CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Huijsmans, Onderzoeksrapport Gemeente Zwolle Hierbij doe ik u toekomen...

Raad Besluitvormingsronde 13 februari 2024, gemeente ZwolleBij agendapunt: Mededelingen31.008 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Tot onvrede van commissaris Lettinck die in een naoorlogse toespraak zei dat “niemand, behalve een administrateur, het goed had gedaan”.282 Het beleid van burgemeesters werd ook getoetst aan de zuiveringsvoorschriften. Voor burgemeester Meerkamp van Embden betekende dit eenvoudigweg schorsing in april 1945. Wegens steun aan de bezetter werd hij door het Bijzonder Gerechtshof ontzet uit het kiesrecht en uit het recht om openbare ambten te bekleden.283 Van Walsum ging ervan uit dat hij na de oorlog weer de ambtsketting zou kunnen omhangen, maar dat liep, vermoedelijk vanwege zijn kritiek op het koningshuis in de meidagen

279 Ribbens, Bewogen Jaren, p. 328. 280 Ibid., p. 328. 281 Cornelissen, April 1945, p. 62. 282 Ibid., p. 62. 283 Ribbens, Bewogen Jaren, p. 328.

78

van 1940, anders dan hij had gehoopt. Het Militair Gezag stelde namelijk Van Karnebeek aan als waarnemend burgemeester op de dag van de bevrijding. Hij vervulde de functie slechts kort omdat hij zich door zijn lange aanblijven aangesproken voelde door een radiorede van minister van Binnenlandse Zaken Louis Beel, die op 21 september 1945 zei dat er geen plaats was “voor hen ‘die door telkens laveeren, schipperen en bakzeil halen’, gebrek aan beginselvastheid hadden getoond. ‘Een resolute houding, eerst in 1944 of 1945 aangenomen’, had volgens Beel slechts ‘zeer betrekkelijke waarde’”.284 Hoewel Van Karnebeek met vlag en wimpel door de zuiveringscommissie voor burgemeesters was gekomen vatte hij Beels woorden zeer persoonlijk op. Hij was klaarblijkelijk zo aangedaan dat hij drie dagen na de radiorede zijn ontslag aankondigde en ook geen moeite deed zijn beleid en lange aanblijven tijdens de oorlogsjaren te verdedigen. Het is de vraag of het louter de berisping van Beel is geweest die Van Karnebeeks beslissing motiveerde; het huwelijk van de burgemeester stond ook op losse schroeven. Zijn relatie zou stranden en Van Karnebeek vond, overeenkomstig met de opvattingen over leiderschap die destijds dominant waren, dat een gescheiden burgemeester niet aan kon blijven. Na het neerleggen van de ambtsketting zou hij verder carrière maken in de diplomatie.

8.4 Samenvatting Na de oorlog kon het puinruimen beginnen: er moest gezuiverd worden. Er waren verschillende manieren om consequenties te verbinden aan houding en gedrag tijdens de oorlogsjaren. Het strafrechtelijke pad leidde, afhankelijk van de ernst van de zaak, naar het Bijzonder Gerechtshof of het Tribunaal. Het Tribunaal behandelde een groot aantal diverse zaken, variërend van omgang met Duitse soldaten tot verregaande medewerking aan de maatregelen van de bezetter. Zuiveringscommissies werden ingesteld om te zuiveren binnen de eigen gelederen, zonder daaraan de weg naar de rechter te verbinden. Voornamelijk bij de gemeentepolitie Zwolle was het raak: hier werden vijftien korpsleden met staking of schorsing gestraft voor hun ‘onvaderlandslievende’ handelen. Binnen de overige afdelingen van het Zwolse gemeenteapparaat werd de zuivering laag en hoog gevoeld: wethouder Schanssema en burgemeester Meerkamp van Embden moesten ook verantwoording afleggen voor hun keuzes in de oorlog. Wat opvalt in de processen-verbaal, de uitspraken van het Tribunaal en de zuiveringsdossiers is dat medewerking aan de anti-joodse maatregelen niet vaak werd opgebracht als aanklacht tegen een verdachte. In de gevallen dat dit wel gebeurde was het vaak als bijzaak en niet als hoofdaanklacht tegen een verdachte. Onder presidium van de hypotheekbewaarder K.J.

