CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Het door het college vastgestelde Vergunningen, Toezicht en Handhaving jaarverslag 2020 & programma 2021

Raad Besluitvormingsronde 18 januari 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: VTH jaarverslag 2020 & programma 202128.990 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

84

Perspectief Fysieke Leefomgeving Stadskantoor Lübeckplein 2 Postbus 10007 8000 GA Zwolle Telefoon 14038 postbus@zwolle.nl www.zwolle.nl

Vergunningen, Toezicht en Handhaving Jaarverslag 2020 & programma 2021

Versie: Datum:

1.0 26 november 2020

84

De dingen in het leven waar we geen invloed op hebben, leren ons het meest over hoe los te laten.

Voorwoord ‘Van het concert des VTH domein krijgt niemand een program’ kopten wij in ons VTH jaarverslag 2019. Wij kunnen namelijk nooit volledig inschatten wat er in het komende jaar op ons af komt: het werkveld wordt steeds dynamischer en we kunnen niet alles voorzien. Het afgelopen jaar zijn wij daar eens te meer mee geconfronteerd. Op het moment dat dit VTH jaarverslag & programma wordt vastgesteld, is ons leven al 9 maanden lang in de ban van het coronavirus. De impact van dit virus is zo groot dat het leven zoals we dat gewend waren, het leven dat we ‘normaal’ vonden, opeens niet meer normaal is. Het ‘nieuwe normaal’, waarbij we zoveel mogelijk thuis blijven en zoveel mogelijk afstand van elkaar houden, heeft een enorme impact op onze samenleving en economie en daarmee ook op het VTH domein. In onze terugblik wordt dit inzichtelijk en vooruitkijken naar 2021 voelt daardoor als ‘ongrijpbaar’.

Nieuwe realiteit Het coronavirus heeft een nieuwe realiteit met zich meegebracht. Als we kijken naar het Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht)-domein dan zien we ten aanzien van de vergunningverlening een duidelijke toename van het aantal ingediende aanvragen om omgevingsvergunning en veel klantvragen. De uitvoering van de omgevingsvergunningen verloopt als vanouds zodat de bouwcontroles zoveel als mogelijk uitgevoerd zijn – en worden. De brandveiligheidscontroles zijn daarentegen in aantal teruggelopen omdat deze vanwege de coronavoorschriften moeilijker uit te voeren waren. Dit is deels ondervangen door de inzet van extra capaciteit. Als we kijken naar het niet-Wabo domein, dan is de impact van het virus nog veel groter. Zo zijn de meeste evenementen afgelast, is er steeds gezocht naar maatwerkoplossingen voor de horeca (denk aan het tijdelijk uitbreiden terrassen), is er inzet gepleegd op de vele corona gerelateerde meldingen, klachten en vragen en de handhaving van de noodverordeningen covid-19, zijn er veel extra meldingen ontvangen als het gaat om bijvoorbeeld verrommeling, hondenbijtincidenten en bootjes in de grachten.

Juist deze nieuwe realiteit heeft eens te meer inzichtelijk gemaakt dat de uitvoering van onze VTH taken direct samenhangt met de staat van onze samenleving en economie en heeft het belang van een adequate uitvoering van die taken voor onze samenleving meer dan ooit onderstreept.

Flexibiliteit 2.0 Omdat we nooit volledig kunnen inschatten wat er in het komende jaar op ons af komt wordt er altijd veel flexibiliteit van ons gevraagd. Flexibiliteit is daarmee een belangrijke voorwaarde voor een adequate taakuitvoering. Het coronavirus heeft meer flexibiliteit en aanpassingsvermogen van ons gevraagd dan ooit tevoren. Zo hebben wij in zeer korte tijd onze werkwijze aangepast om onze kerntaken zo goed mogelijk te kunnen blijven uitvoeren, tegelijkertijd in te spelen op de actualiteit én de veiligheid van onze inwoners, ondernemers, toeristen, partners maar ook onze medewerkers zo goed mogelijk te 1

84

waarborgen. Wij werken daarom zo veel mogelijk thuis en daarmee digitaal. Wij hebben daarin sinds het coronavirus ook grote stappen gezet: inmiddels worden de omgevingsvergunningen digitaal verleend. Wij zijn er trots op dat we, ook in deze crisis, met elkaar het niveau van de dienstverlening op peil hebben kunnen houden. De voor 2020 geplande projecten en werkzaamheden hebben we heroverwogen waarbij wij de beschikbare middelen en instrumenten zo effectief mogelijk hebben ingezet – en inzetten - om deze crisis samen met onze inwoners, ondernemers en partners het hoofd te bieden. Het één en ander maakt dat wij in 2020 veel inzet hebben gepleegd op de uitvoering van taken die wij tevoren niet hadden voorzien zoals de handhaving van de noodverordeningen en op andere bestaande taakvelden (veel) meer inzet hebben gepleegd dan voorzien of juist minder. Voor wat betreft de verantwoording over het jaar 2020 ontkomen wij er dan ook niet aan dat het coronavirus als een rode raad door de verslaglegging loopt, hoewel er in het VTH domein ook veel andere zaken spelen en gespeeld hebben die - ook in deze tijd - zeker het benoemen waard zijn. Voor wat betreft de programmering voor het jaar 2021 weten we dat het coronavirus waarschijnlijk in 2021 ook nog onderdeel van ons leven uitmaakt.

Voor de programmering voor het jaar 2021 baseren wij ons daarom op de cijfers en gegevens over het jaar 2019 in samenhang met de cijfers en gegevens over het afgelopen jaar. In 2021 hebben we drie grote opgaven die, naast de reguliere VTH taken veel inzet vragen. Ten eerste is 2021 het laatste jaar voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. We bereiden ons met behulp van het programma Omgevingswet daar goed op voor en met name in de tweede helft van het jaar, vooral ook met opleidingen en trainingen. Ten tweede is 2021 ook het laatste jaar voor de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Deze Wet maakt dat wij – kortgezegd - voor wat betreft een aantal categorieën bouwwerken fundamenteel anders gaan werken omdat een private partij de kwaliteit moet gaan borgen maar wij handhavend moeten optreden wanneer deze private partij constateert dat er niet conform de regelgeving is gebouwd. Ten derde gaan we in 2021 op basis van een plan van aanpak starten met de doorontwikkeling van het toezicht openbare ruimte om op die manier de Visie Toezicht openbare ruimte te implementeren en een start te maken met meer, anders en beter toegerust toezicht.

2

84

Inhoud 1 1.1 1.2 1.3

Sturen op impact Waarom een VTH jaarverslag- en programma? Taken Afbakening

4 4 5 9

2 2.1 2.2 2.3

Projecten & ontwikkelingen Wabo (thuistaken) Niet-Wabo Wabo (OD-taken milieu)

10 10 15 23

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Productbladen Taakveld bouwen & RO Taakveld vergunningverlening algemeen Taakveld milieu (OD-taken) Taakveld toezicht openbare ruimte, orde en veiligheid Taakveld markten en havens

26 26 40 57 72 80

Bijlage:

I. VTH uitvoeringsprogramma IJsselland 2021

84

3

84

Van sturen op efficiëntie: dingen goed doen naar sturen op effectiviteit: de goede dingen doen

1

Sturen op impact

1.1

Waarom een VTH jaarverslag- en programma?

1.1.1

Voor het eerst een gecombineerd jaarverslag en programma Het opstellen van een jaarverslag en een programma voor de uitvoering van de taken op het vlak van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving 1 (de zogenaamde Wabo-taken ) is - naast het opstellen van een beleidsplan voor dat taakveld - een wettelijke verplichting. Het is een proceseis, dat onderdeel uitmaakt van de sluitende VTH beleid- en uitvoeringscyclus. Het programma omvat altijd één kalenderjaar en moet vóór het nieuwe kalenderjaar door ons zijn vastgesteld (dus het programma voor 2021 moet in 2020 zijn vastgesteld). Het jaarverslag omvat ook altijd één kalenderjaar en moet voor 1 april worden vastgesteld in het daaropvolgende jaar (dus vóór 1 april 2021 moet er door ons verantwoording worden afgelegd over 2020). Voor het gericht opstellen van het programma voor volgend jaar is het nodig om het afgelopen jaar te evalueren op basis van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens. De ervaring leert dat de gegevens die wij daarvoor gebruiken, beperkt verschillen met de gegevens die wij uiteindelijk gebruiken voor onze definitieve verantwoording in het jaarverslag. Met ingang van dit jaar kiezen wij er daarom voor om het jaarverslag en het programma te combineren in één document. Het programma 2020 en het jaarverslag 2019 hebben daartoe de eerste opmaat gevormd.

