CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Geanonimiseerde concept-Reactienota zienswijzen en adviezen - Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022.pdf

Raad Besluitvormingsronde 7 november 2022, gemeente ZwolleBij agendapunt: Zienswijze ontwerp Omgevingsvisie, verordeningen en Prov. progr. Energietransitie Overijssel52.069 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Onderwerp: wind in Twente Samenvatting zienswijze: Indiener is van mening dat in Twente geen windturbines passen. Windturbines vernietigen dit mooie gebied en zullen ook het woongenot van vele omwonenden vernietigen. Ook wordt de natuur haar kansen ontnomen. Financiële compensatie ziet indiener als een vorm van afkopen en geen integer gedrag van de overheid. Provincie en gemeenten zouden hun verantwoordelijkheid moeten pakken door grootschalig zonne-energie te faciliteren op daken van grote bedrijfshallen en (vrijkomende) agrarische bebouwing, isolatieverbetering van gebouwen en te stimuleren van energiebesparing. Reactie De RES Twente heeft afspraken gemaakt over een energiemix van zon én wind. Zonne-energie wordt succesvol gefaciliteerd gezien de verhouding zon en wind in de gezamenlijke projecten die gerealiseerd en in de pijplijn zitten (90 % zon 10% wind). Ook voordat er sprake was van de huidige hoge energiekosten werd al fors geïnvesteerd in energiebesparing met isolatie en vermindering gebruik. Conclusie De zienswijze van indiener geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp van de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022.

10. Zienswijze (EDO kenmerk 6694756)

Onderwerp: periode ter inzage legging Samenvatting zienswijze: Indiener vindt het niet fatsoenlijk en publieksonvriendelijk dat belangrijke documenten als het ontwerp van de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022, vlak voor en in de vakantiemaanden ter inzage liggen. Daardoor is er weinig tijd voor inwoners en georganiseerde inwonersgroepen om een zienswijze in te dienen. Volgens indiener is dit typerend en veelzeggend dat de provincie zo met haar inwoners omgaat. Waar is de provincie bang voor? Indiener keurt ook van het alleen digitaal beschikbaar stellen van de documenten af. Er zijn relatief veel inwoners van Overijssel die niet digitaal vaardig (genoeg) zijn. Indiener vindt het volstrekt onvoldoende en publieksonvriendelijk dat de stukken alleen in Zwolle en Enschede fysiek ter inzage zijn gelegd. De wijzigingen hebben vooral op het platteland impact. Waarom is er niet voor gekozen om de documenten in de gemeentehuizen of bibliotheken van plattelandsgemeenten ter inzage te leggen? Reactie Omdat op 1 januari 2023 naar verwachting de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden, is het nodig dat de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening vóór eind 2022 vastgesteld wordt door Provinciale Staten. Dit heeft helaas ertoe geleid dat de Actualisatie in de zomerperiode ter inzage moest worden gelegd.

De wettelijke termijn voor de ter inzage legging van aanpassingen van de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening is 6 weken. Bij het stellen van deze termijn heeft de wetgever al rekening gehouden met het feit dat tijdens de ter inzage ligging vakanties vallen. Wij hebben de termijn van ter inzage ligging toch nog met 2 weken verlengd, om ook degenen die in deze periode wat langer met vakantie zijn de gelegenheid te bieden om een zienswijze in te dienen. Ook geldt dat er altijd de mogelijkheid is om een pro forma zienswijze in te dienen, als een indiener meer tijd nodig heeft. We zijn blij dat het indiener gelukt is om binnen de gestelde

19

termijn een zienswijze in te dienen. Zienswijzen helpen ons om onze belangenafweging nog sterker te maken. De Omgevingsvisie en Omgevingsverordening worden op grond van de Wet ruimtelijke ordening vastgesteld als digitale documenten. De wet schrijft voor dat het ontwerp van de actualisatie van de visie en verordening in digitale vorm ter inzage wordt gelegd. Door de stukken in digitale vorm aan te bieden kan iedereen vanaf zijn/haar eigen computer de stukken thuis inzien. Daarnaast hebben we een uitdraai op papier ter inzage gelegd in het provinciehuis en in het Twentehuis in Enschede. Volgens ons komen we daarmee voldoende tegemoet aan degenen die de stukken liever op papier willen inzien. Wij hebben er vanaf gezien om de documenten in papieren vorm in gemeentehuizen en bibliotheken ter inzage te leggen, omdat dit heel veel papier zou kosten en omdat onze ervaring is dat de fysieke stukken niet vaak worden ingezien. We hebben daarnaast op onze website het e-mailadres en het telefoonnummer opgenomen van een ambtenaar die vragen over de procedure en de inhoud van de Actualisatie 2022 kan beantwoorden. Onderwerp: beleidsrijke wijzigingen op basis van Fundament Samenvatting zienswijze: In deze actualisatieronde worden de urgente beleidsopgaven ‘Sturen op water en bodem’en ‘Duurzame energie’ meegenomen op basis van het Fundament van de nieuwe Omgevingsvisie.

Indiener vindt het niet juist dat het Fundament niet ter inzage is gelegd, maar alleen bekendgemaakt is. Volgens indiener worden daarmee inwoners en de volksvertegenwoordigers van de gemeente gepasseerd en wordt voor belangrijke vraagstukken voor een eenzijdige invulling gekozen. Waarom worden inwoners en gemeenten hierbij niet als volwaardige partner gezien? Reactie Dit onderdeel van de zienswijze gaat over het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie. Het Fundament is op hetzelfde moment dat de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 ter inzage is gelegd, bekendgemaakt maar dan zonder de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Wij reageren hier op de gemaakte opmerkingen op het Fundament, maar wijzen er daarbij wel op dat er te zijner tijd een mogelijkheid komt om zienswijzen in te dienen op de wijzigingen in het provinciale omgevingsbeleid. Dat is aan de orde als het ontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie ter inzage wordt gelegd. Het Fundament is een tussenstap om te komen tot een nieuwe Omgevingsvisie. Het Fundament is daarmee geen formeel beleidsstuk waarvoor een procedure doorlopen moet worden met mogelijkheden tot het indienen van zienswijzen. Het Fundament wordt in 2023 en 2024 uitgewerkt in een nieuwe Omgevingsvisie. Deze nieuwe Omgevingsvisie zal als ontwerp ter inzage worden gelegd.

Op dat moment kunnen er zienswijzen op de nieuwe Omgevingsvisie worden ingediend. Bij het opstellen van het Fundament en de verdere uitwerking wordt ook de gemeente Twenterand actief betrokken. Verder worden inwoners van Overijssel actief om hun mening gevraagd. In dat kader zijn op 13 en 14 juli twee informatiebijeenkomsten gehouden. De urgente beleidsopgaven ‘Sturen op water en bodem’ en ‘Duurzame energie’ zijn meegenomen in de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022. Hierop konden tijdens de ter inzage ligging wel zienswijzen worden ingediend. Indiener heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Met deze werkwijze hebben zowel de gemeente Twenterand als haar inwoners mogelijkheden om te reageren op de wijzigingen in de visie en verordening. Onderwerp: positie gemeente Twenterand Samenvatting zienswijze:

Indiener heeft sterk het idee dat zijn gemeente het afvoerputje van Overijssel is. Hij wijst er in dat verband op dat voor één bedrijf in Hardenberg het kanaal Almelo-De Haandrik verbreed en verdiept is met als gevolg schade voor honderden woningen. Verder wordt er steeds meer water gewonnen door Vitens op de locatie Hammerflier en is de provincie van plan om een nieuw waterwingebied aan te wijzen in Vriezenveen. En dan nu het voornemen om ongeveer 30 windturbines te plaatsen in Vriezenveen waardoor het mooie landschap vernietigd wordt. Indiener vraagt zich af wie er straks nog in zo’n gemeente wil wonen? Hoezo, de provincie in balans? Volgens indiener heeft de provincie duidelijk geen kaas gegeten van betrokkenheid en luisteren naar inwoners. Het is dan niet vreemd dat inwoners het vertrouwen in de overheid verliezen. Reactie De gemeente Twenterand is zeker niet het afvoerputje van Overijssel. We betreuren de gevolgen die verbreding en verdieping van het kanaal Almelo-De Haandrik heeft gehad voor de bebouwing langs het kanaal. Een eventueel besluit om de capaciteit van de waterwinning Hammerflier te verhogen, zal pas genomen worden als onderzoek heeft uitgewezen wat de effecten daarvan zijn op natuur, landbouw en zettingen van de bodem. Er is ook nog geen besluit genomen om een cluster van windturbines te plaatsen nabij Vriezenveen.

