CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Nationaal-Toekomstbeeld-Fiets-op-hoofdlijnen

Raadsplein besluitvormend (Statenzaal) 13 september 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Actieplan Zwolle Wereldfietsstad10.555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen Inventarisatie van de opgave voor de Schaalsprong Fiets 8 maart 2021

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 2 van 20

Nederland ziet zich gesteld voor een groot aantal maatschappelijke opgaven op het gebied van economie, woningbouw en verstedelijking, bereikbaarheid, gezondheid, veiligheid, klimaat en duurzaamheid en leefbaarheid. Groeiend fietsgebruik draagt mede bij aan het oplossen van deze urgente maatschappelijke opgaven. Het goed en veilig geleiden van deze groei en de bijkomende uitdagingen op het gebied van verkeersveiligheid en toenemend ruimtebeslag vergt structurele en langjarige investeringen in fietsinfrastructuur. Investeringen in fietsinfrastructuur zijn snel uit te voeren, zeer kosteneffectief en de maatschappelijke baten zijn hoger dan de kosten1. De COVID-19 pandemie onderstreept het belang van een goede gezondheid. Voldoende beweging, ook per fiets, draagt bij aan de gezondheid. Tijdens de pandemie zijn mensen meer gebruik gaan maken van de fiets. Hoewel de meeste mensen verwachten na de COVID-pandemie weer terug te gaan naar het oude gedrag, blijkt dat ongeveer een kwart verwacht meer te blijven fietsen (en te lopen). De verwachting is dat, met name in de stedelijke gebieden, de groei de komende jaren voortzet. Er is tijdens de COVID-19 pandemie een flinke groei van de verkoop van e-bikes. Zo werden er in mei 2020 38% meer e-bikes verkocht dan in mei 2019. Dit lijkt erop te wijzen dat de groei van het gebruik van de e-bike door zal zetten na de pandemie.

Ook de combinatie van de fiets en het openbaar vervoer, die een goed alternatief biedt voor veel autoritten, zal de komende jaren weer groeien.

1

Bron: https://www.decisio.nl/wp-content/uploads/Tour-de-Force-Infographic.pdf

De verwachting is dat de komende jaren de mobiliteit door de bevolkings- en economische groei weer sterk gaat toenemen, ondanks het feit dat mensen ook na de Covid-19 crisis vaker thuis werken. Om deze mobiliteitsgroei in goede banen te leiden, is het van belang om het huidige hoge fietsgebruik vast te houden en daarmee de impact van de mobiliteitsgroei op het ruimtebeslag en de duurzaamheidsdoelen zoals klimaat en de uitstoot van fijnstof binnen de perken te houden. De combinatie van groeiend fietsgebruik en toenemende snelheidsverschillen op het fietspad maken dat de capaciteit en/of inrichting van het huidige fietsnetwerk op veel plaatsen niet meer voldoet en de veiligheid in het gedrang is. Dit geldt ook voor de capaciteit en kwaliteit van de fietsparkeervoorzieningen. Vanuit het besef dat meer en veiliger fietsgebruik niet vanzelf tot stand komt, is een groot aantal partijen het samenwerkingsverband ‘Tour de Force’ aangegaan. Dit samenwerkingsverband heeft mede voeding gegeven aan het idee om meer langjarig te kijken naar wat nodig is voor om fietsen een meer vanzelfsprekend alternatief te laten zijn voor een grotere groep mensen. Het Nationaal Toekomstbeeld Fiets, waarvan in dit document de hoofdlijnen worden geschetst, laat zien welke investeringen in fietsinfrastructuur en fietsstimuleringsmaatregelen op de korte en lange termijn nodig zijn.

Om zowel de kansen te benutten die de fiets biedt om bij te dragen aan de maatschappelijke opgaven van de komende jaren, als om de zware druk die het huidige en toekomstige fietsgebruik op het bestaande fietsnetwerk legt te verminderen. Dit Nationaal Toekomstbeeld Fiets op Hoofdlijnen is de afgelopen maanden tot stand gekomen in een intensieve samenwerking binnen Tour de Force.

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 3 van 20

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 4 van 20

Inhoudsopgave 1. Waarom een Nationaal Toekomstbeeld Fiets? ................................................................................ 5 NTF op hoofdlijnen ..................................................................................................................................... 6 Gezamenlijke inspanning Tour de Force............................................................................................ 6 2. De fiets als oplossing voor urgente opgaven en nieuwe uitdagingen die dit oplevert . 7 Fietsen draagt bij aan maatschappelijke opgaven ........................................................................ 8 Het fietsgebruik groeit door ................................................................................................................. 10 Groeiende fietsgebruik leidt tot nieuwe uitdagingen ................................................................ 10 Nationaal Toekomstbeeld fiets als wenkend perspectief ......................................................... 11 Pijlers NTF op hoofdlijnen ...................................................................................................................... 11 3. Hoofdfietsroutes: vlot en veilig doorfietsen in het hele netwerk ...........................................

12 Doorfietsroutes ........................................................................................................................................... 13 Stadsroutes ................................................................................................................................................... 13 Recreatieve routes ..................................................................................................................................... 13 Wat is in beeld gebracht over de hoofdfietsroutes? .................................................................. 13 Opgave hoofdfietsroutes op hoofdlijnen ........................................................................................ 13 4. Fietsparkeren: moeiteloos en veilig je fiets stallen ....................................................................... 14 Opgave fietsparkeren op hoofdlijnen ............................................................................................... 15 5. Fietsstimulering: benutten van de potentie .................................................................................... 16 6. Van hoofdlijnen naar resultaten ...........................................................................................................

18 Vervolgproces ............................................................................................................................................. 19 7. Factsheets opgave op hoofdlijnen ...................................................................................................... 20

Leeswijzer en colofon Na de algemene inleiding en de inhoudsopgave beschrijft hoofdstuk 1 de aanleiding en het proces van totstandkoming van dit NTF op hoofdlijnen. Daarna gaat hoofdstuk 2 in op de urgentie en de vraag hoe de Fiets bijdraagt aan de actuele maatschappelijke opgaven. Dit leidt tot een benodigde inzet op het gebied van fietsroutes, fietsparkeren en fietsstimulering. De opgave op deze thema’s staat centraal in de hoofdstukken 3, 4 en 5. Het vervolgproces komt in het laatste hoofdstuk kort aan de orde. In de bijlagen is de opgave samengevat op een landelijke factsheet en op afzonderlijke factsheets per provincie en vervoerregio. Het NTF op hoofdlijnen is tot stand gekomen in samenwerking met de samenwerkingspartners binnen Tour de Force.

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 5 van 20

1. Waarom een Nationaal Toekomstbeeld Fiets?

Foto: Marco de Swart

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 6 van 20

Tijdens de Bestuurlijke Overleggen MIRT van november 2020 hebben Rijk en regio afgesproken om in 2021 tot een Nationaal Toekomstbeeld Fiets (NTF) te komen. Het NTF brengt landsdekkend de opgave voor fietsinfrastructuur in beeld en is opgebouwd uit de ‘optelsom’ van (de eerste contouren van) regionale Fietsnetwerkplannen. De ambitie is de Fiets als volwaardige modaliteit en effectieve oplossing in te zetten voor de nationale opgaven op gebied van woningbouw en verstedelijking, bereikbaarheid, gezondheid, veiligheid, klimaat, duurzaamheid en leefbaarheid. Beoogd wordt een landelijk dekkend netwerk van fietsinfrastructuur te realiseren dat een effectief en vanzelfsprekend alternatief vormt naast de netwerken voor wegen en spoor. Het Nationaal Toekomstbeeld Fiets sorteert voor op de overgang van Infrastructuurfonds naar Mobiliteitsfonds met een integrale gebiedsgerichte scope. Tijdens het Nota Overleg MIRT van 7 december 2020 is door de bewindspersonen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat uitgesproken dat het oplossend vermogen van fietsinfrastructuur voortaan structureel wordt meegenomen in de afwegingen binnen het Mobiliteitsfonds.

