CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 2022

Raad Besluitvormingsronde 19 september 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Minima-effectrapportage gemeente Zwolle 202214.042 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tabel 1. Overzicht saldo inkomsten min uitgaven per maand (uitleg bij de tabel op vorige pagina)

4.2.2 Na invulling van het basispakket inclusief sociale participatie a. Alleenstaande Een alleenstaande heeft, nadat alle uitgaven uit zowel het basispakket als het pakket voor sociale participatie zijn gedaan, geen tekorten op de maandbegroting. Op bijstandsniveau is er een bestedingsruimte van 34 euro per maand. Dit loopt op naar 227 euro bij een inkomen van 130 procent. b. Alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd) Wanneer iemand de leeftijd bereikt waarop hij of zij AOW kan krijgen, stopt de bijstandsuitkering. Het maandelijkse bedrag van de AOW-uitkering is hoger dan die van een bijstandsuitkering. Daarom wordt het saldo van uitgaven versus inkomsten gunstiger bij de overgang van een alleenstaande van de bijstand naar de AOW. We gaan voor ouderen in de AOW-leeftijd weliswaar uit van iets hogere uitgaven voor energie en nietvergoede ziektekosten (zelfzorgmiddelen), maar die worden enigszins gedempt door iets lagere uitgaven aan verzekeringen en vervoer. c. Eenoudergezin met 2 jonge kinderen (3 en 5 jaar) Het eenoudergezin met 2 jongere kinderen heeft voldoende bestedingsruimte om naast alle uitgaven uit het basispakket ook alle uitgaven uit het pakket voor sociale participatie te kunnen doen. d. Eenoudergezin met 2 oudere kinderen (14 en 16 jaar) Ook het eenoudergezin met kinderen van 14 en 16 jaar kan zowel het basispakket als de kosten voor sociale participatie bekostigen.

De bestedingsruimte per maand is duidelijk lager dan bij het eenoudergezin met jongere kinderen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de hogere kosten voor onderwijs, voeding en vervoer. De hogere uitgaven van oudere kinderen worden enigszins gecompenseerd door iets hogere landelijke toeslagen (kinderbijslag en kindgebonden budget). e. Paar zonder kinderen Het paar zonder kinderen heeft op bijstandsniveau een bestedingsruimte van 15 euro. Dit is lager dan het saldo van alleenstaande ouders, die ook kosten van kinderen hebben. Een belangrijke oorzaak van de lagere bestedingsruimte ligt in het feit dat een paar de kosten van twee volwassenen moet dragen, zoals de kosten van de zorgverzekering, kleding en voeding. Deze kosten worden niet volledig gecompenseerd door de hogere bijstandsnorm voor een paar, ten opzichte van de norm voor een alleenstaande (ouder). f. Paar met 2 jonge kinderen (3 en 5 jaar) Het paar met twee jonge kinderen heeft op geen van de onderzochte inkomensniveaus te maken met een tekort. Met alleen een bijstandsuitkering is er een bestedingsruimte van 48 euro per maand, dit loopt op naar 283 euro op 130 procent van de geldende bijstandsnorm. g. Paar met 2 oudere kinderen (14 en 18 jaar) Het paar met twee oudere kinderen kan op bijstandsniveau de maandbegroting niet rondkrijgen. Nadat alle basisuitgaven en de uitgaven voor sociale participatie zijn gedaan,

resteert er een negatief saldo van 89 euro. Ook bij het hogere inkomen is er geen of nauwelijks bestedingsruimte. Bij dit huishoudens gaan we ervan uit dat de studiefinanciering van een thuiswonende mbo-student volledig wordt opgeteld bij het gezinsinkomen. Omdat we niet uitgaan van een opgebouwde schuld, rekenen we niet met een extra studielening. Deze is mogelijk wel nodig. Dit betekent dan dat er een schuld wordt opgebouwd tijdens de schooltijd. En als de jongere een deel van zijn of haar inkomsten gebruikt voor uitgaven die niet in de huishoudbegroting zijn opgenomen zal de bestedingsruimte van dit huishouden lager uitvallen. Zonder deze DUO-bedragen zouden het inkomen van de ouders, de toeslagen en de gemeentelijke vergoedingen niet voldoende zijn om de hogere uitgaven die oudere kinderen met zich meebrengen, aan onder meer onderwijs, voeding en kleding te betalen.

