CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van zienswijzen BP Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum d.d. 08-02-2022 - GEANONIMISEERD.docx

Raad Besluitvormingsronde 7 maart 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum12.402 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bericht

Ruimtelijke Planvorming Telefoon (038) 498 2097 postbus@zwolle.nl

Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum Nota van zienswijzen

Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

1

Inleiding

Datum

Het ontwerpbestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum heeft met ingang van 30 november 2021 tot en met 10 januari 2022 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen in het informatiecentrum van het stadskantoor Lübeckplein 2 te Zwolle. Deze ter inzagelegging met de vermelding van de mogelijkheid om schriftelijk of mondeling een zienswijze bij de gemeenteraad kenbaar te maken, is op 29 november 2021 gepubliceerd in de Staatscourant en in het Gemeenteblad. Tevens was het ontwerpbestemmingsplan digitaal in te zien op de website www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/?planidn=NL.IMRO.0193.BP20004-0003 De bronbestanden waren beschikbaar via http://ro.zwolle.nl/plans/NL.IMRO.0193.BP18018-/NL.IMRO.0193.BP20004-0003/ Een ieder kon op een computer in het informatiecentrum het digitale plan raadplegen. Daarnaast zijn de vooroverleginstanties in kennis gesteld van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Tegen het ontwerp van het bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum zijn 13 schriftelijke zienswijzen naar voren gebracht. Er zijn geen mondelinge zienswijzen naar voren gebracht. Ontvankelijkheid van de zienswijzen De zienswijzen zijn tijdig ingediend, zodat wordt voorgesteld om ze ontvankelijk te verklaren.

2/33

Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

2

Behandeling zienswijzen

Datum

Wij hebben de zienswijzen puntsgewijs samengevat en vervolgens van commentaar voorzien. De nummering van de zienswijzen en de volgorde van behandeling is willekeurig.

2.1

Zienswijze 1

2.1.1

Samenvatting zienswijze De indiener vindt de afstand van het zuidpaviljoen tot het bestaande appartementengebouw te klein en de maximale bouwhoogte te hoog. Dit leidt volgens indiener tot vermindering van bezonning/daglicht op ramen en buitenruimte en uiteindelijk tot minder woongenot. Reactie gemeente Belangrijke opgave bij de uitbreiding van het winkelcentrum Stadshagen is het vergroten van de verblijfskwaliteit van het centrum. Dit gebeurt allereerst door het toevoegen van een divers programma, maar ook ruimtelijke aspecten dragen daar in belangrijke mate aan bij. Een van de onderdelen is realisatie van een centrale pleinruimte waar het bestaande en de uitbreiding van het winkelcentrum bij elkaar komen. Om een kwalitatief hoogwaardig plein te realiseren is aan de zuidzijde van het plein een paviljoen gesitueerd. Deze creëert een levendig programma aan alle zijden van het plein, maar realiseert ook een omsloten pleinruimte wat de verblijfskwaliteit versterkt en het verblijfscomfort vergroot omdat het de bestaande windoverlast vermindert. Het bouwvlak van het zuidpaviljoen is gesitueerd op een afstand van 9 meter vanaf de rooilijn (op maaiveld) van het bestaande appartementengebouw. De bouwhoogte is maximaal 10 meter. De situering en bouwmassa van het paviljoen zijn stedenbouwkundig zorgvuldig afgewogen ten opzichte van de bestaande en nieuwe bebouwing van het winkelcentrum.

Het bouwvlak van het zuidpaviljoen heeft effect op een beperkt aantal woningen op de tweede en derde bouwlaag van het appartementengebouw. De situering van het paviljoen heeft een beperkt effect op de bezonning op ramen en buitenruimte van deze woningen. Schaduwwerking treedt alleen op in (late) middagen in de periode voor- en najaar. Hierdoor is geen sprake van een onevenredige aantasting van bezonning op bestaande ramen en buitenruimte. Gezien de afstand van minimaal 9 meter tot het paviljoen, de beperkte invloed op bezonning en de reeds bestaande stedelijke situatie van het winkelcentrum kan niet worden gesteld dat er sprake is van een onevenredige afbreuk van de woonsituatie ten opzichte van de bestaande situatie.

2.1.2

Samenvatting zienswijze Graag willen we zien dat de bereikbaarheid van ons Gebouw Amber blijft zoals het nu is. Dus voor de Brandweer, Ambulance, Taxi, laden en lossen bij verhuizingen. En zeker ook invalideparkeerplaatsen.

3/33

Datum Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum Reactie gemeente Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw moet voldaan worden aan de eisen die het Bouwbesluit of diens opvolger (het Besluit Bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt ten aanzien van de bereikbaarheid van de hulpverleningsdiensten, waaronder de brandweer. Bij de aanvraag moet ook een brandoverslagberekening zitten. De bereikbaarheid voor hulpdiensten naar, onder andere, het gebouw Amber blijft geborgd, ongeacht of het nu een voetgangersgebied betreft of niet. Of anders gezegd, hulpdiensten kunnen tot/nabij de ingang komen en worden nauw betrokken bij de inrichting van de openbare ruimte/voetgangersgebied. Gehandicaptenparkeerplaatsen worden conform normering en behoefte aangewezen in de naaste omgeving.

2.1.3

Samenvatting zienswijze Mocht het besluit zijn dat het paviljoen er wel komt graag rekening houden met afvoerrookkanaal dat deze niet staat op onze balkons. Reactie gemeente Het paviljoen moet na realisatie voldoen aan de bepalingen in het Activiteitenbesluit of diens opvolger. Dat is het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Daardoor mag er geen geuroverlast veroorzaakt worden. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan met een luchtwasser of andere gelijkwaardige oplossingen. Als overlast veroorzaakt wordt kan hierover een melding worden gedaan, waarna tot handhaving over kan worden gegaan.

2.2

Zienswijze 2

2.2.1

Samenvatting zienswijze: De indiener vindt de bouwhoogte en afmetingen van het zuidpaviljoen te groot. Dit leidt volgens indiener tot vermindering van bezonning/daglicht en versterking van windoverlast. Reactie gemeente: Voor wat betreft de bouwhoogte, afmetingen en bezonning wordt kortheidshalve verwezen naar de beantwoording van zienswijze 2.1.1. Ten aanzien van windoverlast heeft adviesbureau Deerns Nederland BV een CFDonderzoek gedaan naar het windklimaat op basis van een ontwerp van de beoogde uitbreiding van het winkelcentrum Stadshagen en hierbij de nieuwe situatie vergeleken met de bestaande situatie (zonder bebouwing). Hieruit blijkt dat met de uitbreiding van het winkelcentrum een geringe verbetering optreedt van het bestaande windklimaat. Er is dan ook zeker geen sprake van een verslechtering van het windklimaat ten opzichte van de bestaande situatie.

2.2.2

Samenvatting zienswijze De indiener maakt zich zorgen over de beperktere ruimte voor hulpdiensten ten aanzien van brandbestrijding en voor brandoverslag.

4/33

Datum Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

Reactie gemeente In inrichting van de buitenruimte is een inrichtingsvraagstuk dat buiten de reikwijdte van een bestemmingsplan valt. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw moet voldaan worden aan de eisen die het Bouwbesluit of diens opvolger het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) stelt ten aanzien van de bereikbaarheid van de hulpverleningsdiensten, waaronder de brandweer. Bij de aanvraag moet ook een brandoverslagberekening zitten. De bereikbaarheid voor hulpdiensten naar, onder andere, het gebouw Amber blijft geborgd, ongeacht of het nu een voetgangersgebied betreft of niet. Of anders gezegd, hulpdiensten kunnen tot/nabij de ingang komen en worden nauw betrokken bij de inrichting van de openbare ruimte/voetgangersgebied. Gehandicaptenparkeerplaatsen worden conform normering en behoefte aangewezen in de naaste omgeving. 2.2.3

Samenvatting zienswijze Het te hoge gebouw moet verwarmd worden, veel loze bovenruimte die de onkosten verwarming in de papieren laat lopen, verlicht overdag moet worden omdat het te donker binnen is. Niet aantrekkelijk en milieuonvriendelijk. Reactie gemeente Het Bouwbesluit bevat de technische eisen voor de bouw van een nieuw gebouw, inclusief eisen aan de energiezuinigheid. Bij aan aanvraag voor een omgevingsvergunning moet aangetoond worden of aan de eisen van het Bouwbesluit of diens opvolger het BBL wordt voldaan. Energiezuinigheid en/of milieuvriendelijkheid worden dus niet geregeld in een bestemmingsplan. Het aspect duurzaamheid wordt integraal meegenomen in de uitbreiding van het winkelcentrum. Niet alleen technische duurzaamheidsmaatregelen worden getroffen maar er wordt ook aangestuurd op duurzaam gedrag. Dit wordt onder andere gedaan door het stimuleren van duurzame stroom maar bijvoorbeeld ook door middel van het toepassen van een WKO-systeem met warmtepompen.