Deze keuze is niet alleen ingegeven vanuit een efficiëntieslag, het maakt ook dat wij de beleids- en uitvoeringscyclus nog beter zichtbaar sluitend kunnen maken. Consequentie van voornoemde keus is wel dat er - alleen dit jaar – een gedeeltelijke overlap bestaat met de cijfers van het jaarverslag 2019. Daarbij speelt ook dat het afgelopen jaar er door het coronavirus anders heeft uitgezien dan voorgaande jaren en we in een ‘overgangsjaar’ zitten als het gaat om het gebruik van systemen. Dit maakt dat op onderdelen beelden gecorrigeerd dan wel genuanceerd moeten worden. Het één en ander maakt ook dat er voor wat betreft de programmering voor het jaar 2021 een slag om de arm gehouden moet worden: een goede uitvoering van de VTH-taken vraagt altijd veel flexibiliteit omdat we nooit weten wat er op ons af komt maar voor volgend jaar geldt dat eens te meer: vast staat dat het coronavirus ook dan nog onder ons is maar we kennen de omvang, effecten en consequenties nog niet.

Leidraad om te kunnen sturen op impact in het VTH domein 1

Hiermee doelen wij zowel op de taken die namens ons worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst IJsselland (OD) als de taken die wij zelf uitvoeren, de zogenaamde ‘Wabo-thuistaken’.

4

84

In het vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) programma 2020 hebben wij vastgelegd welke taken en andere werkzaamheden wij op het gebied van het VTHdomein in 2020 zouden uitvoeren, waar we op in zouden zetten en wat wij daarmee wilden bereiken. Met dit document maken wij inzichtelijk welke taken er het afgelopen jaar zijn uitgevoerd die niet voorzien waren en hoe wij de aan ons toevertrouwde VTH taken in 2020 concreet hebben uitgevoerd. Dat laatste zetten wij af tegen het programma van 2020 om vervolgens te kunnen concluderen of:  met de gedane inspanningen onze begrotings- en beleidsdoelen zijn bereikt,  dan wel is bijgedragen aan het op termijn behalen van die doelen,  er aanleiding is om de doelen, werkwijze en/of inzet bij te stellen. Met behulp van deze cyclus monitoren we of we op de korte, middel en lange termijn de juiste keuzes hebben gemaakt en of we die keuzes ook zoals beoogd ten uitvoer brengen. Het verantwoording afleggen over het afgelopen jaar is daarmee een belangrijk middel om inzicht te krijgen in de vraag of de gemaakte keuzes voor het jaar 2020 de beoogde impact in het VTH domein hebben gehad. Het reflecteren op het voorgaande VTH jaar zien wij daarom niet alleen als een waardevol onderdeel van de professionele praktijk maar vooral ook als belangrijke input voor het programma voor 2021.

Want om onze ambities en doelen waar te maken, een goede partner te blijven en het hoofd te bieden aan de vele ontwikkelingen die in snel tempo op ons afkomen, zijn helderheid, visie en tijdig anticiperen cruciaal. Wat betekenen de ontwikkelingen voor de organisatie? Welke kansen en bedreigingen zijn er? Welk risico lopen we als we iets niet doen? Terugblikkend op het afgelopen jaar: moet er het komende jaar bijgestuurd worden om de gestelde doelen en ambities waar te maken? Het resultaat van de beantwoording van onder andere die vragen heeft geleid tot de in dit document verankerde programmering voor volgend jaar. We hebben in hoofdstuk 2 benoemd aan welke (meerjarige) projecten we werken in 2021 en welke ontwikkelingen van invloed zijn op de uitvoering van onze kerntaken. Deze kerntaken hebben wij in een aantal ‘productbladen’ gevat. In deze productbladen staan we stil bij de begrotings- en beleidsdoelen voor de betreffende kerntaken, blikken we terug op de programmering voor 2020, presenteren we de resultaten over 2020 en voeren we een korte evaluatie uit waarin we de resultaten over 2020 afzetten tegen de gestelde doelen en conclusies trekken. Op basis daarvan komen wij tot een programmering voor 2021.

Dit document vormt daarmee voor ons een belangrijke leidraad voor onze inzet in 2021 en de monitoring daarvan gedurende het jaar, waarbij wij in verband met het coronavirus wel een slag om de arm moeten houden.

1.2

Taken

1.2.1

Wet- en regelgeving Er is veel landelijke en gemeentelijke wet- en regelgeving waar de bevoegdheden en verplichtingen voor de uitvoering van VTH-taken uit voortvloeien. Het benoemen van alle VTH-taken voert - gelet op het aantal - op deze plaats te ver. Wij volstaan daarom met een verwijzing naar de in de productbladen vermelde taken. In aanvulling op de

5

84

productbladen, zetten wij hierna de belangrijkste relevante wet- en regelgeving ten aanzien van de VTH-taken op een rij. Bouwen/ruimtelijke ordening Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Besluit omgevingsrecht, Ministeriële regeling omgevingsrecht.

Welstandsnota 2019

Bouwbesluit 2012 Bestemmingsplannen Bouwverordening 2015

Wet ruimtelijke ordening Monumentenwet 1988 Erfgoedverordening Zwolle 2010 Bomenverordening 2013 COV- en herstelwet

Woningwet APV/Bijzondere Wetten Algemene plaatselijke verordening 2015

Zondagswet

Drank- en Horecawet Winkeltijdenwet Opiumwet Wet op de Kansspelen

Wegenverkeerswet Wet Bibob Marktverordening gemeente Zwolle 2017 Afvalstoffenverordening gemeente Zwolle 2011 Wet kinderopvang/Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk/Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang (Wet IKK)

Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen

Milieu

1.2.2

Wet milieubeheer

Asbestverwijderingsbesluit 2005

Activiteitenbesluit Wet bodembescherming

Besluit bodemkwaliteit

Partners bij de uitvoering van de VTH-taken Veiligheidsregio IJsselland De brandweer IJsselland voorziet ons van advies ten aanzien van zogenaamde Cevenementen. Dit zijn de risico-evenementen (veelal de grote evenementen). Daarnaast brengt de brandweer advies uit over bouwplannen die passen binnen de toetsingslijst van complexe bouwwerken van de Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding. De brandweer kan tevens op verzoek van een toezichthouder bij complexe bouwplannen of complexe controles op brandveilig gebruik worden ingeschakeld om mee te gaan op controle, een overleg ten aanzien van deze onderwerpen bij te wonen of documenten te beoordelen. De Veiligheidsregio speelt een centrale rol als het gaat om de maatregelen die getroffen worden in verband met het coronavirus. De voorzitter van de Veiligheidsregio heeft de noodverordeningen covid-19 steeds vastgesteld. Deze noodverordeningen moesten onder andere door de gemeenten in de regio geïmplementeerd worden. Wij hebben 6

84

daarom nauw contact met de Veiligheidsregio en de andere partners in de regio over de uitvoering van de noodverordeningen gehad en hebben dat contact nu als het gaat om de uitvoering van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. GGD IJsselland De toezichthouders van de GGD IJsselland controleren in opdracht van ons of de kinderopvangorganisaties aan de wettelijke kwaliteitseisen voldoen. Wij treden zelf handhavend op als organisaties niet voldoen aan de eisen. Wij blijven daarmee het bevoegd gezag. De Inspectie van het Onderwijs onderzoekt jaarlijks of wij onze wettelijke taken op het gebied van kinderopvang (naar behoren) uitvoeren. Omgevingsdienst IJsselland (OD) De Omgevingsdienst IJsselland voert de IJssellandse variant van het basistakenpakket (milieu) uit. Deze keuze omvat alle uitvoerende inrichtingsgebonden milieutaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en een aantal specialistische taken. Hieronder vallen geluid, bodem en asbest. Voor de taken die aan de OD zijn overgedragen geldt een wettelijke verplichting om te komen tot een regionaal uitvoeringsprogramma. Wij hebben van de OD een VTH UP IJsselland 2021 ontvangen en een bestuursrapportage tot september 2020 (BERAP2). De daarin opgenomen VTH-taken hebben wij in verkorte vorm opgenomen in de productbladen van dit document en daarin verwijzen wij naar het VTH UP IJsselland 2021.