Het gaat nadrukkelijk om een stapsgewijze en adaptieve aanpak waarbij via de MIRTsystematiek en jaarcycli stapsgewijs nadere afspraken kunnen worden gemaakt tussen Rijk en regio over de nadere concretisering, bekostigingsmogelijkheden en realisatie ambities. Het Nationaal Toekomstbeeld Fiets is daarbij het gewenste gezamenlijke toekomstperspectief dat voor ogen wordt gehouden. NTF op hoofdlijnen Afgesproken is ernaar te streven het Nationaal Toekomstbeeld Fiets in het najaar van 2021 op te leveren als input voor het BO-MIRT. Als tussenstap is afgesproken in maart 2021 de opgave op hoofdlijnen te schetsen. Het voorliggende document is bewust een NTF op hoofdlijnen. Het kent nog onzekerheden en er zijn nog vervolgkeuzes en nadere concretisering nodig is om te komen tot het definitieve NTF. Er ligt dan ook geen blauwdruk, er worden nu geen kant en klare lijstjes van fietsinfrastructuur projecten opgevoerd en er wordt nu ook nog niet een eenduidig of gedetailleerd kostenplaatje gepresenteerd.

Het belang van de fiets wordt in verschillende beleidsvisies onderschreven. In de 2e Etappe Schaalsprong Fiets van Tour de Force is de ambitie benoemd om te komen tot meer en veiliger fietsgebruik in Nederland: 20% meer fietskilometers in 2027 (t.o.v. 2017). Dit wordt ook erkend in de ‘Schets Mobiliteit 2040’ die stelt dat de (elektrische) fiets een goedkope, gezonde en duurzame modaliteit is voor afstanden tot 15 kilometer en daarnaast een belangrijke schakel in de ketenreis. Gezamenlijke inspanning Tour de Force Het NTF op hoofdlijnen is tot stand gebracht vanuit Tour de Force. Tour de Force (opgericht in 2015) is een samenwerking tussen overheden, marktpartijen, maatschappelijke organisaties, kennisinstituten en platforms die zich inzetten voor een sterker fietsbeleid in Nederland. Onder aansturing van een kernteam met vertegenwoordigers van Rijk en regio is de aflopen periode een intensief proces doorlopen om op regionaal en lokaal niveau de opgave voor de Schaalsprong Fiets op hoofdlijnen in beeld te brengen. Dit is gedaan voor de periode tot en met 2027 en de periode tot 2040, waarmee wordt aangesloten bij de looptijd van de Tour de Force ambitie en de verschillende bestuursperioden van de overheidslagen. Gedurende het proces heeft consultatie plaatsgevonden bij de overige partners binnen Tour de Force.

In het kader van regionale fietsnetwerkplannen, zijn binnen de provincies en vervoerregio’s in kort tijdsbestek regionale processen opgestart. Daarin zijn gemeenten en andere wegbeheerders (waaronder ook Rijkswaterstaat) gevraagd om vanuit de integrale opgaven binnen hun gemeenten en regio de ambities en opgaven voor het toekomstbeeld fiets te duiden. Dit is gedaan voor de thema’s hoofdfietsroutes en fietsparkeren. Omdat fietsinfrastructuur geen maatschappelijke waarde heeft zonder fietsers die er gebruik van maken, is ook fietsstimulering als thema in het NTF opgenomen. De inventarisaties die binnen de provincies en vervoerregio’s zijn gedaan, hebben in de meeste gevallen de status van een quickscan en kennen daardoor nog onzekerheden en onvolledigheden die in het vervolg moeten worden uitgewerkt. Wel geeft het voor nu een eerste inzicht in de omvang van de opgave voor de Schaalsprong Fiets.

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 7 van 20

2. De fiets als oplossing voor urgente opgaven en nieuwe uitdagingen die dit oplevert

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 8 van 20

Net als andere modaliteiten is fietsgebruik geen doel op zich, maar een oplossing voor veel verschillende urgente maatschappelijke opgaven waar Nederland de komende jaren voor gesteld staat. Het is belangrijk voor de bereikbaarheid van Nederland, de Woningbouwopgave en de transitie naar duurzame mobiliteit (Klimaatakkoord). Verder levert fietsen een belangrijke bijdrage aan de gezondheid en de vitaliteit en draagt het bij aan de ontplooiingskansen. Tot slot is onze Nederlandse fietskennis een belangrijk exportproduct dat bijdraagt aan de duurzaamheidsdoelen van de EU. Eurocommissaris Frans Timmermans benoemde in een recent ECF webinar fietsinvesteringen als no-regret maatregelen.

Mobiliteit in landelijk gebied. In minder dicht bevolkte gebieden, spelen andere opgaven. Hier verdwijnen juist voorzieningen en staan lokale en regionale OV-verbindingen onder druk. De fiets, en met name de elektrische fiets in al haar vormen, zorgen ervoor dat mensen voorzieningen als scholen en winkels kunnen blijven bereiken. Daarnaast biedt het landelijk gebied aantrekkelijk ruimte voor de recreatieve en sportieve fietser. Fietsen is daarmee belangrijk voor het toerisme en de regionale economie. Met een aantrekkelijk aanbod van overnachtingsmogelijkheden, horeca en routes biedt het vitaal landelijk gebied een prettige omgeving voor verschillende typen fietsers.

Fietsen draagt bij aan maatschappelijke opgaven Hieronder volgt een overzicht van een aantal maatschappelijke opgaven en de wijze waarop meer fietsen mede bijdraagt aan het oplossen. Woningbouw- en verstedelijking. Nederland staat voor een grote verstedelijkingsopgave. In tien jaar tijd moet een miljoen nieuwe woningen worden gebouwd. Het bereikbaar en daarmee leefbaar houden van de groeiende steden vraagt een integrale mobiliteitsstrategie waarin de fiets een prominente plek heeft. Een verplaatsing met de fiets, al dan niet in combinatie met hoogwaardig OV, is efficiënt en ruimtebesparend. OV en fiets hebben twintig tot dertig keer minder ruimte nodig dan de auto. Verdichting van de steden zorgt ervoor dat mensen veel banen en voorzieningen op fietsafstand hebben. Dat leidt tot aantrekkelijke woongebieden en economisch sterke regio’s. Mobiliteit in steden. Fietsen en de keten fiets-OV spelen een belangrijke rol voor de bereikbaarheid binnen en tussen steden. 28 procent van alle verplaatsingen wordt per fiets afgelegd. In veel steden ligt het fietsaandeel nog aanmerkelijke hoger. En juist in deze stedelijke gebieden is de komende jaren nog een grote groei van het fietsgebruik te verwachten. In het woon-werkverkeer heeft de fiets een aandeel van 27%. Hier ligt een groot potentieel, omdat de snelle groei van de elektrische fiets langere fietsafstanden mogelijk maakt.

Een voorbeeld uit Utrecht illustreert de urgentie voor een Schaalsprong Fiets Door de verdichting van de stad, de doorontwikkeling van het stedelijke en regionale fietsnetwerk en de ontwikkeling van elektrische fietsen is het fietsgebruik in Utrecht de afgelopen jaren met gemiddeld 3-5% per jaar gestegen. De verwachting is dat deze groei doorzet, wat resulteert in ongeveer 75% meer fietsritten in 2040 ten opzichte van 2015. Als we verder geen maatregelen treffen raken vooral routes naar het centrum en station Utrecht Centraal daardoor verder overbelast. Ook raken de fietsenstallingen rondom Utrecht Centraal dan overvol ondanks de enorme capaciteitsuitbreidingen van de afgelopen jaren. Nu al is het fietspad op het Vredenburg het drukste fietspad van Nederland en zijn de grote fietsenstallingen bij Utrecht Centraal (Stationsplein en Jaarbeursplein) soms al vol. Steeds meer verschillende maten fietsen, waaronder een groeiend aantal vrachtfietsen, en meer snelheidsverschillen tussen fietsen vergroten de druk op het netwerk. Zonder verdere uitbreiding en verbeteringen van het fietsnetwerk neemt de drukte zodanig toe dat de aantrekkelijkheid van fietsen afneemt, (het gevoel van) onveiligheid toeneemt en kwetsbare doelgroepen (kinderen en ouderen) in de spits niet meer overal kunnen (of willen) komen met de fiets.

Drukke fietsroutes en het stallen van fietsen leveren overlast op voor de omwonenden en voetgangers die moeilijk kunnen oversteken. (Bron: Mobiliteitsplan Utrecht, 2020)

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 9 van 20

Gezondheid. Fietsers zijn productiever, gelukkiger en minder vaak ziek. Regelmatige fietsers voelen zich fitter en verzuimen minder. Wie dagelijks naar het werk of naar school fietst, werkt automatisch al aan zijn of haar gezondheid. Door dagelijks met de fiets naar het werk te gaan neemt de kans op vroegtijdig overlijden met 41% af2. Fietsen is daarnaast een gezonde en ontspannende vrijetijdsbesteding. Mede door de coronacrisis ervaren steeds meer mensen het positieve effect op hun welzijn van een ommetje met de fiets. Er is veel gezondheidswinst te halen door mensen die op dit moment niet of minder fietsen juist (meer) op de fiets te krijgen.