Ook daarvoor geldt dat onderzoek zal moeten uitwijzen of de effecten daarvan aanvaardbaar zijn. Daarbij zal goed geluisterd worden naar de opvattingen uit het gebied daarover. De provincie vindt het belangrijk dat er ook in de gemeente Twenterand sprake blijft van een goed woon- en leefklimaat, als grote maatschappelijke opgaven vragen om ingrijpende maatregelen in het gebied. Conclusie De zienswijze van indiener geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp van de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022.

11. Zienswijze (EDO kenmerk 6695410)

Onderwerp: sturen op water en bodem en duurzame energie Samenvatting zienswijze: Indiener is bezorgd over de wijzigingen die worden aangebracht in de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening onder de noemer ‘sturen op water en bodem’ en “duurzame energie”. Indiener is met name bezorgd over de effecten van het stikstofkaartje van minister Van der Wal. Hij wijst op de belofte die medio 2018 is gedaan dat de herinrichting van de Bovenregge, geen negatieve effecten zal hebben op bedrijven in de omgeving, omdat de herinrichting valt onder het Natuurnetwerk Nederland. De inkleuring van het stikstofkaartje doet hem vermoeden dat deze belofte niet wordt gehouden en dat de heringerichte Bovenregge wel belemmerend gaat werken. Hierdoor wordt zijn agrarisch bedrijf ernstig bedreigd om in de toekomst rendabel te kunnen blijven. Hij wijst daarbij op de plannen voor een groot nationaal park Sallandse Heuvelrug/Twents Reggedal. Reactie Dit onderdeel van de zienswijze gaat over het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie. Het Fundament is op hetzelfde moment dat de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 ter inzage is gelegd, bekendgemaakt maar dan zonder de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen.

Wij reageren hier op de gemaakte opmerkingen op het Fundament, maar wijzen er daarbij wel op dat er te zijner tijd een mogelijkheid komt om zienswijzen in te dienen op de wijzigingen in het provinciale omgevingsbeleid. Dat is aan de orde als het ontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie - waarvoor het Fundament een tussenstap is - ter inzage wordt gelegd.

21

In het Fundament doet de provincie richtinggevende uitspraken voor het toekomstige landgebruik in gebieden - waarbij vanwege de doorzettende klimaatverandering - het natuurlijke bodem en watersysteem als uitgangspunt genomen wordt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De veerkracht van het natuurlijke bodem en watersysteem zal hersteld moeten worden om in te kunnen spelen op de doorzettende klimaatverandering. Dit geeft richting voor de ontwikkelingsmogelijkheden en de maatregelen die per gebied nodig zijn. Daarvoor hebben we ook gekeken waar kwetsbare gebieden liggen (bijvoorbeeld waterwingebieden en natuurgebieden). Wij vinden het belangrijk om in de directe omgeving met de kwetsbaarheid van deze gebieden rekening te houden en de bedrijfsvoering daarop af te stemmen. In het Fundament is een kaart opgenomen waarmee wij duidelijk maken wat wij op lange termijn als mogelijkheden zien voor verschillende vormen van landbouw. De gevolgen van de doorzettende klimaatverandering en de teruglopende biodiversiteit maken duidelijk dat niet alles overal kan. In de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 is doorwerking van het stikstofkaartje van minister Van der Wal niet aan de orde. Wel worden in deze actualisatieronde twee urgente beleidsopgaven meegenomen die in het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie zijn aangewezen.

Deze urgente beleidsopgaven kunnen niet wachten op de vaststelling van de nieuwe Omgevingsvisie (volgens planning in 2024). De aanpassingen in het beleid onder de noemer ‘sturen op water en bodem’ en ‘duurzame energie’ moeten een antwoord geven op de klimaatverandering. We nemen het natuurlijke bodem- en watersysteem als uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen en geven meer ruimte voor het opwekken van duurzame energie. Aanpassingen gericht op het beperken van stikstof zijn nu niet voorzien. In deze actualisatieronde is ook niet voorzien in uitbreiding van het Natuurnetwerk Nederland. We regelen dus ook niet de zogenaamde "externe werking" van het Natuur Netwerk Nederland. Dat zijn onderwerpen die afgewogen zullen worden in het kader van de voorbereiding van de nieuwe Omgevingsvisie. Conclusie De zienswijze van indiener geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp van de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022.

12. Zienswijze (EDO kenmerk 6695543)

Onderwerp: RES Samenvatting zienswijze: De familie heeft een zienswijze ingediend die zich met name richt tegen het Provinciaal Programma Energiestrategie, maar die ook onderdelen bevat die opgevat kunnen worden als een zienswijze op de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022. Het gaat dan om de onderdelen die zich richten tegen de inzet op een energiemix van 40% zon en 60% wind, waarmee de provincie volgens indiener de keuzes van de RES-partners overruled. Deze inzet wordt vastgelegd in het provinciaal beleid door aanpassing van de Omgevingsvisie. Ook de onderdelen die gaan over de RES kunnen opgevat worden als zienswijzen op de aanpassingen van de Omgevingsvisie, omdat daarin de afspraken van de RES beleidsmatig geborgd worden. Reactie In deze reactienota gaan we alleen in op de onderdelen van de zienswijze die betrekking hebben op de aanpassingen die deze actualisatieronde worden gedaan in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De zienswijzen die zich richten op het PPE worden meegenomen in

de reactienota die gemaakt wordt in het kader van de vaststelling van dat programma door Gedeputeerde Staten (volgens planning december 2022). Onderwerp: energiemix Samenvatting zienswijze: De familie is van mening dat de provincie eenzijdig inzet op de opwek van elektriciteit door wind. Dit is volgens de familie in strijd met de RES-aanpak waarbij lokale overheden een bod doen met een democratisch besloten energiemix. Het overnemen van deze verantwoordelijkheid is strijdig met de vastgestelde RES-strategie en vernietigt de democratische principes die daaronder liggen. Indiener beroept zich op een toezegging van de gedeputeerde tijdens de vergadering van de statencommissie Milieu en Energie dat de verantwoordelijkheid voor het RES-aanbod lokaal blijft liggen. De familie wijst erop dat de RES geen juridisch instrument is, maar een intentie uitspreekt. Bij een verplichte energiemix van 40% zon en 60% wind, zou de RES een bindend karakter moeten hebben. Voordat deze doelstelling in de Omgevingsvisie wordt vastgelegd, zou eerst de RES een update moeten krijgen. De familie wijst erop dat het RES-instrument en het Klimaatakkoord duidelijk aangeven dat de energiemix flexibel ingevuld mag worden. Gemeenten kunnen op lokaal niveau eigen keuzes maken.