Uitgangspunt daarbij is de formatie zoals die is ingebracht bij de vorming van de OD. Politie De politie, met name het basisteam Zwolle, is een belangrijke partner is de uitvoering van de VTH taken op het gebied van de openbare ruimte en openbare orde. Zij adviseren bij vergunningaanvragen en we werken samen bij het toezicht en handhaven. Op basis van bestuurlijke rapportages van de politie kan de burgemeester bestuurlijke maatregelen nemen in situaties die de openbare orde verstoren. Handhaving Support Sinds 1 januari 2020 hebben wij een contract met Handhaving Support BV voor de Parkeerhandhaving, toezicht en handhaving openbare ruimte (APV) en de Drank- en Horecawet. In het afgelopen jaar hebben de medewerkers van Handhaving Support BV naast parkeerhandhaving ook veel inzet gepleegd bij de handhaving van de noodverordeningen covid-19.

1.2.3

Borging kwaliteit werkzaamheden Kwaliteitscriteria 2.2. Een belangrijk instrument om de kwaliteit binnen het Wabo-domein te borgen en te bevorderen zijn de VTH kwaliteitscriteria. In dat kader heeft de raad in 2016 de Verordening kwaliteit omgevingsrecht Zwolle vastgesteld. In juli 2019 is een nieuwe set kwaliteitscriteria verschenen, kwaliteitscriteria 2.2. Om deze kwaliteitscriteria te borgen

7

84

binnen het VTH-domein, zijn wij in 2020 gestart met een zogenaamd EVP/EVC traject voor onze medewerkers. Dit traject is eerder ook doorlopen ten behoeve van de kwaliteitscriteria 2.1. In dat traject wordt in kaart gebracht in hoeverre de medewerkers binnen het VTH-domein voldoen aan 5 binnen onze afdeling uitgevoerde deskundigheidsgebieden. Dit traject zit momenteel in een afrondende fase. De raad zal worden geïnformeerd over de uitkomst hiervan. Voor de overige 22 gebieden ligt een het grootste gedeelte binnen het takenveld van de Omgevingsdienst en een klein deel binnen het takenveld van andere afdelingen van de gemeente. Inmiddels heeft de Omgevingsdienst aangeven in 2021 een update te gaan uitvoeren van het EVC/EVP traject. Voor de andere deskundigheidgebieden beraden wij ons over een vervolg. VTH-beleid thuistaken Ieder bevoegd gezag moet voor de VTH-thuistaken een VTH-beleidsplan opstellen. In de tweede helft van 2019 is besloten om extra prioriteit te geven aan het opstellen van het beleidsplan en hebben wij hiertoe een externe opdracht verleend. We hebben daarbij moeten constateren dat het voor een externe lastig is om beleid te schrijven dat aansluit bij onze werkpraktijk. In 2020 hebben wij daarom zelf de handschoen opgepakt en het VTH-beleid voor de thuistaken wordt zo snel als mogelijk ter vaststelling aan ons voorgelegd.

In het betreffende beleidsplan hebben wij enkel de huidige werkwijze en keuzes verankerd. In opmaat naar de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen moet dit beleid worden geactualiseerd/herzien met de geactualiseerde risicoanalyse als basis. Actualisering risicoanalyse Het VTH-beleid voor de Wabo-taken (zowel de ‘thuistaken’ als de OD-taken) moet gebaseerd zijn op een actuele risicoanalyse. In regionaal verband is geconstateerd dat de huidige risicoanalyse aan actualisatie en vernieuwing toe is, mede gelet op de aanstaande Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en het kunnen werken met risicogerichte criteria (bijvoorbeeld naleefgedrag). In september 2020 is daarom aan de Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel mandaat en volmacht verleend voor het in regionaal verband aanbesteden van de levering van een risicotool. De risicotool is geschikt voor de VTH-taken die worden uitgevoerd door de omgevingsdienst (OD-taken), met de mogelijkheid om de tool ook op de overige VTHtaken toe te passen. Het vullen van de tool voor de OD-taken is een gezamenlijke verantwoordelijkheid tussen gemeenten en OD. Het vullen van de tool voor Wabothuistaken is aan de gemeente zelf.

Aangezien het enkel gaat om een ‘tool’ brengt dat met zich mee dat wij die tool te zijner tijd zelf moeten vullen met feiten en gegevens om zodoende tot een risicoanalyse voor de gemeente Zwolle te komen. Wanneer wij daarin de eerste slagen kunnen maken, is afhankelijk van het moment van levering van de tool. Bezwaar- en beroep Het aantal bezwaar- en beroepszaken en het resultaat van de behandeling daarvan voor wat betreft het VTH-domein, is een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van ons werk. Wij worden daarom altijd geïnformeerd over (het verloop van) de bezwaar- en beroepsprocedures door de afdeling Juridische Zaken en de resultaten van de behandeling daarvan. Wij vinden het belangrijk om daar lering uit te trekken

8

84

en daarmee de juridische kwaliteit van onze besluiten steeds verder te verbeteren. Dit doen wij door in voorkomende gevallen belangrijke conclusies met elkaar te delen en waar nodig onze werkprocessen te optimaliseren. Digitalisering Door het coronavirus is het digitaal werken in een stroomversnelling geraakt. Door de voorbereidingen die we al getroffen hadden ten behoeve van de implementatie van het nieuwe zaaksysteem voor de uitvoering van de Wabo-taken, IJVI, en het snelle schakelen van onze medewerkers, waren wij in staat om snel over te gaan naar het digitaal verlenen van omgevingsvergunningen. Verder is onze organisatie momenteel bezig met de uitrol van Office 365. Een ontwikkeling waar het VTH-domein vooral ook bij gebaat zal zijn bij de uitoefening van haar taken omdat het huidige systeem onvoldoende capabel is om onder andere de zwaardere software programma’s goed te laten draaien. Door het verder optimaliseren van het digitale werken en de systemen waarmee wij werken, kan een verdere kwaliteitsslag worden gemaakt.

1.3

Afbakening Dit jaarverslag en programma ziet op de verantwoording en programmering van de uitvoering van de taken ten aanzien van de vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving. Onder VTH verstaan wij in dit verslag zowel Wabo-taken (zoals bouw, milieu, reclame en kap) als niet Wabo-taken (zoals openbare ruimte, openbare orde en Bijzondere wetten). Wij zijn wettelijk niet verplicht om ons te verantwoorden ten aanzien van de uitvoering van de niet Wabo-taken – en daarmee ook niet om die taken te programmeren. Wij kiezen er wel voor om ook alle niet Wabotaken bij de verantwoording en programmering te betrekken omdat deze ook de fysieke leefomgeving raken en de verantwoording over die taken een belangrijk evaluatiemoment ten behoeve van de bijsturing en verdere professionalisering van die taken is.

