duiden.
Tegelijkertijd omvat deze studie geen alomvattende analyse van maatschappelijk ongenoegen en onrust in de regio; deze worden alleen besproken voor zover ze als voedings bodem hebben gediend of zouden kunnen dienen voor extremistische gedragingen. De tweede onderzoeksvraag richt zich op de regionale aanpak van radicalisering en extremisme. Evenals bij de eerste onderzoeksvraag ligt hierbij de focus op de periode vanaf 2014, aangezien ontwikkelingen rondom het jihadisme en de oorlog in Syrië in deze periode de basis hebben gelegd voor de huidige landelijke extremismeaanpak.11 Deze onderzoeksvraag heeft niet tot doel een volledige evaluatie van de aanpak te geven, maar analyseert in hoeverre de regionale aanpak aansluit bij de bevindingen over het fenomeen. Dit resulteert in een aantal handreikingen en aanbevelingen voor versterking van het beleid en de aanpak.
Definiëring In de politiek, wetenschap en media wordt de term ‘extremisme’ vaak zonder nadere uitleg gebruikt. Tegelijk is het een complex en omstreden concept12 dat in de loop van de geschiedenis op diverse manieren is gedefinieerd en geïnterpreteerd, afhankelijk van de historische, politieke en sociale context van dat moment. Het is een overkoepelende term die over het algemeen wordt gebruikt voor groeperingen, bewegingen en individuen die vanuit hun ideologie of gedachtegoed doelen nastreven die onverenigbaar worden beschouwd met fundamentele principes van een samenleving, en die daarbij gebruikmaken van methoden die op dat moment als ontoelaatbaar worden gezien.13 In de Nederlandse context wordt deze algemene omschrijving vaak verder gespecificeerd door deze te koppelen aan de democratische rechtsorde. Zo definiëren de AIVD en de NCTV extremisme als ‘het uit ideologische motieven bereid zijn om niet-gewelddadige en/of gewelddadige activiteiten te verrichten die de democratische rechtsorde ondermijnen.’14 Uit deze definities blijkt dat extremisme een relationeel begrip is.15 Het wordt vooral gedefinieerd als afwijkend van wat op dat moment en op die plaats als ‘mainstream’, ‘de norm’ of ‘acceptabel’ wordt gezien.16 Deze opvattingen zijn sterk afhankelijk van de context en kunnen in de loop van de tijd veranderen.
Daarnaast is het belangrijk te constateren dat de term extremisme bij uitstek normatief is. Het label wordt in de praktijk doorgaans gebruikt om anderen neer te zetten als afwijkend van de mainstream en daarmee als ongewenst. Hierdoor is de term sterk afhankelijk van machtsrelaties, want actoren in machtsposities hebben meer invloed om te bepalen wie als mainstream en wie als extremistisch worden bestempeld dan actoren in de marge.17 Deze observaties zijn belangrijk omdat ze laten zien dat labelling van bepaalde actoren als ‘extremistisch’ niet onomstreden is, terwijl het wel vergaande gevolgen kan hebben voor de beeldvorming over en omgang met deze actoren. Hoewel wij ons bewust zijn van deze kanttekeningen, is het voor het doel van dit onderzoek belangrijk een werkdefinitie van extremisme te formuleren. Hiervoor sluiten wij aan bij de definitie die we hanteerden in de ‘Fenomeenanalyse Extremisme Noord-Nederland’: Extremisme is het fenomeen waarbij personen of groepen vanuit hun gedachtegoed bereid zijn buitenwettelijke handelingen te verrichten om hun doelen na te streven.
11
Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
In deze werkdefinitie staat een combinatie van gedachtegoed en (buitenwettelijk) handelen centraal. Deze combinatie is cruciaal om extremisme te onderscheiden van andere (en soms verwante) fenomenen. Zo onderscheidt de nadruk op gedachtegoed extremisme van bijvoorbeeld vandalisme en criminaliteit. Hierbij moet worden opgemerkt dat de keuze voor de term ‘gedachtegoed’ in plaats van de meer gebruikelijke term ‘ideologie’ bewust is gemaakt. Waar de laatste term de connotatie heeft van een (tot op zekere hoogte) coherent en vastomlijnd systeem van overtuigingen en idealen, blijkt uit radicaliserings- en extremismeonderzoek dat het gedachtegoed van hedendaagse extremisten vaak diffuus en dynamisch is.18 Overtuigingen en idealen worden samengesteld uit diverse bronnen en passen vaak niet binnen rigide ideologische kaders.19 Om van extremisme te kunnen spreken, is het echter wel essentieel dat het gedachtegoed wordt gekenmerkt door het nastreven van ontwrichtende veranderingen in de samenleving en/of het politieke bestel. In de Nederlandse context kan dit bijvoorbeeld tot uiting komen in het ondermijnen van de democratische rechtsorde. De nadruk op (buitenwettelijke) handelingen onderscheidt extremisme van activisme en radicalisme.
Activisme wordt gekenmerkt door buitenparlementaire acties die zich in principe binnen de wettelijke kaders begeven en niet gericht zijn op het bereiken van ingrijpende veranderingen in de samenleving en het politieke bestel.20 Activisme is bij wet toegestaan, wordt door de grondwet beschermd en kan zelfs een belangrijke rol vervullen in een gezonde democratie. Het is dan ook essentieel te benadrukken dat kritiek op de overheid, het bedrijfsleven, de media of de wetenschap legitiem is. Datzelfde geldt voor demonstraties en protestacties tegen bijvoorbeeld het corona-, stikstof- of klimaatbeleid, asielzoekerscentra of de dierenindustrie. Tegelijk moet hierbij worden opgemerkt dat het onderscheid tussen activisme en extremisme niet altijd eenduidig is. Zo hebben verschillende van de zojuist genoemde voorbeelden geleid tot gedragingen die wel degelijk als extremistisch bestempeld kunnen worden. Radicalisme heeft primair betrekking op wereldbeelden, overtuigingen en idealen volgens welke de maatschappij ingrijpend moet worden veranderd. Radicale opvattingen zijn niet per definitie problematisch en hebben in de geschiedenis positieve veranderingen in gang gezet, bijvoorbeeld in de strijd tegen racisme en genderongelijkheid.
