M.e.r. beoordeling TenneT Zwolle
Tekst van het document
Aanmeldnotitie Bestemmingsplan gedeeltelijk verkabelen van drie 110kV verbindingen rond hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg TenneT T.S.O. BV 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
Contactpersoon ROBIN WIENTJES Projectleider gebiedsontwikkeling
T +31611743334 M +31611743334 E robin.wientjes@arcadis.com
2
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
Inhoudsopgave 1
2
3
3
INLEIDING
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
M.e.r.-beoordeling
5
1.3
Betrokken partijen
7
1.4
Leeswijzer
7
KENMERKEN EN LOCATIE VOORGENOMEN ACTIVITEIT
8
2.1
Huidige situatie
8
2.2
Voorgenomen activiteit
8
2.3
Kenmerken activiteit
10
2.4
Cumulatie met andere projecten
12
SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT
13
3.1
Woon- en leefomgeving
13
3.1.1
Geluid
13
3.1.2
Externe veiligheid
13
3.1.3
Elektromagnetische straling
14
3.1.4
Ondergrondse functies
14
3.1.5
Landschap
14
3.1.6
Schade aan landbouwgronden
15
3.2
Natuur
16
3.2.1
Gebiedsbescherming
16
3.2.2
Soortenbescherming
17
3.3
Bodemkwaliteit
19
3.4
Water
20
3.4.1
Grondwaterkwaliteit
20
3.4.2
Grondwaterbeschermingsgebied
20
3.4.3
Droogte en zetting
21
3.5
Archeologie
21
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
4
SAMENVATTING EN CONCLUSIE
Colofon
4
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
23
29
AANMELDNOTITIE
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Om in de toekomst meer elektriciteit te kunnen transporteren is TenneT voornemens bestaande hoogspanningsverbindingen aan het aanpassen zodat er meer transportcapaciteit beschikbaar komt. In dat kader heeft TenneT het voornemen de bestaande landelijke 380 kV ring, de 'ruggengraat' van het landelijk hoogspanningsnet, op te waarderen conform het programma Beter Benutten Bestaande 380 kV. Binnen dit programma valt het deelproject Opwaardering 380 kV-verbinding Ens- Zwolle (ENS-ZL), waarvoor het noodzakelijk is om een aantal bovengrondse 110kV hoogspanningsverbindingen gedeeltelijk ondergronds te brengen bij het hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg. Deze voorgenomen activiteit bestaat uit de aanleg, waarvoor tijdelijk de grondwaterstand wordt verlaagd, en beheer van de kabelverbinding en de realisatie van drie OSP’s, waarbij de 110kV kabelverbindingen worden ingelusd op de bestaande (bovengrondse) 110kV hoogspanningsverbindingen. Voor het ondergronds brengen van de 110kV hoogspanningsverbindingen en de realisatie van drie opstijgpunten ((hierna te noemen: OSP) zijn de omgevingsvergunningen reeds verleend. Om de kabelverbinding en de opstijgpunten planologisch te borgen en te beschermen, vindt er een herziening van de vigerende bestemmingsplannen plaats.
Figuur 1-1: Planlocatie
Gekoppeld aan deze bestemmingsplanprocedure wordt een vormvrije m.e.r.-beoordelingsprocedure doorlopen. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 1.2. Voorliggende notitie betreft de aanmeldnotitie die ten behoeve van deze vormvrije m.e.r.- beoordelingsprocedure is opgesteld en op basis waarvan het bevoegd gezag, de gemeente Zwolle, het m.e.r.-beoordelingsbesluit kan nemen.
1.2
M.e.r.-beoordeling
Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer moet bij initiatieven voor (de aanleg of het wijzigen van) bepaalde activiteiten worden beoordeeld of er sprake is van milieueffecten. In gevallen dat een besluit of plan betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de C- of D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) moet bepaald 5
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
worden welke procedure doorlopen moet worden om mogelijke milieueffecten te beoordelen, de m.e.r -procedure of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsprocedure. De voorgenomen ontwikkeling, het ondergronds brengen van de 110kV hoogspanningsverbindingen en de realisatie van drie opstijgpunten (OSP), valt onder categorie D 24.2 van onderdeel D van de bijlage in het Besluit m.e.r.: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een ondergrondse hoogspanningsleiding. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een leiding met: een spanning van 150 kV of meer en een lengte van 5 kilometer of meer in een gevoelig gebied. In dit geval gaat het om een ondergrondse leidingen met een spanning van 110 kV en een lengte korter dan 5 kilometer. De activiteit valt onder de drempelwaarden. Er is daarom sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De ondergrondse hoogspanningsverbindingen worden op een gegeven moment bovengronds gebracht door in totaal drie portalen waarbij de verbinding wordt ingelusd op de bestaande hoogspanningsverbinding. Doordat er ook een deel bovengronds wordt aangelegd en er een wijziging aan de bestaande hoogspanningsverbinding plaatsvindt, is ook de categorie D 24.1 van onderdeel D van de bijlage in het Besluit m.e.r. aan de orde. Dit onderdeel omvat activiteiten als: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een bovengrondse hoogspanningsleiding.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een leiding met: a. een spanning van 150 kilovolt of meer, en b. een lengte van 5 kilometer of meer in een gevoelig gebied. De voorgenomen ontwikkeling bestaat onder andere uit de aanleg van een 110 kilovolt hoogspanningsverbinding met een lengte kleiner dan 5 kilometer. Doordat de activiteit onder de drempelwaarde ligt, is er voor het voornemen een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor de aanleg van de ondergrondse kabelverbinding wordt tijdelijk grondwater onttrokken. Het onttrekken van grondwater valt onder categorie D 15.2 van onderdeel D van de bijlage in het Besluit m.e.r.: De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken voor het onttrekken of kunstmatig aanvullen van grondwater. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een hoeveelheid water van 1,5 miljoen m3 of meer per jaar. Voor de aanleg van de ondergrondse kabelverbinding wordt tijdelijk circa 131.000 m3 onttrokken, met een maximaal debiet van 150 m3/uur. De werkzaamheden duren circa 56 dagen. Daarnaast is er ook grondwateronttrekking nodig voor funderingswerk en sloopwerkzaamheden van de bestaande (fundering van) de hoogspanningsmasten. Hiervoor wordt tijdelijke een gemiddeld debiet van 215 m3/uur onttrokken. Het totale volume dat wordt onttrokken komt voor deze werkzaamheden neer op 148.676 m3. In totaal duurt de wateronttrekking 138 dagen.
Voor beide wateronttrekkingen is in het kader van de vergunningsaanvraag een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd12. Uit de aanmeldnotities bleken de wateronttrekkingen geen significante negatieve effecten te hebben op de omgeving en is door het bevoegd gezag, het Waterschap Drents Overijsselse Delta, een positief m.e.r. besluit genomen. Er was geen MER procedure noodzakelijk. Voor de integraliteit worden de conclusies uit de aanmeldnotities meegenomen in voorliggende aanmeldnotitie in het kader van de bestemmingsplanprocedure. Inhoudelijk geeft de m.e.r.- beoordeling informatie op basis waarvan het bevoegd gezag kan bepalen of er al dan niet sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’ als gevolg van de voorgenomen activiteit. Deze belangrijke nadelige gevolgen worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de Europese Richtlijn m.e.r. voor projecten (2011/92/EU, in 2015 gewijzigd: 2014/52/EU). Deze criteria zijn: 1. De kenmerken van de projecten; 2. Locatie van de projecten (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); 3. Soort en kenmerken van het potentiële effect. Er kunnen twee uitkomsten van de m.e.r.-beoordeling zijn: 1. Indien belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten, moet een m.e.r.-procedure doorlopen worden. 2.
Indien belangrijke nadelige milieugevolgen niet optreden, wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.procedure wordt doorlopen.