2.3

Zienswijze 3

2.3.1

Samenvatting zienswijze: De indiener vindt de nieuwbouw vanaf de Veldbeemdgras niet mooi en te groot in breedte en bouwhoogte. Dit leidt volgens indiener tot verslechtering van het uitzicht. Reactie gemeente: Om het bestaande winkelcentrum en de uitbreiding een eenheid te laten vormen was het uitgangspunt voor de uitbreiding dat de nieuwbouw in bouwmassa aansluit bij het bestaande winkelcentrum. De huidige situatie bestaat uit twee grote bouwblokken met een aantal hoogteaccenten. De uitbreiding sluit aan op dit ruimtelijke principe met overeenkomstige bouwhoogten. Hierbij is de situering van de hoogteaccenten zorgvuldig bepaald. Het stedenbouwkundig ensemble en het (voorlopig) ontwerp voor

5/33

Datum Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum de nieuwbouw is daarbij getoetst door de Welstands- en Monumentencommissie en er is positief geadviseerd. Het uitzicht vanuit de woning van de indiener verandert en de bebouwing van het winkelcentrum komt dichterbij, van circa 95 naar minimaal circa 65 meter. Daarbij wordt de inrichting van het tussenliggende gebied met groenstroken, fietspad en watergang aan de zijde van het winkelcentrum opgewaardeerd ten opzichte van de bestaande tijdelijke situatie. Gezien de stedelijke omgeving kan gesproken worden over een grote afstand tot de nieuwbouw en gezien het opwaarderen van de tussenliggende openbare ruimte is geen sprake van onevenredige aantasting van het woongenot ten opzichte van de bestaande situatie.

2.3.2

Samenvatting zienswijze Is er ook nagedacht over de mogelijke waardedaling? Reactie gemeente In artikel 6.1. Wro is bepaald dat degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een bestemmingsplan, een tegemoetkoming wordt toegekend, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd. De Wro bevat geen verplichting om vooraf een onderzoek naar eventuele planschade te doen. De aanvraag moet gedaan worden binnen vijf jaar na het moment waarop het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden.

2.4

Zienswijze 4

2.4.1

Samenvatting zienswijze: De indiener vindt de afstand van het zuidpaviljoen tot het bestaande appartementengebouw te klein en de maximale bouwhoogte te hoog. Dit leidt volgens indiener tot vermindering van bezonning op ramen en buitenruimte en uiteindelijk tot minder woongenot. We willen niet op gelijke hoogte komen te zitten met personen die in het paviljoen zitten. Reactie gemeente: Kortheidshalve wordt voor de beantwoording verwezen naar de reactie op zienswijze 1. Voorts ligt in de ontwikkeling van hogere gebouwen besloten dat op sommige plekken inkijk over en weer kan ontstaan. Dat ontstaat ook op maaiveldniveau met woningen die dicht bij de openbare weg liggen en waar mensen vanaf maaiveld een woning in kunnen kijken. Gelet op de afstanden is er geen sprake van onevenredige aantasting van het woongenot. Er bestaat in Nederland geen recht op vrij uitzicht, hetgeen te meer het geval is in een verstedelijkte omgeving. Dat is vaste jurisprudentie/rechtspraak van de Raad van State. In voorkomende gevallen kan een beroep worden gedaan op de planschaderegeling van artikel 6.1 Wro. Als daartoe een aanvraag wordt gedaan, zal in een separate procedure worden vastgesteld of en in hoeverre een vergoeding kan worden toegekend. 6/33

Datum Titel

2.4.2

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum Samenvatting zienswijze Graag rekening houden met afvoer- rookkanaal zodat deze niet op onze balkons slaat. Reactie gemeente Het paviljoen moet voldoen aan de bepalingen in het Activiteitenbesluit of diens opvolger (het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)), waardoor geen geuroverlast veroorzaakt mag worden. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan met een luchtwasser of andere gelijkwaardige oplossingen. Als overlast veroorzaakt wordt kan hierover een melding worden gedaan, waarna tot handhaving over kan worden gegaan.

2.4.3

Samenvatting zienswijze Graag willen we ook zien dat de bereikbaarheid van gebouw Amber blijft zoals het nu is. Dus voor de brandweer, ambulance, taxi, laden en lossen bij verhuizingen en zeker ook invalideparkeerplaatsen. Reactie gemeente Kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie van de gemeente op zienswijze 2.2.2.

2.4.4

Samenvatting zienswijze Tevens daalt mijn woning in waarde. Reactie gemeente In artikel 6.1. Wro is bepaald dat degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een bestemmingsplan, een tegemoetkoming toe wordt toegekend, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd.

2.5

Zienswijze 5

2.5.1

Samenvatting zienswijze De indiener vindt de afstand van het zuidpaviljoen tot het bestaande appartementengebouw te klein en de maximale bouwhoogte te hoog. Dit leidt volgens indiener tot vermindering van uitzicht, privacy (inkijk) en bezonning. Daarbij leidt het paviljoen volgens indiener tot windoverlast. De indiener vindt daarnaast het hoogteaccent van 35 meter aan zuidzijde van het bouwblok te hoog. Dit leidt volgens indiener tot vermindering van bezonning op bestaande woningen. Reactie gemeente Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 2.1.1. Ten aanzien van hogere bouwaccenten was het uitgangspunt voor de uitbreiding dat de nieuwbouw in bouwmassa (grootte en bouwhoogte) aansluit bij het bestaande winkelcentrum met als doel om het bestaande winkelcentrum en de uitbreiding een eenheid te laten vormen. De huidige situatie bestaat uit twee grote bouwblokken met een aantal hoogteaccenten. De uitbreiding sluit aan op dit ruimtelijke principe met 7/33

Datum Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum overeenkomstige bouwhoogten. Hierbij is de situering van de hoogteaccenten zorgvuldig bepaald ten opzichte van het bestaande. Aan zuidzijde van het bouwblok van de nieuwbouw bevindt zich een hoogteaccent van maximaal 35 meter. Dit gebouwonderdeel bevindt zich op een afstand van circa 40 meter ten noordwesten van de woning van de indiener. Dit betekent dat er voor de indiener slechts zeer gering sprake is van minder bezonning op ramen en buitenruimte ten opzichte van de bestaande situatie. Gezien de stedelijke omgeving afstand tot het hoogteaccent van de nieuwbouw is geen sprake van onevenredige aantasting van de woonsituatie van de indiener. Voorts ligt in de ontwikkeling van hogere gebouwen besloten dat op sommige plekken inkijk over en weer kan ontstaan. Dat ontstaat ook op maaiveldniveau met woningen die dicht bij de openbare weg liggen en waar mensen vanaf maaiveld een woning in kunnen kijken. Gelet op de afstanden is er geen sprake van onevenredige aantasting van het woongenot. Er bestaat in Nederland geen recht op vrij uitzicht, hetgeen te meer het geval is in een verstedelijkte omgeving. Dat is vaste jurisprudentie/rechtspraak van de Raad van State. In voorkomende gevallen kan een beroep worden gedaan op de planschaderegeling van artikel 6.1 Wro.