De term ‘radicalisering’ verwijst naar het proces waarin mensen in toenemende mate bereid zijn de uiterste consequentie uit hun gedachtegoed te aanvaarden en in daden om te zetten.21 Dit proces kan leiden
12
Rijksuniversiteit Groningen
tot extremisme of zelfs terrorisme, maar dit is niet noodzakelijk het geval. Zoals beschreven in de vorige paragraaf, ligt de focus van dit onderzoek op het fenomeen extremisme. Tegelijk zal aandacht worden besteed aan de bredere context van het fenomeen, inclusief maatschappelijke onrust. Onder maatschappelijke onrust verstaan we collectieve uitingen van onbehagen en onvrede binnen het publieke domein.22 Maatschappelijk onbehagen (hier ook wel ‘maatschappelijk ongenoegen’ genoemd) verwijst naar de bredere houding van burgers ten opzichte van de maatschappelijke ontwikkelingen en de machteloosheid daarover. Maatschappelijke onrust omvat het gedrag dat voortkomt uit dit onbehagen, zoals protesten.23 Evenals diverse vormen van protest en activisme, wordt maatschappelijke onrust in dit rapport regelmatig aangehaald: niet als voorbeelden van extremisme, maar als context van en mogelijke aanleiding voor extremistische gedragingen.
Categorisering Voor het doel van dit onderzoek wordt onderscheid gemaakt tussen vier subcategorieën van extremisme: religieus, rechts-, links- en antioverheidsextremisme. Deze categorieën zijn niet alomvattend: zo ontbreekt bijvoorbeeld separatisme, dat in de wetenschappelijke literatuur regelmatig als afzonderlijke categorie wordt gehanteerd. Bovendien is het onderscheid tussen de verschillende categorieën niet rigide: er vindt regelmatig overlap en kruisbestuiving plaats. Tegelijk vormen deze categorieën een vruchtbare lens om het fenomeen extremisme in de regio IJsselland in kaart te brengen.
1
Religieus extremisme
Religieus extremisme duidt op groepen en individuen die de motivatie, legitimiteit en betekenis van hun handelingen primair baseren op een religieuze traditie. Doorgaans beschouwen religieuze extremisten zich als heilige strijders die verwikkeld zijn in een kosmisch conflict tegen vertegenwoordigers van het kwaad.24 Dit is bijvoorbeeld het geval bij het wereldwijde jihadisme,25 waarbij de gewapende strijd omarmd wordt om een authentieke islamitische staat te verwezenlijken. Het gedrag van religieuze extremisten kan echter niet uitsluitend verklaard worden vanuit religie, omdat er altijd een sterke samenhang is met andere (politieke, sociale en culturele) factoren.
Deel I Inleiding en verantwoording
2
Rechts-extremisme
Rechts-extremisme is een vorm van extremisme die wordt gekenmerkt door een sterke voorkeur voor het ‘eigene’ en een afkeer van het ‘vreemde’. Extreemrechtse actoren worden gedreven door de overtuiging dat sociale hiërarchieën en ongelijkheden tussen mensen – ongeacht of deze gebaseerd zijn op ras, etniciteit, religie of cultuur – natuurlijk en wenselijk zijn. Daarnaast wordt rechts-extremisme gekenmerkt door de combinatie van nativisme, racisme en autoritarisme.26 Deze vorm van extremisme kent veel verschillende verschijningsvormen, waaronder neonazigroepen, zogenaamde ‘alt-right bewegingen’, identitaire formaties en accelerationisten.
3
Links-extremisme
Hoewel links-extremisme in de wetenschappelijke literatuur minder specifiek gedefinieerd wordt, wordt deze vorm van extremisme over het algemeen gekenmerkt door een streven naar radicale gelijkheid.27 Dit kan verwijzen naar economische gelijkheid (bijvoorbeeld antikapitalisme), maar het kan ook worden gedefinieerd in sociaal-culturele termen (bijvoorbeeld antiracisme). In de afgelopen decennia hebben links-extremisten zich vooral geprofileerd op zowel antifascisme als milieukwesties en dierenrechten.
4
Antioverheidsextremisme
Waar bovengenoemde ‘traditionelere’ vormen van extremisme ook een bepaalde mate van antioverheidsdenken hebben geïntegreerd, is er de afgelopen jaren sprake van een nieuwe vorm van extremisme waar antioverheidsdenken centraal staat in gedachtegoed en handelen. Hierbij kan het enerzijds gaan om een fundamentele afwijzing van de legitimiteit van ‘de overheid’ als zodanig, die in dat geval gezien wordt als onderdeel van een bredere samenzwering van een (vermeende) machtsbeluste, kwaadaardige elite. Anderzijds kan deze vorm van extremisme zich richten tegen specifiek overheidsbeleid, bijvoorbeeld de COVID-19-maatregelen of het stikstof beleid.28 Waar instanties als de AIVD en NCTV de term ‘antiinstitutioneel extremisme’ gebruiken, hebben wij in dit onderzoek bewust gekozen voor de term ‘antioverheids extremisme’. Dit betreft vooral een verschil in labelling en niet zozeer in de interpretatie van het fenomeen. Onze keuze is voornamelijk gebaseerd op het feit dat deze
term (in het Engels: anti-government extremism) gebruikelijker is in (internationaal) wetenschappelijk onderzoek. Hierbij realiseren we ons dat deze term (te) beperkt is, omdat deze vorm van extremisme zich niet uitsluitend richt tegen de overheid (in strikte zin), maar bijvoorbeeld ook tegen de media, de wetenschap of het bedrijfsleven. Tegelijkertijd is de term ‘anti-institutioneel extremisme’ te breed: deze vorm van extremisme verzet zich niet tegen instituties in het algemeen; integendeel, aanhangers richten zelf regelmatig (alternatieve) instituties op.
