CConstaterende datZwolle
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport Rkc Zwolle - Sleutel voor jeugdhulp_april 2023.pdf

Raad Besluitvormingsronde 3 april 2023, gemeente ZwolleBij agendapunt: Mededelingen29.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Niet alleen door uitval van personeel en de coronamaatregelen. Corona heeft ook zichtbaar gemaakt welke problemen bij jongeren onder de oppervlakte al speelden. Dat leidde tot een hectische periode met complexe casuïstiek. Een tweede, al eerder benoemd aspect, is dat een hoge caseload het lastig maakt om te bepalen wanneer je een casus waar het Sociaal Wijkteam hulp verleent wel of niet toch overdraagt naar een hulpverlener. Een derde aspect is dat, los van de hoge caseload, het moeilijk is om de rol van hulpverlener en regisseur te combineren.

4.5

Toetsing aan het normenkader

Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: ▪ Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm. ▪ Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm. ▪ Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm. ▪ Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm.

48

▪

Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm. Norm Het Sociaal Wijkteam beschikt over: - Voldoende capaciteit om de beoogde taken uit te voeren - Voldoende kennis en kwaliteit om de beoogde taken uit te voeren - Voldoende capaciteit om de verwachte taken uit te voeren - Voldoende kennis en kwaliteit om de verwachte taken uit te voeren

nZwolle scoort op de landelijke outcomeindicatoren tenminste vergelijkbaar ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Zwolle hanteert zelf outcome-indicatoren om te sturen op de doeltreffendheid van de jeugdzorg.

De betrokken actoren (gezin, Sociaal Wijkteam, voorliggend veld, jeugdzorgaanbieders en scholen) hebben dezelfde opvattingen over de taakopvatting van het Sociaal Wijkteam.

Toetsing Voldoet merendeels. De hoge caseload is een belemmering voor met name het zelf oppakken van hulpvragen zonder daar jeugdhulpverleners voor in te schakelen. De kennis en kwaliteit binnen het Sociaal Wijkteam is volgens medewerkers, ouders en netwerkpartners in voldoende mate aanwezig. Recent is daar in de vorm van scholing en opleiding, inzet van ervaringsdeskundigheid en het aannemen van gedragsdeskundigen in geïnvesteerd. Voldoet grotendeels voor wat betreft de vergelijkbare score op landelijke outcomeindicatoren. Voldoet beperkt wat betreft het hanteren van eigen outcome-indicatoren. Er zijn outcomes als resultaten benoemd, alleen wordt niet op outcome maar op output in de vorm van uitgevoerde activiteiten verantwoord. De gemeente heeft vooral inzicht in kosten en gebruik van de jeugdzorg, maar heeft vooralsnog weinig gegevens over de kwaliteit en effectiviteit van de hulp en het bereiken van de gewenste maatschappelijke effecten. Voldoet merendeels. Betrokken actoren zijn overwegend positief over de wijze waarop het Sociaal Wijkteam invulling geeft aan de taken en zijn ook bekend met de belangrijkste taken van het Sociaal Wijkteam. Echter verwachten met name ouders meer regie vanuit het Sociaal Wijkteam. Ouders verwachten dat zij in het Sociaal Wijkteam een partner aantreffen die hen met een helikopterview met raad en daad kan bij staan.

Uit het casusonderzoek blijkt dat ongeveer de helft van de ouders deze vorm van regie en ondersteuning niet heeft ervaren. Bij zowel het Sociaal Wijkteam als bij jeugdhulpaanbieders wordt gesignaleerd dat de meerdere rollen die het Sociaal Wijkteam kan innemen soms lastig te verenigen zijn. Het gaat dan met name over het combineren van zelf hulpverlenen en het bewaken van de procesregie.

49

50

5 BEVINDINGEN VERWACHTE DOELTREFFENDHEID

51

5

Bevindingen verwachte doeltreffendheid

5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk zijn de bevindingen over de gerealiseerde en verwachte doeltreffendheid van de verbeteringen opgenomen. Daarnaast zijn mogelijke leerpunten vanuit andere gemeenten beschreven. De onderzoeksvragen worden op hoofdlijnen beantwoord, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk eindigt met een toetsing van de bevindingen aan de normen behorend bij de niet-beschrijvende onderzoeksvragen. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de bevindingen op hoofdlijnen in de blauwe kaders en de toetsing aan het normenkader.

5.2

Verwachte effecten ingezette verbeteringen

Onderzoeksvragen: 5. Zijn de plannen om tot een betere integrale aanpak te komen – en meer specifiek de opzet van de proeftuin Jeugd Samenspel in de wijk – in opzet adequaat om eventuele knelpunten weg te nemen? 6. Zijn er voorlopige lessen te identificeren uit de proeftuin Jeugd Samenspel in de wijk om te komende tot een meer integraal, vraag en resultaatgericht systeem? Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ Het is nog te vroeg om een uitspraak te doen over de proeftuin Jeugd Samenspel in de wijk. Deze is net gestart en resultaten zijn nog niet bekend. Bij de proeftuin betrokken partners verwachten dat de proeftuin effectief zal zijn om tot een betere integrale aanpak te komen. Door de recente start en het ontbreken van monitoringdata kan dit nog niet met data ondebouwd worden. ▪ De beoogde bewegingen uit de Hervormingsagenda die tot doel hebben om tot een betere integrale aanpak te komen, zijn in gang gezet. Echter op meerdere aspecten doen zich nog knelpunten voor die deels (bijvoorbeeld de inzet op normaliseren via o.a. een afwegingskader jeugdzorg) opgepakt worden. Andere knelpunten staan nog open zoals het geschotte inkopen van hulp, de hoge caseload van het Sociaal Wijkteam, het verschil tussen verwachte en ervaren rolinvulling van het Sociaal Wijkteam bij ouders, het worstelen van het Sociaal Wijkteam met verschillende regierollen en de overgang van 18- naar 18+.

▪ Woordvoerders uit de gemeenteraad ervaren weinig sturing en grip op de jeugdzorg. Zij krijgen slechts informatie over kosten en gebruik en geen informatie over maatschappelijke effecten, wijze waarop inwoners de jeugdhulp ervaren en de transformatie. Onderbouwing De bevindingen zijn opgebouwd langs drie lijnen: (1) de bevindingen uit de proeftuin Jeugd Samenspel in de wijk, (2) de verwachte en gerealiseerde verbeteringen uit de Hervormingsagenda om knelpunten weg te nemen en (3) gegevens die beschikbaar zijn over de uitkomsten van de gewenste resultaten uit de Hervormingsagenda. Bevindingen proeftuin Jeugd Samenspel in de wijk De hoofddoelstelling van de proeftuin is: hulp en steun dichtbij de jeugdige en zijn gezin (thuis op school en in de wijk) organiseren, zodat ondersteuning aansluit op de vraag en gericht is op duurzaam oplossen en normaliseren. De methodisch onderlegger voor de proeftuin is de dynamische leeragenda, kort cyclisch met reflexieve monitoring, zodat eenieder scherp is op de vraag of de veranderbeweging en beoogde doelstellingen en resultaten voldoende worden bereikt.

52

Het is nog te vroeg om aan te kunnen geven of de proeftuin effectief is in het wegnemen van de ervaren knelpunten of in het bereiken van de gewenste inhoudelijke verbeteringen. Uit interviews blijkt dat de Proeftuin Jeugd Samenspel in de wijk onlangs is gestart. Een aantal eerste sessies over de inhoud zijn gehouden in de afgelopen maanden. Een goede analyse aan de voorkant met daarin een brede blik op het netwerk rondom de jongeren en daar tijd en ruimte voor mogen nemen is bijvoorbeeld aan de orde gekomen. Medewerkers en partners hebben goede hoop dat ze stappen kunnen gaan zetten op de benodigde bewegingen van de hervormingsagenda. Bevindingen effecten generieke verbeteringen hervormingsagenda De benodigde bewegingen zoals aangegeven in de hervormingsagenda zijn: ▪ Van apart naar gewoon. ▪ Van deelproblemen naar totaaloplossing. ▪ Van zorgen voor naar zorgen dat. ▪ Van individuele zorg naar samenbrengen van vragen. Hierna is per benodigde beweging de reeds aangetroffen en verwachte verbetering weergegeven. Ook zijn nog op te lossen knelpunten weergegeven. 1. Van apart naar gewoon (normaliseren) De gemeente Zwolle heeft met deze beweging een goede start gemaakt. Het gesprek over normaliseren wordt gevoerd binnen de Sociale Wijkteams en met de partners. De noodzaak van ‘normaliseren’ wordt breed onderschreven door alle netwerkpartners.

