CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Halfjaarrapportage HVA SD 2e helft 2020

Raadsplein besluitvormend (Statenzaal) 5 juli 2021, gemeente ZwolleBij agendapunt: Halfjaarrapportage Sociaal Domein: Hervormingsagenda 2e helft 202013.910 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In samenwerking met het zorgcollectief dat de ondersteuning biedt is voor een deel van de bewoners een zorgarrangement afgesproken. Het gaat dan om bewoners die uitstromen uit beschermd wonen en de volgende stap richting zelfstandigheid kunnen zetten.

26

mvoortgang

“Wooncoach: ontdek wie jij bent en woon goed” Wooncoach Zwolle is erop gericht om mensen die gebruik maken van Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of bankhopper zijn en toe zijn aan zelfstandig wonen, deze stap te laten maken. In een geschikte woning, aangeboden door Openbaar Belang. In een bij de kandidaat-bewoner passende Zwolse wijk. De Wooncoach van MEE IJsseloevers biedt de bewoner het steuntje in de rug dat nodig is voor een goede start in het eigen huis, als een goede buur. Deze ondersteuning duurt maximaal een jaar. Wooncoach is daarmee een aanvulling op het brede pallet aan bestaande woonvormen in Zwolle die variëren in mate van zelfstandigheid en zorgzwaarte. Wooncoach draait als pilot tussen november 2020 en maart 2022 en zit na twee maanden al vol: de beschikbare 10 plekken bleken in no time bezet. Alle deelnemers zijn enorm gemotiveerd om de kans die Wooncoach ze biedt, te grijpen. Ook al ontbreekt financieel inzicht nog, zijn hun woonvaardigheden veelal nog beperkt en komt de wereld erg op de meeste kandidaten af: ze hebben allen de basale zaken op orde, begrijpen wat van ze verwacht wordt om een ontwikkelingsstap te zetten en zijn erop gebrand dat voor elkaar te krijgen. Voor wie doen we het? “Deze persoon liet zien (ten tijde van begeleid wonen, red.) dat hij graag iets van zijn leven wilde maken en volgde

een opleiding aan het Deltion college, wat uiteindelijk resulteerde in een BBL-opleiding tot smid. Hij gaat nu 1 dag in de week naar school en werkt de overige 4 dagen bij een smederij in Zwolle, met uitzicht op een vaste baan. Hij heeft zijn leven momenteel aardig op orde en kan nu de stap zetten tot zelfstandig wonen, maar heeft nog wel behoefte aan enige coaching om hem in zijn kracht te houden. Wat hem met name heel geschikt maakt, is dat hij zich volledig inzet om iets van het leven te maken, maar hij heeft soms nog niet goed door hoe het leven en de buitenwereld functioneren. Een Wooncoach is voor hem belangrijk om hem niet kopje onder te laten gaan. Achter zijn stoere uiterlijk en houding schuilt heel veel onzekerheid en naïviteit.”

In de jaarschijf 2021 is afgesproken eerder gerealiseerde vernieuwende woonzorgconcepten te evalueren en de werkzame bestanddelen van de concepten in beeld te brengen. Ook is gestart met het opstellen van evaluatiecriteria voor vernieuwende woonzorgconcepten die gestart zijn vanaf 2020. Veel van de vernieuwende woonzorgconcepten hebben elementen van magic mix, gemengd wonen en community building in zich. Dit sluit aan bij de landelijke tendens op dit gebied en sluit aan bij de beweging van apart naar gewoon. In 2020 is verdere samenwerking gevonden op het gebied van wonen en zorg. We hebben verkend hoe wonen en zorg, zowel de beweging van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis als het zelfstandig wonen voor ouderen integraal onderdeel kan uitmaken van gebiedsontwikkeling. Voor 2021 is het een speerpunt wonen en zorg ingebed te laten zijn in gebiedsontwikkelingen. Dit sluit aan bij de landelijke tendens op dit gebied en bij de beweging: werken aan een totaaloplossing i.p.v. een deelprobleem en van individuele vraag naar samenbrengen vragen.

Korte vooruitblik In de eerste helft van 2021 wordt het programma Wonen en Zorg aangeboden aan College en Raad. In 2021 is het een speerpunt wonen en zorg ingebed te laten zijn in gebiedsontwikkelingen. De huisvestingsopgave voor senioren wordt kwalitatief en kwantitatief in kaart gebracht.