Als daartoe een aanvraag wordt gedaan, zal in een separate procedure worden vastgesteld of en in hoeverre een vergoeding kan worden toegekend.

2.5.2

Samenvatting zienswijze Wat gebeurt er met de afzuiging van de eventuele kook en bakluchten? Reactie gemeente Het paviljoen moet voldoen aan de bepalingen in het Activiteitenbesluit of diens opvolger (het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)), waardoor geen geuroverlast veroorzaakt mag worden. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan met een luchtwasser of andere gelijkwaardige oplossingen. Als overlast veroorzaakt wordt kan hierover een melding worden gedaan, waarna tot handhaving over kan worden gegaan.

2.5.3

Samenvatting zienswijze Wat gebeurt er met de geluidsoverlast, vlak voor de deur, van de bewoners van de Belvédèrelaan, zeker in de avonduren?

Reactie gemeente In de toelichting van het bestemmingsplan is hierover opgenomen: ‘Voor de woningen ten oosten van het plangebied is sprake van functiemenging. Direct naast of onder deze woningen is sprake van bedrijfsactiviteiten. In het winkelcentrum worden naast wonen ook andere functie toegelaten zoals horeca, detailhandel, cultuur en/of lichte bedrijvigheid geschikt voor functiemening. Omdat hier sprake is van functiemenging zijn de richtafstanden volgens de VNG-publicatie (Bedrijven en milieuzonering, 2009) niet van toepassing.’ 8/33

Datum Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

Het is beter om te spreken over een uitbreiding van het gebied, waarin functiemenging wordt toegepast. In een gebied waar dit wordt toegepast zijn de richtafstanden inderdaad niet van toepassing, in plaats daarvan wordt met een Staat van Bedrijfsactiviteiten bepaald welke activiteiten in een gebied zijn toegestaan. Met een letter wordt hierin aangegeven onder welke voorwaarde dit mogelijk is. Het paviljoen valt binnen categorie A, wat betekent dat deze activiteiten zodanig weinig milieubelastend zijn dat deze aanpandig aan woningen uitgevoerd kunnen worden. De afstand tussen het paviljoen en de dichtstbijzijnde bestaande woningen is (op basis van ruimtelijkeplannen.nl) in een bandbreedte van 5 tot 10 meter. Hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden van de VNG. Het paviljoen moet daarnaast na realisatie voldoen aan de bepalingen in het Activiteitenbesluit of diens opvolger (het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)), waardoor geen geuroverlast veroorzaakt mag worden. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan met een luchtwasser of andere gelijkwaardige oplossingen. Als overlast veroorzaakt wordt kan hierover een melding worden gedaan, waarna tot handhaving over kan worden gegaan.

2.6

Zienswijze 6

2.6.1

Samenvatting zienswijze: De indiener vindt de hoogte van het zuidpaviljoen onaanvaardbaar hoog. Dit leidt volgens indiener tot mogelijke overlast van de horeca vermindering van uitzicht en bezonning, toename van windoverlast en uiteindelijk vermindering van het woongenot. Reactie gemeente: Kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie van zienswijze 2.1.1, 2.4.1 en 2.5.3.

2.6.2

Samenvatting zienswijze Er treedt mogelijk overlast op door schittering zonlicht op de glazen wand van het zuidpaviljoen Reactie gemeente Door de positie van het paviljoen ten opzichte van het appartement van appellant kan in slechts zeer beperkt sprake zijn van weerkaatsing van zonlicht via het paviljoen op de woning. Daardoor is geen sprake van onevenredige aantasting van het woongenot.

2.7

Zienswijze 7

2.7.1

Samenvatting zienswijze De laad- en losweg (heen en terug), aan de buitenkant van de toekomstige winkels, dicht langs onze woningen. Vanwege het vele zwaar verkeer dreigt lawaai overlast en dat leidt tot een minder goede leefomgeving. Reactie gemeente

9/33

Datum Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum Bij de ontwikkeling van de wijk Stadshagen is vanaf het begin rekening gehouden met een winkelcentrum van bepaalde omvang passend bij het aantal inwoners van de wijk. De wijk is inmiddels zodanig gegroeid dat de geplande vervolgfase gewenst is. Voor deze geplande uitbreiding is al in het bestemmingsplan Stadshagen uit 1995 ruimte gereserveerd in de driehoek tussen de Overtoom, de Duiker en de Belvédèrelaan. Deze informatie is via de geëigende kanalen openbaar beschikbaar en bekend. De verkeers- en vervoersstromen (waaronder laden en lossen) behorende bij een winkelcentrum, worden zo optimaal en veilig mogelijk te georganiseerd. Dat gebeurt deels inpandig en deels onder het gebouw. De voor de hand liggende plek voor laden en lossen, is aan de rand van het voetgangersgebied nabij de winkels. Juist om de overlast voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer (inclusief vrachtwagens) is onderzocht in het akoestisch onderzoek dat door adviesbureau Sweco is uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat de geluidbelasting van wegverkeer op deze woningen maximaal 41 dB is (zie pagina 21 van het akoestisch onderzoek). Dit is ruim onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder.

Dit betekent dat de geluidbelasting voldoet aan de normen die hiervoor gelden, en dat geen maatregelen nodig zijn.

2.7.2

Samenvatting zienswijze De indiener vindt het hoogteaccent van 35 meter aan zuidzijde van het bouwvlak te hoog. Dit leidt volgens indiener tot vermindering van bezonning. Reactie gemeente De nieuwbouw heeft een gering effect op de bezonning op de woning van indiener. De woning bevindt zich ten westen van het winkelcentrum, waardoor het effect alleen plaatsvindt in de (vroege) ochtenden, met name in de periode voor- en najaar. Hierdoor is geen sprake van een onevenredige aantasting van bezonning op de gevel van de woning.

2.8

Zienswijze 8

2.8.1

Samenvatting zienswijze De indiener is van mening dat de bebouwing naar het noorden moet worden opgeschoven om meer ruimte te creëren voor het centrale plein en de afstand tot de bestaande bebouwing te vergroten. De indiener vindt daarnaast de bebouwingshoogte tot 35 meter te hoog en vindt het Zuidpaviljoen niet passend op deze plek. Dit leidt volgens indiener tot vermindering van het woongenot en tot meer hittestress. Reactie gemeente Kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie van de gemeente op zienswijze 2.1.1. en 2.4.1.

10/33

Datum Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum De suggestie van indiener om het volledige plan te verschuiven naar het noorden is geen optie. Aan noordzijde (zijde Overtoom) sluit de rooilijn van de bebouwing aan op de voorgevelrooilijn van de bestaande bebouwing. Ook is aan deze zijde ruimte gereserveerd voor logistiek, maaiveld parkeren, inpassing van het bestaande fietspad en groen. Klimaatadaptatie is voor de gemeente Zwolle een belangrijk thema voor de uitbreiding van het winkelcentrum. Een van de onderdelen is het verminderen van hittestress. De bestaande situatie aan de Belvédèrelaan scoort zeer slecht op het onderdeel hittestress. De openbare ruimte aan deze zijde van het winkelcentrum bestaat momenteel uit een groot asfaltoppervlak met geparkeerde auto’s, er zijn geen bomen die verkoeling geven of gebouwen die zorgen voor schaduwplekken op middagen. In de geplande maaiveldinrichting van de uitbreiding wordt daarom bewust zo veel mogelijk groen toegevoegd (bomen en overige beplanting) om hittestress te verminderen. Dit zorgt juist voor een grote verbetering ten opzichte van de bestaande situatie.

2.8.2

Samenvatting zienswijze Op de plankaart staat het zuidpaviljoen op een vreemde plaats ingetekend. Op de kaart blokkeert het gebouw namelijk de in- en uitrit van de openbare parkeergarage, die onder het huidig winkelcentrum gevestigd is. Deze garage bevat ook de privéparkeerplaats van adressant. Gelet op het plan met bijbehorende plankaart wordt het verkeerstechnisch een lastig verhaal. Reactie gemeente De in-/uitrit van de huidige parkeergarage onder het bestaande winkelcentrum blijft gehandhaafd en zal in de nieuwe situatie ook bereikbaar blijven. Het betreft het vlak met een bestemming Centrum-3 van het ontwerpbestemmingsplan. De bestemming Centrum-3 voorziet ook in mogelijkheden voor wegen en paden. Bij de uitwerking en inrichting zal de bestaande garage via het maaiveld te allen tijde goed bereikbaar zijn en blijven.