Het ontbreekt echter aan een eenduidig beeld wat onder normaliseren wordt verstaan. Omdat te bepalen is volgens deze netwerkpartners een antwoord nodig op de volgende vragen: ▪ Wat vinden we normaal aan zaken waar je tegenop loopt bij opgroeien en opvoeden en is dus geen hulptraject bij nodig? ▪ Bij welke vragen zetten we wel in op hulp? Alle netwerkpartners geven aan dat het van belang is dat alle partners daar dezelfde beelden bij hebben om te komen tot duidelijkheid in de verwachtingen bij ouders en jeugdigen. Het ontbreekt aan een afwegingskader wat onder jeugdhulp valt en wat niet. Dit afwegingkader is sinds april 2022 in ontwikkeling en moet leiden tot een afwegingskader uitgewerkt in een nieuwe verordening Jeugd. Uit interviews blijkt dat professionals hierin graag stappen willen zetten. Het Sociaal Wijkteam kan hierin een sleutelrol vervullen naar de netwerkpartners, maar heeft daar wel duidelijke kaders voor nodig. In de recent ontwikkelde visie en doelen van het Sociaal Wijkteam heeft het Sociaal Wijkteam het doel gekregen om oplossingen voor problemen zo veel mogelijk gewone oplossingen te vinden in de omgeving: thuis, op school of in de wijk.

De aangetroffen en verwachte verbeteringen die bijdragen aan een integrale aanpak en het wegnemen van knelpunten bij deze beweging zijn: ▪ De onderschreven noodzaak tot normaliseren door alle netwerkpartners (aangetroffen) ▪ De uitwerking van een afwegingskader dat richting moet geven aan wat onder normaliseren wordt verstaan (verwacht, is nog in ontwikkeling) ▪ Een aangescherpte opdracht (sinds oktober 2022) aan het Sociaal Wijkteam om gewone oplossingen te vinden. (aangetroffen) 2. Van deelproblemen naar totaaloplossing Bij alle netwerkpartners is veel bereidheid om te komen tot totaal- in plaats van deeloplossingen. De noodzaak ervan wordt onderschreven. Deze beweging is vanuit het Sociaal Wijkteam ingezet. Bij vragen die de Jeugdwet overstijgen (bijvoorbeeld met een Wmo- of werk- en inkomensvraag) is de werkwijze dat vanuit het Sociaal Wijkteam alle relevante disciplines worden betrokken. De Sociale Wijkteams zijn sinds enige tijd ook aan alle scholen en aan verreweg de meeste huisartsen verbonden. Dat maakt dat het Sociaal Wijkteam eerder in beeld is, dichter en laagdrempeliger voor de gezinnen beschikbaar is. Daardoor is het mogelijk om in een eerder stadium met een brede blik naar de vraag van gezinnen te kijken. De toegevoegde waarde hiervan wordt door alle 53

netwerkpartners onderschreven. Bovendien zorgt deze werkwijze voor vaste contacten en netwerken waarbinnen alle partners kunnen werken. Uit interviews blijkt dat op de beweging “van deelprobleem naar totaaloplossing” in casussen al wordt ingezet. Het inzetten van de verklarende analyse helpt professionals hierin om niet gelijk in het klein problemen op te lossen maar eerst uit te zoomen. Daarnaast komt het voor dat bij de vragen voor specialistische jeugdhulp medewerkers te maken hebben met ouders die zelf hulp nodig hebben (bijvoorbeeld vanuit volwassen psychiatrie). Voor een totaaloplossing zijn altijd de ouders ook nodig. Dit blijkt ook uit de bevindingen uit het casusonderzoek. Bij sommige gezinnen zijn zowel een jeugd als een Wmo-medewerker van het Sociaal Wijkteam betrokken. Het is echter niet altijd mogelijk om daar als Sociaal Wijkteam op te sturen. Als ouders niet willen dan is het een stevige uitdaging om samen tot passende hulp te komen. Uit interviews blijkt dat het voor professionals nog wel eens voelt als “tegen de stroom in zwemmen” omdat enerzijds de maatschappij veeleisend is ten aanzien van jongeren en anderzijds de systemen van inkoop en betaling nog erg op zorg zijn ingesteld en het voorveld nogal versnipperd is en nog niet goed is doorontwikkeld in relatie tot de vraag.

Sommige financiering is volgens respondenten erg verkokerd en kan maar moeilijk ontschot worden. De ingekochte ondersteuning voor Jeugd en Wmo is apart en daarbinnen langs schotten ingekocht. Dat maakt het lastig om buiten bestaande producten om te werken en alternatieve oplossingen te organiseren. Daardoor is het, ondanks de mogelijkheden van het Sociaal Wijkteam om met maatwerkoplossingen te komen, niet makkelijk om tot alternatieve en beter passende oplossingen te komen. Dat heeft tot gevolg dat de hulp zich in een aantal onderzochte casussen zich te weinig richt op de gevolgen voor het gehele gezinssysteem. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van ouders die ervoor kiezen om minder te gaan werken of zelfs stoppen met werken om de zorg voor een van de kinderen op zich te nemen. Uit de ontwikkelkamer komt naar voren dat de geschotte inkoop in de 18- naar 18+ overgang een probleem is. Het gemeentelijk beleid is om zo min mogelijk verlengde jeugdhulp in te zetten. Het gevolg is dat het gezin en de jongere in veel gevallen moeten overstappen naar andere hulp (bijvoorbeeld vanuit de Wmo). Het zorgt voor ingewikkelde situaties waarin zowel de ouders als de betrokken professionals het overzicht kwijt raken. Zo ligt de procesregie bij de jeugdbescherming als sprake is van hulp in het gedwongen kader. Ook op momenten dat sprake is van een overgang van 18- naar 18+.

Daarvan geven professionals aan dat dit juist het moment is waarop regie van het Sociaal Wijkteam wordt verwacht. De overgang van 18- naar 18+ is sowieso op veel vlakken ingewikkeld, denk aan zorgtoeslagen, eigen risico’s in de Zorgverzekeringswet en huisvestingsvraagstukken. Uit het casusonderzoek en de interviews met de netwerkpartners blijkt dat het voorkomt dat gezinnen en jongeren buiten beeld raken. Verder geven respondenten aan dat als de hulpvraag niet start bij het Sociaal Wijkteam, maar bijvoorbeeld bij de huisarts of een andere wettelijke verwijzer, het lastiger is om vanaf het begin de focus te hebben op een totaaloplossing. In een aantal van de onderzochte casussen blijkt dat het Sociaal Wijkteam in een later stadium betrokken raakt, waardoor het moeilijker is om met een bredere blik naar de vraag van een gezin te kijken omdat een ondersteuningstraject al is ingezet. De hoge caseload van het Sociaal Wijkteam zorgt er mede voor dat aan het begin van een hulpvraag weinig ruimte wordt genomen om te ‘vertragen’. Dat is onderdeel van de proeftuinen in Zuid en West Zwolle. Door meer tijd te nemen bij de start van een hulpvraag, zo is de verwachting, ontstaan meer mogelijkheden voor alternatieve en meer integrale oplossingen. Het Sociaal Wijkteam vervult een sleutelrol in deze inhoudelijke beweging.

Het is één van de doelen en taken van het Sociaal Wijkteam zoals vastgelegd in de recent opgestelde visie en doelen van het Sociaal Wijkteam. Het Sociaal Wijkteam kan dat echter niet alleen ‘oplossen’, daarvoor is ook een ontschotte inkoop van jeugdhulp en andere vormen van ondersteuning nodig. Bij de 18- 18+ problematiek komt dit vraagstuk versterkt in beeld. De aangetroffen en verwachte verbeteringen die bijdragen aan een integrale aanpak en het wegnemen van knelpunten bij deze beweging zijn: ▪ De onderschreven noodzaak voor totaal- in plaats van deeloplossingen door alle netwerkpartners (aangetroffen) ▪ Een werkwijze van het Sociaal Wijkteam op casusniveau die uitgaat van een totaaloplossing (aangetroffen) 54

▪

Een aangescherpte opdracht (sinds oktober 2022) aan het Sociaal Wijkteam om gewone oplossingen te vinden (aangetroffen).