1 Mer-aanmeldnotitie 380 kV Ens-Zwolle (station), bemaling voor de aanleg van een aantal kabels, Crux (22 juni 2022) – Bijlage 1 2 Mer-aanmeldnotitie 380 kV Ens-Zwolle (station), bemaling voor de aanleg van fundering en sloop van de bestaande hoogspanningsmasten, Crux
(2 september 2022) – Bijlage 2
6
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
Bij het oordeel of er aanleiding is om de m.e.r.-procedure te doorlopen, kan mede worden betrokken in welke mate er maatregelen kunnen worden getroffen om waarschijnlijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te vermijden of te voorkomen (mitigatie; artikel 7.16 lid 4).
1.3
Betrokken partijen
TenneT is voornemend de bestaande bovengrondse 110 kV hoogspanningsverbindingen ondergronds te brengen. TenneT treedt met deze reden op als initiatiefnemer voor de voorgenomen activiteit. Uitvoerder en beheerder: TenneT TSO Utrechtseweg 310 6800 AS Arnhem Bevoegd gezag: Gemeente Zwolle Postbus 10007 8000 GA Zwolle
1.4
Leeswijzer
Het bevoegd gezag moet beslissen of voor dit project een milieueffectrapport (MER) gemaakt dient te worden, vanwege de ‘belangrijke nadelige gevolgen die er voor het milieu kunnen zijn’. Hoofdstuk 2 gaat in op de kenmerken en de locatie van de voorgenomen activiteit. In hoofdstuk 3 zijn de mogelijke effecten van de aanleg en het gebruik van de ondergrondse kabelverbinding en OSP’s beschreven. In hoofdstuk 4 wordt hieruit een conclusie getrokken en mogelijke aanbevelingen gegeven.
7
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
2
KENMERKEN EN LOCATIE VOORGENOMEN ACTIVITEIT
2.1
Huidige situatie
In de huidige situatie lopen de drie aan te passen verbindingen vanaf hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg bovengronds middels hoogspanningsmasten. In Figuur 2-1 is het aanblik op het hoogspanningsstation en de bovengrondse verbindingen vanaf de N340 weergegeven.
Figuur 2-1: Huidige situatie hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg.
Het hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg en de aan te passen verbindingen bevinden zich ten noorden van de N340 en ten oosten van het bedrijventerrein Hessenpoort en de naastgelegen spoorverbinding Zwolle - Meppel. Het hoogspanningsstation is gelegen aan de Berkummerbroekweg. De aan te passen verbindingen en de nieuw te plaatsen OSP's liggen ten zuiden en westen van het station. De bovengrondse verbindingen lopen in de huidige situatie deels over het spoor en het bedrijventerrein Hessenpoort.
2.2
Voorgenomen activiteit
Binnen het programma Beter Benutten Bestaande 380 kV wordt de 380 kV-verbinding Ens-Zwolle (ENS-ZL) opgewaardeerd. Om de werkzaamheden voor de opwaardering te kunnen uitvoeren moet er eerst een aantal bovengrondse 110kV hoogspanningsverbindingen gedeeltelijk ondergronds worden gebracht en dienen er drie nieuwe opstijgpunten (OSP's) te worden geplaatst (zie Figuur 2-2). In de toekomstige situatie zijn de volgende verbindingen (gedeeltelijk) ondergronds gebracht: • HCL-ZLH110 (Harculo – Zwolle Hessenweg 110kV) (zie roze lijn in Figuur 2-2). Het betreft het verkabelen tussen station Hessenweg en OSP1191 (nieuw te realiseren). • ZLW-ZLH110 (Zwolle Weteringkade – Zwolle Hessenweg 110kV) (zie groene lijn in Figuur 2-2). Het betreft het verkabelen tussen station Hessenweg en OSP1192 (nieuw te realiseren). • ZLH-ZS110 (Zwolle Hessenweg – Zwolle Zwartsluis 110kV) (zie rode en blauwe lijn in Figuur 2-2). Het betreft het verkabelen van de verbinding tussen station Hessenweg en OSP1193 (nieuw te realiseren onder de bestaande mast 88).
8
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
Figuur 2-2: De voorgenomen ontwikkeling. De drie ondergrondse hoogspanningsverbindingen met de drie portalen (in paarse kaders weergegeven). 9
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
2.3
Kenmerken activiteit
De werkzaamheden voor het ondergronds brengen van de verschillende 110 kV hoogspanningsverbindingen bestaat uit verschillende onderdelen, namelijk: • Het aanleggen van de ondergrondse kabelverbinding • Het plaatsen van de OSP’s • Het slopen van de bestaande hoogspanningsverbinding Het uitvoeren van de werkzaamheden vindt op het moment van schrijven plaats. De werkzaamheden en realisatie van het voornemen is mogelijk gemaakt met verleende watervergunningen en omgevingsvergunningen. Middels het bestemmingsplan wordt de ligging van de ondergrondse hoogspanningsverbindingen geborgd en beschermd. Hieronder wordt per onderdeel van de werkzaamheden een toelichting gegeven op de kenmerken van de activiteiten. Aanleggen van de ondergrondse kabelverbinding Om de bovengrondse hoogspanningsverbindingen ondergronds te brengen worden in totaal zeven veldstrekkingen aangebracht middels een open ontgraving en vijf kruisingen worden doormiddel van één gestuurde boring, één open front boring en drie ingegraven mantelbuizen uitgevoerd (zie Figuur 2-3).
Figuur 2-3: Uitvoeringswijze ondergronds brengen hoogspanningsverbindingen
Voor de open ontgraving wordt een kabelsleuf gegraven om de kabels in te leggen. Deze kabelsleuf is circa 3 meter breed en 1,2 meter diep (vanaf maaiveld). Bij cultuurgrond zal de sleuf dieper zijn, namelijk 1,8 meter diep (vanaf maaiveld). Voor de kruising middels gegraven mantelbuis worden dezelfde afstanden en uitgangpunten aangehouden als voor de open ontgraving. Om de werkzaamheden ter plaatse van de open ontgraving in den droge te kunnen uitvoeren, dient de grondwaterstand tijdelijk te worden verlaagd. Het totale waterbezwaar voor de bemaling van de kabelsleuven is maximaal 131.000 m3 (inclusief een open front boring) , met een uurvolume van 150 m3/uur. In totaal zal het grondwater 42 dagen worden onttrokken voor de aanleg van de hoogspanningskabels. De werkstroken voor het aanleggen van het tracé worden 30 meter breed. Na de werkzaamheden zal geen verandering aan het landschap optreden en wordt de grond weer ingezaaid. Naast open ontgravingen vindt er ook een horizontaal gestuurde boring plaats. Het kenmerk van een gestuurde boring is dat de boring vanaf het maaiveld plaatsvindt en dat een zodanige gronddekking wordt gekozen zodat er geen invloed optreedt naar de bovengrond. Hiermee worden directe werkzaamheden aan watergangen en wegen 10
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
voorkomen. Ook is bij de horizontaal gestuurde boring geen bemaling nodig. Bij de in- en uittredepunten van de gestuurde boring is een werkterrein van 50 bij 50 meter nodig. Ten slotte vindt er een Open front boring plaats om de spoorlijn te kruisen. Bij een open front boring wordt een buis onder een te kruisen object, in dit geval een spoorlijn, door geperst. Het kenmerk van een open front boring is dat de voorzijde van de buis open is. Aan de voorzijde van de eerste buis bevindt zich een snijkop. De Open front boring vindt plaats op een plaats op een diepte van 3 meter. Om deze boring uit te kunnen voeren is een wateronttrekking benodigd. In totaal dient voor de boring 14 dagen het water worden onttrokken. Voor de boring is ook een wateronttrekking volume nodig van 150 m3/uur, net als de open ontgraving. Plaatsen van de OSP’s De nieuwe ondergrondse hoogspanningskabels worden door middel van drie OSP’s verbonden met de bestaande (bovengrondse) hoogspanningsverbindingen HCL-ZLH110 (Harculo – Zwolle Hessenweg 110kV), ZLW-ZLH110 (Zwolle Weteringkade – Zwolle Hessenweg 110kV) en ZLH-ZS110 (Zwolle Hessenweg – Zwolle Zwartsluis 110kV). De OSP’s zijn circa 15 meter hoog. Rondom de portalen staat een 2,5 meter hoog hekwerk. Het terrein binnen de hekwerken is grotendeels onverhard en wordt ingericht met gras.