Het provinciedoel kan het duurzaam opwekken van energie zijn, maar de verantwoordelijkheid hoe dit gedaan wordt, ligt op gemeentelijk en regionaal niveau. De provinciale keuze is volgens de familie niet onderbouwd. In Overijssel is voldoende geschikt dakoppervlak om met alleen zonnepanelen alle huishoudens van elektriciteit te voorzien en 50% van de vraag. De familie pleit ervoor dat de provincie het RES-gebied gaat aansporen om uitvoering te geven aan de adviezen van het rapport van de rijksbouwmeesters “Via Parijs”. Dit zou het tempo van uitvoering verhogen met behoud van kwaliteit. De provincie zou zich kritischer moeten opstellen bij de RES-plannen en eigen verantwoordelijkheid nemen op grond van een meer gedragen besluitvorming. Reactie: In de RES 1.0 hebben de partners in de RES Twente afgesproken om 1,5 TWh elektriciteit op te wekken in een mix van 60% windenergie en 40% zonne-energie. Dit is bekrachtigd door de democratisch gekozen volksvertegenwoordigers in de raden van de gemeenten, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap. Wij zijn het dan ook niet eens met indiener dat de provincie eenzijdig inzet op wind. Monitoring van de plannen laat zien dat op dit moment 90% van de gerealiseerde plannen en plannen in de pijplijn worden gerealiseerd met behulp van zonne-energie.

In de RES 2.0, die volgens afspraak 1 juli 2023 klaar moet zijn, moeten de gemeenten zoekgebieden voor wind- en zonne-energie aangewezen hebben. Als een gemeente de invulling van haar bijdrage alleen met zonne-energie wil realiseren, dan is dat in principe mogelijk. In dat geval zal deze gemeente wel met de buurgemeenten of andere gemeenten in Twente moeten afspreken dat die dan extra windenergie realiseren om de in de RES afgesproken verhouding van 60% wind en 40% zon te realiseren. Zon-op-dak is onderdeel van de RES. Gemeenten hebben in de RES 1.0 aangegeven hoeveel energie men denkt te gaan opwekken met behulp van zon-op-dak, zon in veldopstelling en windenergie. Het totaal van de 14 gemeenten komt daarbij nog niet op de afgesproken 1,5 TWh. Wij voelen zich verantwoordelijk voor het realiseren van de RES-opgave. De provincie zal de andere RES-partners dan ook houden aan de afspraken waarvoor ook deze partners getekend hebben. De adviezen van “Via Parijs” zijn ons bekend. Onderwerp: MER-plicht Samenvatting zienswijze: De familie bestrijdt de stelling van het Nationaal Programma RES dat de RES 1.0 niet MERplichtig is. De Richtlijn MER geldt al bij de voorbereidingen op grond van het voorzorgsbeginsel. Doordat de provincie zich conformeert aan de RES 1.0, is de provincie

23

volgens de familie ook medeverantwoordelijk voor wet- en regelgeving. De provincie heeft wel het ontwerp Omgevingseffectrapportage (OER) fase 1 ter inzage gelegd, maar dat kan niet als een plan-MER worden beschouwd. Indiener verlangt dat de provincie hoogste prioriteit geeft aan het uitvoeren van een zorgvuldig, objectief en neutraal milieueffecten onderzoek voor de RES. Het ontbreken van een nieuw Activiteitenbesluit is geen argument om dit onderzoek op te schorten. Reactie: Een werkgroep met juristen en beleidsexperts van Rijk, provincies, gemeenten, Nationaal Programma RES, netbeheerders en de Commissie voor de milieueffectrapportage heeft een advies uitgebracht over de vraag of RES 1.0 m.e.r. plichtig is. Kern van het advies is dat voor het tot stand komen van de RES 1.0 een plan-mer niet verplicht is. De RES 1.0 is namelijk (nog) geen ‘programma’ zoals bedoeld in de Europese richtlijn strategische milieubeoordeling. De RES 2.0 is na het in werking treden van de Omgevingswet soms plan-mer plichtig (zie: https://www.regionale-energiestrategie.nl/Nieuws/2200342.aspx?t=Milieueffectrapportagesoms-verplicht-voor-Regionale-Energiestrategie). Inmiddels is besloten om voor de Overijsselse RES-en 2.0 een m.e.r.-procedure te starten.

Onderwerp: draagvlak Samenvatting zienswijze: Ook is de familie het niet mee eens dat tijdens het proces van de RES 1.0 de doelstelling van ‘maatschappelijk draagvlak’ is gewijzigd in ‘maatschappelijke acceptatie’. Dit vindt indiener misleiding en het niet serieus nemen van de Overijsselse samenleving. Er is volstrekt onvoldoende inspanning gedaan door de RES, gemeenten en provincie om maatschappelijk draagvlak te creëren. Reactie: Een discussie over de aanpassing van de inzet op ‘draagvlak’ naar de inzet op ‘acceptatie’ is volgens ons semantisch van aard. Het levert dan ook geen ander oordeel op van het proces dat in het kader van de RES wordt doorlopen. Zowel gemeenten, provincie en RES hebben een adequate inspanning geleverd in de communicatie over de doelen en realisatie van de RES door middel van inloopavonden, informatie via websites, webinars, etc. Onderwerp: wind in Twente Samenvatting zienswijze: De familie is zeker niet tegen groene energie, maar wel tegen windturbines, helemaal als zij daarvan overlast ondervinden door geluid en slagschaduw. De familie is recent in het gebied komen wonen en heeft de woning gekocht voor ruim 5 ton met de bedoeling om van het rustige landschap te genieten. Nu bestaat de kans dat dit enorm verstoord wordt. Daar is de familie op tegen, ook omdat de kinderen in het gebied naar school gaan.

De familie wil dat ze opgroeien zonder veel stress van windturbines. De familie is van mening dat in Twente geen windturbines passen. Windturbines vernietigen dit mooie gebied en zullen ook het woongenot van vele omwonenden vernietigen. Ook wordt de natuur haar kansen ontnomen. Financiële compensatie ziet indiener als een vorm van afkopen en geen integer gedrag van de overheid. Provincie en gemeenten zouden hun verantwoordelijkheid moeten pakken door grootschalig zonne-energie te faciliteren op daken van grote bedrijfshallen en (vrijkomende) agrarische bebouwing, isolatieverbetering van gebouwen en te stimuleren van energiebesparing. Reactie: De doorzettende klimaatverandering maakt duidelijk dat de omschakeling naar de duurzame opwek van energie urgent is. In de energietransitie is de opwek van elektriciteit met windturbines onmisbaar. De opgave in het RES-gebied Twente is dat daar 1,5 TWh aan elektriciteit opgewekt moet worden met zon en wind. De partners in de RES Twente hebben

gezamenlijk afgesproken dat opwek van elektriciteit in een verhouding van 60% winenergie en 40% zonne-energie moet worden gerealiseerd. Windturbines kunnen het woongenot beïnvloeden. Daarvoor zijn er in de wetgeving regels opgenomen om de levenssfeer zoveel mogelijk te beschermen. Voor Natura2000-gebieden geldt feitelijk een verbod voor windturbines. In het Natuurnetwerk Nederland hanteren we een ‘nee, tenzij-benadering’. Daarmee voorkomen we achteruitgang van de natuur. Op dit moment loopt een m.e.r.-procedure gericht op het vaststellen van nieuwe nationale milieunormen voor windturbines op land (Nationale windturbinebepalingen leefomgeving). In het betreffende milieueffectrapport zal onder andere aandacht worden besteed aan geluidhinder. De provincie zal de nieuwe normen als basis voor haar beleid hanteren. In de RES is afgesproken dat er gestreefd wordt naar minimaal 50% lokaal eigendom. Hiermee wordt beoogd dat een deel van de revenuen terugvloeit in het gebied bijvoorbeeld via een lokale energiecoöperatie. Dit doen we om te voorkomen dat de lusten van de energiewinning ergens anders komen te liggen dan de lasten. De provincie en gemeenten stimuleren in het kader van de RES grootschalige zonne-energie door ondernemers te helpen bij het realiseren van zon-op-dak.

Van Rijkswege zijn er subsidies voor zon-op-dak, isolatiemaatregelen en stimulering energiebesparing (zie onder andere https://RVO.nl). Conclusie De zienswijze van de familie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp van de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022.

