Halfjaarrapportage HVA 2e helft 2021
Tekst van het document
25
mvoortgang
Toegankelijke aangepaste woningen voor ouderen In juni 2021 is het onderzoek naar de toekomstige huisvestingsopgave voor senioren met en zonder zorgvraag gestart door adviesbureau Companen. Inmiddels is de rapportage naar deze seniorenhuisvestingsopgave afgerond. In het eerste kwartaal van 2022 zullen de resultaten worden gedeeld met betrokkenen en de beschreven scenario’s uit het rapport zullen leiden tot een onderbouwd voorkeursscenario. Het rapport zal daarna ter besluitvorming en informatie aan college en raad worden voorgelegd. Een deel van deze opgave zal in de vorm van een addendum worden gekoppeld aan de jaarschijf 2023 van de prestatieafspraken tussen woningcorporaties, huurdersverenigingen en gemeente van 2023. De ouderenindex die inzichtelijk maakt wat risico- en beschermende factoren zijn om langer zelfstandig te wonen is in 2021 grotendeels vormgegeven. De verwachting is dat de eerste resultaten in 2022 zullen worden opgeleverd. WMO-woningen Het WMO-convenant, waarin de gemeente en woningcorporaties afspraken maken over beschikbaarheid en toegankelijkheid van woningen voor de Wmo doelgroep, is in het najaar van 2021 vastgesteld door het college. Huisvesting voor niet studerende jongeren Betaalbare huisvesting voor niet-studerende jongeren is een urgent complex vraagstuk. Gezamenlijk met de corporaties worden op projectniveau nieuwe initiatieven ontwikkeld.
In de tweede helft van 2021 is gewerkt aan de initiatieven Goeie Buur en ‘In the box woningen’ (de transformatie van garageboxen naar studio’s). Om op grotere schaal betaalbare woningen voor deze doelgroep toe te voegen, wordt gezamenlijk verkend hoe extra woningen voor jongeren beschikbaar gesteld kunnen worden, in de huidige woningvoorraad en mogelijk in nieuwbouw. Complicerende factoren hierbij zijn de woningmarktcrisis en de toenemende bouwkosten waardoor de betaalbaarheid onder druk staat. Talentenplein (Community 4.2) waar jongvolwassenen met een lichte ondersteuningsvraag wonen en ambulante begeleiding ontvangen is een groot succes, bleek uit de gezamenlijke evaluatie met deelnemers en partijen. Wij zijn daarom op zoek naar een tweede locatie voor dit gemengd wonen project.
In de pilot wooncoach van Openbaar Belang en MEE zijn tien woningen beschikbaar gesteld voor cliënten die willen uitstromen uit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of die bankhoppen. Voorwaarde is dat zij ondersteuning bij de woonvaardigheden van een wooncoach accepteren. Alle tien woningen zijn vergeven in 2021. Er zijn veel jongeren die deelnemen aan de pilot en uit een eerste evaluatie blijkt dat vrijwel alle deelnemers onvoldoende zijn voorbereid op het zelfstandig wonen, wat betreft woonvaardigheden en financieel inzicht. DeltaWonen en SWZ hebben ook interesse in de wooncoach. Verkennende gesprekken over uitbreiding en verbreding van de pilot zijn gestart in de tweede helft van 2021 en zullen leiden tot een doorontwikkeling van het product en de pilot in het eerste half jaar van 2022. Flexwonen Samen met het fysiek domein verkennen we de mogelijkheden voor flexwonen voor o.a. aandachtsgroepen. Er is hiervoor een aanvraag gedaan bij BZK in het kader van de regeling Huisvesting Aandachtsgroepen. Het komende jaar gaan we hier concreet invulling aan geven. De mogelijkheden hiervoor worden verkend.
Passende zorg & ondersteuning Maatschappelijke Opvang De verbouwing van de Herberg, waartoe in september 2021 werd besloten, krijgt steeds meer vorm en wordt volgens planning eind 2022 opgeleverd. Dit zorgt dan voor individuele ruimten voor Herberggasten en er zal 24-uursopvang zijn. Dat is voor het herstel van de Herberggasten een enorme verbetering. We onderzoeken de mogelijkheid om vijf woonunits voor langdurig dakloze mensen op de kavel naast de Herberg te realiseren. Dit is een lang gekoesterde wens van een aantal zorgaanbieders, corporatie en gemeente. Voor de friendswoning ’t Vriendenhuis is een locatie gevonden. Hier kunnen mannen die jarenlang in de nachtopvang verblijven en waarvan uitstroom naar zelfstandig wonen in het verleden niet goed is gegaan, samenwonen met gelijkgestemden. De verwachting is dat de deelnemers vanuit de Herberg in de eerste helft van 2022 kunnen verhuizen naar deze woning. Het proces heeft enige vertraging omdat de huidige cliënten in deze woning wachten om te kunnen verhuizen. “Onder de Pannen” is verkend als optie in de vorm van een franchise constructie met de Regenbooggroep in Amsterdam. “Onder de Pannen” is een project waarmee mensen die een
26
mvoortgang
slaapkamer over hebben, deze legaal kunnen verhuren aan een stadsgenoot die dringend op zoek is naar woonruimte. In de tweede helft van 2021 is hierover positief besloten door het college en een plan van aanpak gepresenteerd door de Regenbooggroep. Voor de Regenbooggroep heeft het uitrollen van de franchise constructie meer voeten in aarde dan verwacht, vandaar dat het plan van aanpak nog niet is uitgevoerd.