Om de OSP’s te realiseren zal fundering aangebracht moeten worden, waarop de OSP’s worden bevestigd. Om voldoende droog te kunnen werken dient 50 cm beneden het ontgravingsniveau bemaalt te worden bij het aanbrengen van de fundatie. Voor de OSP’s worden de volgende ontgravingsniveaus voor de fundering aangehouden, zie Tabel 2-1. Tabel 2-1: Ontgravingsniveau per onderdeel
Ontwikkeling
Diepte (m-mv)
Dagen per object
Afmeting per object
OSP 1193 onder mast 88
1,8
28
2 x 7 x 5 meter
OSP 1192, aanleg fundering
1,2
28
30 x 5 meter
OSP 1191, aanleg fundering
1,8
28
7 x 5 meter (2 maal)
Slopen van de bestaande hoogspanningsverbinding Nadat de verkabeling en bouwkundige werkzaamheden (met betrekking tot de OSP’s) zijn afgerond worden de bestaande hoogspanningsmasten gesloopt. In totaal worden er vijf hoogspanningsmasten gesloopt en wordt een deel van de fundering van mast 88 (in het noordoosten) verwijderd (zie Figuur 2-4). Bij de sloop van hoogspanningsmasten wordt heel precies te werk gegaan. Bij de sloop worden een aantal kranen ingezet. Een telescoopkraan houdt de hoogspanningsmast van boven vast en twee kranen met hydraulische scharen knippen de mast in kleinere stukken. Op deze manier wordt getracht de overlast tot een minimum te beperken. Om voldoende droog te kunnen, bij het verwijderen bij de fundering, wordt er grondwater onttrokken. Voor slopen van bestaande funderingen is de drooglegging van 50 cm beneden het ontgravingsniveau minimaal noodzakelijk om met zware machines te kunnen werken. Voor het verwijderen van de masten is ook bemaling benodigd. Voor de grondwateronttrekking voor funderingswerk en sloopwerkzaamheden van de bestaande (fundering van) de hoogspanningsmasten dient (gezamenlijk) tijdelijke een gemiddeld debiet van 215 m3/uur te worden onttrokken. Het totale volume komt voor deze werkzaamheden neer op 148.676 m3.
11
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
Figuur 2-4: Weergave van de te slopen masten.
2.4
Cumulatie met andere projecten
In de nabij omgeving van de voorgenomen ontwikkeling zijn geen andere ontwikkelingen gepland. Hierdoor worden er geen cumulatieve effecten verwacht met andere ontwikkelingen.
12
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
3
SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIËLE EFFECT
In dit hoofdstuk wordt per milieuaspect beschreven in hoeverre in of in de omgeving van het plangebied belangrijke nadelige effecten te verwachten zijn naar aanleiding van de aanleg of ingebruikname van de ondergrondse kabelverbinding en de OSP’s en het verwijderen van de bestaande hoogspanningsverbindingen. Hierbij is gekeken naar de volgende aspecten: • • • • • • •
Woon- en leefomgeving Natuur Bodemkwaliteit Water Archeologie Landschap Hinder in de aanlegfase
De effectbeoordelingen in paragraaf 3.1 tot en met paragraaf Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. zijn gebaseerd op de onderzoeken die ten behoeve van het bestemmingsplan zijn uitgevoerd. In de paragrafen tot en met Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. zijn beknopte samenvattingen en conclusies opgenomen en wordt, waar van toepassing, expliciet naar de onderliggende onderzoeken verwezen.
3.1
Woon- en leefomgeving
3.1.1
Geluid
De aanleg van een ondergrondse hoogspanningsverbinding kan tijdelijk geluidseffecten hebben tijdens de aanleg. Tijdens de aanlegfase produceren verschillende bronnen geluid. De ene activiteit duurt langer dan de andere activiteit en iedere activiteit heeft een andere geluidssterkte. Het gaat hierbij om tijdelijk geluid veroorzaakt door vrachtverkeer, graven en boren. De Wet geluidhinder bevat geen regels of normen voor dergelijke tijdelijke situaties waaraan getoetst kan worden. Daarbij ligt de dichtstbij gelegen gevoelige functies op 350 meter afstand van het plangebied en ligt tussen het voornemen en dit object ook nog de N340. Door de tijdelijk aard van de mogelijke toename van geluid en de ruime afstand tot het dichtstbij zijnde gelegen gevoelige functie zijn de mogelijke negatieve effecten door geluid op de omgeving verwaarloosbaar klein. Er treden geen belangrijke nadelige gevolgen als gevolg van geluid op.
3.1.2
Externe veiligheid
Op basis van de risicokaart blijkt dat er in de omgeving van het plangebied zich geen kwetsbare objecten bevinden. De voorgenomen ontwikkeling is bovendien geen categoriale inrichting vanuit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In de nabije omgeving van het plangebied vinden geen risicovolle bedrijfsactiviteiten plaats. Wel loopt door het plangebied een spoorlijn, welke onderdeel is van het basisnet en waarover dus transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt (zie Figuur 3-1). De voorgenomen ontwikkelingen maken geen kwetsbare functies mogelijk. Omdat de bestaande hoogspanningsverbindingen ondergronds worden gebracht, worden er geen (nieuwe) kruisingen met de spoorlijn gerealiseerd. Het risico neemt daarmee niet toe. De voorgenomen ontwikkeling brengt geen externe veiligheidsrisico's voor kwetsbare functies met zich mee. Ook maakt het planvoornemen geen kwetsbare functies mogelijk en creëert het geen (nieuwe) risicovolle situaties als gevolg van de ligging naast de basisnet spoortransportlijn. Vanuit externe veiligheid treden er daarmee geen belemmeringen op. Er treden geen negatieve effecten op.
13
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
Figuur 3-1: Uitsnede risicokaart met risicovolle inrichtingen (rode figuren), buisleidingen (rode stippellijnen), kwetsbare objecten (groene figuren) en het basisnet (geel-zwart gestreept) in de omgeving van het plangebied.
3.1.3
Elektromagnetische straling
In 2005 heeft het voormalige ministerie van VROM, thans Ministerie van I&M, een advies over hoogspanningslijnen en hun magneetveld uitgebracht aan gemeenten en beheerders van het hoogspanningsnet. Dit beleidsadvies is niet van toepassing op hoogspanningsstations, ondergrondse kabelverbindingen en kabelovergangsgebieden (overgangen tussen gestuurde boring en open ontgraving) en opstijgpunten. Het zoveel als redelijkerwijs mogelijk vermijden van nieuwe gevoelige bestemmingen of bebouwing is dan ook geen traceringsuitgangspunt voor ondergrondse verbindingen, echter gelet op andere traceringsuitgangspunten verdient het aanbeveling zo veel als redelijkerwijs mogelijk afstand te bewaren tot de gebouwde omgeving. Hierdoor komen ook niet onnodig woningen en andere gevoelige bestemmingen binnen de 0,4 microTesla zone te liggen. Uit vergelijkbare projecten van TenneT is gebleken dat op een afstand van in ieder geval meer dan 15 meter (horizontaal of verticaal) geen sprake meer is van overschrijding van de 0,4 microTesla-zone. De geprojecteerde ondergrondse hoogspanningsverbinding ligt op meer dan 350 meter van bestaande gevoelige functies af. Dit is buiten de verwachte 0,4 microTesla-zone. Gelet hierop is er dus geen reden om aan te nemen dat er sprake zou zijn van negatieve effecten op het woon- en leefklimaat dan wel onverantwoorde gezondheidsrisico's als gevolg van dit voornemen.