13. Zienswijze (EDO kenmerk 6694794)

Onderwerp: RES Samenvatting zienswijze: Indiener heeft een zienswijze ingediend die zich met name richt tegen het Provinciaal Programma Energiestrategie (PPE), maar die ook onderdelen bevat die opgevat kunnen worden als een zienswijze op de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022. Het gaat dan om de onderdelen die zich richten tegen de inzet op een energiemix van 40% zon en 60% wind, waarmee de provincie volgens indiener de keuzes van de RES-partners overruled. Deze inzet wordt vastgelegd in het provinciaal beleid door aanpassing van de Omgevingsvisie. Ook de onderdelen die gaan over de RES kunnen opgevat worden als zienswijzen op de aanpassingen van de Omgevingsvisie, omdat daarin de afspraken van de RES beleidsmatig geborgd worden. Reactie: In deze reactienota gaan wij alleen in op de onderdelen van de zienswijze die betrekking hebben op de aanpassingen die wij in deze actualisatieronde doen in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. De zienswijzen die zich richten op het PPE worden meegenomen in de reactienota die gemaakt wordt in het kader van de vaststelling van dat programma door Gedeputeerde Staten (volgens planning december 2022). Onderwerp: energiemix Samenvatting zienswijze: Indiener is van mening dat de provincie eenzijdig inzet op de opwek van elektriciteit door wind.

Dit is volgens indiener in strijd met de RES-aanpak waarbij lokale overheden een bod doen met een democratisch besloten energiemix. Het overnemen van deze verantwoordelijkheid is strijdig met de vastgestelde RES-strategie en vernietigt de democratische principes die daaronder liggen. Indiener beroept zich op een toezegging van de

25

gedeputeerde tijdens de vergadering van de statencommissie Milieu en Energie dat de verantwoordelijkheid voor het RES-aanbod lokaal blijft liggen. Indiener wijst erop dat de RES geen juridisch instrument is, maar een intentie uitspreekt. Bij een verplichte energiemix van 40% zon en 60% wind, zou de RES een bindend karakter moeten hebben. Voordat deze doelstelling in de Omgevingsvisie wordt vastgelegd, zou eerst de RES een update moeten krijgen. Indiener wijst erop dat het RES-instrument en het Klimaatakkoord duidelijk aangeven dat de energiemix flexibel ingevuld mag worden. Gemeenten kunnen hierop op lokaal niveau eigen keuzes maken. Het provinciedoel kan het duurzaam opwekken van energie zijn, maar de verantwoordelijkheid hoe dit gedaan wordt, ligt op gemeentelijk en regionaal niveau. De provinciale keuze is volgens indiener niet onderbouwd. In Overijssel is voldoende geschikt dakoppervlak om met alleen zonnepanelen alle huishoudens van elektriciteit te voorzien en 50% van de vraag. Indiener pleit ervoor dat de provincie het RES-gebied gaat aansporen om uitvoering te geven aan de adviezen van het rapport van de rijksbouwmeesters “Via Parijs”. Dit zou het tempo van uitvoering verhogen met behoud van kwaliteit. De provincie zou zich kritischer moeten opstellen bij de RES-plannen en eigen verantwoordelijkheid nemen op grond van een meer gedragen besluitvorming.

Reactie: In de RES 1.0 hebben de partners in de RES Twente afgesproken om 1,5 TWh elektriciteit op te wekken in een mix van 60% windenergie en 40% zonne-energie. Dit is bekrachtigd door de democratisch gekozen volksvertegenwoordigers in de raden van de gemeenten, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap. Wij zijn het dan ook niet eens met indiener dat de provincie eenzijdig inzet op wind. Monitoring van de plannen laat zien dat op dit moment 90% van de gerealiseerde plannen en plannen in de pijplijn worden gerealiseerd met behulp van zonne-energie. In de RES 2.0, die volgens afspraak 1 juli 2023 klaar moet zijn, moeten de gemeenten zoekgebieden voor wind- en zonne-energie aangewezen hebben. Als een gemeente de invulling van haar bijdrage alleen met zonne-energie wil realiseren, dan is dat in principe mogelijk. In dat geval zal deze gemeente wel met de buurgemeenten of andere gemeenten in Twente moeten afspreken dat die dan extra windenergie realiseren om de in de RES afgesproken verhouding van 60% wind en 40% zon te realiseren. Zon-op-dak is onderdeel van de RES. De provincie en gemeenten stimuleren in het kader van de RES grootschalige zonne-energie door ondernemers te helpen bij het realiseren van zonop-dak. Van Rijkswege zijn er subsidies voor zon-op-dak, isolatiemaatregelen en stimulering energiebesparing (zie onder andere https://RVO.nl).

Gemeenten hebben in de RES 1.0 aangegeven hoeveel energie men denkt te gaan opwekken met behulp van zon-op-dak, zon in veld opstelling en windenergie. Het totaal van de 14 gemeenten komt daarbij nog niet op de afgesproken 1,5 TWh. Wij voelen zich verantwoordelijk voor het realiseren van de RES-opgave. De provincie zal de andere RESpartners dan ook houden aan de afspraken waarvoor ook deze partners getekend hebben. De adviezen van “Via Parijs” zijn ons bekend. Onderwerp: MER Samenvatting zienswijze: Indiener bestrijdt de stelling van het Nationaal Programma RES dat de RES 1.0 niet MERplichtig is. De Richtlijn MER geldt al bij de voorbereidingen op grond van het voorzorgsbeginsel. Doordat de provincie zich conformeert aan de RES 1.0, is de provincie volgens indiener ook medeverantwoordelijk voor wet- en regelgeving. De provincie heeft wel het ontwerp Omgevingseffectrapportage (OER) fase 1 ter inzage gelegd, maar dat kan niet als een dergelijke plan-MER worden beschouwd. Indiener verlangt dat de provincie hoogste prioriteit geeft aan het uitvoeren van een zorgvuldig, objectief en neutraal milieueffecten onderzoek voor de RES. Het ontbreken van een nieuw Activiteitenbesluit is geen argument om dit onderzoek op te schorten.

Reactie Een werkgroep met juristen en beleidsexperts van Rijk, provincies, gemeenten, Nationaal Programma RES, netbeheerders en de Commissie voor de milieueffectrapportage heeft een advies uitgebracht over de vraag of RES 1.0 m.e.r. plichtig is. Kern van het advies is dat voor het tot stand komen van de RES 1.0 een plan-mer niet verplicht is. De RES 1.0 is namelijk (nog) geen ‘programma’ zoals bedoeld in de Europese richtlijn strategische milieubeoordeling. De RES 2.0 is na het in werking treden van de Omgevingswet soms plan-mer plichtig (zie: https://www.regionale-energiestrategie.nl/Nieuws/2200342.aspx?t=Milieueffectrapportagesoms-verplicht-voor-Regionale-Energiestrategie). Inmiddels is besloten om voor de Overijsselse RES-en 2.0 een m.e.r.-procedure te starten. Onderwerp: maatschappelijk draagvlak Samenvatting zienswijze: Ook is indiener het niet mee eens dat tijdens het proces van de RES 1.0 de doelstelling van ‘maatschappelijk draagvlak’ is gewijzigd in ‘maatschappelijke acceptatie’. Dit vindt indiener misleiding en het niet serieus nemen van de Overijsselse samenleving. Er is volstrekt onvoldoende inspanning gedaan door de RES, gemeenten en provincie om maatschappelijk draagvlak te creëren. Reactie: Een discussie over de aanpassing van de inzet op ‘draagvlak’ naar de inzet op ‘acceptatie’ is volgens ons semantisch van aard.