9

84

Buiten de comfortzone ontstaan de mooiste dingen

2

Projecten & ontwikkelingen

2.1

Wabo (thuistaken)

2.1.1

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen team-overstijgend Omgevingswet De minister heeft laten weten dat de Omgevingswet (hierna: Ow) per 1 januari 2022 in werking zal treden. Het belang van een goede en tijdige voorbereiding op de inwerkingtreding van de Ow blijft dus overeind en daar zetten wij de komende tijd dan ook vol op in. Deze zomer heeft het ontwerp van de omgevingsvisie ter inzage gelegen en momenteel zijn we bezig met de voorbereidingen voor het opstellen van het omgevingsplan. Een onderdeel daarvan is het uitvoeren van een onderzoek naar de eventuele consequenties van ons handhavingsbeleid (geen handhaving naar aanleiding van een nieuw ontworpen bestemmingsplan dan wel herziening van een bestemmingsplan en geen ambtshalve (projectmatige/themagerichte/gebiedsgerichte) handhaving – tenzij de veiligheid en leefbaarheid in het geding is) op de vorming van dat plan. Een belangrijk verbeterdoel van de Ow is een meer integrale benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Daarnaast is het doel van de Ow dat de bestuurlijke afwegingsruimte wordt vergroot en de besluitvorming wordt versneld. Het laatstgenoemde wordt mogelijk gemaakt door het vergroten van inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het omgevingsrecht.

Gelet op het voorgaande heeft de Ow dus een grote impact op onze organisatie en die van onze ketenpartners als het gaat om procedures, werkprocessen en digitale systemen in het brede fysieke domein. Daarmee heeft de Ow ook invloed op hoe wij onze dienstverlening en de uitvoering van de VTH-taken organiseren. Door uitvoering te geven aan het Programma Omgevingswet, wordt de organisatie voorbereid op de Ow. Zo is onder andere met VTH medewerkers in kaart gebracht welke acties nodig zijn om tot goed werkende VTH processen te komen en werken wij aan de ontwikkeling van kennis en competenties van de medewerkers van onze gemeente. Ook worden VTH-medewerkers uitdrukkelijk betrokken bij andere onderdelen zoals het opstellen van het omgevingsplan. Voor 2020 en 2021 heeft de afdeling een roadmap opgesteld, waarin de verschillende (VTH-gerelateerde) acties en op te leveren producten in tijd zijn uitgezet en is aangeven wie van de afdeling verantwoordelijk is voor het uitvoeren of opleveren ervan. De hiervoor gevraagde inzet lossen wij op binnen de loonsom van de afdeling of de incidentele middelen die binnen de afdeling beschikbaar zijn. De gevraagde inzet heeft geen gevolgen voor de in dit plan beschreven werkzaamheden op Wabo-gebied.

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Nu toetsen wij nog alle vergunningplichtige bouwplannen aan het Bouwbesluit 2012 voordat een vergunning wordt verleend en houden wij toezicht op de bouw – en treden daar waar nodig handhavend op. Met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) beperkt de gemeentelijke toets zich tot de regels voor welstand, ruimtelijke aspecten en veiligheid van de omgeving. De vergunninghouder moet 10

84

vervolgens een onafhankelijk bedrijf inhuren: een private kwaliteitsborger. Deze kwaliteitsborger ziet er op toe dat aan de technische voorschriften van het Bouwbesluit wordt voldaan. Het idee van de wetgever is dat daarmee de kwaliteit van de bouw beter wordt en de ‘faalkosten’ reduceren. De gemeente blijft echter wél het bevoegd gezag: als de kwaliteitsborger op de bouw een afwijking constateert wordt deze voorgelegd aan de gemeente. De gemeente moet dan eventueel handhavend optreden. Daarnaast blijft het ‘ruimtelijk’ toezicht bij de gemeente (dus omgevingsveiligheid tijdens de bouw, ruimtelijke aspecten en welstand). Ook blijft de gemeente bevoegd gezag als het gaat om bestaande bouwwerken. Het nieuwe stelstel geldt niet direct voor alle bouwwerken: er is onderscheid gemaakt in drie ‘gevolgklassen’. Er wordt gestart met bouwwerken die binnen ‘gevolgklasse 1’ – eenvoudige bouwwerken - vallen. Hieronder vallen onder andere grondgebonden eengezinswoningen, woonboten en vakantiewoningen. Afhankelijk van de resultaten / ervaringen gaat de Wkb ook voor de andere twee gevolgklassen gelden (complexe bouwwerken en specialistische bouwwerken). De Wkb zou op 1 januari 2021 in werking treden maar is, samen met de Omgevingswet, uitgesteld tot 1 januari 2022. Dit betekent niet dat wij ruimte hebben om ‘stil te staan’, in tegendeel.

We moeten de komende tijd benutten om de precieze impact van deze Wkb in kaart te brengen als het gaat om bijvoorbeeld de legesinkomsten, opleiding en scholing van de betrokken medewerkers, de systemen, capaciteit, maar ook de veranderde samenwerking met ‘de markt’ en onderlinge taakverdeling en rollen (kwaliteitsborgers, aannemers, verhouding tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving). Er zijn binnen dat nieuwe proces ook veel beleidsmatige keuzes te maken (bijvoorbeeld: wanneer treden wij wel of niet handhavend op?). Waarschijnlijk kunnen we niet alle keuzes voor de inwerkintreding van de Wet maken omdat we de precieze impact daarvan niet goed kunnen overzien maar we proberen dat daar waar dat kan, wel te doen en in ieder geval zicht te krijgen op alle keuzemomenten die wij hierin hebben en de handelingsperspectieven daarbij. De gemeenteraad heeft een budget van € 50.000,- beschikbaar gesteld voor de invoering van de Wkb. Op dit moment worden er gesprekken gevoerd met een externe partij om de afdeling te begeleiden bij de invoering van deze Wet. Deze begeleiding richt zich op:  Een analyse van de financiële en capacitaire gevolgen van het invoeren van deze Wet. Deze analyse start januari 2021 en is input voor de Perspectiefnota in 2021.

 Het opdoen van ervaringen met de Wkb, het ontwikkelen van beleid en aanpassen van onze processen aan de hand van proefprojecten (heel 2021). Voorbereiden en implementeren PowerBrowser Ten behoeve van de uitvoering van de Wabo-thuistaken is er in april 2019 een nieuw zaaksysteem live gegaan: IJVI. Het afgelopen jaar is er door de teams die gebruik maken van dit systeem, hard gewerkt aan de voorbereidingen voor de invoering van een nieuwe versie van IJVI: PowerBrowser. We merken dat dit veel vraagt van de teams zodat wij in 2021 gaan evalueren hoe we dergelijke processen in de toekomst kunnen borgen.

11

84

Werken aan informatiegestuurd werken De wereld om ons heen is constant in beweging. Om de veiligheid en leefbaarheid in Zwolle te borgen is het vanuit vergunningverlening, toezicht en handhaving noodzakelijk om mee te blijven bewegen. Informatiegestuurd werken kan ons daarbij helpen. Het accent in het programma zal daarmee op onderdelen gaandeweg verschuiven van focussen op inspanningen (hoeveel vergunningen gaan we verlenen en hoeveel controles gaan we uitvoeren) en op output (het halen van de afgesproken aantallen) naar het werken aan een programmering dat gebaseerd is op outcome (resultaat en effectiviteit). We zien in de verdere doorontwikkeling van IJVI in de vorm van PowerBrowser een kans om hierin verdere slagen te maken, door een ‘dashboard’ te bouwen van waaruit wij real time (detail) informatie kunnen halen. Op basis daarvan kunnen wij de werkprocessen verder optimaliseren en Omgevingswet en Wkb ‘proof’ maken. Dat vormt weer een belangrijke basis voor onze programmering en de keuzes die wij daarbij maken. Bomenverordening Op dit moment wordt de Bomenverordening 2013 geactualiseerd. Deze verordening vormt een belangrijk kader voor de uitvoering van de VTH-taken en om die reden denken – en werken - VTH-medewerkers mee in de totstandkoming daarvan.

De actualisering van de Bomenverordening 2013 is bovendien aanleiding om opnieuw naar de VTH werkprocessen te kijken als het gaat om de handhaving van die verordening. In 2021 zal dit een nader vervolg krijgen.