2.9

Zienswijze 9

2.9.1

Samenvatting zienswijze Mijn bedrijf dat zich richt op het onderhoud, reparatie en verkoop van fietsen is straks niet meer bereikbaar voor klanten op de fiets. Daardoor is het uitbaten van een rijwielzaak aan de Belvédèrelaan 239 onder dit gewijzigde bestemmingsplan economisch niet meer haalbaar of wordt tenminste zeer beperkt. Ook blijkt uit de stukken niet dat er vanwege de verkeersveiligheid dwingende redenen zijn de Belvédèrelaan op dat stuk fietsvrij te maken. Reactie gemeente De inzet is het winkelcentrum uit te breiden en dan zodanig dat de uitbreiding een eenheid vormt met het bestaande winkelcentrum en de ruimte, het plein tussen bestaand en nog te bouwen winkelcentrum, een aantrekkelijk en comfortabel verblijfshart wordt voor bezoekers en bewoners van het winkelcentrum. De rand van het 11/33

Datum Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum huidige winkelcentrum, waar u nu gevestigd bent, wordt na uitbreiding onderdeel van het voetgangersbied. Onderdeel van een aantrekkelijk en comfortabel verblijfshart is dat gestimuleerd wordt fietsen aan de randen van de voetgangerszone te parkeren. U winkel blijft daarbij altijd bereikbaar voor fietsers en voetgangers.

2.9.2

Samenvatting zienswijze Ik verzoek met klem het plan aan te passen zodat de bevoorradingsroute via de Overtoom / Belvédèrelaan doorloopt tot tenminste de Belvédèrelaan 239 (mijn winkel). Mijn winkel wordt bevoorraad met vrachtwagens en/of bestelwagens met fietsen in doos. Reactie gemeente De winkel zal ook in de nieuwe situatie bereikbaar zijn voor bevoorrading met vrachtwagens en/of bestelwagens. Vergelijkbaar met de situatie in de binnenstad zullen daarvoor venstertijden worden gehanteerd, om zo de openbaar ruimte zo optimaal mogelijk te kunnen gebruiken. In overleg met de winkeliersvereniging worden afspraken gemaakt over bevoorrading op tijdstippen dat het niet druk is met voetgangers in het gebied.

2.10

Zienswijze 10

2.10.1

Samenvatting zienswijze Wij missen een belangrijke sector in het bestemmingsplan en dat is de sector dienstverlening. Ik ben eigenaar van de organisatie Whair Kappers en wij vallen onder deze sector. In het plan dat er nu ligt is er geen enkele vorm van aandacht/bescherming voor onze sector. Onzes inziens is dit niet correct en wenselijk. Reactie gemeente Dienstverlening wordt specifiek toegestaan in de bestemmingen Centrum 1, 2 en 3 en maakt dus, naast detailhandel en horeca, nadrukkelijk onderdeel uit van het commerciële programma. Het begrip dienstverlening is in artikel 1.25 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan gedefinieerd als: “het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij, het publiek rechtstreeks al dan niet via een balie te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen internetcafés, pick-up point, kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting”. Een kapperszaak wordt nadrukkelijk genoemd als voorbeeld van een branche die tot het begrip dienstverlening wordt gerekend. Mede ten behoeve van de invulling van de ruimtes van het nieuwe gedeelte zal een branche adviescommissie (Bac) worden opgericht.

Dit om afstemming met het bestaande deel van het winkelcentrum, in relatie tot de invulling van winkels, horeca en commerciële dienstverlening in het nieuwe deel, zo goed mogelijk te waarborgen. 12/33

Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

2.11

Zienswijze 11

2.11.1

Samenvatting zienswijze Meer dan 12 jaar geleden werd de overlast van de "sluiproute" al onderkend. In 2010 werd - na het nemen van maatregelen - zo'n 250 doorrijders geteld (per dag) die gebruik maakte van de sluiproute en het "doseersysteem" voor lief namen. In de bijlage is een krantenartikel uit 2010 opgenomen waarin de overlast wordt bevestigd. Het aangehaalde onderzoek in het bestemmingsplan stelt dat de parkeergarage route onaantrekkelijk is voor sluipverkeer, echter onderbouwing waarom dat ontbreekt. Het rapport "Verkeersknip Stadshagen" onderbouwt en onderstreept, wat de bewoners van de appartementen boven de parkeergarage dagelijks zien, horen en overlast van hebben. Het betreft zowel de verkeersonveiligheid als de overlast die de doorrijders veroorzaken. De tellingen van Corio zijn uit een periode waarin Stadshagen significant minder bewoners telde dan nu het geval is. Door de geplande groei van Stadhagen zal ook de overlast nog evenredig toenemen. Het bestemmingsplan komt hierin niet tegemoet en is in Hoofstuk 3 paragraaf 3 op verkeerde aannames gebaseerd. Het bestemmingsplan zoals het er nu ligt voorziet niet in een oplossing van de "weeffout".

2.11.2

Reactie gemeente Eén van de uitgangspunten die zijn gehanteerd tijdens het verkeersonderzoek is het verkeersmodel van de gemeente Zwolle. Bij het modelleren worden de toekomstige verkeerscijfers geprognotiseerd. Het verkeersmodel is ook voorzien van eventuele fysieke beperkingen. Eén van de beperkingen is de fysieke afsluiting zodat er geen sprake is van doorgaand (sluip)verkeer noord-zuid vice versa. In de gebruiksfase na aanleg van de stedelijke uitbreiding zal, los van de huidige situatie en voorgeschiedenis, een (nader uit te werken) fysieke knip aanwezig zijn om doorgaand (sluip)verkeer te voorkomen. De figuren 3-3 en 3-4 (overzicht parkeerfaciliteiten) laten ook geen doorgaande verbinding voor autoverkeer zien.

2.11.3

Samenvatting zienswijze In het uitbreidingsplan zoals het nu gepresenteerd is, is er geen veilige en fatsoenlijke aan en uitrij mogelijkheid aan de Belvédèrelaan gepland (deze ontbreekt in zijn geheel). In combinatie met het al gestelde zal de onveiligheid, overlast en verkeersdrukte alleen maar toenemen rondom het centrum en de parkeergarage. Hierin is niet voorzien.

Datum

Reactie gemeente Er is in de gebruiksfase sprake van een fysieke knip. Het verkeer wat gebruik maakt van de verschillende parkeerfaciliteiten zal op een veilige wijze daar gebruik van kunnen maken, en het verkeer zal op een passende en gebruikelijke manier worden afgewikkeld (het onderzoeksrapport geeft aan dat de verkeersaantallen in het drukste uur niet leiden tot afwikkelingsproblemen). Bij de uitwerking (ontwerp) van de inrichting zal binnen de kaders Verkeersveiligheid worden gewerkt door gebruik te maken van landelijke CROW-richtlijnen (‘verkeersveiligheid vooraf’).

13/33

Datum Titel

2.11.4

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum Samenvatting zienswijze De tellingen waarop het bestemmingsplan zich op beroept onder Hoofdstuk 3 paragraaf 3, zijn niet representatief vanwege; a. de Corona problematiek b. op moment van schrijven hebben de kersverse bewoners van de Duiker ook door dat er gratis geparkeerd kan worden in de parkeergarage. Dit is niet meegenomen in de onderzoeken van Sweco. Reactie gemeente Er is geen gebruik gemaakt van tellingen die zijn uitgevoerd tijdens de corona pandemie. Alle gebruikte tellingen binnen het verkeersonderzoek, zowel voor het bepalen van de verkeerscijfers en het parkeren, zijn van vóór de uitbraak van de pandemie. Dit is (voldoende) representatief materiaal om te gebruiken voor het verkeersonderzoek (en het beste wat er voorhanden is). De Kastanjetuin is voor wat betreft de parkeersituatie ‘zelfvoorzienend’.