4.3

Huishoudens met een zorgvraag

Tabel 2. Overzicht saldo inkomsten min uitgaven per maand van huishoudens met een zorgvraag

h. Alleenstaande met chronische ziekte of beperking De alleenstaande met een chronische ziekte of beperking heeft op bijstandsniveau net geen tekort. De bestedingsruimte is 11 euro per maand. Dat maakt dit huishouden erg kwetsbaar. Als er sprake is van hogere meerkosten in verband met de zorgvraag, dan zal dit al snel leiden tot een tekort. De lage bestedingsruimte tot en met 120 procent wordt veroorzaakt door de zorgkosten, te weten de extra voedingskosten, vervoerskosten, de eigen betalingen voor medicijnen en attentiekosten. Deze worden ten dele ondersteund door de gemeentelijke regelingen. Zonder zorgkosten heeft een alleenstaande een positiever saldo. Bij een inkomen van 120 procent is het saldo gelijk met 110 procent en bij 130 procent is het saldo hoger. Een paar regelingen voor deze doelgroep lopen door tot het inkomen niet hoger dan 110 procent andere lopen door tot en met 130 procent. i. Alleenstaande met chronische ziekte of beperking De alleenstaande oudere met een zorgvraag heeft minder bestedingsruimte dan de alleenstaande oudere zonder zorgvraag. Toch zijn er geen tekorten zichtbaar en is er

voldoende bestedingsruimte. Bij alleen een AOW-uitkering zonder aanvullend pensioen, resteert er 221 euro per maand. Dit loopt op naar 337 euro per maand bij 130 procent.

4.4

Armoedeval: uitstroomval en doorstroomval

In de gemeente Zwolle zien we bij geen enkel huishoudens een uitstroomval als er vanuit een uitkering inkomen uit werk is (100 procent naar 110 procent). Bij alle onderzochte huishoudens neemt de bestedingsruimte toe met het inkomen. Het hogere inkomen is voldoende om de extra kosten en de afbouw van landelijke regelingen op te vangen. Een zogenaamde doorstroomval zien we bij twee typen huishoudens. Bij het paar met jonge kinderen zien we dat op het inkomen van 120 procent van de bijstandsnorm. Deze huishoudens geen recht meer op de Kindregeling van de gemeente Zwolle. Het hoger inkomen bij 120 procent is niet voldoende om de kosten van school en sociale participatie op te vangen. Bij de alleenstaande onder de AOW-leeftijd met zorgvraag zien we ook een doorstroomval bij 120 procent. De extra kosten aan bijvoorbeeld maaltijdvoorziening, waar de huishoudens met zorgvraag gebruik van maken, worden vanaf dat inkomen niet meer vanuit de Individuele bijzondere bijstand vergoed. Het hogere inkomen gecombineerd met deze extra kosten zorgt er niet voor dat het saldo tussen 110 en 120 procent toeneemt.

4.5

Huishoudens met langdurig een laag inkomen

Huishoudens in de gemeente Zwolle die drie jaar of langer van een inkomen moeten leven dat niet hoger is dan 110 procent van de geldende bijstandsnorm, komen in aanmerking voor de Individuele inkomenstoeslag (IIT). De hoogte van de toeslag hangt af van het huishoudtype. In tabel 1 staan in de laatste 2 kolommen de saldi van de inkomsten min de uitgaven uitgewerkt waarbij ook rekening is gehouden met de IIT. De IIT kan een extra armoedeval veroorzaken: een huishouden met recht op IIT kan een hogere bestedingsruimte hebben dan een huishouden op een hoger inkomensniveau, zonder recht op IIT. In de gemeente Zwolle doet dit verschijnsel zich niet voor. De huishoudens met het inkomen boven 110 procent van de bijstandsnorm hebben genoeg inkomen om het niet meer recht hebben op IIT te kunnen opvangen. Het verschil in saldo tussen het inkomen op 110 procent van de norm inclusief IIT en een inkomen op 120 procent van de norm, zonder IIT is voldoende om geen armoedeval te veroorzaken.

4.6

Zonder gebruik van gemeentelijke minimaregelingen

In dit onderzoek is apart berekend wat de situatie is van huishoudens als ze geen gebruik maken van de volgende gemeentelijke minimaregelingen: Jeugdfonds Sport Zwolle, de Kindregeling, de Zorgkostenregeling, het Participatiefonds, de IIT en de Energietoeslag. Dan zijn er veel meer huishoudens te zien die te maken krijgen met tekorten. In de tabel op de volgende pagina is dat zichtbaar gemaakt. Hier is bijvoorbeeld te zien dat het paar met oudere kinderen de basisuitgaven niet kan bekostigen op bijstandsniveau. Voor de huishoudens met zorgvraag is dit niet gedaan omdat de vergoedingen samenhangen met de meerkosten en daarmee zijn verrekend.