2.1.2

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen vergunningverlening Stikstof Als gevolg van een uitspraak van de hoogste bestuursrechter op 29 mei 2019 mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis worden gebruikt om toestemming te verlenen voor onder andere het bouwen van woningen, (agrarische) bedrijven en wegen. De uitspraak heeft consequenties voor (bouw)plannen die kunnen leiden tot een toename van stikstof in beschermde natuurgebieden. Om die reden heeft Zwolle in 2019 een (coördinerend) stikstofteam opgericht, waarvan een medewerker van de afdeling lid is. Per aanvraag wordt beoordeeld of een stikstofberekening moet worden opgesteld, om te beoordelen of uitvoering van het plan kan leiden tot significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied. Uit de berekeningen blijkt vaak dat er geen (significante) toename van de stikstofdepositie plaatsvindt, waardoor stikstof geen belemmering vormt voor de bij de afdeling in behandeling zijnde Waboaanvragen.

In de gevallen waarin uit de berekening wel een (significante) toename van de stikstofdepositie blijkt en uitvoering van het plan tot significante gevolgen kan leiden voor een Natura 2000-gebied, vragen wij de provincie om een verklaring van geen bedenkingen – tenzij de initiatiefnemer er voor kiest om zelf een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming bij de provincie aan te vragen en de vergunningenprocedures los van elkaar te doorlopen. Uit het voorgaande volgt dat de impact van de stikstofproblematiek op het VTH-domein tot dusver relatief beperkt is. Breder in de organisatie heeft de stikstofproblematiek echter wel zijn weerslag. Denk daarbij aan de ruimtelijke planvorming: als een bestemmingsplan significante gevolgen

12

84

kan hebben voor Natura 2000-gebieden, dan moet een passende beoordeling worden gemaakt. Daarmee is de planvorming veel complexer geworden. Groene leges In 2018 is gestart met het stimuleren van duurzaamheidsmaatregelen zoals zonnepanelen en warmtepompen bij nieuwbouw van woningen en bij het verduurzamen van monumenten. De vorm die daarvoor is gekozen is een korting op de leges (groene leges regeling). Het aantal aanvragen om omgevingsvergunning waarbij een beroep is gedaan op de legeskorting is de afgelopen jaren relatief beperkt gebleven. Omdat de beschikbaar gestelde middelen nog niet verbruikt zijn, zal deze legeskorting ook in 2021 gecontinueerd worden.

2.1.3

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen toezicht & handhaving (waaronder constructieve veiligheid) Illegale woningsplitsingen Zwolle maakt een krachtige groei door: het is aantrekkelijk om in Zwolle te wonen en te werken en we zien dat de stad een steeds aantrekkelijker alternatief wordt voor de Randstad. Dat blijkt ook uit de cijfers: het inwonersaantal blijft snel groeien. Dat maakt ook dat wij steeds meer te maken krijgen met het illegaal splitsen van woningen. Hoewel de splitsing van woningen een deel van de vraag naar woonruimte opvangt, heeft het een negatieve invloed op de (brand)veiligheid en leefbaarheid van onze stad. Eind vorig jaar hebben wij daarom een beleidsregel en voorontwerp paraplubestemmingsplan vastgesteld met als doel om overlast als gevolg van het toevoegen van zelfstandige woonruimte(n) te beperken en de kwaliteit van de woningen en de leefomgeving veilig te stellen. Wij zijn nu bekend met zo’n 80 illegaal gesplitste woningen. Dit terwijl wij met de nieuwe regelgeving juist het splitsen van woningen willen voorkomen. Door de beperkte capaciteit bij toezicht en handhaving Bouw hebben wij de afgelopen jaren echter geen inzet kunnen plegen op het tegengaan van illegale woningsplitsingen. Het stellen van regels is nodeloos als de naleving daarvan niet wordt afgedwongen (denk alleen al aan de preventieve werking).

Gelet op de impact van illegale woningsplitsingen op de veiligheid en leefbaarheid van onze stad gaan wij in 2021 starten met het projectmatig handhaven van illegale woningsplitsingen. Inmiddels is daarvoor extern een projectleider aangetrokken en er is een plan van aanpak gereed. Constructieve veiligheid: onderzoek bollenplaatvloeren Op 22 april 2020 is de Regeling Bouwbesluit met betrekking tot de veiligheid van breedplaatvloeren inwerking getreden. In deze regeling is een gefaseerde onderzoeksplicht opgenomen voor gebouwen met breedplaatvloeren. Voor 1 april 2021 geldt een onderzoeksverplichting voor pandeigenaren van gebouwen met breedplaatvloeren waarin: a) Een vloer van een gebruiksgebied hoger dan 70 meter boven het meetniveau ligt; b) 4 of meer bouwlagen zijn opgenomen met een gezondheidszorgfunctie, met bedgebied, een celfunctie of een woonfunctie voor 24 uurszorg, of; c) Een bijeenkomstfunctie, winkelfunctie, sportfunctie of onderwijsfunctie is opgenomen, die geen nevengebruiksfunctie is, en waarbij in geval van 13

84

bezwijken van een breedplaatvloer meer dan 500 personen gelijktijdig gevaar kunnen lopen. In Zwolle hebben wij slechts één pand in beeld die aan één van de drie bovengenoemde criteria voldoet. Momenteel wordt door de eigenaar van het pand een definitief rapport opgesteld voor het uitvoeren van de verstevigingsmaatregelen. Verder zijn er in Zwolle in de afgelopen periode vijf panden nader onderzocht vanwege de aanwezigheid van de zogenaamde bollenplaatvloeren. Bij twee panden waren geen maatregelen noodzakelijk, bij de overige drie panden is het veiligheidsniveau op basis van aanvullende onderzoeken en/of aangebrachte veiligheidsmaatregelen naar het vereiste niveau gebracht. Funderingproblematiek Door de droge zomers zakt de bodem in het land waardoor in een aantal delen van het land problemen ontstaan in woningen die op staal en hout gefundeerd zijn. In maart 2019 heeft het AD een kaart gepubliceerd waaruit zou blijken dat het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek veel klachten en meldingen vanuit Zwolle ontvangt. Daarnaast is in een viewer op de website van het Kennis Centrum te zien dat vrijwel heel Zwolle kwetsbaar zou zijn voor funderingsproblematiek. Omdat dit afwijkt van ons beeld hebben wij contact gezocht met het Kennis Centrum. Daarbij is gebleken dat het aantal ontvangen klachten en meldingen vanuit Zwolle verwaarloosbaar is.

Daarnaast heeft het Centrum onvoldoende informatie om de viewer volledig waarheidsgetrouw te maken. Inmiddels heeft zij dat ook (met zoveel woorden) als disclaimer op de site vermeld. Desondanks heeft het KCAF er op 19 oktober 2020 voor gekozen om in het tv programma ‘De Monitor’ een applicatie te lanceren waaruit op woningniveau zou blijken wat de staat van de fundering is (aan de hand van een funderingslabel) en met welke eventuele hertelkosten er rekening moet worden gehouden. Ook werd gesteld dat er vanaf 1 juli 2021 een labelplicht zou gelden, een soortgelijke verplichting als een energielabel. Omdat deze applicatie voor de meeste gemeenten niet gebaseerd is op lokale data was de informatie nog niet betrouwbaar genoeg om op deze manier te delen. Het KCAF heeft dat inmiddels onderkend en de applicatie uit de lucht gehaald. Ook op de stelling dat er een labelverplichting zou gaan gelden is teruggekomen. Minister Ollongren heeft naar aanleiding van voorgaande tv-uitzending de kamer een brief gestuurd waarin zij zich distantieert van de door het KCAF genomen acties. De minister zal de komende tijd in gesprek gaan met de bij het funderingslabel betrokken partijen en met hen bezien op welke wijze de risico inschatting omtrent de kwaliteit van de fundering voor eigenaren en potentiële kopers kan worden verhoogd.