Bes, die gedurende de oorlogsjaren de aanval op joodse burgers scherp in de gaten had gehouden en zich een goed Nederlander had getoond, werd de kwestie enkele keren aangesneden tijdens zittingen van het Tribunaal.285 Een tweede getuige van de systematische vervolging was burgemeester Van Karnebeek geweest. Al schipperend tussen de eisen van de bezetter en de belangen van zijn gemeente probeerde hij zo lang mogelijk aan te blijven. Hoewel hij zonder kleerscheuren door de zuivering kwam, gingen de landelijke opvattingen over goed bestuur tijdens de oorlog hem niet in de koude kleren zitten. Uiteindelijk nam hij ontslag en gaf hij het roer over aan burgemeester Strick van Linschoten.

284 Ribbens, Bewogen Jaren, p. 335. 285 De Volkskrant, 29-04-1950. Geraadpleegd via Delpher.

Onderzoeksrapport Gemeente Zwolle | “Hierbij doe ik u toekomen...”

79

80

9. Conclusie

Onderzoeksrapport Gemeente Zwolle | “Hierbij doe ik u toekomen...”

81

9. Conclusie De hypotheekbewaarder K.J. Bes heeft zich de roof van Joods bezit aangetrokken en het ook in zijn functie als voorzitter van een van de Tribunaalkamers laten meewegen. Bes was door zijn werkzaamheden bij het Kadaster op de hoogte van de onteigening en verkoop van joods bezit en na de oorlog betrokken bij de rechtsherstelaktes. Onduidelijk is of hij zich in zijn compassie voor het lot van de joden gesteund wist door ambtelijke collega’s. Het voert, mede op basis van de beperkte beschikbare bronnen, te ver om de opstelling van de doorsnee ambtenaar te duiden en de vraag te beantwoorden waar de grenzen werden opgezocht of overschreden. In dit rapport gaat het daarom ook niet over het beoordelen van houding, maar over gedrag: hoe handelde de gemeente Zwolle in oorlogstijd? Aan het onderzoek lagen de volgende vragen ten grondslag: 1) in hoeverre zijn er in Zwolle gemeentelijke heffingen geweest of rekeningen gepresenteerd die achteraf als onbillijk kunnen worden beschouwd en 2) heeft er na 1945 rechtsherstel plaatsgevonden van door de gemeente gekocht of geëxploiteerd Joods bezit? Daarnaast is ook aandacht besteed aan de algemenere medewerking van het gemeentebestuur aan de Jodenvervolging, en de effecten van deze ingrijpende periode op de joodse gemeenschap van Zwolle.

Deze gemeenschap bestond aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog uit ongeveer 800 mensen en kende een gemengde samenstelling, met variatie in zowel economische als religieuze zin. De joden in de stad kenden hun eigen gebruiken en genoten een bruisend verenigingsleven. Toen de oorlog uitbrak en de anti-joodse maatregelen van de Duitse bezetter steeds ingrijpender werden liepen de reacties van de joodse gemeenschap uiteen: van onderduik tot (geestelijk) verzet. Binnen het gemeentebestuur van Zwolle verliep de confrontatie met deze steeds verdergaande maatregelen ook niet zonder slag of stoot. Eerste oorlogsburgemeester Van Walsum koos voor verzet en weigerde Duitse inzage in het bevolkingsregister, maar dit kostte hem zijn baan in juni 1940. Hierna was het de beurt aan Van Karnebeek voor het dragen van de ambtsketting en daarmee de verantwoordelijkheid voor alle burgers van Zwolle. Van Karnebeek toonde zich een schoolvoorbeeld van een ‘burgemeester in oorlogstijd’: schipperend tussen de bevelen van de bezetter en de belangen van ingezetenen. Hij probeerde het bestuur zo goed en zo kwaad als het ging te continueren. Als geboren diplomaat ontbrak het hem niet aan strategisch inzicht. Van Karnebeek wist zijn positie te behouden tot september 1944, toen hem door de bezetter werd opgedragen om mankracht te leveren voor graafwerk voor militaire verdedigingswerken.

