CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Uitgangspunten District Z | Werkplaatsen | Lurelui

Raad Besluitvormingsronde 7 februari 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Spoorzone - Nota van Uitgangspunten voor de drie deelgebieden District-Z, Werkplaatsen, Lurelui-Oost40.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

3. De nieuwbouw in District Z en Werkplaatsen-zuid volgen daarna. Oorspronkelijk was de wens om het

stationsgebied (District Z) eerst af te maken. Door de coronapandemie is er op dit moment echter minder animo voor een deel van het hier gewenste programma. Daarom is deze ontwikkellocatie in de fasering naar achteren geschoven zodat er niet wordt ingeboet op de hoge ambities voor dit gebied. Wanneer de markt toch eerder blijkt aan te trekken kan District Z alsnog gelijk met de andere deelgebieden ontwikkeld worden. Voor de deelgebieden met een nieuwbouwprogramma die pas later in de tijd gepland staan, zal worden gezocht naar tijdelijke invullingen. Hiermee wordt voorkomen dat er desolate situaties ontstaan met een negatief effect op de sociale veiligheid. Ook de tijdelijke situatie moet bijgedragen aan de totstandkoming van de gewenste identiteit. Hiervoor is een werkwijze opgesteld. Tijdelijk gebruik zal steeds een aantoonbare bijdrage moeten leveren aan het actuele functioneren en/of de doorontwikkeling van het gebied. Naast tijdelijke bebouwing kan de transformatie worden ondersteund door publieksactiviteiten en culturele evenementen toe te staan. Hierbij kan worden gedacht aan foodmarkten, festivals, circussen, tentoonstellingen, culturele voorstellingen en kunstmanifestaties. De open terreinen lenen zich uitstekend voor dit soort projecten.

Op dit moment zijn drie deelgebieden benoemd die door middel van een prijsvraag in de markt zullen worden gezet, namelijk Lurelui-noord, Werkplaatsen-midden en de nieuwbouw in District Z. Indien mogelijk en wenselijk zullen deze deelgebieden gelijktijdig in de prijsvraag worden aangeboden zodat marktpartijen op delen of op het geheel kunnen inschrijven. Op die manier kunnen er meerdere partijen aan bod komen om delen van het gebied te realiseren en kan toch de gewenste snelheid optimaal worden benut. In de prijsvragen (waar een selectieprocedure voor zal plaatsvinden) zal ook het ontwerp van de openbare ruimte worden meegenomen. Omdat de openbare ruimte heel belangrijk wordt geacht, zal in de tender worden gevraagd het ontwerp hiervan voor het gehele deelgebied op te maken. De gewenste beeldkwaliteit vormt hierbij het uitgangspunt. De realisatie ervan zal overigens gefaseerd kunnen plaatsvinden, tegelijk met de realisatie van de opvolgende ontwikkelplannen. Beoogd wordt dat de openbare ruimte (groenstructuur en infrastructuur) na realisatie wordt overgedragen aan de gemeente. Bij het vaststellen van het ontwerp zal de gemeente vanzelfsprekend nauw worden betrokken.

In deze NvU zijn voor complexe onderwerpen als mobiliteit en energie de vergaande ambities uit het Ontwikkelkader Spoorzone vastgelegd. De oplossingsrichtingen en de haalbaarheid zijn ook op het niveau van de gehele Spoorzone onderzocht, met natuurlijk vergaande effecten voor het plangebied. Maar binnenstedelijk bouwen vraagt om zorgvuldigheid, en dat betekent dat voor dit soort kwesties bepaalde uitwerkingen en definitieve oplossingen pas echt goed te maken zijn in samenhang met de uiteindelijke ontwikkelplannen. Door het uitvragen van de prijsvragen kan sturing worden gegeven om de meest innovatieve en passende oplossingen voor bijvoorbeeld duurzaamheid, programma, mobiliteit en energie uit de markt te halen.

Een aantal Zwolse instellingen in onderwijs en cultuur heeft laten weten geïnteresseerd te zijn in het plangebied, waaronder Cibap, ArtEZ en Museum De Fundatie. De programma’s die deze voorzieningen voorstaan passen goed bij het gewenste toekomstperspectief in de NvU. Na vaststelling van de NvU zal samen met deze partijen worden onderzocht of en op welke wijze zij in het gebied kunnen landen.

Het precieze tijdspad voor de fasering van de ontwikkellocaties wordt in deze NvU nog niet vastgelegd. Dit is omdat marktomstandigheden kunnen vragen om versnelling of vertraging van ontwikkelingen. In ruimtelijke zin is het wel van belang om aansluitend op de eerste ontwikkelingen verder te kunnen bouwen. Op die manier wordt vanaf het begin samenhang gecreëerd tussen de ontwikkelingen en ontstaat er al snel een kritische massa om de nieuwe identiteit ook echt ‘body’ te geven.

Het deel van de Werkplaatsen waar geen ingrijpende verbouwingen nodig zijn, zal waarschijnlijk in eigendom blijven van NS en verhuurd worden aan bedrijven die passen binnen de NvU.