Naar aanleiding van deze berichtgevingen heeft de CDA raadsfractie eerst artikel 45 vragen gesteld en vervolgens bij de begrotingsbehandeling een amendement ingediend waarin zij oproept een onderzoek in te stellen naar de Zwolse situatie (hoeveel woningen hebben een funderingsprobleem, hoeveel woningen kunnen daar in de toekomst last van krijgen, waar concentreren zich eventuele funderingsproblemen, wat zijn de mogelijke kosten voor de woningeigenaren die funderingsproblemen willen oplossen, welke rol is weggelegd voor de gemeente om hierin de woningeigenaren bij te staan). De behandeling van het amendement is aangehouden en begin 2021

14

84

verkennen wij samen met de CDA raadsfractie wat de meest geëigende vervolgroute zal zijn, als daar aanleiding toe is. Actualiseren brandrisicoprofiel en programma brandveilig gebruik Wij controleren periodiek op de brandveiligheid van de bestaande bouw. De prioritering voor het periodiek controleren van de gebouwen op brandveiligheid is gebaseerd op een in 2009 door de raad vastgesteld programma. We ervaren al een aantal jaar dat dit programma te, c.q. erg ambitieus is. Dit is de aanleiding om het brandrisicoprofiel te heroverwegen en daarbij bijvoorbeeld uitdrukkelijker te kijken naar naleefgedrag. Ook de maatschappelijke veranderingen kunnen meegewogen worden, zoals bijvoorbeeld dat ouderen steeds langer in ‘gewone’ woongebouwen zonder zorg blijven wonen. Daarnaast heeft de minister in mei dit jaar laten weten dat er in Nederland in de jaren 60 en 70 een paar honderd portiekflats gebouwd zijn die qua vluchtroute niet voldoen aan de prestatie-eisen voor bestaande bouw van het Bouwbesluit 2012. Hoewel de gebouweigenaar zelf primair verantwoordelijk is dat wordt voldaan aan het Bouwbesluit, hebben wij naar aanleiding van de berichtgevingen een eerste inventarisatie gedaan van het aantal portiekflats in Zwolle die zijn gebouwd in de jaren 60 en 70. Deze inventarisatie wordt meegenomen in een nieuwe risicoanalyse en programma Brandveilig gebruik.

De risicoanalyse en het programma wordt momenteel onder begeleiding van een extern adviesbureau opgesteld en wij verwachten begin 2021 de bestuurlijke besluitvorming hierover af te kunnen ronden. In afwachting hiervan zijn in dit programma alleen de eerste 4 maanden van 2021 geprioriteerd voor wat betreft de periodieke controles.

2.2

Niet-Wabo

2.2.1

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen team-overstijgend Coronavirus Op 15 maart 2020 zijn de eerste maatregelen genomen zoals het sluiten van eet- en drinkgelegenheden en sportclubs. Tijdens die persconferentie is duidelijk geworden dat de gemeente voorop staat in het toezicht op de naleving van de maatregelen en het eventuele handhaven bij overtredingen. De eerste noodverordening covid-19 was een feit, daarna volgenden er nog een aantal en inmiddels is de Tijdelijke wet covid-19 van kracht. Iedere noodverordening was anders en goede afstemming met alle collega’s en (keten)partners was – en is nog steeds - belangrijk. Wie pakt welke taak op, hoe pakken we het aan en waar liggen onze prioriteiten? Hieruit is het operationeel overleg ontstaan, waaraan collega’s deelnemen die betrokken zijn bij de handhaving in deze tijd, inclusief juridische ondersteuners, de crowdmanager en politie In de afgelopen maanden is gebleken dat we complementair zijn aan elkaar en samen goed kunnen optrekken in verschillende casussen. . Strategie Vanuit de Veiligheidsregio IJsselland zijn we voorzien van een handelingskader voor het toezicht op de naleving van de noodverordeningen en het handhaven bij

15

84

overtredingen hiervan. Het gesprek aan gaan, instrueren, informeren en bewustwording creëren is het uitgangspunt geweest. Wanneer een gesprek niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd, is er officieel gewaarschuwd. Bij een volgende constatering van een overtreding is er proces-verbaal opgemaakt. Deze strategie is toegepast bij zowel individuen als bedrijven. Daarnaast werd gekeken naar mogelijkheden om besmettingen en overtredingen te voorkomen zoals het afsluiten van de skatebaan middels hekken en het storten van zand. Prioriteiten en hotspots In de eerste maanden is voornamelijk ingezet op de onderlinge afstand tussen mensen en de groepsvorming/samenkomsten. Ook op het openstellen of openhouden van bepaalde inrichtingen is inzet gepleegd, zoals sportscholen en de horeca. Er is veel aandacht naar locaties gegaan waar mensen graag samenkomen. Denk hierbij aan de parken, de eerder genoemde skatebaan en natuurgebieden. In de maanden daaropvolgend (vanaf juni) zijn er verschuivingen geweest qua prioriteiten, maar onderlinge afstand en groepsvorming zijn speerpunten gebleven. Gelukkig is er meer ruimte voor bijvoorbeeld de horeca gekomen om weer te ondernemen. Tegelijkertijd heeft dit het toezicht en handhaven ingewikkelder gemaakt aangezien de regelgeving complexer is geworden en regelmatig wordt aangepast. Het lekkere weer in die maanden was voor veel mensen een uitkomst.

In de natuurgebieden en rondom de recreatieplassen is het verkeer toegenomen en zijn mensen elkaar op gaan zoeken. Hier is veel tijd en capaciteit op ingezet om de groepsvorming zoveel mogelijk te beperken en de onderlinge afstand onder de aandacht te houden. Zo zijn er onder andere matrixborden ingezet. Sentiment Zeker in het begin van de crisis hebben we gemerkt dat veel inwoners de schouders eronder wilden zetten om het coronavirus zo spoedig mogelijk uit onze samenleving te weren. Helaas zijn de maatregelen langer nodig dan een paar maanden en ook de komende periode verwachten wij nog dat corona onderdeel van ons leven uitmaakt. In de loop van het jaar constateren wij dat dit sentiment van invloed is op het gedrag van onze inwoners: ze hebben steeds meer moeite om zich aan de maatregelen te houden en wensen daar niet op aangesproken te worden. Helaas zijn er een aantal incidenten geweest zoals het beledigen, bedreigen en zelfs mishandelen van de handhavers. Cijfers Er zijn 525 meldingen geregistreerd die gerelateerd zijn aan de onderhavige problematiek. Er is aanleiding geweest om 117 officiële waarschuwingen uit te delen en er is 49 keer proces-verbaal opgemaakt. Achter de schermen werd hard gewerkt aan het zo goed mogelijk informeren van collega’s en inwoners over de consequenties van de landelijke maatregelen en de noodverordeningen.

Er is daarom in april dit jaar een ‘corona-vraagbaak’ in het leven geroepen om de verschillende vragen te kanaliseren, registeren en zoveel mogelijk uniform te reageren. Deze vraagbaak heeft zo’n 1000 vragen te verwerken gekregen.

16

84

Verbeteren proces drank- en horeca: vergunningverlening en toezicht en handhaving Vorig jaar hebben we voor 2020 aangegeven dat wij dit jaar het gehele proces van de vergunningverlening, toezicht en handhaving rondom drank- en horeca zouden heroverwegen en daar waar nodig herzien (e.e.a. in samenspraak met de politie, Koninklijke Horeca Nederland en de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan). Omdat we hebben moeten her-prioriteren in verband met het coronavirus, hebben we hieraan gedeeltelijk uitvoering kunnen geven. Er zijn nu meerdere medewerkers verantwoordelijk voor de vergunningverlening en er zijn trainingen gevolgd om de kennis over de DHW, Bibob en andere ‘Bijzondere wetten’ te vergroten. Daarnaast is besloten om een projectleider aan te trekken voor de vervolgacties. Dit omdat het een omvangrijk project is: het gaat om onder andere de verbetering van het proces in de systemen, het ontwikkelen van een visie op de dienstverlening, een benchmark met andere gemeenten, aannemen DHW toezichthouders, het opstellen van nieuw beleid en het één en ander heeft ook verband met de aanpak van ondermijning. Terrassenbeleid Vorig jaar zagen wij een sterke toename van het aantal horecagelegenheden in de stad, wat weer van invloed is op het aantal terrassen. Terrassen worden het hele jaar gebruikt door middel van terrasoverkappingen (waaronder parasols) en heaters.