Het levert dan ook geen ander oordeel op van het proces dat in het kader van de RES wordt doorlopen. Zowel gemeenten, provincie en RES hebben een adequate inspanning geleverd in de communicatie over de doelen en realisatie van de RES door middel van inloopavonden, informatie via websites, webinars, etc. Onderwerp: wind in Twente Samenvatting zienswijze: Indiener woont in een mooie landelijke omgeving op de plek waar hij ook is geboren. Hij wordt er persoonlijk erg verdrietig van dat er plannen worden gemaakt om in de directe omgeving windturbines te plaatsen. Indiener is van mening dat in Twente geen windturbines passen. Windturbines vernietigen dit mooie gebied en zullen ook het woongenot van vele omwonenden vernietigen. Ook wordt de natuur haar kansen ontnomen. Indiener vindt dat de provincie haar geloofwaardigheid verspeelt, door in het Fundament te schrijven ‘het landschap is ons kapitaal’ en gelijktijdig zijn woonomgeving en de omliggende natuur open te stellen voor windturbines. Financiële compensatie ziet indiener als een vorm van afkopen en geen integer gedrag van de overheid. Provincie en gemeenten zouden hun verantwoordelijkheid moeten pakken door grootschalig zonne-energie te faciliteren op daken van grote bedrijfshallen en (vrijkomende) agrarische bebouwing, isolatieverbetering van gebouwen en te stimuleren van energiebesparing.

Reactie: In dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie. Het Fundament is op hetzelfde moment dat de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 ter inzage is gelegd, bekendgemaakt maar dan zonder de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Wij reageren hier op de gemaakte opmerkingen op het Fundament, maar wijzen er daarbij wel op dat er te zijner tijd een mogelijkheid komt om zienswijzen in te dienen op de wijzigingen in het provinciale omgevingsbeleid. Dat is aan de orde als het ontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie - waarvoor het Fundament een tussenstap is - ter inzage wordt gelegd.

27

De doorzettende klimaatverandering maakt duidelijk dat de omschakeling naar de duurzame opwek van energie urgent is. In de energietransitie is de opwek van elektriciteit met windturbines onmisbaar. De opgave in het RES-gebied Twente is dat daar 1,5 TWh aan elektriciteit opgewekt moet worden met zon en wind. De partners in de RES Twente hebben gezamenlijk afgesproken dat opwek van elektriciteit in een verhouding van 60% winenergie en 40% zonne-energie moet worden gerealiseerd. Windturbines kunnen het woongenot beïnvloeden. Daarvoor zijn er in de wetgeving regels opgenomen om de levenssfeer zoveel mogelijk te beschermen. Voor Natura2000-gebieden geldt feitelijk een verbod voor windturbines. In het Natuurnetwerk Nederland hanteren we een ‘nee, tenzij-benadering’. Daarmee voorkomen we achteruitgang van de natuur. In de RES is afgesproken dat er gestreefd wordt naar minimaal 50% lokaal eigendom. Hiermee wordt beoogd dat een deel van de revenuen terugvloeit in het gebied bijvoorbeeld via een lokale energiecoöperatie. Dit doen we om te voorkomen dat de lusten van de energiewinning ergens anders komen te liggen dan de lasten. De provincie en gemeenten stimuleren in het kader van de RES grootschalige zonne-energie door ondernemers te helpen bij het realiseren van zon-op-dak.

Van Rijkswege zijn er subsidies voor zon-op-dak, isolatiemaatregelen en stimulering energiebesparing (zie onder andere https://RVO.nl). Conclusie De zienswijze van indiener geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp van de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022.

14. Zienswijze (EDO kenmerk 6699272)

Onderwerp: pro forma Samenvatting zienswijze: Indiener maakt bezwaar tegen de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 en OER fase 1. Hij volstaat op dit moment met een voorlopige zienswijze, omdat het hem niet lukt om de gronden te vermelden. Hij vraagt om een redelijke termijn waarbinnen hij een gemotiveerde zienswijze kan indienen. Reactie In de ontvangstbevestiging van de zienswijze is de termijn waarop de gronden moeten worden aangevuld gesteld op uiterlijk 7 september 2022. Indiener heeft op 6 september 2022 de zienswijze met inhoudelijke gronden aangevuld. In deze Reactienota gaan wij alleen in op die onderdelen van de zienswijze die betrekking hebben op de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 en OER fase 1. De onderdelen die betrekking hebben op het PPE worden meegenomen in de Reactienota die voor de besluitvorming door Gedeputeerde Staten over dat programma wordt opgesteld. Onderwerp: warmtetransitie Samenvatting zienswijze: Indiener vindt het opvallend dat er in Omgevingsvisie niet gesproken wordt over energiereductie/energiebesparing. En ook niet over het gegeven dat de Mastenbroekerpolder zeer kansrijk geacht wordt voor geothermie. Hoewel geothermie als onderdeel gezien kan worden van de warmtetransitie, wordt er niets over de samenhang met de warmtetransitie vermeldt.

Indiener vraagt zich af of dit opgepakt gaat worden in een Provinciaal Programma Warmtetransitie. Dit wordt nu nergens aangehaald in de diverse documenten behorende bij de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Met de warmtetransitie kunnen we van het gas af. Heeft dit geen prioriteit meer bij de Provincie Overijssel?

Reactie: De Regionale Energiestrategie gaat over de grootschalige opwek van duurzame energie door zon en wind. Besparingsprogramma’s zijn heel belangrijk en zijn onderdeel van gemeentelijk duurzaamheidsbeleid dat wij ondersteunen door ons programma Nieuwe Energie Overijssel. Geothermie is onderdeel van de warmtetransitieplannen van de individuele gemeenten en op dit moment geen onderdeel van het Provinciaal Programma Energietransitie. Onderwerp: OER fase 1 Samenvatting zienswijze: Indiener vraagt zich wat de reden is dat op afbeelding 7.6 (kansrijkheid voor windenergie) van OER Fase 1 de tekst ‘Zwartewaterland’ niet is vermeld, hoewel het grootste deel van de Mastenbroekerpolder binnen deze gemeente valt. Volgens OER Fase 1 blijven de uitsluitingsgebieden voor Natura2000, Laagvliegroutes en hoogtebeperkingen rondom Luchthaven Twente gehandhaafd. Mogelijke effecten van de laagvliegroute van Airport Lelystad over de Mastenbroekerpolder zijn niet benoemd, beschreven of aangehaald als mogelijk risico. Indiener vraagt of deze effecten er zijn en welke dan. Reactie: Als ondergrond voor afbeelding 7.6 is gekozen voor een kaart met een aanduiding van de wat grotere plaatsen in en buiten de provincie. De plaatsnamen dienen slechts ter oriëntatie. Over Lelystad Airport zijn nog geen definitieve besluiten genomen.

Mocht dat te zijner tijd wel het geval zijn dan zal daar bij de voorbereiding van plannen of besluiten voor de plaatsing van windturbines rekening mee moeten worden gehouden. Onderwerp: Veenweidegebieden en overige veengronden Samenvatting zienswijze: Indiener wijst erop dat niet alle woningen in de Mastenbroekerpolder op terpen staan. Hij wijst op het risico dat de verhoging van het waterpeil betekent dat in die gevallen kruipruimtes en kelders vol water kunnen gaan lopen. Hoe wordt dat tegengegaan? Reactie: Dit onderdeel van de zienswijze gaat over het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie. Het Fundament is op hetzelfde moment dat de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 ter inzage is gelegd, bekendgemaakt maar dan zonder de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Wij reageren hier op de gemaakte opmerkingen op het Fundament, maar wijzen er daarbij wel op dat er te zijner tijd een mogelijkheid komt om zienswijzen in te dienen op de wijzigingen in het provinciale omgevingsbeleid. Dat is aan de orde als het ontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie - waarvoor het Fundament een tussenstap is - ter inzage wordt gelegd.