Uitstroom beschermd wonen en voorkomen instroom beschermd wonen Op de wachtlijst van beschermd/begeleid wonen staan veel jongeren met autisme. Voor deze doelgroep is onvoldoende aanbod op dit gebied. Naast mogelijkheden op het gebied van begeleid wonen, wordt ook onderzocht of er woonconcepten op het gebied van beschermd thuis wonen goed aansluiten. Dit levert ook een bijdrage aan het bevorderen van de doorstroom op het gebied van beschermd wonen.
Housing First Jongeren is gestart en de eerste jongeren worden begeleid volgens deze methodiek.
Monitoring vernieuwende woonzorgconcepten Wij vinden het heel belangrijk om de verschillende vernieuwende woonzorgconcepten goed te kunnen monitoren en evalueren. Hiervoor is een online tool ontwikkeld die bestaat uit vragenlijsten voor (ex)deelnemers, begeleiders en organisatie. Doel is om de werkzame bestanddelen van een vernieuwend woonzorgconcept te definiëren, te leren van ervaringen en op basis van deze monitoring keuzes te kunnen maken over het al dan niet toevoegen van deze vernieuwende woonzorgconcepten aan het bestaande reguliere aanbod. De online tool is klaar voor gebruik en zal begin 2022 worden uitgezet onder de betrokkenen.
In de prestatieafspraken van 2021 is afgesproken dat Studentenhuisvesting SSH en de gemeente de mogelijkheden verkennen of het Project Goeie Buur, zoals in Utrecht, ook in Zwolle gerealiseerd kan worden. Een projectgroep is hiermee aan de slag gegaan, wat geleid heeft tot daadwerkelijke realisatie. Eind 2021 is de samenwerkingsovereenkomst getekend. Dit betekent dat jongeren die uitstromen uit jeugdzorg, Pleegzorg en Maatschappelijke Opvang een kamer kunnen krijgen bij SSH en een goeie buur als maatje krijgen. Tevens ontvangen zij voor een korte periode ondersteuning van hun huidige begeleider of van het SWT. In samenwerking met spoor 3 jeugd is gestart met een verkenning van het realiseren van een parentshouse. Door het bieden van tijdelijke woonruimte waarbij beide ouders in de buurt van hun kinderen kunnen wonen wordt zo bijgedragen aan het welzijn van kinderen in een scheidingsperiode. Goeie Buur uitgelicht Met de aanpak Goeie Buur huisvesten we jongeren tussen de 18 en 27 jaar die o.a. uitstromen uit de maatschappelijke opvang. De jongeren hebben vóór hun verhuizing naar een kamer van SSH (studentenhuisvesting) in een pleeggezin of jeugdinstantie gewoond of zijn dak- of thuisloos geweest. Een tijd die tot het verleden behoort: de tijd voor een nieuw begin is aangebroken.
De jongeren die bij SSH komen wonen zijn helemaal klaar voor de volgende stap: zelfstandig wonen! Naast de kamer stelt SSH ook een goeie buur beschikbaar. Deze huisgenoot/ complexgenoot is een eerste aanspreekpunt voor de jongere. In januari is Goeie Buur, naast Utrecht, ook in Zwolle gestart. Nadat SSH bewoners heeft geïnformeerd over de aanpak, kwamen direct enthousiaste reacties. Dit heeft een kamer op de Rijnlaan opgeleverd. Na de kennismaking bleken beide partijen enthousiast en is een van de buren aan de jongere gekoppeld. De beheerder van SSH houdt contact met de jongere en de goeie buur. Na 6 maanden volgt er een evaluatiegesprek.