12.5 Placemaking in de tussentijd – bezieling van onderop Zoals gezegd zullen de ontwikkelfasen elkaar waarschijnlijk relatief snel kunnen opvolgen. In de jaren tot volledige realisatie is sprake van een ‘tussentijd’. De tussentijd gaat ook en vooral over een mentale transformatie. Met alleen fysieke ontwikkeling creëer je geen gedragen of gedeelde identiteit. Afgezien van de Werkplaatsen en woongemeenschap Kattegat mist het gebied nog bezieling. In de tijd tussen ‘nu’ en ‘straks’ is een soort placemaking proces gericht op de identiteitsvorming daarom waardevol.

12.4 Selectie van marktpartijen – NvU als richtinggevend kader De inzet van NS is om hier niet zelf nieuwe gebouwen te gaan ontwikkelen maar om de grond uit te geven aan nader te selecteren marktpartijen. Van belang is dat de NvU de gezamenlijke visie is van NS en gemeente Zwolle. Samen hechten zij grote waarde aan een zorgvuldige transformatie van het plangebied passend bij de gewenste ontwikkelrichting van de Spoorzone en de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd.

Daarmee wordt gedoeld op het faciliteren van initiatieven van betrokken bewoners of ondernemers bij het uitbouwen en versterken van de identiteit in het gebied. Het gaat hierbij om het creëren van binding, betrokkenheid, eigenaarschap en bezieling van ‘onderop’. Wanneer betrokkenen zelf kunnen “schuren”, en er zo geleidelijk plekken ontstaan “die van ons zijn”, ontstaat er als vanzelf een gevoelsband met het gebied. Concreet valt te denken aan evenementen die het gebied en de gewenste koers bekendheid geven en zichtbaar maken (zie ook 12.3). Mensen worden erdoor uitgenodigd om de nieuwe Spoorzone mee op te bouwen. Vooral activiteiten die gericht zijn op het aantrekken van publiek dragen bij aan het creëren van binding en bezieling. Bij tijdelijkheid valt ook te denken aan tijdelijke bouwprojecten op vrije kavels en een tijdelijk hergebruik van leegstaande loodsen (zie eveneens 12.3).

Met het oog op het verkrijgen van het gewenste hoge ambitieniveau zullen voor verschillende deelontwikkelingen in het plangebied prijsvragen (tenders) worden georganiseerd. Door middel van prijsvragen worden marktpartijen uitgedaagd en kunnen de meest geschikte marktpartijen worden geselecteerd. Het vervaardigen van de uiteindelijke ontwikkelplannen, inclusief het ontwerp van gebouwen en openbare ruimte, zal derhalve worden overgelaten aan de toekomstige investeerders in het gebied. De tendervoorwaarden vormen de basis voor toetsing en beoordeling van ingediende plannen van de

80

Markttechnische uitvoerbaarheid Bij het samenstellen van het te ontwikkelen programma is vanzelfsprekend rekening gehouden met de ontwikkelingen in de markt per programmaonderdeel (wonen, werken en voorzieningen). Voor het woonprogramma is met gemeente, marktpartijen en woningcorporaties nader ingezoomd op kansrijke doelgroepen. Voor de werkfuncties en de ontwikkeling van het innovatiedistrict is in opdracht van de gemeente uitvoerig onderzoek gedaan naar de marktontwikkelingen en kansrijke sectoren. Voor de voorzieningen (waaronder culturele voorzieningen, onderwijs en horeca) zijn NS en gemeente al met diverse geïnteresseerde organisaties in gesprek.

Belangrijk voor zo’n placemaking proces is in ieder geval dat de activiteiten bijdragen aan de uiteindelijke identiteit: de thema’s (stedelijke hotspot, maken, community, verwonderen en gezonde leefomgeving) en de kernwaarden (industrieel, avontuurlijk, uitnodigend, groen en innoverend). Dat houdt in dat we bijvoorbeeld geen activiteiten faciliteren die veel autoverkeer trekken.

12.6

Uitvoerbaarheid

Financiële en planologische uitvoerbaarheid De NvU stelt hoge ambities aan de uiteindelijke ontwikkelingen in het plangebied. Voorwaarde hiervoor is dat de diverse ontwikkelprojecten rendabel en uitvoerbaar zijn. Juist om die reden wordt (in prijsvragen) gezocht naar marktpartijen die garant kunnen staan om de ontwikkelplannen die zij vervaardigen ook te kunnen realiseren. NS of de betreffende marktpartij draagt zorg voor het bouw- en woonrijp maken van het te ontwikkelen terrein.

Specifiek geldt nog de ambitie voor de invullingen van de gebouwplinten. Het waarmaken van de gestelde randvoorwaarden voor de plinten is essentieel voor het verkrijgen van de gewenste identiteit. De begane grond wordt zoveel mogelijk transparant en uitnodigend ingevuld. Het voorzieningenprogramma heeft hierin een belangrijke rol. Naast deze voorzieningen worden plinten ook ingevuld met gemeenschappelijke ruimtes en crossovers. Dit betekent bijvoorbeeld dat bedrijven hun kantine als gemeenschappelijke “horeca”ruimte inrichten als plintinvulling in de Werkplaatsen. En dat er voor de woningen in Lurelui per woonblok een gemeenschappelijke ruimte wordt gerealiseerd op de begane grond. De plintenstrategie vormt ook in de tenders een belangrijk aandachtspunt.