Nog niet opgeloste knelpunten zijn: ▪ De noodzaak om bij 18- 18+ problematiek de regie te leggen bij het Sociaal Wijkteam, ook als sprake is van hulp in het gedwongen kader. De opdracht om zo min mogelijk verlengde jeugdhulp in te zetten, verhoudt zich moeizaam tot een soepele overgang van 18- naar 18+. ▪ De noodzaak tot ontschotte inkoop van hulp om opvoed- en opgroeioverstijgende problematiek in gezinnen én de 18- 18+ problematiek beter het hoofd te kunnen bieden. ▪ Hulptrajecten die niet starten bij het Sociaal Wijkteam maar bij een andere verwijzer. Daar is het lastig voor het Sociaal Wijkteam om in te stappen en breder te kijken naar vragen en oplossingen. ▪ De hoge caseload van het Sociaal Wijkteam werkt belemmerend om bij de start van een vraag te vertragen en om zelf hulp te verlenen in plaats van door te verwijzen naar jeugdzorgaanbieders. 3. Van zorgen voor naar zorgen dat Uit de ontwikkelkamer en de interviews blijkt dat alle netwerkpartners doordrongen zijn van de noodzaak van de omslag van zorgen voor naar zorgen dat. Uit het onderzoek blijkt dat het Sociaal Wijkteam daar in de beginjaren van de decentralisatie nog veel zendingswerk te verrichten had. Inmiddels is dat niet meer nodig. Uit het casusonderzoek komt naar voren dat ouders verwachten dat het Sociaal Wijkteam een regierol oppakt.

Het doel van het Sociaal Wijkteam is om de ouders te ondersteunen bij het versterken of terugkrijgen van de regie op hun gezin en kind. Deze verwachting komt, zo blijkt uit het casusonderzoek, in ongeveer de helft van de onderzochte casussen niet overeen te komen. Ouders verwachten dat het Sociaal Wijkteam hen vanuit een helikopterview kan ondersteunen bij het nemen van beslissingen. Dat is vooral van belang bij complexere situaties. Daarbij speelt altijd een spanning tussen de belastbaarheid van ouders als het gaat om het regievraagstuk. Soms wordt die regie bemoeilijkt door onenigheid tussen ouders en in andere gevallen zijn ouders door andere stressfactoren minder goed in staat om de regie ter hand te nemen. Dit blijkt ook uit de ontwikkelkamer. De gevolgen van het verschil tussen de verwachtingen zijn divers: situaties waarin de regie bij niemand lijkt te liggen en situaties waarin hulpverleners meer in rol van zorgen voor worden gedrukt. In de ontwikkelkamer komt naar voren dat medewerkers van het Sociaal Wijkteam worstelen met de verschillende ‘regierollen’. Medewerkers zitten het ene moment in de rol van hulpverlener op de inhoud en op een andere moment de rol als beschikkingverlener die over het geld gaat. Daarnaast zitten zij op scholen in voorkomende gevallen ook nog in de rol van melder bij de kinderbescherming.

De opdracht van het Sociaal Wijkteam is hier nog niet volledig helder in. De opdracht aan het Sociaal Wijkteam is recent geconcretiseerd, maar geeft onvoldoende richting wie nu verantwoordelijk is voor de samenhang in de netwerksamenwerking in de keten school/huisarts, Sociaal Wijkteam en jeugdhulpverlener. De aangetroffen en verwachte verbeteringen die bijdragen aan een integrale aanpak en het wegnemen van knelpunten bij deze beweging zijn: ▪ Omslag in denken en doen (van zorgen voor naar zorgen dat) is door alle netwerkpartners omarmd (aangetroffen) ▪ Een aangescherpte opdracht (sinds oktober 2022) aan het Sociaal Wijkteam. (aangetroffen) Nog niet opgeloste knelpunten zijn: ▪ Mismatch tussen verwachte regierol van het Sociaal Wijkteam door de ouders en de ervaren regierol van het Sociaal Wijkteam (in de helft van de onderzochte casussen). ▪ Sociaal Wijkteam dat worstelt met verschillende soms niet synchroon lopende regierollen. Staat het Sociaal Wijkteam naast de ouders of is het Sociaal Wijkteam de beoordelaar of het gezin wel of geen hulp krijgt en zo ja welke? 55

4. Van individuele zorg naar samenbrengen van vragen. In interviews geven respondenten van Sociale Wijkteams aan dat zij met de beweging naar het samenbrengen van vragen begonnen zijn. In de teams voeren zij het gesprek hierover en passen ze dit in een aantal casussen al zeker toe. Bijvoorbeeld door het in zetten van op preventie gerichte interventies. Echter door de intensieve caseload en het feit dat een behoorlijk deel van de trajecten pas laat in beeld komen is dit voor een groot aantal trajecten nog niet het geval. Dat laatste speelt met name bij de inzet van jeugdhulp door de gecertificeerde instellingen (gedwongen kader) en de huisartsen, waarbij het Sociaal Wijkteam vaak pas later inhoudelijk betrokken wordt als een verlenging van de beschikking wordt gevraagd. Medewerkers van het voorliggende veld en zorgaanbieders geven aan dat het nog moeilijk is om van de individuele vraag naar het samenbrengen van vragen te komen. Iedere partij redeneert nog steeds te veel vanuit de eigen positie en wat zij te bieden hebben. Dat wordt mede veroorzaakt door het feit dat aanbieders van jeugdhulp werken met beschikkingen voor individuele jeugdigen. Daarnaast wordt vanuit het Sociaal Wijkteam hierop nog onvoldoende regie ervaren.

De aangetroffen en verwachte verbeteringen die bijdragen aan een integrale aanpak en het wegnemen van knelpunten bij deze beweging zijn: ▪ In meerdere casussen passen de Sociale Wijkteams het samenbrengen van vragen toe, vooral in de vorm van op preventie gerichte interventies (aangetroffen) Nog niet opgeloste knelpunten zijn: ▪ De hoge caseload van het Sociaal Wijkteam maakt het lastig om voldoende tijd te besteden aan het samenbrengen van vragen. ▪ Aanbieders van jeugdhulp redeneren nog veel vanuit de eigen positie en wat zij zelf te bieden hebben. Dat komt oa. door het individueel toekennen van hulp aan gezinnen die via een beschikking individueel wordt opgepakt door aanbieders. Bevindingen mate waarin de beoogde resultaten van de Hervormingsagenda worden behaald Doordat over maatschappelijk effecten weinig tot geen monitoringsdata voorhanden zijn, kan dit niet cijfermatig onderbouwd worden. In de reflectiesessie met raadsleden is door raadsleden aangegeven dat zij geen grip en sturing ervaren op de jeugdzorg om hun controlerende rol goed in te kunnen vullen. Zij krijgen slechts informatie over kosten en gebruik en geen informatie over maatschappelijke effecten, de wijze waarop inwoners de jeugdhulp ervaren en de transformatie. Een analyse van gegevens en regelmatige verantwoording naar de gemeenteraad hierover is nodig.

Raadsleden geven aan dat het dashboard dat in ontwikkeling is een goed begin is van verdere informatieverstrekking op deze onderwerpen. De Hervormingsagenda benoemt een aantal uitkomsten dat beoogd wordt. Aan de hand van de bevindingen uit dit onderzoek is nagegaan of en in welke mate deze uitkomsten zijn gerealiseerd voor wat betreft de jeugdzorg. Beoogde resultaten Bandbreedte van wat wij normaal vinden vergroten. Van achteraf oplossen naar voorkómen.

Meer ambulante ondersteuning in plaats van beschermde woonvormen. Meer ondersteuning binnen het dagelijks leven in plaats van op een aparte therapie- of zorgplek

Mate van realisatie voor jeugdzorg Noodzaak van normaliseren breed onderschreven, nog geen gedeeld beeld over wat normaliseren inhoudt. Afwegingskader daarvoor is in ontwikkeling. Uit de bevindingen blijkt dat op dit vlak nog veel te winnen is, ondanks dat daar op is ingezet. Belemmerende factoren zijn: de hoge caseload van het Sociaal Wijkteam en het feit dat jeugdzorgaanbieders alleen via een beschikking kunnen worden ingezet. De kosten van ambulante vormen van ondersteuning in Zwolle zijn minder hard gestegen dan de kosten van complexe vormen van hulp met een verblijfscomponent. Sprake is van een onvoldoende informatiepositie om daar uitspraken over te doen op basis van gemeentelijke gegevens.

56

We hebben alle leefgebieden in beeld en lossen meerdere problemen van de persoon in samenhang op.

Dit is de werkwijze van de Sociale Wijkteams, echter deze ondervinden belemmeringen bij 18- en 18+ en het geschot inkopen van hulp.

Door een gerichte totaalaanpak is er minder stapeling van losse hulp en voorzieningen.

Sprake is van een onvoldoende informatiepositie om daar uitspraken over te doen op basis van gemeentelijke gegevens.