2.12

Zienswijze 12

2.12.1

Samenvatting zienswijze Ten onrechte is de mogelijke supermarkt niet gemaximeerd. Verwezen wordt naar de aanbestedingsleidraad waarin is aangegeven dat de derde supermarkt in marktsegment aanvullend aan de bestaande supermarkten moet zijn. In de beleving van appellant moet dit een discountsupermarkt zijn en wordt voorgesteld het maximum wvo te bepalen op 1.200 m2 wvo. Reactie gemeente Een onderscheid tussen discountsupermarkten en full-service supermarkten mag in beginsel in een bestemmingsplan niet gemaakt worden, omdat dit niet ruimtelijk relevant is. Dit volgt uit vaste jurisprudentie van de RvS (o.a. zaaknummers: 201207404/1 en 201410474/1. Overigens kan er redelijkerwijs geen misverstand over bestaan dat Lidl hier een supermarkt zal realiseren, nu zij initiatiefnemer is en de grond gekocht heeft. Dat deze supermarkt complementair is, wordt niet in twijfel getrokken. Overigens zou ook in het theoretische geval dat er een andere supermarkt ter plaatse gevestigd worden er sprake is van een aanvullende supermarkt, nu daarvoor voldoende marktruimte is. Vanwege het feit dat het distributief planologisch onderzoek dat aan de aanbestedingsleidraad ten grondslag lag al wat ouder is, is ten behoeve van het bestemmingsplan opnieuw onderzoek gedaan. Dit betreft de Ecorys uitgevoerde laddertoets. Daarin is onderzocht welke planologische ruimte er is voor verschillende functies.

Uit dit onderzoek volgt dat:

14/33

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

Datum Titel

•

•

•

De distributieve ruimte voor dagelijkse detailhandel is berekend op ca. 2.850 m² wvo in 2021 en conform de prognoses groeit deze naar 4.850 m² wvo in 2026 en 5.500 m² winkelvloer in 2031. De distributieve ruimte voor niet-dagelijkse detailhandel is berekend op ca. 1.325 m² wvo in 2021 en conform de prognoses groeit deze naar 2.675m² wvo in 2026 en 3.000 m² wvo in 2031. De distributieve ruimte voor horeca is berekend op ca. 1.175 m² verhuurbaar oppervlak in 2021 en conform de prognoses groeit deze naar 1.550 m² verhuurbaar oppervlak in 2026 en 1.775 m² verhuurbaar oppervlak in 2031. Het programma dat de initiatiefnemers voor ogen hebben past ruimschoots binnen de behoefte zoals aangetoond in de Laddertoets. Het huidige programma behelst in totaal 5.575m² Bvo, wat ook in artikel 9.1 is opgenomen als toegestaan aantal vierkante meters voor commerciële voorzieningen. Het in artikel 9.1 sub a van de planregels opgenomen maximum oppervlakte van commerciële voorzieningen van 5.575m² Bvo kan op grond artikel 9.2 sub a middels een afwijking vergroot kan worden tot 6.900m² Bvo. Dit is gebaseerd op het aan de aanbestedingsleidraad ten grondslag liggende onderzoek van DTNP, waar in de formulebank methode een uitbreidingsruimte (2018-2028) is aangegeven van 5650 6900 m² bvo (toen al).

Hoewel uit het onderzoek van Ecorys blijkt dat de distributieve ruimte in 2031 nog groter is, is de afwijkingsmogelijkheid veiligheidshalve begrensd op maximaal 6.900m² Bvo. Wel moet geconstateerd worden dat in artikel 9.1 geen onderscheid gemaakt wordt in dagelijkse/ niet dagelijkse detailhandel en horeca. Om deze reden wordt artikel 9.1 sub a als volgt aangepast: “Het gebruik van de gronden/bouwwerken voor commerciële functies, mits in overeenstemming met de geldende bestemmingsregels, is toegestaan tot een totaal bruto-vloeroppervlakte van maximaal 5.575 m² bvo, waarbinnen maximaal 2850 m² wvo voor dagelijkse detailhandel; maximaal 1.325 m² wvo voor niet-dagelijkse detailhandel en maximaal 1.175 m² verkoopvloeroppervlakte voor horeca;” Deze metrages zijn gebaseerd op de door Ecorys in 2021 berekende marktruimte voor de betreffende sectoren. Artikel 9.2 sub a wordt om dezelfde reden eveneens aangepast en komt te luiden: “de maximaal toegestane bruto-vloeroppervlakte voor commerciële voorzieningen als bedoeld in 9.1 onder a tot maximaal 6.900m² bvo, waarbinnen maximaal 4.950 m² wvo voor dagelijkse detailhandel, maximaal 2.700 m² wvo voor niet dagelijkse detailhandel en maximaal 1.600 m² verkoopoppervlakte voor horeca.” Deze metrages zijn gebaseerd op de door Ecorys in 2031 berekende marktruimte voor de betreffende sectoren met een robuustheid/ zekerheidsmarge van 10%.

15/33

Datum Titel

2.12.2

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum Samenvatting zienswijze Het aspect parkeren is onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Reactie gemeente Namens appellant is gesteld dat het parkeren onzorgvuldig zou zijn voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Alvorens nader in te gaan op de stellingen van appellant, merkt de gemeente op dat thans uitsluitend een ontwerpbestemmingsplan ter beoordeling voorligt, niet een concrete bouwaanvraag. In artikel 11.1 van de planregels is geborgd dat wanneer er vergunning wordt verleend voor nieuwbouw, er voldoende parkeerplaatsen moeten zijn. Voor de vraag wat onder ‘voldoende’ moet worden verstaan, wordt verwezen naar het gemeentelijk beleid. Toepassing van dit beleid en daarmee beoordeling van de vraag of er voor een bouwplan voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn, vindt plaats in het kader van de vergunningverlening. Zoals gezegd gaat het thans niet om een concrete vergunningaanvraag voor een bouwplan met een bijbehorende parkeervraag, maar om het bestemmingsplan. De vraag is dan of er voldoende fysieke ruimte is voor het aantal parkeerplaatsen dat benodigd is voor de bouwmogelijkheden uit het bestemmingsplan. Zie onder meer de Afdelingsuitspraak d.d. 28 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:721. Vrijwel de hele locatie wordt voorzien van een parkeergarage.

Bovendien kan deze parkeergarage meerdere lagen bevatten. In de toelichting van het bestemmingsplan is indicatief een berekening opgenomen van een mogelijke invulling van de bouw- en gebruiksmogelijkheden. De stellingen van appellant zien op deze indicatieve berekening. Zoals hiervoor weergegeven is thans aan de orde of er voldoende fysieke ruimte is voor de benodigde parkeerplekken. De stellingen van appellant zien daar niet op. Onderstaand wordt niettemin ingegaan op bedoelde stellingen.

2.12.3

Samenvatting zienswijze Op basis van parkeeronderzoek kan niet worden geconcludeerd dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Onduidelijk is welke parkeernormen Sweco heeft gehanteerd bij de berekening van de parkeervraag van de ontwikkelingen die met het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Reactie gemeente In het ‘Verkeersonderzoek bestemmingsplan De Stadsmaker Stadshagen’ is een vereenvoudigde versie van de parkeerbalans, gebaseerd op Regeling Parkeernormen 2016, versie 2021, bijgevoegd. Bij deze zienswijze wordt de gedetailleerde onderbouwing bijgevoegd (ondanks dat hiervoor is aangegeven het nu niet gaat om de beoordeling van de parkeervraag van een concreet bouwplan, maar om de vraag of het bestemmingsplan ruimte biedt voor voldoende parkeerplaatsen voor de nieuwe bouwen gebruiksmogelijkheden).