Wonen en zorg in gebiedsontwikkelingen Voor 2021 was het een speerpunt wonen en zorg ingebed te laten zijn in gebiedsontwikkelingen. Inmiddels maakt wonen en zorg steeds vaker aan de voorkant onderdeel uit van gebiedsontwikkelingen. Voor vrijwel alle gebiedsontwikkellocaties zijn de mogelijkheden en wensen voor het programma wonen en zorg in kaart gebracht. Medewerkers van het fysiek en sociaal domein weten elkaar steeds beter te vinden en trekken samen op in deze opgave die verdere invulling krijgt onder het programma Wonen en zorg. Voor het komende jaar is het de uitdaging dit ook procesmatig goed te borgen. Time-out voorzieningen In de stadsgesprekken met cliënten, ervaringsdeskundigen, zorgorganisaties en vrijwilligersorganisaties is de wens van time out plekken aangegeven. In het eerste kwartaal van 2022 zal samen met de genoemde partners nader worden verkend wat hierin de wensen en mogelijkheden zijn. Ook de wens van inloopvoorzieningen buiten kantoortijden zal hierin worden meegenomen.
27
mvoortgang
Spoor 6 Eén gezin, één plan 28
mvoortgang
7 Spoor 6 Eén gezin, één plan Ontwikkelingen
Het SWT is in veel gevallen de spin in het web van integrale samenwerking. Ze doen een brede uitvraag op meerdere levensdomeinen, voeren regie en hebben goede contacten met andere relevante ondersteuners als scholen en huisartsen. Ook in beleid en contracten worden afstemming en samenwerking inmiddels opgenomen als criteria om tot goede resultaten te komen voor onze inwoners. Toch zien wij nog steeds ruimte voor verbetering en daarom zijn wij samen met het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) bezig met een aanpak gericht op het verbeteren van de integrale werkwijze voor Zwolse gezinnen met multiproblematiek. Daarnaast is binnen spoor 3, op bovenregionaal niveau, het project Gezinsinterventies uitgevoerd waarin ook een aantal cases worden doorgelicht aan de hand van de ‘doorbraakmethode’. Samen met de regio Twente hebben we deze werkwijze geborgd in een Expertisenetwerk Jeugd Overijssel, dat nu wordt voorgezeten door het IPW. Naast doorbraken in individuele, complexe casuïstiek levert dit ook geleerde lessen op die via het Netwerk Samen Leren en Ontwikkelen worden gedeeld met de gemeenten en aanbieders en input leveren voor een aanpak gericht op het verbeteren van de integrale werkwijze voor Zwolse gezinnen met multiproblematiek. Ook zetten wij stappen als het gaat om een integraal aanbod bij complexe scheidingsproblematiek.
Wij constateren dat er een ruim aanbod (jeugd)hulp beschikbaar is voor kinderen na een scheiding, maar dat het aanbod bij zeer complexe problematiek ontoereikend is. Het gaat dan om hoog specialistisch, weinig voorkomende vragen en een hierbij passend aanbod. Gebundelde multidisciplinaire expertise waar in samenhang zaken opgepakt kunnen worden, wordt nog gemist. Het gaat om integrale aanpak binnen een gezin en wat hierbij nodig is voor zowel de kinderen als de ouders. Met deze integrale gezinsaanpak willen wij de instroom in de jeugdhulp beperken. De komende periode worden afspraken gemaakt/vindt inkoop plaats van deze vorm van integraal aanbod.
Update voortgang
Het IPW heeft de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met mensen die veel samenhangende problemen tegelijkertijd hebben. Op basis van die ervaring heeft het IPW een werkwijze ontwikkeld; de Doorbraakmethode. Deze methode gaat ervan uit dat daar waar sprake is van
een samenloop van bestaansonzekerheid, door bijvoorbeeld woon- en geldproblemen, met psychische- en opvoedproblemen, er ook een probleem van heel andere orde om de hoek komt kijken; een bureaucratisch of organisatorisch probleem waardoor mensen kampen met een stapeling van problemen, die elkaar in een noodlottige omhelzing houden. In Zwolle zijn we gestart met vijftien huishoudens die hun eigen meest logische maatwerkplan maken. Om te komen tot een selectie van vijftien huishoudens was de verwachting dat er geput kon worden uit data en de combinatie tussen verschillende databestanden (Wmo, Jeugd, Wgs, Zvw). Dit bleek in de praktijk lastig als gevolg van privacyvraagstukken. Hierdoor was het uitdagend om casussen te vinden die vanuit meervoudige/complexe problematiek geschikt waren voor deze aanpak. Dit gegeven wordt als leerpunt meegenomen voor verdere uitwerking in Zwolle. Van de vijftien aanmeldingen zijn zes casussen inmiddels helemaal uitgewerkt en afgehandeld vanuit de doorbraakmethode. Het wijkteam gaat met deze casussen verder. De andere gezinnen zitten nog in het proces om te komen tot een maatwerkplan. Naast het opzetten van maatwerkplannen voor 15 gezinnen, willen we ook dat de ervaringen die we hiermee opdoen een structurele bijdrage leveren aan onze manier van werken. Daarom bespreken we casuïstiek en reflecteren daarop met betrokkenen.