Fietsen in cijfers Het belang en de potentie van de fiets voor Nederland wordt ondersteund door de feiten en cijfers die door het KiM1 in beeld zijn gebracht. Daaruit blijkt onder meer dat:

Klimaat en duurzaamheid. Fietsen is een klimaatneutrale vorm van mobiliteit. Meer fietsen ten opzichte van de auto levert directe milieuwinst op. Dat is ook nodig om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen. Nu is ongeveer de helft van alle autoritten (3,6 miljard) korter dan 7,5 kilometer3. Dit zijn ritten die prima met de fiets te maken zijn. Een modal-shift op dit punt levert fors minder uitstoot op van CO2, stikstof en fijnstof. Leefbaarheid. Zeker in gebieden waar de ruimte schaars is, is het belangrijk dat mensen voldoende mogelijkheden hebben om te bewegen. Voor de fiets is deze ruimte buiten de stad vaak makkelijker te vinden dan binnen de stad. Op de fiets ben je snel en gezond de stad uit. Goede aansluitingen vanuit de stedelijke omgeving op de recreatieve netwerken bevorderen recreatie en sportiviteit in de directe nabijheid van de woonomgeving.

https://www.fietsberaad.nl/Kennisbank/Fietsfeiten

Nederlanders in 2019 4,8 miljard ritten met de fiets maakten, waarbij 17,6 miljard km werd afgelegd. Dit komt neer op 3,0 km fietsen per Nederlander per dag.

•

Meer dan een kwart (28%) van alle verplaatsingen per fiets wordt afgelegd.

•

Ongeveer 27% van de werkenden de fiets gebruikt voor de woon-werkreis.

•

Ongeveer 80% van de fietsverplaatsingen korter is dan 5 km en ongeveer 7% van de fietsverplaatsingen langer is dan 10 km.

•

Aan de woningzijde reizigers bij ongeveer 43% van de treinverplaatsingen de fiets als voor- of natransport gebruiken.

•

Mensen die meer in stedelijke gebieden wonen, relatief meer fietsen dan mensen uit minder of niet stedelijke gebieden

Veel verplaatsingen die op basis van de afstand ook met de fiets kunnen worden afgelegd, gaan per auto:

Kansen voor mensen. De fiets draagt bij aan een inclusieve samenleving. De fiets is een laagdrempelig, voordelig en praktisch vervoermiddel dat mensen helpt om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij. Zelfs in ons land met ruim meer fietsen dan inwoners (ongeveer 23 miljoen fietsen op 17 miljoen inwoners) zijn er groepen mensen die niet beschikken over een fiets of die niet of nauwelijks hebben geleerd om te fietsen. Als ze geen alternatief vervoermiddel hebben, hebben ze meer moeite werk of school te bereiken.

2

•

•

In 2019 was een derde van de autoverplaatsingen korter dan 5 km; dit betreft 2,5 miljard verplaatsingen.

•

Bijna de helft (47%) van de autoverplaatsingen (3,5 miljard) is korter dan 7,5 km en 64% (4,8 miljard) is korter dan 15 km.

•

Voor verplaatsingen tot 7,5 km (65% van alle verplaatsingen) gebruikt 38% van de Nederlanders de fiets en 34% de auto.

•

Voor afstanden vanaf 3,7 km is de auto populairder dan de fiets

Bron: Fietsfeiten: nieuwe inzichten, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, 2020

3

Fietsfeiten, nieuwe inzichten, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, 2020

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 10 van 20

Het fietsgebruik groeit door

Groeiende fietsgebruik leidt tot nieuwe uitdagingen

Uit het bovenstaande volgt dat het niet alleen noodzakelijk, maar ook slim is om te investeren in fietsgebruik. In de praktijk blijkt dat het fietsgebruik doorgroeit. Met name door de snelle opmars van de e-bike die langere fietsafstanden mogelijk maakt.

Door de groei van het fietsgebruik ligt er een grote opgave om in de stedelijke gebieden voldoende ruimte voor de fiets vrij te maken. De ruimte die geparkeerde fietsen innemen op straat en in de openbare ruimte wordt een steeds groter probleem op drukke plekken in de stad. De combinatie van groeiend fietsgebruik en toenemende snelheidsverschillen op het fietspad maken dat de capaciteit van het huidige fietsnetwerk op veel plaatsen niet meer voldoet. Deze problematische combinatie zorgt ook voor een toename van het aantal verkeersslachtoffers onder fietsers. Op dit moment is een derde van het aantal verkeersslachtoffers een fietser. Onder de verkeersslachtoffers bij de spoedeisende hulp is het aandeel fietsers twee derde. Om de veiligheid van fietsers te verbeteren is een kwaliteitsimpuls in de fietsinfrastructuur noodzakelijk.

Hoewel door de COVID-pandemie (de lockdown en thuiswerken) de mobiliteit nu tijdelijk is afgenomen, is het fietsgebruik onverminderd hoog. In het woon-werkverkeer lag het aandeel fietsgebruik in de maanden juni t/m september 2020 significant hoger vergeleken met dezelfde periode in 2019 (32,9% ten opzichte van 29,6% 4). Dit komt deels doordat minder mensen reizen en vooral OV-reizigers vaker thuiswerken, maar ook deels door een verschuiving van andere modaliteiten naar de fiets Gemiddeld maakt: •

bijna 3% van de reizigers die voor COVID-19 in de ochtendspits met de auto onderweg waren, nu een verplaatsing met de fiets;

•

iets meer dan 2% van de reizigers die voor COVID-19 in de ochtendspits met het OV onderweg waren, nu een verplaatsing met de fiets.

Tussen nu en 2040 wordt een grote groei van het fietsgebruik verwacht, met name in stedelijke gebieden waar het fietsgebruik al hoog is. Met name op middellande afstanden (10-25 km) zien we een toename van het aandeel fietsgebruik, mede door de groei van het gebruik van de elektrische fiets. In mei 2020 werden er bijvoorbeeld 38% meer e-bikes verkocht dan in mei 2019. De combinatie van fiets en openbaar vervoer biedteen goed alternatief voor veel autoritten en zal de komende jaren weer gaan groeien.

4

Fietsfeiten: nieuwe inzichten, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid, 2020

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 11 van 20

Nationaal Toekomstbeeld fiets als wenkend perspectief Het NTF maakt de noodzakelijke schaalsprong inzichtelijk om de geschetste opgaven aan te pakken. Met het NTF wordt een landelijk dekkend netwerk van fietsinfrastructuur beoogd dat een effectief en vanzelfsprekend alternatief vormt naast de netwerken voor wegen en spoor. Infrastructuur en voorzieningen waarvan mensen en graag en comfortabel gebruik kunnen maken en waarmee ze zich vlot en veilig van A naar B kunnen verplaatsen. Een landelijk netwerk van hoogwaardige fietsroutes (snelfietsroutes), alle ruimte voor langzaam verkeer en ruimte efficiënt vervoer in de stad, aantrekkelijke groen-blauwe stad-land verbindingen, innovatieve en voldoende stallingsmogelijkheden, en vooral fijne overstap tussen fiets en OV. Dit brengt een grote opgave met zich mee die in dit NTF op hoofdlijnen wordt geschetst. Niet alleen voor de routes en de voorzieningen voor fietsparkeren, maar ook voor stimulering om een grotere groep mensen (meer) te laten fietsen.

Pijlers NTF op hoofdlijnen De pijlers van dit NTF op hoofdlijnen worden gevormd door: 1.

Hoofdroutes – vlot en veilig doorfietsen in het hele netwerk

2.

Fietsparkeren – moeiteloos en veilig je fiets stallen

3.

Fietsstimulering – benutten van de potentie

Wat de op hoofdlijnen de ambitie op deze pijlers is, wordt in de volgende hoofdstukken uiteengezet en in de factsheets in de bijlagen verbeeld.