Tabel 3. Overzicht saldo inkomsten min uitgaven per maand van huishoudens zonder gemeentelijk minimabeleid

4.7

Beleidsveranderingen ten opzichte van 2018

In vergelijking tot het vorige onderzoek (2018) zijn een aantal gemeentelijke regelingen veranderd. Van de in deze MER doorberekende regelingen, geldt dat voor: 1. de Individuele inkomenstoeslag waarvan de bedragen zijn veranderd; 2. het Participatiefonds, waarbij de leeftijdgrens is veranderd van volwassenen tot en met de AOW leeftijd naar volwassen tot de AOW leeftijd; 3. de gemeentelijke Scholierenregeling en de Kindregeling (vergoeding voor schoolkosten, sociale activiteiten en kunst en cultuur) die werd uitgevoerd door stichting Meedoen Zwolle, zijn per 1 januari 2021 ondergebracht in een nieuwe gemeentelijke regeling. Dit is de Kindregeling van de gemeente Zwolle. Deze wordt uitgevoerd door het Kindloket van de gemeente Zwolle. Vergoeding van kosten vindt grotendeels plaats na inlevering van de rekening, waar dit bij de scholierenregeling niet het geval was (er werd een forfaitaire vergoeding verstrekt). 4. de Collectie zorgverzekering wordt per 1 januari 2022 niet meer aangeboden. 5. Per 1 januari 2022 is de Tegemoetkoming voor chronisch zieken en mensen met een beperking, vervangen door de Zorgkostenregeling, bestaande uit een tegemoetkoming in het wettelijk verplicht eigen risico en een vergoeding hoge zorgkosten voor chronisch zieken en mensen met een beperking. Het effect van de wijzigingen is zichtbaar op verschillende niveaus.

Financieel is door de aanpassing van de IIT (1) het saldo van de huishoudtypen die daarop recht hebben dichter bij elkaar komen te liggen. Alle huishoudens zijn er op vooruit gegaan ten opzichte van 2018, ook de alleenstaande ouders waarvoor de IIT lager is bijgesteld. Deze huishoudens zijn er iets minder op vooruit gegaan dan de andere huishoudtypen. De aanpassing van het Participatiefonds (2) levert iets minder ruimte op voor sociale participatie voor de huishoudens vanaf de AOW leeftijd. Deze huishoudens hebben echter voldoende bestedingsruimte om deze uitgaven te kunnen betalen. Ook zonder de ondersteuning uit het Participatiefonds. De huishoudens met kinderen hebben met de huidige Kindregelingen (3) evenveel ondersteuning. Het deel van de ondersteuning dat ze krijgen op aanvraag zonder dat daartegen facturen of bonnen hoeven te staan is kleiner geworden ten opzichte van de oude regeling. Deze huishoudens moeten nu meer verantwoorden. Dit maakt het gebruik van de regeling minder makkelijk waardoor mogelijk het niet-gebruik zal toenemen. De huishoudens met kinderen met een laag inkomen zijn voor hun financiële positie sterk afhankelijk van de gemeentelijke inkomensondersteuning. Het niet-gebruik moet dan ook zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast geeft een grotere deel vrij te besteden voor de betreffende huishoudens ook meer het gevoel van uit te gaan van vertrouwen.

Waardoor ook voor het andere deel van de regeling of andere regelingen het gebruik ook kan toenemen. Ook dit vertrouwen draagt bij aan het voorkomen van niet-gebruik. Bij het verdwijnen van de mogelijkheid om gebruik te maken van een Zorgverzekeringgemeentepolis is een financiële effect niet inzichtelijk te maken. De kosten van de premie waren ongeveer even hoog als de premie van een gemiddelde verzekering, echter de vergoedingen waren uitgebreider. Deze zijn niet allemaal door te rekenen in de minimale begrotingen in deze MER. Positief is de vergoeding van het verplicht eigen risico tot maximaal 240 euro. Hiermee wordt voorkomen dat mensen zorg gaan meiden vanwege de kosten. Iets dat we afgelopen jaren steeds vaker zagen. (https://www.patientenfederatie.nl/dit-doen-wij/onderzoeken/betalen-voor-zorg)