Van Karnebeek weigerde zijn eigen burgers aan te wijzen en dook onder. Deze actie roept de vraag op waarom van Karnebeek toen pas zijn post verliet. Een burgemeester draagt als burgervader zorg voor alle inwoners van zijn stad, dus waarom was de maat niet al eerder vol geweest, bijvoorbeeld toen de deportaties aanvingen? Het ingaan op deze vraag voert voor dit rapport te ver omdat het hier primair om de vraag gaat of de gemeente Zwolle tijdens de bezetting als oorlogskoper is opgetreden en/of na de oorlog onbillijke rekeningen heeft gepresenteerd, maar in het proefschrift zal het zeker een punt van aandacht zijn. Uit dit onderzoek is gebleken dat het gemeentebestuur van Zwolle tijdens de Duitse bezetting geen panden uit joods bezit heeft gekocht. Daarnaast zijn geen aanwijzingen gevonden dat de gemeente Zwolle na de oorlog naheffingen van erfpacht en andere lokale belastingen of boetes heeft doorgevoerd bij joodse overlevenden. Van straatgeld was bovendien pas sprake na de oorlog. Wat wel is gevonden zijn de papieren getuigen van roof en onteigening, waaruit duidelijk blijkt dat de Duitse bezetter en zijn organisaties, oorlogskopers, makelaars en notarissen profiteerden van de

82

situatie waarin joodse huiseigenaren ontrecht werden. Van de lijsten van joods bezit, de leggerartikelen, tot de geschillendossiers; allemaal schetsen ze een helder beeld van hoe deze diefstal heeft kunnen plaatsvinden. Het gemeentebestuur en haar ambtenaren waren hiervan op de hoogte en namen een (administratief) ondersteunende houding aan. Van een actief betrokken rol bij deze processen was geen sprake. Daarmee vormt het gedrag van de gemeente Zwolle een uitzondering op het beeld dat we hebben van de situatie in de Randstad. Hoewel ze tijdens de bezetting geen gebruik heeft gemaakt van de uitzonderlijke situatie dat panden in de stad gedwongen verkocht werden, heeft het gemeentebestuur dat wel gedaan in de eerste naoorlogse maanden. Op verzoek en ten behoeve van de gemeentepolitie huurde het gemeentebestuur het perceel Praubstraat 1-3, eigendom van de joodse bakker David Spanjar, alvorens het uiteindelijk te kopen. Het bestuur was op de hoogte dat Spanjar ‘afwezig’ was en heeft hiervan geprofiteerd. Daarnaast kan de manier waarop de gemeente in de periode 1945 - 1956 aandrong op verkoop van het perceel terwijl de vererving en daarmee het rechtsherstel nog niet rond was als zakelijk bestempeld worden. Hier heeft het gemeentebestuur van Zwolle weinig compassie getoond voor de context waardoor het perceel leeg was komen te staan.

Na de oorlog moest Nederland opnieuw worden opgebouwd en was er weinig ruimte en begrip voor de situatie van de overlevende joden. Zij die na de oorlog berooid naar Zwolle terugkeerden moesten zelf het initiatief nemen voor het terugkrijgen van hun bezittingen en joodse huiseigenaren moesten zelf een rechtsherstelprocedure aanvragen. In Zwolle vond rechtsherstel plaats voor alle verkochte panden in Zwolle, al valt op dat het voor sommige zaken lang duurde voor het rechtsherstel rond was. Of er met deze eerste naoorlogse golf van rechtsherstel ook moreel rechtsherstel - persoonlijke aandacht voor de moeilijke naoorlogse situatie van joden en erkenning van hun oorlogstrauma - heeft plaatsgevonden is de vraag. Deze vraag is te groot voor dit rapport maar past binnen het bredere onderzoek naar de joodse gemeenschap van Zwolle voor, tijdens, en na de oorlog. Hierin staan hun ervaringen, hun handelen en hun verhalen centraal en wordt gekeken naar hoe veranderende landelijke omstandigheden invloed hebben op een kleinere lokale gemeenschap. Waar het rapport dieper is ingegaan op de bezitsverhoudingen komen in het publieksboek de persoonlijke verhoudingen aan bod.