Dit heeft niet alleen effect op de ruimtelijke uitstraling van onze historische, monumentale, stad, maar heeft ook invloed op de veiligheid en leefbaarheid: terrasoverkappingen belemmeren het zichtveld van de stadstoezichtcamera’s. Ook de politie heeft in voorkomende gevallen last van de terrassen in de uitvoering van haar werkzaamheden. De opstelling van terrassen en het uit laten staan van terrassen na sluitingstijd zijn items die hierin ook belangrijk zijn. Wij willen meer grip op deze ontwikkeling hebben en daarmee ondernemers ook meer duidelijkheid geven over wat wel en niet als passend wordt beschouwd. In 2020 zouden wij daarom starten met het nader uitwerken van toetsingskaders voor de uitstraling van - en uitstallingen (waaronder overkappingen) op - terrassen. In verband met het coronavirus is dat plan on hold gezet. Wel hebben wij in verband met het coronavirus in het voorjaar een groot en complex project uitgevoerd om in de stad meer ruimte te creëren voor terrassen zodat er tijdelijk grotere terrassen uitgezet konden worden. Dit ter compensatie van het verlies aan omzet door de sluiting en de 1.5 meter regel waardoor er minder mensen op een terras kunnen plaatsnemen.

Complicerende factor hierin was dat het één en ander niet ten koste mocht gaan van de extra ruimte die ook nodig was voor het passerende winkelpubliek en om de marktbezoeken veilig te houden: ook daarvoor was meer ruimte nodig (onderling en ten opzichte van het publiek op het terras). Dit is een groot en intensief project geweest waarin een groot aantal, met elkaar samenhangende, besluiten is genomen (denk aan verkeersbesluiten, herinrichting van de markt, doorstroomrichting, fietsenaanpak en tijdelijke terrasvergunningen). Het project was ook continu in beweging: steeds moest worden ingespeeld op de veranderende regels. Voor de winterperiode zijn we met een soortgelijk proces begonnen om overkapte winterterrassen mogelijk te maken. Ook dit is een complex proces. Zo moeten de gewenste overkappingen beoordeeld worden op veiligheid (brandveiligheid,

17

84

windbelasting en eventueel ook sneeuwbelasting) en veilige plaatsing (doorstroom en verkeersveiligheid en cameratoezicht). Daarnaast is er een belangenafweging nodig waarbij wij rekening moeten houden met de belangen van de detailhandel, markt en bewoners. Om dit te realiseren zijn er inmiddels verschillende projectgroepen gevormd met interne en externe vertegenwoordiging. Actualisatie standplaatsenbeleid Net als in vele andere gemeenten, worden er in Zwolle op verschillende locaties standplaatsen ingenomen (bijvoorbeeld voor de verkoop van goederen). Voor het innemen van een standplaats is op grond van de Apv een vergunning nodig. In het Standplaatsenbeleid Zwolle 2012 hebben wij een toetsingskader vastgesteld voor de beoordeling van de aanvragen voor de standplaatsvergunningen. Dit biedt rechtszekerheid en vereenvoudigt (uniformeert) het proces van vergunningverlening en handhaving. Het beleid is in 2013 voor het laatst geactualiseerd. Inmiddels hebben wij geconcludeerd dat er aanleiding is om opnieuw tot een actualisatie van het beleid te komen. In 2021 zetten wij dit proces in gang. Ontwikkelingen betogingen Het afgelopen jaar zijn er 31 kennisgevingen van betogingen ontvangen en daarmee is het aantal kennisgevingen dit jaar significant toegenomen.

Vanwege het coronavirus is de bevoegdheid tot het nemen van besluiten op de kennisgevingen tijdelijk (tot nader order, afhankelijk van de ontwikkelingen ten aanzien van het coronavirus) overgegaan naar de voorzitter van de Veiligheidsregio. Dit betekent dat ieder besluit nu ter besluitvorming aan de voorzitter van de Veiligheidsregio voorgelegd moet worden en niet in mandaat kan worden afgedaan. Hiermee is de besluitvorming niet alleen complexer geworden maar het is ook een onderwerp waar wij extra aandacht voor hebben gelet op de volksgezondheid. Er is extra aandacht voor de naleving van de corona-maatregelen en we leggen in dat verband in voorkomende gevallen voorschriften op ter bescherming van de volksgezondheid. In alle gevallen was extra overleg met de organisator nodig om tot concrete plannen te komen voor het naleven van de coronaregels. De boerenprotesten en de Black Lives Matter zijn ook in Zwolle geweest. Daarnaast is er een behoorlijke toename van het aantal betogingen bij de abortuskliniek. Dit betekent dat er veel meer inzet en afstemming op dit onderwerp nodig is geweest. Wij verwachten dat dit een trend is en daarom willen we in 2021 het proces tegen het licht houden en daarbij scherp krijgen wat de rol is van vergunningverlening, toezicht, de juridisch ondersteuners en team Veiligheid (piket).

2.2.2

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen vergunningverlening Verbeterproces evenementen In 2019 is een doorstart gemaakt als het gaat om het verbeterproces evenementen. Met deze verbeterslag moet er meer duidelijkheid ontstaan over de verschillende rollen en verantwoordelijkheden in het proces. De bedoeling was dat we in 2020 het proces verder zouden uitwerken en implementeren. In verband met het coronavirus is er voor gekozen om dit proces ‘on hold’ te zetten. Dit niet alleen in verband met her-prioritering

18

84

en het feit dat er geen evenementen waren, maar ook omdat we het verbeterproces het meest effectief kunnen doorlopen door de betrokken medewerkers in elkaars aanwezigheid te laten zijn. Afhankelijk van de ontwikkelingen ten aanzien van het coronavirus nemen we voornoemde keus in 2021 in heroverweging en gaan er vanuit dat we in 2021 het verbeterproces verder kunnen uitwerken en implementeren. Vijfde coffeeshop In Zwolle is het aantal coffeeshops beperkt tot 1 coffeeshop per 25.000 inwoners. Door de sluiting van een coffeeshop in het derde kwartaal van 2019 is er ruimte ontstaan voor een nieuwe coffeeshop in de stad. Omdat er sprake is van een zogenaamde ‘schaarse vergunning’ waarbij zorgvuldigheid, ook met het oog op de omwonenden en andere belanghebbenden, voorop staat, is de ervaring dat de verlening van een gedoogbeschikking voor een coffeeshop een intensief traject is. In 2019 en 2020 hebben wij op dit onderwerp de nodige tijd en energie ingezet. Het één en ander heeft in oktober 2020 geresulteerd in een gedoogbeschikking. In 2021 evalueren wij of het legesbedrag voor de gedoogbeschikking correspondeert met de inzet die wij plegen op het verlenen van een dergelijke gedoogbeschikking. Arcadehal Het afgelopen jaar zijn er meerdere aanvragen ingediend voor zogenaamde ‘arcadehallen’. Arcadehallen zijn hallen met videokasten waar men tegen betaling computerspellen kan spelen.

Vaak staan in deze hallen ook andere (behendigheids)spellen. Deze hallen zijn wezenlijk anders dan speelautomatenhallen – en wordt geen geld of goederen uitgekeerd - en zijn dan ook niet gereguleerd onder de Wet op de kansspelen. Omdat deze vorm van leisure in een behoefte voorziet, maar wij daarvoor nog geen toetsingskader hebben, zal in 2021 een voorstel worden uitgewerkt en voorgelegd worden aan de raad. Doorontwikkeling vergunningverlening parkeren De gemeente Zwolle heeft de afgelopen jaren in het parkeerdomein een digitaliseringstraject ingezet, waarbij gestreefd wordt naar een verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening (24/7), hetgeen ook gepaard kan gaan met efficiënter werken. In 2020 hebben we in kaart gebracht wat dit betekent voor de werkzaamheden, zowel voor de korte als de lange termijn. In dat verband is er per 1 november 2020 een regisseur parkeerrechten aangenomen om verschillende projecten op te pakken en de digitale processen nog verder te verbeteren. Zo komt er in 2021 weer een nieuwe release van het parkeervergunningensysteem. Deze release zal een grote impact hebben op de werking van het systeem. Woonboten Per 1 januari 2018 is nieuwe wet- en regelgeving voor woonboten en andere ‘drijvende bouwwerken’ van kracht. Tot 2018 gold de Ligplaatsenverordening 2013 voor alle woonboten in Zwolle.