De Zorgkostenvergoeding van 180 euro per jaar is een welkom bedrag voor de huishoudens meteen laag inkomen die te maken hebben met de extra onvermijdbare uitgaven aan zorg. We zien dat door de zorgkosten de ruimte op de begroting bij deze huishoudens minder groot is dan als ze geen zorgkosten zouden hebben. Een deel wordt via de verzekering of de Wmo vergoed, en ander deel van de kosten is extra voor hen. Om niet in de financiële problemen te komen is deze ondersteuning noodzakelijk. De bestedingsruimte in 2018 van de onderzochte huishoudens in Zwolle verschilt op onderdelen tot die van 2022. Zo worden de bedragen van de verschillende uitgavenposten jaarlijks geactualiseerd. Per post kan dat andere kosten opleveren. Daarnaast gaat het Nibud jaarlijks na of de invulling van het basispakket aan uitgaven nog aansluit bij de praktijk. Jaarlijks voeren we (kleine) wijzigingen. En is de opbouw van de begrotingen wat veranderd. Waar we voorheen spraken over ‘basispakket’ en ‘restpakket’ is er nu een basispakket en een pakket voor sociale participatie. De werkgerelateerde uitgaven, waar huishoudens mee te maken krijgen als ze gaan werken (bij een inkomen boven bijstandsniveau) zijn nu onderdeel van het basispakket, terwijl die eerder in het restpakket vielen. Ook de kosten van een huisdier en zakgeld voor de kinderen vielen in het restpakket.

Beide bedragen worden vanaf 2019 niet meer in de begroting opgenomen. Wat betreft zakgeld: ouders kunnen hiervoor kiezen maar kunnen ook stimuleren dat hun kind een bijbaantje gaat zoeken om zelf wat geld te verdienen. In zijn algemeenheid hebben alle huishoudens meer bestedingsruimte ten opzichte van 2018. Ook als de Energietoeslag, die mogelijk alleen in 2022 wordt toegekend, niet wordt meegenomen in deze berekeningen, zien we een toename van bestedingsruimte bij alle onderzochte huishoudens.

5 Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk beschrijft, naar aanleiding van de resultaten in de vorige hoofdstukken, de conclusies. Daarnaast worden er verschillende adviezen gegeven voor de aanpassing van regelingen in het kader van het minimabeleid van de gemeente Zwolle.

5.1

Conclusies

Welke huishoudens zijn kwetsbaar? In de gemeente Zwolle zijn er meerdere minimaregelingen voor de huishoudens met (oudere) kinderen. Hiermee is rekening gehouden in de begrotingen. Wanneer we deze regelingen buiten beschouwing laten zien we wel behoorlijke tekorten ontstaan (zie paragraaf 4.6 van dit rapport). Dat maakt deze huishoudens kwetsbaar in die zin dat als ze niet gebruik maken van de regelingen of om één of andere reden toch geen recht hebben, ze te maken kunnen krijgen met deze maandelijkse tekorten. Voor alle huishoudens geldt het effect van de hoge inflatiecijfers. Zo zijn de kosten van voeding nu al sterk gestegen. Als deze blijven stijgen zal elk huishouden hiermee te maken krijgen en zullen met name de grotere huishoudens die verschillen negatiever ervaren. Dit geldt ook voor de kosten van energie waarvoor de energietoeslag ter ondersteuning geldt. Deze wordt eenmalig uitgekeerd. Blijven de energiekosten hoog dat zal het huishouden hiervan het volgende jaar de gevolgen zien op de begroting. Het paar met oudere kinderen met een thuiswonende 18 jarige mbo-student heeft te maken met een tekort op bijstandsniveau. De extra inkomsten van DUO wegen niet op tegen de extra kosten die de studie met zich meebrengt.

Wanneer er wordt gerekend met een lening zullen deze tekorten niet optreden, de student start haar of zijn financiële carrière met een schuld en is daarmee financieel kwetsbaar. Alle andere onderzochte huishoudens in de gemeente Zwolle hebben te maken met een positieve bestedingsruimte. Daarbij geldt wel dat ze álle regelingen waarom ze recht hebben moeten aanvragen, ze heel goed met geld moeten kunnen omgaan en ze geen onvermijdbare uitgaven hebben andere dan de zorguitgaven! Welke huishoudens kennen armoedevallen? In dit onderzoek is er een doorstroomval te zien bij het paar met jonge kinderen en de alleenstaande met zorgvraag bij het inkomen op 120 procent van de bijstandsnorm. Voor de situatie met jonge kinderen geldt dat het Jeugdfonds Sport Zwolle en de Kindregeling gebruikt kan worden tot het inkomen niet hoger dan 110 procent van de bijstandsnorm. En voor het huishouden met zorgvraag wordt de maaltijdvoorziening, waarbij we bij huishoudens met een zorgvraag uitgaan, vergoedt volgens de Individuele bijzondere bijstand tot de toetsnorm van 110 procent van de bijstandsnorm. Een groot deel van de andere minimaregelingen in de gemeente Zwolle lopen door tot en met het inkomen van 130 procent van de bijstandsnorm. Voor de rechthebbende huishoudens zien we hierdoor duidelijke voordelen in de bestedingsruimte. Zonder de regelingen is hun saldo veelal negatief.

