CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

M.e.r. beoordeling TenneT Zwolle

Raad Besluitvormingsronde 4 maart 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Parapluplan hoogspanningsverbinding nabij Hessenweg24.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Formulier NT-009

1.2 Omgeving en perceel

CRUX Engineering BV

Het hoogspanningsstation Zwolle-Hessenberg is gelegen in aan de Berkummerbroekweg te Zwolle (Zie Figuur 1 voor de projectlocatie). Het werk aan hoogspanningsstation Zwolle-Hessenberg betreft de aanleg van 7 veldstrekkingen die worden aangebracht middels een open ontgraving en 5 kruisingen, waarvan: 1 horizontaal gestuurde boring (HDD); 1 open front boring (OFT); 3 kruisingen middels ingegraven mantelbuis.

Figuur 1 Projectlocatie

1.3 Uitgangspunten De uitvoering van het werk kan qua uitgangspunten worden opgedeeld in veldstrekkingen en kruisingen. Voor een veldstrekking worden de uitgangspunten gehanteerd uit Tabel 1. Voor de indeling van veldstrekkingen en gedetailleerde bepaling van ontwateringsniveau in NAP wordt verwezen naar het bemalingsadvies RA21407a2. Tabel 1 Kenwaarden bemaling van veldstrekkingen Parameter

Waarde

Totale lengte veldstrekking

ca. 1000 m

Breedte sleufbodem

3m

Ontgravingsdiepte

MV -1,2m

Ontgravingsdiepte in cultuurgrond

MV -1,8m

Drooglegging sleuf

30 cm

Uitvoeringsduur per veldstrekking

14 dagen

Verticaal evenwicht

n.v.t.

Totale uitvoeringsduur veldstrekkingen

42 dagen

cruxbv.nl Ons kenmerk NT21407a1 Pagina 2/7

CRUX Engineering BV

Voor de kruisingen middels gegraven mantelbuis worden qua afmeting dezelfde uitgangspunten als voor een veldstrekking gehanteerd. De HDD wordt buiten beschouwing gelaten aangezien het start- en ontvangstpunt hoger liggen dan de benodigde ontgraving voor een veldstrekking. De uitgangspunten voor de OFT boring zijn samengevat in Tabel 2.

cruxbv.nl Ons kenmerk NT21407a1 Pagina 3/7

Tabel 2 Kenwaarden bemaling van OFT boring Parameter

Waarde

Lengte startkuip

10 m

Lengte ontvangstkuip

2,5 m

Breedte startkuip

5,2 m

Breedte ontvangstkuip

2,5 m

Ontgravingsniveau

NAP -3,0m

Drooglegging start- en ontvangstkuipen

50 cm

Ontwateringsniveau

NAP -3,5m

Uitvoeringsduur

14 dagen

Verticaal evenwicht

n.v.t.

De totale uitvoeringsduur van het werk bedraagt dus 56 dagen.

2 Resultaat geohydrologische analyse 2.1 Benodigde verlaging Grondwaterstand Een bemaling is nodig om de grondwaterstand te verlagen tot maximaal NAP -1,9m voor een veldstrekking en NAP -3,5m voor de OFT boring en vervolgens droog te houden tot de bekabeling is aangebracht. Stijghoogte (diepere lagen) Uit het grondonderzoek ter plaatse van de verschillende onderdelen van het hoogspanningsstation blijkt dat enkel tot NAP +0m plaatselijk lagen worden gevonden die gevoelig zijn voor opbarsten (klei en/of veen). Alle in dit document beschouwde ontgravingen zijn dieper dan NAP +0m waardoor de waterremmende toplaag volledig wordt ontgraven. Er is dus geen risico op het opbarsten van diepere grondlagen. Alleen de grondwaterstand wordt tijdelijk verlaagd.

2.1 Debiet en waterbezwaar In het bemalingsadvies is een stationair debiet bepaald van maximaal 150 m³/uur. Het opstartdebiet (behalen initiële verlaging) is bepaald voor een duur van 2 dagen en is berekend op 194 m3/uur. Het debiet, zowel stationair als tijdens de opstart van de bemaling varieert per veldstrekking. De debieten zijn bepaald bij een rekenscenario met hoge grondwaterstand (HG, 95%waarde).

Het totale waterbezwaar na 56 dagen bemalen bedraagt 131.000 m³ (inclusief 2 dagen opstartfase per veldstrekking en OFT boring).

CRUX Engineering BV

2.2 Invloedsgebied

Ons kenmerk

Het invloedsgebied is gebaseerd op een modelstudie met een hoge grondwaterstand (HG) en hoge stijghoogte (HS). De HG en HS zijn bepaald met de 95% waarde van de grondwatermeetreeksen.

NT21407a1

cruxbv.nl

Pagina 4/7

Het invloedsgebied is bepaald op 1000 m. Naar mate de tijd vordert wordt het invloedsgebied groter. De reden hiervoor is dat de kort ervoor bereikte verlaging op een naastgelegen locatie mee werkt en zo de verlaging gemakkelijk in stand wordt gehouden. Het invloedsgebied is het grootste aan het einde van fase 4 (op t=56 d) en weergegeven in Figuur 2

Figuur 2 Grondwaterverlaging t.o.v. HG

3 Omgevingseffecten 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk zijn de omgevingseffecten van de grondwaterverlagingen samengevat. Een gedetailleerde uitwerking van de omgevingseffecten is gegeven in het bemalingsadvies (RA21407a2, zie Bijlage 1).

3.2 Verontreinigingen Er is nader onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van grondwaterverontreinigingen binnen het invloedsgebied van de bemaling middels het omgevingsportaal van Provincie Overijssel. Binnen het invloedsgebied worden geen grondwaterverontreinigingen aangetroffen boven de interventiewaarde. Op basis van de modelstudie worden daarom geen mitigerende maatregelen noodzakelijk geacht.

3.3 Zettingen en droogstand houten palen De onderkant van de plaatselijk aanwezige ondiepe kleilaag ligt op

NAP +0m. Uit de berekening van de grondwaterstand in paragraaf blijkt dat de lage grondwaterstand onder natuurlijke omstandigheden op NAP -0,4m wordt berekend. Dit houdt in dat een verlaging beneden dit niveau niet zorgt voor een korrelspanning die niet al in het verleden is opgetreden. Het risico op schade door zetting of een afname van kerende hoogte waterkering wordt daarom geclassificeerd als ‘aanvaardbaar’ tot ‘afwezig’.

3.4 Archeologie en rijksmonumenten Binnen het invloedsgebied van de bemaling zijn geen rijksmonumenten aanwezig. Tevens worden er geen gebieden aangemerkt als waardevol vanuit archeologisch oogpunt.

3.5 Grondwaterbeschermingsgebieden en Natuurgebieden Door de bemaling wordt de grondwaterstand in de grondwaterbeschermingszone (rode vlak in Figuur 13) van pompstation Vechterweerd beïnvloedt. Het pompstation zelf ligt ten zuiden van de Overijsselsche Vecht terwijl de bemaling ten noorden wordt uitgevoerd. De kans dat de bemaling het waterwingebied rondom het pompstation direct beïnvloedt is niet aanwezig. De bemaling zal tevens niet zorgen voor een verontreiniging van het waterwingebied aangezien niet wordt geretourneerd in de beschermingszone. Het risico op negatieve invloeden van de bemaling wordt daarom als ‘aanvaardbaar’ tot ‘afwezig’ geclassificeerd.

Figuur 3 Invloedsgebied fase 4 in relatie tot grondwaterbeschermingszone

3.6 Schade aan landbouw Een verlaging van de grondwaterstand kan in het groeiseizoen van gewassen zorgen voor een verminderde gewasopbrengst. De vermindering in gewasopbrengst wordt getoetst middels de HELP-tabellen van Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA). De basisregistratie gewaspercelen laat zien dat in de directe omgeving van de bemaling enkele percelen aanwezig zijn met gewastypen grasland (blijvend of tijdelijk) en snijmais, zie Figuur 4. Het belangrijkste uitgangspunt voor het bepalen van het effect van de bemaling op het gewas is de uitvoeringsplanning.

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk NT21407a1 Pagina 5/7

Als de bemaling buiten het groeiseizoen plaatsvindt is er geen verminderde gewasopbrengst.