Onderzoeksmethode In dit onderzoek29 hebben we ervoor gekozen de onderzoeksmethode te laten aansluiten bij de ‘Fenomeen analyse Extremisme Noord-Nederland’.30 Enerzijds heeft deze onderzoeksmethode zich bewezen als een vruchtbare manier om zowel het fenomeen als de aanpak in kaart te brengen. Anderzijds bevordert dit de vergelijkbaarheid van resultaten. Evenals in de ‘Fenomeen analyse Extremisme Noord-Nederland’ is in dit onderzoek gebruikgemaakt van verschillende soorten bronnen en methoden (zogeheten triangulatie), wat noodzakelijk was vanwege de beperkte huidige kennis en de beperkingen van de beschikbare afzonderlijke bronnen.31 In de eerste plaats hebben we openbronnenonderzoek uitgevoerd om de bestaande kennis over het fenomeen in de regio in kaart te brengen aan de hand van wetenschappelijke en semiwetenschappelijke publicaties, onderzoeksrapporten en beleidsdocumenten. Hierbij zijn onder andere publicaties op landelijk niveau van de AIVD, NCTV, Anne Frank Stichting en Nuance voor Training & Advies (NTA) meegenomen. Zo zijn onder andere de Dreigingsbeelden (DTN) en Weekberichten Internetmonitoring van de NCTV en de jaarverslagen van de AIVD vanaf 2014 bestudeerd. Op regionaal en lokaal niveau zijn bronnen geraadpleegd van onder andere Bureau Beke, het Verwey-Jonker Instituut en Radar advies.
Daarnaast zijn gemeentelijke (beleids)documenten doorgenomen, waaronder Integrale Veiligheidsplannen (IVP’s), (raads)memo’s en sentimentenmonitoren. Al deze bronnen zijn systematisch onderzocht, waarbij specifiek is gelet op belangrijke actoren, incidenten en relevante achtergrondinformatie over de regio. De geraadpleegde bronnen boden inzicht in nationale en supraregionale problematiek, bijvoorbeeld wat betreft polarisatie, antioverheidssentimenten en activisme. Concrete informatie over het fenomeen extremisme en de aanpak daarvan in de regio IJsselland zelf was echter
13
Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
schaars. Naast de eerdergenoemde noodzaak van aanvullende vormen van dataverzameling, onderstreept dit het belang van deze fenomeenanalyse in het vullen van belangrijke lacunes in de bestaande kennis en inzichten. In de tweede plaats hebben we mediaberichtgeving onderzocht. De media-analyse richtte zich voornamelijk op RTV Oost en lokale edities van De Stentor, die op basis van een vooraf vastgestelde lijst zoektermen systematisch zijn doorzocht op relevante berichtgeving over het thema. Hierbij zijn artikelen geanalyseerd over verschillende onderwerpen, variërend van ‘uitreizigers’ en ‘soevereinen’ tot bedreigingen en demonstraties, om een beeld te krijgen van extremismegerelateerde incidenten en de bredere ontwikkelingen rondom het fenomeen. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat de lokale media berichtgeving secundaire bronnen betreft die altijd onderhevig zijn aan interpretatie. Om mogelijke vertekeningen te voorkomen, hebben we de mediaberichtgeving vergeleken en aangevuld met andere bronnen, waaronder gerechtelijke uitspraken. In de derde plaats zijn interviews met experts en rofessionals gehouden, wat cruciaal was gezien de p beperkte informatie uit open bronnen en mediabericht geving. Het doel van de interviews was om beter inzicht te krijgen in de manier waarop professionals en experts het fenomeen zien, interpreteren en aanpakken.
In totaal zijn er 24 semigestructureerde interviews afgenomen met 37 professionals.32 Dit betrof ambtenaren op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid (OOV), proces- en ketenregisseurs voor Zorg en Veiligheid, leerplichtambtenaren en bestuurders werkzaam bij de elf gemeenten in IJsselland, evenals medewerkers van de politie, het OM, de AIVD, de NCTV, het Zorg- en Veiligheidshuis IJsselland (ZVH), Reclassering, de Raad voor de Kinder bescherming (RvdK), het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE) en de terroristenafdeling (TA) van de penitentiaire inrichting (PI) in Zwolle. Omdat het binnen de reikwijdte en het tijdsbestek van dit onderzoek niet realistisch was, zijn geen interviews afgenomen met (potentiële) subjecten zelf. De gegevens uit de interviews zijn voor dit rapport gepseudonimiseerd. Ten slotte hebben we verschillende cijfermatige data geanalyseerd die we hebben ontvangen van de bij de lokale aanpak betrokken partijen. Dit betrof geanonimiseerde overzichten van de aantallen intelligencerapporten die door de politie zijn opgesteld en geanonimiseerde registraties met betrekking tot Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering (CTER) uit de Basisvoorziening Handhaving van de politie. Daarnaast heeft het ZVH overzichten verschaft van de aantallen weegploegen en casustafels in de afgelopen jaren en hebben diverse
14
Rijksuniversiteit Groningen
gemeenten cijfers over aangemelde demonstraties en brieven van soevereinen aangeleverd. De verzamelde data kennen beperkingen, bijvoorbeeld omdat we afhankelijk waren van open bronmateriaal en de perspectieven van onze respondenten of omdat sommige data heel Oost-Nederland betroffen in plaats van alleen IJsselland. Tegelijk is het door het combineren van verschillende bronnen en methoden mogelijk gebleken zicht te krijgen op het fenomeen en de aanpak daarvan. In deel II van dit rapport schetsen we het beeld van het fenomeen, waarna we in deel III ingaan op de lokale aanpak.