27

mvoortgang

In de jaarschijf 2021 is afgesproken dat de corporaties starten met het onderzoeken van mogelijkheden voor woonvormen die het gat tussen zelfstandig wonen en verpleeghuis kunnen dichten. Het Wmo-convenant leek klaar voor ondertekening. Na juridische toetsing bleken enkele aanpassingen noodzakelijk. De verwachting is dat het convenant in het eerste kwartaal van 2021 ondertekend kan worden. In 2021 gaan projecten van start d.m.v. financiering VWS/BZK, zoals Housing First Jongeren en Friends-woningen en worden projecten opgestart zoals Onder de Pannen.

28

mvoortgang

Spoor 6 Eén gezin, één plan 29

mvoortgang

7 Spoor 6 Eén gezin, één plan Al jaren speelt de behoefte om beter integraal te werken voor de Zwolse gezinnen met multiproblematiek. Hoewel we gelukkig niet heel veel gezinnen hebben in deze situatie, is de impact voor de gezinnen zelf heel groot en maken deze gezinnen gebruik van een aanzienlijk deel van de zorgbudgetten. Urgentie genoeg om een volgende stap te zetten. In het laatste kwartaal van 2020 is een verkennend afstudeeronderzoek gestart naar het integraal werken bij gezinnen met multiproblematiek in het kader van spoor 6: één gezin, één plan. Om een goede invulling aan dit spoor te kunnen geven, is in dit onderzoek een probleemanalyse gemaakt over dit onderwerp in Zwolle en een advies gegeven voor het vervolg. Dit is gedaan d.m.v. een analyse over de stapeling van ondersteuning en interviews met professionals, ervaringsdeskundigen, Zwolse medewerkers van beleid en uitvoering en medewerkers van andere gemeenten. De eerste stap in het onderzoek was een analyse over de stapeling van ondersteuning binnen huishoudens in Zwolle. We hebben daarbij gekeken naar data van TIEM, Wmo, Wmo hulpmiddelen, Participatiewet en Jeugdhulp. We hebben geen gegevens van Beschermd Wonen, het voorveld en ondersteuning van buiten het gemeentelijke domein mee kunnen nemen.

Hierdoor is het beeld niet helemaal volledig en kan er een ondersteuningsvorm meer aanwezig zijn bij sommige huishoudens. Toch geeft deze eerste analyse een algemeen beeld over hoeveel huishoudens in Zwolle baat hebben bij een goede integrale afstemming.

Stapeling ondersteuning bij Zwolse huishoudens Stapeling gemeentelijke ondersteuning 1%

0%

0%

6%

geen ondersteuning

13%

1 soort ondersteuning 2 soorten ondersteuning 3 soorten ondersteuning 4 soorten ondersteuning 80%

5 soorten ondersteuning

Grafiek 1 Stapeling van ondersteuning binnen Zwolse huishoudens gebaseerd op Re-integratie, WMO, WMO hulpmiddelen, Participatiewet en Jeugdhulp. Peildatum 1-1-2020. Bron: analyse gemeente Zwolle IV o.b.v. gemeentelijke data en data van TIEM.

In de grafiek is te zien dat het grootste deel van de huishoudens in Zwolle geen ondersteuningsvorm heeft. De huishoudens die waarschijnlijk baat hebben bij een betere integrale werkwijze hebben 3 of meer ondersteuningsvormen. Ook huishoudens met 2 ondersteuningsvormen hebben baat bij een integrale aanpak, maar in de meeste gevallen gaat het daarbij om een combinatie van Wmo en Wmo hulpmiddelen of

Participatiewet en Re-integratie. De kans op problemen is dus bij 3 of meer ondersteuningsvormen groter. Uit de analyse blijkt dat het slechts om 1% van de Zwolse huishoudens gaat. Op basis van deze beschikbare gegevens over de peildatum 1-1-2020 ging het toen om in totaal 550 huishoudens met 3 of meer ondersteuningsvormen. Bij meerdere ondersteuningsvormen binnen een huishouden gaat het niet automatisch om een multiproblem gezin of een situatie waarin niet integraal gewerkt wordt. Verder kan een gezin met 1 ondersteuningsvorm wel meerdere indicaties hebben. Denk bijvoorbeeld aan een inwoner met meerdere Wmo hulpmiddelen of een gezin waarin meerdere kinderen gebruik maken van jeugdhulp. Binnen deze analyse geldt dat als 1 ondersteuningsvorm. Deze eerste analyse is enkel bedoeld om zicht te krijgen op de groep inwoners die baat heeft bij onze inzet op spoor 6. Volgens het uitgevoerde afstudeeronderzoek gaat veel in Zwolle al goed. Het SWT is in veel gevallen de spin in het web van integrale samenwerking. Ze doen een brede uitvraag op meerdere levensdomeinen, voeren regie en hebben goede contacten met andere relevante ondersteuners als scholen en huisartsen. Ook in beleid en contracten worden afstemming en samenwerking inmiddels opgenomen als criteria om tot goede resultaten te komen voor onze inwoners.