Het bespreken van casuïstiek is een goede manier om samen te verkennen wat er in Zwolle nodig is om maatwerk zo structureel mogelijk te maken in een integrale gezinsbenadering. In dit kader zijn er twee bootcamps (digitaal) georganiseerd met wijkteammedewerkers en ketenpartners (jeugdbescherming, jeugdggz, Karakter). Met deze dertig mensen zijn we dieper ingegaan op de theorie achter de Doorbraakmethode aan de hand van een praktijkvoorbeeld. Doel: kennismaken met de methode en meer integreren in denken en handelen. Dit werd positief ontvangen door de deelnemers.
Korte vooruitblik
We willen aan het einde van het traject samen met de professionals, beleidsmakers, uitvoeringsmanagers en bestuurders van de gemeente, reflecteren op wat het geleerde betekent voor het sociaal domein in Zwolle met het oog op ‘één gezin, één plan’ en hoe Zwolle de komende jaren hierin kan doorontwikkelen. Hiertoe zijn de komende periode in maart en
29
mvoortgang
Context
Een alleenstaande moeder van 40 jaar heeft een minderjarige zoon van 14 en een meerderjarige uitwonende zoon van 25 jaar oud. Vader is niet in beeld. Moeder heeft een bijstandsuitkering en heeft bewindvoering. Vanuit haar uitkering doet ze haar best om zich in te zetten voor vrijwilligerswerk. Moeder heeft een reclasseringstraject waarbij traumabehandeling als voorwaarde werd gesteld. Ze wilde deze behandeling zelf ook graag volgen, maar de behandelaar kon haar pas helpen als ze de thuissituatie op orde had. Die gaf namelijk te veel stress om een effectieve behandeling te kunnen volgen. Moeder baalde ontzettend, omdat ze ook slecht sliep vanwege de trauma’s. Daarnaast voelde moeder veel druk om aan de gestelde voorwaarde van de reclassering te voldoen. Ze wilde dus graag met de behandeling aan de slag, maar het lukte niet om de thuissituatie op orde te krijgen.
april twee ontwikkelsessies gepland met uitvoering en beleid. Daarnaast is er eind juni een reflectiesessie gepland met uitvoering, beleid en bestuur. Daarbij gaan we dieper in op de uitdagingen die we gezien hebben en hoe daar sociaal domeinbreed (en verder) van geleerd kan worden. Tot slot gaan we de komende periode een aantal klantreizen uitwerken binnen de opgepakte casuïstiek. Daarbij wordt ingezoomd op de afgelegde “reis” van de inwoner vanaf een X aantal maanden voorafgaand aan de doorbraak. Het doel daarvan is inzichtelijk maken op welke wijze het contact tussen inwoner en gemeente/wijkteam tot stand is gekomen om te komen tot een goede beantwoording van de hulpvraag. De inzichten hierover zullen gebruikt worden voor de organisatieontwikkeling van het Sociaal Wijkteam.
Die thuissituatie was erg rommelig; overal spullen, niet hygiënisch, uitgeleefde vloer, verzakt bed en versleten meubels. Ook het onderhoud van de voor- en achtertuin liet te wensen over, waardoor buren hierover - en over geluidsoverlast - klaagden bij de woningbouw. Haar minderjarige zoon kreeg professionele jeugdhulp, wat in de thuissituatie niet goed van de grond kwam vanwege de onrust. De doorbraak De (eerste) oplossing, ofwel doorbraak, was voor dit huishouden dat de thuissituatie praktisch gezien op orde kwam. We hebben een afvalcontainer laten komen om (veel) afval af te voeren en we hebben het noodzakelijke laminaat opnieuw besteld. Met het oog op duurzaamheid is er nu thuisondersteuning om te zorgen dat de situatie niet opnieuw verslechtert. Deze doorbraak geeft moeder rust om vanuit een goede basis te starten met de behandeling en beter beschikbaar te zijn voor haar gezin. Inmiddels is moeder nu gemotiveerd aan de slag om haar woning op te knappen en haar netwerk in te zetten. De les Het valt bij deze casus op dat de verschillende betrokken partijen (reclassering, behandelaar, jeugdhulpaanbieder) niet het mandaat hebben om de basis thuis op orde te krijgen, terwijl dit wel essentieel is voor bijvoorbeeld goede behandeling.