Verschuiving van regie bij de zorg naar regie bij de inwoner (en zijn/haar omgeving).

Dit is het (recent aangescherpte) doel van de Sociale Wijkteams. De verwachtingen bij ouders over de regierol van het Sociaal Wijkteam komen in de helft van de onderzochte casussen niet overeen met de ervaren regierol. Het Sociaal Wijkteam worstelt met de verschillende regierollen die zij kunnen innemen. De proeftuin Jeugd Samenspel in de wijk is gericht op dit resultaat. Het is ook een van de aangescherpte doelen van het Sociaal Wijkteam. Het blijkt in de praktijk niet altijd makkelijk om te vertragen om zo meer zicht te krijgen op alternatieve oplossingen anders dan de bestaande ingekochte producten. Deze beweging is in gang gezet door de Sociale Wijkteams, echter staat ook onder druk door een hoge caseload en het op individueel casusniveau inzetten van jeugdzorgaanbieders. Sprake is van een onvoldoende informatiepositie om daar uitspraken over te doen op basis van gemeentelijke gegevens.

Verschuiving van aanbodgericht werken naar vraaggericht werken.

Meer vragen worden in groepen beantwoord.

Versterken van onderlinge zorg (deelnemers helpen elkaar)

5.3

Leren van andere gemeenten

Onderzoeksvraag: 8. Zijn er bij andere gemeenten voorbeelden te vinden van een succesvolle (integrale) aanpak van de jeugdzorg? Wat zijn kritische succesfactoren? Wat kan Zwolle hier van leren? Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ De bevindingen geven aan dat er al veel goede en succesvolle aspecten in de Zwolse aanpak zitten, zoals bijvoorbeeld de outreachende aanpak van het Sociaal Wijkteam bij scholen en huisartsen. ▪ Andere gemeenten kennen verschillende interessante succesvolle voorbeelden zoals de gezamenlijke triage met aanbieders en onderwijs in Steenwijkerland, de afbouw van de driemilieugroepen in Noord-Holland, een pleeggezin in het directe informele netwerk van het gezin, het voorkomen van uithuisplaatsing in Flevoland (lijkt op de methode spoedhulp IJsselland) en de doorbraakmethode in Rotterdam. ▪ De gemeente Zwolle zou ook lering kunnen trekken uit de werkwijze van gemeenten waar sprake is van een scheiding tussen de toegang en de verlening van ondersteuning/hulp, zoals in Deventer en Staphorst.

▪ Uit een analyse van uitvoering jeugdzorg in den lande komen de volgende elementen naar voren die voor Zwolle interessant kunnen zijn: • Het investeren in netwerken en relaties kost tijd • Het aanjagen en hebben van tijd voor structurele leer- en verbetercyclus • Voldoende en kwalitatief goed aanbod • Brede bekendheid met het aanbod van voorliggende voorzieningen bij alle netwerkpartners • Beperkt aantal gecontracteerde partijen • Mogelijkheden tot maatwerkvoorzieningen 57

Onderbouwing Respondenten geven aan dat er al veel goede en succesvolle aspecten van de aanpak in de gemeente Zwolle worden toegepast zoals het outreachend werken vanuit het Sociaal Wijkteam bij scholen en huisartsen. In interviews worden verschillende succesvolle voorbeelden genoemd in andere gemeenten zoals de gezamenlijke triage met aanbieders en onderwijs in Steenwijkerland, de afbouw van de driemilieugroepen in Noord-Holland, een pleeggezin in het directe informele netwerk van het gezin, het voorkomen van uithuisplaatsing in Flevoland (lijkt op de methode spoedhulp IJsselland) en de doorbraakmethode in Rotterdam. Verder komt naar voren dat er gemeenten zijn waar de toegang duidelijk is gescheiden van het verlenen van zorg en ondersteuning. Dit gebeurd bijvoorbeeld in Deventer en Staphorst. Daarmee is de taak van de toegang duidelijk afgebakend. Dit is in Zwolle niet het geval waar zowel de toegang als een deel van de ondersteuning/hulp is belegd bij het Sociaal Wijkteam. Succesfactoren die samenhangen met de inrichting van de toegang De rollen en taken van de gemeentelijke toegang verschillen per gemeente. Grofweg hanteren gemeenten meerdere rol- en taakverdelingen voor de toegang. Deze zijn onderstaand weergegeven. Aspect Informatie en advies

Varianten gemeentelijke toegang ▪

Informatie en advies

Voor- en nadelen ▪

Voordeel: onafhankelijk

apart belegd

vraagpunt zonder dat

(Vraagwijzer

toewijzing daar ligt

Rotterdam)

▪

Nadeel: overdracht, meerdere ‘loketten’

▪

Informatie en advies

▪

Voordeel: één ‘loket’

▪

Voordeel: geen extra

samen met toewijzing (Zwolle, Arnhem, Hengelo, Enschede) Toewijzing van jeugdhulp

▪

Volledig gemandateerd aan

beoordelingsmoment

uitvoeringsorganisatie

(efficiënt)

van de toegang (Arnhem, Zwolle, Hengelo, Enschede) ▪

Inhoudelijk advies over

▪

Voordeel: 4-

toewijzing door

ogenprincipe, gemeente

uitvoeringsorganisatie

controleert toewijzing

van de toegang,

door toegang

administratieve beschikking door gemeente (gemeenten Noord-Veluwe)

58

Aspect Aanvullende rollen en taken van de toegang

Varianten gemeentelijke toegang ▪

Begeleiden en

Voor- en nadelen ▪

Voordeel: mogelijkheid

ondersteunen van

om zelf ondersteuning

jeugdigen en ouders

te bieden zonder dat

(Zwolle, Arnhem)

beroep op specialistische hulp moet worden gedaan. Minder overdrachtsmomenten en sneller geholpen.

▪

Uitvoeren wettelijke

▪

Voordeel: één dossier

taken

van het kind,

jeugdgezondheidszorg

mogelijkheid tot

(gemeenten Noord-

vroegtijdige signalering

Veluwe)

en verbinding met aanbod van jeugdgezondheidszorg

▪

Uitvoeren preventieve

▪

Voordeel: toegang kan

activiteiten opvoeden

zelf preventief aanbod

en opgroeien (Zwolle,

bieden.

gemeenten NoordVeluwe) Juridische positionering toegang

▪

Toegang tot en

▪

Voordeel: één

levering van alle

opdrachtnemer

vormen van jeugdhulp

verantwoordelijk voor

bij één

kwaliteit,

opdrachtnemende

toegankelijkheid en

organisatie (Hollands

beheersing van het

Kroon)

budget ▪

Nadeel: afhankelijkheid van één opdrachtnemer

▪

Onderdeel van de

▪

Voordeel: directe

gemeentelijke

aansturing door de

organisatie en

gemeente

medewerkers in dienst

▪

Nadeel: gemeente

van de gemeente

verantwoordelijk voor

(Bronckhorst)

personele kwetsbaarheid

59

Aspect

Varianten gemeentelijke toegang ▪

Onderdeel van de

Voor- en nadelen ▪

Voordeel: gemeentelijke

gemeentelijke

aansturing, geen

organisatie en

verantwoordelijkheid

medewerkers

voor personele

gedetacheerd vanuit

kwetsbaarheid

ingekochte partijen

▪

(Rotterdam)

Nadeel: dubbel sturingsmodel voor medewerkers (gemeente en moederorganisatie)

▪

Eigen zelfstandige

▪

Voordeel: afspraken

juridische entiteit met

maken over kwaliteit,

een opdrachtgever-

doorlooptijden en

opdrachtnemerrelatie

bijdrage aan

(dienstverleningsovere

gemeentelijke doelen,

enkomst) met de

geen

gemeente (Arnhem)

verantwoordelijkheid voor personele kwetsbaarheid ▪

Nadeel: gemeentelijke sturing is op (enige) afstand.

▪

Overheids BV met

▪

dienstverleningsovere enkomst

Voordeel: idem als hierboven.

▪

Nadeel: financieel en

(Smallingerland,

bestuurlijk aansprakelijk

Doetinchem)

door aandeelhouderspositie

Doelgroepen

▪

Ouders en jeugdigen

▪

Voordeel: opbouw van

van 0-18 (gemeenten

specialisme en

Noord-Veluwe,

netwerken rondom

Utrecht)

jeugdigen en gezinnen ▪

Nadeel: knip tussen aanpak problematiek die niet gerelateerd is aan opvoeden (werk, inkomen) en aanpak

60

Aspect

Varianten gemeentelijke toegang

Voor- en nadelen gericht op opvoeden en opgroeien

▪

0-100 jaar, geen

▪

Voordeel: geen knip

specifieke toegang

tussen problematieken

voor jeugd en gezin.

van ouders en

(Zwolle, Arnhem,

jeugdigen.