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 12 van 20

3. Hoofdfietsroutes: vlot en veilig doorfietsen in het hele netwerk

Foto: Bertil van Wieren

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 13 van 20

Om goed en veilig door te kunnen fietsen in het hele netwerk richt het NTF zich op hoofdfietsroutes in stad en regio, binnen en buiten de kom. Dit zijn de hoofdroutes voor het alledaags fietsverkeer. Uiteraard is het totale fietsnetwerk in Nederland fijnmaziger dan deze hoofdroutes . Denk bijvoorbeeld aan het onderliggende niveau van fietsen in wijken, maar ook in buitengebieden, waar zonder speciale fietsvoorzieningen als vrijliggende fietspaden veel gefietst wordt op wegen voor gemengd verkeer. Het NTF legt de focus op de hoofdroutes. Binnen de hoofdroutes wordt onderscheid gemaakt in verschillende typen, die hieronder worden toegelicht. Dit zijn overigens zijn geen harde afgebakende definities en op lokaal en regionaal niveau kunnen hiervoor andere, gelijksoortige terminologieën voorkomen. Doorfietsroutes Dit zijn de hoogwaardige regionale fietsroutes die steden verbinden met omliggende plaatsen en de woongebieden met werklocaties, voorzieningen en scholen voor het voortgezet onderwijs. Vanwege het verbindende karakter liggen deze routes voor een groot deel buiten de bebouwde kom en lopen binnen de bebouwde kom door naar de betreffende centra en bestemmingen. Doorfietsen, comfort en veiligheid bieden ruimte aan grote stromen fietsers. Dit zijn routes die vooral een functie vervullen voor langere fietsverplaatsingen van 15-45 minuten.

Stadsroutes Bij stadsroutes gaat het om binnenstedelijke hoofdroutes en interwijkverbindingen. Deze routes bedienen de dagelijkse bestemmingen binnen de bebouwde kom. Denk hierbij aan de stadscentra, scholen en grote winkelvoorzieningen en werklocaties. Het gaat hier om fietsritten van 5-30 minuten. Deze binnenstedelijke routes kennen vaak een hogere intensiteit dan de doorfietsroutes buiten de bebouwde kom. Ook hier zijn doorfietsen, comfort en veiligheid wezenlijk. Recreatieve routes Voor het nationale beeld worden met de recreatieve routes de fietsverbindingen bedoeld die het stedelijk gebied met het recreatieve buitengebied verbinden. Aantrekkelijke en toegankelijke stad-landroutes dragen bij aan de leefbaarheid en gezondheid in het stedelijk gebied. Hierbij hoort ook het vergroten van de

fietsbereikbaarheid van belangrijke toeristisch-recreatieve bestemmingen in het buitengebied. Wat is in beeld gebracht over de hoofdfietsroutes? Voor de hoofdroutes is binnen elke provincie en vervoerregio voor de periode tot en met 2027 en voor de periode daarna richting 2040 in beeld gebracht hoe groot de opgave (in km’s en euro’s) is voor nieuw te realiseren routes en voor het opwaarderen van bestaande routes. Gebleken is dat dit onderscheid in deze eerste inventarisatie niet altijd eenduidig kon worden aangebracht of dat regio’s hier verschillend mee om zijn gegaan. Ook is gebleken dat het onderscheid tussen de verschillende types niet zwartwit is. Een recreatieve route kan bijvoorbeeld samenvallen met een doorfietsroute en een doorfietsroute kan juist weer overlopen in een stadsroute. Bij de inventarisatie in de provincies en regio’s is er speciale aandacht gevraagd voor het slechten van barrières in routes. Hoofdwegen, spoorwegen en waterwegen leveren soms een aanzienlijke omrijfactor op voor fietsers. Om die reden wordt dan vaak niet voor de fiets gekozen. Het slechten van zulke barrières vergt ingrijpende en kostbare ingrepen in bestaande en/of nieuwe kunstwerken. Voor de routes is verder uitgangspunt dat inrichting toekomstbestendig dient te voldoen aan de richtlijnen zoals verwoord in de ‘Ontwerpwijzer fietsverkeer’, CROW 351.

Dit komt tot uiting in de opgave voor de opwaardering van het netwerk. Opgave hoofdfietsroutes op hoofdlijnen De samengevatte inventarisaties binnen de provincies en vervoerregio’s leiden tot de volgende opgave op het gebied van de hoofdroutes.

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 14 van 20

4. Fietsparkeren: moeiteloos en veilig je fiets stallen

Foto: Digaverde

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 15 van 20

Om de fiets te kunnen en willen gebruiken moet je hem moeiteloos en veilig kunnen stallen, liefst zo dicht mogelijk bij je bestemming of overstapplek zoals treinstations en andere ov-knooppunten en goed toegankelijk vanaf fietsroutes. Nieuwe deelconcepten zoals deelfietsen zijn ook steeds meer in trek en bieden een goede aanvulling op de zogenaamde ‘last mile’ vanaf OV-knooppunten en hubs. De afgelopen 20 jaar hebben overheden gezamenlijk geïnvesteerd in nieuwe en betere stallingen. Zo is de stallingscapaciteit bij treinstations de afgelopen jaren al uitgebreid tot 520.000 plekken en is een verdere uitbreiding naar 600.000 plekken voorzien rond 2025. Ondanks dat overheden veel hebben geïnvesteerd in fietsenstallingen is door de groeiende populariteit en gebruik van de fiets de stallingscapaciteit een knelpunt. Ondanks deze investeringen blijft er in het publieke domein een grote opgave bij zowel treinstations en andere ov-knooppunten als bij publiekstrekkende locaties als stadscentra, winkelcentra, uitgaansgebieden, sportcentra etc. Daarbij geldt dat de fietsparkeerbehoefte niet altijd op maaiveld kan worden opgelost, omdat dit de kwaliteit van de buitenruimte te veel belast. De opgave is zoveel mogelijk in beeld gebracht voor het fietsparkeren bij treinstations, overige OV-knooppunten , mobiliteitshubs, stadscentra en specifieke voorzieningen.

Dit gedaan voor de periode tot en met 2027 en de periode tot 2040. Daarbij is bij gemeenten binnen provincies en vervoerregio’s geïnventariseerd of het om nieuw te realiseren stallingen of uitbreiding van bestaande stallingen gaat, inclusief het onderscheid van gebouwde of maaiveldoplossingen. De opgave voor fietsparkeren op privaat terrein voor bewoners, bedrijven, scholen en instellingen is buiten scope geplaatst. Ook het fietsparkeren binnen bestaande woonwijken behoort niet tot de scope, hoewel dit vanwege de schaarse ruimte wel een steeds groter issue wordt. Dit wordt echter als een integrale ruimtelijk opgave bestempeld voor de betreffende wijken en niet als sec een fietsopgave.

Opgave fietsparkeren op hoofdlijnen De samengevatte inventarisaties binnen de provincies en vervoerregio’s leiden tot de volgende opgave op het gebied van de fietsparkeren.

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 16 van 20

5. Fietsstimulering: benutten van de potentie

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 17 van 20

Om ervoor te zorgen dat meer mensen kunnen én gaan fietsen en dat fietsen iets voor iedereen wordt, zijn alleen infrastructurele maatregelen niet voldoende. Immers, dat er voorzieningen zijn of worden gerealiseerd, wil niet zeggen dat mensen ze automatisch weten te vinden en er gebruik van maken. Of dat werkgevers doordrongen zijn van de positieve effecten van fietsen op hun medewerkers. Fietsstimulering is dan ook een onlosmakelijk onderdeel van het NTF. Het is essentieel om specifieke (lokale) projecten onder de aandacht te brengen, maar ook om fietsen in algemene zin te ‘promoten’. In programma’s als Beter Benutten zijn hier goede resultaten mee geboekt. Campagnes gericht op specifieke doelgroepen zijn het meest effectief. Denk bijvoorbeeld aan het aanmoedigen van ouders om hun kinderen lopend of met de fiets naar school te brengen, of aan de ‘doortrapcampagne’ gericht op ouderen. Naast campagnes kan het ook gaan over andere vormen van stimulering, zoals fiscale regelingen ten behoeve van verduurzaming van het zakelijk vervoer. Hierbij kan het gaan om regelingen voor de leasefiets en fietsen ‘van de zaak’. Partijen als BOVAG zorgen ervoor dat fietsondernemers de tools in handen hebben om werkgevers zo goed mogelijk te informeren en het fietsgebruik onder werknemers te laten stimuleren.