Bijzondere bijstand zou deze kosten niet of niet volledig vergoeden omdat ze niet worden aangemerkt als ‘noodzakelijke kosten’, terwijl ze wel bijdragen aan een effectievere integrale gezinsbenadering. Het huishouden kan de kosten niet zelf dragen vanwege inkomen aan de bijstandsnorm en bewindvoering. 30
mvoortgang
8
Communicatie
De talrijke gesprekken met de stad in de eerste helft van 2021 over de inhoudelijke bewegingen in de sporen, hebben in de tweede helft geleid tot de bestuurlijke vaststelling van meerdere stukken die hieruit zijn voortgekomen. Dit geldt o.a. voor het lokaal uitvoeringsplan voor de beweging van beschermd wonen naar beschermd thuis en het programma Wonen en zorg. We hebben in het afgelopen halfjaar weer twee keer een pagina in de Peperbus/Swollenaer uitgegeven waarin tal van onderwerpen aan de orde zijn gekomen. Zo hebben we een groot artikel gehad over de Sociale Coöperatie. Inwoners uit de gemeente Zwolle met een bijstandsuitkering kunnen bij de Sociale Coöperatie het ondernemerschap uitproberen. Ook hebben we aandacht besteed aan Startbaan, waarbij inwoners, die twee jaar of langer in de bijstand zitten, direct aan de slag kunnen met de Startbaan. Op de pagina van december hebben we een terugblik gegeven op het afgelopen jaar. Daarnaast stond er een groot artikel in over het Mantelzorger zijn met een verwijzing naar Zwolledoet en het steunpunt Mantelzorg. Naast de pagina Leven in Zwolle hebben we ook op andere manieren de hervormingsagenda voor het voetlicht gebracht. Bijvoorbeeld op LinkedIn waarbij we ons met name op professionals hebben gericht en mooie verhalen hebben gedeeld. Over bijzondere woonconcepten, maar ook over het project Goeie buur (zie spoor 5).
Ook hebben we aandacht geschonken aan het feit dat de gemeente 1 miljoen extra investeert in woningen voor kwetsbare inwoners. In het komende jaar staat de vraag centraal: Wat betekent de hervormingsagenda voor jou? De hervormingsagenda als programma communiceren, is voor veel inwoners een ver-vanmijn-bed-show. Daarom laten we zien wat de bewegingen voor impact hebben aan de hand van concrete projecten en wat die voor inwoners kunnen betekenen. Dat kunnen grote verhalen zijn, maar ook heel klein. We zullen daarbij niet meer gebruik maken van de pagina’s in de krant, omdat we denken dat door de inzet van meer social media en andere kanalen ons bereik groter is. Berichten met nieuwswaarde zullen via de reguliere route in de plaatselijke kranten blijven verschijnen.
31
mvoortgang
9
Monitoring
In dit hoofdstuk gaan we in op de voortgang van de monitoring en de ingezette processen en manieren waarop we de sporen inrichten zodat we op het moment dat een beweging op gang komt, deze kunnen volgen. Dit gebeurt dus niet alleen d.m.v. cijfermatige data, maar veelal ook door gesprekscycli waarin informatie met partners en inwoners gedeeld en opgehaald wordt. Lijn 1: Ontwikkeling monitoring sociaal domein gericht op bedrijfsvoering In de vorige halfjaarrapportage gaven we aan dat in het eerste halfjaar van 2021 het project Verbetering Sturingsinformatie jeugdzorg gemeente Zwolle was gestart. De probleemanalyse is in 2021 afgerond en de bevindingen gaan in 2022 geïmplementeerd worden. Hierbij wordt de verbinding gezocht met het organisatiebrede programma Datagedreven Werken vanuit de afdeling Informatievoorziening. Lijn 2: Beter gebruik en verdere ontwikkeling bestaande monitoren en indexen Binnen spoor 2 heeft opnieuw een analyse plaatsgevonden van de wachtlijst voor beschermd wonen op basis waarvan acties zijn uitgezet. In spoor 3 en spoor 4 blijven we in samenwerking met de uitvoering formats en valuecases ontwikkelen waarmee we interventies kunnen volgen. Het gaat daarbij niet om het ontwikkelen van een monitor of dashboard, maar om structureel aan de voorkant nadenken, afspraken maken en registreren welke informatie nodig is om een interventie te kunnen evalueren.