De gemeente heeft conform de WRO de mogelijkheid om de gemeentelijke planontwikkelingskosten en een (proportioneel) gedeelte van de bovenwijkse plankosten te verhalen door het sluiten van een anterieure exploitatieovereenkomst met NS of de betreffende marktpartij. De gemeente heeft in deze overeenkomst tevens de mogelijkheid om afspraken te maken over het verhaal van eventuele planschadekosten op NS. Bij de planontwikkeling is ruimtelijk rekening gehouden met de aanlanding van de Koggetunnel, de Passerelle en de fietstunnel naar de Veerallee. De verbindingen over en onder het spoor zijn ambities op stedelijke schaal zoals verwoord in het Ontwikkelkader, zijn zeer gewenst, maar vloeien niet noodzakelijkerwijs voort uit de ontwikkelingen in het plangebied.

Technische uitvoerbaarheid De technische uitvoerbaarheid van het plan wordt nog verder uitgewerkt. Het plan zal in fasen worden ontwikkeld en uitgevoerd. Tijdens de bouw dient de bouwoverlast voor omwonenden en omliggende bedrijven zoveel mogelijk beperkt te worden. Voordat met de verschillende bouwprojecten wordt gestart zal een zogehete BLVC-plan worden opgesteld waarbij maatregelen, verantwoordelijkheden en afspraken rondom bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie tijdens de hele bouw worden vastgelegd. Doel van een dergelijk plan is dat tijdens de uitvoering de straat, buurt, wijk en stad maatschappelijk en economisch kan blijven functioneren, dat de overlast voor omwonenden en gebruikers zoveel mogelijk wordt beperkt en dat bij problemen duidelijk is wie hiervoor aanspreekbaar is en op welk moment.

Voor de deelgebieden met een nieuwbouwopgave zal een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk zijn. Indien het kostenverhaal is geregeld via de anterieure overeenkomst, is een exploitatieplan voor dit bestemmingsplan niet nodig.

Mogelijk kan al vanaf 2023 worden gestart met de bouw in Lurelui. De Koggetunnel zal dan echter nog niet zijn opengesteld voor autoverkeer. Totdat de Koggetunnel is geopend zal de route voor autoverkeer tijdelijk via het Hanzekwartier lopen of via de Hanzeallee en de Hanzelaan.

Voor de deelgebieden met bestaande gebouwen die een functiewijziging ondergaan zal een omgevingsvergunning worden aangevraagd. De gemeentelijke kosten voor de begeleiding en toetsing van deze aanvragen worden door leges gedekt. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het opstellen van deze NvU is gebeurd in participatie met allerlei betrokken organisaties. NS en gemeente hebben hierbij samen het voortouw genomen. Dit is gebeurd met een grote hoeveelheid individuele interviewgesprekken en een drietal zogenoemde inspiratiebijeenkomsten waarbij de betrokkenen actief konden meepraten over de planontwikkeling.

12.7

Organisatie

Samenwerking Deze NvU is een coproductie van NS en de gemeente Zwolle. Beide partijen hebben belang bij een goede samenwerking om het gebied zo optimaal mogelijk te kunnen herontwikkelen. NS stuurt op het in gang zetten van een samenhangende transformatie van haar voormalige spoorwerkplaats, zodat het strategisch liggende gebied in zijn nieuwe hoedanigheid optimaal kan worden ‘overgedragen’ aan de stad. De gemeente stuurt op de stedelijke ambities zoals weergegeven in het Ontwikkelkader Spoorzone en ziet hier de mogelijkheid om de stad te verrijken met een nieuw stuk stad. Er is een groot enthousiasme ontstaan bij alle betrokkenen om de visie te gaan realiseren. Het bestuurlijk vaststellen van de NvU vormt echter nog maar het begin. Ook daarna zal volop worden samengewerkt om de ontwikkeling in goede banen te leiden. De hoge ambities moeten worden vertaald naar selectiecriteria voor marktpartijen en exploitanten, en condities voor het bouwen, het gebruik en het beheer.

Voor de uitwerking van de ontwikkelplannen zal aan de marktpartijen worden verlangd om een eigen participatieplan op te stellen. Co-creatie zal in ieder geval plaatsvinden voor invulling van de volgende locaties: het Spoorpark, de nieuwe ontwikkeling van Kattegat Wonen en de openbare ruimte in Lurelui. Met de coalities voor naastgelegen plangebieden is zorgvuldig afgestemd voor de planontwikkeling in deze NvU. Dit betreft onder meer de ruimtelijke en programmatische verwevenheid en het mobiliteitsconcept. Ook in de uitvoering zal de afstemming met deze coalities onderdeel blijven van de planontwikkeling. Hierbij zijn in ieder geval onderwerpen als bouwverkeer, ontsluiting en fasering van belang.