Op verschillende schaalniveaus in het land zijn succesvolle programma’s actief (denk bijvoorbeeld aan Sjees in Noord-Brabant gericht op de forens, maar ook aan de vele lokale campagnes om kinderen veilig naar school te laten fietsen). Steeds vaker worden daarbij combinaties ingezet van publieksvoorlichting en gerichte regelingen, zodat voorlichting en gedragsverandering hand in hand gaan. Fietsstimulering heeft in dat kader dan ook een hele belangrijke lokale component. Om bijvoorbeeld op het juiste moment en met de juiste lokale, specifieke boodschap gerealiseerde (doorfiets)routes of fietsenstallingen onder de aandacht te brengen. Dit geldt ook voor lokale fietsstimuleringsprojecten gericht op specifieke doelgroepen. In de periode richting het NTF van dit najaar wordt het onderdeel fietsstimulering nader uitgewerkt.

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 18 van 20

6. Van hoofdlijnen naar resultaten

Foto: Bertil van Wieren

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 19 van 20

Vervolgproces Het realiseren van de opgave die op hoofdlijnen is geschetst, vraagt forse inspanningen van alle partijen. Veel partijen zijn zicht daarvan bewust. Nederland aantrekkelijk en bereikbaar houden vergt (gezamenlijke) inzet van kennis, expertise en bestuurlijke inspanningen. Daarnaast heeft het realiseren van de ambities een prijskaartje. Wat de hoogte van dit prijskaartje precies zal zijn, is nu alleen op hoofdlijnen ingeschat., Hierover dienen binnen het kader van het NTF nog veel keuzes te worden gemaakt, bijvoorbeeld over ambitieniveau en fasering. Er zijn nog veel vervolgstappen te zetten op de weg naar concrete investeringsbeslissingen. Het NTF op hoofdlijnen schetst de contouren van de Nederlandse fietsinfrastructuur opgave. Het is een belangrijke tussenstap op weg naar het Nationaal Toekomstbeeld Fiets. De komende maanden wordt de inventarisatie in een gezamenlijk proces verder uitgewerkt, waarbij gemeenten actief worden betrokken. Het definitieve NTF schetst de nationale fietsinfrastructuur opgave op meer gedetailleerd niveau. Het streven is het NTF in september 2021 gereed te hebben. Het aan het MIRT verbonden overlegcircuit zal worden benut voor het bestuurlijk accorderen van het NTF en de daaraan te verbinden vervolgstappen. overstappen, enz.) om meer treinpaden in te kunnen plannen.

In een volgende stap dient nader onderzoek plaats te vinden waarin de toepassing van kansrijke beleidsknoppen wordt gekoppeld aan concrete bottlenecks in het netwerk, zodat de haalbaarheid meer specifiek kan worden beoordeeld en kan worden toegewerkt naar concrete pilots.

Nationaal Toekomstbeeld Fiets op hoofdlijnen, 8 maart 2021 - Pagina 20 van 20

7. Factsheets opgave op hoofdlijnen

Foto: Bertil van Wieren

75%

OFD

A L ER

D E N

Upgrade bestaande hoofdfietsroutes

HO

ND

FIET

SRO

IMU

UTE

rfie

S

Investeringsopgave hoofdfietsroutes

tsro

ute

€

t/m 2027 2028-2040 t/m 2027 2028-2040

14.300 km 6.500 km 6,6 miljard 5,1 miljard

srou

te

OUDEREN & FIETS

ING

SPA

STA

Doo

Stad

LER

FIET TIO

Opgave hoofdfietsroutes

WERK & FIETS

SST

NS

TOTAAL HOOFDFIETSROUTES

e tiev a e r Recroute

KINDEREN & FIETS

FIET

20% Ontbrekende schakels 5% Onbekend

GEZONDHEID/ PREVENTIE & FIETS

RKE

STA

DSC

REN

MO

BIL

ENT

RA O NO

K

OV-

T

N PPU

ITE

ITS

HU

GE

BS

RI E V O

M

TE BES

TOTAAL FIETSPARKEREN

€

t/m 2027 2028-2040 t/m 2027 2028-2040 t/m 2027 2028-2040

337.000 348.000 5.000 8.000 0,6 miljard 0,5 miljard

Opgave extra stallingen

Vervangingsopgave stallingen

€ Totale investeringskosten stallingen

EN

G MIN

DRENTHE

Drenthe is de provincie ván en vóór fietsers. In Drenthe is de fiets een belangrijk vervoersmiddel naar school en werk binnen stedelijke gebieden en een essentiële component in de ketenmobiliteit van het landelijk gebied. De fiets speelt nu al een belangrijke rol in het bereikbaar, leefbaar en gezond houden van onze provincie. Met ambitieuze fietsplannen willen wij de positie van de fiets in het mobiliteitssysteem versterken. Dit doen we onder meer door in te zetten op doorfietsroutes die de buitengebieden met de steden en de steden onderling verbinden. We geloven in de potentie van de fiets op de korte en middellange afstanden en in de positie van de fiets in de ketenmobiliteit. De fiets speelt een belangrijke rol in het voor- en natransport naar het openbaar vervoer en Hubs en in de bereikbaarheid van centrumgebieden.

Ook investeren wij samen met onze partners in het verbeteren van de lokale fietsinfrastructuur door het opheffen van veiligheidsknelpunten, het realiseren van ontbrekende schakels en het opwaarderen van lokale fietspaden. Daarnaast is fietsen voor Drenthe een populaire toeristische trekker en daarmee een grote en belangrijke bron voor bestedingen en werkgelegenheid. Het bieden van een aantrekkelijk toeristisch fietsproduct met uitstekende toeristische fietsvoorzieningen is dan ook een vereiste.

Om onze ambities te kunnen realiseren werken we met programma’s als ‘Op Fietse’ en ‘Drenthe reist duurzaam’ aan de concrete uitvoering van het integrale fietsbeleid. We werken daarin samen met gemeenten, organisaties, kennisinstellingen, verenigingen en ondernemers en leggen verbindingen met bijvoorbeeld natuur, cultuur, infrastructuur, mobiliteit en sport. In ons beleid heeft de fiets dan ook een prominente plek gekregen.

HO

OFD

FIET

TOTAAL HOOFDFIETSROUTES

e tiev a e r Recroute

SRO

Opgave hoofdfietsroutes

Doo

UTE

rfie

S Stad

Investeringsopgave hoofdfietsroutes

tsro

ute

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

740 km 680 km 256 mln 261 mln

srou

FIET

SPA

STA

TIO

NS

A

TR N E C

RKE

DS

REN

STA

BIL

T

N PPU

O NO

K

OV-

MO

te

ITE

ITS

GE

RI E V O

HU

BS Opgave extra stallingen Vervangingsopgave stallingen Totale investeringskosten stallingen

M

TE BES

TOTAAL FIETSPARKEREN

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

7.100 700 0 0 7 mln 0,5 mln

EN

G MIN

FRIESLAND

Provincie Friesland maakt samen met de Friese gemeenten plannen om de regionale kernen door middel van een ‘basisfietsnetwerk Fryslân’ te verbinden. Hiermee wordt niet eenmalig geïnvesteerd in doorfietsroutes, maar wordt ook voor de toekomst (2040) het fietsnetwerk geborgd. De eerste stappen voor een basisfietsnetwerk Fryslân zijn gezet. Hierbij focussen wij ons op veilig verplaatsen met de fiets naar het werk, school en recreatieve plekken. Voor de langere afstanden worden ten minste vier hoogwaardige fietsroutes gerealiseerd. Niet alleen tussen de regionale kernen wordt geïnvesteerd, ook binnen de stadsgrenzen

zijn plannen van gemeenten om met fietsinfrastructuur de komende jaren in te zetten op het creëren van een modal shift. Fryslân scoort al een aantal jaar de maximale score op het gebied van recreatief fietsen van het Landelijk Fietsplatform. Dat wil niet zeggen dat er geen ambities meer zijn. Er zijn concrete plannen om de Friese meren te voorzien van fiets- en wandelinfrastructuur zodat de komende jaren ‘rondjes’ gemaakt kunnen worden. Daarbij is het nog steeds van belang om de ‘basis op orde’ te hebben, waarbij er geïnvesteerd wordt in bebording en rustpunten. Deze eenvoudige

investeringen zorgen wel voor een plus op het fietsen in Fryslân. De rol van de provincie Fryslân zal op het gebied van fietsstimulering sterker worden waarbij de provincie als aanjager van duurzaamheid projecten zal starten om forenzen op de fiets te krijgen. Vanwege de coronacrisis wordt nog gezocht naar een geschikt moment om dit te starten. Verder dienen de komende jaren de parkeerplaatsen voor de fiets op meerdere plekken zoals stedelijke centrale en bus- en treinstations te worden uitgebreid om een duurzame (keten) reis te maken.