Lijn 3: Ontwikkeling kwalitatieve en reflexieve monitoring Waar het bij lijn 2 veel al gaat over monitoren, indexen en onderzoeken gaat het volgen van de beweging van de Hervormingsagenda grotendeels om het goede gesprek met partners en inwoners. In de eerste helft van 2021 zagen we dit terug in de gesprekken vanuit spoor 2 en 5, de gesprekstafels van spoor 1 en het samen ontwikkelen van projecten met de uitvoering in spoor 3 en 4. Het gezamenlijk ontwikkelen van projecten en programma’s in spoor 3 en 4 gaat onverminderd door. Zo is er een opzet bedacht voor een valuecase voor het relatie- en scheidingsteam met partners uit het veld en is samen met het team een format opgesteld om een aantal indicatoren te registreren. Verder is in de tweede helft van 2021 samen met partners gekeken hoe de gesprekstafels van spoor 1 doorontwikkeld kunnen worden. Hoewel we momenteel nog veel aan de voorkant zitten, en dus nog niet altijd over een cyclus kunnen spreken, zijn we wel constant vanaf het begin met de uitvoering en partners aan het kijken hoe we later in gezamenlijkheid kunnen zien, meten en bespreken of een interventie heeft gewerkt.
In spoor 5 wordt u verder geïnformeerd over de ontwikkelde online tool, bestaande uit een digitale vragenlijst die gaat helpen bij de evaluaties en ontwikkeling van de vernieuwende woon-zorgconcepten. Ook is in 2021 gewerkt aan een ouderenindex die inzichtelijk maakt wat risico- en beschermende factoren zijn om langer zelfstandig te wonen. De verwachting is dat de eerste resultaten in 2022 zullen worden opgeleverd. Verder wordt bij meerdere sporen genoemd dat er de komende tijd gefocust gaat worden op de landing in de wijk en het belang van draagkracht (en draaglast) in wijken. In 2022 wordt verder gekeken hoe de bestaande indexen, dashboards, Whize profielen, het Buurt-voor-Buurt Onderzoek en andere lokale bronnen hier een bijdrage aan kunnen leveren.
32
mvoortgang
10 Financiën Financieel overzicht totaalopgave Hervormingsagenda 2021 – 2024 (in miljoenen) 2022 2023 1a Lokale teams verlenen jeugdzorg 0,05 0,07 1b Toegang dyslexiezorg 0 0,20 1c BSO+ 0,03 0,05 1d Pilot Ambelt/ Samen voor een stevige basis 0 0,03 Totaal nog te realiseren besparing 0,08 0,35
2024 0,07 0,20 0,05 0,03 0,35
De in de ‘Halfjaarrapportage Hervormingsagenda 1e helft 2021’ voorgestelde aanpassingen ten aanzien van de te realiseren besparingen zijn definitief verwerkt in de begroting 2022. Na aanpassingen resteert nog bovenstaande opgave. Het betreffen allemaal interventies uit spoor 3 Jeugd: Herstel in het gewone leven In de volgende halfjaarrapportage zal nader worden ingegaan op de realisatie van de jaarschijf 2022. De nog te realiseren besparingen zijn relatief beperkt. De opgave binnen de Hervormingsagenda blijft om zorg en ondersteuning in de volle breedte zo adequaat en zo efficiënt mogelijk te organiseren. De focus ligt daarbij op het verschuiven van zwaardere en duurdere vormen van zorg naar lichtere vormen van zorg en preventie in de sociale basis. Nieuwe potentiële baten worden niet van tevoren in de begroting ingeboekt maar zijn in veel gevallen noodzakelijk om zorg en ondersteuning betaalbaar te houden. Dit gezien de verwachte toename (gebaseerd op de trendcijfers van de afgelopen jaren) van de vraag in verhouding tot de beschikbare middelen. Aan de andere kant brengt het in gang zetten van de hervormingen vaak startkosten met zich mee die pas op een later moment tot baten leiden. Om het potentieel aan kosten en baten van de hervormingen in beeld te brengen en goed te kunnen volgen, zijn valuecases opgesteld.
Met de valuecase-methode brengen wij zo objectief mogelijk de baten en kosten van alle partijen in de keten in beeld en stemmen wij de doelen op elkaar af om zo te komen tot gedragen investeringsbeslissingen. Voor de hervormingen ‘Beschermd wonen naar beschermd thuis’, ‘Relatie- en scheidingsteam’ en ‘Samen voor een stevige basis’ zijn valuecases opgesteld. Op basis van deze valuecases wordt gemonitord hoe de (maatschappelijke) baten en kosten zich tot elkaar verhouden. Voor de Proeftuin ‘Samenspel in de wijk’ wordt nog een valuecase opgesteld.