In het Fundament doet de provincie richtinggevende uitspraken voor het toekomstige landgebruik in gebieden - waarbij vanwege de doorzettende klimaatverandering - het natuurlijke bodem en watersysteem als uitgangspunt genomen wordt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De veerkracht van het natuurlijke bodem en watersysteem zal hersteld moeten worden om in te kunnen spelen op de doorzettende klimaatverandering. Dit geeft richting voor de ontwikkelingsmogelijkheden en de maatregelen die per gebied nodig zijn. Daarvoor hebben we ook gekeken waar kwetsbare gebieden liggen (bijvoorbeeld waterwingebieden en natuurgebieden). Wij vinden het belangrijk om in de directe omgeving met de kwetsbaarheid van deze gebieden rekening te houden en de bedrijfsvoering daarop af te stemmen.

29

In het Fundament is een kaart opgenomen waarmee wij duidelijk maken wat wij op lange termijn als mogelijkheden zien voor verschillende vormen van landbouw. De gevolgen van de doorzettende klimaatverandering en de teruglopende biodiversiteit maken duidelijk dat niet alles overal kan. In het Fundament is in een richtinggevende uitspraak aangegeven dat op langere termijn wordt toegewerkt naar een verhoging van het waterpeil in delen van het veenweidegebied. Als in de gebiedsgerichte uitwerking geconstateerd wordt dat dit inderdaad noodzakelijke maatregel is, dan zullen voorafgaand aan de definitieve besluitvorming de gevolgen en mogelijke effecten preciezer worden bekeken. Welke maatregelen er dan nodig zijn op specifieke locaties is op dit moment nog niet te zeggen. Daarvoor zijn de plannen en de te verwachtte effecten nog niet precies genoeg uitgewerkt. Wij begrijpen dat bewoners en bedrijven van veenweidegebieden die duidelijkheid zo snel als mogelijk willen hebben en spannen ons daar ook voor in. Onderwerp: Energiebesparing/energiereductie Samenvatting zienswijze: Indiener vraagt zich af of de Topwerklocatie Tapijtcluster Genemuiden, waar de grootste energieverbruikers van Overijssel zitten, vrijgesteld is van de ambities voor energiebesparing/energiereductie. Reactie: De topwerklocatie Tapijtcluster Genemuiden valt onder Cluster 6 van het klimaatakkoord.

De energiebesparing valt in het Cluster Energie Strategie (CES). Met deze CES gaat Cluster 6 in gesprek met provincies en netbeheerders om de uitvoering gezamenlijk vorm te geven. Alleen zo kunnen bedrijven hun innovatiekracht ten volle benutten voor de energietransitie en kan de doelstelling van -55% CO2-uitstoot in 2030 worden behaald. Om te voldoen aan de Nederlandse klimaatdoelen, wordt er binnen de sector industrie gestreefd naar 59% CO2emissiereductie in 2030 tegenover referentiejaar 1990. Om dit doel te bereiken, dienen voor de gevestigde industrie projecten geïmplementeerd te worden op het gebied van energieefficiëntie, veranderen van energiebron, afvangen van CO2 en circulariteit. Voor bedrijven is het overstappen naar andere energiebronnen en grondstoffen en het afvangen van CO2 alleen haalbaar wanneer de daarvoor noodzakelijke infrastructuur aanwezig is. Onderwerp: windturbines in Nationaal Landschap IJsseldelta Samenvatting zienswijze: Indiener wijst op diverse passages in de stukken die gaan over de bescherming van weidevogels in de Mastenbroekerpolder. Toch maakt de provincie Overijssel grotere clusters van windturbines vooral mogelijk in open polders. Dat is ook waar vogels graag verblijven.

Omdat Nationaal Landschappen, zoals Polder Mastenbroek, in de categorie ‘ja, mits’ vallen, zal ontwikkeling grote risico’s hebben voor vogels, die in toenemende mate slachtoffers worden van aanvaringen met windturbines. Naast aanvaring en barrièrewerking kunnen broedende vogels ook verstoord worden. Hiermee kan rekening gehouden worden tijdens de eventuele bouwfase. Indiener wijst op de grote risico’s die het voorgenomen beleid oplevert voor de natuur. De effectafstand voor broedende vogels in open landschappen is maximaal 100-200 meter. Als maximale verstoringsafstand voor niet broedende vogels wordt over het algemeen 600 meter gebruikt. De daadwerkelijke verstoring is echter sterk soortafhankelijk. Met name ganzen en eenden zijn relatief gevoelig. In open landschappen is dienen de turbines op minimaal 500 meter geplaatst te worden van belangrijke broed-, rust- en foerageergebieden van vogels. Grutto's kunnen bij het bepalen van de nestplaatskeuze locaties in de buurt van windturbines vermijden.

Sinds 2014 zijn drie boerenbedrijven in Kamperveen en de polder Mastenbroek bereid hun bedrijfsvoering zodanig aan te passen dat hun land optimale leefomstandigheden biedt voor weidevogels. Zij hebben begin 2014 een langjarig contract ondertekend. In totaal hebben de 4 deelnemende boeren nu bijna 85 hectare aan weidevogelland in beheer. Dat zijn ongeveer 125 voetbalvelden! De weidevogelcontracten hebben een looptijd van minimaal 24 jaar. Hoewel de weidevogelstand de laatste decennia is afgenomen, behoort de IJsseldelta nog steeds tot de beste weidevogelgebieden in Overijssel. Een belangrijke soort als de Grutto komt er nog steeds in grote aantallen voor. Het gebied waar de windmolens geplaatst gaan worden is juist een gebied waar goede broedresultaten zijn! Als de plannen voor windturbines in de Mastenbroekerpolder doorgaan, dan zullen er zeker 60 broedparen (zeer) kwetsbare soorten als grutto, wulp, tureluur, kievit en scholekster verdwijnen. Indiener vraagt zich af of het Aanvalsplan Grutto ook rekening houdt met het schrappen van de Mastenbroekerpolder als uitsluitingsgebied voor windturbines en welk eventueel negatief effect heeft dat voor het Aanvalsplan Grutto. Indiener wijst op de verkenning windenergie in nationale landschappen en Natuurnetwerk Nederland dat in 2017 is uitgevoerd door Arcadis.

Daarin is onder meer te lezen dat windturbines afbreuk doen aan de openheid en de leesbaarheid van de orthogonale structuur van het Mastenbroekerpolder landschap. Volgens de verkenning treedt een grote mate van interferentie op met de bestaande hoogspanningslijn, die in een afwijkende richting (diagonaal) de lijnen van de windturbine opstellingen kruist. Het horizonbeslag en het gevoel van insluiting vanaf de linten is groot door plaatsing van windturbines tussen de linten. Volgens de verkenning is het ruimtebeslag op het weidevogelgebied beperkt, maar zal de aanwezigheid van de windturbines op den duur leiden tot afname van de broeddichtheid van weidevogels. Dat geldt met name voor de soorten die relatief gevoelig zijn voor verstoring (grutto, tureluur, veldleeuwerik). Hoewel de rotorbladen van de windturbines zich relatief hoog boven het maaiveld bevinden, is de kans op aanvaringen met name groot bij soorten die tot op grotere hoogte vliegen (zoals veldleeuwerik). Het plaatsen van windturbines in het Nationale Landschap IJsseldelta leidt volgens de verkenning tot negatieve effecten op de omgevingskwaliteit van het gebied. De windturbines zijn goed zichtbaar in het weidse en open landschap van de IJsseldelta. Ze hebben daarmee ook negatieve effecten op de beleving van het landschap.