Deel I Inleiding en verantwoording
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.
15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25.
26.
27.
Openbaar Ministerie, ‘Radicale soevereinen ook vervolgd voor terrorisme’, 18 september 2024. NOS, ‘Soevereinen vervolgd voor terrorisme, chats over doden burgemeester Deventer’, 18 september 2024. NCTV, ‘Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland’ (Den Haag: Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, Ministerie van Justitie en Veiligheid, juni 2024). Zie bijvoorbeeld AIVD, ‘Anti-institutioneel extremisme in Nederland: Een ernstige dreiging voor de democratische rechtsorde?’ (Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 25 mei 2023). Zie bijvoorbeeld Tore Bjørgo en Kurt Braddock, ‘Anti-Government Extremism’, Perspectives on Terrorism 16, nr. 6, Special Issue on Anti-Government Extremism (2022), 2-8. NCTV, ‘Met de rug naar de samenleving: Een analyse van de soevereinenbeweging in Nederland’ (Den Haag: Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, Ministerie van Justitie en Veiligheid, 2024). Zie bijvoorbeeld NCTV, ‘De verschillende gezichten van de coronaprotesten’ (Den Haag: Nationaal Coördinator Terrorisme bestrijding en Veiligheid, Ministerie van Justitie en Veiligheid, april 2021). Fleur Valk, Léonie de Jonge en Pieter Nanninga, ‘The Regional Face of Extremism: A Case Study of the Northern Netherlands’, Journal for Deradicalization 35 (2023), 76-106.
Pieter Nanninga, Léonie de Jonge en Fleur Valk, ‘Fenomeenanalyse Extremisme Noord-Nederland, 2014-2022’ (Groningen: University of Groningen, 2022). Rik Peels, De extremist en de wetenschapper: hoe we radicalisering beter kunnen begrijpen (Amsterdam: Uitgeverij Balans, 2024), 91. Floris Vermeulen en Koen Visser, ‘Preventing violent extremism in the Netherlands: overview of its broad approach’, Revista CIDOB d’Afers Internacionals 128 (september 2021), 131-51,https://doi.org/doi.org/10.24241/rcai.2021.128.2.131/en. Peels, De extremist en de wetenschapper. Manuela Caiani, ‘Extremism’, in The Wiley Blackwell Encyclopedia of Social and Political Movements, onder redactie van David A. Snow e.a., vol. I: A-E (Malden: Blackwell Publishing, 2013). Dit is de definitie die op dit moment door de AIVD en NCTV gehanteerd wordt. Deze definitie is aan verandering onderhevig en de AIVD en NCTV hebben in het verleden ook verschillende definities gehanteerd. AIVD, ‘Extremisme: Wat verstaat de AIVD onder extremisme?’, geraadpleegd 5 mei 2024; NCTV, ‘Definities gebruikt in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland’, geraadpleegd 5 mei 2024. Alex Schmid, ‘Violent and Non-Violent Extremism: Two Sides of the Same Coin?’, Terrorism and Counter-Terrorism Studies, 2014, https://doi.org/10.19165/2014.1.05.
Pieter Nanninga, ‘Extremism’, in Vocabulary for the Study of Religion 1, onder redactie van Robert A. Segal en Kocku von Stuckrad (Leiden: Brill, 2016), https://doi.org/10.1163/9789004249707_vsr_COM_00000304. Anna Williford, ‘Blurred Lines: What Is Extremism?’, University of Michigan Journal of Law Reform, 52, nr. 4 (2019), 937, https://doi.org/10.36646/mjlr.52.4.blurred. Peels, De extremist en de wetenschapper; Valk, De Jonge en Nanninga, ‘The Regional Face of Extremism’, 76-106. Cécile Rousseau e.a., ‘Hybrid Ideologies in Clinical Settings: Implications for Intervention of the Changing Landscape in Violent Extremism’, Perspectives on Terrorism 18, nr. 3 (2024), 52-68, https://doi.org/10.19165/2024.4965. Kees van den Bos, Waarom mensen radicaliseren: hoe waargenomen onrechtvaardigheid radicalisering, extremisme en terrorisme aanwakkert (Amsterdam: Prometheus, 2019), 14-15. NCTV, ‘Definities gebruikt in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland’. NCTV, ‘Maatschappelijke onrust’, geraadpleegd 5 mei 2024. Bram Geurkink en Emily Miltenburg, ‘Somber over de samenleving? Een studie naar verschillen in maatschappelijk onbehagen in Nederland’ (Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, 2023), 23.