Hengelo, Enschede)

▪

Nadeel: opbouw van specialisme en netwerken rondom jeugdigen en gezinnen

Budgettaire verantwoordelijkheid

▪

Verantwoordelijk voor

▪

Voordeel: toegang

kosten gemoeid met

stuurt op wat nodig is,

personele inzet en

niet op wat beschikbaar

bedrijfsvoering

is aan middelen

(Rotterdam, gemeenten NoordVeluwe) ▪

Idem plus uitgaven

▪

Voordeel: toewijzers

toegewezen jeugdhulp

hebben een extra

(Arnhem)

financiële prikkel om de uitgaven te beheersen ▪

Nadeel: zonder directe zeggenschap over inkoop, controle op betalingen en zeggenschap over algemene vrij toegankelijke voorzieningen is de budgettaire verantwoordelijkheid lastig waar te maken.

Succesfactoren die samenhangen met netwerksamenwerking met aanbieders van hulp, onderwijs en andere verwijzers Uit diverse onderzoeken en evaluaties blijken de volgende factoren: ▪ Investeren in netwerken en relaties kost tijd. Zoals ook blijkt uit de bevindingen in Zwolle is tijd, aandacht, begrip en respect nodig om tot netwerksamenwerking te komen. Tijd om elkaar te

61

▪

leren kennen en begrip en respect voor elkaars werkwijzen, culturen en mogelijkheden. Het kost tijd voordat sprake is van een goed op elkaar ingespeeld netwerk van partners. Het aanjagen en hebben van tijd voor structurele gezamenlijke leer- en verbetermogelijkheden. Gezamenlijk leren en verbeteren draagt in positieve zin bij aan een cultuur van samen werken en samen leren. Gezamenlijk leren en verbeteren kan echter snel van de plank vallen in de waan van de dag. In gemeenten waar de gemeente (beleidsmatig of via de eigen toegang) een aanjaagfunctie heeft in het gezamenlijk leren en verbeteren, komt dit ook van de grond en is het duurzaam. Bijvoorbeeld in gezamenlijke coalities rondom preventie en gezondheid die volgens een thematische agenda vraagstukken aanpakken of agenderen (Staphorst). Of in de vorm van vlechtwerkoverleggen waarin van individuele casussen naar oplossingen en aanpakken voor veel voorkomende kwesties wordt gewerkt (Rotterdam). Vaak is daar een aanjager voor nodig. Soms ligt die bij de gemeente (beleidsmatig), maar kan ook bij het wijkteam of een welzijnspartner liggen. Daarbij gaat het vooral om het feit dat de aanjaagrol belegd is en dat partners in hun subsidie of contract met de gemeente of andere financiering ook tijd en ruimte hebben om hierin te investeren.

Succesfactoren die samenhangen met de inrichting en beschikbaarheid van voorliggende voorzieningen Uit diverse onderzoeken en evaluaties blijken de volgende factoren: ▪ Voldoende en kwalitatief goed aanbod. Uit meerdere onderzoeken blijkt dat veel wijkteams of equivalenten van de gemeentelijke toegang en aanbieders actief in de voorliggende voorzieningen tegen een capaciteitstekort bij de voorliggende voorzieningen aanlopen. Bovendien speelt een rol dat hulpverleners in het voorliggend veld vaak generalistische werkers zijn, die op onderdelen wel een specialisme nodig hebben om daadwerkelijk ondersteuning ‘weg te nemen’ van gespecialiseerde aanbieders. Soms is daarvoor een coproductie (met mogelijkheden tot de financiering daarvan) nodig tussen voorliggend aanbod en specialistische jeugdzorgaanbieder. ▪ Brede bekendheid met het aanbod van voorliggende voorzieningen. Met name voor jeugdzorgaanbieders die veelal regionaal werken is het in de praktijk lastig zich een beeld te vormen van het aanbod in het lokale voorliggend veld. Samenwerking met dit voorliggend veld wordt daar weinig tot niet gezocht en gevonden. Een actieve rol van de gemeentelijke toegang als schakelpunt en verbinder wordt in meerdere gemeenten gezien als een succesfactor voor sneller op- en afschalen.

Succesfactoren die samenhangen met de inrichting van de inkoop en bekostiging Uit diverse rekenkameronderzoeken en landelijke evaluaties van de jeugdzorg blijkt een aantal factoren die bijdragen aan een succesvolle integrale aanpak: ▪ Beperkt aantal gecontracteerde partijen. Met een beperkter aantal gecontracteerde partijen, zeker waar het gaat om het gecontracteerde jeugdzorgaanbod, is de aanname dat het makkelijker is om de door de gemeente Zwolle en vele andere gemeenten gewenste bewegingen in te zetten. Een beweging inzetten van normaliseren, vroegtijdig signaleren, snel kunnen op- en afschalen is makkelijker met een beperkt aantal netwerkpartners dat elkaar goed kent en de mogelijkheid heeft om goed op elkaar in te spelen. Dit maakt gezamenlijke leer- en verbeteracties makkelijker mogelijk. ▪ Mogelijkheden tot maatwerkfinanciering. De ruimte om buiten afgesproken producten en tarieven maatwerk te leveren, zorgt ervoor dat niet binnen de mogelijkheden van de ingekochte producten of arrangementen moet worden gezocht, maar dat andere oplossingen over producten en aanbod heen kunnen worden georganiseerd. Deze mogelijkheden hebben de Sociaal Wijkteams in Zwolle ook.

62

5.4

Toetsing aan het normenkader

Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: ▪ Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm. ▪ Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm. ▪ Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm. ▪ Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm. ▪ Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm. Normen De plannen om tot een betere integrale aanpak te komen, zijn: - Effectief in het bereiken van de gewenste inhoudelijke verbeteringen (realiseren besparingen, meer integrale hulp dichterbij de inwoner en het benutten van het netwerk om tot een preventief jeugdbeleid te komen) -

Effectief in het wegnemen van andere knel- of verbeterpunten die door actoren ervaren worden

Toetsing

Voldoet beperkt. Ondanks dat de bewegingen zijn ingezet, constateert de gemeente Zwolle zelf dat besparingen nog in beperkte mate worden gerealiseerd. Op de andere vlakken (meer integrale hulp en het benutten van het netwerk) zijn weinig feitelijke gegevens voorhanden bij de gemeente om daar uitspraken over te doen Voldoet vooralsnog beperkt. Meerdere van de in dit onderzoek geconstateerde knelpunten zijn ten tijde van dit onderzoek nog beperkt omgezet in verbeteracties. Zo is wel een afwegingskader jeugdzorg in ontwikkeling dat kan helpen bij het definiëren van ‘normaliseren’. Echter op andere vlakken zoals de hoge caseload van het Sociaal Wijkteam, het ontschot inkopen van hulp, de 18- 18 + problematiek, de worsteling met de rollen die het Sociaal Wijkteam in kan nemen en het ontbreken van een goede informatiepositie over maatschappelijke uitkomsten ter ondersteuning van een nu nog ontbrekende gestructureerde leer- en verbetercyclus waaraan alle netwerkpartners deelnemen, zijn nog in zeer beperkte mate stappen gezet.

63

Om te vergroten: klik op een hoek en sleep. Om te verschuiven: klik op Bijsnijden in het rechtertabblad Opmaak.