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk NT21407a1 Pagina 6/7

Figuur 4 Invloedsgebied fase 4 in relatie tot gewaspercelen

3.7 WKO-installaties In de omgeving van de projectlocatie zijn geen WKO installaties aanwezig.

4 Conclusie De aanleg van de nieuwe kabels voor het project Beter benutten 380kV EnsZwolle, wordt gerealiseerd middels 7 veldstrekkingen (open ontgraving) en 5 kruisingen (3 mantelbuizen, 1 HDD en 1 OFT boring). Voor de veldstrekkingen wordt 1,2 à 1,8m beneden maaiveld ontgraven, voor de OFT boring wordt 3m beneden maaiveld ontgraven. De mantelbuizen hebben dezelfde ontgravingsdiepte als een veldstrekking en de HDD boring wordt zonder bemaling uitgevoerd aangezien het start- en ontvangstpunt niet dieper liggen dan de veldstrekking waar op wordt aangesloten. Voor uitvoering van de veldstrekkingen en de start- en ontvangstkuip van de OFT boring wordt beneden de grondwaterstand gewerkt waardoor bemaling benodigd is. Uit het bemalingsadvies RA21407a2 blijkt dat de bemaling vergunningsplichtig is waardoor tevens een m.e.r. aanmeldnotitie benodigd is. De bemaling is berekend op een stationair debiet van 150 m3/uur, een maximaal opstartdebiet van 194 m3/uur en een invloedsgebied van circa 1000 m. Hoewel het debiet relatief hoog is blijken de omgevingseffecten beperkt. Dit komt deels doordat binnen het invloedsgebied weinig gevoelige objecten worden gevonden en deels omdat de maximale duur per bemalingsfase 14 dagen is. De totale bemalingsduur van het project is 56 dagen.

De volgende omgevingseffecten zijn vastgesteld voor de bemaling:  Grondwaterbeschermingsgebieden, beschermingszone Vechterweerd  Potentiele schade aan landbouw door derving gewasopbrengst Binnen het invloedsgebied zijn de volgende aspecten niet aanwezig:  Zettingsgevoelige objecten,

 Grondwaterverontreinigingen boven de interventiewaarde,  Rijksmonumenten,  Archeologische vindplaatsen,  Natura 2000 gebieden  WKO bronnen. Voor de bemaling wordt een grondwatermonitoring voorgesteld om te controleren dat het invloedsgebied niet groter is dan voorzien in het bemalingsadvies RA21407a2. Op basis van deze m.e.r. aanmeldnotitie wordt een uitgebreide MER procedure met Milieu Effecten Rapportage door CRUX niet noodzakelijk geacht. De beslissing hiervan ligt uiteindelijk bij het bevoegd gezag: het Waterschap Drents Overijsselse Delta.

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk NT21407a1 Pagina 7/7

B ijl age(n) NT 21407 a1

Inhoudsopgave bijlagen Bemalingsadvies

B ijl age(n) NT 21407 a1

Bemalingsadvies

Amsterdam Delft Eindhoven

Bemalingsadvies 380kV Ens-Zwolle (station) –

CRUX Engineering BV Pedro de Medinalaan 3c NL-1086 XK Amsterdam

Amsterdam Delft Eindhoven

+31(0)20 494 30 70 info@cruxbv.nl cruxbv.nl

Arcadis Dhr. S. van den Bosse Stationsplein 10 9401 LB Assen

Rapport

Opgesteld

–

Gecontroleerd

Onderwerp Bemalingsadvies 380kV Ens-Zwolle (station) Projectnummer 21407 Documentnummer RA21407a3 Versie 3 © 2022 CRUX Engineering BV Niets uit dit drukwerk mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt, in enige vorm op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, microfilm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van CRUX Engineering BV, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Documentenlocatie P:\211xx\21407 Arcadis tracé hoogspanning Ens Zwolle\01 RAP\RA21407a2 Bemalingsadvies 380kV Ens-Zwolle (station).docm

Datum 2 juni 2022 Status Definitief

J. Havik MSc

drs. G.W. Winters Vrijgave ir. G. Meinhardt Versies 1. Definitief Formulier RA-01-v18.0622

4

Inhoudsopgave – 1

2

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 5 6 6

Projectbeschrijving Doel van dit document Leeswijzer Versiebeheer

Uitgangspunten

7

2.1 Documenten 2.2 Toetsingskader bevoegd gezag 2.2.1 Grondwateronttrekking

7 7 7

2.2.2

Lozen van bemalingswater

2.3 Bodemopbouw 2.4 Oppervlaktewatersysteem 2.4.1 Beheerspeilen

3

14

CRUX Engineering BV

Debiet en waterbezwaar 4.1.1 Onttrekkingsdebiet

14 14

cruxbv.nl

4.1.2

Neerslagdebiet

14

4.1.3

Waterbezwaar

14

4.2 Invloedsgebied 4.3 Uitvoering 4.3.1 Onttrekking 4.3.2

5

7

Oppervlaktewaterkwaliteit

9

2.4.3

Waterkeringen

10 10

6

Modelinterpolatie grondwaterstand

10

2.5.3

Grondwaterkwaliteit

10

2.6 Realisatieplan 2.7 Stabiliteit ontgravingen 2.8 Gelijktijdigheid projecten derden

11 12 12

Methodiek

13

3.1 Ingangscontrole gegevens 3.2 Rekenmethode 3.2.1 Basismodel

13 13 13

3.2.2

Schematisatie ontgraving

13

3.2.3

Scenario’s

13

7

8

17

Risicoanalyse

18 18 18 18 18 18

Algemeen Risico in sleuf Risico op een geaccumuleerd effect Omgevingsrisico’s 5.4.1 Zettingen 5.4.2

Verplaatsen grondwaterverontreinigingen 18

5.4.3

Schade aan landbouw

5.4.4 Beïnvloeding drinkwaterpompstations en milieubeschermingsgebieden

10

2.5.2

Lozen van bemalingswater

15 16 16

5.1 5.2 5.3 5.4

8 9 9

2.4.2

2.5 Grondwatersysteem 2.5.1 Grondwaterstand en stijghoogte in de omgeving

Rekenresultaat 4.1

19 19

Monitoring

21

6.1 Debietmeting 6.2 Grondwaterstandsmeting 6.3 Meting grondwaterkwaliteit

21 21 22

Meld- en/of vergunningplicht

23

7.1 7.2 7.3

23 23 23

Grondwateronttrekking Lozing van het bemalingswater MER-(aanmeld)plicht

Conclusie

24

8.1 Samenvatting resultaat 8.2 Omgevingsrisico’s 8.3 Actielijst

24 24 24

Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 3/40

Lijst van Figuren – Figuur 1 Projectlocatie 5 Figuur 2 Locatie en hoogte beheerspeil (zomerpeil) open water 9 Figuur 3 Legger waterkering WDOD 10 Figuur 4 Locatie cultuurgrond [14] en nummering onderdelen 11 Figuur 5 start- en ontvangstkuip OFT boring 12 Figuur 6 Verlaging grondwaterstand fase 1 op t=14d 15 Figuur 7 Verlaging grondwaterstand fase 2 op t=28d 15 Figuur 8 Verlaging grondwaterstand fase 3 op t=42d 16 Figuur 9 Verlaging grondwaterstand fase 4 op t=56d 16 Figuur 10 Bemalingsmethoden (conceptueel) 17 Figuur 11 Lozingspunt (indicatief) 17 Figuur 12 Invloedsgebied fase 4 in relatie tot gewaspercelen 19 Figuur 13 Invloedsgebied fase 4 in relatie tot grondwaterbeschermingszone 20 Figuur 14 Overzicht locaties projectpeilbuizen 21 Figuur 15 Overzicht locaties aanvullende projectpeilbuizen omgeving 21

Lijst van Tabellen – Tabel 1 Hoofdstukindeling 6 Tabel 2 Versies van dit document 6 Tabel 3 Lozingsmethoden en criteria 8 Tabel 4 Grondopbouw bijbehorende doorlatendheden 9 Tabel 5 Grondwaterstand, modelinterpolatie 10 Tabel 6 Ontgravingsniveau per onderdeel 12 Tabel 7 bemalingsduur per fase 12 Tabel 8 Rekenscenario’s 13 Tabel 9 Onttrekkingsdebiet per fase 14 Tabel 10 Waterbezwaar totaal bij een hoge grondwaterstand 14 Tabel 11 Status verontreinigingen 18 Tabel 12 Signaal- en interventiewaardes peilbuizen 22

Lijst van Bijlagen

–

CRUX Engineering BV

Bijlage 1 Gegevens bodemopbouw Bijlage 2 Analyse oppervlaktewaterkwaliteit Bijlage 3 Analyse grondwaterkwaliteit Bijlage 4 Gemeten grondwaterstanden en toelichting op afronden Bijlage 5 Ontwerptekeningen 380kV verbinding Hoogspanningsstation Bijlage 6 Controle op benodigde gegevens Bijlage 7 Risico check bemaling

cruxbv.nl Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 4/40

CRUX Engineering BV cruxbv.nl

1 Inleiding

Ons kenmerk RA21407a3

1.1

Projectbeschrijving

In opdracht van Arcadis BV heeft CRUX Engineering BV een bemalingsadvies opgesteld ten behoeve van het project ‘Beter Benutten Bestaande 380kV Ens- Zwolle’. Voor het project wordt een bestaande 380kV verbinding opgewaardeerd waarvoor tijdens de uitvoering beneden de grondwaterstand moet worden gewerkt. Het werk beneden de grondwaterstand is grofweg in twee delen te beschrijven: - Funderingsverzwaring van een aantal van de bestaande masten. - Het verleggen van en deels nieuw aanleggen van een aantal kabels en kruisingen ter plaatse van het hoogspanningsstation Zwolle-Hessenweg. Het voorliggend bemalingsadvies betreft het onderdeel voor het werk verleggen kabels bij het hoogspanningsstation ZwolleHessenweg. De bemaling voor de funderingsverzwaring aan de masten wordt behandeld in een apart bemalingsadvies [1]. Het werk aan hoogspanningsstation Zwolle-Hessenweg betreft de aanleg van 7 veldstrekkingen die worden aangebracht middels een open ontgraving en 5 kruisingen, waarvan: - 1 horizontaal gestuurde boring (HDD); - 1 open front boring (OFT); - 3 kruisingen middels ingegraven mantelbuis. Voor de OFT’s worden start- en ontvangstkuip meegenomen in dit bemalingsadvies. Voor de HDD is het in- en uittredepunt niet dieper dan de veldstrekking waarop wordt aangesloten en wordt zodoende geen afwijkende bemaling voorzien.