Mark Juergensmeyer, Terror in the mind of God: the global rise of religious violence, Revised and updated fourth edition, Comparative studies in religion and society 13 (Oakland, California: University of California Press, 2017). De term ‘wereldwijd jihadisme’ betreft transnationale groeperingen als al-Qaeda en IS die een wereldwijde strijd beweren te voeren om de moslimgemeenschap te verdedigen tegen vijandige ongelovigen. Het betreft dus niet regionale actoren als Hamas en Hezbollah. Elisabeth Carter, ‘Right-Wing Extremism/Radicalism: Reconstructing the Concept’, Journal of Political Ideologies 23, nr. 2 (mei 2018), 157-82, https://doi.org/10.1080/13569317.2018.1451227; Cas Mudde, The Far Right Today (Cambridge, UK ; Medford, MA: Polity, 2019). Norberto Bobbio, Left and Right: The Significance of a Political Distinction, vertaald door Allan Cameron (Chicago: University of Chicago Press, 1996).
15
Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
28. 29. 30. 31. 32.
Bjørgo en Braddock, ‘Anti-Government Extremism’, 2-8; Sam Jackson, ‘What Is Anti-Government Extremism?’, Perspectives on Terrorism 16, nr. 6 (2022), 9-18. In februari 2024 heeft de Commissie voor Ethische Toetsing Onderzoek (CETO) van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) het onderzoek goedgekeurd. Nanninga, De Jonge en Valk, ‘Fenomeenanalyse Extremisme Noord-Nederland’. Zoals eerder opgemerkt, beslaat de onderzochte periode de jaren 2014 tot en met 2024, terwijl het onderzoek zelf werd uit gevoerd tussen januari 2024 en oktober 2024. Een volledige lijst van de afgenomen interviews is opgenomen in de bijlage.
16
Rijksuniversiteit Groningen
Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
DEEL II
18
Rijksuniversiteit Groningen
Deel II Extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
Extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
19
Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
Dit deel van het onderzoek richt zich op het fenomeen extremisme in de regio IJsselland. Zoals hiervoor is aangegeven, worden hierbij ook bredere maatschappelijke ontwikkelingen besproken indien deze relevant zijn om het fenomeen te duiden. We benadrukken nogmaals dat niet alle vermelde bewegingen, actoren en incidenten als extremistisch bestempeld moeten worden; ze worden uitsluitend besproken om het fenomeen te contextualiseren. Dit deel begint met een korte schets van landelijke ontwikkelingen op het gebied van extremisme, die vooral gebaseerd is op publicaties en rapporten van overheidsinstanties als de AIVD en NCTV. Vervolgens introduceren we de regio IJsselland en bespreken we de algemene ontwikkeling van het fenomeen in de regio, waarna de specifieke ontwikkelingen per subcategorie worden behandeld. Ten slotte wordt het fenomeen geduid, waarbij we specifiek ingaan op de lokale verspreiding van het fenomeen in de regio, het karakter van het fenomeen in relatie tot breder maatschappelijk ongenoegen, en de rol van de online wereld in extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust.
Landelijke ontwikkelingen Volgens landelijke overheidsinstanties als de AIVD en de NCTV is de nationale veiligheid in de afgelopen jaren verder onder druk komen te staan door verschillende vormen van extremisme. De aard van deze dreiging is veelzijdiger en diffuser geworden. Recentere vormen van extremisme hebben een fluïde karakter wat betreft organisatiestructuur, gedachtegoed en acties. Daarnaast zijn de grenzen tussen activisme en extremisme de afgelopen jaren vloeiender geworden.1 Bovendien zijn nationale dreigingen steeds vaker verbonden met internationale ontwikkelingen, wat eveneens geldt voor de dreiging die uitgaat van extremisme.2 In december 2023 verhoogde de NCTV het dreigingsniveau voor een terroristische aanslag in Nederland van niveau 3 (voorstelbaar) naar niveau 4 (substantieel), mede als gevolg van de oorlog in Gaza, Koranschendingen in binnen- en buitenland en de dreiging die voortkomt uit (internationale) jihadistische netwerken.3
20
Rijksuniversiteit Groningen
Hoewel interne verdeeldheid, een gebrek aan charismatische leiders en repressieve overheidsmaatregelen zorgden voor een stagnering van de Nederlandse jihadistische beweging, vormt het jihadisme volgens de NCTV nog altijd de grootste terroristische dreiging voor de Nederlandse samenleving. Dit is vooral het gevolg van de onvoorspelbaarheid van geïmproviseerde aanslagen door alleenhandelende daders of kleine cellen die zijn geïnspireerd door de Islamitische Staat (IS) en al-Qaeda, evenals de mobiliserende werking van de Gaza-oorlog en Koranschendingen in Europa. Daarnaast vormt de aanstaande vrijlating van uitreizigers en veroordeelde jihadisten een risico voor de komende jaren.4 Volgens de AIVD en NCTV is de populariteit van radicaal- en extreemrechts gedachtegoed de afgelopen jaren toegenomen en verder genormaliseerd in het maatschappelijke en publieke domein. Rechts-extremisten spelen in op de onvrede in de samenleving en proberen mee te liften of te polariseren op maatschappelijke onderwerpen als migratie, klimaat, gender en inclusie, evenals de oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten.5 Tegelijkertijd is de extreemrechtse dreiging onvoorspelbaarder en diffuser geworden als gevolg van ideologische vervaging, normalisering en de versplintering van online netwerken.