Toch blijft er ook ruimte voor verbetering: • Over het begrip integraal werken leven verschillende visies en worden diverse definities gehanteerd die voor verwarring kunnen zorgen.

30

mvoortgang

• De huidige indeling van beleidsterreinen en budgetten is nog in te kleine stukken opgedeeld. Ook botsen bestaande wetten en regels met elkaar. De vele toegangen tot hulp zorgen ook geregeld voor onoverzichtelijkheid bij de inwoner. • We bieden nog onvoldoende maatwerk, doordat hulpverleners te vaak nog vanuit het huidige aanbod redeneren en van daaruit met een oplossing komen. Per persoon kijken wat er echt nodig is, vraagt om een andere mindset. • In de uitvoering dragen de grote caseloads niet bij aan tijd nemen voor maatwerk. Hulpverleners bevragen nog vooral vanuit hun eigen expertise en soms ontbreekt voldoende kennis van de gehele sociale kaart om naar brede oplossingen te kunnen kijken. Daarnaast is het risico op tegengestelde belangen van de vele hulpverleners groot en niet helpend voor het gezin. • In enkele gevallen is het ook een probleem dat een inwoner bij een brede uitvraag niet zelf het overzicht heeft over alle problemen of daar niet alles over deelt.

Publieke Waarde (bekend van de Doorbraakmethode) willen we in de praktijk en in samenwerking met deze gezinnen bekijken wat er nodig is om de bestaande problemen zo goed mogelijk te doorbreken (in kwartaal 2 en 3). We beginnen daarbij niet met een bepaalde oplossing voor ogen, maar kijken samen met het gezin wat er écht nodig is om verder en daarmee uit de problemen te komen. Maatwerk dus. Vanuit deze praktijk kunnen we dan terug redeneren naar welke veranderingen nodig zijn in werkwijze, beleid en regelgeving om de ondersteuning aan deze gezinnen ook duurzaam te verbeteren. We gaan lessen trekken uit de verbeteringen die daaruit voortkomen die ook voor mensen met minder gestapelde problematiek gebruikt kunnen worden.

De volgende stap Omdat de geschetste problematiek in een beperkt aantal gezinnen voorkomt, maar tegelijkertijd enorme gevolgen heeft voor de gezinnen waarin het wel speelt, willen we niet beginnen aan de beleidskant, maar in de praktijk. Het SWT heeft een aantal adressen in beeld die waarschijnlijk meerdere vormen van zorg ontvangen en daarmee heel hoog in hun zorgkosten zitten. Hieruit willen we de gezinnen met multiproblematiek vragen om mee te werken aan een praktische aanpak. In samenwerking met het Instituut voor

31

mvoortgang

8

Communicatie

Communicatie is een belangrijk onderdeel in de Hervormingsagenda. Met behulp van communicatie willen we het verhaal van de Hervormingsagenda vertellen en het draagvlak voor de uiteindelijke keuzes vergroten. Maar we willen ook reacties ophalen om zo ons beleid aan te kunnen scherpen en het te toetsen. Helaas maakt corona nog altijd een groot deel uit van ons dagelijkse leven. Dat is van invloed op de manier waarop we communicatie en participatie wilden organiseren. Nog altijd is het niet mogelijk om elkaar persoonlijk te ontmoeten. Dat betekent dat we gesprekken met de stad, met onze partners op een andere wijze moesten organiseren. In het afgelopen halfjaar hebben veel van deze gesprekken digitaal plaatsgevonden. Want ook al kunnen we elkaar niet persoonlijk ontmoeten, het is wel belangrijk om met elkaar in gesprek te blijven over de ontwikkelingen in de verschillende sporen rond de Hervormingsagenda.