Wat het effect is bij het inkomen op bijvoorbeeld 135 procent van de bijstandsnorm is niet duidelijk. De huishoudens hebben geen recht meer op de gemeentelijke regelingen waardoor de kosten hoger worden. Daar staat

tegenover dat de inkomsten maar deels toenemen vanwege de afbouw van de landelijke toeslagen. Voor het ene huishoudtypen zal dit meer effect hebben dan het andere. Zo komt een alleenstaande ouder op 130 procent van de bijstandsnorm nog in aanmerking voor volledige huur- en zorgtoeslag en het paar niet.

5.2

Aanbevelingen

Verminder niet-gebruik regelingen In de gemeente Zwolle kunnen alleen de paren met de 18 jarige mbo-student op bijstandsniveau de begroting niet rond krijgen. Alle andere onderzochte huishoudtypen kunnen op papier de maandbegroting wel rond krijgen. Zonder gemeentelijke ondersteuning zou dit niet altijd lukken. Hierbij moet de gemeente het volgende goed in het oog houden. In de berekeningen is ervan uitgegaan dat alle aanspraken op landelijke en gemeentelijke regelingen zijn aangevraagd en ontvangen. Dat is echter niet voor ieder huishouden een vanzelfsprekendheid5. De gemeente Zwolle kan het gebruik van minimaregelingen stimuleren door hieraan publiciteit te geven en de toegang tot deze regelingen te vereenvoudigen. Ook voorlichting door intermediairs is vaak doeltreffend. Het is daarbij belangrijk dat de intermediairs bekend zijn met alle regelingen die de gemeente Zwolle te bieden heeft (naast de landelijke regelingen) en dat zij ook continu op de hoogte worden gebracht van veranderingen in inkomensondersteunende maatregelen. Hetzelfde geldt voor de vrijwilligers die worden ingezet bij thuisadministratie en bij beginnende schulden. Ook zij moeten bekend zijn met het volledige pakket. Stimuleer goed financieel beheer Om rond te kunnen komen van een minimuminkomen is een goed financieel beheer van het huishouden noodzakelijk.

Men reserveert om zo nodig grote uitgaven te kunnen doen voor de vervanging van inboedel. We gaan ervan uit dat het huishouden niet leent, zodat er niet nog extra kosten van rente en aflossing bijkomen. Veel Huishoudens die van een minimuminkomen moeten rondkomen weten vaak goed te budgetteren. Ze zijn afhankelijk van een laag inkomen en hebben vaste uitgaven. Ze plannen, kijken regelmatig op hun rekening en hebben overzicht. Dit geldt echter niet voor alle huishoudens. Zeker die met een (onverwachte) inkomensdaling te maken hebben vanwege een levensgebeurtenis als een scheiding of werkloosheid. Uitgaven moeten worden aangepast wat niet altijd eenvoudig is. Voor deze huishoudens is het aan te bevelen cursussen of budgetbegeleiding te organiseren. Het Nibud, en ook andere (lokale) organisaties, hebben hiervoor een uitgebreid aanbod. Help energielasten verlagen De afgelopen maanden zijn de energielasten sterk gestegen. Het is te verwachten dat de energieprijzen voorlopig hoog zullen blijven. Het kabinet heeft de energietoeslag in het leven geroepen en aangegeven dat de gevolgen voor huishoudens gedempt zullen gaan worden en wil de btw op energie (aardgas, elektriciteit en stadsverwarming) vanaf 1 juli dit jaar voor een halfjaar verlagen van 21 procent naar 9 procent. ____________________

ij het verstrekken van de Energietoeslag adviseert het Nibud ten minste aan te sluiten bij de door het ministerie van SZW en VNG opgestelde richtlijn met betrekking tot de doelgroep en het uit te keren bedrag.6 Omdat de gemeente de Energietoeslag maar voor een deel ambtshalve kan verstrekken is het belangrijk de huishoudens waarvoor dit niet geldt deze zo veel mogelijk actief te benaderen, bijvoorbeeld via intermediairs, en door in overleg te gaan met het IB, de SVB en UWV over uitwisseling van gegevens. Ook is het raadzaam om in een zo vroeg mogelijk stadium de afdeling communicatie te betrekken en een communicatieplan te maken. Verder worden de stijgende energieprijzen in het kader van de bijzondere bijstand aangemerkt als “bijzondere omstandigheden”. Dit betekent dat gemeenten alle aanvragen op dit vlak in behandeling moeten nemen en zo nodig ook in compensatie moeten voorzien. Het Nibud adviseert de gemeente om hier rekening mee te houden, omdat het aantal aanvragen flink kan oplopen. Voorkom dat huishoudens gezondheidszorg gaan mijden Het verzekeren tegen zorgkosten is voor iedereen wettelijk verplicht. Daarom bieden sommige gemeenten inwoners met een laag inkomen een collectieve zorgverzekering aan. Deze mogelijkheid bood Zwolle ook, dit is niet meer mogelijk.