HO

OFD

FIET

TOTAAL HOOFDFIETSROUTES

e tiev a e r Recroute

SRO

Opgave hoofdfietsroutes

Doo

UTE

rfie

S Stad

Investeringsopgave hoofdfietsroutes

tsro

ute

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

1.530 km 550 km 624 mln 261 mln

srou

FIET

SPA

STA

TIO

NS

A

TR N E C

RKE

DS

REN

STA

BIL

T

N PPU

O NO

K

OV-

MO

te

ITE

ITS

GE

RI E V O

HU

BS Opgave extra stallingen Vervangingsopgave stallingen Totale investeringskosten stallingen

M

TE BES

TOTAAL FIETSPARKEREN

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

5.100 1.800 100 0 10 mln 1 mln

EN

G MIN

GELDERLAND

Gelderland ziet het NTF als een kans om de ambities, die verder strekken dan het bereiken van meer fietskilometers, te realiseren. Fiets is de sleutel tot het succesvol realiseren van de Gelderse en ook zeker landelijke opgaven. Het NTF sluit daarom goed aan bij de ambitie van de Gelderse Omgevingsvisie om in 2030 35% van vervoersbewegingen per fiets te laten zijn. Zo is er in de Visie voor bereikbaar Gelderland focus op fiets in zowel de bouwsteen Korte afstanden als in Mobiliteitshubs en Verkeersveiligheid. Het stimuleren en veranderen van gedrag en het (laten) maken van slimme keuzes in vervoer dragen bij aan een schonere en duurzamere leefomgeving. Investeren in fiets maakt de noodzakelijke verstedelijkingsopgaves ruimtelijk uitvoerbaar, het draagt bij aan de leefbaarheid van zowel ons stedelijk als landelijk gebied en draagt bij aan het verduurzamen van onze mobiliteit.

Het Hoofdfietsnet Gelderland laat de Gelderse ambitie zien, op met name doorfietsroutes en grote recreatieve bestemmingen. Daarnaast zijn in de zes Gelderse regio’s de voor hen belangrijkste doorfietsroutes en stadsroutes opgehaald. Deze volgen veelal uit de opgestelde fietsplannen van de regio’s. Versnelde realisatie en prioritering van concrete fietsambities vraagt van het rijk een structurele en meerjarige investering. Samengevat gaat het om een geschatte investering van € 1,5 miljard om 3620 km aan bestaande wegen te verbeteren en ontbrekende schakels te realiseren.

Voor wat betreft fietsparkeren gaat het om een investering van 31 miljoen euro in de periode tot en met 2027 en van 28 miljoen euro om de schaalsprong voor 2040 te realiseren door fietsparkeren bij stations te verbeteren. De afgelopen jaren zijn er veel grote doorfietsroutes in Gelderland gerealiseerd. Er liggen nu kansen voor de korte termijn die met hulp van het rijk tot een versnelling en schaalsprong fiets kunnen komen. Daarbij is het ook van belang een integrale afweging en slimme keuzes te maken, in ruimtelijke planning en juist ook financieel.

HO

OFD

FIET

TOTAAL HOOFDFIETSROUTES

e tiev a e r Recroute

SRO

Opgave hoofdfietsroutes

Doo

UTE

rfie

S Stad

Investeringsopgave hoofdfietsroutes

tsro

ute

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

3.280 km 340 km 1.166 mln 353 mln

srou

FIET

SPA

STA

TIO

NS

A

TR N E C

RKE

DS

REN

STA

BIL

T

N PPU

O NO

K

OV-

MO

te

ITE

ITS

GE

RI E V O

HU

BS Opgave extra stallingen Vervangingsopgave stallingen Totale investeringskosten stallingen

M

TE BES

TOTAAL FIETSPARKEREN

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

16.700 13.100 100 0 31 mln 28 mln

EN

G MIN

GRONINGEN

De provincie Groningen kenmerkt zich door een sterke en groeiende stad, omsloten door een dunbevolkter ommeland met veel kleinere kernen. Een gebied dat onder druk staat door krimp en een afnemend voorzieningenniveau. Dit leidt aan de ene kant tot een sterk radiale verkeersstructuur richting de kernen met geconcentreerde pendel en hoge piekbelasting. Daarnaast zijn er in het ommeland uitdagingen om de leefbaarheid goed te houden door de bereikbaarheid en economische vitaliteit op peil te houden. Fietsen (utilitair, recreatief of met welk ander doel ook) draagt hieraan ontegenzeggelijk bij. Voor de provincie Groningen staat fietsen op één. Dit betekent dat de provincie in alles wat ze doet zo veel mogelijk rekening houdt met de fietser en waar mogelijk kansen benut. Hierbij maakt het niet uit of de fiets wordt gebruikt voor de gehele reis van deur-tot-deur of in combinatie met andere modaliteiten. Het gaat erom dat iedere inwoner de mogelijkheid heeft om op een comfortabele, duurzame en gezonde manier te komen waar hij wil.

In de provincie Groningen wordt de komende jaren fors geïnvesteerd in de fiets. Doel van de investeringen is 20% meer fietsers in de provincie door investeringen in infrastructuur, ketenmobiliteit, fietsstimulering, verkeersveiligheid en samenwerking. Hierbij richten wij ons op zes doelgroepen: fietsforensen; sportieve fietsers; recreatieve fietsers; kinderen, scholieren en studenten; logistieke fietsers en oudere fietsers. Belangrijke speerpunten in het Groningse programma zijn de doorfietsroutes naar de stad Groningen, maar ook naar andere kernen in de provincie die door krimp een steeds belangrijkere regionale functie vervullen. In de kernen wordt dit netwerk aangevuld met stadsroutes van hoge kwaliteit en in het buitengebied met hoofdroutes voor recreatieve en sportieve fietsers door ons veelzijdige landschap. Daarnaast investeren we fors in fietsvoorzieningen op Hubs (de belangrijkste overstappunten in onze provincie) en andere OV-knooppunten en zetten we in op fietsstimulering, onder andere door de succesvolle aanpak van Groningen Bereikbaar uit te breiden naar de rest van de provincie. Tot slot werkt de fietsmakelaar

van de provincie al een aantal jaren actief aan het stimuleren en enthousiasmeren van de Groningse gemeenten en heeft ze in het kader van het NTF op hoofdlijnen opnieuw intensief contact gehad met alle gemeenten. Door deze korte lijntjes weten de overheden in de provincie Groningen elkaar dus makkelijk te vinden.

HO

OFD

FIET

TOTAAL HOOFDFIETSROUTES

e tiev a e r Recroute

SRO

Opgave hoofdfietsroutes

Doo

UTE

rfie

S Stad

Investeringsopgave hoofdfietsroutes

tsro

ute

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

250 km 570 km 198 mln 153 mln

srou

FIET

SPA

STA

TIO

NS

A

TR N E C

RKE

DS

REN

STA

BIL

T

N PPU

O NO

K

OV-

MO

te

ITE

ITS

GE

RI E V O

HU

BS Opgave extra stallingen Vervangingsopgave stallingen Totale investeringskosten stallingen

M

TE BES

TOTAAL FIETSPARKEREN

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

8.800 6.600 400 600 16 mln 28 mln

EN

G MIN

LIMBURG

De Provincie Limburg zet al jaren in op meer fietsgebruik, ook omdat juist in Limburg de minste kilometers per fiets naar werk of school worden afgelegd in vergelijking met de rest van Nederland. We voeren daarom campagnes, investeren in betere en veiligere fietspaden en stimuleren werkgevers om faciliteiten voor fietsende werknemers te scheppen. Om het verkeer te ontlasten, het milieu te sparen én omdat het gezonder is. Met het Provinciaal Beleidsplan Fiets 2019 -2023 ‘Focus op de Fiets’ wordt extra ingezet op snelle woon-werk en schoolthuis (utilitaire) fietsverbindingen naar de economische centra, scholen, campussen en bedrijventerreinen. Bredere fietspaden met weinig kruisingen en geschikt voor hoge snelheden. De tijd is er rijp voor en het NTF op hoofdlijnen biedt de kans om samen met de 5 RMO-regio’s en inliggende gemeenten de ambities voor de fiets ook in bredere zin én voor een langere periode te benoemen. Het NTF op hoofdlijnen is gezamenlijk met de provincie Brabant opgezet om als landsdeel Zuid al te anticiperen op het volgende BO-MIRT.