De hervorming mogelijk maken De afgelopen periode zijn systeembelemmeringen in beeld gebracht die de hervorming in de weg staan. Een aantal van deze systeembelemmeringen hebben betrekking op de financiële systemen. Een voorbeeld is dat goedkopere preventieve zorg in de sociale basis gebudgetteerd wordt gefinancierd, veelal met subsidies, terwijl duurdere gespecialiseerde zorg op basis van prijs x hoeveelheid (pxq) wordt afgerekend. Gevolg van deze systematiek is dat goedkopere oplossingen in de sociale basis of uitgevoerd door het Sociaal Wjjkteam financieel soms niet mogelijk zijn door het gelimiteerde budget waardoor de kosten verschuiven naar de duurdere p x q gefinancierde zorg waar sprake is van open-einde financiering. Dit is een beweging die we juist niet willen maken. Een andere ervaren belemmering is dat de huidige begrotingsindeling van het sociaal domein niet goed aansluit bij de bewegingen van de hervormingen. We willen lichte vormen van zorg en preventieve zorg snel en eenvoudig kunnen inzetten om zo uitgaven ten laste van de budgetten voor duurdere gespecialiseerde zorg te voorkomen. Nu zijn deze budgetten nog verdeeld over verschillende programma’s waardoor eerst een vaak tijdrovende begrotingswijziging noodzakelijk is, om de budgetten te kunnen verschuiven.
We streven naar een her allocatie van budgetten om de gelden daar in te zetten waar de meest passende oplossing voor de inwoner is, door bijvoorbeeld een andere indeling van programma’s en doelen of aanpassingen in de financiële systematiek. We kijken daarbij zo veel mogelijk naar oplossingen binnen de bestaande regelgeving. We willen onze eigen begroting de beweging die wij nu en in de komende jaren willen maken laten ondersteunen. Landelijke hervormingsagenda Jeugd Landelijk wordt gewerkt aan een hervormingsagenda Jeugd. Deze landelijke hervormingsagenda heeft twee doelen, die nadrukkelijk aan elkaar zijn gekoppeld: Betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is en een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel. Aan de realisatie van de landelijke hervormingsagenda is een fikse besparingsopgave gekoppeld van landelijk € 500 mln waar op dit moment veel discussie over is. Dit bedrag komt bovenop de eerdere besparing van € 1 miljard. De Landelijke hervormingsagenda jeugd is geen onderdeel van onze lokale hervormingsagenda maar zal zeker van invloed zijn op de realisatie van onze eigen hervormingen.
33
mvoortgang
11 Risicoprofielen Het risicomanagement van de Hervormingsagenda is onderdeel van het risicomanagement van het sociaal domein als geheel. Het risicomanagement is met name gericht op financiële risico’s, de methoden en instrumenten om deze te beheersen en op het onderhouden van een risicoregister in de vorm van een risicomatrix die 2 keer per jaar wordt geactualiseerd. De risico’s in het sociaal domein worden in de risicomatrix gescoord naar 4 onderdelen: • toegang / open einderegelingen • verantwoording door derden • (onvoorspelbare) ontwikkeling van de rijksbudgetten • overige, waaronder de risico’s als gevolg van de coronacrisis De scores leiden tot een kwalitatieve weging van het risico naar hoog, midden en laag. Het risicoprofiel van de Hervormingsagenda is uitgesplitst naar de 5 sporen. Dit is een verbijzondering van het bestaande risicomanagement in het sociaal domein. Risicoprofiel spoor 1: Sterke sociale basis Bij dit spoor gaat het vrijwel altijd om gesubsidieerde activiteiten. De toegang tot deze activiteiten wordt met behulp van subsidieplafonds gereguleerd op basis van het beschikbare budget. Voor dit spoor is geen besparingsdoel gesteld en het financieel risico voor dit spoor is ‘laag’.
De vorderingen binnen dit spoor zijn wel randvoorwaardelijk om de besparingen in de andere sporen te kunnen realiseren.De gewenste hervorming kan leiden tot veranderen in subsidieverlening. Afbouw van subsidierelaties kan leiden tot extra kosten. Een gedeelte van de sociale basis wordt op basis van (meerjarig) incidentele subsidies gefinancierd. Dit leidt op termijn tot een risico voor de continuïteit van (een deel van) de sociale basis en daarmee tot een risico voor het realiseren van de verschuiving naar voren binnen de Hervormingsagenda. Beheersingsmaatregel is: realiseren van duurzame financiering voor investeringen in de sociale basis die leiden tot lagere zorgkosten. Risicoprofiel spoor 2 Wmo: Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis Beschermd wonen is een gesubsidieerde activiteit met een subsidieplafond. De toegang tot beschermd wonen (aantal beschikbare plekken) wordt voor het grootste deel gereguleerd op basis van het beschikbare budget. Gevolg is wel dat er sprake is van een wachtlijst. In 2023 zal beschermd wonen opnieuw worden aanbesteed op basis van inkoopafspraken. De financiering krijgt daarmee meer een open einde karakter. Dit geeft de mogelijkheid om inwoners die voor deze (zware) vorm van zorg geïndiceerdzijn, ook daadwerkelijk de benodigde zorg (zonder
lange wachtlijst) te kunnen verstrekken. Door het uitstel van het woonplaatsbeginsel en daarmee de doordecentralisatie zal er in de meicirculaire 2022 duidelijkheid gegeven worden over de financiën BW in 2023.Het is momenteel nog niet duidelijk wanneer de wijziging in bekostiging(de doordecentralisatie BW) van historisch naar objectief in zal gaan. Eerdere aankondigingen lieten echter zien dat we in Zwolle en in de regio IJssel-Vecht op het moment van de doordecentralisatie rekening moeten houden met een fors lagere rijksbijdrage voor de uitvoering van de taken.De verbreding van het aanbod naar beschermd thuis is om deze reden al noodzakelijk om zo een besparing op de kosten te realiseren. Daarmee zal naar verwachting nog niet het volledige tekort zijn gedekt. Aanvullende maatregelen zullen daarvoor nodig zijn. Voldoende beschikbaarheid van passende woonruimten, financiering voor nieuwe woonzorg vormen en de beperkingen die het rijksbeleid ons oplegt, zijn extra uitdagingen en risico’s om voldoende plekken voor Beschermd Thuis te realiseren. Het risico voor dit spoor blijft ‘hoog’.