In dit hoofdstuk is al ingegaan op de samenwerking met betrokkenen, initiatiefnemers en professionele marktpartijen. Om de verdere samenwerking tussen de verschillende partijen in goede banen te leiden dient een proces te worden geformuleerd waarin staat hoe NS, gemeente en de overige betrokkenen naar het eindbeeld gaan toewerken. NS heeft hierin het voortouw.

81

TOTAAL Legenda Ruimtelijke randvoorwaarden Bouwveld Hoogte accent (aantal bouwlagen) Paviljoen

1

Aantal bouwlagen

6

Gemiddelde aantal bouwlagen

(5-7) Bandbreedte, bouwlagen Wandvorming Maximale rooilijn Zachte rooilijn (kan verspringen/verschuiven) Engelenpad Langzaamverkeer verbinding Doorgang Blikvanger Openbaar groen Groen op/aan/in gebouw De tuinen van Lurelui Collectief groen Stedelijke wadi

5 P 5P (4-7) 6

Hanzesingel Hoogspanningsleiding met 6m vrijwaringszone

(5-9) 5 (4-7)

5

Verleggen hoogspanningsleiding

(4-6)

Ruimte reservering technisch centrum

5 (4-7) 5 (4-7) 5 (4-7)

4 (2-5)

5 (4-7)

P 5

(1 - 2)

7 (5-9)

4 (2-5)

1

4

(10-13)6 (5-7)

6 (5-7)

(10-13)

<18

6 (5-7)

6 (5-7)

6 (5-7) 6 (5-7)

(10-13)

<18

5 (4-7)

<18

toetsingskader 82

Kwaliteitsbewaking en supervisie De NvU zet in op een hoge ruimtelijke kwaliteit. Na vaststelling van het document zullen NS en gemeente gezamenlijk blijven optrekken om deze kwaliteit gerealiseerd te krijgen. NS en gemeente zullen een begeleidingsteam aanstellen. Het begeleidingsteam begeleidt de verdere planontwikkeling en de tenders van marktpartijen, en bewaakt daarmee de integrale kwaliteit en de onderlinge samenhang van de diverse ontwikkelplannen en de openbare ruimte. Daarnaast is door de gemeente voor de Spoorzone een Q-team opgezet. Het Q-team toetst plannen aan de welstandsnota en adviseert over de plannen in wording op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschapsontwerp. In dit Q-team hebben de gemeentelijke supervisor en de secretaris van de welstandscommissie zitting, evenals een aantal externe deskundigen. Het Q-team adviseert onafhankelijk aan het College van B&W over de plannen. In de NvU is een groot deel van het plangebied gereserveerd voor openbaar groen en infrastructuur. Bij de verdere planvorming en uitwerking van met name de openbare ruimte zullen nieuwe bewoners en andere stakeholders actief worden betrokken. Na oplevering zal het eigendom en het beheer van de openbare ruimte worden overgedragen aan de gemeente.

Voor de ontwikkelplannen en de buitenruimte worden (waarschijnlijk) de principes van Well Community Standard of een vergelijkbaar label gehanteerd. Well is een instrument om een gezonde en duurzame leefomgeving te realiseren. Het geeft richtlijnen voor tien thema’s: lucht, water, voeding, licht, beweging, temperatuur comfort, geluid, materialen, mentale welzijn en community. Marktpartijen worden uitgedaagd om een zo hoog mogelijke score na te streven. Economische opbouw innovatiedistrict Onderdeel van de transformatie van de Spoorzone is een economische vernieuwing tot innovatiedistrict. In deze NvU staat omschreven hoe dit plangebied hier programmatisch en ruimtelijk op inspeelt. Zo wordt in de Werkplaatsen ingezet op de doorontwikkeling van innovatieve maakindustrie en creatieve sectoren. Naast de beschikbare fysieke ruimten is veel organisatiekracht nodig om deze sectoren uit te bouwen tot volwaardige economische pijlers. Hiertoe is door overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen het initiatief genomen tot de oprichting van het ECOteam Innovatiedisctrict Zwolle (waarbij ECO staat voor economie, cultuur en onderwijs). Het ECOteam bouwt clusters en zoekt binnen de Spoorzone plekken waar deze kunnen worden gehuisvest. Het team zal aan eigenaren in de Spoorzone initiatieven aandragen, en gezamenlijk met coalities optrekken inzake de positionering als geheel.

NS zal het ECOteam consulteren bij de invulling van de bestaande gebouwen zodat alle kansen in de Spoorzone worden benut.

12.8 Financiële kaders NS als grondeigenaar heeft als voorwaarde dat de herontwikkeling van het plangebied leidt tot een positieve grondexploitatie waarbij de huidige exploitatie (nulsituatie) de referentie is. De betrokkenheid van NS bij de stad is groot en NS wil graag haar verantwoordelijkheid nemen door in de planvorming ook volop in te zetten op de gemeentelijke ambities zoals verwoord in het Ontwikkelkader Spoorzone. Op hoofdlijnen heeft NS onderzoek gedaan naar de uitwerking van het beoogde programma en de kosten die gemaakt moeten worden. Dit leidt tot een voldoende positief resultaat. In de verdere uitwerking zal in het selectieproces per ontwikkelplan gestuurd worden op een positieve business case. De te selecteren marktpartijen zijn voor de bedoelde ontwikkellocatie verantwoordelijk voor de aanleg en inrichting van de openbare ruimte. Dit zal gefaseerd gebeuren en steeds gekoppeld worden aan de verschillende bouwfasen. Alle niet-uitgeefbare ruimte en gebouwen zullen na oplevering als nieuw openbaar gebied aan de gemeente Zwolle worden overgedragen, conform te maken afspraken in de anterieure overeenkomst.