3.1.4
Ondergrondse functies
In de directe omgeving liggen geen grote buisleiding verbindingen. In de omgeving liggen wel verschillende hoogspanningsverbindingen (voornamelijk bovengronds), met het voornemen worden hier aanpassingen aangedaan om uitbreiding van de 380kV verbinding mogelijk te maken. Er worden geen negatieve effecten verwacht met betrekking tot ondergrondse infrastructuur. In de omgeving van de projectlocatie zijn geen WKO installaties aanwezig, waardoor de grondwateronttrekkingen geen negatieve invloed hebben deze installaties.
3.1.5
Landschap
Het planvoornemen voorziet in de verkabeling van bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Deze verkabeling komt ten goede aan de openheid van het landschap. De hoogspanningsmasten die overbodig zijn geraakt worden opgeruimd (zie ook Figuur 2-4 in paragraaf 2.3).
14
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
De ondergrondse hoogspanningsverbinding zal grotendeels gerealiseerd worden door middel van open ontgraving. Na afloop van de werkzaamheden zal er geen verandering van het landschap optreden, omdat de aangebrachte sleuf wordt gedicht met uitgegraven grond en opnieuw wordt ingezaaid. Er treden geen negatieve effecten op in het landschap.
3.1.6
Schade aan landbouwgronden
Een verlaging van de grondwaterstand kan in het groeiseizoen van gewassen zorgen voor een verminderde gewasopbrengst. De vermindering in gewasopbrengst zijn getoetst middels de HELP-tabellen van Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA). De basisregistratie gewaspercelen laat zien dat in de directe omgeving van het voornemen enkele percelen aanwezig zijn met gewastypen grasland (blijvend of tijdelijk) en snijmaïs. De in Figuur 3-2 afgebeelde verlagingscontouren zijn die van alle afzonderlijke bemalingen voor het verwijderen van de masten en funderingen over elkaar heen geprojecteerd. Als gevolg van de bemaling is de toename in droogteschade conform HELP 1 à 2%. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat er geen significante verminderde gewasopbrengst te verwachten is. Tijdelijke significante negatieve effecten op de gewasopbrengst in de omgeving zijn daarmee uitgesloten.
Figuur 3-2: Invloedsgebieden bemalingen in relatie tot gewaspercelen.
Voor de grondwateronttrekking die plaatsvindt voor de aanleg van de kabelverbindingen (middels open ontgraving), zie Figuur 3-3, is het belangrijkste uitgangspunt voor het bepalen van het effect is de uitvoeringsplanning van het voornemen. Als de aanleg van de kabels, waarvoor de bemaling nodig is, buiten het groeiseizoen is vinden er geen verminderde gewasopbrengsten plaats. Hier zal rekening mee worden gehouden in de planning. Indien werkzaamheden toch in het groeiseizoen plaatsvinden dan kan er een financiële schadevergoeding worden aangevraagd. Op deze manier worden mogelijke negatieve effecten op de opbrengst gecompenseerd. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat significante negatieve effecten zijn uitgesloten.
15
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
Figuur 3-3: Invloedsgebied bemalingen in relatie tot gewaspercelen.
3.2
Natuur
De geplande werkzaamheden voor het verkabelen van een deel van de 110kV-verbindingen en het verwijderen van enkele masten kunnen leiden tot negatieve effecten op beschermde natuurwaarden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten, natuurwaarden van Natura 2000-gebieden en natuurwaarden binnen het Natuurnetwerk Nederland (hierna te noemen NNN). Om de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in beeld te brengen, is door Arcadis een Quickscan3 uitgevoerd.
3.2.1
Gebiedsbescherming
Natura 2000-gebieden Onder de Wet natuurbescherming vallen de bescherming van Natura 2000-gebieden (hoofdstuk 2 Wnb) en beschermde soorten (hoofdstuk 3 Wnb). De onderzochte locatie ligt niet in of direct grenzend aan een Natura 2000gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is het gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht op circa twee kilometer (zie Figuur 3-4). Op basis van de ligging, het tussengelegen landschap en de ingreep zijn negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van dit Natura 2000-gebied op voorhand uit te sluiten. Er kunnen wel mogelijk effecten optreden als gevolg van stikstof. Daarom is een stikstofberekening uitgevoerd ten behoeve van de verkregen omgevingsvergunning. Er is reeds een omgevingsvergunning verleend voor de aanleggen van de kabels en OSP's. De (tijdelijke) stikstofdepositie voor het aanleggen van de kabels en de realisatie van de OSP's is derhalve al vergund. Bij de ondergrondse hoogspanningsverbinding en OSP's is er alleen sprake van tijdelijke emissie. In de gebruiksfase is er geen sprake van stikstofuitstoot, omdat de leidingen geen stikstof uitstoten. Het bestemmingsplan, waaraan deze m.e.r.-beoordeling is gekoppeld, dient derhalve enkel om de kabels publiekrechtelijk te beschermen en niet om de realisatie mogelijk te maken.
Een stikstofonderzoek voor de aanleg van de kabels in het kader van deze bestemmingsplanprocedure is daarmee niet meer nodig.
3 Quickscan beschermde soorten 380kV-verbinding ENS-ZL, Arcadis (19 januari 2022)
16
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
Figuur 3-4: Ligging onderzochte locaties (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebied Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht (bron: www.natura2000.nl/gebieden).
In de gebruiksfase, waarvoor het bestemmingsplan wordt opgesteld, vindt er geen stikstofuitstoot plaats. Doordat er geen sprake is van stikstofuitstoot vindt er geen depositie op Natura 2000-gebieden plaats. Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden ten gevolge van in gebruikname van de ondergrondse hoogspanningskabels en de OSP’s, zijn uitgesloten. Dit betekent dat voor het aspect stikstof geen vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming met betrekking tot gebiedsbescherming nodig zijn. NNN Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuur Netwerk Nederland. Het heeft daardoor geen effecten op de waarden van een NNN-gebied. Conclusie Bij de voorgenomen ontwikkelingen zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden uitgesloten. Verdere vervolgstappen voor gebiedsbescherming zijn daarom niet aan de orde.
3.2.2
Soortenbescherming
Uit de ecologische quickscan3 is naar voren gekomen dat in de buurt van de voorgenomen ontwikkeling verschillende beschermde diersoorten voorkomen. Dit betreffen: vogels, zoogdieren, amfibieën en vissen. De aanwezigheid van andere beschermde soorten (flora en fauna) is op basis van de ecologische quickscan uitgesloten. Elke soort kan door een aantasting/verstoring een negatief effect ondervinden. In onderstaande tabel is per effect aangegeven welke in het plangebied aanwezige soort hier mogelijk last van heeft. Tabel 3-1: Mogelijke effecten voorkomende soorten.
Soorten
Mogelijke effecten
Vogels
Uit de resultaten blijkt dat de plangebieden grotendeels ongeschikt zijn als broedgebied en dat van daadwerkelijke aantasting van potentieel broedgebied geen sprake is. De bosjes nabij het transformatorstation Zwolle Hessenweg liggen op voldoende afstand (minimaal circa 90 meter tussen de mastlocaties 30 en 31) en de bosrand, zodat geen sprake is van directe verstoring gedurende werkzaamheden. Hiervoor geldt wel dat geen werkzaamheden of opslag van
17
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
Vervolgstappen vereist? Ja
AANMELDNOTITIE
materieel of materiaal nabij de bosrand mag plaatsvinden. Er dient een afstand van circa 75 meter vanaf de bosrand vrijgehouden worden van activiteiten. Het grasland rondom de mastlocaties van de aftakking Zwartsluis (029 en 020) vormt mogelijk wel broedgebied van enkel weidevogels, maar deze broedlocaties zijn niet jaarrond beschermd. Hoewel de graslanden rondom de mastlocaties van de aftakking Zwartsluis (029 en 020) geen hoogwaardige hooilanden zijn en door het agrarisch gebruik er al geregeld verstoring optreedt, is vestiging van een enkele broedvogel (bv. kievit) niet geheel uit te sluiten. De broedlocaties van deze soorten zijn echter niet jaarrond beschermd.