Indiener vraagt zich af of de verkenning van Arcadis bekend en meegewogen is in de beslissing om de Mastenbroekerpolder te schrappen als uitsluitingsgebied. Indiener wijst op de uitspraak dat de Mastenbroekerpolder een beschermende bestemmingsregeling moet krijgen, gericht op instandhouding van het grootschalige open karakter met zijn wegen- en lintengrit met aanliggende huisterpen en het patroon van dijken. Dit lijkt indiener in tegenspraak met het opheffen van het uitsluitingsgebied windenergie. Volgens hem geeft de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving nog geen duidelijkheid omdat het onderdeel over windturbines nog moet worden geschreven of nog niet gepubliceerd is. Indiener vraagt zich af of de beschermende bestemmingsregeling met deze Omgevingsvisie al ingaat. Indiener wijst op de uitspraak over het laten participeren van bedrijven in de ontwikkeling van windturbines, waardoor een vestigingsplaatsfactor ontstaat voor nieuwe en bestaande bedrijven die hun producten en diensten op een groene manier willen produceren en in de markt zetten. Indiener vraagt zich af of deze vestigingsplaatsfactor betekent dat een bedrijf ergens (anders) een windturbine kan plaatsen en zich elders kan vestigen. Dat zou betekenen dat wel de lusten, maar niet de lasten gedragen worden. Hoe moet deze vestigingsplaatsfactor geïnterpreteerd worden?

31

In het Fundament staat dat de provincie tot 2040 een uitdaging heeft om 60.000 woningen te bouwen. Zwolle als DUS heeft nog uitbreidingsmogelijkheden richting de Mastenbroekerpolder. Indiener wil weten of met het opheffen als uitsluitingsgebied van de Mastenbroekerpolder ook rekening is gehouden dat eventuele windturbines op voldoende afstand van die toekomstige bouwlocaties komen te staan. Indiener vraagt zich af of voor de aanpassing van visie en verordening ook het toekomstperspectief Panorama Nederland geraadpleegd. Daarin laat het College van Rijksadviseurs zien hoe de grote maatschappelijke vraagstukken van nu, de komende decennia de sleutel kunnen zijn voor welkome, structurele verbeteringen van ons land. Reactie: Het klopt dat wij door deze aanpassing van de verordening het algemene verbod op het plaatsen van windturbines in Natuurnetwerk Nederland en Nationaal Landschap IJsseldelta schrappen. Dat betekent niet dat in deze gebieden nu zonder meer windturbines kunnen worden geplaatst. In deze gebieden blijft het specifieke ruimtelijke beschermingsregime gelden dat op deze gebieden van toepassing is. Voor eventuele initiatieven voor windenergie in deze gebieden zal uitgebreid onderzoek gedaan moeten worden. De relevante aspecten en te verwachten effecten op landschap, economie en ecologie moeten dan in beeld worden gebracht.

Dus ook de te verwachten effecten voor weidevogels. De punten die indiener aanhaalt vanuit eerdere adviesrapporten, zijn meegewogen in de keuze om het generieke verbod om windturbines te plaatsen te schrappen. De rapporten beschrijven de relevante aspecten waarmee bij een eventuele keuze om in het gebied windturbines te plaatsen uitdrukkelijk rekening moet worden gehouden. Wanneer een initiatief onvoldoende rekening houdt met deze aspecten, is het op basis van de randvoorwaarden die voor deze gebieden blijven gelden, mogelijk om ongewenste ontwikkelingen tegen te houden. De bestaande beschermingsregelingen voor Nationale Landschappen en NNN bieden hier volgens ons voldoende mogelijkheden voor. Wij achten het mogelijk dat een initiatief voor windenergie in het Nationaal Landschap IJsseldelta en in het Natuurnetwerk kan voldoen aan alle te stellen randvoorwaarden. Volgens ons is het mogelijk dat op basis van zorgvuldig onderzoek en met een goede onderbouwing aangetoond wordt dat voldoende rekening wordt gehouden met alle waarden van het gebied. Wij vinden het daarom - gelet op de noodzaak om ook in deze gebieden waar mogelijk ruimte te bieden voor de energietransitie - passend om af te zien van algemeen verbod op voorhand op windturbines in het Nationale Landschap IJsseldelta en het Natuurnetwerk Nederland.

In onze ogen zijn er voldoende waarborgen om per initiatief een passende afweging te kunnen maken over de aanvaardbaarheid van dat initiatief. De commissie m.e.r. onderschrijft dit. In haar advies over deze aanpassing van de verordening benoemen zij dit als volgt: “In de uitwerking van het andere beleid en in de onderbouwing van de andere besluiten kan het belang van de leefomgeving voldoende worden meegewogen. Zo blijven de effecten op natuur en op landschappelijke waarden een belangrijke afwegingsgrond voor de keuze van de locaties van windturbines.” Eventuele effecten voor het Aanvalsplan Grutto zullen in beeld gebracht worden in de onderzoeken die nodig zijn voor voordat ingestemd kan worden met concrete initiatieven voor het bouwen van windmolens. Op dit moment zijn er nog geen concrete initiatieven en kan ook niet precies in beeld gebracht worden wat de eventuele effecten zijn van windturbines op weidevogels, zoals de Grutto. In de beschermingsbepalingen voor het Nationaal Landschap en NNN zitten voldoende waarborgen om deze aspecten bij een concreet initiatief mee te wegen. Het stimuleren van betrokkenheid van inwoners en bedrijven bij de energietransitie is één van onze aandachtspunten en is ook zo opgenomen in de Regionale Energie Strategie.

Ons reguliere vestigingsbeleid voor bedrijven, dat ook is uitgewerkt in regionale programmeringsafspraken voor bedrijventerreinen, blijft echter gewoon van toepassing. Er

ontstaat door deze aanpassing van het beleid voor windenergie geen ander vestigingsbeleid voor bedrijven. Bij concrete planvorming voor zowel woningbouw en ook eventuele windmolens, moeten alle relevante omgevingseffecten in beeld worden gebracht. De afstand tussen woningen en windmolens is daarin zeker een onderzoeksaspect en zal dan voldoende moeten zijn. Wij hebben het toekomstperspectief Panorama Nederland van het College van Rijksadviseurs bestudeerd. We hebben verschillende onderdelen benut als inspiratie voor onze nieuwe Omgevingsvisie. In dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie. Het Fundament is op hetzelfde moment dat de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 ter inzage is gelegd, bekendgemaakt maar dan zonder de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Wij reageren hier op de gemaakte opmerkingen op het Fundament, maar wijzen er daarbij wel op dat er te zijner tijd een mogelijkheid komt om zienswijzen in te dienen op de wijzigingen in het provinciale omgevingsbeleid. Dat is aan de orde als het ontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie - waarvoor het Fundament een tussenstap is - ter inzage wordt gelegd. Conclusie De zienswijze van indiener geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp van de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022.

15. Zienswijze (EDO kenmerk 6699369)

Onderwerp: pro forma Samenvatting zienswijze: Indiener maakt bezwaar tegen de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 en OER Fase 1. Hij volstaat op dit moment met een voorlopige zienswijze, omdat het hem niet lukt om de gronden te vermelden. Hij vraagt om een redelijke termijn waarbinnen hij een gemotiveerde zienswijze kan indienen. Reactie In de ontvangstbevestiging van de zienswijze is de termijn waarop de gronden moeten worden aangevuld gesteld op uiterlijk 7 september 2022. Indiener heeft bij brief van 6 september 2022 de inhoudelijke gronden van zijn zienswijze toegestuurd. In deze Reactienota gaan wij alleen in op die onderdelen van de zienswijze die betrekking hebben op de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 en OER Fase 1. De onderdelen die betrekking hebben op het PPE worden meegenomen in de Reactienota die voor de besluitvorming door Gedeputeerde Staten over dat programma wordt opgesteld. Onderwerp: OER fase 1 Samenvatting zienswijze: Indiener vraagt zich wat de reden is dat op afbeelding 7.6 (kansrijkheid voor windenergie) van OER Fase 1 de tekst ‘Zwartewaterland’ niet is vermeld, hoewel het grootste deel van de Mastenbroekerpolder binnen deze gemeente valt. Volgens OER Fase 1 blijven de uitsluitingsgebieden voor Natura2000, Laagvliegroutes en hoogtebeperkingen rondom Luchthaven Twente gehandhaafd.