Extreemrechtse groepen werken zowel nationaal als internationaal meer samen en treden steeds vaker op de voorgrond, bijvoorbeeld met Koranverbrandingen en het projecteren van antisemitische en racistische leuzen op publieke gebouwen. Hoewel een minderheid van de rechts-extremisten een daadwerkelijke gewelddadige dreiging vormt, concludeerde de AIVD in 2023 dat er een grotere fascinatie voor en verheerlijking van geweld is binnen de extreemrechtse scene. De grootste geweldsdreiging komt voort uit het accelerationisme: het idee dat een onvermijdbare burgeroorlog tussen rassen versneld moet worden door middel van aanslagen en geweld.6 Volgens verschillende instanties is er vooral onder jihadisten en rechts-extremisten een trend waarneembaar dat terrorismeverdachten steeds jonger worden, wat vaak wordt toegeschreven aan de sterke invloed van internet op radicalisering. Jongeren komen sneller in contact met extremistische propaganda en belanden via algoritmes en afgesloten chatgroepen in radicale ‘echokamers’. Bovendien gebruiken rekruteerders actief platforms zoals Telegram en TikTok om hen te benaderen.7 Links-extremisme kent in Nederland een wisselende intensiteit en heeft een onvoorspelbaar, reactief karakter: het treedt vooral op de voorgrond in reactie op actuele maatschappelijke thema’s, zoals klimaat en migratie.
De AIVD concludeert dat het beeld van links protest in Nederland, op enkele incidenten na, al geruime tijd acti-
Deel II Extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
vistisch van aard is en zich dus doorgaans begeeft binnen de kaders van de wet.8 Daarnaast vinden soms ook hardere, langdurigere acties plaats met openbare ordeverstoringen, vernieling en geweld. Hoewel er volgens de NCTV enkele tientallen anarchisten zijn die geweld niet schuwen, is de dreiging van links-extremisme in Nederland heden ten dage relatief beperkt.9 Anarchistische en antifascistische groepen zien met name de verrechtsing van de Nederlandse samenleving als een probleem, waarbij ze vaker rechtse personen proberen te intimideren of dwars te zitten.10 Sinds 2019 wordt antioverheidsextremisme of anti- institutioneel extremisme door de AIVD aangeduid als een van de nationale dreigingen. Recentelijk ligt de nadruk binnen antioverheidsextremisme niet alleen meer op protest tegen een ‘kwaadaardige elite’, maar ook op netwerken die trachten eigen, parallelle samenlevingsverbanden op te richten. Illustratief hierbij is de opkomst van een groep van ten minste enkele tienduizenden zelfbenoemde autonomen of soevereinen, die zich willen onttrekken aan de samenleving. Volgens de veiligheidsdiensten bestaan binnen deze groep verschillende gradaties.
Naast een omvangrijke groep die binnen de grenzen van de wet opereert, is er een kleinere groep van enkele duizenden mensen die buiten het systeem treedt en een radicale minderheid van tientallen burgers die voorbereidingen treft voor gewelddadige confrontaties.11 Nu het landelijke beeld van extremisme zoals dat naar voren komt in publicaties van de AIVD en NCTV duidelijk is, zoomen we in op de regio IJsselland. Voordat we ingaan op extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust, introduceren we eerst de regio zelf.
IJsselland: een introductie De regio IJsselland omvat het westelijke deel van de provincie Overijssel en bestaat uit elf gemeenten: Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle (zie figuur 1). Historisch gezien zijn er verschillende samenwerkingsverbanden geweest die de regio IJsselland omvatten. Tot op de dag van vandaag is IJsselland dan ook voornamelijk een administratief- bestuurlijke regio waarin samenwerking wordt gezocht op verschillende (veiligheids)thema’s. Zo legden de Wet veiligheidsregio’s (2010) en de Gemeenschappelijke Regeling de basis voor het ontstaan van de veiligheidsregio IJsselland als overheidsorganisatie. Deze veiligheids regio draagt ten tijde van rampen en crises zorg voor een
gecoördineerde inzet tussen de elf deelnemende gemeenten, hulpdiensten en crisispartners. Daarnaast is IJsselland een van de vijf districten binnen de regionale eenheid Oost-Nederland van de Nationale Politie. De regio werkt samen in de vorm van het ZVH en het Regionaal Coördinatiepunt Integrale Veiligheid (RCIV).12 Bovenstaande laat zien dat IJsselland in meerdere opzichten vooral een administratieve en functionele regio is. In 2023 telde IJsselland ruim 545.000 inwoners, waarvan ruim 43% in de gemeenten Deventer en Zwolle woont. De overige gemeenten in de regio IJsselland kennen een relatief lage bevolkingsdichtheid en kenmerken zich door een uitgestrekt buitengebied.13 Hoewel er grote verschillen bestaan tussen gemeenten en wijken in IJsselland, scoort de regio in zijn totaliteit op of boven het landelijke gemiddelde wat betreft sociaal-economische indicatoren en opleidingsniveau. Tegelijkertijd zijn laag opgeleiden opvallend sterk vertegenwoordigd in orthodox- protestantse gemeenten als Kampen, Staphorst en Zwartewaterland.14 In brede zin is er in IJsselland de afgelopen twee jaar sprake van een toename van mensen die moeite hebben rond te komen.15 De regio kent een hoog aantal 65-plussers en de verwachting is dat de vergrijzing de komende jaren verder zal toenemen, wat tevens resulteert in een toenemende zorgvraag.