Hoe verliep het leven van de Zwolse joden voor de oorlog, welke banden waren er en hoe verhield deze gemeenschap zich tot het lokale bestuur? Welk effect hadden de jaren van oorlog en vervolging op de bestaande verhoudingen en hoe gaven zij die terugkeerden hun leven weer vorm? Wat is de pijnlijke erfenis van een oorlog en hoelang blijft dit voelbaar? Op vrijdag 23 juni 2023 zijn tien Stolpersteine onthuld voor vier adressen in de Schildersbuurt en de Diezerstraat te Zwolle. Een van die adressen is de Rembrandtlaan 27, waar de gezinnen Van Gelderen en Moosberg woonden. Zij werden omstreeks september 1942 gearresteerd en naar Duitsland gedeporteerd. Hun huis leeg, de inboedel weggevoerd. Beide echtparen overleefden de oorlog niet. De Stolpersteine voor hun woning vormen een blijvend monument in hun nagedachtenis. Hopelijk draagt dit rapport, net als de onlangs geplaatste Stolpersteine, bij aan de bewustwording omtrent de diefstal van joods eigendom tijdens de oorlogsjaren. Zoals een huis waar men normaliter aan voorbijloopt een moment van bezinning oproept.

Onderzoeksrapport Gemeente Zwolle | “Hierbij doe ik u toekomen...”

83

84

10. Literatuur

Onderzoeksrapport Gemeente Zwolle | “Hierbij doe ik u toekomen...”

85

10. Literatuur A

Aalders, Gerard. Roof: De ontvreemding van joods bezit tijdens de Tweede Wereldoorlog

(Den Haag: Sdu 1999).

B

Bakker, Rob. Landoorlogreglement en Aanwijzingen. Waar ambtenaren zich aan moesten houden

tijdens de Duitse bezetting... (Almere: Verbum 2020). Blom, J.C.H., e.a. Geschiedenis van de Joden in Nederland (Amsterdam: Balans 1995).

C

D

Cornelissen, Igor. Joods levensbeeld als Joods tijdsbeeld: ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Leo Marcus (Zwolle: Nobbpless 1981). Cornelissen, Igor. Ode aan een slecht mens: oom Jopie uit de mediene (Amsterdam: Van Gennep 1991). Cornelissen, Igor. April 1945: de bevrijding van Zwolle (Zwolle: Waanders 2015). Coster, Wim. Metamorfoses: een geschiedenis van het Gymnasium Celeanum (Zwolle: Waanders 2020).

Duijvendak, Maarten, en Stefan van der Poel. Lege plekken: Ontvreemding van Joods vastgoed en

rechtsherstel in de gemeente Groningen (1940-1955) (Groningen: Rijksuniversiteit Groningen 2021).

H

Hagedoorn, Jaap, en Marco Groen. Gids langs de geschiedenis van joods Zwolle

(Zwolle: Stichting Judaica Zwolle 1999). Harten, Coen van. De zorg. Louk Israëls’ onderduikgeschiedenis (Amsterdam: Aksant 2005). Havermans, Onno. “Stilstaan bij Melkmarkt 43 in Zwolle” in Trouw (7 april 2014).

J

Jong, Loe de. Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 4.

(Den Haag: Sdu 1972). Jong, Loe de. Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Deel 5. (Den Haag: Sdu 1974). Jong, Salomon de. Joodse Oorlogsherinneringen 1940-1945 (Franeker: T. Wever 1975).

K

L

86

Kelder, Jan Jaap. De Schalkhaarders. Nederlandse politiemannen naar nationaal-socialistische snit (Utrecht: Veen 1990). Klaasse, Zacharias. Het Kadaster in de Tweede Wereldoorlog (z.p. Kadaster, 2020).

Liempt, Ad van. Selma: de vrouw die Sobibor overleefde (Almere: Verbum 2010).