Als alternatief komen huishoudens in de gemeente Zwolle met een inkomen van maximaal 130 procent van de geldende bijstandsnorm, in aanmerking voor een tegemoetkoming in de kosten voor het verplicht eigen risico van de zorgverzekering ter hoogte van maximaal 240 euro en 180 euro per jaar voor inwoners die te maken hebben met een chronische ziekte of beperking, beide per kalenderjaar. Het Nibud beoordeelt dit als positief omdat hiermee voorkomen kan worden dat huishoudens zorg gaan mijden vanwege de kosten die hieraan verbonden zijn. Verstrek een vergoeding voor de kosten van woon-werkverkeer Bij huishoudens met een inkomen hebben van 110 procent van de bijstandsnorm of meer gaan we in dit onderzoek uit van inkomen uit werk. Een (parttime) baan die extra (vervoers)kosten met zich mee kan brengen. In de praktijk kan het voorkomen dat deze kosten door de werkgever vergoed worden, of dat het huishouden deze kosten niet of minder heeft (als gevolg van bijvoorbeeld lagere reiskosten/werk in de buurt), maar in de begrotingen nemen wij deze kosten wel mee. Het Nibud adviseert de gemeente een vergoeding te verstrekken voor vervoerskosten of andere werkgerelateerde kosten, als dit niet door de werkgever wordt aangeboden. Zeker nu de kosten van benzine en diesel sterk zijn gestegen zal dit meer op de begroting van deze huishoudens drukken.

Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van Individuele bijzondere bijstand, net zolang totdat het inkomen hoog genoeg is om de extra kosten zelf te betalen7. Op deze manier vallen de extra vervoerskosten voor de uitstromer naar werk weg, waardoor werken nog aantrekkelijker wordt.

____________________

Overweeg een ongedeeld budget Een van de sterkste punten van het minimabeleid van de gemeente Zwolle zijn de Kindregeling en het Participatiefonds. Via deze regelingen kunnen diverse kosten vergoed worden. Om huishoudens wat flexibeler te maken, zou de gemeente kunnen werken met een ongedeeld budget voor zowel schoolkosten als kosten voor maatschappelijke participatie. In een dergelijke situatie zijn huishoudens vrij in de keuze in welke mate zij de tegemoetkoming willen besteden aan schoolkosten en in welke mate aan sport- en culturele activiteiten. Dit geldt ook voor de twee vergoedingen met een maximum van 60 euro via het Participatiefonds. Behalve dat een ongedeeld budget de bestedingsvrijheid vergroot, kan dit ook het nietgebruik tegengaan. Een teveel aan verschillende losse regelingen kan het voor inwoners onoverzichtelijk maken, met als ongewenst effect dat een groep huishoudens onterecht geen gebruik maakt van de mogelijkheden die er zijn. Daarnaast geeft een grotere deel vrij te besteden budget, voor de betreffende huishoudens ook meer het gevoel van vertrouwen uit te gaan. Wat een verkleinend effect kan hebben op het niet-gebruik van andere regelingen. Houd rekening met jongeren tussen 18 en 21 jaar Het Jeugdsport Fonds Zwolle en de Kindregeling kennen beiden een leeftijdsgrens van 18 jaar.

Thuiswonende volwassenen jongeren met bijvoorbeeld alleen de DUO-financiering, die wel te maken hebben met hoge schoolkosten, komen hiervoor niet in aanmerking. Willen ze een ruimere DUO-financiering dan moeten ze een lening afsluiten. Deze jongeren starten met een schuld terwijl ze nog wel thuis wonen en hun inkomen wordt toegevoegd aan het huishoudinkomen. Daarnaast is bekend dat deze groep soms geen gebruik maakt van de zorgtoeslag of de belastingteruggave 8. Inkomsten waarop ze recht hebben en vaak nodig is om rond te komen. Dit maakt ze tot een groep die met een slechte start hun financiële carrière begint. Het Nibud raadt aan de gemeentelijke regelingen af te stemmen op deze jongeren en bestaande regelingen bij hen goed onder de aandacht brengen te brengen. Werken loont Dat paren met kinderen ten opzichte van eenoudergezinnen iets meer moeite hebben om de maandbegroting rond te krijgen ziet het Nibud ook bij andere gemeenten en het blijkt ook uit onze landelijke koopkrachtberekeningen. Inzetten op de begeleiding naar werk van tenminste één van beide partners lijkt de eerste stap op weg uit de armoede.