64

BIJLAGE 65

A.1.1

Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen

Geraadpleegde documenten Geraadpleegde documenten Zwolle (op chronologische volgorde hieronder gerangschikt) Beleidsplan jeugdhulp 2015-2016 Regionale visie Jeugdzorg IJselland 2017-2020 Ontwikkelagenda deel 1: krachten bundelen voor ‘de toekomst van Zwolle’ Scholen en gemeente: samen voor positieve resultaten voor de jeugd (januari 2017) Ontwikkelagenda deel 2: Krachten bundelen voor de ‘toekomst van Zwolle’ Samenvatting Ontwikkelagenda passend onderwijs en jeugdhulp (januari 2018) Perspectiefnota 2018-2021 Informatienota voor de raad (3 mei 2019) Evaluatie extra investeringen preventie jeugd (extra investeringen uit de perspectiefnota)

▪ ▪

Bijlage 1: Evaluatie van de jeugd preventie maatregelen Bijlage 2: Preventiematrix jeugd en verantwoording evaluatie

Informatienota voor de raad (16 sep 2019) met aankondiging hervormingsagenda (transformatie jeugdhulp). Hervormingsagenda sociaal domein (eind oktober 2019) Halfjaarrapportage Sociaal Domein: Hervormingsagenda 2 e helft 2019, 1e helft 2020, 2e helft 2020, 1e helft 2021, 2e helft 2021 (in totaal 5 halfjaarrapportages)

▪

Bijlage: Valuecase Jeugdhulp: herstel in het gewone leven

Regionale visie Jeugdzorg IJsselland (2021-2025) AEF rapport: stelsel in groei: een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg

▪

Informatienota voor de raad: Zwolse hervormingen jeugd in het licht van het AEF rapport (14 april 2021)

Beke Rapport: jeugdproblematiek in Zwolle: een onderzoek naar de omvang, aard en aanpak

▪

Informatienota voor de raad Beke rapport (6 juli 2021) raad wordt geïnformeerd over het Beke rapport, kernboodschap, consequenties en aanbevelingen

AEF rapport: evaluatie Sociale Wijkteams Zwolle (3-9-2021)

▪

Informatienota voor de raad Evaluatie SWT (14 dec 2021)

Informatienota voor de raad (7 oktober 2021) Voortgang regionale inkoop specialistische jeugdhulp. Informatienota voor de raad (12 oktober 2021) Tussenevaluatie Ontwikkelagenda passend onderwijs en jeugdhulp

▪

Bijlage 1: Tussenevaluatie ontwikkelagenda passend onderwijs en jeugdhulp

Beslisnota voor de raad (12 oktober 2021) Herijking hervormingsmaatregelen jeugdzorg.

▪ ▪ ▪

Bijlage 1: Ledenbrief VNG inzake arbitrage jeugd en afspraken met het Rijk Bijlage 2: Rapportage Verbetering Sturingsinformatie Jeugdzorg Bijlage 3: Voorstel Proeftuin Jeugd ‘Samenspel in de wijk’

Informatienota voor de raad (8 feb 2022) actuele informatie over de uitgaven jeugdhulp 2021. Beslisnota voor de raad (8 sep 2022) aangescherpte visie en doelen Sociaal Wijkteam

▪

Bijlage 1: Memo visie en doelen Sociaal Wijkteam

Besluitvormende raadsvergadering maandag 10 oktober 2022 (stemming over aangescherpte doelen en visie SWT)

▪

Motie D66: Ook op data kan je bouwen

CBS data benchmark en dashboard jeugdzorg Data jeugdzorg ‘Waar staat je gemeente.nl’ Begroting 2015, 2016, 2017, 2018, 2019, 2020, 2021 en 2022

66

Geraadpleegde respondenten

Medewerkers gemeente Zwolle Functies/ organisatie onderdeel

Aantal personen gesproken

Wethouder

1

Beleidsmedewerker jeugd incl. projectleider Proeftuin en medewerker stuurinformatie Medewerkers Sociaal Wijkteam

5

Teamleider / manager Sociaal Wijkteam

2

Raadslid / fractiespecialist jeugd

8

Totaal

35

20

Netwerkpartners Type netwerkpartner

Aantal personen gesproken

Voorveld (scholen PO en VO, jongerenwerk, kinderopvang en sportservice) Participatieraad

6

Jeugdzorgaanbieders

8

Regionale Serviceorganisatie IJsselland

1

Totaal

16

1

Professional gesproken in kader van casusonderzoek en ontwikkelkamer Type netwerkpartner

Aantal personen gesproken

Medewerker Sociaal Wijkteam casusonderzoek

10

Jeugdhulpverleners

6

Onderwijs

1

Totaal

17

67

A.1.2

Bijlage 2: Analyse casusonderzoek

In het casusonderzoek zijn in totaal 15 casussen (ouders) gesproken. De verdeling van 15 casussen naar geslacht, soort hulp, leeftijd, jaar van afronding traject en verwijzer is hieronder weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Verdeling casussen casusonderzoek naar selectiecriteria

Vrouw Ambulant Jaar afronding traject

Leeftijd 0-12 Gemeentelijk e toegang

Verblijf (vaak in combinatie met ambulant) Leeftijd 12-18

Nietgemeentelijke toegang

Gemeentelijke toegang

Leeftijd 0-12

Nietgemeentelijke toegang

Gemeentelijke toegang

Leeftijd 12-18

Nietgemeentelijke toegang

Gemeentelijke toegang

2020

Niet-gemeentelijke toegang 1

2021

1

2022

1

Totaal

1

1

2 1

1

0

0

0

1

3

1

Man Ambulant Jaar afronding traject

Leeftijd 0-12 Gemeentelijk e toegang

2020

Verblijf (vaak in combinatie met ambulant) Leeftijd 12-18

Nietgemeentelijke toegang

Gemeentelijke toegang

Leeftijd 0-12

Nietgemeentelijke toegang

Gemeentelijke toegang

Leeftijd 12-18

Nietgemeentelijke toegang

1

Gemeentelijke toegang

Niet-gemeentelijke toegang

1

2021

2

2022

2

Totaal

2

1 1

0

1

1 0

1

Tabel 2: Verdeling casussen casusonderzoek naar verwijzer

68

3

0

Gemeentelijke toegang Niet-gemeentelijke toegang

Medewerker Sociaal Wijkteam Huisarts Medisch specialist Gecertificeerde instelling

Aantal

Totaal

10 2 1 2

10

Totaal

5

15

Toelichting analyseschema casusonderzoek Ordening van de bevindingen uit het casusonderzoek De bevindingen zijn grafisch weergegeven in tabelvorm (zie tabel 3 hieronder). Per casus is gesproken met de ouder. De vraagstelling was open, maar wel gericht op het ophalen van bevindingen op een aantal aspecten: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Kwaliteit van de ondersteuning vanuit Sociaal Wijkteam Kwaliteit van de ondersteuning van de aanbieder(s) Effectiviteit van de ondersteuning Betrokken hulpverleners/instanties Situatie na afronding hulptraject Toegang

Op deze wijze kunnen kwalitatieve uitspraken worden gedaan over de wijze waarop de ondersteuning van de onderzochte casussen in de praktijk is verlopen en wat daaruit geleerd kan worden. De bevindingen zijn langs deze lijnen weergegeven in het analyseschema. Leeswijzer en interpretatie van de betekenis van het analyseschema Bevindingen uit de interviews zijn per casus gescoord aan verschillende hoofdaspecten die rood dikgedrukt in de linker tabel staan, in blauwe tekst zijn de deelaspecten weergegeven. Elke casus heeft een nummer gekregen die bovenaan in de tabel te zien is. De casussen scoren op de deelaspecten met een kleur. Het schema hanteert vier kleurcodes:

69

Kleurcode

Betekenis

Groen

▪

Het aspect is/was aanwezig in de ondersteuning en de ouder/jeugdige beoordeelt dit als positief

Oranje

▪

Rood

▪ ▪ ▪

Het aspect is/was deels aanwezig terwijl de ouder/jeugdige wenste dat deze volledig aanwezig was. Het aspect is/was aanwezig, maar de ouder was hier niet volledig tevreden over. Het aspect is/was niet aanwezig terwijl de ouder/jeugdige wenste dat deze aanwezig was. Het aspect is/was aanwezig, maar de ouder is hier ontevreden over.

▪ ▪

Het aspect is/was niet van toepassing op de casus. Het aspect is/was niet aanwezig en dit vond de ouder/jeugdige ook niet nodig.