P

Piersma, Hinke, en Jeroen Kemperman. Openstaande rekeningen: De gemeente Amsterdam en

de gevolgen van roof en rechtsherstel, 1940-1950 (Amsterdam: Boom 2015). Piersma, Hinke, en Jeroen Kemperman. “The ‘Aryanization’ of Jewish Property in Amsterdam and Its Consequences After World War II” in The Holocaust and European Studies eds. Andrea Löw en Frank Bajohr (Springer 2016). Piersma, Hinke. Op eigen gezag: Politieverzet in oorlogstijd (Amsterdam: Querido 2019). Piersma, Hinke, en Marleen van den Berg. Ontrechting & rechtsherstel. Het Rotterdamse gemeentebeleid inzake ontrechting en rechtsherstel van Joodse oorlogsslachtoffers 1940-1955 (Amsterdam: NIOD 2020).

R

Ribbens, Kees. Bewogen Jaren: Zwolle in de Tweede Wereldoorlog (Zwolle: Waanders 1995). Romijn, Peter. Burgemeesters in Oorlogstijd: Besturen tijdens de Duitse bezetting

(Amsterdam: Balans 2006).

S

Schütz, Raymund. Kille mist: Het Nederlandse notariaat en de erfenis van de oorlog

(Amsterdam: Boom 2016). Stibbe, David, en Jaap Hagedoorn. Herinneringsboek Joods Zwolle

(Zwolle: Nederlands-Israelitische Gemeente Zwolle 1995). Stibbe, Sippora. Hoe zorgeloos is de kindertijd: jeugdherinneringen van een halfjoods meisje in oorlogstijd (Groningen: Xeno 1994).

V

Vastenhout, Laurien. Between Community and Collaboration: ‘Jewish Councils’ in Western Europe

under Nazi Occupation (Cambridge: Cambridge University Press 2022). Veraart, Wouter. Ontrechting en rechtsherstel in Nederland en Frankrijk in de jaren van bezetting en wederopbouw (Deventer: Kluwer 2005). Vos, Maarten-Jan, en Serge ter Braake. Rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog van geroofd Joods onroerend goed (Amsterdam: Boom 2013). Vos, Maarten-Jan. Joods vastgoed in Winterswijk 1943-1950 (z.p. Historisch Onderzoek & Meer 2022).

Z

Zeeuw, Friso de, en Rick Kraan. “Eigenwoningbezit in 100 jaar”

in Tijdschrift voor de Volkshuisvesting (2001/1), p. 24-26.

Onderzoeksrapport Gemeente Zwolle | “Hierbij doe ik u toekomen...”

87

88

11. Archieven

Onderzoeksrapport Gemeente Zwolle | “Hierbij doe ik u toekomen...”

89

90

11. Archieven A

Archief van de familie Hes, in particulier bezit

C Collectie Overijssel, Zwolle

D J

0397 Militair Gezag, Commissaris van Overijssel 0702 Gemeentesecretarie 0703 Kabinet van de burgemeester 0145 Bewaarders van de Hypotheken en het Kadaster in Overijssel 1037 Groote Sociëteit te Zwolle 0725 Gemeentepolitie Zwolle 0400.7 Districts Militaire Commissaris te Zwolle 0726 POD/PRA

Delpher, online

Joods Cultureel Kwartier, Amsterdam

AV-collectie

N

Nationaal Archief, Den Haag

Verkaufsbücher 2.09.48 Inventaris van het archief van de Raad voor het Rechtsherstel 2.11.08.01 Inventaris van het archief van de Directie van de Landbouw: Afdeling Grond- en Pachtzaken, (1906) 1935-1964 en de Stichting Pachtbureau van Noord-Brabant, 1938-1941 2.09.16.13 Nederlandse Beheersinstituut NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, Amsterdam 86 Beauftragten des Reichskommissars

Onderzoeksrapport Gemeente Zwolle | “Hierbij doe ik u toekomen...”

91

NIOD Herengracht 380 1016 CJ Amsterdam niod.nl NIOD Een instituut van de Expertisecentrum

Koninklijke Nederlandse

RestitutieAkademie van

Wetenschappen Herengracht 380

1016 CJ Amsterdam niod.nl/ecr

Een instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=8dc8ff6f-7404-4d4b-a4ee-fe168a99a7b7