83

13. PARTICIPATIE 13.2 Resultaten De reacties van de inspiratiegroep en het Spoorcafé die op de conceptversie zijn gekomen zijn hierna naar thema gegroepeerd (en geanonimiseerd). Soms betreft dit een toelichtende vraag en soms betreft het een opmerking of zorg die wordt geuit. Per reactie of vraag is een toelichting gegeven. Op een aantal onderdelen hebben reacties geleid tot aanpassing van het concept. Waar geen aanpassing kon worden doorgevoerd is aangegeven waarom niet en hoe dit thema verder wordt geadresseerd.

In dit hoofdstuk wordt het participatietraject en de resultaten daarvan weergegeven. Voor NS en gemeente is een actieve participatie bij een gebiedsontwikkeling als deze zeer belangrijk. Om een gebied te verkrijgen waar het prettig is om te wonen, te werken en te verblijven is de inbreng vanuit de lokale gemeenschap onmisbaar. Lokale betrokkenen kunnen veel toevoegen om het gebied ook daadwerkelijk leefbaar te maken. Wat vinden zij belangrijk? Welke ideeën leven er? Welke zorgen bestaan er? De participatie is hier op een aantal manieren vormgegeven en heeft veel opgeleverd.

13.1 Participatietraject Bij participatie in gebiedsontwikkeling kan gekozen worden uit verschillende vormen: van informeren, raadplegen, adviseren, meebeslissen, co-produceren tot faciliteren. Hier worden diverse interactieve vormen ingezet. Belangrijk is het gegeven dat al vanaf het eerste ontwerp Zwolse organisaties en betrokkenen uit de directe omgeving zijn gevraagd om te participeren. De NvU is visievormend en gaat over de hoofdlijnen: over de ambities, de gebiedsidentiteit, het vastgoedprogramma en de ruimtelijke inrichting. Gekozen is voor een vorm waarbij NS en gemeente het voortouw namen en waarbij betrokkenen actief zijn gevraagd om gedurende het planvormingstraject mee te denken over de cruciale thema’s. Dit betrof het tijdig informeren over te maken keuzes, en actief raadplegen en vragen om advies. In een later stadium, wanneer de NvU tot uitvoering wordt gebracht, zal dit worden uitgebreid naar de mogelijkheid om ook daadwerkelijk mee te produceren – met name bij de individuele ontwikkelingen in de Werkplaatsen en bij bijzondere woonvormen. Voor de grootschalige ontwikkelingen door marktpartijen zal door hen eveneens een actieve participatie worden ingericht. Voor de participatie tijdens deze de NvU hebben NS en gemeente samen het voortouw genomen. In de eerste plaats is een grote hoeveelheid individuele interviewgesprekken gevoerd met tal van belanghebbenden.

Deze gesprekken waren erop gericht om een goed beeld te krijgen van wensen, behoeften, ideeën en draagvlak voor de mogelijke invulling van het gebied. Daarnaast zijn met een groep vertegenwoordigers van Zwolse organisaties inspiratiebijeenkomsten gehouden waarbij de betrokkenen actief konden meepraten over de planontwikkeling. De eerste bijeenkomst op 6 december 2019 was bij de start van het planproces en stond in het teken van het bepalen van ambities en de gebiedsidentiteit. De tweede bijeenkomst op 5 juni 2020 werd ingezet om de eerste contouren van de NvU te bespreken. Tijdens de gesprekken en de bijeenkomsten zijn veel ideeën en aandachtspunten naar voren gekomen. Deze reacties zijn zo goed mogelijk geadresseerd in de conceptversie van de NvU. Deze conceptversie is voorgelegd aan de inspiratiegroep en besproken op de derde en laatste bijeenkomst op 23 maart 2021. De reacties zijn verzameld.

Betrokken organisaties zijn: deltaWonen, SWZ Woningcorporatie, VanWonen, Kattegat Wonen, Economic Board Regio Zwolle, Concilium Zwolle, Climate Campus, Vrienden van Stationskwartier, Vrienden van Hanzeland, Museum de Fundatie, Cibap, ArtEZ, Zwolse 8 / Windesheim, Poppodium Hedon, Ronald A. Westerhuis, Chris Peterson, Perron038, Persan, City Developers, BPD, Aestate, RHDHV, Hanzestrohm.

85

Reacties op de identiteit

Reacties op het programma

Reactie

Toelichting

Reactie

Toelichting

1.

Het ruwe karakter moet gehandhaafd blijven en het geheel moet niet ‘te aangeharkt’ worden. Anders verliest het gebied aantrekkingskracht voor creatieven, kunstenaars en jongeren.