16/33

Datum Titel

2.12.4

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum Samenvatting zienswijze Sweco heeft in het geheel niet gemotiveerd dat het in dit concrete geval realistisch is om uit te gaan van dubbelgebruik tussen de commerciële en maatschappelijke functies. Reactie gemeente In de parkeerbalans wordt een beroep gedaan op artikel 2 lid 2.3 onderdeel c.: “Er wordt rekening gehouden met aanwezigheidspercentages zoals opgenomen in de Parkeerkencijfers CROW”. Aanwezigheidspercentages kunnen worden toegepast wanneer minimaal twee functies gebruik kunnen maken van dezelfde parkeervoorzieningen. Woningen met privéparkeerplaatsen vallen hierbuiten. Voor de beoogde ontwikkeling in het rekenvoorbeeld is dat het geval: er is sprake van meerdere verschillende functies die niet allen gelijktijdig een beroep doen op de beoogde parkeercapaciteit. In het winkelcentrum worden naast wonen ook andere functies toegelaten, zoals commerciële een maatschappelijke functies: horeca, detailhandel, cultuur en/of lichte bedrijvigheid geschikt voor functiemenging. Aanwezigheidspercentages worden gehanteerd om het (theoretische) piekmoment in de parkeeropgave te bepalen. De aanwezigheid op het piekmoment (zaterdagmiddag) is anders voor het onderdeel wonen t.o.v. commerciële of maatschappelijke functies.

Het is op basis van onderzoeken CROW aannemelijk dat dit in de praktijk ook als zodanig zal functioneren.

2.12.5

Samenvatting zienswijze Nu de parkeernorm voor een discountsupermarkt blijkens de gehanteerde CROWpublicatie 317 voor de locatie ‘rest bebouwde kom’ met stedelijkheidgraad ‘sterk stedelijk’ een minimale parkeernorm kent van 5,5 parkeerplaatsen per 100m² Bvo ten opzichte van een minimale parkeernorm voor wijkcentra (groot) van 4,7 parkeerplaatsen per 100m² Bvo, is de parkeervraag daarmee aanzienlijk groter dan waarvan Sweco uitgaat. Reactie gemeente In de bepaling van de parkeeropgave is rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden conform het door de initiatiefnemer (4-9-2020) beoogde en representatieve bouwprogramma. Voor de bepaling van de parkeeropgave van de supermarkt is binnen het onderzoek de CROW-functie fullservice-supermarkt gehanteerd (als één van de functies die CROW hanteert en aansluit bij de beoogde functie). Voor het bepalen van de parkeeropgave is niet de CROW-publicatie 317 gehanteerd, maar de meer recente CROW-publicatie 381 (zie pagina 11 van het verkeersonderzoek). Voor een fullservice-supermarkt betreft het gemiddelde in de bandbreedte voor de locatie ‘rest bebouwde kom’ met stedelijkheidsgraad ‘sterk stedelijk’: 5,15. Voor het bepalen van de verkeersaantrekkende werking is er sprake van een andere methodiek, waarin de verzamelfunctie “Wijkcentrum Groot” is gehanteerd.

Zoals in het verkeersonderzoek beschreven (zie pagina 11 van het verkeersonderzoek), geeft het toepassen van solitaire functies, voor het bepalen van de verkeersaantrekkende werking van een winkelcentrum, een vertekend beeld wat negatief/onrealistisch

17/33

Datum Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum uitwerkt. Dit staat echter los van de bepaling van de parkeeropgave conform de functies van het CROW.

2.12.6

Samenvatting zienswijze Appellant acht het in dit kader bovendien onbegrijpelijk dat naast de korting op de parkeernorm, die plaatsvindt vanwege het hanteren van een verzamelfunctie (wijkcentrum), de parkeernorm tevens met 0,1 is verlaagd. Reactie gemeente Er is geen sprake van een vermeende dubbele korting op de gehanteerde parkeernorm. Tevens wordt voor het bepalen van de parkeeropgave niet de verzamelfunctie Wijkcentrum gehanteerd, dit wordt verward met de verkeersgeneratie. Op de parkeernormen is een lichte onderbouwde afschaling van 0,1 toegepast voor onderdelen van het programma (met uitzondering van ‘bezoekers woonfuncties’). Bij het gebruik van deze parkeerkencijfers moet rekening worden gehouden met de volgende invloeden: • Bereikbaarheidskenmerken van de locatie; • Specifieke eigenschappen van de functie; • Mobiliteitskenmerken van de gebruikers/bezoekers van de functie; • Het gemeentelijk parkeerbeleid of mobiliteitsbeleid. Parkeernormen kunnen worden gebaseerd op kencijfers met daarbij een correctie, gebaseerd op de plaatselijke omstandigheden en het plaatselijk parkeerbeleid. Conform artikel 2 lid 2.4.1, onderdeel b. en van de gemeentelijke Regeling parkeernormen 2016, versie 2021 heeft het bevoegd gezag deze mogelijkheid.

2.12.7

Samenvatting zienswijze De enkele stelling dat Zwolle een stad is met hoog fietsgebruik en een frequente busverbinding bestaat, maakt op zichzelf niet dat de parkeernorm naar beneden kan worden afgesteld. Klanten van discountsupermarkten doen veelal hun weekboodschappen met de auto.

Reactie gemeente In het ‘Verkeersonderzoek bestemmingsplan De Stadsmaker’ worden op pagina 12 meerdere argumenten genoemd in relatie tot een lichte afwijking ten opzichte van het midden in de bandbreedte van de parkeerkencijfers CROW in dit specifieke geval. Op basis van meerdere argumenten wordt de parkeeropgave gefundeerd bijgesteld. Het betreft de volgende argumenten: • De stedelijke uitbreiding is geen solitaire ontwikkeling (uitbreiding betekent niet direct enkel nieuwe klanten, maar ook verspreiding/uitbreiding van bestaande klanten); • De gemeente Zwolle is een gemeente met een hoog fietsgebruik en er is een uitnodigende en comfortabele fietsinfrastructuur in de gemeente Zwolle, alsmede de wijk Stadshagen aanwezig. Tevens wordt met het stedelijk plan maximaal 18/33

Datum Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum

• •

•

•

•

2.12.8

ingezet om fietsen te faciliteren door de fietsroutes in het gebied te optimaliseren en gericht in aantrekkelijke fietsparkeerfaciliteiten te voorzien. Het centrum ligt centraal in de wijk midden in het netwerk van goede (doorgaande) fietsverbindingen. Met de auto wordt het centrum gericht aangedaan. De frequente busverbinding en de nabijheid van het treinstation Stadshagen biedt aanknopingspunten voor minder autogebruik. De in 2019 vastgestelde Mobiliteitsvisie van de gemeente Zwolle haakt in op de inzet van mobiliteitsvormen om de gezondheid te stimuleren. Er is een sterk verband tussen de verkeersgeneratiekencijfers en de parkeerkencijfers. Het naar beneden bijstellen van de verkeersgeneratiekencijfers (zie H3.2 van het onderzoeksrapport, uitgangspunten met betrekking tot de verkeersgeneratie en -afwikkeling) biedt een logisch aanknopingspunt hier ook in de parkeerkencijfers bij aan te sluiten. In de verkeersgeneratiekencijfers wordt het minimum in de bandbreedte gehanteerd, voor wat betreft de parkeerkencijfers is sprake van een ‘lichte’ afschaling. De bestaande parkeergarage is gedimensioneerd op het bestaande winkelcentrum inclusief wonen. Hiervan is bekend dat tijdens het drukste moment sprake is van een forse overcapaciteit. Een hogere parkeerdruk kan in het gebied worden gewaarborgd door de inzet van een dynamisch parkeerverwijssysteem (pagina 17).

Samenvatting zienswijze Er is niet gemotiveerd in hoeverre deze locatie in Zwolle zich ten aanzien van het fietsgebruik en OV-opties onderscheidt van andere locaties in Nederland, zodat ook niet afdoende gemotiveerd is dat dit een afwijkende parkeernorm rechtvaardigt. Reactie gemeente Deze constatering is niet correct. Op pagina 12 van het verkeersonderzoek wordt verwezen naar gegevens van de gemeente Zwolle en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De aanwezigheid van een frequentie busverbinding én het treinstation Zwolle Stadshagen maakt dat deze zich onderscheid van andere winkelcentrumlocaties gelegen binnen de locatie ‘rest bebouwde kom’ met stedelijkheidsgraad ‘sterk stedelijk’. De parkeernorm is een andere berekening dan de verkeersgeneratie waarbij fiets- en OV gebruik een rol speelt.