Pagina 5/40

Figuur 1 Projectlocatie

1.2

Doel van dit document

Het doel van dit document is om te beoordelen of een droge ontgraving voor het project met behulp van bemaling haalbaar is en om inzicht te verschaffen in de hiermee gepaard gaande omgevingsrisico’s. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een geohydrologisch stromingsmodel om het debiet, waterbezwaar en effect op de omgeving te kwantificeren. Dit advies is geschreven conform de richtlijnen van het SIKB, protocol 12010: „Voorbereiden melding of vergunningaanvraag”. Voorliggend verslag kan zodoende worden gebruikt als onderbouwing bij de aanvraag van een watervergunning of melding zoals bedoeld in de Waterwet.

1.3

Leeswijzer

CRUX Engineering BV cruxbv.nl

De hoofdstukindeling van dit document is samengevat in onderstaande tabel. Om de leesbaarheid van dit document te vergroten worden onderzoeksresultaten veldwerk, rekenresultaten met analytische vergelijkingen en de tabellen uit BRL12010 opgenomen in de bijlage(n). Tabel 1 Hoofdstukindeling

1.4

Hoofstuk

Inhoud

1

Inleiding en doelstelling

2

Belangrijkste uitgangspunten: bodemopbouw, (grond)waterstanden en realisatieplan

3

Controle op aanwezigheid gegevens: gehanteerde reken- en onderzoeksmethodiek

4

Resultaat van de berekeningen en het onderzoek

5

Risicoanalyse conform BRL12010

6

Monitoringsplan

7

Samenvatting meld- en/of vergunningplicht

8

Conclusie en actieplan

Versiebeheer

De verschillende versies van dit document met toegepaste wijzigingen zijn opgenomen in Tabel 2. Tabel 2 Versies van dit document Versie nr.

Toelichting

a1

Concept versie

a2

Update uitgangspunten verwerkt, opmerkingen Arcadis en Tennet verwerkt

a3

Aanvullende opmerkingen Tennet verwerkt

Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 6/40

2 Uitgangspunten 2.1

Documenten

De volgende documenten zijn gebruikt voor de berekeningen: [1] CRUX Engineering BV; Bemalingsadvies 380kV EnsZwolle (masten); RA21407b1; wordt opgesteld. [2] Tennet; Vraagspecificatie opwaardering 380 kV EnsZwolle bureau- en veldonderzoeken; d.d. 14-07-2021. [3] Koops Grondmechanica; Geotechnisch onderzoek Opwaardering 380kV verbinding Ens-Zwolle te Zwolle, mast 88; d.d. 17-01-2022. [4] Koops Grondmechanica; Geotechnisch onderzoek opwaardering 380kV Ens - Zwolle HDD tijdelijke kabel kruising spoor en zonnepark te Zwolle; d.d. 14-01-2022. [5] Arcadis; boringen NEN5104 mastentrace Zwolle-ENS. [6] Atron Engineering Advies & Infra; tekening mastverkabeling 380kV Ens-Zwolle; 3202-1021-01-OFT; d.d. 10-11-2021. [7] ArcelorMittal Sheetpiling; Impervious steel sheetpile walls – Designs & Practical approach; kenmerk 2-1-14-1GB; d.d. 2014.

Naast bovenstaande documenten wordt tevens gebruik gemaakt van enkele informatiebronnen welke veelal digitaal worden geraadpleegd: [8] Dinoloket; REGIS II; www.dinoloket.nl [9] PDOK; Algemeen Hoogtebestand van Nederland 3; URL: https://www.pdok.nl/viewer/ [10] Dinoloket; Grondwaterstanden; www.dinoloket.nl [11] Waterschap Drents Overijsselse Delta; Keur / Keurkaarten; https://www.wdodelta.nl/keur-en-legger [12] Provincie Overijssel; Omgevingsrapportage; https://overijssel.omgevingsrapportage.nl/ [13] PDOK; Basisregistratie Adressen en Gegevens; URL: https://www.pdok.nl/

[14] Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; Basisregistratie gewaspercelen; https://www.pdok.nl/datasets/ [15] Rijksdienst voor cultureel erfgoed; Landelijk register monumentale bomen; https://www.cultureelerfgoed.nl/ [16] Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; Natura 2000; URL: https://www.pdok.nl/datasets/ [17] Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; Archeologische landschappenkaart; https://cultureelerfgoed.nl [18] Ministerie van Economische Zaken en Klimaat; WKObodemenergietool; https://wkotool.nl/ [19] Atlas leefomgeving; Beschermd grondwater rondom bronnen voor drinkwater; URL: https://www.atlasleefomgeving.nl/ [20] TNO; Grondwaterkwaliteit in beeld; https://www.grondwatertools.nl/gwatlas/ CRUX staat niet in voor de juistheid en/of volledigheid van de door derden verstrekte informatie en gegevens.

2.2 Toetsingskader bevoegd gezag 2.2.1 Grondwateronttrekking De projectlocatie ligt in het beheergebied van waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD). Voor dit waterschap geldt dat een melding volstaat voor een tijdelijke bemaling van grondwater als: - de onttrekkingscapaciteit niet meer dan 100 m³/uur bedraagt; - de onttrekkingscapaciteit niet meer dan 70.000 m³/maand bedraagt; - de duur van de bemaling niet meer dan 3 maanden bedraagt. 2.2.2 Lozen van bemalingswater De lozing van (grond)water dient te voldoen aan het besluit lozen buiten inrichtingen (BLBI). In dit besluit is vastgelegd dat het te lozen (grond)water moet voldoen aan de eisen zoals te zien in Tabel 3.

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 7/40

De criteria en het bevoegd gezag waar de aanvraag moet worden ingediend, zijn zodoende afhankelijk van de te kiezen lozingsoptie (riool, open water en/of retourbemaling). De beheerder van het stelsel waarop wordt geloosd kan aanvullende eisen stellen m.b.t. de lozing. Tabel 3 Lozingsmethoden en criteria Methode

Eisen

Bodem

Zelfde watervoerende laag als onttrekking

Oppervlaktewater *

Geen visuele verontreiniging, onopgeloste stof < 50 mg/l

Schoonwaterriool **

IJzer < 5 mg/l, onopgeloste stof < 50 mg/l

Vuilwaterriool **

Debiet < 5 m3/u, onopgeloste stof < 300 mg/l

*

**

Visuele verontreiniging treedt onder andere op bij IJzer > 5 mg/l, de lozingscapaciteit wordt bepaald door de beheerder van het oppervlaktewatersysteem De lozingscapaciteit wordt in meer detail bepaald door de beheerder van het stelsel

2.3 Bodemopbouw De bodemopbouw op de projectlocatie is samengevat in Tabel 4. Voor een beeld van de bodemopbouw op regioniveau is gebruik gemaakt van het geologisch model REGISII [8]. Een langsdoorsnede uit REGISII van de locatie hoogspanningsstation Zwolle-Hessenweg is toegevoegd aan Bijlage 1. Voor een meer gedetailleerd, maar lokaal beeld van de bodemopbouw is gebruik gemaakt van grondonderzoek. Voor het project is grondonderzoek uitgevoerd door Koops [3] en [4] en Arcadis [5]. Het onderzoek bestaat uit 6 sonderingen (diepte 25 à 30 mMV), 33 handboringen (diepte tot 4 m-MV) en 6 mechanische boringen (tot 15 m-MV). Enkele van de handboringen zijn afgewerkt tot peilbuis. Op locatie zijn 5 ondiepe peilbuizen (filterstelling tot 2,5 m-MV) en 3 diepere peilbuizen (filterstelling tot 5 m-MV) aanwezig. In Bijlage 1 is een bovenaanzicht met de locaties van het grondonderzoek weergegeven.

Tevens is in Bijlage 1 het resultaat van de sonderingen en mechanische boringen in zijn volledigheid bijgevoegd.