gepubliceerd over enerzijds de Hervormingsagenda en anderzijds zaken die dichtbij de Hervormingsagenda staan en die van invloed zijn op ons dagelijks leven. Dat ging met name over wat we als gemeente kunnen betekenen voor inwoners en ondernemers die het moeilijk hebben door corona. Bijvoorbeeld waar inwoners terecht kunnen met vragen over geld. Maar ook hoe inwoners iets voor elkaar kunnen betekenen in de strijd tegen eenzaamheid. Een onderwerp dat zeker rond de coronacrisis veelvuldig voor het voetlicht is gebracht. In het komende jaar zetten we de Peperbus weer in om de bewegingen van de Hervormingsagenda in de praktijk te laten zien. Maar we zetten ook in op de communicatie over ons beleid. En we gaan, wanneer we weer wat meer kunnen en mogen, verder in gesprek met onze inwoners over de Hervormingsagenda.

Zo hebben er gesprekken plaatsgevonden met partners en een vertegenwoordiging van inwoners over de Sociale Basis met als thema’s “samenkracht versterken”, “leren van resultaat” en “samen verder bouwen”. Ook zijn we met o.a. zorgaanbieders, woningbouwcorporaties, de toegang en cliëntvertegenwoordigers in gesprek over welke vormen van wonen en zorg wenselijk zijn om de beweging van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis te kunnen realiseren. Naast het organiseren van een aantal digitale bijeenkomsten, is het ook van belang om onze inwoners te informeren over dat wat we doen. Daarvoor hebben we in het afgelopen jaar op verschillende momenten pagina’s in de Peperbus

32

mvoortgang

9

Monitoring

In de vorige halfjaarrapportage is benoemd dat we een eerste stap hebben gezet voor de monitoring door de sporen verder uit te werken en een start te maken met de indicatoren. De afgelopen maanden hebben we deze verder aangescherpt op het niveau van de bewegingen, de interventies en de resultaten. Daarbij hebben we, voor zover mogelijk, de reeds beschikbare en relevante indicatoren gebruikt als voeding voor de teksten in deze halfjaarrapportage.

Lijn 1: Ontwikkeling monitoring sociaal domein gericht op bedrijfsvoering In de voorgaande halfjaarrapportages hebben we aangegeven dat intern een aantal (technische) ontwikkelingen nodig is voor een goede ontsluiting van onze data. We merken nu dat we wel gegevens uit de systemen kunnen halen, maar dat zowel de medewerkers van de afdeling Informatievoorziening als de controllers van concern onevenredig veel tijd kwijt zijn om de onttrokken data zo te bewerken dat ze voldoen aan het gewenste kwaliteitsniveau en daarmee bruikbaar zijn voor sturing. Het was de bedoeling om in de 2e helft van 2020 intern de behoeftes en ontwikkelingen van de verschillende afdelingen in kaart te brengen. Helaas maar begrijpelijk is hier maar een gedeelte van uitgevoerd, omdat de prioriteit zich richtte op vraagstukken rondom corona. De afdeling Informatievoorziening pakt dit vraagstuk weer op zodra de omstandigheden dit toelaten. Het onderzoek of we de data die we nu aan CBS leveren zelf kunnen ontsluiten uit de systemen is onderdeel hiervan. We zijn vanuit de Hervormingsagenda ook aangesloten bij het programma Datagedreven Werken dat organisatiebreed tot doel heeft om beter met data te werken.

Lijn 2: Beter gebruik en verdere ontwikkeling bestaande monitoren en indexen Het afgelopen halfjaar zijn binnen spoor 1 o.a. stappen gezet om bestaande monitoren en indexen beter in te bedden binnen de beleidscyclus. Dit resulteert in een trendrapportage waarbij o.a. verwachte beleidsontwikkelingen, resultaten van landelijke en lokale onderzoeken en relevante data uit bijvoorbeeld het Buurt-voor-Buurt Onderzoek gebruikt worden als voeding en onderbouwing voor de gesprekstafels van de sociale basis. Hoewel dit vanuit spoor 1 wordt opgebouwd hebben ook de andere sporen hier baat bij omdat vanuit alle sporen gewerkt wordt aan een beweging van zwaar naar licht. Het is daarom goed dat het samen leren van resultaten onderdeel is van de visie op de sociale basis. Verder wordt er gewerkt aan de uitwerking van de ouderenindex. Deze verwachten we in 2021 te voltooien. De basis voor de kinderindex is in een eerder stadium al ontwikkeld. Voor de verdere uit- en invoering zijn duurzame afspraken over bijvoorbeeld het structureel (en kosteloos) aanleveren van data nodig. En voldoende beschikbare capaciteit en een structureel budget, die beide op dit moment niet beschikbaar zijn. De prioriteit ligt op dit moment bij de beoogde hervormingen. In het najaar geven we aan of we alsnog invulling geven aan de kinderindex.