2.12.9

Samenvatting zienswijze Ten aanzien van de aansluiting bij de cijfers voor de verkeersgeneratie is onduidelijk wat hiermee wordt bedoeld. Het lijkt dan ook dat er ten onrechte een dubbele korting is toegepast op de parkeernormen. Reactie gemeente Er is geen sprake van een dubbele korting. Zie beantwoording onder 2.10.8.

2.12.10

Samenvatting zienswijze Appellant kan de stelling dat op het drukste moment sprake is van een “forse overcapaciteit” niet volgen. Appellant merkt juist dat op piekmomenten een hoge 19/33

Datum Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum parkeerdruk in de parkeergarage en de parkeerplaatsen op maaiveld bestaat. De conclusies dat overcapaciteit zou bestaan is gebaseerd op tellingen van RHDHV uit 2018. Appellant verwacht dat wanneer tellingen zouden worden gedaan in de actuele situatie, de parkeerdruk in de bestaande situatie veel hoger komt te liggen. Appellant acht nieuwe tellingen dan ook noodzakelijk. Reactie gemeente Voor het bepalen van overcapaciteit is gebruik gemaakt van feitelijke parkeerdrukmetingen. Deze parkeerdrukmetingen zijn uitgevoerd vóór de corona pandemie. De uitkomsten van de parkeerdrukmeting zijn gebruikt om een bepaling te kunnen doen van de beschikbare overcapaciteit van de huidige parkeerfaciliteiten. Dit is (voldoende) representatief materiaal om te gebruiken voor het verkeersonderzoek. Op basis van de uitgevoerde parkeerdrukmeting van RHDHV in 2018 tijdens het piekwinkelmoment blijkt dat er ruimte is om een deel van de parkeervraag in de bestaande parkeergarage op te vangen.

Het aandeel dat uit de bestaande parkeergarage is ingezet voor de parkeerbalans is haalbaar omdat de gehanteerde parkeerdrukmeting is opgehoogd met een robuustheidsmarge van 15%, en omdat de inzet van een dynamisch en passend parkeerverwijssysteem (zijde Werkerlaan en zijde Belvederlaan) zorgt voor spreiding van het verkeer, minder zoekverkeer en meer duidelijkheid voor de bezoeker.

2.12.11

Samenvatting zienswijze In de parkeerbalans is aangegeven dat in de bestaande parkeergarage een restcapaciteit van 165 parkeerplaatsen aanwezig is. Ook die restcapaciteit is gebaseerd op de (verouderde) tellingen van RHDHV, zodat de genoemde restcapaciteit niet representatief is.

Reactie gemeente Bij het bepalen van de overcapaciteit is er ook een buffer ingebouwd met 15% op het drukste moment. Dit geeft mogelijkheden tot groei van en ten opzichte van de bestaande situatie. De regeling van de gemeente Zwolle staat toe de restcapaciteit onderbouwd te gebruiken, ook wanneer de bezettingsgraad hoger is dan 80% (ook voorzien van goede onderbouwing). De onderbouwing is het toepassen van een extensief dynamisch parkeerverwijssysteem zodat de parkeercapaciteit optimaal wordt benut, en het zoekverkeer wordt beperkt. 2.12.12

Samenvatting zienswijze De genoemde restcapaciteit acht appellant bovendien niet verdedigbaar, nu in een marktonderzoek uit 2018 door DTNP is geconcludeerd dat in de bestaande situatie sprake is van een koopkrachtbindingspercentage van 65%. DTNP acht het reëel dat door de uitbreiding van het winkelcentrum een stijging naar 75% à 80% haalbaar is. Daarnaast zullen volgens DTNP ook de bestedingen van buiten Stadshagen kunnen 20/33

Datum Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum toenemen. Met de toename in koopkrachtbinding is in de parkeerdrukmetingen geen rekening gehouden. Los van de grotere parkeervraag die ontstaat vanwege de toevoeging van nieuwe functies, zal de uitbreiding van het winkelcentrum zorgen voor een hogere koopkrachtbinding en dus een nog hogere parkeervraag. Door een toename in koopkrachtbinding valt dan ook te verwachten dat de bestaande parkeerplaatsen nog intensiever zullen worden gebruikt dan waarvan Sweco is uitgegaan. Reactie gemeente Dit betreft een gevolg van de uitbreiding van het centrumgebied. Hiermee wordt rekening gehouden in de parkeeropgave die voortkomt uit het stedelijk plan. Gelijktijdig zetten we de overcapaciteit in de bestaande parkeergarage voor deze intensivering van het gebruik in en passen wij in de benutting van bestaande parkeerfaciliteiten een robuustheidsmarge toe. Wij achten dat mogelijk door de toepassing van een extensief dynamisch parkeerverwijssysteem. Daarnaast is er sprake van landelijke trends als gevolg van corona: flitsbezorging/thuisbezorging maar ook verschuiving in bijvoorbeeld supermarktbezoek qua tijdstip van de dag.

2.12.13

Samenvatting zienswijze Daarnaast geldt dat het maatgevende moment in de parkeerbalans ongemotiveerd afwijkt van het maatgevende moment dat in het verkeersonderzoek wordt genoemd. In het parkeeronderzoek wordt de zaterdagmiddag als maatgevende moment genoemd, in het verkeersonderzoek wordt echter de vrijdagmiddag als maatgevend moment genoemd. Reactie gemeente Het gaat in dit geval om wezenlijk verschillende zaken. In het onderzoek komen de verkeersintensiteiten en de verkeersafwikkeling aan bod en de parkeerbalans. Om de verkeersafwikkeling te kunnen toetsen is gebruik gemaakt van de piekmomenten als maatgevend moment. Het piekmoment voor verkeersafwikkeling betreft het piekmoment waarop verkeer van- en naar het winkelcentrum rijdt. Op basis van het onderzoek van RHDHV vindt het piekmoment in aankomend en vertrekkend verkeer (zowel autoverkeer als fietsverkeer) plaats op de vrijdagmiddag. Het piekmoment voor parkeren is het moment waarop de meeste parkeerplekken bezet zijn. Het bepalen van het piekmoment in parkeren voor een nieuwe ontwikkeling wordt gedaan aan de hand van de aanwezigheidspercentages van het CROW. Voor de stedelijke uitbreiding ligt dat moment (theoretisch, op basis van de toegepaste normen) op de zaterdagmiddag. Ook het parkeren op de vrijdagmiddag is berekend, maar de zaterdag bleek drukker en is daarom vertrekpunt.

Voor het bepalen van de restcapaciteit van de bestaande parkeergarage is het drukste piekmoment gehanteerd als uitgangspunt (inclusief robuustheidsmarge), dit moment vond plaats op de zaterdagochtend.

21/33

Datum Titel

2.12.14

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum Samenvatting zienswijze In de parkeerbalans lijkt te worden uitgegaan van de inzet van deelauto’s waardoor 16 parkeerplaatsen minder nodig zouden zijn. Onduidelijk is echter hoe zeker het is dat die deelauto’s worden ingezet. Uit de toelichting op het bestemmingsplan volgt echter niet dat de deelauto’s structureel beschikbaar worden gesteld. Reactie gemeente De toepassing van deelauto’s wordt doorgaans vastgelegd en nadere uitgewerkt in een overeenkomst tussen de gemeente Zwolle en de ontwikkelaar. Artikel 2.4 ad 3 van de Regeling Parkeernormen 2016, versie 2021 biedt de mogelijkheid om met een innovatief mobiliteitsconcept minder parkeerplaatsen te realiseren. Voor het bepalen van het aantal deelauto’s en de mogelijke besparing heeft de initiatiefnemer advies ingewonnen bij OQ Parking Solutions. Hoewel er geen vaststaand gemeentelijk beleid is laten de ervaringscijfers van CROW, exploitanten en andere gemeenten zien dat, afhankelijk van de locatie en functie, per deelauto 5 parkeerplekken minder nodig zijn. Omdat de deelauto zelf ook een plek inneemt maakt de netto besparing 4 parkeerplekken per deelauto. Dit is ook de lijn die de gemeente Zwolle wil hanteren, parkeerbeleid gaat over in Mobiliteitsbeleid (Mobiliteitsplan).