Grijs

Voor de kwaliteit van de ondersteuning van het Sociaal Wijkteam is naar een aantal aspecten gekeken. Deze aspecten betreffen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

De tijdigheid van bezoek sociaal wijkteam medewerker Of de ouder/jeugdige wist waar hij/zij met problemen terecht kon Of de gemeente gezinnen weet te bereiken met dezelfde problemen/hulpvragen Een klik/goed contact met medewerker sociaal wijkteam Of sprake was van langdurig contact met dezelfde sociaal wijkteam medewerker tijdens het traject De overdracht van de sociaal wijkteam medewerker naar ondersteuning Of de sociaal wijkteam medewerker contact zocht of had met de aanbieder van de hulp Of de sociaal wijkteam medewerker regie voerde Of de hulpverlening is afgeschaald naar inzet van het voorliggend veld. Of na en tijdens de ondersteuning evaluaties plaatsvonden met de sociaal wijkteam medewerker over de aanpak

70

Uitkomsten op hoofdlijnen kwaliteit van de ondersteuning van de ondersteuning van het Sociaal Wijkteam ▪

▪

▪

▪ ▪

▪

▪

▪

Bij de onderzochte casussen wordt problematiek lang niet altijd tijdig gesignaleerd (7 van de 15 tijdig). Wanneer problematiek eenmaal is gesignaleerd wordt ongeveer de helft van de onderzochte casussen tijdig bezocht door het Sociaal Wijkteam (9 van de 14 tijdig bezocht, bij 1 casus niet van toepassing). Ongeveer de helft van de onderzochte casussen wist waar hij/zij naartoe kon met een hulpvraag (8 van de 15). Wat betreft de mate van bereikbaarheid denkt slechts 2 van de 14 ouders (bij een casus niet van toepassing) dat de gemeente Zwolle goed in staat is om gezinnen te bereiken die met dezelfde vragen/problemen zitten. Over het algemeen zijn de gesproken gebruikers van de jeugdhulp tevreden over het contact met de medewerker van het Sociaal Wijkteam (12 van de 15 zijn tevreden, 3 van de 15 zijn gedeeltelijk tevreden). Deze klik wordt door ouders als heel belangrijk ervaren voor een succesvol verloop van het traject. De meeste gesproken jeugdhulpgebruikers hebben langdurig te maken gehad met dezelfde consulent (11 van de 15 zijn tevreden). Als het Sociaal Wijkteam het gezin goed in beeld heeft lopen de lijnen met de zorgaanbieders over het algemeen goed. 10 van de 14 gesproken ouders geeft aan goed overgedragen te zijn vanuit het Sociaal Wijkteam naar de zorgaanbieder.

Voor één van de gesproken ouders was dit niet van toepassing gezien het Sociaal Wijkteam alleen eigen inzet pleegde en geen zorgaanbieder betrokken was. In 8 van de 15 onderzochte casussen zocht het Sociaal Wijkteam contact met de zorgaanbieder en waren de lijnen kort. In 8 van de 13 casussen is de hulp afgeschaald naar het voorliggende veld, denk aan school en huisarts (bij 2 casussen was afschaling niet nodig of niet van toepassing). In 8 van de 15 casussen was gedurende het hele traject sprake van evaluaties waar tenminste het gezin, Sociaal Wijkteam en de (eventuele) zorgaanbieder bij betrokken waren. Bij een gedeelte van de casussen was ook de school betrokken bij evaluaties. De stevigheid van de regierol van het Sociaal Wijkteam bepaalt voor een groot gedeelte de tevredenheid van ouders over een traject. Hoe meer overzicht het Sociaal Wijkteam heeft (helikopterview), hoe tevredener ouders over het algemeen zijn over het verloop van een traject. In slechts 3 van de 15 casussen zagen we een stevige regierol van het Sociaal Wijkteam. 4 van de 15 casussen hadden gedeeltelijke regie vanuit het Sociaal Wijkteam en 8 van de 15 casussen waren niet tevreden over de mate waarin het Sociaal Wijkteam de regierol op zich nam. Een Sociaal Wijkteam medewerker die naast je staat en met je meedenkt draagt volgens de gesproken ouders bij aan een prettig verloop van het traject.

In de complexere casussen is een stevige regierol en doortastendheid van het Sociaal Wijkteam extra van belang. De situatie kan namelijk gemakkelijk escaleren bij het niet tijdig inzetten of wijzigen van hulp. In de complexere casussen waar deze regierol ontbreekt is te zien dat ouders niet tevreden zijn over het verloop van het traject.

Een voorbeeld van een groene score is casus 11 op het aspect “Een klik/goed contact met medewerker sociaal wijkteam”. De desbetreffende ouder gaf aan dat sprake was van een goede klik en korte lijnen met de medewerker van het sociaal wijkteam. De ouder zei hierover het volgende: “Ik kan de medewerker van het Sociaal Wijkteam altijd bellen en appen. Op alle fronten is zij altijd professioneel en laat zij zich niet meeslepen door een heftig verhaal. Ze ondersteunt ons gezin heel goed. Bovendien hielp zij ons een overzicht te maken van alle potentiële hulporganisaties zodat wij een goede overweging konden maken voor passende ondersteuning voor mijn kind”.

71

Een voorbeeld van een oranje score is casus 9 op het aspect “Medewerker zocht/had contact met de aanbieder van de hulp”. Bij deze casus is sprake van een verwijzing via de huisarts. Het Sociaal Wijkteam is pas later in het traject in beeld gekomen, waardoor in het begin weinig regie werd gevoerd en niemand met een ‘helikopterview’ met het gezin mee kon kijken. Zodra het Sociaal Wijkteam in beeld was verbeterde dit, vandaar dat de ouder gedeeltelijk tevreden was over de lijntjes tussen het Sociaal Wijkteam en de zorgaanbieder. Vanaf dat moment dacht de medewerker van het Sociaal Wijkteam met het gezin mee en ervaarde de ouder steun. Een voorbeeld van een rode score is casus 3 op het aspect “Tijdige signalering problematiek”. Deze casus is doorverwezen via de kinderarts waardoor het Sociaal Wijkteam pas na maanden later betrokken raakte bij de casus. De ouder zegt hierover het volgende: Het was achteraf gezien beter geweest als we binnen waren gekomen via het Sociaal Wijkteam, die kijken breder dan dat een kinderarts doet. De hulpvraag was urgent, dus het was jammer dat niet wat meer de tijd werd genomen om aan de voorkant te kijken naar wat er écht nodig was, in plaats van zo snel door te verwijzen naar hulp die niet goed paste. Daardoor duurde het lang tot we bij de goede ondersteuning terecht kwamen.

Een ander voorbeeld van een rode score is casus 8 op het aspect “Langdurig dezelfde consulent”. Deze casus heeft met 6 of 7 medewerkers van het Sociaal Wijkteam te maken gehad in een jaar tijd. De ouder zei hierover het volgende: “Als het er twee zijn, dan is het wel te doen, dat kan gebeuren door ziekte of zwangerschap, maar zoveel is niet prettig. Je moet iedere keer weer opnieuw je verhaal doen. Een voorbeeld van een grijze score zijn casussen 10 en 12 op het aspect “Na afloop hulp afgeschaald naar voorliggend veld”. Bij beide casussen was nog geen sprake van afronding van de hulp (lopend traject), waardoor deze vraag niet van toepassing was. Voor de kwaliteit ondersteuning aanbieder(s) gaf de ouder/jeugdige diens mening over de volgende aspecten: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Tijdigheid van de hulp De ontvangst na overdracht vanuit het Sociaal Wijkteam Een klik/goed contact met de aanbieder/hulpverlener Tijdens de hulp tussentijdse evaluaties Tijdige op- en afschaling van de hulp Of de hulp aansloot bij de gezinssituatie

72

Uitkomsten op hoofdlijnen kwaliteit ondersteuning zorg aanbieder(s) ▪ ▪

▪

▪

In iets minder dan de helft van de gevallen (7 casussen) werd hulp tijdig ontvangen. In iets minder dan een derde (4 casussen) van de gevallen kwam de hulp volledig niet op tijd. In de overgebleven casussen kwam de hulp niet op tijd, maar ook niet volledig te laat. Als het Sociaal Wijkteam het gezin goed in beeld heeft, lopen de lijnen met de zorgaanbieders over het algemeen goed en wordt in de meeste gevallen tijdig op- en afgeschaald (8 van de 15 casussen) en de hulp geëvalueerd met verschillende partijen (aanbieder, Sociaal Wijkteam, ouder en (meestal) school). In het merendeel van de onderzochte casussen was sprake van goed contact/een klik tussen aanbieder/hulpverlener (10 casussen). In 3 casussen was sprake van geen klik/goed contact. In de overige 2 casussen was geen sprake van een klik/goed contact, maar ook niet van een slechte klik/slecht contact. Het merendeel van de gesproken ouders geeft aan dat de hulp goed aansloot bij de gezinssituatie (10 van de 15 casussen). In meerdere gesproken casussen werd breed gekeken naar alle gezinsleden en gekozen voor een ‘gezinsaanpak’. Deze aanpak wordt nog niet standaard bij alle casussen gehanteerd, een derde van de gesproken ouders gaf aan deze ‘gezinsgerichte aanpak’ juist gemist te hebben. Hier speelt vaak mee dat deze ouders (gedeeltelijk) of volledig gestopt zijn met werken om de zorg voor het kind op te pakken.

De (crisis)situatie van een kind sijpelt op deze wijze door naar de rest van het gezin.