Daarnaast is de druk op de geestelijke gezondheidszorg (ggz) in deze regio hoog en worden met name stedelijke gemeenten als Zwolle en Deventer gekenmerkt door een relatief hoog percentage ggz-patiënten. Tegelijkertijd is de toegang tot ggz, met name in de regio IJssel-Vecht,16 beperkter dan in de andere regio’s in Nederland. In lijn met de landelijke trend lijken problemen rondom het mentaal welbevinden (zoals psychische klachten, stress en eenzaamheid) de afgelopen jaren toe te nemen.17 Dat IJsselland met name een administratieve en functionele regio is, maakt ook dat de regio in mindere mate een gedeelde regionale identiteit of een culturele binding kent. De regio kenmerkt zich door een sterke diversiteit tussen (en binnen) stedelijke en landelijke gebieden.18 Enerzijds zijn er een tweetal stedelijke gemeenten, namelijk Deventer en Zwolle. Deze gemeenten kennen een diverse bevolkingssamenstelling, met bijvoorbeeld relatief grote Turkse en Koerdische gemeenschappen. Anderzijds wordt IJsselland gekenmerkt door een aantal kleinere, landelijke gemeenten. Deze gemeenten kennen sterke sociale structuren en het idee van ‘noaberschap’, het elkaar helpen in goede en slechte tijden, speelt hier een sterkere rol.19 Deze lokale binding is in de eerste plaats zichtbaar op gemeentelijk niveau, bijvoorbeeld in Staphorst, waar
21
Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
Figuur 1 Kaart van IJsselland
sprake is van een sterke gemeenschap met eigen cultuur en tradities. Gemeenten als Staphorst maken deel uit van wat Josse de Voogd en René Cuperus in de Atlas van Afgehaakt Nederland aanduiden als de burgerschapszone of ‘civic belt’: een strook waarin sprake is van een sterke sociale structuur, veel mensen die hun gezondheid als goed beoordelen, met een grote vertegenwoordiging van gevestigde partijen en hoge verkiezingsopkomsten, ondanks dat er geen sprake is van een hoog opleidingsniveau.20 Daarnaast worden sommige gemeenten in met name het noorden van IJsselland gekenmerkt door een sterke religieuze inslag: gemeenten als Kampen, Staphorst en Zwartewaterland kennen dorpen of kernen met
22
Rijksuniversiteit Groningen
een relatief hoog aantal bevindelijk gereformeerden (als onderdeel van de zogenoemde Biblebelt). Tegelijkertijd spelen lokale identiteiten binnen gemeenten een belangrijke rol. Zo zijn er grote verschillen tussen naburige dorpen, die vaak hun eigen gebruiken, tradities en sociale structuren hebben. Lokale binding is daarmee niet alleen op gemeentelijk niveau, maar ook op het niveau van dorpen en buurtschappen diep verankerd. Deze sterke lokale binding staat in contrast met de afstand tot Den Haag of de Randstad die veel inwoners van de regio ervaren. Sommige respondenten benadrukken in dit opzicht het plattelandskarakter, dat zich onder andere aftekent in de relatief grote boerengemeenschap in de regio.21
Deel II Extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
Het diverse karakter van IJsselland heeft invloed op het fenomeen extremisme in de regio. Dit zal duidelijk worden in de volgende paragrafen, waarin we eerst het algemene beeld uiteenzetten om vervolgens te focussen op de verschillende vormen van extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust.
Het fenomeen in vogelvlucht Extremisme komt in IJsselland slechts beperkt voor. Tegelijkertijd is het een dynamisch, veelzijdig en onvoorspelbaar fenomeen. Sinds de coronapandemie is in de regio een toename in maatschappelijke onrust waarneembaar, wat in sommige gevallen aanleiding kan geven tot extremistische gedragingen. Dit wordt in de v olgende paragrafen besproken. Jaar
Aantal wegingen
Aantal casussen
2018
17
7
2019
10
6
2020
5
3
2021
6
10
2022
14
5
2023
14
6
Tabel 1 Aantal weegploegen en casustafels in IJsselland 2018-2023
Het beperkte karakter van het fenomeen blijkt in de eerste plaats uit het aantal zogeheten ‘weegploegen’ en ‘casustafels’ in de regio (zie tabel 1).22 In de weegploeg bespreken de bij de lokale aanpak betrokken partijen serieuze signalen omtrent radicaliserende individuen. Dit betrof in IJsselland vijf tot zeventien personen per jaar in de periode van 2018 tot 2023. De casustafels betreffen het aantal individuen dat na duiding door de betrokken partijen als casus overblijft en waarop een persoons gerichte aanpak geformuleerd wordt (zie hiervoor verder deel III). Dit ging in IJsselland om maximaal tien personen per jaar, waarbij moet worden opgemerkt dat een (onbekend) aantal gevallen doorlopende casuïstiek betreft en het daadwerkelijke aantal individuen dus lager ligt. De politiedata over 2023-2024 laten een vergelijkbaar beeld
zien. In 2023 stelde de politie negen zogeheten ‘CTER-intelligencerapporten’ op over radicaliserende individuen en in de periode januari tot en met april 2024 waren dit er zeven. De bevindingen uit andere bronnen en interviews met professionals die werkzaam zijn op dit terrein in de regio, onderschrijven het beeld dat het aantal daadwerkelijke extremistische actoren en gedragingen de afgelopen jaren beperkt is gebleven. Hierbij moet wel de kanttekening worden geplaatst dat dit de gevallen betreft die bij de betrokken instanties en professionals in beeld zijn of die in openbare bronnen opduiken. Het daadwerkelijke aantal actoren en gedragingen kan hoger zijn. In de casuïstiek is in de loop van de onderzochte periode een duidelijke ontwikkeling waarneembaar die op hoofdlijnen aansluit bij landelijke trends. In de jaren vanaf 2014 speelden er met name een aantal zaken op het gebied van het wereldwijde jihadisme, wat tot 2020 ook de belangrijkste focus was binnen de lokale aanpak.23 Gedurende de onderzochte periode kwamen er met enige regelmaat jihadistische casussen en incidenten voor, en in de afgelopen jaren constateren we zelfs weer een bescheiden toename, die met name te wijten is aan zogeheten ‘terugkeerders’ uit Syrië. Tegelijkertijd zien we andere vormen van radicalisering en extremisme in IJsselland aan de oppervlakte komen.