De verwachting is dat deelauto’s voor de woningen een matigend effect hebben op het bezit van een 2e of 3e auto. Hiermee neemt de parkeervraag af.

2.12.15

Samenvatting zienswijze De parkeervraag van de ontwikkelingen in het plangebied wordt nu voor een groot deel opgevangen in de bestaande parkeergarage waar ook klanten van de appellant parkeren, terwijl daar op piekmomenten reeds een hoge parkeerdruk geldt. Deze parkeergarage is niet in het bezit van de gemeente, maar betreft een particuliere parkeergarage. Reactie gemeente Kortheidshalve wordt verwezen naar de reactie om zienswijze 2.0.13 en 2.10.14 De regeling van de gemeente Zwolle staat toe de restcapaciteit onderbouwd te gebruiken, ook wanneer de bezettingsgraad hoger is dan 80% (ook voorzien van goede onderbouwing). De onderbouwing is het toepassen van een dynamisch parkeerverwijssysteem zodat de parkeercapaciteit optimaal wordt benut, en het zoekverkeer wordt beperkt.

2.12.16

Samenvatting zienswijze Daarnaast geldt dat het maatgevende moment in de parkeerbalans ongemotiveerd afwijkt van het maatgevende moment dat in het verkeersonderzoek wordt genoemd. In het parkeeronderzoek wordt de zaterdagmiddag als maatgevende moment genoemd, in het verkeersonderzoek wordt echter de vrijdagmiddag als maatgevend moment genoemd. Reactie gemeente

22/33

Datum Titel

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum Deze stelling klopt niet. Uit het parkeeronderzoek is de piekvraag af te leiden. Met een compensatie van 138 parkeerplekken (zie parkeerbalans) wordt voldaan aan de compensatievraag.

2.12.17

Samenvatting zienswijze Appellant merkt op dat de wijze waarop nu de parkeervraag afgewenteld wordt op de bestaande parkeergarage, in strijd is met het parkeerbeleid van de gemeente. In artikel 2, leden 2.4.1 en 2.4.2 van de Regeling parkeernormen 2016, versie 2021 is bepaald wanneer in afwijking van de hoofdregel voor een ontwikkeling niet hoeft te worden voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein. Van de genoemde situaties als bedoeld in dit artikel is geen sprake. Reactie gemeente Deze stelling klopt niet. Conform artikel 2, lid 2.4.1 onderdeel b en lid 2.4.2 onderdeel b van de Regeling Parkeernormen 2016, versie 2021 staat het bevoegd gezag toe om restcapaciteit onderbouwd te gebruiken, ook wanneer de bezettingsgraad hoger is dan 80% (ook voorzien van een goede onderbouwing). De onderbouwing is het toepassen van een extensief dynamisch parkeerverwijssysteem zodat de parkeercapaciteit optimaal wordt benut, en het zoekverkeer wordt beperkt.

2.12.18

Samenvatting zienswijze Er wordt een bezettingspercentage gehanteerd van 95%. Dit terwijl het parkeerbeleid bepaalt dat om geen parkeerplaatsen op eigen terrein te hoeven realiseren de parkeerdruk niet hoger dan 80% mag zijn. Het hanteren van een hoger percentage acht appellant ondeugdelijk. Reactie gemeente Verkeerskundig gezien ontstaat er bij een bezetting van boven de 80% zoekverkeer. Door gebruik van een verwijssysteem in het totale winkelgebied, waaronder de bestaande parkeergarage en het maaiveld, voorkom je zoekverkeer en kan de norm omhoog naar 95%.

2.12.19

Samenvatting zienswijze Door voor de ontwikkelingen in het plangebied niet te vereisen dat zij hun parkeervraag op het eigen terrein oplossen, wordt in feite verkapte staatssteun verleend aan de ontwikkelaar en ondernemers die het plangebied zullen exploiteren. Door de ondernemers in het plangebied niet langs dezelfde lat als appellant te leggen handelt uw raad in strijd met het beginsel van fair play en het gelijkheidsbeginsel. Reactie gemeente Deze stellingen snijden geen hout. Uit vaste rechtspraak (o.a. ECLI:NL:RVS:2016:2975) blijkt dat het verlenen van een vergunning niet als staatssteun kan worden gekwalificeerd, dat voor de beoordeling van een bestemmingsplan uitsluitend ruimtelijke effecten relevant zijn en dat staatsteun in dat kader alleen een rol kan spelen voor wat betreft de financiële uitvoerbaarheid van het plan. 23/33

Datum Titel

2.12.20

8 februari 2022 Bestemmingsplan Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum Samenvatting zienswijze Appellant acht het zeer waarschijnlijk dat met de toepassing van de juiste parkeernorm en actuele telling een aanzienlijk tekort aan parkeerplaatsen ontstaat na de realisatie van het voorliggende plan. Appellant verzoekt uw raad om naar aanleiding van die uitkomsten meer parkeerplaatsen op het eigen terrein te eisen voor de ontwikkelingen in het plangebied dan nu wordt gedaan. Reactie gemeente Zoals hiervoor aangegeven zal van een tekort geen sprake zijn nu het bestemmingsplan in ruimte mate voorziet in de mogelijkheid om parkeerplaatsen te realiseren. Terecht is het gemeentelijk parkeerbeleid van toepassing verklaard, waaraan toepassing zal worden gegeven in het kader van de vergunningverlening. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat het beoogde bouwplan aan dit beleid kan voldoen. De parkeerregeling uit het bestemmingsplan voldoet derhalve.

2.12.21

Samenvatting zienswijze Reeds in de bestaande situatie wordt de omliggende verkeersstructuur als onveilig ervaren door gebruikers. Door raadslid Doornbos is daarom in het najaar van 2021 een brief aan het college gestuurd om te vragen om opheldering over de verkeerssituatie ter plaatse. Hiervan lijkt uw raad zich bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan geen rekenschap te hebben gegeven. Reactie gemeente In de zienswijze wordt verwezen naar vermeende zorgen over de huidige verkeersveiligheid rond het bestaande winkelcentrum. Dit wordt gedaan aan de hand van een artikel in de Stentor. In ditzelfde artikel is te lezen dat Het college herkent op basis van feiten niet dat er sprake is van een onveilige verkeerssituaties. Wel is het college zich er van bewust dat de verkeersveiligheid door bewoners en winkelend publiek wel anders kan worden ervaren. De uitbreiding van het winkelcentrum brengt echter een andere inrichting van de openbare ruimte met zich mee. Er ontstaat een nieuwe situatie, en in deze reactie wordt met name daar op in gegaan, en gemotiveerd.

2.12.22

Samenvatting zienswijze In het verkeersonderzoek van Sweco is daarnaast voor de verkeersintensiteit uitgegaan van de verouderde tellingen van Royal Haskoning DHV uit 2018, die niet representatief zijn voor de huidige situatie. Reactie gemeente Alle gebruikte tellingen binnen het verkeersonderzoek, zowel voor het bepalen van de verkeerscijfers en het parkeren, zijn van vóór de uitbraak van de corona pandemie. Dit is (voldoende) representatief materiaal om te gebruiken voor het verkeersonderzoek. Vanaf het moment van het uitbreken van de corona pandemie zijn tellingen ‘anders representatief’ ten opzichte van de (langjarige) periode van voor de uitbraak. Vanaf de uitbraak begin 2020 tot heden zijn er andere beelden met betrekking tot verplaatsingen 24/33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=a249cb92-6349-4bde-82bd-3099b4b299b0