Het NTF op hoofdlijnen is een bundeling van reeds bestaande plannen en ideeën tot 2040. Samengevat gaat het in Limburg over een geschatte investering van 672 miljoen euro om 1.525 km aan bestaande wegen te verbeteren en ontbrekende schakels te realiseren. Voor wat betreft fietsparkeren gaat het om een investering van 2,5 miljoen euro en ca. 9.350 fietsparkeerplekken om de schaalsprong voor 2040 te realiseren. In de periode maart-september wordt een nadere onderbouwing en prioriteitsstelling aangebracht voor met name de periode tot en met 2027 en daarbij aangeven waar het rijk een aanvulling/versnelling kan leveren voor de financiering van die door de regio geprioriteerde ambities. Voor de korte termijn zijn vooral de huidige knelpunten bij kruisingen met (rijks) infrastructuur een belangrijk aandachtspunt. Deze knelpunten zorgen ervoor dat het aangelegde netwerk niet optimaal kan functioneren, als voorbeeld de Kennedybrug Maastricht en andere kruisingen met de Maas.

HO

OFD

FIET

TOTAAL HOOFDFIETSROUTES

e tiev a e r Recroute

SRO

Opgave hoofdfietsroutes

Doo

UTE

rfie

S Stad

Investeringsopgave hoofdfietsroutes

tsro

ute

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

770 km 760 km 359 mln 313 mln

srou

FIET

SPA

STA

TIO

NS

A

TR N E C

RKE

DS

REN

STA

BIL

T

N PPU

O NO

K

OV-

MO

te

ITE

ITS

GE

RI E V O

HU

BS Opgave extra stallingen Vervangingsopgave stallingen Totale investeringskosten stallingen

M

TE BES

TOTAAL FIETSPARKEREN

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

8.100 1.200 0 0 2 mln 0 mln

EN

G MIN

MRA - NOORD-HOLLAND - FLEVOLAND

Uitgangspunt van het regionale fietsnetwerk in de Metropoolregio Amsterdam en de provincies Noord-Holland en Flevoland is de realisatie van een schaalsprong in het fietsnetwerk. Dit fietsnetwerk biedt snelle en logische hoofdroutes van en naar stedelijke gebieden en maakt regionale kernen beter bereikbaar per fiets. Om de kernen in de regio met elkaar te verbinden zijn doorfietsroutes ontwikkeld. Deze hoofdroutes verbinden en ontsluiten de stedelijke gebieden, de groen- en recreatiegebieden om de steden en de belangrijkste OV-fietsknopen. Daarnaast vervullen ze ook een belangrijke rol in het leefbaar, aantrekkelijk en bereikbaar houden van landelijke gebieden: met de (E-)fiets kunnen regionale centra vanuit de ommelanden goed worden bereikt. Hierbij is ook de rol van de keten van belang en wordt ingezet op het vergroten en verbeteren van de fietsparkeervoorzieningen bij de belangrijke (OV-)knooppunten en belangrijke bestemmingen. Het aantal inwoners in de Metropoolregio Amsterdam groeit tot 2040 met circa 350.000 personen en kent een bouwopgave van 240.000 woningen, voornamelijk in en rondom bestaand bebouwd gebied. Dit stelt

ons voor een grote bereikbaarheidsopgave, waarbij de fiets onze grootste troef is. In de Mobiliteitsplannen bij alle transformatie- en uitbreidingsplannen spelen investeringen in de fiets een grote rol. Denk daarbij aan nieuwe hoofdroutes, verbindingen over het IJ en het Noordzeekanaal en van de nieuwe woongebieden naar de centra.

randvoorwaarden voor het vergroten van het aandeel fietsverkeer zijn: aantrekkelijk, direct en een veilig fietspadennetwerk. Het fietsnetwerk biedt aansluiting op belangrijke overstappunten (hubs) rond OV, carpoolplaatsen, cultuur historische plaatsen, land-art objecten en toeristische attracties.

Noord-Holland is een diverse provincie: waterrijke gebieden en winderige polders worden afgewisseld met aantrekkelijke natuur en de uitgestrekte Noordzeekust. Daarnaast is het zuiden van de provincie zeer verstedelijkt, met aantrekkelijke historische stadscentra en veel economische activiteit. Die combinatie maakt Noord-Holland zeer aantrekkelijk om in te wonen en te werken. In de stedelijke regio’s liggen grote kansen voor de fiets. De provincie Flevoland streeft naar een toename van het aantal fietskilometers door een goede bereikbaarheid per fiets van de ruimtelijk-economische en maatschappelijke bestemmingen als alternatief voor auto, bromfiets of busvervoer. Deze opgave wordt voor de komende jaren nog belangrijker door een schaalsprong van 100.000+ woningen in Flevoland in 2040. De

(Henk Snaterse)

HO

OFD

FIET

TOTAAL HOOFDFIETSROUTES

e tiev a e r Recroute

SRO

Opgave hoofdfietsroutes

Doo

UTE

rfie

S Stad

Investeringsopgave hoofdfietsroutes

tsro

ute

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

2.400 km 770 km 1.601 mln 1.289 mln

srou

FIET

SPA

STA

TIO

NS

A

TR N E C

RKE

DS

REN

STA

BIL

T

N PPU

O NO

K

OV-

MO

te

ITE

ITS

GE

RI E V O

HU

BS Opgave extra stallingen Vervangingsopgave stallingen Totale investeringskosten stallingen

M

TE BES

TOTAAL FIETSPARKEREN

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

122.000 231.700 2.800 3.400 55 mln 88 mln

EN

G MIN

MRDH

De wegbeheerders in de MRDH hebben met een snelle inventarisatieslag de opgave en ambities voor het regionaal fietsnetwerkplan in beeld gebracht. Het resultaat is een gedegen, realistisch overzicht van op de praktijk gebaseerde verbeteringen, geen “luchtfietserij” van dagdromerig wensdenken. Onderdelen van dit overzicht verschillen in detailniveau, soms al heel concreet maar soms nog globaal. Voor de Metropoolregio als geheel worden daarmee de opgaven voor de fiets goed zichtbaar. Hoofdfietsroutes Het totale netwerk van metropolitane fietsroutes en het basisnetwerk fiets omvat zo’n 3.000 km. In de opgave op hoofdlijnen hebben de wegbeheerders in totaal zo’n 750 km opgegeven, waarvan zo’n 550 km tussen nu en 2027. Dit komt ongeveer overeen met streefcijfers die in het kader van RUA zijn vastgesteld voor fietsroutes. Naar verwachting zijn hiermee de belangrijkste routes nu in beeld. Het is niet aannemelijk dat de resterende 2 duizend kilometer toekomstvast op orde is. Voor de langere termijn is de opgave waarschijnlijk dus nog niet volledig. De programmatische uitwerking later dit jaar zal hierop terug komen. De investeringsopgave hoofdfietsroutes in de MRDH wordt geschat op € 1,2 miljard. Recreatieve routes Naast utilitaire routes voor forenzen en

scholieren maken ook recreatieve hoofdroutes voor ‘ommetjes’ en toertochten deel uit van de scope van NTF. Voor utilitaire routes zijn de ontwerpeisen genoegzaam bekend. De hoofdroutes die recreatiegebieden en -bestemmingen ontsluiten, volgen dezelfde aanpak. Voor de overige recreatieve routes is dat niet eenduidig. Enerzijds gaat het om erftoegangswegen in gemengd verkeer, anderzijds doet breed asfalt afbreuk aan de charme van kleinschaligheid op schelpenpaadjes door bos en duin. De fietsintensiteiten zijn bovendien sterk wisselend en seizoensgebonden. De Routeploeg van Tour de Force brengt deze kwesties in de loop van het jaar beter in beeld. Op basis daarvan zullen wij in de programmatische uitwerking later dit jaar dit thema uitwerken tot een of meer voorbeeldprojecten in samenwerking met terreinbeheerders en de recreatieve sector. Fietsparkeren De succesvolle groei van het fietsgebruik kent de “prettige zorgen” van een navenant groeiende behoefte aan fietsparkeerplekken. Bij deze inventarisatie zijn zowel de plekken bij treinstations, bij haltes van metro, (snel) tram en R-net, als ook de nieuwe noodzaak om in stadscentra en andere publiekstrekkende gebieden adequate stallingen te ontwikkelen. Het hier en daar eenvoudig bijplaatsen van eenvoudige fietsnietjes volstaat volstrekt niet meer. Het betreft naar schatting zo’n 70.000