Bovendien blijkt een klein baantje van de andere partner veel meer op te leveren dan alleen het maandelijks bruto inkomen: fiscaal houdt een stel meer over als beide partners parttime werken dan als één persoon fulltime werkt.9 Maak een gedegen afweging tussen een goed uitvoerbaar minimabeleid en het voorkómen van een armoedeval Zoals hierboven is aangegeven zet de gemeente Zwolle sterk in op de ondersteuning van kinderen: er zijn verschillende Kindregelingen, waarmee onder andere schoolgerelateerde kosten en kosten voor sport en cultuur vergoed kunnen worden. Het Nibud beoordeelt dit als zeer positief. Alle Kindregelingen voor kinderen vanaf 12 jaar kennen een inkomensgrens van 130 procent. Het saldo van de inkomsten en uitgaven op 135 procent kan bij de genoemde ____________________

huishoudtypen lager liggen dan bij 130 procent. Bij paren wordt dit overigens niet alleen veroorzaakt door het wegvallen van het recht op gemeentelijke regelingen, maar ook door de afbouw van landelijke toeslagen. Door regelingen getrapt af te bouwen kan armoedeval voorkómen worden. Echter, een dergelijke constructie is voor de uitvoering veel ingewikkelder en voor inwoners niet altijd gemakkelijk te begrijpen. Dit laatste kan leiden tot niet-gebruik, wat als gevolg kan hebben dat huishoudens de begroting niet (meer) rond krijgen. Dit kan als een groter probleem worden beschouwd dan de lagere bestedingsruimte op 135 procent (ten opzichte van 130 procent van de bijstandsnorm).

Bijlage 1 Verantwoording uitgaven Het Nibud gebruikt diverse bronnen voor de referentiecijfers. Hieronder volgt een korte verantwoording van keuzes en bronnen uitgesplitst naar het basispakket en de uitgaven voor sociale participatie. De bedragen in de begrotingen zijn de bedragen voor het jaar 2021. De uitgavenpakketten worden in overleg met andere organisaties regelmatig aangepast. De prijzen van de pakketten worden elk jaar herijkt en zo nodig aangepast.

Basispakket Huur Er is gerekend met een huur van 633 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens en 678 euro voor meerpersoonshuishoudens. (Deze bedragen zijn in overleg met gemeente vastgesteld.) Energie & water Dit is 90 procent van de prijs van gemiddeld verbruik naar huishoudtype. Voor huishoudens vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd geldt hierop een opslag van 10 procent. Daarbij hanteert het Nibud de prijs van het gemiddelde verbruik. Lokale lasten Dit zijn de gemeentelijke- en waterschapsheffingen verminderd met de eventuele kwijtschelding. Telefoon, televisie en internet Deze bedragen zijn gebaseerd op het bellen met een mobiele telefoon met een sim-only abonnement voor 100 tot 150 belminuten per maand met een databundel tot maximaal 500 MB, een basisabonnement voor internet en een basis digitaal televisie abonnement. We gaan er van uit dat iedereen in het huishouden van 12 jaar en ouder een eigen mobiele telefoon heeft. Zorgverzekeringen Dit betreft de nominale premie van de basis- en aanvullende verzekering inclusief een tandartsverzekering. Voor de basisverzekering wordt uitgegaan van een naturaverzekering. Overige verzekeringen Dit betreft een aansprakelijkheidsverzekering, een inboedelverzekering en voor volwassenen in huishoudens onder de pensioengerechtigde leeftijd een uitvaartverzekering.

Onderwijs Deze bedragen zijn gebaseerd op onderzoek van SEO, zoals gepubliceerd in de Schoolkostenmonitor 2018-2019. Het betreffen onder andere de vrijwillige ouderbijdrage, leermiddelen en gereedschappen, ICT-benodigdheden en kosten voor extra schoolactiviteiten.