CRUX Engineering BV

Op basis van REGISII en het grondonderzoek kan het volgende worden gesteld over de bodemopbouw ter plaatse van het hoogspanningsstation en de bijbehorende masten 88 - 90: - Het maaiveld op deze locatie ligt op een niveau van NAP +0,3m à NAP +0,9m. - De holocene deklaag is op deze locatie zeer dun tot plaatselijk afwezig. Tot een diepte van NAP +0m wordt plaatselijk zandige klei gevonden. Dit is vooral ter plaatse van mast 88. Ter plaatse van mast 89-90 ontbreekt een waterremmende toplaag in zijn geheel. - Van NAP +0m tot circa NAP -2m wordt fijn tot matig fijn zand gevonden. Dit behoort tot de Formatie van Boxtel. - Van circa NAP -2m tot NAP -12m wordt matig grof zand gevonden. Dit behoort tot de Formatie van Kreftenheye. - Van circa NAP -12m tot NAP -14m bij mast 89-90 een waterremmende laag gevonden. Deze laag ontbreekt bij mast 88. - Vanaf circa NAP -14m tot NAP -30m wordt grof zand gevonden van de formatie van Kreftenheye. - Op NAP -30m wordt een dikke kleilaag gevonden, deze kleilaag wordt gekozen als geohydrologische modelbasis. Ten westen van het hoogspanningsstation, op een afstand van circa 500m maakt de kleilaag plaats voor gestuwde afzettingen die mogelijk watervoerend zijn. Op deze afstand en diepte wordt echter niet verwacht dat diepere zandlagen een invloed zullen hebben op de bemaling bij het hoogspanningsstation.

Ons kenmerk

cruxbv.nl

RA21407a3 Pagina 8/40

CRUX Engineering BV

Tabel 4 Grondopbouw bijbehorende doorlatendheden Beschrijving grondsoort [m NAP]

Bovenzijde laag [m NAP]

Klei, zandig

+0,3 à +0,9

Zand, uiterst fijn tot fijn, Formatie van Boxtel

0

Zand, matig grof, Formatie van Kreftenheye

-2,0

cruxbv.nl

Doorlatendheid [m/d] * Waterremmend (freatisch) Watervoerend

0,01 5 à 10 20 à 50

Klei (plaatselijk aanwezig)

-12,0

Waterremmend

0,01

Zand, grof, Formatie van Kreftenheye

-13,0 à -14,0

Watervoerend

50 à 100

Klei, Formatie van Kreftenheye

-30,0

Geohydrologische basis

* Voor de verticale doorlatendheid wordt als vuistregel 1/5e van de horizontale doorlatendheid aangehouden

Voor de geohydrologische berekeningen is tevens de doorlatendheid toegevoegd aan Tabel 4. De doorlatendheid is gebaseerd op REGIS II en ervaring van CRUX met projecten in de omgeving. - Voor de formaties van Boxtel en Kreftenheye wordt de bandbreedte voor doorlatendheid uit REGISII gebruikt. - Voor de weerstand van waterremmende lagen wordt een lage waarde gekozen. Dit leidt tot een hoger debiet en waterbezwaar en past bij een conservatieve werkwijze ten aanzien van de aanvraag Watervergunning.

2.4 Oppervlaktewatersysteem 2.4.1 Beheerspeilen De projectlocatie ligt ten noordoosten van Zwolle, in het beheersgebied van Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD). Het waterpeil in de omliggende watergangen wordt beheerst op een variabel peil van NAP -0,1m (winterpeil) tot NAP +0,1m (zomerpeil). In de legger van het Waterschap [10] is te zien dat verschillende peilgebieden in de omgeving van het project aanwezig zijn. Het zomerpeil van de verschillende peilgebieden wordt als 3D randvoorwaarde meegenomen in het grondwatermodel.

Figuur 2 Locatie en hoogte beheerspeil (zomerpeil in M NAP) open water

2.4.2 Oppervlaktewaterkwaliteit Conform de uitvraag van Tennet [2] is de kwaliteit van het nabijgelegen oppervlaktewater gemeten op punt 19-WB05 (locatie op het bovenaanzicht in Bijlage 1). De analyseresultaten zijn toegevoegd aan Bijlage 2 onder monsternummer 155478. Uit de analyse oppervlaktewater volgt dat een voor oppervlaktewater relatief hoog gehalte van 15 mg/l IJzer wordt gevonden.

Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 9/40

2.4.3 Waterkeringen De projectlocatie ligt op een afstand van ca. 700m van de beschermingszone van dijkring 9 (Overijsselsche Vecht) volgens legger [11]. De locatie is weergegeven in Figuur 3.

Figuur 3 Legger waterkering WDOD

2.5 Grondwatersysteem 2.5.1 Grondwaterstand en stijghoogte in de omgeving De maatgevende grondwaterstanden zijn vastgesteld op basis van de beschikbare grondwater meetreeksen in Dinoloket [10]. In Bijlage 4 is een overzicht gegeven met een selectie van 68 peilbuizen uit Dinoloket met een minimum van 30 metingen. Tevens in Bijlage 2 weergegeven zijn de 8 projectpeilbuizen. In de projectpeilbuizen zijn na het veldwerk nog geen metingen van de grondwaterstand verricht. In de tabel in Bijlage 4 is de kans van voorkomen per peilbuis berekend. Voor een tijdelijke bemaling wordt de 95% hoogste grondwaterstand als maatgevend beschouwd. Het geohydrologisch model wordt gekalibreerd op de in Bijlage 4 gegeven meetreeksen.

2.5.2 Modelinterpolatie grondwaterstand Gezien de grote afstand van de peilbuizen tot de projectlocatie (minimaal 900m) ligt het niet voor de hand om één van de peilbuizen uit Dinoloket te gebruiken als een maatgevende peilbuis maar gebruik te maken van het geohydrologisch model.

CRUX Engineering BV

De grondwaterstand op de projectlocatie is daarom bepaald aan de hand van een kalibratie van het model met behulp van de peilbuizen in de omgeving. De kalibratie is uitgevoerd voor de hoge grondwaterstand (95%-waarde) en lage grondwaterstand (5%-waarde). Het grondwatermodel geeft het rekenresultaat voor de basisgrondwaterstand (95%-waarde) zoals te zien in Tabel 5. De locaties uit Tabel 5 zijn een representatieve spreiding van locaties waar werkzaamheden gaan plaatsvinden.

Pagina

Op de locatie van het hoogspanningsstation is bij het zetten van de peilbuizen een eenmalige meting van de grondwaterstand gedaan, dit heeft plaatsgevonden in januari 2022. De handmetingen zijn toegevoegd aan Tabel 5. Uit de handmetingen volgt een op dat moment heersende grondwaterstand op of beneden de berekende LG-waarde. Hieruit wordt geconcludeerd dat de HG-waarde een veilig uitgangspunt is voor de bemalingsberekening. Tabel 5 Grondwaterstand, modelinterpolatie Locatie

HG (95%-waarde)

LG (5%-waarde)

Meting

HB29

NAP -0,2m

NAP -0,50m

NAP -0,68m

HB40

NAP +0,1m

NAP -0,4m

NAP -0,94m

HB42

NAP +0,1m

NAP -0,4m

NAP -1,01m

2.5.3 Grondwaterkwaliteit Afhankelijk van de keuze voor lozing of retourbemaling dient de grondwaterkwaliteit aan bepaalde eisen te voldoen. Bij toepassing van retourbemaling stelt de Nederlandse Waterwet dat het van nature aanwezige grondwater niet mag worden verontreinigd met het infiltratiewater.

cruxbv.nl Ons kenmerk RA21407a3

10/40

Het waterschap bepaald of het bemalingswater geloosd mag worden op het oppervlaktewater. De gemeente beoordeelt of bemalingswater mag worden geloosd op het riool. De grondwaterkwaliteit op de projectlocatie is bemonsterd en geanalyseerd op lozingsparameters middels monstername uit peilbuis HB42 (zie Bijlage 3). Het analyseresultaat laat een relatief hoge concentratie IJzer zien, maar een lage concentratie onopgeloste bestanddelen. De chloride concentratie is tevens laag.

2.6 Realisatieplan Het project bestaat uit de aanleg van 5 veldstrekkingen, 3 wegkruisingen door middel van een mantelbuis, één HDD boring en één OFT boringen. Onderstaand wordt de geometrie en planning van de verschillende onderdelen vastgesteld. Het tracé met de verschillende onderdelen is weergegeven in de ontwerptekening [6] en Bijlage 5. Veldstrekking / mantelbuizen Voor een veldstrekking wordt een dekking op de kabel aangehouden van MV -1,2m in grond en MV -1,8m in cultuurgrond. Bij de dekking wordt 20cm opgeteld voor de kabeldikte waarde de benodigde ontgraving uitkomt op MV - 1,4m in grond en MV -2,0m in cultuurgrond. Gezien de zandige bodemopbouw is een backfill met zand in de sleuf niet nodig. Voor de locatie van cultuurgrond wordt de basisregistratie gewaspercelen [14] aangehouden (zie Figuur 4). De verschillende te bemalen onderdelen zijn tevens genummerd in Figuur 4. In Tabel 6 is de benodigde ontgraving beneden maaiveld omgerekend naar een ontgravingsniveau in m NAP, gebruik makende van de maaiveldhoogte in het AHN3. In een sleuf liggen 2 kabelclusters op een onderlinge afstand van 2m met 50cm werkruimte aan weerszijden van de kabels. De bodembreedte van de ontgraving is in totaal 3m. Voor de drie kruisingen middels een gegraven mantelbuis worden dezelfde afmetingen gehanteerd als voor de veldstrekkingen. Om

voldoende droog te kunnen werken wordt 30 cm beneden het ontgravingsniveau bemalen.