Eenzelfde weging maken we voor de jongerenindex aangezien we daar nog geen vervangende databron voor gevonden hebben.

het gesprek gevoerd. Zo was er ook tijdens de gesprekstafels van de sociale basis aandacht voor relevante data en werden er door deelnemers onderling onderzoeken gedeeld. Verder krijgt het monitoren van (nieuwe) beleidsinterventies steeds vaker bij aanvang aandacht. Zo wordt er bijvoorbeeld aan de voorkant al gewerkt aan de evaluatie van de tussenvormen van spoor 2 en 5 en wordt er gewerkt aan de monitorcomponent van het project Uitkering inzetten als loon van spoor 4. We zien daarbij ook dat het SWT en Tiem hierin een actieve rol pakken. Dit gaat waarschijnlijk mooie gesprekken en (bij)stuur kansen opleveren voor de nieuwe beleidsinterventies die tot de bewegingen van de Hervormingsagenda gaan leiden. We blijven de komende periode werken aan het inbedden van kwalitatieve en reflexieve monitoring.

Lijn 3: Ontwikkeling kwalitatieve en reflexieve monitoring Zoals in lijn 2 al benoemd werken we aan het inbedden van bestaande monitoren en indexen, hierover wordt steeds vaker

33

mvoortgang

10 Financiën Totaalopgave hervormingsagenda financieel 2021 - 2024 2020 2021 2 Value Case Beschermd Wonen 0,00 0,25 Beschermd thuis 10 Beslag behoedzaamheidsmarge 0,10 t.b.v. Wmo-voorzieningen 3 & 7 Toegang jeugd 0,35 0,35 8 & 9 Passende jeugdhulp/topsegment 0,50 0,95 Besparing 0,85 1,65 Behoedzaamheidsmarge 2,00 1,25

2022 0,50

2023 1,00

2024 1,25

0,70

0,70

0,70

0,35 2,25 3,80 0,80

0,35 2,80 4,85 1,05

0,35 3,40 5,70 1,80

Spoor 2: WMO/ Beschermd wonen Spoor 3: Jeugd Het financieel overzicht 2020 – 2024 zoals vastgesteld in de 1e halfjaarrapportage 2020

Realisatie 2020

samen met de inzet van onze samenwerkingspartners zien wij in 2020 geen toename van het aantal jongeren in de jeugdhulp en is een (nog) grotere overschrijding op jeugdhulp voorkomen. Wel zien we dat voor een aantal jongeren intensievere hulp nodig was. Onze inzet sluit aan op de beweging van de Hervormingsagenda waarbij we juist in de sociale basis op jeugd investeren, waaronder onderwijs, en waarbij we lichtere hulp aanbieden om zwaardere ondersteuning te voorkomen. De coronacrisis en de extra inzet op het voorkomen van uitval van jongeren uit het onderwijs hebben gevolgen voor de uitvoering van de hervormingen die gepland stonden. Mede daardoor is een belangrijk deel van de besparingsopgave niet gerealiseerd. Op de maatregelen dyslexie, BSO+ en de pilots met De Ambelt en De Twijn hebben we wel stappen gezet die resulteren in een gecalculeerde besparingsopbrengst van € 200.000. Dit betekent dat het niet gerealiseerde deel van € 650.000 doorschuift naar 2021 en opgeteld wordt bij de reeds geplande besparing van € 450.000 voor 2021. De coronacrisis duurt echter ook in 2021 nog voort. Wij achten het op dit moment niet realistisch dat de besparingsopgave 2020 én de besparingsopgave van 2021 dit jaar in totaliteit gerealiseerd worden.

Een ander belangrijk aspect is het landelijke AEF-rapport dat een nieuw licht werpt op het realisme van de geplande besparingen voor Jeugd, met name op het onderdeel Passende jeugdhulp/ topsegment.