Dit wordt door NS en gemeente onderschreven. De uitvoeringstrategie geeft hier ook invulling aan door (1) de openbare ruimte niet ‘te aangeharkt’ in te richten en (2) de bestaande panden te verhuren zonder grote verbouwingen. In de tekst is dit punt verder aangescherpt.

6. Het omschreven woonproduct is niet uitgewerkt.

In de NvU zijn de Zwolse richtlijnen voor sociale huur, middenhuur en vrije sector als kader vastgesteld. Verder zijn passende doelgroepen beschreven. De verdere invulling van het woonprogramma zal onderdeel uitmaken van de uitvraag aan marktpartijen (waaronder ook wooncorporaties). De uitvraag zal vervolgens beoordeeld worden door gemeente en NS.

2. Innovatie is een belangrijk thema, maar mag nog meer worden aangezet door het terug te laten komen in alle keuzes voor ontwerp en programma. Dus niet alleen in het ‘werken’ maar ook in innovatieve woonconcepten, vernieuwende horecaconcepten etc. Daarbij is het belangrijk te vermelden dat innovatie continu in ontwikkeling is. Een innovatiedistrict is dynamisch en vernieuwt telkens weer verder.

Innovatie is inderdaad een van de hoofdthema’s, het plangebied is onderdeel van het Zwolse innovatiedistrict. Wat hier gesteld is als reactie is ook de ambitie voor het plangebied. Bij verdere uitwerking en te maken keuzes zal hier dus altijd naar gekeken worden. In de tekst voor programma en ontwikkelstrategie is dit aangescherpt.

7. Waarom wordt vooral ingezet op kleine wooneenheden? Hiermee sluit je doelgroepen uit terwijl er juist behoefte is aan een mix.

Door de situering vlakbij het station en in een nieuw centrumstedelijke milieu wordt ingezet op hoogstedelijk wonen in appartementen. Doelgroepen die in of vlakbij de levendigheid in appartementen willen wonen zijn over het algemeen studenten, jongeren, starters en senioren. De vraag vanuit deze doelgroepen is groot in Zwolle en richt zich meer op kleinere woontypologieën.

3. Waarin onderscheidt dit gebied zich van andere gebiedsontwikkelingen? Hoe voorkom je dat je niet hetzelfde doet als in Amsterdam, Rotterdam of andere steden?

In de eerste plaats is de erfenis van de Werkplaatsen in combinatie met de grote beschikbaarheid van ruimte behoorlijk uniek vanwege de schaalomvang en de ligging naast het station. Er zijn meer voorbeelden van industrieel spoorerfgoed op stationslocaties (Tilburg) maar toch weer anders dan in Zwolle waar de aaneengesloten hallen een enorme omvang hebben. De keuze om hier in te zetten op innovatieve ecosystemen in slimme maakindustrie en creatieve industrie & cultuur, in een integrale centrumstedelijke omgeving (met onderwijs, horeca, wonen) is volstrekt anders. Ook het alom aanwezige groen en het toekomstgerichte mobiliteitsconcept maken het gebied heel anders dan elders.

8. Vanuit cultuurorganisaties en kunstonderwijs is de behoefte om meer integrale aandacht te geven aan onderwijs, wonen, werken en cultuur in het oude hallencomplex. Aspecten als ‘brede welvaart’ en leefbaarheid zijn daarbij belangrijk. Met de concrete belangstelling van de Fundatie, Cibap, ArtEZ, Windesheim (IPO), Perron038, creatieve bedrijven en creatieve professionals ligt er groot potentieel voor dit gebied met focus op creatieve industrie en slimme maakindustrie. Door deze focus ontstaat magneetwerking voor andere organisaties en bedrijven om te participeren en ontstaat een integrale impact. Graag explicieter benoemen.

NS en gemeente zijn zeer verheugd met het enthousiasme van Zwolse organisaties om zich te verbinden aan dit gebied. Ook de synergie van deze partijen gezamenlijk wordt volledig onderschreven en zal het gebied een geweldige boost geven. Het benadrukken van de synergie en het integrale karakter is naar aanleiding van deze reactie sterker weergegeven in de NvU. Niettemin is ervoor gekozen om partijen niet bij naam te noemen (en dus te veralgemeniseren) of in dit stadium aan een specifieke plek toe te wijzen. De NvU geeft ambities en richtlijnen voor de lange termijn. Dat perspectief strookt niet met een afhankelijkheid aan de komst van specifieke organisaties op de korte termijn.

4. De impact van de Spoorzone strekt zich uit tot de gehele regio Zwolle. Het is daarom beter om de stad Zwolle te vervangen door de regio wanneer het gaat over de betekenis van het plangebied.

Dit wordt door NS en gemeente onderschreven en is in de tekst aangepast.

9. De belangstelling van de Fundatie, Cibap, ArtEZ en een aantal creatieve bedrijven richt zich onder meer op concrete panden en ontwikkelmogelijkheden. Dit geeft ook aanleiding tot vragen over bijvoorbeeld de ruimtevraag, de logistiek of de inpassing met andere functies.