CRUX Engineering BV

HDD boring De HDD boring (nr 11 in Figuur 4) kan worden uitgevoerd zonder bemaling. Het start- en ontvangstpunt liggen niet dieper dan de kabels waarop wordt aangesloten.

Ons kenmerk

OFT boring Voor een boring met open front techniek is wel aanvullende bemaling nodig aangezien het start- en ontvangstpunt dieper liggen dan het ontgravingsniveau voor een kabel. De kenmerken van de start- en ontvangstkuip zijn weergegeven op tekening [6] en in Figuur 5.

Figuur 4 Locatie cultuurgrond [14] en nummering onderdelen

cruxbv.nl

RA21407a3 Pagina 11/40

moet initieel worden verlaagd vóórdat kan worden gestart met werken. Dit duurt bij benadering 2 dagen waardoor de totale bemalingsduur per fase op 14 dagen uitkomt. De uitvoeringsduur van de OFT boring wordt tevens op 14 dagen aangehouden.

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk RA21407a3

Tabel 7 bemalingsduur per fase

Figuur 5 start- en ontvangstkuip OFT boring Tabel 6 Ontgravingsniveau per onderdeel nr in Figuur 4

beschrijving

ontgraving [m]

MV [m NAP]

1

hoogspanning nieuw

1,8 + 0,2

0,5

-1,5

1

2

hoogspanning nieuw

1,8 + 0,2

0,5

-1,5

1

3

hoogspanning nieuw

1,8 + 0,2

0,4

-1,6

1

4

OFT sleufloos

3,3

0,3

-3,0

4

5

hoogspanning nieuw

1,2 + 0,2

0,4

-1,0

1

6

hoogspanning nieuw

1,2 + 0,2

0,4

-1,0

2

7

hoogspanning nieuw

1,2 + 0,2

0,5

-0,9

3

8 gegraven mantelbuis

1,2 + 0,2

0,5

-0,9

3

9

hoogspanning nieuw

1,8 + 0,2

0,5

-1,5

3

10 gegraven mantelbuis

1,8 + 0,2

0,6

-1,4

3

-

-

-

-

11

HDD sleufloos

ontgraving fase [m NAP]

In overleg met de opdrachtgever is de gelijktijdigheid en duur van de bemaling per fase vastgesteld. In Tabel 6 is te zien welke tracédelen gelijktijdig worden uitgevoerd (fase). In de praktijk kan het project nog in kleinere delen worden opgeknipt, echter uit conservatief oogpunt (groter invloedsgebied) worden relatief lange gelijktijdige tracés aangenomen. De bemalingsduur voor de tracés is weergegeven in Tabel 7. Hierbij wordt uitgegaan van 2 werkweken bemalen en een bemaling die aan staat in het weekend. De grondwaterstand

2.7

Fase

Bemalingsduur [d]

1

14

2

14

3

14

4

14

Stabiliteit ontgravingen

Volgens NEN9997-1 dient ten opzichte van elk niveau sprake te zijn van verticale stabiliteit van de ontgraving. Door het uitgraven van de grond en het verlagen van de grondwaterstand neemt de neerwaartse belasting af, wat kan leiden tot opbarsten van de ontgraving of tot welvorming. Uit het grondonderzoek ter plaatse van de verschillende onderdelen van het hoogspanningsstation blijkt dat enkel tot NAP +0m plaatselijk lagen worden gevonden die gevoelig zijn voor opbarsten (klei en/of veen). Alle in dit document beschouwde ontgravingen zijn dieper dan NAP +0m waardoor de waterremmende toplaag volledig wordt ontgraven. Er is dus geen risico op het opbarsten van grondlagen.

2.8 Gelijktijdigheid projecten derden Op het moment van schrijven zijn er geen projecten van derden bekend waarbij grondwater wordt onttrokken. De gelijktijdigheid wordt bewaakt door Waterschap Drents Overijsselse Delta.

Pagina 12/40

3 Methodiek 3.1

Ingangscontrole gegevens

Conform BRL12000 wordt allereerst een beoordeling gemaakt van de aanwezigheid en kwaliteit van de gegevens die benodigd zijn om een bemalingsadvies te kunnen opstellen. Deze beoordeling is gedaan aan de hand van Bijlage 6. Uit deze inventarisatie volgt dat voor de volgende onderwerpen aanvullende informatie benodigd is: - Lozingsopties: deze moeten worden besproken met bevoegd gezag, dit bemalingsadvies kan input zijn voor een voorkeursroute qua lozing.

3.2 Rekenmethode Om het invloedsgebied en onttrekkingsdebiet in meer detail te berekenen is een geohydrologisch model opgesteld door gebruik te maken van de eindige differentiemethode MODFLOW (2005), welke in 1987 voor het eerst door de U.S. Geological Survey openbaar is gemaakt. De broncode is goed gedocumenteerd, geaccepteerd en vrij beschikbaar. Als visuele interface voor de broncode wordt gebruik gemaakt van Groundwater Vistas. 3.2.1 Basismodel Een basismodel is opgesteld om een goede benadering te krijgen van het natuurlijke (ongestoorde) grondwatersysteem. Het effect van de bemaling wordt getoetst ten opzichte van de gemodelleerde ongestoorde situatie. Kalibratie van het model wordt gedaan met behulp van de in Dinoloket [10] geregistreerde meetreeksen van de grondwaterstand en stijghoogte in de omgeving. Het basismodel is opgebouwd door de waarden voor de dieptes van de verschillende grondlagen en bijbehorende doorlatendheden van REGIS2.2 en het lokale grondonderzoek

toe te passen. Vervolgens wordt de doorlatendheid van de plaatselijk aanwezige Holocene laag, die niet van een waarde zijn voorzien in Regis, aangepast naar de waarden zoals omschreven in paragraaf 2.3. De in de omgeving aanwezige watergangen zijn in het model als randvoorwaarde meegenomen (3-D).

CRUX Engineering BV

3.2.2 Schematisatie ontgraving De onttrekking in de freatische laag ter plaatse van de ontgravingen is gemodelleerd door drainerende modelcellen te plaatsen met het maximale niveau uit Tabel 6 – 30cm ontwatering. De damwanden ter plaatse van de perskuipen voor de OFT boringen zijn gemodelleerd met een inverse slotweerstand van 10-7 m/s conform [7]. Het invloedsgebied is tijdafhankelijk berekend waarbij rekening wordt gehouden met de planning uit Tabel 7.

Pagina

3.2.3 Scenario’s De bemaling wordt berekend bij zowel een situatie met hoge als lage grondwaterstand (scenario 1 en 2). Er worden twee scenario’s opgesteld (Tabel 8) waarbij scenario 1 wordt gebruikt als conservatief uitgangspunt ten aanzien van debiet en waterbezwaar. Scenario 2 wordt gebruikt om eventueel in de omgeving optredende maaiveldzakking aan te toetsen en om signaal- en interventiewaardes voor een grondwater monitoringsplan te bepalen. Tabel 8 Rekenscenario’s Grondwaterstand /Stijghoogte

Doorlatendheid

Scenario 1 Hoog

Hoog

Scenario 2 Laag

Hoog

cruxbv.nl Ons kenmerk RA21407a3

13/40

4.1.2 Neerslagdebiet Gezien het relatief hoge onttrekkingsdebiet van de bemaling en lage oppervlak van de ontgravingen kan het debiet uit neerslag worden verwaarloosd in relatie tot het onttrekkingsdebiet.

4 Rekenresultaat 4.1

Debiet en waterbezwaar

4.1.1 Onttrekkingsdebiet Het stationaire bemalingsdebiet is met beide scenario’s berekend en per fase weergegeven in Tabel 9. Het stationaire debiet bedraagt maximaal 150 m3/uur voor de veldstrekking fase 1 bij de berekening met hoge grondwaterstand (scenario 1). Het debiet is het hoogst tijdens de opstart van de bemaling wanneer de verlaging nog niet is bereikt. De opstart van de bemaling duurt bij benadering 2 dagen. Het opstartdebiet is het hoogst voor de veldstrekking fase 1 en bedraagt 194 m3/uur. Bij een lage grondwaterstand is het stationair debiet tijdens fase 1 circa 40 m3/uur lager (rekenscenario 2).