De opgave voor 2020 was om op toegang Jeugd een besparing van € 0,35 miljoen te realiseren en op passende jeugdhulp/ topsegment een besparing van € 0,50 miljoen. De coronacrisis heeft de voortgang van de geplande hervormingsmaatregelen ernstig belemmerd1. Vanaf maart zijn alle zeilen bijgezet door beleidsmedewerkers, SWT en partners om te zorgen dat in de crisis nog steeds voldoende ondersteuning verleend kon worden aan de Zwolse jeugdigen. Daarnaast hebben we als gemeente, waaronder ook leerplicht samen met onderwijs en jongerenwerk, in 2020 stevig ingezet op het voorkomen van uitval van jongeren uit het onderwijssysteem. In Zwolle is hierdoor – ondanks alle coronamaatregelen – elk kind dat in beeld was, in beeld gebleven, en is er succesvol gestart met het welzijnsprogramma, Lockdown Open up. Hiervoor is landelijke aandacht geweest. Dankzij deze gemeentelijke inzet

Klik hier voor bijlage 2: Analyse AEF-rapport irt Zwolle

De combinatie van beide aspecten vraagt om een herijking van de beoogde besparingen in hoogte en tijd. Om daar een goede inschatting van te maken, hebben we meer zicht nodig op de daadwerkelijke gevolgen van corona en een verdere doorrekening van de conclusies van het AEF-rapport en de consequenties daarvan voor Zwolle. In de Halfjaarrapportage Hervormingsagenda najaar 2021 kunt u hierover een onderbouwde uitwerking van ons verwachten. Vrijwel zeker is dat de jaarschijven gaan opschuiven

1 Zie voor een toelichting op de voortgang Spoor 3 Jeugd: Herstel in het gewone leven.

34

mvoortgang

en dat er dus voor een langere periode een groter beslag moet worden gelegd op de behoedzaamheidsmarge. Mede door het niet realiseren van de besparingsopbrengst van de Hervormingsagenda is er een overschrijding op het budget voor jeugdzorg in 2020. Voor een nadere toelichting hierop verwijzen wij u naar de jaarstukken en de raadsinformatienota van maart 2021 waarin u daarover geïnformeerd bent.

2021 en meerjarig perspectief Spoor 1 Sterke sociale basis Voor opbouwwerk, uitbreiding vrijwilligerssteunpunten en participatietrajecten zijn in 2019 incidentele middelen toegekend om het voorveld een impuls te geven. Deze incidentele middelen zouden volgens de PPN in 2021 halveren en het jaar erop stoppen. Wij zien echter dat deze incidentele middelen nodig zijn om de sociale basis structureel te versterken. Juist de investering in lichte ondersteuning dicht bij de inwoners en gebruik makend van de vrijwillige inzet van Zwollenaren zorgen ervoor dat de sociale basis in staat wordt gesteld om zwaardere inzet te voorkomen. Daarom achten wij het noodzakelijk dat deze incidentele middelen worden omgezet naar structureel. Zoals afgesproken gebruiken wij de tijd tot het najaarsmoment om te onderzoeken of we met de inzet van genoemde middelen nog meer resultaat kunnen bereiken dan we nu doen, door bijvoorbeeld slimme coalities te stimuleren en een betere beschrijving van de beoogde resultaten te formuleren voor de subsidies vanaf 2022.

Hervormingsagenda najaar 2021 zal op basis van de werkelijke ex-post uitname de besparingsopgave van de value case Beschermd Wonen – Beschermd Thuis opnieuw worden berekend. Ook de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor Beschermd Wonen en de doorcentralisatie van het regionaal budget naar de individuele gemeenten heeft landelijk vertraging opgelopen. De invoering is uitgesteld tot 2023. Bij de Halfjaarrapportage Hervormingsagenda najaar 2021 brengen we in beeld wat hiervan het gevolg is voor de besparingsopgave per jaarschijf. Aannemelijk is dat de jaarschijven van de beoogde besparing gaan opschuiven. Tevens zullen we de komende tijd berekenen of de eerder aangekondigde besparing bij het aanzienlijk kleiner worden van het totale budget door de verhoogde Wlz-uitname nog in verhouding is.