Beheersingsmaatregelen zijn: voorkomen wachtlijsten door open einde financiering, financiële tekorten zo veel als mogelijk opvangen door verbreding van het aanbod naar goedkopere zorgvormen van beschermd thuis en in overleg met woningbouwcoöperaties en zorgaanbieders zorgen voor voldoende aanbod van passende woonruimten. Risicoprofiel spoor 3 Jeugd: Herstel in het gewone leven De activiteiten die de gemeente uitvoert in het kader van de Jeugdwet worden voor een groot deel beïnvloed door het open einde karakter van de Jeugdwet, waarbij de toegang voor een belangrijk deel ligt bij de door de Jeugdwet aangewezen verwijzers (huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen GGD, gecertificeerde instellingen en rechters). De vraag naar jeugdzorg en daarmee de druk op het budget blijft onverminderd hoog. Verschillende nieuwe zoekrichtingen voor besparingen en sturingsmogelijkheden worden verkend, maar het is ook wachten op aanpassingen in het landelijke beleid, de aanvang van de uitgestelde landelijke Hervormingsagenda Jeugd en het structureel toekennen van extra middelen voor jeugdzorg. Met het terugbrengen van de besparingen in dit spoor naar een totaal van 0,35 mln., te behalen in 2022 en 2023, is het financiële risico van dit spoor afgenomen naar midden/laag.
Echter blijft het risico buiten de Hervormingsagenda op jeugd hoog door de reeds besloten landelijke besparing van 1 miljard in de komende jaren die het nieuwe kabinet nog eens wil verhogen met 0,5 miljard vanaf 2025. Deze besparingen en de onzekerheden over de maatregelen daaromtrent, kunnen ook van invloed zijn op de beoogde inhoudelijke bewegingen en de bijbehorende besparingen binnen dit spoor. Beheersingsmaatregelen zijn: meer inzetten op preventie door vroegsignalering op scholen en met het relatie - en scheidingsteam, verbeteren
34
mvoortgang
financiële beheersing door inkoop op basis van trajectfinanciering en meer grip op de toegang en toewijzingen door het verbeteren van de sturingsinformatie.
inkomsten en het wegnemen van de belemmeringen in de doorstroom van vrijwilligerswerk en dagbesteding naar werk.
Risicoprofiel spoor 4 Participatie: Potentie verzilveren Het participatiebudget bestaat uit een budget voor bijstandsuitgaven en een budget voor participatie en re-integratie activiteiten. Het budget voor bijstandsuitgaven wordt door het Rijk gefinancierd vanuit een specifiek uitkering, de BUIG. Het budget voor participatie en reintegratie activiteiten is onderdeel van de algemene uitkering. Hoewel er voor dit spoor geen besparingsdoel is gesteld is dit spoor randvoorwaardelijk voor het realiseren van de financiële besparingen in de andere sporen. Beheersingsmaatregelen zijn: realiseren van besparingen op uitkeringen door meer in te zetten op werken met loonkostensubsidies of op basis van partiële
Risicoprofiel Spoor 5: Wonen als sleutelfactor Voor dit spoor is geen besparingsdoel gesteld. Het doel is om woonvragen en zorgvragen zoveel als mogelijk met elkaar in balans te brengen zodat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Hoewel er voor dit spoor geenbesparingsdoel is gesteld is dit spoor essentieel voor het realiseren van de financiële besparingen in de andere sporen. Voldoende beschikbaarheid van woningen is een randvoorwaarde voor dit spoor, waar op dit moment nog onvoldoende aan kan worden voldaan.
35