Gelet op het voorgaande is het lastig om in het kader van de NvU (lange termijn visie) in te gaan op concrete vragen over een specifiek pand. In een aantal gevallen is de tekst in de NvU echter wel verbeterd om onduidelijkheden over de mogelijkheden van bepaalde panden en locaties uit de weg te nemen.

5. De imposante Wartsilahal moet de iconische drager van het gebied zijn. De hal vraagt om een publieksbestemming. Dit moet beter worden benoemd.

De Wartsilahal kan inderdaad de waarde krijgen van een icoon. In de NvU is dit ook zo bedoeld. De hal wordt publiekstoegankelijk waarbij de enorme ruimte beleefbaar wordt gemaakt. Daarnaast krijgt de hal een levendige functiemix, met onder meer onderwijs op een vernieuwende wijze. In de tekst hebben we dit duidelijker verwoord.

10. Voor Zwolle ligt er een kans om de uiteinden van de Passerelle in te vullen met prominente functies voor kunstonderwijs en cultuur (museum). Het Engelenpad wordt daarmee ook versterkt. Verzocht wordt om dit in de NvU explicieter te benoemen.

De tekst in de NvU is hierop aangepast.

86

Reacties op het verblijfsklimaat en de openbare ruimte Reactie

Toelichting

Reactie

Toelichting

11. Het programmeren van de bestaande hallen en bedrijfsgebouwen met cultuur, horeca e.d. verhoudt zich niet goed met wonen in District Z vanwege de mogelijke bezwaren van toekomstige bewoners tegen geluidsoverlast.

Met dit argument is al rekening gehouden in de NvU. Rondom het plein bij de Rode hal zijn geen woningen geprojecteerd. De woningen in District Z zijn bedoeld voor jonge doelgroepen (concepten gericht op starters en jongeren) die juist graag in de levendigheid willen wonen.

16. Voor het verblijfsklimaat op straatniveau is het belangrijk om bij inrichting en bebouwing rekening te houden met valwinden, stormen en windhozen door klimaatverandering. De WUR heeft hier onderzoeken naar gedaan. Hoe wordt dit hierin meegenomen?

De uiteindelijke inrichting en het ontwerp van de bebouwing vindt plaats in de uitwerking van de ontwikkelplannen. Daar worden deze aspecten in meegenomen.

12. Het programmeren van studentenwoningen naast reguliere woningen geeft risico op geluidsoverlast door studenten.

Om dit risico te beheersen (ook in de openbare ruimte) is het van belang om te sturen op de exacte positionering van studentenwoningen. District Z is het aangewezen deelgebied, vlakbij het station en in de meeste levendigheid. De precieze locatie daarbinnen wordt in de NvU niet gegeven. Het vraagstuk zal worden meegenomen in de uitvraag aan marktpartijen.

17. Studenten van diverse hogescholen doen (o.a. in Zwolle) momenteel onderzoek naar het functioneren van wadi’s (hydraulisch functioneren, effect biodiversiteit, opinie bewoners) en komen met een advies over toekomstige wadi’s.

In de NvU wordt expliciet ingezet op het gebruik van wadi’s om hemelwater in het gebied vast te houden. NS en gemeente zijn geïnteresseerd in de uitkomsten om te zien welke lering kan worden meegenomen.

18. Het gebied zou ook een proeftuin (Zonecollege en Windesheim IPO en IT) voor klimaatadaptatie kunnen zijn met technologische innovaties en toepassingen in openbare ruimte (groen en bestrating) en in de bouw (nieuwe producten en materialen).

Dit past zeker bij de ambities van de NvU. De suggestie is in de tekst opgenomen.

19. De oplossing voor geluidsoverlast van het spoor wordt slechts summier beschreven. Hoe verhoudt zich de oplossing (geluidschermen) ten opzichte van de ambitie voor zichtbaarheid vanuit de trein en de overzijde van het spoor?

Geluidsbelasting van het spoor is een reële belemmering voor nieuwe ontwikkelingen. Ten behoeve van de NvU is onderzocht welke maatregelen genomen moeten worden om geluidsgevoelige functies (zoals woningen en onderwijs) binnen de toegestane geluidsnormen te kunnen realiseren. Het plaatsen van geluidschermen blijkt daarvoor noodzakelijk. Bij de verdere uitwerking van plannen zal de definitieve hoogte van geluidschermen worden bepaald.

20. Kan het water ook functioneel worden gemaakt, bijvoorbeeld met een strandje langs de Hanzesingel?

In de NvU is dit niet benoemd. Onbekend is wat de waterkwaliteit is.

Reacties op de ontwikkelstrategie Reactie

Toelichting

13. Het voortvarend kunnen ontwikkelen van het gebied hangt nauw samen met (het behouden van) de toegankelijkheid. Advies: ga de ontsluiting van het gebied als eerste regelen; ontwikkel in kleine stappen en houdt snelheid. meegenomen?

De ontwikkeling van het gebied neemt veel tijd in beslag en wordt in verschillende fasen uitgevoerd. Om te voorkomen dat het gebied op slot gaat en jarenlang als bouwput voelt is gekozen voor samenhangende plandelen die in de tijd opeenvolgend als een geheel ontwikkeld gaan worden. Sterker nog: het gebied van de Werkplaatsen gaat juist open voor het publiek en voor nieuwe initiatieven. De eerste stap is dat het terrein overdag toegankelijk wordt voor fietsers en voetgangers. Vanzelfsprekend is een goede ontsluiting voor bestaande bedrijven en bewoners een vereiste die wordt meegenomen in de bouwlogistiek.