Value Case Beschermd Wonen – Beschermd Thuis De herindicatie van de cliënten Beschermd Wonen voor de overgang naar de Wlz is in 2020 vertraagd. Aanvankelijk zou deze operatie per 1 januari 2021 zijn afgerond, maar door achterstanden bij het CIZ loopt dit nog door tot 1 juli 2021. In de septembercirculaire 2021 horen gemeenten wat hiervoor de ex-post uitname uit het budget voor Beschermd Wonen wordt. Pas dan is ook het nieuwe regionale budget voor Beschermd Wonen bekend. Ex-ante is het regionale budget in 2021 met ongeveer 25% hiervoor gekort. Op basis van tussentijdse gegevens verwachten wij echter dat het budget uiteindelijk met ongeveer de 40% zal worden gekort. Dit heeft gevolgen voor de value case Beschermd Wonen. Een geringer budget betekent dat de besparingsmogelijkheden ook kleiner worden. In de Halfjaarrapportage

35

mvoortgang

Behoedzaamheidsmarge We gaven in vorige rapportages aan dat de besparing op hulpmiddelen voorlopig ten laste komt van de behoedzaamheidsmarge aangezien deze niet in de inhoudelijke lijn van de Hervormingsagenda past. Ook gaven wij aan nieuwe mogelijkheden te onderzoeken voor het alsnog besparen van deze € 0,7 mln. Wij hebben nog geen alternatief gevonden en verwachten die ook niet op korte termijn te vinden. Onder de huidige corona-omstandigheden moeten we al flink aan de slag om de beoogde besparingen te realiseren. Zodra wij wel alternatieven zien, zullen wij dit direct aangeven in de rapportage of een separaat schrijven aan de raad. Verder heeft de Raad bij de begroting 2021 besloten om de behoedzaamheidsmarge (in basis) met ingang van 2024 te verlagen van 2,5 naar 1,5 mln. Flexibel schuiven voor de hervorming We kijken intern hoe de systematiek van financiën de gewenste hervormingen binnen het sociaal domein beter kunnen ondersteunen. We zullen u als raad meenemen en uw input gebruiken om tot een verdere uitwerking te komen.

36

mvoortgang

11 Risicoprofielen Het risicomanagement van de Hervormingsagenda vindt plaats in de context van het risicomanagement van het sociaal domein als geheel. Het risicomanagement is met name gericht op financiële risico’s, de methoden en instrumenten om deze te beheersen en op het onderhouden van een risicoregister in de vorm van een risicomatrix die 2 keer per jaar wordt geactualiseerd. De risico’s in het sociaal domein worden in de risicomatrix gescoord naar 4 onderdelen: • toegang / open einderegelingen • verantwoording door derden • (onvoorspelbare) ontwikkeling van de rijksbudgetten • overige waaronder de risico’s als gevolg van de coronacrisis De scores leiden tot een kwalitatieve weging van het risico naar hoog, midden en laag en tevens vindt een kwantitatieve bepaling van de omvang van de risico’s in euro’s plaats. Het risicoprofiel van de Hervormingsagenda is uitgesplitst naar de 5 sporen. Dit is een verbijzondering van het bestaande risicomanagement in het sociaal domein. De komende jaren zal dit risicomanagement verder worden ontwikkeld door het invoeren van expertteams en het inrichten van het risicomanagementproces volgens de ISO 31000 standaard. Risicoprofiel spoor 1: Sterke sociale basis Bij dit spoor gaat het vrijwel uitsluitend om gesubsidieerde activiteiten uit eigen middelen zowel nu als ook na de hervorming.

De toegang tot deze activiteiten wordt gereguleerd op basis van het beschikbare budget. Voor dit spoor is geen besparingsdoel gesteld en het financieel risico voor dit spoor is laag. De vorderingen binnen dit spoor zijn wel randvoorwaardelijk om de besparingen in de andere