Zoogdieren
Amfibieën
Vissen
In de hoogspanningsmasten zelf zijn bij het veldbezoek geen nesten vastgesteld. Vestiging van nieuwe broedgevallenis echter niet uitgesloten, het is bekend dat diverse soorten in masten broeden. Over het algemeen gaat het om soorten die geen jaarrond beschermde nestlocatie hebben. Rondom het transformatorstation Zwolle Hessenweg zal het naar verwachting ook alleen om soorten gaan uit deze categorie. Voor de masten van de aftakking Zwartsluis geldt echter dat in het verleden boomvalk broedend is vastgesteld, mogelijk in één van de masten. Omdat boomvalk zelf geen nesten bouwt maar vaak gebruik maakt van (oude) nesten van zwarte kraai, zijn ook nesten van zwarte kraai in die gevallen jaarrond beschermd. Op het moment van het veldbezoek is geen nest vastgesteld, maar nieuwvestiging is niet uitgesloten. Uit de resultaten blijkt dat de plangebieden grotendeels ongeschikt zijn als leefgebied voor zoogdieren. Wanneer er tevens vanuit gegaan wordt dat bomen, bos en oevers van watergangen niet aangetast en verstoord worden, is van daadwerkelijke aantasting van leefgebied geen sprake. Wel kan verstoring optreden wanneer in de nabijheid van bomen, bos of watergangen gewerkt wordt. Omdat het hier echter grotendeels gaat om kleine(re) soorten, die in de vegetatie leven en een kleine verstoringsafstand hebben, is van verstoring eveneens niet snel sprake.
De percelen kunnen wel gebruikt worden door haas, die juist van open velden gebruik maakt. Haas valt in de categorie waarvoor een vrijstelling geldt op de ontheffingsplicht bij ruimtelijke ingrepen. Expliciet rekening houden met deze soort is daarom niet noodzakelijk. Wel geldt de zorgplicht. Uit de resultaten blijkt dat de plangebieden grotendeels ongeschikt zijn als leefgebied voor amfibieën. Wanneer er tevens vanuit gegaan wordt dat oevers van watergangen en bos niet aangetast worden, is van daadwerkelijke aantasting van leefgebied geen sprake. Het gaat ook hier om kleine soorten, die in het water of de oevers leven en een kleine verstoringsafstand hebben, is van verstoring eveneens geen sprake. De algemeen in Nederland voorkomende amfibie-soorten vallen in de categorie waarvoor een vrijstelling geldt op de ontheffingsplicht bij ruimtelijke ingrepen. Uit het onderzoeksresultaat blijkt dat in de omgeving van het plangebied grote modderkruiper voorkomt. De plangebieden zelf zijn ongeschikt als leefgebied voor deze soort. Wanneer oevers van (bredere) watergangen niet aangetast worden, is van daadwerkelijke aantasting van leefgebied geen sprake. Wanneer wel (delen van) watergangen gedempt moeten worden, is mogelijk sprake van aantasting van leefgebied of verstoring van individuen grote modderkruiper.
Nee, wel zorgplicht.
Nee, wel zorgplicht.
Mogelijk, indien watergangen gedempt worden.
Het verkabelen van de verbindingen, verwijderen van de bestaande hoogspanningsverbinding en het realiseren van de OSP's leidt mogelijk tot effecten op beschermde soorten tijdens de sloop- en realisatiefase. Zoals ook aangegeven is reeds een omgevingsvergunning verleend voor de aanleggen van de kabels en OSP's. De mogelijke effecten op soorten bij de realisatie en de mitigerende maatregelen om deze effecten te voorkomen zijn geregeld in deze omgevingsvergunning. Mitigerende maatregelen die hierbij benoemd zijn: •
18
Het uitvoeren van de werkzaamheden, of minimaal het starten van de werkzaamheden buiten het broedseizoen. Wanneer dit niet haalbaar is, zal voorafgaande aan de werkzaamheden bepaald moeten worden of op en nabij de Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
•
•
planlocaties geen broedende vogels aanwezig zijn middels een veldcontrole door een ecoloog met kennis van vogels. Een uitzondering van bovenstaande is de mogelijke aanwezigheid van de boomvalk in de masten van de aftakking Zwartsluis. Het nest van deze soort is jaarrond beschermd. Hoewel nu niet aangetroffen is (her)vestiging niet onaannemelijk op basis van waarnemingen uit het recente verleden. Voorafgaande aan de daadwerkelijke sloop, is een controle noodzakelijk. Mogelijk is in enkele watergangen de modderkruiper aanwezig. Het uitgangspunt is dat deze watergangen niet gedempt worden. Er vinden dan geen negatieve effecten plaats op deze soort. Indien watergangen wel gedempt moeten worden is er aanvullend onderzoek nodig naar deze soort.
Daarnaast dient opvolging gegeven te worden aan maatregelen bij de werkzaamheden in het kader van de zorgplicht. Voor de uitvoering van de werkzaamheden gelden als volgt de volgende maatregelen: • Werkzaamheden worden alleen overdag uitgevoerd. • De werkzaamheden die leiden tot mogelijke aantasting van vogelbroedgebied, worden pas gestart na afloop van het vogelbroedseizoen (na half juli). Wanneer eerder gestart wordt, dient voorafgaande aan het broedseizoen (uiterlijk half maart), het terrein functievrij gemaakt zijn (zodat geen geschikt broedgebied meer beschikbaar is). • Het broedseizoen is geen strikt vastgestelde periode en kan eerder aanvangen of langer doorlopen dan de hierboven genoemde periode. Dit verschilt per soort en per seizoen. Relevant is dat geen vogels (meer) broeden. • Mochten zich soorten binnen het werkterrein bevinden, ga pas verder met werken wanneer de dieren uit zichzelf en zonder stress de werklocatie verlaten hebben (niet opjagen). • Zorg tijdens de werkzaamheden dat soorten niet ingesloten raken: werk zoveel mogelijk in één richting zodat soorten kunnen vluchten. Door opvolging te geven aan bovenstaande maatregelen kunnen negatieve effecten op beschermde soorten worden voorkomen. De opvolging van de maatregelen is geregeld in de verleende vergunningen.
Bij vaststelling van het bestemmingsplan is de ondergrondse hoogspanningsverbinding en de OSP's al gerealiseerd, na realisatie zijn er geen effecten op beschermde soorten te verwachten. Er zijn geen verdere vervolgstappen in het kader van de Wnb aan de orde. Conclusie Er worden geen negatieve effecten verwacht op beschermde soorten ten gevolge van in gebruikname van de ondergrondse hoogspanningskabels en de OSP’s. Er zijn geen verdere vervolgstappen in het kader van de Wnb aan de orde.
3.3
Bodemkwaliteit
De voorgenomen ontwikkeling heeft in de gebruiksfase geen invloed op de bodemkwaliteit. Effecten na de realisatie (n de gebruiksfase) op de bodemkwaliteit zijn dan ook uitgesloten. Voor de aanlegwerkzaamheden dient nog wel de bodemkwaliteit onderzocht te worden, om mogelijke verspreiding en vermengingen van bodemverontreinigingen te voorkomen dient de kwaliteit van de bodem onderzocht te worden. In opdracht van TenneT heeft Arcadis Nederland B.V. in het voorjaar van 2022 een verkennend bodemonderzoek 4 uitgevoerd. Tijdens het terreinbezoek en tijdens het uitvoeren van het bodemonderzoek zijn geen (asbest)verdachte materialen waargenomen of andere waarnemingen (puin) gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van asbest of bodemverontreiniging. In de grond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium, nikkel, zink en/of xylenen aangetoond. In de waterbodem in de watergang ten oosten van de spoorlijn Zwolle-Meppel zijn licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK aangetoond. De baggerspecie is niet toepasbaar op de landbodem of in de waterbodem en mag niet op het aangrenzende perceel worden verspreid. In de overige onderzochte trajecten geen zijn verhoogde gehalten aangetoond. Vrijkomend materiaal is verspreidbaar op het aangrenzende perceel.