fietsplekken. De investeringsopgave fietsparkeren in de MRDH wordt geschat op € 300 miljoen. Fietsstimulering In het kader van mobiliteitsmanagement is fietsstimulering een vast en wezenlijk onderdeel van zowel de werkgeversaanpak en de bewoners aanpak. Daarnaast richten diverse gemeenten zich ook op doelgroepen jeugd, ouderen en nieuwkomers. Een nieuwe bezoekersaanpak vanuit bijvoorbeeld recreatiegebieden, ziekenhuizen, winkelcentra en attractieparken lijkt veelbelovend. Vooralsnog is hiervoor een beperkt bedrag ingeschat van ca. € 35 miljoen. Niettemin is het belang hiervan urgent tegen het licht van de grote onderhoudsopgave op de rijksinfrastructuur. In de nog op te zetten samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar zal mobiliteitsmanagement en fietsstimulering een prominente plaats moeten krijgen met een substantieel grotere inzet dan vooralsnog voorzien.

(Ruim baan voor de fiets)

HO

OFD

FIET

TOTAAL HOOFDFIETSROUTES

e tiev a e r Recroute

SRO

Opgave hoofdfietsroutes

Doo

UTE

rfie

S Stad

Investeringsopgave hoofdfietsroutes

tsro

ute

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

590 km 210 km 589 mln 619 mln

srou

FIET

SPA

STA

TIO

NS

A

TR N E C

RKE

DS

REN

STA

BIL

T

N PPU

O NO

K

OV-

MO

te

ITE

ITS

GE

RI E V O

HU

BS Opgave extra stallingen Vervangingsopgave stallingen Totale investeringskosten stallingen

M

TE BES

TOTAAL FIETSPARKEREN

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

61.200 30.500 0 0 169 mln 140 mln

EN

G MIN

NOORD-BRABANT

Brabant wil het gebruik van de fiets verder stimuleren. Door met een datagedreven werkwijze de fietsinfrastructuur te verbeteren, burgers en werkgevers te betrekken bij fietsstimuleringsprojecten en door innovaties voor de fiets te ontwikkelen. De vijf GGA-regio’s en de inliggende gemeenten zijn daar nauw bij betrokken en hebben regionale fietsplannen met concrete uitwerkingen en ambities.

Het NTF op hoofdlijnen biedt de kans om samen met de 5 GGA-regio’s en inliggende gemeenten de ambities voor de fiets in brede zin én voor een langere periode te benoemen. Het NTF op hoofdlijnen is gezamenlijk met de provincie Limburg opgezet om als landsdeel Zuid al te anticiperen op het volgende BO-MIRT. Het NTF op hoofdlijnen is een bundeling van reeds bestaande plannen en ideeën tot 2040. Samengevat gaat het voor Noord-Brabant om een geschatte investering van 996 miljoen euro om (minimaal) 1.734 km aan bestaande hoofdroutes te verbeteren en ontbrekende schakels te realiseren. Voor wat betreft fietsparkeren gaat het om een investering van 127 miljoen euro en 45.000 fietsparkeerplekken om de schaalsprong

voor 2040 te realiseren. In de periode maartseptember wordt een nadere onderbouwing en prioriteitsstelling aangebracht voor met name de periode tot en met 2027. Daarbij zal landsdeel Zuid aangeven waar het rijk een aanvulling/versnelling kan leveren voor de financiering van de door de regio geprioriteerde ambities.

Voor de korte termijn zijn vooral de huidige knelpunten bij kruisingen met (rijks) infrastructuur een belangrijk aandachtspunt. Deze knelpunten, als bijvoorbeeld de kruising met het Wilhelminakanaal bij Best, vereisen een oplossing om ervoor te zorgen dat het netwerk optimaal kan functioneren. Samen met gemeenten en regio’s realiseert de provincie momenteel 9 nieuwe snelfietsroutes die de komende drie jaar worden opgeleverd. Het gaat onder andere om de aanleg van snelfietsroutes Breda-Tilburg, Veghel-Uden, Waalwijk-’s-Hertogenbosch en RoosendaalBergen op Zoom. De fiets als volwaardig alternatief De provincie wil graag dat Brabanders de fiets als volwaardig alternatief zien voor auto en OV en richt zich daarbij vooral op het woonwerkverkeer. Vanuit het platform Ons Brabant

Fietst organiseert Brabant fietsstimulering- en marketingprojecten als Sjees (voor het brede Brabantse publiek) en Sjees Gangmakers (voor werkgevers). Ook zet de provincie in op voldoende fietsparkeervoorzieningen bij treinstations en busstations, voldoende OVfietsen. Datagedreven en slim Brabant heeft altijd geïnvesteerd in fietsdata. Daardoor kan er nu ook op een datagedreven manier naar het netwerk worden gekeken. Dat ondersteunt het NTFproces. Ook biedt Brabant de ruimte om te experimenteren met slimme technieken in bijvoorbeeld VRI’s. De provincie wil een testomgeving bieden om innovaties te testen en zelf ervaring opdoen met bijvoorbeeld de aanleg van een energieopwekkend fietspad.

HO

OFD

FIET

TOTAAL HOOFDFIETSROUTES

e tiev a e r Recroute

SRO

Opgave hoofdfietsroutes

Doo

UTE

rfie

S Stad

Investeringsopgave hoofdfietsroutes

tsro

ute

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

770 km 960 km 434 mln 562 mln

srou

FIET

SPA

STA

TIO

NS

A

TR N E C

RKE

DS

REN

STA

BIL

T

N PPU

O NO

K

OV-

MO

te

ITE

ITS

GE

RI E V O

HU

BS Opgave extra stallingen Vervangingsopgave stallingen Totale investeringskosten stallingen

M

TE BES

TOTAAL FIETSPARKEREN

€

t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040 t/m 2027 2028 - 2040

26.600 18.500 0 100 74 mln 53 mln

EN

G MIN

OVERIJSSEL

In het najaar 2020 hebben gemeenten en provincie gezamenlijk ingestemd met de ambitie om, naast de F35, 10 snelle hoofdfietsroutes (ca. 450km) op korte termijn te realiseren. Deze snelle fietsroutes verbinden steden, kernen en HUBs op routes die bereikbaarheidsknelpunten vormen in de regio (middels auto en OV) en waarvoor de fiets een goed alternatief is. Daarnaast ligt er tevens de ambitie om ook de belangrijkste stadsroutes en recreatieve routes op een hoger niveau te brengen. Middels deze hoogwaardige hoofdfietsroutes dragen we niet alleen bij aan een betere bereikbaarheid, maar ook aan beleidsdoelstellingen als

veiligheid, gezondheid en milieu. Om het gebruik te bevorderen heeft de Provincie Overijssel tevens vastgesteld dat alle fietsinfrastuctuurprojecten ondersteund dienen te worden met fietsstimuleringsprojecten (gedrag) en fietsITS/techniek projecten. Onze ambitie om door de totstandkoming van een netwerk van hoogwaardige fietsroutes de fiets een belangrijk alternatief te laten zijn, is tevens gekoppeld aan de opgave om de bereikbaarheid binnenstedelijk te verbeteren door het

verruimen van de fietsparkeer capaciteit in de binnensteden (of stedelijk gebied). Zwolle en Enschede kennen grote knelpunten in de bereikbaarheid van stations en P&R. Hengelo, Zwolle en Enschede zitten tevens met de bereikbaarheid van de binnenstad, o.a. door de verstedelijkingsopgave om in de compacte openbare ruimte voldoende stallingsruimte te creëren. Knelpunten hier zijn planvorming en financiering om tot uitvoer te komen. We staan dus als provincie voor de grote opgave onze regio bereikbaar te houden middels een substantiële investering in fietsinfrastructuur en -voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=f381a505-e87e-4181-9bca-264baf62b317