Een voorbeeld van een groene score is casus 5 op het aspect “Tijdens de hulp tussentijdse evaluaties gehad”. Gedurende het traject werd vaak tussentijds geëvalueerd, hier waren het SWT en de zorgaanbieder altijd bij betrokken, en vaak sloot ook de school aan. Voorafgaand aan een evaluatie belde de SWT medewerker de ouder op. De ouder is blij dat alles altijd vooraf met haar werd besproken. Een voorbeeld van een oranje score is casus 10 op het aspect “Klik / goed contact met de aanbieder”. De betreffende ouder had geen goede ervaring met de eerste aanbieder maar is na doorverwijzing naar een andere aanbieder wel heel tevreden over het contact. Een voorbeeld van een rode score is casus 14 op het aspect “De ontvangen hulp werd tijdig op- en afgeschaald”. Deze casus betreft een gezin waarbij het kind 18 jaar werd en het gezin na de 18e verjaardag van de ene op de andere dag geen contactpersoon meer had bij het Sociaal Wijkteam. Hier was geen sprake van nazorg of een afschaling, terwijl dit volgens de ouders wel nodig en wenselijk was. Een ander voorbeeld van een rode score is casus 13 op het aspect “Tijdens de hulp tussentijdse evaluaties gehad”. Deze casus gaf aan weinig contact te hebben met de medewerker vanuit het Sociaal Wijkteam en vooral contact te hebben met de zorgaanbieder. De medewerker van het Sociaal Wijkteam evalueerde niet hoe de hulp beviel en of deze helpend was.

De ouder was erg ontevreden over de zorgaanbieder, hier had het Sociaal Wijkteam volgens de ouder onvoldoende zicht op.

73

Een voorbeeld van een grijze score is casus 9 op het aspect “Goed ontvangen na overdracht vanuit SWT”. Deze vraag is niet van toepassing op deze casus gezien de casus is doorverwezen via de huisarts in plaats van via het SWT. De effectiviteit van de ondersteuning is gemeten aan de hand van de volgende vier aspecten: ▪ ▪ ▪ ▪

Hulp voorkwam verergering van problemen Hulp maakte problemen behapbaar Hulp liet de problemen afnemen/loste de problemen op Na afronding hulp overgedragen aan een andere organisatie

Uitkomsten op hoofdlijnen effectiviteit van de ondersteuning ▪

▪

▪

Het merendeel van de gesproken ouders geeft aan dat de hulp verergering van de problemen wist te voorkomen en het probleem behapbaar wist te maken (10 van de 15 casussen). In 3 gevallen wist de hulp geen verergering van de problemen te voorkomen en in 2 gevallen wist deze de problemen niet behapbaar te maken. In 2 casussen was deels sprake van het voorkomen van problemen en in 3 casussen wist de hulp deels de problemen behapbaar te maken. In het merendeel van de casussen was geen sprake van afnemen of oplossen van de problemen door de hulp (8 van de 15 casussen). Van deze 8 casussen gaven 3 ouders aan dat de hulp problemen helemaal niet liet afnemen of oplossen terwijl dit wel kon. De andere 5 ouders gaven aan dat de hulp de problemen deels liet afnemen of oplossen. Van de overige 7 casussen gaven 5 ouders ofwel aan dat de problemen niet konden afnemen of opgelost worden, of gaven zij niet aan of de hulp problemen had laten afnemen/oplossen. Twee gesproken ouders gaven aan dat de hulp de problemen liet afnemen of oploste. Iets meer dan de helft van de gesproken ouders geeft aan na afronding van de hulp overgedragen te zijn aan een andere organisatie (zoals school, praktijkondersteuning of jongerenwerk). Een aantal casussen zijn heel tevreden over de nazorg vanuit het Sociaal Wijkteam (vinger aan de pols principe).

Vier casussen zijn juist heel ontevreden over de nazorg vanuit de aanbieder en het Sociaal Wijkteam. Voor een aantal gesproken casussen heeft dit te maken met de veranderingen rondom de 18e verjaardag van het kind. De overgang van jeugdhulp naar volwassenenhulp verloopt volgens deze gesproken ouders niet goed en soepel.

De eerste drie aspecten zijn aan de ouders gevraagd als een drietrap, ze volgen elkaar namelijk op: wanneer problemen afnemen/oplossen door de hulp, dan voorkomt de hulp zowel de verergering van de problemen als dat deze de problemen behapbaar maakt. Een volledig groene score op de effectiviteit van ondersteuning is daarmee de hoogst haalbare score. Een volledig rode score is hiermee de laagst haalbare score. Een voorbeeld van een groene score is casus 7 op het aspect “Na afronding hulp overgedragen aan een andere organisatie”. Deze casus is na afronding van de hulp vanuit het SWT overgedragen aan de praktijkondersteuner voor een vinger aan de pols.

74

Een voorbeeld van een oranje score is casus 12 op het aspect “Hulp voorkwam verergering van de problemen”. In eerste instantie was geen sprake van goede hulp waardoor de problemen niet afnamen en zelfs toenamen, later in het traject is de hulp gewijzigd en had de hulp wel een positief effect. Een voorbeeld van een rode score is casus 2 op het aspect “Hulp liet de problemen afnemen / loste de problemen op”. De hulp heeft de problematiek in deze casus niet op kunnen lossen. De situatie was al zo ver uit de hand gelopen dat oplossen niet meer mogelijk was. Een voorbeeld van een grijze score zijn casussen 5, 7, 8, 9 en 12 op het aspect “Hulp liet de problemen afnemen / loste de problemen op”. Van oplossen is bij deze casussen geen sprake gezien het chronische/langdurige problemen of aandoeningen betreft. Voor de betrokkenheid/inzet van andere organisaties is gekeken of de volgende partijen betrokken waren bij de ondersteuning: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

School Huisarts/POH Jeugdverpleegkundige/consultatiebureau/kinderarts Overige zorginstelling/arts Jongerenwerker Meerdere jeugdzorg-partijen Politie

Uitkomsten op hoofdlijnen betrokkenheid/inzet van andere organisaties ▪

▪ ▪ ▪ ▪

In 12 van de 15 onderzochte casussen was sprake van een betrokken school waar de ouders ook positief over waren. In de andere drie casussen gaf één ouder aan deels (on)tevreden te zijn over de betrokkenheid van school, één ouder volledig ontevreden over de betrokkenheid van school en een andere ouder gaf aan dat de school niet betrokken was, maar dit ook niet van toepassing/nodig was. Over de betrokkenheid van de huisarts/POH was één ouder deels (on)tevreden. Andere ouders gaven aan tevreden te zijn (5 casussen) of geen betrokkenheid van de huisarts/POH nodig te hebben (9 casussen). In alle gevallen waar meerdere jeugdhulppartijen betrokken waren (13 casussen) waren ouders tevreden over de betrokkenheid. In de twee andere casussen was geen sprake van de betrokkenheid van meerdere jeugdhulppartijen. Ouders waren verder tevreden over de betrokkenheid wanneer deze nodig was van de partijen jeugdverpleegkundige/consultatiebureau/kinderarts (6 casussen), overige zorginstelling/arts (5 casussen) en jongerenwerker (1 casus). De politie was in geen enkele casus betrokken, geen van de ouders gaven aan dat dit wel nodig of gewenst was.

In het geval dat een partij betrokken was en de ouder/jeugdige tevreden was over deze partij, kennen we een groene score toe. Bij gedeeltelijke

75

tevredenheid wordt een oranje score toegekend en wanneer de ouder/jeugdige ontevreden is over de betrokken partner kennen we een rode score toe. Een grijze score houdt in dat de desbetreffende partij niet bij de casus betrokken is geweest. Een voorbeeld van een groene score is casus 3 op het aspect “School”. De school was gedurende het hele traject betrokken, ook bij evaluaties en heeft praktisch ondersteuning gegeven aan het gezin. De ouder was tevreden over de betrokkenheid van school. Een voorbeeld van een oranje score is casus 1 op het aspect “School”. Hier geldt dat de eerste school van het kind niet betrokken was (terwijl wel gewenst) bij het hulptraject maar de tweede school wel goed was aangehaakt. De ouder was dus in de eerste plaats ontevreden maar later in het traject wel tevreden. Een voorbeeld van een rode score is casus 4 op het aspect “School”. De betreffende ouder had graag ondersteuning ontvangen vanuit school maar heeft dit niet gekregen. Voor de situatie is gekeken of de situatie stabiel, instabiel of volledig opgelost is. Uitkomsten op hoofdlijnen situatie na afronding hulptraject ▪

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zwolle&id=7971bffa-18a7-4c56-ae2a-b1298b7779e0