De vooraf vastgestelde verwachting in het vooronderzoek in relatie tot de bodemkwaliteit (onverdachte locatie, verspreidbare baggerspecie) is incorrect gebleken. Daar waar het niet mogelijk is om vrijkomend materiaal op het aangrenzende perceel te verspreiden, zal een andere bestemming moeten worden gezocht.
4 Verkennend Bodemonderzoek, Opwaardering 380kV Ens-Zwolle kabelverbinding, Arcadis (7 juni 2022)
19
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
De onderzoeksresultaten van de waterbodem bij de watergang ten oosten van de spoorlijn Zwolle-Meppel geven formeel aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. Gezien het doel van het onderzoek, wordt vervolgonderzoek echter niet noodzakelijk geacht. De waterbodemkwaliteit is voldoende in beeld gebracht ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden. Voor de overige watergangen is geen aanleiding om vervolgonderzoek uit te voeren. Indien werkzaamheden in de waterbodem gaan plaatsen vinden ter plaatse van watergang ten oosten van de spoorlijn Zwolle-Meppel, dient dit te worden gemeld bij het bevoegd gezag. De grond voldoet indicatief aan de bodemkwaliteitsklasse Altijd toepasbaar. De werkzaamheden in de grond kunnen worden uitgevoerd met Basishygiëne conform de CROW 400. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft in de gebruiksfase geen invloed op de bodemkwaliteit. Effecten na de realisatie (in de gebruiksfase) op de bodemkwaliteit zijn dan ook uitgesloten. De (water)bodemkwaliteit ter plaatse van de voorgenomen werkzaamheden is voldoende gebleken om de werkzaamheden (conform verleende omgevingsvergunning) uit te voeren. Vrijkomend materiaal is verspreidbaar op aangrenzende percelen, met uitzondering van de locatie ten oosten van de spoorlijn Zwolle-Meppel. Werkzaamheden die hier plaatsvonden dienden gemeld te worden bij het bevoegd gezag.
Er treden geen belangrijke nadelige gevolgen voor de bodemkwaliteit op in zowel de sloop- en aanlegfase.
3.4
Water
3.4.1
Grondwaterkwaliteit
Er is archiefonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van grondwaterverontreinigingen binnen het invloedsgebied van de grondwateronttrekkingen middels het omgevingsportaal van Provincie Overijssel. Binnen het invloedsgebied worden geen grondwaterverontreinigingen aangetroffen boven de interventiewaarde. Op basis van de modelstudie worden daarom geen negatieve effecten verwacht op de grondwaterkwaliteit. Er zijn geen mitigerende maatregelen nodig.
3.4.2
Grondwaterbeschermingsgebied
Door de bemaling wordt de grondwaterstand in de grondwaterbeschermingszone van pompstation Vechterweerd minimaal beïnvloedt (zie rode vlakken in Figuur 3-5). Het pompstation zelf ligt ten zuiden van de Overijsselse Vecht terwijl de bemaling ten noorden wordt uitgevoerd. De kans dat de bemaling het waterwingebied rondom het pompstation direct beïnvloedt is niet aanwezig. De bemaling zal tevens niet zorgen voor een verontreiniging van het waterwingebied aangezien niet wordt geretourneerd in de beschermingszone. Het risico op negatieve invloeden van de bemaling wordt daarom als ‘aanvaardbaar’ tot ‘afwezig’ geclassificeerd.
Figuur 3-5: Links: Invloedsgebied van de bemaling voor de aanleg van de kabels in relatie tot grondwaterbeschermingszone. Rechts: Invloedsgebied van de bemaling voor het verwijderen van de masten en fundering in relatie tot grondwaterbeschermingszone.
20
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
3.4.3
Droogte en zetting
De onderkant van de plaatselijk aanwezige ondiepe kleilaag ligt op NAP +0 m. De lage grondwaterstand onder natuurlijke omstandigheden ligt op NAP -0,4 m. Dit houdt in dat een verlaging beneden dit niveau niet zorgt voor een korrelspanning die niet al in het verleden is opgetreden. Het risico op schade door zetting of een afname van kerende hoogte waterkering wordt daarom geclassificeerd als ‘aanvaardbaar’ tot ‘afwezig’.
3.5
Archeologie
In opdracht van Arcadis heeft RAAP van 19-10-2021 tot 19-11-2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het gehele onderzoeksgebied Opwaardering 380 kV Ens-Zwolle in de gemeente Zwolle. De voorgenomen ontwikkelingen rondom het hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg maken onderdeel uit van dit grotere onderzoeksgebied. Huidige situatie De geologische ondergrond van het in de polder Mastenbroek gelegen deel van de gemeente Zwolle is onderdeel van een in noordoostelijke richting hellend dekzandplateau dat door riviergeulen is versneden. In Haerst en Hessenpoort is voornamelijk sprake van reliëfarme dekzandvlakten met kleine dekzandkoppen met aan de randen daarvan een enkele grotere dekzandwelving en -rug. Vanuit het bestemmingsplan Buitengebied - Haerst, Tolhuislanden en overige vigerende bestemmingsplannen geldt er geen dubbelbestemming archeologie, dus geen beperkingen. Op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ligt het plangebied in een zone met archeologische waarden onbekend, met een geringe kans op archeologische resten (zie Figuur 3-6).
Figuur 3-6: archeologische verwachtingszones volgens de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart, vondstlocaties en eerder uitgevoerd bureauonderzoek in de omgeving van het plangebied.
21
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
In de nabijheid van het plangebied is slechts één archeologische vindplaats bekend: een losse vondst van een neolithische vuurstenen bijl. Wanneer de vindplaats en zijn landschappelijke inbedding bekeken worden in vergelijking met de situering van het onderzoeksgebied, dan blijkt dat er geen directe relatie is tussen de vindplaats en de landschappelijke ligging van de vondstlocatie. Het gaat om een losse vondst, mogelijk een rituele depositie, in een laaggelegen nat gebied. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen bouwkundige of andere cultuurhistorische waarden geregistreerd. Uit het archeologisch vooronderzoek blijkt dat er in het kader van de voorgenomen bodemingrepen in het plangebied geen archeologisch vervolgonderzoek nodig is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Er worden ook geen negatieve effecten verwacht op archeologische waarden door het uitvoeren van de tijdelijke grondwateronttrekkingen. Binnen het invloedsgebied van de bemaling zijn geen rijksmonumenten aanwezig. Tevens worden er geen gebieden aangemerkt als waardevol vanuit archeologisch oogpunt.
Conclusie Op basis van de resultaten van het onderzoek worden er geen archeologische waarden verwacht. Er treden daardoor geen negatieve effecten op de archeologische waarde op.