14. Kan het ECO-team een rol krijgen in het selecteren van marktpartijen voor de verdere ontwikkeling? En voor het opzetten van placemaking?

Het ECO-team is opgericht om het economisch, cultureel en onderwijsprofiel van het Innovatiedistrict Regio Zwolle (Spoorzone) te realiseren en te bewaken. Dit betreft onder meer de opbouw van economische en culturele clusters en samenwerkingsverbanden (de software kant). In de gebiedsontwikkeling zullen marktpartijen deze clusters gaan vormgeven en een plek bieden. NS als grondeigenaar zal in de selectiefase voor marktpartijen het ECO-team om advies vragen over dit onderdeel van de indiening. Voorts zal het ECO-team onder meer proactief op zoek gaan naar nieuwe initiatieven. NS nodigt het ECO-team van harte uit om ook voor de placemaking op de gedefinieerde plekken initiatieven aan te dragen. Wanneer hiervoor iets in de markt wordt uigevraagd zal het ECO-team ook worden benaderd. noodzakelijk. Bij de verdere uitwerking van plannen zal de definitieve hoogte van geluidschermen worden bepaald.

15. Is er aandacht gegeven aan veiligheidsrisico’s zoals De externe veiligheidsrisico’s zijn op quick scan niveau onderzocht. Door onder meer rekening te houden met trillingen en plasbranden? de voorgeschreven afstand tot het spoor zijn er geen belemmeringen voor de toekomstige ontwikkelingen.

87

Reacties op mobiliteit Reactie

Toelichting

21. De locatie van een mobiliteitshub aan de Westerlaan (buiten het plangebied) is onlogisch en onpraktisch. Je moet dan buitenom met de auto om bij je bedrijf of woning in de Spoorzone te komen. Als je moet laden of lossen, en vervolgens moet parkeren, moet je met de auto onnodig grote afstanden afleggen.

De diverse functies in Werkplaatsen en Lurelui zijn via de Koggetunnel met de auto bereikbaar en parkeren in die hubs. De hub aan de Westerlaan is bedoeld voor District Z en is lopend eenvoudig met de Passerelle te bereiken. Het omrijden is beperkt omdat de doelgroepen voor de woningen in District Z geen eigen parkeerplaatsen hebben. Beoogd zijn doelgroepen zonder eigen autobezit. De gebouwen zijn wel allemaal bereikbaar voor hulpdiensten, verhuizingen en laden en lossen.

22. De keuze voor de drie mobiliteitshubs wordt in de NvU vanuit het plangebied gepresenteerd. Maar in de praktijk vereist dit afstemming met de directe omgeving (o.a. Hanzekwartier en Lurelui) zowel in de ontwikkelfases als in de gebruiksfase op lange termijn.

Het systeem met de mobiliteitshubs is in het Ontwikkelkader Spoorzone vastgesteld om de mobiliteitstransitie te realiseren. Voor de uitvoering daarvan is het in de NvU belangrijk om aan te tonen dat de ‘eigen’ parkeerbehoefte in het plangebied kan worden opgevangen zonder een claim op de omgeving te leggen. Gerekend is met loopafstanden van maximaal 250 meter. Met de voorgestelde hubs is aangetoond dat dit kan. Daarnaast is het vanzelfsprekend dat er (ook na vaststelling van de NvU) te allen tijde goede afstemming met de omgeving moet zijn om het systeem verder te optimaliseren. Zeker ook geldt dit tijdens de ontwikkelfases. In de tekst wordt dit verduidelijkt.

23. Wordt er voldoende rekening gehouden met de logistiek voor bedrijven en onderwijs in de Werkplaatsen (ook voor groot transport)?

Het bestemmen van de Werkplaatsen voor bedrijven in slimme maakindustrie en creatieve industrie, voor onderwijs en andere functies houdt onder meer in dat de panden ook bereikbaar moeten blijven voor vrachtverkeer. Dit is benoemd in de NvU en zal in de programma’s van eisen voor de ontwikkelingen verder worden geëxpliciteerd.

24. De Spoorzone zet in op een forse vermindering van het autoverkeer. Waarom wordt dan ingezet op een P+R op deze locatie? Een ander station aanwijzen scheelt auto’s en parkeerplaatsen.

In de NvU is uitgegaan van de huidige situatie. NS en gemeente zullen nader onderzoek doen naar de toekomstige opties voor P+R in de regio Zwolle en het effect op de parkeervoorzieningen Lubeckplein en Westerlaan.

25. In de teksten wordt onder meer gesproken over bereikbaarheid voor pakketbezorging. Advies: betrek de fietskoerier voor duurzame logistiek.

Een goed advies, dit is in de tekst opgenomen.

88

BGSV

bureau voor stedenbouw en landschap

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=91684d1a-0d7e-48ed-bbac-f636a50496a1