Kinderopvang Dit zijn de kosten inclusief de landelijke vergoeding die wordt gegeven. Voor een alleenstaande ouder gaan we ervan uit dat er op bijstandsniveau gebruik wordt gemaakt van een dagdeel per week peuteropvang. Bij een hoger inkomen gaan we uit van 20 of 30 uur per week kinderopvang. Voor paren gaan we op elk inkomensniveau uit van een dagdeel per week peuteropvang. Hiervoor wordt een inkomensafhankelijke bijdrage gerekend. Vervoerskosten Voor ieder lid van het huishouden zijn dit de kosten van een fiets en de kosten voor stadsen streekvervoer met de bus. Hierbij is uitgegaan van een beperkte hoeveelheid vervoer per maand. Voor huishoudens met zorgkosten zijn de kosten van een fiets niet meegerekend maar gelden de kosten voor het collectieve vervoer (belbus). Uitgaven in verband met het verkrijgen of behouden van werk We houden rekening met werkgerelateerde kosten (vervoer, representatieve kleding) bij de huishoudens onder de AOW-leeftijd. Hiervoor gaan we uit van een vast bedrag. Kleding en schoenen Deze bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor kleding. Het gaat hierbij net als bij alle andere uitgavenposten om een goedkoop pakket met nieuwe artikelen. De bedragen zijn gebaseerd op de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Inboedel en onderhoud Bedragen zijn gebaseerd op het Nibud-basispakket voor inboedel en onderhoud gecombineerd met de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en eigen onderzoek. Zelfzorgmiddelen In het basispakket zitten kosten die elk huishouden heeft. Deze kosten betreffen de huisapotheek met pleisters, aspirines e.d. Voor AOW-gerechtigden is een hoger bedrag opgenomen dan voor jongere huishoudens. Voeding De bedragen zijn gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheden voor een gezonde voeding van het Voedingscentrum en de prijzen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Was- en schoonmaakmiddelen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon op basis van Nibudonderzoek. Persoonlijke verzorging Er is uitgegaan van een bedrag per persoon op basis van Nibud-onderzoek. Diversen Dit is een bedrag per huishouden en een bedrag per persoon voor diverse uitgaven gebaseerd op Nibud-onderzoek.

Pakket voor sociale participatie Het bedrag dat overblijft nadat alle uitgaven uit het basispakket zijn gedaan, is bestemd voor vrije bestedingen, waaronder sociale participatie. Als voorbeeld heeft het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een pakket aan uitgaven voor sociale participatie opgesteld. De uitgavenposten waar rekening mee is gehouden staan hieronder weergegeven evenals de richtbedragen voor deze uitgavenposten. Het gaat hierbij om een voorbeeld van een invulling van activiteiten. Bij vakanties/uitgaan kan ook gedacht worden aan andere activiteiten zoals het bezoeken van een museum of zwembad. Uitgaven aan sociale participatie, bedrag per maand € Contributies en abonnementen per kind 4 tot 12 jaar 12,50 per persoon vanaf 12 jaar 18,50 per huishouden 2,50 Bezoek ontvangen per persoon 9,50 per huishouden 12,50 Op bezoek gaan per persoon 6,50 Vakantie/uitgaan per persoon 19,00 per huishouden 25,00 Vervoer per kind 4 tot 12 jaar 2,50 per persoon vanaf 12 jaar 8,00 Bron: Hoff et al, SCP/Nibud, 2009, berekeningen Nibud, 2022

Bijlage 2 Begrotingen In de tabellen zijn de begrotingen van de verschillende voorbeeldhuishoudens opgenomen. Bovenaan staan de inkomsten en daaronder de uitgaven aan het basispakket en aan sociale participatie. Het basispakket is verdeeld in vaste lasten, reserveringsuitgaven en huishoudelijke uitgaven. In de begrotingen zijn landelijke en lokale inkomensondersteunende maatregelen van de gemeente verwerkt. De uitgavenposten waar lokale tegemoetkomingen tegenover staan zijn aangeduid. De bedragen worden weergegeven in hele euro’s, waardoor optellingen een euro te laag of te hoog kunnen lijken.

Bijlage 3 Overzicht saldo inkomsten minus uitgaven Toelichting bij de tabel: • De eerste kolommen (zwart) geven het netto inkomen weer en het verschil in netto inkomen tussen drie opeenvolgende inkomensniveaus. • De volgende drie kolommen (blauw) hebben betrekking op het saldo na invulling van de noodzakelijke uitgaven in het basispakket. Hierbij is ook het verschil in het saldo tussen drie opeenvolgende inkomensniveaus weergegeven. En het verschil in saldo op 110, 120 en 130 procent ten opzichte van het saldo op bijstandsniveau. • De laatste drie kolommen (groen) hebben betrekking op het saldo na invulling van de uitgaven uit het basispakket en het pakket voor sociale participatie. Ook hier zijn de verschillen weergegeven. • Een negatief saldo op de maandbegroting is in rood weergegeven. • Indien een hoger inkomen leidt tot lager saldo (de zogenoemde armoedeval) dan is dit bij het betreffende inkomensniveau aangegeven met een rood pijltje:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=875181a3-14dc-4aaa-829f-912cc7ab90d2