22
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
4
SAMENVATTING EN CONCLUSIE
Locatie voorgenomen activiteit Om in de toekomst meer elektriciteit te kunnen transporteren is TenneT voornemens bestaande hoogspanningsverbindingen aan het aanpassen zodat er meer transportcapaciteit beschikbaar komt. In dat kader heeft TenneT het voornemen de bestaande landelijke 380 kV ring, de 'ruggengraat' van het landelijk hoogspanningsnet, op te waarderen conform het programma Beter Benutten Bestaande 380 kV. Binnen dit programma valt het deelproject Opwaardering 380 kV-verbinding Ens- Zwolle (ENS-ZL), waarvoor het noodzakelijk is om een aantal bovengrondse 110kV hoogspanningsverbindingen gedeeltelijk ondergronds te brengen bij het hoogspanningsstation Zwolle Hessenweg. Deze voorgenomen activiteit bestaat uit de aanleg, waarvoor tijdelijk de grondwaterstand wordt verlaagd, en beheer van de kabelverbinding en de realisatie van drie OSP’s, waarbij de 110kV kabelverbindingen worden ingelusd op de bestaande (bovengrondse) 110kV hoogspanningsverbindingen. Voor het ondergronds brengen van de 110kV hoogspanningsverbindingen en de realisatie van drie opstijgpunten ((hierna te noemen: OSP) zijn de omgevingsvergunningen reeds verleend. Om de kabelverbinding en de opstijgpunten planologisch te borgen en te beschermen, vindt er een herziening van de vigerende bestemmingsplannen plaats. Gekoppeld aan het bestemmingsplan wordt de vormvrije m.e.r. -beoordelingsprocedure doorlopen.
Onderstaand is een samenvatting opgenomen van de kenmerken van de voorgenomen activiteit en de uitgevoerde effectbeschrijving in voorliggende aanmeldnotitie. Deze samenvatting sluit af met de conclusie dat er geen belangrijke nadelige gevolgen worden verwacht als gevolg van de voorgenomen activiteit. Kenmerken van de activiteit Binnen het programma Beter Benutten Bestaande 380 kV wordt de 380 kV-verbinding Ens-Zwolle (ENS-ZL) opgewaardeerd. Om de werkzaamheden voor de opwaardering te kunnen uitvoeren moet er eerst een aantal bovengrondse 110kV hoogspanningsverbindingen gedeeltelijk ondergronds worden gebracht en dienen er drie nieuwe opstijgpunten (OSP's) te worden geplaatst, In de toekomstige situatie zijn de volgende verbindingen (gedeeltelijk) ondergronds gebracht: • HCL-ZLH110 (Harculo – Zwolle Hessenweg 110kV). Het betreft het verkabelen tussen station Hessenweg en OSP1191 (nieuw te realiseren). • ZLW-ZLH110 (Zwolle Weteringkade – Zwolle Hessenweg 110kV). Het betreft het verkabelen tussen station Hessenweg en OSP1192 (nieuw te realiseren). • ZLH-ZS110 (Zwolle Hessenweg – Zwolle Zwartsluis 110kV). Het betreft het verkabelen van de verbinding tussen station Hessenweg en OSP1193 (nieuw te realiseren onder de bestaande mast 88).
De werkzaamheden voor het ondergronds brengen van de verschillende 110 kV hoogspanningsverbindingen bestaat uit verschillende onderdelen, namelijk: • Het aanleggen van de ondergrondse kabelverbinding • Het plaatsen van de OSP’s • Het slopen van de bestaande hoogspanningsverbinding Het uitvoeren van de werkzaamheden vindt op het moment van schrijven plaats. De werkzaamheden en realisatie van het voornemen is mogelijk gemaakt met verleende watervergunningen en omgevingsvergunningen. Middels het bestemmingsplan wordt de ligging van de ondergrondse hoogspanningsverbindingen geborgd en beschermd. Voor de aanleg van de ondergrondse kabelverbinding wordt tijdelijk grondwater onttrokken. Er wordt voor twee verschillende activiteiten grondwater onttrokken namelijk: voor de aanleg van de ondergrondse en voor funderingswerk en sloopwerkzaamheden van de bestaande (fundering van) de hoogspanningsmasten. Voor beide wateronttrekkingen is in het kader van de vergunningsaanvraag een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd56. Uit de aanmeldnotities bleken de wateronttrekkingen geen significante negatieve effecten te hebben op de omgeving en is door het bevoegd gezag, het Waterschap Drents Overijsselse Delta, een positief m.e.r. besluit genomen. Er was geen MER procedure noodzakelijk.
Voor de integraliteit zijn de conclusies uit de aanmeldnotities meegenomen in voorliggende aanmeldnotitie in het kader van de bestemmingsplanprocedure.
5 Mer-aanmeldnotitie 380 kV Ens-Zwolle (station), bemaling voor de aanleg van een aantal kabels, Crux (22 juni 2022) – Bijlage 1 6 Mer-aanmeldnotitie 380 kV Ens-Zwolle (station), bemaling voor de aanleg van fundering en sloop van de bestaande hoogspanningsmasten, Crux
(2 september 2022) – Bijlage 2
23
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
De effecten van de activiteit In onderstaande tabel zijn de effecten van de aanleg en het gebruik van de voorgenomen ontwikkeling samengevat. Aspect
Subaspect
Effectbeoordeling
Woon- en leefomgeving
Geluid
Door de tijdelijk aard van de mogelijke toename van geluid in de aanlegfase en de ruime afstand van circa 350 meter tot de dichtstbij gelegen gevoelige functie zijn de mogelijke negatieve effecten door geluid op de omgeving verwaarloosbaar klein. Er treden geen belangrijke nadelige gevolgen op.
Externe veiligheid
De voorgenomen ontwikkeling brengt geen externe veiligheidsrisico's voor kwetsbare functies met zich mee. Ook maakt het planvoornemen geen kwetsbare functies mogelijk en creëert het geen (nieuwe) risicovolle situaties als gevolg van de ligging naast de basisnet spoortransportlijn. Vanuit externe veiligheid treden er daarmee geen belemmeringen op. Er treden geen negatieve effecten op.
Elektromagnetische straling
Uit vergelijkbare projecten van TenneT is gebleken dat op een afstand van in ieder geval meer dan 15 meter (horizontaal of verticaal) geen sprake meer is van overschrijding van de 0,4 microTesla-zone. De geprojecteerde ondergrondse hoogspanningsverbinding ligt op meer dan 350 meter van bestaande gevoelige functies af. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot elektromagnetische straling en de leefomgeving.
Ondergrondse functies
In de directe omgeving liggen geen grote buisleiding verbindingen. In de omgeving van de projectlocatie zijn geen WKO installaties aanwezig, waardoor de grondwateronttrekkingen geen negatieve invloed hebben deze installaties. Er worden geen negatieve effecten verwacht met betrekking tot ondergrondse infrastructuur.
Landschap
Het planvoornemen voorziet in de verkabeling van bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Deze verkabeling komt ten goede aan de openheid van het landschap. Er treden geen negatieve effecten op in het landschap.
Schade aan landbouwgronden
Voor de grondwateronttrekking die plaatsvindt voor de aanleg van de kabelverbindingen Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.is het belangrijkste uitgangspunt, voor het bepalen van het effect, de uitvoeringsplanning van het voornemen. Als de aanleg van de kabels, waarvoor de bemaling nodig is, buiten het groeiseizoen is vinden er geen verminderde gewasopbrengsten plaats. Hier zal rekening mee worden gehouden in de planning. Indien werkzaamheden toch in het groeiseizoen plaatsvinden dan kan er een financiële schadevergoeding worden aangevraagd. Op deze manier worden mogelijke negatieve effecten op de opbrengst gecompenseerd. Als gevolg van de bemaling voor het verwijderen van de masten en fundering is de toename in droogteschade conform HELP 1 à 2%. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat er geen significante verminderde gewasopbrengst te verwachten is. Tijdelijke significante negatieve effecten op de gewasopbrengst in de omgeving zijn daarmee uitgesloten.
Natuur
Gebiedsbescherming
Bij de voorgenomen ontwikkelingen zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en NNN-gebieden uitgesloten. Verdere vervolgstappen voor gebiedsbescherming zijn daarom niet aan de orde.