Dit is met name het geval sinds het uitbreken van de coronapandemie, die respondenten omschrijven als een ‘vliegwiel’ waardoor ‘tegenstellingen zijn gaan toenemen’, ‘mensen harder zijn in hun standpunten en extremer in hun uitingen’ en waarna ‘het nooit meer rustig is geweest in dit [politie]district.’24 Sinds de coronapandemie zien we dan ook een verscheidenheid aan problematiek in de regio. Waar links protest toenam maar vooral activistisch bleef en zich dus begaf binnen de wettelijke kaders, kent de regio de afgelopen jaren een aantal casussen van rechts-extremisme. De politie stelde tussen januari 2023 en april 2024 bijvoorbeeld zes intelligencerapporten op over mogelijk extreem rechtse individuen. Tegelijk bleef rechts-extremisme in de regio vooral onder de oppervlakte en uitte dit zich niet in serieuze incidenten. Wat vooral opvalt sinds de coronaperiode is een sterke toename in uitingen van maatschappelijk onbehagen, vaak gericht tegen de overheid op zowel landelijk als lokaal niveau. Er vonden de afgelopen jaren veel demonstraties en protestacties plaats omtrent uiteenlopende onderwerpen, variërend van het coronabeleid en de stikstofproblematiek tot klimaat, asiel, sinterklaasintochten en de Gaza-oorlog. Cijfers van de gemeente Zwolle laten bijvoorbeeld zien dat het aantal aangemelde demonstraties in de stad meer dan verdubbelde sinds het uitbreken
23
Fenomeenanalyse extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland
van de pandemie: van 47 in de periode 2016-2019 naar 110 in de periode 2020-2023. Deze ‘demonstratiewoede’, zoals een van de respondenten het omschreef, kan tot uiting komen in relatie tot specifieke thema’s, maar moet gezien worden als uiting van bredere antioverheidssentimenten en gevoelens van maatschappelijke onbehagen.25 Deze ongenoegens komen naar voren in diverse vormen van (legitiem) activisme, maar leiden in sommige gevallen tot wetsovertredingen of zelfs geweld. Ook komen deze ongenoegens tot uiting in een toenemend aantal burgers dat zich wil onttrekken aan de overheid of de samenleving als geheel en een leven nastreeft als autonome of soevereine mensen. Geïnspireerd door complotconstructies over een ‘kwaardaardige elite’ kan van hun narratief een ondermijnende werking uitgaan. Zolang het gedachtegoed niet leidt tot buitenwettelijke handelingen, voldoen soevereinen niet aan de definitie van extremisme zoals gehanteerd in dit onderzoek. Dat is wel het geval voor de kleine minderheid die een gewelddadige confrontatie met de overheid voorbereidt, zoals de in de inleiding genoemde casus in IJsselland. Deze casus illustreert dan ook de bredere observatie dat de toenemende antioverheidssentimenten en gevoelens van onbehagen kunnen resulteren in radicalisering en extremistische gedragingen.
Dit is niet noodzakelijk het geval en we moeten ervoor waken protestbewegingen te criminaliseren – integendeel, zij vervullen belangrijke functies in de Nederlandse democratie. Tegelijkertijd plaatst deze observatie een kanttekening bij de stelling dat extremisme in IJsselland een beperkt fenomeen is. De opkomst van antioverheidsextremisme, in combinatie met toenemende maatschappelijke onrust, is dan ook de voornaamste trend in het extremistische landschap in IJsselland, zoals wordt bevestigd door de data van het ZVH en de politie en door vrijwel alle respondenten. Daar komt bij dat het fenomeen de afgelopen jaren zeer diffuus is. Er zijn opvallende verschillen zichtbaar binnen de regio, zoals tussen stedelijke en landelijke gebieden. De ideologische kaders van extremisten zijn daarnaast weinig vastomlijnd en soms moeilijk te onderscheiden van persoonlijke motivaties of zorgproblematiek. Formele organisaties hebben plaatsgemaakt voor losse netwerken in offline en online contexten die vaak de regiogrenzen overschrijden. Er is kruisbestuiving tussen verschillende netwerken en individuen schakelen tussen protestbewegingen op verschillende thema’s: coronasceptici nemen deel aan boerenprotesten of verzet tegen asielzoekerscentra (azc’s) en sluiten zich vervolgens aan bij soevereinennetwerken.
Dit maakt dat het fenomeen nu ‘ongrijpbaarder’ is, aldus een van de professionals, waarbij anderen aangeven dat de ‘diffuusheid
24
Rijksuniversiteit Groningen
van de dreigingen’ tot zorgen en vragen leidt.26 In combinatie met toenemende maatschappelijke onrust leidt de veelzijdigheid en onvoorspelbaarheid van radicalisering en extremisme in IJsselland in de afgelopen jaren tot de conclusie dat het fenomeen, ondanks de beperkte omvang die het vooralsnog heeft, zeer serieus moet worden genomen.
Vormen van extremisme, radicalisering en maatschappelijke onrust in IJsselland In de volgende paragrafen werken we het zojuist geschetste algemene beeld verder uit. Eerst zoomen we in op specifieke verschijningsvormen van extremisme in IJsselland op basis van de vier eerder omschreven categorieën. Naast religieus, rechts-, links- en antioverheids extremisme besteden we apart aandacht aan invloed van internationale ontwikkelingen op IJsselland, omdat deze de afgelopen jaren herhaaldelijk hebben geleid tot spanningen. Bij iedere categorie bespreken we (eventuele) extremistische actoren en incidenten, maar gaan we indien relevant ook in op de bredere context van activisme en maatschappelijke onrust.