Mogelijke effecten van de laagvliegroute van Airport Lelystad over de Mastenbroekerpolder zijn niet benoemd,

33

beschreven of aangehaald als mogelijk risico. Indiener vraagt of deze effecten er zijn en welke dan. Reactie: Als ondergrond voor afbeelding 7.6 is gekozen voor een kaart met een aanduiding van de wat grotere plaatsen in en buiten de provincie. De plaatsnamen dienen slechts ter oriëntatie. Over Lelystad Airport zijn nog geen definitieve besluiten genomen. Mocht dat te zijner tijd wel het geval zijn dan zal daar bij de voorbereiding van plannen of besluiten voor de plaatsing van windturbines rekening mee moeten worden gehouden. Onderwerp: veenweidegebied en overige veengronden Samenvatting zienswijze: Indiener wijst erop dat niet alle woningen in de Mastenbroekerpolder op terpen staan. Hij wijst op het risico dat bij verhoging van het waterpeil bij deze woningen de kruipruimten en kelders onder water komen te staan. Hij wil weten hoe dit wordt tegengegaan. Reactie: Dit onderdeel van de zienswijze gaat over het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie. Het Fundament is op hetzelfde moment dat de Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening 2022 ter inzage is gelegd, bekendgemaakt maar dan zonder de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Wij reageren hier op de gemaakte opmerkingen op het Fundament, maar wijzen er daarbij wel op dat er te zijner tijd een mogelijkheid komt om zienswijzen in te dienen op de wijzigingen in het provinciale omgevingsbeleid.

Dat is aan de orde als het ontwerp van de nieuwe Omgevingsvisie - waarvoor het Fundament een tussenstap is - ter inzage wordt gelegd. In het Fundament doet de provincie richtinggevende uitspraken voor het toekomstige landgebruik in gebieden - waarbij vanwege de doorzettende klimaatverandering - het natuurlijke bodem en watersysteem als uitgangspunt genomen wordt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De veerkracht van het natuurlijke bodem en watersysteem zal hersteld moeten worden om in te kunnen spelen op de doorzettende klimaatverandering. Dit geeft richting voor de ontwikkelingsmogelijkheden en de maatregelen die per gebied nodig zijn. Daarvoor hebben we ook gekeken waar kwetsbare gebieden liggen (bijvoorbeeld waterwingebieden en natuurgebieden). Wij vinden het belangrijk om in de directe omgeving met de kwetsbaarheid van deze gebieden rekening te houden en de bedrijfsvoering daarop af te stemmen. In het Fundament is een kaart opgenomen waarmee wij duidelijk maken wat wij op lange termijn als mogelijkheden zien voor verschillende vormen van landbouw. De gevolgen van de doorzettende klimaatverandering en de teruglopende biodiversiteit maken duidelijk dat niet alles overal kan. In het Fundament staat de richtinggevende uitspraak dat op langere termijn wordt toegewerkt naar een verhoging van het waterpeil in delen van het veenweidegebied.

Als in de gebiedsgerichte uitwerking geconstateerd wordt dat dit inderdaad noodzakelijke maatregel is, dan zullen voorafgaand aan de definitieve besluitvorming de gevolgen en mogelijke effecten preciezer worden bekeken. Welke maatregelen er dan nodig zijn op specifieke locaties is op dit moment nog niet te zeggen. Daarvoor zijn de plannen en de te verwachtte effecten nog niet precies genoeg uitgewerkt. Wij begrijpen dat bewoners en bedrijven van veenweidegebieden die duidelijkheid zo snel als mogelijk willen hebben en spannen ons daar ook voor in. Onderwerp: energiebesparing/energiereductie Samenvatting zienswijze:

Indiener vraagt zich af of de Topwerklocatie Tapijtcluster Genemuiden, waar de grootste energieverbruikers van Overijssel zitten, vrijgesteld is van de ambities voor energiebesparing/energiereductie. Reactie: De topwerklocatie Tapijtcluster Genemuiden valt onder Cluster 6 van het klimaatakkoord. De energiebesparing valt in het Cluster Energie Strategie (CES). Met deze CES gaat Cluster 6 in gesprek met provincies en netbeheerders om de uitvoering gezamenlijk vorm te geven. Alleen zo kunnen bedrijven hun innovatiekracht ten volle benutten voor de energietransitie en kan de doelstelling van -55% CO2-uitstoot in 2030 worden behaald. Om te voldoen aan de Nederlandse klimaatdoelen, wordt er binnen de sector industrie gestreefd naar 59% CO2emissiereductie in 2030 tegenover referentiejaar 1990. Om dit doel te bereiken, dienen voor de gevestigde industrie projecten geïmplementeerd te worden op het gebied van energieefficiëntie, veranderen van energiebron, afvangen van CO2 en circulariteit. Voor bedrijven is het overstappen naar andere energiebronnen en grondstoffen en het afvangen van CO2 alleen haalbaar wanneer de daarvoor noodzakelijke infrastructuur aanwezig is.

Onderwerp: windturbines in de Mastenbroekerpolder Samenvatting zienswijze: Indiener vraagt zich af of in het Aanvalsplan Grutto ook rekening is gehouden met het schrappen van de Mastenbroekerpolder als uitsluitingsgebied voor windenergie. Welk negatief effect heeft dat voor het Aanvalsplan Grutto? Indiener wijst op de verkenning Windenergie in nationale landschappen en NNN Overijsel dat in 2017 is uitgevoerd door Arcadis. Daarin staat dat windturbines afbreuk doen aan de openheid en leesbaarheid van de orthogonale structuur van het landschap van de Mastenbroekerpolder. Ook wordt gewezen op de interferentie met de bestaande hoogspanningsleiding, die in afwijkende richting (diagonaal) de lijnen van windturbineopstellingen doorkruist. Volgens het rapport is het horizonbeslag en het gevoel van insluiting vanaf de linten groot door plaatsing van windturbines tussen de linten. Het ruimtebeslag op het weidevogelgebied is beperkt, maar de aanwezigheid van de windturbines zal op den duur leiden tot afname van de broeddichtheid van weidevogels, met name van soorten die relatief gevoelig zijn voor verstoring (grutto, tureluur, veldleeuwerik). Hoewel de rotorbladen van de windturbines zich relatief hoog boven het maaiveld bevinden, is de kans op aanvaringen met name groot bij soorten die tot op grotere hoogten vliegen, zoals de veldleeuwerik.

In de verkenning wordt geconcludeerd dat de windturbines goed zichtbaar zijn in het open landschap van de IJsseldelta en daarmee negatieve effecten hebben op de beleving van het landschap. Indiener vraagt zich af of het rapport van Arcadis bekend en meegewogen is in de beslissing om de Mastenbroekerpolder te schrappen als uitsluitingsgebied windenergie. Indiener wijst op de uitspraak dat de Mastenbroekerpolder een beschermende bestemmingsregeling moet krijgen, gericht op instandhouding van het grootschalige open karakter met zijn wegen- en lintengrit met aanliggende huisterpen en het patroon van dijken. Dit lijkt indiener in tegenspraak met het opheffen van het uitsluitingsgebied windenergie. Volgens hem geeft de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving nog geen duidelijkheid omdat het onderdeel over windturbines nog moet worden geschreven of nog niet gepubliceerd is. Indiener vraagt zich af of de beschermende bestemmingsregeling met deze Omgevingsvisie al ingaat. Indiener wijst op de uitspraak over het laten participeren van bedrijven in de ontwikkeling van windturbines. Daardoor ontstaat een vestigingsplaatsfactor voor nieuwe en bestaande bedrijven die hun producten en diensten op een groene manier willen produceren en in de markt zetten.

Indiener vraagt zich af of deze vestigingsplaatsfactor betekent dat een bedrijf ergens (anders) een windturbine kan plaatsen en zich elders kan vestigen. Dat zou betekenen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=91ce2805-6d89-4afa-a26d-13d60fa31c38