4.1.3 Waterbezwaar Het bemalingsdebiet dat wordt gebruikt voor het berekenen van het waterbezwaar is bij een hoge grondwaterstand/stijghoogte (scenario 1). Hiermee wordt een conservatieve berekening verkregen voor de aanvraag bij Waterschap Drents Overijsselse Delta. In totaal wordt een waterbezwaar van (afgerond) 131.000m3 berekend. Hierbij wordt opgemerkt dat de debieten op basis van conservatieve uitgangspunten met het oog op hoeveelheid en de invloed in de omgeving in het kader van een vergunningsproces (vergunning of melding) bepaald zijn. De daadwerkelijke debieten tijdens de exploitatie van de bemaling kunnen lager zijn. Tabel 10 Waterbezwaar totaal bij een hoge grondwaterstand

Tabel 9 Onttrekkingsdebiet per fase Onderdeel

Scenario 1 [m3/uur]

Scenario 2 [m3/uur]

fase 1, opstart

194

145

fase 1, stationair

150

112

fase 2, opstart

61

35

fase 2, stationair

47

27

fase 3, opstart

121

63

fase 3, stationair

93

49

fase 4, opstart

107

99

fase 4, stationair

82

76

Onderdeel

Debiet Debiet Aantal (m³/uur) (m³/dag) dagen

Waterbezwaar (m³)

fase 1, opstart

194

4.666

2

9.331

fase 1, stationair

150

3.589

12

43.068

fase 2, opstart

61

1.457

2

2.915

fase 2, stationair

47

1.121

12

13.452

fase 3, opstart

121

2.903

2

5.806

fase 3, stationair

93

2.233

12

26.796

fase 4, opstart

107

2.571

2

5.143

fase 4, stationair

82

1.978

12

23.736

Totaal

131.000

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 14/40

4.2 Invloedsgebied

CRUX Engineering BV cruxbv.nl

Het invloedsgebied van de bemaling is het grootst bij een scenario met hoge grondwaterstand/stijghoogte (rekenscenario 1). De invloedsgebieden voor rekenscenario 1 worden per fase getoond in Figuur 6 t/m Figuur 9 aan het einde van de betreffende bemalingsfase. In de figuren is te zien dat naar mate de tijd vordert het invloedsgebied groter wordt. De reden hiervoor is dat de in het verleden bereikte verlaging op een naastgelegen locatie gemakkelijk in stand wordt gehouden. Het invloedsgebied is het grootste aan het einde van fase 4 (Figuur 9). Het invloedsgebied heeft een straal van maximaal 1000 m en wordt hoofdzakelijk (en lokaal) beperkt door de toestroom van water vanuit omliggende watergangen en door neerslag.

Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 15/40

Figuur 6 Verlaging grondwaterstand fase 1 op t=14d

In de praktijk kan het invloedsgebied kleiner zijn dan hier berekend door lokale kleine sloten en greppels die uit conservatief oogpunt niet in het model zijn opgenomen. In Figuur 6 t/m Figuur 9 is te zien dat alleen de grotere watervlakken zijn meegenomen.

Figuur 7 Verlaging grondwaterstand fase 2 op t=28d

4.3 Uitvoering

CRUX Engineering BV cruxbv.nl

4.3.1 Onttrekking Gezien de relatief goede doorlatendheid van de bodem kan de onttrekking voor de veldstrekkingen zowel met een horizontale als met filterbemaling plaatsvinden (Figuur 10). De voorkeur voor de toe te passen methode ligt bij de bemaler. Bij een horizontale bemaling wordt op de bodem van de sleuf een geperforeerde leiding ingegraven. Bij een filterbemaling wordt de grondwaterstand verlaagd middels verticale filters welke zijn aangesloten op een pomp en verzamelleiding op maaiveld. De verticale filters hebben een filterstelling van NAP -2m tot NAP -4m voor de sleuven waarin de kabels worden aangebracht.

Figuur 8 Verlaging grondwaterstand fase 3 op t=42d

Figuur 9 Verlaging grondwaterstand fase 4 op t=56d

De bemaling voor de start- en ontvangstkuip kan worden uitgevoerd met verticale bronnen met een filterstelling van NAP -4m tot NAP -9m. Het staat de uitvoerende bemaler vrij om de bronconfiguratie te kiezen, zolang de filterstelling niet dieper is dan hier aangegeven. Bij het inrichten van de bemaling moet worden gestuurd op het behalen van de verlaging.

Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 16/40

4.3.2 Lozen van bemalingswater Voor de lozing van het bemalingswater kunnen twee opties worden overwogen: 1. Lozing op oppervlaktewater. Gezien het debiet is de verwachting dat een relatief grote watergang benodigd is om het bemalingswater te verwerken (westzijde spoor) óf meerdere kleine watergangen (oostzijde spoor). Hierbij kan worden gedacht aan de watergang gemarkeerd in Figuur 11. Vanuit kwalitatief oogpunt is een lozing op oppervlaktewater mogelijk aangezien de concentratie IJzer in oppervlaktewater (paragraaf 2.4.2) reeds hoog is. De kans op verkleuring door de lozing van het grondwater is dus laag. Zekerheidshalve wordt aanbevolen om een ontijzeringsvoorziening beschikbaar te houden voor het project. 2. Retourbemaling. Indien niet kan worden geloosd op oppervlaktewater moet het water worden teruggebracht in de bodem. Aanbevolen wordt om in een vooroverleg met het Waterschap te bepalen of retourbemaling benodigd is.

Figuur 10 Bemalingsmethoden (conceptueel)

Figuur 11 Lozingspunt (indicatief)

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 17/40

5.3 Risico op een geaccumuleerd effect

cruxbv.nl

5 Risicoanalyse 5.1

Er worden geen geaccumuleerde effecten voorzien met uitzondering van de eventuele gelijktijdigheid projecten van derden. De gelijktijdigheid wordt bewaakt door Waterschap Drents Overijsselse Delta.

Algemeen

Het effect van de onttrekking is inzichtelijk gemaakt in hoofdstuk 4. Deze effecten kunnen mogelijk gepaard gaan met een risico op schade, zowel binnen als buiten de bouwkuip. Risico’s buiten de bouwkuip kunnen als gevolg hebben dat de gebruiksfunctie van het land/percelen wordt aangetast. Voor de toetsing van het behoudt van de gebruiksfuncties van het land binnen het invloedsgebied van de bemaling is gebruik gemaakt van de ‘Checklist risico’s’ zoals te vinden in Bijlage 2 van BRL 12010. Deze checklist is ingevuld en toegevoegd aan dit rapport als Bijlage 7. Bij de invulling is gebruik gemaakt van 3 ‘klassen’ te weten afwezig, aanvaardbaar en hoog. Voor de risico’s die afwezig zijn wordt in Bijlage 7 kort toegelicht op basis van welke informatie deze conclusie wordt getrokken. Risico’s die als aanvaardbaar of hoog worden beoordeeld worden in dit hoofdstuk toegelicht.

5.2 Risico in sleuf Binnen de sleuf zijn geen risico’s gevonden die als hoog worden geclassificeerd.

5.4 Omgevingsrisico’s 5.4.1 Zettingen Een verlaging van de grondwaterstand kan een verhoging van de korrelspanning en daarmee zetting als gevolg hebben. Hierbij geldt dat zetting vooral wordt veroorzaakt in zettingsgevoelige grondlagen zoals klei of veen. In het grondonderzoek (Bijlage 1) en de schematisatie van de bodem (Tabel 4) is te zien dat de onderkant van de plaatselijk aanwezige ondiepe kleilaag op NAP +0m ligt. Uit de berekening van de grondwaterstand in paragraaf 2.5.2 blijkt dat de lage grondwaterstand op NAP -0,4m wordt berekend. Dit houdt in dat een verlaging beneden dit niveau niet zorgt voor een korrelspanning die niet al in het verleden is opgetreden. Het risico op schade door zetting of een afname van kerende hoogte waterkering (Figuur 3) wordt daarom geclassificeerd als ‘aanvaardbaar’ tot ‘afwezig’. 5.4.2 Verplaatsen grondwaterverontreinigingen Er is nader onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van grondwaterverontreinigingen binnen het invloedsgebied van de bemaling middels het omgevingsportaal van Provincie Overijssel [12]. De locaties waar wel onderzoek is gedaan, maar geen resultaat is gevonden worden niet benoemd.

Tabel 11 Status verontreinigingen Locatie

Locatiecode in [12]

Status

Berkummerbroekweg 26

AA019309974

Barium in grondwater licht verhoogd, natuurlijke oorzaak verondersteld

AA019306995

Meerdere locaties, dossier Hessenpoort, alleen arseen plaatselijk in grondwater

AA019300882

Asbest, alleen in grond

Nieuwleusenerdijk (Hessenpoort) Berkummerbroekweg (schakelstation)

CRUX Engineering BV

Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 18/40

Voor de locaties waar wel verontreiniging wordt aangetroffen is de aard en status in Tabel 11 weergegeven. In het dossier van bedrijventerrein Hessenpoort is te lezen dat op enkele locaties Arseen in sterk verhoogde concentratie in het grondwater te vinden is. Voor Arseen is in de omgeving van Zwolle bekend dat een natuurlijke herkomst mag worden verondersteld. Aan de Berkummerbroekweg 26 is een licht verhoogde concentratie Barium gevonden in het grondwater. Doorgaans worden mitigerende maatregelen alleen doelmatig geacht bij een sterke verontreiniging.