Soortenbescherming
Het verkabelen van de verbindingen, verwijderen van de bestaande hoogspanningsverbinding en het realiseren van de OSP's leidt mogelijk tot effecten op beschermde soorten (vogels, zoogdieren, amfibieën en vissen) tijdens de sloopen realisatiefase. Zoals ook aangegeven is reeds een omgevingsvergunning verleend voor de aanleggen van de kabels en OSP's. De mogelijke effecten op soorten bij de realisatie en de mitigerende maatregelen om deze effecten te voorkomen zijn geregeld in deze omgevingsvergunning. Door opvolging te geven aan de mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten op beschermde soorten worden voorkomen. Bij vaststelling van het bestemmingsplan is de ondergrondse hoogspanningsverbinding en de OSP's al gerealiseerd, na realisatie zijn er geen
24
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
Water
Grondwaterkwaliteit
Archeologie
effecten op beschermde soorten te verwachten. Er zijn geen verdere vervolgstappen in het kader van de Wnb aan de orde. Binnen het invloedsgebied van de grondwateronttrekkingen worden geen grondwaterverontreinigingen aangetroffen boven de interventiewaarde. Op basis van de modelstudie worden daarom geen negatieve effecten verwacht op de grondwaterkwaliteit.
Grondwaterbeschermingsgebied
Door de bemaling wordt de grondwaterstand in de grondwaterbeschermingszone van pompstation Vechterweerd minimaal beïnvloedt. De kans dat de bemaling het waterwingebied rondom het pompstation direct beïnvloedt is niet aanwezig. De bemaling zal tevens niet zorgen voor een verontreiniging van het waterwingebied aangezien niet wordt geretourneerd in de beschermingszone. Het risico op negatieve invloeden van de bemaling wordt daarom als ‘aanvaardbaar’ tot ‘afwezig’ geclassificeerd.
Droogte en zetting
De tijdelijke verlaging van het grondwater zorgt niet voor een korrelspanning die niet al in het verleden is opgetreden. Het risico op schade door zetting of een afname van kerende hoogte waterkering wordt daarom geclassificeerd als ‘aanvaardbaar’ tot ‘afwezig’. Op basis van de resultaten van het onderzoek worden er geen archeologische waarden verwacht. Er treden daardoor geen negatieve effecten op de archeologische waarde op. Er worden ook geen negatieve effecten verwacht op archeologische waarden door het uitvoeren van de tijdelijke grondwateronttrekkingen. Binnen het invloedsgebied van de bemaling zijn geen rijksmonumenten aanwezig. Tevens worden er geen gebieden aangemerkt als waardevol vanuit archeologisch oogpunt.
Conclusie Op basis van de effectbeoordeling zoals beschreven in deze aanmeldnotitie en samengevat in bovenstaande tabel treden er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu op mits de beschreven mitigerende maatregelen worden getroffen voor: •
Voor de mogelijk voorkomende algemene soorten broedvogels (met niet jaarrond beschermde nestlocaties) dienen de volgende mitigerende maatregelen in acht te worden genomen: – Het uitvoeren van de werkzaamheden, of minimaal het starten van de werkzaamheden buiten het broedseizoen. Wanneer dit niet haalbaar is, zal voorafgaande aan de werkzaamheden bepaald moeten worden of op en nabij de planlocaties geen broedende vogels aanwezig zijn middels een veldcontrole door een ecoloog met kennis van vogels.
•
Een uitzondering van bovenstaande is de mogelijke aanwezigheid van de boomvalk in de masten van de aftakking Zwartsluis. Het nest van deze soort is jaarrond beschermd. Hoewel nu niet aangetroffen is (her)vestiging niet onaannemelijk op basis van waarnemingen uit het recente verleden. Voorafgaande aan de daadwerkelijke sloop, is een controle noodzakelijk.
•
Mogelijk is in enkele watergangen de modderkruiper aanwezig. Het uitgangspunt is dat deze watergangen niet gedempt worden. Er vinden dan geen negatieve effecten plaats op deze soort. Indien watergangen wel gedempt moeten worden is er aanvullend onderzoek nodig naar deze soort.
•
Daarnaast dient opvolging gegeven te worden aan maatregelen bij de werkzaamheden in het kader van de zorgplicht. Voor de uitvoering van de werkzaamheden gelden als volgt de volgende maatregelen: – Werkzaamheden worden alleen overdag uitgevoerd. – De werkzaamheden die leiden tot mogelijke aantasting van vogelbroedgebied, worden pas gestart na afloop van het vogelbroedseizoen (na half juli). Wanneer eerder gestart wordt, dient voorafgaande aan het broedseizoen (uiterlijk half maart), het terrein functievrij gemaakt zijn (zodat geen geschikt broedgebied meer beschikbaar is). – Het broedseizoen is geen strikt vastgestelde periode en kan eerder aanvangen of langer doorlopen dan de hierboven genoemde periode. Dit verschilt per soort en per seizoen. Relevant is dat geen vogels (meer) broeden.
25
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
– Mochten zich soorten binnen het werkterrein bevinden, ga pas verder met werken wanneer de dieren uit zichzelf en zonder stress de werklocatie verlaten hebben (niet opjagen). – Zorg tijdens de werkzaamheden dat soorten niet ingesloten raken: werk zoveel mogelijk in één richting zodat soorten kunnen vluchten. •
26
Indien werkzaamheden toch in het groeiseizoen van gewassen plaatsvinden, en er schade is aan gewassen door de tijdelijke bemaling, dan kan er een financiële schadevergoeding worden aangevraagd/verleend. Op deze manier worden mogelijke negatieve effecten op de opbrengst gecompenseerd.
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
AANMELDNOTITIE
Bijlage A Mer-aanmeldnotitie 380 kV Ens-Zwolle (station), bemaling voor de aanleg van een aantal kabels, Crux (22 juni 2022)
27
Onze referentie: PFPSRXCVVJQ2-1208484479-96:1.0 - Datum: 24 april 2023
CRUX Engineering BV Pedro de Medinalaan 3c NL-1086 XK Amsterdam +31(0)20 494 30 70 info@cruxbv.nl
Arcadis BV Simon van den Bosse Stationsplein 10 9401 LB Assen
cruxbv.nl
Notitie – Onderwerp
1 Inleiding 1.1 Algemeen In opdracht van Arcadis BV heeft CRUX heeft CRUX een m.e.r. aanmeldnotitie opgesteld ten behoeve van het project ‘Beter benutten bestaande 380kV EnsZwolle’. De m.e.r. aanmeldnotitie is noodzakelijk omdat de bemaling vergunningsplichtig is volgens de Waterwet. Voor het project wordt een bestaande 380kV verbinding opgewaardeerd waarvoor tijdens de uitvoering beneden de grondwaterstand moet worden gewerkt. Het werk beneden de grondwaterstand is grofweg in twee delen te beschrijven: Funderingsverzwaring van een aantal van de bestaande masten. Het verleggen van en deels nieuw aanleggen van een aantal kabels en kruisingen ter plaatse van het hoogspanningsstation ZwolleHessenberg. Dit document betreft een m.e.r. aanmeldnotitie, waarin de omgevingseffecten van de grondwateronttrekking worden beschouwd. Het doel van deze m.e.r. aanmeldnotitie is om informatie te verschaffen over de milieueffecten, zodat het bevoegd gezag (Waterschap Drents Overijsselse Delta) een besluit kan nemen of een m.e.r. rapportage en procedure noodzakelijk is. De voorliggende m.e.r aanmeldnotitie betreft het onderdeel voor het werk verleggen kabels bij het hoogspanningsstation Zwolle-Hessenberg. De bemaling voor de funderingsverzwaring aan de masten wordt behandeld in een separate m.e.r. aanmeldnotitie.
Dit document is gebaseerd op het bemalingsadvies RA21407a2, die in Bijlage 1 is toegevoegd. Het bemalingsadvies dient als onderbouwing voor deze m.e.r. aanmeldnotitie.
mer-aanmeldnotitie 380kV Ens-Zwolle (station) Projectnummer 21407 Ons kenmerk NT21407a1 Versie 1 Datum 2 juni 2022 Pagina’s 7 Opgesteld J. Havik MSc
Gecontroleerd drs. G.W. Winters Vrijgave ir. G. Meinhardt Bijlagen Geen bijlagen