Door de wijziging in landelijke wetgeving moeten de niet varende schepen (zoals woonarken) worden aangemerkt als bouwwerk. Deze vallen hiermee onder de regelgeving voor bouwwerken. Dit heeft er toe geleid dat wij de gemeentelijke regelgeving (bestemmingsplannen, welstandsnota en Ligplaatsenverordening) hebben moeten herzien. In maart 2020 is de nieuwe regelgeving in werking getreden. In

19

84

verband met herprioritering, hebben wij dit jaar de nieuwe regelgeving nog niet kunnen implementeren in de werkprocessen. Wij gaan er vanuit hier in 2021 wel prioriteit aan te kunnen geven. Daarbij wordt ook betrokken, de behoefte aan een nadere uitwerking van de regelgeving ten aanzien van het uitgeven van een vrije plek. Waterrecreatie Er wordt in Zwolle steeds meer gebruik gemaakt van het water. Dat maakt dat het nodig is beleid en regelgeving uit te werken voor waterrecreatie. Hieronder wordt onder andere verstaan: zwemgelegenheden, toezicht en handhaving aanlegregels in de kolken maar ook recreatievaart (en dan met name de commerciële recreatievaart). Door de grote hoeveelheid klachten deze zomer over waterrecreatie in het algemeen en commerciële bootverhuur in het bijzonder, heeft dit onderwerp momenteel ambtelijk en bestuurlijke prioriteit. We onderscheiden daarbij een uitwerking voor de korte termijn en een visieontwikkeling voor de langere termijn. Voor de korte termijn gaat het om actualisatie van het bestemmingsplan, het inrichten van een vergunningenstelsel in de Apv voor de commerciële recreatievaart (bootjesverhuur, rondvaartboten, etc) en het opnemen van enkele extra artikelen in de Apv om tegen overlast op te kunnen treden. Het voornemen is om dit voor het nieuwe seizoen in 2021 gereed te hebben.

2.2.3

(Meerjarige) projecten en ontwikkelingen toezicht & handhaving Kinderopvang Het afgelopen jaar hebben we vanuit het Gemeentefonds extra middelen ingezet voor toezicht en handhaving vanwege de wijziging van kwaliteitseisen door de invoering van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, de wijziging van kwaliteitscriteria voorschoolse educatie en de intensivering toezicht en handhaving gastouderopvang. Een groot deel van de gelden hebben we toegekend aan de GGD voor de extra inzet van toezichthouders en een deel is naar de gemeentelijke organisatie gegaan voor capaciteitsuitbreiding. Door het coronavirus zijn er landelijke coulanceregelingen van kracht geweest tijdens de eerste golf. In verband daarmee is in de eerste golf alleen toezicht gehouden naar aanleidingen signalen. In september 2020 is, in verband met de geschetste wijzigingen in de wetgeving, door ons de Beleidsregels toezicht en handhaving Wet kinderopvang gemeente Zwolle 2020 vastgesteld. Daarnaast zijn er nieuwe regionale afspraken gemaakt waar Zwolle een coördinerende rol in heeft gespeeld en werkgroepen heeft voorgezeten. Ook is een deel van de vrijgekomen uren uit het Gemeentefonds beschikbaar gesteld aan de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling ten behoeve van het realiseren van een noodopvang in verband met de coronavirus maatregelen.

Verder professionaliseren toezicht openbare ruimte Toezicht in de openbare ruimte draagt bij aan de veiligheid en leefbaarheid in de stad. Gelet op de groei van Zwolle en het groeiend aantal onderwerpen waarop toezicht in de openbare ruimte nodig is, is er behoefte aan meer, anders en beter uitgerust toezicht. De raad heeft in januari 2020 de Visie toezicht openbare ruimte 2025 vastgesteld. Daarin worden strategische uitgangspunten bepaald voor het toezicht in de openbare ruimte, gericht op versterking van de kwaliteit van ons toezicht.

20

84

In april 2020 is het team toezicht openbare ruimte versterkt met twee nieuwe medewerkers (BOA’s). Deze nieuwe medewerkers zijn actief geweest in de handhaving van de noodverordeningen covid-19 en zijn daarbij vooral ingezet in de binnenstad. Op deze manier hebben we een start gemaakt met het zichtbaar aanwezig zijn in de stad. Met ingang van 1 januari 2021 wordt het team uitgebreid met 4 nieuwe medewerkers ( BOA’s). Daarmee kunnen we de visie verder implementeren. We maken daarvoor in het eerste kwartaal van 2021 een plan van aanpak. Zolang de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 van kracht is, zal handhaving van deze regelgeving de eerste prioriteit hebben. Ondermijningsaanpak De gemeenteraad heeft op 11 februari 2019 de Veiligheidsvisie 2019-2022 vastgesteld. Daarin is de intensivering van de aanpak van ondermijning via een systeemaanpak als prioriteit benoemd. Middels het programma Ondermijning wordt deze systeemaanpak gerealiseerd. De gemeente hanteert hierbij een gecoördineerde, integrale en effectieve aanpak van concrete ondermijningscasussen. Het Lokaal coördinatiepunt Ondermijning (LCPO) ontvangt en verrijkt ondermijningssignalen. Daarnaast coördineert en regisseert het LCPO de integrale samenwerking tussen interne en externe partners.

De preventieve én repressieve aanpak van de diverse concrete vormen van ondermijnende criminaliteit vraagt om een gezamenlijke, integrale (overheids)aanpak. Daarbij gaan de bestuursrechtelijke, strafrechtelijke en fiscale aanpak hand in hand. Het komende jaar werken we verder aan het verstevigen van de integrale ondermijningsaanpak. Toezicht en handhaving heeft daarbij een belangrijke signalerende rol. Daarnaast is er toezicht op opgelegde bestuurlijke maatregelen. Drugshandel op straat Er zijn met de politie afspraken gemaakt over de aanpak van criminele jeugdgroepen. De afspraak is dat we gaan inzetten op bestuursrechtelijke handhaving op het gebied van drugshandel door personen die behoren tot deze groepen. Concreet betekent dit dat als een lid van een criminele jeugdroep door de politie strafrechtelijk wordt aangepakt op grond van overtreding van artikel 2 en/of 3 van de Opiumwet, wij een bestuurlijke rapportage van de politie ontvangen. Op basis van die bestuurlijke rapportage treden wij, indien de gronden toereikend zijn, handhavend op - op grond van overtreding van artikel 2:74 van de APV. Het gaat dan om een dwangsom ter hoogte van €5.000 per overtreding. Het blijkt namelijk dat enkel strafrechtelijk aanpakken te weinig effect oplevert: het strafrecht duurt lang, schrikt niet voldoende af en de handel op straat lijkt door te gaan.

Hoewel we door deze aanvulling op de aanpak hopen een stapje dichter bij onze hoofddoelstelling van de aanpak – het terugdringen van criminaliteit gepleegd door deze groepen - te komen, zijn er het afgelopen jaar al meerdere recidive gevallen de revue gepasseerd. Daarnaast zijn er nu ook een aantal gevallen die buiten voornoemde criminele jeugdgroepen vallen bij ons kenbaar gemaakt door de politie, om ook deze maatregel op toe te passen. In die zin acteren wij als gemeente enkel op basis de bestuurlijke rapportages van de politie. De politie bepaalt dus wie ze controleren en wij pakken alle zaken op die we van hen doorgezet krijgen, mits voldaan wordt aan een aantal randvoorwaarden (waaronder toereikende rapportages). Onze rol is daarmee ondersteunend aan de rol van de politie in deze maar wel vanuit een gezamenlijk doel om drugscriminaliteit en overlast aan te pakken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=1219f148-1642-4650-9af0-77952aafbc1f