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 19/40

Het risico op verplaatsen van verontreinigingen worden als ‘aanvaardbaar’ tot ‘afwezig’ geclassificeerd. Er zijn geen mitigerende maatregelen noodzakelijk. 5.4.3 Schade aan landbouw Een verlaging van de grondwaterstand kan in het groeiseizoen van gewassen zorgen voor een verminderde gewasopbrengst. De vermindering in gewasopbrengst wordt getoetst middels de HELP-tabellen van Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA). De basisregistratie gewaspercelen [14] laat zien dat in de directe omgeving van de bemaling enkele percelen aanwezig zijn met gewastypen grasland (blijvend of tijdelijk) en snijmais. Het belangrijkste uitgangspunt voor het bepalen van het effect van de bemaling op het gewas is de uitvoeringsplanning. Als de bemaling buiten het groeiseizoen plaatsvindt is er geen verminderde gewasopbrengst.

Figuur 12 Invloedsgebied fase 4 in relatie tot gewaspercelen

5.4.4

Beïnvloeding drinkwaterpompstations en milieubeschermingsgebieden Door de bemaling wordt de grondwaterstand in de grondwaterbeschermingszone (rode vlak in Figuur 13) van pompstation Vechterweerd beinvloedt. Het pompstation zelf ligt ten zuiden van de Overijsselsche Vecht terwijl de bemaling ten noorden wordt uitgevoerd. De kans dat de bemaling het waterwingebied rondom het pompstation direct beinvloedt is niet aanwezig. De bemaling zal tevens niet zorgen voor een verontreiniging van het waterwingebied aangezien niet wordt geretourneerd in de beschermingszone. Het risico op negatieve invloeden van de bemaling wordt daarom als ‘aanvaardbaar’ tot ‘afwezig’ geclassificeerd.

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 20/40

Figuur 13 Invloedsgebied fase 4 in relatie tot grondwaterbeschermingszone

CRUX Engineering BV cruxbv.nl

6 Monitoring 6.1

Ons kenmerk RA21407a3

Debietmeting

Pagina

Monitoring van het effect van de bemaling wordt in zijn algemeenheid aanbevolen om de berekende prognose voor het debiet te toetsen en het invloedsgebied tijdens de uitvoering te bewaken. Het onttrekkingsdebiet wordt doorgaans geregistreerd door gebruik te maken van een gekalibreerde debietmeter (afwijking maximaal 5% conform Waterwet).

21/40

6.2 Grondwaterstandsmeting Monitoring van de grondwaterstand/stijghoogte wordt op de volgende punten aanbevolen: - Gedurende de werkzaamheden wordt de grondwaterstand geregistreerd middels een selectie van de projectpeilbuizen die reeds op locatie aanwezig zijn (MB01 t/m MB04 in Figuur 14). - Om te borgen dat de invloed van de bemaling niet groter is dan voorzien in dit bemalingsadvies worden 2 nieuw te installeren peilbuizen aanbevolen (PB01 en PB02, locatie in Figuur 15). - Om tijdens de werkzaamheden onderscheid te kunnen maken tussen een effect veroorzaakt door de bemaling en een effect veroozaakt door klimatologische omstandigheden wordt een peilbuis buiten het invloedsgebied van de bemaling aanbevolen (PB03, locatie in Figuur 15). - Vanuit het oogpunt beheersen omgevingsrisico’s wordt aanvullende monitoring van specifieke locaties niet noodzakelijk geacht.

Figuur 14 Overzicht locaties projectpeilbuizen

Figuur 15 Overzicht locaties aanvullende projectpeilbuizen omgeving

Aanbevolen wordt om een nulmeting uit te voeren vanaf 2 weken voorafgaand aan de bemaling, vervolgens gedurende de bemalingsduur te monitoren (102 dagen) en na de bemaling totdat de natuurlijke grondwaterstand is hersteld. Gedurende de werkzaamheden wordt de frequentie van monitoring vastgesteld op één keer per werkdag in het geval van een handmeting en één keer per uur in het geval van automatische metingen (dataloggers). Indien gedurende de bemaling blijkt dat de bemaling stabiel draait kan de handmatige meetfrequentie worden verlaagd. De meetresultaten worden wekelijks getoetst aan de hand van de signaal- en interventiewaardes zoals te zien in Tabel 12. De signaal en interventiewaarden zijn vastgesteld op basis van de bemalingsfase die voor de betreffende peilbuis de grootste verlaging geeft. Tabel 12 Signaal- en interventiewaardes peilbuizen Signaalwaarde Interventiewaarde [m NAP] [m NAP]

Peilbuis nr.

Functie

MB01

Verlaging project

-2,2

-2,4

MB02

Verlaging project

-1,2

-1,4

MB03

Verlaging project

-2,2

-2,4

MB04

Verlaging project

-1,4

-1,6

PB01

Verlaging omgeving

-0,6

-0,8

PB02

Verlaging omgeving

-0,4

-0,5

PB03

Max. invloed

-0,2

-0,4

Bij het bereiken van de signaleringswaarde wordt aanbevolen om het bemalingssysteem te laten controleren door de uitvoerende bemaler. Bij het bereiken van de interventiewaarde moet het bemalingssysteem worden gecontroleerd door de geohydrologisch adviseur middels de tot op dat moment verkregen meetresultaten.

6.3 Meting grondwaterkwaliteit

CRUX Engineering BV cruxbv.nl

Aanbevolen wordt om de onttrokken grondwaterkwaliteit te monitoren door minimaal 24 uur na opstart van de bemaling een grondwatermonster van het bemalingswater te nemen en laten analyseren op de lozingsparameters IJzer, Chloride en totaal onopgeloste stof.

Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 22/40

7.3

7 Meld- en/of vergunningplicht 7.1

Grondwateronttrekking

De onttrekking voor het project ‘Beter Benutten Bestaande 380kV Ens- Zwolle’, onderdeel hoogspanningsstation is vergunningsplichtig door overschrijding van het criterium voor uur- en maanddebiet zoals vermeld in paragraaf 2.2.1. Voor de aanvraag watervergunning bij Waterschap Drents Overijsselse Delta moet rekening worden gehouden met een behandelingstijd van 8 à 14 weken. Bij de aanvraag wordt aanbevolen om een maximaal debiet van 194 m3/uur aan te vragen (op basis van scenario 1, inclusief debiet door opstarttijd) en een totaal waterbezwaar van 131.000 m3 op te geven. De vergunning moet worden aangevraagd via Omgevingsloket Online. Omdat nog niet alle uitgangspunten definitief zijn vastgesteld (zie paragraaf 1.2) kan met het voorliggende advies de vergunning nog niet worden aangevraagd. Eerst moeten de genoemde uitgangspunten worden vastgesteld en het voorliggende advies worden herzien.

7.2

Lozing van het bemalingswater

De lozing van het bemalingswater vindt plaats middels een melding lozing waterkwantiteit en een melding Besluit lozen buiten inrichten (Blbi). De meldingen worden gedaan via Omgevingsloket Online. De lozingslocatie volgt uit het nog te nemen grondwatermonster en een vooroverleg met Waterschap Drents Overijsselse Delta.

MER-(aanmeld)plicht

CRUX Engineering BV cruxbv.nl

Het waterbezwaar voor de bemaling blijft ruim beneden de drempel van 10 miljoen m3/jaar voor een m.e.r.-plicht. De uiteindelijke beoordeling voor het project wordt gedaan door het bevoegd gezag. Hier moet een m.e.r.-aanmeldnotitie voor worden opgesteld en ingediend bij de aanvraag watervergunning via Omgevingsloket Online. Deze procedure loopt gelijktijdig met de aanvraag Watervergunning. Conform offerte OF21407b1 stelt CRUX de m.e.r.-aanmeldnotitie op het moment dat het bemalingsadvies definitief is.

Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 23/40

8.2 Omgevingsrisico’s

8 Conclusie 8.1

Samenvatting resultaat

Voor de opwaardering van de 380kV verbinding Ens-Zwolle worden 5 veldstrekkingen in open ontgraving uitgevoerd. Wegkruisingen worden uitgevoerd middels 3 mantelbuizen, één HDD boring en één OFT boring. De OFT boring wordt uitgevoerd middels een pers- en ontvangstkuip welke binnen damwanden worden uitgevoerd. Voor de werkzaamheden wordt beneden de grondwaterstand gewerkt waardoor een bemaling benodigd is. In dit bemalingsadvies is een berekening uitgevoerd met een geohydrologisch model (MODFLOW). Er zijn 2 scenario’s beschouwd, scenario 1 gaat uit van een hoge doorlatendheid van de grondlagen en een hoge grondwaterstand. Scenario 2 gaat uit van een hoge doorlatendheid van de grondlagen en een lage grondwaterstand. Het debiet en de omgevingseffecten zijn het grootst bij uitvoering ten tijde van een hoge grondwaterstand. Het rekenresultaat voor scenario 1 laat een maximaal benodigd stationair debiet van 150 m3/uur zien en een opstartdebiet van 194 m3/uur voor de eerste uit te voeren veldstrekking. Het opstartdebiet is bij benadering 2 dagen per kruising / veldstrekking benodigd. De totale bemalingsduur is 56 dagen. Het invloedsgebied voor de bemaling is maximaal 1000 m. Het totaal waterbezwaar van de bemaling is berekening op 131.000m3.

Hierbij wordt opgemerkt dat de debieten op basis van conservatieve uitgangspunten met oog op hoeveelheid en de invloed in de omgeving in het kader van een vergunningsproces (vergunning of melding) bepaald zijn. De daadwerkelijke debieten tijdens de exploitatie van de bemaling kunnen lager zijn.