sporen te kunnen realiseren. Het feit dat de sociale basis deels middels incidentele subsidies wordt gefinancierd die eind van dit jaar aflopen, leidt op de korte termijn tot een risico voor de continuïteit van (een deel van) de sociale basis en daarmee tot een risico voor het realiseren van de besparingen binnen de Hervormingsagenda. Risicoprofiel spoor 2 Wmo: Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis Beschermd Wonen is een gesubsidieerde activiteit met een subsidieplafond. De toegang tot Beschermd Wonen (aantal beschikbare plekken) wordt gereguleerd op basis van het beschikbare budget. Voor dit spoor is een besparingsdoel gesteld oplopend naar € 1,25 mln. in 2024 gebaseerd op de omzetting van 90 plekken Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis. De ontwikkeling van het rijksbudget als gevolg van de uitname voor de Wlz, de herijking en doordecentralisatie van de middelen en de verplichting tot samenwerking in de regio maakt het ongewis of het te realiseren besparingsdoel ook haalbaar is. Voorlopige uitkomsten laten zien dat door de uitname van de Wlz het budget voor Beschermd Wonen zal afnemen met ongeveer 40% en dat door de herijking het regionale budget nog eens met 20% zal worden gekort (in een periode van tien jaar). Het financieel risico en het risico dat het besparingsdoel als gevolg daarvan niet volledig wordt gerealiseerd voor dit spoor is hoog.

Voldoende beschikbaarheid van passende woonruimten, financiering voor nieuwe woonzorg vormen en de beperkingen die het rijksbeleid ons oplegt, zijn extra uitdagingen en risico’s om voldoende plekken voor Beschermd Thuis te realiseren. Wel zijn de kosten van Beschermd Thuis aantoonbaar lager dan bij Beschermd Wonen.

Risicoprofiel spoor 3 Jeugd: Herstel in het gewone leven De activiteiten die de gemeente uitvoert in het kader van de Jeugdwet worden voor een groot deel beïnvloed door het open einde karakter van de Jeugdwet, waarbij de toegang voor een belangrijk deel ligt bij de door de Jeugdwet aangewezen verwijzers (huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen GGD, gecertificeerde instellingen en rechters). Voor dit spoor is een besparingsdoel gesteld oplopend naar € 3,75 mln. in 2024. Het is vanuit financieel oogpunt uitermate lastig inzichtelijk te maken of de investeringen in de sociale basis en de samenwerking met het onderwijs (waaronder vroegsignalering) ook leiden tot besparingen door een lager beroep op duurdere jeugdzorg. Tevens vertroebelen autonome ontwikkelingen zoals de ontwikkeling van de zorgvraag en de stijging van de tarieven het financiële beeld. Mede als gevolg van de coronacrisis is het besparingsdoel in 2020 niet gerealiseerd. Gestegen jeugdzorgkosten als gevolg van de coronacrisis vertroebelen het beeld. Daarnaast heeft de uitvoering van de maatregelen door de crisis vertraging opgelopen waardoor het besparingsdoel in de tijd naar achteren schuift. Tevens is uit eigen ervaring en uit extern onderzoek gebleken dat het besparingsdoel van de genomen maatregelen te hoog is ingeschat.

Dit betekent dat het besparingsdoel voor de bestaande maatregelen moet worden bijgesteld en dat er nieuwe maatregelen worden genomen. Dit leidt tot verdere vertraging. Het financieel risico en het risico dat het besparingsdoel niet volledig wordt gerealiseerd, is voor dit spoor hoog. Risicoprofiel spoor 4 Participatie: Potentie verzilveren Het participatiebudget bestaat uit een budget voor bijstandsuitgaven en een budget voor participatie en reintegratie activiteiten. Het budget voor bijstandsuitgaven

37

mvoortgang

wordt door het Rijk gefinancierd vanuit een specifiek uitkering, de BUIG. Het budget voor participatie en reintegratie activiteiten is onderdeel van de algemene uitkering. Hoewel er voor dit spoor geen besparingsdoel is gesteld is dit spoor randvoorwaardelijk voor het realiseren van de financiële besparingen in de andere sporen. Door de toename van het aantal bijstandsgerechtigden zien we een risico omdat met dezelfde mensen en middelen meer inwoners bediend moeten worden. Dat kan ook voor een afname in kwantiteit of kwaliteit zorgen omdat hetzelfde aantal adviseurs meer mensen naar werk moet begeleiden. Risicoprofiel Spoor 5: Wonen als sleutelfactor Voor dit spoor is geen besparingsdoel gesteld. Het doel is om woonvragen en zorgvragen zoveel als mogelijk met elkaar in balans te brengen zodat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Hoewel er voor dit spoor geen besparingsdoel is gesteld is dit spoor essentieel voor het realiseren van de financiële besparingen in de andere sporen.

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=6c6edd64-d6a4-4ff4-9893-2d00c1a2ec87