CRUX Engineering BV cruxbv.nl

Voor de toetsing van het behoudt van de gebruiksfuncties van het land binnen het invloedsgebied van de bemaling is gebruik gemaakt van de ‘Checklist risico’s’ zoals te vinden in Bijlage 2 van BRL 12010. Uit de beschouwing zijn geen omgevingsrisico’s gevonden die als ‘hoog’ worden geclassificeerd. Ook zijn er geen gebruiksfuncties in de omgeving gevonden waarvoor specifieke monitoring is aanbevolen. Wel is een algemene monitoring van de bemaling aanbevolen.

8.3 Actielijst Voor de uitvoering van de bemaling voor het project ‘opwaarderen 380kV verbinding Ens-Zwolle’ worden onderstaande actiepunten aanbevolen: Het initiëren van een vooroverleg met Waterschap Drents Overijsselse Delta waarin het project wordt besproken en met name de lozingsopties. De in dit rapport geschetste bemaling dient door een uitvoerende bemalingsbedrijf verder worden uitgewerkt in een technisch bemalingsplan op basis van de inrichting, fasering en planning van de werkzaamheden. Aanbevolen wordt om hierbij de systematiek van de BRL12000 te volgen. In dit kader dienen ook de monitoringswerkzaamheden verder gespecificeerd te worden. Op verzoek kan CRUX het technisch bemalingsplan, eventuele tekeningen en werkplannen controleren op de in dit rapport gehanteerde uitgangspunten. Uitvoeren van het monitoringsplan zoals opgesteld in hoofdstuk 6. Aanvraag vergunning onttrekking en meldingen lozing waterkwantiteit en waterkwaliteit (Blbi) indienen via Omgevingsloket Online waarbij rekening moet worden gehouden met een behandelingstijd van circa 8 à 14 weken.

Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 24/40

-

Bij de aanvraag moet het bemalingsdebiet (inclusief opstartdebiet) van 194 m3/uur en waterbezwaar van 131.000 m3 worden opgegeven. Voor de bemaling moet een MER-aanmeldnotitie worden opgesteld en ingediend bij de aanvraag via Omgevingsloket Online. De MER aanmeldnotitie wordt door CRUX opgesteld.

CRUX Engineering BV cruxbv.nl Ons kenmerk RA21407a3 Pagina 25/40

Bijlage 1 Gegevens bodemopbouw

Ondergrondmodel Dinoloket, REGISII met het hoogspanningsstation tussen de verticale zwarte lijnen

Bijlage(n) RA21407a3

Project

Projectnummer Opdrachtgever

opwaardering 380kV Ens - Zwolle HDD tijdelijke kabel kruising spoor en zonnepark te Zwolle 2900 Arcadis Assen de heer S. van den Bosse

Uw projectnummer

Datum Opgesteld door

Bijlagen

Roden, 14-01-2022 Josée Hut | Koops Grondmechanica - Situatietekening - Sondeergrafieken DKM-1 t/m DKM-3 en DKP-5 - Boorstaat MB01 - Laboratoriumonderzoek

Postadres

Postbus 151, 9300 AD Roden

Email

info@koopsgrondmechanica.nl

Bezoekadres

Oosteinde 4B, 9301 LJ Roden

Website

www.koops-grondmechanica.nl

Telefoon

(0522) 26 00 84 Koops grondmechanica is partner in de Koops & Romeijn Geogroep. Een groep onafhankelijke, zelfstandige en ervaren adviseurs voor grondonderzoek, geotechniek en geohydrologie die sinds 1996 samenwerkt. U kunt ons vinden in: Ammerstol, Gorredijk, Oegstgeest, Roden, Velp, Wageningen en Wijchen. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden (ALV 2018) van de Vereniging Ondernemers Technisch Bodemonderzoek (V.O.T.B.), zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Midden-Nederland te Utrecht onder nr. 40476246 en de rechtsverhouding opdrachtgever-architect, ingenieurs en adviseur DNR2011 van toepassing.

pagina 2 van 3

Geachte heer van den Bosse, Wij ontvingen van u de opdracht voor het uitvoeren van een geotechnisch onderzoek ten behoeve van bovengenoemd project. In de vorm van dit rapport, doen wij u de resultaten toekomen. Grondonderzoek Het grondonderzoek is uitgevoerd op 22 november en 8 december 2021 en heeft bestaan uit: 2 diepsonderingen met meting van de plaatselijke kleef (code DKM) tot ca. 25 m-maaiveld; 2 diepsonderingen met meting van de plaatselijke kleef en de waterspanning (code DKP) tot ca. 25 m-maaiveld; 1 mechanische boring tot een diepte van ca. 15 m-maaiveld; De sonderingen zijn uitgevoerd met onze standaard sondeerwagen. Coördinaten en hoogte van de onderzoekspunten De hoogte en de coördinaten van de onderzoekslocaties zijn bepaald in N.A.P. en RD met behulp van GPS-RTK. De maximale afwijking van de meting van de coördinaten bedraagt 10 cm, de maximale afwijking van de meting van de hoogte bedraagt 5 cm. De onderzoekslocaties zijn weergegeven op de bijgaande situatietekening. Tijdens de uitvoering van het onderzoek is tevens een waterpeil ingemeten. De locaties met betreffende N.A.P.-hoogtes zijn aangegeven op de situatietekening. De hoogtebepaling van de onderzoekslocaties is uitgevoerd met als doel de bodemopbouw te refereren aan een vaste referentiehoogte. Deze gegevens zijn niet geschikt voor andere doeleinden dan dit onderzoek.

Sonderen Het aantal en de locaties van de sonderingen zijn door de opdrachtgever vastgesteld. De sonderingen zijn uitgevoerd met een elektrische (kleef-)mantelconus, conform norm NEN-EN-ISO 22476-1 klasse 2. Voor de sondering met meting van de waterspanning is een piëzo-conus gebruikt, waarbij de meting van de waterspanning U is gemeten (achter de punt van de conus U2,). De conus is voorzien van een hellingmeter. In de sondeergrafieken is de diepte gecorrigeerd voor de gemeten afwijking van de verticaal. De resultaten van de sonderingen zijn getekend op de grafieken DKM-1 t/m DKM-3 en DKP-5 waarop de diepte is uitgezet in meters ten opzichte van NAP. Op de grafieken van de sonderingen is het wrijvingsgetal weergegeven . Dit is de verhouding tussen de plaatselijke wrijvingsweerstand en de conusweerstand. Empirisch is vastgesteld dat het wrijvingsgetal een nauwe relatie heeft met de grondsoort, zodat een goede indicatie van de laagopbouw is verkregen.

pagina 3 van 3

Het wrijvingsgetal Rf geeft samen met de conusweerstand qc een goed beeld van de bodemopbouw beneden de grondwaterspiegel. In de onderstaande tabel zijn enige kenmerkende waarden van het wrijvingsgetal aangegeven. Met nadruk dient te worden gesteld dat deze waarden slechts indicatief zijn en getoetst dienen te worden aan boringen of lokale ervaring en uitsluitend gelden voor de cilindrische elektrische conus. Grondsoort

Wrijvingsgetal in %

Grondsoort

Wrijvingsgetal in %

Grind, grof zand

0,2 – 0,6

Klei

3,0 – 5,0

Zand

0,6 – 1,2

Potklei

5,0 – 7,0

Silt, leem, löss

1,2 – 4,0

Veen

5,0 – 10,0

In geroerde grond en in grond boven de grondwaterspiegel kunnen grote afwijkingen ten opzichte van de genoemde waarden voorkomen en gelden deze waarden niet. Boringen In aanvulling op de sonderingen is een mechanische pulsboring uitgevoerd. Het opgeboorde materiaal is in het veld geclassificeerd conform NEN 5104. Het resultaat van de uitgevoerde boring is weergegeven op de boorstaat MB01, waarop de diepte is uitgezet in meters ten opzichte van NAP. Tevens is op de boorstaat de diepte van de ongeroerde monsters en de actuele grondwaterstand weergegeven. Daarnaast is er in het boorgat een peilbuis geplaatst. De filterstelling is weergegeven op de boorstaat. Grondwaterstanden Op de boorstaat is de op het moment van uitvoeren aangetroffen grondwaterstand weergegeven. De grondwaterstand is een éénmalige opname en bedoeld als een oriënterend gegeven. De grondwaterstand kan in de tijd fluctueren onder invloed van weersgesteldheid en de seizoenen. Laboratoriumonderzoek Tijdens het uitvoeren van de mechanische pulsboring zijn er 16 ongeroerde monsters gestoken. Op de ongeroerde monsters, en op monsters die door opdrachtgever zijn aangeleverd, is geotechnisch laboratoriumonderzoek uitgevoerd. Dit heeft bestaan uit 32 maal bepaling volumegewicht en watergehalte, 9 korrelverdelingen, 18 maal bepaling thermische weerstand en 3 proctorproeven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=e02bc09e-40bd-4f83-a58c-f434e0274322